Onoda – 10.000 Nights in the Jungle

****
recensie Onoda – 10.000 Nights in the Jungle

Dwalen in een andere werkelijkheid

door Ries Jacobs

Op 26 december 1944 werd Hiroo Onoda naar het Filipijnse eiland Lubang gestuurd om het te verdedigen tegen het oprukkende Amerikaanse leger. De Tweede Luitenant in het Japanse Keizerlijke Leger gaf zich uiteindelijk op 10 maart 1974 over aan een officier van de Filipijnse luchtmacht. Onoda – 10 000 Nights in the Jungle vertelt het verhaal over de soldaat die, gedreven door plichtsbesef en wantrouwen, weigerde te geloven dat de oorlog voorbij was.

Het cliché dat de waarheid soms vreemder is dan fictie gaat in dit geval zeker op. Als de geschiedenis van Onoda niet werkelijk had plaatsgevonden, dan zou het filmscript van de Franse regisseur Arthur Harari en zijn schrijversmaatje Vincent Poymiro direct met het stempel ongeloofwaardig in de prullenbak verdwijnen.

Onoda - 10.000 Nights in the Jungle

Andersom is het vreemd dat dit bizarre en tegelijkertijd avontuurlijke verhaal nu pas verfilmd is. Harari was gefascineerd toen hij hoorde over een Japanse soldaat die bijna dertig jaar overleefde in de jungle. Vrijwel meteen zag hij de mogelijkheden voor een film. Het uiteindelijke resultaat is een ingetogen film met een minimum aan heroïsche gevechten. Ook laat hij zich niet verleiden tot een overdaad aan poëtische vergezichten, hoewel het tropische heuvellandschap daartoe wel degelijk uitnodigt.

Geef je nooit over
In plaats daarvan legt Harari de nadruk op de ontwikkeling en de kameraadschap van de soldaten. Want hoewel Onoda in 1974 alleen werd gevonden, voerde hij zijn voortgezette oorlog aanvankelijk met drie Japanse medestrijders. Een voor een ontvallen zijn kameraden hem. Twee van hen komen om in de strijd met de eilandbevolking (door de keizerlijke Japanse strijders nog steeds beschouwd als hun vijand), één geeft zich over.

Als de overgelopen soldaat Akatsu zich met een Japanse delegatie op het eiland mededeelt dat de oorlog al jaren voorbij is, beschouwen Onoda en zijn overgebleven strijdmakker dit als Amerikaanse propaganda. Hoe meer informatie ze krijgen, hoe dieper ze zich ingraven in hun idee dat de oorlog nog steeds gaande is. Het laatste bevel dat ze in 1945 kregen, luidde immers om het eiland te verdedigen en zich nooit over te geven.

Onoda - 10.000 Nights in the Jungle

Politiek, spiritualiteit en levenszin
‘De film moest gaan over het ervaren van de werkelijkheid’, zegt Harari hierover. Hij doet er te lang over (165 minuten) om zijn verhaal te vertellen, maar slaagt er wel in om de kijker te laten meekijken in de hoofden van de Japanse soldaten die allen de realiteit op hun eigen manier ervaren. Ze hebben dezelfde twijfels als orders uitblijven en de jaren verstrijken, maar ieder van hen gaat er anders mee om.

In die zin is de bizarre geschiedenis van Onoda en zijn drie medestrijders op het Filipijnse eiland een uitvergroting van de werkelijkheid van alledag. Politiek, spiritualiteit, levenszin, over al deze zaken en nog veel meer geloven we wat we willen geloven. Ons geloof baseren we op onze interpretatie van de werkelijkheid, niet op de werkelijkheid zelf. Naast een geslaagde film is Onoda – 10 000 Nights in the Jungle daarom een spiegel die Harari de kijker voorhoudt. Hoe objectief is ons beeld van de werkelijkheid eigenlijk?

 

2 september 2021

 

ALLE RECENSIES

O império do desjeo

***
IFFR Unleashed – 2012: O império do desjeo
Seksklucht voor gevorderden

door Cor Oliemeulen

Sexual Anarchy luidde de spannende internationale titel van deze Braziliaanse seksklucht die destijds vernieuwend was, maar veertig jaar na zijn verschijnen gedateerd overkomt. Desondanks kent O império do desjeo voldoende elementen om niet uit de bocht te vliegen.

Carlos Reichenbach was een graag geziene gast op het IFFR. In 1985 draaiden in Rotterdam maar liefst drie films van deze Braziliaanse filmmaker. De kopie van de vierde film, O império do desejo (Het rijk van verlangen, 1981), verdween tijdens het transport. Nadat er in 2012 een gerestaureerde versie op 35mm verscheen, draaide deze favoriete film van Reichenbach zelf dat jaar alsnog op het IFFR. “Op een dag droom ik ervan terug te keren naar het maken van een film met hetzelfde plezier, dezelfde vrijheid en dezelfde instelling waarmee ik deze heb gemaakt”, mijmerde de filmmaker ooit. “Als ik de moed laat zakken, zie ik O império do desejo weer. Dat is genoeg om me weer in harmonie met het universum te brengen.”

O império do desjeo

Pornochandada
Ondanks de strikte censuur van het militaire bestuur in Brazilië was het staatsbedrijf Embrafilme vanaf de jaren 70 niet te beroerd om de productie van zogenaamde pornochandadas te steunen, omdat die niet kritisch waren over de regering en geen expliciete seks vertoonden. Dit populaire filmgenre wist in de bioscoop goed te concurreren met Amerikaanse films. Echter medio jaren 80 schafte de nieuwe burgerregering de repressieve maatregelen tegen film en televisie af. Langzaam verdween de pornochandada uit de bioscoop en kwam er tevens een einde aan een generatie filmmakers die sinds de jaren 60 was verbonden met de Cinema Novo (geïnspireerd door het Italiaanse neorealisme en de Franse nouvelle vague) van wie velen zich ook met het maken van pornochandadas hadden beziggehouden.

Na zijn commerciële succes van A Ilha dos Prazeres Proibidos (Het eiland van verboden pleziertjes, 1979) zette Carlos Reichenbach zijn anarchistische filmstijl voort. Het ging hem voornamelijk om het manipuleren van clichés, het ondermijnen van commerciële erotiek en het mixen van genres. Het zijn de maffe personages en hilarische gebeurtenissen en situaties die O império do desejo in eerste instantie doen denken aan de Italiaanse komedies van die tijd, maar dan stukken minder braaf. Na een uur kijken heeft O império do desejo meer weg van een intellectuele variant van een Tiroler-seksfilm zonder lederhosen, echter volhouders laten zich uiteindelijk wel trakteren op enkele originele climaxen van Reichenbachs anarchistische universum.

