Creative Control

****

recensie  Creative Control

Een bril waar je verslaafd aan raakt

door Bob van der Sterre

Een nieuwe bril, een soort Google Glass voor gevorderden: de Augmenta-bril. Reclameman David moet het aanprijzen. Maar hij doet meer dan alleen aanprijzen, hij raakt er verslaafd aan.

Een nabije toekomst (pakweg 2025). Davids relatie met yogadocente Juliette loopt al een poosje stroef. Dan komt hij Sophie weer tegen, het vriendinnetje van zijn beste vriend Wim. Wat een leuk meisje! Maar waarom wil ze nou niets met hem – en wel met Wim, de beste vriend van David, hoewel hij het niet zo nauw neemt met zaken als trouw?

Creative Control

Zeurpieten?
Creative Control blijkt een film die louter negatieve reacties oproept. Een 5,5 op IMDb! ‘Troep voorbestemd om in vergetelheid te raken.’ Je hoeft geen recensies op te zoeken om te weten dat de messen van critici voor deze film scherp geslepen worden.

Hebben de zeurpieten gelijk? Er zijn een hoop rode lappen voor nogal wat kijkers. Zwart-wit. Karakters die niet al te likeable zijn. Snobistische sciencefiction. Klassieke muziek. Slow motion. Rommelig begin. En de aanwezigheid van überhipster Reggie Watts (als Reggie Watts).

Als we door de vooroordelen heen kijken, zien we een film die zich langzaam ontvouwt als een vermakelijke tragikomedie. Het idee van Augmenta is bijvoorbeeld heel aardig uitgewerkt. Je doet je bril op en alles wat je er handmatig mee ontwerpt wordt voor je geprojecteerd, in ogenschijnlijk 3D. Google Glass voor gevorderden dus.

David is de ideale kandidaat om er als eerste aan te bezwijken – voordat het product op de markt is, mag hij er al een beetje mee spelen. Maar David is overspannen, gebruikt drugs, is instabiel. Niet echt de juiste ingrediënten om met zo’n speeltje te mogen werken.

In veel films zou zo’n idee te technisch worden uitgewerkt, maar in Creative Control blijft alles op een menselijke schaal. Hier zijn mensen geen bordkartonnen figuren maar echte karakters, Wim, Sophie en Julliette. Daardoor kan de film aannemelijker maken wat verslaving aan zo’n virtual realitywereld kan betekenen voor de mensen om je heen. Misschien wel het sociale probleem van de toekomst?

Creative Control

Lichtvoetig
Het sterkste punt van Creative Control is de poging om de cinematografie wat speelser aan te pakken. Visueel een sterke passage is als ze een commercial filmen, met een piloot die iets tegen paniekaanvallen aanprijst. Drie keer maken we een rondje van de piloot die zijn zinnen zegt, naar iemand die het niet goed vindt, naar de regisseur, en terug naar de piloot. Het bedwelmende feestje met Reggie Watts is fraai. De slow-motionbeelden in het hotel. De yogales met tegenlicht. De keuze voor zwart-wit blijkt ook een reden te hebben: het biedt meer mogelijkheden om subtiele futuristische edits toe te voegen.

Een soort lichtvoetige indie-sf dus, passend in de categorie lichtvoetige indiefilms van de jaren negentig, zoals Daytrippers, Living in Oblivion en In the Soup (uitschieters in het oeuvre van intussen vergeten namen als Greg Mottola, Tom DiCillo en Alexandre Rockwell). Geen slechte familie. De subtiele schimpscheuten op zaken als yoga en de relatieperikelen laten je soms in de waan dat je een vergeten werk van Woody Allen uit 2004 aan het kijken bent.

Geschreven, geregisseerd en met hoofdrol van Benjamin Dickinson (die dus ook creatieve controle had over zijn film).

16 mei 2016

 

 
ALLE RECENSIES
 

Midnight Special

****

recensie  Midnight Special 

De messias als zevenjarig jongetje

door Alfred Bos

In zijn vierde film ronselt regisseur Jeff Nichols een batterij gekende acteurs in hoofd- en bijrollen voor een psychologisch portret van het hedendaagse Amerika, vermomd als mysterieuze actiethriller.

Jeff Nichols is wellicht de interessantste regisseur die er de afgelopen tien jaar in Amerika is opgestaan. Als je een luie denker bent, zou je hem de nieuwe Terrence Malick kunnen noemen. Maar dat doen we niet, want Nichols is zijn eigen man. Een auteur met een persoonlijke stem die zijn eigen scripts schrijft en met een vast team van acteurs werkt, zoals Kurosawa en Fellini dat deden.

Midnight Special

Nichols’ films hadden alleen nu, in de eenentwintigste eeuw, gemaakt kunnen worden. Ze handelen over onzekerheid en paranoia, en het vastklampen aan een irrationele overtuiging omdat er verder niets is om in te geloven. Het is het Amerika van na 11 september, een onttoverde wereld waarin de mens zich staande moeten houden. Dat doet hij met magisch denken.

Vervreemding
Net als zijn drie voorgaande films speelt Midnight Special zich af in een onbestemd landschap, een niemandsland zonder identiteit of geschiedenis. Roy (vaste Nichols-acteur Michael Shannon) en Lucas (een onderkoelde en sterke Joel Edgerton) racen in een verduisterde auto van motel naar motel, aan de haal voor autoriteiten – naast FBI ook NSA – en wraakzuchtige leden van een onbestemde sekte. Op de achterbank zit Alton, de zevenjarige zoon van Roy en het object van verering van voornoemde sekte. Ze zijn op weg naar zijn moeder, gespeeld door Kirsten Dunst in een rol die herinnert aan haar personage in de tv-serie Fargo.

