Grace Jones: Bloodlight and Bami

**

recensie Grace Jones: Bloodlight and Bami

De waarheid achter Grace Jones blijft uit beeld

door Alfred Bos

Documentairemaker Sophie Fiennes volgde popicoon Grace Jones een aantal jaren tijdens en buiten haar werk. Het resultaat is een lukrake registratie zonder context. Met fraaie concertbeelden, dat wel.

De donkere diva is inmiddels zeventig, maar staat nog immer springlevend op het toneel. Oma of niet, ze slingert al zingend de hoepel rond haar heupen alsof ze een stoute tiener is. Grace Jones is een geboren rebel, dochter van een strenge Jamaicaanse dominee, icoon van ongetemde expressie, voormalig fotomodel en discodiva, de eerste zwarte androgyne popster. Wie is geen fan van Grace Jones?

Grace Jones: Bloodlight and Bami

Onafhankelijke vrouwen waren in de popmuziek van eind jaren zeventig met een lantaarntje te zoeken. En onafhankelijke popsterren van niet-westerse afkomst, bovendien androgyn en extravagant, stoer en openlijk spelend met hun seksualiteit, kwamen van een andere planeet. Toen Grace Jones na drie weinig opmerkelijke discoplaten in 1980 met het new wave-album Warm Leatherette op aarde landde, doorbrak ze muren tussen sekses, genres en disciplines. Muziek, mode, theater, nachtclub, rockpodium, mainstream, avant-garde—voor Grace Jones bestonden die categorieën simpelweg niet. Het was allemáál haar terrein. Leve de zelfexpressie.

Lukraak opgeknipt
Grace Jones kwam als eerste met het popconcert als modeshow en dansrevue, een spektakelstuk waarin de choreografie en verkleedpartijen net zo belangrijk waren en net zoveel indruk maakten als de muziek. Alle vrouwelijke popsterren die na haar uitgroeiden tot stadionact, van Madonna en Britney Spears en Christina Aguilera tot Beyoncé, Lady Gaga en Taylor Swift, zijn schatplichtig aan Grace Jones.

Over haar persoonlijke geschiedenis en impact op de populaire cultuur leren we in de documentaire Grace Jones: Bloodlight and Bami hoegenaamd niets. Het zijn in feite twee op zichzelf staande films: Grace Jones de performer in een reeks concertopnames en Grace Jones achter de schermen – ogenschijnlijk lukraak opgeknipt en zonder context of uitleg door elkaar geplakt.

Grace Jones: Bloodlight and Bami

Boos, maar waarom?
Daarmee lijkt regisseur Sophie Fiennes (zus van acteurs Ralph en Joseph), die eerder eigenzinnige documentaires maakte rond de Sloveense anti-filosoof Slavoj Zizek, te focussen op de mens achter de mythe en een meer naturel portret te schetsen van de vrouw die de provocatie tot kunstvorm heeft verheven. Maar wat zien we eigenlijk? Jones is ook maar een mens – zoals ze zelf in een telefonisch twistgesprek onomwonden toegeeft – die steunt op creatieve partners als muzikanten, kledingontwerpers en producers. Een uur en 55 minuten is wel heel veel tijd om die open deur uit zijn hengels te trappen.

Fiennes volgt haar onderwerp en stelt nergens vragen, ze registreert en de kijker is de omstander die meekijkt. De beelden van Grace in kleed- of hotelkamer – of onder douche – worden afgewisseld met een bezoek aan haar familie in Jamaica. En daar slaat het gebrek aan context geeuwverwekkend toe, want dat de familieverhoudingen nog immer niet vrij zijn van wrijvingen is duidelijk, maar naar het hoe en waarom is het gissen. Waarom is Grace Jones na al die jaren nog steeds zo boos? Daar blijft Bloodlight and Bami (Jamaicaans patois voor ‘rood studiolicht’ en ‘brood’) net zo raadselachtig over als de titel van de documentaire. Werk en familie? De definitieve film over Grace Jones moet nog gemaakt worden.
 

7 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Whitney

****

recensie Whitney

Misbruikte schoonheid

door Alfred Bos

Was sterzangeres Whitney Houston heimelijk biseksueel? Sloeg echtgenoot Bobby Brown haar? Werd ze als kind misbruikt? En waarom haatte dochter Krissi haar? Dat alles en nog veel meer in de documentaire Whitney. Niks sensatiezucht, maar eerherstel.

Hoe zou de popmuziek van het sociale media-tijdperk hebben geklonken zonder Whitney Houston? Anders, minder gemaniëreerd, meer naturel. Elke zangeres die de afgelopen vijftien jaar heeft meegedaan aan een tv-talentenjacht probeert Whitney’s vocale strapatsen te imiteren, inclusief trillers, uithalen en melisma. Maar niemand komt ook maar in de buurt van haar aangeboren en – door haar moeder, zangeres Cissy Houston – behoedzaam getrainde talent. Haar mezzosopraan buigt staal.

Op 11 februari 2012 werd Whitney Houston dood aangetroffen in haar kamer in het Beverly Hills Hotel in Los Angeles. Verdronken in bad. Ze had haar tante Mary eropuit gestuurd om cupcakes te scoren, daar had ze opeens zin in. De autopsie trof in haar bloed cocaïne en een reeks (legale) medicijnen aan. Ze was in het water weggedommeld. Een banaal einde voor de zangeres die de link vormt tussen Aretha Franklin en Rihanna, tussen gospel en ‘arrenbie’, tussen de kerk en de straat. De straat won, uiteindelijk.

Meest onderscheiden vrouwelijke artiest ooit
Het ging al een aantal jaren niet goed met het natuurtalent dat op 21-jarige leeftijd de muziekwereld en het publiek verblufte. Whitney Houston uit 1985 werd het meest succesvolle debuutalbum van een zangeres ooit (wereldwijd meer dan dertig miljoen exemplaren verkocht). Ze had zeven Amerikaanse nummer 1-hits op rij, meer dan The Beatles, Elvis Presley, Bee Gees of Michael Jackson. Ze wist The Star Sprangled Banner, het Amerikaanse volkslied, tot tweemaal toe de Amerikaanse hitparade in te zingen en haar vertolking van Dolly Partons I Will Always Love You (uit de hitfilm The Bodyguard, 1991) is de best verkochte single van een vrouw uit de historie van de hitparade. Het werd na haar dood opnieuw een hit.

