Deliver Us from Evil

***

recensie  Deliver Us from Evil

Duizelingwekkende duivelse rit

door Suzan Groothuis

Het zal je maar gebeuren. Je bent een no-nonsense cop en ineens heb je te maken met een zaak die gelinkt is aan duivelse krachten. Gebaseerd op een waargebeurd verhaal neemt Scott Derrickson (The Exorcism of Emily Rose, Sinister) je mee op een duizelingwekkende rit tussen actie, thriller en horror in.

Politieagent Ralph Sarchie (Eric Bana: Munich) is een diehard cop. Een die zich vol overgave op zijn werk stort. De donkere kant van het leven blijft hem niet bespaard: in de South Bronx, zijn werkgebied, krijgt Sarchie het zwaar te verduren. Een dode baby gewikkeld in een deken, als een dood pakketje afgeleverd. Huiselijk geweld. En een vrouw die op onverklaarbare wijze haar baby in de gracht van een dierentuin werpt.

Recensie Deliver Us from Evil

Even terug naar het begin. De film opent met een scène in Irak waar drie U.S. Marines een ondergrondse kamer binnendringen, in de verwachting daar hun belagers te vinden. Beter waren ze boven gebleven, waar het oorlogsgeweld raast en tiert. Want in die ondergrondse ruimte komen ze met iets in aanraking, dat zorgt dat hun leven nooit meer hetzelfde is.

De drie mariniers blijken vier jaar later een link te hebben met de vrouw in de dierentuin en een casus van huiselijk geweld. Samen met zijn buddy cop Butler (Joel McHale, bekend van de comedy Community) stort Sarchie zich op de vreemde gebeurtenissen. De vrouw in de dierentuin, gek of bezeten? En wie is die schilder die ongezien de muren van het leeuwenverblijf wit? Geleidelijk aan ontvouwt zich de waarheid, waarbij Sarchie vermoedt dat er grotere, kwade krachten in het spel zijn.

Van politiethriller naar duivelsuitroeiing
De film begint als stuwende politiethriller, met veel grijs- en blauwtinten en snelle montages, waarbij een zenuwslopende actiescène in de dierentuin een hoogtepunt is. Terwijl Sarchie zich vastbijt in de zaak ontmoet hij priester Mendoza (Édgar Ramírez, bekend van de hooggewaardeerde serie Carlos), die hem ervan overtuigt dat er wellicht duistere krachten in het spel zijn. “There are two types of evil in this life, Officer Sarchie. Secondary evil, the evil that men do. And primary evil, which is something else entirely.”

Regisseur Scott Derrickson trakteert de kijker vervolgens op een huiveringwekkende rit, waarbij Sarchie met behulp van Mendoza geleidelijk aan op het spoor komt van de bezeten ex-marinier Santino (de Britse acteur Sean Harris). Spanningsvolle achtervolgingen door een regenachtige, donkere South Bronx leiden tot een ontmoeting met het Kwaad zelf, resulterend in een exorcisme waar je U tegen zegt.

Derrickson heeft een behoorlijke staat van dienst als horrorfilmmaker met een hang naar duistere, duivelse krachten. Zijn debuut Hellraiser: Inferno (2000) is een geslaagde mix van politiethriller en de bodyhorror van de Cenobites en Pinhead. Met The Exorcism of Emily Rose (2005) verkende hij al de paden van bezetenheid gecombineerd met een rechtbankdrama, overigens losjes gebaseerd op een echte casus van exorcisme. Sinister  (2012), zijn meest geslaagde film, toont hoe een doodenge boogeyman  de levens binnendringt van onschuldige gezinnen.

Recensie Deliver Us from Evil

Licht aan het einde van de duistere tunnel
Deliver Us from Evil is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Ralph Sarchie. Dat maakt de film tot een bizarre kijkervaring, waarbij eenieder die niet in de duivel gelooft zich wel even achter de oren moet krabben. Duivelse boodschappen schuilen achter gewitte muren, katten blijken rotbeesten (er wordt dan ook op unieke wijze met één afgerekend) en dan is er nog de muziek van The Doors. Ooit vermoed dat hun “Break on Through” een portaal voor Duivelse krachten is?

De kracht van Deliver Us from Evil ligt ‘m, net als in Derricksons vorige films, in vlotte montages, rake schrikmomenten en een combinatie van filmische genres. Politiethriller, actie, horror, drama, het zit er allemaal in. Een soort mix van Se7en (neem de gedrevenheid van Sarchie en zijn hang naar de zonde toorn) en The Exorcist. Toch is ook Deliver Us rijk aan clichés: de nuchtere Sarchie die niets moet hebben van paranormale, duistere krachten, maar uiteindelijk zelf behept blijkt met een gave. De hippe priester (met zijn donkere krullen, bebaarde gezicht en leren jack lijkt Mendoza zowaar een beetje op Jim Morrison) die ook een ruig en duister leven geleid heeft. En natuurlijk de druk die het politiewerk op Sarchies gezinsleven uitoefent.

