5 vergeten sportklassiekers

Vijf vergeten sportklassiekers

Vijf vergeten sportklassiekers

Channing Tatum speelt in Foxcatcher een worstelaar die de beste van de wereld wil worden. Je bereikt de top door winnen en verliezen, door vallen en weer opstaan. De filmgeschiedenis kent tal van juweeltjes met dit thema, maar sommige zijn in de vergetelheid geraakt.

door Cor Oliemeulen

1. – Fear Strikes Out (1957): HONKBAL

Al op 18-jarige leeftijd een contract tekenen bij de vermaarde Boston Red Soxs, is heel bijzonder. Dat overkwam James Piersall, in de jaren vijftig een grote naam in het Amerikaanse honkbal. Maar hij werd pas echt beroemd door een zenuwinzinking. Piersall moest zeven weken in een psychiatrische kliniek verblijven. Fear Strikes Out is het aangrijpende verhaal van een honkballer die vanaf zijn kindertijd de droom van zijn vader leeft: beroemd honkballer worden. Anthony Perkins is een sensatie in zijn eerste hoofdrol en Karl Malden (The Streets of San Francisco) is zijn allesbepalende vader. Zelfs door een snel huwelijk komt de jonge James Piersall niet uit onder het juk van zijn vader, die uiteindelijk de pijnlijke confrontatie met zijn zoon moet aangaan. Sterk regiedebuut van Robert Mulligan, die in 1962 zou doorbreken met de prachtige boekverfilming To Kill a Mockingbird.

2. – Requiem for a Heavyweight (1962): BOKSEN

“Weet je waarom ik zo raar praat?”, vraagt bokser Louis ‘Mountain’ Rivera aan een sociaal werkster die een nieuwe baan voor hem zoekt en op wie hij dolverliefd wordt. “Omdat ik een miljoen klappen heb gehad.” De legendarische Anthony Quinn (La Strada, Zorba the Greek) speelt een bokser op leeftijd die vanwege gezondheidsredenen moet stoppen, maar niet weet wat hij anders zou moeten doen. Requiem for a Heavyweight kent een donkere ondertoon en verbindt nog meer dan Fear Strikes Out het lot van de sporter aan de omstandigheden. Randverschijnselen zijn er in het boksen immers genoeg: geweld, uitbuiting en verkochte wedstrijden. Er zijn leuke cameo’s van boksgrootheden Jack Dempsey en Muhammed Ali (toen nog Cassius Clay). Het zou niet verbazen als Darren Aranofsky goed naar deze boksfilm heeft gekeken voordat hij The Wrestler (2008) maakte.

3. – This Sporting Life (1963): RUGBY

Rugby ontstond in 1823 tijdens een potje voetbal in de gelijknamige Engelse stad: iemand pakte plotseling de bal in zijn handen en rende ermee over de achterlijn van de tegenstander. Niet verwonderlijk dat een van de beste rugbyfilms ooit gemaakt van Engelse bodem komt. De Ier Richard Harris bewijst dat dit balspel niet voor mietjes is. Als het moet, slaat hij een zelfzuchtige teamgenoot ‘per ongeluk’ tegen de vlakte, en hij zeurt niet als een tegenstander zes tanden uit zijn mond beukt. Harris speelt fantastisch als ‘angry young man’ Frank Machin, een mijnwerker, die voor duizend pond wordt gekocht door een plaatselijke zakenman. Ondertussen ontwikkelt Frank gevoelens voor zijn hospita (Rachel Roberts), die niets van hem moet hebben, want zij rouwt om haar overleden man. Sfeervol, tikkeltje zwaarmoedig, intelligent sportdrama met mooi gefilmde wedstrijdfragmenten.

4. – Breaking Away (1979): WIELRENNEN

Veel luchtiger van toon is het met een Oscar beloonde draaiboek van Breaking Away. Onder de regie van Peter Yates speelt Dennis Christopher de zoon van een steensnijder in Bloomington, Indiana die helemaal gek van wielrennen is. Tot afschuw van zijn vader scheert hij niet alleen zijn benen, erger nog, hij gedraagt zich als een Italofiel. Want voor Dave is Italië synoniem aan wielrennen. Hij praat de halve tijd Italiaans, draait loeihard Italiaanse aria’s op zijn kamer en noemt de kat van zijn vader Fellini. Als een professioneel Italiaans wielerteam naar hun stad komt, raakt Dave in extase. Ondertussen wordt hij verliefd op een meisje dat gelooft dat hij daadwerkelijk een Italiaanse jongen is en krijgt zijn vriendenclub ‘Cutters’ ruzie met rijkeluiskinderen. Onderhoudend opgroeidrama met jonge acteurs als Dennis Quaid (astronaut in The Right Stuff), Daniel Stern (boef in Home Alone) en Jackie Earle Haley (pedo in Little Children).

5. – Fever Pitch (1997): VOETBAL

Lang voordat hij zich naar een Oscar stotterde als King George VI en hij alleen voor de tv-kijker bekend was als Mr. Darcy in de BBC-serie Pride and Prejudice, speelde Colin Firth zeer geloofwaardig een fanatieke Arsenal-fan. Gebaseerd op de autobiografische bestseller van Nick Hornby krijgt leraar Paul een relatie met zijn nieuwe collega Sarah. Echter zij kan maar niet wennen aan zijn bezetenheid, met als gevolg dat zij altijd op de tweede plaats komt. Als Sarah zwanger is, zegt Paul spontaan dat hij liever het kampioenschap van Arsenal dan een baby heeft. Sarah’s vriendin weet het zeker: ‘Ze stoppen je eerst vol met die voetbalonzin en dan taaien ze af.’ Realistisch voetbaldrama met romantiek als rode draad is nostalgisch, want het tijdsbeeld klopt en er is nauwelijks een hooligan te zien. De film eindigt met het voetbalwonder dat geschiedde op 26 mei 1989 in Liverpool.

19 februari 2015

 

Alle leuke filmlijstjes

Wild Card

*

recensie  Wild Card

Gokken met dertig miljoen dollar

door Cor Oliemeulen

Er zijn ontelbaar veel films met Las Vegas als decor. Na het zien van Wild Card – alleen interessant voor fans van Jason Statham – bekruipt je het gevoel dat niet alleen de acteurs, maar ook de filmmakers in het casino hebben zitten te brassen.

De carrière van Jason Statham is best interessant. Van schoonspringer, duiker, vechtsportliefhebber en kledingmodel werkte de inmiddels 47-jarige Brit – bijnaam Macho – zich op tot geliefd acteur in actiefilms. Hij maakte een prima debuut in de hippe misdaadkomedie Lock, Stock and two Smoking Barrels (1998) van Guy Ritchie, werd bijna onsterfelijk door in Crank: High Voltage (2009) een startkabel op zijn tepel te plaatsen, maar belandde al op relatief jonge leeftijd in The Expendables-franchise tussen uitgerangeerde actiehelden die in hun eentje geen film meer kunnen dragen.

Recensie Wild Card

Held
Van lange zinnen en dramatische diepgang moet Jason Statham het niet hebben. Het liefst toont hij een staalharde kop, laat hij zijn vuisten en voeten spreken en krijgt hij met een beetje geluk af en toe tekst waarmee hij zijn droge Britse ironie kan etaleren. Binnenkort mag hij in Furious 7 weer eens de slechterik spelen, maar meestal is Statham de sympathieke held in actiefilms die graag cliché op cliché stapelen en waarbij je voor aanvang al kunt raden dat hij het strijdtoneel vol gevaarlijk geboefte zonder noemenswaardige schrammen zal verlaten. Werd Homefront (2013) door een Indebioscoop-collega nog gekwalificeerd als een ‘opgewarmde drol’, Wild Card – opnieuw een heuse boekverfilming – is direct rijp voor de mestvaalt.

