Nico, 1988

****

recensie Nico, 1988

Eerlijk portret van een 60’s icoon 

door Suzan Groothuis

In Nico, 1988 volgen we Christa Päffgen, beter bekend als Nico van The Velvet Underground of als muze van Andy Warhol, in haar laatste jaren. Een vrouw met een bewogen leven, waarover muzikant en bandlid James Young in zijn boek Nico, Songs They Never Play On The Radio schreef: From the start, Nico seemed destined for a life of strange tensions and weird scenes.

De van oorsprong Duitse was iemand om wie je niet heen kon. Een prachtige, indrukwekkende verschijning (Nico deed modellenwerk en had een rolletje in Fellini’s La Dolce Vita) die in de jaren ’60 naar Amerika kwam en daar Andy Warhol ontmoette. Hij bracht haar in contact met The Velvet Underground en produceerde hun debuutalbum. Nico werd toegevoegd als chanteuse en zong een paar nummers mee. Zij was echter nooit officieel lid van de band en ging solo verder.

Nico, 1988

Nico ontwikkelde een eigenzinnige, donkere muzikale stijl, begeleid door haar zware stem en harmonium. Met haar muzikale carrière begon ook een jarenlange heroïneverslaving. In 1988 kwam plots een einde aan Nico’s leven, nadat zij in Ibiza door een val van haar fiets aan een hersenbloeding bezweek. In 1995 verscheen de documentaire Nico Icon, waarin vrienden, muzikanten en familie terugblikken op haar leven. Ook Nico zelf, met haar diepe, karakteristieke stem: “Regrets? I’ve got no regrets… except that I was born a woman instead of a man.”

Het geluid van brandend Berlijn
Nico’s karakter was er een van uitersten: introvert maar aanwezig, met een obsessie voor verval en destructie. Nico, 1988 opent dan ook met zowel dreigende als schone beelden: een jonge Christa kijkt, terwijl de hemel donker kleurt, naar fel licht in de verte. Brandend Berlijn, het einde van de Tweede Wereldoorlog. Een plaatje dat zij nooit meer vergeten zou. Maar ook het geluid dat zij toen hoorde blijkt een grote rol te spelen in Nico’s latere muzikale carrière: gewapend met een opnamekoffer probeert ze het te vangen. Het geluid van het einde van de oorlog, nog nagloeiend in Nico’s zijn: “It was the sound of defeat”.

Nico wordt in Nico, 1988 vertolkt door de Deense actrice Trine Dyrholm (In a Better Word, A Royal Affair). Ondanks dat zij qua uiterlijk niet lijkt op Nico, weet Dyrholm een indrukwekkend portret neer te zetten en met haar stem en karakteristieken dichtbij te komen. Dyrholm zingt alle nummers zelf en doet dat met verve. Met name een illegaal concert in voormalig Tsjechoslowakije laat de haren op de armen rijzen: kippenvel. We zien een uitzinnige Nico die als een echte punkdiva het publiek met het nummer My Heart Is Empty mee krijgt en alles geeft wat ze in zich heeft.

Nico, 1988

Ook het persoonlijke portret van Nico in haar laatste twee jaren is geloofwaardig: regisseur Susanna Nicchiarelli toont haar ongegeneerd, maar altijd eerlijk en met respect. Er zijn beelden van internationale optredens, dan weer briljant, dan weer gênant. En de pogingen van Nico om een band op te bouwen met haar suïcidale zoon Ari, terwijl ze zelf als het even kan heroïne spuit. Maar er is ook gevatheid en humor, zoals een scène met een fles limoncello. Nico’s oog valt er op, maar de eigenaar twijfelt het haar te geven. Nico: “The bottle is too precious”.

Muziek als levensdoel
Ondanks – of misschien wel dankzij – Nico’s complexe persoonlijkheid is het onoverkomelijk dat je als kijker empathie voor haar voelt. Haar doorzettingsvermogen, afgezien van de tegenslagen – een hardnekkige drugsverslaving, een muzikale carrière die maar moeilijk van de grond komt en een suïcidale zoon – is bewonderenswaardig.

Dit is geen portret van de Nico van The Velvet Underground. Dit is een eerlijke weergave van de vrouw van na The Velvets die niet langer mooi gevonden wilde worden en zich richtte op haar levensdoel: “My life started after the experience with The Velvet Underground. I started making my own music.”
 

15 april 2018

 
MEER RECENSIES

Amori Fragili

***

recensie Amori Fragili

Strijdend voor liefde

door Suzan Groothuis

De relatie tussen Claudia en Flavio, beiden hoogleraren aan de universiteit, houdt geen stand. Francesca Comencini’s film, gebaseerd op haar roman over liefdes waarvoor geen plaats is, toont hoe angst en ouder worden invloed hebben op samenzijn. In zijn geheel onevenwichtig, maar met name in de tweede helft zijn er wat pakkende, komische momenten over die moeilijke jaren van de menopauze en nog mee tellen op de seksuele markt.  

Claudia’s en Flavio’s zevenjarige relatie is er een van vuur. Tijdens een voordracht leren ze elkaar kennen, waarbij Claudia Flavio op felle wijze interrumpeert omdat ze vindt dat hij liefde en vrouwen tweederangs maakt in zijn betoog over epische verhalen en oorlog. Hun discussie eindigt in een café, waarbij zij toegeeft dat ze, zomaar ineens, verliefd op hem geworden is.

Amori Fragili

Hoewel Claudia’s leeftijd niet genoemd wordt, is zij duidelijk een vrouw in de overgang. Onwelkome haren steken de kop op. En van het liefdeshormoon oxytocine is iets teveel aanwezig. Het geeft Claudia een wispelturig, intens karakter. Ze stort zich vol overgave in de liefde. Zelfs wanneer haar relatie met de zelfingenomen Flavio voorbij is, stuurt ze hem nog berichtjes. Ook het liefdeshormoon is bij hem aanwezig, aldus Claudia, maar hij is vergeten dat hij van haar houdt.

Liefde niet kunnen en willen vergeten
Amori Fragili is gebaseerd op Comencini’s roman Amori che non sanno stare al mondo. Het verhaal, over liefdes waarvoor geen plaats is, is een mengeling van drama en komedie. Leidend is Claudia, onze intense, chaotische en hysterische hoofdpersoon. Ze kan en wil haar liefde voor Flavio niet vergeten. Zeker niet wanneer blijkt dat hij gekozen heeft voor een twintig jaar jongere vrouw. Iets dat Claudia niet kan accepteren.