De moraal ligt er dik bovenop, maar voor menig horrorfan zal dat de pret niet drukken. Derrickson doet namelijk vooral waar hij goed in is: de kijker meeslepen in een wereld vol duisternis, waarbij de kans groot is dat creep Sean Harris (bekend van de serie Southcliffe) vaker het witte thriller- en horrordoek zal sieren. Dat er licht is aan het einde van de tunnel, boet wat aan kracht in, maar het is dan ook een waar gebeurd verhaal. Wie het bovenmenselijke kwaad wil zien zegevieren, moet Hellraiser: Inferno en Sinister zien.

 

15 september 2014

 

 

ALLE RECENSIES

 

Damned, The

**

recensie  The Damned

Behekste huizen zijn overal

door Suzan Groothuis 

Na een auto-ongeluk belandt een vijftal mensen in een oud hotel. Dat daar een kwaadaardige demon huist, hadden ze natuurlijk niet voorzien. 

De avond voordat ze trouwen reizen David en Lauren naar Columbia om Davids dochter Jill op te pikken. Die blijkt haar studieplannen opgegeven te hebben om samen met haar tante Gina, die als nieuwslezer werkt, te reizen. Dat er ook nog een leuke cameraman in het spel is, zal ook wel meespelen in haar keuze.

Jill’s paspoort is echter elders in het land en moet eerst opgehaald worden voordat ze het vliegtuig kunnen nemen. Maar de autorit van acht uur kent een abrupt einde, wanneer de vijf na een stortvloed aan regen van de weg af raken.

Recensie The Damned

Gelukkig is er een oud statig huis in de buurt waar ze hun toevlucht kunnen nemen. Dreigend doemt het pand op, wat als een voorbode gezien kan worden van ramp en tegenspoed. En inderdaad, de oude eigenaar blijkt een onschuldig uitziend meisje verborgen te houden in zijn kelder. Geschokt besluiten zijn onverwachte gasten haar te bevrijden, ondanks zijn waarschuwingen dit vooral niet te doen.

Kwade krachten komen vrij
Tot zover de verhaallijn van The Damned (ook bekend als Gallows Hill). Wat volgt? Het jonge meisje blijkt bezeten door een demonische heks die zint op wraak. De afstammelingen van de mensen die verantwoordelijk zijn voor haar dood, zullen er een voor een aangaan. De gasten vormen slechts een sta-in-de-weg, maar ach, waarom niet – als je eenmaal aan het moorden bent kunnen er best nog een paar bij.

Regisseur Víctor García is vooral bekend van sequels, zoals de negende Hellraiser: Revelations (2011) en Mirrors 2 (2010). Vertrouwd in het horrorgenre dus, wat ook zichtbaar is in The Damned. García maakt dankbaar gebruik van bekende horrorelementen, zoals de grauwe, dreigende sfeer, schrapende en spookachtige geluidseffecten, wat bloederige momenten en de nietsontziende demon die steeds als een duveltje uit een doosje opduikt.

Recensie The Damned

Behendige, maar falende demon
Genoeg ingrediënten dus om de kijker de stuipen op het lijf te jagen, ware het niet dat García juist daarin faalt. Grootste manco vormen de demonische stemmen, die allesbehalve geloofwaardig en afschrikwekkend zijn. Meer dan overdreven vervormd gehijg, gefluister en gegrom – overigens duidelijk gedubd – zijn de demonische uitlatingen niet.

Met het plot probeert García nog wat sentiment en jeu in zijn film te brengen, maar het is allemaal teveel van het goede. Een demon die zeer behendig blijkt in het wisselen van gedaanten en bezit nemen van lichamen en bovendien haarfijn de geheimen kent die eenieder met zich meedraagt – wie is daar nou tegen opgewassen? Het einde belooft een sequel, maar, als we The Damned inderdaad als deel een mogen beschouwen, dan kan García’s film onvoldoende op zichzelf staan. Hij put uit de alom bekende en voorspelbare horrormix, waarbij de locatie – een grauw en door regen overspoeld Columbia – de enige originele invalshoek is.

18 augustus 2014

 
ALLE RECENSIES

Videodrome

***

recensie  Videodrome

Lang leve het nieuwe vlees

door Wouter Spillebeen

EYE in Amsterdam houdt een expositie over David Cronenberg, de ideale gelegenheid om zijn cultklassieker Videodrome weer te vertonen. De dertig jaar oude film toont zijn leeftijd, maar is nog steeds een relevante parel uit de filmgeschiedenis.  

In 2012 kondigde Universal aan dat de tot nog toe onbekende regisseur Adam Berg een remake van Videodrome zal verzorgen. Kankerverwekkende golven worden vervangen door nanotechnologie en de visuele effecten zullen een update krijgen, veel meer weten we nog niet. Maar is een remake wel aan de orde, of doorstaat het origineel de tand des tijds?

