Promised Land

***

recensie  Promised Land

Belofte maakt schuld

door Cor Oliemeulen

Gaat geld samen met principes? Regisseur Gus Van Sant kruipt andermaal in de huid van de underdog. Ditmaal geen vooruitstrevende leraar, moordende scholier of homoactivist, maar een gasverkoper.

Gas is een uitstekende toekomstige energiebron en minder vervuilend dan olie en kolen. Dat is de mening van Steve Butler (Matt Damon), vertegenwoordiger van een groot energiebedrijf, die samen met zijn collega Sue Thomason (Frances McDormand) arriveert in het dorp McKinley waar veel inwoners gebukt gaan onder de economische crisis. Het duo heeft als taak boorrechten af te troggelen. Veel noodlijdende boeren kunnen het geld heel goed gebruiken, anderen kanten zich fel tegen het boren naar schaliegas vanwege mogelijke milieurisico’s.

De juiste afweging
Gus Van Sant (Good Will Hunting, Elephant, Milk) maakt een evenwichtig portret van een kleine gemeenschap die stoeit met het maken van de juiste afweging. De gasverkopers lijken sympathieke mensen met oprechte bedoelingen. Steve is geboren in een agrarisch gebied dat ten dode was opgeschreven en vertrok naar de grote stad voor nieuwe mogelijkheden. Hij is begaan met het lot van de boeren van McKinley, spreekt hun taal en lijkt het beste met hen voor te hebben. Hetzelfde geldt voor Sue, een alleenstaande moeder, die met Steve omgaat alsof het haar broer is. Ook haar belangrijkste taak is het overreden van de mensen die bovenop het gas zitten.

Recensie Promised Land

De bevolking blijkt zeer verdeeld, wat mooie discussies en conflicten oplevert. De een probeert zieltjes van tegenstanders te winnen, een ander neemt een voorschot op de beloofde weelde door de aanschaf van een sportauto. De kracht van de film is niet zozeer het belichten van de kwestie vanuit verschillende invalshoeken, maar het perspectief van de ‘foute’ en tevens innemende Steve. Je gunt hem zijn contracten, hoewel je weet dat er risico’s zijn verbonden aan gasboringen. Je krijgt hekel aan een fanatieke milieuactivist, die Steve op allerlei manieren (uiteraard ook op het amoureuze vlak) tegenwerkt. Dit maakt het voor de kijker verdraaid lastig om een standpunt te bepalen.

Aandoenlijk
Matt Damon, die in 1997 doorbrak als acteur en schrijver van Van Sants Good Will Hunting, is verdienstelijk co-auteur van Promised Land. Hij dicht zichzelf een aandoenlijke rol toe en weet zich gesteund door een perfecte cast. Zo zorgt Frances McDormand (Fargo) voor haar gebruikelijke komische en relativerende noot. Oudgediende Hal Holbrook (Into the Wild) speelt overtuigend de gerespecteerde leraar Frank Yates die zweert bij industriële vooruitgang, maar zijn behoudende principes niet wil verloochenen. Wel een beetje jammer dat de camera tijdens de emotionele finale zo nodig moet inzoomen op zijn tot tranen geroerd gezicht en dat de soundtrack een mierzoet countrygehalte heeft. Opdat we niet hoeven te vergeten dat het een Amerikaanse film betreft.

 

22 februari 2013

 
ALLE RECENSIES

This is 40

*

recensie  This is 40

Lachloze komedie

door Astrid van Pelt

Hoe ziet het leven van een veertiger eruit? Als je je ergens niet op moet baseren om antwoord op die vraag te krijgen, is This Is 40 het wel. Het maakt je niet wijzer en niet vrolijker.

Een dampende douche en twee vage contouren. De oh-ah-kreten vliegen gretig in het rond. Veertigers Pete (Paul Rudd) en Debbie (Leslie Mann) nemen een voorschot op hun beider verjaardagscadeau met een door viagra mogelijk gemaakte vrijpartij. Wanneer Pete dit geheim van de smid met haar deelt, slaan bij Debbie de stoppen door. ‘Veertigers horen zoiets niet te nemen!’ Dit continue aantrekken-afstoten tussen hen, maar ook tussen de veertigers en hun twee kinderen, vormt de rode draad van de film. Na enkele jojo-bewegingen gaat deze voorspelbaarheid mateloos irriteren.