Absurdisme
Absurdisme is de leidraad in het verhaaltje van de rijke weduwe Sandra die een zwervend hippiekoppel vraagt om op haar strandhuis te passen. Het eerste wat de man en het meisje bij aankomst doen, is de liefde bedrijven. Kan hen niet schelen wie er binnenkomt. Het hippiestel krijgt vervolgens te maken met een advocaat die Sandra’s belangen behartigt en schande spreekt van de onbeschaamde onzedelijkheden. Zeker wanneer zowel twee kamperende meisjes als Sandra en haar geliefde onderdeel van de sekscapriolen gaan uitmaken.

O império do desjeo

Ondertussen maken we kennis met een gestoorde crimineel die continu met zijn pistool zwaait, omdat hij het op het strandhuis heeft gemunt, en een nog gestoordere buurman die in een hutje op het strand woont, tegen betaling zijn geslacht laat zien en zich door de omstandigheden ontpopt als seriemoordenaar. Maffer zie je het zelden, maar juist voor die tijd en het genre verrassend intelligent en kunstzinnig. Dat zie je onder meer in de scène waarin de gekke buurman (in een euforische stemming, want ook hij ontdekt weer de lusten) ‘s avonds in het donker al zijn paspoppen voor zijn hutje met een vlammenwerper in de fik steekt met op de achtergrond de scheurende gitaar van Jimi Hendrix.

Heeft O império do desejo dan misschien ook een boodschap? Jazeker, want na de partnerruilen en triootjes, hebben de mannen moeten leren dat ook vrouwen tijdens het seksen graag willen genieten. Zelfs de aanvankelijk stugge en conservatieve advocaat omarmt het gevoel van (seksuele) vrijheid. Hilarisch is het fragment waarin een koppel in het riet ligt te vrijen en zich in gedachte afvraagt: Kom je liever eerst klaar dan iemand redden die schreeuwt dat hij verdrinkt?

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

23 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Old Joy

****
IFFR Unleashed – 2006: Old Joy
Een elegisch vaarwel

door Sjoerd van Wijk

Het elegische vaarwel van Old Joy (2006) onderstreept de gescheiden levenspaden van twee vrienden dermate stellig dat eerder sprake is van een tautologie dan poëzie. Desalniettemin zorgt een gevoelige inborst voor een waardig afscheid van deze vriendschap.

Kurt belt nogal impromptu zijn oude maat Mark op met de uitnodiging voor een kort wandelweekend bij een thermische bron. De twee oude vrienden gaan lang terug maar met de verstreken jaren hebben fundamentele verschillen hun intrede gedaan. Mark gaat als aanstaande vader een nieuwe levensfase tegemoet terwijl Kurt is blijven hangen in de losse hippieachtige levensstijl van voorheen. Zoals Mark verwacht, verloopt de trip met problemen de weg te vinden of het houden aan een plan. Tegelijk blijkt daaruit de verschillende golflengten waarop de twee zich bevinden met langs elkaar heengaande gesprekken of veelzeggend zwijgen.

Old Joy

Droefheid
In Hollywood is het idee van de buddyfilm een beproefd concept, waarin twee tegenpolen door noodgedwongen samenwerking elkaars vriend worden. In Old Joy laat de Amerikaanse regisseuse Kelly Reichardt het omgekeerde gebeuren met een lang onuitgesproken adieu aan een verlopen vriendschap. De droefheid sijpelt stilletjes uit elk beeld, gekaderd door korte ellipsen van de flora en fauna, die als een Yasujiro Ozu het verstrijken van de tijd gronden.

Zo trekt ook het landschapsschoon van Oregon langzaam voorbij, onderweg begeleid door de melancholische klanken van Yo La Tengo. Desolate wildernis verbeeld als picturale slijtage. De bestemming lijkt daardoor eerder de replica van Thoreau’s hut aan Walden Pond dan Bagby Hots Springs. Ook de interacties tussen Kurt en Mark zwemen van het meditatieve. Zelfs een speelgoedpistool om lege blikjes omver te schieten, zorgt voor tederheid.

Onderstreepte tegenstellingen
De tegenstelling tussen de twee krijgt keer op keer eenzelfde duiding. Exemplarisch daarvoor is een korte scène in een eettentje waar Kurt enthousiast concludeert dat ze dichterbij zijn dan verwacht terwijl Mark pretendeert nooit aan hem te hebben getwijfeld. Even later hangt Mark aan de telefoon terwijl hij zijn bestelling doorgeeft, zijn aandacht verdelend over zijn vriend, het landschap en zijn vrouw waar hij zich verontschuldigt dat de trip langer gaat duren dan gepland (“je weet met wie we te maken hebben”). De elegie slaat continu deze noot aan wat betreft de verantwoordelijke en afstandelijke Mark en de bandeloze maar gemoedelijke Kurt.

Kelly Reichardts beschouwende stijl veinst observatie maar onderstreept voortdurend de tegenstellingen. Ook scenario-technisch valt daar niet aan te ontsnappen. Een duidend begin aan Marks thuisfront en een als verloren ziel ronddolende Kurt boekstaven de zwanenzang. Daar zit ook misplaatste politieke sturing bij, als Mark onverschillig voor de stellige discussies op de radio door de stad rijdt.

Old Joy

Fraai spanningsveld
Kurt babbelt er soms onzeker op los zoekende naar toenadering, maar Mark slaat deze af met beleefdheden waar een acceptatie van het eind van uit gaat. Daniel London als de kalme Mark kent slechts een stoïcijnse blik. Een ruw bebaarde Will Oldham (beter bekend onder de naam Bonnie “Prince” Billy) als Kurt weet met zijn spel echter nog leven in de brouwerij te brengen. Midden in de wildernis duidelijk meer in zijn element resoneert zijn relaxere houding terwijl Mark gejaagd blijft.

Reichardt trekt in een fraaie scène bij de Hot Springs de indruk dat Mark de verstandige lijkt subtiel in het ambigue. Kurts poging tot toenadering met een massage na een oeverloze monoloog suggereert niet alleen de tragiek van een wegkwijnende vriendschap, maar ook hoe met de jaren iets wegkwijnt in de personages zelf. Waar de rest van Old Joy snel vervalt in een triviale observatie over vriendschappen op middelbare leeftijd, begeeft de film zich hier voor even op een intrigerend spanningsveld.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

17 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Once Were Brothers

****
recensie Once Were Brothers

Broederschap, heroïne, autowrakken en Dylan

door Alfred Bos

Terug naar de wortels, was het muzikale credo van The Band. Hun verhaal valt nagenoeg samen met de ontwikkeling van de rockmuziek tussen eind jaren vijftig en midden jaren zeventig. “We stonden in de frontlinie van twee of drie muzikale revoluties”, aldus gitarist en voornaamste songschrijver Robbie Robertson in de documentaire Once Were Brothers, over de loopbaan van de groep.

