It Follows

****

recensie  It Follows

Angst in onbestemd universum

door Suzan Groothuis

It Follows is een tienerhorror die doet denken aan het vroege werk van John Carpenter en het eerste deel van A Nightmare on Elmstreet. Regisseur David Robert Mitchell geeft een eigen draai aan het tienerhorrorgenre door creatief om te springen met tienerseks, een onbestemd tijdsbeeld en diep gegronde angst.

Tiener Jay (Maika Monroe, eveneens te zien in het recente The Guest) is nog maagd. Wanneer ze nieuwkomer Hugh ontmoet, heeft ze al snel seks met hem. Maar Hugh heeft allesbehalve romantische bedoelingen: door seks te hebben komt hij van zijn dodelijke stalker af. En de stalker? Die wordt doorgegeven aan Jay, die op haar beurt weer van het mysterieuze wezen af moet zien te komen.

Recensie It Follows

In veel tienerhorrors wordt seks genadeloos afgestraft. Stelletjes belanden vaak als eerste in de moordende handen van de genadeloze killer. Regisseur David Robert Mitchell springt creatief met het gegeven om door seks als middel in te zetten om van het gevaar af te komen. Het gevaar is in zijn film overigens geen psychopathische moordenaar met een duister verleden, maar een onbestemd wezen dat verschillende vormen aan kan nemen. Het kan zomaar je beste vriendin of je moeder zijn. Maar er zijn twee herkenningspunten: het loopt altijd recht op je af en niemand anders dan jij kan het zien.

Onbestemd kwaad en tijdsbeeld
Net zo onbestemd als het mysterieuze wezen is het tijdsbeeld waarin It Follows is gevangen. Zo zien we ouderwetse tv’s, retro kleedjes en tegelijkertijd iets wat op een e-reader lijkt. En er zijn onmiskenbaar referenties naar horrorklassiekers uit de 80’s, zoals het eerste deel van A Nightmare on Elmstreet en de vroege films van John Carpenter. Zo doet It Follows qua sfeer erg aan Carpenter denken, met zijn spanningsvolle, opbouwende soundtrack en plots ingezette geluidseffecten. Ook het wezen dat vastberaden in rechte lijn op zijn slachtoffer afloopt, doet denken aan scènes waarin een onverwoestbare Michael Myers de hoofdpersoon achtervolgt.

Van A Nightmare on Elmstreet zien we weer het tienerkliekje terug, waar de jongeren steun zoeken bij elkaar om het kwaad uit te roeien. Dat daarbij de nodige overtuiging gevraagd wordt, is ook in It Follows het geval: hoe leg je je vrienden uit dat je nagejaagd wordt door een voor hen onzichtbaar schepsel?

Recensie It Follows

Nieuwe horrorsensatie
Wat de nare, creepy sfeer nog extra versterkt is het beeld van een vervallen Detroit. De dichtgetimmerde en verloederde huizen geven een extra dimensie aan de angstfactor. Ook word je als kijker regelmatig op het verkeerde been gezet: net als je ervan overtuigd bent dat Jay gevolgd wordt door het wezen blijkt het om een toevallige passant te gaan. Waarmee je als kijker net zo verward raakt als de tieners en constant op je hoede moet zijn. De cinematografie speelt hier goed op in: de weidse shots tonen op subtiele wijze mogelijk dreigend gevaar op de achtergrond.

Tel daarbij op een zinderende finale in een verlaten zwembad, waarmee It Follows de kijker definitief naar de strot grijpt. Tienerhorror op zijn best: enger dan deze zullen ze dit jaar niet meer gemaakt worden.

 

21 april 2015

 
ALLE RECENSIES

O Apóstolo

***

recensie  O Apóstolo

Eeuwig gevangene

door Ralph Evers

In O Apóstolo is de dief Rámon op zoek naar een grote schat in het dorpje Xanaz, vlakbij Santiago de Compostella. Het dorpje staat bekend om zijn ongekende vriendelijkheid, de bezoekers gaan er nooit meer weg… 

Wanneer Rámon echter aankomt bij Xanaz blijkt er een heel andere reden te zijn waarom de bezoekers nooit meer weggaan.

Unheimisch
De prachtige klei-animatiefilm begint mistig en wordt al gauw grimmig. Het streng katholieke dorpje kent een onheilspellende en unheimische sfeer, die als een deken over de film ligt en steeds zwaarder wordt, net als de duisternis in Dark City bijvoorbeeld. Zonder dat je er erg in hebt, kruipt de naargeestigheid onder je huid.

Recensie O Apóstolo

In Xanaz is Rámon op zoek naar Señora Luisa. Zij zou meer weten over de schat. Niets is echter wat het lijkt in Xanaz. Het dorp is al sinds de builenpest vervloekt en zoekt iedere dag nieuwe slachtoffers om zelf aan de dagelijkse honger naar nieuwe zielen te ontkomen. De kapelaan Don Cesario is de slechtste reclame die de katholieke kerk kan gebruiken. Gemodelleerd naar Max Schreck lijkt  hij zo weggelopen te zijn van de set van Nosferatu: eine Symfonie des Grauens uit 1922. Zijn hulpje is al evenmin een vriendelijk ogende heer, met zijn uiterlijk gelijkend op Frankenstein.

Lange tijd word je als kijker in het ongewisse gehouden van wat er nu speelt in Xanaz. Tot het moment dat Rámon een geheimzinnig boek begint te lezen en we in een prachtige animatie (ditmaal geen klei) de geschiedenis uitgelegd krijgen.

