General, The

*****

recensie The General

Onweerstaanbare combinatie van stoïcisme en fysieke humor

door Cor Oliemeulen

Alles klopt en niets is nep aan The General van Buster Keaton. Vijftig jaar na de dood van dit lang miskende genie verschijnt diens absolute meesterwerk in een digitaal gerestaureerde versie (en met de soundtrack uit 1995) in de bioscoop.

Van de drie grote filmkomieken van het stomme tijdperk – Charlie Chaplin, Harold Lloyd en Buster Keaton – viel er voor laatstgenoemde het minst te lachen. Zwerver Chaplin combineerde slapstick met sentiment en werd veruit het grootste icoon, terwijl de bebrilde ideale schoonzoon Lloyd veel serieuzer was en twee keer zo hard moest werken om hetzelfde succes te bereiken. Zij konden lang blijven genieten van hun roem en vergaard vermogen, waar Keaton bijna ten onder ging aan het nemen van financiële risico’s, verlies van artistieke supervisie, echtscheiding en alcoholmisbruik. Zijn unieke talent werd pas veel later onderkend. Our Hospitality (1923) en Sherlock Jr. (1924) behoren tot de beste en leukste komedies uit de filmgeschiedenis. The General (1926) is ongeëvenaard.

The General

Handelsmerk
Ook in zijn films zie je Keaton zelden lachen. Zijn stoïcijnse oogopslag leverde hem de bijnaam The Great Stone Face op, een handelsmerk dat je decennia later terugziet bij Chevy Chase (National Lampoon) en Bill Murray (Lost in Translation). Keatons onweerstaanbare combinatie van een droog, flegmatiek uiterlijk en fysieke komedie komt volledig tot zijn recht in The General, waarin het accent niet alleen ligt op zijn typische visuele grappen, maar ook op (historisch) drama, karaktertekening en cinematografie. Negentig jaar na dato is de mede door Keaton geregisseerde en geproduceerde film allesbehalve gedateerd: spannend, technisch sterk en vooral erg origineel. In vijf kwartier dendert het avontuur met de trein uit de filmtitel vastbesloten voorbij.

Johnnie Gray (Buster Keaton) heeft twee liefdes: zijn locomotief The General en zijn vriendin Annabelle (Marion Mack). Bij het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog wil Annabelle dat Johnnie zich net als haar vader en broer aanmeldt bij de zuidelijke strijdkrachten, echter hoe hij ook zijn best doet, het leger wil Johnnie niet hebben, omdat hij als machinist van grotere waarde is. Als Annabelle hoort dat Johnnie verstek heeft laten gaan en zij hem niet gelooft, verbreekt zij de relatie en wil pas weer samen verder zodra Johnnie een soldatenuniform aanheeft.

The General

Gestunt(el)
Dat laatste zal ten langen leste op wonderbaarlijke wijze geschieden. Maar niet voordat Johnnie zich in een hachelijk avontuur vol inventieve capriolen heeft gestort. Een groep noordelijke soldaten heeft namelijk zijn locomotief gestolen en Johnnie zet de achtervolging in, zonder te beseffen dat Annabelle in de trein zit, op reis naar haar gewonde vader. De film is veel luchtiger dan het boek The Great Locomotive Chase waarop hij is geïnspireerd, want daarin worden de treinkapers krijgsgevangen gemaakt en terechtgesteld. In The General is het schaarse geweld grappig en dringt Johnnie in zijn eentje diep door achter de vijandelijke linies, hoort bij toeval de aanvalsplannen van de noordelingen en ontpopt zich na het nodige gestunt(el) als oorlogsheld.

De meest memorabele scène van The General is een locomotief die door een brug zakt en in het ravijn stort. Het maakte dit beroemde Keaton-vehikel met een budget van 750.000 dollar destijds de duurste film ooit gemaakt. Filmmaatschappij MGM had geen geld meer om de locomotief uit het ravijn te halen (ze werd een toeristische attractie), de opbrengsten vielen tegen en Buster Keaton verloor zijn onafhankelijkheid als filmmaker. De scène heeft werkelijk niets aan klasse en authenticiteit ingeboet en de aansluitende schermutselingen tussen de noordelijke en zuidelijke troepen bij de ingestorte brug van Rock River zijn uiterst sfeervol gefilmd door een miskend genie dat zijn tijd ver vooruit was.
 

29 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Free State of Jones

***

recensie Free State of Jones

Epos over opstand en slavernij raakt nooit ontketend

door Wim Meijer

Free State of Jones is ambitieus, maar het verhaal over de opkomst van het rebellenleger in Jones County tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog onder leiding van Newton Knight mist scherpte. Met name het plot is even chaotisch als de veldslagen tussen de Confederacy en de Union.

Mississippi, 1861. De Amerikaanse Burgeroorlog is in volle gang en de Union van Abraham Lincoln strijdt tegen de Confederacy, een verzameling zuidelijke staten. De inzet: afschaffing van de slavernij. Een impopulaire wet, vindt het zuiden, want slaven bewerken gratis de plantages en brengen een hoop geld binnen, dus wordt het oorlog.

Free State of Jones

Moerasguerrilla
Deze vier jaar durende strijd maakte meer Amerikaanse slachtoffers dan beide Wereldoorlogen samen en in de openingsscène zie je waarom: op open terrein lopen twee legers elkaar tegemoet en voordat de frontlinies met elkaar in contact zijn hebben kanonnen en artillerie al korte metten gemaakt met het halve regiment. Gewonden genoeg ook. Aan Newton ‘Newt’ Knight (Matthew McConaughey) de taak om ze naar de hospikken te brengen.

