Hoop en vertrouwen in Het Offer

Hoop en vertrouwen in Het Offer

door Sjoerd van Wijk

“Het moet mooi geweest zijn toen de mens dacht dat de wereld er zo uitzag!”, verzucht de jarige Alexander kijkend naar een oude landkaart van Europa. Deze verjaardagsgift van postbode Otto noopt hem tot mijmeren, zich realiserende dat het afgebeelde Europa niks van doen heeft met de waarheid.

Op dat moment weet hij nog niet hoe anders het leven luttele uren later is, als vliegtuigen oversjezen en een kernoorlog begint. Hij schudt zijn vervreemding van zich af en vindt de naastenliefde na een afspraak met God om alles op te geven als deze de tijd terugdraait naar hoe het was.

Het Offer

In Het Offer, de laatste film van regisseur Andrej Tarkovski, uit zich een toewijding die de mens mist in de huidige ecologische crisis. Alexander, een voormalige acteur die het praktiseren opgaf voor de studie, kampt met een spirituele leegte. Zijn filosofische monologen tonen een visie van technologiekritiek die doet denken aan Tarkovski’s eigen denkbeelden. Technologie transformeert de wereld tot te exploiteren materie, wat leidt tot vervreemding. Beschaving beschouwt de kaart als echter dan het territorium. Ted Kaczynski schreef in zijn manifest dat de Industriële Revolutie en haar gevolgen rampzalig zijn geweest voor de mensheid. Dit realiseert Alexander zich ook.

Spirituele crisis
Zijn gemis spreekt echter sterker uit de entourage dan de monologen. Sven Nykvists camera blijft plechtig op afstand, en het desolate landschap van schiereiland Närsholmen krijgt de overhand. Het gras wuift de stemmen weg, de tijd verstilt. Vogels klinken. Het transcendentale sluimert op de achtergrond, als het beeld kalm Alexander en zijn zwijgende zoontje Gossen volgt in gesprek met Otto. De tijdsbeleving in Offret is een majestueuze uitdaging. Het serene voortstromen is radicaal anders dan de tijdsbeleving binnen het technisch denken, waar de tijd in naam van functionaliteit een opeenstapeling van afzonderlijke momenten is.

Voordat Otto ten prooi valt aan Gossens kattenkwaad, had Gossen met zijn vader een dode boom geplant. Volgens een oude legende gaf een monnik dagelijks water aan de plant, totdat deze na drie jaar opbloeide. Deze door Alexander vertelde anekdote is exemplarisch voor zijn spirituele crisis. Hij lijkt de toewijding te bewonderen, maar mist het geloof. Zijn huis is welhaast een gevangenis, gevuld met gekeuvel van mensen met wie hij de connectie mist. Door grauw en grijs omhuld lijken zijn gasten en familie bijna onderdeel van het pand, waar de wind in de gordijnen herinnert aan de diepere waarheid die zij allen missen.

De grondslag van Kaczynski’s technologiekritiek is een ruig individualisme dat leidde tot diepe woede. Alexanders weemoed is van doortastender aard. Zodra het onheil daar is met vreselijk kabaal, schudt hij wakker uit zijn verdoving om een groot offer te brengen ten behoeve van hen waar hij zo-even nog vermoeid van was. Tarkovski’s laatste meesterwerk blijkt daarmee een parabel. Boodschapper Otto sommeert hem te gaan naar de mysterieuze bediende Maria, die de sleutel tot verlossing houdt.

Nederig handelen
Geloof is in Het Offer niet een kwestie van de juiste geschriften leren, maar een houding van nederigheid. Maria’s gift van liefde aan Alexander komt na een klein moment waaruit een zinderende bezieling spreekt. Het wassen van vieze handen start de opmars tot spirituele herleving. Tarkovski vindt schoonheid in elk moment op meditatieve wijze. Alsof hij de Tao toont zonder erover te spreken. Het maakt elke handeling discreet. Tegenwoordig is het individu niet meer nederig, maar een project wat zichzelf dient te optimaliseren. Het Offer raakt, doordat het dit beperkende wereldbeeld doorbreekt.

De oncomfortabele waarheid van de klimaatcatastrofe is dat er op het moment van schrijven nog 15 maanden zijn voor plannen om emissies te reduceren voor een 67% kans om onder 2,0ºC te blijven. Aangezien dit alleen kan door een gigantische reductie van productie en consumptie, betekent dit volwassenen nu een offer moeten brengen om hun kinderen te sparen voor grotere rampspoed. Dit maakt Alexanders nederigheid en gelofte aan God tot een bijzonder actueel en nijpend moment.

Het Offer

Moed en vertrouwen
Andrej Tarkosvki draagt de film op aan zijn zoon, met “hoop en vertrouwen”. Uit Alexanders offer spreekt echter eerder moed dan hoop. In een ontzagwekkende scène legt Nykvist de grootsheid van Alexanders daad vast met bescheiden precisie. Paradoxaal genoeg spreekt uit Alexanders offer, onderdeel van zijn afspraak met God, een autonomie die de moderne mens niet kent. Het individu als project verwart autonomie namelijk met het verzamelen van ervaringen en spullen, terwijl deze juist zit in het opgeven. Het is maar de vraag of volwassenen dit tijdig zullen beseffen en de noodzakelijke offers brengen zodat hun kinderen niet met de gebakken ecoperen zitten.

Alexander denkt voorbij de kaart, die onwerkelijk beperkt met grenzen. In het wegcijferen zit de autonomie opgesloten, mogelijk gemaakt door een geloof wat niet verdween maar slechts woekerde. Gossens eerste woorden, gesproken na Alexanders vertrekt, dringen daardoor in. Met vertrouwen en moed gloort de hoop aan de horizon. En daar is Het Offer getuige van.

Kijk hier waar Het Offer nog is te zien.

 

7 oktober 2019



MEER ANDREJ TARKOVSKI
 

ALLE ESSAYS

Once Upon a Time … in Hollywood

****
recensie Once Upon a Time … in Hollywood

Virtuoze collage van feit, fictie en mediareferenties

door Alfred Bos

Heeft Quentin Tarantino nu negen of tien films gemaakt? Maakt niet uit, Once Upon a Time … in Hollywood is Tarantino ten voeten uit én laat een nieuwe kant van de regisseur zien. Fans worden niet teleurgesteld. Critici ook niet.