Whitney Houston is volgens Guinness World Records de meest onderscheiden vrouwelijke artiest ooit, maar stierf diep ongelukkig. Hoe heeft het zover kunnen komen? Het korte antwoord, bondig genoeg voor een t-shirt: beauty meets abuse. Moeder Cissy voedde haar beschermd op en stuurde Whitney naar een katholieke privéschool voor meisjes; daar ontmoette ze haar hartsvriendin (en liefdespartner, wordt gesuggereerd) Robyn Crawford. Platenbaas Clive Davis adoreerde Nippy, zoals familie en intimi haar noemden, en waakte over haar als een kostbare schat. Wat ze was, in muzikaal én zakelijk opzicht.

In 1989 kwam de straat in haar leven, in de persoon van Bobby Brown, op dat moment een grote (en vernieuwende) ster aan het soulfirmament. Na haar huwelijk met de hitmaker werd Houstons muziek minder mainstream en meer avontuurlijk, met het album My Love Is Your Love uit 1998 als beste bewijs: het is de blauwdruk van Beyoncé’s solorepertoire. Maar met Brown kwamen ook de drugs. En de handtastelijkheden. En de sabotage. Whitney was een grotere ster dan Bobby en daar kon Mr. Houston niet mee omgaan. Ze gaf haar productiemaatschappij zijn naam. De na-ijver bleef, de coke vrat haar stem aan. Whitney werd langzaam een zombie.

Whitney

Parallellen met Amy
Toen ze in 2001 een rampzalig tv-interview gaf gonsden de geruchten al volop: het gaat niet goed met Whitney. In een aantal fragmenten uit de documentaire is ze nauwelijks herkenbaar. Die harde cokekop is niet de levenslustige hartendief van I Wanna Dance With Somebody of de smachtende sirene van I Will Always Love You. ‘Ze probeerde zichzelf te vinden’, aldus tante Mary, de laatste die haar levend zag. ‘Ik was altijd op de vlucht’, volgens Whitney zelf. Heeft ze zich ooit veilig gevoeld?

Ze zou op 9 augustus 55 jaar oud zijn geworden. Het is de dag waarop Whitney verschijnt, de film die is geregisseerd door Kevin Macdonald, de man van de Bob Marley-docu Marley uit 2012, en geproduceerd door de mensen achter de documentaire over Amy Winehouse, Amy. Er zijn opvallende parallellen met het tragische verhaal van de Britse soul- en jazzzangeres: een opportunistische vader en een dubieus vriendje c.q. echtgenoot. En dan is er de sensationele beschuldiging van halfbroer Gary: Whitney en hij zouden als kind zijn misbruikt door tante Dee Dee Warwick, zus van Dionne en een van de eersten in de muziekindustrie die openlijk lesbisch was.

Whitney is geen hagiografie en smeert de sensatie er niet dik op. Interviews met naaste familieleden en intimi worden afgewisseld met archiefbeelden en homevideo’s, op de wijze waarop Amy is samengesteld. Dat betekent dat er ook vlekkerige en schokkerige beelden langskomen die sommige kijkers schele hoofdpijn kunnen bezorgen. Whitney zet iets recht: de karikatuur uit de laatste fase van haar loopbaan maakt plaats voor een tragédienne. Eerherstel voor een uitzonderlijk talent.
 

6 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Betty: They Say I’m Different

****

recensie Betty: They Say I’m Different

De vrouw met het hete telefoonboekje

door Alfred Bos

In de jaren zeventig was er meer vrijheid dan ooit. Maar een zwarte vrouw die openlijk zong over seks was twee stappen te ver: vrouw en zwart. Deze documentaire is een ode aan en eerherstel voor vergeten funkicoon Betty Davis.

Betty: They Say I’m Different

Veel popmuziek gaat over seks en het genre dat funk genoemd wordt al helemaal; het scheelt maar één letter. Beyoncé en Rihanna maken er geen geheim van, Macy Gray en Erykah Badu doen er ook niet moeilijk over, maar de eerste zwarte vrouw die openlijk over seks zong was Betty Davis. In de jaren zeventig, ruim voor Prince zijn hitsigheid omzette in hits, zong Davis in bloemrijk straatjargon over jeukende geslachtsdelen en marathonparingen. Luister naar Shoo-B-Doop And Cop Him, het openingsnummer van haar tweede album They Say I’m Different uit 1974, en het is klaar: deze vrouw doet wat haar lust.

Tussen 1973 en 1975 maakte Betty Davis drie platen die de heilige graal zijn onder liefhebbers van lowdown dirty ass funk. Ze verkochten nauwelijks en de artieste verdween geruisloos van het toneel. De wereld was nog niet klaar voor een vrouw die niet bleu was over haar driften, en al helemaal geen zwarte vrouw. Ze pionierde de weg voor Grace Jones en Madonna, popsterren die in de jaren tachtig de braafheid afwierpen. Met #metoo als ruggesteun is de tijd rijp voor eerherstel van vrouwelijke kunstenaars die (te) lang onder het tapijt zijn geschoven. Deze korte documentaire (55 minuten) is perfect getimed.

Miles Davis
Betty Davis, geboren Mabry, van bouwjaar 1945, was een vlinder. Kleurrijk, fragiel, gevoelig, creatief; een gangmaker in het bohemienmilieu van New York midden jaren zestig. Twee mannen hebben haar leven getekend. Ze adoreerde haar vader, die haar onvoorwaardelijk steunde. En ze was, van 1968 tot 1969, een jaar lang getrouwd met Miles Davis. Het huwelijk van de jazztrompettist, toen 42 jaar oud, en zijn 23-jarige muze heeft beide partners wederzijds en blijvend beïnvloed. Zij stelde hem voor aan Jimi Hendrix en liet hem de muziek van Sly & The Family Stone horen. Hij stimuleerde haar om haar teksten en muziek zelf op te nemen.

Betty Davis siert de hoes van Filles de Kilimanjaro, het album uit 1968 waarop Miles Davis de eerste stappen zet op weg naar de fusie van jazz en rock die uitmondde in het legendarische dubbelalbum Bitches Brew (1970); de titel was een suggestie van Betty. Miles Davis geeft in zijn autobiografie grif toe dat het Betty was die hem de ogen opende en op nieuwe ideeën bracht. Het moet een speciale relatie zijn geweest, want zelfs jaren na de scheiding was er een band. Op haar derde album, Nasty Girl (1975), staat het nummer You And I, geschreven in samenwerking met Miles (en gearrangeerd door Gil Evans). Het gaat over Miles.