Net als Statham zweert zijn landgenoot Simon West bij het actiegenre. Verdienstelijk gedebuteerd met de oorverdovende misdaadthriller Con Air (1997) stemt West zijn regiekwaliteiten met het jaar meer af op de geweldsbehoefte van met name de jeugdige bioscoopganger. Wild Card past moeiteloos in die ontwikkeling. Dat het vervaardigen van dit jongste Statham-vehikel toch nog dertig miljoen dollar moest kosten (met dit budget had Michiel de Ruyter nog gemakkelijk twintig extra zeeslagen kunnen winnen) zie je er niet aan af. Of het moet zo zijn dat de crew onbedaarlijk heeft zitten te gokken en te zuipen in Las Vegas waar zij de film hebben opgenomen.

Recensie Wild Card

Heggenschaar
Wild Card is echt zo’n film waarvan je slechts de trailer hoeft te kijken. Maar voor de fans van Jason Statham (en – hoewel weinig in beeld – Sofía Vergara) volgt hier nog even voor de zekerheid het verhaal. Jason Statham speelt Nick Wild, die graag kaart – vandaar de filmtitel. Hij laat zich inhuren om zich in elkaar te laten slaan of om anderen in elkaar te slaan, zodat hij zijn onbedwingbare gokbehoefte kan financieren. Nadat ze is mishandeld en verkracht door een gemene spaghettivreter en diens twee kleerkasten, roept een vriendin Nicks hulp in. ‘I want his nuts in my hands’, eist ze. Het duurt niet lang voordat ze met een heggenschaar voor de als Rocky Balboa jankende dader verschijnen en moeten afwegen wat er vanavond op het menu komt te staan.

 

6 februari 2015

 
ALLE RECENSIES

De 10 beste drugsfilms

Tien drugsfilms: populaire narcotica door de tijd heen

Fear and Loathing in Las Vegas

In Inherent Vice van Paul Thomas Anderson volgen we een heftig drugs gebruikende privédetective in het jaar 1970. Iedere tijd kent zijn eigen populaire drug. Of het nu gaat om LSD, heroïne, marihuana, morfine, mescaline, cocaïne, xtc of speed. Tien films waarin de hoofdpersonen zich graag mogen bedwelmen.

door Cor Oliemeulen

1. – The Tingler (1959): LSD

Het gebruik van de psychoactieve, hallucinogene drug LSD verscheen in 1959 voor het eerst op het witte doek in The Tingler. Wie anders dan Vincent Price vertolkt de rol van de patholoog die ontdekt dat je in een staat van doodsangst letterlijk een monstertje in je lijf creëert? Als je schreeuwt verdwijnt deze zogenoemde Tingler. De dokter wil aan den lijve ondervinden of hij een Tingler kan opwekken tijdens een ‘bad trip’ na een flinke LSD-injectie. Het experiment mislukt, want hij kan een angstschreeuw niet onderdrukken. Gelukkig komt de dokter in contact met een doofstomme vrouw, die niet kan schreeuwen én niet tegen bloed kan. Fantastische B-film van horrorregisseur William Castle die bioscoopstoelen liet uitrusten met vibrerende zittingen en armleuningen die gingen trillen zodra de Tingler in beeld kwam. Het publiek werd verzocht massaal te schreeuwen om de Tingler te verjagen.

 

2. – The Panic in Needle Park (1971): HEROÏNE

In de jaren zeventig stond het gebied tussen Broadway en 72nd Street in New York bekend als Needle Park. Op straat en op bankjes vertoefden jonge mensen die door hun verslaving aan de zelfkant van de samenleving waren beland. In zijn eerste hoofdrol zien we Al Pacino aanvankelijk als de drukke, charmante gelegenheidsgebruiker Bobby, echter het duurt niet lang voordat de heroïnespuit dagelijks in zijn arm verdwijnt. Ook zijn vriendin Helen (Kitty Winn) kan de verleiding uiteindelijk niet weerstaan. Oud-modefotograaf Jerry Schatzberg maakte een boeiend en realistisch portret van een verliefd koppel dat capriolen moet uithalen om hun verslaving te kunnen bekostigen. Twaalf jaar later speelde Al Pacino in Scarface de drugsbaas Tony Montana die zijn hoofd begraaft in een berg cocaïne.

 

3. – Up in Smoke (1978): MARIHUANA

In die tijd had je nog bioscoopzalen waar je mocht roken. Van een blowtje keek niemand vreemd op. Zeker niet bij de eerste film van stand-up komedianten Cheech and Chong. In Up in Smoke stopt Pedro (Cheech Marin) voor de lifter ‘Man’ (Tommy Chong) en het duurt niet lang voordat ze een gigantische joint delen. Het duo rookt alles – in dit geval gedroogde ontlasting van Chongs labrador die zijn complete weedvoorraad had opgegeten – zolang je maar stoned wordt. Absurde ontmoetingen en dialogen, alsook acute vreetkicks en meligheid leiden naar een optreden tijdens een muziekfestival. Ondertussen hebben Cheech en Chong geen idee dat ze rijden in een busje dat compleet van weed is geconstrueerd. Er volgden vijf minder sterke stoner-films waaronder Still Smokin (1983) dat zich afspeelt in Amsterdam.

 

4. – Die Sehnsucht der Veronika Voss (1982): MORFINE

De controversiële Duitse filmregisseur Rainer Werner Fassbinder overleed in 1982 aan een overdosis cocaïne met slaappillen. In zijn laatste meesterwerk behandelt hij de morfineverslaving van Veronika Voss (Rosel Zech), een actrice die grote successen kende in Duitse films ten tijde van het naziregime, maar na de oorlog niet meer aan de bak komt. Haar frustraties en paranoia zijn vergelijkbaar met de uitgerangeerde Norma Desmond (Gloria Swanson) in de klassieker Sunset Boulevard (1950), echter Veronika Voss heeft zich laten opnemen in een privékliniek waar de verslaving bewust in stand wordt gehouden. Een sportjournalist valt voor Veronika en ontdekt de harde waarheid. Die Sehnsucht der Veronika Voss is typisch Fassbinder (zelf nog even in de film te zien): een intelligent sociaal melodrama over een vrouwelijk buitenbeentje.

 

5. – Naked Lunch (1991): INSECTICIDE

Schrijver William S. Burroughs (Beat Generation) brak in 1959 door met Naked Lunch. Het duurde ruim dertig jaar voordat iemand zijn innovatieve roman met de onnavolgbare verhaalstructuur vol maatschappijkritiek, metaforen en onsmakelijkheden durfde te verfilmen. De Canadese regisseur David Cronenberg, die al de nodige ervaring had opgebouwd met eigenzinnige horrorfilms als Shivers, Scanners en Videodrome, combineert Burroughs’ literaire bespiegelingen met een biografie in een film noir. Hoofdpersoon is insectenbestrijder Bill (Peter Weller) die ontdekt dat zijn vrouw Joan (Judy Davis) verslaafd is geraakt aan zijn verdelgingsmiddel. Bill krijgt zelf ook hallucinaties, wat resulteert in interacties met pratende kakkerlakachtige typemachines. Eén ding staat vast: de vaak onbegrepen Burroughs schreef Naked Lunch niet in nuchtere staat. Let op de jazzy soundtrack met saxofoonlegende Ornette Coleman.