Quentin Tarantino is een kind van 56. Film is voor hem een spel, met het medium, met genreconventies, met de relatie tussen film en werkelijkheid, met de kijker. De openingstitels van zijn tiende film (we tellen Kill Bill voor twee en Death Proof voor een) nodigen de kijker uit zijn spel mee te spelen. Op het scherm staan naast elkaar de namen en portretten geprojecteerd van de acteurs die de hoofdrollen spelen. Alleen, Leonardo DiCaprio heet Brad Pitt en Brad Pitt heet Leonardo DiCaprio. We zijn begonnen aan een knotsgekke achtbaanrit door de fantasie van de regisseur/scenarist en we hadden het kunnen weten, want de filmtitel geeft het al weg: Once Upon a Time … in Hollywood is een sprookje.

Zoals iedereen weet zijn sprookjes bruut en gewelddadig en Once Upon a Time … in Hollywood is Tarantino ten voeten uit, dus bruut en gewelddadig. En speels. Zoals elk sprookje – en dat is nieuw voor het kind dat inmiddels 56 jaren oud is – bevat het een moraal: succes is tijdelijk, roem is leeg en uiteindelijk is een beetje menselijkheid, het kost niks, het enige wat er toe doet. De rest is, wel, spel. Al spelen sommigen het bloedserieus.

Once Upon a Time … in Hollywood

Goochelen met filmtrivia
Quentin Tarantino is een postmoderne regisseur en maakt films die naar andere films verwijzen en het medium becommentariën door het op zichzelf terug te vouwen. Wanneer zo’n Tarantino-metafilm is gesitueerd in het mekka van de filmindustrie, het commerciële hart van het medium, gaan de filmreferenties in overdrive. Once Upon a Time … in Hollywood goochelt met filmtrivia en Hollywood-folklore, is onbarmhartig eerlijk maar razend gevat, en krankzinnig gedetailleerd in zijn persiflage van Hollywood en satire op de donkere kanten van Los Angeles en haar historie. De regisseur is fan, nar en therapeut ineen. Dat laatste onderscheidt hem van al die andere fanboys die de (sociale) media bevolken. Hij toont empathie.

Once Upon a Time … in Hollywood tackelt Amerika’s meest geruchtmakende moordzaak van de afgelopen vijftig jaar. Meest geruchtmakend vanwege de weerzinwekkende details, de volstrekte willekeur en zinloosheid, en het feit dat het de droomfabriek Hollywood in het hart trof. Het lijkt op het eerste gezicht weinig kies om de moord op actrice Sharon Tate, de hoogzwangere vrouw van Roman Polanski, te gebruiken als onderwerp van een Tarantineske burleske. Maar de regisseur doet iets verrassends en op hetzelfde moment iets typisch des Tarantino’s: hij vouwt Hollywood op zichzelf terug.

Keten van misverstand
Rick Dalton (Leonardo DiCaprio) is een acteur over zijn hoogtepunt. Tien jaar daarvoor speelde hij de sheriff in de populaire tv-serie Bounty Law, een western. Hij is nog steeds onafscheidelijk met zijn filmdubbel, stuntman Cliff Booth (Brad Pitt). Daltons ster is tanende en hij scharrelt bij als Hollywood-acteur in goedkoop gedraaide Italiaanse westerns. Het is de meest opzichtige filmreferentie in deze film, naar Clint Eastwood en Sergio Leone (geen punten voor deze quizvraag).

Booth fungeert als chauffeur en klusjesman van Dalton en woont met zijn vechthond Brandy in een trailer in de San Fernando Valley, op een verlaten drive-in-cinema. Dalton maakt zich zorgen hoeveel langer hij de huur van zijn villa in het sjieke Benedict Canyon kan betalen. Hij bewondert op afstand zijn buren, Roman Polanski (Rafel Zawierucha, een Poolse acteur in een zwijgende rol), de hipste regisseur van Hollywood op dat moment, en diens hoogzwangere vrouw Sharon Tate (Margot Robbie). Dan kruist Pussycat (Margaret Qualley), een jonge vrouw uit de hippiecommune van Charles Manson (Damon Herriman), het pad van Booth. Het zet een onwaarschijnlijke keten van misverstand in gang.

Once Upon a Time … in Hollywood

Bestaande personen
Once Upon a Time … in Hollywood is in alle opzichten, op één na (en daar komen we op terug), typischTarantino. Het is een wraakfilm. Hij bestaat, net als Stanley Kubricks Full Metal Jacket en A Clockwork Orange, uit twee aparte delen. Feit en fictie zijn virtuoos vervlochten. De filmreferenties zijn te veel om op te noemen (daar kunnen studieclubs aan worden gewijd en pubquizzen mee gevuld). Het geweld, vooral gericht tegen vrouwen, is buiten proporties. De dialogen klinken spits en verrassend. Enkele scènes zijn overbodig en dienen vooral om de spraakwaterval van Tarantino’s script een bedding te geven. Vaste Tarantino-acteurs duiken op (spot Kurt Russell). Er is een cameo van een Hollywood-legende: Al Pacino als de zalig schmierende Hollywood-agent Marvin Schwarz. De soundtrack zit vol met raak gekozen B-hits (en een enkele A-kraker).

Alle Tarantino-films tot nu toe waren variaties op bestaande genrethema’s en B-filmconventies. Voor Once Upon a Time … in Hollywood gaat de regisseur uit van de tot in detail gerealiseerde werkelijkheid, die van Hollywood in 1969. We zien bestaande personen, naast de reeds genoemde zijn dat Jay Sebring (Emile Hersch), de voormalige kapper annex amant van Tate met wie zij en Polanski hun woning delen; plus Cass Elliott (Rachel Redleaf) en Michelle Phillips (Rebecca Rittenhouse) van The Mamas & The Papas die we tegenkomen op een feest in Hugh Heffners Playboy Mansion.

Er zijn er meer, zoals acteur Steve McQueen (Damian Lewis) die tien jaar daarvoor – net als Rick Dalton – beroemd werd via een westernserie op tv; Bruce Lee (Mike Moh) als karatehaantje Kato in de tv-series Batman en The Green Hornet; en George Spahn (Bruce Dern), de 80-jarige blinde eigenaar van de Spahn-ranch, de voormalige set van westernfilms en tv-series – inclusief het fictieve Bounty Law – waar de Manson Family in 1969 domicilie hield. De scène met Spahn is een soort hommage en voelt overbodig, maar is het niet (zoals later zal blijken).

