Darkest Hour

**

recensie Darkest Hour

Fantastische rol, matige film

door Alfred Bos

Gary Oldman excelleert in een speelfilm over de eerste weken van Winston Churchill als leider van de Britse regering. In mei 1940 was Engeland niet klaar voor een oorlog met Duitsland. Taal was Churchills enige wapen.

Winston Churchill was 65 jaar oud en had al een roerig leven in de Engelse politiek achter de rug toen hij op 10 mei 1940 aantrad als eerste minister van het Verenigd Koninkrijk. Diezelfde dag vielen de troepen van Hitler Nederland en België binnen. De Blitzkrieg was ongekend succesvol, twee weken later stonden de Duitsers op het punt het Britse leger in Frankrijk bij Duinkerke in zee te drijven. De oorlog leek verloren eer hij nauwelijks begonnen was.

Darkest Hour

Darkest Hour toont Winston Churchill in de weken tussen zijn aantreden als eerste minister en zijn befaamde ‘we shall fight on the beaches’-toespraak in het parlement van 4 juni, nadat 300.000 Britse soldaten van het strand van Duinkerke waren gered. Dat wapenfeit, Operatie Dynamo, was vorig jaar het onderwerp van Christopher Nolans Dunkirk. Daarin is Churchill alleen te horen, in Darkest Hour is hij in iedere scène in beeld. Beide films zijn genomineerd voor meerdere BAFTA’s, de Britse Oscars, en Gary Oldman kan de prijs voor de beste mannelijke hoofdrol nauwelijks ontgaan. Zijn vertolking van Churchill is fenomenaal.

Iconische sigaren
En toch overtuigt de film niet. Het eerste probleem is het script van Anthony McCarten. Diens scenario voor de Stephen Hawking-biopic The Theory of Everything miste dramatische diepgang en al biedt het eveneens waargebeurde verhaal van Darkest Hour drama te over, beklemmend zijn deze donkere uren nimmer. De confrontatie met Churchills voornaamste tegenstrever en gedoodverfde opvolger als premier, de minister van buitenlandse zaken Lord Halifax (Stephen Dillane), mist het venijn van kampende aartsrivalen.

Wat stoort, omdat Halifax via Mussolini wil onderhandelen met Hitler en Churchill pertinent weigert. Die wil vechten, al is Engeland nauwelijks voorbereid op een gewapend conflict. Churchills onverzettelijkheid, zie de ‘we shall fight on the beaches’-rede, vormt het hart van zijn rol – en belang – als leider in oorlogstijden. Dat drama vervliegt als de rook van Churchills iconische sigaren, wellicht ook omdat het verhaal exclusief vanuit Churchills positie wordt verteld en de intrige achter de schermen goeddeels buiten beeld blijft.

Darkest Hour

Depressies
Bovendien is regisseur Joe Wright (Anna Karenina) geen Steven Spielberg. Zijn forte, intimiteit op privé-niveau, staat ver af van het drama op wereldschaal van Darkest Hour. De huiselijke scènes tussen de bullebak met een afkeer van autoriteit en zijn vrouw Clemmie (Kristin Scott Thomas, onlangs nog te zien in The Party) hadden als contrapunt kunnen fungeren, maar blijven karikaturaal. Zoals alle historische personages buiten Churchill bijrollen blijven. Het typeert de dramatische zwakte van de film.

Het best uit de verf komt Churchills relatie met de stotterende, hier lispelende koning, George VI (Ben Mendelsohn). In elkaar herkennen ze zichzelf: mannen die zich bewust zijn van hun tekortkomingen, maar door omstandigheden gedwongen om boven zichzelf uit te stijgen. Churchills beruchte black dog, de periodes van depressie die hem zijn leven lang hebben geplaagd, komt evenwel uit de lucht vallen en blijft als drama-gegeven onbenut.

Hollywood-fictie
Ronduit ridicuul in een speelfilm die het historische gegeven benadrukt met schermgrote dagaanduidingen is de fictieve underground-scène. Op weg naar het parlement om zijn ‘we shall fight on the beaches’-toespraak af te steken stapt Churchill uit de limousine en reist het laatste stuk met de metro. Daar vraagt hij gewone Londenaars naar hun mening: vechten of onderhandelen? Vechten, zeggen ze allemaal en Churchill noemt elk bij naam in zijn historische rede.

Dat ergerlijke staaltje Hollywood-fictie is regelrechte geschiedvervalsing, van A tot Z sprookjesromantiek. Churchill stapte op 4 juni 1940 niet in de metro, de bevolking was niet strijdbaar maar doodsbenauwd en in het Londen van 1940 liepen geen West-Indische Gemenebest-onderdanen rond, al helemaal niet in een openlijke liefdesrelatie met een blanke vrouw. Die politiek correcte Disney-fantasie kost een ster.

Darkest Hour

Talent voor taal
Churchills talent was taal – in 1953 kreeg hij de Nobelprijs voor zijn geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog – en de drie historische toespraken waarmee hij de Britten geestelijk voorbereidde op een overlevingsoorlog, vormen het hart van Darkest Hour. Die zijn van Shakespeareaanse allure en Gary Oldman brengt ze navenant.

Darkest Hour is in feite een film over de kracht van taal, want Churchill, niet populair en leider van een land zonder bondgenoten of leger (wat er restte was uit Duinkerke gered), had niets anders tot zijn beschikking dan karakter en taal. Zoals de Amerikaanse radiojournalist Edward R. Murrow na Churchills toespraak van 4 juni opmerkte: “He mobilized the English language and sent it into battle”. Dat is de kortst denkbare samenvatting van dit eerbetoon aan een Brits monument.

Winston Churchill is de hoofdpersoon van menige speelfilm, docudrama of tv-serie. Afgelopen jaar nog speelde Brian Cox de man met de sigaar en het V-teken in Churchill van Jonathan Teplitzky, gesitueerd aan de vooravond van D-Day. Die heeft de Nederlandse bioscoop nooit gehaald. Darkest Hour is na Dunkirk tevens de tweede film binnen een jaar, het jaar na de Brexit, die de eilandmentaliteit van de Britten schetst. Dramatischer setting is nauwelijks denkbaar, maar buiten Oldhams Churchill blijven personages en drama flets. Dan is Durnkirk, veel bekritiseerd om zijn gebrekkige karaktertekening, toch een stuk enerverender.
 