 

6. – Fear and Loathing in Las Vegas (1998): MESCALINE

De twee uur durende hallucinerende trip van Terry Gilliam begint met de inname van mescaline. Dit uit cactussen (peyote) gewonnen psychedelisch goedje werd al tienduizend jaar geleden gebruikt door Indianen in Mexico. De blanke praat in zijn kerk óver Jezus, de indiaan praat in zijn wigwam tégen Jezus. De twee hoofdrolspelers van Fear and Loathing in Las Vegas praten vooral tegen zichzelf. Met hun kofferbak vol talloze soorten drugs racen een reporter (Johnny Depp) en zijn advocaat (Benicio del Toro) door de Nevada-woestijn op weg naar de gokstad. De filmadaptatie van het gelijknamige boek van Hunter S. Thompson laat zich moeilijk in een paar zinnen samenvatten, het is vooral een unieke kijkervaring. Toepasselijke soundtrack met onder meer Jefferson Airplane, The Dead Kennedys en Buffalo Springfield.

 

7. – Human Traffic (1999): XTC

Deze Britse muzikale komedie is het XTC-antwoord op het superieure Trainspotting dat drie jaar eerder insloeg als een bom. Ook Human Traffic handelt over een groep vrienden die elkaar vinden in drugsgebruik. De duizelingwekkende hoeveelheden geestverruimende varianten zijn vervangen door XTC, de destijds in zwang geraakte populaire MDMA-pil van de naar liefde hunkerende club scene. In een 99 minuten durende videoclip zien we hoe de vrienden zich voorbereiden op een wild weekend van drinken, slikken, dansen en maar doorgaan. Mooi gefilmd, snel gemonteerd, prima muziek en regelmatig grappig met als hoogtepunt een afgeladen pub vol jongeren die hun eigen variant van God Save the Queen zingen. Human Traffic is waarschijnlijk de beste speelfilm over XTC: ook de keerzijde komt aan bod, hoewel het allemaal wel erg luchtig blijft.


 

8. – The Salton Sea (2002): CRYSTAL METH

Na de moord op zijn vrouw belandt een man (Val Kilmer) in de drugsscene van Los Angeles. The Salton Sea begint met een flitsende inleiding over de geschiedenis van drugs (‘logisch dat Japanse kamikazepiloten in de oorlog speed kregen toegediend’) en een grappig inkijkje in de wereld van crystal meth-gebruikers. Ook regisseur D.J. Caruso heeft goed gekeken naar Trainspotting. Hij kiest echter niet voor de beleving en lotgevallen van de personages, maar schetst het verhaal van een man die in de drugsscene zit omdat hij uit is op wraak. En zo ontpopt The Salton Sea zich vrij abrupt van veelbelovende drugsfilm tot doorsnee actiethriller. Wel bijzonder om te zien dat een grote dealer in het verhaal veroordeeld is tot een kunststofneus omdat zijn oorspronkelijke reukorgaan na overmatig speedsnuifgedrag van zijn gezicht was gevallen.

 

9. – Love Liza (2002): BENZINEDAMPEN

Ironisch dat een van de grootste acteurs van deze eeuw afgelopen jaar overleed aan een overdosis drugs. Philip Seymour Hoffman speelt in Love Liza een van zijn beste rollen als de depressieve Wilson die na de zelfmoord van zijn vrouw Liza zijn pijn probeert te verzachten met het inhaleren van benzinedampen. Wilson zegt dat hij de jerrycans brandstof nodig heeft voor zijn modelvliegtuig, en voor hij het weet zit hij als een bezetene midden in het wereldje van radiografisch bestuurde bootjes en vliegtuigjes. Ondertussen krijgt hij het aan de stok met zijn schoonmoeder (Kathy Bates) die wil dat Wilson de afscheidsbrief van haar dochter opent. In het door zijn broer Gordy geschreven scenario is Philip Seymour Hoffman benauwend geloofwaardig. Het mysterie schetst niet zozeer waarom Liza uit het leven stapte, maar waarom zij voor Wilson viel.

 

10. – Half Nelson (2006): COCAÏNE/CRACK

Ook Ryan Gosling steeg in een drugsfilm tot grote hoogte. Als de idealistische leraar Dan op een middelbare school in kansarm Brooklyn is hij erg populair bij de leerlingen. Zijn combinatie van opgewektheid en suf lachje lijkt hij te ontlenen aan het roken van cocaïne. Op een dag wordt hij door een van zijn leerlingen, Drey, in laveloze staat met een crackpijpje betrapt op het toilet. Deze ontdekking is het begin van een mooie vriendschap tussen leraar en leerling. Dan getroost zich alle moeite om Drey ver van de lonkende drugswereld te houden, Drey redt Dan van de ondergang. Half Nelson is een realistische, maar brave film, schokkerig gefilmd met veel close-ups en op de huid. Ryan Gosling zou vijf jaar later doorbreken in Drive als nuchtere geheelonthouder. Maar wel eentje met moorddadige neigingen.

 

2 februari 2015

 

Alle leuke filmlijstjes

Inherent Vice

***

recensie  Inherent Vice

Eén keer kijken is niet genoeg

door Cor Oliemeulen

Er is geduld nodig voor het kijken naar Inherent Vice. In deze mix van mysterie, komedie en psychedelische thriller met maffe dialogen raak je gegarandeerd verstrikt in alle losse eindjes, maar dat is kennelijk van ondergeschikt belang.

Thomas Pynchon is volgens sommigen de belangrijkste Amerikaanse schrijver die het moderne en complexe leven vanaf de jaren zestig beschrijft. Historisch, wetenschappelijk, dromerig, mysterieus, humoristisch en aanstekelijk tegelijk. In zijn boeken zitten veel verwijzingen naar de cinema, echter van een film kwam het nog nooit: te moeilijk. Paul Thomas Anderson nam de uitdaging aan en verfilmde het overweldigend gecompliceerde verhaal over de voortdurend bedwelmde privédetective Doc Sportello (Joaquin Phoenix).

Recensie Inherent Vice

De met zware bakkebaarden uitgeruste Doc is een kruising tussen de stevig drinkende eenling Philip Marlowe in The Big Sleep (1939) en de eeuwige blower The Dude in The Big Lebowski (1998). Van de ene kant de stoere, melancholische privédetective die door roeien en ruiten gaat, van de andere kant de slome, lepe hippie die nog geen deuk in een pakje boter kan slaan.

Flagrante personages
Doc’s ex-geliefde Shasta Fay Hepworth (Katherine Waterston), een vrijgevochten strandmeisje, duikt uit het niets op met een verdwijningsverhaal dat bij zowel Doc als de kijker voor de nodige hoofdbrekens zal zorgen. Shasta’s huidige vriend Mickey Wolfmann (Eric Roberts), die zijn miljarden heeft vergaard omdat hij traditionele buurten in Los Angeles heeft weggevaagd ten faveure van luxe optrekjes voor de rijken, blijkt namelijk plotseling verdwenen. Advocaat Sauncho Smilex (Benicio Del Toro) geeft Doc advies, terwijl saxofonist Coy Harlingen (Owen Wilson) zijn eigen dood in scène zet zodat hij undercover als verklikker kan fungeren.

En dan zijn er nog Martin Short als Dr. Rudy Blatnoyd, de altijd geile, coke snuivende tandarts die banden heeft met het mysterieuze Golden Fang-imperium, en de zichtbaar genietende Josh Brolin als de met chocola overgoten bevroren bananen etende en om pannenkoeken schreeuwende politierechercheur Christian ‘Bigfoot’ Bjornsen, die een haat-liefdeverhouding met Doc heeft, burgerrechten aan zijn laars lapt, maar wel thuis onder de plak zit van zijn vrouw.