Alton is geen gewoon jongetje. Hij heeft de gaven van een superheld, kan met zijn geest de kosmos dirigeren, zoals enkele spectaculaire scènes illustreren. Omdat Nichols de achtergrond van het verhaal stukje bij beetje onthult via spaarzame dialoog, blijft de kijker lang onzeker over de betekenis van de handeling en bedoelingen van de diverse partijen. Niet alleen het landschap is vervreemdend, dat is het gedrag van de mensen ook. De elektronische soundtrack versterkt de onbestemde sfeer.

Midnight Special

Oeuvre in aanbouw
Midnight Special is evenwel geen puzzelfilm (zoals het gemaniëreerde Gone Girl) noch een superheldenepos uit de stal van Marvel of DC, maar gebruikt die tropen om de psychische Gestalt van het huidige Amerika te verbeelden. Alton is uitzonderlijk begaafd: “I think you’re a weapon”, zegt Sevier (Adam Driver), de man van de NSA. Het leger, met opmerkelijk veel Afro-Amerikanen, benadert iedereen als schietlustige terrorist en ook de sekte, geleid door een wereldmoede dominee (Sam Shepard), leeft in zijn eigen waanwereld. In Midnight Special is het leven een begoocheling geworden.

Sciencefiction dus, maar dan van de onderkoelde, op psychologie leunende soort, vergelijkbaar met het recente The Wakhan Front uit Frankrijk. Je zou er ook verwijzingen in kunnen zien naar George Lucas’ THX 1138 en (vooral) Spielbergs Close Encounters of the Third Kind. Maar Nichols is zijn eigen man en Midnight Special past naadloos in een oeuvre in aanbouw. Het heeft de paranoia en claustrofobie van zijn debuutfilm Shotgun Stories, de poëzie van Take Shelter en de buiten de beschaving opererende levenswil van Mud.

Zou het toeval zijn dat de film zijn kosmische climax bereikt in het Texaanse zoutmoeras langs de Golf van Mexico, dezelfde ecotoop waarin de Amerikaanse SF-auteur Jeff Vandermeer zijn Southern Reach-trilogie heeft gesitueerd? Het oord is een overgangsgebied tussen zee en land, zout en zoet, aarde en hemel, fysica en metafysica, de gradiënt waar het wonder zich voltrekt. Maar dan in omgekeerde vorm, want de goden hebben ons verlaten.

 

10 mei 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Heart of a Dog

*****

recensie  Heart of a Dog

Egoloos egodocument

door Alfred Bos

De Amerikaanse multimedia-artiest en performancekunstenaar Laurie Anderson maakte een hoogst persoonlijke film over haar overleden terriër, Lolabelle. Als onvergelijkbare verteller serveert ze een caleidoscoop van beelden en indrukken.

Aan verbeelding en een oorspronkelijke blik heeft het Laurie Anderson nooit ontbroken. De Amerikaanse kunstenares, bouwjaar 1947, stond ooit viool te spelen op schaatsen die waren ingevroren in blokken ijs, haalde ook in Nederland de hitparade met experimentele elektronica (O Superman, 1981), ontlokte muziek aan zelfgemaakte instrumenten (tape-viool, wandelstok als MIDI- controller), combineerde performance met film, muziek en nieuwe media, en heeft samengewerkt met zo ongeveer elke grote naam uit het artistieke milieu van New York. Ze is hitartiest en avant-garde kunstenares in een. Onvoorspelbaar, maar nooit saai.

Heart of a Dog

Heart of a Dog is Andersons documentaire over haar overleden hondje, de intelligente en artistiek aangelegde terriër Lolabelle. Maar de film is zoveel meer. Lolabelle is de lens waardoor Anderson reflecteert op haar leven, het leven, en de dood. Van Lolabelle en, indirect – we zien hem aan het slot in een uitje naar het strand van Coney Island – van haar in 2013 overleden echtgenoot, Lou Reed. Die krijgt ook het slotakkoord: over de aftiteling klinkt Reeds liedje Turning Time Around. Wat de boodschap van de film is: zet de tijd naar je hand.

Superieur familiefilmpje
Zoals al haar werk is ook Heart of a Dog, in dit geval binnen het medium film, nauwelijks te categoriseren. Het is non-fictie, dus documentaire, maar dan wel eentje van de poëtische soort. Er worden in hoog tempo gemonteerde dichtregels op het scherm geprojecteerd, filosofen (Kierkegaard, Wittgenstein) geciteerd en in voice-over vertelt Anderson over wat er in haar haar hoofd en ziel rond gaat. Dat klinkt wellicht heel hoogdravend, maar Heart of a Dog heeft de look & feel van een superieur familiefilmpje.

En dat laatste ook letterlijk, want veel beelden komen uit het super 8-archief van de familie Anderson en vertellen over haar jeugd in Glenn Ellyn, een soort Goois dorp maar dan op het platteland van Illinois. Heart of a Dog is echter geen autobiografie noch een filosofisch traktaat. Waar zijn de dagen voor, vraagt Anderson op de geluidsband. Om wakker te worden. Waar zijn de nachten voor? Om door de tijd te vallen, in een andere wereld. Heart of a Dog is die andere wereld.