Gevangenschap
De verwijzingen naar oude horrorfilms en de christelijke thema’s bieden een rijke en vruchtbare grond van waaruit het verhaal zich ontvouwt. Deze zaken zijn echter eerder bijzaak en sfeer ondersteunend. Het werkelijke thema is namelijk gevangenschap.

Om te beginnen: wanneer Rámon de vrije wereld in stapt, heeft hij vlak daarvoor de belofte aan zijn medevluchter (Xavier) gedaan dat hij de schat gebruikt om in alle rust een nieuw bestaan op te bouwen. Zijn vader was een dief en ze grappen: wie als dief geboren wordt, zal als dief eindigen. Eenmaal vrij, raakt Rámon bevangen door diens verlangen naar de schat. De obsessie voor die schat doet Rámon alle signalen van onheil missen. De kijker raakt gevangen in het ongewisse van het verhaal, maar ook in het trage tempo. Ondertussen zijn de bewoners gevangenen van hun vloek, de aartsbisschop van luxe en kent Rámon tot slot nog een verrassing.

Recensie O Apóstolo

De graal
O Apóstolo geeft een eigen draai aan wat een typisch verloop van een sprookje had kunnen zijn. Dat kent doorgaans de initiatie en de zoektocht, de confrontatie met duistere krachten, de overwinning van het kwaad en het vinden van de graal. De graal laat zich niet zo gemakkelijk vangen, maar zet haar zoekers wel gevangen. In de beklemmende scène, waarin Rámon de vloek achter zich aan krijgt, komt hij steeds weer op hetzelfde punt uit. “Eens een dief, altijd een dief….” En hoewel zijn verlossing een knipoog naar hebzucht is, lijkt zijn lot alsnog een wrange twist voor hem in petto te hebben. O Apóstolo, ofwel, de apostel, is iemand die gezonden wordt een boodschap over te brengen. Die boodschap ligt aan het einde van de film wel voor de hand.

 

17 april 2015

 
ALLE RECENSIES

Ich Seh, Ich Seh

****

recensie  Ich Seh, Ich Seh

Terreur als keerzijde van plastische chirurgie

door Suzan Groothuis

Regisseurs Veronika Franz en Severin Fiala lieten zich voor hun horrorfilm inspireren door make-overs op televisie. Ich Seh, Ich Seh toont de keerzijde van plastische chirurgie: wat als je eigen kinderen je niet meer herkennen?

De eerste shots van de film ademen een bepaalde rust: een afgelegen modern ingericht huis, te midden van bossen en maisvelden. In dat landschap speelt de negenjarige tweeling Lukas en Elias tikkertje. Als een stel dolle honden, een van de twee uitgedost met een angstaanjagend dierenmasker. Een voorbode van de grimmigheid die de kijker te wachten staat.

Recensie Ich Seh, Ich Seh

Dan komt de tweeling thuis en wordt geconfronteerd met het weerzien van hun moeder. Zij is terug van een operatie, haar gezicht in het verband. Niet alleen haar uiterlijk – ogend als een mummie – ook haar gedrag brengt de jongens in verwarring. De invoelende vrouw die zij was, is niet meer. In plaats daarvan zijn er strenge huisregels die de jongens moeten naleven. Het roept de vraag op bij de tweeling of deze vrouw wel hun moeder is. Om die reden besluiten de twee haar op de proef te stellen door ongehoorzaam te zijn.

Metaforen, surrealisme en bodyhorror
Ich Seh, Ich Seh is een samenwerkingsverband tussen Veronika Franz en Severin Fiala. Franz is de vaste scenarioschrijver en vrouw van de controversiële Oostenrijkse filmmaker Ulrich Seidl, Fiala is Seidls neef. De twee sloegen eerder de handen ineen voor de documentaire Kern over acteur en regisseur Peter Kern. Ich Seh, Ich Seh is een arthouse horrorfilm vol metaforen, surrealisme en bodyhorror. Een film over leven en dood, waarvan je je als kijker afvraagt wie er nog leeft en wie niet – resulterend in een duistere vertelling waarin goed en kwaad, schuld en onschuld, werkelijkheid en fantasie thema’s zijn.

De regisseurs spelen ook visueel met tegenstellingen. Het schone landschap bijvoorbeeld, in weidse shots getoond, tegenover de minimalistische, moderne inrichting van het huis. Of de jongens, die onbevangen en dierlijk buiten spelen, en zich binnen moeten onderwerpen aan hun moeders strenge regime. En dan is er nog de reinheid van het huis, die gedoezeld wordt door de natuur die de tweeling binnen brengt – aarde, vuil en kakkerlakken.

Recensie Ich Seh, Ich Seh

Verwoestende hereniging
Franz en Fiala bouwen hun film ijzersterk op: van een ogenschijnlijk normale en idyllische setting wordt de sfeer steeds duisterder en gruwelijker. Een enkele oogopslag van de moeder bijvoorbeeld, wanneer een van de tweeling haar bespiedt terwijl ze voor de spiegel staat. Haar oog rood doorlopen, een teken van het kwaad. Net als de jongens ga je twijfelen aan de vrouw – is zij wel wie zij zegt dat zij is? Vreemde rituelen stapelen zich op, waarbij de jongens steeds verder gaan met grenzen opzoeken.

Die zoektocht leidt tot een duistere catharsis, waarin de grenzen van pijn overschreden worden. De spanning bouwt subtiel op met een paar uiterst effectieve shock-momenten, die afrekenen met de onschuld van de tweeling. Wiens onderlinge verhouding overigens ook op de proef wordt gesteld, waarmee tegenstrijdigheden zichtbaar worden. Net zoals bij de tweeling in Cronenbergs Dead Ringers: loyaliteit tegenover afstand, mededogen tegenover wraak. 

