Top 5 2016

Top 5 films + Miskleun van 2016

Trumbo

Acht recensenten van Indebioscoop bespreken hun vijf favoriete films die dit jaar in Nederland in première gingen. Traditioneel kiest iedereen ook de Miskleun van het Jaar én een film die zij jammerlijk misten in de bioscoop. Tot en met Oudejaarsdag lees je hier elke dag een persoonlijke terugblik op het filmjaar 2016.

Cor DEEL 8 (slot): Cor Oliemeulen

The Big Short, Julieta, Elle, El Abrazo de la Serpiente, 10 Cloverfield Lane, La pazza gioia, Suburra, Arrival, The Red Turtle en Captain Fantastic zijn ook fantastische films, maar in het leven moet je kiezen, dus ontbreken ze in mijn top 5 van 2016. Op de valreep zag ik nog het heftige Land of Mine, dat in een andere stemming ook zomaar in het lijstje had gekund.

The Revenant kent de meest indrukwekkende openingsscène van het jaar (en niet Leonardo DiCaprio maar die beer had de Oscar moeten winnen) en The Family Fang de meest teleurstellende eindscène. Florence Foster Jenkins heeft de beste valse stem, The Treasure de droogste humor, Krigen het grootste morele dilemma en Room de slimste politievrouw van het westelijk halfrond. Actrice van het jaar is Isabelle Huppert: verknipt wellustig in Elle, levenswijs in L’avenir en confronterend in Louder Than Bombs. De acteur van het jaar prijkt in onderstaand overzicht.

 

5. – SPOTLIGHT

Het begin januari verschenen Spotlight volgt nauwgezet een team van The Boston Globe dat veel geduld moest bewaren voor de publicatie van grootschalig seksueel misbruik in de katholieke kerk. De onthullingen zorgden wereldwijd voor veel ophef: zowel represaille als doofpot. Dertig jaar na All the President’s Men waarin The Washington Post het politieke afluisterschandaal Watergate onthulde, verscheen met Spotlight dan eindelijk weer eens een uitmuntend en spannend biografisch drama over onderzoeksjournalistiek. Een verademing in de hedendaagse praktijk van op sensatie beluste en tendentieuze pulp waarin het gros van het journaille nieuws kopieert, geen flauw idee heeft wat hoor-wederhoor betekent en iedere scheet van elke zichzelf benoemde beroemdheid volgt, in plaats van achter het bureau uit te komen en de stoffige archieven in te duiken om de enige echte waarheid boven tafel te krijgen.

 

4. – THE WAILING

Je neemt een bijzonder sullige politieman, een paar gruwelijke moorden, onophoudelijke regenbuien, onmetelijke modderpoelen, een hyperactieve sjamaan, bezeten wezens, een reeks onverklaarbare gebeurtenissen en die kwak je allemaal in een achterlijk dorp op het Zuid-Koreaanse platteland. Goed schudden is niet nodig, want in deze fusie van bovennatuurlijke thriller, familiedrama en horrorfantasie wordt de kijker hoe dan ook tweeënhalf uur heen en weer geslingerd tussen verwarring, verwondering, verbijstering en ongeloof. The Wailing (Goksung) is een van de grote verrassingen van het jaar en verslaat die andere, volstrekt omhoog geschreven Aziatische verrassing, The Assassin (Cìkè Niè Yinniáng), met vlag en wimpel op de onderdelen originaliteit, narratief en beleving.

 

3. – HELL OR HIGH WATER

Het zal niemand zijn ontgaan dat het genre western de laatste jaren nieuw leven is ingeblazen. Indebioscoop zou Indebioscoop niet zijn als we deze opleving aan een nadere beschouwing in historisch perspectief zouden onderwerpen, wat we onlangs deden in onze rubriek ‘Ondertussen, op de redactie’. Afgelopen week volgde een essay van collega Alfred Bos onder de titel ‘Pillen en pistolen’. Terug naar het nu. Hell or High Water is een eigentijdse Amerikaanse western, waarin twee totaal verschillende broers (psychopaat vs. gentleman) samen banken beroven om te voorkomen dat de boerderij van hun overleden moeder in handen komt van meedogenloze geldschieters. Bovendien maakt een stapel flappen het leven hopelijk een stuk aangenamer. Boeiende, zeer onderhoudende film met een onderliggende boodschap. Effectief geconstrueerd plot, wars van opsmuk, aangenaam tempo, realistische en sfeervolle mis-en-scène, feilloos geacteerd, rake soundtrack en een lotsbeschikking met open eind.

 

2. – I, DANIEL BLAKE

Een politiek manifest zonder prekerige toon, dat zie je niet vaak. Het lukt de Engelse regisseur Ken Loach met zijn magnum opus I, Daniel Blake, publieksfavoriet op tal van nationale en internationale filmfestivals dit jaar. Het ijzersterke sociaal-realistische drama speelt zich af in de wereld van stervelingen die een helletocht in de doorgeslagen bureaucratie maken en worden veroordeeld tot sancties en voedselbanken. Zoals altijd bij Ken Loach en zijn vaste scenarioschrijver Paul Laverty maken we kennis met authentieke, geloofwaardige personages. Zo ook Daniel Blake, een vijftiger die herstelt van een hartaanval, van zijn dokter niet mag werken, maar door instanties wordt geconfronteerd met onwil, onbegrip, digitale procedures en rigide regelgeving. Al deze ellende wordt opgediend met een oprechte vriendschap en een dosis zwarte humor, wat het drama in feite nog schrijnender maakt.

 

1. – TRUMBO

Het intrigerende levensverhaal van Dalton Trumbo levert talrijke anekdotes op. Zo schreef hij het scenario van de romantische komedie Roman Holiday (1953), maar ontving ene Ian McLellan Hunter de Oscar voor beste scenario. Trumbo stond tijdens de toenmalige communistenjacht in Hollywood op de zwarte lijst en was genoodzaakt om zijn beroep uit te oefenen in achterkamertjes met behulp van stromannen. Zoals Ian McLellan Hunter er eentje was. Pas veertig jaar later mocht de vrouw van Trumbo postuum de Oscar voor Roman Holiday in ontvangst nemen, omdat de zoon van McLellan Hunter had geweigerd diens Oscar in te leveren. Dalton Trumbo was zondermeer een van Hollywoods meest legendarische en briljante scenarioschrijvers. Trumbo is een sublieme, uitstekend verzorgde en gedocumenteerde biografie over een schrijver annex huisvader die strijdt voor zijn politieke overtuiging, terwijl hij loyaliteit van zijn naasten eist. Bryan Cranston speelt de beste filmrol van het jaar 2016.