Na de zoveelste confrontatie met de dood – dit keer in eigen familie – heeft Newt het gehad. Hij deserteert, keert terug naar zijn boerderij in Jones County en vlucht voor de Confederation Army. Newt, een gerespecteerd lid van de gemeenschap, groot, bebaard en gezegend met katachtige reflexen, schuilt in het zompige moeras. Hij is niet de enige. Ook zwarte ex-slaven die voorheen katoen plukten zijn in grote getale aanwezig. Onder leiding van Newt vormen de vluchtelingen een militie en voeren een guerrillaoorlog tegen de Confederacy. Een bijzonder verhaal gebaseerd op het gelijknamige boek van Victoria Bynum, een historica die vooral wil aantonen dat niet alle blanken tijdens de Civil War slavenhandelaren waren en niet alle zwarten in die tijd slaven.

Racisme in Mississippi
Free State of Jones toont McConaughy zoals we hem kennen: goed en dik accent. Maar hij is niet in topvorm, gedeeltelijk omdat regisseur Gary Ross zich teveel focust op allerlei randzaken. Fris en bijzonder overtuigend zijn Mahershala Ali en Gugu Mbatha-Raw. Ali (Remy Danton in House of Cards) speelt de goudeerlijke Moses, een zwarte vluchteling die geïnspireerd raakt door Newt. Moses ontwikkelt zich van schuchtere ex-slaaf tot welbespraakt vrijheidsvechter. Mbatha-Raw vertolkt Rachel, een slavin die in haar vrij uurtjes Newt helpt en hem huwt.

Free State of Jones

Newts bijnaam is ‘The Robin Hood of Piney Woods’. Hij is een held in de ogen van velen, maar in de staat Mississippi ziet de (vooral oudere) bevolking Newt als een verrader, die bovendien met een zwarte is getrouwd. In het huidige Jones County is deze film bijzonder controversieel. Gary Ross stipt racisme in Mississippi nogmaals aan middels een totaal overbodige, verwarrende flashforward met een rechtszaak rond 1970 waarin een afstammeling van Newt en Rachel Knight, totaal blank qua uiterlijk, wordt beschouwd als ‘ten minste een achtste zwart’. Dus zwart. Zwart zijn is nog net geen misdaad in Mississippi, maar als zwarte trouwen met een blanke is dat wel.

Besluiteloos
Waar Steven Spielberg koos voor één invalshoek en de aanvoerder van de Union prachtig portretteerde in Lincoln, blijft Gary Ross besluiteloos. Dit resulteert in pogingen zowel de gruwelen van oorlog, de slavernij, een interraciaal huwelijk, de politiek eromheen alsook een rechtszaak in 1970 te verfilmen. En dat werkt niet, want een epos van deze grootte vereist focus. De mooie aspecten van de film – het acteerwerk, de karakterontwikkeling en de cinematografie met indringende close-ups en prachtige wijde shots van de uitgestrekte moerassen – raken hierdoor ondergesneeuwd.
 

28 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Shallows, The

***

recensie The Shallows

Verraderlijk paradijs

door Suzan Groothuis

Een tripje naar een afgelegen, mystiek strand mondt uit in een ware hel, wanneer een witte haai de kustlijn onveilig maakt. Daar zit je dan als vrouw alleen in het water, met de kust in zicht en de haai als barrière. Het vraagt moed, creativiteit en wat hi-tech hulp om tegen het dodelijke monster op te boksen. Haai, eat your heart out!

In The Shallows volgen we de jonge Nancy (Blake Lively) die in Mexico haar innerlijke rust probeert te vinden. Hoewel een gedreven student geneeskunde, twijfelt ze aan haar toekomst. Temeer omdat haar moeder, met wie ze een nauwe band had, net is overleden. Op haar surfboard, ook een geliefde hobby van haar moeder, vindt Nancy haar rust en uitdaging. En om het plaatje compleet te maken vindt ze met hulp van een lokale gids een afgelegen, voor toeristen verborgen gehouden strand. Voor Nancy heeft het strand een bijzondere betekenis: het was het speciale plekje van haar moeder. De naam ervan blijft echter in het ongewisse. Dus bedenkt Nancy er zelf één: ‘mom’s beach’.

The Shallows

Van paradijs naar hel
Het wonderschone en verscholen strand is een paradijselijk plaatje. Eenmaal aangekomen volgen vlotte montages van Nancy’s strakke lijf dat zich in een surfpak hijst en golven waaraan alleen een gedisciplineerde surfer zich kan wagen. Wanneer Nancy twee lokale surfers tegenkomt, geven ze haar goedbedoelde adviezen mee. Niet surfen als het donker wordt, want het tij keert snel. Waarop Nancy als gedreven surfer natuurlijk voorbereid is dankzij een hi-tech surfhorloge. Na wat flitsende beelden van de drie onder torenhoge golven gaan ze uiteen en besluit Nancy na een droogbeurt op het strand nog eenmaal het water in te gaan.