Spiegeleffecten
Typerend voor Tarantino’s associatieve aanpak vol spiegeleffecten is de scène waarin Rick Dalton, de voormalige tv-sheriff, de schurk speelt in een shoot voor de (fictieve) tv-serie Lancer. Hij deelt de tv-scène met collega-acteur James Stacy, de tv-sheriff en revolverheld van de serie. In Tarantino’s film wordt die rol vertolkt door Timothy Olyphant, die bekend werd als de scherpschietende sheriff in de echte tv-series Deadwood, een western, en Justified, een eigentijdse western. De scène toont de werkelijkheid van het filmmaken, of eigenlijk het acteren. We zien een acteur die acteert dat hij acteert, het is een fenomenaal moment van Leonardo DiCaprio. Voor het verhaal van Once Upon a Time … in Hollywood is het ook een overbodige scène, maar hij ademt brille en je vergeeft het Tarantino grif.

Tarantino’s metafilm is niet alleen hommage, er is ook zwarte humor. Zoals het moment waarop Sharon Tate de bioscoop binnenstapt om zichzelf naast Dean Martin op het filmdoek te zien in The Wrecking Crew (Phil Karlson, 1968). Ze wil gratis naar binnen, ze is immers de ster van de vertoonde film. De ontmoeting van Bruce Lee en voormalig stuntman Booth op de set van The Green Hornet is hilarisch en Brandy heeft de hondenscène van het jaar.

Once Upon a Time … in Hollywood

Klassiek mannenduo
De climax is onvervalste Tarantino van de bovenste plank. Anders dan The Hateful Eight voelt de ontknoping niet gekunsteld, flauw en onsmakelijk aan. De vuurpijl is subtiel voorbereid en kundig opgezet, vol verrassing en hallucinant in zijn exces. Hij opent met wellicht de meest geraffineerde toepassing van Tarantino’s spiegelspel met referenties uit de hele film. Op de geluidsband speelt 12:30 van The Mamas & The Papas, het is in de film op dat moment half een ’s nachts en de songstekst valt samen met de handeling op het filmdoek. Het is een virtuoze collage van feit, fictie en mediareferenties, Once Upon A Time … in Hollywood in een notendop. Je zou ook bijna twee uur en drie kwartier lang vergeten dat Pitt en DiCaprio weergaloos goed zijn. Klassieke Hollywood-duo’s als Paul Newman en Robert Redford, of James Stewart en Richard Widmark, komen op het netvlies.

Once Upon a Time … in Hollywood is volbloed Quentin Tarantino, op één aspect na. De film afficheert zich als sprookje en in sprookjes leeft men na afloop nog lang en gelukkig. De verhaallijn van proloog naar epiloog is grillig, maar niet zonder betekenis. De tobberige protagonist heeft geleerd, hij is de ambities en pretenties van beroepsnarcisten voorbij, de acteur stapt uit zijn rol en wordt mens. Ironie blijkt empathie. Zou de kleuter van 56 dan toch volwassen zijn geworden?

 

13 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

One, Two, Three

One, Two, Three

Kluchtige hectiek in verdeelde stad

door George Vermij

Spanningen tussen Oost- en West-Berlijn lopen hoog op in Billy Wilders mallotige One, Two, Three. En dat alles wegens een jonge Amerikaanse dame die gevallen is op een fanatieke communist. Hooggeplaatste Coca-Colaverkoper C.R. “Mac” MacNamara mag het allemaal oplossen. 

De invloedrijke filmcritica Pauline Kael was geen fan van One, Two, Three. In haar boek ‘I Lost it at the Movies’ is ze buitengewoon vilein en laat ze niets heel van de film:

As a member of the audience, I felt degraded and disgusted, as if the dirt were being hurled right at my face.  One Two Three is overwrought, tasteless, and offensive – a comedy that pulls out laughs the way a catheter draws urine.

Je merkt dat ze gekwetst is. Een emotie die vandaag de dag ook niet ontbreekt in veel filmkritiek. Maar heeft Kael gelijk?

One, Two, Three

Houdbaarheid
Toen ik de film zag tijdens een Billy Wilder-retrospectief op tv moest ik lachen. Als vijftienjarige werd ik meegevoerd in het dolle tempo van de film. One, Two, Three moest ook snel zijn volgens Wilder en dat allemaal op het acteerritme van veteraan James Cagney die de film volledig draagt als Mac. In die stroom van woord- en beeldgrappen zitten af en toe wat losse flodders of schoten die het doel niet raken. Door de tijd zijn bepaalde moppen ook verouderd. Komedie is nu eenmaal een lastig genre qua houdbaarheid. Maar als een spiegel van de mores van een specifiek tijdsgewricht is het een veelzeggend document.

Mac is een hoge piet bij Coca Cola in West-Berlijn. De Muur is er nog niet, maar de ruïnes die te zien waren in Wilders A Foreign Affair zijn inmiddels verdwenen. Althans in het kapitalistische Westen waar het Wirtschaftswunder de stad een nieuw elan heeft gegeven. Het besmette verleden is voor het gemak onder het tapijt geveegd, maar af en toe borrelt er nog iets omhoog. Zo is Macs assistent een ijverige en onderdanige Duitser die het maar niet kan laten om met zijn hielen te klikken als hij zijn baas aanspreekt. Het was er in de SS goed ingestampt.

Billy WilderRomance
De spanningen van de Koude Oorlog worden geleidelijk ook voelbaar voor Mac. De aanleiding is echter onschuldig. De verwende dochter van zijn baas is in Berlijn neergestreken. Tot Macs grote schrik blijkt zij haar hart te hebben verloren aan een felle anti-kapitalist die overtuigd is van de communistische heilstaat. Alleen jammer dat deze romance niet kan bestaan in een periode waarin een atoomoorlog op elk moment kan uitbreken.

Toch zijn die obstakels voor Mac een uitdaging waar hij zijn onderhandeltalenten en zakeninstinct op los kan laten. En zo reist hij door de verdeelde stad om de jonge communist zwart te maken. Dat doet hij sluw door dealtjes te bekokstoven met de Russen waarbij de politieke verschillen ondergeschikt lijken te zijn aan de kracht van Amerikaanse overredingskracht en natuurlijk dollars. Het is curieus dat Macs ondernemende insteek raakvlakken heeft met de hoofdpersoon uit Steven Spielbergs Bridge of Spies. Een advocaat die opeens een tussenpersoon is in een groot conflict tussen de Russen en de Amerikanen. Als hommage aan Wilder laat Spielberg in een scène een bioscoop zien waar de film draait. Maar anders dan de grimmige realiteit van die film is dit natuurlijk een dwaze klucht.

Zoetsappigheid
Door Macs opportunistische inspanningen worden Oost en West op de hak genomen. Het is voor Wilder een soort jachtseizoen op alle heilige huisjes die de tegengestelde ideologieën hebben voorgebracht. Ondanks alles blijft het wel luchtig en dat is waarvoor hij zo vaak werd afgestraft in de filmpers. Zo vond de Britse filmcriticus David Thomson dat Wilder ondanks zijn cynisme vaak zwichtte voor de conventies van Hollywood. Een bittere film kreeg vaak een zoete kers op de taart in de vorm van een happy end.

