De bankier als malariamug

Ondertussen, op de redactie:

De bankier als malariamug

BOB:

Gisteren heb ik The Big Short gezien, waar Cor al een recensie over heeft geschreven, over de bankierszwendel die leidde tot de wereldwijde crisis van 2008. Ik vond het net als Cor een geslaagde film. Verrassend eigenzinnig (Anthony Bourdain legt aan de hand van bedorven vis uit hoe subprime-loans werken), inhoudelijk erg sterk en met een sterrencast, Gosling, Bale, Pitt (die trouwens Nick Offerman lijkt na te doen), Carell, enz enz.

Hoewel het zeker niet de eerste film is over die crisis (zie bijvoorbeeld Margin Call in 2011) is het volgens mij wel de eerste speelfilm die de schimmige en frauduleuze handel in subprime-hypotheken tot in de details beschrijft. En dat is knap want de mensen die er toen mee te maken hadden, begrepen er ook vrijwel niets van.

Ook al crashte de wereldeconomie, verloren miljoenen mensen hun banen en woningen, de woede over ‘2008’ lijkt alweer te zijn overgewaaid. Maar het financiële systeem is niet veranderd. Zie voor de economische context bijvoorbeeld deze docu van Adam Curtis en deze docu van PBS, of het boek van Joris Luyendijk.

Wat ik mij dus nu afvraag: kan deze film zijn wat de betere Vietnamfilms waren voor een andere generatie? Een soortgelijke eyeopener? Oorlog en economie zijn natuurlijk twee totaal verschillende dingen, maar er is bijna geen medium zo krachtig om het weerzinwekkende cynisme achter sommige dingen te laten zien.

Meningen?

The Big Short

 

ALFRED:

The Big Short is een bovengemiddeld goede film, maar hij zal geen revolutie opstoken. Je hoeft geen Lidewij Edelkoort te zijn om dat te kunnen voorspellen.

Het is een romantische droom – niet alleen van kunstenaars – dat een film, of muziek, of welke creatieve uiting dan ook, de wereld zal veranderen. Geld verandert de wereld, zoals The Big Short laat zien. Of preciezer: de zucht naar geld. De menselijke natuur dus.

Dat is geen cynisme, dat is realiteitszin.

Ik begrijp eerlijk gezegd ook niet wat je bedoelt met de opmerking over de Vietnamfilms van eertijds die als eyeopener zouden hebben gewerkt. Dat het mis was in Vietnam wisten we toch al voor Hollywood er zich mee ging bemoeien? En de Amerikanen hadden de oorlog in Zuidoost Azië toch al vier jaar verloren toen Apocalypse Now (met die fantastische Doors op de soundtrack) in de bioscoop verscheen? Die gedachte moet je nader toelichten.

Bovendien, oorlog en economie zijn wel degelijk twee kanten van dezelfde munt. Dat is vandaag de dag de dollar :)

BOB:

Ik verwacht ook zeker geen revolutie, haha, dat is een beetje te veel gevraagd (ik moest trouwens even googelen om te weten wie die Lidewij was, nog nooit van gehoord). Bankiers blijken ook niet van het slag dat zich ergens door laat ontmoedigen ;)  Ik heb zelf onlangs nog over L’Argent geschreven, dat al in 1928 de megalomane bankiers aan de kaak stelde.

Wat je zegt over Vietnamfilms is terecht en het woord ‘eyeopener’ is denk ik achteraf niet zo gelukkig gekozen. Ik bedoel dat een speelfilm altijd een sterk (toegankelijk) middel is voor mensen om een idee te krijgen van wat er is gebeurd, zoals bijvoorbeeld All The President’s Men genoemd wordt om een beetje te vatten hoe het eraan toeging tijdens Watergate. De ene film doet dat beter dan de andere film en tot nu hadden we denk ik nog niet zo’n film over de huidige economische crisis. Margin Call is toch van een andere categorie.

Laat ik het anders formuleren: heeft deze film het in zich om net zo iconisch te worden voor de huidige economische crisis als bijvoorbeeld All the President’s Men is voor Watergate? Als mensen in de toekomst willen weten hoe deze bankencrisis heeft kunnen plaatsvinden, zouden ze dan refereren aan deze film? Of is een betere vraag of films het überhaupt nog in zich hebben om zo iconisch te kunnen worden?

The Big Short

 

ALFRED:

Bankiers zijn niet het product van het ‘winner takes all’ kapitalisme, de neoliberale wereld is het product van bankiers. Nu moet ik oppassen, want voor ik het weet ga ik klinken als Pasolini :) Wat misschien wel een goede remedie is tegen het dogmatische geloof in de vrije markt. (Waarin vrij door bankiers wordt verstaan als vrij van verantwoordelijkheid voor eigen handelen – de term die liberalen in de mond ligt bestorven – want als het fout gaat ruimt de belastingbetaler de brokken op.)

Het is buitengewoon knap dat het team achter The Big Short erin is geslaagd om zulk een abstracte, hoog gespecialiseerde en ondoorgrondelijke materie als het ‘short gaan’ (gokken op negatieve beurskoers, begrijp ik) enigszins inzichtelijk te maken. Dat lukt omdat de film zich concentreert op de mensen, niet de materie: de buitenbeentjes, individualisten en kritische denkers die als eersten de bui zien hangen. Ze worden uiteraard niet geloofd en voor gek versleten, want de mens is een kuddedier; als de alfa-aap in het ravijn springt, springt de groep er snel achteraan. Profeten hebben geen last van groepsdenken.

De film maakt duidelijk dat, voor zover we dat al niet wisten, de financiële wereld, met de banken en de beurzen voorop, niet wordt bevolkt door verantwoordelijke mensen, maar door bluffers en gokkers. De term ‘casino’ is in dit verband op zijn plaats en we hebben sinds de crisis van 2008 het woord casinokapitalisme regelmatig in de krant kunnen lezen. Niets van geleerd natuurlijk, het gokken met andermans geld is populairder dan ooit (het zit ook in Office, de kantoormusical uit Hong Kong).

Dat megalomaan noemen is nog te lief. Het is psychopathisch, klinisch gestoord. Verslaafde gokkers stuur je naar de afkickkliniek, die laat je niet de wereld gijzelen. Je merkt, dit is wat mij betreft allesbehalve een saai discussieonderwerp. Ik ga ervan gloeien. Zo meteen geef ik licht in het donker!

Ik heb indertijd erg van Margin Call genoten en er werden in 2010, 2011 meer films over de crisis en de impact op economie en samenleving gemaakt – Oliver Stone’s Wall Street: Money Never Sleeps en The Company Men (met Chris Cooper, altijd geweldig) schieten me te binnen – maar die zijn inderdaad van een andere orde dan The Big Short. Een Oscar zou op zijn plaats zijn.