Heart of a Dog

Spreken is leven
De film is een mozaïek van vorm en medium. Super 8-film naast webcam naast digitale camera. Beeldhouwwerken, fotografie, animatie, videokunst en taal, vooral veel taal. Voor een muzikaal en visueel ingestelde performancekunstenaar is Anderson heel erg talig. Met taal schep je de wereld, meent ze. Met taal geef je leven en Anderson kan het weten, want toen ze in de Himalaya werd overvallen door hoogteziekte en op het punt stond te geest te geven, zei ze tegen haar begeleiders: praat tegen me. Volgens het Tibetaanse Dodenboek is het gehoor dat laatste zintuig dat gaat.

Spreken is leven, maar op haar twaalfde ontdekte ze dat volwassenen vooral onzin uitkramen. Toen ze door een ongelukkige duik in het zwembad haar rug had gebroken, zei de dokter dat ze nooit meer normaal zou kunnen bewegen. Wilskracht en de overtuiging dat de arts uit zijn nek kletste brachten haar op de been. Ondertussen verbaast Anderson zich over de nieuwe wereld die er na 11 september 2001 is opgesproten. Ze loopt met Lolabelle door de Village, de hond heeft geta (Japanse muiltjes) aan. Soldaten op straat, NSA die data slurpt en burgers begluurt.

De dood is het loslaten van liefde. Met Heart of a Dog leven zowel Lolabelle als Lou Reed voort, in ieder geval in de ziel van de kunstenares. Voor dit soort films is de term egodocument bedacht, met de kanttekening dat Anderson als boeddhist haar ego heeft weten uit te bannen. Geëxternaliseerd tot schimmen op het filmdoek, waar het nu, zonder enige opsmuk, weet te roeren. Unieke fantasie, unieke film.

 

26 april 2016

 
ALLE RECENSIES

Franny

**

recensie   Franny

Opa op oorlogspad

door Damian Uphoff

Een militante opa kan het verlies van twee vrienden niet accepteren, en valt daarom diens dochter en verloofde maar lastig. Het resultaat is een filmische janboel die kant noch wal raakt.

Voormalig sekssymbool Richard Gere loopt al een aantal jaartjes mee in de filmwereld. De man is voornamelijk bekend van films als Pretty Woman, Primal Fear, Arbitrage, The Jackal en een hoop onopvallende vrijdagavondthrillers. In Franny is dat een ander verhaal, al rest de vraag of je dat positief op moet vatten. Want om nou grijze muis Gere als flamboyante terror-opa te casten getuigt niet van bijster veel inzicht. Als er iets is wat deze tweede film van regisseur Renzi duidelijk maakt, is dat het wel.

Franny

De ellende begint
Sinds het verlies van twee vrienden waarmee Franny (Richard Gere) een enorme band had, leidt de rijke kluizenaar een losbandig leven. Hij scheert zich niet, zuipt er op los, en heeft schijt aan alles en iedereen. Totdat de dochter van de twee overleden vrienden, Olivia, contact zoekt. Franny begint zich te mengen in het leven van de dochter (Dakota Fanning) en haar verloofde Luke (Theo James). Aanvankelijk lijkt er weinig aan de hand, maar Franny manifesteert zich steeds nadrukkelijker in het leven van de tortelduifjes. Zomaar koopt hij een nieuwe woning voor de twee, niet geheel toevallig het oude huis van zijn twee overleden vrienden. Na een poosje wordt het duidelijk: Franny tracht zijn oude leven te herleven door middel van Olivia en Luke. Zijn gedrag slaat gaandeweg over van belangstellend tot obsessief, wat tot ergernis leidt bij Oliva en Luke, die de seniele bemoeial een beetje zat beginnen te worden.

Het centrale thema van Franny is wroeging. Franny had samen met zijn vrienden een auto-ongeluk veroorzaakt, waar alleen hij levend uitkwam. In Olivia en Luke ziet hij een kans om zijn oude fijne leven na te bootsen, door bijvoorbeeld situaties uit het verleden te recreëren. Geobsedeerd door deze missie verliest Franny het zicht op de werkelijkheid en belandt hij in een neerwaartse spiraal. De eens zo machtige Franny verandert in een pathetisch hoopje man.

Franny

Mankementen in overvloed
Op papier lijkt het plot zich best te lenen voor een ludieke film, maar dat is het niet geworden. Een groot euvel ligt bij Gere: met zijn ietwat suffige uitstraling weet hij zijn rol niet de nodige panache mee te geven. Voor een rol die zoveel aandacht opeist, heb je een flinke dosis charisma nodig, en daar ontbeert het simpelweg aan bij Gere.

Plotgewijs valt Franny het beste te omschrijven als stuurloos. Alsof Renzi er maar wat op los probeerde, zonder zijn drama van enige body te voorzien. Zo slaat de film na de eerste helft opeens een totaal andere richting in door in te gaan op Franny’s drugsverslaving. De film ontpopt zich van stalker-verhaaltje tot een soort fall & rise, waarin Franny tegen zijn innerlijke demonen strijdt, maar de uitwerking is vluchtig en oppervlakkig. Het geheel voelt aan als twee films die slecht aan elkaar geplakt zijn, en door het constant zwabberende script is er van een spanningsboog nauwelijks sprake.