De film start rommelig, met een duik in de onstuimige relatie van Claudia en Flavio aan de hand van tijdsprongen. Met name zij is wennen: we zien een hysterische en bekvechtende Claudia. Een kenau volgens Flavio, die tegenover haar bazige wispelturigheid een zorgeloze zekerheid uitstraalt. Claudia heeft er met name ‘s nachts een handje van discussies te beginnen. Een bodemloze strijd, want, zoals Luke Sanderson uit The Haunting (1963) al zei: “Only one way to argue with a woman Doc… Don’t. 

Amori Fragili

Manier zoeken van in het leven staan
Claudia’s angst Flavio te verliezen leidt uiteindelijk tot een breuk. Ze moet haar eigen leven weer op poten zien te krijgen, maar dat is lastig met hem nog in haar hoofd. Met de breuk tussen de twee krijgt Amori Fragili meer inhoud. Is Claudia in eerste instantie vooral een typetje (denk aan de neurotische hoofdpersonen van films van Woody Allen, plus vurig, intens Italiaans bloed) dat eerder irritatie dan sympathie opwekt, naarmate de film vordert worden haar karakter en de fase van haar leven waarin ze zit, interessanter. De beste scène uit de film illustreert treffend hoe vrouwen van rond de vijftig liggen op de seksuele markt van een hetero kapitalistische maatschappij. De scène had zo uit een Almodóvar-film kunnen komen: in afwijkende kleuren (zwart-wit geschoten) wordt een minitheater opgevoerd waarin een kordate docente mooie dames op leeftijd laat zien hoe hun seksuele status ervoor staat. Komisch, driftig en met een raak stukje man-vrouwbeeld.

Uiteindelijk is Amori Fragili geen geruststellende film waarin een man en vrouw die een grote passie voor elkaar voelden weer bij elkaar komen. Comencini laat zien dat liefde strijd kost. Claudia (een rol van Lucia Mascino, onder meer bekend van de serie Suburra) moet een muur van leed doorbreken om weer rust te vinden. En ook Flavio (Thomas Trabacchi, binnenkort te zien in de biopic Nico, 1988) is niet zonder liefdesdemonen. Een beetje zoals het Amerikaanse The Lovers, waarin een stel hun uitgebluste huwelijk weer jeu probeert te geven. Maar sommige relaties houden gewoonweg geen stand, al is er nog zoveel aantrekkingskracht.
 

13 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Hannah

***

recensie Hannah

Stilzwijgende afstandelijkheid

door Suzan Groothuis

In Hannah is de camera constant gefocust op de gelijknamige hoofdpersoon: we zien heel veel Charlotte Rampling. En Rampling spreekt met haar blik, haar beroemde grijsgroene, katachtige ogen. Een blik die diep gaat, maar erachter komen wat er speelt doen we niet.

73 is ze, Charlotte Rampling (Swimming Pool, 45 Years). En nog steeds een veelgevraagde actrice. Bang om ouder te worden is ze niet, in de documentaire The Look noemt zij het ouder worden voor een artiest “enriching”. Bewust is ze dan ook in het uitkiezen van haar rollen.

Hannah

In Hannah draait het om de gelijknamige hoofdpersoon. Een vrouw op leeftijd, een zekere waardigheid uitstralend. Ze maakt de maaltijd klaar voor haar en haar man. Zwijgend zitten ze tegenover elkaar. Hun laatste avondmaal samen, blijkt later.

Want haar echtgenoot moet de gevangenis in. Stilzwijgend vergezelt Hannah hem, om afscheid te nemen van het leven dat ze hadden. Ze moet alleen verder, de bezoekjes aan haar man daargelaten. De camera volgt Hannah in haar dagelijkse structuur, die niet anders is dan dat het was. Althans, zo pretendeert zij. Hannah spreekt zich niet uit, alsof er nooit iets gebeurd is. De ramen van het huis waar ze schoonmaakt poetst ze nog net zo nauwkeurig als voorheen. Thuis bereidt ze haar maaltijden en ontfermt zich over haar hond. Alleen in de acteerlessen die ze volgt laat ze heel voorzichtig zien wat zich in haar schuilhoudt.

De grens van realiteit en ontkenning
Het leven van Hannah wordt in zorgvuldige composities geregistreerd. We zien haar onlosmakelijk verbonden met haar omgeving: thuis, werk, de metro, de acteerschool. In zichzelf gekeerd, de dialoog niet opzoekend. Maar dat ze worstelt is duidelijk: haar blik laat pijn en eenzaamheid zien, verborgen door trots en ontkenning.

Naarmate de film vordert komen we weinig te weten over de aanleiding van de arrestatie van haar man. De Italiaanse regisseur Andrea Pallaoro kiest bewust voor een schemergebied. De spanning zit ‘m niet in erachter komen wat er is gebeurd, maar wat er in Hannah’s hoofd gebeurt. Als kijker staan we in haar schoenen en zien we toe hoe een gevoel van machteloosheid haar overmeestert.

De kijker blijft in het ongewisse over Hannah’s aandeel in het gevangenschap van haar man. Wat weet ze en in hoeverre is ze medeplichtig? Zo is er een scène waarbij er aangebeld wordt bij haar thuis. Een vrouwenstem spreekt haar toe, naar het schijnt over het vermeende incident, en vraagt Hannah de deur te openen. Maar zij blijft als bevroren staan.

Terwijl Hannah in ontkenning is, zijn er gebeurtenissen die haar wankele leven nog meer uit evenwicht brengen. De bezoeken aan haar man, die een schim lijkt van wie hij was. Geen contact met hun zoon. En wanneer Hannah een verrassingsbezoek aan haar kleinkind wil brengen, wordt haar resoluut de toegang geweigerd.

Hannah

Stille wateren
Als kijker wil je het graag, in het hoofd van Hannah kruipen. Weten wat ze voelt, wat ze denkt, de dialoog met haar opzoeken. Maar Pallaoro laat ons in het luchtledige. We zien slechts flarden van Hannah’s ware emoties: zich kapot huilen als ze haar kleinzoon niet mag zien. Of haar bezoek aan een gestrande walvis aan de Belgische kust, een opzichtige metafoor voor haar eigen leven dat vastgelopen is.

We zien vooral leegte en afstandelijkheid. De beelden zorgvuldig rondom Hannah geconstrueerd, waarin ze niet teveel in donkere tinten kan opgaan: zoals het gebruik van opzichtig geel in de ballonnen die de tuin van haar kleinkind sieren. Er is nog kleur in het leven, lijkt de film te willen zeggen. Maar Hannah zit in een schemergebied, weifelend tussen er zijn en willen verdwijnen.