16 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Le Redoutable (bio Jean-Luc Godard)

****

recensie Le Redoutable

Held stapt van zijn sokkel

door Cor Oliemeulen

Jean-Luc Godard is met zijn vernieuwende stijl en het loslaten van traditionele opvattingen één van de belangrijkste filmmakers ooit. In Le Redoutable blijkt maar weer eens dat kunstenaars moeten lijden om tot grote creatieve hoogte te kunnen stijgen.

Aan het eind van haar charmante documentaire Visages Villages (2017) pinkt filmmaakster Agnès Varda (89) aangeslagen een traantje weg, omdat haar collega Jean-Luc Godard (87) kennelijk geen zin heeft in bezoek en haar voor een gesloten deur laat staan. Zowel Varda als Godard zijn boegbeelden van de Nouvelle Vague, de Franse filmstroming die begin jaren zestig de traditionele cinema op zijn grondvesten deed schudden. Beide cineasten zijn nog steeds actief, echter Godard schijnt te leven als een kluizenaar. Als je Le Redoutable hebt gezien, komt dat niet als een verrassing.

Le Redoutable

Twijfelend genie
Dit biografische drama is een portret van Jean-Luc Godard dat zijn bewonderaars met een lichte kater zal achterlaten. Van de held die de geboren Zwitser werd na zijn doorbraakfilm À bout de souffle (1960) blijft – door eigen toedoen – bar weinig over. We maken kennis met Godard als een man vol twijfel, eenzaam en onbegrepen in zijn verwachtingen en aspiraties. Een artiest die bijna alles en iedereen afwijst, uiteindelijk zijn geliefde en zichzelf. Een zuurpruim, soms uitgesproken lomp, beledigend en masochistisch. Maar gelukkig nooit ontdaan van die typisch ironische en schertsende toon, die we regelmatig in Godards films terugzien.

Het was dan ook niet de bedoeling van de Franse regisseur Michel Hazanavicius (The Artist, 2011) om zijn illustere vakgenoot als een held neer te zetten, een keuze die bij menig filmliefhebber vooral in eigen land in slechte aarde viel. Jean-Luc Godard (fantastische rol van Louis Garrel) is in Le Redoutable een mens van vlees en bloed. Diens geniale kwaliteiten als vernieuwende filmmaker neemt de kijker voor kennisgeving aan, de focus ligt geheel op het moment dat de politieke activist in hem ontwaakt en Godards cynische kijk op de wereld tot volle wasdom komt.

Le Redoutable

Maoïstische revolutie
Zoals het een echte filmauteur betaamt, loopt zijn ontwikkeling als mens gelijk met zijn oeuvre, in Godards geval al in zijn beginjaren. Van de lichte romantiek (À bout de souffle, 1960), via de onmogelijkheid van liefde in psychologisch drama (Le mépris, 1963) naar politieke manifestatie (La chinoise, 1967). Godard wordt geïntroduceerd op het moment dat hij zijn laatstgenoemde komische drama over een studentengroepje van Franse maoïsten dat een gewelddadige revolutie predikt, heeft afgerond. De film flopt. Media betichten hem van politieke puberteit met eindeloze preken, en zelfs de Chinezen begrijpen volgens Godard hun eigen revolutie niet. Slechts een enkeling vindt dat Godards cinema pure poëzie is en zijn tijd ver vooruit, maar de meeste fans hopen vurig dat hij weer die luchtige films van weleer gaat maken.

Jean-Luc Godard, die eerder was getrouwd met zijn muze Anna Karina, is ondertussen verliefd geworden op de hoofdrolspeelster van La chinoise, Anne Wiazemsky (Stacy Martin), en zij op hem. Ze trouwen. Anne is 20, Jean-Luc is 36. Lol en liefde maken langzaam plaats voor zijn obsessie voor de revolutie: ‘weg met De Gaulle, de macht aan het proletariaat’. Ze lopen mee in de Parijse studentendemonstraties van 1968, Jean-Luc gooit stenen naar de ‘fascistische’ politie, verliest voor de zoveelste keer zijn bril (leuke running gag), spreekt tijdens manifestaties waar hij steeds vaker – tot zijn eigen begrip – wordt weggehoond en noemt alle films die hij ooit heeft gemaakt (maar ook die van bevriende collega’s als Bernardo Bertolucci) complete bagger en mensen die die films goed vinden zombies. Anne Wiazemsky houdt het twaalf jaar met hem uit. “Ik trouwde met Jean-Luc Godard, de cineast, niet Jean-Luc Godard, de politicus”, zegt zij. Le Redoutable is gebaseerd op haar boek.

Le Redoutable

Tragische kunstenaar
Hoewel Godard zich enerzijds ontpopt als een tragische figuur zien we anderzijds voortdurend de intellectuele kunstenaar met diens eeuwige zelfspot en drang tot vernieuwing en ommekeer. “Artiesten moeten sterven voor hun 35ste”, zo citeert hij Mozart. Weinig positieve woorden heeft hij over voor acteurs: “Die doen alles wat je hen vraagt. Ze huilen en lachen op commando en kruipen over de grond.” Zelfs het ‘functionele’ bloot in (zijn) films wordt op geestige wijze op de korrel genomen in een scène waarin Anne en Jean-Luc hierover discussiëren terwijl ze zelf poedelnaakt door hun woning paraderen.

Natuurlijk is regisseur Michel Hazanavicius zo slim geweest om in Le Redoutable speelse stijlkenmerken en visuele grapjes van de Nouvelle Vague (zoals snelle montage en opvallende camerabewegingen) te gebruiken. Zo lijkt het interieur met de dominante kleuren te zijn weggeplukt van Godards jaren zestig-sets, hoor je het geluid van een typemachine nog even doorratelen nadat Jean-Luc zich heeft omgedraaid en springt het beeld telkens weer van normaal naar diapositief op de tik waar de langspeelplaat blijft hangen. En zoals dat hoort, praten de personages regelmatig in de camera.

Naast het eenzijdige, maar verhelderende en intieme portret van één van de grootste filmvernieuwers ooit, is Le Redoutable (letterlijk: ‘te duchten’) een pleidooi om directe films over het ‘echte’ leven te maken. Hoe hoog je die lat het beste kunt leggen, zal Jean-Luc Godard zich tot zijn dood blijven afvragen.
 