 

16 april 2016

 

 

ALLE RECENSIES

 

I Am Wrath

**

recensie  I Am Wrath

Meer pulp voor Travolta

door Wim Meijer

‘Who ARE you?’, schreeuwt een creperende slechterik het uit. ‘I am Wrath’, aldus John Travolta die hem van repliek dient. Ooit hoorde hij collega Samuel L. Jackson verzen uit Ezechiël opdreunen, nu spreekt hij zelf drie woorden uit Jeremia. Woorden die niet cool zijn, maar die hem op hoongelach van het publiek komen te staan.

Eerst zou Nicolas Cage deze film doen. Dat hij is vervangen door John Travolta is typerend voor beide acteurs, die ooit samen schitterden in Face/Off. Beiden zijn zo diep gezonken dat ze nu elkaars vervanger zijn voor dit soort pulpfilms. Het is opmerkelijk dat deze film überhaupt in de bioscoop verschijnt, aangezien de meeste films van beide heren tegenwoordig meteen op DVD uitkomen. Of helemaal niet.

I Am Wrath

Super secret black ops missies
John Travolta speelt Stanley Hill, een autoverkoper die net terug is van een sollicitatiegesprek bij Honda. Stanley landt op een luchthaven, ontmoet zijn vrouw en gaat naar de parkeergarage. Uit het niets verschijnt gangster Charley Fly die Stanley overmeestert en zijn vrouw dood steekt. Stanley zelf blijft gewond achter. De politie pakt Charley op, Stanley herkent hem als de dader, maar de moordenaar gaat vrijuit wegens corrupte agenten. Het is dus maar goed dat Stanley zelf voor gerechtigheid kan zorgen, aangezien hij – iemand nog verbaasd? – een ex-special ops militair is.

Stanley trommelt zijn oude maatje Dennis (Christopher Meloni) op, die niet lang nodig heeft om de stemming er een beetje in te brengen. Dat is maar goed ook, want tot het moment dat Meloni zijn gezicht laat zien is er geen klap aan. Dennis is nu kapper, maar was dat niet altijd. Samen met Stanley voerde hij super secret black ops missies uit – je kent ze wel – en het zal niemand vreemd zijn dat de beste man een schiettent, wapenarsenaal en apparatuur om telefoons mee te kraken in de kelder heeft staan.

I Am Wrath

Steeds grappiger
Het budget van deze film zou 18 miljoen zijn en gezien de productie kunnen we alleen maar aannemen dat Travolta het grootste gedeelte daarvan meepikt. De geluidsmix is ongebalanceerd met keiharde muziek tegenover nauwelijks verstaanbare dialoog, shots zijn met enige regelmaat out of focus, de actie is onoverzichtelijk en kent kop noch staart en het acteerwerk is over de linie genomen tenenkrommend. Alleen Meloni lijkt er echt zin in te hebben en kan de lol van dit soort pulp waarschijnlijk wel inzien. Van de coole, charismatische acteur die Travolta ooit was in films als Pulp Fiction en Swordfish is helemaal niets meer terug te vinden.

I Am Wrath is eigenlijk zo’n slechte film dat je halverwege een beetje melig wordt. De running gag ‘you’ve got three minutes’ is elke keer grappiger. Na een uur toont de film zoveel onwaarschijnlijke rotzooi (zoals een shootout in een bomvolle discotheek waarin alleen de bad guys omkomen) dat I Am Wrath op de lachspieren begint te werken. Omdat de film zichzelf naar het slot toe in steeds mindere mate serieus neemt, zit je toch uiteindelijk met een glimlach naar de aftiteling te kijken.

 

10 april 2016

 

ALLE RECENSIES

Demolition

***

recensie  Demolition

Frivool schouwspel over rouw

door Damian Uphoff

Vaak stuit je in films over rouwverwerking op een overdosis pathetiek. Hoe anders is dat in Demolition. Een buitenissige film waarin lichtvoetigheid de boventoon voert, ondanks het loodzware thema.

Regisseur Jean-Marc Vallée is aardig op dreef de laatste jaren. Waar zijn voor zes Oscars genomineerde Dallas Buyers Club en het eveneens gelauwerde Wild drama’s pur sang zijn, is Demolition een komedie. Dit genre is geen onbekend terrein voor de Canadese regisseur: met C.R.A.Z.Y. waagde hij zich er eerder aan, maar een komische film over rouwverwerking is geen courant verschijnsel.

Demolition

Stille rouw
Niet enkel Vallée bevestigt zijn talent met Demolition, ook Jake Gyllenhaal laat na een aantal ijzersterke prestaties (Nightcrawler en Enemy) weer zien wat hij in zijn mars heeft. In Demolition vertolkt hij de rol van Davis: een jonge bankier wiens vrouw Julia het loodje legt in een auto-ongeluk. Davis reageert echter lethargisch op het ongeluk, ogenschijnlijk scheelt het hem weinig. Toch verandert er iets in hem. Hij let op details die hem voorheen niet opvielen en gedraagt zich vreemd en impulsief. Niet iedereen reageert natuurlijk hetzelfde op zo’n tragische gebeurtenis. Sommigen uiten hun rouw expressief, bij anderen verloopt het rouwproces in stilte en duurt het even voordat de pijn écht doordringt.