One, Two, Three

Die kritiek proef je ook in Kael terug. Voor beide critici gaat Wilder niet ver genoeg of zwakt hij op het laatste moment dingen af met zoetsappigheid. One, Two, Three ontsnapt ook niet aan die neiging om het naar het einde toe op safe te spelen. Het is wel een dolle rit die grappig is als tijdscapsule. Zie daar de Mad Men-achtige kantoorwereld waar oude bazen het doen met hun jongere voluptueuze secretaresses. Vrouwen zijn ook een dealbreaker. Als Mac wat Russen moet overtuigen haalt hij zijn sexy assistente uit de kast. Het is plat, maar ook grappig. Vooral als zij in haar wilde dans ervoor zorgt dat een portret van Nikita Chroesjtsjov uit de lijst schiet en opeens een portret van Josef Stalin tevoorschijn komt.

Als film schippert One, Two, Three tussen de slechtste tendensen van Wilder en zijn beste: die cynische eerlijke en vooral ook komische visie op de zwaktes van de mens. Sommige grappen zijn verouderd maar ook het politieke landschap. Desondanks blijft het een vermakelijke en interessante film.

 

1 augustus 2018

 

Deze film draait binnenkort o.a. in EYE Amsterdam. 

 

MEER BILLY WILDER

Only the Brave

**

recensie Only the Brave

Soms werkt een documentaire beter dan een speelfilm

door Cor Oliemeulen

Zoals koppen in kranten prikkelen om het verhaal te lezen, verzint Hollywood pakkende filmtitels die soms weinig aan de verbeelding overlaten. Only the Brave gaat inderdaad over op het oog onverwoestbare helden. ‘Gelukkig’ is er een pluspuntje: de film loopt niet goed af.

Deze biografie van brandweermannen die omkomen tijdens hun werk levert een dubbel gevoel op. Deze gepassioneerde vuurvreters verdienen zonder twijfel een eerbetoon, maar hun noeste arbeid in Only the Brave wordt te vaak gehinderd door romantisering en dramatisering. Zo redt de misfit in het vuurbestrijdingsteam het leven van een collega door hem nog net onder een vallende boom uit te trekken, waardoor hij direct geaccepteerd wordt. En als de teamleider op een dag tegen zijn vrouw zegt dat deze brand wel meevalt en dat hij rond de middag weer thuis zal zijn, weet iedereen dat dit het moment is waarop we al de hele tijd zaten te wachten.

Only the Brave

Hotshots
In het Arizona van 2007 houdt een groep rouwdouwers zich bezig met het bestrijden van bosbranden. Aangevuurd door de wens, kennis en ervaring van hun teamleider probeert de ploeg de status van hotshots te bemachtigen. Zonder dit certificaat moeten zij bij grote branden wachten totdat een elitegroep is gearriveerd. We leren al snel dat deze hotshots geen water, maar vuur, gebruiken om vuur te bestrijden. Door gecontroleerde branden achter een gegraven geul kan de aanstormende brand worden gestopt. Meestal dan.

Het is slechts een kwestie van tijd dat onze groep helden zich de Granite Mountain Hotshots mag noemen. In de film volgen we de privélevens van twee van hen: teamleider Eric (Josh Brolin) en misfit Brendan (Miles Teller). Eric verwaarloost zijn vrouw Amanda (Jennifer Connelly) die gewonde paarden verzorgt en er schoon genoeg van heeft dat Eric zo weinig thuis is. Maar niet getreurd: als Eric op een avond een gezellig kampvuur (!) maakt, slaan de romantische gevoelens toe en begrijpt ook hij dat zij een kind wil.

Tijdens onze eerste kennismaking met Brendan zien we een notoire drugsgebruiker die bij toeval ontdekt dat zijn ex-vriendin zwanger van hem is, maar zij zegt dat zij niets meer met hem te maken wil hebben en dat zij het kind straks alleen zal opvoeden. Nadat ook Brendans moeder hem de deur heeft gewezen, besluit de junk zich aan te melden bij het brandweerkorps van Eric, die hem na veel vallen en opstaan aanneemt. Als hij na de geboorte van zijn kind boodschappen bij de voordeur van zijn ex neerzet, weten we dat het wel goed komt met Brendan.

Only the Brave

Oudgedienden
Only the Brave is een typische Hollywoodfilm: een simpel verhaal en geen plaats voor karakterontwikkeling; mooie omgevingsplaatjes en een sentimentele finale. Het is geen verrassing dat regisseur Joseph Kosinski (die eerder nog maar twee speelfilms maakte: Tron en Oblivion) waarschijnlijk het ‘langverwachte’ vervolg van Top Gun (1986) zal maken. De soundtrack – met weliswaar voordehandliggende vuurvreetnummers als ‘Tush’ (ZZ Top), ‘Jump in the Fire’ (Metallica) en ‘It’s A Long Way To The Top’ (AC/DC) – houdt de vaart er aardig in.

Naast Josh Brolin, Jennifer Connelly en Miles Teller zien we twee oudgedienden wiens rollen redelijk onduidelijk blijven. Het optreden van Andie MacDowell is een niets toevoegende cameo, terwijl haar echtgenoot (?) in de film, Jeff Bridges, fungeert als een soort mentorfiguur die ook nog een countrynummertje mag zingen. Hoewel voor menig kijker op het eind een zakdoekje geen overbodige luxe zal zijn, is het Bridges die met slechts één korte snikkende kreet de meest pure emotie van heel Only the Brave produceert. Sommige gebeurtenissen lenen zich nu eenmaal beter voor een documentaire dan voor een speelfilm.
 

28 mei 2018

 
MEER RECENSIES

On Body and Soul

****

recensie On Body and Soul

Droomgeliefden in het slachthuis

door Suzan Groothuis

In dit onconventionele Hongaarse drama gaat het over de ontluikende liefde tussen twee mensen. Een film met surreële trekjes, zich afspelend op een bijzondere set: een slachthuis. Een originele en warme film, waarin alles perfect gedoseerd is.

On Body and Soul opent met een prachtig gefilmd winters landschap. Twee herten struinen er rond en zoeken voorzichtig toenadering tot elkaar.