11 januari 2018

 
MEER RECENSIES

Molly’s Game

****

recensie Molly’s Game

Het begon met een takje

door Alfred Bos

Gevierd scenarist Aaron Sorkin plaatst zich in de stoel van de regisseur en schetst in het waargebeurde verhaal van een skiester die een fenomeen werd in de pokerwereld het psychologische portret van een vrouw met stalen ruggengraat.

Als over luttele weken de Olympische Spelen in volle gang zijn, staan er achter iedere deelnemer een reeks onzichtbare sporters die het niet haalden. Eén daarvan was Molly Bloom, een skiester met Olympische aspiraties die door botte pech buiten de boot viel. Bij toeval belandde ze in de wereld van het pokeren en werd het brein achter het meest exclusieve potje kaarten om grof geld, alleen toegankelijk op uitnodiging en na overleg van een bovenmodaal jaarsalaris. Tot de FBI op de deur klopte.

Molly's Game

Het is allemaal waar gebeurd, Bloom schreef het op in haar boek Molly’s Game: From Hollywood’s Elite to Wall Street’s Billionaire Boys Club, My High-Stakes Adventure in the World of Underground Poker. Dat boek schreef ze om haar advocaat te kunnen betalen en de interactie tussen Bloom en jurist Charley Jaffey staat centraal in de film die Aaron Sorkin maakte naar het boek. Het is zijn debuut als regisseur, met gevierde acteurs als Jessica Chastain (Bloom) en Idris Elba (Jaffey) in de hoofdrollen.

Flashbacks en voice-over
Aaron Sorkin is vooral bekend als auteur van de gewaardeerde tv-series West Wing en The Newsroom, over respectievelijk verwikkelingen achter de schermen van het Witte Huis en op de nieuwsredactie van een tv-station in New York. Voor een flitsende dialoog tussen intelligente mensen die bliksemsnel en messcherp op elkaar reageren kun je bij Sorkin wel terecht. Voor subtiele inkijkjes in de motieven van mensen met macht en aanzien eveneens. Zijn scenario’s voor speelfilms over Mark Zuckerberg (The Social Network) en Steve Jobs (Steve Jobs) tintelen van verbaal venijn.

Technisch gezien is het draaiboek voor Molly’s Game een hoogstandje. Hoe leg je de finesses van het pokerspel om tonnen geld uit aan niet-ingewijden? Hoe ga je om met jargon? Hoe houd je het verhaal met een stoet aan meer of minder belangrijke personages overzichtelijk? Hoe visualiseer je de emotie van mensen die er alles aan doen om juist géén emotie te tonen?  Door niet-lineair te vertellen en details plus emotie via de voice-over van het lijdend voorwerp, Molly dus, te verhalen. Het is haar ook maar overkomen.

Ruggengraat van de film zijn de scènes tussen Bloom en haar advocaat, zijn wantrouwen ketst af op haar onverzettelijkheid. Het moet voor Elba een lastige rol zijn geweest, alsof je acteert tegen een sneeuwpop, want de Bloom van Chastain blinkt uit in emotionele afwezigheid. Het mag van binnen gisten, aan de buitenwereld laat ze daar niets van merken. Door dat heden zijn flashbacks gesneden van de voorgeschiedenis: de pokerring en hoe het allemaal zo verschrikkelijk uit de hand heeft kunnen lopen.

Molly's Game

Emotionele vuurpijl
Sterke vrouwenrollen zijn in Hollywood dun gezaaid en Molly’s Game levert in dubbel opzicht. Het is een film over een vrouw die door een lichamelijke afwijking letterlijk een stalen ruggengraat kreeg, fraai vertolkt door Jessica Chastain in een rol die veel wegheeft van haar lobbyist in het eerder dit jaar verschenen Miss Sloane. Sorkin heeft meer dan twee uur nodig om alle verwikkelingen helder en invoelbaar voor het voetlicht te brengen en dan komt na de dans om het geld en de reputatie de emotionele vuurpijl die de proloog suggereert.

Molly’s Game is geen film over dubieuze karakters die zich overeind houden in een patserige schijnwereld. Het is een film over een afstandelijke vader, docent psychologie aan een universiteit nota bene (gespeeld door Kevin Costner), en een zich onbegrepen wanende dochter. Wie goed naar Molly’s voice-overs heeft geluisterd, had het kunnen weten. In het slotbeeld zien we het takje waarmee het allemaal begon.

En passant biedt de film een ontluisterende kijk op de Amerikaanse samenleving. Tergend onbeschoft gedrag is sociaal geaccepteerd. Morele verloedering regeert. Iedereen loert op het succes van de ander. List en bedrog overtroeven empathie en vertrouwen. Van criminelen kun je dat verwachten, maar de Amerikaanse overheid in de vorm van de openbare aanklager doet vrolijk mee. Het is uiteindelijk de rechter, met een rake referentie aan Wall Street, die de zaak (no pun intended) recht trekt. Bij Aaron Sorkin krijg je altijd meer dan de poster belooft.
 

18 december 2017

 
MEER RECENSIES

Avicii: True Stories

***

recensie Avicii: True Stories
De kunstenaar wint, niet het geld

door Alfred Bos

Vorig jaar kondigde de Zweedse superster-deejay Avicii aan te stoppen met optreden. Een zeldzaam openhartige documentaire toont hoe de producer moest knokken om het juk van de roem af te schudden.

Tim Bergling was 21 jaar toen hij in 2011 als deejay optrad voor een uitverkocht stadion in zijn geboorteplaats Stockholm. Na afloop vraagt een journaliste hem: Wat is je doel? Dit zo lang mogelijk doen, antwoordt Bergling bleu maar tevens blij. Op 28 augustus 2016 deed hij zijn laatste optreden, in de club Ushuaia op Ibiza. Wat er in de vijf tussenliggende jaren gebeurde is het onderwerp van Avicii: True Stories.

Avicii: True Stories

De film toont kanten van het bestaan als internationaal vermaarde superster-deejay die doorgaans voor het publiek verborgen blijven. Als één van de populairste deejays en best verkopende producers van de planeet is Avicii een geldmachine en die wordt door de krachten achter de schermen, zijn manager voorop, genadeloos geëxploiteerd. Tot er iets knapt. Levan Tsikurishvili – die eerder enkele kortfilms rond nummers van Avicii regisseerde – heeft de Werdegang van Bergling als een vlieg op de muur geregistreerd. Hij toont de werkelijkheid achter het imago, het marketing-masker.

