Festival Favorites #1

Pin Cushion (GB) + The Load (Servië)
Festival Favorites #1

door Cor Oliemeulen

In Festival Favorites een pleidooi voor twee filmfestivalfilms die een breder publiek verdienen. In dit eerste deel kijken we met stijgende verbazing naar een contactgestoorde moeder en haar dochter in Engeland en gissen we naar een mysterieuze lading tijdens de burgeroorlog in Joegoslavië.

 

Pin Cushion

Pin Cushion (ArteKino Festival, online – 1-31 dec)
Lick Me ‘Till I Scream’ met de afbeelding van een ijsje staat op het T-shirt van Lyn als ze over de drempel van een vriendinnenclub stapt. Net als de huisvrouwen in de kring weet je als kijker niet goed of je het zult uitproesten van het lachen of dat je medelijden moet tonen. Zoals altijd druipt Lyn af nadat ze is afgewezen en iedereen uitvoerig heeft bedankt.

Lyn (Joanna Scanlan) is dan ook op z’n zachtst gezegd een bijzondere verschijning. Ze kleedt zich kleurrijk, soms kinderlijk en interacteert verre van alledaags. Bovendien loopt ze een beetje mank. Tijdens een van haar moeilijke momenten zit Lyn in bad waar ze probeert de bochel van haar rug te zagen! Tienerdochter Iona (Lily Newmark) weet dit te verhinderen.

Seksmaniak
Lyn en Iona zijn erg naïef en contactgestoord naar anderen en worden door iedereen uitgekotst, hoe goed ze ook hun best doen. Ze hebben alleen elkaar. Hun band is oersterk; Iona slaapt zelfs bij haar moeder in bed.

Ze zijn weer eens verhuisd. Iona gaat naar een nieuwe school waar ze door het populaire dellengroepje wordt uitgelachen, gemanipuleerd en gekwetst nadat ze dronken is gevoerd. Maar dan heeft ze al iedereen om aandacht gesmeekt en is ze zich uitdagend gaan kleden. Lyn, die plots haar dochter dreigt te verliezen, schreeuwt van de daken dat Iona een seksmaniak is geworden. Dat werkt alleen maar averechts.

We kunnen het Lyn moeilijk kwalijk nemen, want ze is een slepend vat vol wanhoop. Ze zegt dat ze altijd zo eenzaam was dat ze zich destijds heeft laten verkrachten. Met een kind was er eindelijk iemand met wie ze een band zou hebben.

Knipoog
Soms doet het duo denken aan de teruggetrokken moeder en dochter in de horrorklassieker Carrie (1976), hoewel Iona geen voorwerpen kan laten vliegen en Lyn niet zoveel kruisbeelden heeft, maar wel een huiskamer bomvol zelfgemaakte snuisterijen en frutsels. Ook in Pin Cushion is de roodharige dochter slachtoffer van een onaangepaste, wereldvreemde moeder. En ook hier zijn drastische maatregelen vereist om zich aan die beklemming te kunnen ontworstelen.

De kleurrijke, bijna vrolijke cinematografie van Pin Cushion kan en wil de tragedie onder de opeenstapeling van uiterst ongemakkelijke gebeurtenissen – met af en toe een dikke knipoog – geenszins verbloemen. Het psychologische, soms poëtische, coming of age-verhaal, geschreven door de debuterende Engelse regisseur Deborah Haywood, is met weinig middelen en veel liefde gemaakt. Inderdaad de zoveelste film over het pesten van buitenbeentjes, maar wel oprecht, sterk geacteerd en wars van prekerigheid en vals sentiment.

Als ik filmdistributeur was, zou ik Pin Cushion (begin 2018 ook al te zien tijdens het IFFR in Rotterdam) alsnog in de Nederlandse bioscoop uitbrengen.

Pin Cushion won de New Waves Special Award tijdens het Seville European Film Festival.

 

The Load (Teret)

The Load (Les Arcs Film Festival, Frankrijk – 15-22 dec)
Ook een speelfilmdebuut is The Load (oorspronkelijke titel Teret) van de Serviër Ognjen Glavonic. Hij schreef en regisseerde een donker drama waarin geen woord teveel wordt gesproken. Toch zul je niet snel afhaken, want onze hoofdpersoon vervoert een mysterieuze lading en je wilt weten wat die is.

We schrijven 1999 als een groot deel van Joegoslavië is verscheurd. De laatste stuiptrekkingen van de burgeroorlog spelen zich af in Kosovo. Tienduizenden Albanezen zijn gevlucht voor het geweld. De strijd tussen het Servische leger en de Albanese guerrillabeweging UCK escaleert. De NAVO grijpt in, zonder mandaat van de VN Veiligheidsraad, en zet de Serviërs onder druk door maandenlange bombardementen.

Murw
Zo nu en dan hoor je beschietingen en in het donker zie je het licht van afweergeschut. Het lijkt alsof de bevolking allang murw is geslagen. De NAVO strooit met pamfletten die niet eens worden gelezen. Enkele tieners verzamelen hooi, maken een grote fallus en steken die in de fik, als boodschap aan de piloten.

De werkloze fabrieksarbeider Vlada (de Kroatische acteur Leon Lučev) neemt een job als vrachtwagenchauffeur. Hij moet de vergrendelde truck binnen een dag van Kosovo naar Belgrado rijden. Wegblokkades, kapotte bruggen, grauwe landschappen, gedeprimeerde mensen. Vlada neemt een lifter mee. De jonge muzikant zegt de weg te weten, maar wil in feite zo snel mogelijk het land verlaten om elders een toekomst op te bouwen.

Mysterie
Er gebeurt niet veel in The Load. Af en toe klinkt er een ferme tik achter uit de laadruimte, maar Vlada mag en wil ook niet checken wat dat geluid is. Eenmaal aangekomen op de plaats van bestemming, een afgelegen militair complexje, hebben we meer dan een vermoeden wat zijn vracht was. Vlada is een stoere gast. We lezen weinig af van zijn stoïcijnse blik. De volgende keer zal hij een camera meenemen.

Het trage Servische drama speelt met de verwachtingen van de kijker omdat die het mysterie wil ontrafelen. Belangrijker nog is de atmosfeer van The Load. De treurigheid en troosteloosheid druipt van bijna elke scène. Je hoeft helemaal niets van het oorlogsgeweld te zien (doden, gewonden, kapot geschoten huizen) om je in die tijd en omgeving te wanen. Dat is een knappe prestatie.

Leon Lučev was beste acteur van het Sarajevo Film Festival, Ognjen Glavonic beste regisseur van het Marrakech International Film Festival en The Load beste film van het Haifa International Film Festival.

 

6 januari 2019


MEER FILMFESTIVAL

Top 5 en miskleun 2018

Deel 1: Cor Oliemeulen
Top 5 en miskleun van 2018

Three Billboards Outside Ebbing, Missouri

Zeven recensenten van InDeBioscoop bespreken hun vijf favoriete films die dit jaar in Nederland in première gingen. Traditioneel kiest iedereen ook de Miskleun van het Jaar én een film die een bioscooprelease had verdiend. Tot en met Oudjaarsdag lees je hier elke dag een persoonlijke terugblik op het filmjaar 2018.

Cor Oliemeulen door Cor Oliemeulen

Er verschenen dit jaar zoveel bijzondere films in de Nederlandse bioscoop dat niet iedereen het aandurfde om een top 5 in elkaar te draaien. De volgende kandidaten vielen net buiten mijn jaarlijstje: Shoplifters (alle films van Japanner Hirokazu Koreeda zijn zó oprecht), November (donker, grappig, maar vooral vreemd Ests sprookje), Todos lo saben (de Iraanse filmmaker Asghar Farhadi weet als geen ander mysterie met psychologie te mengen), The Florida Project (het zou je moeder maar wezen!) en Leave no trace (het zou je vader maar wezen!).

 

5. – BURNING

Franse filmcritici maakten gretig de vergelijking met Jules et Jim (1962) van François Truffaut waarin het personage van Jeanne Moreau balanceert tussen twee mannelijke aanbidders. Ikzelf moest denken aan L’Avventura (1960) van Michelangelo Antonioni waarin de vrouwelijke protagonist plotseling verdwijnt en niet meer terugkeert. In een van de meest poëtische scènes van Burning zien we het meisje sensueel dansen in de avondschemer onder de klanken van Miles Davis. Het wordt niet duidelijk of zij zal kiezen voor de rijke, goedopgeleide charmeur of de simpele plattelandsjongen wiens wanhopige zoektocht we zullen volgen. De Zuid-Koreaanse regisseur Chang-dong Lee is een begenadigde cineast die je van begin tot eind in een vertelling sleurt om je ontredderd achter te laten. Hopelijk hoeven we weer niet acht jaar te wachten op een nieuw meesterwerk (zijn vorige film Poetry dateert uit 2010).

 

4. – PHANTOM THREAD

Dat was het dan voor drievoudig Oscarwinnaar Daniel Day-Lewis, de beste filmacteur van een generatie! Phantom Thread, geregisseerd en geschreven door Paul Thomas Anderson, betekende het zelfgekozen einde van DDL’s imposante carrière. De ‘Engelse Robert De Niro’ leefde zich ook ditmaal akelig natuurgetrouw in als de zelfingenomen, volkomen aan zijn vak toegewijde Reynolds Woodcock (ditmaal ging Day-Lewis bijna een jaar lang in de leer bij een kostuumontwerper van een New Yorks balletgezelschap totdat hij zelf een beroemde jurk van een Spaanse modeontwerper perfect in elkaar kon zetten) in de Londense jetset van de jaren vijftig. Woodcock laat zich uiteindelijk strikken door muze Alma (Vicky Krieps), die hun romantische onderonsjes slechts op een zeer drastische manier kan afdwingen.