Recensie Videodrome

De regisseur zelf heeft in ieder geval nog geen vaart verloren, zijn Maps to the Stars was in Cannes goed voor een Gouden Palmnominatie, Julianne Moore won Beste Actrice voor haar portrettering van een actrice die wanhopig is om door te breken. Het ontegensprekelijke talent van de visionair Cronenberg is misschien wel op een hoogtepunt in Videodrome, dat naar hedendaagse standaarden nog altijd een zeer sterk staaltje filmen tentoonspreidt.

Statement
Videodrome gaat over seks en geweld in de media, over manipulatie en brainwashing, over hallucinatie, over sadomasochisme en over de moraalridders die de hele wereld naar hun idealen willen zuiveren. De film was een statement en lokte zeer gemengde reacties uit. Velen prezen Cronenberg voor zijn gedurfde standpunten en expliciete beelden, anderen vonden de film gratuit en walgelijk. De filmindustrie heeft het voorbeeld gevolgd, de zogenaamde body horror, waaraan Cronenberg onder meer met The Fly en Videodrome enkele toevoegingen deed, is intussen bijna mainstream geworden (denk maar aan films als The Human Centipede).

De discussie over gewelddadige en seksueel getinte films en televisieprogramma’s woedt dertig jaar later vrolijk voort. Zijn de meesten het er intussen over eens dat kijken naar Natural Born Killers je niet in een seriemoordenaar verandert, dan bedenken conservatieven theorieën over kinderen die Grand Theft Auto spelen. Cronenberg was niet de eerste die zijn mening over geweld liet blijken – met de opkomst van de New Violence (cfr. Scorseses Taxi Driver) stak de discussie de kop op – maar Cronenberg is misschien de meest specifieke stem van zijn tijd. In het huidige klimaat is die stem nog steeds relevant en actueel, maar helemaal niet meer nieuw.

Recensie Videodrome

Revolutionair
Over het gebruik van special effects zegt Cronenberg: “Ik presenteer dingen die buitensporig en onmogelijk zijn, maar ik probeer die zo realistisch mogelijk over te brengen.” Hoe revolutionair zijn openbarstende lichamen en explosies van bebloede organen destijds ook mogen zijn geweest, vandaag de dag zijn ze meer lachwekkend en cheesy dan gruwelijk. Hoewel meer realistische CGI-effecten nu makkelijk voorhanden zijn, keert een kleine schare regisseurs toch terug naar de klassieke practical effects, zoals Wes Anderson in zijn The Grand Budapest Hotel. De duidelijk verouderde technieken hebben nog steeds een enorme charme die meer is dan alleen nostalgie, maar dan als stijlfiguur, niet als realistische weergave van horrortaferelen.

Videodrome is een monument, ooit een controversiële nichefilm, nu een tot cultstatus verheven relikwie van klassieke special effects, met een boodschap die doorheen de jaren geen kracht verloor. De hallucinante nostalgietrip is niet te missen voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van de cinema.

 

25 juni 2014

 
ALLE RECENSIES

We Are What We Are

*

recensie  We Are What We Are

Griezelen met kannibalen

door Wouter Spillebeen

Vampieren en zombies zijn al lang niets nieuws meer, horrormakers zoeken het tegenwoordig vaak elders. Jim Mickle probeert te griezelen met kannibalen, wat niet meteen een juiste keuze blijkt.  

Mexicaanse cinema scheert hoge toppen. Alfonso Cuaróns Gravity domineerde op de jongste editie van de Oscars en Alejandro González Iñárritus films Amores Perros (2000), Babel (2004) en Biutiful (2010) zetten het land op de filmische kaart.

Recensie We Are What We Are

In 2010 probeerde de Mexicaan Jorge Michel Grau met zijn horrorfilm Somos lo que hay een graantje mee te pikken. Zijn speelfilmdebuut werd zeer lauw ontvangen. Toch vond Amerikaans regisseur Jim Mickle, die tot nu toe zijn grootste succes kende met vampierfilm Stake Land (2010), dat een remake aan de orde was. Het resultaat is We Are What We Are, een waterig afkooksel van een horrordrama dat zowel horrorfans als dramaliefhebbers niet zal bekoren.

Vaste gewoonten
De familie Parker woont op geïsoleerde landerijen in een door overstromingen geplaagd ruraal Amerikaans dorp. Wanneer hun moeder sterft door een ongeluk, worden Iris (Ambyr Childers) en Rose (Julia Garner) verantwoordelijk voor de gewoonten van de familie. Ze moeten zorgen voor hun kleine broer, de vastenperiode respecteren en de duistere jaarlijkse rituelen laten doorgaan. Vader Frank (Bill Sage) rouwt om zijn vrouw, maar zal niet dulden dat ze van die gewoonten afwijken. Ze moeten God immers tevreden stellen, offers brengen en op zondag vers vlees op tafel zetten.