Kraai
Betty Davis was überhip, had een excellente smaak en een heet telefoonboekje met de nummers van gevierde en bevriende muzikanten. In 1973 nam ze met onder meer de ritmesectie van Sly & The Family Stone haar titelloze debuutalbum op. De openingstrack, If I’m In Luck I Might Get Picked Up, windt er geen doekjes om. En geen enkele vrouw had op dat moment zulke moddervette, van geiligheid schuimende funk op plaat gezet. Dat was schrikken, ook voor media en muziekindustrie.

Een vierde album kwam nooit uit (het verscheen pas in 2009 als Is It Love Or Desire?) en Betty Davis verdween, ook voor haar directe omgeving en vrienden. Ze werd een kluizenaar en groeide onder ingewijden – vergelijkbaar met voormalig tieneridool annex avant-garde muzikant Scott Walker – uit tot een mythe. De documentaire maakt duidelijk dat Davis de dood van haar vader emotioneel nooit te boven is gekomen. “Er heeft altijd een vogel in me gewoond”, zegt ze. Een kraai. Maar na de dood van haar vader “kon ik de kraai niet meer horen”.

Betty: They Say I’m Different is een met veel liefde gemaakt portret dat op esthetische wijze haar privacy respecteert. De film, die tijdens IDFA 2017 in première ging en deels met crowdfunding is gefinancierd, is betrokken van toon en afwijkend van vorm; animaties en beeldbewerking illustreren interviews. Aan het woord komen muzikanten, intimi en Davis zelf, 72 inmiddels. Maar niet zoals je verwacht. Ze is nog steeds net een tikje anders.
 

16 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Only the Brave

**

recensie Only the Brave

Soms werkt een documentaire beter dan een speelfilm

door Cor Oliemeulen

Zoals koppen in kranten prikkelen om het verhaal te lezen, verzint Hollywood pakkende filmtitels die soms weinig aan de verbeelding overlaten. Only the Brave gaat inderdaad over op het oog onverwoestbare helden. ‘Gelukkig’ is er een pluspuntje: de film loopt niet goed af.

Deze biografie van brandweermannen die omkomen tijdens hun werk levert een dubbel gevoel op. Deze gepassioneerde vuurvreters verdienen zonder twijfel een eerbetoon, maar hun noeste arbeid in Only the Brave wordt te vaak gehinderd door romantisering en dramatisering. Zo redt de misfit in het vuurbestrijdingsteam het leven van een collega door hem nog net onder een vallende boom uit te trekken, waardoor hij direct geaccepteerd wordt. En als de teamleider op een dag tegen zijn vrouw zegt dat deze brand wel meevalt en dat hij rond de middag weer thuis zal zijn, weet iedereen dat dit het moment is waarop we al de hele tijd zaten te wachten.

Only the Brave

Hotshots
In het Arizona van 2007 houdt een groep rouwdouwers zich bezig met het bestrijden van bosbranden. Aangevuurd door de wens, kennis en ervaring van hun teamleider probeert de ploeg de status van hotshots te bemachtigen. Zonder dit certificaat moeten zij bij grote branden wachten totdat een elitegroep is gearriveerd. We leren al snel dat deze hotshots geen water, maar vuur, gebruiken om vuur te bestrijden. Door gecontroleerde branden achter een gegraven geul kan de aanstormende brand worden gestopt. Meestal dan.

Het is slechts een kwestie van tijd dat onze groep helden zich de Granite Mountain Hotshots mag noemen. In de film volgen we de privélevens van twee van hen: teamleider Eric (Josh Brolin) en misfit Brendan (Miles Teller). Eric verwaarloost zijn vrouw Amanda (Jennifer Connelly) die gewonde paarden verzorgt en er schoon genoeg van heeft dat Eric zo weinig thuis is. Maar niet getreurd: als Eric op een avond een gezellig kampvuur (!) maakt, slaan de romantische gevoelens toe en begrijpt ook hij dat zij een kind wil.

Tijdens onze eerste kennismaking met Brendan zien we een notoire drugsgebruiker die bij toeval ontdekt dat zijn ex-vriendin zwanger van hem is, maar zij zegt dat zij niets meer met hem te maken wil hebben en dat zij het kind straks alleen zal opvoeden. Nadat ook Brendans moeder hem de deur heeft gewezen, besluit de junk zich aan te melden bij het brandweerkorps van Eric, die hem na veel vallen en opstaan aanneemt. Als hij na de geboorte van zijn kind boodschappen bij de voordeur van zijn ex neerzet, weten we dat het wel goed komt met Brendan.

Only the Brave

Oudgedienden
Only the Brave is een typische Hollywoodfilm: een simpel verhaal en geen plaats voor karakterontwikkeling; mooie omgevingsplaatjes en een sentimentele finale. Het is geen verrassing dat regisseur Joseph Kosinski (die eerder nog maar twee speelfilms maakte: Tron en Oblivion) waarschijnlijk het ‘langverwachte’ vervolg van Top Gun (1986) zal maken. De soundtrack – met weliswaar voordehandliggende vuurvreetnummers als ‘Tush’ (ZZ Top), ‘Jump in the Fire’ (Metallica) en ‘It’s A Long Way To The Top’ (AC/DC) – houdt de vaart er aardig in.

Naast Josh Brolin, Jennifer Connelly en Miles Teller zien we twee oudgedienden wiens rollen redelijk onduidelijk blijven. Het optreden van Andie MacDowell is een niets toevoegende cameo, terwijl haar echtgenoot (?) in de film, Jeff Bridges, fungeert als een soort mentorfiguur die ook nog een countrynummertje mag zingen. Hoewel voor menig kijker op het eind een zakdoekje geen overbodige luxe zal zijn, is het Bridges die met slechts één korte snikkende kreet de meest pure emotie van heel Only the Brave produceert. Sommige gebeurtenissen lenen zich nu eenmaal beter voor een documentaire dan voor een speelfilm.
 