Creatief team
Paul Thomas Anderson heeft bovendien de beschikking over een creatief team van Oscarwinnaars met wie hij eerder samenwerkte. Zo verzorgt Robert Elswit (There Will Be Blood, 2007) de fotografie: ditmaal veel medium shots en close-ups. Het productieontwerp van David Crank (The Master, 2012) plaatst je knap terug in de tijd – al was de typische jaren zeventig-setting in Andersons Boogie Nights (1997) veel treffender.

Kostuumontwerper Mark Bridges, die voor genoemde schets van de Californische porno-industrie niet veel kledingkasten hoefde open te trekken en later een Oscar won voor The Artist (2011), draagt ook sterk bij aan het oproepen van de vereiste nostalgische sfeer. En dan is er nog de beheerste, evenwichtige soundtrack van Jonny Greenwood van de Britse band Radiohead met een geslaagde mix van seventies grooves, zachte romantische strijkers en de folk van Neil Young.

Melancholie versus verloren onschuld
Het is Andersons bedoeling om de laag van melancholie onder Doc’s onderzoek exact neer te zetten zoals Thomas Pynchon het in zijn boek beschrijft. Een twijfelend gevoel van hoop dat veel mensen in die tijd voelen en betrokkenheid bij het lot van Amerika. Een periode waarin idealisten de Californian Dream van terug naar de natuur langzaam zien vervliegen door projectontwikkelaars, Amerikaanse troepen in Cambodja, studentenprotesten met doden, engerds als Charles Manson en politiek activisme dat de kop wordt ingedrukt door spionage, infiltratie en smerige politieke spelletjes, zoals Watergate.

Recensie Inherent Vice

Tegen die achtergrond speelt Inherent Vice. Een samenleving die langzaam zijn spirituele onschuld verliest, terwijl consumentisme en paranoia ervoor in de plaats komen. Terugverlangen naar wat bijna is verdwenen en hopen op het beste. Een strompelende tegencultuur waarvan Doc deel uitmaakt. In de film merken we jammer genoeg te weinig van die typische overgang van de jaren zestig naar de jaren zeventig in het toenmalige Los Angeles. Hoewel Doc aan het strand woont, zien we er maar één scène van terwijl er ook nauwelijks aandacht is voor de Sunset Strip waar hippies, muzikanten en gokkers zich kunnen overgeven aan het wilde leven net buiten de stad. Inherent Vice is vooral een praatfilm geworden.

Overvloed
Pas als je bereid en bij machte bent de situaties, handelwijzen en gedachten van de personages in hun sociaalhistorische context te plaatsen, ontplooit zich een technisch en artistiek ongeëvenaard kunstwerk. Zo niet, dan bestaat de kans dat je zelf snel afglijdt in een laconieke staat van bedwelming, omdat de dwingende vorm, inhoud en stijl in combinatie met de overvloed aan details zomaar kunnen verzanden in een vage, langdradige en onoplosbare whodunnit.

Eén keer kijken is eigenlijk niet genoeg. Het is als een schilderij van Kandinsky: hoe vaker je kijkt, hoe meer je ontdekt en hoe meer je denkt te begrijpen. Maar hoeveel bioscoopgangers doen dat?

 

30 januari 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Tien drugsfilms: populaire narcotica door de tijd heen

5 beroemde winnaars van het IFFR

Vijf beroemde publiekswinnaars van het IFFR

Slumdog Millionaire

Een goede smaak kan de gemiddelde bezoeker van het International Film Festival Rotterdam (IFFR) niet worden ontzegd. Terwijl we afwachten welke film tijdens deze editie de Publieksprijs wint, blikken we terug op vijf eerdere winnaars.

door Cor Oliemeulen

1. – Festen (1998, Thomas Vinterberg)

Om tegenwicht te bieden aan de formulefilms van de droomfabriek in Hollywood besloot een aantal Deense filmregisseurs Dogma 95 op te richten. De filmer moest totaal ondergeschikt zijn aan zijn film, zijn naam zou niet op de aftiteling komen en hij moest zelfs een ‘eed van zuiverheid’ afleggen. Alles moest zo kaal mogelijk zijn: geen extra licht, filters, optische nabewerking, rekwisieten etc.. Opnames waren op bestaande locaties en werden gemaakt met een hand-held camera. Thomas Vinterberg had de eer om de eerste Dogma-film te maken. Festen registreert het grote familiefeest van Helge Klingenfeldt die zijn zestigste verjaardag viert. Alle tumult en feestvreugde mondt uit in het inmiddels beroemde diner als zoon Christian plotseling het woord neemt en een gruwelijk familiegeheim onthult. Vinterberg maakte in 2012 het indrukwekkende Jagten, waarbij zijn naam wél op de aftiteling stond. Nadat Lars von Trier de tweede Dogma-film, het controversiële The Idiots, had gemaakt en er nog enkele interessante films verschenen, bloedde de ambitieuze filmstroming langzaam dood.

2. – Das Leben der Anderen (2007, Florian Henckel von Donnersmarck)

Voor het eerst kon het grote internationale publiek op het witte doek kennismaken met de duistere praktijken van de Stasi, de geheime dienst in de voormalige DDR. De angst van de communistische machthebbers voor kritiek was zo groot dat alle typemachines in Oost-Duitsland werden geregistreerd. We volgen een bekende schrijver en een populaire actrice, die een verliefd koppel vormen en niet direct als dissidenten te boek staan. De cultuurminister laat de schrijver afluisteren om hem in diskrediet te brengen aangezien hij gevoelens heeft voor de actrice. Een ambtenaar krijgt de opdracht het stel af te luisteren, maar langzaam realiseert hij zich wat er aan de hand is en gaat de ambtenaar twijfelen aan het regime en zijn eigen saaie leven. Verraad en misverstand leiden tot een tragisch voorval. Na het vallen van De Muur worden de kilometerslange Stasi-dossiers openbaar en ontdekt de schrijver hoe de vork destijds precies in de steel zat. Mooi drama met thrillertrekjes won de Oscar voor beste buitenlandse film.

3. – Persepolis (2008, Marjane Satrapi)

Zoals de Amerikaanse komedie The Interview momenteel aanleiding is voor de ene dictatuur om dreigementen te uiten, zo protesteerde een ander totalitair regime in 2007 tegen het vertonen van een Frans-Iraanse animatiefilm. Persepolis is het autobiografische verhaal van de Iraanse tekenaar en kinderboekenschrijfster Marjane Sapatri, die de op haar eigen stripboek gebaseerde film (mede)regisseerde. Het is een veelbewogen en veel besproken opgroeidrama met grappige, maar ook dramatische en tragische gebeurtenissen. Marjane groeit op in Teheran en heeft al snel een uitgesproken smaak en mening. Ze wil zowel leerling van Bruce Lee als profeet worden. Net als haar ouders heeft ze een hekel aan de heersende sjah, maar als deze wordt vervangen door islamitische fundamentalisten onder leiding van ayatollah Khomeini besluit de familie haar in het vrije westen te laten studeren. Marjane weet zich in Wenen geconfronteerd met nonnen, discriminatie, homoseksualiteit en zelfmoord met een depressie voor haar tot gevolg. Uiteindelijk zal ze terugkeren naar Iran. Deze prachtige zwart-wit animatiefilm is een boeiende geschiedenisles vol sociale kwesties en laat hersenen en gevoel na afloop doorwerken.