Monsterhit Wake Me Up
Tim Bergling (8 september 1989) leert zichzelf produceren door instructiefilmpjes op YouTube te bestuderen. Zijn held is de Nederlandse producer Laidback Luke, hij stuurt hem vijf demo’s per week. Ook een andere Nederlander, Tiësto, hoort zijn talent en draait als eerste topdeejay Avicii’s tracks. Dan verschijnt Ash Pournouri in beeld. Hij heeft op internet Berglings eerste producties gehoord en meent de ruwe diamant te kunnen slijpen tot een superster.

Dat lukt boven verwachting. In het najaar van 2011 maakt de hit Levels van Avicii een internationale ster. Zijn track Wake Me Up, volgens Incubus-gitarist Mike Einziger ‘geschreven in een half uur’, is in 2013 een monsterhit. In Nederland wordt het de bestverkochte single van dat jaar; het nummer staat 82 (!) weken in de Single Top 100. Bergling heeft talent – getuigen ook profi’s als Nile Rodgers, Wyclef Jean en Coldplay’s Chris Martin – en werkt hard voor zijn succes. Hij is constant bezig, slaat nachtrust over.

Avicii: True Stories

Het succes van Avicii reikt tot de stratosfeer. Optredens op grote festivals, blokboekingen in Las Vegas, studiotijd met beroemde muzikanten, Madonna die hem aankondigt in Miami en tournees langs zo ongeveer alle continenten. Maar dan volgt tegenslag. Bergling krijgt lichamelijke klachten (galblaas, appendix) en ligt met zijn laptop in het ziekenhuisbed te werken. Het toeren gaat hem tegenstaan, hij is niet gebouwd voor de niet aflatende werkdruk.

‘De betekenis van geld’
Het hart van de film is de strijd tussen de deejay en diens manager om controle over de loopbaan van de ster. Bergling begint langzaam iets te dagen. Hij leest de Zwitserse psycholoog Carl Jung en ontdekt dat hij introvert is; op intuïtie koest, niet volgens een plan. Hij wil minder optreden of eigenlijk helemaal niet meer. De mensen om hem heen zetten de producer in een droomvilla op Ibiza en vervolgens een strandwoning in het Californische Malibu, maar de stressklachten blijven. Avicii wil eruit. Stoppen met toeren, lekker muziek maken in de studio; met vrienden, collega’s of alleen.

‘Hij snapt de betekenis van geld niet’, zegt manager Ash over Avicii en dan weet je dat de breuk onvermijdelijk is. Bonentellers en creatievelingen leven in gescheiden werelden en op zijn zesentwintigste stapt Avicii weloverwogen uit het spotlicht. Hij ging bijna kapot aan de stress van het succes en moest vechten voor zijn vrijheid. Hij zit nu met gitaar op het strand van een paradijselijk eiland nabij Madagaskar en werkt aan zijn nieuwe album. Met Avicii komt het goed.

Avicii: True Stories

Asif Kapadia, de regisseur van de documentaire Amy over Amy Winehouse, moest het doen met home movies en via smartphone gedraaide filmbeelden. Levan Tsikurishvili is een jeugdvriend van Tim Bergling en kon de producer jarenlang van nabij volgen. Dat resulteert in een ongewoon openhartige documentaire die – anders dan Amy – eindigt met een persoonlijke triomf.

Avicii: True Stories – vernoemd naar de titels van zijn eerste twee albums, True (2013) en Stories (2015) – ging afgelopen week in wereldpremière tijdens het Amsterdam Dance Event en draait op donderdag 26 oktober wereldwijd eenmalig in de bioscoop. In Nederland is de film hier te zien. Na afloop van de documentaire wordt een concertfilm van dertig minuten over Avicii’s afscheidsoptreden op Ibiza vertoond.
 

24 oktober 2017

 

MEER RECENSIES

Loving Vincent

****

recensie Loving Vincent

Brits moordmysterie in een Van Goghiaans landschap

door Bob van der Sterre

Maar liefst 65.000 olieverfschilderijen vormen een oogstrelende film over kunstschilder Vincent van Gogh. Maar was dat moordmysterie nu wel nodig?

Het is 1891. De kunstenaar is een jaar dood. Armand Roulin krijgt in Arles van zijn vader, de postbode Joseph Roulin, een brief in handen. Het is een brief van de kunstenaar Vincent van Gogh. ‘Ga die maar afgeven aan de nabestaanden.’

Dat is niet zo makkelijk als het lijkt. In Parijs leert hij dat broer Theo van Gogh ook al is overleden. Roulin gaat naar Auvers-sur-Oise want daar woont Gachet, arts en vriend van Vincent. Die is niet aanwezig. Roulin besluit om te wachten op zijn terugkeer.

In de tussentijd spreekt hij met allerlei mensen die Van Gogh hebben gekend. Tegenstrijdige berichten bereiken hem. Als een soort pseudodetective spreekt hij met ooggetuigen en probeert hij te achterhalen hoe Vincent nou aan zijn einde is gekomen.

Reizen via Van Gogh-schilderijen
Het aardigste van Loving Vincent is dat we via zijn doeken rechtstreeks reizen naar de tijd dat ze zijn gemaakt. Inclusief niet kloppende perspectieven, rare wolkenpartijen en bomen en planten in verkeerde kleuren. Dat is een bijzondere ervaring voor een kunstliefhebber. Je kijkt bijna een film in een kunstwerk.

Veel karakters met wie Roulin spreekt kennen we al van Van Gogh-schilderijen. In deze film komen ze tot leven. De streepjesbaard begint te bewegen, de ogen knipperen, het jasje deint in de wind.

Met het levend worden, veranderen de geschilderde personen ook in echte mensen met hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden. De karakters reageren allemaal anders op de kunstenaar. De een vond hem een griezel (‘Ik wist meteen dat er problemen op stapel stonden’), de ander vond hem een sympathieke kerel, met af en toe slechts wat merkwaardige trekjes. Met name dokter Gachet blijkt een aparte rol te hebben gespeeld in dit verhaal.