Hakkelige opleestoon
Ondanks hun paginalange filmografie komen Paul Rudd en Leslie Mann in deze productie niet over als groot acteurs. Integendeel. Het toontje waarop ze hun zinnen reciteren doet soms erg veel denken aan de hakkelige opleestoon van een kind in een schoolmusical. Dit maakt dat de verbale grappen nog slechter uit de verf komen. Ze zijn van een bijzonder laag niveau, maar nog net niet slecht genoeg om deze tegendraads te gaan waarderen.

Recensie This is 40

Tussen je veertigste en zestigste ben je het gelukkigst, zo is Debbie te weten gekomen. Dat zou je niet zeggen op basis van hun dagelijkse beslommeringen. Het verhaal is een aaneenschakeling van zorgen om hun kinderen Sadie en Charlotte, angst voor rimpels en een verminderde hellingshoek van de erectie, gehakketak over het nut van alternatieve geneeswijzen, Pete’s geheime cupcakeverslaving en het verzwijgen van een zwangerschap. Om nog maar te zwijgen over de onduidelijke dubbele agenda’s van de personages die voor meer verwarring dan spanning zorgen. Het opgeblazen plot maakt het onduidelijk waar de film precies over gaat.

Té intiem kijkje in de keuken
Volgens de makers biedt dit ‘deeply honest portrait’ een intiem kijkje in de keuken van twee mensen die worstelen met hun relatie en ouderschap. Het is alleen té intiem. Niet in de mate of gewichtigheid van de onthullingen, maar we zitten te dicht op hun huid. Het is zeer gecompliceerd je in te leven in hun manier van denken en hun complexen. Dat levert geen empathie met de personages op. This Is 40 is met zijn 133 minuten een erg lange zit.

 

19 februari 2013

 
ALLE RECENSIES

Man With The Iron Fists, The

***

recensie  The Man With The Iron Fists

Aziatische kung fu zwaardfilm uit Hollywood

door Alfred Bos

Rapper, producer en liefhebber van Aziatische knokfilms RZA waagt zich met de zegen van Quentin Tarantino aan… een Aziatische knokfilm, maar dan uit Hollywood. Over zijn regiedebuut zijn de meningen sterk verdeeld.

Wie de loopbaan van RZA (Robert Diggs) de afgelopen twintig jaar, sinds Enter The Wu-Tang (36 Chambers) , het debuutalbum van het Newyorkse rap collectief Wu-Tang Clan uit 1993, een beetje heeft gevolgd, zal het niet verbazen dat de rapper, producer en acteur plaatsneemt op de regisseursstoel om zijn eigen, zelfgeschreven kung fu zwaardfilm naar het filmdoek te brengen. Over het resultaat kun je twisten, RZA’s liefde voor het genre is boven alle twijfel verheven.

Man With The Iron Fists

Al is Iron Fists zijn eerste werkstuk als regisseur, cinema is voor RZA geen onbekend terrein. Voor zijn debuut als acteur, in Ghost Dog: The Way Of The Samurai (1999) van Jim Jarmusch, bleef hij dicht bij zijn belangstelling. Bevriend met Jarmusch en Tarantino leverde RZA muziek aan voor filmsoundtracks van beide regisseurs. En de lijst films en tv-producties waarin hij acteerde heeft inmiddels de lengte van een (getatoueerde) arm overschreden. Je zou kunnen denken: de man is klaar voor het grote werk.

Filmische ‘exotica’
The Man With The Iron Fists is een krankzinnige film, of eigenlijk, een curiosum. Het genre van de kung fu zwaardfilm, wuxia in jargon, is een exclusief Aziatische bijdrage aan de wereldcinema. Dat een Afro-Amerikaan vanuit Hollywood zich nu aan het genre waagt, is op zijn minst opmerkelijk; de filmische pendant van wat in de populaire muziek ‘exotica’ wordt genoemd. Vergelijk het met de Duitse Winnetou-films van begin jaren ’60, waarmee regisseur Harald Reinl de rage van de Europese (spaghetti)western in gang zette. Of Iron Fists  een vergelijkbaar succes wordt, is twijfelachtig. RZA heeft in ieder geval twee nieuwe films in voorbereiding.

Liefhebbers van wuxia zullen zich met The Man With The Iron Fists niet vervelen. Het verhaal stelt, geheel in de traditie van het genre, niet veel voor. De plot ontbeert iedere logica. Personages zijn vleesgeworden clichés. Halverwege is er een film-in-een-film waarin de achtergrond van de hoofdpersoon nader uit de doeken wordt gedaan (want wat doet een Afro-Amerikaan in China?). Het is onduidelijk wie tegen wie vecht, want iedereen vecht tegen iedereen. En voor een beetje dialoog kun je beter naar Gooische Vrouwen kijken.

