Marguerite

****

recensie  Marguerite

De illusie van een valse sopraan

door Suzan Groothuis

Niets is mooier dan je grote passie delen met publiek. Voor Marguerite, een dame op stand in het Parijs van begin jaren 20, is dat zingen. Overtuigd van haar talent besluit ze een carrière als operazangeres aan te gaan. Alleen zingt ze zo vals als een kraai.

Parijs, begin jaren 20. De film opent met een huiskamerconcert, georganiseerd voor een goed doel. Marguerite (Catherine Frot, The Page Turner), behorend tot de aristocratische klasse, is gastvrouw maar ook eregast van dit evenement. Op haar “society”-feestje gaat alle aandacht uit naar de muziek: klassiek geschoolde muzikanten begeleiden operatalenten op bekende composities van klassieke meesters. Marguerite, gehuld in extravagante outfit en getooid met pauwenveer, sluit het evenement af. Mozart zet in, Marguerite zingt. Waar eerder sprake was van betovering, is er nu gêne alom: de sympathieke dame zingt namelijk vals.

Recensie Marguerite

Aanslag op de oren
Voor Hazel, een jonge Parijse die alle kansen benut om als operazangeres bekendheid te krijgen, is het een bizarre vertoning. Voor journalist en schrijver Lucien Beaumont en kunstenaar Kyrill een manier om aan geld te komen. Van Beaumonts hand verschijnt een lovende recensie, waarin hij de unieke stem van de barones prijkt. In alle kranten afgedaan als schande (“pauvre Mozart!”) roemt hij Marguerite vanwege haar eigenheid. En Marguerites toegewijde butler Madelbos houdt haar grote droom in stand door haar juist alleen Beaumonts artikel te laten lezen.

Geïnspireerd en verlangend naar meer neemt Marguerite contact op met Beaumont. Wanneer hij regelt dat ze kan optreden voor publiek (een ludieke scène met een grote knipoog naar Dada) is het hek van de dam. Marguerite wil alleen nog maar optreden, tot weerzin van haar man Georges Dumont (André Marcon). Buiten het feit dat hun relatie al jaren in het slop zit en hij er een maîtresse op nahoudt, staat Georges het schaamrood op de wangen als hij Marguerites zangkunsten aanhoort. En hij is niet de enige: de gehele “high society” waaronder zij zich bevinden moet niets van haar valse kreten hebben. Maar niemand durft Marguerite te zeggen waar het op staat.

Recensie Marguerite

Op naar de top
Marguerite, sfeervol geschoten, ademt in alles het Parijs van de jaren ‘20 – denk aan kostuums, interieur en details als een Comoedia (in die tijd een bekend Frans tijdschrift voor kunst en cultuur). Gehuld in extravagante kostuums die zij verzamelt van beroemde toneelstukken laat Marguerite zich fotograferen door haar butler. Ze waant zich een ster, maar is het niet – en laat dit nou net de kracht van Giannoli’s film zijn. Het komische aspect zit hem in Marguerites performances – haar gekrijs zorgt letterlijk voor de hilarische noot. Je ziet het publiek onrustig schuifelen, gniffelen en weglopen, zonder dat Marguerite het doorheeft. Als kijker betrap je jezelf er op dat je ongemakkelijk op je lip bijt. Zelfs wanneer operaster Atos Pezzini (Michel Fau in een dik aangezette rol) aangetrokken wordt als zangdocent, is er geen verbetering zichtbaar.

Pijnlijke passie
Van een transformatie als in George Bernard Shaws’ Pygmalion is geen sprake. Een happy end, waarin het lelijke eendje transformeert tot een mooie zwaan, krijgen we dan ook niet voorgeschoteld. Want als Marguerite dan eindelijk de juiste noot gevonden heeft, volgt haar tragische lot.

Het is aan Catherine Frot te danken dat zij haar personage niet tot een karikatuur maakt. Haar Marguerite is een vrouw die leeft in eenzame passie en het liefst gezien wil worden. Als kijker weet je niet of je moet lachen of huilen als je haar ziet optreden, maar de blik in haar ogen verraadt genoeg als je Marguerite ziet kijken naar de lege, gereserveerde stoel van haar man voor haar.

Losjes gebaseerd op het leven van Florence Foster Jenkins, die onder de gelijknamige titel onder regie van Stephen Frears (met Meryl Streep in de hoofdrol) nog een release moet krijgen.

 

12 oktober 2015

 
ALLE RECENSIES

Straight Outta Compton

***

recensie  Straight Outta Compton

Verbaal geweld als kunstvorm

door Cor Oliemeulen

Bitches, dope, guns… De gangsta rap zorgde medio jaren tachtig voor veel onrust en creatief talent. Straight Outta Compton is de boeiende biografie van een hiphop-generatie die door iets teveel romantisering geleidelijk wat aan kracht verliest.

De muzikale beschouwing lijkt vooral een eerbetoon aan voormalig drugsdealer Eric “Eazy-E” Wright die in Compton, een voorstad van Los Angeles, met Ice Cube en Dr. Dre de rapgroep N.W.A. vormde en samen met zijn blanke compagnon Jerry Heller het label Ruthless Records oprichtte. Als antwoord op de East Coast-hiphop zetten deze ‘Niggaz Wit Attitudes’ met muzikale steun van MC Ren en DJ Yella aan de westkust de gangsta rap definitief op de kaart.

Recensie Straight Outta Compton

De grote doorbraak kwam na het uitbrengen van het album Straight Outta Compton: niet eerder verscheen het rauwe straatleven van gewelddadige buurten zo realistisch en voorzien van een vette beat op het vinyl. Niet zozeer het expliciete taalgebruik als wel het over de top neerzetten van vrouwen (‘alleen goed voor seks, schiet ze anders maar dood’), maar de openlijke afkeer van de politie werd het onderwerp van nationale controverse.