28 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Nico, 1988

****

recensie Nico, 1988

Eerlijk portret van een 60’s icoon 

door Suzan Groothuis

In Nico, 1988 volgen we Christa Päffgen, beter bekend als Nico van The Velvet Underground of als muze van Andy Warhol, in haar laatste jaren. Een vrouw met een bewogen leven, waarover muzikant en bandlid James Young in zijn boek Nico, Songs They Never Play On The Radio schreef: From the start, Nico seemed destined for a life of strange tensions and weird scenes.

De van oorsprong Duitse was iemand om wie je niet heen kon. Een prachtige, indrukwekkende verschijning (Nico deed modellenwerk en had een rolletje in Fellini’s La Dolce Vita) die in de jaren ’60 naar Amerika kwam en daar Andy Warhol ontmoette. Hij bracht haar in contact met The Velvet Underground en produceerde hun debuutalbum. Nico werd toegevoegd als chanteuse en zong een paar nummers mee. Zij was echter nooit officieel lid van de band en ging solo verder.

Nico, 1988

Nico ontwikkelde een eigenzinnige, donkere muzikale stijl, begeleid door haar zware stem en harmonium. Met haar muzikale carrière begon ook een jarenlange heroïneverslaving. In 1988 kwam plots een einde aan Nico’s leven, nadat zij in Ibiza door een val van haar fiets aan een hersenbloeding bezweek. In 1995 verscheen de documentaire Nico Icon, waarin vrienden, muzikanten en familie terugblikken op haar leven. Ook Nico zelf, met haar diepe, karakteristieke stem: “Regrets? I’ve got no regrets… except that I was born a woman instead of a man.”

Het geluid van brandend Berlijn
Nico’s karakter was er een van uitersten: introvert maar aanwezig, met een obsessie voor verval en destructie. Nico, 1988 opent dan ook met zowel dreigende als schone beelden: een jonge Christa kijkt, terwijl de hemel donker kleurt, naar fel licht in de verte. Brandend Berlijn, het einde van de Tweede Wereldoorlog. Een plaatje dat zij nooit meer vergeten zou. Maar ook het geluid dat zij toen hoorde blijkt een grote rol te spelen in Nico’s latere muzikale carrière: gewapend met een opnamekoffer probeert ze het te vangen. Het geluid van het einde van de oorlog, nog nagloeiend in Nico’s zijn: “It was the sound of defeat”.

Nico wordt in Nico, 1988 vertolkt door de Deense actrice Trine Dyrholm (In a Better Word, A Royal Affair). Ondanks dat zij qua uiterlijk niet lijkt op Nico, weet Dyrholm een indrukwekkend portret neer te zetten en met haar stem en karakteristieken dichtbij te komen. Dyrholm zingt alle nummers zelf en doet dat met verve. Met name een illegaal concert in voormalig Tsjechoslowakije laat de haren op de armen rijzen: kippenvel. We zien een uitzinnige Nico die als een echte punkdiva het publiek met het nummer My Heart Is Empty mee krijgt en alles geeft wat ze in zich heeft.

Nico, 1988

Ook het persoonlijke portret van Nico in haar laatste twee jaren is geloofwaardig: regisseur Susanna Nicchiarelli toont haar ongegeneerd, maar altijd eerlijk en met respect. Er zijn beelden van internationale optredens, dan weer briljant, dan weer gênant. En de pogingen van Nico om een band op te bouwen met haar suïcidale zoon Ari, terwijl ze zelf als het even kan heroïne spuit. Maar er is ook gevatheid en humor, zoals een scène met een fles limoncello. Nico’s oog valt er op, maar de eigenaar twijfelt het haar te geven. Nico: “The bottle is too precious”.

Muziek als levensdoel
Ondanks – of misschien wel dankzij – Nico’s complexe persoonlijkheid is het onoverkomelijk dat je als kijker empathie voor haar voelt. Haar doorzettingsvermogen, afgezien van de tegenslagen – een hardnekkige drugsverslaving, een muzikale carrière die maar moeilijk van de grond komt en een suïcidale zoon – is bewonderenswaardig.

Dit is geen portret van de Nico van The Velvet Underground. Dit is een eerlijke weergave van de vrouw van na The Velvets die niet langer mooi gevonden wilde worden en zich richtte op haar levensdoel: “My life started after the experience with The Velvet Underground. I started making my own music.”
 

15 april 2018

 
MEER RECENSIES

LBJ

****

recensie LBJ

President tegen wil en zonder dank

door Alfred Bos

Lyndon B. Johnson werd na de moord op John F. Kennedy Amerika’s 36ste president. Hij voltooide een historische taak en doorbrak een traditie. Acteur Woody Harrelson toont de man achter het mediabeeld.

Lyndon B. (Baines) Johnson was de eerste ‘Zuidelijke’ Amerikaanse president. Hij was tevens de machtigste man van het land (en de wereld) tijdens de meest turbulente periode uit de recente geschiedenis van de Verenigde Staten. De strijd om de burgerrechten, de escalatie van oorlog in Vietnam die het land diep verdeelde en de culturele revolutie van de jaren zestig bereikten hun crescendo tijdens LBJ’s periode in het Witte Huis. In 1968 had hij er genoeg van. Het land was onherkenbaar veranderd. De politieke traditie in Amerika eveneens.

LBJ

Johnsons voorganger, John F. (Fitzgerald) Kennedy, was net als diens voorganger Eisenhower en alle Amerikaanse presidenten voor hem, afkomstig uit de elite van de Amerikaanse oostkust. Na 1968 heeft Amerika geen presidenten meer gekend die hun machtsbasis hadden in New England. Nixon en Reagan kwamen uit Californië; Carter, Bush Senior, Clinton en Bush Junior uit het Zuiden; Obama leerde het politieke vak in Chicago. De huidige president, Trump, is in meerdere opzichten een anomalie. In één aspect zet de vastgoedbaron uit New York het door LBJ geïntroduceerde patroon voort: hij is geen elite.

Bruggenbouwer
Johnson is derhalve een markante president, maar – al wordt zijn verblijf in het Witte Huis in- en uitgeleid door twee politieke moorden: op president Kennedy en Martin Luther King, voorman in de strijd voor burgerrechten en in die functie Johnson voornaamste politieke kompaan – minder mythisch dan zijn voorganger, Kennedy, of zijn opvolger, Nixon. De speelfilm van Rob Reiner corrigeert dat gebrek en concentreert zich op de aanloop naar en eerste maanden van Johnsons presidentschap.