Toch beklijft Hannah’s tragedie niet. Hannah is uiteindelijk een afstandelijke, stilzwijgende registratie van een vrouw die vastloopt. Mooi neergezet door Rampling, dat wel, maar niet vernieuwend of bijzonder. Een soortgelijke rol had ze in François Ozon’s Sous le sable, waarin ze een weduwe speelt die niet met het verlies van haar man kan omgaan en in ontkenning is. Daar raakte en ontroerde er iets. Misschien is dat wel het grootste probleem van Hannah: de film pretendeert Ramplings blik te doorgronden, maar treedt slechts stille wateren tegemoet.
 

19 februari 2018

 
MEER RECENSIES

Call Me by Your Name

*****

recensie Call Me by Your Name

Ode aan de overgave

door Alfred Bos

Slotstuk, aldus de Italiaanse regisseur Luca Guadagnino, van zijn drieluik over de liefde. Jongen en man, beiden hetero, vallen voor elkaar. Zinnelijker cinema dan Call Me by Your Name is er zelden gemaakt.

Liefde is grillig en genadeloos. Zit je als 17-jarige zoon van een professor klassieke kunsten te lummelen in de vakantievilla van je ouders en foezel je onwennig met een meisje dat graag je vriendin zou willen zijn, komt er een exotische Amerikaan je leven binnen wandelen. Hij gaat je vader een zomer lang lang helpen bij diens onderzoek van antieke beelden en krijgt de kamer naast jouw kamer aangeboden als logeerverblijf. Jij bent hetero, hij is hetero, maar voor je het weet broeit er erotiek. Liefde is blind.

Call Me by Your Name

Call Me by Your Name is de vijfde speelfilm van Luca Guadagnino, de Italiaanse regisseur van broeierige, sensuele films over mensen op zoek naar liefde. Of liefde op zoek naar mensen. Elio, de jongen op de rand van volwassenheid, en Oliver, de zelfverzekerde vroegdertiger, zijn door toeval voor een zomer samengebracht en overkomt een mysterie. De regisseur toont het zoals het is: onwennig, verwarrend, maar bovenal—zuiver. Er is geen politiek, geen verklaring of excuus, geen intrige. Alleen aantrekking en passie. Dit is liefde als universele oerkracht.

Perzik als surrogaatvagina
Net als in zijn beide voorgaande films, Io Sono l’amore (Ik ben liefde, 2009) en A Bigger Splash (2015), is Call Me by Your Name gesitueerd in een besloten wereld buiten de dagelijkse maatschappelijke orde. De materiële zaken zijn geregeld, de personages hebben alle tijd om in luxe te lummelen. De vakantievilla van professor Perlman (Michael Stuhlbarg) ademt cultuur en mondaine elegantie. Pa leest ter ontspanning Dante’s Goddelijke Komedie en door het hele huis slingeren stapels boeken. Onderling wordt er Frans, Italiaans en Engels gesproken en mevrouw Perlman (Amira Casar) voegt daar accentloos Duits aan toe. Subtekst: identiteit is meervoudig, vloeibaar.

Ook de geografie heeft een meervoudige identiteit. Het buitenhuis is gesitueerd nabij Bergamo, een van de oudste steden van Lombardije, met een Romeinse, Etruskische en Keltische historie. Bovendien is het zomer en het buitenleven één lange reeks van zinnelijke prikkels. Aan de bomen groeien abrikozen en perziken, met hun fluwelen huidje, sappig vlees en harde pit zinnebeelden van sensualiteit. Call Me by Your Name is een ode aan zuivere zinnelijkheid. Aan de overgave.

Professor Perlman test assistent Oliver (de lange, atletische Arnie Hammer) met een vraag over de ethymologie van het woord abrikoos. Die abrikoos, de vroegrijpe steenvrucht, is zijn zoon Elio (Timothée Chalamet), die op zolder, beneveld door zijn gevoelens voor Oliver en zijn vakantievriendin, de Française Marzia (Esther Garrel), een perzik als surrogaatvagina hanteert. Hij stommelt onbevangen de erotiek binnen, gedreven door onbekende sensaties.

Call Me by Your Name

Tederheid die verbluft
Luca Guadagnino vangt de roman van André Aciman (die zelf in een bijrol te zien is) in quasi-documentair naturel, waarin de zinnelijkheid van de mediterrane zomer werkt als katalysator van de chemie tussen Elio en Oliver. Veel shots zijn gefilmd vanuit de ogen van Elio, de close-ups benadrukken intimiteit. De boeken, beelden en kunst die de film stofferen verwijzen zonder uitzondering naar de komende, heimelijke relatie tussen de minnaars.

Nadat Oliver weer is teruggevlogen naar Amerika, wordt de zomer die van Elio een man maakte ragfijn en diep doorvoeld van betekenis voorzien in een gesprek tussen vader en zoon. Daar raakt de film een zeldzaam niveau van sensibiliteit, een tederheid die verbluft. Liefde kwetst en liefde heelt. Liefde maakt de mens.

Luca Guadagnino wordt met elke film beter en na het geslaagde A Bigger Splash is Call Me by Your Name een voltreffer van tijdloze allure, een film die de door hem bewonderde Bertolucci naar de kroon steekt. Hollywood lonkt en wat wordt de volgende stap van de regisseur? Een genrefilm? Een blockbuster-bolognese? Een beetje van beide, maar dan op zijn Guadagninoos: een remake van de giallo-klassieker Suspiria met een internationale rolbezetting. Het maakt allemaal niet uit, want met Call Me by Your Name heeft hij zijn meesterwerk gemaakt. Zulke zuivere cinema zie je zelden.
 

9 januari 2018

 
MEER RECENSIES

Colore Nascosto delle Cose, Il

**

recensie Il Colore Nascosto delle Cose

Blinde vrouw laat man zien

door Cor Oliemeulen

Een blinde vrouw opent het hart van een man die zijn gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel niet onder ogen kan zien. Net als de lastige filmtitel hoef je het verhaal van Il Colore Nascosto delle Cose niet te onthouden. De plaatjes van bloemen zijn prachtig, maar die alleen geven de film te weinig kleur. 

De mooie Emma werd op haar zeventiende blind, maar dat heeft haar er niet van weerhouden om een praktijk als osteopaat te beginnen. Acht maanden na haar scheiding ontmoet ze de knappe reclamemaker Teo tijdens een bedrijfsuitje in een donkere ruimte waar Emma rondleidingen geeft. Ze vinden elkaars stemmen intrigerend. Het duurt niet lang voordat Teo met een gesimuleerde schouderklacht in zijn onderbroek bij Emma op de behandeltafel ligt. Emma kan natuurlijk heel goed voelen en ontdekt wat spanningen in Teo’s lijf. Hij komt graag bij haar terug en langzaam ontstaat er een vriendschap.

