Front Runner, The

***
recensie The Front Runner

Politicus gaat vreemd

door Cor Oliemeulen

Stop de persen! De senator gaat vreemd! Met de buitenechtelijke escapades van de Amerikaanse presidentskandidaat Gary Hart eind jaren tachtig veranderde de rol van de media voorgoed.

De Canadese regisseur Jason Reitman (Juno, Tully) baseerde zijn biografische drama The Front Runner op het boek All the Truth Is Out: The Week Politics Went Tabloid (2014) van de Amerikaanse schrijver Matt Bai. Laatstgenoemde produceerde het filmscenario samen met Jason Reitman en Hillary Clintons voormalige perschef Jay Carson, die eerder meeschreef aan de politieke serie House of Cards.

The Front Runner

Privé
De onthullingen over Gary Harts scheve schaats komen nadat de rijzende politicus terloops tegen een journalist van The Washington Post zegt dat hij niets te verbergen heeft. Medewerkers van de minder serieuze Miami Herald willen dat maar al te graag checken en posten net zo lang bij Harts onderkomen totdat ze hem kunnen fotograferen met een jonge vrouw aan zijn zijde. Terwijl het campagneteam de bui al ziet hangen en strategisch de bakens wil verzetten, weigert Hart categorisch om op zijn privéleven in te gaan. Dat maakt zijn rol zowel in de verkiezingsstrijd als in de film ondergeschikt.

Hoewel Hugh Jackman geloofwaardig is als de goed uitziende, relatief jonge en soms koppige democratische senator met presidentiële ambities verbleken zijn acteerprestaties naast die van Vera Farmiga (eerder te zien in Reitmans Up in the Air) als Harts echtgenote, J.K. Simmons (Juno en Up in the Air) als zijn campagnemanager en Sara Paxton als zijn love interest die een en al eighties uitstraalt. Het titelpersonage blijft letterlijk en figuurlijk op afstand. Er is weinig ruimte voor zijn politieke ideeën en buiten zijn charismatische voorkomen blijft het gissen waarom hij jongeren zo aansprak. Gary Hart blijft ongrijpbaar, maar wordt in alle omstandigheden sympathiek opgevoerd, ook als ontrouwe echtgenoot.

Journalistiek
The Front Runner
is dan ook geen karakterstudie – Jackman is op zijn best en vertrouwdst tijdens een potje bijlwerpen op een campagnebijeenkomst – maar vooral een verhaal over de tendentieuze rol van media die buitenechtelijke affaires interessanter vinden dan politieke visies. Juist vanaf eind jaren tachtig, de periode waarin de film zich afspeelt, hebben media de neiging om de behoefte van het publiek te volgen. En hoe meer je aan die sensatiezucht tegemoet komt, hoe meer geld je ermee kunt verdienen. Begonnen in Amerika, inmiddels als epidemie over de hele wereld uitgewaaierd.

The Front Runner

Terwijl het script weinig ruimte laat voor enige karakterontwikkeling van de hoofdpersoon krijgt de verschuiving van serieuze berichtgeving naar riooljournalistiek wel de nodige dynamiek en diepgang. De roep om meer en sappiger nieuws over de mens achter de functie past bij de maatschappelijke ontwikkelingen en Gary Hart, die in 1988 streed om koploper van de Democraten te worden, was een van de eerste slachtoffers. Terecht of onterecht? Die conclusie laat Jason Reitman de kijker zelf trekken.

Infotainment
Reitmans docudrama toont hoe hard nieuws plaatsmaakt voor zacht nieuws en hoe journalistieke integriteit ondergeschikt wordt aan infotainment. Zien we in The Post hoe Tom Hanks als Ben Bradlee, hoofdredacteur van The Washington Post, in 1972 nog uiterst zorgvuldig afweegt hoe en wanneer zijn toen nog onbeduidende krant het Watergate-schandaal zal publiceren, in The Front Runner gaat diezelfde hoofdredacteur (Alfred Molina) wel over een nacht ijs: geruchten en suggestieve foto’s vormen voldoende motivatie om te berichten over (vermeende) buitenechtelijke escapades van een veelbelovende politicus. Je zou de boot maar missen!

Publiciteit moet gaan over politiek en niet over de persoon achter de politicus, luidt het motto van Gary Hart. Jason Reitman draagt met The Front Runner dezelfde boodschap uit. Hoezeer zijn regie als vanouds vakkundig is en hij de tijdsgeest uitstekend neerzet, voelt Reitmans film overbodig en is hij niet bijster interessant voor kijkers onder de vijftig. Het wachten is op een smeuïge reconstructie van hoe een Democraat het in de jaren negentig wél tot president zou schoppen, Bill Clinton. Een film met als titel The Intern, Her President & His Cigar zal eerder volle zalen trekken.