Het is zo’n zet waarvan je als kijker weet dat het niet handig is. Neem talloze horrorfilms waarin naïeve tieners het nachtelijk donker verkennen na het horen van een plots luid gekraak buiten. Lang duurt het niet voordat de dreiging toeslaat. In The Shallows is dat niet anders, want Nancy ziet zichzelf al snel geconfronteerd met een bloeddorstige witte haai. De spanning naar die eerste confrontatie is fraai opgebouwd en in beeld gebracht. Nancy weet zichzelf na een bloedstollende aanval in veiligheid te brengen, waarna een ware overlevingsstrijd volgt.

Tot het uiterste
Vanaf dat moment draait het om Nancy en de haai en doet de film denken aan ‘overlevingsvoorgangers’ als Cast Away en All Is Lost. Films waarin de hoofdpersonen psychisch en fysiek tot het uiterste gaan om te overleven. Zo ook Nancy, die na een fikse haaienbeet haar heil zoekt op een uitstekende rots en de wond moet zien te hechten. Het levert een nagelbijtende scène op, niet wetende dat oorringen ook een andere functie kunnen hebben. En ze vindt zowaar troost in een eenzame gestrande zeemeeuw, gewond aan een vleugel en haar gezelschap houdend. Ondertussen is de kust slechts op een paar honderd meter afstand van Nancy’s rots, met een immer aanwezige haai die er omheen cirkelt. Vastberaden om de kust te bereiken, volgen de acties en de confrontaties met de haai zich in rap tempo op.

The Shallows

Chick met ballen versus bloeddorst
Blake Lively (The Age of Adaline, Café Society) speelt vaak veilige, weinig opzienbarende rollen. In The Shallows zien we een andere Lively, want hier is ze een chick met ballen die uit al haar creativiteit en krachten put om het op te nemen tegen het grote, dodelijke witte monster. Dat het een blonde schone betreft wordt door de camera opzichtig in beeld gebracht, met name de shots wanneer ze zich klaarmaakt om te surfen. Hey, het oog wil ook wat!

En dan de haai: Lively’s tegenstander. Regisseur Jaume Collet-Serra, vooral bekend van horrors House of Wax en Orphan, lijkt het uiterste uit zijn haai – een digitale creatie – te willen halen. Is in de eerste kennismaking alleen de vin van het beest zichtbaar, dan zien we ‘m later in volle glorie met opengesperde bek uit het water springen. Er ontstaat zowaar een persoonlijke vete, waarbij de haai niets liever wil dan de blonde schone verslinden. Hoe slimmer zij ‘m af is, hoe bozer hij wordt. Het haalt een stukje geloofwaardigheid en realisme weg, waarop de film zich eerder met zijn ‘lonely survive’-thema nog zo beroept.

Overdaad boven suggestie en spanning
Een ander storend element in de film is het gebruik van digitale media en technologie. Appjes op de telefoon, aankondigingen van hoog- en laagtij en het inzetten van de timer worden apart in het beeld gemonteerd. De shots van het mooie landschap en de woeste overlevingsstrijd krijgen daardoor iets kunstmatigs. En roept de vraag op in hoeverre we tegenwoordig echt in staat zijn om te overleven. In het geval van The Shallows helpen de digitale hulpmiddelen, naast moed, creativiteit en vergezocht geluk, in ieder geval goed mee.
 

16 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Café Society

****

recensie Café Society

De liefde dwingt tot onmogelijke keuzes

door Alfred Bos

In de herfst van zijn indrukwekkende loopbaan maakt Woody Allen een bitterzoete komedie van romantische snit. Achter de amoureuze en komische verwikkelingen lijkt subtiel een weemoedige terugblik op zijn eigen leven verscholen.

Voor een tachtiger heeft Woody Allen (uit 1935, het geboortejaar van Elvis) een onbedaarlijke werklust. Met Café Society levert hij zijn jaarlijkse film af, nummer 47 inmiddels, en tussen het werk voor die film door schreef en regisseerde hij een tv-miniserie – Crisis in Six Episodes, dit najaar op de Amerikaanse buis – waarin hij tevens acteert. Van sleet heeft de workaholic geen last. Café Society is klassiek Woody Allen, van het vertrouwde niveau. Plus iets extra’s.

Café Society

De film opent met een wonderschoon dollyshot van een poolparty in Hollywood. Kunstlicht en natuurlijk strijklicht van de ondergaande zon vermengen zich tot een feeëriek beeld. Het is een idylle, alles is perfect: niet alleen het licht en de entourage, ook de mensen rond het zwembad personifiëren succes. Anderhalf uur later, in het grijze ochtendlicht van New York, is de illusie leeggelopen. Aan het slot – dat herinnert aan Ettore Scola’s C’eravamo tanto amati (Wat hielden we van elkaar) – blijkt er altijd meer te wensen dan de werkelijkheid heeft te bieden.

Geliefde van twee minnaars
Café Society opent – wellicht niet toevallig – in 1935, Allens geboortejaar. Terwijl het in de rest van Amerika volop crisis is, begint de droommachine van Hollywood op temperatuur te komen. De Joodse immigrantenzoon Bobby Dorfman (Jesse Eisenberg) komt uit New York over naar de westkust. Hij hoopt bij zijn oom Phil Stern (Steve Carell), een succesvolle filmimpressario, een baantje te vinden.