Man With The Iron Fists, The

Aziatische superheldenfilm
En ondanks al die bezwaren is The Man With The Iron Fists kostelijk vermaak. Visueel staat RZA’s regiedebuut als een (film)huis, de decors zijn rijk aan detail en de knokscènes vol acrobatiek. Voor nuchtere westerlingen zijn de bovennatuurlijke elementen wellicht ongeloofwaardig, maar wuxia is het Aziatische equivalent van de Amerikaanse superheldenfilm. Vervang technologie door magie en er is geen verschil tussen, zeg: The Avengers en Crouching Tiger, Hidden Dragon. Zo bekeken is de titelheld van The Man With The Iron Fists, gespeeld door RZA zelf, een soort kung fu Ironman.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat niet iedereen ter redactie van Indebioscoop drie sterren voor deze film over heeft. Sommige filmliefhebbers grijpen naar een teiltje wanneer Iron Fists ter sprake komt. Anderen, onder wie deze kijker, kunnen er de lol wel van inzien. Maar verwacht geen Kung Fu Panda. O ja, Russell Crowe en Lucy Liu doen ook mee.

 

2 februari 2013

 
ALLE RECENSIES

Flight

****

recensie  Flight

Persoonlijk drama met lichtvoetige twist

door Eva Baaren

Piloot Whip Whitaker zet een haperend passagiersvliegtuig zonder al teveel doden aan de grond. Zijn status als heldhaftige piloot maakt echter snel plaats voor verdenkingen van dronkenschap. Flight is een onconventionele film over schuld, boete, zelfbestemming en het lot.

In Flight ontbreekt het niet aan het bekende vliegrampscenario: een piloot houdt met halsbrekende toeren een vliegtuig in de lucht, terwijl een groep passagiers en stewardessen angstige momenten doormaakt. De rest van de film lijkt echter weinig op een klassieke rampenfilm. In plaats van een Hollywoodvertelling over een vliegtuigcrash creëert regisseur Robert Zemeckis (Back to the Future, Forrest Gump) een sfeer die het midden houdt tussen een lichtvoetige independent film en een persoonlijk drama, waarvoor het vliegincident slechts de aanleiding blijkt.

Flight

Niet opgewekt
Het lichtvoetige karakter van Flight wordt onder andere gevormd door de aanwezigheid van een tweede verhaallijn en de verschijning van ongewone typetjes. Eén ervan wordt gespeeld door John Goodman (Roseanne, The Big Lebowski), wiens verschijning als Whitakers goed gemutste hippieachtige cocaïnedealer een rode draad vormt in de film. Ook de soundtrack, een sterke mix van 40 jaar aan rock en soul, geeft de film van begin tot einde een opzwepende vrolijke toon.

Maar de ongewone personages en vrolijke muziek betekenen niet dat Zemeckis een opgewekte film heeft gemaakt. Integendeel, deze elementen staan symbool voor het eigenlijk trieste leven van captain Whitaker, dat – los van zijn competenties als piloot – in het teken staat van oppervlakkige relaties en overmatig alcoholgebruik. De rol van Whitaker wordt op meesterlijke wijze vertolkt door Denzel Washington, die de eigenschappen van een onbetrouwbare, verslaafde, welwillende, met zichzelf worstelende én bekwame piloot verwerkt tot een geloofwaardig personage.

Flight

Goed uitgewerkt persoonlijk drama
De onconventionele filmelementen en het sterke acteerwerk van Washington maken Flight tot een goed uitgewerkt persoonlijk drama, waarin de kijker wordt uitgenodigd zich soms te identificeren met Whitaker, maar zich er ook van te vervreemden. Geholpen door filmische verwijzingen naar het christelijke geloof (waaronder een verschijning van een engelachtige terminale ziekenhuispatiënt), roept de film daardoor vragen op over schuld, boete, en lotsbestemming. Flight is een verrassend goede vertelling voor mensen die van rampenfilms houden, maar ook voor mensen die dat niet doen.

 

28 januari 2013

 

 

ALLE RECENSIES

 

Lincoln

****

recensie  Lincoln

Daniel Day-Lewis for president

door Cor Oliemeulen

Voormalig blockbuster-regisseur Steven Spielberg kan ook met ‘politieke’ avonturen goed uit de voeten. In Lincoln concentreert hij zich op de wilskrachtige strijd van een geliefde president die eindigt als martelaar.