 

3. – DOGMAN

Ook toegewijd aan zijn vak is Marcello, een gescheiden hondenverzorger, in een godverlaten voorstadje van Rome. Hij verkoopt kleine porties cocaïne onder de toonbank om af en toe een duikreisje met zijn puberdochter te kunnen bekostigen. Zijn dubieuze vriendschap met een flink uit de kluiten gewassen aso brengt hem langzaam in de nesten, vooral omdat de sullige goedzak Marcello bang is om deze agressieve crimineel diensten te weigeren. Dogman is een onverwacht meesterwerk dat diepgeworteld is in de traditie van het Italiaanse neorealisme. Regisseur Matteo Garonne (Gomorra, 2008) produceerde de krachtigste finale van alle films in 2018 die ik zag.

 

2. – THE DEATH OF STALIN

De politieke satire, laverend tussen subtiel en snoeihard, de karrenvracht aan ellendige intriges en het gehannes met het lijk van de gelijknamige Russische dictator maken The Death of Stalin de beste komedie en een van de meest originele films van het jaar. Tussen het acteergeweld is er een opvallende rol voor Steve Buscemi die ons ruim twintig jaar lang liet wachten op een glansrijke performance. Na zijn rol van falende ontvoerder in Fargo (1996) speelt de Amerikaanse acteur te midden van een voornamelijk Engelse sterrencast de ogenschijnlijk charismatische, maar uiterst geslepen Nikita Chroesjtsjov die Joseph Stalin zou opvolgen als leider van de Sovjet-Unie. The Death of Stalin is het ene moment hilarisch grappig en het andere moment pijnlijk schrijnend, en weet zich ondertussen vrij goed aan de historische feiten te houden.

 

1. – THREE BILLBOARDS OUTSIDE EBBING, MISSOURI

Laat nu ook Frances McDormand in datzelfde Fargo van de gebroeders Coen haar laatste geweldige rol spelen voordat ze vriend en vijand zou verbazen als de verpersoonlijking van de rouwende, maar uiterst strijdbare moeder Mildred Hayes, die de terminaal zieke politiecommissaris (Woody Harrelson) van een ingeslapen stadje verantwoordelijk houdt voor het feit dat de moordenaar van haar dochter niet is opgepakt. Een ijzersterke cast speelt het onvoorspelbare misdaadverhaal van regisseur/scenarist Martin McDonagh (In Bruges, 2008) die opnieuw hilarische en zwart-komische fragmenten allerminst schuwt. Ik wist het al op 5 januari: dit is één van de filmische hoogtepunten van het jaar waarbij het niet bij een enkele kijkbeurt zou blijven.

 

Mandy

Miskleun van 2018:

MANDY

Tijdens een gemiddelde horrorfilm moet ik vaker lachen dan griezelen en stoor ik me regelmatig aan clichés en goedkoop effectbejag. Ik huiver wel als Nicolas Cage voor de zoveelste keer diens zelf verzonnen acteerstijl nouveau shamanic de vrije loop laat. Liefhebbers van Mandy (‘mijn kettingzaag is groter dan de jouwe’) plakken graag andere etiketten op dit gewelddadige wraakgenre, bijvoorbeeld mysterie, fantasie of hallucinerend avontuur. Het zal wel toeval zijn dat Jóhann Jóhannsson met Mandy zijn laatste soundtrack afleverde voordat hij zijn laatste adem uitblies. Zonder de effectieve muziek van deze gerenommeerde IJslandse componist en de rode filters voor de lens was deze horrorkitsch vast alleen maar op dvd verschenen.

 

Gemist in de bioscoop:

ROMA

Misschien wel de mooiste film van 2018 verscheen pas in december …op Netflix. EYE Amsterdam draait Roma weliswaar, maar dat biedt dit prachtige drama van Alfonso Cuarón nog geen officiële Nederlandse bioscooprelease. We volgen gedurende een jaar enkele episodes van een uiteenvallend gezin uit de hogere middenklasse in Mexico-Stad jaren 70, gezien door de ogen van de inwonende dienstmeid Cleo, die zelf ook de nodige tragiek krijgt te verwerken. Was de cinematografie in Children of Men en Gravity al soms duizelingwekkend, de Mexicaanse regisseur heeft Roma geschoten op 65mm met een ongeëvenaarde cameravoering vol dolly shots en uiterst langzame pan-effecten, waardoor je extra veel van de omgeving krijgt te zien (zonder dat je zeeziek wordt zoals bij veel hedendaags camerawerk). Een prachtig voorbeeld is de tumultueuze studentenopstand, die op ‘veilige’ afstand wordt gefilmd door het raam van een hoger gelegen winkelpand maar met een subtiele beweging binnen uitmondt in een koelbloedige afrekening door een eerder opgevoerd personage. Als één film dit jaar een groot filmdoek verdiende, is het Roma, niet voor niets winnaar van de Gouden Leeuw in Venetië.
 
25 december 2018 

 

Deel 2: Sjoerd van Wijk
Deel 3: Yordan Coban
Deel 4: Alfred Bos
Deel 5: Ralph Evers
Deel 6: Bob van der Sterre
Deel 7 (slot): Tim Bouwhuis

Tampopo

****

recensie Tampopo

Hoe opwindend is een rauwe eierdooier?

door Cor Oliemeulen

De eetfilm der eetfilms is eindelijk gerestaureerd. Ruim dertig jaar na dato kun je alle ingrediënten van de befaamde Japanse noedelsoep haarscherp zien. Nee, dit is geen documentaire, maar een komedie uit 1985 die haar tijd ver vooruit was en de kijker nog steeds verrast én verleidt.

Eten in films is zo oud als de film zelf. De Franse broers Lumière lieten al in 1895 een kort filmpje over het voeden van een baby zien. Hun landgenoot Georges Méliès trok in 1904 met Sorcellerie Culinaire de trukendoos open wanneer een bedelaar wraak neemt op een kok en duiveltjes inzet om diens soep te laten mislukken.

Tampopo

Van taartgooien tot je eigen schoen opeten
In de beginjaren van de film was de rol van eten vooral luchtig, denk aan taartgooien in slapstickfilmpjes. Met de toenemende industrialisatie kreeg voedsel een serieuzere betekenis en verschenen sociale misstanden op het witte doek. Van schrijnend drama over armoede en honger in A Corner in Wheat (1909) van D.W. Griffith tot en met de mistroostige humor in The Gold Rush (1925) waarin Charlie Chaplin als onfortuinlijke goudzoeker van pure ellende zijn schoenen opeet.

Als mensen eten in films is dat nooit toevallig. Vaak dient eten als katalysator van verzoening (Eat Drink Man Woman, 1994) of problemen (Festen, 1998). Sommige mensen bunkeren zoveel dat ze exploderen (The Meaning of Life, 1983), anderen vervelen zich te pletter en besluiten om zich dood te eten (La grande bouffe, 1973). Hoe dan ook heeft de rol van eten en voeding in elke tijd en elke cultuur een andere betekenis.

Rake observaties
Van alle eetfilms is Tampopo na al die jaren nog steeds de meest bijzondere en grappige. Met het thema voedsel als verleiding, het jongleren met stijlvormen en het laveren tussen komedie en melodrama was de Japanse regisseur Jûzô Itami met zijn tweede film zijn tijd lichtjaren vooruit. Begonnen als acteur werd hij pas op zijn vijftigste actief als scenarioschrijver en regisseur. Itami heeft zich duidelijk laten inspireren door zijn Franse collega Jacques Tati, een meester in eenvoudige, rake observaties van het dagelijkse, vaak absurdistische, menselijke gedrag. De satire van Itami is beduidend scherper en gewaagder, zeker als het gaat om de relatie tussen eten, seks en de dood – soms zelfs in dezelfde scène.

Tampopo

Tampopo (paardenbloem) is de naam van de alleenstaande eigenaresse van een beduimelde eetgelegenheid (gespeeld door Itami’s vrouw Nobuko Miyamoto). Met de hulp van een vrachtwagenchauffeur streeft zij naar een goedlopend restaurant waar de allerbeste noedelsoep zal worden geserveerd. Maar voor het zover is, zien we in een reeks uiterst smaakvol gefilmde scènes hoe je het ingenieuze gerecht maakt, presenteert en eet. De compositie en hartstochtelijke benadering van de ingrediënten is tot ware kunst verheven.

Jûzô Itami noemde Tampopo een noedel-western (die hadden we nog niet!) en leent qua sfeer, low budget en close-ups veel van de spaghettiwestern. In losstaande fragmenten zien we een etiquetteklasje met meisjes die leren hoe je spaghetti moet nuttigen, dat je soms beter geen chips in de bioscoop moet eten en ontdekken we de verleidingen van voedsel. Hilarisch zijn de scènes van de dandy-gangster die slagroom van de linkerborst van zijn vriendin opzuigt en hun techniek om tijdens het voorspel razendknap een rauwe eierdooier heel te houden. Opwindende, geestige en wellicht inspirerende situaties, die een jaar later zouden leiden tot de schaamteloze anticlimax van Kim Basinger en Mickey Rourke in Nine 1/2 Weeks van Adrian Lyne.
 