Mocht dat gebeuren, dan wordt The Big Short wellicht iconisch. Maar dat zal verder geen enkele consequentie hebben voor het verantwoordelijkheidsgevoel van bankiers. Gokkers zijn blind voor de realiteit. Hun wereld is de onze niet en dat voelen we allemaal. Waarom handelen we er dan niet naar?

RALPH:

Ik was effe pleite en zag The Big Short langskomen als gespreksonderwerp op de redactie. Interessante film vond ik ’t, al was het ook maar omdat er eens voldoende snoeiharde metal te horen is in een mainstream film.

Maar dat was je vraag niet Alfred. Over dat psychopathische, daar kan ik in komen. Psychopathie-deskundige Robert D. Hare, schreef in 2006 het boek ‘Snakes in Suits’ over psychopaten op de werkvloer en zijn duiding dat het huidige parasiterende bedrijfsleven (hetgeen in de Canadese documentaire uit 2003 The Corporation neergezet wordt) baat heeft bij mensen die zonder scrupules een Afrikaans land naar de afgrond kunnen helpen voor wat grondstoffen of ineens duizenden mensen op straat kan zetten (denk ook aan Enron).

Er zal ongetwijfeld psychopathie onder bankiers leven. De vraag is ook: wat zou jij of ik doen in zo’n positie? De mens lijkt het taoïstische deugdelijke van: ‘wie weet wanneer genoeg genoeg is, heeft altijd genoeg’ kwijtgeraakt te zijn.

De gestalttheorie, één van de belangrijke psychotherapeutische stromingen van toen en nu, beschrijft het psychopathische veld als een parasiterend veld. Daarmee slaan zij de spijker op hun kop. De banken veroorzaken de brokken, onze minister-president lacht (ons uit) en wij kunnen krom liggen om een bankje te redden, ondertussen zien we zorg en onderwijs afbrokkelen en krijgen de vluchtelingen de schuld. Tamelijk parasiterend uitgespeeld aldus. En het werkelijke probleem wordt niet aangepakt. Je noemde het al mooi met de alfa-aap en de profeet, Alfred.

Tegelijkertijd bepaalt het kapitalistische denken de condities van onze alledaagse leefomgeving. Ik heb er niet genoeg over gelezen, maar Weber legt ergens uit dat het kapitalisme aan het protestantisme (de grootste stroming in de VS) gekoppeld kan worden. Hoe harder je werkt, hoe dichter bij de troon van God in het hiernamaals. Lees: hoe meer geld je verdient, hoe beter je behandeling in de hemel. Die bankiers gaan dus straks ook nog de hemel in een hel veranderen ;) (zou dat dan de Apocalyps zijn, de hemel op aarde?). In vroeger tijden investeerden de rijken veel geld aan een schilder en diens materiaal voor een mooi bijbels tafereel, waarbij de geldschieter zelf een prominente plek in het schilderij kreeg (en een voorkeursbehandeling in het hiernamaals).

Het menselijke tekort is van alle tijden, jammer echter, dat we met alle kennis van vandaag de dag niet es een andere keuze maken.

The Big Short

PS: Overigens heb ik het bewust kort door de bocht gehouden met te zeggen: De banken veroorzaken de brokken, onze minister-president lacht (ons uit) en wij kunnen krom liggen om een bankje te redden, ondertussen zien we zorg en onderwijs afbrokkelen en krijgen de vluchtelingen de schuld.

Het gaat me om het sentiment (of ressentiment). De situatie is namelijk nogal complex om in een paar zinnen te duiden. Het nadeel is echter dat allen bij banken betrokkenen met het hart op de juiste plaats ook steeds klappen krijgen. Dat is kenmerkend van een parasiterend persoon of veld. Op de een of andere manier manoeuvreren ze zichzelf zodanig dat ze uit de wind blijven.

 

ALFRED:

Dank voor de psychologische achtergrond, en de opmerking over metal in mainstreamfilms.

En het zegt natuurlijk alles over Homo sapiens (zou dat ‘sapiens’ ironisch bedoeld zijn?) dat we aan de vooravond van de vierde industriële revolutie, met alle kennis en inzichten die er de afgelopen eeuwen zijn opgebouwd en opgedaan, en alle slimme technologie van nu (plus wat in de coulissen staat te trappelen), nog steeds geen antwoord hebben op psychopaten die zich naar de top liegen en bedriegen.

Tegen domheid bestaat geen verweer, maar tegen parasieten toch wel? De bankier als malariamug, denk daar eens over na.

Afijn, ik ga een filmpje doen en morgen horen we wel of Leo ‘ik eet rauwe lever’ DiCaprio dan eindelijk zijn Oscar heeft gewonnen.

 

1 maart 2016

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Anomalisa

**

recensie Anomalisa
Weltschmerz voor gevorderden

door Ralph Evers

“Een donker komisch en surreële reis door de lange nacht van de ziel, de meest humane film van het jaar”, aldus de pers over Anomalisa. Grote woorden, hoge verwachtingen en een product dat nauwelijks een willekeurige sitcom-aflevering overstijgt is het teleurstellende resultaat.

Michael Stone is een gerespecteerde schrijver, vader en echtgenoot. Hij is onderweg om op een congres voor klantenservice in Cincinnati zijn nieuwste boek ‘How may I help you help them’  te presenteren. Ondertussen wordt hij geplaagd door zijn verleden. In Cincinnati woont een vroege vriendin van hem en het lijkt hem een goede reden om haar weer eens te zien. Aldus nodigt hij haar uit naar zijn hotel, het Fregoli – naar een pseudoniem van Charlie Kaufman, één van de regisseurs. De ontmoeting loopt niet zoals hij gewenst had, als ware het een synoniem voor hoe hij zijn leven leeft en beleeft. Michael is op het punt dat alles een sleur is en slentert geagiteerd van minuut naar minuut. Weltschmerz voor gevorderden. Totdat hij Lisa per toeval ontmoet. Zij is fan van zijn werk en verblijft vanwege het congres in hetzelfde hotel als Michael. Juist door haar imperfectie en afwijking ontsteekt zij een vlammetje in hem.

Anomalisa

Verwelkt bloemenduet
Anomalisa kiest voor een eigenzinnige aanpak. Iets wat we konden verwachten wanneer de naam Charlie Kaufman (Being John Malkovich, Eternal Sunshine of the Spotless Mind) is geafficheerd. De eigenzinnigheid zit hem in dit geval waarschijnlijk in de ingewikkelde cocktails die besteld worden, de vreemde kantoorscène later in het verhaal en het feit dat we het hier hebben over een stopmotion animatiefilm, waar prima voor live action gekozen had kunnen worden. Een gemiste kans, want stopmotion biedt prachtige kansen voor een eigenzinnig en vooral fantasierijk palet aan mogelijkheden. Zie maar eens het werk van de meester op dit gebied, Jan Svankmajer.