Wie denkt dat Lincoln een biografie van de zestiende president van de Verenigde Staten van Amerika is, komt bedrogen uit. De film beslaat slechts enkele maanden uit het leven van deze vrijzinnige republikein die ten koste van de Burgeroorlog de slavernij wil afschaffen. Nadat in de openingsscène soldaten van noordelijke en zuidelijke staten elkaar de hersens inslaan, zien we de immens populaire Lincoln gemoedelijk zitten aan het front. Hij ontvangt zowel blanke als zwarte soldaten voor een praatje en blijkt niet wars van grapjes, anekdotes en dichterlijke wijsheden.

Lincoln

Lange geschiedenisles
Direct hierna volgt een trage geschiedenisles met lange scènes vol politieke dialogen en monologen over het wel of niet afschaffen van de slavernij. Aan de teksten en het spel ligt het niet, maar de introductie van bijna een uur had wat korter gemogen. Het is wel opletten geblazen, zeker voor Europeanen, want soms denk je: wie is wie? Lincoln is in ieder geval vanaf het eerste moment goed te herkennen. Zoals we hem zien op foto’s: rijzige gestalte met hoge hoed en snorloze baard.

Als hij in 1860 wordt gekozen, scheiden de zuidelijke staten (de Confederatie) zich af van de Unie vanwege Lincolns moderne beleid, afschaffing van de slavernij inbegrepen. Het knappe script van Tony Kushner (gebaseerd op het boek Team of Rivals: The Political Genius of Abraham Lincoln van Doris Kearns Goodwin) schetst een aimabele Lincoln die ook een groot politiek tacticus is. Een staatsman die vanuit menselijk oogpunt de slavernij wil afschaffen en niet te beroerd is om politici te laten chanteren of omkopen om dit nobele doel te bereiken.

13e Amendement
De achterliggende politieke reden komt nauwelijks aan bod. Lincoln wilde namelijk ook Engeland en Frankrijk paaien. Deze landen hadden allang de slavernij afgeschaft en wilden dat Amerika spoedig hetzelfde zou doen. Zodra alle slaven in heel het land vrij zouden zijn, zou het buitenland volgens Lincoln geen morele reden hebben zich in de burgeroorlog te mengen. In feite gaat bijna de hele film over de poging om de nieuwe grondwet door middel van het zogenaamde 13e Amendement in te voeren. Krijgt Lincoln in 1865 de vereiste twee derde meerderheid in het Huis van Afgevaardigden voor elkaar?

Lincoln

Blijft over een boeiende en bij vlagen uiterst spannende en geestige queeste. Een heerlijk sarcastische Tommy Lee Jones als Thaddeus Stevens, leider van de radicale vleugel van de Republikeinen die fel tegen slavernij is. Rake, emotionele debatten tussen voor- en tegenstanders (‘Stel je voor: straks krijgen ook vrouwen nog stemrecht!’ ), ruzies en paniekreacties in het kabinet (‘We verliezen alles!’ ) worden afgewisseld door familieperikelen in Huize Lincoln (‘Onze enig overgebleven zoon mag niet naar het front!’ ).

Subliem acteren
Daniel Day-Lewis steelt op imponerende wijze de show en bevestigt dat hij een van de grootste acteurs van zijn tijd is. Hij speelt niet Lincoln, hij ís Lincoln. Zijn sublieme ingehouden manier van acteren is nog intenser dan hij tentoonspreidt als verlamde artiest in My Left Foot (1989), sadistische slachter in Gangs of New York (2002) en hebberige oliedelver in There Will be Blood (2007). Je weet het nooit zeker met die grijze koppen van de Academy, maar als Daniel Day-Lewis geen Oscar wint, eet deze recensent zijn hoed op (inderdaad, die hoge van Lincoln)!

 

25 januari 2013

 
ALLE RECENSIES

Zero Dark Thirty

****

recensie  Zero Dark Thirty

Martelgang naar Bin Laden

door Mirthe van Lieshout

Zero Dark Thirty heeft in Amerika al veel stof doen opwaaien. Zowel CIA, senatoren als de anti-martelbond hebben geklaagd over de gesuggereerde effectiviteit van folteringen.