Woody Harrelson speelt Johnson als boerse pragmaticus met mensenkennis en haarfijn politiek inzicht. Hij is ambitieus én bescheiden, een geboren bruggenbouwer. Wanneer de senator voor Texas het in 1960 tegen Kennedy opneemt als presidentskandidaat van de Democraten, verliest hij in de eerste stemronde. John F. Kennedy (Jeffrey Donovan, hij speelde Robert Kennedy in J. Edgar) kiest Johnson, in bijna ieder opzicht zijn tegendeel, als running mate. Zijn broer Robert (Michael Stahl-David) wantrouwt de Texaan vanaf dag één, maar Kennedy ziet in Johnson de man die hem de Zuidelijke stem zal geven.

De voormalige leraar uit West-Texas wil eigenlijk geen vicepresident worden. Zijn vrouw, Lady Bird (Jennifer Jason Leigh): “Hij is bang dat de mensen niet van hem houden.” John F. Kennedy: “Het is een gevoelige man met een enorm ego.” Hij is niet te beroerd om zijn mentor, de senator voor Georgia, Richard Russell (Richard Jenkins), in diens gezicht een racist te noemen. Johnson zit met Lady Bird in de derde auto van president Kennedy’s motorcade, wanneer die op 23 november 1963 in Dallas, Texas wordt vermoord. Om 15:39, drie uur na de aanslag, wordt Johnson ingezworen als de 36ste president van de Verenigde Staten.

LBJ

Kennedy’s erfenis
LBJ telt opvallende parallellen met Darkest Hour, de recente film over Winston Churchill. We zien een man die op een moment van crisis ongevraagd de macht in handen krijgt geschoven en vier dagen later, op 27 november, in een historische toespraak tegen het Congres (zijn eerste als president) het martelaarschap van Kennedy inzet om diens omstreden beleid door het politieke systeem te loodsen. Johnson is de geschiedenis ingegaan als een man van daden, maar Reiner toont hem als man van het woord, Shakespeare en Lincoln citerend.

Met de Civil Rights Act van 2 juli 1964 zette Johnson niet alleen Kennedy’s ideeën om in wettelijk vastgelegde praktijk, als eerste Zuidelijke president voltooide hij tevens de taak die zijn voorganger Lincoln zichzelf in 1861 had opgedragen en hielp Amerika daarmee af van een kwestie die het land sinds de Burgeroorlog had verdeeld. Een maand later begon de escalatie van Kennedy’s andere erfenis, de oorlog in Vietnam, die bepalend zou blijken voor Johnsons reputatie als president. Amerika raakte opnieuw tot op het bot verdeeld, maar daar gaat LBJ niet over.

Regisseur Rob Reiner werd bekend als de acteur die Meathead speelde in de befaamde jaren zeventig tv-serie All In The Family en als de regisseur van de rockparodie This Is Spinal Tap en de klassiek geworden romcom When Harry Met Sally. Zijn curriculum telt meerdere films over politieke onderwerpen en LBJ past daar naadloos tussen. Deze ode aan een miskende man is degelijk, bijna ‘ouderwets’ vakwerk zonder knaleffecten of fictieve feel good scènes. Zonder hype dus, net als LBJ zelf.
 

13 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Tom of Finland

***

recensie Tom of Finland

‘It seems Finland has bigger cocks’

door Ralph Evers

De biopic Tom of Finland verhaalt over de levenswandel van de introverte homo-kunstenaar Touko Laaksonen, die internationaal bekend werd door zowel zijn hypermasculiene homo-verheerlijking als zijn handtekening ‘Tom of Finland’.

Finland is een beetje een vreemde eend in de Europese bijt. Dat andere taaltje dat godsonmogelijk is om onder de knie te krijgen. Dat woeste land, dat enerzijds kalmeert door haar duizenden meren en verlaten, stille landschappen. Anderzijds de moordende kou in de winter en de even zo moordende hoeveelheid muggen in de zomer.

Kennismaking met Finland
De schrijver van deze recensie kwam in zijn studententijd graag in Finland. Hij had daar – mede door zijn metal-liefhebberij – aardig wat vrienden zitten en met zijn studie psychologie zeeën van tijd. Zo leerde hij al gauw de modernistische architectuur van Alvar Aalto kennen, de symfonieën van Sibelius en, wat natuurlijk veel interessanter was, de films van Kaurismäki, maar ook de karaoke-cafés, om te eindigen met de heerlijk sappige soap van een andere wereldberoemde Fin: Matti Nykänen (verfilmd in 2006 onder de titel Matti). Beschouwd als ‘s werelds grootste skischansspringer die viermaal olympisch goud won. Daarnaast was het een notoire drinker, sloeg hij menig vrouw het ziekenhuis in en wist hij vriend en vijand te verbazen met niet al te snuggere oneliners. Tot slot was daar Tom of Finland.

Tom of Finland

De film begint ten tijde van de winteroorlog tegen de Russen in begin 1940 (het verslag van deze oorlog is indrukwekkend verfilmd in Talvisota). Tussen het oorlogsgeweld door zien we hoe in het geheim homomannen elkaar wisten te vinden in de donkere parken. We leren Touko kennen als de introverte man, die z’n werk bij de luchtafweer halfbakken doet en een leven lang worstelt met het feit dat hij een Russische paratrooper doodde. Na de oorlog gaan de ontmoetingen door, altijd in het geheim. Soms bij hooggeplaatste mensen waar andere homo’s zich tijdelijk veilig wanen en hun fantasieën kunnen uitleven, soms leidend tot excessief geweld van de autoriteiten. Homoseksualiteit was ook in Finland, evenals zoveel andere landen, niet toegestaan in de bekrompen jaren 50.

Hypermasculiene fantasieën
Om toch uiting te geven aan zijn erotische fantasieën tekent Touko ze op papier. Al snel slaan zijn geïdealiseerde, gestyleerde en hypermasculiene fantasieën aan. Eerst in kleine kring, later wereldwijd. Uiteraard mag zijn zus onder geen voorwaarde te weten komen van zijn geaardheid. Via een misgelopen avontuur in Berlijn, in de jaren na de oorlog één van de weinige plekken waar je je als homoseksueel kon overgeven aan een nachtleven, belanden zijn tekeningen in Californië. In de tussentijd werkt Touko, samen met zijn zus, als grafisch vormgever. Tevens leert hij een vroege kameraad uit het leger kennen, nu een danser, die verwoede pogingen doet diens homoseksuele geaardheid te verbloemen (hij was één van de slachtoffers van het eerder genoemde geweld).