 

The Neon Demon

Miskleun van 2016:

THE NEON DEMON

Sinds Drive (2011), met de ingehouden vulkaan Ryan Gosling in de hoofdrol, houden we de Deense regisseur Nicolas Winding Refn scherp in de gaten. Een eigenzinnige filmmaker met een vorm van kleurenblindheid die daarmee zijn uitbundige palet verklaart. Zijn films zijn tegelijkertijd een tikkeltje gewelddadig: het wegwerken van een Oost-Europese criminele opponent met behulp van een kettingzaag in het derde deel van The Pusher (2005) kun je nog best functioneel realistisch noemen en Tom Hardy als onverbeterlijke knokverslaafde in en als Bronson (2008) soms hilarisch – sinds Only God Forgives (2013) schijnt Nicolas Winding Refn zijn stiel te hebben gedefinieerd: overweldigende kaders met neon-kleuren in vaak warrige montages met elektronische klanken en gestileerd geweld. Ryan Gosling raakte er door besmet en maakte dit jaar zijn regiedebuut Lost River geheel in Refn-stijl. The Neon Demon, Nicolas Winding Refns satire op het modellenwereldje, kent een aardige premisse, maar mist elke subtiliteit door de toevoeging van een minutenlange necrofiele scène en het uitspugen van een menselijk oog na een volstrekt ongeloofwaardige braspartij.

 

Gemist in de bios in 2016:

INDIGNATION

Deze filmadaptatie van het gelijknamige boek van Philip Roth onderzoekt op tragikomische wijze de Joods-Amerikaanse identiteit tegen de achtergrond van de Koreaanse oorlog. In Indignation van debuterend speelfilmregisseur James Schamus speelt Logan Lerman de joodse student Marcus die aan het juk van zijn overbezorgde vader probeert te ontsnappen en zijn onschuld verliest door de seksuele verleidingen van de onevenwichtige Olivia (Sarah Gadon). Verrassend gemonteerd, sfeervol tijdsbeeld met prachtige vertolkingen. De filosofische, principiële discussies tussen Marcus en de schooldecaan (Tracy Letts) behoren tot de mooiste dialogen van het jaar. Opgemerkt pareltje door collega Suzan Groothuis tijdens het Leiden International Film Festival (LIFF), node gemist in de bioscoop.

 

31 december 2016

 

Alle terugblikken op 2016:
Wim Meijer
Bob van der Sterre
George Vermij
Ralph Evers
Nanda Aris
Alfred Bos
Suzan Groothuis
Cor Oliemeulen

5 films van ‘onbekende’ Marco Bellocchio

Vijf films van ‘onbekende’ regisseur Marco Bellocchio

Vincere

Op de laatste golven van het Italiaanse Neorealisme ontstond in de jaren 60 een dynamiek die zowel de filmwereld als de maatschappij wakker schudde. In het cinematografische geweld van Fellini, Antonioni, Bertolucci en Pasolini is Marco Bellocchio relatief onbekend gebleven. Onterecht. Ruim een halve eeuw na zijn regiedebuut gaat deze week Sweet Dreams (Fai bei sogni) in première. Vijf opvallende films uit zijn oeuvre.

door Cor Oliemeulen

1. – Fists in the Pocket (I pugni in tasca, 1965)

De eerste speelfilm van Marco Bellocchio is vaak aangemerkt als een van de betere regiedebuten in de filmgeschiedenis. We volgen de belevenissen van een disfunctionele familie, wat nog iets nieuws was in die dagen. Een blinde moeder, die niet bij machte is om het huishouden in goede banen te leiden, en vier kinderen die in meer of mindere mate epileptisch zijn. Het plot draait om de jonge, onrustige en impulsieve Alessandro (onvergetelijke rol van de Colombiaanse Zweed Lou Castel, in het Italiaans gedubd) die zijn oudste broer Augusto denkt te kunnen ontlasten door hun moeder en hun zwakzinnige broer om te brengen. Ook Alessandro’s haat-liefdeverhouding met zijn mooie zus Giulia (Paola Pitagora) is opmerkelijk: soms lijkt het alsof ze meer zijn dan broer en zus. Realistisch gefilmd (veel medium shots in de stijl van de Franse Nouvelle Vague), veelal tragische klanken van Ennio Morricone (in het zelfde jaar maakte hij de soundtrack van For a Few Dollars More) en een slotakte die discussie uitlokt.


 

2. – China is dichtbij (La Cina è vicina, 1967)

‘La Cina è vicina’ kalkt een groepje jonge maoïsten ’s avonds op een stadsmuur, terwijl ze worden betrapt door een politieagent op een fiets. Of hij nu wil of niet, de functionaris verdwijnt met wat bankbiljetten in zijn zakken, want tegen zoveel verbale bluf is hij niet bestand. Marco Bellocchio, toen nog actief lid van een marxistische partij in Italië, maakte met China is dichtbij een satire over politieke idealisten in een conservatieve omgeving en schroomt niet tegen wat heilige huisjes aan te leunen. Ondertussen maken we kennis met een professor die leider van de socialistische partij wil worden en zijn rijke zus die met jan en alleman de koffer induikt. De film ontaardt in een rommelige zedenschets op zijn Italiaans, waarin en passant het taboe rond abortus wordt doorbroken. Het meest memorabel is de geestige scène waarin een bedlegerige priester zich laat toezingen door een koortje jochies en de finale waarin de twee hoofdrolspeelsters zwangerschapsoefeningen met een voetbal doen.