Oom Phil vraagt zijn secretaresse, Vonnie (Kristen Stewart, Joan Jett in de biopic The Runaways en Sneeuwwitje in Snow White and the Huntsman), om zijn neef in Hollywood te introduceren. Wat volgt is het soort comedy of manners waar de Italiaanse toneelschrijver Goldini het patent op had, alleen is de knecht van twee meesters nu de geliefde van twee minnaars. Die minnaars kennen elkaar, maar hebben verder geen idee. De kijker wel en die verkneukelt zich.

Jonge versie van de regisseur
Maar Café Society is een romantische komedie van het bitterzoete soort. De liefde dwingt tot onmogelijke keuzes en al is Bobby, weer terug aan de oostkust, de gevierde gastheer van de populairste uitgaansgelegenheid van sjiek New York en gelukkig getrouwd bovendien, de hernieuwde kennismaking met Vonnie, nu de Hollywood-roddel blabla-ende echtgenote van een rijke zakenman, schudt bezonken gevoelens op. Maar de keuzes zijn gemaakt, wat had kunnen zijn een fantasie.

Café Society

Die weemoed is de parfum die uit een flacon van typisch Alleneske humor walmt. Die krijgt vorm via een reeks voortreffelijke bijrollen. Bobby’s verwanten, de Dorfmans, vormen de archetypische Joodse familie, met bazige moeder Rose (Jeannie Berlin), bitsige vader Marty (de Engelse acteur Ken Stott), criminele broer Ben (Corey Stoll) en zus Evelyn (Sari Lennick), die is getrouwd met de communistische intellectueel Leonard (Stephen Kunken). Allen zet ze in als komisch contrapunt. Jesse Eisenberg speelt als Bobby de jongere versie van de regisseur. Het is verleidelijk om in Vonnie een jonge Diane Keaton (denk aan de driehoeksverhouding in Manhattan) te zien.

Dat het Allen met zijn zevenenveertigste film om meer te doen is dan komedie, blijkt uit zijn voice-overs. Ze vullen de gaten in de tijdslijn van het verhaal en leveren commentaar op de handeling. “Dromen zijn dromen” verzuchten Vonnie en Bobby, lang nadat de beslissende keuzes zijn gemaakt maar de hartstocht nog steeds gloeit. Ware liefde dooft nimmer en zonder illusies is het leven een sleur. Gelukkig is er film, de ultieme illusie.
 

9 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Secret Life of Pets, The

****

recensie The Secret Life of Pets

Herkenbaarheid troef in geestige beestenboel

door Wim Meijer

U gaat een dag werken, laat de trouwe viervoeter blaffend achter, komt negen uur later terug en zie daar, hetzelfde kwispelende exemplaar. Helemaal door het dolle is-ie, alsof de baas nooit meer terug zou komen. Maar wat heeft dat beest in de tussentijd nou gedaan?

Regisseur Chris Renaud weet wel raad met dit concept. Hij maakte furore met Despicable Me en creëerde grappige, geanimeerde wezens zoals Scrat uit Ice Age en de Minions, waarbij hij zelf Minion Dave een stem gaf. Nu brengt Renaud dezelfde gevatte humor, herkenbare situaties, een hartverwarmend verhaal en verwijzingen naar voorgaand werk, zoals de nieuwslezer uit Despicable Me die ook in The Secret Life of Pets te zien is.

The Secret Life of Pets

Verzetsbeweging tegen mensen
Terriër Max (Louis CK) is dolgelukkig met zijn baasje. Liefde op het eerste gezicht, zo omschrijft Max de situatie aan het publiek. Max is een held op sokken, zoals kleine hondjes dat vaker zijn. Beetje saai is-ie ook wel en Louis CK’s stem komt toch beter tot zijn recht met eigen werk op het podium. Tegenover Max woont Gidget die hem wel ziet zitten, zo op de mat. Stemactrice Jenny Slate maakt CK’s zwakke optreden goed met haar vertolking van Gidget, de naïeve, opportunistische en bijzonder snoezige poedel. Andere huisdieren zijn er in de vorm van de dikke, onverschillige kat Chloe (Lake Bell), de flexibele teckel Buddy (Hannibal Buress) en stupide buldog Mel (Bobby Moynihan).

Alles loopt op rolletjes, totdat Max’ baasje de enorme schapendoes Duke oppikt uit het asiel. Max moet de indringer niet en de situatie loopt zodanig uit de hand dat Max en Duke uiteindelijk uitkomen in het riool bij de Flushed Pets, een verzetsbeweging tegen mensen onder leiding van het kleine, witte konijntje Snowball. Kevin Hart trekt alle registers open voor z’n vertolking van Snowball en het contrast tussen zijn overduidelijke zwarte stem en dat superschattige witte konijn is briljant gevonden. Ook de running gag (of running goose) over gans Ricky die is gesneuveld in de strijd tegen de mensen is effectief. Terwijl in het riool de gemoederen tussen Duke, Max en Snowball hoog oplopen, verzamelt Gidget haar posse om de liefde van haar leven terug te krijgen.

The Secret Life of Pets

Herkenbaar
Animatiefilms over dieren zijn er genoeg, neem Ice Age als voorbeeld. Prima film hoor, met herkenbare situaties, maar zonder herkenbare beesten. Want wanneer zag u voor het laatst een sabeltandtijger of mammoet? En zo’n luiaard spreekt ook niet bepaald tot de verbeelding. Daarnaast rent Cid zich rot in die vijf films waarvan er vier overbodig zijn. Nee, de film moet het toch vooral hebben van de idiote situaties en grappen over uitstervende diersoorten.