65.000 olieverfschilderijen
Loving Vincent: de hype is de film voor geweest. De Pools-Britse productie, onder leiding van Dorota Kobiela en Hugh Welchman, was een megaproject. We zien niet minder dan 65.000 olieverfschilderijen langskomen, in de stijl van hem zelf, gemaakt door 125 schilders (dus meer dan 500 schilderijen per persoon). De film noemt zichzelf de eerste olieverfschilderijenfilm van de geschiedenis.

De cijfers zijn al duizelingwekkend, laat staan de beelden zelf. De trippy doeken van Van Gogh vertalen zich prima naar bewegende beelden. Dat is al vaker gedaan, met name de Starry Night is het slachtoffer, maar nog nooit zo ambitieus als hier.

Loving Vincent

Soms pakt het erg fraai uit. Een kat in Van Gogh-stroken komt miauwend in beeld. De bomen in Van Goghs landschappen hebben ineens ruisende bladeren. Het licht in de cafés dat nu echt beweegt. En natuurlijk alle bekende werken (meer dan honderd) die hier als het ware artistieke cameo’s maken.

Een Brits moordmysterie
Alleen… er zit een moordmysterie aan vast. De film baseert dit verhaal op een vrij recente theorie van Amerikaanse wetenschappers. Die denken dat student René Secretan, een lokale pestkop, de moord op zijn geweten zou hebben. Theorieën over zijn dood zijn niet nieuw. Al decennia denken mensen na over wat hem tot zijn daad dreef (bipolair karakter, depressies, epilepsie, ondervoeding). En al decennia lopen ze vast op gebrek aan bewijs.

Dit verhaal is niet goed voor de film. Dialogen en scènes passen meer bij vlot scenariowerk voor een Netflix-serie dan bij een film die zich in 1891 in Frankrijk zou moeten afspelen. Wat niet helpt, is dat de voertaal Engels is. En met een taal die niet klopt, komen acteurs die meer Brits zijn dan Frans. De film speelt zich af in Auvers-sur-Oise, maar het had net zo goed in Southend-on-Sea kunnen zijn.

Leuk dat de ogen en stem van Chris O’Dowd (IT-Crowd) zijn geleend voor postbode Joseph Roulin, en die van Jerome Flynn (Ripper Street) voor dokter Gachet. Toch zijn redelijk beroemde acteurs in een gelikte filmproductie moeilijk te rijmen met Van Goghs eigen artistieke principes. Denk bijvoorbeeld eerder aan een film als Koyaanisqatsi, ook een beeldenstroom, maar zonder echt verhaal.

Loving Vincent

Commerciële keuzes
Het is de ironie ten top dat de schilder, die niets had met commercieel denken, na zijn dood zo geplaagd is door andermans commerciële keuzes. Niets ontsnapt meer aan die wervelwind van commercie, als het om Van Gogh gaat. Loving Vincent ontsnapt er ook niet aan. De film doet wel een gooi naar het complexe karakter van de kunstenaar, dat is wel lovenswaardig, maar het is een veel te kleine worp. Het script grijpt naast de authenticiteit, de spiritualiteit en het gevoel voor avontuur die wél bij Van Gogh hadden gepast.

Als je zijn brieven leest, en die zijn echt lezenswaardig, dan zie je een heel palet aan menselijke eigenschappen, een beetje vergelijkbaar met de intensiteit van zijn doeken. Soms een enorme zeurpiet (altijd klagen over gebrek aan geld), soms iemand die een hekel had aan mensen en hun menselijke conventies, soms een zeer intens spiritueel persoon, en soms ook een nuchter denker.

Maar ook iemand die boven alles zijn eigen weg wilde volgen, die in een stroom van passie zijn beste prestaties leverde en die in die roes moest dealen met het feit dat er te weinig geld was voor aardse dingen, zoals verf, doeken, materialen, eten, kleding. En die zich dan ook soms schuldig voelde over het lot van zijn broer – die tegen alle logica in alsmaar in Vincents kunstenaarschap bleef geloven. In feite gingen ze hier tezamen aan onderdoor en ze stierven ook bijna tegelijkertijd.

Ze hadden eens moeten weten dat ooit 65.000 doeken in zijn stijl zouden worden gemaakt in een productie die vijf miljoen dollar zou kosten. Of hij er minder krankzinnig van zou zijn geworden, daaraan mag je twijfelen.
 

22 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Maudie

***

recensie Maudie

Een likje verf geeft het leven kleur

door Yordan Coban

Het waargebeurde verhaal van de Canadese volkskunstenaar Maud Lewis (1903-1970) gaat niet over rozen, alhoewel bloemen en dieren wel terugkomende thema’s in haar schilderijen zijn.

Maud (gespeeld door Sally Hawkins) is een kreupele vrouw die lijdt aan reumatoïde artritis. Haar ouders zijn op vroege leeftijd overleden en ze woont in het huis van haar broer met haar verzuurde tante. Als ze door haar broer gedwongen wordt het huis te verlaten moet ze op zoek naar een baan en onderdak. Die vindt ze als ze reageert op de advertentie van Everett Lewis (Ethan Hawke). Everett is op zoek naar een huishoudster die zijn thuiskomen na een lange werkdag verdraaglijk maakt. Maud besluit bij hem in te trekken.

Maudie

Stugge liefde
Everett is een eenzame gefrustreerde man die Maud slechter behandelt dan zijn honden. Hij slaat haar en heeft last van woedeaanvallen. De relatie tussen de twee personages is vergelijkbaar met die tussen Zampano en Gelsomina in Fellini’s La Strada (1954). Een harde man die zorgt voor een afhankelijke onschuldige vrouw die door zijn hardheid heen kan prikken en zijn kwetsbare kant kan zien.

Maud accepteert Everett’s onredelijkheid niet alleen vanwege het feit dat zij geen verdere opties meer heeft maar ook omdat zij voelt dat Everett haar gezelschap wel degelijk waardeert en om haar geeft. Langzaam groeit er een stugge liefde tussen de twee.

In het afgelegen huis van Everett op Nova Scotia bloeit er bij Maud een liefde voor schilderen op. En als een van Everett’s klanten bereid is geld te betalen voor haar schilderijen begint Maud haar eigen verkoop. Everett hecht echter veel waarde aan het behouden van zijn autoriteit. Er komt dan ook veel spanning op hun relatie te staan als Maud succesvol wordt en Everett niet meer de enige kostverdiener in huis is.