Ich Seh, Ich Seh is een smaakvolle mengeling van mysterieus en gruwelijk. Zelfs humor ontbreekt niet, zoals het bezoek dat twee medewerkers van het Rode Kruis brengen aan het huis voor een collecte, terwijl de hel al is los gebroken. Een scène die met zijn droge registraties weer aan films van Ulrich Seidl doet denken. Als kijker word je in een wreed en surreëel sprookje gezogen, dat verontrust, confronteert en tegelijkertijd prachtig is in zijn zoektocht naar hereniging.

 

21 februari 2015

 

ALLE RECENSIES

 

Tien onmisbare films over eeneiige tweelingen

What We Do in the Shadows

****

recensie  What We Do in the Shadows 

Inkijkje in een bloeddorstig bestaan

door Suzan Groothuis

Een documentaireploeg krijgt de unieke kans het vampierbestaan van dichtbij te filmen. Dat levert aardig wat bloed overgoten, maar vooral hilarische, momenten op.

Vampier Viago (Taika Waititi) is de eerste die we te zien krijgen. Eerst tikt ‘ie zijn wekker uit vanuit zijn doodskist, om vervolgens wat onwennig zijn kist uit te zweven. Viago is er een van het beleefde soort en bovendien behept met smetvrees. Hij heeft alles graag op orde in zijn huis en om dat voor elkaar te krijgen is af en toe een huiskameroverleg nodig!

Vervolgens ontmoeten we zijn medevampierhuisgenoten: de perverse Vladislav (Jemaine Clement, bekend uit Flight of the Conchords), nazi-vampier en rebelse bad boy Deacon (Jonathan Brugh) en de stokoude Petyr, gemodelleerd naar Nosferatu.

Recensie What We Do in the Shadows

Vampiers moeten ook afwassen
Dat vampiers het ook over andere dingen kunnen hebben dan bij voorkeur maagdelijk bloed blijkt wel uit het overleg. Het doen van de afwas bijvoorbeeld (“The point is Deacon that you have not done the dishes for five years!”). Zelfs een draaischijf met klusjes helpt niet om meer structuur in het huishouden aan te brengen. Toch is het volgens Viago gezellig samenwonen in het vampierhuis.

Aanleiding tot het filmen van dit selecte gezelschap is de aanloop naar een speciale gelegenheid: The Unholy Masquerade, een bal waar buiten vampiers ook heksen en zombies bijeenkomen. In de maanden die daaraan vooraf gaan krijgt de kijker hilarische en bloederige vampiertaferelen voorgeschoteld. Zo is er Jackie, die moedwillig de bevelen van haar meester Deacon opvolgt in de hoop op het eeuwige leven. Buiten het doen van vervelende klusjes, zoals het reinigen van een bebloede badkamer, regelt Jackie potentiële slachtoffers voor het vampiergezelschap. Onder wie haar ex Nick, die vervolgens gebeten wordt door Petyr en zelf in een vampier verandert.

Hilarische vampier-mockumentary
What We Do in the Shadows staat bol van verwijzingen naar het vampierbestaan, maar dan allemaal wel met een grote knipoog. Het zilveren medaillon van Viago bijvoorbeeld, waarin hij een fotootje van zijn grote liefde gestopt heeft. Helaas kan hij het niet dragen, want vampiers kunnen niet tegen zilver. Of recente vampier Nick, die bij het uitgaan stoer aan iedereen verkondigt dat hij vampier is. Niet handig als er ook een vampierjager in de buurt is. En dan is er nog het zonlicht, dat dodelijk is voor vampiers. Maar Nicks maatje Stu, een mens van vlees en bloed en volledig geaccepteerd door de vampierbende (“Stu is a great guy!”), laat zien dat je via internet ook naar een zonsondergang kan kijken.

Recensie What We Do in the Shadows

Regisseurs Jemaine Clement en Taika Waititi sloegen hun handen ineen voor deze droge vampier-mockumentary en leveren een van de grappigste films van het jaar af. In een stijl die doet denken aan Waititi’s eerdere film Eagle vs Shark (2007), waarin twee buitenbeentjes elkaar vinden en liefde, ongemakkelijkheid en absurde humor samengaan.

Met What We Do in the Shadows geven Clement en Waititi een originele, verfrissende draai aan het vampiergenre. Alleen al het aantal quotes dat in de trailer voorbijschiet is memorabel. Tel daarbij op een battle met weerwolven, onderlinge spanningen die in de gedaante van vleermuizen worden uitgevochten en het kotsen van liters bloed na het eten van een patatje. “Don’t believe the hype!”, roept een gefrustreerde Nick, wanneer hij beseft dat het vampierbestaan niet zo gemakkelijk en cool is als hij dacht. In het geval van What We Do in the Shadows kan je de hype beter wel geloven en vooral zien. Een perfecte mix van duister en grappig.

 

15 december 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Vijf unieke films uit Nieuw-Zeeland

White God

****

recensie  White God

Naar de honden

door Ralph Evers

De films van Kornél Mundruzcó hebben een eigen niche binnen het arthouse-genre. Ze zijn net iets eigenzinniger, lekker anders. Daarmee maakt hij het de kijker nooit gemakkelijk, maar wel avontuurlijk. White God (Fehér Isten) is zijn nieuwste creatie, die wederom lekker anders is en voor een arthouse-film een verrassend en interessante actiefilmcomponent heeft. Met diepere lagen. 