Iedereen had het over ‘de band’, dus noemden ze zich The Band. Het debuutalbum veroorzaakte weinig minder dan een muzikale revolutie – ook The Beatles en Eric Clapton spiegelden zich eraan – en definieerde een tijdperk. Ze waren het lokaas om Bob Dylan uit zijn zelf verkozen retraite te bewegen. Ze voelden zich broers, maar weinig is zo licht ontvlambaar als familie. Dus na een dozijn jaren was The Band gedaan, de broers van elkaar vervreemd.

Once Were Brothers

Dat ‘broers van elkaar’ is de beleving van Robbie Robertson (1943), gitarist en voornaamste songschrijver van The Band, maar die had daar als enig kind wellicht het meest behoefte aan. Of de andere vier groepsleden die zienswijze delen, leert de documentaire Once Were Brothers niet. Pianist Richard Manuel (1943-1986), bassist Rick Danko (1943-1999) en drummer Levon Helm (1940-2012) leven niet meer; organist en saxofonist Garth Hudson (1937) leidt een teruggetrokken bestaan in Woodstock, New York. Daar groeide ‘de band’ uit tot The Band en beleefde er enkele idyllische jaren.

Boeiende verteller
De film ziet de loopbaan van The Band dus door de bril van Robertson. Zijn verhaal vormt de leidraad, de beelden uit zijn archief illustreren de vertelling, en het is zijn muziek die de aftiteling begeleidt. De film stopt op het moment dat Robbie Robertson stopt met The Band.

Wat de film niet vertelt, is dat The Band zonder Robertson in de jaren tachtig opnieuw ging toeren en in de jaren negentig nog enkele albums opnam. De film vermeldt evenmin dat Robertson in 2002 Garth Hudsons aandeel in de groep uitkocht. De relatie tussen Robertson en Levon Helm was verzuurd, maar Helm heeft zijn eigen film, Ain’t In it For My Health. In Once Were Brothers komen enkele intimi van Helm aan het woord, dat weer wel.

Eerlijk is eerlijk: Once Were Brothers is niet de complete filmtitel. Hij heeft nog een ondertitel en die is duidelijk genoeg: Robbie Robertson and The Band. De film schetst de evolutie van de tienerjaren als The Hawks, de begeleiders van rock’n-rollzanger Ronnie Hawkins; vervolgens op eigen benen als Levon and The Hawks; via naamloze begeleiders van Bob Dylan; naar de opkomst, gloriejaren en neergang als The Band. Robertson kan er boeiend over vertellen.

Once Were Brothers

Grondleggers van de rootsrock
Zo als dat gaat met verhalen die uit het leven zijn gegrepen, ontkomt ook het relaas van The Band niet aan de nodige ironie. De groep bestond uit vier Canadezen (alleen Helm had een Amerikaans paspoort) en wordt – dankzij hun debuutalbum Music From Big Pink uit 1968 – gezien als de grondlegger van het rootsrock-genre, tegenwoordig ook wel Americana genoemd.

Verfijnde ironie schuilt in hun samenwerking met Bob Dylan, die ze midden jaren zestig begeleidden tijdens de elektrisch versterkte concerten van de voormalige folkbard. Nadat Dylan zich in 1966 had teruggetrokken uit de muziekindustrie en The Band onder eigen vlag tot sterren waren uitgegroeid, werd de associatie in 1974 hernieuwd met de Before The Flood-tournee. Dylan is sindsdien al weer bijna een halve eeuw onafgebroken op tournee.

De broederschap van The Band daarentegen bladderde na de gezamenlijke concertreeks af. Op 27 november 1976, Thanksgiving Day, stonden ze voor het laatst in de oorspronkelijke bezetting op het toneel. Het concert werd, op verzoek van Robertson, als The Last Waltz op film vastgelegd door Martin Scorsese, die nadien concertfilms en documentaires heeft gemaakt over Bob Dylan, George Harrison en The Rolling Stones.

Once Were Brothers

Rock-’n-roll-lifestyle
Scorsese is een van de vele talking heads van naam die in Once Were Brothers aan het woord komt, naast een stoet vermaarde muzikanten als Bruce Springsteen, George Harrison, Eric Clapton (hij wilde in The Band spelen), Van Morrison (hun buurman in Woodstock) en Bob Dylan. Een ware schat aan archiefbeelden illustreert hun commentaar en de muziek is boven alle twijfel verheven. Het soundtrackalbum van Once Were Brothers – is er niet, gek genoeg – zou een fraaie Best of hebben opgeleverd.

Hoe kon de broederschap uiteenvallen? Om de bekende reden: de rock-’n-roll-lifestyle, drank en drugs. In de jaren dat The Band resideerde in de bosrijke omgeving van Woodstock zijn er verschillende automobielen om een boom gevouwen en werd de natte lunch afgetopt met heroïne. Het drietal grootverbruikers leeft al lang niet meer. Robertson, toentertijd getrouwd en vader: “My family was my saving grace.”

En dan nu de huiskamervraag: tijdens hun afscheidsconcert stond Eric Clapton met The Band op het toneel. Clapton – die inmiddels zijn eigen documentaire heeft: Life in 12 Bars (2017) – is gelieerd aan nog twee belangrijke Amerikaanse rootsrockgroepen. Welke? Het antwoord: de The Allman Brothers Band en Delaney & Bonnie, sleutelacts waarover ook weleens een documentaire gemaakt mag worden. Tot die tijd, en ondanks zijn beperkingen, verveelt Once Were Brothers geen seconde.

 

18 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

One Day

**
recensie One Day

Vleesch noch visch

door Ralph Evers

Het Hongaarse drama One Day (Egy nap) wordt aangekondigd als alledaagse beslommering van een vrouw, die de tijd ontbeert de voor haar werkelijk belangrijke vragen te stellen.

Best nog een interessant uitgangspunt voor een arthousefilm. De Oost-Europeanen hebben een langere, rijkere traditie met het menselijk lijden dan de meer gefortuneerde West-Europeanen, die reeds lange tijd in vrede en financiële voorspoed leven. Daarnaast weten ze wel raad met trage film en existentiële thematiek. Al gauw doet zich een associatie met een Roemeense filmmaker aan, Cristi Puiu, bekend van Sieranevada uit 2016. Deze film kenmerkt zich door een dicht op de huid gefilmde uiteenzetting van een familie die over het een en ander ruziet, keuvelt, twijfelt, van mening verschilt en zo meer. Wat die film zo interessant maakt is dat, ondanks de enorme alledaagsheid en ondraaglijke lichtheid van het bestaan, je als kijker aanwezig bent. Alsof Puiu je een stoel aanbiedt en je aan tafel laat meegenieten (of ergeren) aan al dat familieleed. Leed dat juist door haar overbekendheid, op een vreemde manier zo aantrekkelijk is. Uiteraard speelt Puiu’s talent hierin een grote rol.