Fuck de politie
Als Eazy-E (Jason Mitchell), Jerry Heller (Paul Giamatti), Ice Cube (O’Shea Jackson Jr., zoon van de echte rapper!) en Dr. Dre (Corey Hawkins) in een brief van de FBI hebben gelezen dat zij het nummer Fuck tha Police alleen nog maar geheel op eigen risico kunnen spelen, raakt de groep vastbesloten niet te zwichten voor ‘intimidatie en discriminatie’. Vrijheid van meningsuiting staat hoog in het vaandel en bovendien zal de extra publiciteit geen windeieren leggen, denkt Dr. Dre. (Het gevolg was wel dat grote muziekstations, inclusief MTV, de rapband gingen boycotten)

Tijdens het eerstvolgende concert van N.W.A. in Detroit loopt het dan ook danig uit de hand: nadat rappers en publiek uit volle borst en met opgestoken middelvinger de gewraakte titeltekst zingen, klinken schoten, veegt de halve plaatselijke politiemacht de zaal leeg en verdwijnen de artiesten tijdelijk achter de tralies. “Hoezo verheerlijken wij geweld?”, aldus de rappers tijdens een persconferentie. “Our art is a reflection of our reality.”

Het thema van politiegeweld tegen minderheden ligt er in Straight Outta Compton soms dik bovenop. Bijvoorbeeld als de leden van N.W.A. tijdens studio-opnames even op het trottoir een luchtje gaan scheppen en ze binnen een paar minuten door de politie hard tegen de grond worden gewerkt. En als later in het verhaal de overbekende beelden van de dood gemepte Rodney King opduiken en na de onthutsende vrijspraak van de verantwoordelijke agenten in veel steden brandstichtende en plunderende menigten door de straten trekken.

Straight Outta Compton

Wannabe gangsters
F. Gary Gray begon in 1995 als regisseur met de videoclip Natural Born Killaz van Snoop Doggy Dog, wiens schrandere personage in Straight Outta Compton in een grappige flits voorbijkomt. Ook leuk is de scène waarin Dr. Dre, inmiddels actief als producent van het beruchte Death Row Records, ene Tupac voor het eerst de muziek van de latere klassieker California Love laat horen. Voor een film over legendarische rappers gebruikt Gray (die zijn vorige speelfilm Law Abiding Citizen in 2009 maakte) opvallend weinig langere muziekfragmenten, maar de liefhebber kan zich laven aan een grote hoeveelheid bekende samples.

Naast een leerzame muziekgeschiedenis is Straight Outta Compton vooral een biografie over vriendschap en conflicten (met Ice Cube als spil) tussen rebellerende talentvolle jongens die maar al te graag stoer gevonden willen worden. Hoewel ze zich omringen met gangsterachtige types en zelf een enkele keer het geweld niet schuwen, worden de rapartiesten in de film soms bijna als ideale schoonzonen afgeschilderd. Zo komt pas na bijna twee uur de eerste joint voorbij en van wit poeder is helemaal geen sprake. In de gecensureerde versie die bij ons in de bioscoop draait, fungeren de vermaarde pool party’s met schaars geklede bikinidames eerder als gelegenheidsbehang dan als uitzinnige orgies. De weggeknipte seksscènes zouden wel beter hebben verklaard waarom Eazy-E geen lang leven was beschoren.

 

31 augustus 2015

 
ALLE RECENSIES

We Are Your Friends

***

recensie  We Are Your Friends

Deejayen voor dummies

door Alfred Bos

Voorspelbaar verhaal over een, voor Amerika althans, nieuw fenomeen: elektronische clubmuziek. Dankzij alle raak getroffen details blijft We Are Your Friends overeind.

Vroeger wilden jongens piloot worden, of brandweerman. Tegenwoordig willen ze beroemd worden, of minstens deejay, want dat is hetzelfde, denken ze. Zo ook Cole (Zac Efron), de protagonist van We Are Your Friends. De film verhaalt over een vriendengroep uit de San Fernando Valley nabij Los Angeles en hun avonturen in clubland. Of zoals Mason, de alfa-aap van het spul, zegt: ‘99% van de mensen wil feesten, 1% is het feest.’ Het kwartet Mason, Cole, Ollie en Squirrel behoort tot de laatste categorie.

Recensie We Are Your Friends

Net als eerdere films over de clubcultuur van house en techno – 24 Hour Party People, It’s All Gone Pete Tong en recentelijk nog Eden, alle van Europese makelij – claimt ook We Are Your Friends authenticiteit. De club als vleesmarkt, de drugs, de muziek – het is allemaal naar het leven geschetst. En omdat clubmuziek in Amerika een relatief nieuw fenomeen is, wordt er in deze Amerikaanse productie van alles uitgelegd. Het is een stoomcursus ‘deejayen for dummies’, wat niet helemaal verbaast want regisseur Max Joseph maakte eerder vooral documentaires en video’s. Dit is zijn eerste feature film.

Puberale personages
Voor Cole is clubben meer dan feesten. Zijn flair voor het deejayen en het produceren valt op bij James Reed (Wes Bentley), een internationale topjock met een luxeprobleem, drank, en een luxe-vriendin, Sophie (Emily Ratajkomski, bekend van Robin Thicke’s  Blurred Lines –videoclip, in haar derde filmrol, na Gone Girl en Entourage). Detail: aan de muur van Reeds studio hangt een poster van een Amsterdamse clubavond, met onder meer Nicky Romero en Dirty South op het affiche. James helpt Cole op weg en Sophie blijft niet achter. Er is ruzie, er is overspel, er valt een drugsdode, maar Cole bereikt zijn doel. Fanfare, vuurwerk, doek.