4. – Slumdog Millionaire (2009, Danny Boyle)

Deze Hollywood-film (op zijn Bollywoods) van Danny Boyle (Trainspotting) was voor veel filmliefhebbers de eerste uitgebreide kennismaking met het leven in de sloppenwijken van India en een van de grootste Oscarwinnaars uit de filmgeschiedenis. Begrijpelijk, want de talentvolle Engelse regisseur vertelt in prachtige beelden een intrigerend, aangrijpend en meeslepend verhaal met een lach en een traan, gelardeerd met de populaire soundtrack van A. R. Rahman. De straatarme jongen Jamal doet mee aan de populaire tv-show Who Wants to Be a Millionaire en staat op het punt om twintig miljoen roepies te winnen. Echter een politie-inspecteur krijgt argwaan en onderwerpt Jamal de dag voor de finale aan een stevig verhoor. Het is immers onmogelijk dat zo’n ongeletterde sloeber zoveel kennis bezit, dus neemt de inspecteur alle eerdere vragen met Jamal door. Ieder antwoord ontdekken we in flashbacks waar Jamal iets relevants meemaakt. Overzichtelijk opgebouwd drama werkt toe naar een vrij eenvoudige kennisvraag waarvoor Jamal een hulplijn moet inzetten. Of hij het fortuin wint, is minder belangrijk dan de wens om zijn verdwenen vriendin weer in de armen te kunnen sluiten.

5. – Nebraska (2014, Alexander Payne)

Echte mensen in realistische situaties. Dat is het sterke punt van filmmaker Alexander Payne die na Sideways met Nebraska opnieuw een prachtige, authentieke roadmovie afleverde – qua tempo het tegenovergestelde van Slumdog Millionaire. Ook de protagonist van Nebraska denkt een hoop geld te hebben gewonnen. Zijn door een reclamebureau toegestuurde ‘lot met uniek nummer’ moet nog wel even geverifieerd worden, maar de ontvanger maakt zich wijs dat hij een miljoen dollar kan ophalen. Zijn zoon laat zijn verwarde, alcoholistische en vooral eigenwijze vader in de waan en onderneemt met hem een lange tocht die voert door zijn geboortedorp. Het troosteloze Amerikaanse achterland dient als decor van het herstel van de vader-zoonrelatie en een confrontatie met het verleden. Bruce Dern is levensecht en kostelijk als de ouwe knorrepot Woody. Ook de andere karakters en karikaturen schitteren in de stemmige zwart-wit fotografie van Phedon Papamichael. Liefhebbers van Bruce Dern (onsterfelijk sterfelijk als gedesillusioneerde Vietnamveteraan in Coming Home, 1978) kunnen de acteur dit jaar ook aan het werk zien in Tarantino’s western The Hateful Eight.

25 januari 2015

 

Alle leuke filmlijstjes

Into the Woods

**

recensie  Into the Woods

Sprookjesmusical op het witte doek betovert niet genoeg

door Cor Oliemeulen

Er was eens een man die niets origineels wist te verzinnen. Hij heette James Lapine. James nam een grote kom en roerde de verhalen van vier sprookjes door elkaar. Hij kreeg een schitterend idee: Assepoester, Roodkapje, Raponsje en Jaap van de Bonenstaak komen samen in een groot bos en beleven daar de meest wilde avonturen. James vroeg zijn vriendje Stephen Sondheim om er muziek en liedjes bij te maken. Ze beleefden grote successen op het toneel. Maar toen vond iemand dat er een film moest komen.

Ze vroegen Rob Marshall. Rob had al eerder een musical gemaakt: Chicago. Verder moesten ze nog iemand hebben die mooie kleren kon maken. Een rood kapje kon iedereen. Nee, het moesten wel héél toepasselijke sprookjeskleren zijn. Ze belden Colleen Atwood. Colleen was heel beroemd en had al drie keer de állergrootste filmprijs gewonnen, het zogenaamde Mannetje. Bijvoorbeeld voor Alice in Wonderland. Omdat het een film zou gaan worden, moesten de plaatjes er natuurlijk prachtig uitzien. Ze vroegen Dion Beebe. Dion had ooit een Mannetje gewonnen voor een andere film die Rob had gemaakt: Herinneringen van een Gezelschapsdame. En tot slot moest de film vol zitten met hocus pocus. Dus belden ze Matt Johnson, die óók al een Mannetje had gewonnen! Voor Het Gouden Kompas.

Recensie Into the Woods

Rode cape, witte koe, glazen muiltje, gouden haren
Het verhaal begint met een heks met blauwe haren. Ze spreekt een vloek uit. De vader van de bakkersvrouw heeft namelijk groenten uit de tuin van de heks gestolen. Daarom is de vloek dat de bakker en zijn vrouw pas een kindje kunnen krijgen als ze vier dingen aan de heks geven. Als eerste de cape van Roodkapje. En dan nog de gouden haren van Raponsje, het muiltje van Assepoester en de witte koe van Jaap van de Bonenstaak. Gelukkig komen ze allemaal samen in het bos.

Maar het valt niet mee om al die dingen te verzamelen. Ze krijgen te maken met de Grote Boze Wolf, Raponsje die in een hoge toren zit opgesloten, de gemene stiefzusjes van Assepoester én de koe van Jaap die dood gaat. Er gaan ook ménsen dood in het bos, maar dat mag de pret niet drukken. Want het bos is net als het echte leven. Je kunt daar op zoek gaan naar je dromen. Je kunt er heerlijk verdwalen en bang worden. Ja, in het bos leer je pas goed wie je bent!

Recensie Into the Woods

Wie de schoen past…
De spelers in de film doen echt hun best. Lilla Crawford is pas twaalf en is een mooi Roodkapje. De wolf wordt gespeeld door Johnny Depp, die het liefst piraat is. En Daniel Huttlestone als Jaap is misschien wel het beste. Daniel speelde al in een musical toen hij pas negen jaar was! Ook zong hij in De Ellendigen. Maar het aller-allerbeste is Meryl Streep. Meryl speelt de gemene heks en won in haar eentje al drie Mannetjes. Ze kan best goed zingen, maar ze heeft echt geen gouden stemmetje, hoor! Toch geloven we Meryl het meest. De meeste anderen in de film zijn eigenlijk best wel een tikkeltje saai. Behalve dan de stiefzusjes van Assepoester. Die hakken allebei een teen van hun voet, zodat ze in het muiltje passen. Best stom! Als hun boze moeder vroeger sprookjes had voorgelezen, hadden ze dat nóóit gedaan.

Een sprookje eindigt altijd goed. Nadat Assepoester en haar prins in het kasteel zijn getrouwd, is de film afgelopen. O nee, er komt nog wat! Jaap heeft de vrouw van de reus boos gemaakt en die komt nog wraak nemen. Was dat nou nodig? Kon je eindelijk gaan plassen, komt die lelijke reuzentrol nog even met haar grote voeten het gelukkige eind verzieken! Ach, een goed verhaal heeft soms een boodschap en dat mogen we best wel weten van Rob. Iedereen maakt fouten, niemand is alleen! Rob zal het weten.

 

22 januari 2015

 
ALLE RECENSIES

Capitale umano, Il

***

recensie  Il capitale umano

Tussen weelde en wanhoop 

door Cor Oliemeulen

Prima mozaïekfilm reconstrueert een tragisch verkeersongeluk. De talentvolle Italiaanse regisseur Paolo Virzì schetst een dun lijntje tussen weelde en wanhoop. Maar missen we niet iets?