 One Day (Egy nap)

Afstand
Datzelfde is op de keper beschouwd ook wat One Day doet. Een film dicht op de huid van hoofdpersoon Anna geschoten. Zij, een moeder van drie kinderen, met een man die wat afwezig, goeiig en licht overspelig is en een baan als lerares Italiaans, waar de nodige schermutselingetjes spelen. Alles bij elkaar opgeteld voldoende om een burn-out of een ongemakkelijke hoeveelheid stress te veroorzaken. Zsófia Szamosi, de actrice die Anna speelt, doet dit met veel overtuigingskracht.

De film komt, mede door het eveneens goede acteerspel van de kinderen, zeer realistisch over en toch wringt er iets. Waar Puiu je een stoel aanbiedt en je deelgenoot maakt van een familietragedie, houdt regisseuse Zsófia Szilágyi afstand. Ergens kloppend, omdat Anna een wat afstandelijke vrouw is, iemand voor wie je niet gemakkelijk sympathie hebt, maar Szilágyi overdrijft. Tel daarbij op de onnavolgbare keuzes van de cameraman, die het geheel wat gezapig in kader brengt en je hebt een film die een aanslag op je aandacht doet, waarmee hij zichzelf te kort doet.

 One Day (Egy nap)

Vlak
De kunst is om hetgeen je vertellen wilt zo te verstoppen in je verhaal dat iedereen er iets eigens uit kan halen. Dat is altijd beter dan wanneer je er dik bovenop legt wat je wilt overbrengen. Disney is daar sterk in en een belangrijke reden waarom bovengetekende altijd maagklachten krijgt van dergelijke films.

De andere kant is dat je een karakterschets geeft van wat je als kijker te wachten staat en uiteindelijk verzuimt datgene te bieden. Ja, we zien Anna worstelen met haar bestaan, de opvoeding van drie kinderen, de eisen die het leven aan ouders stelt en de tol die alledaags menselijk leed van ons vraagt. Echter, door de afstandelijkheid waarmee het gebracht wordt en het niet op gang komen van enige waarlijk dramatische ontwikkeling is het alsof je hebt gekeken naar hoe water langzaam aan de kook komt. Dan zijn de 99 minuten die deze film duurt toch erg mager en flets bestede tijd. Jammer voor de kijker, jammer voor het talent dat in de film rondloopt en jammer voor de verwachtingen, want ze kunnen het wel degelijk, daar in Hongarije!

 

16 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Odisea, La

***
recensie La odisea

De gewone man geeft nooit op

door Cor Oliemeulen

Onderhoudende zwarte komedie die speelt tegen de achtergrond van de economische crisis van begin deze eeuw in Argentinië over gewone dorpelingen die worden gedupeerd door een criminele bankmedewerker.

Veel Argentijnse films gaan over de militaire dictatuur van Jorge Videla van 1976 tot 1981 en de verdwijning van burgers. La odisea heeft een ander nationaal litteken als uitgangspunt: de Carralito. Dit is de naam van de economische maatregelen die in 2001 werden genomen toen het land in een zware recessie verkeerde en op het punt van faillissement stond. Burgers mochten nog maar 250 peso’s per week van hun bankrekening halen en velen konden naar hun spaargeld fluiten. Zo ook Fermín Perlassi (Ricardo Darín) en zijn vrouw Lidia (Verónica Llinas) die samen met een aantal andere dorpelingen hun zuurverdiende geld hadden ingezameld om een coöperatie te beginnen. Spijtig genoeg blijkt bankmedewerker Fortunato Manzi ermee vandoor te zijn gegaan. En of de misère nog niet genoeg is, maakt een tragisch verkeersongeluk een eind aan al Fermíns dromen.

La odisea

Avontuurlijke misdaadkomedie
Ondanks deze trieste premisse is deze film van Sebastián Borensztein geen drama, maar evolueert hij snel in een avontuurlijke misdaadkomedie, die is gebaseerd op het boek La noche de la Usina (De nacht van de energiecentrale) van Eduardo Sacheri. De odyssee begint in feite pas op het moment dat Fermín ontdekt dat de stelende bankmedewerker hun geld in een ondergrondse kluis heeft ondergebracht. Echter deze man kent psychopathische trekjes en heeft zijn op gewiekste wijze verworven bezittingen zeer goed beveiligd. Een plot is natuurlijk pas een plot als de gedupeerden proberen de kluis te kraken.

Tegen de achtergrond van de economische malaise met veel armoede, een hoge werkeloosheid en het bijbehorende cynisme maken we kennis met het gemêleerde gezelschap dat besluit de langdurige en moeitevolle tocht te ondernemen. Denk niet aan de gekunstelde samenstelling van verschillende karakters zoals bijvoorbeeld in al die Ocean-films, maar aan een mooie dwarsdoorsnede van de Argentijnse bevolking. Echte mensen van vlees en bloed, misschien in een enkel geval wat stereotiep, maar zonder overdrijvingen. Iedereen heeft zijn of haar eigen achtergronden, bezigheden, dromen en tekortkomingen. En dat maakt hen (bijna) zonder uitzondering sympathiek.

La odisea

Odyssee naar de verborgen schat
De dialogen tijdens het beramen van hun plan zijn fantastisch. Elk personage heeft een eigen manier van redeneren en het doen van suggesties, zonder dat hierbij noemenswaardige conflicten ontstaan. Die droogkomische interactie met het oog op het vinden van de buit doet soms denken aan de Roemeense komedie The Treasure (2016) van Corneliu Porumboiu waarin de protagonisten op een al even nuchtere manier met hulpmiddelen, zoals een metaaldetector, in de weer zijn. Echter La odisea is nauwelijks melig – buiten Fermíns zoon Rodrigo (tevens zoon van Ricardo Darín) die als zogenaamde plantendeskundige bij de bankmedewerker kennis moet vergaren – maar een vlot vertelde queeste, die uiteindelijk nog spannend wordt ook.

La odisea kan bogen op een sterke cast met Andrés Parra (hoofdrol in de populaire tv-serie Pablo Escobar: El Patrón del Mal, 2012) als de bankschurk en Rita Cortese (Wild Tales, 2014) als een van de gedupeerden. Het is geen verrassing dat de film drijft op het talent en de charismatische uitstraling van Ricardo Darín, die als voormalige soapacteur is uitgegroeid tot een toonaangevende Argentijnse filmacteur. Of het nu gaat om een getergde jurist in zijn doorbraakrol van El secreto de sus ojos (2009), een tobbende veertiger in Una Pistola en Cada Mano (2012), aandoenlijke hondenbezitter met terminale kanker in Truman (2015), treurende ouder in Todos lo saben (2018) of een man die opnieuw verliefd wordt op zijn ex in Un Unexpected Love (2019) – alleen al door zijn aanwezigheid wordt een film met Ricardo Darín automatisch naar een hoger niveau getild.