Tom of Finland zal uiteindelijk de geschiedenisboeken ingaan als één van de meest bepalende homo-erotische kunstenaars. Een kunstenaar die oog had voor maatschappelijke posities en deze in zijn fantasierijke wereld ten positieve voor de underdog weet om te draaien. Hierin is zijn werk dubbel ondermijnend voor het gezag. In de eerste plaats omdat het tot voor kort in veel landen verboden was om homoseksueel gedrag te uiten, of überhaupt homoseksueel te zijn. In de tweede plaats omdat in zijn afbeeldingen gezagsdragers zich overgeven aan hun verborgen homo-erotische lusten (iets wat altijd al in die uniformen zat).

Tom of Finland

Zelfcensuur
Tom of Finland lijdt aan een vorm van zelfcensuur die haaks staat op de provocaties die Touko’s tekeningen voor de buitenwereld hebben. De film is suggestief in het tonen van homoseksualiteit en te tam voor deze tijd. (Wie wat dat betreft the real deal wil, wende zich tot de documentaire uit 1991 Daddy and the Muscle Academy). Daarnaast wordt eveneens controversiële interesse van nazi’s uit de film gelaten. Niet omdat Touko ze hoog had zitten, maar omdat ze nu eenmaal de meest sexy uniformen hadden.

Mogelijk leidt deze selectieve biografische vertelling en preutse vertoning tot een bredere vertoning van de film. Toch blijft het gevoel van iets missen aanwezig. Daarbij helpt het trage tempo en de nauwelijks aanwezige spanningsboog niet mee. Desondanks weet regisseur Dome Karukoski een mooi eerbetoon af te leveren en doet hij voldoende recht aan die beeldbepalende illustrator Tom of Finland, die sympathiek neergezet wordt door acteur Pekka Strang.
 

10 maart 2018

 
MEER RECENSIES

I, Tonya

****

recensie I, Tonya

Gevallen anti-ster

door Suzan Groothuis

Geïnspireerd op het waargebeurde verhaal rondom kunstschaatsster Tonya Harding, die in 1994 voor Olympisch goud wilde gaan. Het liep anders, in deze film pakkend verbeeld.

Regisseur Craig Gillespie kiest voor een raamvertelling waarin de personages terugblikken op de gebeurtenissen. Moeiteloos combineert hij verschillende stijlen en het werkt: I, Tonya is tragisch, komisch, confronterend en ontroerend. Het verhaal van een meisje dat zich omhoog knokt vanuit de onderklasse, maar haar Amerikaanse Droom blijft buiten bereik.

I, Tonya

Je zou I, Tonya een biografie kunnen noemen: het verhaal van een redneck meisje dat zich naar de top schaatst. De film heeft de opzet van een documentaire: in een interviewsetting blikken de personages terug op de gebeurtenissen. En vanaf het begin voel je het: er is iets heel erg mis gegaan.

Tonya (Margot Robbie als overtuigende white trash) zegt het zelf: “I mean, come on! What kind of friggin’ person bashes in their friend’s knee? Who would do that to a friend?” Hiermee doelend op het incident voorafgaand aan de Olympische Spelen in 1994, waarbij haar concurrente Nancy Kerrigan op brute wijze onder handen wordt genomen. We volgen Tonya van jongs af aan tot dat beruchte moment, dat een einde maakte aan haar veelbelovende carrière.

Vreemde eend in de bijt
Als jong meisje is ze al een vreemde eend in de bijt. Bijgestaan door haar nietsontziende moeder LaVona, die haar kind als driejarige peuter (“she’s a soft 4”) het ijs op stuurt. Terwijl LaVona onderhandelt met de trainster horen we Devil Woman van Cliff Richard. Er is geen betere duiding voor de harde en gevreesde LaVona, die haar kind tot het uiterste pusht om de top te bereiken.

Talent is er, zoveel is zeker. Maar Tonya wijkt af van haar leeftijdsgenoten. Haar schaatsoutfits worden door haar moeder in elkaar gezet. En wanneer ze in bont moet verschijnen, dan maar zelf konijnen villen. Tonya is er een van de onderlaag, die moet opboksen tegen meisjes uit de betere, rijkere milieus. Hoe goed ze ook schaatst, haar afkomst werkt tegen. Zelfs haar eigen moeder zegt het: “You skated like a graceless bull dyke!”

Iemand willen om te haten
Wanneer de liefde op haar pad komt, lijkt de wereld open te gaan voor Tonya. Maar haar Jeff (Sebastian Stan) blijkt al snel zijn handen niet thuis te kunnen houden. En er is altijd dat wakende, geharde oog van LaVona. Tonya’s white trash achtergrond vormt een groot contrast tegenover de sierlijkheid en kitscherigheid van het kunstschaatsen. Wil ze de top bereiken, dan zal ze zich moeten aanpassen. Maar hoe doe je dat, als je gevangen zit in een relatie die bestaat uit een spiraal van geweld en een harteloze moeder?

Margot Robbie zet Tonya neer als vechter en slachtoffer. Er is genoeg op haar persoonlijkheid aan te merken: ze heeft een scherpe tong, schuift dingen op anderen af en is egoïstisch. Maar ze moet ook opboksen tegen een enorme muur om verder te komen. Tonya is niet degene aan wie Amerika zich wil ophalen. In haar eigen woorden: “America. They want someone to love, they want someone to hate.”

I, Tonya

Verrassende en pakkende mengeling van stijlen
De Australische regisseur Craig Gillespie kennen we van Lars and the Real Girl, waarin Ryan Gosling verliefd wordt op een opblaaspop. Een verrassende, onconventionele mengeling van humor, drama en romance. In I, Tonya versmelt Gillespie ook verschillende genres. Tragikomedie, drama, het nodige huiselijke geweld en zelfs criminele uitstapjes die aan de Coens Fargo doen denken wisselen elkaar moeiteloos af.

De film zit vol scherpe oneliners, waarvan LaVona (een briljante Allison Janney) de meeste op haar conto heeft staan. Als ze even niet mee doet in het verhaal, laat ze zich toch gelden: “Well, my story line is disappearing right now. What the fuck!” Het zorgt voor een onverwacht, hilarisch moment, waarop scriptschrijver Steven Rogers wel meer patent heeft. En hoe onwaarschijnlijk de opmerkelijke gebeurtenissen ook zijn, I, Tonya blijft altijd in evenwicht.