Deze Italiaanse inzending voor de Oscar is gebaseerd op de roman Human Capital van Stephen Amidon. Zijn verhaal speelt zich af in Amerika voor de bankcrisis in een wereld van financiële speculaties en gouden bergen. Regisseur Paolo Virzì verplaatst het drama naar Noord-Italië en verweeft de lotgevallen van twee totaal verschillende families na een tragisch incident. De ene familie bestaat uit de naïeve makelaar Dino, zijn dochter Serena en zijn tweede vrouw Roberta. De andere familie bestaat uit de steenrijke speculant Giovanni, zijn mooie maar trieste echtgenote Carla en hun verwende zoon Massimiliano.

Recensie Il capitale umano

Eurotekens in de ogen
Serena en Massimiliano zijn een setje, wat voor Dino aanleiding is om aan te pappen met Giovanni die een groot hedgefonds leidt. Dino sluit een grote banklening af zodat hij kan instappen en gelooft dat hij flinke winst kan maken. Serena zit op dezelfde dure, prestigieuze school als Massimiliano. Tijdens een schoolgala zitten beide families voor het eerst samen aan een tafel. Het verhaal begint als een ober na het banket op school huiswaarts keert en onderweg door een SUV van de weg wordt gereden.

De ober vertegenwoordigt Il capitale umano (Het menselijke kapitaal), een door verzekeraars gebezigde term die aan de hand van kille parameters de schadevergoeding berekent voor de nabestaanden. Maar de filmtitel behelst meer dan de financiële waarde van een verkeersslachtoffer. We zien dat geld vaak het slechte in mensen boven brengt. De speculant die zijn vrouw verwaarloost. Zijn vrouw die haar acteercarrière opgaf om te gaan fungeren als trofee en nu verdrinkt in desillusie. De zoon die denkt dat geluk en mensen te koop zijn. En de makelaar die, als het moet, verraad pleegt om zijn investering veilig te stellen.

Recensie Il capitale umano

Drama wordt thriller
Langzaam wordt het drama een thriller, nadat blijkt dat de SUV die de ober aanreed op naam staat van de rijkaards. Maar wie zat er achter het stuur en bekommerde zich niet om het lot van het slachtoffer? In drie hoofdstukken c.q. vertellingen door de ogen van respectievelijk Dino, Carla en Serena ontvouwt zich uiteindelijk wie de schuldige is en hoe het allemaal zover kon komen. Geen Rashomon-effect, maar objectieve waarnemingen over omstandigheden, oorzaken en gevolgen.

Hoe mooi het verhaal ook in elkaar zit, als kijker word je niet uit je sokken geblazen. Paolo Virzì is geen Paolo Sorrentino (La grande bellezza), maar ook hij vertegenwoordigt de nieuwe hoop van de Italiaanse cinema (La prima cosa bella). Misschien komt het door de zoveelste vertelling over hebzucht en de keerzijde ervan. Misschien missen we enige vorm van humor of relativering. Misschien sprankelen de spelers te weinig –  uitgezonderd de immer bevallige Valeria Golino (Hot Shots!) als Roberta en de bijzonder sterke rol van acteergrootheid Valeria Bruni Tedeschi als Carla – en is de casting van de jeugd in Il capitale umano een kapitale menselijke vergissing. Wie het weet, mag het zeggen.

18 januari 2015

 

 
ALLE RECENSIES
 

Imitation Game, The

****

recensie  The Imitation Game

De lotgevallen van Enigma en Christopher

door Cor Oliemeulen

Twee odes aan onmisbare wetenschappers zijn volop in de race voor de Oscars. Eddie Redmayne kruipt in The Theory of Everything grandioos in de huid van Stephen Hawking. Benedict Cumberbatch speelt de rol van zijn leven als de grootste oorlogsheld Alan Turing in The Imitation Game. Kiezen de grijze koppen van de Academy traditioneel voor ziek, zwak en misselijk óf geven zij de voorkeur aan de vergeten geniale homo?

Enigma was de communicatiemachine van de nazi’s waarin alle details van Duitse verrassingsaanvallen, bombardementen, geheime konvooien en posities van onderzeeërs in de Atlantische Oceaan werden opgeslagen. Als de geallieerden deze militair-strategische boodschappen zouden willen onderscheppen en ontcijferen moesten zij de instellingen van de machine weten. Er waren niet minder dan 159.000.000.000.000.000.000 mogelijkheden, elke dag weer. Volgens iedereen was de code niet te kraken, totdat ene Alan Turing in beeld kwam.

Recensie The Imitation Game

Deze Cambridge-professor stapt op een dag in 1939 de kamer van legerhoofd Commander Denniston binnen en beweert ‘het moeilijkste probleem in de wereld’ te kunnen oplossen. Turing is ronduit arrogant en sarcastisch, maar weet desondanks de interesse van Denniston te wekken. Er wordt een team van knappe koppen (cryptografen, wiskundigen, schaakkampioenen en linguïsten) samengesteld, echter Turing weet alles beter en voelt zich geroepen een brief aan Winston Churchill te schrijven, zodat hij zijn eigen team kan formeren. Tot ieders verbazing organiseert hij een wedstrijd kruiswoordraadsels oplossen, waarbij nota bene een vrouw als winnaar uit de bus komt.

Hoe kwam het zover?
Het biografische drama van de Noorse regisseur Morten Tyldum (Headhunters) switcht tussen de drie bepalende periodes uit het leven van Alan Turing. Zijn schooltijd, waarin hij verschrikkelijk wordt gepest en zich terugtrekt in eenzaamheid nadat zijn enige vriendje is overleden. De oorlogsjaren, waarin hij obsessief de Enigma-code probeert te kraken. En tenslotte zijn leven in Manchester na de oorlog, als niemand weet wat zijn verdiensten zijn en Turing wordt veroordeeld wegens ‘onfatsoenlijkheid’ omdat homoseksualiteit in die tijd nog strafbaar is. Hij mag kiezen: twee jaar gevangenis of een hormoontherapie die gelijk staat aan chemische castratie. De kijker leert waarom hij zich verplicht voelt tot de laatste optie en waardoor zijn leven ondraaglijk wordt.

Het grootste deel van de film speelt zich af in Bletchley Park in het zuiden van Engeland. Alan Turing (Benedict Cumberbatch) heeft 100.000 pond losgepeuterd voor de bouw van zijn elektrische brein, dat hij Christopher noemt, in feite de allereerste computer ter wereld. Pas als de intelligente en innemende Joan Clarke (Keira Knightley) het hart van Turing weet te winnen, kan de narcistische professor zich inmenging en medewerking van anderen permitteren. Joan leert Alan dat hij hoe dan ook anderen nodig heeft om de deadline te halen. Op dat moment hebben de nazi’s al 24 hoofdsteden bezet. De volgende dag deelt Alan appels uit en vertelt hij zowaar een mop aan zijn verbouwereerde collega’s.

Recensie The Imitation Game

Herenliefde
Het acteerwerk in The Imitation Game is op alle posities van hoog niveau en de konkelarijen tussen Alan-cryptoteam, Alan-legerleiding en Alan-Joan lopen als mooie rode draden door het Oscarwaardige draaiboek van Graham Moore dat is gebaseerd op het boek van Andrew Hodges. De keuze voor de grote filmcomponist Alexander Desplat (The King’s Speech, Argo, The Monuments Men) onderstreept de ambitie om flink in te slaan tijdens de uitreiking van de komende Academy Awards. Nadeel is wel dat het kennelijk lastige thema van herenliefde wordt gemeden als de pest. Blijft over een terecht groot eerbetoon aan een vergeten oorlogsheld die volgens historici de Tweede Wereldoorlog met twee jaar verkortte en het leven van veertien miljoen mensen redde, maar uiteindelijk bedroevend ten onder ging aan de hypocrisie van een samenleving.