Mickle heeft voor We Are What We Are duidelijk zijn research gedaan. Hij heeft gelezen dat horrorfilms donker en sfeervol moeten zijn. Dat vertaalt hij naar een gebrek aan kleur, veel regen, weinig elektronische apparaten en kledij uit de negentiende eeuw (ondanks dat de film zich in een recent verleden afspeelt). Hij heeft gelezen dat mensen beter in een verhaal gezogen worden als ze er de moraliserende elementen, zoals religie en familietraditie, uit kennen. Hij volgt die vaste waarden (lees: clichés) uit het genre tot in de puntjes op. Eén ding heeft hij jammer genoeg niet begrepen: dat een horrorfilm spannend, interessant en vooral eng moet zijn.

Recensie We Are What We Are

Oersaai
We Are What We Are is oersaai. De gemiddelde actiefilm bevat meer gruwelijke elementen dan deze miskleun. Het verhaal ontwikkelt zich pijnlijk traag – terwijl de kijker lang op voorhand weet wat te gebeuren staat – en er gebeurt het grootste deel van de tijd gewoon niets. Er is een enkel echt schrikmoment, dat dan nog eens teleurstellend en voorspelbaar is. De verhaalelementen die het publiek konden doen walgen, komen niet in beeld en er is geen gevoel van angst. De muziek probeert nu en dan wat spanning op te bouwen, maar kondigt alleen aan wanneer iets zal gebeuren dat we eng zouden moeten vinden. De acteurs lijken wel verveeld, het jonge broertje kan niet eens een echt personage genoemd worden. We Are What We Are stelt teleur op zowat elk vlak.

 

14 juni 2014

 
ALLE RECENSIES

Carrie

**

recensie  Carrie

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan

door Cor Oliemeulen

Volstrekt overbodige remake over een zonderling meisje dat door het paranormaal bewegen van voorwerpen haar belagers een gedenkwaardig lesje leert.  

Over pesten zijn heel wat films gemaakt. Het ene kind kruipt in een hoekje, het andere begaat een wanhoopsdaad of roept desnoods de hulp in van een vampier. Het personage Carrie uit het gelijknamige verhaal van horrorschrijver Stephen King neemt zelf wraak. Als Jochem in de Carry Slee-verfilming Spijt! ook telekinetische gaven zou bezitten, had hij de treiteraars allang met rondvliegende attributen de mond kunnen snoeren. Maar goed, dan hadden we natuurlijk niet lekker massaal kunnen snotteren in de bioscoop.

Gemakzucht
Van remakes gruwel je soms meer dan van de engste horrorfilms. Al jaren is een deel van Hollywood behept met een lamlendige gemakzucht die leidt tot het schaamteloos reproduceren van succesvolle films. Het kopiëren van vaak artistieke Europese films is verdedigbaar, omdat hele werelddelen een verhaal nu eenmaal in de eigen taal en cultuur willen beleven, maar de kwaliteit is bijna zonder uitzondering van een bedenkelijk niveau. Ook remakes van films van eigen (Amerikaanse) bodem falen meestal jammerlijk, ondanks – en soms dankzij – een hoger budget. Zelfs de eigenzinnige filmmaker Gus Van Sant, die de horrorklassieker Psycho (1960) van Hitchcock beeldje voor beeldje en woordje voor woordje overdeed, ging met zijn experiment pijnlijk op zijn gezicht.

Recensie Carrie

Wat nu te denken van de remake van Carrie? Als je opnieuw kijkt naar het origineel van Brian De Palma uit 1976 (ook op blu-ray) lijkt de film met foute kapsels, grote brillen, korte sportbroekjes en een rokende gymlerares in eerste instantie een tikkeltje gedateerd. Bovendien zie je in het reguliere filmcircuit niet vaak meer dat pubermeisjes na het sporten naakt door de kleedruimte paraderen. De scène waarin het buitenbeentje Carrie aanvankelijk opvallend sensueel is gefilmd onder de douche loopt meesterlijk over in het moment dat ze voor het eerst menstrueert en geen idee heeft wat haar overkomt. De jonge Sissy Spacek is grandioos in elke scène en het zou nog jaren duren voordat ze niet meer automatisch werd geassocieerd met het onzekere roodharige meisje dat allengs haar identiteit en verborgen krachten ontdekt.

Hit-Girl is geen Carrie
Hoe anders vergaat het Chloë Grace Moretz als Carrie. In de remake van Kimberly Peirce, die in het biografische drama Boys Don’t Cry (1999) Hilary Swank naar een Oscar regisseerde, maakt Hit-Girl geen schijn van kans om haar getormenteerde karakter geloofwaardig te maken. Ze mist niet alleen de juiste uitstraling, haar acteerkwaliteiten en dramatische diepgang maken haar rol tot een typisch geval van miscasting. En dan heeft ze ook nog te maken met scenarioschrijvers die weinig kaas hebben gegeten van spanningsopbouw. In het origineel word je pas helemaal op het eind totaal overrompeld door Carrie’s vernietigende gaven, in de remake laat ze als een Poltergeist al vrij vroeg boeken in de rondte vliegen en tilt ze als ze boos is met haar geest mensen van de grond.