Il Colore Nascosto delle Cose

Uit vorm
Il Colore Nascosto delle Cose zou zomaar een verfilmde stuiverroman kunnen zijn. Het verhaal is deels geschreven door de Italiaanse regisseur Silvio Soldini, die maar niet kan beslissen waar hij naartoe wil en na bijna twee uur kennelijk voor een romantisch drama heeft gekozen. Ondertussen ervaren we de belevingswereld van een blinde vrouw (overtuigend gespeeld door Valeria Golino: Caos Calmo, Il Capitale Umano) die een blind meisje helpt met het overwinnen van haar frustraties en die Teo leert verder te kijken dan alleen reclamebeelden. Emma en Teo praten over kleuren, ruiken aan planten, knuffelen bomen en uiteindelijk elkaar. Teo geeft nu zelfs een plant op zijn kantoor water.

Hoewel hij oprecht lijkt in zijn gevoelens van genegenheid en vriendschap, is Teo vanaf het begin uit op seks met Emma (hij sluit zelfs een weddenschap met een collega), die niet weet dat hij al twee jaar een relatie heeft met een andere vrouw (die hij weer met een andere vrouw bedriegt). Teo laat zich niet graag hinderen door een groot verantwoordelijkheidsgevoel, want ook met zijn familie heeft hij geen contact. Hij kan zich moeilijk binden en woont op zichzelf, samen met zijn pratende stofzuigerrobot.

Il Colore Nascosto delle Cose

De kijker bepaalt
De filmtitel suggereert iets dat niet onmiddellijk zichtbaar is voor de ogen, maar dat later onthuld zal worden. Wat dat is, mag de kijker zelf bepalen. Is Teo zo’n typische klootzak die zijn lid achterna loopt, of ontdekt hij voor het eerst in zijn leven wat het is om van iemand te houden, trouw te zijn en verantwoordelijkheidsgevoel aan de dag te leggen? Voor een regisseur, die in 2000 doorbrak met het gedenkwaardige komische drama Pane e Tulipani, mag je meer richting, duiding en spanning verwachten. Zijn jongste film kabbelt maar voort, en de korte familiereünie op het einde lijkt er terloops en plichtmatig aan vastgeplakt.

Wat overblijft is een fascinerend kijkje in de wereld van visueel gehandicapte mensen. Soldini maakte eerder een documentaire over blinde mensen, die door anderen vaak op afstand worden gehouden of met medelijden bejegend, maar toch vaak blijken te beschikken over een grote mate van zelfstandigheid en een gezonde dosis ironie. Zijn bedoelingen zijn vast oprecht, echter Soldini weet met Il Colore Nascosto delle Cose bar weinig te verrassen en te ontroeren. Hij had er beter een melodrama van kunnen maken.
 

25 november 2017

 
MEER RECENSIES

5 films van ‘onbekende’ Marco Bellocchio

Vijf films van ‘onbekende’ regisseur Marco Bellocchio

Vincere

Op de laatste golven van het Italiaanse Neorealisme ontstond in de jaren 60 een dynamiek die zowel de filmwereld als de maatschappij wakker schudde. In het cinematografische geweld van Fellini, Antonioni, Bertolucci en Pasolini is Marco Bellocchio relatief onbekend gebleven. Onterecht. Ruim een halve eeuw na zijn regiedebuut gaat deze week Sweet Dreams (Fai bei sogni) in première. Vijf opvallende films uit zijn oeuvre.

Samenstelling: Cor Oliemeulen

1. – Fists in the Pocket (I pugni in tasca, 1965)

De eerste speelfilm van Marco Bellocchio is vaak aangemerkt als een van de betere regiedebuten in de filmgeschiedenis. We volgen de belevenissen van een disfunctionele familie, wat nog iets nieuws was in die dagen. Een blinde moeder, die niet bij machte is om het huishouden in goede banen te leiden, en vier kinderen die in meer of mindere mate epileptisch zijn. Het plot draait om de jonge, onrustige en impulsieve Alessandro (onvergetelijke rol van de Colombiaanse Zweed Lou Castel, in het Italiaans gedubd) die zijn oudste broer Augusto denkt te kunnen ontlasten door hun moeder en hun zwakzinnige broer om te brengen. Ook Alessandro’s haat-liefdeverhouding met zijn mooie zus Giulia (Paola Pitagora) is opmerkelijk: soms lijkt het alsof ze meer zijn dan broer en zus. Realistisch gefilmd (veel medium shots in de stijl van de Franse Nouvelle Vague), veelal tragische klanken van Ennio Morricone (in het zelfde jaar maakte hij de soundtrack van For a Few Dollars More) en een slotakte die discussie uitlokt.


 

2. – China is dichtbij (La Cina è vicina, 1967)

La Cina è vicina’ kalkt een groepje jonge maoïsten ’s avonds op een stadsmuur, terwijl ze worden betrapt door een politieagent op een fiets. Of hij nu wil of niet, de functionaris verdwijnt met wat bankbiljetten in zijn zakken, want tegen zoveel verbale bluf is hij niet bestand. Marco Bellocchio, toen nog actief lid van een marxistische partij in Italië, maakte met China is dichtbij een satire over politieke idealisten in een conservatieve omgeving en schroomt niet tegen wat heilige huisjes aan te leunen. Ondertussen maken we kennis met een professor die leider van de socialistische partij wil worden en zijn rijke zus die met jan en alleman de koffer induikt. De film ontaardt in een rommelige zedenschets op zijn Italiaans, waarin en passant het taboe rond abortus wordt doorbroken. Het meest memorabel is de geestige scène waarin een bedlegerige priester zich laat toezingen door een koortje jochies en de finale waarin de twee hoofdrolspeelsters zwangerschapsoefeningen met een voetbal doen.


 

3. – Sbatti il mostro in prima pagina (1972)

Met zijn belangstelling voor filosofie en politiek activisme heeft Marco Bellocchio veel oog voor de maatschappelijke turbulentie in het Italië van de jaren 70. Sbatti il mostro in prima pagina begint met minutenlange authentieke beelden van een oproer van ‘antifascisten’ in Milaan. We worden direct in een fascinerend drama getrokken nadat er vlak voor de verkiezingen molotovcocktails in het pand van het rechts-populistische dagblad Il Giornale belanden. De moord op de 17-jarige dochter van een gerespecteerde professor zal de politieke schermutselingen al snel een extra dimensie bieden. Aanvankelijk ziet de hoofdredacteur van de krant, Bizanti (Gian Maria Volontè), een prima gelegenheid om de losse verkoop op te schroeven: “Als Italiaanse moeders willen huilen, dan zullen ze huilen.” Maar wanneer hij zich realiseert dat een afgewezen vriend van het vermoorde meisje een linkse radicaal is, heeft hij de ideale dader en een prima instrument in handen om de verkiezingen te beïnvloeden. In het symbolische eindshot zien we een kanaal in de stad dat langzaam wordt vervuild met allerlei troep.