Om de ideeënarmoede kracht bij te zetten kiest men er voor om het Bloemenduet van Lakmé nog maar eens van stal te halen. Ditmaal weliswaar gezongen door mannen en gefloten door de hoofdrolspeler, doch de zoveelste film met dit verder prachtige stukje muziek.

Anomalisa

Dan blijft over de existentiële zoektocht van Michael Stone, teleurgesteld in het leven, wandelend in een grijs, mistig niemandsland, waarin hij zich vervreemd voelt. Een interessant thema, wat op zichzelf degelijk uitgevoerd wordt. En tegelijkertijd zou verzanden in de middelmatigheid, ware het niet dat we een aantal bevreemdende situaties zien, plus een paar grappige momenten.

De vraag rijst echter: zou dit ook overeind blijven als het trucje van de animatie achterwege was gebleven? De film lijkt nog het best te passen als tv-schermvulling in de surreële huiskamer van de konijnen uit Lynch’s Inland Empire. In ieder geval zou het grapje dat één acteur het merendeel van de stemmen (ook die van de vrouwelijke personages) op zich neemt minder houdbaar zijn (en overigens kinderachtig overkomt in deze vorm).

Haperende applausmachine
Anomalisa weet ondanks de vele lof die de film van het internationale filmjournaille ten deel viel, niet te overtuigen. Het lijkt er veel meer op dat de grote naam die Kaufman met zich meedraagt neurotisch en krampachtig zoekt naar het nodige applaus. Hierachter schuil gaat een (ideeën)leegte, die vanuit het metakader (als in de beschouwing van het getoonde) zichtbaar wordt, maar niet als thema in de film als zodanig dient. Een gemiste kans!

 

21 februari 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Hail, Caesar!

***

recensie  Hail, Caesar!

Hollywood-ode als farce

door Alfred Bos

Na een drietal meer serieuze films keren de Coen Brothers terug naar de gekte van The Big Lebowski, waarin eveneens een ontvoering dient als katalysator van kolder. Hun als satire vermomde eerbetoon aan het Hollywood van de jaren vijftig is plagerig en liefdevol.

Ze moeten een haat-liefdeverhouding met Hollywood hebben. De gebroeders Coen opereren al een loopbaan lang, dik dertig jaar, buiten het studiosysteem. Maar het zijn ook filmliefhebbers pur sang, zoals spreekt uit hun hele oeuvre. Met Hail, Caesar! brengen ze een ode aan het klassieke Hollywood, dat van de machtige producers wier studio’s als een fabriek genrefilms uitpoepten. En passant is het een film over spiritualiteit in een zielloze wereld.

Hail, Caesar

Hail, Caesar! is typisch Coen Brothers, een liefdevol eerbetoon in de vorm van absurdistische satire. En een pastiche, want het tweetal benut de flinterdunne en tamelijk obligate plot rond een ontvoerde leading man  Baird Whitlock (George Clooney), om een reeks traditionele Hollywood-genres, van musical tot western, stijlvol te persifleren. De aankleding is perfect, de kennis van de materie encyclopedisch, de inside-grappen niet te tellen en aan de stoet steracteurs, ook in bijrollen, komt geen eind.

Kolderieke milieuschets
Josh Brolin speelt Eddie Mannix, een historische regelneef van de MGM studio die in 2006 al eens door Bob Hoskins werd geportretteerd in Hollywoodland. Mannix overziet voor Capital Pictures (in het echt een platenmaatschappij) de productie van een reeks films, die vervolgens de Coen-behandeling krijgen. Het is een geestig kijkje in de ingewanden van de droomfabriek, met zijn immoraliteit en eerzucht, zijn ambitieuze sterren, verwaande diva’s, neurotische regisseurs, blafferige bazen en jachtige roddelcolumnistes. Vermakelijk genoeg en voor kenners van het klassieke Hollywood is er extra lol door de talloze, vaak humoristische verwijzingen.

Mannix heeft het dagelijks te stellen met zijn klasje kunstenmakers en wordt als manager begeerd door een grote vliegtuigbouwer. Zijn grootste zorg is evenwel de afwezigheid van zijn belangrijkste ster, acteur Whitlock. Zonder hem kan het klassieke epos over Romeins keizer Caesar (de film uit de titel) niet worden voltooid. Whitlock blijkt te zijn ontvoerd door communistische scenarioschrijvers die de studio geld willen aftroggelen. Veel meer plot is er niet. De ragfijne, maar kolderieke milieuschets, doorspekt met genre-pastiches, moet voldoen. De beste grap is slapstick: de sjaal van een medewerkster in de montagekamer verdwaalt in de Moviola-machine.

Hail, Caesar

Kundig opgediend fastfood
Het is kostelijk om George Clooney een parodie op George Clooney te zien spelen. In Coen-films vertolkt hij nimmer grote lichten, maar dit moet zijn meest imbecielige personage zijn. En aan achteloze acteerprestaties geen gebrek. Brolin is uitmuntend als bullebak met geweten; Alden Ehrenreich speelt droogkomisch Hobie Doyle, een ongeletterde boer die van cowboyheld tot romantic lead wordt gekatapulteerd; Ralph Fiennes de gesoigneerde Britse regisseur Lawrence Laurentz; en dan zijn er kleine maar fijne rollen voor Tilda Swinton (tweemaal, als tweelingzus), Scarlett Johansson (in badpak), Francis McDormand (die van de sjaal), Alison Pill en Jonah Hill. Zelfs Channing Tatum draaft op voor een gelikte tapdance-routine. Het is allemaal feest.

Niet dat Hail, Caesar! gemakzuchtig aanvoelt, maar toch blijft er na afloop van zeven kwartier Coen-kolder een licht weeïg gevoel hangen, alsof het kundig opgediende fastfood wel lekker weg hapt maar niet goed vult, wat ongetwijfeld Hollywood karakteriseert. Het komt wellicht ook door de fragmentarische opzet van de film. De uitvoerige genre-pastiches hangen half aan de plot en dienen vooral als excuus voor vertoon van eervol vakmanschap. Dan heeft hun laatste all-out  grollenfilm, Burn After Reading uit 2008, meer lachsalvo’s per filmrol te bieden. Een onderhoudend tussendoortje, zullen we maar denken.