On Body and Soul

Vervolgens springt de film over naar een grauw, kil uitziend slachthuis. Endre werkt er als financieel directeur. Terwijl hij met zijn collega aan een even kleurloze maaltijd zit, valt hun oog op nieuwkomer Mária. Stil en onopvallend beweegt ze zich door de kantine. Een ijskoude tante, vertelt Endres collega. Desondanks besluit Endre toch contact te zoeken, maar hij komt van een koude kermis thuis. De eerste kennismaking is geen succes.

Mária’s baan lijkt haar op het lijf geschreven: kwaliteitscontroleur. Met argwaan wordt ze door haar collega’s aanschouwd. Met nauwkeurige precisie voert ze haar werkzaamheden uit, zich strikt houdend aan de richtlijnen. Ze zoekt geen contact en luncht alleen in stilte. Een vrouw die zichtbaar problemen heeft met sociale interactie.

Delen van dromen
En dan komen Endre en Mária er per toeval achter dat ze dezelfde droom delen. De droom van de openingsscène, met de herten in het vreedzame natuurschoon. Allebei afzonderlijke, terughoudende types, tasten ze elkaar af en zoeken ze middels hun dromen toenadering.

On Body and Soul begeeft zich op het draagvlak van drama en komedie en doet in zijn stijl wat denken aan films van Aki Kaurismäki of Jim Jarmusch. Humor is subtiel aanwezig , zoals de droge, ongemakkelijke conversaties tussen Endre en Mária. Hun gesprekken speelt zij thuis na met lego, ieder gesproken woord herhalend, zo precies als de harde schijf van een computer. En net zoals Mária gesprekken inzichtelijk moet maken voor zichzelf, heeft zij ook voorbeelden van anderen nodig: bijvoorbeeld de hilarische scène waarin de oude schoonmaakster van het slachthuis haar tips geeft hoe zij zich aan een man kan binden: “People underestimate the power of movement, honey.”

Ontluikende liefde
Zowel Endre als Mária dragen bagage met zich mee: hij een kreupele hand en teleurgesteld in de liefde, zij sociaal op zichzelf geworpen en onervaren met liefdesrelaties. Het onwaarschijnlijke gegeven dat zij dezelfde dromen hebben, wekt voorzichtig een ontluikende liefde op. Voorzichtig – want de natuurlijke angsten en remmingen om zich bloot te stellen aan elkaar zijn groot. Ook groot is het contrast tussen de droomintermezzo’s van de herten in een sereen winterlandschap tegenover de brute praktijken in het slachthuis. Romantisch en poëtisch versus kil en bloederig.

On Body and Soul

De droomverbeelding staat voor Endre en Mária wellicht symbool voor een nobel leven in vrijheid, dat in hun dagelijkse werk met de slachting van koeien zo teniet wordt gedaan. De slacht van een koe krijgen we overigens onomwonden op het scherm te zien – beelden die de maag even doen omdraaien.

Hartverwarmende en originele terugkeer
Regisseur Ildikó Enyedi verrast met een hartverwarmende terugkeer op het witte doek, want haar laatste film Simon, The Magician dateert al van 1999. In On Body and Soul laat zij surreëel romantisch drama en de werkelijkheid die niet vlekkeloos is mooi met elkaar versmelten. Haar film overtuigt met kristalhelder geschoten beelden, een origineel scenario met wat verrassende wendingen en een ingetogen soundtrack, waaronder het prachtige What He Wrote van Laura Marling, dat een dramatische scène perfect ondersteunt.

Bovendien is er een goede chemie tussen de twee hoofdpersonen, sterk neergezet door acteurs Géza Morcsányi en Alexandra Borbély (European Film Award beste actrice 2017). Beiden introvert, kwetsbaar en eigenaardig, verlangend naar dat wat in hun dromen zo expliciet aanwezig is: liefde en begeerte.
 

11 december 2017

 
MEER RECENSIES

Only Living Boy in New York, The

*

recensie The Only Living Boy in New York

Toiletwaardige hattrick met walgelijk coming-of-age drama

door Vincent Hoberg

Het leven van een opgroeiende blanke jongeman in een grote Amerikaanse stad kan óók best lastig zijn, ondanks die stinkend rijke pa en een vrachtwagen vol privileges. Tenminste: als we Marc Webb’s The Only Living Boy in New York mogen geloven. De film is pure ellende en de schuld ligt niet bij de regisseur. Screenwriter-from-hell Allan Loeb scoort een toiletwaardige hattrick met dit walgelijke coming-of-age drama.

Er zijn duizenden bars en restaurants in Los Angeles, het hart van de Amerikaanse filmindustrie, en daar werken vrijwel geen professionele obers, barmannen of afwassers. Want eigenlijk willen ze bijna allemaal maar één ding: werken in Hollywood. Als acteur vooral, of als screenwriter. In menig bureaula van de stad der Engelen ligt een manuscript te verstoffen en dat zal waarschijnlijk nooit verfilmd worden, al is het nog zo geniaal.

The Only Living Boy in New York

Daarom stemt het extra droef dat er werkende scenaristen bestaan als Allan Loeb die jaar in, jaar uit hun rotzooi op de – inmiddels niet meer zo – nietsvermoedende wereld mogen loslaten. In een tijdspanne van twee (!) jaar vonden drie scenario’s van deze flutschrijver hun weg naar de bioscoop: het abominabele misbaksel Collateral Beauty, het sentimentele prul The Space Between Us en nu The Only Living Boy in New York. Het is de voorlopige kroon op zijn immer groeiende mesthoop en dat is een prestatie, gezien het niveau van die andere twee films.

High Five met een baksteen
Het leven is hard voor Thomas Webb (Callum Turner), althans dat vindt hij zelf. Als New Yorkse twintiger, die na zijn afstuderen het dure huis van zijn ouders heeft ingeruild voor een klein appartementje aan de Lower East Side, brengt hij zijn dagen door met verliefd zijn op platonische vriendin Mimi (Kiersey Clemons), en zeuren over, nou ja, alles eigenlijk. Al na tien minuten in de film wil je het vervelende ventje highfiven met een fikse baksteen en is het volkomen duidelijk waarom Mimi de boot heel erg ver afhoudt. Maar goed, het is nog vroeg in het verhaal en ach, is iedereen niet een beetje zo op die leeftijd? Door met frisse moed, want daar is Jeff Bridges!

Bridges, de man die in een rol zelfs de meest gruwelijke dictator nog sympathie zou kunnen meegeven, duikt op als W.F., de nieuwe buurman van Thomas en hij begint een – vooralsnog – onbegrijpelijke vriendschap met de oninteressante zeurpiet. Knap irritant, zeker wanneer de mysterieuze dronkaard zijn buurjongen van levenslessen gaat voorzien over zijn onbereikbare liefde, samen te vatten als: ‘Trek het je niet aan jongen, vrouwen op die leeftijd doen nou eenmaal moeilijk.’ Jeff Bridges doet badinerend over vrouwen, het kan-het-nog-erger?-alarm mag officieel af en we zijn nog geen half uur op weg.