 

4. – Biongiorno, Notte (2003)

Naast zo’n 25 speelfilms maakte Bellocchio een aantal korte films én documentaires. In Sogni Infranti (1995) interviewt hij gedesillusioneerde leden van de Rode Brigades, vooral bekend van de geruchtmakende ontvoering van Aldo Moro in 1978. In 2003 volgde een historisch drama: Biongiorno, Notte. De kidnapping van de christendemocratische minister-president, waarbij drie politiemannen en twee bodyguards werden doodgeschoten, bracht het land in een toestand van shock. We volgen de vier kidnappers, één vrouw en drie mannen, vanaf het huren van een appartement waar Aldo Moro gevangen wordt gehouden tot het wegvoeren van de politicus bijna twee maanden later nadat volgens Proletarisch Recht doodstraf is gevonnist. Terwijl de extremisten hopen dat de arbeiders nu wel in opstand zullen komen tegen de heersende klasse, ziet het overgrote deel van de bevolking de Rode Brigades als ordinaire moordenaars. De spanning van de film zit hem in de psychologie tussen de kidnappers en Moro, en de kidnappers onderling. De toon verandert als de staatsman een ‘mens’ blijkt, maar de ‘arbeidersrevolutie kan geen gevoelens gebruiken’. Sfeervol door droombeelden van de vrouwelijke terrorist en tracks van Pink Floyd, zoals het hartverscheurende The Great Gig in the Sky.


 

5. – Vincere (2009)

Dit donkere melodrama wordt vaak beschouwd als Marco Bellocchio’s beste film. Hij gaat over de opkomst en glorietijd van dictator Benito Mussolini, bezien door de ogen van Ida Dalser, met wie hij in 1914 een hartstochtelijke liefdesrelatie en een zoon kreeg. Ida is idolaat van Benito en hangt aan zijn lippen als hij zijn politieke overtuigingen verkondigt. Zij verkoopt al haar bezittingen, zodat hij een krant kan beginnen. Maar dan blijkt dat Mussolini al getrouwd is en een kind heeft. Ida wordt aan de kant geschoven en opgesloten in een psychiatrische inrichting, terwijl hun zoon wordt ontvoerd en eveneens in een gesticht belandt. Ida zal heel haar leven blijven beweren dat zij getrouwd was met de dictator, maar dit is zowel in de film als in werkelijkheid nooit bewezen. Bellocchio maakte met Vincere een intrigerend historisch drama over een bruut die machtiger dan Napoleon wilde worden. En zoals vaker wisselt de Italiaanse cineast soepel tussen somber stemmende realiteit, archiefbeelden en korte droomsequenties. Glansrol van Giovanna Mezzogiorno, vorig jaar nog te zien in een filmadaptatie van Het Diner van Herman Koch, I Nostri Ragazzi.

 

29 december 2016

 

Alle leuke filmlijstjes

Sweet Dreams

***

recensie Sweet Dreams

Worstelen en langzaam bovenkomen

door Cor Oliemeulen

Tussen het filmgeweld van tijdgenoten als Antonioni, Fellini, Pasolini en Bertolucci is de rol van Marco Bellocchio onderbelicht gebleven. Een halve eeuw na zijn debuut verschijnt Sweet Dreams, een wat ingetogen portret van een man die op jonge leeftijd onder mysterieuze omstandigheden zijn moeder heeft verloren.

Turijn, kerstmis 1969. De negenjarige Massimo heeft het gezellig met zijn moeder: samen zingen, dansen en een spannende film kijken. “Fai bei sogni (droom lekker)”, zegt moeder als ze haar zoontje heeft ingestopt. Een dag later is er grote consternatie in huis, want er is iets met moeder gebeurd. “Een acute hartaanval”, hoort het jochie. Een priester vertelt hem dat zijn moeder nu zijn beschermengel is. Massimo kan niet accepteren dat zijn moeder er niet meer is en wordt opstandig. Zijn vader neemt hem mee naar een voetbalwedstrijd van Napoli en op moeilijke momenten vraagt Massimo raad aan zijn denkbeeldige vriend Belfagor, het duivelse karakter in de film die hij met zijn moeder keek. Het plotselinge overlijden van zijn moeder zorgt ook nog bij een volwassen Massimo tot psychische problemen.

Sweet Dreams

Onderbelicht
Marco Bellocchio is een Italiaanse regisseur die al begin jaren 60 begon met films maken maar altijd onderbelicht is gebleven door de cinematografische impact van vakbroeders als Antonioni, Fellini, Pasolini en Bertolucci. Veel meer dan genoemde grootheden, volgde de inmiddels 77-jarige Bellocchio in zijn films en documentaires de roerige Italiaanse geschiedenis van de twintigste eeuw. Van de opstand van antifascisten in Sbatti il mostro in prima pagina (1972), de geruchtmakende ontvoering van Aldo Moro in Biongiorno, Notte (2003) tot en met de opkomst en het huiselijke geweld van Mussolini in Vincere (2009) – politieke schermutselingen lopen als een rode draad door zijn oeuvre.

Hoe anders is dat in Sweet Dreams, een bewerking van de gelijknamige Italiaanse bestseller van Massimo Gramellini. Het pakkende verhaal over Massimo die pas tientallen jaren later de ware oorzaak van zijn moeders dood ontdekt, staat bijna loodrecht tegenover de grillige atmosfeer van een disfunctionele familie in Bellocchio’s ijzersterke debuut I pugni in tasca (1965). Terwijl in die film de hoofdpersoon iedereen in zijn misère meesleurt en kansloos ten onder gaat, is er in Sweet Dreams hoop voor de protagonist om in het reine te komen met het verleden. Impulsiviteit versus teruggetrokkenheid; terreur versus rouw.