Hoe anders is dat bij The Secret Life Of Pets, waar Renaud als geen ander de typische trekjes van huisdieren weet te vangen in zijn geestige familiefilm en waar bijna alle scènes wél tot de verbeelding spreken. Qua gedrag, zoals honden die uiteraard apporteren en helemaal los gaan als ze een bal zien – denk ‘Squirrel!’ uit Up. Ook qua maniertjes en bewegingen levert de animatieafdeling puik werk, met honden die achter hun staart aanzitten en altijd even een half rondje maken voordat ze kunnen gaan liggen. Midas Dekkers weet ongetwijfeld waarom. Niet eerder was een film over en met huisdieren zo herkenbaar en daardoor zo grappig.
 

31 juli 2016

 
MEER RECENSIES

Star Trek Beyond

****

recensie Star Trek Beyond

Sterrenepos schittert voort

door Wim Meijer

Star Trek heeft een van de meest succesvolle reboots van de afgelopen tien jaar ondergaan. Beyond gaat nergens verder dan zijn twee voorgangers, maar doet er ook niet voor onder. En dat is best een compliment.

Traditiegetrouw begint de film met captain Kirk (Chris Pine) in een onnozele, komische situatie. Dit keer probeert hij onder het mom van vredesoverleg een antiek wapen te slijten aan een alienras dat doet denken aan een kleine, flink gemuteerde gorilla gekruist met een agressieve octopusvariant. Het tamelijk ongepaste geschenk valt echter niet de smaak, met de welbekende beam-me-up-Scotty-scène als gevolg. Wat de alienminiatuuroctopusgorilla’s echter niet interesseert, blijkt van grote waarde voor de kwaadaardige Krall (Idris Elba), een alien die zich schuilhoudt op een planeet achter een enorme mistwolk: de nebula. Hij weet wel raad met antiek wapentuig.

Star Trek Beyond

Kirk en zijn crew maken hardhandig kennis met Krall in de nebula, nadat een gecrasht ruimteschip een noodsignaal zendt en de Enterprise daarop reageert. Die ontmoeting gaat gepaard met het nodige geweld, ruimtepuin dat in IMAX 3D om de oren vliegt en gelikte actie. Langzaam maar zeker ontdekt de bemanning van de Enterprise de relevantie van het antieke wapen, waarna de principes van de Starfleet het kwaad moeten beteugelen. Samenwerken, wederzijds respect, het verkennen van het universum – allemaal komt het terug en dient het als fundering voor een nieuw avontuur.

Geniaal duo
De charismatische Kirk vormt nog altijd een geniaal duo met Spock (Zachary Quinto), wiens berekende insteek mooi contrasteert met Kirks impulsiviteit. De kapitein die nog altijd terugdenkt aan zijn vader, is wel minder roekeloos geworden en stelt het belang van zijn bemanning voor het eigenbelang, hetgeen in de voorgaande films nog wel eens anders was. Mooi om te zien.

Wat betreft de rest van de crew: Bones (Karl Urban) is vooral verongelijkt wanneer Kirk hem op de zoveelste levensgevaarlijke missie stuurt, hetgeen vermakelijk is. Verder is er Scotty (Simon Pegg) die ditmaal hulp krijgt uit onverwachte hoek, stuurman Soho (John Cho), luitenant Uhura (Zoe Saldana) en Chekov, het Russische bemanningslid met sterk overdreven accent, gespeeld door wijlen Anton Yelchin. De beste man raakte beklemt tussen zijn brievenbus en auto, nadat hij vergeten was de laatste op zijn oprit op de handrem te zetten. De film is opgedragen aan Yelchin.

Star Trek Beyond

Darth Vader-hijgje
Regisseur J.J. Abrams blies in 2009 het sterrenepos nieuw leven in met Star Trek, leverde in 2013 een prima vervolg af (Star Trek Into Darkness) en droeg het regiestokje over aan Justin Lin, bekend van de Fast and the Furious-franchise. Gezien de formule van beide films – onderhoudend plot, aimabele cast, humor en strakke visuals – is die keuze niet onlogisch. Lin brengt het er dan ook goed vanaf, geholpen door een fijn script van Simon Pegg en Doug Young.

Star Trek Beyond kan rekenen op een solide basis vanuit vorige films – met name dankzij de onderlinge verhoudingen binnen de crew die zorgen voor zowel komische als ontroerende scènes. Scènes die niet gaan vervelen, omdat er goed acteerwerk aan ten grondslag ligt. Minder fraai is de schurk Krall (die soms zelfs een Darth Vader-hijgje tentoonstelt), een alien die nauwelijks tot de verbeelding spreekt en matig is uitgewerkt, in tegenstelling tot zijn voorganger Khan. Wanneer Rage Against The Machine, afgedaan als ‘klassieke muziek’, als wapen fungeert krijgt ‘beyond’ een andere betekenis. Die scène gaat toch iets té ver, maar Star Trek Beyond brengt vooral veel van wat we al kenden van de films van J. J. Abrams. En daar is helemaal niets mis mee.
 

19 juli 2016

 
MEER RECENSIES

Family Fang, The

**

recensie The Family Fang

Kinderen als kunstwerk

door Cor Oliemeulen

De performancekunst van vader en moeder Fang heeft hun kinderen Annie en Baxter weinig goeds gebracht. The Family Fang laveert tussen subversief drama en zwarte komedie, maar laat de kijker gedeprimeerd achter.