Wanneer de 13-jarige Lily voor drie maanden bij haar vader intrekt in het grote Boedapest is er geen plaats voor haar hond Hagen. Na aanvaringen met buren en overheid wordt Hagen aan zijn lot overgelaten en valt al snel in handen van wrede baasjes. Hagen wordt vals gemaakt en ingezet in hondengevechten. Na enige tijd sluit Hagen zich aan bij een groep zwerfhonden en maken ze zich klaar voor een opstand tegen alle baasjes. Lily blijkt als enige in staat de opstand der honden te kunnen stoppen.

Recensie White God

Tegenstellingen
In White God staat de relatie tussen mens en dier (hond) centraal. Tevens is dit de belangrijkste metafoor van deze film. Die honden zou je kunnen zien als de onderdrukte bevolking die in opstand komt tegen de elite. Hetgeen wijdverbreid is in het huidige Europa, wat als een moloch onze levens meer en meer bepaalt. “Going to the dogs” betekent in het Engels, dat iets verloedert.

Hoofdrolspeelster Lily staat in deze symbool voor de onschuld, het meisje dat vrouw wordt. De volwassenwording van de Europese geest.

Er zit een mooie tegenstelling in Lily en Hagen. Het vrouwelijke tegenover het mannelijke. Waarin de honden, ook wel canine (van het Latijnse canis) genoemd en verwijzend naar hun hoektanden (dentale agressie), waarmee ze kunnen verscheuren en de mannelijke agressie vertegenwoordigen. Hier tegenover staat het katachtige, (dat ook wel als feline wordt omschreven) wat vaak in verband wordt gebracht met het vrouwelijke.

In de film wordt deze tegenstelling al vanaf het begin krachtig neergezet. De verstilde openingsscène wordt woest verstoord door een roedel losgeslagen honden. Door het dynamische camerawerk komt dit indringend en dreigend over. Overigens is het camerawerk een sterke troef. Zeker in de scènes wanneer we de (mensen)wereld vanuit een hondenperspectief zien.

Experiment staat niet in de weg
Kornél Mundruzcó is een avontuurlijk filmmaker. Hij schuwt het experiment niet. Dit maakt zijn films interessant en tevens minder toegankelijk. Zijn film Johanna bijvoorbeeld kenmerkt zich doordat de dialogen als in een opera gezongen worden. Toch staat het experiment zijn eigenlijke film niet in de weg. White God is op een zelfde manier experimenteel. De massale hoeveelheid honden en de realistische verwaarlozing, zullen menig hondenliefhebber doen verafschuwen.

Recensie White God

Tegelijkertijd geeft de orkestratie van zo’n roedel honden een extra kick aan de film. Niet alleen is het een originele vondst om honden symbool te laten staan voor de ontspoorde sociale relaties in het zich verenigende Europa, daarnaast is het een helse klus om al die honden in het gareel te houden. De dreiging die uitgaat van al die honden doet denken aan Hitckcock’s Birds of het eerder dit jaar uitgekomen Dawn of the Planet of the Apes. Zij het dat deze film een veel duidelijker politiek statement maakt dan eerder genoemde films.

Ode aan Jancsó
White God is opgedragen aan landgenoot Miklós Jancsó, een belangrijke filmmaker in de geschiedenis van de Hongaarse cinema. Hij stierf begin dit jaar op 92-jarige leeftijd. Het is niet zo verwonderlijk dat Mundruzcó deze film aan Jancsó opdraagt, want evenals Jancsó is ook hij een avontuurlijk regisseur. Beiden kenmerken zich door het experimenteren met bestaande formats en samenbrengen van verschillende, in eerste instantie zich bijtende, genres. Daarvan is White God een goed voorbeeld door veel dynamiek in de actiescènes te leggen, maar bijvoorbeeld ook Jancsó’s Elektreia: een film van 70 minuten met slechts 8 shots. Ook een filmmaker als Béla Tarr is in deze zin sterk door Jancsó beïnvloed. En tevens is Tarr in de begindagen een belangrijke geldschieter geweest voor Mundruzcó, zodat deze zijn films kon realiseren.

 

1 december 2014

 
ALLE RECENSIES

Jessabelle

**

recensie  Jessabelle

Kun je vechten met een geest?

door Cor Oliemeulen

De schrijver van Night at the Museum (1 en 2) heeft zijn best gedaan om van Jessabelle een interessante kruising van horror, thriller en mysterie te maken. Eén origineel vernieuwend plotelement tussen een reeks van versleten ingrediënten is helaas te weinig om geschiedenis te schrijven. 

Na het auto-ongeluk waarbij haar vriend om het leven kwam, keert Jessabelle gekluisterd aan een rolstoel terug in haar ouderlijke huis in Louisiana. Haar moeder is overleden toen Jessabelle op aarde kwam en haar vader, met wie ze jaren geen contact heeft gehad, hult zich in stilzwijgen en alcoholdampen. Jessabelle neemt haar intrek in haar moeders kamer in het grote huis aan een meer. De sfeer is direct onheilspellend. Onder het bed ontdekt Jessabelle een doos met haar naam erop. Er zitten videobanden in. In de opnames spreekt haar moeder tot Jessabelle. Als vader dit ontdekt, is hij furieus en smijt de rolstoel in het meer. Maar Jessabelle blijft geïntrigeerd door de videobanden. Voortaan kijkt ze stiekem en ontdekt langzaam en geschokt wie en wat haar moeder was.