De actiethriller van Kathryn Bigelow (Point Break, The Hurt Locker) volgt CIA-agente Maya (Jessica Chastain) die zich ten doel heeft gesteld Osama Bin Laden te vinden. Tijdens martelverhoren komt ze op zijn spoor, bijt zich jarenlang vast en vecht tegen haar leidinggevenden die haar niet genoeg hulp bieden. Het is een modern klassiek antiterrorismeverhaal, dat sterk doet denken aan de serie Homeland met in de hoofdrol een CIA-agente, geobsedeerd jagend op een terrorist terwijl ze wordt tegengewerkt door de mannen aan de top.

Gebaseerd op feiten en bestaande personen
De film past zo goed in het format dat het de verwachting schept dat het verhaal sterk geromantiseerd is ten behoeve van een spannend plot. Maar regisseuse Bigelow en scenarioschrijver Mark Boal verzekeren dat het verhaal op feiten en alle personages op bestaande personen gebaseerd zijn. De Washington Post kon de CIA-agente naar wie Maya gemodelleerd is naar eigen zeggen inderdaad gemakkelijk vinden. Dé Bin Laden-deskundige Peter Bergen meent dat het personage niet op één maar op twee vrouwelijke agenten gebaseerd is. Of het er nou één of meer zijn, in grote lijnen volgt de film absoluut de waargebeurde klopjacht, dat is na alle ophef wel duidelijk geworden.

Recensie Zero Dark Thirty

Na Maya’s tienjarige zoektocht volgt de aanval op de compound in Pakistan waar Bin Laden zich volgens haar schuilhoudt. Het eerste deel is een technisch perfecte spionagethriller, tijdens de laatste 25 minuten durende scène is het alsof de kijker de missie real time volgt. De bioscoopbezoekers kunnen zichzelf horen ademen terwijl de mariniers door het huis sluipen. Een fantastisch filmisch hoogtepunt dat recht doet aan de twee uur durende opbouw.

Geen duidelijk standpunt
Deze bijzondere film reconstrueert de recente geschiedenis en suggereert dat het martelen de CIA op een spoor bracht – iets wat de CIA nu tegenspreekt. Bigelow en Boal beweren dat ze de martelingen niet als onmisbaar of heldhaftig presenteren. Een eenduidig standpunt valt inderdaad niet te ontdekken. Weliswaar veroordeelt de film de martelende agenten niet, wordt er geen aandacht besteed aan wantoestanden als in Abu Ghraib en Guantanamo en komt er geen antwoord op de vraag of Bin Laden zonder martelingen ook gevonden zou zijn. Maar het is zeker geen propaganda: niemand zal na Zero Dark Thirty als voorstander van martelen de bioscoop uitlopen.

 

21 januari 2013

 
ALLE RECENSIES

Master, The

****

recensie  The Master

Prachtig verontrustend

door Karina Meerman

Drama waarin we de relatie observeren tussen een onvoorspelbare, strakgespannen alcoholist en de vaderlijke leider van een spirituele cultus in oprichting.

Het is 1950. Freddie Quell (Joaquin Phoenix) was een zeeman tijdens WO II en is daar met een flinke tik uitgekomen. Hoe lang hij al alcoholist is weten we niet, we leren wel snel dat hij een talent heeft voor het stoken van drank. Hij is een intense man, met een vreemde lichaamstaal en een duistere blik. Hij lijkt voortdurend te balanceren op de rand van woede of waanzin, begeleid door een vrij ongemakkelijke kijk op seks.

The Master

Geen twijfel aan intellectuele vermogens
Freddie’s leven glijdt langzaam af naar de goot, tot hij per ongeluk de Meester ontmoet (Philip Seymour Hoffman). Deze aimabele figuur, die niet lijkt te lijden onder enige twijfel aan zijn eigen intellectuele vermogens, heeft uitgesproken ideeën over de spirituele mens. Hij is omringd door familie en volgelingen die geloven in De Zaak, The Cause. Overeenkomsten met de Scientology-kerk zijn er zeker: door trauma’s uit het verleden te herleven, kan de mens zich redden in dit leven en de volgende levens. De Meester, Lancaster Dodd, en Freddie Quell ontwikkelen al snel een band. Het verhaal volgt hen vanaf de eerste ontmoeting, wanneer Dodd de verdwaalde zeeman onmiddellijk in zijn hart sluit. De mensen om hen heen hebben wat meer tijd nodig. Maar gaat The Cause Freddie redden? En is dat eigenlijk wel relevant?