Maudie

Verandering
Everett moet in het begin niets hebben van haar naïeve schilderingen. Hij weet echter wel hoe belangrijk het voor haar is. Naarmate de film vordert en Everett zich meer beseft dat hij haar nodig heeft verandert zijn houding. De schilderijen van Maud geven het leven van Maud en Everett kleur. 

Sally Hawkins lijkt geboren voor de rol van Maudie en speelt haar met een tastbare kwetsbaarheid. Regisseur Aisling Walsh en Sally Hawkins hebben eerder met elkaar gewerkt gedurende de miniserie Fingersmith (2005). Het oeuvre van Aisling Walsh bestaat voornamelijk uit televisiefilms of series. Maudie is haar eerste grote release.

Maudie heeft echter wel een eenvoudig verhaal. Er zijn betere films gemaakt over mensen met aandoeningen die worden overwonnen door een gave en liefde, zoals The Theory of Everything (2014) en A Beautiful Mind (2001). Maar het concept blijft aandoenlijk en krachtig. Ondanks dat Maudie wel degelijk de juiste gevoelige snaar weet te raken, kan je zonder de film gezien te hebben het gehele verhaal uitstippelen zonder achteraf een verrassing op het canvas aan te treffen.
 

11 september 2017

 
MEER RECENSIES

Fille de Brest, La

***

recensie La fille de Brest

Slecht voor het hart

door Cor Oliemeulen

Er kunnen niet genoeg biografische drama’s over klokkenluiders worden gemaakt. La fille de Brest registreert een van de vele verhalen over de nobele strijd van de eenling tegen een verderfelijke organisatie. En als zo’n film niet overdreven sentimenteel is, verdient hij een groot publiek.

Bij Emmanuele Bercot (Parijs, 1967) zit film in elke vezel. Ze acteert, schrijft scenario’s en regisseert. Na Elle s’en va en La tête haute schreef en regisseerde ze La fille de Brest, dat gaat over de bijna kansloze strijd van een longarts tegen een farmaceutisch bedrijf. Ditmaal geen hoofdrol van Catherine Deneuve, maar van de Deense actrice Sidse Babett Knudsen, die door haar Franse collega werd voorgedragen. Knudsen is bekend van de populaire tv-serie Borgen en bleek een aardig woordje Frans te spreken. Haar accent maakt haar geloofwaardig als de provinciale klokkenluider die resoluut door het Parijse establishment wordt afgeserveerd.

La fille de Brest

Hoofdrolspeelster is schot in de roos
La fille de Brest is gebaseerd op het boek ‘Mediator 150 mg’ van de door Sidse Babett Knudsen gespeelde longarts Irène Frachon, werkzaam in een ziekenhuis in het Bretonse Brest. In 2009 ontdekt ze dat het medicijn Mediator van het Franse farmaciebedrijf Servier sterfgevallen onder hartpatiënten veroorzaakt. Wat volgt is een jarenlange strijd waarvan ook haar collega’s en familieleden de dupe dreigen te worden. Het biografische drama is met zijn twee uur niet te lang, want Bercot bouwt de spanning gedoseerd op en voegt voldoende boeiende ingrediënten aan het biografische verhaal toe. Vooral de keuze voor Knusden blijkt een schot in de roos.

Ze is vastberaden (elke tegenslag proberen te overwinnen), kent haar zwaktes (twijfel, soms paranoia) en eigenaardigheden (lachbuien en malle dansjes). Een vrouw voor wie je alleen maar bewondering kunt krijgen, omdat ze (bijna) als eenling vecht tegen onrecht. Voor de patiënten; met heel haar hart en energie. Het is wachten totdat die arrogante vertegenwoordigers van Servier en de veelal vastgeroeste commissieleden van gezondheidsorganisaties een welverdiende schop onder hun achterste krijgen.

La fille de Brest

Realistisch
La fille de Brest voelt realistisch en authentiek (meer dan bijvoorbeeld Julia Roberts die in en als Erin Brockovich uit 1980 de klokken luidt omdat een bedrijf chemisch afval in het drinkwater loost), want de strijd van een eenling blijkt bijna altijd een druppel op de gloeiende plaat. De macht van de (vaak op winst beluste) farmacie is diep geworteld en de meeste gezondheidsorganisaties en artsen hobbelen gewild en ongewild mee met het mechanisme van lobby en verdoezelen-van bijwerkingen-als-het-kan. De meeste betrokkenen achten zich bij voorbaat kansloos, totdat personen als Irène Frachon opstaan.

La fille de Brest wordt extra realistisch door het expliciet in beeld brengen van twee medische handelingen. Emmanuele Bercot vertelt in een interview over haar grootste hobby als prille tiener: kijken hoe haar vader als chirurg hartoperaties uitvoerde in een Parijs’ ziekenhuis. Haar fascinatie komt uitstekend van pas in dit biografische drama. De scène met de open hartoperatie is even relevant als die van een autopsie, waarbij een vrouwenlichaam compleet wordt opengesneden en de organen een voor een worden verwijderd. Het is niet echt, maar oogt wel echt. Beide scènes zijn functioneel, want nu zien we in de ogen van Irène Frachon hoe verwoestend het effect van foutief voorgeschreven medicijnen kan zijn.
 

10 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Django

***

recensie Django

Requiem voor zigeunerbroeders

door Alfred Bos

De legendarische jazzgitarist Django Reinhardt is het hoofdpersonage van een geromantiseerd verhaal over zijn leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het dient als kapstok voor een film over de zigeunervervolging door de nazi’s.

Muziek stond centraal in het leven van gitarist Django Reinhardt (1910 – 1953), de in België geboren zigeuner die als kind bij een brand twee vingers verloor maar in het Parijs van de jaren dertig uitgroeide tot een in Amerika gekend gitaarfenomeen. Hij creëerde een geheel eigen stijl, die de basis vormde voor een nieuw en uniek genre – hot jazz, of zigeunerjazz, de enige Europese bijdrage aan de jazz – dat ook in de eenentwintigste eeuw nog immer springlevend is. Als gitarist is hij nimmer geëvenaard: Reinhardt gaf iedere noot, en dat waren er veel want de man speelde sneller dan het licht, zijn eigen coloratuur mee. En dat onversterkt, met twee vingers. De man was meer dan virtuoos, hij was een genie.