The Only Living Boy in New York

Mislukte masturbatiefantasie
Het komt daarna niet meer goed met The Only Living Boy in New York, laat dat maar aan Allan Loeb over. Met droge ogen serveert hij ons een plot waarin Thomas ontdekt dat zijn vader (Pierce Brosnan) een affaire heeft met ene Johanna (Kate Beckinsale). Hij gaat haar dagenlang stalken en als beloning belandt Thomas bij haar in bed. Want dat kan in het universum van Loeb: timide twijfelaars veranderen in een oogwenk in alfamannetjes en zelfverzekerde vrouwen vallen daar blind voor.

Het is de mislukte masturbatiefantasie van een tiener die iets te vaak The Graduate heeft gezien. Of The Apartment. Of eender welke duizend keer betere film die soortgelijke thema’s aansnijdt. Als Mimi ontdekt van Thomas’ affaire wordt ze meteen jaloers. Want Allan Loeb. Het is werkelijk niet te geloven dat dit misogyne broddelwerk niet door een studiobaas onder handen is genomen met een vlammenwerper. Of vier. Wie vond dat Baby Driver, de andere recente film die een songtitel van Simon & Garfunkel leende, geen sterke vrouwelijke karakters heeft, kan de messen nu pas echt gaan slijpen.

The Only Living Boy in New York

Masochistisch drinkspel
Loeb slaat de plank zo vaak mis dat het een wonder is dat zijn script niet doordrenkt was van vingerwondenbloed (en daardoor – wishful thinking – onleesbaar). Tijdens een diner bij Thomas’ ouders thuis wordt de dialoog slechts gevoerd door de blanke aanwezigen. Een Aziaat en een Latina zitten voor piet snot aan tafel en mogen slechts braaf knikken als er wijsheden over het Verval van Het Oude New York en yada yada yada gedebiteerd worden.

Thomas’ moeder (een uitstekende Cynthia Nixon) is neurotisch, depressief, aan de drank en pillen (want Allan Loeb) en zegt dingen als: ‘de langste afstand in de wereld is die tussen waar je bent en waar je had willen zijn’. Gênant moment nummer zoveel: Bridges mompelt tijdens een gesprek iets te geforceerd tig keer ‘Visions of Johanna’ en hopla! Daar schalt het gelijknamige nummer van Bob Dylan over de beelden.

Dit is een film voor een masochistisch drinkspel, waar het glas leeggedronken moet worden bij elk ergerlijk moment. De slijters zullen bijzonder goede zaken gaan doen. En bestaat er al een variant op een straatverbod met betrekking tot laptops, computers, pennen en potloden? Zo ja, gaarne een eeuwige voor Allan Loeb. Krijgen al die stoffige, geniale scenario’s in de L.A. laatjes hopelijk ook eens een kans.
 

18 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

Oscuro Animal

****

recensie Oscuro Animal

Stilte is sterker dan woorden

door Cor Oliemeulen

De keuze van Felipe Guerrero om in zijn eerste speelfilm geen tekst te gebruiken, versterkt het idee van de geïsoleerde wereld van de drie hoofdrolspeelsters. In Oscuro Animal is de stilte sterker dan woorden zouden kunnen zijn.

In het speelfilmdebuut van de Colombiaan Felipe Guerrero (hij is van huis uit editor en regisseerde enkele experimentele documentaires) staat het beeld voor ruimte en het geluid voor tijd. Dat maakt dit woordeloze filmdrama niet alleen abstract, maar ook universeel. Sprekende omgevingsgeluiden en een mooie cinematografie met de nodige symboliek. Zo geldt het water, waarmee de film begint en eindigt, als metafoor voor straf en boetedoening.

Oscur0 Animal

Gewapend conflict op de achtergrond
In een parallelle montage volgt Oscuro Animal drie vrouwen op verschillende plaatsen in Columbia dat decennia lang wordt geteisterd door een gewapend conflict tussen paramilitaire organisaties, guerrillastrijders en de overheid. Een gevoel van angst overheerst, vaak is het niet duidelijk voor wie of wat je bang bent. De filmtitel beduidt daarom zowel een atmosferische als politieke metafoor: het is alsof een donker dier je continu beloert en je niet weet wanneer het je zal aanvallen.

De eerste vrouw loopt verloren en moederziel door een verlaten dorpje met bouwvallige huisjes en hutjes met als decor de jungle met het geluid van stromend water, insecten en vogels. De tweede vrouw is jonger, donkerder en heeft pijn door een wond in haar buik, zo lijkt het. Een gewapende man komt binnen, zegt niets, zet vrolijke muziek op, waarna zij een bord eten voor hem neerzet. Nadat hij samen met wat andere mannen heeft gezwommen in de rivier en bier heeft gedronken, komt hij weer binnen en verkracht hij haar. Als hij later een dutje doet, steekt zij hem dood.

Overlevingsstrijd
Het vooruitzicht van de derde vrouw, ongeveer net zo jong, is mogelijk nog minder rooskleurig dan van de andere twee vrouwen. Eerst zien we mannen die ingepakte lijken achter op een truck gooien en begraven in de bossen. De vrouw rijdt vervolgens met een man weg in een jeep. Ook hier is geen onderling contact, wel heftige muziek uit de autospeakers. Later komt de vrouw naakt een kamer binnen, gaat op handen en knieën op bed zitten, waarna ze zich met betraand gezicht door een andere man laat begluren. Het vervolg laat zich raden.

Oscuro Animal

In Oscuro Animal blijft al het geweld buiten beeld, wat de sfeer beklemmend maakt. Je weet dat er ernstige zaken zijn geschied of nog kunnen gaan gebeuren. Het voelt als een ware overlevingsstrijd van vrouwen die zowel letterlijk als figuurlijk geen stem lijken te hebben. Ze ondervinden tegenslag, leed, maar heel soms ontmoeten ze ook hulp en solidariteit – van andere vrouwen, of van een klein meisje. De drie verhaallijnen komen min of meer samen, nadat de drie vrouwen zich geleidelijk en moeizaam hebben weten te verplaatsen van de jungle naar de grote stad, die hopelijk meer bescherming en perspectief zal bieden.