Davis behoort overduidelijk tot de laatste categorie. Waar iedereen rondom Davis in diepe tristesse raakt door Julia’s dood, heeft onze bankier andere prioriteiten. Vanwege een defect in een snoepautomaat schrijft hij talloze brieven naar een automatenbedrijf. Karen, vertegenwoordigster van de klantenservice, raakt geëmotioneerd door de brieven waarin Davis zijn hele privéleven openbaart. Wat volgt is een merkwaardige vriendschap tussen de twee die samen een nieuw leven op proberen te bouwen.

Uitzinnig
Die vriendschap gaat niet zonder hilariteit gepaard. De humor in Demolition is droog, speels, en een tikkeltje uitzinnig. Vooral Gyllenhaal excelleert als laconieke droogkloot. Zo begeeft hij zich dansend en zingend door drukke straten en haalt hij capriolen uit met Karen’s zoon. Gyllenhaal is overigens niet de enige wiens personage wat eigenaardig is, want ook Karen (Naomi Watts), die de ganse dag aan de cannabis zit, en haar zoon (Judah Lewis), die worstelt met zijn geaardheid, zijn lekker labiele figuren.

Demolition

Davis’ metamorfose van afgeborstelde bankier tot extravagante bon vivant valt te duiden als zijn manier om rouw te verwerken. Opvallend hierbij is zijn drang naar destructie. Dingen die hem aan zijn vrouw, zijn oude leven doen denken vernietigt of verdringt hij. Samen met Karen’s zoon slaat hij bijvoorbeeld zijn oude huis kort en klein. Aldus de titel ‘Demolition ’.

Concessies
Dat Davis’ verwerkmethodes niet helpen blijkt tijdens zijn uiteindelijke bewustwording. De lichtvoetigheid moet even plaats maken voor zwaarmoedigheid, en daar doet de film zich wat mee tekort. Je zit al te wachten op het moment waarop Davis dan eindelijk emotioneel instort en als Vallée vervolgens braaf beantwoordt aan de verwachtingen van de kijker kun je dat als een zwaktebod beschouwen. Gelukkig weten de vele komische vondsten en vooral het spel van Gyllenhaal hun stempel op deze film te drukken.

 

9 april 2016

 

 

ALLE RECENSIES

 

Trumbo

****

recensie  Trumbo

Rode Gevaar op Zwarte Lijst

door Ashar Medina

Bryan Cranston (Mr. Breaking Bad) trekt alles uit de kast in een enerverende biopic over een van Hollywoods meest legendarische scenarioschrijvers. Die toevallig ook nog eens een communist was.

Het gevaar van de biopic is dat makers nogal eens verzanden in ongegeneerde verering van hun onderwerp. Over de doden niets dan goeds, luidt het devies. Maar in werkelijkheid waren zelfs de doden natuurlijk niet perfect. Trumbo pakt dit anders aan. We krijgen naast zijn bewonderenswaardige eigenschappen ook zijn zwaktes te zien. Dalton Trumbo was een ‘Mensch’ – en echte mensen laten ook soms een steekje vallen. De man was koppig, trots en (te) scherp van tong. Tel daarbij ook nog eens een zwakte voor alcohol en pijnstillers op en je hebt een uiterst explosieve mix. Dit leverde niet alleen problemen op in zijn persoonlijke leven, het verwoestte bijkans ook zijn carrière.

Trumbo

Top van de filmwereld
Wanneer we de schrijver ontmoeten, staat Trumbo aan de top van de filmwereld; de grootste producenten willen met hem werken, de beste acteurs willen zijn monologen uitdragen. Maar zijn idealisme staat hem in de weg. Trumbo is een uitgesproken communist, en wil vechten voor zijn recht om dat te mogen zijn. Hierdoor wordt hij al snel het doelwit van een heksenjacht geleid door de legendarische westernacteur John Wayne, die Hollywood probeert te zuiveren van communistische invloeden.

Trumbo wordt onderdeel van The Hollywood Ten: tien prominente filmmakers (vooral schrijvers) die niet meewerken aan een onderzoek van het congres. Hij belandt hierdoor zelfs in de gevangenis. Trumbo’s standvastigheid is bewonderenswaardig, maar eist wel zijn tol. Zijn familie komt financieel in de problemen en wordt met de nek aangekeken door de buren die net als de rest van Amerika is gehersenspoeld en gelooft dat de communistische schrijvers middels hun werk propaganda maken voor Russische idealen.

De Anonieme Auteur
Het is een goed gedocumenteerd onderdeel van de Amerikaanse geschiedenis; tijdens de Koude Oorlog werd in alle lagen van de samenleving gejaagd op communisten. Het was dan ook een wonder dat er een groep succesvolle filmmakers met gevaar voor eigen leven voor hun idealen bleef vechten. Ze kwamen hierdoor allemaal op de zogenaamde Black List  en kwamen niet meer aan de bak. Velen gingen bankroet en raakten aan lager wal. Maar Trumbo liet het hier niet bij zitten. Via achterkamertjes wist hij producenten te overtuigen hem toch in te huren, onder de voorwaarde dat zijn naam niet vermeld mocht worden. Zonder dat de autoriteiten het wisten schreef hij zo tientallen films, waarvan Roman Holiday zelfs een Oscar won.

Dit gegeven is fascinerend en zorgt voor een aantal spannende sequenties waarin Trumbo een geheim netwerk van schrijvers creëert die samen anoniem verantwoordelijk waren voor een aantal van de bekendste films uit de jaren 50 en 60. Het keerpunt kwam toen Kirk Douglas openlijk bekend maakte dat Trumbo verantwoordelijk was voor het script van de latere klassieker Spartacus. Vanaf dat moment is de zwarte lijst onhoudbaar en begint ook het publiek te twijfelen aan de praktijken van politici als Joseph McCarthy, die honderden levens verwoestte om punten te scoren als senator.