Django

Django is geen biopic over leven en werk van de legendarische jazzgitarist. In de naar hem vernoemde film speelt de uitvinder van de hot jazz weliswaar de hoofdrol, maar het verhaal komt uit de fantasie van auteur Alexis Salatko. Die publiceerde in 2013 de roman Folles de Django, over het wedervaren van de muzikant tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is een fictief verhaal binnen een historisch kader, met biografische feiten als uitgangspunt. De film vestigt de aandacht op een vaak onderbelicht aspect van de naziterreur.

Niet-arische instrumenten verboden
Django opent in juni 1943 in de Belgische Ardennen met de vervolging en executie van musicerende zigeuners. De proloog introduceert het hoofdthema: niet alleen joden, ook zigeuners werden door de nazi’s beschouwd als untermenschen en op grote schaal afgevoerd naar vernietigingskampen. De film sluit af met de uitvoering van Requiem voor zigeunerbroeders, een klassieke compositie die Reinhardt tijdens de oorlogsjaren heeft geschreven. In de twee uur tussen proloog en epiloog wordt de historische werkelijkheid opgeleukt met fictie.

Django Reinhardt, gespeeld door Reda Kateb (in Nederland te zien geweest in La résistance de l’air), is in 1943 getrouwd met Naguine (de Roemeense folkzangeres Beata Palya). Vanwege zijn populariteit gedogen de nazi’s zijn optredens in de clubs van Parijs. Voor propagandadoeleinden nodigen ze hem zelfs uit voor een tournee door Duitsland, mits hij niet met zijn voet de maat meetikt. ‘Blues breaks’ en niet-arische instrumenten zijn verboden.

Hij heeft ook een aanbidster, Louise de Klerk (de Belgische actrice Cécile De France), die door de nazi’s wordt gebruikt, en misbruikt, als informant c.q. verklikker. Ze waarschuwt Django: zigeuners zullen worden opgepakt, vlucht nu het nog kan.Via het verzet komt de gitarist, met zwangere vrouw en musicerende broers La Plume en Nin-nin, tot de Zwitserse grens. Daar wordt hij pion in een dubbelspel rond een villa met hoog bezoek, een Britse piloot die naar Zwitserland moet vluchten en een aanslag.

Django

Voortreffelijke soundtrack
Het klinkt allemaal tamelijk gekunsteld, dat gesjacher met feit en fictie. Reinhardt heeft in werkelijkheid twee pogingen ondernomen om naar Zwitserland te ontkomen, wat niet lukte. De tweede keer bereikte hij neutrale bodem, maar grenswachten stuurden hem terug. Mevrouw De Klerk en de verwikkelingen rond de villa aan het meer daarentegen zijn fantasie. En passant zien we hoe de gitarist achter een kerkorgel kruipt en de eerste schetsen voor zijn Requiem componeert; zijn broer noteert wat hij improviseert. Het is een omslachtige manier om het thema van Django te illustreren: de zigeunervervolging. Het historische personage zit het punt van de film eerder in de weg, terwijl het dat juist zou moeten schragen.

Debuterend regisseur Etienne Comar, een ervaren producent die zich tevens als scenarist heeft laten kennen, ook voor deze film, is het best op dreef in de eerste akte, die het muzikantenmilieu van bezet Parijs schetst. Daarin is ook de meeste – en voortreffelijke – muziek te horen. De razendsnelle riedels van Katebs Reinhardt komen uit de gitaar van Stochelo Rosenberg, sologitarist van het Nederlandse Rosenberg Trio dat tekent voor de soundtrack. Die is wellicht het best deel van deze tweeslachtige film. En Reinhardts Requiem moet nodig integraal op plaat verschijnen.
 

29 april 2017

 
MEER RECENSIES

Bram Fischer

****

recensie Bram Fischer

Mooi eerbetoon aan vergeten verzetsheld

door Cor Oliemeulen

Als we denken aan de strijd tegen de Apartheid in Zuid-Afrika komt direct de naam van Nelson Mandela bovendrijven. Hoewel Bram Fischer buiten zijn vaderland nagenoeg onbekend is gebleven, verdient ook zijn naam te worden vereeuwigd. Sterker nog: zonder Bram Fischer zou Nelson Mandela mogelijk nooit zijn heldenstatus hebben bereikt.

Na Wit Licht (over kindsoldaten in Afrika) en Hoe duur was de suiker (over een suikerplantage in Suriname) steekt de in Congo geboren Nederlandse schrijver/regisseur Jean van de Velde opnieuw de grens over voor een bewogen geschiedenis. In zijn biografische drama Bram Fischer portretteert hij een gerenommeerde advocaat die in 1963 en 1964 tien leden van het ANC (Afrikaans Nationaal Congres) verdedigt in het roemruchte Rivoniaproces in Zuid-Afrika en ondertussen een dubbelleven leidt. De film won recentelijk de publieksprijs tijdens het Movies That Matter Festival in Den Haag.

Bram Fisher

Ondergronds verzet
De uit een belangrijke Zuid-Afrikaanse familie geboren Bram Fischer is niet alleen bekend als advocaat, maar ook als burgerrechtenactivist. In de jaren 40 ontpopte hij zich als leider van de communistische partij SACP, dat nauw samenwerkte met het ANC. Na het bloedbad van Sharpeville in 1960, waar duizenden zwarte burgers demonstreerden tegen de pasjeswet, werden beide organisaties verboden en gingen ze ondergronds verder met de strijd tegen de Apartheid en voor gelijkheid van de zwarte meerderheid.

Er kwam steun vanuit de Sovjet-Unie en Cuba, communistische landen die hun invloedssfeer in het naar onafhankelijkheid strevende zuidelijk deel van Afrika wilden laten gelden. De jongelingen van het ANC vormden een gewapende tak onder de naam Umkhonto we Sizwe (Speer van het Volk) en werden geleid door Nelson Mandela en Walter Sisulu, twee van de kopstukken die werden opgepakt in een boerderij in Rivonia en werden aangeklaagd wegens gewelddadige sabotage. Het is de taak van Bram Fischer om de tien aangeklaagden te behoeden voor de doodstraf. Legendarisch is het optreden van Nelson Mandela die zijn slotrede eindigt met de woorden dat hij bereid is om te sterven voor zijn idealen.