Dat We Are Your Friends ondanks zijn voorspelbare verhaallijn en puberale personages nimmer ontaardt in een treinwrak, is te danken aan de accurate schets van het milieu. Het saaie werk in de studio met het eindeloos uitproberen van geluiden, de namen die Reed in zijn conversatie laat vallen, de valkuilen van het vak die hij Cole voorhoudt, het verschil in sfeer tussen clubs en raves, de muziek op feestjes met sterren (Foxygen!) – het is allemaal precies raak.

We Are Your Friends

Progressive trance
Reed herkent in Cole een ‘acuut gevoel voor assemblage’. Hij bedoelt dat Cole kan arrangeren en als deejay zijn publiek van emotie naar emotie kan leiden. Cole op zijn beurt laat zich niet afleiden, behalve door Sophie dan. Voor Mason, Ollie en Squirrel staat het feesten centraal, voor hem de muziek. Een aanvankelijk raadselachtige scène valt op zijn plek wanneer Cole live voor een festivalpubliek een nieuwe track uit de machines klopt: hij benut gesampled omgevingsgeluid als basisingrediënt voor een compositie. Hij gebruikt het belangrijkste gereedschap van een deejay, zijn oren.

Opvallend genoeg draait de film niet om het in de States populaire EDM (electronic dance music), maar horen we de progressive trance van Sasha en John Digweed, een genre dat tot voor kort in het door rock en hiphop gedomineerde Amerika met geen mogelijkheid mainstream kon worden genoemd. Voor de Europese clubber is het wellicht gesneden koek, maar voor het Amerikaanse publiek kan We Are Your Friends als een oog (en oor) opener fungeren. De film biedt tevens een rake moraal, verwoord door Squirrel: ‘Het is op zijn best vlak voor het los gaat.’ Nu het EDM-genre in Amerika zijn beste tijd heeft gehad en ruimte maakt voor Europese clubmuziek, draait de film daar precies op dát moment.

 

25 augustus 2015

 
ALLE RECENSIES

Amy

****

recensie Amy
Liefde, leed en liedjes

door Ashar Medina

Drank, drugs en boulimia. Kort door de bocht waren dit de drie ingrediënten die aan de basis lagen van de ondergang van Amy Winehouse, een van de grootste muzikale talenten van het afgelopen decennium. Maar hoe heeft dit in hemelsnaam ooit kunnen gebeuren?

Antwoord op die vraag krijgen we nooit helemaal. Maar dat is ook niet het doel van Asif Kapadia’s relaas over een briljant talent dat niet weet om te gaan met roem, liefde en zichzelf. Na Senna, de veelgeprezen documentaire over Formule 1-coureur Ayrton Senna, stortte Kapadia zich op het tragische leven van de Britse kroonprinses van de neo-soul, en net als in eerstgenoemde film combineert hij archiefmateriaal met interviews met familie en bekenden. Zo krijgen we een inkijk in de rise to fame die Winehouse ten deel viel. Dat is de beste manier om het te omschrijven, aangezien ze zelf meerdere malen hintte naar het feit dat ze die fame eigenlijk helemaal niet wilde.

Recensie Amy

Lyrics als leidraad
Vanaf de eerste homevideobeelden is het duidelijk dat de 16-jarige Winehouse extreem getalenteerd is. Ze zingt Happy Birthday voor een jeugdvriendin met een stem die doet denken aan jazzgigant Ella Fitzgerald. Jazz is Amy’s eerste grote liefde, ze zou het liefst in kleine rokerige clubs spelen voor honderd man, in plaats van de volgeboekte arena’s voor tienduizenden gillende tienerfans. Het gebruik van concertbeelden verbeeldt deze tendens op een uiterst krachtige wijze. Dat is een compliment naar Kapadia en zijn editor Chris King, die de helse taak hadden een goede, cinematografische balans te vinden tussen gelikt promotioneel archiefmateriaal en honderden uren korrelige telefooncamera-beelden.

Kapadia maakt ook handig gebruik van Amy’s teksten voor een geraamte waaraan het narratief wordt opgehangen. Deze teksten zijn zeer persoonlijk en worden versterkt door het commentaar van de mensen om haar heen. Wanneer haar eerste manager vertelt dat ze een eerdere relatie afbrak omdat ze haar vriendje niet ‘mans’ genoeg vond, verschijnt de tekst van Stronger Than Me in beeld. Hierin zingt Winehouse op denigrerende wijze over haar voormalige liefde die zich in haar ogen als een “Ladyboy” gedroeg.

Haar relatie met mannen was altijd al moeilijk. Nadat haar vader het gezin in de steek liet veranderde Winehouse van een lief, verlegen meisje in een opstandige tiener, en naar eigen zeggen is ze altijd op zoek gebleven naar een vaderfiguur. Dat zij en haar vader het uiteindelijk goed maakten en dat hij zich meer en meer ging bemoeien met haar carrière wordt kritisch onder de loep genomen. Bijvoorbeeld op het moment dat haar beste vrienden Winehouse willen laten opnemen in een afkickkliniek, maar haar vader aangeeft dat hij denkt dat zijn meisje dat helemaal niet nodig heeft. Schrijnend, maar tegelijkertijd de inspiratie voor haar grootste hit Rehab.