Schrijver en regisseur Paul Thomas Anderson creëert een geloofwaardig tijdsbeeld. De tijd dat mannen elkaar ferme handdrukken geven en vrouwen hun macht achter de schermen moeten uitvoeren (Feilloos getoond door Dodd’s enge echtgenote, gespeeld door Amy Adams). De beelden zijn intens (veel sepia en een aparte kleur blauw) en de muzikale begeleiding past perfect. De camera volgt de uitzonderlijke acteerprestaties van twee formidabele mannen, maar de kijker wordt nooit onderdeel van het verhaal. Hij mag observeren en zijn eigen conclusies trekken, terwijl Freddie Quell een ontwikkeling doormaakt van loser alcoholist, naar rabiate volgeling, naar twijfelaar.

The Master

Poëzie op het grote doek
Dit is geen blockbuster, maar poëzie op het grote doek. The Master verwart – met het risico de kijker kwijt te raken – en lijkt altijd een ondertoon te hebben van naderend onheil. Het spel is meesterlijk. Phoenix’ Freddie is explosief, onderdanig en gewelddadig tegelijk en ook Hoffman’s zalvende Dodd doen de haren in de nek kriebelen. Zo zien we, wanneer Dodds overtuiging in twijfel wordt getrokken tijdens een bijeenkomst, een heel andere kant opduiken van deze vaderfiguur. De aanval is de beste verdediging. Wie ooit een wetenschappelijke discussie heeft willen voeren met een gelovige – van welke stroming dan ook – voelt de frustratie van de kritische denker wiens logische argumenten aan de kant worden geveegd door heilige overtuiging.

Het kan heel goed dat de slotscènes de kijker in complete verwarring achterlaten, met de vraag wat er nu eigenlijk gebeurd is in de voorgaande 144 minuten. Hoe verfrissend is dat, in de gebruikelijke stortvloed van klip-en-klare actiefilms en dramaverhalen?

 

20 januari 2013

 
ALLE RECENSIES

Lay the Favourite

*

recensie  Lay the Favourite

Gegokt en verloren

door Cor Oliemeulen

Bijna elke gerenommeerde regisseur slaat wel eens de plank volkomen mis. Stephen Frears lanceert een komedie die om te janken is.

Over gokken in een casino zijn genoeg mooie films gemaakt, zoals Bob le Flambeur (1956) en Rounders (1998). Films over het gokken op sportwedstrijden zijn dunner bezaaid. Terwijl films als The Killing of a Chinese Bookie (1975) van John Cassavetes en Two for the Money (2005) met Al Pacino zich centreren rond de dramatische verwikkelingen bij bookmakers, wil Lay the Favourite (Lay the Favorite voor de Amerikaanse markt) vooral een luchtige, pretentieloze komedie zijn. Helaas verzaken sterren als Bruce Willis, Catherine Zeta-Jones en Vince Vaughn om er een feestje van te maken.

Ambitie als serveerster in Las Vegas
De enige die er nog iets van bakt, is Rebecca Hall, bekend door Vicky Cristina Barcelona (2008) en overtuigend in The Awakening (2012). Zij speelt de hoofdrol van Beth Raymer, die na slechte ervaringen als privé-danser de ambitie heeft om serveerster in Las Vegas te worden, bij toeval gaat werken voor een bekende bookmaker en over haar leven een bestseller schrijft. Stephen Frears maakte een film van Lay the favorite: A Memoir of Gambling en laat Hall opdraven in een kort broekje, zoals hij eerder in zijn comedy Tamara Drewe (2010) een meisje indruk op haar omgeving laat maken door het tentoonstellen van haar benen.

Recensie Lay the Favourite

Ook de boekverfilming heeft weinig om het lijf. Beth is lief en heeft een lieve hond, Otis. Beroepsgokker Dink (Bruce Willis in korte broek met witte sokken) vindt haar sympathiek, opgewekt en spontaan. Zij wordt aangenomen op zijn kantoor om weddenschappen af te sluiten en is betrouwbaar genoeg om geld op te halen en te bezorgen. Maar nadat ze verliefd wordt op Dink en te maken krijgt met zijn jaloerse, facelift minnende echtgenote Tulip (een dunne Catherine Zeta-Jones) wordt Beth ontslagen. Vervolgens duikt ze maar met een andere vent de koffer in en vertrekt naar New York om te werken voor Rosie, een concullega van Dink.