12 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Op hol geslagen mannenfantasie

The Seven Year Itch maakte van Marilyn de beroemdste filmster

Op hol geslagen mannenfantasie

door Cor Oliemeulen

De beroemdste pose uit de filmgeschiedenis is de opwaaiende witte jurk van Marilyn Monroe die bovenop een metrorooster staat. In de film zelf is dit iconische beeld een stuk minder pikant dan bijna iedereen denkt.

In de roman ‘Opwaaiende zomerjurken’ (1979) van Oek de Jong denkt hoofdpersoon Edo terug hoe hij bij zijn moeder achterop de fiets zit en hoe haar jurk omhoog wappert. In een uitgelaten stemming laten Edo’s moeder en de buurvrouw de wind heerlijk spelen met hun jurken. Sinds die dag zijn opwaaiende zomerjurken voor Edo het toppunt van vrijheid en geluk.

De broeierige septembernacht van 1954
De opwaaiende zomerjurk van Marilyn Monroe in The Seven Year Itch (1955) staat voor veel meer dan vrijheid en geluk. De meest beeldbepalende pose uit de filmgeschiedenis maakte van de in 1926 in Los Angeles geboren Norma Jean Baker in één klap de meest besproken actrice uit de filmgeschiedenis. Als je de bewuste scène bekijkt, vraag je je af waarom ze ook in figuurlijke zin zoveel stof deed opwaaien.

The Seven Year Itch Poster

Staande op een ventilatierooster van de metro waait de witte jurk van Marilyn’s personage, The Girl, in de film op tot halfweg haar bovenbenen. Je zou zeggen niet al te schokkend voor het preutse Amerika van de jaren vijftig. Het waren echter vooral de opnames in de broeierige nacht van 15 september 1954 op de hoek van 52nd Street en Lexington Avenue in New York die een eigen leven gingen leiden en het einde van haar huwelijk met honkballegende Joe DiMaggio inluidden.

Marilyn Monroe was zojuist doorgebroken als archetypisch dom blondje in Gentlemen Prefer Blondes (1953) en sierde in hetzelfde jaar vrolijk lachend in een weinig verhullend zwart jurkje de cover van het allereerste nummer van Playboy. Oprichter Hugh Hefner gebruikte stijlvolle naaktfoto’s van de blondine die vier jaar eerder waren gemaakt voor een kalender, maar die destijds te sexy waren bevonden (desondanks weigerde een postbedrijf de kalender te versturen). De 50.000 exemplaren van Playboy waren in no-time verkocht.

Slipje, twee slipjes of helemaal geen slipje?
Aangezien The Seven Year Itch voor een groot deel op locatie in New York werd geschoten en Marilyn Monroe hot was, hadden naar schatting vijfduizend, voornamelijk mannelijke, fans en fotografen zich op dit nachtelijk uur toegang tot de filmset weten te verschaffen. Nadat The Girl en haar buurman Richard Sherman (Tom Ewell) na een voorstelling van Creature from the Black Lagoon de bioscoop verlaten, zoekt zij verkoeling op een ventilatierooster van de metro. Regisseur Billy Wilder draaide de scène tientallen keren (volgens hem vergat zij steeds haar tekst) en het opgewonden publiek riep dat het nog meer wilde zien.

Hoewel Marilyn Monroe met volle teugen genoot van alle aandacht vroeg zij zich ter plekke af of Wilder al die opnames misschien later met zijn vrienden in een achterafkamertje zou gaan bekijken, want de camera kwam steeds dichterbij haar kruis. De actrice constateerde dat je door al het licht bijna door haar broekje heen kon kijken. Ze was ook bang dat men haar schaamhaar zou kunnen zien en trok voor de zekerheid een extra slipje aan.

Billy WilderTegenspeler Tom Ewell hing echter in 1984 in een televisie-interview een heel ander verhaal op. Billy Wilder zou het duo niet hebben verteld dat er plotseling lucht uit het rooster zou blazen en Marilyn zou juist helemaal niets onder haar opwaaiende zomerjurk hebben gedragen. Misschien was voor Ewell de wens de vader van de gedachte; kennelijk was de herinnering aan die zwoele tijd met de ouder wordende acteur aan de haal gegaan.

Joe DiMaggio voelde zich publiekelijke vernederd tijdens de eindeloze buitenopnames van de opwaaiende jurk en wist nu zeker dat de vrouw met wie hij acht maanden geleden was getrouwd geen ambities als huisvrouw en moeder had, maar niets anders wilde dan de spotlights. Na een handgemeen later in hun hotel vloog de honkballer terug naar Los Angeles en beklonk de scheiding van de twee Amerikaanse supersterren nog voordat de opnames van The Seven Year Itch waren afgerond. Ze bleven wel contact houden. DiMaggio escorteerde Monroe zelfs nog tijdens de filmpremière en regelde zeven jaar later haar uitvaart.

Het gezicht van God
Het idee van een opwaaiend kledingstuk boven een luchtrooster was niet nieuw. In de korte Amerikaanse stomme film Putting Pants on Philip (1927) van Laurel & Hardy waait de Schotse kilt van Stan Laurel steeds omhoog als hij over een rooster heen loopt – op het eind heeft hij door een niesbui zijn onderbroek verloren en vallen enkele vrouwen flauw bij het aanschouwen van het tafereel. Van die Schotse kilt hebben we nooit iets meer vernomen, maar de witte jurk van Marilyn Monroe werd in 2011 voor 4,6 miljoen dollar verkocht op een veiling.

En wat te denken van deze opname uit 1901 van de filmstudio van Thomas Edison. De cameraman lijkt te wachten totdat hij beet heeft.

Hoe beeldbepalend en geruchtmakend de opnames van Marilyn Monroe boven het ventilatierooster van de ondergrondse ook waren, ze werden opmerkelijk genoeg niet gebruikt in de film. Door de toegestroomde menigte en het rumoer bleek de geluidsband onbruikbaar. Bovendien bleken de door de filmcrew aangebrachte ventilatoren onder het rooster te hard te blazen, zodat de jurk volgens de censuurcommissie veel te ver was opgewaaid. Filmmaker Nicolas Roeg toont in Insignificance (1985) hoe een technicus in de ruimte onder het rooster de ventilator onder de jurk van de actrice richt en prevelt dat hij zojuist ‘het gezicht van God’ heeft mogen aanschouwen.

Ook moest de roosterscène worden ingekort, omdat een deel van de dialoog te suggestief werd geacht. Zo zegt The Girl in de ongecensureerde buitenversie dat de frisse lucht haar enkels verkoelt en dat ze blij is dat ze een jurk draagt in plaats van de hot pants van buurman Richard. De scène werd later in de studio opnieuw opgenomen (er zouden nog veertig takes nodig zijn geweest); de jurk waait daar beduidend minder hoog en er is geen enkel broekje zichtbaar. Maar het ‘kwaad’ was al geschied: posters, foto’s, merchandise en een vijftien meter hoge kartonnen Marilyn Monroe op de gevel van een bioscoop op Times Square tonen de volle lengte van Marilyn’s benen en een deel van haar onderbroekje(s).

Toneelstuk is veel minder braaf
Je zou bijna vergeten dat er om die wereldberoemde scène ook een film is geconstrueerd. The Seven Year Itch is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van George Axelrod. In het bloedhete New York heeft zakenman Richard (Golden Globe voor Tom Ewell, die tijdens de filmpremière al drie jaar dezelfde rol in het stuk op Broadway speelde) zijn vrouw en zoontje naar het veel koelere Maine gestuurd. Hij heeft net een boek gelezen over de theorie dat mannen in het zevende jaar van hun huwelijk vreemdgaan. Vanaf de eerste ontmoeting met zijn nieuwe bovenbuurvrouw, een reclamemodel, slaan zowel zijn hormonen als zijn fantasie op hol.

Billy Wilder – die in eerdere films al controversiële thema’s als verleiding, overspel en alcoholisme had behandeld – moest al zijn creativiteit aanwenden om de sfeer van het toneelstuk naar de film te vertalen. Alles wat ontrouw suggereerde, moest uit het script, vooral veel dialogen. Volgens de Hays Code mocht je over het thema overspel immers geen grapjes maken. Dat is de reden dat seks tussen de personages van Monroe en Ewell alleen voorkomt in de fantasie van laatstgenoemde. In het toneelstuk hebben de twee buren wel degelijk seks.

The Seven Year Itch werd de best bezochte filmkomedie van het jaar en Marilyn Monroe de grootste seksbom van de eeuw. Vanaf haar doorbraakfilm Gentlemen Prefer Blondes (1953) voer al een legertje van acteerdocenten, dressers en kappers in haar kielzog, na het recente succes stelde ze haar ambities verder bij. Ze wilde voortaan serieuzere rollen en zeggenschap over scripts. Maar haar ambigue persoonlijkheid zou haar parten blijven spelen. Enerzijds die genadeloze combinatie van sexy en onschuldig, anderzijds de neiging tot zelfdestructie vanwege haar traumatische kindertijd.