 

5 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Open Five 2 (2012)

REWIND: Open Five 2 (2012)
Nonchalant maar resoluut

door Sjoerd van Wijk

Openhartig kijkt Open Five 2 naar de perikelen van verantwoordelijkheid nemen, de basis van autonomie. Ogenschijnlijk draaien de hoofdpersonages om de hete brij heen. De gelijkgestemde nonchalance van de film prikkelt dankzij een resolute benadering om kritischer naar de levens te kijken. 

Daarmee overtreft dit vervolg het eerste deel Open Five (2010), waar muzikant Jake en regisseur Kentucker Audley als zichzelf een gedoemd romantisch weekend doorbrengen in Memphis met twee bezoekende jongedames. Hier is het duo een paar maanden ouder en wijzer. Een abortus van Kentuckers scharrel zet wat op het spel in die romantische verhouding. Een telefoongesprek daarover opent de film confronterend gefixeerd op haar grimas. Kentucker moet zich een houding in die relatie geven, terwijl Jake meer finesse aan de dag brengt bij zijn verschillende vrouwelijke kameraden.

Open Five 2 (2012)

Documentaire en fictie
Audley bewandelt in beide films achteloos de grens tussen documentaire en fictie. In zijn Holy Land breekt een personage met monoloog erg uitdagend de vierde muur, hier zit die metatekstuele spanning subtieler in de onderonsjes. In Open Five was zijn fictieve zelf bezig met de productie van een film zonder budget: Open Five zelf. Dit vervolg trekt de waarheid van alle gebeurtenissen in het eerste deel verder in twijfel, want de regisseur zit met Jake achter de montagetafel om die film af te maken. Open Five 2 bevat zelfs de daadwerkelijke première van Open Five, waar de personages vol trots naar het scherm kijken in een indringend shot.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Zo speelt Audley tersluiks met de werkelijkheid. Daarmee zit deze net zo in limbo als de personages zelf. In de tegenwoordige vermoeide samenleving kan alles en móet daarom alles, iets wat sluimert op de achtergrond van alle oeverloze gesprekken over koetjes en kalfjes. De personages leven niet, maar zijn een samenraapsel van vignetten. Ze brengen de dag door à la Slacker (het regiedebuut van Richard Linklater).

Rondzwerven
De film lijkt zoekende naar een houding in dat lukraak aanboren van fragmenten uit hun levens.  Open Five 2 zwerft daarbij zo mogelijk nog meer dan Jake, Kentucker en hun vriendinnen. Tal van innige momenten dobberen langs om vervolgens weer uit zicht te drijven. Het lijkt wel een compilatie van de mooiste momenten uit een making-of door de fictie versus documentaire onzekerheid. Als Jake een akoestisch duet speelt, voelt het daarom bijzonder intiem aan, met de camera op respectvolle afstand. Improvisatie en deliberatie zijn niet uit elkaar te houden.

Een vergelijkbaar moment is Kentucker die op puberale wijze grapt in de auto onderweg met Jake’s vriendin Z. De speelse gezichten komen verre van ingestudeerd over. Hun ervaringen meanderen met meditatieve inwerking, versterkt door de droogkomische humor van Audley, al present vanaf debuutfilm Team Picture. Die humor lijkt een extra verdedigingsmechanisme om een dagelijks leven waar alles uit moet worden gehaald wat er in zit te ontwapenen van haar tirannie.

Open Five 2 (2012)

Prikkelende nonchalance
De onderliggende nonchalance prikkelt wel. Uit de dialogen, knipogende humor en de obsessie met elk minuscuul detail van het leven spreekt een narcisme. Dat komt overweldigend naar voren als Jake in bed ligt met een van zijn vrouwen. De tijd vertraagt sterker dan dat zij indommelen, terwijl Jake een poging tot openhartig gesprek om zeep helpt door geraffineerd empathie voor de ander op zichzelf te betrekken. Het meditatieve van Open Five 2 is derhalve geen kwestie van mee indommelen.

In Open Five werkte alle besluiteloosheid verstikkend, versterkt door Joe Swanbergs (Hannah Takes the Stairs) zwalkende cinematografie. Maar Rob Leitzells resoluter camerawerk suggereert dat de jongvolwassenen nu wel iets voor elkaar willen krijgen. Erkenning sijpelt langzaam maar zeker binnen in Kentuckers verhouding nadat beiden wegliepen voor de verantwoordelijkheid van zwangerschap. Ironisch genoeg schenkt een levenseinde leven aan hun relatie. Audley legt hiermee de angst voor verantwoordelijkheid nemen via de tragiek van abortus op scherpe wijze bloot.

Zijn montage zat altijd al op het scherpst van de snede als in de films van Éric Rohmer. Ook Audley knipt minutieus getimed van actie naar actie. Het is exemplarisch voor de gedecideerdheid van Open Five 2 om uit de spagaat tussen vermoeide samenleving en vermoeiend navelstaren te komen. Dat gaat gepaard met spannende ironie tijdens het intiemste moment dankzij het zingen van Disney-liedjes. Open Five 2 groeit met haar personages mee. Het transformeert daarmee nonchalance tot iets resoluuts.

 

OPEN FIVE 2 KIJKEN: Open Five en Open Five 2 op Kentucker Audley’s NoBudge videokanaal.

 

Meer REWIND

Hoop en vertrouwen in Het Offer

Hoop en vertrouwen in Het Offer

door Sjoerd van Wijk

“Het moet mooi geweest zijn toen de mens dacht dat de wereld er zo uitzag!”, verzucht de jarige Alexander kijkend naar een oude landkaart van Europa. Deze verjaardagsgift van postbode Otto noopt hem tot mijmeren, zich realiserende dat het afgebeelde Europa niks van doen heeft met de waarheid.

Op dat moment weet hij nog niet hoe anders het leven luttele uren later is, als vliegtuigen oversjezen en een kernoorlog begint. Hij schudt zijn vervreemding van zich af en vindt de naastenliefde na een afspraak met God om alles op te geven als deze de tijd terugdraait naar hoe het was.