Sweet Dreams

Twijfel
Met zijn natuurlijke ingetogenheid is Valerio Mastandrea (La prima cosa bella, Perfetti Sconosciuti) een ideale acteur om de volwassen Massimo te verbeelden. Hij is werkzaam als journalist bij het dagblad La Stampa en begint last van paniekaanvallen te krijgen nadat hij in de jaren negentig de burgeroorlog in Sarajevo heeft verslagen. Hij vraagt de arts Elisa (Bérénice Bejo: The Artist, Le Passé) of hij misschien een hartaanval heeft gehad. Door haar steun, vriendschap en liefde begint Massimo steeds meer te twijfelen aan de werkelijke oorzaak van het overlijden van zijn moeder in zijn kindertijd.

Nadat hij op initiatief van zijn chef bij de krant een lezersbrief heeft beantwoord aan iemand die zijn moeder haat en de redactie wordt overstelpt met post van lezers die diep zijn ontroerd door Massimo’s spontane reactie, vindt hij zelf de kracht om het verleden te kunnen accepteren. Marco Bellocchio maakt met Sweet Dreams een voor zijn begrippen erg toegankelijke film. Mild, weinig verrassend en een tikkeltje zoet. Maar boeiend genoeg om je te kunnen identificeren met een man die worstelt met het verleden en langzaam bovenkomt.
 

27 december 2016

 
MEER RECENSIES

Perfetti Sconosciuti

****

recensie Perfetti Sconosciuti

Black box met explosieve lading

door Cor Oliemeulen

Menigeen kan Perfetti Sconosciuti beter zónder geliefde bezoeken. Hoe het verplicht openbaren van gegevens op je mobieltje leidt tot relationele slachtpartijen bewijst deze Italiaanse kaskraker.

Onlangs was op tv de documentaire Addicted to my Phone te zien. Gesteund door de gebruikersvoorwaarden van Facebook bood een Deens onderzoeksteam een zaklamp-app aan, echter de gebruikers wisten niet dat ze door het installeren van de app automatisch toegang gaven tot hun gesprekken, teksten, foto’s, camera en microfoon. Naderhand bezocht het team enkele gebruikers, die totaal geschokt reageerden omdat al hun data bleken te zijn gekopieerd en heimelijk gesprekken waren opgenomen. Zelfs een ex-minister wist zich geconfronteerd; we zagen hoe zij een dag later een spoedberaad in het parlement belegde.

Perfetti Sconosciuti

Bioscoophit
Het lenen en stelen van persoonlijke gegevens, winkels en organisaties die door middel van wifi-tracking de handel en wandel van bezitters van mobiele apparaten volgen en gebruiken, stralingsgevaar, verslaving aan je mobieltje en appen achter het stuur mogen dan verontrustend zijn als je er wat dieper over nadenkt – dat alles is nog niets vergeleken met het verplicht delen van de explosieve geheimen die de gemiddelde mobiele telefoon(eigenaar) met zich meedraagt.

De Italiaanse regisseur Paolo Genovese kwam op het originele idee om een speelfilm over dit gegeven te maken, getriggerd door een uitspraak van schrijver Gabriel Garcia Marquez: ‘Iedereen heeft een publiek leven, een privéleven en een geheim leven.’ Twintig jaar geleden waren onze geheimen veilig in onszelf opgeborgen, tegenwoordig liggen ze verborgen in onze mobieltjes. In Perfetti Sconosciuti (Volmaakte Onbekenden) wordt dan ook gesproken van een persoonlijke black box. Het komische drama was afgelopen voorjaar dé bioscoophit in Italië en won er twee Donatello’s, voor beste film en beste scenario.

Perfetti Sconosciuti

Van ruilen komt huilen
In een toneelsetting ontmoeten we drie stellen die bij één van hen samenkomen voor een diner. Ze zijn welgesteld en kennen elkaar al hun halve leven. Eén vriend komt later en zou zijn nieuwe vriendin meebrengen, maar die moet zich verontschuldigen. Na het uitwisselen van koetjes en kalfjes begint er een gesprek over de geheimen die iedereen op zijn of haar mobieltje meedraagt, waarna iemand oppert om tijdens het diner de anderen bij wijze van experimenteel spelletje deelgenoot te maken van binnengekomen gesprekken en berichtjes. Na wat tegenstribbelen ontstaan de eerste complicaties, als één van de getrouwde vrienden zich realiseert dat hij vanavond een wulpse foto van een vrouw zal ontvangen en hij de eenling in het gezelschap zover krijgt om stiekem mobieltjes te ruilen. Langzaam volgen de eerste kleine onthullingen en uiteindelijk blijkt dat minstens vijf van de zeven disgenoten iets serieus op hun kerfstok hebben. Maar niets is wat het soms lijkt.

De sterrencast – o.a. Giuseppe Battiston (Pane e Tulipani), Marco Giallini (Una famiglia perfetta), Valerio Mastandrea (La prima cosa bella) en Alba Rohrwacher (Le Meraviglie) – weet uitstekend raad met het intelligente scenario van Perfetti Sconosciuti, waarbij Genovese steun kreeg van een kwartet ervaren scenaristen. De film is bij voorkeur te genieten zónder partner, behalve natuurlijk als je absoluut geen geheimen voor elkaar hebt…
 

13 november 2016

 
MEER RECENSIES

De western als zen-opera

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Wraak verdampt tot karma

door Alfred Bos

Ook digitaal opgelapt is de eerste rol van Henry Fonda als schurk, 48 jaar na de eerste vertoning van Sergio Leone’s monumentale spaghettiwestern, nog steeds gedenkwaardig. Betere westerns zijn er niet gemaakt. Betere filmmuziek ook niet.

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Is Once Upon a Time in the West de beste western ooit gemaakt? Het verhaal is simpel: geheimzinnige vreemdeling met mondharmonica en schurk met lokale reputatie beschermen weduwe tegen lafhartige moordenaar die werkt voor spoorbaron. De uitwerking is groots: een kleine drie uur durende breedbeeldcollage van westerntropen en nouvelle vague-technieken (lange tracking shots, techniek als stijl, speciale aandacht voor geluid, de regisseur als auteur) in tergend traag tempo, ondersteund door een majestueuze soundtrack. Sergio Leone’s vierde spaghettiwestern is een meesterwerk.

En niet zijn eerste. Toen Once Upon a Time in the West vlak voor kerst 1968 in de Italiaanse bioscoop verscheen, had de wereld er een chaotisch jaar op zitten. De politieke moorden van Martin Luther King en presidentskandidaat Robert Kennedy (broer van JFK) in Amerika, de escalatie van de oorlog in Vietnam, de studentenrellen in Parijs, Berlijn en andere westerse steden, de inval van de Russen in Praag—de wereld snakte naar een moment van bezinning en eenheid. Dat kwam op kerstavond, toen Apollo 8 rondjes om de maan vloog en het publiek thuis achter de buis trakteerde op de eerste ruimte-selfie: planeet aarde gezien van buitenaf. Wat ontbrak was de soundtrack van Ennio Morricone.