Recensie Amy

Uit het leven gegrepen
Dit is de manier waarop Winehouse haar muziek maakte en hoe de film dat proces probeert te verbeelden. De interviews met Amy’s vertrouwelingen – waarbij we trouwens nooit hun gezichten te zien krijgen – stuwen het verhaal vooruit. Wanneer halverwege de film echtgenoot Blake Civil in beeld komt is Amy al neergezet als een onzekere jonge dame op zoek naar ‘echte, onvoorwaardelijke liefde’. Dit betekende voor haar alles met elkaar delen. Ook zijn verslavingen. En daar ging het mis.

Civil introduceerde haar aan cocaïne, heroïne en zelfs crack, en ze ging er maar wat graag in mee. Deze fase is door de tortelduifjes zelf vastgelegd en de indringende beelden van hun chaotische flat vol drugsparafernalia slaan in als een bom. De film bouwt gestaag toe naar het voor iedereen bekende einde. Winehouse verandert voor onze ogen van een gezonde, brutale jonge zangeres in een graatmagere, doodzieke junk. Dat klinkt hard, maar dat is de film ook. Een rauw, confronterend portret van een ruwe diamant die niet geslepen kon, of wilde worden. Zoals ze zelf al zong: “You Know I’m No Good”.

 

10 augustus 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Jimi: All is by My Side

***

recensie  Jimi: All is by My Side

Het wonderjaar van Jimi Hendrix

door Alfred Bos

Op 24 september 1966 landde Jimi Hendrix in Londen: anoniem, berooid, maar bulkend van talent. Hij zette de hiërarchie van de Londense muziekscene op zijn kop en luttele maanden later was hij een internationale superster. Dit fictieve portret toont de man achter de mythe.

Jimi: All is by My Side is een fictief portret van gitaarheld Jimi Hendrix, geen biopic per se. Onderwerp van de film is de periode juni 1966-juni 1967, Hendrix’s annus maribilis  waarin hij transformeerde van naamloze begeleider tot internationale superster. De film opent met Hendrix in Newyorkse muziekclubs als begeleider van Curtis Knight en sluit af wanneer de Jimi Hendrix Experience vertrekt naar het Monterey Festival in Californië. Als tentmast fungeren enkele historische scènes; ze spannen het doek waarop regisseur John Ridley zijn psychologiserende portret projecteert.

Recensie Jimi: All is by My Side

Ook in de visie van Ridley is Hendrix, het uitzonderlijk begaafde gitaartalent, een raadsel, gekleed in oogverblindende outfits, mompelend over kosmische broeders. André Benjamin, helft van de rap act Outkast (monsterhit uit 2003: Hey Ya!), maakt van Hendrix een introverte, van elke ambitie gespeende non-persoonlijkheid die op het toneel tot alles in staat is. Benjamin heeft Hendrix’s manier van praten – vocabulaire én dictie – buitengewoon raak getroffen. Het is bijna griezelig: je hoort Hendrix door zijn personage heen.

Relatie met vrouwen
Ook in de podiumscènes weet Benjamin de flamboyante performer Hendrix treffend op te roepen. Historisch zijn de optredens van 1 oktober 1966 in de Regent Polytechnic, waar de op dat moment nog anonieme Hendrix een totaal verblufte Eric Clapton van het toneel speelt, en 4 juni 1967 in het door Beatles-manager Brian Epstein gerunde Saville Theatre. Voor een zaal met prominenten, waaronder The Beatles, bestaat Hendrix het om het optreden te openen met zijn versie van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band, het titelnummer van het sensationeel ontvangen Beatles-album dat twee dagen eerder is uitgekomen. Een brutaler staaltje is nimmer vertoond.

Centraal in de film staat Hendrix’s relatie met twee vrouwen. Linda Keith (Imogen Poots), fotomodel en voormalige vriendin van Rolling Stone, Keith Richards – Ruby Tuesday  is voor haar geschreven – helpt Hendrix aan een gitaar en een manager. Ze is verliefd op hem, maar de relatie blijft platonisch. Haar tegenpool is Kathy Etchingham (Hayley Atwell), de niet-ingewijde groupie die door opnamesessies blundert en haar prooi emotioneel claimt. De echte Kathy Etchingham heeft op IMDb een vernietigend stuk over deze film geschreven. Die reactie bevestigt ironisch genoeg de roofdierachtige aspecten van haar filmische portret.

Recensie Jimi: All is by My Side

Rake geluidsband
Volstrekt fictief zijn twee sleutelscènes. Wandelend door Londen worden Jimi en Kathy lastig gevallen door enkele racistische agenten. Nog raadselachtiger – en ook binnen de film volkomen ongemotiveerd – is de scène waarin Jimi zijn groupie-vriendin te lijf gaat met een telefoonhoorn. Het past niet bij zijn karakter, niet van de echte en niet van de fictieve Hendrix, en slaat als slagroom op augurk. Treffender is Hendrix’s (eveneens fictieve) ontmoeting met de activist en manipulatieve psychopaat Michael X, wiens revolutionaire prietpraat hij met een glimlach fileert.

Omdat Ridley van de erven Hendrix geen toestemming kreeg om gebruik te maken van de originele muziek, zijn sleuteltracks bewonderenswaardig naturel nagespeeld door studioveteranen Waddy Wachtel (gitaar), Leland Sklar (bas) en Kenny Aronoff (drums). Regisseur Ridley experimenteert daarnaast met het niet-synchroon laten lopen van beeld en geluid. Een aantal goed gekozen, minder bekende nummers uit 1967, van onder meer The Creation, The Yardbirds en The Seeds, vervolmaken het tijdsbeeld. Dat er een paar anachronismen tussen zitten (Small Faces: 1968; Pentagle: 1969) mag de pret niet drukken. Jimi: All is by My Side is een merkwaardige, maar moedige film die alleen maar kan mislukken en toch overeind blijft.