 

3. – Sbatti il mostro in prima pagina (1972)

Met zijn belangstelling voor filosofie en politiek activisme heeft Marco Bellocchio veel oog voor de maatschappelijke turbulentie in het Italië van de jaren 70. Sbatti il mostro in prima pagina begint met minutenlange authentieke beelden van een oproer van ‘antifascisten’ in Milaan. We worden direct in een fascinerend drama getrokken nadat er vlak voor de verkiezingen molotovcocktails in het pand van het rechts-populistische dagblad Il Giornale belanden. De moord op de 17-jarige dochter van een gerespecteerde professor zal de politieke schermutselingen al snel een extra dimensie bieden. Aanvankelijk ziet de hoofdredacteur van de krant, Bizanti (Gian Maria Volontè), een prima gelegenheid om de losse verkoop op te schroeven: “Als Italiaanse moeders willen huilen, dan zullen ze huilen.” Maar wanneer hij zich realiseert dat een afgewezen vriend van het vermoorde meisje een linkse radicaal is, heeft hij de ideale dader en een prima instrument in handen om de verkiezingen te beïnvloeden. In het symbolische eindshot zien we een kanaal in de stad dat langzaam wordt vervuild met allerlei troep.


 

4. – Buongiorno, Notte (2003)

Naast zo’n 25 speelfilms maakte Bellocchio een aantal korte films én documentaires. In Sogni Infranti (1995) interviewt hij gedesillusioneerde leden van de Rode Brigades, vooral bekend van de geruchtmakende ontvoering van Aldo Moro in 1978. In 2003 volgde een historisch drama: Buongiorno, Notte. De kidnapping van de christendemocratische minister-president, waarbij drie politiemannen en twee bodyguards werden doodgeschoten, bracht het land in een toestand van shock. We volgen de vier kidnappers, één vrouw en drie mannen, vanaf het huren van een appartement waar Aldo Moro gevangen wordt gehouden tot het wegvoeren van de politicus bijna twee maanden later nadat volgens Proletarisch Recht doodstraf is gevonnist. Terwijl de extremisten hopen dat de arbeiders nu wel in opstand zullen komen tegen de heersende klasse, ziet het overgrote deel van de bevolking de Rode Brigades als ordinaire moordenaars. De spanning van de film zit hem in de psychologie tussen de kidnappers en Moro, en de kidnappers onderling. De toon verandert als de staatsman een ‘mens’ blijkt, maar de ‘arbeidersrevolutie kan geen gevoelens gebruiken’. Sfeervol door droombeelden van de vrouwelijke terrorist en tracks van Pink Floyd, zoals het hartverscheurende The Great Gig in the Sky.


 

5. – Vincere (2009)

Dit donkere melodrama wordt vaak beschouwd als Marco Bellocchio’s beste film. Hij gaat over de opkomst en glorietijd van dictator Benito Mussolini, bezien door de ogen van Ida Dalser, met wie hij in 1914 een hartstochtelijke liefdesrelatie en een zoon kreeg. Ida is idolaat van Benito en hangt aan zijn lippen als hij zijn politieke overtuigingen verkondigt. Zij verkoopt al haar bezittingen, zodat hij een krant kan beginnen. Maar dan blijkt dat Mussolini al getrouwd is en een kind heeft. Ida wordt aan de kant geschoven en opgesloten in een psychiatrische inrichting, terwijl hun zoon wordt ontvoerd en eveneens in een gesticht belandt. Ida zal heel haar leven blijven beweren dat zij getrouwd was met de dictator, maar dit is zowel in de film als in werkelijkheid nooit bewezen. Bellocchio maakte met Vincere een intrigerend historisch drama over een bruut die machtiger dan Napoleon wilde worden. En zoals vaker wisselt de Italiaanse cineast soepel tussen somber stemmende realiteit, archiefbeelden en korte droomsequenties. Glansrol van Giovanna Mezzogiorno, vorig jaar nog te zien in een filmadaptatie van Het Diner van Herman Koch, I Nostri Ragazzi.

 

29 december 2016

 

Alle leuke filmlijstjes

Sweet Dreams

***

recensie Sweet Dreams

Worstelen en langzaam bovenkomen

door Cor Oliemeulen

Tussen het filmgeweld van tijdgenoten als Antonioni, Fellini, Pasolini en Bertolucci is de rol van Marco Bellocchio onderbelicht gebleven. Een halve eeuw na zijn debuut verschijnt Sweet Dreams, een wat ingetogen portret van een man die op jonge leeftijd onder mysterieuze omstandigheden zijn moeder heeft verloren.

Turijn, kerstmis 1969. De negenjarige Massimo heeft het gezellig met zijn moeder: samen zingen, dansen en een spannende film kijken. “Fai bei sogni (droom lekker)”, zegt moeder als ze haar zoontje heeft ingestopt. Een dag later is er grote consternatie in huis, want er is iets met moeder gebeurd. “Een acute hartaanval”, hoort het jochie. Een priester vertelt hem dat zijn moeder nu zijn beschermengel is. Massimo kan niet accepteren dat zijn moeder er niet meer is en wordt opstandig. Zijn vader neemt hem mee naar een voetbalwedstrijd van Napoli en op moeilijke momenten vraagt Massimo raad aan zijn denkbeeldige vriend Belfagor, het duivelse karakter in de film die hij met zijn moeder keek. Het plotselinge overlijden van zijn moeder zorgt ook nog bij een volwassen Massimo tot psychische problemen.

Sweet Dreams

Onderbelicht
Marco Bellocchio is een Italiaanse regisseur die al begin jaren 60 begon met films maken maar altijd onderbelicht is gebleven door de cinematografische impact van vakbroeders als Antonioni, Fellini, Pasolini en Bertolucci. Veel meer dan genoemde grootheden, volgde de inmiddels 77-jarige Bellocchio in zijn films en documentaires de roerige Italiaanse geschiedenis van de twintigste eeuw. Van de opstand van antifascisten in Sbatti il mostro in prima pagina (1972), de geruchtmakende ontvoering van Aldo Moro in Biongiorno, Notte (2003) tot en met de opkomst en het huiselijke geweld van Mussolini in Vincere (2009) – politieke schermutselingen lopen als een rode draad door zijn oeuvre.

Hoe anders is dat in Sweet Dreams, een bewerking van de gelijknamige Italiaanse bestseller van Massimo Gramellini. Het pakkende verhaal over Massimo die pas tientallen jaren later de ware oorzaak van zijn moeders dood ontdekt, staat bijna loodrecht tegenover de grillige atmosfeer van een disfunctionele familie in Bellocchio’s ijzersterke debuut I pugni in tasca (1965). Terwijl in die film de hoofdpersoon iedereen in zijn misère meesleurt en kansloos ten onder gaat, is er in Sweet Dreams hoop voor de protagonist om in het reine te komen met het verleden. Impulsiviteit versus teruggetrokkenheid; terreur versus rouw.