Recensie Jessabelle

Mysterie
Jessabelle is gemaakt door Kevin Greutert, editor van de hele Saw -franchise waarvan hij de laatste twee delen mocht regisseren. De film mist gore, voldoende heftige schrikmomenten of nagelbijtende en bloedstollende fragmenten om horror genoemd te mogen worden. Wel herbergt de film aardige thrillerelementen en voegt hij een mysterieuze voorgeschiedenis en een voodoosausje toe om te kunnen meeliften op de hype van het bovennatuurlijke. IDB-collega Bob van der Sterre liet onlangs in zijn Camera Obscura zien dat de filmgeschiedenis veel betere genregenoten kent. Maar de premisse van Jessabelle is ambitieus.

Sarah Snook, vooral actief als tv-actrice, kruipt in de huid van Jessabelle en doet dat lang niet slecht. Het is geloofwaardig dat ze door het kijken van de videobanden haar moeder wil leren kennen, maar ze zou zich meer hardop mogen afvragen waarom haar moeder haar zoveel schrik aanjaagt, onder meer met het leggen en duiden van tarotkaarten. En natuurlijk wordt de sfeer in het verlaten huis steeds dreigender, hoort Jessabelle voetstappen op zolder, ziet ze geesten en krijgt ze nachtmerries en waanvoorstellingen. Gelukkig is haar oude, inmiddels getrouwde, jeugdliefde Preston bereid haar emotioneel en fysiek bij te staan in deze donkere tijden.

Recensie Jessabelle

Voodoo in Louisiana
Het duo gaat op onderzoek uit om het mysterie te ontrafelen. De swampy sfeer van Louisiana vormt het mooie decor van het verhaal dat aardig in elkaar steekt en opvallend weinig plotgaten kent. Na wat ongezellige onderonsjes met autochtonen, confrontaties met voodoopraktijken en de schokkende ontdekking van een graf mag de lokale politie proberen het mysterie mee op te lossen. Echter bovennatuurlijke krachten blijven Jessabelle opjagen, of is het verbeelding? Als Preston uiteindelijk zelf letterlijk met Jessabelle’s waanbeeld moet knokken, vliegt deze alledaagse rolprent toch nog uit de bocht.

 

24 november 2014

 
ALLE RECENSIES

Horns

**

recensie  Horns

Gevallen engel op wraaktocht

door Wouter Spillebeen

Halloween betekent het verschijnen een hoop obligatoire horrorfilms. In het geval van Alexandre Aja’s late aanvulling Horns betekent dat vooral een fantasiefilm die onterecht dat stempel krijgt toebedeeld. 

De film mag een beetje flauw zijn om echt horror te zijn, Horns is toch niet de eerste poging van de Franse regisseur Aja. In 2006 maakte hij een best succesvolle remake van de klassieker The Hills Have Eyes en in 2010 toonde hij dat je het genre niet altijd serieus moet nemen met zijn zelfbewuste, maar minder gesmaakte Piranha 3D. Met Horns verfilmt hij het gelijknamige boek van Joe Hill, de zoon van The Shining-auteur Stephen King. 

Recensie Horns

Iedereen ziet Ig Perrish (geacteerd door Harry Potter himself, Daniel Radcliffe) als iemand die onbestraft een moord heeft gepleegd. Zijn vriendin is niet meer en alles wijst erop dat hij haar heeft vermoord. Hij houdt zijn onschuld vol, enkel zijn vriend en advocaat Lee lijkt hem te geloven. De plot van Horns doet denken aan die van Finchers nieuwe Gone Girl, die andere boekverfilming die al diepte uit beproefde bronnen. De twist: de rouwende jongeman krijgt ineens duivelachtige hoorns op zijn voorhoofd die ervoor zorgen dat de meest zondige kantjes van al zijn gesprekspartners bovenkomen. Ig is een kruising tussen Maleficent (de heks uit Doornroosje) en een gevallen engel. Zijn enige doel: achterhalen wie zijn geliefde Merrin (Juno Temple) heeft vermoord. 

Zonden
De problemen met de film beginnen bij de krachten van Ig. Het is volstrekt onduidelijk welk effect de hoorns hebben op omstanders. Wordt iedereen ineens overdreven eerlijk? Krijgen mensen door de hoorns een drang om te zondigen? Krijgt Ig een enorme overtuigingskracht? In elke conversatie lijken de effecten te verschillen. Toch weet Ig meteen hoe zijn nieuwe bizarre gaven werken en hoe hij die ten goede kan aanwenden. Bovendien lijkt de film de latente homoseksualiteit van twee agenten in hetzelfde rijtje te plaatsen als de neiging tot verwonden, verkrachten en vermoorden van andere personages. 

Recensie Horns

De religieuze symboliek in Horns is meteen duidelijk. Alsof de duivelshoorns, nummerplaten die verwijzen naar Bijbelverzen, verwijzingen naar de hoofdzonden en prominente kruisbeeldjes niet genoeg waren, leggen enkele personages én een irritante en overbodige voice-over nog eens flagrant uit wat de beelden betekenen. Het principe ‘show, don’t tell’ betekent blijkbaar niets meer. De geanimeerde slangen lijken op overschotjes van de lachwekkende animaties uit Piranha 3D en de film begaat ook nog eens de zonden die collega Alfred Bos al beschreef in zijn recensie van Gone Girl:
“…behoorlijk clichématige verwikkelingen rond overspannen media, het makkelijk te manipuleren Volksempfinden en nihilistische advocaten.” 