 

20 april 2015

 

ALLE RECENSIES

Frank

****

recensie  Frank

Verdwaald in je eigen vreemdheid

door George Vermij

Het duurde even, maar Frank is eindelijk in Nederland gearriveerd. Lenny Abrahamsons komische en unieke film was al een culthitje in het buitenland, wat niet vreemd is als je Michael Fassbender laat acteren in een groot papier-maché hoofd.

Fassbender speelt de excentrieke Frank, de leadzanger van de band Soronprfbs. Tijdens een intens optreden raakt de beginnend en van inspiratie gespeende muzikant Jon (een schlemielige Dohmnall Gleeson) in de ban van deze vreemde experimentele popgroep. De oorspronkelijke toetsenist heeft het wegens psychische problemen laten afweten, waardoor Jon zijn plek mag overnemen. Hij wordt echter door de meeste andere leden niet serieus genomen. Maggie Gyllenhaal is als thereminspeelster Clara het felst in haar afwijzing van Jons muzikale ideeën. Gyllenhaal speelt een lekkere bitchy en arrogante alternatieve muzikante die met haar felle en doordringende blik kan doden.

Recensie Frank

Ik hoor bij de band!
Ondanks de terughoudendheid van de band heeft Frank wel vertrouwen in Jon en hij neemt hem mee naar een afgelegen plek in Ierland waar ze aan een nieuwe album gaan werken. Daar ontstaan echter weer spanningen tussen Jon en de andere leden als hij een commerciëlere sound nastreeft en Frank weet te overtuigen om op te treden op het hippe festival SxSW in Texas. Zou het ze dan toch gaan lukken om door te breken?

Abrahamson biedt met Frank een leuke film over de mystiek en hype van alternatieve popmuziek. Hij baseerde Frank op de excentrieke Brit Frank Siddebottom die een vergelijkbaar hoofd droeg tijdens zijn absurde muziekperformances. De film doet in zijn verhaallijn van een buitenstaander die opeens deel vormt van een muziekgroep denken aan een alto-versie van Almost Famous. De film contrasteert ook de oppervlakkigheden van pop en commercieel succes tegenover de creatieve drang om oprechte muziek te maken. Daarnaast verwijst de film ook naar de echte alternatieve scene. Zo heeft Carla Azar van de band Autolux een klein rolletje als drummer van de  Soronprfbs.

Recensie Frank

Muzikale freak
En dan is er Fassbender die ondanks zijn grote masker je weet mee te nemen in zijn muzikale wereld die vreemd, maar aanlokkelijk is. Net als Jon word je gegrepen door zijn enthousiasme en de zoektocht naar een perfecte en unieke sound. Frank is daarmee een eigenzinnige sjamaanmuzikant in de traditie van Don van Vliet, oftewel Captain Beefheart. Een ware muzikale freak dus. En dat wordt nog eens versterkt door Fassbenders zang en heerlijke surrealistische teksten zoals het liedje ‘I love you all’ waarmee de film mooi eindigt.

 

5 april 2015

 

 

ALLE RECENSIES

 

Annie

***

recensie Annie

Zingende wijsneus zoekt ouders

door Cor Oliemeulen

Het beroemde weesmeisje Annie weet ditmaal het hart van een stugge politicus te raken. Een geboren ster in een eigentijds kerstverhaal.

In de originele film van John Huston uit 1982 vertolkt Aileen Quinn de rol van het weesmeisje Annie. Zij speelde hierna nog in enkele films om in de vergetelheid te geraken. Anders zal het Quvenzhané Wallis vergaan. Twee jaar geleden sensationeel doorgebroken in het curieuze drama Beasts of the Southern Wild wacht het nu pas elfjarige talent een grootse toekomst. In de remake van Annie, geregisseerd door Will Gluck, is het guitige meisje met de rode krullenbol (een pruik) vervangen door een even vlot Afro-Amerikaans dametje met bruine haren. Ook de arrangementen van de beroemde liedjes (It’s a Hard Knock Life, Tomorrow en Opportunity) zijn in een modern jasje gestoken. Het is een kwestie van smaak of Wallis beter of met meer ontroering zingt dan Quinn, maar het acteren gaat haar beter af.

Recensie Annie

Een week op proef
Het verhaal van Annie is gebaseerd op de strikboekenreeks Little Orphan Annie uit de jaren ’20 van de vorige eeuw. In 1977 verscheen een musical, daarna een boek en toen de film. De kleine Annie woont in een weeshuis dat wordt geleid door de alcoholistische Miss Hanigan. In het origineel belandt Annie bij miljardair Oliver Warbucks (Albert Finney) die een wees wil adopteren en Annie een week op proef neemt; in de remake komt ze in het kader van public relations terecht bij burgemeesterskandidaat Will Stacks (Jamie Foxx). In beide gevallen lukt het Annie uiteindelijk het ijs in het stoere mannenhart te laten smelten.

Het is geen onaardig idee om het enigszins gedateerde origineel in de huidige tijd te plaatsen. Annie opent met een knipoog: voor het schoolbord staat een meisje met het uiterlijk van de oorspronkelijke Annie. Dan verplaatsen we ons snel naar het kleine weeshuis in Harlem, New York waar Annie met vijf andere meiden de boel op stelten zet, wachtend op adoptieouders, terwijl de door Cameron Diaz gespeelde huisbazin zich onderdompelt in alcoholistische versnaperingen en frustraties over een mislukte carrière als popzangeres (In de film blijkt ze in ieder geval geen groot zangtalent). Ze is dan ook ronduit jaloers als Annie een week mag logeren bij Will Stacks.