Sweet Dreams

Twijfel
Met zijn natuurlijke ingetogenheid is Valerio Mastandrea (La prima cosa bella, Perfetti Sconosciuti) een ideale acteur om de volwassen Massimo te verbeelden. Hij is werkzaam als journalist bij het dagblad La Stampa en begint last van paniekaanvallen te krijgen nadat hij in de jaren negentig de burgeroorlog in Sarajevo heeft verslagen. Hij vraagt de arts Elisa (Bérénice Bejo: The Artist, Le Passé) of hij misschien een hartaanval heeft gehad. Door haar steun, vriendschap en liefde begint Massimo steeds meer te twijfelen aan de werkelijke oorzaak van het overlijden van zijn moeder in zijn kindertijd.

Nadat hij op initiatief van zijn chef bij de krant een lezersbrief heeft beantwoord aan iemand die zijn moeder haat en de redactie wordt overstelpt met post van lezers die diep zijn ontroerd door Massimo’s spontane reactie, vindt hij zelf de kracht om het verleden te kunnen accepteren. Marco Bellocchio maakt met Sweet Dreams een voor zijn begrippen erg toegankelijke film. Mild, weinig verrassend en een tikkeltje zoet. Maar boeiend genoeg om je te kunnen identificeren met een man die worstelt met het verleden en langzaam bovenkomt.
 

27 december 2016

 
MEER RECENSIES

De 10 beste actrices?

De 10 beste actrices estafette-race

door Cor Oliemeulen

Weinig mensen zo fanatiek als het gaat om het maken van lijstjes als John Cusack in High Fidelity. Net bekomen van het samenstellen van de beste films van 2016, werd ik uitgenodigd door Nico van den Berg van Cine. De Filmkijker had het idee opgevat om als gezamenlijke filmbloggers een top 10 van beste actrices samen te stellen. Je laat er negen staan en vervangt één actrice door je eigen favoriet.

Dat blijkt een hele klus, want het liefst zou ik in een milde bui al zeker vier namen willen schrappen en zonder veel aarzeling vervangen door Jeanne Moreau, Hanna Schygulla en Liv Ullmann, tezamen goed voor tientallen films waarin zij de sterren van de hemel spelen. En dan is er nog een Amerikaanse actrice die sowieso thuishoort in de eregalerij van beste actrices uit de filmgeschiedenis, wat mij betreft nog eerder dan Katharine Hepburn, Elizabeth Taylor, Vivien Leigh, Claudette Colbert en zelfs Lillian Gish, de onbetwiste koningin van de zwijgende film.

Maar goed, regels zijn regels. En ik wil degene die mij het estafettestokje heeft aangereikt niet voor het hoofd stoten door zijn gerespecteerde inbreng direct naar de vergetelheid terug te verwijzen. Dat is mijn regel. Ik begin met de negen actrices die mogen blijven en eindig met mijn favoriet.

Wie moet weg? Natalie Portman – een actrice die als 12-jarige haar beste rol speelde (Léon) en wat mij betreft altijd redelijk eendimensionaal is gebleven – doet mij echt pijn aan de ogen in de lijst tot nu toe. Dus Natalie drop ik met genoegen, waarmee ik hopelijk de filmbloggers na mij gaarne een dienst bewijs.

 

1 – Cate Blanchett

Prachtige actrice natuurlijk, die mij uitermate beviel in Elizabeth en I’m Not There en flink wist te ontroeren in Blue Jasmine en Carol. Toch heb ik bij haar altijd het idee dat er nog veel meer inzit.

Cate Blanchett

2 – Audrey Hepburn

Alleen al als stijlicoon door Breakfast at Tiffany’s en haar onweerstaanbare charme in Roman Holiday en My Fair Lady maakt van Audrey Hepburn hopelijk een blijvertje.

Audrey Hepburn

3 – Isabelle Huppert

De meeste voorgangers roemden terecht één van de beste Franse actrices van de laatste vier decennia. Hoort door haar grote verscheidenheid aan rollen en mysterieuze sensualiteit misschien wel eerder in het rijtje thuis dan klassieke schoonheid Catherine Deneuve. Misschien dan.

Isabelle Huppert

4 – Annie Bos

Annie Bos, wie kent haar niet? Uh, ík, zal ik eerlijk bekennen. Echter het pleidooi van de vorige estafetteloper maakt wel nieuwsgierig en maakt Annie bij voorbaat interessanter dan ‘onze’ eerste bekende acteur, Lou Tellegen.

Annie Bos

5 – Julianne Moore

Relatief laat doorgebroken speelt ze in bijna al haar films oerdegelijk. Er zijn bovendien weinig actrices die zo geloofwaardig kunnen snotteren.

Julianne Moore

6 – Maggie Smith

Je staat niet voor niets in zo’n lijst, maar smaken verschillen. Als we toch al een oudere Britse actrice moeten kiezen ga ik voor Vanessa Redgrave, gevolgd door Helen Mirren en Judi Dench.

Maggie Smith

7 – Tilda Swinton

Tilda Swinton schijnt haar films en regisseurs bewust uit te kiezen, en dat is waarschijnlijk wederzijds. Voor mij te ongrijpbaar om altijd te kunnen bekoren, hoewel ik haar nog steeds het meest gelaagd vind in We Need To Talk About Kevin.

Tilda Swinton

8 – Kate Winslet

Wie houdt er nou niet van Kate? Echt zo’n actrice die ik graag volg vanaf het allereerste begin: Heavenly Creatures. Leuk, spontaan, aandoenlijk en als het mag verrassend geestig, bijvoorbeeld in het heerlijk opgebouwde Carnage.

Kate Winslet

9 – Marilyn Monroe

Haar mentor Lee Strasberg (de man die ‘method acting’ in Amerika introduceerde) noemde Marilyn Monroe eens zijn beste leerling. Zou ik ook hebben gezegd als ik hem was! Het best en meest geliefd als vrolijk dom blondje (The Seven Year Itch en Some Like It Hot) hoort ze alleen al vanwege haar legendarische status thuis in deze lijst.