 

2 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Mid90s

**
recensie Mid90s

Onschuldige skaters in LA

door Cor Oliemeulen

Dat kids ook in de jaren negentig hadden te maken met opgroeiperikelen en graag bij een groep hoorden, wilde acteur Jonah Hill graag laten zien in zijn regiedebuut.

In een aantal episoden volgen we vijf tieners in Los Angeles die hun zomerdagen slijten met skateboarden, rondhangen en stoere taal. Het magere plot draait om de hiërarchie in de groep met als middelpunt de dertienjarige Stevie (Sunny Suljic), die door leergierigheid en lef langzaam zijn plekje en enig aanzien verkrijgt. Stevie’s oudere broer Ian (Lucas Hedges) slaat hem regelmatig, vooral omdat het hemzelf niet lukt in een groepje te belanden, terwijl zijn alleenstaande moeder Dabney (Katherine Waterston) lange tijd niet weet met wie haar zoontje optrekt en wat hij allemaal uitvreet. Steeds als Stevie thuiskomt, spuit hij luchtverfrisser op zijn kleren en spoelt hij zijn mond met zeep om de rooklucht te camoufleren.

Mid90’s

Authentieke look-and-feel
Het lijkt soms alsof je een documentaire zit te kijken. Dat komt omdat Mid90s is geschoten op Super 16mm met een ouderwetse beeldratio van 4:3, er heel natuurlijk wordt geacteerd en de aankleding en het taalgebruik authentiek overkomen, zonder te overdrijven. In de huidige MeToo-periode is het even wennen aan tijden waarin racistische en homofobe opmerkingen veel meer tot een stoer gesprek behoorden. Maar die waren veel onschuldiger dan het lijkt, zeker uit de mond van puisterige tieners die hun eigen identiteit zoeken en een veilig plekje in een groep proberen te bemachtigen.

Volgens Jonah Hill (vooral bekend van een reeks Judd Apatow-komedies en als de mollige jongen die in The Wolf of Wall Street tijdens een stout feestje opgewonden zijn lul uit zijn broek laat hangen) is zijn zelfgeschreven regiedebuut niet autobiografisch. Hij groeide weliswaar op in het Los Angeles van de jaren negentig, echter lag zelf meer naast het skateboard dan dat hij erop stond. Maar ook hij herinnert zich zijn gevoelens over hoe te overleven in een groep: de onzekerheid om je als jonkie te bewijzen en de machtspositie van het oudere groepslid dat de groentjes met plezier laat worstelen. Dat idee komt in Mid90s aardig uit de verf.

Mid90’s

Onderhoudend maar oppervlakkig
De film is met zijn 85 minuten aan de korte kant, maar precies lang genoeg om onderhoudend te blijven. Het louter registreren van Stevie’s opgroeibelevenissen en zijn snelle ontwikkeling ten opzichte van zowel de skategroep als van zijn broer en moeder, is te weinig om Mid90s op te hemelen. De karakters, hoe goed gekozen dan ook, blijven oppervlakkig en het verhaal houdt in feite op waar betere films met dezelfde thematiek beginnen. Hill liet de jonge acteurs verplicht kijken naar de groepsdynamiek in This Is England (2006), waarin een jochie aansluiting zoekt bij een groep skinheads, maar zijn eigen film blijft in alle opzichten inferieur daaraan en verstoken van een enkele overrompeling. Misschien komt dat omdat de meeste skaters lief en onbedorven zijn.

Wat is dat toch dat acteurs en actrices zo graag zelf een film willen maken? Natuurlijk zijn er aardige recente voorbeelden: Greta Gerwig met Lady Bird, John Krasinski met A Quiet Place en Bradley Cooper met A Star Is Born, maar je ziet ook minder geslaagde pogingen, zoals Brie Larson met Unicorn Store en Ryan Gosling met Lost River. Het imiteren van regisseurs onder wie je acteerde ligt al snel op de loer. Het siert Jonah Hill dat hij zich met zijn eerste regiefilm niet heeft laten verleiden om een voorspelbare komedie te maken. Maar we zijn benieuwd of we hem in de toekomst mogen betrappen op een origineel wereldbeeld of een pakkende visie.

 

15 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

Festival Favorites #3

The Man Who Surprised Everyone (Rusland) + Sorry to Bother You (VS)
Festival Favorites #3

door Cor Oliemeulen

In Festival Favorites een pleidooi voor twee filmfestivalfilms die een breder publiek verdienen. Ditmaal een tragisch verhaal over een Siberische man met terminale kanker die de identiteit van een vrouw aanneemt en een originele mix van maatschappijkritiek, sciencefiction en kolder in de wereld van de Amerikaanse telemarketing.