Trumbo

Enkel verliezers
Ondanks al zijn heldendaden kon Trumbo ook een klootzak zijn. Dit komt het beste tot uiting in zijn relatie met zijn dochter Nikola, die even koppig is als haar vader. Hij eist dat de hele familie meedoet met zijn strijd, maar zij trekt haar eigen plan. Nikola voegt zich bij haar vrienden die strijden voor gelijke rechten voor de zwarte bevolking (de Civil Rights Movement) en dat wordt haar in eerste instantie niet in dank afgenomen door haar vader.

Hier ligt het hart van de film en de centrale vraag die het verhaal voortstuwt: is Trumbo’s politieke strijd meer waard dan zijn gezin? Het is het dilemma van de vrijheidsstrijder: liefde versus idealen. Familie versus carrière. Het zorgt ervoor dat de film geen pamflet wordt, en boven de gemiddelde biopic uitstijgt. Het maakt van Trumbo een mens. In een van zijn latere speeches geeft Trumbo zelf ook toe dat niemand ongeschonden uit de strijd is gekomen: “It was a time of evil, and no one on either side who survived it came through untouched by evil”.

6 april 2016

MEER RECENSIES

 

Experimenter

**

recensie  Experimenter

Minder geslaagd film-experiment

door Ralph Evers

Deze biopic over de geruchtmakende sociaal psycholoog Stanley Milgram weet een goed overzicht van zijn experimenten en leven te tonen, maar faalt in het betrekken van de kijker.

Stanley Milgram is bekend zijn onderzoek naar gehoorzaamheid. Kort gezegd heeft hij aangetoond dat wanneer iemand aangemoedigd wordt door een autoriteitsfiguur (een professor in zijn onderzoek) om moreel twijfelachtige handelingen uit te voeren (zoals het in oplopende mate uitdelen van elektrische schokken aan relatief onbekende mensen), men dit over het algemeen geneigd is te doen.

Persoonlijke ervaring
Tijdens een college over Milgram vroeg de docent aan een zaal met 450 eerstejaars psychologiestudenten, wie het onderzoek zinvol vond, los van de morele invulling. Eén vinger ging omhoog. De microfoon werd onder mijn de mond geschoven om te vragen waarom ik het een goed onderzoek vond. Mijn antwoord was iets met dat de illusie naar onze goedheid doorgeprikt werd. De anderen zijn slecht, maar wij zijn verheven. Helaas.

Het was het jaar 2000, ik was net begonnen met een studie psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na mijn toelichting gingen er nog een paar vingers omhoog, er waren meer mensen die het spraakmakende en controversiële onderzoek van Milgram toch wel belangrijk vonden.

Experimenter

Milgram is in zijn leven vaak door collega’s en critici aangevallen. Achteraf bleek keer op keer de ontsluiering van onze verheven moraal boven die van de slechteriken het heikele punt te zijn. Daar kan Milgram zelf niet zoveel aan doen. Toch is er een kritiek die wel hout snijdt, en die ook in Experimenter niet aan de orde komt. In zowel de film als in veel tekstboekbeschrijvingen wordt genoemd dat het overgrote merendeel tot het uiterste ging, terwijl in werkelijkheid het percentage dat tot het uiterste ging 62,5% was. In de film zien we echter slechts één man weigeren. Toevallig een Nederlander. Anderen sputteren wel tegen, maar gaan toch door tot het uiterste van 450 volt, overeenkomstig de onderzoeksresultaten.

Sterk begin
De film start sterk en belooft een interessante mix te worden van historische feiten, de persoon Milgram en een daaromheen geschreven verhaal. Echter, na het sterke begin, waarin we op een meeslepende manier meegenomen worden in het onderzoek en de “dierentuin” van de laboratoriumbewoners, kiest de film er voor om vooral op de persoon Milgram in te gaan en hem te plaatsen in de tijdsgeest. Die tijdsgeest is op zich leuk gedaan door met een blue screen  te werken in de jaren zestig en met een lelijke, doch prominente baard in de jaren zeventig (de jaren tachtig heeft men, gezien de wansmaak, maar niet meer gemodelleerd).

Ook krijgen we een inkijkje in de vele interessante experimenten die Milgram gedaan heeft, waarbij opvalt dat zijn eerste onderzoek. Daarbij kijkt hij steevast in de camera om de kijker, à la Kevin Spacey in House of Cards, op de hoogte te brengen van de context.

Hiermee stapt de film als het ware uit zichzelf, en begint de kijker de band met de overige personages op het scherm te verliezen. De film verwordt zo tot een chronologische opsomming van de experimenten, zonder dat er nog een spanningsboog aanwezig is. Om maar te zeggen: het geheel begint wat saai en afstandelijk te worden. En dat is jammer, want gezien de stof die Milgram heeft doen opwaaien, was daar echt wel een vurige film uit te maken. Daarbij is Peter Sarsgaard goed gecast; met z’n laconieke glimlach is het nooit volstrekt duidelijk wat er in hem omgaat.