Marilyn Monroe

10 – Bette Davis

Dat geldt absoluut voor Bette Davis, een actrice die ik aanvankelijk alleen maar kende van het volgende liedje:

She’ll tease you
She’ll unease you
Just to please you
She’s got Bette Davis eyes

Na mijn kennismaking met deze op en buiten de set pittige dame, was ik snel verkocht. Eén van de grote sterren in het Hollywood van de jaren 30 en 40. Een authentieke doorzetter pur sang en de vrouw die door haar strijd tegen de machtige filmstudio’s in Hollywood de weg baande voor alle actrices na haar. Verpletterend in drama’s als Of Human Bondage, Jezebel, The Old Maid, The Letter, The Little Foxes en Mr. Skeffington (nog steeds een van de beste films waarin het ouder worden aankomt als een mokerslag).

De som van al haar acteerervaring en levenslessen komt samen in een oprecht en onvergetelijk portret van een actrice die (volgens velen ook zelf als actrice) over haar hoogtepunt heen is: All About Eve (1950, Bette Davis is dan 41). Zeer gevat, onderzoekende blik, wilskrachtig en kwetsbaar tegelijk: een actrice op wie je alleen maar verliefd kunt worden. Het is en blijft een van de sterkste vrouwenrollen in de filmgeschiedenis.

Ik draag het estafettestokje graag over aan Bob van der Sterre.

22 december 2016

 

 


MEER LEUKE FILMLIJSTJES

Help, alweer een sequel!

COLUMN

Help, alweer een sequel!

door Cor Oliemeulen

Nog niet zo lang geleden dacht men dat een sequel een te verwaarlozen ziekte was. Een griepje, dat vanzelf weer over gaat. Tegenwoordig woekert het als een epidemie, veroorzaakt door een storing van het brein. Elke vorm van creatieve activiteit in de rechter hersenhelft wordt ontregeld door de kil calculerende linker hersenhelft. Hollywood is de parasiet en het bioscooppubliek fungeert als gastheer in een perfecte symbiose. Welkom in 2017: het jaar van de sequel!

Een blik in het nieuwe jaar leert dat er nu al bijna dertig vervolgfilms staan geprogrammeerd. We zien tweede delen van John Wick, De Smurfen, Guardians of the Galaxy, Fifty Shades, World War Z, Pacific Rim, Cloverfield, Annabelle en Creed. En wie tot twee kan tellen, is meestal zo bij drie. Buiten Hollywood komt de Brit Danny Boyle na de intense belevenissen van een groep vrienden in de drugscene van Edinburgh op de proppen met T2 Trainspotting. Dezelfde kameraden, maar dan 21 jaar later. Dat is bijna even onvoorstelbaar als Jules en Vincent in Pulp Fiction 2 bij McDonalds achter de rollator. En wat moeten we ons voorstellen bij de sequels van Alien en Blade Runner?

De perfecte symbiose tussen producent en kijker leidt tot het achtste deel van Fast & Furious. Bij Pirates of the Caribbean, The Divergent Series en Transformers zijn we inmiddels de tel kwijt. Het feit dat de nieuwe Resident Evil ‘The Final Chapter’ heet, belooft een definitief afscheid van deze computergame die tot speelfilm werd getransformeerd. Maar zolang de kassa rinkelt, weet je het nooit. Dat geldt ook voor Saw: ze hadden beter bij deel 10 kunnen beginnen en dan langzaam aftellen totdat de hoofdpersoon geen enkele vinger meer over had.

Digitale films hebben het celluloid uit de cinema verdrongen. Dit betekent dat je sneller films kunt maken. Iedereen kan tegenwoordig films maken. En dat zie je. Scènes doe je gewoon over, decors plak je met de computer achter de personages en een digitale set gebruik je gewoon opnieuw voor een sequel. Tel uit je winst. Ook Star Wars heeft de smaak weer te pakken. Sinds de allereerste film uit 1977 handig werd omgedoopt in deel 4 (A New Hope), kwam er ruimte voor drie extra films en zijn we 40 jaar later toe aan deel 8.

De vooruitzichten voor de Nederlandse film bieden een lichtpuntje. Er staan nog geen vervolgfilms gepland! Dat Soof 2 momenteel veel bioscoopbezoekers trekt is van harte gegund. Maar het is tegelijk een voorbode van sequels van een hele rits andere romkoms – hoewel Barry Atsma zijn handen vol zal hebben aan zijn regiedebuut. De formule van Mees Kees is razend populair en schreeuwt steeds om een nieuw vervolg, net als de jaarlijkse release van Sinterklaasfilms. Er gaan geruchten dat er in 2017 ook een versie voor volwassenen zal verschijnen: De Club van Sinterklaas en het masturberende paard. Vast bedoeld om al die frustraties bij deelnemers aan de Pieten-discussie weg te nemen.
 
15 december 2016

 

 

 

 

MEER COLUMNS

Frantz

***

recensie Frantz

Te mooi om waar te zijn

door Cor Oliemeulen

Een Franse jongeman met een schuldgevoel wordt opgenomen in een Duits gezin en vervangt hun enige zoon die sneuvelde tijdens de Eerste Wereldoorlog. Zijn verhalen en vioolspel verzachten het verdriet en brengen troost.

De Franse regisseur François Ozon liet zich grijpen door een verhaal van ene Maurice Rostand, die het direct na afloop van de Eerste Wereldoorlog schreef. Ozon ontdekte dat niemand minder dan zijn oude Duitse collega Ernst Lubitsch in 1932 het verhaal had verfilmd en besloot om deze tragische geschiedenis over schuld en vergeving een andere wending te geven.

Frantz

Troost
In Frantz heet de Franse jongeman Adrien (Pierre Niney), het Duitse meisje Anna (Paula Beer) en is het titelpersonage de dode soldaat. We schrijven 1919. Anna legt elke dag bloemen op het graf van Frantz en ziet op een dag hoe de Fransman hetzelfde doet en zich verdrietig toont. Uiteindelijk treffen ze elkaar bij Anna’s schoonouders, want Adrien wil wat kwijt over hun zoon Frantz. Hij krijgt echter niet de kans. De vader, huisarts, die net als zijn dorpsgenoten overloopt van anti-Franse sentimenten, wijst hem direct de deur, want hij acht iedere Fransman verantwoordelijk voor de dood van zijn enige zoon.