The Seven Year Itch

Niemand is perfect
Bijna alle twintig regisseurs met wie Monroe in zeven jaar tijd had gewerkt, waren radeloos van haar geworden: ze kwam niet of te laat op de set, was verward en vergat heel vaak haar tekst. Zo ook Otto Preminger, regisseur van River of No Return (1954): “Directing Marilyn was like directing Lassie – you needed fourteen takes even to get the bloody bark right.”

Ook Billy Wilder had gezworen nooit meer met Marilyn Monroe te werken, maar besloot toch om met haar Some Like It Hot (1959) te maken. Het werd één van de beste filmkomedies allertijden. Tony Curtis zei na de opnames dat het kussen van Marilyn hetzelfde was als het kussen van Hitler en ook bij Billy Wilder waren soms de stoppen doorgeslagen. “De vraag is of Marilyn wel een persoon is – ze heeft borsten van graniet, ze trotseert de zwaartekracht, en haar hersenen zijn, net als Zwitserse kaas, vol gaten. Ze heeft nog niet het vaagste idee hoe laat het is; ze komt te laat en zegt dat ze de studio niet kon vinden, ondanks het feit dat ze hier al vijftien jaar werkt.”

Wilder vond het heel moeilijk om serieus over Monroe te praten, omdat de actrice zo ongrijpbaar was. “Ze leek op de vlucht te gaan voor alles wat serieus was. Plus dat ze heel moeilijk was om mee te werken. Maar het uiteindelijke resultaat was altijd weergaloos. Ze had nu eenmaal die enorme uitstraling. En geloof het of niet, ze had een perfect gevoel voor timing in de dialogen. Ze wist precies waar de lach zat. Maar ze kostte je heel wat extra draaidagen.”

Billy Wilder en Marilyn Monroe zijn samen verantwoordelijk voor de beroemdste pose uit de filmgeschiedenis. Hoewel ze samen slechts twee films maakten, blijven hun namen voor altijd met elkaar verbonden. De bewondering was wederzijds en ze voelden zich allebei allesbehalve volmaakt. Precies zoals het personage van Joe E. Brown Some Like It Hot zo treffend afsluit met de woorden: “Nobody’s perfect.”
 

17 juli 2018

 

MEER BILLY WILDER
 
 
MEER ESSAYS

Lost Weekend, The

****

recensie The Lost Weekend

Koorddansen over de Niagara-watervallen 

door Cor Oliemeulen

Een talentvolle schrijver in New York dompelt zich vier dagen lang bijna onafgebroken onder in de sterke drank. The Lost Weekend was de allereerste film die de alcoholist niet neerzet als een lollige karikatuur, maar is een serieus portret van iemand die worstelt met zijn verslaving. Dit drama over verloren dromen, verstopte flessen en gebroken beloftes is ruim zeventig jaar later nog uiterst relevant.

Billy Wilder was één van de meest veelzijdige filmmakers van Hollywood. Hij beheerste bijna alle genres en stijlen: film noir (Double Indemnity, 1944 en Sunset Blvd., 1950), drama (Ace in the Hole, 1951), oorlogsfilm (Stalag 17, 1953) en comedy (Some Like It Hot, 1959 en The Apartment, 1960). De ene film is nog klassieker en onvergetelijker dan de ander. The Lost Weekend (1945) verdient om meerdere redenen een bijzondere plaats in Wilders oeuvre. En niet alleen vanwege de Oscars voor beste film, acteur, scenario en regie.

The Lost Weekend

Worsteling
Dat de ervaringen van de alcoholist worden verhaald vanuit het perspectief van de eerste persoon was niet echt nieuw, maar wel bijzonder op momenten dat het lijkt alsof de drank de vertellersrol overneemt. Don Birnam (Ray Milland), de schrijver met een leeg wit vel in zijn typemachine, levert een voortdurende worsteling vol stress, pijn en waan naar de volgende slok in dit verloren weekend dat vier dagen zal duren. In verhelderende, soms hartverscheurende flashbacks zien we hoe het zover is gekomen en dat de toewijding van zijn broer (Phillip Terry) en zijn liefde (Jane Wyman) gedoemd lijkt te mislukken.

De in Wales geboren Ray Milland speelde voorheen vooral lichtvoetige karakters, zoals in Billy Wilders regiedebuut The Major and the Minor (1942). In The Lost Weekend vertolkt hij de rol van alcoholverslaafde grandioos. Don is een arme stumper, maar geen chagrijnige klootzak. Hij mag dan geen letter op papier krijgen, eenmaal in aangeschoten toestand lepelt hij de mooiste teksten op. Zoals tegen de barman van zijn favoriete buurtkroeg die hem graag wil redden van de ondergang, maar onder Don’s druk telkens maar weer bijschenkt.

Billy WilderCompetent
“Het krimpt mijn lever, nietwaar, Nat? Het pakt mijn nieren aan, ja. Maar wat doet het in mijn gedachten? Het gooit de zandzakken overboord zodat de ballon kan stijgen. Plots ben ik boven het gewone. Ik ben competent, uiterst competent. Ik dans koord over de Niagara-watervallen. Ik ben één van de groten. Ik ben Michelangelo, die de baard van Mozes vormt. Ik ben Van Gogh, puur zonlicht schilderend. Ik ben Horowitz, die de Emperor Concerto speelt. Ik ben John Barrymore voordat de films hem bij de keel grepen. Ik ben Jesse James en zijn twee broers – alle drie. Ik ben W.  Shakespeare. En daarginds is het niet langer Third Avenue: het is de Nijl, Nat, de Nijl – en daar naartoe beweegt het schip van Cleopatra.”

Op momenten dat Don Birnam niet beeldend spreekt, maar zich in een naderend delirium bevindt, sleurt de filmmuziek van Miklós Rózsa de kijker verder mee in de malaise. De herhaaldelijk opklinkende elektronische klanken van de theremin laten niemand nog twijfelen aan de verwarde toestand van de alcoholist. De Hongaarse componist had al in hetzelfde jaar in de psychoanalytische setting van Spellbound de theremin in de cinema geïntroduceerd en won vanwege die originaliteit een Oscar – overigens tot ergernis van Alfred Hitchcock die klaagde dat het jankende gejengel zijn regie had dwarsgezeten. Thrillerregisseurs zouden de theremin nog vele jaren inzetten om extra spanning te creëren.

Inlevingsvermogen
The Lost Weekend is gebaseerd op het bekendste boek van de Amerikaanse schrijver Charles Jackson, die het verhaal baseerde op zijn eigen leven. Billy Wilder schreef met Charles Brackett het scenario. Dit duo vormde een van de meeste bejubelde samenwerkingen in de geschiedenis van de cinema; Life Magazine noemde het tandem ooit ‘the happiest couple in Hollywood’. Na veertien filmscenario’s samen – variërend van Ninotchka (1939) tot en met Sunset Blvd. (1950) waarvoor ze opnieuw een Oscar wonnen, gingen ze ieder hun eigen weg.

The Lost Weekend

Wilder en Bracket hadden het voordeel dat filmmaatschappij Paramount het duo relatief veel vrijheid gaf. The Lost Weekend verscheen in een periode dat vooral patriottistische avonturenverhalen en romantische komedies de Amerikaanse bioscopen domineerden. De film kwam echter precies op het juiste moment en werd een onverwacht succes. Zeer waarschijnlijk had dit te maken met het toegenomen inlevingsvermogen, want veel teruggekeerde soldaten van de Tweede Wereldoorlog hadden door lichamelijk en geestelijk letsel een alcoholprobleem ontwikkeld.

Hoewel The Lost Weekend af en toe neigt naar melodrama, maakte Billy Wilder een geloofwaardig en compromisloos portret, hoewel hij de latente homoseksualiteit van schrijver Charles Jackson buiten beschouwing laat. Desalniettemin is het opvallend dat de film zijn weg vond door de censuur, want volgens de toen geldende Hays Code waren films over verslaving taboe. Dat verklaart in ieder geval het Hollywood-einde: een optimistische finale met een prekerige toon. Het neemt niet weg dat alle latere films over verslaving schatplichtig zijn aan deze krachttoer. Zelfs het geniale Le Feu Follet (1963) van de Franse cineast Louis Malle waarin de alcoholist in kwestie wél ten dode is opgeschreven.
 

7 juli 2018

 
Kijk hier waar deze film is te zien! 

 

MEER BILLY WILDER

Themamaand: Billy Wilder

Themamaand: Billy Wilder
Grappig en cynisch tot in de dood

Iedereen heeft vast weleens een film van Billy Wilder gezien, of kent op zijn minst de iconische scène van de opwaaiende witte jurk van Marilyn Monroe in The Seven Year Itch (1955). Eye Amsterdam toont deze zomer een uitgebreid programma rond de Amerikaanse regisseur Billy Wilder. Wij richten de komende weken de schijnwerpers op het werk van deze legendarische Hollywood-regisseur, die vooral bekend was van komedies met een donker randje, maar goed uit de voeten kon met bijna elk genre.

Vier klassiekers zijn onlangs gerestaureerd en draaien ook elders in het land: Double Indemnity (1944), The Lost Weekend (1945) en Ace in the Hole (1951). De datum van de release van Billy Wilders topkomedie Some Like It Hot (1959) is nog niet bekend.