Recensie Carrie

Alles aan het origineel is beter: drama, romantiek, sfeer, intensiteit, muziek, creativiteit, fotografie, belichting, symboliek, suspense en subtiliteit (en dat van De Palma die in die tijd heus niet keek op een litertje tomatenketchup meer of minder). De acteurs van toen staan in je geheugen gegrift: Nancy Allen als de heerlijk dellerige onruststoker Chris, Amie Irving als haar vriendin Sue die in gewetensnood komt, de blonde krulletjes van de aardige sportbink Tommy (William Katt) en de onvergetelijke jonge John Travolta die als de gemanipuleerde Billy het benodigde varken de hersens inslaat. De cast van de remake acteert ronduit belabberd. Behalve dan natuurlijk Julianne Moore als Margaret White, de godsdienst waanzinnige moeder van Carrie.

Krankzinnige
Maar ook zij komt niet in de buurt van de archetypische rol van Piper Laurie, die net als Sissy Spacek, is verankerd in haar personage. Laurie spéélt niet de harde, meedogenloze krankzinnige die zichzelf kastijdt en ter aarde stort om hysterisch de Heer aan te roepen en de duivel te vervloeken, zij ís het. De crew van de remake heeft nog geprobeerd om met een nieuwe openingsscène de toon te zetten, echter het fragment dat Margaret onder veel gepers en geschreeuw, kennelijk niet vermoedend wat haar overkomt, het levende wezentje Carrie tussen haar benen aantreft, valt eerder uít de toon. Ook het allerlaatste shot stelt teleur. Iedereen die het origineel heeft gezien, herinnert zich de slotscène bij het graf. Je vraagt je af waarom juist dit onsterfelijke kippenvelmoment niet is gekopieerd.

 

2 november 2013
 
ALLE RECENSIES
 

Conjuring, The

****

recensie  The Conjuring

Duiveluitdrijving 2.0

door Cor Oliemeulen

Na de première van The Exorcist tweede kerstdag 1973 in New York brak massahysterie uit en besprenkelden bioscoopbezoekers zich spontaan met wijwater. Veertig jaar later mag je al lang trots zijn als je een onrustige nacht hebt na het kijken van The Conjuring. 

Filmbeleving is door de jaren heen sterk veranderd. Tijdens de horrorfilm van William Friedkin, die anno 2013 nog steeds angstaanjagend is en realistisch oogt, vielen destijds sommige bezoekers flauw, anderen moesten onbedaarlijk huilen of verlieten geschokt en gedeprimeerd het filmtheater. De huidige bioscoopbezoeker kan bogen op een dubieuze schat aan ervaring als het gaat om het gadeslaan van horror. Als het journaal op televisie en obscure sites op internet geen uitkomst bieden, kun je altijd nog naar de film.

The Conjuring

In de jaren zeventig verdrongen seks, karate en rampen het reguliere filmaanbod. Wat niet in de bioscoop mocht en slechts in vage videotheken onder de toonbank ging, kon je met een beetje mazzel ook zien tijdens uitzendingen van piraten die zich in de ether wisten te dringen zodra Nederland 1 en 2 overschakelden op testbeeld. De liefhebber kon zich laten verwonderen en choqueren door geesteszieken die onzedelijke handelingen met schapen verrichten of fascistoïde medeburgers die mensen in een ondergronds gat uithongeren en er niet voor terugdeinzen om met veel bloedgespetter lichaamsdelen te amputeren.

Klassieke horrorthriller
Tegenwoordig heeft de gemiddelde veertienjarige al zoveel gezien – leeftijdsrating of niet – dat je als filmmaker van goede huize moet komen. Recente remakes van The Texas Chainsaw Massacre zijn flauwtjes ontvangen; als je één Paranormal Activity hebt gezien, heb je ze allemaal gezien. Saw (2004) probeerde nog op intelligente wijze te confronteren met een sadistische seriemoordenaar. Maar regisseur James Wan kreeg kennelijk genoeg van collega’s die in vervolgfilms schaamteloos nieuwe dimensies aan de door hem geïntroduceerde martelporno toevoegden. Met Insidious (2010) greep Wan terug op de formule van de klassieke horrorthriller die het absoluut niet hoeft te hebben van bloed en geweld. Met The Conjuring (2013) weet hij de combinatie van horror en suspense bijna te perfectioneren.