Een klein jongetje loopt naar een baliemedewerkster van de bank en overhandigt haar een briefje met de tekst: ‘Blijf rustig, doe geen domme dingen en geef een lolly’. Zij lacht, geeft hem een lolly uit een glazen pot en wenst hem nog een prettige dag. Dan richt hij een pistool op haar en fluistert hij dat hij álle lolly’s wil. Een beveiliger van de bank aanschouwt het tafereel en schreeuwt: ‘Pistool!’ en stort zich op het jongetje, maar die heeft al een schot gelost. Op de grond ligt een vrouw met naast haar een meisje dat snikt: ‘Mama, niet doodgaan!’ Even later staat het viertal lachend op, alle aanwezigen in de bank compleet verbouwereerd achterlatend.

The Family Fang

Wereldberoemd in kleine kring
Welkom bij de familie Fang, performanceartiesten. Vader Caleb en moeder Camille waren in de jaren zeventig wereldberoemd in kleine kring met hun uitvoerende conceptuele kunst. Veel minder braaf en conventioneel dan het verborgen camera-programma Candid Camera verkenden de Fangs de spontane reacties van het publiek en de grenzen van het fatsoen. Performance als kunstvorm, met als doel mensen te verwonderen, te choqueren of intellectueel uit te dagen. Hun dochter Annie en zoon Baxter (hun ouders spraken hen aan met “A” en “B”) maakten meestal ongewild deel uit van de projecten van vader en moeder, maar verbraken op latere leeftijd het contact nadat zij jarenlang gebukt waren gegaan onder het narcistische gedag van hun opvoeders, die geen opvoeders waren.

Nu, enkele decennia later, volgt het weerzien van Annie (Nicole Kidman, die de film produceerde) en Baxter (Jason Bateman, die de regie op zich nam) met hun ouders, nadat laatstgenoemde door een onalledaags ongeluk in het ziekenhuis is beland. Met de komst van de sociale media en verstoken van de hulp van hun kroost bestaat de performancekunst van Caleb en Camille heden ten dage vooral uit dooddoeners en mislukkingen, kunst om kunst. Maar als de ouders plotseling zijn verdwenen en de politie aan moord denkt omdat er matchende bloedsporen zijn gevonden, vermoedt Annie dat Caleb en Camille het misdrijf in scène hebben gezet, terwijl Baxter het zich niet kan voorstellen dat hun ouders zich aan zo’n laaghartige streek schuldig zouden maken.

The Family Fang

Zoektocht naar de waarheid
Gedurende de zoektocht naar de waarheid zien en horen we flarden van de tol die hun ondoelmatige opvoeding heeft geëist. Een door middel van schakelen tussen heden en verleden in aanleg dramatische karakterstudie van een broer en zus (waarbij bovendien incest wordt gesuggereerd) komt niet goed uit de verf door een rommelig script en een niet gelukkige montage. Dat is jammer, want er wordt zeker niet slecht geacteerd en Christopher Walken is zelfs subliem in de rol van onbuigzame vader.

Caleb Fangs filosofie over wat wel en geen kunst is, is een origineel en interessant gegeven voor film, maar in zijn dogmatische denken verliest de vader elke sympathie bij de kijker, vooral omdat hij er geen geheim van maakt dat zijn kroost bijzaak is. Vergeleken met hem is de vader in The Royal Tenenbaums (2001) die een terminale ziekte veinst om weer in contact te komen met zijn disfunctionele familie, een heilige. The Family Fang begint veelbelovend met de ‘bankoverval’ en eindigt met een twist die schokkend, vergezocht en onzinnig tegelijk is. Misschien leuk in het boek, maar in deze verfilming voelt het ultieme project van Caleb en Camille als een wel heel dubieus geval van conceptuele kunst.
 

15 juli 2016

 
MEER RECENSIES

Manglehorn

***

recensie Manglehorn

Opgesloten in emoties

door Cor Oliemeulen

Manglehorn is typisch zo’n film die met een andere acteur zomaar zou kunnen mislukken. Al Pacino speelt een slotenmaker die al veertig jaar treurt om een vrouw die hem heeft verlaten.

Het idee voor Manglehorn ontstond in 2011 toen regisseur David Gordon Green bezig was met de voorbereiding van een Chrysler-commercial die halfweg de Super Bowl zou worden uitgezonden. Al Pacino was gevraagd om de auto aan te prijzen, maar hij haakte gedurende de onderhandelingen af (en werd vervangen door Clint Eastwood). Desalniettemin was er een klik tussen de regisseur en de acteur en Green beloofde Pacino dat hij hem binnen een jaar een interessant script (van Greens jeugdvriend en buurman Paul Logan) voor een speelfilm zou leveren.

Manglehorn

Geïsoleerd
Een jaar voordat Al Pacino in en als Danny Collins een flamboyant popidool op leeftijd zou neerzetten, verscheen hij dan ook in (en als) Manglehorn, ditmaal als een teruggetrokken slotenmaker in een Texaans stadje. Hoewel ook de slotenmaker een aardige babbel heeft, had het contrast tussen beide rollen bijna niet groter kunnen zijn, echter in beide gevallen is er sprake van een beladen verleden en een moeizame verhouding met een ongewenste zoon. Ditmaal is de zoon een egoïstische investeringsbankier (of is dat een pleonasme?) met wie hij noodgedwongen contact heeft als hij met zijn kleindochtertje wil gaan wandelen.