Experimenter

Opmerkelijke geschiedenis
De geschiedenis van de psychologie is op z’n minst opmerkelijk. Een jonge wetenschap die door middel van experimenteren de menselijke geest, maar in de praktijk vooral het menselijk gedrag blootlegt. Dat begon al bij de voorvader van de psychologie, Wilhelm Wundt (die door middel van experimenten ons bewustzijn trachtte te verklaren en ging via Reich en Perls richting de lichaamsgerichte stromingen).

De ironie is dat de frontale lobotomie een Nobelprijs opleverde, de enige voor de psychologie ooit, terwijl dat nu net niet is wat je wil. De ingreep komt erop neer dat er een paar sneetjes in de hersenen worden gemaakt, waardoor ernstig gestoorde, of verstorende individuen tot kasplantjes verworden. Het is de ironie van een geestelijke wetenschap dat zij eigenlijk al haar pijlen gericht heeft op het technocratisch, biologisch, “hard” wetenschappelijk model en haar spirituele, morele model nauwelijks aandacht heeft gegeven.

Binnen de lijn van de experimentele aard van psychologisch onderzoek, valt de proefneming van Stanley Milgram in het bijzonder op. Vorig jaar kwam dat andere spraakmakende experiment opnieuw onder de aandacht, The Stanford Prison Experiment (een groep studenten wordt verdeeld in gevangenen en bewakers). Een film die in vergelijking met Experimenter in het experiment zelf duikt en daarmee een boeiendere zit oplevert, doch niet aan het experiment zelf voorbij gaand.

28 maart 2016

 

 
ALLE RECENSIES
 

Moonwalkers

***

recensie  Moonwalkers

Kubrick-mythe als filmplot

door Alfred Bos

Moet je stoned of anderszins onder invloed zijn om deze komedie rond Ron Pearlman te kunnen waarderen? Nee, maar het helpt wel.

Wanneer hebben we Ron Pearlman voor het laatst op het witte doek gezien in een film die niet beter direct op dvd had kunnen worden uitgebracht? Was het in het visueel avontuurlijke wuxia meets comics-drama Bunraku uit 2010 of de tweede Hellboy-film, The Golden Army, van twee jaar daarvoor? De Guilllermo del Toto-fan roept natuurlijk: Pacific Rim, maar die vonden wij weer niet te pruimen.

Moonwalkers

Hoe dan ook, de man die de kleinzoon van de legendarische Franse acteur Fernandel had kunnen zijn is momenteel nauwelijks van het tv-scherm te branden – mis vooral niet zijn vertolking als godsdienstwaanzinnige rechter in de Amazon-serie Hand of God – en de voornaamste ster in deze kolderieke, met veel stoner-humor opgetuigde productie van Belgische makelij, het regiedebuut van een zekere Antoine Bardou-Jacquet, als dat zijn echte naam is tenminste.

Geestverruimend menu
Het is juli 1969 en de Amerikanen staan op het punt om Apollo 11, met aan boord onder andere Neil Armstrong en Buzz Aldrin, naar de maan te schieten. Om de propagandaoorlog van de Russen te winnen moet deze meesterzet van Koude Oorlogsvoering natuurlijk wel slagen en om elk toeval – en dat is ruim aanwezig met een maanlander wiens boordcomputer een werkgeheugen van 20K heeft – uit te sluiten stuurt de Amerikaanse geheime dienst zijn agent Tom Kidman (Ron Pearlman) gewapend met een koffer met geld naar Londen. Hij moet Stanley Kubrick overhalen om de maanlanding te faken.

Pearlmans tegenspeler is Rupert Grint, die we nog kennen als het bangige vriendje van Harry Potter uit de gelijknamige filmreeks. Grint vertolkt Jonny Thorpe, de klunzige manager van een hopeloze rockband, die op kamers leeft met de altijd onder invloed verkerende – naarmate Moonwalkers vordert verrijkt hij zijn hasj-menu met opium, lsd en paddenstoelen – Leon, een rol van Robert Sheehan. Pearlman speelde eerder samen met Sheehan in een van de minst gedenkwaardige films (uit een lange reeks) van Nicolas Cage, Season of the Witch, en Sheehan kent op zijn beurt Grint van het drugsfestijn Cherrybomb en zo is de cirkel van deze parodie op een stoner-film rond.

Moonwalkers

Gedrogeerde slapstick
Het zegt ook iets over wat we van Moonwalkers kunnen verwachten: doorgerookte slapstick met knipogen naar de realiteit, want het broodje aap-verhaal rond Kubrick’s namaakmaanlanding is uitgegroeid tot een urban myth waar heuse documentaires over zijn gemaakt. Verwikkelingen te over: Kidman is een getraumatiseerde Vietnam-veteraan die lijdt aan hallucinaties. Thorpe is geld schuldig aan een Londense onderwereldbaas genaamd The Ironmonger. Dan zijn er nog een Duitse arthouse-regisseur, een wulpse hippiedame (de Waalse actrice Erika Sainte; die willen we vaker zien) en natuurlijk de sigaren paffende generaal – shades of Dr. Strangelove – die vanuit een geheime bunker de verwikkelingen op afstand volgt.

Die laatste stuurt een batterij mannen in zwart naar Londen om alle getuigen van het maanfilmpje uit de weg te ruimen, wat culmineert in een kostelijke climax, want laat nu net op dat moment ook The Ironmonger met een legertje gorilla’s op de filmset neerstrijken. Moonwalkers is de natte droom van theoretici van de post-moderne film want hij handelt over een genepte nepmaanlandingsfilm.