Die was te horen onder Sergio Leone’s vierde spaghettiwestern. De regisseur had een naam hoog te houden, want zijn vorige film, The Good, The Bad and The Ugly (1966), was een epos op een schaal waarbij de doorsnee western van dat moment – en zijn eigen A Fistful of Dollars (1964) en For A Few Dollars More (1965), gedrieën de Dollars Trilogie met Clint Eastwood als de man zonder naam – bleekjes afstaken. Alles aan Once Upon a Time in the West ademt ambitie.

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Moreel besef
Het verhaal komt uit de koker van collega-regisseurs Benardo Bertolucci en Dario Argento, plus Leone zelf. Het basisgegeven is dat van The Good, The Bad and The Ugly: drie mannen, geharde individuen, strijden met en tegen elkaar. De inzet is geen verborgen schat, zoals in het slotstuk van de Dollars Trilogie, maar een goede zaak. Een jonge weduwe, Jill McBain (Claudia Cardinale), wordt belaagd door de sterke man, Frank (Henry Fonda, in zijn eerste rol als schurk), van treinbaron Morton (Gabriele Ferzetti). Die aast op de boerderij van haar familie, door Frank vermoord. Er zit water onder de grond, daar moet het station komen te staan.

De motieven van de mannen die haar te hulp schieten, elk om zijn eigen redenen, maken dat Once Upon a Time in the West ondanks overeenkomsten in plot en beeldtaal een gans andere film is dan The Good, The Bad and The Ugly. Cheyenne (Jason Robards), de beruchtste outlaw van het stadje Flagstone en omgeving, krijgt de schuld voor de moord op de McBains in zijn laarzen geschoven. De man met de harmonica, domweg Harmonica geheten (Charles Bronson), heeft met Frank een rekening te vereffenen.

Eer en reputatie zijn de inzet, niet geldgewin; moraliteit is de prettige bijvangst. Dat moreel besef, plus de aanwezigheid van een vrouw in het kwartet hoofdrollen, maken Once Upon a Time in the West tot een rijkere film dan zijn directe voorganger, met een emotionele diepgang die de Dollars Trilogie mist.

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Gletsjer-tempo
Welke rekening er voor Frank openstaat ontvouwt zich langzaam. En langzaam is het sleutelwoord aangaande Once Upon a Time in the West. Waar veel regisseurs het verhaal er in anderhalf uur doorheen zouden jassen, neemt Leone bijna drie uur de tijd. De film heeft het tempo van een gletsjer en dat dient een doel.

De openingsscène op het station van Cattle Corner middenin de leegte van een winderige prairie – twee jaar terug nog gekopieerd in de Deense western The Salvation – zet de toon. Tien minuten lang gebeurt er hoegenaamd niets. Drie langjassen (na deze film een index van slechteriken) wachten op hun prooi. De tijd wordt gevuld met geluid en extreme close-ups; triviale voorvallen – een hinderlijke vlieg, druppelend water – uitvergroot tot epische proporties.

Leone rekt de tijd, die daardoor zijn normale betekenis verliest. Het geeft de regisseur tevens de gelegenheid om het medium film in te dikken tot zijn kern: beeld en geluid. De scène is nagenoeg woordloos, zoals de dialogen van deze 175 minuten lange film passen op tien A-viertjes. Ook het beeld wordt van zijn gangbare betekenis ontdaan, de close-ups abstraheren het getoonde tot textuur. Temidden van alle zwijgzaamheid krijgen de spaarzame dialogen extra lading. Verschillende zijn klassiek geworden, zoals deze: “Je ziet, we komen een paard te kort.” “Nee, jullie hebben er twee teveel.”

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Zen-cowboy
Al oogt Once Upon a Time in the West oppervlakkig gezien als een voorbeeld van naturalisme, alles aan de film is gestyleerd. Niet wat zich vóór de camera afspeelt, maar hoe de regisseur het op het filmdoek brengt is van a tot z geësthetiseerd. In dat opzicht loopt de film vooruit op het hyperrealisme dat in zwang kwam na de introductie van de digitale camera.

De visuele stijl is een voortzetting en verfijning van de beeldtaal die Leone gebruikt in The Good, The Bad and The Ugly: breedbeeldformaat, telelens, close-ups; de laatste vaak extreem. Al is zijn film hoogst gestileerd, de regisseur past een stijlmiddel toe dat het Italiaanse neorealisme regelmatig hanteert: de flashback die visualiseert wat zich in het hoofd van het personage afspeelt, een gedachte of een herinnering. Hij gebruikt het meesterlijk in de finale, wanneer voor Frank – en de kijker – met een schok duidelijk wordt wie Harmonica is en wat hem drijft.

Dan wordt ook duidelijk waarom de film zo’n tergend traag tempo heeft. Dat is de gemoedstoestand van Harmonica, de man die zo onthaast, zeg maar gerust onthecht is dat hij een zen-cowboy is geworden. Once Upon a Time in the West handelt niet om wraak, zoals talloze westerns—hij gaat over karma. Harmonica is geen wreker, hij is het noodlot dat Frank over zichzelf heeft afgeroepen.

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Operateske soundtrack
Filmcomponist Ennio Morricone heeft voor zijn soundtrack veel lof gekregen; die heeft de allure van een opera. Morricone geeft twee van de drie mannelijke hoofdrollen zijn eigen muzikale motief dat hun personage typeert en hun karakter schetst. De man met de harmonica gaat vergezeld van drie omineuze dissonanten uit, hoe kan het anders, de harmonica. Cheyenne wordt geïntroduceerd met een klossende deun, wat de blanke pit in de ruwe bolster verraadt. Frank is zielloos en moet het dus zonder muziek doen.

Het hoofdthema met de woordloze vrouwenzang is het motief van de weduwe. Die keuze van de regisseur benadrukt haar centrale rol in het verhaal: de voormalige hoer uit New Orleans fungeert als de beschavende factor in de vertelling. Leone en Morricone waren bevriend sinds hun schooltijd; de componist voorzag alle films van Leone van muziek, met uitzondering van diens debuut, de sword & sandal-film Il Colosso di Rodi (1961). Na de release van Once Upon a Time in the West belde Stanley Kubrick met Rome: hoe had zijn Italiaanse collega beeld en geluid zo perfect op elkaar weten te laten aansluiten? Eenvoudig, de muziek was al geschreven en de scènes waren gedraaid terwijl Morricone’s soundtrack speelde.