Recensie The Conjuring

In feite lijkt het afgezaagd dat een aanvankelijk opgewekt gezin een groot, oud huis betrekt en al snel te maken krijgt met mysterieuze verschijnselen. Iemand ontdekt een verborgen kelder vol oud spul met spinnenwebben. Een ander ziet een geest in de spiegel en de hond durft niet naar binnen en wordt spoedig dood aangetroffen. De vader bagatelliseert natuurlijk de onrust terwijl zijn vijf dochters enge geluiden blijven horen, rottend vlees ruiken, tijdens hun slaap aan de benen worden getrokken en de moeder elke ochtend met steeds meer blauwe plekken ontwaakt. Dat alle klokken in het onderkomen steeds op het zelfde tijdstip stil blijven staan, voorspelt dat er in het verleden enge zaken zijn geschied. Inderdaad, clichés zijn soms noodzakelijk.

Echt gebeurd?
Toch is The Conjuring bijzonder meeslepend, vooral door de consistente opbouw, het geloofwaardige acteren, de onverwachte camerahoeken, het geluid en de schrikeffecten. Het verhaal is gebaseerd op de belevenissen van Lorraine en Ed Warren (gespeeld door Vera Farmiga en Patrick Wilson). Het echtpaar stichtte in 1952 de New England Society for Psychic Research en claimde meer dan tienduizend gevallen van paranormale activiteiten te hebben onderzocht. In 1971 worden de Warrens door het gezin Perron gesmeekt hulp te bieden bij het verjagen van duistere krachten uit hun nieuwe huis, plus een hardnekkig gevalletje van exorcisme. Bloedstollend voor de één, popcornvermaak voor de ander.

 

30 augustus 2013

 
ALLE RECENSIES
 

Purge, The

**

recensie  The Purge

Een walgelijke nacht

door Joan Gebraad

Hoe krijg je een maatschappij met extreem lage criminaliteitscijfers en een werkeloosheid van maximaal 1%? Stel een nationale feestdag in waarop mensen twaalf uur lang eigen rechter mogen spelen. The Purge is zowel walgelijk als spannend en gaat ten onder aan clichés. 

Het is 2022. Na jaren van grote ellende heeft een tweede stel Founding Fathers de Amerikaanse maatschappij nieuw leven ingeblazen. Op de avond van de Zuivering (Purge) treffen we huisvader James Sandin (Ethan Hawke), zijn vrouw Mary (Lena Headey), zoon Charlie (Max Burkholder) en puberdochter Zoey (Adelaide Kane) tijdens een alledaags gezinsdiner. Niet veel later wordt het beveiligingssysteem ingeschakeld, rollen de luiken naar beneden en gaat de tv aan. De komende twaalf uur mag iedereen ongestraft moorden, verkrachten, roven en plunderen. Dat haalt frustraties bij mensen weg, aldus de regering, die ongewild associaties met de Republikeinse Tea Party oproept. Wapens en God gaan immers hand in hand.

Recensie The Purge

Daar komen de clichés
De goedhartige familie Sandin lijkt veilig, totdat Charlie medelijden krijgt met een opgejaagde zwarte zwerver (Edwin Hodge) – de excuusneger? – en hem in huis laat schuilen. Niet veel later gaat de bel. Een groep zwaarbewapende, bloeddorstige studenten met lachwekkende maskers eist de zwerver op. Zij hebben recht om hem neer te knallen. Als de Sandins niet meewerken, wordt hun huis platgegooid en krijgt iedereen de kogel. Natuurlijk valt het licht uit, natuurlijk ontstaat er paniek en onenigheid, natuurlijk blijkt het beveiligingssysteem waardeloos en natuurlijk draait het allemaal om de vraag wie deze nacht zal overleven.

The Purge ontwikkelt zich dus tot het type thriller waarin een all American family opgesloten zit in een huis vol gekken. Regisseur James DeMonaco weet de spanning er goed in te houden. Het is telkens weer een verrassing wie de hoek om komt lopen of wie er nu weer in het duister een pistool tegen zijn hoofd voelt. Cameravoering, muziek en de uiterst bizarre uitdossing van de meedogenloze studenten werken daaraan mee. Vooral de leider van het zootje gespuis is een engerd.

Verstrikt in eigen web
Echter na een tijdje beginnen angst, knalwerk en overpeinzingen saai te worden. Als dan ook nog eens de jaloerse buren (de Sandins hebben een van de grootste huizen in de buurt) op bezoek komen, bereikt de film zijn dieptepunt qua spanning. Er rest niets meer dan de wanhoop en het politiek correcte verlangen naar de vrede van een zachtaardige, stereotype, middenklasse huisvrouw.

The Purge wil te graag een thriller met een morele en politieke boodschap zijn en raakt daardoor verstrikt in zijn eigen web. De film is bij vlagen lachwekkend, waar hij serieus en dramatisch bedoeld is. Na afloop ga je naar buiten met een ongemakkelijk gevoel: want stiekem vraag je toch af hoeveel mensen zo’n zuivering diep in hun hart een goed idee zouden vinden.