Niet veel later wint Adrien het hart van Frantz’ ouders, omdat hij hen doet denken aan Frantz en met zijn verhalen hun verdriet verzacht. Ook Anna vindt troost bij Adrien, omdat hij prachtig vertelt over zijn vriendschap met Frantz, hun gedeelde passie voor viool en hun bezoekjes aan het Louvre in Parijs. En ondertussen lijkt het er verdacht veel op dat ook Anna deze aanvankelijk mysterieuze Adrien gaat zien als substituut van haar geliefde. Maar Adrien blijkt een hoopje ellende, verteerd door schuldgevoelens en iemand die zich niet kan binden, omdat hij een geheim met zich meedraagt. Nadat hij Anna heeft geconfronteerd, keert hij terug naar Frankrijk en besluit Anna haar schoonouders Adriens schokkende onthulling te besparen en een eigen verhaal te verzinnen.

Frantz

Schuld en vergeving
Tot hier is de Frans-Duitse coproductie van François Ozon boeiend en veelbelovend, maar het te trage tempo komt het naar antwoorden en verlossing schreeuwende vervolg niet ten goede. De regisseur kiest voor het perspectief van de verliezers van de oorlog en wil graag de broederschap tussen de twee landen tonen, maar had zich iets meer op karakterstudie dan op omstandigheden en atmosfeer mogen richten. Het grote gemis is het gebrek aan ambiguïteit van Anna nadat Adrien zijn geheim heeft onthuld: een greintje haat hadden we van haar wel mogen verwachten.

Daarentegen is de mise-en-scène bijna vlekkeloos en is de film bijna geheel geschoten in stemmig zwart-wit, met sporadisch intuïtief kleurgebruik van een landschap of in flashbacks, waardoor Frantz realistisch werkt. En ook over beide jonge, relatief onbekende hoofdrolspelers valt weinig te klagen.

Dat alles neemt niet weg dat Ozons zestiende speelfilm voortdurende finesse mist, zoals in zijn meesterstuk Dans les Maisons (2012). De premisse is fantastisch, het vergevingsthema universeel en Adriens laatste mokerslag onverwacht, maar de apotheose verdiende een beter lot. Frantz speelt met klassieke melodramatische motieven als schuld en vergiffenis, echter eindigt te hoopvol om het stempel van onvervalst melodrama te krijgen. Het lijkt plots alsof er voor Anna licht aan het eind van de tunnel is, deze kijker was liever net zo gedesillusioneerd gebleven.
 

28 november 2016

 
MEER RECENSIES

I, Daniel Blake

*****

recensie I, Daniel Blake

Voedselbanken en sancties

door Cor Oliemeulen

Soms duurt het een halve eeuw voordat je je levenswerk hebt voltooid. Ken Loach mag gaan genieten van zijn laatste jaren, maar we zijn bang dat hij dat niet kan. Terwijl veel politici de andere kant op kijken, zal de Britse regisseur waarschijnlijk tot zijn dood een scherp oog voor de menselijke maat hebben.

De Brit Ken Loach is zonder twijfel de meest begaafde regisseur die sociaal bewogen films maakt. Op de laatste golven van het Engelse ‘kitchen sink realism’ (gootsteendrama’s) brak hij in 1969 door met Kes, het ontroerende verhaal over een arbeidersjongen die genegenheid vindt bij een valk. Met zijn laatste drama I, Daniel Blake won hij in mei na een staande ovatie de Gouden Palm tijdens het filmfestival van Cannes. Na een halve eeuw films maken heeft zijn persoonlijke naturalistische stijl alleen maar meer contouren gekregen.

I, Daniel Blake

Politiek statement
In zijn jongste drama volgen we de opgewekte frustratie van een van een hartaanval herstellende timmerman in Newcastle die wordt verplicht te gaan werken terwijl zijn arts zegt dat hij dit beslist niet mag. Ken Loach, die bij het verschijnen van Jimmy’s Hall in 2014 aankondigde dat het nu welletjes was geweest, moest en zou nog eenmaal een politiek statement maken nadat hij zich had verdiept in de kapitalistische erfenis van voedselbanken en sancties.

Na al zijn interviews en discussies met politici over de schrijnende maatschappelijke praktijken waarin een deel van Engeland en Europa verkeert (in sommige delen van Amerika schijnt dit niet anders te zijn), is het moment aangebroken dat de inmiddels 80-jarige filmmaker welverdiend op zijn lauweren kan rusten. Maar je weet het nooit zeker met Ken Loach. Zeker als hij weer eens wordt gegrepen door een geëngageerd verhaal van zijn vaste scenarist Paul Laverty. Vanaf Carla’s Song in 1996 vormen Loach en Laverty twaalf films later een ongekend gouden tandem.

Onbekende acteurs
Voorlopig beschouwen we I, Daniel Blake dus als magnum opus. Eén van de sterke punten van Ken Loach is dat hij werkt met onbekende acteurs en amateurs, en geheel op locatie filmt, net zoals de Italiaanse neorealisten dat in de jaren 40 en 50 deden om authentieke sociale documenten te creëren. Zo wordt de titelfiguur van I, Daniel Blake gespeeld door Dave Johns, zelf zoon van een timmerman en vooral actief als stand-up komiek (net als John Bishop, die in Route Irish een ex-huurling in Irak speelt). Ken Loach heeft gelijk als hij zegt dat juist je sociale achtergrond en je levenservaring je acteerprestaties bepalen, in de geest van filmdocent Stella Adler die tal van grote Amerikaanse acteurs en actrices op vaak hardhandige wijze de kneepjes van het acteervak bijbracht.

Dave Johns is authentiek en weet zijn karakter Daniel Blake – ondanks zijn helletocht in de doorgeslagen bureaucratie en repressie – een bijna verbazingwekkende dosis humor, empathie, zorgzaamheid, trots en fatsoen mee te geven. Criticasters zijn geneigd de door Loach en Laverty geschetste wereld van voedselbanken en sancties (bijvoorbeeld geen geld als je een formulier niet helemaal hebt ingevuld) eenzijdig te noemen, want de economie trekt toch aan? Daniel Blake is echter volstrekt geloofwaardig in een wereld waarin de tegenstellingen groter worden en de menselijke maat steeds meer onder een vergrootglas moet worden gezocht.

I, Daniel Blake

Verzet
Het titelpersonage komt uiteindelijk in verzet en weigert volgens eigen zeggen als een hond te sterven. Maar naast een sociaal drama is I, Daniel Blake een verhaal over vriendschap. Een aandoenlijke band tussen de timmerman en de alleenstaande moeder Katie (Hayley Squires) met twee kinderen, die het bestaan in Londen niet meer konden bolwerken, maar ook in Newcastle aan hun lot worden overgelaten. Daniel heeft een ziek, maar een goed hart, en doet klusjes in Katie’s nieuwe onderkomen, dat is verstoken van verwarming. Ook zij is gestraft omdat zij niet alle regeltjes heeft opgevolgd.