Billy Wilder en Kim Novak op de set van Kiss Me, Stupid, 1964

Schrijvende regisseur
De in 1906 in het Oostenrijks-Hongaarse rijk geboren joodse regisseur maakte 25 films in bijna 40 jaar. Begonnen als scenarioschrijver in de jaren 30 en vanaf de jaren 40 werkzaam als contractregisseur was Wilder medeverantwoordelijk voor het overbruggen van de overgang tussen het studiosysteem en de opkomst van onafhankelijke producent-regisseurs die ook nog prima zijn weg in het ‘New Hollywood’-tijdperk wist te vinden.

Hoewel hij nooit een échte kaskraker wist te scoren, hebben veel van zijn films een bijzondere plaats in de filmgeschiedenis. Zowel komedies, drama’s als films noir: misdaadverhalen waarvan de hoofdfiguren over het algemeen in een existentieel bedreigende en nihilistische wereld leven. Vaak wordt er gebruik gemaakt van de voice-over van de mannelijke hoofdpersoon, flashbacks, sterk contrastrijke belichting en een femme fatale.

Met Double Indemnity (1944) definieerde Wilder laatstgenoemde filmstijl. Zijn doorbraakfilm munt uit in gevatte dialogen en subliem acteerwerk van Fred MacMurray, Barbara Stanwyck en Edward G Robinson. Het was voor het eerst dat het verhaal werd verteld vanuit het perspectief van de moordenaar.

Billy Wilder

Volgens velen is Sunset Boulevard (1950) Billy Wilders grootste meesterwerk. De film begint met het lijk van William Holden’s personage dat in het zwembad drijft terwijl hij de gebeurtenissen in flashbacks vertelt. Een meeslepend verhaal met een wrede visie op de droomfabriek die Hollywood heet.

Bloemlezing
Tijdens onze Billy Wilder-themamaand komen bijna al zijn films voorbij. In de vorm van recensies en essays. Van romantische komedie tot spionagefilm, van oorlogsverhaal tot rechtbankdrama. Heel veel beschouwingen over alles wat deze Amerikaanse regisseur zo uniek, invloedrijk en blijvend maakt.

Billy Wilder was grappig tot in de dood. ‘I’m a writer, but then nobody’s perfect’, luidt zijn grafschrift, een verwijzing naar een beroemde oneliner uit Some Like It Hot. Hij was een van de grootste Hollywoodregisseurs die zichzelf vooral als schrijver beschouwde. In bijna al zijn films combineert hij op weergaloze wijze lichtvoetige humor met een cynische visie op het leven. Houd de komende weken onze website in de gaten!
 

3 juli 2018

Ubiquity

***

recensie Ubiquity

Een probleem dat niet bestaat

door Cor Oliemeulen

Iedereen kent wel iemand die zegt veel last van straling te hebben. Het is echter een probleem dat niet bestaat, omdat het zo moeilijk aantoonbaar is. Documentairemaakster Bregtje van der Haak portretteert drie mensen met EHS (Elektro Hypersensitiviteit), waarmee zij de impact van draadloze technologie bespreekbaar wil maken.

De grote internetbedrijven (Facebook en Google) en telefoonmaatschappijen willen het wereldwijde web van digitale netwerken volledig dekkend maken, zodat iedereen altijd en overal met het internet verbonden is. Sommige mensen voelen de elektromagnetische straling van wifi, smartphones en zendmasten in hun hoofd en lichaam. Samen met de toenemende mondiale dekking stijgen zowel het aantal slachtoffers als het verzet, maar aan onbegrip en wegkijkgedrag lijkt vooralsnog weinig te veranderen.

Ubiquity

Op de vlucht
In Ubiquity (letterlijk vertaald: alomtegenwoordigheid) volgen we drie mensen die de straling proberen te ontvluchten. De beelden en interviews worden begeleid door een elektronische geluidsband die soms beangstigt, als ware het een thriller. De draadloze netwerken worden hoorbaar en bijna voelbaar door het geluidsontwerp van Vincent Sincerettu, die zelfs muziekstukjes van wifi-signalen componeert.

Soms zijn de beelden opzettelijk wazig of voorzien van een rood filter. De drone-beelden van bovenaf tonen de drukke wereld daar beneden en wekken de suggestie van een stijgend stralingsniveau. Neem een mensenmassa in een willekeurige stad en je ziet dat meer dan de helft in zichzelf gekeerd een mobieltje in de hand heeft. Over communicatie gesproken.

Frequenties in je hoofd
De Zweedse ingenieur Per werkte eind jaren tachtig bij telecommunicatiebedrijf Ericsson aan een prototype van de smartphone. Hij werd ziek van de hoofdpijn en kon tot verdriet van zijn kinderen niet in Stockholm blijven. Al achttien jaar woont hij in een huisje in de bossen, zo ver mogelijk van stralingsbronnen. Hij heeft vooral last van digitale apparatuur. Daarom filmt de crew de interviews met een ouderwetse Bolex-camera die je met de hand moet aanzwengelen. De mobieltjes gaan tijdelijk in een aluminium pan.

Per zegt dat hij frequenties in zijn hoofd hoorde. Als hij teruggaat naar ‘de beschaving’ komt het geluid onmiddellijk terug. Hij trilt nog steeds. Komt dat door de straling, of kan het ook een andere oorzaak hebben? Per weet het antwoord wel. De oud-ingenieur maakt een eenzame indruk midden in de natuur. Het incidentele contact met de buitenwereld is met een man in een bestelbusje die boodschappen komt brengen.

Ubiquity

Draadloos is overal
Ook de Nederlandse Anouk (36) nam ontslag. Ze kreeg zware hoofdpijn en huiduitslag nadat op haar werk nieuwe wifi-routers en een zendmast werden geplaatst. Ze legt haar twee jonge kinderen uit wanneer ze het meest last heeft. Samen doen ze met een apparaatje metingen bij een telefoonmast. Haar dochtertje draagt een T-shirt waarop staat dat je beter offline kunt zijn. Hun halve huis zit vol aluminiumfolie, in de meeste gevallen zwart geverfd. Zo blijft de meeste straling buiten, zegt Anouk, die hogere waardes meet achter het raam dan achter de beplakte muur. Ze maakt zich zorgen over de toekomst van haar kinderen. Draadloos is overal en neemt alleen maar toe.

Het gezin gaat verhuizen van de stad naar de provincie. Als ze uiteindelijk een boerderij hebben gevonden en Anouk een ‘acceptabel’ aantal microwatts heeft gemeten, krijgt manlief groen licht. Wel een beetje jammer dat er vlakbij de basisschool een telefoonmast staat. We zien Anouk tijdens een hoorzitting in haar nieuwe gemeente, maar erg serieus wordt ze niet genomen.

Hetzelfde probleem heeft Asaka (31) die de drukte van Tokio is ontvlucht. Ze zegt dat haar lichaam werkt als een gloeiende antenne en dat ze veel last heeft van haar hoofd en oren en af en toe een bloedneus krijgt. Ze meet de elektromagnetische straling in haar nieuwe buurt. Desgewenst geeft ze uitleg, sommigen halen hun schouders op. Asaka verspreidt stickers met de boodschap om in de trein je mobieltje uit te zetten. Ze is realistisch: “Mensen met EHS zijn klokkenluiders. Maar zolang hun ziekte niet wordt erkend, gebeurt er niets.”

Ubiquity

Invoelbaar
In 1995 maakte de onafhankelijke Amerikaanse regisseur Todd Haynes het beklemmende filmdrama Safe over de lotgevallen van een vrouw (Julianne Moore) die ziek wordt van haar omgeving. Zij krijgt hoofdpijn, ademnood en uitslag van één of meer van de 60.000 chemische componenten die dagelijks in onze nabijheid zijn, echter dokters kunnen geen lichamelijke oorzaak voor haar klachten vinden. Totaal verzwakt en bewapend met een zuurstoffles belandt zij uiteindelijk in een speciaal gebouwd ‘safe house’, waardoor zij bijna geheel van de buitenwereld is afgesloten.

In de 23 jaar tot de Nederlandse documentaire is er weinig gebeurd om het leven van hypersensitieve mensen wat aangenamer te maken. Hoewel Apple deze week op de nieuwe versie van haar iOS-besturingssysteem Digital Health introduceert, met als doel gebruikers wat vaker hun iPhone en iPad weg te laten leggen, blijven serieuze maatregelen achterwege en lijkt de alsmaar toenemende elektrosmog steeds meer slachtoffers te eisen.

Ubiquity registreert prima en zet niemand in het beklaagdenbankje, echter het invoelbare blijft wat op afstand en de toon is braaf. Maar misschien maakt dat de film juist erg geschikt als discussiestuk, vooral op middelbare scholen. Van een beetje bewustwording is nog nooit iemand ziek geworden.
 

2 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Only the Brave

**

recensie Only the Brave

Soms werkt een documentaire beter dan een speelfilm

door Cor Oliemeulen

Zoals koppen in kranten prikkelen om het verhaal te lezen, verzint Hollywood pakkende filmtitels die soms weinig aan de verbeelding overlaten. Only the Brave gaat inderdaad over op het oog onverwoestbare helden. ‘Gelukkig’ is er een pluspuntje: de film loopt niet goed af.