Het Offer

In Het Offer, de laatste film van regisseur Andrej Tarkovski, uit zich een toewijding die de mens mist in de huidige ecologische crisis. Alexander, een voormalige acteur die het praktiseren opgaf voor de studie, kampt met een spirituele leegte. Zijn filosofische monologen tonen een visie van technologiekritiek die doet denken aan Tarkovski’s eigen denkbeelden. Technologie transformeert de wereld tot te exploiteren materie, wat leidt tot vervreemding. Beschaving beschouwt de kaart als echter dan het territorium. Ted Kaczynski schreef in zijn manifest dat de Industriële Revolutie en haar gevolgen rampzalig zijn geweest voor de mensheid. Dit realiseert Alexander zich ook.

Spirituele crisis
Zijn gemis spreekt echter sterker uit de entourage dan de monologen. Sven Nykvists camera blijft plechtig op afstand, en het desolate landschap van schiereiland Närsholmen krijgt de overhand. Het gras wuift de stemmen weg, de tijd verstilt. Vogels klinken. Het transcendentale sluimert op de achtergrond, als het beeld kalm Alexander en zijn zwijgende zoontje Gossen volgt in gesprek met Otto. De tijdsbeleving in Offret is een majestueuze uitdaging. Het serene voortstromen is radicaal anders dan de tijdsbeleving binnen het technisch denken, waar de tijd in naam van functionaliteit een opeenstapeling van afzonderlijke momenten is.

Voordat Otto ten prooi valt aan Gossens kattenkwaad, had Gossen met zijn vader een dode boom geplant. Volgens een oude legende gaf een monnik dagelijks water aan de plant, totdat deze na drie jaar opbloeide. Deze door Alexander vertelde anekdote is exemplarisch voor zijn spirituele crisis. Hij lijkt de toewijding te bewonderen, maar mist het geloof. Zijn huis is welhaast een gevangenis, gevuld met gekeuvel van mensen met wie hij de connectie mist. Door grauw en grijs omhuld lijken zijn gasten en familie bijna onderdeel van het pand, waar de wind in de gordijnen herinnert aan de diepere waarheid die zij allen missen.

De grondslag van Kaczynski’s technologiekritiek is een ruig individualisme dat leidde tot diepe woede. Alexanders weemoed is van doortastender aard. Zodra het onheil daar is met vreselijk kabaal, schudt hij wakker uit zijn verdoving om een groot offer te brengen ten behoeve van hen waar hij zo-even nog vermoeid van was. Tarkovski’s laatste meesterwerk blijkt daarmee een parabel. Boodschapper Otto sommeert hem te gaan naar de mysterieuze bediende Maria, die de sleutel tot verlossing houdt.

Nederig handelen
Geloof is in Het Offer niet een kwestie van de juiste geschriften leren, maar een houding van nederigheid. Maria’s gift van liefde aan Alexander komt na een klein moment waaruit een zinderende bezieling spreekt. Het wassen van vieze handen start de opmars tot spirituele herleving. Tarkovski vindt schoonheid in elk moment op meditatieve wijze. Alsof hij de Tao toont zonder erover te spreken. Het maakt elke handeling discreet. Tegenwoordig is het individu niet meer nederig, maar een project wat zichzelf dient te optimaliseren. Het Offer raakt, doordat het dit beperkende wereldbeeld doorbreekt.

De oncomfortabele waarheid van de klimaatcatastrofe is dat er op het moment van schrijven nog 15 maanden zijn voor plannen om emissies te reduceren voor een 67% kans om onder 2,0ºC te blijven. Aangezien dit alleen kan door een gigantische reductie van productie en consumptie, betekent dit volwassenen nu een offer moeten brengen om hun kinderen te sparen voor grotere rampspoed. Dit maakt Alexanders nederigheid en gelofte aan God tot een bijzonder actueel en nijpend moment.

Het Offer

Moed en vertrouwen
Andrej Tarkosvki draagt de film op aan zijn zoon, met “hoop en vertrouwen”. Uit Alexanders offer spreekt echter eerder moed dan hoop. In een ontzagwekkende scène legt Nykvist de grootsheid van Alexanders daad vast met bescheiden precisie. Paradoxaal genoeg spreekt uit Alexanders offer, onderdeel van zijn afspraak met God, een autonomie die de moderne mens niet kent. Het individu als project verwart autonomie namelijk met het verzamelen van ervaringen en spullen, terwijl deze juist zit in het opgeven. Het is maar de vraag of volwassenen dit tijdig zullen beseffen en de noodzakelijke offers brengen zodat hun kinderen niet met de gebakken ecoperen zitten.

Alexander denkt voorbij de kaart, die onwerkelijk beperkt met grenzen. In het wegcijferen zit de autonomie opgesloten, mogelijk gemaakt door een geloof wat niet verdween maar slechts woekerde. Gossens eerste woorden, gesproken na Alexanders vertrekt, dringen daardoor in. Met vertrouwen en moed gloort de hoop aan de horizon. En daar is Het Offer getuige van.

Kijk hier waar Het Offer nog is te zien.

 

7 oktober 2019



MEER ANDREJ TARKOVSKI
 

ALLE ESSAYS

Once Upon a Time … in Hollywood

****
recensie Once Upon a Time … in Hollywood

Virtuoze collage van feit, fictie en mediareferenties

door Alfred Bos

Heeft Quentin Tarantino nu negen of tien films gemaakt? Maakt niet uit, Once Upon a Time … in Hollywood is Tarantino ten voeten uit én laat een nieuwe kant van de regisseur zien. Fans worden niet teleurgesteld. Critici ook niet.

Quentin Tarantino is een kind van 56. Film is voor hem een spel, met het medium, met genreconventies, met de relatie tussen film en werkelijkheid, met de kijker. De openingstitels van zijn tiende film (we tellen Kill Bill voor twee en Death Proof voor een) nodigen de kijker uit zijn spel mee te spelen. Op het scherm staan naast elkaar de namen en portretten geprojecteerd van de acteurs die de hoofdrollen spelen. Alleen, Leonardo DiCaprio heet Brad Pitt en Brad Pitt heet Leonardo DiCaprio. We zijn begonnen aan een knotsgekke achtbaanrit door de fantasie van de regisseur/scenarist en we hadden het kunnen weten, want de filmtitel geeft het al weg: Once Upon a Time … in Hollywood is een sprookje.

Zoals iedereen weet zijn sprookjes bruut en gewelddadig en Once Upon a Time … in Hollywood is Tarantino ten voeten uit, dus bruut en gewelddadig. En speels. Zoals elk sprookje – en dat is nieuw voor het kind dat inmiddels 56 jaren oud is – bevat het een moraal: succes is tijdelijk, roem is leeg en uiteindelijk is een beetje menselijkheid, het kost niks, het enige wat er toe doet. De rest is, wel, spel. Al spelen sommigen het bloedserieus.