En ondertussen worstelt Daniel met allerlei door de strot geduwde digitale procedures en zien we Katie in een hartverscheurende scène bij de voedselbank. Maar Loach, Laverty en Blake laten zich niet kennen: al het leed wordt opgediend met zwarte humor en relativering, wat het drama des te indrukwekkender en vernietigender maakt.
 

21 november 2016

 
MEER RECENSIES

Perfetti Sconosciuti

****

recensie Perfetti Sconosciuti

Black box met explosieve lading

door Cor Oliemeulen

Menigeen kan Perfetti Sconosciuti beter zónder geliefde bezoeken. Hoe het verplicht openbaren van gegevens op je mobieltje leidt tot relationele slachtpartijen bewijst deze Italiaanse kaskraker.

Onlangs was op tv de documentaire Addicted to my Phone te zien. Gesteund door de gebruikersvoorwaarden van Facebook bood een Deens onderzoeksteam een zaklamp-app aan, echter de gebruikers wisten niet dat ze door het installeren van de app automatisch toegang gaven tot hun gesprekken, teksten, foto’s, camera en microfoon. Naderhand bezocht het team enkele gebruikers, die totaal geschokt reageerden omdat al hun data bleken te zijn gekopieerd en heimelijk gesprekken waren opgenomen. Zelfs een ex-minister wist zich geconfronteerd; we zagen hoe zij een dag later een spoedberaad in het parlement belegde.

Perfetti Sconosciuti

Bioscoophit
Het lenen en stelen van persoonlijke gegevens, winkels en organisaties die door middel van wifi-tracking de handel en wandel van bezitters van mobiele apparaten volgen en gebruiken, stralingsgevaar, verslaving aan je mobieltje en appen achter het stuur mogen dan verontrustend zijn als je er wat dieper over nadenkt – dat alles is nog niets vergeleken met het verplicht delen van de explosieve geheimen die de gemiddelde mobiele telefoon(eigenaar) met zich meedraagt.

De Italiaanse regisseur Paolo Genovese kwam op het originele idee om een speelfilm over dit gegeven te maken, getriggerd door een uitspraak van schrijver Gabriel Garcia Marquez: ‘Iedereen heeft een publiek leven, een privéleven en een geheim leven.’ Twintig jaar geleden waren onze geheimen veilig in onszelf opgeborgen, tegenwoordig liggen ze verborgen in onze mobieltjes. In Perfetti Sconosciuti (Volmaakte Onbekenden) wordt dan ook gesproken van een persoonlijke black box. Het komische drama was afgelopen voorjaar dé bioscoophit in Italië en won er twee Donatello’s, voor beste film en beste scenario.

Perfetti Sconosciuti

Van ruilen komt huilen
In een toneelsetting ontmoeten we drie stellen die bij één van hen samenkomen voor een diner. Ze zijn welgesteld en kennen elkaar al hun halve leven. Eén vriend komt later en zou zijn nieuwe vriendin meebrengen, maar die moet zich verontschuldigen. Na het uitwisselen van koetjes en kalfjes begint er een gesprek over de geheimen die iedereen op zijn of haar mobieltje meedraagt, waarna iemand oppert om tijdens het diner de anderen bij wijze van experimenteel spelletje deelgenoot te maken van binnengekomen gesprekken en berichtjes. Na wat tegenstribbelen ontstaan de eerste complicaties, als één van de getrouwde vrienden zich realiseert dat hij vanavond een wulpse foto van een vrouw zal ontvangen en hij de eenling in het gezelschap zover krijgt om stiekem mobieltjes te ruilen. Langzaam volgen de eerste kleine onthullingen en uiteindelijk blijkt dat minstens vijf van de zeven disgenoten iets serieus op hun kerfstok hebben. Maar niets is wat het soms lijkt.

De sterrencast – o.a. Giuseppe Battiston (Pane e Tulipani), Marco Giallini (Una famiglia perfetta), Valerio Mastandrea (La prima cosa bella) en Alba Rohrwacher (Le Meraviglie) – weet uitstekend raad met het intelligente scenario van Perfetti Sconosciuti, waarbij Genovese steun kreeg van een kwartet ervaren scenaristen. De film is bij voorkeur te genieten zónder partner, behalve natuurlijk als je absoluut geen geheimen voor elkaar hebt…
 

13 november 2016

 
MEER RECENSIES

Fils de Jean, Le

***

recensie Le fils de Jean

De valkuilen van een erfenis 

door Cor Oliemeulen

De ontvangst van een kostbaar schilderij dreigt het leven van een rustige Parijzenaar finaal op zijn kop te zetten. De gift is afkomstig van zijn onbekende vader die in Canada zou zijn verdronken en twee zoons heeft. In Le fils de Jean ontdekt de verborgen zoon langzaam het geheim van zijn vader.

De Franse regisseur Philippe Lioret vestigde in 2009 zijn naam met het sociale drama Welcome, het even inspirerende als schrijnende verhaal over een 17-jarige Koerdische jongen in de Jungle van Calais die zwemles neemt met als doel het Kanaal over te zwemmen om bij zijn vriendinnetje in Engeland te kunnen zijn. In zijn jongste film, Le fils de Jean, steekt een dertiger de oceaan over op zoek naar twee broers. Twee humanistische films, zonder opsmuk en direct uit het leven gegrepen.

Le fils de Jean

Begenadigd verhalenverteller
Lioret blijkt opnieuw een begenadigd verhalenverteller. Le fils de Jean (de zoon van Jean) is gebaseerd op een roman van de Franse schrijver Jean-Paul Dubois. Een moeilijk verfilmbaar geachte geschiedenis omdat de auteur veel gebruikmaakt van de innerlijke stem van de hoofdpersoon. Lioret kocht de rechten van het boek, raakte steeds verder gefascineerd door het gegeven, schreef een boeiend scenario en stuurde het naar Dubois die constateerde dat het verhaal beduidend anders was dan het boek, maar gaf Lioret wel zijn zegen.