(Bijna) vlekkeloos
Maar wonder boven wonder, er valt ook iets positiefs te vermelden over Horns. Jawel, Radcliffe acteert helemaal niet slecht, in tegenstelling tot zijn non-prestatie in de remake van The Woman in Black in 2012. Een vrij opmerkelijke prestatie aangezien de jonge Brit nu met een (bijna) vlekkeloos Amerikaans accent acteert. Met uitzondering van James Remar (iets aan zijn eeuwig portret van de vaderfiguur – zie Jericho  en Dexter  – irriteert) lijken de meeste acteurs zich goed te voelen bij hun rol. Laten we hopen dat Radcliffe door deze film meer serieuze personages krijgt toebedeeld. Met een beter verhaal en strakkere regie had hij een kans gehad om uit te blinken in Horns.

 

9 november 2014

 

ALLE RECENSIES

Top 10 horror voor de nieuwe eeuw

Top 10 horror voor de nieuwe eeuw

The Cabin in the Wood

Op Halloween maken we even de balans op. Horrorfilms zijn er genoeg, maar er zitten meer miskleunen dan successen tussen. InDeBioscoop richt zich op films die na 2000 zijn verschenen en in het oog springen door hun rake portie geweld, extremiteit of juiste mix van clichés en verrassingen. Hieronder een selectie van films die je gezien moet hebben, mits je een sterke maag hebt.

door Suzan Groothuis

1. – Martyrs (2008, Pascal Laugier)

Over het Franse Martyrs kan één ding gezegd worden: het gaat de grenzen van de horror voorbij. In de film draait het om de wraak van een jonge vrouw, die als kind gemarteld werd maar wist te ontsnappen. Op latere leeftijd is ze vastbesloten haar martelaren te wreken. Wanneer ze de plek des onheils terugvindt, blijken er in de kelders van het huis donkere, duistere praktijken plaats te vinden die je maar beter kan vermijden. Dat de Fransen goed zijn in het maken van schokkende, realistische horrorfilms bewijst Martyrs opnieuw. Sterker nog, deze film kan als vlaggenschip van de nieuwe lichting Franse horror gezien worden. Wat begint als sterke, onvoorspelbare thriller mondt uit in een zieke, psychologische horror. Martyrs speelt met de grenzen tussen leven en dood, met lichamelijke en psychische pijn, met vechten en acceptatie van je lot. Een zware hap en een waarbij je met regelmaat weg kijkt, want zoveel ellende is slecht te verduren. Toch blijft de film met zijn diepere boodschap hangen en is Martyrs meer dan een wrede film waarin mensen tot het uiterste gaan om het pure martelaarsdom te bereiken. Intens heftig.

2. – À l’intérieur (2007, Alexandre Bustillo en Julien Maury)

À l’intérieur (Inside) is ook zo’n voorbeeld van harde, realistische Franse horror waarin je regelmatig een ‘smack in the face’ krijgt. Vier maanden na de dood van haar man wordt een zwangere vrouw lastiggevallen door een indringer in haar huis. De indringer begint steeds gevaarlijkere vormen aan te nemen. Wat begint als dreigend en unheimisch, wordt al snel bizar en gewelddadig. Ook deze film speelt met de grenzen van geweld. Ben je dierenliefhebber en zwanger? Niet kijken, tenzij je wilt zien hoe een kat fijn geknepen wordt en een baby op bizarre wijze ter wereld komt. Met Béatrice Dalle (Betty Blue, 1986) als gestoorde engel des doods.

3. – May (2002, Lucky McKee)

Van Lucky McKee mogen er twee films in dit rijtje. De Amerikaan maakte in 2002  indruk met het vervreemdende, op horror en drama leunende May. May is een jonge vrouw met trauma’s uit het verleden. Onzeker, geen vrienden en toch ook wel wat wereldvreemd. Niet gek als je beste vriend een pop is, opgesloten in een glazen kooi. Eenmaal volwassen is May nog steeds een eenling. Maar wanneer zij Adam ontmoet, wordt zij verliefd. Haar bizarre en vreemde gedrag zorgt echter voor afstand. Wanneer haar geliefde pop per ongeluk valt en kapot gaat, zijn letterlijk de poppen aan het dansen. May gaat tot het uiterste om zichzelf én haar pop gelukkig te maken en gaat daarbij over lijken. McKee’s film resulteert in een bizarre, verrassende mix van eenling zijn, hunkering naar aandacht en uh… een ietwat ziekelijke geest.

4. – The Woman (2011, Lucky McKee)

The Woman (2011) is mogelijk nog absurder dan May. Angela Bettis, die de rol van May op zich nam, is nu Belle, moeder van twee kinderen en getrouwd met een advocaat . Een doorsnee gezin, zou je kunnen zeggen, maar niets is wat het lijkt. Manlief blijkt namelijk te beschikken over een verdorven, zieke geest, evenals zoontje Brian. Dat blijkt wel als ze uit jagen gaan en plots stuiten op een wilde vrouw (Pollyanna McIntosh: Filth (2013)). Ze wordt gevangen en meegenomen naar hun huis, alwaar ze stiekem opgesloten wordt in de kelder en onderworpen wordt aan nare, seksuele spelletjes. Het duurt niet lang voordat Belle daarachter komt en algauw raakt het gezin in de ban van de vreemde, wilde vrouw uit het bos. Wat volgt? Ontwrichte gezinsverhoudingen, verachting en veel bloederig geweld! The Woman laat op zwartkomische en gruwelijke wijze zien wat er gebeurt als je zomaar iemand uit zijn habitat losrukt en foute intenties hebt.