Deze biografie van brandweermannen die omkomen tijdens hun werk levert een dubbel gevoel op. Deze gepassioneerde vuurvreters verdienen zonder twijfel een eerbetoon, maar hun noeste arbeid in Only the Brave wordt te vaak gehinderd door romantisering en dramatisering. Zo redt de misfit in het vuurbestrijdingsteam het leven van een collega door hem nog net onder een vallende boom uit te trekken, waardoor hij direct geaccepteerd wordt. En als de teamleider op een dag tegen zijn vrouw zegt dat deze brand wel meevalt en dat hij rond de middag weer thuis zal zijn, weet iedereen dat dit het moment is waarop we al de hele tijd zaten te wachten.

Only the Brave

Hotshots
In het Arizona van 2007 houdt een groep rouwdouwers zich bezig met het bestrijden van bosbranden. Aangevuurd door de wens, kennis en ervaring van hun teamleider probeert de ploeg de status van hotshots te bemachtigen. Zonder dit certificaat moeten zij bij grote branden wachten totdat een elitegroep is gearriveerd. We leren al snel dat deze hotshots geen water, maar vuur, gebruiken om vuur te bestrijden. Door gecontroleerde branden achter een gegraven geul kan de aanstormende brand worden gestopt. Meestal dan.

Het is slechts een kwestie van tijd dat onze groep helden zich de Granite Mountain Hotshots mag noemen. In de film volgen we de privélevens van twee van hen: teamleider Eric (Josh Brolin) en misfit Brendan (Miles Teller). Eric verwaarloost zijn vrouw Amanda (Jennifer Connelly) die gewonde paarden verzorgt en er schoon genoeg van heeft dat Eric zo weinig thuis is. Maar niet getreurd: als Eric op een avond een gezellig kampvuur (!) maakt, slaan de romantische gevoelens toe en begrijpt ook hij dat zij een kind wil.

Tijdens onze eerste kennismaking met Brendan zien we een notoire drugsgebruiker die bij toeval ontdekt dat zijn ex-vriendin zwanger van hem is, maar zij zegt dat zij niets meer met hem te maken wil hebben en dat zij het kind straks alleen zal opvoeden. Nadat ook Brendans moeder hem de deur heeft gewezen, besluit de junk zich aan te melden bij het brandweerkorps van Eric, die hem na veel vallen en opstaan aanneemt. Als hij na de geboorte van zijn kind boodschappen bij de voordeur van zijn ex neerzet, weten we dat het wel goed komt met Brendan.

Only the Brave

Oudgedienden
Only the Brave is een typische Hollywoodfilm: een simpel verhaal en geen plaats voor karakterontwikkeling; mooie omgevingsplaatjes en een sentimentele finale. Het is geen verrassing dat regisseur Joseph Kosinski (die eerder nog maar twee speelfilms maakte: Tron en Oblivion) waarschijnlijk het ‘langverwachte’ vervolg van Top Gun (1986) zal maken. De soundtrack – met weliswaar voordehandliggende vuurvreetnummers als ‘Tush’ (ZZ Top), ‘Jump in the Fire’ (Metallica) en ‘It’s A Long Way To The Top’ (AC/DC) – houdt de vaart er aardig in.

Naast Josh Brolin, Jennifer Connelly en Miles Teller zien we twee oudgedienden wiens rollen redelijk onduidelijk blijven. Het optreden van Andie MacDowell is een niets toevoegende cameo, terwijl haar echtgenoot (?) in de film, Jeff Bridges, fungeert als een soort mentorfiguur die ook nog een countrynummertje mag zingen. Hoewel voor menig kijker op het eind een zakdoekje geen overbodige luxe zal zijn, is het Bridges die met slechts één korte snikkende kreet de meest pure emotie van heel Only the Brave produceert. Sommige gebeurtenissen lenen zich nu eenmaal beter voor een documentaire dan voor een speelfilm.
 

28 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Under the Tree

****

recensie Under the Tree

Ideale inspiratiebron voor burenconflict

door Cor Oliemeulen

In IJsland hebben ze kennelijk geen Rijdende Rechter om in een burenconflict te bemiddelen, dus escaleren de perikelen rondom een boom snel, nadat er een kat is verdwenen. Under the Tree is een ideale inspiratiebron voor steggelende buren.

Under the Tree begint als een drama met thrillerelementen. Nadat Atli (de in eigen land populaire komiek Steinþór Hróar Steinþórsson) door zijn vrouw Agnes met een hand in zijn broek wordt betrapt als hij een sekshomevideo van hem en zijn ex-vriendin Rakel kijkt, is hun toch al moeizame relatie direct over. Rakel vervangt het slot van de voordeur en ontneemt Atli contact met hun dochtertje Asa. Dat leidt onder meer tot onaangename bezoeken aan de peuterspeelzaal en Agnes’ kantoor, alsook een spannende achtervolgingsscène.

Under the Tree

Kettingzaag
Atli wil tijdelijk bij zijn ouders gaan wonen en merkt dat ook moeder Inga en vader Baldvin middenin een conflict zitten. Inga is zichzelf niet meer na de zelfgekozen dood van haar oudste zoon. Met de komst van Atli neemt haar irritatie en drankgebruik alleen maar toe. Haar frustratie viert zij verbaal bot op Eybjorg, de nieuwe vrouw van buurman Konrad. Inga vindt Eybjorg een tikkeltje te sportief en aantrekkelijk en bovendien schijt haar herdershond Askur weleens in hun tuin. Nee, als het aan Inga ligt, wordt er nog geen takje gesnoeid, ook al neemt hun boom bijna alle zon uit Eybjorgs en Konrads tuin weg.

Baldvin is een goedzak, die in een mannenkoor zingt en wel begrip heeft voor de klacht van de buren. Maar als op een dag de vier banden van zijn auto zijn lek gestoken, krijgt hij zijn twijfels. Als dan ook nog Inga’s kat spoorloos is, raken de poppen aan het dansen. Bloemen worden uit de grond getrokken, tuinkabouters worden verhuisd en ook Askur verdwijnt, maar meldt zich later op wonderbaarlijke wijze weer op de stoep bij de voordeur. En als Inga haar buurman een kettingzaag uit de kofferbak ziet halen, blijkt die aangeschafte veiligheidscamera geen overbodige luxe.

Under the Tree

Akkoord
In zijn pas derde speelfilm Under the Tree weet de IJslandse regisseur Hafsteinn Gunnar Sigurðsson subtiele Noord-Europese droogheid uitstekend te combineren met een dramatisch plot vol zwarte humor. Na elke pesterij toont hij een tussenshot van de omstreden boom: even langzaam als de zonnestralen zich een weg banen door de bladeren, verdwijnen ze ook weer. Geleidelijk krijgt de dreigende muziek wat frivolere klanken.

De plot van de overspelige man die zijn vrouw om vergeving vraagt omdat hij zijn dochtertje wil blijven zien en de plot van de ruziënde buren vormen samen een gedoseerde reeks van escalaties die leiden tot een regelrechte tragedie. Het meest sprekende personage is Baldvin (Sigurður Sigurjónsson, o.a. Rams) die zich lange tijd zoveel mogelijk afzijdig houdt maar zijn ogen boekdelen laat spreken. Hij heeft ook de mooiste dialoog, bijvoorbeeld als hij tot zijn zoon Atli spreekt: ‘Ik dacht dat jullie wel tot een akkoord zouden komen, zoals volwassenen dat doen.’

Tot de gewelddadige finale van Under the Tree beweegt de kijker zich tussen een gevoel van lachen en janken. Maar als aan alle ruzies dan een definitief einde is gekomen, realiseer je je in één simpel shot hoe kinderachtig volwassenen kunnen zijn. Zelfs in IJsland, waar je relatief weinig bomen en zonuren hebt.
 

13 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Fellini’s heilige vrouwen

Deel 1: De Maagd Maria en meisjes van plezier
De heilige vrouwen van Federico Fellini 

door Cor Oliemeulen

De fantasierijke, extravagante wereld van Federico Fellini (1920-1993) is gevangen in weelderige, barokke beelden. In dat unieke universum van herinneringen, illusies en verlangens ontmoeten we vrouwen in alle soorten en maten. Maagden, hoeren, muzen, nonnen, feministen en lustobjecten, hoe voller hoe beter. Fellini voelde zich aangetrokken tot elk type vrouw, maar was er ook bang voor. Een drieluik.

Waar de dolende vrouwen van Michelangelo Antonioni zoeken naar liefde en betekenis maar afknappen op communicatief impotente mannen, blijken de vrouwen van Federico Fellini een eeuwigdurend mysterie voor de regisseur en zijn alter ego’s. Deel 1: De Maagd Maria en meisjes van plezier.

Federico Fellini met Anita Ekberg

Doodgeknuffeld door een jonge non
“Kapitein, als ik haar niet pak, heb ik altijd mijn vrouw nog.” Hoe treffend is de allereerste tekst in de allereerste film van Federico Fellini, LUCI DEL VARIETÀ (1951).

Fellini stond te boek als notoire rokkenjager. Hij sprak weleens van een ‘onverzadigbare draak’ in zijn broek en vond het ‘gemakkelijker om een restaurant trouw te blijven dan een vrouw’. Misschien was het deels grootspraak, want er bestaan nauwelijks bronnen van Fellini’s overspelige karakter. Bovendien verklaarde hij zijn vrouw Giulietta Masina, die tot zijn dood bij hem bleef, regelmatig openlijk de liefde en lijkt het paar op foto’s gelukkig met elkaar. De goedgelovige Masina wordt zonder enige twijfel wél bedrogen in drie van de zes Fellini-films waarin zij acteert.