Net als in zijn vorige films, het droogkomische Prince Avalanche en het drama Joe, plaatst David Gordon Green zijn hoofdpersoon in een geïsoleerde setting. De slotenmaker opent sloten van klanten, maar heeft zelf iedereen buitengesloten. Hij eet in een buurtcafetaria en elke vrijdag maakt hij een praatje met Dawn (Holly Hunter), een baliebediende van de bank. Voor de rest vertoeft hij in zijn sobere huisje in het gezelschap van zijn kat (die ziek is na het doorslikken van een sleutel) en treurt hij om Clara, die hem veertig jaar geleden verliet.

Manglehorn

Minimalistisch
Het script van Manglehorn is (net als de soundtrack) minimalistisch: het wordt niet duidelijk waarom zijn grote liefde de benen nam en ook blijft het verleden van de slotenmaker gehuld in mysterie. Ook al weet de opdringerige pooier Gary (een rol van Harmony Korine van o.a. Spring Breakers) rond te bazuinen dat de slotenmaker vroeger zijn populaire honkbalcoach was, werkelijk niets kan het mijmeren over het verlies van diens grote liefde naar de achtergrond duwen. Dat heeft geresulteerd in het schrijven van ontelbare onbeantwoorde brieven aan Clara vol diepe emoties die hij aan geen enkele andere ziel kan uiten. Zelfs als hij schoorvoetend heeft toegestemd om met de veel jongere Dawn een hapje te gaan eten, praat hij alleen maar over hoe geweldig Clara was.

Hopelijk kan de rustige, verliefde Dawn de slotenmaker uiteindelijk van zijn roze wolk trekken en hem zijn levenslust in het hier en nu teruggeven, want als iemand met minder acteertalent en uitstraling als Pacino zo’n lang verloren liefde voortdurend op een voetstuk zou plaatsen, zou dat op den duur wel heel erg gaan irriteren. Manglehorn is als het ware het omgekeerde van Hal Ashby’s klassieker Harold and Maude (1971), waarin een depressieve jongeman zijn levenslust terugvindt bij een veel oudere dame. Hoewel minder boeiend is Manglehorn een oprecht klein drama over twee verloren zielen die je al het geluk van de wereld gunt.
 

11 juli 2016

 
MEER RECENSIES

Purge: Election Year, The

***

recensie The Purge: Election Year

Bloedige strijd om presidentschap

door Wim Meijer

 

The Purge uit 2013 kostte 2,8 miljoen dollar, hetgeen een schijntje is in de filmindustrie. Vrijwel direct kreeg regisseur James DeMonaco een telefoontje van Universal om de tweede film te gaan maken. Niet vreemd, want The Purge leverde wereldwijd bijna negentig miljoen dollar op, gezien het budget een monsterbedrag. The Purge: Anarchy verscheen een jaar later en leverde 111 miljoen dollar op met een productiebudget van negen miljoen dollar. Dat vinden filmstudio’s leuk. Nu verschijnt het derde (en laatste?) deel van de franchise.

 The Purge: Election Year

Geld is echter niet de enige reden dat deze films gemaakt worden. DeMonaco werkt zijn genrefilms namelijk goed uit, vult ze subtiel en minder subtiel met eigen ideeën en tilt zo de B-film naar een hoger plan. Daarnaast spreekt het concept een groot publiek aan, zo bleek. De film draait om de Amerikaanse samenleving waarin eens per jaar een wetteloze nacht – Purge Night – plaatsvindt. Alles dat normaal per wet verboden is, is toegestaan. Het gevolg: totale chaos, een enorm bloedbad, een hoop gore, maar ook naakt, fascisme, extreem geweld en andere factoren die kenmerkend zijn voor het genre. Dit alles wordt grafisch verfilmd met vooral handheld camerawerk.

Moord om snoep
In The Purge nam Ethan Hawke het op tegen een stel moordlustige loonies, The Purge: Anarchy trok de horror naar een breder plan in de straten van Los Angeles en in dit deel verhoogt DeMonaco de inzet nog maar eens. Waar in vorige films mensen als senatoren immuun waren (toch geen volledige anarchie dus), is dit nu jaar niet meer het geval. Dat is slecht nieuws voor Senator Charlie Roan (Elizabeth Mitchell) die zich kandidaat heeft gesteld voor het presidentschap, met als speerpunt van haar verkiezingsprogramma het afschaffen van de purge. Aan Leo Barnes (Frank Grillo) de taak om de senator in leven te houden. Hij krijgt daarbij hulp van een groep zwarte vigilantes die gewonden verzorgen tijdens de purge en een Mexicaanse snoepverkoper.

The Purge: Election Year borduurt vooral voort op de bestaande franchise. Wederom verschijnt een lading gestoorde karakters ten tonele, zoals twee zwarte, schaars geklede dames die snoep stelen, worden gepakt en vervolgens besluiten de eigenaar van de snoepwinkel om te leggen. Het zijn dit soort gedachtekronkels waar menigeen van zal gruwelen en waar anderen zich aan verlekkeren.