 

14 juli 2013

 
ALLE RECENSIES

World War Z

****

recensie  World War Z

Moderne superzombies

door Simone Vogel

Als we de media mogen geloven, richt Brad Pitt zich minder op films en meer op zijn familie. Dit sympathieke imago zien we terug in World War Z waarin hij de ultieme huisvader in een gelukkig gezin speelt. Helaas wordt dit ideale plaatje verstoord en is het aan Pitt om de wereld te redden. 

Gerry Lane (Brad Pitt) is een voormalige medewerker van de Verenigde Naties. Na jaren geconfronteerd te zijn met oorlogen, leidt hij een rustig leven. Plotseling zet een mysterieus virus de hele wereld op zijn kop. Door de uitbraak veranderen mensen in zombies en niemand is veilig. Lane wordt voor de keuze gesteld: op zoek gaan naar de oorzaak van het virus om zijn gezin in veiligheid te stellen of het in zijn eentje opnemen tegen alle zombies.

Gewapend met zijn kennis van de VN en een team SEALS brengt zijn zoektocht hem naar de oorsprong van het virus in Zuid-Korea en Israël. Hier leert hij methoden om de zombies tegen te houden. Uiteindelijk blijkt niets tegen hen bestand. Lane komt, samen met een Israëlische soldate, in Wales terecht om een middel te vinden dat de uitbraak van het virus een halt toe kan roepen.

Stalen zenuwen
World War Z is een film voor mensen met stalen zenuwen. Hoewel hij rustig begint in een huis in Philadelphia, slaat de gemoedelijke sfeer al snel om in chaos en dat blijft zo tot aan het einde. Het camerawerk is op sommige momenten van strijd zo wild dat het niet helemaal duidelijk is waar je nu precies naar kijkt. Maar op het moment dat het overzicht lijkt te verdwijnen, schijnt daar Brad Pitt als een helder baken in de nacht om de rust weer terug te brengen en het verhaal duidelijk te houden.

recensie World War Z 3D

Hij krijgt hulp van een kleine delegatie van de bevolking die veilig op een vloot leeft. Deze beelden doen denken aan films over wereldrampen zoals 2012 van Roland Emmerich. World War Z, dat gebaseerd is op het gelijknamige boek uit 2006, is daarmee een mix tussen een moderne zombiefilm en een wereldrampenfilm van apocalyptische proporties. De locaties in Zuid-Korea en Israël zijn minder conventioneel, maar daardoor des te indrukwekkender.

Beter in 3D
Het gebruik van 3D voegt een extra dimensie toe aan de film. Waar World War Z in 2D al een goede indruk zal achterlaten, zorgt het 3D-effect ervoor dat de zombies larger than life zijn. Ze zijn, dankzij fantastische make-up en indrukwekkende acteurs, hun oude imago ontstegen en geëvolueerd tot moderne superzombies met klapperende kaken en waanzin in de ogen.

Het enige mindere aspect van World War Z zijn de overduidelijke onwaarschijnlijkheden. Zo wordt Pitt de gehele film neergezet als een gewone man van vlees en bloed, maar overleeft hij op sommige momenten op zo’n onmogelijke manier dat het haast lijkt alsof hij Superman is geworden. Het einde laat ook veel aan de verbeelding over, maar Paramount maakte al bekend dat er een vervolg komt op World War Z.

 

1 juli 2013

 
ALLE RECENSIES

Berberian Sound Studio

***

recensie Berberian Sound Studio
Bijzonder: een film voor de oren

door Alfred Bos

De tweede film van cult-regisseur Peter Strickland lijkt aan de buitenkant een ode aan giallo (Italiaanse horror uit de jaren ’70), maar is iets heel anders: een surrealistische mindfuck van een film, het resultaat van een morbide en unieke verbeelding.

Peter Strickland debuteerde enkele jaren terug met Katalin Varga, een op 16 millimeter gedraaide film waarin een jonge vrouw door de Karpaten trekt, op zoek naar haar verkrachters en vader van haar kind. Een beklemmende vertelling over goed en kwaad; fraai geschoten, niet-lineair verteld en voorzien van een bovengemiddeld knappe, intrigerende soundtrack die de film een metafysische dimensie geeft.

In Berberian Sound Studio staat de soundtrack centraal, letterlijk. De Engelse geluidstechnicus Gilderoy – geen achternaam, zoals bijna geen enkele personage in deze film – is gevraagd te assisteren bij het vervaardigen van de geluidsband voor een Italiaanse horrorfilm over heksen en sadistische priesters; daarin zullen giallo-fans Suspiria (1977) van Dario Argento herkennen. Naarmate de film, en het werk aan de soundtrack, vordert gaan werkelijkheid en verbeelding door elkaar lopen. Het resultaat is bizar.

Film over filmgeluid
Berberian Sound Studio is gefinancierd door Warp X, de filmtak van het Britse Warp-label, dat is gespecialiseerd in avontuurlijke elektronica. De bijbehorende soundtrack is gemaakt door Warp-act Broadcast en is, als zelfstandig uitgebracht album, een volwaardige release. Broadcasts score is aangevuld met soundscapes van onder meer Nurse With Wound (Steven Stapleton) en Sonic Catering Band, het experimentele trio waarin Strickland actief was voor hij naar de filmcamera greep.