Fellini’s onwankelbare fascinatie voor vrouwen is evident. Biograaf John Baxter heeft wel een idee waar die vandaan komt. In ‘Fellini, The Biography’ praat de filmmaker over het overweldigende schuldgevoel dat het katholicisme hem al op jonge leeftijd gaf en zegt hij dat die godsdienst iedere vorm van creativiteit en seksualiteit uitroeide. “Ik had niet het flauwste idee waarover ik me schuldig moest voelen en over seks werd niet gesproken. Lange tijd dacht ik dat alle vrouwen tantes waren. Ik werd overmand door opwinding toen ik een vrouw in een avondjurk zag.”

In de biografie ‘Fellini: A Life’ van Hollis Alpert lezen we hoe de kleine Federico op de basisschool werd doodgeknuffeld door een jonge non, een ervaring die hij beschouwde als zijn eerste seksuele gevoel. “De non streelde zijn rug terwijl zij hem vastpakte, en haar geur van aardappelschillen, muffe bouillon en het stijfsel van haar habijt bleef hem lange tijd bij. Hij zei dat de lucht van aardappelen hem zwak maakte.”

Lucia del varietà

Eten van twee walletjes
Geen broeierige nonnen in habijt, maar vooral schaars geklede danseressen in Luci del varietà, een backstage-komedie over een derderangs rondreizend theatergezelschap die Fellini regisseerde met Alberto Lattuada. Zes meisjes in bikini dansen op rock-’n-rollmuziek, gevolgd door een variéténummer waarin Melina (Giulietta Masina) er het beste van probeert te maken. Echter het overwegend mannelijke publiek raakt pas enthousiast van de dansende en zingende Liliana (Carla Del Poggio), een knappe jonge vrouw die zojuist door de oudere manager Checco (Peppino De Filippo) aan het stel is toegevoegd.

Checco ziet zijn vriendin Melina pardoes niet meer staan en wordt verliefd op Liliana. Financieel gesponsord door Melina (!), begint Checco samen met Liliana een nieuw gezelschap dat volle zalen trekt. Het is snel duidelijk dat de liefde niet wederzijds is en dat Liliana’s enige ambitie is om een theaterster te worden. Nadat zij wegloopt naar een hogere bieder keert Checco op hangende pootjes terug bij Melina, die hem met open armen ontvangt. De film eindigt zoals hij begint: Checco en Melina zitten naast elkaar in de trein als een mooie vrouw de coupé betreedt en Checco haar onmiddellijk probeert in te palmen.

Hoe minder buigzaam is het karakter van Giulietta Masina in de romantische komedie LO SCEICCO BIANCO (1952) onder de eerste soloregie van haar echtgenoot. Zij heeft hierin een piepklein rolletje als het hoertje Cabiria, het personage dat we later vastberaden, maar tot het bot vernederd, zullen terugzien in Le notti di Cabiria (1957).

Lo sceicco bianco

Wonderkind Nino Rota
Het verhaal over de witte sjeik werd bedacht door Michelangelo Antonioni, waarna Federico Fellini en Tullio Pinelli er een satirisch scenario van maakten. Een man neemt zijn bruid mee naar Rome om haar aan zijn ouders voor te stellen en de paus te ontmoeten, echter zij gaat op zoek naar haar stripheld De Witte Sjeik (de Italiaanse filmster Alberto Sordi in een vroege rol). Hoewel de kritieken overwegend positief waren, flopte de film, die leidde tot de ondergang van het productiebedrijf en schulden bij Fellini.

Componist Nino Rota had al meer dan zestig films gecomponeerd voordat hij innig met Fellini ging samenwerken. Het voormalige Italiaanse wonderkind, dat al op zijn elfde zijn eerste oratorium componeerde, zou vanaf Lo sceicco bianco alle muziekscores voor Fellini’s films tot en met Prova d’orchestra (1978) verzorgen. Vaak schreef hij lichtvoetige kermis- en circusdeuntjes die vanaf La dolce vita (1960) talrijke optochten van Felliaanse personages en typetjes in die typisch dromerige, hallucinerende wereld zouden begeleiden. Die direct herkenbare klanken, laverend tussen pathos en ironie, vormen een (bijna) onmisbaar ingrediënt van Fellini’s films.

Hopeloze rokkenjagers
Rota’s thema in I VITELLONI (1953) versterkt het gemoed van het groepje laattwintigers in een slaperig kuststadje en komt steeds subtiel in lichte variaties terug. De vijf vrienden (o.a. populaire acteurs als Alberto Sordi en Franco Interlenghi, maar ook Fellini’s broer Riccardo) leiden een lusteloos leven. Infantiele egoïsten, die zich bezighouden met lanterfanten, biljarten, gokken en vrouwen lastigvallen.

Rokkenjager Fausto (Franco Fabrizi, later ook te zien in Il Bidone) bezwangert Sandra, de ‘Miss Zeemeermin’ van 1953. Hij wil vluchten, maar moet van zijn vader met haar trouwen en gaan werken in een winkel met religieuze artikelen. Maar Fausto kan zijn amoureuze streken niet laten en dringt zich op aan andere vrouwen. Als hij met Sandra in een bioscoop zit en ziet dat een mooie dame vertrekt, verzint hij een smoes, achtervolgt haar en probeert haar te versieren. Later randt hij in de winkel de echtgenote van zijn baas aan, onder het toeziend oog van een peloton Heilige Maria’s. Ook nadat Sandra is weggelopen met de baby en Fausto in paniek stad en land heeft afgezocht, is de kijker niet gerust op een goede toekomst. Slechts één van de vrienden laat het uitzichtloze leven in het stadje uiteindelijk achter zich, zonder duidelijke bestemming.

I vitelloni

Fellini, die zichzelf ooit een eeuwige, spirituele vitellone (letterlijk: groot kalf) noemde, won de Zilveren Leeuw in Venetië en verdiende daarmee zijn eerste internationale distributie. Deze sfeervolle autobiografische film vol drama en humor vormde een inspiratiebron voor Martin Scorsese’s Mean Streets (1973) en in Goodfellas (1990) introduceert hij zijn karakters op dezelfde narratieve manier als in I vitelloni. Ook andere Amerikaanse filmmakers lieten zich inspireren door Fellini’s doorbraakfilm, zoals George Lucas met American Graffiti (1974) en Barry Levinson met Diner (1987).

Het beest, de engel en de nar
Nog meer dan Michelangelo Antonioni en Roberto Rossellini vond Federico Fellini dat de naoorlogse Italiaanse cinema het dogmatische juk van de marxistische visie op maatschappelijke klassen moest afschudden. De nieuwe, veelbelovende filmmaker had eerder scripts geschreven voor neorealistische regisseurs, zoals het co-scenario van Rossellini’s oorlogsklassieker Roma città aperta (1945), maar wilde na I vitelloni voortaan het perspectief bij het individu leggen.

In Fellini’s eerste drie films hebben de hoofdpersonages geen onvermijdelijk conflict tussen hun sociale rol en hun emoties, maar zie je wel al de botsing tussen hun dromen met de harde werkelijkheid. De verhalen spelen zich af in een neorealistische setting: alle opnames zijn buiten de studio gemaakt en de bijrollen komen voor rekening van gewone mensen.

Dat geldt ook nog voor LA STRADA (1954), echter hier zijn de drie hoofdkarakters verre van maatschappelijke types, maar juist archetypes: het beest, de engel en de nar. Het is weliswaar een sociaal-realistisch verhaal over uitbuiting, maar vooral bedoeld als een fabel over symbolische figuren. Een film over eenzaamheid als exponent van de menselijke conditie. Poëtisch, spiritueel en zelfs christelijk volgens de regisseur, omdat het vrouwelijke hoofdpersonage handelt uit pure naastenliefde.

La strada

Het optreden van Giulietta Masina als Gelsomina, die op een dag door haar moeder wegens schrijnende armoede wordt verkocht aan de rondtrekkende man met de ijzeren longen, Zampanò (Anthony Quinn), is aandoenlijk en onvergetelijk. Met haar expressieve, melancholische clownsgezicht fungeert zij als muzikale sidekick van de bruut, wiens enige specialiteit het breken van een ketting met zijn borstspieren is. Zampanò behandelt Gelsomina als een hond, maar zij blijft geloven dat zij hem kan transformeren tot mens. Zij zet tomatenplanten neer maar weet dat ze de vruchten nooit kan plukken, omdat ze altijd onderweg zijn door de Italiaanse regen, modder en hitte.

Clownsversie van Maria
Haar simpele, zachte ziel en kinderlijke puurheid wordt symbolisch benadrukt als Gelsomina na een ruzie verdwaald rondloopt in een processie en in extase raakt als zij het beeld van de Maagd Maria ziet. Dat zij in feite de clownsversie van de Maagd Maria is, blijkt temeer nadat het duo heeft overnacht in een klooster en Gelsomina in gesprek raakt met een jonge non die vertelt over haar roeping. Hoewel Gelsomina wordt gegrepen door het idee om zich niet aan wereldse zaken te hechten, zegt zij dat ze niet kan blijven. “U volgt uw heer, ik volg de mijne.”

La strada

Gelsomina’s lotsbestemming ligt in haar relatie met Zampanò, die ondertussen zilver uit het klooster heeft gejat. Nadat ze zich hebben aangesloten bij een circus, ontmoeten ze The Fool, een grappige, muzikale acrobaat die al snel het bloed onder Zampanò´s nagels vandaan haalt. In een handgemeen slaat de bruut de nar dood en ensceneert een auto-ongeluk.