Komedie zonder humor
Is dat alles? Jawel! Lay the Favourite heeft geen plot, geen subplot en dus zeker geen plotwisselingen. Diepgang is ver te zoeken en er is nauwelijks achtergrondinformatie over het fenomeen gokken en de toegepaste technieken. Enige spanning, een werkelijke crisis of intrige om het verhaal naar een ander niveau te tillen ontbreken. Erger nog: het is een komedie zonder humor. En hoe romantisch de film soms met vlagen wil zijn, er is geen enkele chemie tussen de spelers, dus enige betrokkenheid met de personages is volstrekt uitgesloten.

Ondanks deze miskleun blijft de loopbaan van de Engelse regisseur Stephen Frears imposant. Hij brak in 1985 door met het gedurfde My Beautiful Laundrette, waarin een Pakistaanse jongen een openlijke liefdesaffaire krijgt met een blank schoffie (Daniel Day-Lewis). Hij is verantwoordelijk voor prachtige drama’s (Dangerous Liaisons, 1988 en The Queen, 2006), memorabele misdaadfilms (The Grifters,1990 en Dirty Pretty Things, 2002) en meesterlijke komedies (Hero, 1992 en High Fidelity, 2000). Met het saaie scenario en een totaal gebrek aan bezieling heeft Frears met Lay the Favourite gegokt en kansloos verloren.

 

18 januari 2013

 
ALLE RECENSIES

Django Unchained

***

recensie  Django Unchained

Bloedfeest op de plantage

door Alfred Bos

Deze film van Quentin Tarantino is een bijna drie uur durende western, vol geweld, humor en het weinig politiek correcte woord ‘nigger’. Wie daar geen probleem mee heeft, wacht een avond ‘ouderwets’ filmgenot.

Na onder meer een blaxploitation film, een chanbara (zwaardvechtersfilm), horror en een oorlogsfilm, is Tarantino’s laatste een wild-westfilm. Zoals te verwachten van de man die graag stoeit met genres en conventies, heeft Django Unchained een atypische held. Django (Jamie Foxx) is een zwarte (ex)slaaf. Samen met een als rondreizende tandarts vermomde premiejager – een wederom voortreffelijke rol van de Oostenrijkse acteur Christoph Waltz, die met zijn bijdrage aan de vorige Tarantino, Inglourious Basterds, in Hollywood is doorgebroken – gaat hij op zoek naar zijn als slavin verkochte vrouw.

Django Unchained

Tarantino neemt ruim de tijd om het verhaal op te zetten, waardoor de kijker alle gelegenheid krijgt om de twee ongebruikelijke karakters beter te leren kennen. Alleen de introductie duurt al een uur en is een film op zich. Er zijn verrassingen, bijvoorbeeld Don Johnson als plantage-eigenaar. Er is gitzwarte humor, de scène met een bloeddorstige Ku Klux Klan-posse is hilarisch. En er is geweld dat zo over de top is, dat het cartoonesk wordt. Kort gezegd, typisch Tarantino.

Filmauteur van het oude stempel
Django en premiejager Dr. King Schultz (hij is Duitser, wat zijn accent verklaart) vinden Django’s vrouw, de zwarte slavin Broomhilda (Brünhilda, ze spreekt Duits!), op de plantage Candieland, eigendom van de verrukkelijk sinistere Calvin J. Candie (Leonardo DiCaprio). Diens peloton zwarte bedienden staat onder commando van een nauwelijks herkenbare, maar vertrouwd schmierende Samuel L. Jackson. We zijn dan zo’n twee uur verder en wie dan nog niet genoeg hoofden uiteen heeft zien spatten of misselijk makende wreedheden gezien, wees gerust. Er volgt een bloedfeest dat niet onderdoet voor de climax van Kill Bill. Candieland krijgt een nieuw verfje, van bloed.

Sinds hij in 1992 met Reservoir Dogs werd binnengehaald als het nieuwe wonderkind, geldt Tarantino als het summum van cool. In feite is hij evenwel een filmauteur van het oude stempel, zo een die zelf zijn scripts schrijft, met een vaste crew werkt en vertrouwt op zijn ambachtelijke techniek, niet op speciale effecten of computergraphics. Het ‘ouderwetse’ tempo van Django Unchained past bij dat van 1858, het jaar waarin de filmt begint. Er zijn spitse dialogen, uitzinnige karakters en verrassende, maar plausibele plotwendingen. Alles wat na Jaws en Star Wars uit de standaard Hollywood-film is verbannen.