Recensie Annie

Luxe en avontuur
Als haar huisgenootjes aan Annie vragen of Stacks aardig is, antwoordt Annie: “Ja, maar dat weet hij zelf nog niet.” De meiden mogen een dagje ruiken aan de luxe en mee op avontuur met Annie en de burgemeesterskandidaat, die goede sier moet maken nadat hij publiekelijk blunderde bij een voedselbank. Media en publiek zijn zeer gecharmeerd van de ontwapenende Annie (die in een mum van tijd 1,3 miljoen Twitter-volgers heeft) en Stacks plukt in de polls de vruchten van de ‘samenwerking’. Maar als Annie door Stacks’ publiciteitsmanager wordt geforceerd een speech op autocue te houden, haakt het weesmeisje verdrietig af.

Annie is een familiefilm bij uitstek die in de kerstvakantie volle zalen zal trekken, ondanks het feit dat de film op het internet uitlekte nadat (Noord-Koreaanse?) hackers een computer van Sony Pictures hadden gekraakt. Een muzikale film met een lach en een traan die net als het origineel spannend en voorspelbaar eindigt nadat onverlaten zich met de adoptiekwestie gaan bemoeien. De remake van Annie is amusant, maar we missen wat chemie tussen het weesmeisje en de rijkaard, alsook de choreografie en musicalsetting van het origineel.

 

12 december 2014

 

Vijf remakes die je beter kunt mijden

 
ALLE RECENSIES
 

5 onmisbare muziekdocu’s

Vijf onmisbare muziekdocumentaires

The-Burger-and-the-king

IDFA 2014 is bijna voorbij. Daarom nog een keer een lijstje bijzondere documentaires die je gezien moet hebben. Dit keer als thema muziek.

door George Vermij

1. – Dig! (2004, Ondi Timoner)

Als een inkijkje in de competitieve wereld van de alternatieve Amerikaanse rockmuziek is Dig! een essentieel document. Regisseuse Ondi Timoner volgde de bands The Brian Jonestown Massacre en The Dandy Warhols toen ze op het moment stonden om door te breken. Aan het begin zijn de bands nog bevriend en halen hun inspiratie en de nodige drugs van elkaar. Maar als The Dandy Warhols groter worden en voor een groot platenlabel tekenen wordt de rivaliteit tussen de bands grimmig. Het wordt een strijd tussen de charismatische, maar egocentrische Anton Newcombe van The Brian Jonestown Massacre en de koele Courtney Taylor-Taylor van The Dandy Warhols. Newcombe komt daarbij over als een creatieve duizendpoot die leeft voor zijn muziek ook al gaat dat ten koste van zijn relaties met zijn overige bandleden. Hij gedraagt zich als een bazig heerschap en heeft altijd het laatste woord. Het succes blijft echter beperkt tot een kleine kring bewonderaars. De Dandy’s zijn gewiekster en weten zich beter aan te passen aan de wetten die een groot succes voorschrijven, zoals concessies doen aan hun sound en de wensen van hun label. Dig! toont die harde werkelijkheid van moderne rock & roll waar de ego’s botsen ondanks de passie voor het muziek maken.

2. – Nico Icon (1995, Susanne Ofteringer)

Zangeres, model en actrice Nico was een echt underground icoon. De Duitse flitste voorbij in wat scènes van Federico Fellini’s La Dolce Vita en had een affaire met Alain Delon. Toen ze in New York terecht kwam begon ze met hulp van Andy Warhol een muziekcarrière. Tegen de zin van Lou Reed en John Cale werd ze toegevoegd aan The Velvet Underground en zou zij bekend worden door haar unieke vertolkingen van de liedjes ‘All tomorrow’s parties’ en ‘I’ll be your mirror’. Susanne Ofteringer maakt in Nico Icon een mooi en eerlijk portret van een moeilijke en duistere vrouw die ondanks haar onwerkelijke schoonheid zich van binnen lelijk voelde. Ze raakte al snel verslaafd aan zware drugs en als je de interviews in de docu moet geloven hielp zij ook haar zoon aan de heroïne. Die zoon, het onwettige kind van Delon, is ook aan het woord over zijn excentrieke en destructieve moeder. De film bewijst daarnaast op overtuigende wijze dat Nico niet alleen een stem was, maar een zangeres die een uniek geluid nastreefde, zoals op haar prachtige en ijzige soloplaat The Marble Index.

3. – The Nomi Song (2004, Andrew Horn)

Een andere Duitser, net zo excentriek als Nico en gezegend met een ongelofelijke zangstem, was Klaus Nomi. Andrew Horns mooie portret van de aan aids overleden zanger begint met scènes van sci-fictionfilms over buitenaardse wezens uit de jaren vijftig. Het is een mooie vergelijking met de onwerkelijke impact die Klaus Nomi op mensen had in New York met zijn vreemde uitstraling, beleefde voorkomen en een bovenmenselijk hoog stembereik waarmee hij Maria Callas probeerde te imiteren. Al gauw kwam Nomi terecht in de punk scene  waar hij experimenteerde met zijn geluid en look, wat resulteerde in een bijzondere mix van cabaret, opera, pop en sci-fi symboliek. David Bowie was al snel onder de indruk en liet hem meezingen tijdens een liveoptreden. Nomi probeerde daarna zelf door te breken, wat helaas te snel werd onderbroken door zijn ongeneeslijke ziekte. The Nomi Song geeft een mooi portret van een geliefd man die zijn gave wilde delen en voor een kort moment een onuitwisbare indruk achterliet.