Hoewel ook mannen lijden onder de voortdurende dreiging van geweld kun je deze treurige rolprent feministisch noemen. Het leven van de vrouwen is weliswaar niet te benijden, echter tussen al hun tegenspoed gloort er soms iets dat lijkt op een sprankje hoop. Hoe overtuigend hun aanwezigheid en hoe dramatisch de close-ups van hun trieste gezichten dan ook, de drie hoofdpersonages beklijven nauwelijks. Dat is misschien ook de bedoeling, want ze zijn zoals velen. Oscuro Animal is een film die je niet voor je plezier kijkt, maar door de originele aanpak word je wel bewust dat er op elk willekeurig moment een donker dier in je nek kan springen.
 

24 april 2017

 
MEER RECENSIES

Other Side of Hope, The

****

recensie The Other Side of Hope

Finse kneuterigheid

door Wim Meijer

De Finse film The Other Side of Hope geeft een mooi beeld van de vluchtelingenproblematiek. Met droge humor en fraaie regie vertelt regisseur Aki Kaurismäki een aangrijpend verhaal.

De Finse zakenman Wikström (Sakari Kuosmanen) trekt ’s ochtends zijn te grote pak aan, legt zijn trouwring naast zijn echtgenote neer en loopt richting de deur. Terwijl de vrouw nog een borrel inschenkt, wisselen ze een laatste blik en zonder een woord te zeggen verlaat Wikström het huis. In de kelder staat een zwarte, oude klassieker, volgeladen met overhemden. De verkoper gaat langs kledingwinkels en deelt zijn dagdromen met de klanten. Terwijl hij de straat uit tuft rijdt hij bijna Khaled aan.

The Other Side of Hope

Opvallend luchtig
Khaled (Sherwan Haji) is een Syrische vluchteling die een paar minuten eerder onder een lading kolen vandaan is gekropen. Onder het roet klimt hij het vrachtschip uit en zet hij voet op nieuw land. Finland nog wel. Na een douche gaat hij naar de politie en vraagt hij asiel aan. Al snel zit hij in een asielzoekerscentrum waar de anderen hem en de kijker informeren over de situatie in zo’n AZC: niet kunnen werken, wachten en wellicht uitgezet worden. Ze maken er het beste van in een periode van onzekerheid die jaren kan duren. In dat opzicht verschilt Finland weinig met de Nederlandse situatie.

Later in de film zullen de paden van de protagonisten nogmaals kruisen, maar eerst neemt regisseur Aki Kaurismäki uitgebreid de tijd om de personages te introduceren. Dat gaat gepaard met de nodige humor. The Other Side of Hope is geen film die het lot van de vluchteling er in wil wrijven. In tegenstelling tot veel recente films over vluchtelingen (Fuocoammare bijvoorbeeld) is dit Finse stukje cinema opvallend luchtig. Dat kijkt wel zo prettig, terwijl de boodschap alsnog kraakhelder is.

The Other Side of Hope

Gortdroog
Niet dat er iets mis is met intieme portretten over vluchtelingen, maar Aki Kaurismäki toont dezelfde soort problematiek minstens net zo effectief met gortdroge humor. De manieren waarop Khaled de autoriteiten ontvlucht en uiteindelijk op zoek gaat naar een baan zijn bijzonder komisch. Wanneer de Finse cineast vervolgens enkele scènes gebruikt waarin Khaled vertelt over zijn barre tocht en de discriminatie waarmee hij te maken krijgt, zijn deze bijzonder emotioneel en doeltreffend. Een scène waarin Khaled musiceert op een bağlama (een soort luit) is een van de mooiste uit de film. Sterk hoe de Arabische typerende toonladders de kale slaapruimte in het AZC vullen, terwijl iedereen verstilt om te luisteren naar Khaled, denkend aan thuis.

Aki Kaurismäki levert een bijzonder fijne film af met een bijrol voor de muziek. Niet alleen Khaled speelt een deuntje. Ook lokale helden spelen Finse riedeltjes, vaak bluesy en melancholisch. De livemuziek is nooit ver weg en is net zo kneuterig als de film zelf. Zo creëert Kaurismäki een heerlijk sfeertje zonder verder enige visuele flair. Alle kracht zit hem in de beelden, het grauwe palet en de hoe de haast emotieloze Wikström met zijn nieuwe vriend om gaat. Aanrader!
 

14 april 2017

 
MEER RECENSIES

On the Other Side

***

recensie On the Other Side

Verledendaags heden

door Ralph Evers

Een burgeroorlog kent vele gruwelijkheden, waarvan we het merendeel niet meekrijgen indien we er niet bij waren. Dat toonde The Look of Silence in misselijkmakende beschrijvingen en re-enactments. Voormalig Joegoslavië worstelt met eenzelfde leed, hetgeen ongetwijfeld nog lang een inspiratiebron voor cineasten zal zijn, getuige On the Other Side.

Dit psychologische drama volgt verpleegster Vesna. Zij is de verschrikkingen in Bosnië twintig jaar geleden ontvlucht en heeft een nieuw bestaan opgebouwd in het Kroatische Zagreb. Haar zoon is inmiddels een succesvol zakenman, die met zijn vrouw en kindje riant woont. Haar dochter staat op het punt te trouwen en heeft haar rechtenstudie afgerond. Haar vredige bestaan wordt plots opgeschrikt door een telefoontje van haar ex-man Zarko, die een dubieuze rol speelde in de oorlog en betrokken was bij executies van mannen, vrouwen en kinderen in hun dorp. Buiten dat blijkt ook de aangenomen achternaam argwaan op te roepen.

On the Other Side

Afstandelijk
De film poogt een antwoord te vinden hoe in het reine te komen met oorlogsmisdaden en neemt daarbij zelf geen standpunt in. Regisseur Zrinko Ogresta kiest er consequent voor vanuit het oogpunt van Vesna het verhaal te ontrollen. Daarbij neemt de camera wel een voyeuristische positie in. We zien Vesna vooral achter luxaflex, ramen, autodeuren, gordijnen of door struikgewas. We zien de acteurs iedere keer ‘van de andere kant’. Alsof we niet te dichtbij mogen komen. Nu heb je ook enige afstand nodig om een dergelijk complex en delicaat verhaal genuanceerd te brengen. Daarin is Ogresta dan ook geslaagd.

Retro-realisme
De opzet van de film doet denken aan de neorealistische film van de Italiaanse cinema (1943 – 1952), met dat verschil dat On the Other Side wel gebruik maakt van professionele acteurs. De sobere opzet, de vale kleuren, de afwezigheid van muziek en shots waarin Vesna zwijgend voor zich uit staart, vergroten het realisme, doch creëert afstand met de gemiddelde bioscoopbezoeker. De film lijkt vooral voor de eigen markt gemaakt, gezien het thema waar hij mee dealt. Het overkoepelende thema daarbij is vergeving. Dit thema wordt op verschillende wijzen uitgewerkt. Zo leeft tussen Vesna en Zarko nog de liefde van vroeger. Tussen zoon en vader lijkt er een onoverbrugbare kloof te zijn ontstaan.