Maar meer nog dan de dramatische orchestraties blinkt Once Upon a Time in the West uit door zijn gebruik van omgevingsgeluid. Ook daarin was de film vernieuwend, het zet ambient geluid in als textuur. Zoals Leone flashbacks hanteert om de gedachten van Harmonica zichtbaar te maken, zo gebruikt hij sfeergeluid om te tonen wat er rondgaat in het hoofd van treinbaron Morton, voor hij zijn laatste adem uitblaast. Voor de filmsoundtrack is 1968 een sleuteljaar, Stanley Kubrick gebruikte bestaande opnamen op revolutionaire wijze als filmmuziek in 2001: A Space Odyssey.

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Ongenaakbare klassieker
Once Upon A Time In The West, de meest onthaaste, bijna ambient, anti-actiefilm die Leone maakte, werd net als de Dollars Trilogie gedraaid in het Zuid-Spaanse Almería. Voor een film die textuur centraal stelt is het landschap van beslissende betekenis en Leone schoot Jills reis van het stadje Flagstone per kar naar de McBain-boerderij Sweetwater in Amerika. De camera glijdt over de iconische Monument Valley, bekend van talloze westerns van John Ford. Die liet na het zien van Leone’s spaghettiwestern aan zijn collega weten dat hij in hem zijn meerdere erkende.

Once Upon a Time in the West is de diamant in het kleine, maar gave oeuvre van de Italiaanse regisseur. De film werd indertijd in Europa beter ontvangen dan in Amerika, waar distributeur Paramount complete scènes uit het verhaal sneed. Hij groeide – net als de Dollar Trilogie en The Good, The Bad and The Ugly in het bijzonder – in de loop der jaren uit tot ongenaakbare klassieker. De Engelse auteur Barry Stone beschouwt die twee Leone-films in zijn eerder dit jaar verschenen boek The 50 Greatest Westerns met Seven Samurai (Akira Kurosawa, 1954) en The Wild Bunch (Sam Peckinpah, 1969) als de beste westerns ooit gemaakt. Daar valt weinig tegen in te brengen.
 

30 oktober 2016

 
Alle essays

Confessioni, Le

**

recensie Le confessioni

Politicus probeert mens te zijn

door Cor Oliemeulen

Een mysterieuze monnik is uitgenodigd in een hotel waar de ministers van Financiën van de grootste economische mogendheden vergaderen over een geheim plan dat de wereld ingrijpend zal veranderen. Klinkt interessant, maar slaat uiteindelijk als een tang op een varken.

In de ondoorzichtige wereld van de mondiale machthebbers draait alles om geld en het maken van geld. Banken zijn geheime genootschappen, die geen verantwoording hoeven af te leggen en ongemoeid worden gelaten. Parlementen bestaan uit dode zielen die niets te vertellen hebben. Politici zijn zakenmensen geworden. Illusionisten. Suprematie van de staten bestaat niet meer. Honger en armoede zijn ingrediënten voor vooruitgang. De boodschap van Le confessioni is zonneklaar. Maar meer dan een veelbelovende premisse biedt deze als dramathriller aangekondigde film van de Italiaanse regisseur Roberto Andò niet – de grote acteernamen en mooie plaatjes ten spijt.

Le confessioni

Moord of zelfmoord?
Drones zijn prachtige uitvindingen, tenminste voor films. Voor het soepeltjes volgen van een auto naar de plaats van bestemming heb je geen tracking shot vanuit een helikopter meer nodig, noch opnames vanaf een hoger gelegen punt. We zien vanuit de lucht dat de auto stopt bij een zwaarbeveiligd gebouw aan het water. Een bebaarde man in een wit habijt stapt uit en laat zich naar binnen leiden in het Grand Hotel Heiligendamm aan de Duitse kust, waar een G8-top van economen op het punt staat te beginnen. De Italiaanse monnik Roberto Salus (Toni Servillo) is uitgenodigd door de voorzitter van het IMF, Daniel Roché (Daniel Auteuil).

Grotere tegenpolen bestaan niet. Voor Roché is het leven slechts draaglijk als hij in staat is het te vermijden. Door het werken met geld is het hem gelukt het leven te mijden zonder verveeld te raken. Roché heeft de monnik uitgenodigd omdat die in zijn boeken alles afkeurt waar hijzelf voor staat. Voldoende reden om de geestelijke hem de biecht af te laten nemen, juist omdat Roché nu op een keerpunt in zijn leven is beland. Roberto is antimaterialist, veel meer dan een habijt en sandalen bezit hij niet. Hij geniet van de rust en de vogelgeluiden die hij opneemt.

De ochtend na de biecht wordt Roché in zijn kamer dood aangetroffen met over zijn hoofd een plastic zak, die de monnik bij aankomst bij zich droeg. Moord of zelfmoord? Roberto laat niets los en kan bovendien zijn geluidsrecorder niet meer vinden.

Le confessioni

Wat is de clou?
In Le confessioni komt zowaar een soortgelijke situatie als in I Confess (1953) van Alfred Hitchcock ter sprake (van moord verdachte priester beroept zich op zwijgplicht), maar daar houdt elke vergelijking op, omdat er in het IMF-drama nauwelijks suspense valt te beleven. Of het moet zijn dat de hond van de Duitse (jawel) minister van Financiën op een gegeven moment de deelnemers aan de vergadering de stuipen op het lijf jaagt of in een tussenshot drie blote protesterende meisjes over het gazon van het hotel rennen om door veiligheidstroepen in de ‘kraag’ te worden gegrepen.

De pointe van het verhaal komt al even vergezocht uit de lucht, wanneer blijkt dat de monnik een opmerkelijk verleden heeft – waardoor de wereld aan een nieuwe financiële ramp ontsnapt? Wie de clou begrijpt, mag zich melden bij onze redactie. Dat de vertolking van ‘Walk on the Wild Side’ van Lou Reed – met backing vocals van de vrouwelijke Canadese minister – het hoogtepunt van de film is, zegt alles.

Roberto Andò schreef en regisseerde eerder het charmante Viva la libertà, een komisch politiek drama met Toni Servillo (beroemd sinds La grande bellezza) in een alleraardigste dubbelrol. Talentvol en ambitieus als hij is, zou Andò kunnen overwegen om eens een goede scenarist in te huren. Dat zal voorlopig niet gebeuren, omdat hij momenteel een Italiaanse variant op de politieke serie House of Cards aan het schrijven is: L’irresistible ascesa (De onweerstaanbare opkomst). Zijn bespiegelingen over de menselijke kant van politici verdienen een beter lot dan in Le confessioni.
 

8 oktober 2016

 
MEER RECENSIES