Django Unchained

Lachspiegel
Tarantino is eigenlijk het bastaardkind van Jean-Luc Godard (nouvelle vague) en de Shaw Brothers (martial arts filmstudio uit Hong Kong), en Django Unchained een hommage aan de spaghettiwestern, de Europese variant van het Amerikaanste aller filmgenres. Franco Nero, die de titelrol vertolkte in de originele Django (uit 1966), is te zien in een cameo. Tarantino zelf speelt ook een rolletje en deinst er niet voor terug om—zichzelf te laten opblazen. Dat soort ironie is aan een Spielberg of een Lucas niet besteed.

Het is niet moeilijk om in Django Unchained een satire op de Amerikaanse cultuur te zien. De film toont een samenleving waarvan wantrouwen, geweld en wreedheid de basisingrediënten zijn. Alle blanke Amerikanen zijn of gewetenloze geldwolven of ongeletterde idioten, vaak beide; ze communiceren via list, intimidatie en geweld. Tarantino houdt zijn publiek een met bloed bespatte lachspiegel voor: officieel mag de slavernij zijn afgeschaft, maar zoveel is er sinds 1858 in Amerika ook weer niet veranderd.

 

11 januari 2013

 
ALLE RECENSIES
 

Life of Pi

****

recensie  Life of Pi

Oogstrelend filmepos met spiritueel tintje

door Astrid van Pelt

Voor wie National Geographic mooi maar te traag en organisch vindt, kan Life of Pi uitkomst bieden. Sterrenhemels, Hindoeïstische tempels, een range aan diersoorten en razend natuurgeweld verpakt in een haast mystiek verhaal over levenskracht.

Life of Pi is het onwaarschijnlijke overlevingsverhaal van de jonge Pi, gebaseerd op de gelijknamige bestseller van Yann Martel uit 2001. Terwijl het boek begint met een uitgebreide filosofische bespiegeling van Pi’s visie op het leven, reduceert de film dit tot enkele treffende voorbeelden. Regisseur Ang Lee heeft er duidelijk voor gekozen de nadruk op het visuele spektakel te leggen.

Life of Pi

Moeizaam begin
De beginscènes, waarin Pi in gesprek is met de schrijver die zijn levensgeschiedenis wil optekenen, komen niet echt van de grond. Pas wanneer Pi’s verhalen verdergaan dan het navertellen van zijn kindertijd en worden ondersteund door flashbacks, gaat het verhaal leven.

Pi, voluit Piscine, vernoemd naar een zwembad, groeit op in India als zoon van dierentuineigenaren. Aan het eind van Pi’s tienerjaren besluit het gezin zijn heil in Canada te zoeken. Onderweg komt de boot in een allesverwoestende storm terecht. Pi kan nog net samen met enkele meegereisde dierentuindieren in een reddingsboot springen. In een survival of the fittest leggen zij al snel het loodje. Maar één dier zal Pi tot het einde blijven vergezellen: de Bengaalse tijger Richard Parker, die zijn naam dankt aan een administratieve omwisseling met de vinder van het dier.

Overlevingspoging
De helft van de film portretteert Pi’s overlevingspoging na de scheepsramp. Hij moet niet alleen met veel creatief vermogen de tijger in bedwang houden, maar krijgt ook te maken met de onstuimige natuur. Het onrealistische verhaal wordt hierbij niet gemaskeerd: de levendigheid van de oceaan varieert van een spiegelglad gemeentelijk kanaaltje waarin de kwallen fluorescerend wit oplichten tot een wild golvende watermassa waarin een buitencategorie formaat walvis enkele meters naast de lifeboat een ceremoniële sprong maakt.

Life of Pi

Deze ongeloofwaardige natuurverschijnselen zijn echter met zoveel overtuigingskracht uitgevoerd dat ze geen lachwekkend effect hebben. Een stijlbreuk ontstaat pas wanneer de film zonder succes een humoristische noot tracht toe te voegen, bijvoorbeeld als Richard Parker in het gezicht van Pi plast.

Visuele krachtpatserij
De CGI-techniek, die mogelijk maakt de tijger digitaal in te voegen, is zo precies uitgevoerd dat het lijkt alsof acteur Suraj Sharma zijn leven daadwerkelijk heeft geriskeerd door op enkele meters van een tijger te zitten. In deze prachtige beelden stelt Pi zijn relatie met Richard Parker aan de kaak: ‘My fear of him keeps me alert and gives my life a purpose’. De combinatie van visuele krachtpatserij en levensbeschouwelijke bespiegelingen zorgen voor betovering en een filosofische nazit.

 

18 december 2012

 
ALLE RECENSIES