 

16 februari 2016

 

 
ALLE RECENSIES
 

Goosebumps

***

recensie  Goosebumps

Kippenvel in uw eigen bios

door Cor Oliemeulen

Aanstekelijk spel en fantasievolle griezels garanderen een leuk uitje in uw plaatselijke filmtheater.

In de week waarin filmproducenten en distributeurs de Nederlandse Staat aanklagen voor schade die zij volgens eigen zeggen lijden vanwege downloaden, verschijnen er gewoon weer films in de bioscoop, omdat de aantrekkingskracht van het grote witte doek vaak nu eenmaal groter is. Wanneer de branche zich iets beter aanpast aan de moderne tijd en het bioscoopbezoek aantrekkelijker en vooral goedkoper zou maken, hoeft niemand worden verstoken van al het moois en nuttigs dat het medium film kan bieden. Of zoals de Amerikaanse filosoof Robert M. Pirsig het ooit zei: “Als je het pad van kwaliteit volgt, kunnen er schijnbaar vanuit het niets prachtige inzichten, gedachten en oplossingen ontstaan.”

Goosebumps

Vermaak
Goosebumps is typisch zo’n film die in de bioscoop veel beter tot zijn recht komt dan op een beeldscherm thuis. Het verhaal over een schrijver van enge kinderboeken, die zijn griezels uit voorzorg heeft opgesloten, zijn dochter en haar nieuwe buurjongen is een vermakelijke, fantasierijke avonturenfilm, ideaal voor een avondje bios met familie of vrienden. Verstrooiing, escapisme, loslaten – een yogales voor het overbelaste brein, voor jong en oud. Service in optima forma en de mogelijkheid om heerlijk te worden vertroeteld door het gastvrije cinemapersoneel. Het enige dat nog ontbreekt, is een voetmassage.

Na een televisieserie, enkele videospellen en een stripserie is er nu Goosebumps, de speelfilm. Van deze Kippenvel-boeken verschenen al bijna 200 titels waarvan wereldwijd al meer dan 400 miljoen exemplaren zijn verkocht. De vraag was dan ook: welk boek ga je verfilmen? Het antwoord lag voor de hand: alle griezelige hoofdpersonages uit alle boeken komen samen in één film. Simpel en briljant, want het idee pakt fantastisch uit. Goosebumps is een geslaagde combinatie van grappig en griezelig, van spanning en avontuur, van kalverliefde en vaderlijke bescherming.

Goosebumps

Terreur
Jack Black speelt de schrijver van de succesvolle Goosebump-serie, R.L. Stine, die low profile door het leven gaat en zijn enige dochter angstvallig afschermt van mannelijke leeftijdsgenoten en andere pottenkijkers. Black – het leukst in The School of Rock en Kung Fu Panda (en met zijn fameuze lofzang op Led Zeppelin in het Kennedy Center in 2012) – is de ideale protagonist in zijn bundeling van een ijzig en aanstekelijk voorkomen. Een hoogst onaangenaam en onvoorspelbaar heerschap, tot het moment dat zowel de nieuwe buurjongen als de kijker zijn grote geheim ontdekken en de terreur van de ontsnapte Goosebumps-griezels is begonnen.

De sadistische pop Slappy the Dummy fungeert als het alter ego van Stine. Als het brein achter de opstand zweert hij dat zijn tot leven gekomen fictieve collega’s nooit meer in boeken zullen worden opgesloten. De weerwolf, verschrikkelijke sneeuwman, slangenvrouw, geestendokter, gnomen, vleesetende planten, speelgoedrobots, reuzenbidsprinkhaan, vampieren, aliens, zombies, mummies, een krankzinnige clown en talloze andere engerds richten een ware ravage aan in de stad, niet gehinderd door een koppel niet al te snuggere agenten. Hoewel sommige monsters zeer wrede bedoelingen hebben, worden ze plotseling grappig als blijkt dat ze een raar hoog stemmetje hebben, zodat ook de jongste kijkers zich niet zo snel in hun popcorn zullen verslikken.

 

5 februari 2016

 
ALLE RECENSIES
 

99 Homes

***

recensie  99 Homes

Malafide makelaar

door Damian Uphoff

Door het originele onderwerp intrigerende, maar verder veilig volgens het boekje uitgewerkte, film over hoe ver je als mens gaat om je eigen huis terug te verdienen. 

Je moet onder een steen geleefd hebben wil je niet gehoord hebben van de Amerikaanse huizencrisis die al sinds 2006 woedt. Miljoenen mensen die op rigoureuze wijze hun huis uitgezet worden vanwege rommelhypotheken. Wat dat betreft leunt 99 Homes dicht tegen de realiteit aan. Hoewel ietwat dik aangezet, geeft hij dikwijls een leerzame, interessante kijk op hoe de crisis zich manifesteert, levens ruïneert en, bovenal, hoe bepaalde mensen er juist op parasiteren. Eveneens te zien in The Big Short, waarin vier buitenstaanders rijk worden door het voorspellen van de instortende huizenmarkt.

99 Homes

Overlevingsdrang
Dennis Nash, een jonge bouwvakker, die samen met zijn moeder en zoontje leeft, komt in een onfortuinlijke situatie terecht nadat hij zijn huis uitgetrapt wordt. De arglistige vastgoedmakelaar Rick Carver, die verantwoordelijk is voor zijn uitzetting, biedt hem werk aan en dat laat de stakker zich geen twee keer zeggen. De klusjes die hij voor de malafide makelaar moet uitvoeren nemen ongure vormen aan, waardoor hij al snel met een moreel dilemma te kampen krijgt. Want hoever ga je als mens om je eigen huis terug te krijgen? In een situatie waarin overlevingsdrang boven moraal prevaleert.

De premisse is er één die vaak voorkomt. Denk aan Training Day, waarin een jonge agent gaandeweg in een spiraal van corruptie terechtkomt en last krijgt van gewetenswroeging. Ander verhaal, andere setting, maar exact dezelfde formule. En daar ligt dan ook de zwakte van 99 Homes. Het is een veilige film, die het formuletje braaf afwerkt en obligaat eindigt.

Marionet
Michael Shannon (Revolutionairy Road) zet zijn rol met verve neer. Hij speelt een doorgewinterde makelaar die de ‘kneepjes’ van het vak maar al te goed kent. Zodanig dat hij ze meermaals misbruikt. In Nash (Andrew Garfield, The Amazing Spider-Man) ziet hij een marionet, een sidekick om de rotklusjes te doen. Klusjes die van kwaad tot erger gaan. Later moet Nash zelfs de taak op zich nemen om ook andere mensen hun huis uit te schoppen. De vraag is of je het hem kwalijk kan nemen. In een situatie van wanhoop is men al gauw bereid morele grenzen te verleggen. Wat volgt is een psychologisch, sterk geacteerd, schouwspel, waarin Carver het duiveltje op de schouder van Nash is, en zijn moeder (Laura Dern) de engel die hem uit Carvers greep tracht te verlossen.