De grappen draaien om het persifleren van de hippiemores en het broodje aap-verhaal rond Kubrick (inclusief vele verwijzingen naar diens films), het uitvergroten van overbekende clichés en het tot groteske porties oppompen van cartoonesk ultrageweld dat op zijn leukst is wanneer het zich buiten beeld afspeelt en alleen op de geluidsband is te horen. Los van de uitstekende, zij het voor de hand liggende muziekkeuze (Jefferson Airplane, Lovin’ Spoonful, Creedence Clearwater Revival) is de experimentele geluidsband de geheime kracht van de film, met dank aan de Franse house-producer Alex Gopher. Ook broodnuchter valt er genoeg te grinniken.

 

28 maart 2016

 
ALLE RECENSIES

Brooklyn

****

recensie  Brooklyn

Heimwee in Amerika

door Wim Meijer

Brooklyn vertelt het verhaal van de Ierse immigrante Eilis die in de jaren ’50 haar kleine dorp verlaat voor de grote stad New York. Het vertrek valt Eilis zwaar, totdat ze de Italiaanse Tony tegenkomt.

Het is 1951. Eilis (Saoirse Ronan) en haar beste vriendin Nancy (Eileen O’Higgins) staan in de hoek van de lokale dansgelegenheid, waar Ierse folk de mannen en vrouwen uit het dorp bij elkaar brengt. Slurpend aan een flesje fris wachten ze op de mannen van de rugbyclub. Althans, Nancy. Eilis ziet ze als ’those boys with their hair oil and their blazers’. Zij ziet het nut er niet meer van in, zich mooi maken voor de mannen. Zij moet naar Amerika.

Brooklyn

Bekrompenheid
De reden van Eilis’ vertrek is plattelandsproblematiek: de toekomst voor een jonge dame ligt niet in het kleine Ierse dorp Enniscorthy met al zijn eigenaardigheden en bekrompenheid. Zo bekritiseert Mrs. Kelly, een oude feeks die een winkeltje heeft, een klant die op zondag schoenpoets koopt. Dat had ze namelijk de dag ervoor al moeten doen. De klant weet het en knikt verontschuldigend. Dit soort sociale controle waar Mrs. Kelly zichtbaar van geniet, werkt verstikkend.

Amerika is echter niet het beloofde land, ondanks de goede bedoelingen van Father Flood (Jim Broadbent) van de kerk en Eilis’ zus Rose (Fiona Glascott) die de trip voor Eilis mogelijk maken. Eilis heeft geen zin in een wereldreis in haar uppie waardoor ze Rose en haar moeder achterlaat in Ierland, maar het alternatief is wegkwijnen en op zondag voor Mrs. Kelly werken. Het duurt niet lang of Eilis is doodongelukkig, zo ver van huis. Momenten van vreugde zijn er nauwelijks in Amerika, want ze mist het thuisfront, hoe armoedig en verstikkend dit ook was.

Eilis werkt in een warenhuis als verkoopster, maar verkoopt weinig. Het doet denken aan Carol, waarin Rooney Mara een timide verkoopster speelt die zich, net als Eilis, niet op haar gemak voelt. Eilis’ passieve houding die niet bepaald tot goede verkopen leidt, trekt de aandacht van haar leidinggevende Ms. Fortini (Jessica Paré) en Father Flood. Door hun hulp vindt Eilis’ langzaam haar draai en volgt ze lessen in boekhouden. Wanneer ze Tony (Emory Cohen) tegen komt, maakt heimwee plaats voor liefde.

Brooklyn

Self made woman
De Ierse actrice Saoirse Ronan is op haar eenentwintigste al een fenomeen, met twee Oscarnominaties op zak: eentje voor Atonement en nu voor Brooklyn. We hebben van Ronan in diverse rollen genoten, variërend van een kleine moordmachine in Hanna tot de aandoenlijke Agatha in The Grand Budapest Hotel, maar zelden had haar rol zo’n impact. Want wat is ze sterk, met alle subtiele emoties, fragiele blikken en overtuigende onzekerheid. En kan ze eigenlijk eens in haar eigen accent praten – prachtig, dat Iers. Ook de transformatie naar self made woman later in de film, nadat ze de Italiaanse Tony ontmoet, is knap gespeeld.

Tijdens het kijken naar dit heerlijk geacteerde liefdesdrama waan je je in een andere tijd. De kostuums, sets, muziek en algehele sores van de vijftiger jaren zijn bijzonder treffend. Brooklyn heeft de jaren ’50 warenhuizen met al hun pracht en praal die we eerder zagen in Carol, mooie wagens die door de straten van New York tuffen en mannen in driedelig pak. Het verhaal dreigt soms te zoetsappig te worden, maar door Saoirse Ronan komt alles mooi samen: heimwee, liefde, verantwoordelijkheid naar familie toe en zelfontplooiing.

De film bevat een aantal schitterende scènes, waaronder een Iers a capellalied op kerstavond, gezongen door een Ierse arbeider die heeft meegeholpen aan de aanleg van sporen en wegen, maar nu uitgerangeerd is. Het is dit soort tragiek die soms door de scènes sijpelt waardoor de film lading krijgt en je verbondenheid voelt met het Ierse volk. Want het moge duidelijk zijn dat Brooklyn niet alleen om Eilis draait, maar dat ze symbool staat voor een hele generatie.

14 maart 2016

 

 
ALLE RECENSIES