5. – You’re Next (2011, Adam Wingard)

Een familiefeest mondt uit in een meedogenloze slachtpartij. Heel subtiel overigens, waarbij de moorden aankomen als een mokerslag in het gezicht. Denk je even naar buiten te rennen om hulp te halen, wordt je keel doorgesneden door een onzichtbaar gespannen draad! De moordenaar is overigens al in een vroeg stadium te zien, waarbij zijn hoofd gesierd wordt door een dierenmasker. Maar hé, is het wel één moordenaar of sluipen er meerdere killers met verschillende dierenmaskers rond? En wat is de reden dat dit familiefeestje zo bruut moet eindigen? Regisseur Adam Wingard (ook bekend van voorganger A Horrible Way To Die (2010)) weet horrorclichés te vermijden door de kijker steeds op het verkeerde been te zetten. Het levert een mix van spanning, naargeestigheid en vermaak op. En is een van de horrorverrassingen van de laatste jaren.

6. – The Den (2013, Zachary Donohue)

Recente horror die mikt op het gevaar van chatprogramma’s en het internet. Een jonge vrouw bestudeert via een nieuw chatprogramma, The Den, de gewoonten van webcam-gebruikers. Wat begint als onschuldig, mondt al snel uit in een gruwelijke constatering: het aanschouwen van een online moord. Waar of niet? Wanneer ze haar netwerk erbij betrekt en probeert te achterhalen of de moord daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, begint de horror pas echt. Haar computer krijgt een virus, vrienden verdwijnen. Dit alles volledig gefilmd vanuit de webcam, wat een realistisch effect op de kijker heeft en je aan het denken zet over de privacygevoeligheid van je internetgebruik. In The Den waan je je even in een ‘real life’ snuff movie en dat voelt behoorlijk beangstigend. Gelukkig is dit een film. Of toch niet?

7. – Eden Lake (2008, James Watkins)

Een romantisch weekend weg krijgt een heel andere wending, wanneer het jonge stel Jenny (Kelly Reilly) en Steve (Michael Fassbender) het aan de stok krijgt met jonge Britse schoffies. Wat eerst onschuldig gepest lijkt, mondt al snel uit in ware terreur. Er rest maar één ding en dat is vluchten voor deze nare tieners en hun hond. Hoezeer een idyllische trip kan veranderen in een hel bewijst Watkins met zijn grimmige, op randje van thriller en horror drijvende debuut. Vooral het machteloze gevoel dat zich van de kijker meester maakt imponeert. Dus zo voelt zinloos geweld! Er zijn flink wat bloederige segmenten, waarbij de grenzen van lichamelijke pijn verkend worden. Hoe goed de schoffies het bloed onder je nagels vandaan halen, bewijst onder meer de jonge acteur Jack O’Connell (inmiddels een behoorlijke staat van dienst met films als This is England (2006) en Starred Up (2013)). Eden Lake grijpt je bij de strot en laat niet meer los.

8. – The Cabin in the Woods (2012, Drew Goddard)

The Cabin in the Woods lijkt de zoveelste slasherfilm: vijf vrienden bezoeken een afgelegen huisje aan een meer. Onderweg ontmoeten ze een rare snuiter die hen waarschuwt over hun terugkeer. Natuurlijk gaan de vijf toch. De kijker raadt het al: hun onvermijdelijke ondergang nadert. Maar scriptschrijvers Joss Whedon (The Avengers, 2012 en Buffy the Vampire Slayer, 1997) en Drew Goddard hebben een ander plan: niets is namelijk wat het lijkt! The Cabin in the Woods bevat een origineel, humoristisch script en zit vol verrassende wendingen. Alle horrorclichés worden door de mangel gehaald en dat levert eens een lekker afwijkende, verfrissende film op. Die overigens goed in elkaar zit, want van begin tot eind weten Whedon en Goddard je bij de les te houden en op een verkeerd spoor te zetten! Met een eindscène waarmee de filmgeschiedenis weer een flamboyant horrorfiguur rijker is.

9. – Let the Right One In (2008, Tomas Alfredson)

Misschien een vreemde eend in de bijt, deze Zweedse vampierfilm. Want Let the Right One In (Låt den rätte komma in) is meer drama dan horror, hoewel er een fijne lijn tussen de genres te bespeuren is. De jonge Oskar is kwetsbaar. Met zijn tengere uiterlijk is hij voer voor pestkoppen. Maar zijn leven verandert wanneer hij de mysterieuze Eli ontmoet. Ze is niet alleen zijn buurmeisje, maar ook een vampier. Haar verzorger vermoordt mensen voor haar, want ze heeft bloed nodig om te kunnen blijven leven. Er ontwikkelt zich een vriendschap, waarbij Oskar naast gevoelens voor haar meer voor zichzelf op leert komen. Tegelijkertijd wordt hij met Eli’s ware zijn geconfronteerd en de onvermijdelijke horror die dat met zich meebrengt. Let the Right One In is voorzien van prachtige shots in een besneeuwde buitenwijk van Stockholm. Buiten de mooie cinematografie zetten de twee jonge acteurs indrukwekkende prestaties neer. Een grimmig maar ook schoon sprookje over de eenzame positie van buitenstaander, vriendschap en afrekenen met je kwelgeesten.