99 Homes

Nash’ inwijding in het makelaarswereldje verloopt wel érg soepel, ook kun je vraagtekens zetten bij enkele beweegredenen van de twee. Zo is het  eigenlijk stug dat een rijke makelaar zomaar een bouwvakker aanneemt voor zulke exorbitant hoge salarissen. Het had duidelijker naar voren mogen komen waarom Carver nou juist Nash als discipel aannam. De rijke makelaar had er zelf weinig baat bij en gezien de hebzuchtige aard deed hij het niet uit gulheid. Desalniettemin geeft 99 Homes een leerzame kijk op de problematiek rond de huizencrisis, die anno 2016 nog steeds zichtbaar is.

 

1 februari 2016

 
ALLE RECENSIES

Revenant, The

****

recensie  The Revenant

Wraak in de Rockies

door Alfred Bos

De regisseur van Birdman staat opnieuw op de rol voor een Oscar. Is zijn monumentale western The Revenant een fraai opgetuigd wraakepos of een natuurdocumentaire waar Leonardo DiCaprio toevallig in verdwaald is geraakt? Of beide?

De western is terug, maar anders dan vroeger. De prairies en woestijnen hebben plaatsgemaakt voor bergen en bossen. Het zand van toen is tegenwoordig sneeuw. En de indianen, de anderen, zijn als immer onbetrouwbare natuurmensen, maar dat zijn de blanken nu ook. Maar voor de rest is het ‘Westen’ nog steeds wild: een omgeving zonder gezag, waar het leven bruut is en buiten familie en vrienden niemand te vertrouwen. Je zou er bijna de neoliberale samenleving in zien.

The Revenant

Voorbeeld van zo’n neoliberale western, naast Tarantino’s The Hateful Eight, is The Revenant, Oscar-winnaar Alejandro Iñárritu’s wraakepos over een woudgids die voor dood wordt achtergelaten en zwaar gewond, zonder enig hulpmiddel anders dan zijn kennis van het woud en zijn obsessieve doorzettingskracht, verhaal gaat halen bij zijn boosdoener. De pelsjagers, de Arikari-indianen en de rondzwervende Franse soldaten vertegenwoordigen de anarchie, de natuurstaat. Het gezag, in de vorm van een legerexpeditie, is zwak. Elementair geweld regeert: wie goed doet gaat dood en de boeven winnen.

Monumentale natuur
The Revenant is gesitueerd in Montana, aan de voet van de Rocky Mountains, ergens in de jaren twintig van de negentiende eeuw, een weinig benutte periode voor films over ‘the frontier’ (er is een tv-serie over de befaamde expeditie van Lewis & Clark in voorbereiding). Door de lens van cinematograaf Emmanuel Lubezki (Knight of Cups, Birdman, Gravity) oogt de natuur spectaculair, om niet te zeggen monumentaal. In die overweldigende omgeving ogen mensen als mieren.

De gids, Hugh Glass (Leonardo DiCaprio), is de bemiddelaar tussen natuur en cultuur, of wat daarvoor moet doorgaan, een groep ruige pelsjagers onder bescherming van een groepje Amerikaanse soldaten. Glass staat letterlijk tussen twee culturen, want hij – zo leren we uit als dromerige herinneringen gepresenteerde flashbacks – woonde in een Pawnee-nederzetting en had een Indiaanse vrouw. Hij spreekt ‘native’ met zijn zoon, een halfbloed. Anders dan in Dancing with Wolves worden indianen niet als nobele wilden afgeschilderd, zo blijkt uit de bloedstollende openingsscène. Denk Saving Private Ryan, maar dan in de Rockies.

Historische feiten verdicht
The Revenant vertoont enige overeenkomst met Iñárritu’s voorlaatste film Biutiful, qua verhaal en vorm. Zieke protagonist moet overleven in vijandige jungle en heeft hallucinante visioenen die zijn innerlijke leven verbeelden. Glass’ antagonist is de pelsjager John Fitzgerald (Tom Hardy), het soort psychopaat dat steeds frequenter op het filmdoek is te zien: alles wat hij aanraakt gaat kapot. Tussen die twee staat legerofficier Andrew Henry (Domhnall Gleeson), die moraal en orde vertegenwoordigt maar wiens slagkracht beperkt is. Daar omheen cirkelen een groepje losgeslagen Franse ex-soldaten en een posse van Arikari op zoek naar de gekaapte dochter van hun leider.

The Revenant

Het is een brisante mix en de film heeft de historische feiten in de gelijknamige roman van Michael Punke uit 2002 verdicht met eigen bijdragen. Zonder veel te verklappen: Glass’ vrouw en zoon zijn verzonnen om het verhaal meer drama te geven. En dat is ironisch genoeg de achilleshiel van de film. Waar de droomscènes Biutiful naar een hogere dimensie tillen, zijn ze hier overbodig en werken verwarrend. Ze zijn zelfs clichématig: spiritualiteit als koolzuurgas. Je gaat er van boeren.

The Revenant telt een aantal overtuigende actiescènes en is schitterend gefotografeerd. Het verhaal is episch (mens tegen mens én natuur) en de interactie tussen de diverse elkaar bejagende en beconcurrerende fracties zorgt voor de nodige spanning en toch weet de film niet de verpletterende indruk te maken die Iñárritu’s voorgaande films – en Biutiful en Birdman in het bijzonder – wel achterlieten. Daarvoor is de psychologie te eendimensionaal, zodat de kijker nimmer emotioneel contact maakt met de hoofdpersoon en zijn verhaal. Maar zelfs een niet helemaal geslaagde Iñárritu is nog altijd een bovengemiddelde film.

 

26 januari 2016

 
ALLE RECENSIES

Spotlight

****

recensie  Spotlight

Je zegt geen ‘nee’ tegen God

door Cor Oliemeulen

De onthullingen hadden tot gevolg dat wereldwijd seksueel misbruik door priesters aan het licht kwam. Of de katholieke kerk er veel van heeft geleerd, blijft de vraag. De kardinaal in Boston nam weliswaar ontslag, maar kreeg een baan in een van de belangrijkste basilieken van Rome.