4. – Vinyl (2000, Alan Zweig)

Met de nieuwe interesse in vinyl die weer een boost geeft aan de platenindustrie is het interessant om Alan Zweigs zeer persoonlijke filmportret Vinyl  uit 2000 te zien. In de documentaire probeert hij door interviews met andere verzamelaars zijn eigen obsessieve verzamelwoede te vatten. Hij ontmoet zo wereldvreemde types die nog excentrieker zijn dan hij. De vraag die blijft opkomen is waarom je zoveel tijd steekt in dingen in plaats van mensen. Een inzicht dat Zweig ook zelf ontdekt en kenbaar maakt in confronterende monologen die hij tegen de camera houdt. Pijnlijk herkenbaar voor verzamelaars en op momenten tragikomisch als je ziet hoe verwijderd van de werkelijkheid mensen kunnen zijn. Vinyl  is ook het eerste deel in een serie films waarin Zweig zichzelf analyseert zoals in het grappige I, Curmudgeon over hoe het is om een oude zuurpruim te zijn.

5. – The Burger and the King: The Life & Cuisine of Elvis Presley (1996, James Marsh)

Deze bizarre voor de BBC gemaakte docu richt zich op droge en komische wijze op de overdadige eetgewoonten van The King of Rock & Roll. Daaruit blijkt dat eten voor Presley de ultieme luxe was. Van de magere maaltijden die hij at als arme jongen in het zuiden van de VS, zoals gefrituurde eekhoorn, tot aan de vette overdaad van zijn latere jaren. Voor Elvis was de hamburger als snel het symbool van rijkdom en succes en hij kon er geen genoeg van krijgen. In de docu komt onder meer de kok van The King aan het woord en zij geeft wat geheimen prijs zoals het recept van zijn geliefde peanut butter & banana sandwiches die met veel boter in de pan worden gebakken als een vettig wentelteefje. Regisseur James Marsh heeft een goed oog voor surrealistische Americana, net als zijn mooie en duistere docu van het dorpje Black River Falls in Wisconsin Death Trip. Hij is vooral bekend geworden van het spannende Man on Wire.

29 november 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

Whiplash

****

recensie  Whiplash

Bloed, zweet en drums

door Suzan Groothuis

Om tot een van de beste jazzdrummers te horen moet je tot het uiterste gaan. Immers, saxofonist Charlie Parker werd pas Bird toen Philly Joe Jones een bekken naar zijn hoofd gooide.

Andrew (Miles Teller, Rabbit Hole, The Spectacular Now) is een jonge jazzmuzikant die de beste drummer van zijn prestigieuze conservatorium wil worden.  Wanneer hij aan het oefenen is wordt hij opgemerkt door Terence Fletcher (J.K. Simmons, Spider-Man, Juno). Fletcher is een briljante docent die er om bekend staat muzikanten tot grote hoogten te brengen. Maar zijn lesmethoden zijn ook omstreden.

Van Andrews drumsessie lijkt hij niet onder de indruk. De man is zelfs al vertrokken, voordat Andrew er erg in heeft. Maar dat zijn spel wel zeker opgemerkt is, blijkt wanneer Fletcher hem op een later moment uit een les plukt. Hij vraagt Andrew voor zijn jazzband te drummen en te laten zien wat hij in huis heeft.

Recensie Whiplash

Tot het uiterste
Vanaf dat moment ontwikkelt zich een gespannen verhouding tussen een jonge, getalenteerde jazzdrummer die de beste wil zijn en een docent die het maximale uit zijn studenten wil halen. Fletcher zoekt herhaaldelijk Andrews grenzen op door het uiterste van hem te vragen. En Andrew onderwerpt zich aan de grillen van zijn leermeester, maar balanceert daarbij op het randje van zijn fysieke en psychische kunnen.

In zijn thematiek doet Whiplash wat denken aan films als Black Swan en The Wrestler (beiden van Darren Aronofsky), waarin het lijntje tussen passie en waanzin dun is. Hoewel Whiplash lichter is van toon en uiteindelijk ook optimistischer, zijn er overeenkomsten: de lichamelijke en psychische opoffering van een passie of sport die volledige toewijding vraagt.

Aronofsky deinsde in zijn films niet terug voor het tonen van de gevolgen van de fysieke inspanningen, zoals de krakende pezen en uitputting van Natalie Portman in Black Swan. In Whiplash drumt Andrew tot bloedens toe. Overigens niet geënsceneerd: acteur Miles Teller, die al vanaf zijn vijftiende drumt, kreeg blaren op zijn handen dankzij de krachtige en onconventionele stijl van jazz drummen. Daarbij werd hij in de meest intense scènes door regisseur Damien Chazelle aangemoedigd om door te gaan totdat hij uitgeput was.

Goed is niet goed genoeg
Whiplash is echter meer dan een fysieke en psychische uitputtingsslag. De passie voor muziek en daarin willen excelleren en van betekenis willen zijn staan op de voorgrond. Hoezeer Fletcher ook brult, drilt en zijn studenten tot het uiterste drijft, zijn beweegredenen zijn helder: “I push people beyond what’s expected of them. I believe that’s an absolute necessity.”

Recensie Whiplash

Niet dat dit van Fletcher een sympathiek personage maakt, want de man is in zijn vak een omstreden, manipulerende klootzak. Maar hij is wel iemand die zichzelf ten doel heeft gesteld het beste in de ander naar boven te halen. Het vinden van een nieuwe Charlie “Bird” Parker. Daar tegenover staat de getalenteerde jonge Andrew: “I want to be one of the greats”.