Bram Fisher

Met vuur spelen
Bram Fischer is enerzijds een rechtbankdrama en anderzijds een portret van een advocaat die uitgroeit tot een sleutelfiguur in de antiapartheidsbeweging, maar tegelijkertijd met vuur speelt omdat hij nog steeds actief betrokken is bij het ondergronds verzet. Intimidatie en afluisterpraktijken zijn het gezin Fischer inmiddels wel gewend, echter de pater familias moet belangrijke afwegingen maken om zichzelf, zijn vrouw en hun drie kinderen te beschermen. Het leidt tot een aantal spannende momenten en een tragische gebeurtenis, die Fischers idealen alleen maar zal versterken.

Peter Paul Muller (De dominee, Gooische Vrouwen) vertolkt de rol van het titelpersonage verrassend sterk en met een geloofwaardige authenticiteit (zijn Afrikaans is beter dan zijn Afrikaans-Engels). Ook hulde aan Jean van de Velde die zich uitstekend heeft verdiept in de geschiedenis van het Zuid-Afrikaanse verzet, de rol van de blanke activist in het bijzonder, en niet nalaat om historische nuances aan te brengen, zoals de politieke druk vanuit het buitenland om de gedaagden vrij te laten. De finale van de film is weliswaar een verzinsel, maar resulteert in een waardig slotbeeld waarin de laatste resten energie van Bram Fischer zich door het water laten meevoeren om de strijd voor vrijheid en gelijkheid tot in de eeuwigheid te verspreiden.
 

7 april 2017

 
MEER RECENSIES

Denial

***

recensie Denial

Holocaust: feit of mening?

door Cor Oliemeulen

Al lang voordat politici strooiden met kwalificaties als ‘nepnieuws’ en ‘alternatieve feiten’ profileerden personen een feit als mening. De ontkenning van de Holocaust is misschien wel het meest pijnlijke voorbeeld. Het biografische drama Denial registreert één van de meest geruchtmakende rechtszaken uit de Britse geschiedenis.

In 1994 is de Amerikaanse historica Deborah Lipstadt (Rachel Weisz) professor van de modern joodse geschiedenis aan de Emory University in Atlanta. Ze schrijft de vier belangrijkste argumenten van de Holocaust-ontkenning op het schoolbord. ‘De moorden op de Joden waren niet systematisch. Het aantal doden was overdreven. Auschwitz was niet gebouwd met gaskamers ten behoeve van uitroeiing. De Holocaust is een mythe, bedacht door Joden om financiële compensatie voor Israël te krijgen.’

Denial

Omgekeerde bewijslast
Een jaar eerder publiceerde zij ‘Denying the Holocaust’, waarin Lipstadt haar Engelse collega David Irving (Timothy Spall) bestempelde als ontkenner van de Holocaust en zijn geloofwaardigheid als historicus ernstig in twijfel trok. Irving verstoorde een lezing tijdens haar boekpresentatie en klaagde haar en haar uitgeverij Penguin Books in 1996 aan wegens smaad. Het proces dat vier jaar later volgde, werd een belangrijke juridische beproeving op het snijvlak van Holocaust-ontkenning en vrijheid van meningsuiting.

David Irving, die zich eerder associeerde met rechtsextremisten en neonazisme promootte, wil dat het proces wordt gehouden in Engeland. Hier geldt namelijk omgekeerde bewijslast: je moet kunnen aantonen dat wat je schrijft waar is, terwijl volgens het Amerikaanse recht iemand onschuldig is totdat het tegendeel bewezen is. Dat blijkt bij voorbaat een hele kluif, want er is nog nooit een zeer gedegen forensische studie naar de Holocaust gedaan. Wanneer Lipstadt met haar raadsman (Tom Wilkinson) Auschwitz bezoekt, wordt bevestigd hoe lastig het is om bewijs aan te dragen voor de systematische uitroeiing van miljoenen Joden.

Getuigen
Dus wat een fluitje van een cent lijkt, resulteert in een wekenlang proces. Deborah Lipstadt is ver van huis, in een onbekend land met een totaal ander rechtssysteem en moet zich grote moeite getroosten om haar juristen te leren vertrouwen. Het liefst zou ze Irving zelf van repliek dienen, echter haar legertje raadslieden raadt haar ten strengste af om zelf als getuige op te treden, want teveel emotionele betrokkenheid kan de zaak schaden. Het liefst geeft Lipstadt in het proces ook enkele Holocaust-overlevers een stem, maar ook dat zou onverstandig zijn. David Irving zou ze vernederen en belachelijk maken, omdat ze zich niet alle details zouden kunnen herinneren.

Denial

Terwijl buiten het gerechtshof en in de media het tumult toeneemt, is David Irving in zijn element, omdat hij ervan overtuigd is dat zijn opponenten nooit concreet bewijs voor het bestaan van de Holocaust kunnen aantonen. Bovendien weet hij zich aan het eind van het proces plotseling gesteund door de rechter die zich hardop afvraagt hoe je iemand van leugens kunt betichten als die persoon zelf ervan overtuigd is dat iets is zoals hij denkt dat het is, zelfs al is die persoon antisemiet.

Feit of mening
Denial
is deels een rechtbankdrama en deels een portret van een vrouw die onrecht wil uitbannen, maar te maken krijgt met een zeer lastige juridische kwestie. Na een aantal bijrollen (Youth, The Lobster, The Light Between Oceans) en recent een niet onverdienstelijke hoofdrol (Complete Unknown) is Rachel Weisz weer eens alom aanwezig en ouderwets op dreef. In Timothy Spall vindt zij een antagonist die goed is in het neerzetten van grommige botteriken (Mr. Turner).

Het scenario van Engelsman David Hare mag dan minder sterk en meer voorspelbaar zijn dan van zijn toppers The Hours (2002) en The Reader (2008), Denial is geen stugge film vol jargon. Het is eerder een onderhoudend drama voor het grote publiek, in een tijd en wereld waarin de waarheid regelmatig geweld wordt aangedaan. Mensen lezen weleens iets op het internet en nemen dan automatisch aan dat dat waar is. Een mening hebben is prima en vrijheid van meningsuiting een groot goed, maar over feiten kun je nu eenmaal geen mening hebben. Feiten staan vast.
 

1 april 2017

 
MEER RECENSIES