De nieuwe baas van The Boston Globe, Marty Baron (Liev Schreiber), windt er tijdens zijn eerste werkdag geen doekjes om: het seksueel misbruik van priesters moet publiekelijk aan de kaak worden gesteld en de katholieke kerk zal boeten voor haar zonden. Baron heeft makkelijk praten. Niet alleen omdat hij jood is, maar vooral omdat hij, komend uit het genaakbare Florida, niets heeft te maken met de conservatieve, gesloten gemeenschap van Boston net na de millenniumwisseling. Een tijd waarin velen in de stad wisten van de misstanden, maar angstvallig de andere kant op keken.

De macht van de kerk
Dat merkt ook het team van het journalistieke onderzoeksteam Spotlight dat probeert te achterhalen hoe het toch kon dat de lokale priester John Geoghan jarenlang structureel vooral jongens in verschillende parochies kon misbruiken. Al na het eerste speurwerk blijkt dat nog meer geestelijken zorgden voor meer dan alleen de ziel van kinderen. De kerk schikte veelal met de slachtoffertjes en hun ouders, waarna een aantal priesters in andere parochies opnieuw vrijelijk kun gang konden gaan. De invloed en uitgestrekte macht van het kerkelijke instituut blijkt evident.

Spotlight

Regisseur Tom McCarthy (bekend van het filmjuweeltje The Station Agent, 2003) kende zelf ook een katholieke opvoeding, waarin begrip, bewondering en respect voor de kerk vanzelfsprekend waren. Met zijn film, waarvoor hij een deel van het scenario schreef, opent hij niet zozeer de aanval op de katholieke kerk, maar laat hij sommige van zijn personages zich wel hardop afvragen waarom getuigen niet opstonden en aan de bel trokken. Ook leren we dat de meeste slachtoffers niet in de publiciteit wilden of durfden.

Gedetailleerd
Het is knap hoe de makers van Spotlight de tijdgeest en omstandigheden weten te vangen. Zo werd het redactielokaal met de meer dan honderd cubicles van The Boston Globe minutieus nagebouwd en bereidden sommige acteurs zich consciëntieus en met veel oog voor detail (uiterlijk, tongval) voor op hun rollen door de vele gesprekken die zij voerden met de echte hoofdrolspelers: journalisten, advocaten, slachtoffers en andere betrokkenen. Ook al vermoed je vrij snel hoe het verhaal afloopt, je ziet aan alles dat de film met liefde en toewijding tot stand is gekomen.

Michael Keaton, die al in 1994 overtuigend een editor speelde in The Paper van Ron Howard en vorig jaar een zeer geslaagde comeback maakte in en als Birdman, is de leider van het Spotlight-team, Walter Robinson. Zijn meest fanatieke medewerker is onderzoeksjournalist Michael Rezendes, vertolkt door Mark Ruffalo, de laatste jaren vooral bekend als het Avengers-personage Bruce Banner/The Hulk. Hoewel Ruffalo in Spotlight niet als een olifant in een porseleinkast rondstruint, is hij wel degene die zich het meest vastbijt en kan hij nauwelijks wachten om de misstanden in de katholieke kerk met het lezerspubliek te delen. Echter Marty Baron wil pas publiceren als ‘het systeem’ kan worden veroordeeld.

Spotlight

Eerst spiritueel misbruik
Terwijl Rezendes zich vooral bezighoudt met de juridische kant van de zaak, heeft zijn collega Sacha Pfeiffer (Rachel McAdams) de zware taak om slachtoffers van het seksueel misbruik te interviewen. “Eerst word je spiritueel misbruikt – want je zegt geen ‘nee’ tegen God – dan komt het seksueel misbruik”, aldus een gedupeerde. Het contact met de daders blijkt natuurlijk nog veel moeilijker. Als zij op een gegeven moment aan een voordeur in gesprek gaat met een verdachte priester die op het punt staat openheid van zaken te geven, wordt de man snel door diens zus naar binnen getrokken. Uiteindelijk roept het team de hulp in van een advocaat (Stanley Tucci) die zich al jaren bezighoudt met de belangen van honderden slachtoffers, maar hij worstelt danig met de balans tussen privacy en openbaarheid en wordt regelmatig paranoïde omdat kerk en politiek in zijn nek hijgen.

Lang na All the President’s Men (1976) van Alan J. Pakula waarin The Washington Post-journalisten Bob Woodward en Carl Bernstein het afluisterschandaal Watergate onthulden, is er eindelijk weer eens een goed biografisch drama over onderzoeksjournalistiek. Niet zoals het gros van het hedendaagse journaille dat achterover leunt, na-aapt en elke scheet van elke ‘beroemdheid’ volgt en werkelijk geen idee heeft wat hoor-wederhoor betekent, maar nog gewoon zoals het hoort: vastbesloten duiken in knipselmappen, boeken, bibliotheken en stoffige archieven om de enige echte waarheid boven tafel te krijgen.

 

22 januari 2016

 
ALLE RECENSIES

Best of IDFA on Tour 2015/2016

****

recensie Best of IDFA on Tour 2015/2016
Rappers, sheriffs en vluchtelingen

door George Vermij

Best of IDFA on Tour 2015/2016 biedt een selectie van vier goed ontvangen documentaires die draaiden tijdens het festival vorig jaar. De keuze bestaat uit een pakkend portret van een Afghaans tienermeisje dat rapper wil worden, droge registraties van een Oekraïens dorp dichtbij de Krim, een blik op het lot van vluchtelingen in Denemarken en een korte film over de beleving van een Nederlands pubermeisje.

Sonita is een mooi portret van een gelijknamig meisje dat als Afghaanse vluchteling in Iran verblijft. Haar droom is om muziek te maken net als haar Amerikaanse idolen, Michael Jackson en Rihanna. Sonita maakt echter veel rauwere muziek en schrijft confronterende rapteksten die de ondergeschikte positie van de vrouw als onderwerp hebben. Als tiener die op elk moment uitgehuwelijkt kan worden, weet zij hoe het is om in constante onzekerheid te leven.

Sonita

Sonita – Niet zingen in het openbaar
Gelukkig wordt Sonita goed geholpen door haar Iranese begeleidster die ook nog eens laat zien dat de situatie per islamitisch land erg kan verschillen. In een gesprek met Sonita’s traditionele moeder blijkt er een kloof te zijn tussen gewoontes waarbij haar begeleidster alles probeert te doen om Sonita niet naar Afghanistan te laten gaan. Gaandeweg krijgt Sonita door haar inzet de kans om muziek te maken als rapper. In Iran problematisch omdat vrouwen niet mogen zingen in het openbaar. Haar gedrevenheid en een videoclip zorgen er wel voor dat zij opvalt en door een internationale hulporganisatie de kans krijgt om in de VS naar een speciale muziekschool te gaan.