On the Other Side

De realistische opzet met haar trage, observerende oog is met name de eerste vijftien minuten een beproeving voor de kijker. Natuurlijk zit in die traagheid en ongemakkelijkheid van het begin de onderhuidse, aanwezige spanning van de hedendaagse ex-Joegoslavische landen: hoe om te gaan met die enorme last van het verleden, nu we weer als buren naast elkaar wonen en we veel minder die monsters zijn die we toentertijd van elkaar gemaakt hebben. Daarin stipt de film een universeel thema aan. Tegelijkertijd is deze dynamiek in zoveel meer films te vinden, waarmee het unieke karakter van On the Other Side weer teniet is gedaan. Ondanks de uitstekende karakterschetsen en het predicaat ‘prima psychologisch drama’, zal de film voor de neutrale bioscoopganger vermoedelijk snel uitdoven.
 

17 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Oasis: Supersonic

**

recensie Oasis: Supersonic

Nageboorte van John Lennon?
Definitely not.

door Alfred Bos

Hoe twee broers uit Manchester, de een een fantast en de ander een crypto-criminele hooligan, dankzij de borstklopperij van de Britse muziekpers uitgroeiden tot de meest overschatte band uit de muziekgeschiedenis.

Zelf noemen ze zich Abel en Kabel, naar de zonen van Adam en Eva. De Gallagher-broers, Noel de oudste (eigenlijk middelste) en Liam de jongste, kennen hun bijbel. Zelf schreven ze het nieuwe testament van de Britse popmuziek, de nabrander van een roemrijke traditie die midden jaren negentig als Britpop bekend is geworden. Het was de laatste hoezee van een popnatie in verval. Hun eerste langspeler Definitely Maybe (1994) werd het snelst verkopende debuutalbum uit de Engelse pophistorie.

Oasis: Supersonic

Oasis werd wereldberoemd in Engeland en Japan. Daarbuiten, Amerika voorop, was de ontvangst een stuk koeler. Omhoog geschreven door de Britse pers werd het vijftal het boegbeeld van Britpop, de Engelse reactie op de Amerikaanse grunge van Nirvana en Pearl Jam die begin jaren negentig domineerde. De mannen zelf gingen in al die hijgerige bijval geloven en waanden zich de evenknie van The Beatles en Elvis. Sla er het MOJO-interview van november 2007 op na.

Van de vier klassieke Britpop bands – Blur, Pulp, Suede en Oasis – had het vijftal uit Manchester als enige een groepsnaam met drie lettergrepen maar was veruit het minst bedeeld met rekenkracht, zoals de twee uur durende documentaire, door regisseur Mat Whitecross samengesteld uit het beeldarchief van de broers, overvloedig laat zien. Het is één lange litanie van grofheden en hooligangedrag, gepunctueerd door de zelfmythologiserende opmerkingen van Noel, de songschrijver en intellectueel van de band. Die ziet Oasis als de laatste grote Engelse rockband in een traditie die door internet kapot is gemaakt. Hij vergeet gemakshalve Muse.

Het is de schuld van de roadies
De door de broers gefinancierde documentaire concentreert zich op de eerste vijf jaar van de band, van de oefenruimte en het eerste publieke optreden (Boardwalk, Manchester, 18 augustus 1991) tot de optredens van 10 en 11 augustus 1996 op het festivalterrein van Knebworth voor in totaal een kwart miljoen mensen. Over de gretige zelfmedicatie en bijkomend zelfdestructief gedrag is men open, zelfs trots. Dat een cruciaal optreden in Los Angeles werd verknald door onprofessioneel gedrag, lag volgens Noel niet aan de muzikanten (high op meth), maar aan de roadies. ‘We hadden allemaal een andere setlist.’

Supersonic bevestigt de Oasis-mythe, met uitsluiting van alles wat niet strookt met het geïnflateerde zelfbeeld van de broers. De door de Engelse pers opgeklopte tweestrijd tussen de groep en hun tegenbeeld Blur (Manchester versus Londen, working class versus middleclass, lagere school versus kunstacademie) culmineerde in augustus 1995 in een heuse mediahype, the Battle of Britpop. Beide bands brachten in dezelfde week een nieuwe single uit, welke zou dat weekeinde de hitlijsten aanvoeren? Het werd Blurs Country House. De documentaire gaat aan het vermaarde voorval voorbij.

Ook de kwesties rond plagiaat blijven onbelicht. Bij single nummer drie, Shaker Maker, was het al raak en er zouden meerdere volgen. Noel Gallagher ziet zichzelf als een songschrijver van het kaliber Burt Bacharach, maar speelt leentjebuur bij zijn voorbeelden. Hij staat paf van zijn eigen genie.

Oasis: Supersonic

Het is de schuld van de muziekindustrie
Twee uur doorbrengen met de Lombroso-koppen van de Gallaghers en hun rockclichés is vermoeiend, niet in het minst omdat ze zowel verbaal als muzikaal maar één register kennen: bluf. Zelf zien ze zich als de geniale nageboorte van John Lennon, maar als we dan toch naar de jaren zestig moeten verwijzen komen eerder de ruziënde broers Ray en Dave Davies van The Kinks op het netvlies. En, zo leert Supersonic ten overvloede, eigenlijk is Oasis de reïncarnatie van jaren zestig band The Troggs, die van Wild Thing, in muzikantenkringen legendarisch vanwege hun onnavolgbare studioruzies, befaamd geworden als de Troggs Tapes.

Gelukkig valt er af en toe ook nog wat te lachen. Hilarisch is het verhaal van hun eerste concert buiten Engeland, in de Amsterdamse Melkweg. Voor ze afreizen op hun eerste buitenlandse tripje slaan de mannen een voorraad drugs in en maken het op de veerboot zo bont dat Liam wordt gearresteerd. Geen optreden in Amsterdam, waar – maar dat hadden de Gallaghers niet begrepen – de drugs aan de struiken groeien.

Supersonic, vernoemd naar de eerste Oasis-single, staakt het verhaal na de triomf van Knebworth. De lol was er al eerder vanaf, zo onthullen de broers: de managers en professionals van de muziekindustrie hadden de chaos gekanaliseerd. Kosmische eigendunk en een selectief geheugen maken van Supersonic een eenzijdige documentaire die grenst aan geschiedvervalsing.
 

3 oktober 2016

 
MEER RECENSIES