Miles Teller en J.K. Simmons zijn in hun rollen volledig aan elkaar gewaagd. Twee gedreven, gepassioneerde karakters die de beste in hun vak willen zijn en het elkaar daarin niet gemakkelijk maken. In de zinderende slotscène wordt feilloos duidelijk hoe de verhoudingen liggen en bovendien een knap staaltje drummen weg gegeven. Whiplash  is een film over absolute toewijding, waarin “goed gedaan” niet goed genoeg is. Of in Fletchers treffende bewoordingen: “There are no two words in the English language more harmful than ‘good job’.”

Whiplash won op het Sundance Festival in Amerika zowel de jury- als de publieksprijs. Recent werd de film op het Leids Filmfestival vertoond, waar hij de American Indie Competition won. En dan te bedenken dat regisseur Damien Chazelle de financiering voor zijn film maar met moeite rond kreeg. Daarvoor was eerst een korte versie van Whiplash (2013) nodig.

 

11 november 2014

 
ALLE RECENSIES

Song from the Forest

****

recensie  Song from the Forest

Terug naar hypnotiserende eenvoud

door Suzan Groothuis

Gegrepen door hun muziek en de ongereptheid van de natuur besloot de Amerikaan Louis Sarno zich 25 jaar geleden bij de Bayaka, een Pygmeestam, te voegen. Song from the Forest toont een man die zich laat leiden door passie, maar tegelijkertijd dringt de vraag zich op hoe lang hij nog in zijn dorp kan blijven wonen. 

Michael Obert (Duits auteur en journalist die voornamelijk verslag doet vanuit Afrika) toont in zijn eerste film hoe de Amerikaan Louis Sarno koos voor een leven in Centraal-Afrika tussen de Bayaka, een Pygmeestam van jagers en verzamelaars.

 Recensie Song from the Forest

Meer dan 25 jaar geleden werd Louis gegrepen door een lied op de radio. Hij volgde het geluid tot in de regenwouden van Centraal-Afrika, waar hij uitkwam bij de Bayaka, een van de oudste stammen op aarde. Louis, onder de indruk van hun cultuur en muzikaliteit, besloot er te blijven. Nu is hij een van hen, spreekt de taal en heeft een vrouw en een zoon, Samedi. De muziek, ‘polyphonic singing’, vormt een essentieel onderdeel van het bestaan van de Bayaka. Een mix van zang, repetitieve ritmes en de geluiden die de natuur rijk is. Louis maakte afgelopen jaren zo’n duizend uur aan unieke muziekopnames.

Bevoorrechte positie
De film is in twee helften op te delen: de eerste helft volgt Louis in Afrika, waar de camera het leven dat hij leidt vastlegt. Een leven van eenvoud, waarbij de relatie tussen mens en natuur centraal staat. Louis vertelt hoe hij tot zijn keuze kwam om naar Afrika en deze specifieke Pygmeestam te trekken. De muziek, het jagen en de blijdschap van de mensen hadden een hypnotiserende werking op hem. Dat hij zijn leven voor een deel bij de Bayaka heeft mogen doorbrengen ziet Louis als bevoorrecht.

Het tweede deel van de film volgt Louis in Amerika. Toen zijn zoontje ernstig ziek was, beloofde Louis hem zijn thuisland te laten zien. Tijdens zijn bezoek ziet hij zijn goede vriend Jim Jarmusch en zijn broer. Zij vertellen over Louis’ beweegredenen om naar Afrika te trekken, een keuze die zij respecteren. Maar een keuze die voor zijn ouders moeilijk te begrijpen was – pas op zijn sterfbed liet Louis’ vader het idee los dat Louis ooit nog terug zou keren.

Contrast van culturen
De twee culturen vormen een groot contrast met elkaar. In Amerika lijkt Louis te beseffen dat hij geen gemakkelijke keuze heeft gemaakt door in Afrika in eenvoud te leven. Zijn gezondheid staat op het spel, hij heeft schulden en de toekomst van zijn zoontje is onzeker. Tegelijkertijd blijft hij gepassioneerd over zijn ware thuis, de Centraal –Afrikaanse Republiek, waar hij zijn spirituele rust vindt.

Toch blijkt ook Louis ontvankelijk voor de verlokkingen van de Amerikaanse consumptiemaatschappij. In een scène maakt Samedi zich boos over het speelgoed dat hij van zijn vader krijgt. Hoe kan je nou speelgoed meenemen naar het dorp, terwijl mensen bruikbare dingen als schoenen en ondergoed nodig hebben? Samedi’s overpeinzingen roepen vragen op en laten goed de verwarring zien die de reis bij de twee teweegbrengt.

Recensie Song from the Forest

Passie en tragiek
Song from the Forest doet in zijn thematiek denken aan het Mexicaanse Alamar (2009), waar een jongen alvorens hij bij zijn Italiaanse moeder in Rome gaat wonen tijd met zijn vader doorbrengt en teruggeworpen is op een eenvoudig vissersbestaan. De schoonheid van de natuur en repetitieve handelingen brengen een hypnotiserend effect teweeg. Maar tegelijkertijd wacht er een druk en rijker leven op hem. Of Beware of Mr. Baker (2012), waar drummer Ginger Baker van Cream alles achter zich laat en naar Afrika trekt om op te gaan in verslavende ritmes.

Passie, eenvoud en tragiek gaan samen in Song from the Forest. Enerzijds de hypnotiserende schoonheid van een stam die in puurheid leeft, anderzijds de grauwe werkelijkheid van toekomst en rondkomen, die als een grijze sluier van zorgen om Louis heen hangt.

 

26 oktober 2016

 
ALLE RECENSIES