Rokhsareh Ghaem Maghami’s oprechte documentaire boft met de keuze van haar onderwerp. Sonita inspireert als iemand die haar eigen weg kiest. De kijker wordt daarbij geconfronteerd met de moeilijkheden vanuit haar traditionele gezin, maar ook vanuit een bureaucratie waarvan je als vluchteling tegen wil en dank afhankelijk bent. Maghami maakt op een gegeven moment een moeilijke keuze die ingaat tegen de vermeende objectiviteit van documentairemakers. Je kan haar die keuze echter niet kwalijk nemen als je ziet wat er op het spel staat.

Ukrainian Sheriffs

Ukrainian Sheriffs – Slaperig dorpje bij de Krim
Ukrainian Sheriffs is een lekker droge docu die zich richt op een klein Oekraïens dorpje tegen de Krim aan. Roman Bondarchuk volgt twee sheriffs die de orde moeten bewaren in een slaperig dorpje. Zo wordt de kijker geïntroduceerd met een bont gezelschap van dronkenlappen en kleine criminelen die in het verarmde gehucht de rust verstoren. De sfeer blijft absurd en tragikomisch. De vondst van een lijk wordt droog en zonder opsmuk geregistreerd. Als een vrouwelijke zuipschuit sterft wordt er gesproken over hoe het een grotere begrafenis had kunnen zijn als al haar scharrels iets in hadden gelegd.

Deze op moment lethargische sfeer verandert als de situatie in de Krim verslechtert en het Oekraïens leger zich klaar maakt voor een gewapend conflict. De mannen in het dorp proberen zich echter afzijdig te houden ook al worden ze opgeroepen om te dienen in het leger.

Bondarchuk schetst een mooi beeld van het leven op het Oekraïense platteland waarbij je langzaam in hun leef-ritme wordt gezogen. Op momenten strandt de film wel in zijn eigen richtingloosheid en lamlendigheid.

At home in the World – Actuele vluchtelingenproblematiek
Het actuele thema van de vluchtelingenproblematiek wordt in At home in the World op conventionele maar genuanceerde wijze in beeld gebracht. De docu volgt de kinderen van vluchtelingen terwijl ze moeten acclimatiseren in Denemarken. Hun begeleiders proberen de kinderen zo goed mogelijk op te vangen en hun levens nog zo normaal mogelijk te maken. Ondertussen is er onzekerheid over verblijfsvergunningen en het lot van familieleden.

Ninnoc

De opzet van de film doet denken aan Nicolas Philiberts Être et avoir waarbij de kinderen geobserveerd worden terwijl ze leren en spelen. Hun traumatische achtergrond komt maar deels ter sprake als een kind het met zijn begeleider heeft over nachtmerries of als een vader vertelt over de oorlog in Tsjetsjenië. Andreas Koefnoeds film vormt daarbij een belangrijk en degelijk document om te zien wat voor mensen er in Europa terechtkomen ook al is de conventionele aanpak niet vernieuwend of altijd even pakkend.

Ninnoc – Pubermeisje wordt gepest
De korte film Ninnoc is een eerlijk portret van een pubermeisje dat worstelt met haar positie in de klas. Ninnoc weet daarbij haar gevoelens op heldere wijzen over te brengen als zij het heeft over hoe zij wordt buitengesloten van de populaire clubjes of hoe het is om anders te zijn. Haar observaties zijn vaak ook raak als zij het heeft over de druk om je te conformeren aan de groep en de stigma’s die mensen hun leven lang meedragen als zij gepest worden.

Regisseuse Niki Padidar wisselt Ninnocs woorden af met mooie beelden die de schoonheid van het kind-zijn lijken te benadrukken. Een puurheid die gaandeweg onvermijdelijk wordt aangetast door de realiteit. In zijn eerlijkheid is Ninnoc daarmee een mooi en oprecht tegengeluid.

 

19 januari 2016

 

 

MEER RECENSIES

 

Janis: Little Girl Blue

****

recensie  Janis: Little Girl Blue

Vrije geest op zoek naar liefde

door Alfred Bos

Na meer experimentele filmportretten over Kurt Cobain en Amy Winehouse weet de documentaire Janis: Little Girl Blue, over jaren zestig-zangeres Janis Joplin, met traditionele middelen te overtuigen. Het slaat Howard Alks Janis uit 1974 op psychologie en context.

Janis Joplin rebelleerde haar leven lang tegen het milieu van haar jeugd, maar ze schreef ook trouw brieven aan haar ouders. Daar maakt documentairemaker Amy Berg dankbaar gebruik van in Janis: Little Girl Blue, haar portret van de Texaanse rhythm & blueszangeres, gemaakt voor de reeks American Masters van de publieke omroep in Amerika. De citaten uit brieven aan familie en vrienden, in voice-overs van zangeres Cat Powers, geeft de biografie een persoonlijke, zelfs intieme stem.

Het maakt het verhaal van Janis Joplin nog schrijnender dan het al is. In 1943 geboren als oudste kind van een oerconservatief gezin (vader ingenieur, moeder huisvrouw) was Joplin van jongs af aan onzeker over haar fysieke verschijning. Daarnaast voelde ze zich onbegrepen, niet alleen door haar ouders. Haar vrije geest vond geen weerklank in de conformistische wereld van haar geboorteplaats, de oliehaven Port Arthur, een provinciestadje in Texas, kleiner dan Hilversum. Ze werd een dwarskop met een negatief zelfbeeld, bijna wanhopig op zoek naar acceptatie en liefde.

Janis: Little Girl Blue

Psychedelische revolutie
Die vond ze, na enkele valse starts in Austin en North Beach, Californië, in het embryonale hippiemilieu van San Francisco, waar in 1965 de tegencultuur van beatniks en folkies op het punt stond te ontbotten tot wat een culturele schokgolf bleek te zijn, de psychedelische revolutie. Joplin voelde zich als in vis in het water in die omgeving van artistieke bohemiens, gelijkgestemde zielen die haar persoonlijkheid en talent met open armen ontvingen. Het podium was haar thuis, het applaus zalf voor een afgewezen ziel. Maar ze bleef een gekwetst kind, buiten het toneel had ze constant bevestiging nodig.

Het was te danken aan haar wilskracht dat Big Brother and the Holding Company niet één, maar tweemaal optrad tijdens het Monterey Festival van juni 1967. De band weigerde filmmaker D.A. Pennebaker aanvankelijk toestemming om hun concert vast te leggen. Joplin begreep de monumentale domheid van die beslissing en drukte een herkansing door. Het werd haar doorbraak. Berg toont Pennebakers beelden van haar spraakmakende vertolking van Big Mama Thorntons ‘Ball and Chain’ en de verblufte reactie op het gezicht van Mama Cass. Clive Davis, directeur van platenmaatschappij Columbia (CBS), stond erbij en contracteerde haar ter plekke.