Het is vooral Robbie die indruk maakt als Harding. Haar kracht ligt ‘m in de topsporter menselijk maken. De blijdschap en euforie stralen van haar gezicht wanneer het haar lukt om een drievoudige axel te schaatsen. Harding was de tweede vrouw die deze haast onmogelijke sprong uitvoerde. En wanneer ze zich beseft dat haar kansen voorbij zijn, is de pijn van haar gezicht af te lezen. Pijn die meer omvat dan een schaatscarrière: het leed van een outsider zijn. Van niet geliefd zijn. Van gedoemd zijn tot die eeuwige onderlaag van de Amerikaanse samenleving.
 

18 februari 2018

 
MEER RECENSIES

Post, The

*****

recensie The Post

Voor wie de klok luidt

door Alfred Bos

Steven Spielberg is boos en overtreft zichzelf met een politieke thriller over een krant die staatsgeheimen wil publiceren en een president die van liegen zijn overlevingsstrategie heeft gemaakt. Het is allemaal waar gebeurd. En hoogst actueel.

Vorig jaar februari was Steven Spielberg druk doende met de opnamen van de sciencefictionfilm Enter Player One (eind maart in de bioscoop) toen hij het script van The Post onder ogen kreeg. De meest succesvolle regisseur uit de filmgeschiedenis liet alles vallen om die film te maken. En wel nu. Het duidt op urgentie. En op persoonlijke betrokkenheid. Steven Spielberg giet zijn verontwaardiging over een bluffende botterik in het Witte Huis – de man met een eekhoornstaart als toupet – in de mal van de Spielberg-filmmagie en presto, The Post is een hoogtepunt in ’s mans toch al niet misselijke loopbaan.

The Post

The Post is gesitueerd in 1971, als de Amerikaanse president van dienst, Richard Nixon, en diens cercle onder het mom van nationaal belang de pers probeert te muilkorven. Al verschillen context en middelen, de parallellen met het heden zijn evident: president meent zich verheven boven grondwet en politiek systeem, en acht de waarheid kneedbaar. Achter de werkelijkheid van 1971 knettert de actualiteit van 2018. Het geeft de film een dwingende kwaliteit, een urgentie. Wanneer was Hollywood voor het laatst zo geëngageerd?

Feministisch rolmodel
In Spielbergs voorlaatste film, Bridge of Spies, speelt Tom Hanks een advocaat die tijdens de Koude Oorlog een buitenlandse spion redt van de elektrische stoel: uitruilen tegen Amerikaanse spionnen in Russisch gevangenschap is handiger. Diezelfde onbuigzaamheid, niet wijken voor de druk van hogerhand, neemt Hanks mee naar zijn rol van Ben Bradlee, de macho hoofdredacteur van The Washington Post. Die krant is in 1971 nog niet het instituuut dat het werd met de onthullingen rond het Watergate-schandaal die Nixon uiteindelijk de presidentiële nek kosten. Dát verhaal werd in 1976 door Alan J. Pakula verfilmd als All the President’s Men. The Post is de prequel van die klassiek geworden paranoiathriller over journalisten en klokkenluiders.

De werkelijke held van de film is evenwel Kay Graham (Meryl Streep), die in 1963, na de zelfmoord van haar man, kranteneigenaar Philip Graham, de zakelijke leiding van The Washington Post overnam. Ze is de enige vrouw in een kamer vol mannen – adviseurs, juristen en ingewijden in de politieke kringen rond het Witte Huis – die het zakelijke belang verkiezen boven het publiceren van geheime stukken. Spielberg portretteert haar als een feministisch rolmodel avant la lettre.

The Post

Historische bandopnamen
Het draait allemaal om de zogeheten Pentagon Papers. In 1966 gelastte de toenmalige minister van Defensie, Robert McNamara (Bruce Greenwood), een niet-publiekelijk onderzoek naar de besluitvorming rond alle oorlogen en buitenlandse conflicten waar de Verenigde Staten sinds de Tweede Wereldoorlog bij betrokken waren geweest. Hij twijfelde aan het nut van de oorlog in Vietnam die in 1966 snel escaleerde, vroeg zich af hoe het zover had kunnen komen en wilde documentatie voor toekomstige historici en onderzoekers. Uit het onderzoek bleek dat alle Amerikaanse presidenten, van Truman tot en met Johnson, volk en volksvertegenwoordiging hadden voorgelogen. Kopieën werden verdeeld over een aantal instituten en verdwenen achter slot en grendel.

De grootste leugenaar was evenwel Richard Nixon, in 1968 de opvolger van Lyndon B. Johnson. Die had in november van dat jaar zijn verkiezing veilig gesteld door in het geheim de vredesbesprekingen in Parijs tussen Noord- en Zuid-Vietnam te saboteren. (Het wordt uit de doeken gedaan in de onvolprezen documentaireserie van Ken Burns, The Vietnam War.)

Smetvrees heb je alleen met vuile zaakjes en bang dat die lafhartige daad, feitelijk landverraad, aan het licht zou komen liet Nixon opnameapparatuur plaatsen in de Oval Office: alle gesprekken, ook telefoonverkeer, werden opgenomen. Die bandopnamen zouden een cruciale rol spelen in de Watergate-affaire en uiteindelijk leiden tot Nixons aftreden. In The Post zien we een acteur achter het raam van het Witte Huis en horen de authentieke telefoongesprekken tussen hem en zijn minister van Buitenlandse Zaken, Henry Kissinger.

The Post

“Nixon heeft schurken om zich heen”
In 1971, het jaar waarin The Post speelt, verscheen in de gerespecteerde kwaliteitskrant New York Times een onthullende publicatie, gebaseerd op de Pentagon Papers. Het vele duizenden pagina’s tellende document was gelekt door een medewerker van de denktank RAND Corporation. Nixons en diens staf wisten via de rechter vervolgpublicaties te voorkomen.

Waarop Ben Bradlee de kans schoon ziet om het provinciekrantje Washington Post de rol van titaan New York Times over te laten nemen, net op het moment dat een beursgang de krant een broodnodige financiële injectie moet geven. Redacteur Ben Bagdikian (Bob Odenkirk) jaagt op de bron van de Times en verkrijgt een kopie van de Pentagon Papers. Maar dan, publiceren of wijken voor de intimidaties van een wraakzuchtige president? Ex-minister McNamara waarschuwt: “Nixon heeft schurken om zich heen”.