Die link met elektronische muziek is belangrijk, want Katalin Varga en Berberian Sound Studio al helemaal onderscheiden zich door afwijkend en bijzonder gebruik van de geluidsband. Die zorgt een vervreemdend, om niet te zeggen hallucinant effect. De horror in Berberian Sound Studio wordt nimmer getoond, maar is doorlopend te horen. Foley artiesten (die de analoge geluidseffecten verzorgen), stemactrices (voor de filmdialogen en ijzingwekkende kreten) en de timide geluidstechnicus Gilderoy staan centraal. Dit is een film over filmgeluid.

Droste cacaobus-effect
Berberian Sound Studio is niet alleen een claustrofobische verkenning van een ruimte zonder ramen. De film is meerdere dingen tegelijk; er zit ook een meta-film in die bespiegelt hoe fantasie of virtuele werkelijkheid (in dit geval film) en realiteit verstrengeld kunnen raken. In een visueel verbluffende scène wordt Gilderoy – gespeeld door Toby Jones, die onlangs nog als Alfred Hitchcock schitterde in de HBO film The Girl – wakker in zijn eigen film en ontvouwt zich een surrealistisch Droste cacaobus-effect waarvoor Jean Cocteau zich niet zou hoeven te schamen.

Die scène alleen al maakt Berberian Sound Studio – net als Katalin Varga naar een script van de regisseur – de moeite waard. Fans van Italiaanse horror moeten wellicht hun verwachtingen bijstellen, maar liefhebbers van eigenzinnige cultfilms zullen genieten. Strickland is nog geen Leos ‘Holy Motors ’ Carax, maar geeft niettemin blijk te beschikken over een originele en binnen het huidige aanbod unieke verbeelding. Het is te hopen dat hij de kans krijgt zich verder te ontwikkelen.

 

5 mei 2013

Mama

***

recensie  Mama

Angstaanjagend zonder apotheose

door Wouter Spillebeen

Andrés Muschietti herwerkte zijn eigen korte film uit 2008 tot Mama, een volwaardige horrorfilm over enge kleine meisjes en de moederfiguur die hen heeft grootgebracht.

Een man vermoordt zijn vrouw en ontvoert zijn dochters van een en drie jaar oud. Hij brengt ze naar een huis in een bos, waar hij zichzelf en ook hen een kogel door het hoofd wil jagen. Een onbekend wezen redt de meisjes op het nippertje. Vijf jaar later worden de kinderen teruggevonden en gaan wonen bij hun oom Lucas (Nikolaj Coster-Waldau) en zijn vriendin Annabel (Jessica Chastain). Maar niet alleen de kinderen zijn teruggekeerd, ze hebben hun ‘Mama’ meegenomen.

Recensie Mama

Mama is een klassiek spookverhaal: een geest doolt rond op zoek naar zielenrust. De film getuigt van genoeg nieuwe ideeën om entertainend te blijven, zoals de psychiatrische insteek en de poging om het onverklaarbare te verklaren, maar het is niet wereldschokkend. Het lijkt wel alsof iedere horrorfilm tegenwoordig minstens één bezeten klein meisje bevat. Dat aspect is eng genoeg om oprechte schrik te veroorzaken en je soms bijna uit je sokken te doen springen.

Schrikmomenten
Op de acteerprestaties valt weinig aan te merken. Jessica Chastain, die dit jaar naast de Oscar voor beste actrice greep, toont dat ze ook haar mannetje staat in films die ver van Zero Dark Thirty verwijderd zijn. Haar vertolking van Annabel is een van de grootste troeven van Mama. Een andere is de sfeer. Die bouwt de film vooral in de eerste helft. De kijker wordt vaak op het ongemak gesteld, zoals het moet.

Er zijn schrikmomenten, maar niet tot verveling en meestal niet op voorspelbare momenten. Toch is de film zeker niet perfect, er zitten gaten in de plot. Zo krijg je geen antwoorden op de vraag hoe de meisjes konden overleven en waarom oom Lucas een zoektocht onderneemt. Hij moet voor het goed van het verhaal gewoon even uit de picture verdwijnen, maar er wordt verder niets mee gedaan.

Domper
Het einde van Mama is een echte domper. Als het ‘spook’ in kwestie niet in beeld komt op een paar glimpen na, vormt de kijker een eigen beeld van het wezen. Wat gemaakt kan worden met computeranimaties is nooit zo eng als hetgeen de kijker zich voorstelt. Dus wanneer in de laatste scènes de Mama-figuur zeer prominent verschijnt, valt alle suspense en angst voor deze mysterieuze entiteit weg. Dat is des te jammerlijk omdat de rest van Mama kwalitatieve en sfeervolle horror brengt.

 

2 maart 2013

 
ALLE RECENSIES