Once Upon a Time … in Hollywood

Goochelen met filmtrivia
Quentin Tarantino is een postmoderne regisseur en maakt films die naar andere films verwijzen en het medium becommentariën door het op zichzelf terug te vouwen. Wanneer zo’n Tarantino-metafilm is gesitueerd in het mekka van de filmindustrie, het commerciële hart van het medium, gaan de filmreferenties in overdrive. Once Upon a Time … in Hollywood goochelt met filmtrivia en Hollywood-folklore, is onbarmhartig eerlijk maar razend gevat, en krankzinnig gedetailleerd in zijn persiflage van Hollywood en satire op de donkere kanten van Los Angeles en haar historie. De regisseur is fan, nar en therapeut ineen. Dat laatste onderscheidt hem van al die andere fanboys die de (sociale) media bevolken. Hij toont empathie.

Once Upon a Time … in Hollywood tackelt Amerika’s meest geruchtmakende moordzaak van de afgelopen vijftig jaar. Meest geruchtmakend vanwege de weerzinwekkende details, de volstrekte willekeur en zinloosheid, en het feit dat het de droomfabriek Hollywood in het hart trof. Het lijkt op het eerste gezicht weinig kies om de moord op actrice Sharon Tate, de hoogzwangere vrouw van Roman Polanski, te gebruiken als onderwerp van een Tarantineske burleske. Maar de regisseur doet iets verrassends en op hetzelfde moment iets typisch des Tarantino’s: hij vouwt Hollywood op zichzelf terug.

Keten van misverstand
Rick Dalton (Leonardo DiCaprio) is een acteur over zijn hoogtepunt. Tien jaar daarvoor speelde hij de sheriff in de populaire tv-serie Bounty Law, een western. Hij is nog steeds onafscheidelijk met zijn filmdubbel, stuntman Cliff Booth (Brad Pitt). Daltons ster is tanende en hij scharrelt bij als Hollywood-acteur in goedkoop gedraaide Italiaanse westerns. Het is de meest opzichtige filmreferentie in deze film, naar Clint Eastwood en Sergio Leone (geen punten voor deze quizvraag).

Booth fungeert als chauffeur en klusjesman van Dalton en woont met zijn vechthond Brandy in een trailer in de San Fernando Valley, op een verlaten drive-in-cinema. Dalton maakt zich zorgen hoeveel langer hij de huur van zijn villa in het sjieke Benedict Canyon kan betalen. Hij bewondert op afstand zijn buren, Roman Polanski (Rafel Zawierucha, een Poolse acteur in een zwijgende rol), de hipste regisseur van Hollywood op dat moment, en diens hoogzwangere vrouw Sharon Tate (Margot Robbie). Dan kruist Pussycat (Margaret Qualley), een jonge vrouw uit de hippiecommune van Charles Manson (Damon Herriman), het pad van Booth. Het zet een onwaarschijnlijke keten van misverstand in gang.

Once Upon a Time … in Hollywood

Bestaande personen
Once Upon a Time … in Hollywood is in alle opzichten, op één na (en daar komen we op terug), typischTarantino. Het is een wraakfilm. Hij bestaat, net als Stanley Kubricks Full Metal Jacket en A Clockwork Orange, uit twee aparte delen. Feit en fictie zijn virtuoos vervlochten. De filmreferenties zijn te veel om op te noemen (daar kunnen studieclubs aan worden gewijd en pubquizzen mee gevuld). Het geweld, vooral gericht tegen vrouwen, is buiten proporties. De dialogen klinken spits en verrassend. Enkele scènes zijn overbodig en dienen vooral om de spraakwaterval van Tarantino’s script een bedding te geven. Vaste Tarantino-acteurs duiken op (spot Kurt Russell). Er is een cameo van een Hollywood-legende: Al Pacino als de zalig schmierende Hollywood-agent Marvin Schwarz. De soundtrack zit vol met raak gekozen B-hits (en een enkele A-kraker).

Alle Tarantino-films tot nu toe waren variaties op bestaande genrethema’s en B-filmconventies. Voor Once Upon a Time … in Hollywood gaat de regisseur uit van de tot in detail gerealiseerde werkelijkheid, die van Hollywood in 1969. We zien bestaande personen, naast de reeds genoemde zijn dat Jay Sebring (Emile Hersch), de voormalige kapper annex amant van Tate met wie zij en Polanski hun woning delen; plus Cass Elliott (Rachel Redleaf) en Michelle Phillips (Rebecca Rittenhouse) van The Mamas & The Papas die we tegenkomen op een feest in Hugh Heffners Playboy Mansion.

Er zijn er meer, zoals acteur Steve McQueen (Damian Lewis) die tien jaar daarvoor – net als Rick Dalton – beroemd werd via een westernserie op tv; Bruce Lee (Mike Moh) als karatehaantje Kato in de tv-series Batman en The Green Hornet; en George Spahn (Bruce Dern), de 80-jarige blinde eigenaar van de Spahn-ranch, de voormalige set van westernfilms en tv-series – inclusief het fictieve Bounty Law – waar de Manson Family in 1969 domicilie hield. De scène met Spahn is een soort hommage en voelt overbodig, maar is het niet (zoals later zal blijken).

Spiegeleffecten
Typerend voor Tarantino’s associatieve aanpak vol spiegeleffecten is de scène waarin Rick Dalton, de voormalige tv-sheriff, de schurk speelt in een shoot voor de (fictieve) tv-serie Lancer. Hij deelt de tv-scène met collega-acteur James Stacy, de tv-sheriff en revolverheld van de serie. In Tarantino’s film wordt die rol vertolkt door Timothy Olyphant, die bekend werd als de scherpschietende sheriff in de echte tv-series Deadwood, een western, en Justified, een eigentijdse western. De scène toont de werkelijkheid van het filmmaken, of eigenlijk het acteren. We zien een acteur die acteert dat hij acteert, het is een fenomenaal moment van Leonardo DiCaprio. Voor het verhaal van Once Upon a Time … in Hollywood is het ook een overbodige scène, maar hij ademt brille en je vergeeft het Tarantino grif.

Tarantino’s metafilm is niet alleen hommage, er is ook zwarte humor. Zoals het moment waarop Sharon Tate de bioscoop binnenstapt om zichzelf naast Dean Martin op het filmdoek te zien in The Wrecking Crew (Phil Karlson, 1968). Ze wil gratis naar binnen, ze is immers de ster van de vertoonde film. De ontmoeting van Bruce Lee en voormalig stuntman Booth op de set van The Green Hornet is hilarisch en Brandy heeft de hondenscène van het jaar.