De film markeert een breekpunt in de relatie tussen pers en Amerikaanse politiek. Tot dat moment verkeren journalisten en bewoners van het Witte Huis op intieme voet, men vertrouwt elkaar. McNamara is een huisvriend van Kay Graham, Ben Bradlee deelde whiskey en schuine grappen met John F. Kennedy. Dat was na de kwestie rond de Pentagon Papers voorgoed verleden tijd. In 1968 had Nixon de verkiezingen gewonnen met vuil spel en voor zijn herverkiezing in 1972 liet hij inbreken in het hoofdkwartier van de Democratische Partij, in het Watergatecomplex. The Post houdt op waar All the President’s Men begint.

The Post

Spielberg-sterrenstof
The Post is nog een tandje beter dan Spotlight (over onthullingen rond kindermisbruik door de kerk) van twee jaar terug en steekt All the President’s Men naar de kroon als de beste krantenfilm ooit. Het is een thriller, een historisch drama en een ideeënfilm ineen. Een thriller rond brisant bronmateriaal, een historisch drama over de confrontatie tussen pers en president, een film over een idee: de vrijheid van meningsuiting. En de integriteit van het presidentschap.

Het is ook een masterclass van acteren en filmisch vertellen. Hanks treft de mengeling van mannelijke bravoure en journalistieke integriteit van hoofdredacteur Ben Bradlee in woord, tics en lichaamstaal. Streep speelt als hoeder van het familiebedrijf die door omstandigheden ver buiten haar comfortzone wordt geplaatst, een bakvis in een tank vol haaien (om het oneerbiedig te zeggen), een van de beste rollen uit haar carrière. Ze is sereen in een ruimte die onder stroom staat.

Sfeer, tijdsbeeld en milieu zijn in detail getroffen. Het enige smetje zit op de geluidsband, in de proloog die speelt in de Vietnamese jungle van 1966. Daar horen we Green River van Creedence Clearwater Revival, een nummer uit 1969. Verder klopt alles. Rotatiepersen worden gefilmd als wonderen van analoog vernuft. Voor publieke telefoons heb je een broekzak vol muntjes nodig. Iedereen rookt overal. En dat alles besprenkeld met het Spielberg-sterrenstof. De regisseur koerst op intuïtie, gedragen voor dik veertig jaar ervaring, en glorieert. Wat een film.
 

30 januari 2018

 
MEER RECENSIES

Marquis de Wavrin, Le

***

recensie Le Marquis de Wavrin

Eendimensionale avonturier

door Ries Jacobs

De Engelse ontdekkingsreiziger Robert Scott vond in Antarctica de dood, werd postuum gebombardeerd tot held en kreeg een plaats in de wereldgeschiedenis. De Belg Robert de Wavrin legde inheemse volkeren vast op film en in boeken, leverde een bijdrage aan de wetenschap en werd nagenoeg vergeten. Le Marquis de Wavrin is een eerbetoon aan deze ontdekkingsreiziger.

In 1913 betrapt Robert Marquis de Wavrin de Villers-au-Tertre twee kinderen die op zijn landgoed noten stelen. Hij schiet zijn geweer leeg op de kinderen, die het maar net overleven. Om een celstraf te ontlopen vlucht hij naar Nederland, om daar op de boot naar Buenos Aires te stappen. Dit is het begin van het Zuid-Amerikaanse avontuur van de jonge Belgische edelman.

Le Marquis de Wavrin

Zijn drie reizen naar Zuid-Amerika, tussen 1913 en 1937, leveren vier films op. De bekendste verschijnt in 1931 in de bioscoop. Au pays du scalp (In het land van de scalp) brengt onder andere Amazone-indianen en de toen net ontdekte Incastad Machu Pichu naar de Europese bioscopen. Daarnaast schrijft hij boeken en artikelen en verzamelt hij waardevolle objecten die nu nog in musea te zien zijn.

‘Eerlijk, ongewapend en kwetsbaar’
Archivaris Grace Winter heeft uit het filmmateriaal van het Koninklijk Belgisch Filmarchief de documentaire Le Marquis de Wavrin, du manoir à la jungle samengesteld. Hierbij kreeg ze hulp van editor Luc Plantier. Stiekem hoopt ze dat deze film de nalatenschap van De Wavrin uit de vergetelheid zal halen.

De documentaire toont ons dat de markies zijn tijd ver vooruit was. ‘Mijn echte huis was de jungle. De indianen werden mijn broeders. Ik benaderde ze altijd als een vriend. Eerlijk, ongewapend en kwetsbaar.’ Zijn oprechte interesse in andere culturen was in die tijd een uitzondering. Veel van zijn tijdgenoten zagen de overzeese gebieden als commerciële wingewesten en hun inwoners als wilden.

Koppensnellers
Een reis van het landhuis (le manoir) naar de jungle, dat is wat de titel van de film suggereert. Winter en Plantier blijven oppervlakkig over de markies en zijn reizen. Wat voor persoon was hij? Wat voedde zijn hang naar avontuur? Is het zaadje hiervoor al in zijn jeugd geplant of is de avonturier De Wavrin bij toeval geboren nadat hij in 1913 besloot de boot naar Argentinië te nemen? Verder dan een zijdelingse opmerking dat de markies er al in zijn jeugd van droomde om Europa te verlaten komen de documentairemakers niet.

Le Marquis de Wavrin

Ook op de plaats van De Wavrin in de geschiedenis gaan de documentairemakers nauwelijks in. Wat heeft hij bijgedragen aan de westerse bekendheid met en acceptatie van andere culturen? Hoe werden zijn films ontvangen in Europa? De documentaire zegt hier niets over, behalve dat de bioscoopgangers voor het eerst beelden van Zuid-Amerikaanse indianen en koppensnellers zagen.

Robert Marquis de Wavrin heeft een grote bijdrage geleverd aan de wetenschap en de Belgische cinema. Hij verdient het om niet vergeten te worden. De documentaire haalt de markies uit de vergetelheid, maar is tegelijkertijd niets meer dan een chronologische weergave van zijn leven, doorspekt met beelden uit zijn films. Mooie beelden, maar de avontuurlijke markies blijft toch een eendimensionaal figuur..
 

27 januari 2017

 
MEER RECENSIES