 The Purge: Election Year

Politieke statements
Naast moordzuchtige maniakken, al dan niet religieus, verwerkt James DeMonaco andere elementen in zijn film. Schrikeffecten bijvoorbeeld – bijzonder effectief met al die mafkezen. Lachwekkend zijn de moordtoeristen, fascistische Scandinaviërs die speciaal voor deze nacht naar Amerika afreizen. Onder hen zit Earl Danzinger (Terry Serpico), een commando die met zijn eenheid de opdracht van Roach politieke tegenstanders krijgt om Amerika te zuiveren van het kwaad. Dat is mooie taal van politiek zwaargewicht dominee Edwidge Owens (Kyle Secor), waarmee hij niets meer bedoelt dan het vermoorden van senator Roach.

Met het derde deel in de Purge-franchise verwijst DeMonaco wederom veelvuldig naar de Amerikaanse samenleving. Racisme is daar aan de orde van de dag, tegenwoordig zelfs op het hoogste niveau. Dat het verkiezingstijd is, is ook geen toeval. DeMonaco schreef het script afgelopen jaar. Dat juist een groep zwarte mensen en een Mexicaan senator Roach beschermen tegen moordlustige invloeden is niet eens een hint meer te noemen, maar naast wat politieke statements is het vooral genieten van een geslaagde, cynische B-film.
 

3 juli 2016

 
MEER RECENSIES

Now You See Me2

**

recensie Now You See Me 2

De Wet van Freeman houdt stand

door Alfred Bos

Met veel effectbejag opgeklopt vervolg van de verrassinghit rond vier avontuurlijke illusionisten in een mix van Mission Impossible, X-Men en The Great Buck Howard.

Succes baart succes, zei mijn opa zaliger op zijn meer bezonken momenten, en aldus verschijnt Now You See Me 2, niet Now You Don’t. Het is het vervolg op de verrassingshit uit 2013 rond een groepje illusionisten die hun talenten voor trucs en magie aanwenden om banken van hun geld te verlossen en de buit over het publiek uit te strooien. Robin Hood met een vleugje superheldenpathos, Justice League goes David Copperfield. Die overigens een van de geldschieters achter deze nieuwe franchise is.

Now You See Me 2

Voor een speelfilm over verrassingen was Now You See Me bepaald voorspelbaar, want hij houdt zich keurig aan wat filmfans kennen als de Wet van Freeman: elke film waarin Morgan Freeman zijn kunstje van vaderlijke autoriteitsfiguur afdraait is een marketing mormel. Als Thaddeus Bradley, voormalig illusionist en nu ontmaskeraar van magie, draaft hij voor deel 2 opnieuw op om de Four Horsemen, zoals de altruïstische illusionisten zich noemen, het leven zuur te maken. Vrees niet, de Wet van Freeman houdt stand. De tweede ster boven dit stukje is er voor zijn tegenspelers.

Raadaels-in-raadsels
Dat zijn acteurs van naam die bijschnabbelen in een publiekshit om hobby’s – zoals in het geval van Freeman zijn bluescafé in New Orleans – of de pensioenkas te financieren. Jesse Eisenberg, Woody Harrelson en Dave Franco (jongere broer van) zijn als de Four Horsemen ditmaal in het gezelschap van nieuwkomer Lizzy Caplan. Na zich anderhalf jaar koest te hebben gehouden worden ze door een onbekende weer verenigd voor een nobele klus, de ontmaskering van een tech-enterpreneur met een fascistoïde agenda. Het is slechts de opmaat voor een cavalcade van illusie, dubbelspel en raadsels-in-raadsels.

De Four Horsemen strijden nu op drie fronten tegelijk, want naast Thaddeus Bradley jaagt niet alleen de FBI, maar ook überboef Arthur Tressler (Michael Caine) achter hun broek. Die laat het vuile werk over aan zijn luitenant, waarin we Daniel Radcliffe herkennen. Merritt McKinney (Woody Harrelson) blijkt een stinkend jaloerse tweelingbroer te hebben die zich als zijn donkere spiegelbeeld in de ophef mengt. Tussen de partijen zweeft voormalig FBI-agent Dylan Rhodes (Mark Ruffalo), die een dubbelrol speelt want niets is wat het lijkt.

Now You See Me 2

Overstimulatie
Dit vervolg – hoewel, kennis van deel 1 helpt niet om chocola te maken van de kolderieke plot – begint met een ernstige handicap: de verrassing is er af. Dat gebrek herstelt regisseur Jon M. Chu (die eerder gepimpte exploitatiefilms als G.I. Joe: Retalitation en Jem and the Holograms afleverde) door de effectendoos open te trekken. De cameravoering is nerveus, op de momenten die tellen raggen de trommels op de geluidsband de spanning aan gort en wanneer na al dat subliminale geweld de climax moet worden geaccentueerd barst een operazangeres los in een aria over overspel. Now You See Me 2 wil via overstimulatie een overprikkeld publiek hypnotiseren..

Al opent Now You See Me 2 in New York en is de viertrapsraket van de finale gesitueerd in een Oud & Nieuw vierend Londen, de film richt zich nadrukkelijk op de Chinese markt. Een flink brok van het verhaal speelt zich af in Macau, het Vegas van China, en de Taiwanese rockster Jay Chou (eerder te zien in The Green Hornet) helpt als de mysterieuze Li de benarde Horsemen uit exotische complicaties. Drie keer wedden dat Li weer opduikt in deel 3, want die komt er ook.
 

11 juni 2016

 
MEER RECENSIES