10. – In My Skin (2002, Marina de Van)

De jonge, ambitieuze Esther krijgt na een feestje een ongeluk. In eerste instantie lijkt het allemaal wel mee te vallen met de schade, maar eenmaal thuis ontdekt ze een flinke jaap in haar been. Vanaf dat moment ontstaat er een fascinatie. Waarom voelt ze niets? En waarom voelt ze zich zo aangetrokken tot de wond? In My Skin (Dans ma peau) verwordt tot een intens vleselijk drama, wanneer Esther haar eigen lichamelijke pijngrenzen onderzoekt. Balancerend tussen realistisch drama en horror toont Marina de Van, die ook de hoofdrol voor haar rekening nam, hoe Esther steeds meer opgaat in haar eigen vleselijke wereld. Met als gevolg dat je als kijker regelmatig weg moet kijken. Want de vleselijke fascinaties worden met precisie getoond. De incisies in haar lichaam. Het afpulken van haar huid. In My Skin  is een film die letterlijk onder je huid kruipt. Schokkend, maar ook pijnlijk om een vrouw die alles had, zichzelf psychisch en emotioneel te zien verliezen.

31 oktober 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

Stonehearst Asylum

**

recensie  Stonehearst Asylum

De relativiteit van waanzin

door Suzan Groothuis

Dat je niet zomaar alles moet geloven wat je ziet, wordt duidelijk na de proloog in Stonehearst Asylum. De film, waarin een jonge, gedreven arts klinische ervaring opdoet in een psychiatrisch ziekenhuis, speelt met gezondheid, waanzin en macht. En dat allemaal met een groot gebaar. 

De film opent met een medische les, waar een chirurg (een korte rol van Brendan Gleeson) een voorbeeld van hysterie laat zien. Een scène die wat doet denken aan de vertoning van The Elephant Man in From Hell (2001). Het is het Victoriaanse tijdperk, waar de psychiatrische ziektebeelden zoals wij die nu kennen nog een mysterie waren. ‘Krankzinnigen’ werden opgesloten in een gesticht, ver weg van de samenleving, terwijl artsen zich over hun problematiek bogen en dubieuze behandelmethoden toepasten.

Recensie Stonehearst Asylum

Onorthodoxe behandelmethoden
Stonehearst Asylum is zo’n gesticht: een imposant, angstaanjagend gebouw ver weg van alles en iedereen. De jonge arts Edward Newgate (Jim Sturgess) is als arts afgestudeerd aan Oxford en wil er klinische ervaring opdoen. Zijn verzoek wordt gehonoreerd, maar bij aankomst is het toch even slikken. Het gesticht, omgeven door zwaar hekwerk, wordt beveiligd door een vervaarlijk uitziende crew onder leiding van Mickey Finn (David Thewlis, Naked). Na de wat vreemde en niet bepaald vriendelijke ontvangst wordt Edward het pand ingeleid, waar hij de hoofdarts, dr. Lamb (Ben Kingsley), ontmoet.

Lamb staat wat achterdochtig tegenover de intenties van de jonge arts. Verbetermethoden zijn niet nodig, het gesticht functioneert immers prima! Maar een rondleiding door het gebouw en een kennismaking met zijn bewoners roept op zijn minst vragen op. Lamb houdt er namelijk onconventionele en onorthodoxe methoden op na. Van een behandeling lijkt nauwelijks sprake: de patiënten worden in hun wanen gelaten en daarin zelfs aangemoedigd.

Schoonheid en intriges
Maar dan wordt Edward gegrepen door de schone Eliza Graves (Kate Beckinsale), een jonge vrouw die de kijker herkent als hysterische patiënte uit de openingsscène. Gefascineerd door haar besluit Edward zijn verblijf op Stonehearst Asylum een kans te geven. Al snel raakt hij verwikkeld in intriges en duurt het niet lang voordat hij de ware bedoelingen van de diabolische dr. Lamb en zijn crew achterhaalt.

Stonehearst Asylum (oorspronkelijke titel Eliza Graves) is gebaseerd op een kort verhaal van Edgar Allan Poe. In handen van regisseur Brad Anderson, bekend van de donkere thrillers Session 9 (2001) en The Machinist (2004), is het een zwaar aangezette mix van thriller, horror, kostuumdrama en satire geworden. Prachtig geschoten, dat wel, met veel oog voor decors en setting. De opnamen vonden plaats in Bulgarije, waarin het statige, spookachtige gebouw een goede keuze is, maar het bergachtige landschap weinig overeenkomsten vertoont met het Britse platteland.

Recensie Stonehearst Asylum

Bombastisch en gladgestreken
Net als in zijn vorige films speelt Anderson met plottwists, die voor de kijker in Stonehearst Asylum echter onverrassend zijn. “Believe nothing you hear, and only one half that you see”, horen we niet voor niets meerdere malen als quote in de film terug. Het van meet af aan geforceerd op je hoede zijn (denk d’r om, niets is wat het lijkt!) in combinatie met een voorspelbaar narratief verloop maken dat mindfucks ontbreken, in tegenstelling tot het sterkere Shutter Island (2010) van Scorsese of de recente horrorserie American Horror Story: Asylum (2011).

Het gevoel dat de kijker overmeestert is dat van bombast, alsof Anderson alles uit de kast heeft moeten trekken om met zijn film te overtuigen. De topcast (Ben Kingsley en Michael Caine zijn aangetrokken als grote namen) en de dure productie ten spijt, gaat Stonehearst Asylum gebukt onder zijn eigen pretenties. Het duistere randje aan het begin maakt plaats voor een zoete happy ending, waarbij waanzin maar een relatief begrip blijkt te zijn.

 

20 oktober 2014

 
ALLE RECENSIES