 

16 juni 2015

 
ALLE RECENSIES
 

De vijf beste filmbiografieën van 2015.

10 immigrantendrama’s

Tien immigrantendrama’s

La-jaula-de-oro

Tien mooie immigrantendrama’s die verschenen tussen 2000 en 2015. Is er wat veranderd?

door Cor Oliemeulen

1. – La jaula de oro (Guatemala/Spanje/Mexico 2013, Diego Quemada-Díez)

Bijna overal ter wereld hebben mensen dromen om elders een beter en kansrijker bestaan op te bouwen. Dat geldt ook voor Juan en Sara (zij verkleed als jongen) die vanuit Guatemala vertrekken met als bestemming Los Angeles. Intrigerende, poëtische roadmovie is het regiedebuut van de gelouterde cameraman Diego Quemada-Díez (Gone in Sixty Seconds, 21 Grams) die veel vanaf de schouder filmt om het realistische karakter van het hachelijke avontuur te benadrukken. Onderweg sluit een Indiaanse jongen zich aan bij het duo. Argwaan, vriendschap, solidariteit en volharding moeten hen op de been zien te houden totdat de laatste grens naar hoop opdoemt. Prima educatief materiaal over het lot van arme migranten.

 

2. – Sin Nombre (Mexico/USA 2009, Cary Jôji Fukunaga)

Ook in Sin Nombre zien we grote groepen naamlozen op goederentreinen die vanuit het zuiden de Verenigde Staten proberen te bereiken, terwijl berovingen, arrestaties, ongelukken en ander leed voortdurend op de loer liggen. Een enkel troostend shot van mensen langs de spoorrails die de vluchtelingen op de trein fruit toewerpen toont dat de menselijkheid nog niet ten dode is opgeschreven. Beide films zijn meer vluchtelingen- dan immigrantendrama, omdat alles draait om de ingewikkelde weg richting het nieuwe land. Sin Nombre is even naturel gefilmd als La jaula de oro maar is veel harder. El Casper is lid van de transnationale bende MS-13, die bekend staat om uitbundige gezichtstatoeages en extreme ontgroeningspraktijken. Na een conflict met de bendeleider slaat El Casper op de vlucht en ontmoet bovenop de trein het Hondurese meisje Sayra.

 

3. – Frozen River (USA 2008, Courtney Hunt)

Amerikaanse immigrantendrama’s zonder vals sentiment zijn dun bezaaid. Frozen River is een mooi voorbeeld van een naturalistische film met een uitstekend script zonder stereotiepe karakters. Onder de uitstekende regie van Courtney Hunt (die tot dusver slechts deze speelfilm maakte) excelleert Melissa Leo als Ray, met haar twee kinderen woonachtig in een huisje dat binnenkort moet worden afgebroken. Haar gokverslaafde man is er vandoor met al hun geld. Om het hoofd boven water te houden, gaat Ray vanuit Canada illegale Aziatische arbeiders naar een Mohawk-reservaat in de Verenigde Staten smokkelen. Een zeer riskante onderneming: er is een strenge grenspatrouille en de tocht gaat kilometers lang over een bevroren rivier. Het wordt echt bloedstollend als Ray in een vluchtpoging een tas met kostbare inhoud op het ijs moet achterlaten.

 

4. – Welcome (Frankrijk 2009, Philippe Lioret)

Dit terecht veel bejubelde sociaalpolitieke pamflet speelt zich af in en rond Calais. Deze zogenoemde Jungle aan de Noord-Franse kust is een verzamelplaats van vluchtelingen uit vooral het Midden-Oosten die op de een of andere manier de oversteek naar Engeland willen maken. Marion Calmat werkt er namens een hulporganisatie om de illegalen van eten te voorzien, terwijl de politie regelmatig razzia’s uitvoert. Marion vindt dat haar man Simon (Vincent Lindon) ook wel mag opkomen voor de vluchtelingen, zeker nadat er een paar hardhandig uit een supermarkt zijn gewerkt. Als de Koerdische jongen Bilal zich meldt bij Simon om te leren zwemmen, raakt ook hij betrokken. Bilal wil kost wat kost het Kanaal oversteken voor het weerzien met zijn vriendin in Engeland. Het emotionele slot werpt de vraag op of je een altruïstische daad strafbaar kunt stellen.

 

5. – Le Havre (Finland/Frankrijk 2011, Aki Kaurismäki)

De Finse regisseur Aki Kaurismäki staat bekend om zijn eenvoudige droogkomische filmstijl waarin de personages zonder grote gebaren acteren. Dat geldt ook voor Le Havre, thematisch verwant aan Welcome. Ook hier ontfermt de hoofdpersoon zich over een jonge vluchteling. De barmhartige man is ditmaal geen zwemleraar, maar schoenpoetser, die luistert naar de naam Marcel Marx (prachtig naïef en ingetogen gespeeld door André Wilms). Terwijl op tv een politiemacht de Jungle schoonveegt, bereidt Marcel in zijn simpele huisje de vluchteling voor op de oversteek naar Engeland. Hij wordt in het geheim geholpen door enkele middenstanders en krijgt te maken met een vasthoudende politie-inspecteur. Marcel gaat zo op in zijn nieuwe bestemming dat hij niet doorheeft dat zijn vrouw in het ziekenhuis niet meer lang te leven heeft. Minder intens dan Welcome, wel aangrijpend.

 

6. – In This World (UK 2002, Michael Winterbottom)

De langste trip in deze top 10 maakt de Afghaanse tiener Jamal die in 2002 vertrekt vanuit een overbevolkt vluchtelingenkamp in Pakistan. Jamals familie heeft voorbereidingen getroffen zodat hij samen met zijn neef Enayat op reis kan naar een beter leven in Londen. De camera van de veelzijdige Engelse regisseur Michael Winterbottom volgt het duo dat de handelswijzen van autoriteiten en mensensmokkelaars aan den lijve ondervindt. Unieke opnames in Pakistan en vooral Iran waren mogelijk omdat de filmmakers toestemming kregen om een documentaire over de historische zijderoute te maken, terwijl zij in werkelijkheid het lot van vluchtelingen vastlegden. In This World begint als een documentaire met voice-over, maar ontwikkelt zich geleidelijk tot een indrukwekkend realistisch drama. Een barre tocht in containers, op boten en onder vrachtwagens, met alle gevolgen van dien.

 

7. – Lilja 4-ever (Zweden 2002, Lukas Moodysson)

Vele duizenden meisjes uit Oost-Europa belanden elders in de gedwongen prostitutie. De derde speelfilm van de Zweedse regisseur Lukas Moodysson is een sociaal-realistisch meesterwerk omdat hij op een uiterst geslaagde wijze een leeg en uitzichtloos bestaan invoelbaar maakt. We volgen de zestienjarige Lilja in een stad in Estland. Ze valt voor de mooie praatjes van een jongen die haar meeneemt naar Zweden. Eenmaal aangekomen nemen criminelen haar paspoort af en sluiten Lilja op in een kamertje. Steeds als er een ‘feestje’ is, wordt ze opgehaald. De deprimerende geschiedenis wordt in bijna documentaire stijl verteld vanuit het perspectief van het slachtoffer en is geïnspireerd op een Litouws meisje dat van een brug sprong nadat ze maandenlang was misbruikt. Lilja’s vlucht onder de woeste klanken van Rammstein is onvergetelijk triest.