In de film volgen we de gescheiden Parijse marketeer Mathieu (Pierre Deladonchamps: L’inconnu du lac, Une enfance) die op een dag verneemt dat zijn onbekend gebleven vader (volgens zijn moeder een onenightstand) in Canada is overleden en dat hij twee broers heeft. Aangekomen in Montreal weet niemand van zijn bestaan, behalve Pierre, volgens eigen zeggen de beste vriend van Mathieu’s vader Jean, die hem aarzelend een logeeradres aanbiedt. Voordat Jean zal worden begraven, wil hij dolgraag kennismaken met de twee broers, echter Pierre verzoekt Mathieu dringend om tot nader order zijn identiteit niet prijs te geven.

Le fils de Jean

Botsende motieven
Mathieu is nu zogenaamd de zoon van een vriend van Pierre met wie hij, samen met de twee broers, in een meer gaat zoeken naar het stoffelijk overschot van Jean, die na een zekere verdrinkingsdood nog niet is gevonden. Tijdens de speurtocht blijkt hoe verschillend de broers en hun motieven zijn: de ene houdt van een stevige borrel en wordt dan agressief, de andere wordt gedreven door geldzucht. De vraag is of Mathieu afstand kan blijven houden, of dat de broers het familiegeheim ontdekken.

Terwijl in Welcome de hectiek van een overvol vluchtelingenkamp en het klotsen en kolken van water Philippe Liorets achtergrond als geluidstechnicus verraadt, kent Le fils de Jean een minimalistische soundtrack: sporadische pianodeuntjes zijn voldoende om Mathieu’s wedervaren te ondersteunen. Dat betekent dat er sterk geacteerd wordt (vooral de ingehouden stijl van Pierre Deladonchamps) en de kijker zich goed kan identificeren met iemand die zich realiseert dat slechts een rimpeling in de vijver voldoende is om een netelige situatie niet uit de hand te laten lopen.
 

25 september 2016

 
MEER RECENSIES

Florence Foster Jenkins

***

recensie Florence Foster Jenkins

Zo vals zingen is ook een kunst

door Cor Oliemeulen

“Ze mogen zeggen dat ik niet kon zingen, maar niemand kan zeggen dat ik níet zong.“ Florence Foster Jenkins, een rijke societydame in het New York van de jaren 40, leefde voor de operamuziek en groeide uit tot een fenomeen.

Zij werd zowaar een cultfiguur (Foster Jenkins’ opname ‘The Glory of the Human Voice’ was een van de 25 favoriete vinylplaten van David Bowie) en het komische biografische drama van Stephen Frears zal vast leiden tot een run op YouTube-filmpjes van deze ‘slechtste operazangeres aller tijden’.

Florence Foster Jenkins

Engel
Florence Foster Jenkins werd in 1868 geboren in een stadje in Pennsylvania. Haar schatrijke vader stond niet toe dat zij in het buitenland muziek ging studeren, en als reactie hierop trouwde ze op haar zeventiende met een arts in Philadelphia. Ze ging werken als lerares en pianiste. Aan het huwelijk kwam prompt een eind nadat de arts haar had besmet met syfilis. In 1900 vertrok ze naar New York, alwaar ze zich vol overgave in de muziekwereld stortte. Met de erfenis van haar vader richtte ze de Verdi Club op als eerbetoon aan de Grand Opera en begon ze met het financieel ondersteunen van tal van culturele activiteiten. De film begint als Florence (wie anders dan Meryl Streep) er na 25 jaar voor het laatst optreedt als Angel of Inspiration. Ze zingt en figureert in eigenzinnige tableaux vivants, vaak in buitenissige, zelfontworpen jurken.

Haar dubieuze muzikale talent is dan allang in kleine kring bekend, daarbuiten heeft haar naam bijna mythische proporties aangenomen. Dat is vooral te danken aan haar huidige partner, de mislukte Shakespeareaanse acteur met aristocratische roots, St. Clair Fayfield (Hugh Grant), die er persoonlijk op toe ziet dat alleen maar vrienden en andere welwillende, door Florence gesponsorde, gasten de besloten recitals bezoeken. Hoezeer ze ook dagelijks luistert en oefent, ook op haar zestigste heeft Florence nog de grootste moeite met ritme, toonhoogte en zuiverheid. In haar eigen hoofd klinkt haar gezang prachtig, maar ze heeft niet in de gaten dat velen haar achter haar rug dubbel liggen van het lachen. Eén van de meest kostelijke scènes in de film is het moment dat pianist Cosme McMoon (Simon Helberg), die geen idee heeft van Florence’s (gebrek aan) kwaliteiten, voor het eerst met haar gaat oefenen.

Florence Foster Jenkins

Ambitie
Net als de pianist, krijgen muziekrecensenten door St. Clair geld toegestopt, anderen schrijven zo dubbelzinnig over Florence’s zangkwaliteiten dat de verwachtingen voor haar eerste openbare optreden, nota bene in Canergie Hall (voor de film nagebouwd in het bijna even beroemde London’s Hammersmith Apollo!), zo hoog gespannen zijn dat het concert binnen twee uur is uitverkocht. Hoewel de zeer toegewijde St. Clair (omdat Florence een besmettelijke ziekte heeft wipt hij wel buiten de deur) het debacle wil voorkomen, stemt hij toch in en is wat geruster als de duizend, veelal beschonken, oorlogsveteranen getuige zijn van de ambities van wannabe-operazangeres, die de lat hoog legt met haar geliefde aria’s van Mozart, Verdi en Strauss.

Florence Foster Jenkins is een tot de verbeelding sprekend verhaal over een legendarische valse sopraan dat al een paar keer op de planken is gebracht en vorig jaar in de bioscoop verscheen onder de titel Marguerite, dat zich afspeelt in het Parijs van de jaren 20, maar veel losser op het leven van Foster Jenkins is gebaseerd. Hoe realistisch en overtuigend Meryl Streep ook acteert én zingt, de film van Stephen Frears is zeker het bekijken waard, maar kan niet tippen aan de tragikomedie van Xavier Giannoli met een subliem acterende Catherine Frot in de titelrol. Florence Foster Jenkins heeft weliswaar een even mooie aankleding als Marguerite, maar beduidend minder diepgang en chemie tussen de vertolkers. Daarentegen vormen Streeps live geregistreerde opnames een dik pluspunt.
 

17 september 2016

 
MEER RECENSIES