Gelsomina is diepbedroefd en wil niet meer eten en praten. Zampanò laat haar achter met wat geld. Vijf jaar later hoort hij dat zij dood is. Op dat moment wordt hij pas mens en weet hij dat hij Gelsomina voor altijd zal moeten missen. Schreeuwend en huilend werpt hij op het strand zijn psychische ketenen van zich af. Net als in andere films van Fellini begint en eindigt het verhaal bij de zee, als een eeuwig durend symbool van een opening naar vrijheid.

Oplichter met een geweten
In het oplichtersdrama IL BIDONE (1955) is Giulietta Masina de innemende vrouw van de gefrustreerde schilder ‘Picasso’ (de Amerikaanse acteur Richard Basehart, die in La strada de rol van The Fool speelt), lid van een groepje oplichters die zich verkleden als geestelijken en een boerengezin wijsmaken dat op hun land stoffelijke resten zouden zijn begraven en moeten worden herbegraven. In werkelijkheid gaat het om een schat, die eigenlijk geen schat is.

Eén van de andere zwendelaars, Augusto (Broderick Crawford, ook Amerikaans acteur), krijgt wroeging als hij ziet dat de dochter van hun volgende slachtoffer lichamelijk gehandicapt is. Hijzelf heeft een dochter van die leeftijd. Augusto zegt later dat hij het geld heeft teruggeven aan het meisje, maar blijkt het in werkelijkheid in zijn sok te hebben gestopt. De anderen slaan hem in elkaar en laten hem zwaargewond achter. De tragische finale doet denken aan het einde van La strada, want ook Augusto’s lot leidt tot persoonlijke reflectie vol verdriet en pijn. Ook hier steekt de wind op en op de achtergrond horen we klokken luiden.

Il Bidone

Typerend in dit meeslepende drama is het fragment waarin Picasso ’s nachts dronken van drank en blijdschap over de jongste buit over straat wankelt en hij zich betrapt voelt als zijn blik wordt gevangen door een beeld van de heilige Maagd Maria.

Hoertje met aspiraties
LE NOTTI DI CABIRIA
(1957) is het slot van Fellini’s ‘eenzaamheidstrilogie’ (na La strada en Il Bidone). Na haar korte optreden als het hoertje Cabiria in Lo sceicco bianco keert Giulietta Masina’s personage vijf jaar later terug. Een vrouw die werkt als zondaar, maar zoekt naar innerlijke spiritualiteit en verlossing. Zachtaardig en goedgelovig voelt zij zich veroordeeld tot dit leven, maar wil heel graag de ware liefde vinden.

Die vindt ze zeker niet in Giorgio die haar eeuwige liefde heeft beloofd. In de openingsscène ravotten Cabiria en Giorgio aan de oever van de Tiber. Plotseling duwt hij haar het water in en pakt haar tas met daarin geld. Zij kan niet zwemmen en moet worden gered door drie jongens. Cabiria gaat direct op zoek naar Giorgio en verbrandt zijn foto’s en kleren.

Ze woont aan de rand van Rome in een krakkemikkig huisje. Niemand in haar omgeving heeft ambities voor een beter leven en Cabiria wordt beschimpt om haar aspiraties. Ze is een buitenbeentje, ook in haar eigen sociale groep. Ondanks ervaringen met wreedheid en afgunst, behoudt ze haar romantische veerkracht en vertrouwen in de mens.

Le notti di Cabiria

We zien Cabiria samen met collega’s en pooiers rondhangen (Pier Paolo Pasolini schreef de dialogen met de straattaal). Een pooier wil haar onder zijn hoede nemen, maar Cabiria loopt liever tussen de ‘rijke dames’. Tijdens een persoonlijke ontdekkingstocht door de stad treft ze de beroemde filmacteur Alberto die zojuist ruzie met zijn vriendin heeft gemaakt en Cabiria meeneemt naar een nachtclub en later naar zijn huis. Eén avond lang kan zij ruiken aan de weelde en de glamour waarvan ze zo droomt.

’s Morgens ontmoet ze een weldoener die arme mensen in de grotten eten geeft. Geïnspireerd sluit ze zich even later aan bij een processie naar de kerk. Ze is helemaal onder de indruk en bidt nederig tot de Maagd Maria om haar leven te veranderen, maar ze schrikt van de poppenkast van hebzuchtige egoïsten om zich heen.

Wens om liefde en voldoening
Na haar bezoek aan een magische show waarin ze op het podium is gehypnotiseerd en daarna uitgelachen vanwege haar naïviteit omdat ze het over ware liefde heeft, ontmoet ze Oscar. Hij lijkt oprecht en sympathiek en ze ontmoeten elkaar een aantal keren. Uiteindelijk wil hij met haar trouwen, maar belazert haar op een uiterst gemene manier.

Le notti di Cabiria

Cabiria is eenzamer en berooider dan ooit en doolt zielloos over straat. Als een groepje jonge zangers en muzikanten haar passeert, komt er langzaam weer een lach op het gezicht van deze doorbijter. De kijker hoopt met heel het hart dat zij snel haar geluk mag vinden.

Le notti di Cabiria won de Oscar voor beste buitenlandse film en Masina was beste actrice in Cannes. Een bewerking van de film, Sweet Charity, verscheen op de planken van Broadway en werd door Bob Fosse onder die titel in 1969 verfilmd met Shirley McClaine, die ook hunkert naar liefde, maar al even weinig geluk met mannen heeft.

Waar Cabiria in Le notti di Cabiria zoekt naar echte liefde, gaat Marcello in LA DOLCE VITA (1960) op missie naar voldoening in zijn leven. Bijna alle personages in de film praten over de liefde, maar het lijkt niemand te lukken om ook liefde te ervaren. Ook Marcello niet. Als de serieuze schrijver die is afgegleden naar het niveau van persmuskiet vindt hij heus geen liefde in de wereld van schandalen, royalty en filmsterren in nachtclubs en op feestjes vol immorele en hedonistische karakters. Hoe groter, bizarder en decadenter de zwelgpartijen, hoe meer Marcello in de gelegenheid is om verschillende typen vrouwen te ontmoeten en te ontdekken. En hoe meer hij vrouwen vernedert en zichzelf moet laten vernederen om erbij te horen.

Dat maakte het publiek weinig uit, want Marcello Mastroianni’s coole uitstraling met zwarte zonnebril bracht hem internationale faam als ‘Latin lover’. Het was het begin van een bijna dertigjarige samenwerking tussen Fellini en Mastroianni.

La dolce vita

Het ‘zoete’ leven
Het openingsbeeld van de helikopter (als illustratie van de moderne tijd) met daaronder het bungelende beeld van Christus staat symbool voor de verandering van de Italiaanse identiteit en samenleving. Het Jezusbeeld vliegt over vier meisjes in bikini die op een dakterras zonnen. In een volgende helikopter zitten Marcello en zijn fotograaf Paparazzo die opgewonden roepen om de telefoonnummers van de enthousiast zwaaiende meisjes.

De beleving van het katholieke geloof komt tot uiting in de hysterie na een door twee kinderen verzonnen Mariaverschijning waarbij een oude man door de aanstormende meute wordt vertrapt. Een voorbeeld van culturele kitsch van mensen die zich vastklampen aan een sensatie zonder echt te geloven. Het Vaticaan sprak liever van een ‘walgelijk’ leven dan van een ‘zoet’ leven. Maar Fellini bedoelde de titel uiteraard ironisch.

Zijn visie op de nieuwe levensstijl toont de donkere laag onder de glitter en glamour van de jetset van Rome. Op genadeloze wijze ontmaskert hij de wederzijdse afhankelijkheid van journalisten en beroemdheden, die met hun gedragingen in het ‘Hollywood aan de Tiber’ de rubrieken van de pulpmedia beheersen en Fellini zouden inspireren voor La dolce vita.

Hoewel de film geen afgebakend plot heeft, eindigt het episodische labyrint van nachtelijke escapades in de Trevi-fontein. Tijdens één van de meest iconische scènes uit de filmgeschiedenis vangt de rondborstige Amerikaanse filmster Sylvia (Anita Ekberg, die in het echte leven reeds in de fontein was gesprongen) water op met haar hand en giet het over Marcello’s hoofd, alsof ze hem doopt. Van zoenen is in het geheel geen sprake.

La dolce vita

De slotscène van La dolce vita toont Marcello’s hopeloze onbeholpenheid. Op het strand ziet hij in de verte een mooi meisje. Het is Paola, de serveerster die hem bediende in het café waar hij aan zijn boek zat te werken. Zij zwaait naar hem en roept iets, maar hij hoort haar niet en kent haar niet meer. Even plots als zij weer verscheen, verdwijnt zij uit zijn leven. Haar gezicht is het laatste dat we in de film zien.

Paola staat symbool voor onschuld in een wereld van losbandigheid. We zullen nooit weten of deze engelachtige muze hem had kunnen redden. Marcello blijft een arme stakker, veroordeeld tot het gezelschap van genotzuchtige leeghoofden.

 

10 mei 2018

 

DEEL 2: Lust en verbeelding
DEEL 3: Feministen en muzen

 
 

MEER ESSAYS