Psychologisch portret
Bergs film heeft ook aandacht voor de muzikale ontwikkeling van Joplin. Eerste inspiratiebron Odetta, grote voorbeeld Otis Redding, het amateurisme van de Holding Company (onthullende beelden uit de opnamestudio), de door manager Albert Grossman (tevens zakelijk begeleider van Bob Dylan) ingegeven beslissing om als soloartiest verder te gaan, Joplins onvermogen om een band te leiden en de artistieke (en commerciële) triomf van het posthuum verschenen solo-album Pearl—het komt allemaal in ruim honderd minuten langs, maar het psychologische portret blijft centraal staan.

Zelfs toen ze, 24 jaar oud inmiddels, een held was in de scene van San Francisco meenden haar ouders haar te kunnen en moeten corrigeren. Dat onbegrip voor de opvattingen van de jonge generatie was typerend voor de jaren zestig, maar in Joplins geval is het extra wrang. Drank en heroïne moesten het gebrek aan liefde compenseren.

Janis: Little Girl Blue

Tragisch ongeluk
Ze kickte af, vond op het strand van Rio de Janeiro een (Amerikaanse) vriend, werkte met vermaard producer Paul Rothchild (The Doors en vele anderen) aan haar eerste solo-album en overleed op 4 oktober 1970 op een hotelkamer in Los Angeles aan een overdosis, of eigenlijk, aan eenzaamheid. Het was een tragisch ongeluk, zoals de film subtiel duidelijk maakt. Wat de film niet vertelt is dat er diezelfde week in LA nog een handvol heroïnedoden vielen, allemaal afnemers van dezelfde dealer.

Berg heeft zo ongeveer alle belangrijke en nog levende personen uit het korte leven van Joplin sprekend voor de camera gekregen. De belangrijkste bijdrage komt van Joplins jongere zus Laura, die de beste Joplin-biografie – Love, Janis uit 2005 – heeft geschreven; er zijn er inmiddels vier. Een andere biograaf, John Byrne Cooke, komt ook aan het woord. Puttend uit het omvangrijke archief van beeldmateriaal over Joplin en voorzien van commentaar door een stoet van muzikanten, voormalige minnaars (zowel vrouw als man, waaronder Dick Cavett) en vrienden uit alle fasen van haar leven weet Janis: Little Girl Blue te raken. Het moet een leuk mens zijn geweest. Ze had beter verdiend.

 

18 januari 2016

 

ALLE RECENSIES

Creed

**

recensie  Creed

Jonge god en ouwe knar

door Cor Oliemeulen

Het plot van deze zevende Rocky-film is niet minder afgezaagd dan dat van zijn meeste voorgangers en de meeste boksscènes zijn even onrealistisch. Gelukkig is daar nog steeds Sylvester Stallone als de onverwoestbare bokslegende.

Een kinderhand is gauw gevuld. De tegenstander van Rocky in de allereerste gelijknamige boksfilm uit 1976, Apollo Creed, blijkt een buitenechtelijke zoon te hebben. Hij heet Adonis Johnson, vernoemd naar zijn surrogaatmoeder (de moeder in The Cosby Show). Adonis wil niet teren op de naam van zijn vader, een ex-wereldkampioen zwaargewicht. Deze jonge god verlaat Los Angeles en gaat in het Rocky-walhalla Philadelphia op zoek naar de legendarische bokser. De vuistvechter, die in Rocky 4 wint van de Russische bokser die Adonis’ vader in de ring doodsloeg, is de ideale kandidaat om hem de fijne kneepjes van het vak bij te brengen. Zoals dat gaat in dit soort sprookjes wil Rocky eerst niet, maar vindt hij exact genoeg redenen om het fysieke en mentale avontuur aan te gaan. En natuurlijk is er een meisje (dat lijkt op de dochter in The Cosby Show) voor de emotionele balans.

Recensie Creed

Eeuwig Rocky
Het meest bijzondere van Creed is de prima ‘eeuwige’ rol van Sylvester Stallone, voor diens doen opvallend aandoenlijk vertolkt, de rest van de film is verwaarloosbaar. De liefhebber die verder kijkt dan deze conventionele opsomming van genreclichés, kan met gemak tientallen betere boksfilms ontdekken.

Er is wat opschudding ontstaan over het feit dat er geen enkele Afro-Amerikaan is genomineerd voor een Oscar in 2016. Zo ontbreekt de hoofdrolspeler van Creed, Michael B. Jordan, op de lijst, terwijl bijrolacteur Sylvester Stallone juist wel is genomineerd.

Hoewel het stemgedrag van het zesduizend koppige gezelschap van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences (volgens een studie uit 2012 was 94% blank en 77% man) op zijn minst een tikkeltje conservatief en soms onvoorspelbaar is te noemen, is de Oscarnominatie van Stallone begrijpelijk, hoewel verzilvering zou grenzen aan waanzin. Het lukt hem op zijn oude dag zowaar twee ‘Oscar winnende speeches’ van een minuut (waarvan eentje met traan) op te lepelen. Sentiment was Hollywood nooit vreemd. Waarom de hoofdrolspeler niet is genomineerd? Aan zijn afgetrainde lijf zal het niet liggen, maar Michael B. Jordan krijgt door het kleffe script niet de kans boven zichzelf uit te stijgen.

Recensies Creed

Aftakelende held
Personages die ziek, zwak en misselijk zijn, hebben bij de Oscars bovendien traditioneel een streepje voor. De eerste vraag is of het trouwe Rocky-publiek wel zit te wachten op een aftakelende held, ondanks het nobele streven van zowel bokser als trainer om een vuist te maken voor het leveren van een bijna onmogelijke strijd binnen en buiten de ring. De slotvraag is of een van de bekendste filmhelden uit de moderne filmgeschiedenis in Creed een definitieve knock-out is toegebracht, of dat hij misschien later zélf nog een buitenechtelijk kind met boksambities blijkt te hebben.

Elke gefabriceerde comeback lijkt mogelijk in deze afgekloven toverformule die Rocky heet, zolang er maar in een behoefte wordt voorzien en de kassa’s blijven rinkelen. Hopelijk laat Michael B. Jordan zich niet verleiden voor een Creed 2, daarvoor is zijn talent als filmacteur te groot. In het biografische drama Fruitvale Station (2013) kan hij een veel grotere emotionele en psychologische reikwijdte etaleren. Overigens dánkzij regisseur Ryan Coogler, die met Creed én Jordan zijn pas tweede speelfilm maakte en veel beter lijkt te passen bij serieuzer drama.

 

17 januari 2016

 
ALLE RECENSIES