 

8. – Maria Full of Grace (Columbia/USA 2004, Joshua Marston)

Debuterend regisseur Joshua Marston schreef en toont de lotgevallen van het zwangere Columbiaanse meisje Maria dat het geld goed kan gebruiken. Ze heeft ontslag genomen in een bloemenfabriek omdat de chef haar het leven zuur maakte, maar ze  moest sowieso haar salaris afgeven omdat het zoontje van haar zus medicijnen nodig heeft. Zoals de hoofdpersoon in Lilja 4-ever wordt verleid door een loverboy, zo krijgt Maria dollartekens in haar ogen als ze hoort hoeveel ze kan verdienen als drugskoerier. Na enige aarzeling maakt troosteloosheid plaats voor avontuur. We zien dat je er heel veel voor moet doen om zeventig bolletjes te kunnen slikken, met als risico dat je pardoes overlijdt als er een bolletje in je maag scheurt. Spannend en sympathiek verhaal over een onverstoorbaar meisje dat voor de keuze staat: in Amerika blijven of teruggaan.

 

9. – Ae Fond Kiss… (UK 2004, Ken Loach)

De combinatie immigratie en romantiek is bij de Britse regisseur Ken Loach en zijn vaste scenarioschrijver Paul Laverty in uitstekende handen. De Pakistaanse familie Khan lijkt haar draai aardig te hebben gevonden in de samenleving van Glasgow. Echter traditionele waarden en normen voeren de boventoon, wat blijkt als zoon Casim verliefd wordt op de blanke muzieklerares Roisin, terwijl hij is voorbestemd te trouwen met een Pakistaans meisje. Terwijl de tortelduifjes elkaar in het geheim ontmoeten, wordt de druk op Casim steeds groter. Maar ook Roisin ontmoet in haar omgeving onbegrip en afkeuring. Evenwichtig sociaal-realistisch drama met goed spel legt subtiel en zonder grote gebaren de vinger op de zere plekken.

 

10. – La graine et le mulet (Frankrijk 2007, Abdellatif Kechiche)

De Tunesische immigrant Slimane krijgt na 35 jaar ontslag op een scheepswerf. Ondanks dat hij geen financiering kan lospeuteren, lukt het hem een restaurantboot te openen. Maar de openingsavond loopt niet van een leien dakje: een sensuele buikdans moet de stemming erin houden. Regisseur Abdellatif Kechiche schetst in lange takes en close-ups een uitgebreid portret van een grote immigrantenfamilie. La graine et le mulet kent een neorealistische inslag, zie bijvoorbeeld de tragikomische zoektocht naar het gestolen brommertje van de hoofdpersoon die knipoogt naar Ladri di biciclette (1948, Vittorio De Sica). Bijna alle acteurs zijn amateurs die bijna voortdurend lijken te improviseren. Kechiche maakte later nog twee lange in het oog springende drama’s: Vénus noire (2010) en La vie d’Adèle (2013).

 

12 januari 2015

 

Alle leuke filmlijstjes

Theory of Everything, The

***

recensie  The Theory of Everything

‘What about my brain?’

door Cor Oliemeulen

Na het zien van het romantische, biografische drama over Stephen Hawking bekruipt je de vraag wat de fameuze Engelse wis- en natuurkundige allemaal zou hebben kunnen bedenken als hij gezond was gebleven. Meer óf juist minder?

Dat hij het vroeger al meer van zijn hersens dan van zijn lichaam moest hebben, illustreert de scène waarin hij tijdens een roeiwedstrijd fungeert als stuurman. Het is 1963 en de 21-jarige Stephen Hawking (Eddy Redmayne) studeert kosmologie aan de universiteit van Cambridge. Hij is vastbesloten om een simpele verklaring voor het ontstaan van het heelal te ontdekken en zijn uitzonderlijke talent wordt snel onderkend. Zijn leraar neemt hem mee naar een ruimte waarin “J.J. Thomson het elektron ontdekte en Rutherford atomen splitste”. Stephen kijkt er rond als een kind in een snoepwinkel. Ook privé gaat het voor de wind: hij wordt stapelverliefd op de kunststudente Jane (Felicity Jones).

Recensie The Theory of Everything

Nog maar twee jaar te leven
In gedachten verzonken over een wiskundige formule en een eerste aanval van spierverslapping valt Stephen op zijn gezicht. De diagnose komt als een mokerslag: hij heeft nog meer twee jaar te leven. Stephen heeft MND: progressieve degeneratie van zenuwcellen die de spieren in staat stellen te bewegen, ademen, slikken en praten. In Amerika noemt men het Lou Gehrig’s Disease, vernoemd naar de beroemde honkballer die overleed aan de ziekte, en in onze volksmond heet het ALS.

“What about my brain?”, vraagt Stephen aan de dokter. Dat blijkt gelukkig niet aangetast. Op zijn beurt kan Stephen een vriend geruststellen: inderdaad ‘daar beneden’ zal het voorlopig ook wel blijven werken. Dat blijkt enige jaren later als Jane trots hun eerste baby in Stephens armen legt: “Look what we made.”

The Theory of Everything is een liefdesverhaal, dat 25 jaar relatie tussen Stephen en Jane omspant. De film is gebaseerd op de biografie ‘Travelling to Infinity: My Life with Stephen’ van Jane Hawking. Net als in zijn Oscar winnende documentaire Man on Wire kan regisseur James Marsh naar hartenlust de uiterste grenzen van een man tentoonspreiden. De filmmakers werkten enkele jaren samen met de Hawkings, waarbij ze moesten beloven dat ze sensatie en sentiment achterwege zouden laten en secuur zouden omgaan met de complexiteit van hun huwelijk.

Humor, toewijding en doorzettingsvermogen
Als Stephen zich eenmaal heeft neergelegd bij zijn fysieke onmogelijkheden komt zijn ware karakter bovendrijven: humor en doorzettingsvermogen. Eerst moeten ze zien om te gaan met zijn handicap, nadien met roem en publiciteit. Stephen ontvangt dankbaar de volle steun en toewijding van Jane. Zij moedigt hem aan om zijn doctoraat te halen: zijn theorie over het ontstaan van het universum. Terwijl Stephens lichamelijke beperkingen toenemen, verkent zijn geest de grenzen van de theoretische fysica.

Recensie The Theory of Everything

Doordat Stephen uiteindelijk (bijna) niet meer kan praten, dient de kijker meer te observeren. Om het verhaal extra diepte te geven is een aantal familiegebeurtenissen opgenomen in homevideo-stijl voor een persoonlijke en authentieke kijk op het leven van de Hawkings. Andere filmscènes bevatten regelmatig één hoofdkleur, bijvoorbeeld intens blauw tijdens de amoureuze ontmoeting van Stephen en Jane op het universiteitsbal, geelgroen tijdens een potje cricket op het zonovergoten gras en een mooi rood filter van het haardvuur dat Stephen ziet door zijn trui als hij die moeizaam aantrekt en dat langzaam lijkt te vervagen in een zwart gat.

Eddy Redmayne (Les Misérables) bereidde zich intensief voor op zijn rol. Met een prachtige grijns op het schuine hoofd, steeds verder in elkaar gedoken in zijn rolstoel en door subtiele aanpassingen van de grimeurafdeling lijkt hij steeds meer op de echte Stephen Hawking. The Theory of Everything is een waardig en bij vlagen ontroerend portret van de beroemdste wetenschapper van onze tijd.

 

11 januari 2015

 
ALLE RECENSIES