Once Upon a Time … in Hollywood

Klassiek mannenduo
De climax is onvervalste Tarantino van de bovenste plank. Anders dan The Hateful Eight voelt de ontknoping niet gekunsteld, flauw en onsmakelijk aan. De vuurpijl is subtiel voorbereid en kundig opgezet, vol verrassing en hallucinant in zijn exces. Hij opent met wellicht de meest geraffineerde toepassing van Tarantino’s spiegelspel met referenties uit de hele film. Op de geluidsband speelt 12:30 van The Mamas & The Papas, het is in de film op dat moment half een ’s nachts en de songstekst valt samen met de handeling op het filmdoek. Het is een virtuoze collage van feit, fictie en mediareferenties, Once Upon A Time … in Hollywood in een notendop. Je zou ook bijna twee uur en drie kwartier lang vergeten dat Pitt en DiCaprio weergaloos goed zijn. Klassieke Hollywood-duo’s als Paul Newman en Robert Redford, of James Stewart en Richard Widmark, komen op het netvlies.

Once Upon a Time … in Hollywood is volbloed Quentin Tarantino, op één aspect na. De film afficheert zich als sprookje en in sprookjes leeft men na afloop nog lang en gelukkig. De verhaallijn van proloog naar epiloog is grillig, maar niet zonder betekenis. De tobberige protagonist heeft geleerd, hij is de ambities en pretenties van beroepsnarcisten voorbij, de acteur stapt uit zijn rol en wordt mens. Ironie blijkt empathie. Zou de kleuter van 56 dan toch volwassen zijn geworden?

 

13 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

One, Two, Three

One, Two, Three

Kluchtige hectiek in verdeelde stad

door George Vermij

Spanningen tussen Oost- en West-Berlijn lopen hoog op in Billy Wilders mallotige One, Two, Three. En dat alles wegens een jonge Amerikaanse dame die gevallen is op een fanatieke communist. Hooggeplaatste Coca-Colaverkoper C.R. “Mac” MacNamara mag het allemaal oplossen. 

De invloedrijke filmcritica Pauline Kael was geen fan van One, Two, Three. In haar boek ‘I Lost it at the Movies’ is ze buitengewoon vilein en laat ze niets heel van de film:

As a member of the audience, I felt degraded and disgusted, as if the dirt were being hurled right at my face.  One Two Three is overwrought, tasteless, and offensive – a comedy that pulls out laughs the way a catheter draws urine.

Je merkt dat ze gekwetst is. Een emotie die vandaag de dag ook niet ontbreekt in veel filmkritiek. Maar heeft Kael gelijk?

One, Two, Three

Houdbaarheid
Toen ik de film zag tijdens een Billy Wilder-retrospectief op tv moest ik lachen. Als vijftienjarige werd ik meegevoerd in het dolle tempo van de film. One, Two, Three moest ook snel zijn volgens Wilder en dat allemaal op het acteerritme van veteraan James Cagney die de film volledig draagt als Mac. In die stroom van woord- en beeldgrappen zitten af en toe wat losse flodders of schoten die het doel niet raken. Door de tijd zijn bepaalde moppen ook verouderd. Komedie is nu eenmaal een lastig genre qua houdbaarheid. Maar als een spiegel van de mores van een specifiek tijdsgewricht is het een veelzeggend document.

Mac is een hoge piet bij Coca Cola in West-Berlijn. De Muur is er nog niet, maar de ruïnes die te zien waren in Wilders A Foreign Affair zijn inmiddels verdwenen. Althans in het kapitalistische Westen waar het Wirtschaftswunder de stad een nieuw elan heeft gegeven. Het besmette verleden is voor het gemak onder het tapijt geveegd, maar af en toe borrelt er nog iets omhoog. Zo is Macs assistent een ijverige en onderdanige Duitser die het maar niet kan laten om met zijn hielen te klikken als hij zijn baas aanspreekt. Het was er in de SS goed ingestampt.

Billy WilderRomance
De spanningen van de Koude Oorlog worden geleidelijk ook voelbaar voor Mac. De aanleiding is echter onschuldig. De verwende dochter van zijn baas is in Berlijn neergestreken. Tot Macs grote schrik blijkt zij haar hart te hebben verloren aan een felle anti-kapitalist die overtuigd is van de communistische heilstaat. Alleen jammer dat deze romance niet kan bestaan in een periode waarin een atoomoorlog op elk moment kan uitbreken.

Toch zijn die obstakels voor Mac een uitdaging waar hij zijn onderhandeltalenten en zakeninstinct op los kan laten. En zo reist hij door de verdeelde stad om de jonge communist zwart te maken. Dat doet hij sluw door dealtjes te bekokstoven met de Russen waarbij de politieke verschillen ondergeschikt lijken te zijn aan de kracht van Amerikaanse overredingskracht en natuurlijk dollars. Het is curieus dat Macs ondernemende insteek raakvlakken heeft met de hoofdpersoon uit Steven Spielbergs Bridge of Spies. Een advocaat die opeens een tussenpersoon is in een groot conflict tussen de Russen en de Amerikanen. Als hommage aan Wilder laat Spielberg in een scène een bioscoop zien waar de film draait. Maar anders dan de grimmige realiteit van die film is dit natuurlijk een dwaze klucht.

Zoetsappigheid
Door Macs opportunistische inspanningen worden Oost en West op de hak genomen. Het is voor Wilder een soort jachtseizoen op alle heilige huisjes die de tegengestelde ideologieën hebben voorgebracht. Ondanks alles blijft het wel luchtig en dat is waarvoor hij zo vaak werd afgestraft in de filmpers. Zo vond de Britse filmcriticus David Thomson dat Wilder ondanks zijn cynisme vaak zwichtte voor de conventies van Hollywood. Een bittere film kreeg vaak een zoete kers op de taart in de vorm van een happy end.

One, Two, Three

Die kritiek proef je ook in Kael terug. Voor beide critici gaat Wilder niet ver genoeg of zwakt hij op het laatste moment dingen af met zoetsappigheid. One, Two, Three ontsnapt ook niet aan die neiging om het naar het einde toe op safe te spelen. Het is wel een dolle rit die grappig is als tijdscapsule. Zie daar de Mad Men-achtige kantoorwereld waar oude bazen het doen met hun jongere voluptueuze secretaresses. Vrouwen zijn ook een dealbreaker. Als Mac wat Russen moet overtuigen haalt hij zijn sexy assistente uit de kast. Het is plat, maar ook grappig. Vooral als zij in haar wilde dans ervoor zorgt dat een portret van Nikita Chroesjtsjov uit de lijst schiet en opeens een portret van Josef Stalin tevoorschijn komt.

Als film schippert One, Two, Three tussen de slechtste tendensen van Wilder en zijn beste: die cynische eerlijke en vooral ook komische visie op de zwaktes van de mens. Sommige grappen zijn verouderd maar ook het politieke landschap. Desondanks blijft het een vermakelijke en interessante film.

 

1 augustus 2018

 

Deze film draait binnenkort o.a. in EYE Amsterdam. 

 

MEER BILLY WILDER