 

The Man Who Surprised Everyone

The Man Who Surprised Everyone (IFFR Rotterdam – 23 jan-3 feb)
Yegor (Evgeniy Tsyganov) is de weinig spraakzame opzichter van een natuurgebied in de Siberische taiga. Op een dag raakt hij in gevecht met twee stropers die het leven laten, maar Yegor wordt niet vervolgd vanwege zelfverdediging. Een arts in een naburig ziekenhuis komt wel met slecht nieuws: Yegor heeft kanker en nog hooguit twee maanden te leven. Niemand hoeft het te weten, ook niet zijn zwangere vrouw Natalia (Natalya Kudryashova), hun zoontje Fedor en zijn inwonende schoonvader.

Man wordt vrouw
Maar als er pijnstillers worden gevonden, moet Yegor zijn familie inlichten. Nadat ook een dure dokter in de stad hem niet kan helpen, verschijnt Fedor hevig snikkend bij zijn vader, die zegt dat zijn zoontje niet moet huilen omdat hij een man is. Yegor bezoekt ook nog een sjamaan, die hem een legende vertelt. Iemand wist De Dood te foppen door zijn identiteit te veranderen.

Hier begint het onalledaagse conflict van The Man Who Surprised Everyone. Yegor gaat naar een damesmodezaak, trekt zich terug in het schuurtje achter het huis, maakt zich op en doet een jurk, panty’s en hakjes aan. Als Natalia hem een keer onbedoeld ziet als vrouw, is ze furieus omdat hij weigert iets te zeggen. Ze kan zijn schokkende metamorfose allerminst waarderen. Zoontje Fedor is vooral verdrietig en durft niet meer naar school. Het drama wordt steeds ongemakkelijker vanaf het moment dat gealarmeerde dorpsbewoners verhaal komen halen en Yegor later op gruwelijke wijze wordt aangevallen.

Onbegrip en onmacht
Mogelijk verkeert Yegor door zijn lichamelijke ziekteverschijnselen in een totaal andere gemoedstoestand, of durft hij nu eindelijk zijn heimelijke verlangen te botvieren. Maar juist omdat alleen Yegor werkelijk weet waarom hij doet zoals hij doet, is de opstelling van de meeste dorpsbewoners extra pijnlijk. Die overstijgt met gemak de homofobe Russische inborst. Men voelt zich geprovoceerd wanneer Yegor boodschappen doet en zomaar aanschuift op een feestje. Afkeurende blikken of een stomp in het gezicht is het minste om je ongemak te uiten. Welke idiote vent gaat zich ineens als vrouw gedragen? En hoe zielig en beschamend is dat voor zijn vrouw en zoontje!

In de sfeervolle cinematografie van Mart Taniel (November), met camerawerk dat soms doet denken aan Andrei Tarkovsky, brengt het regisseursduo Aleksey Chupov/Natalya Merkulova in het kielzog van de hausse van lgbt-films met The Man Who Surprised Everyone een oorspronkelijk verhaal over onbegrip en onmacht. In dit godvergeten boerendorp is geen plaats voor mensen die zich om wat voor reden dan ook afwijkend van de norm gedragen. Soms zijn mensen in een gemeenschap zo achterlijk en verstookt van inlevingsvermogen dat je hun reacties nauwelijks kwalijk kunt nemen. Het is slechts een schrale troost dat Natalia haar doodzieke man na alle tragiek accepteert zoals hij is geworden. Voor zolang het ook mag duren.

The Man Who Surprised Everyone was beste film van o.a. het Honfleur Festival of Russian Cinema en van het Pingyao International Film Festival. Evgeniy Tsyganov was beste acteur van het Russian Guild of Film Critics. Natalya Kudryashova was beste actrice in de Horizon-competitie van het Filmfestival van Venetië en het Russian Guild of Film Critics.

 

Sorry to Bother You

Sorry to Bother You (Sundance Film Festival, VS – 24 jan-3 feb)
Slechts weinigen buiten Amerika kennen Boots Riley. De 47-jarige rapper, tevens politiek activist, maakte met zijn hiphopgroep The Coup een aantal albums met spraakmakende titels als Kill My Landlord, Genocide & Juice, Pick a Bigger Weapon en Sorry to Bother You, dat tevens de titel van zijn filmdebuut is. Wie denkt dat alleen Spike Lee (BlacKkKlansman) racisme ondubbelzinnig aan de kaak stelt, moet snel de absurdistische satire van Boots Riley gaan zien.

Witte stem
Cash Green (Lakeits Stanfield) meldt zich met een fake-diploma en verzonnen cv bij een telemarketingbedrijf. Ondanks dat de baas er niet intrapt, mag hij zich bewijzen. Producten via de telefoon verkopen, blijkt een vak apart. Een collega (Danny Glover) geeft hem een hint: gebruik je ‘white voice’, want als mensen horen dat je blank bent, heb je meer succes. Cash heeft een prachtige witte stem (in de film gedubd) die totaal niet matcht met zijn voorkomen. Het werkt! Hij verkoopt als een tierelier en promoveert naar de eliteafdeling bovenin het gebouw. Terwijl Cash in no-time baadt in weelde, sluit hij zich af van zijn ex-collega’s die een vakbond hebben opgericht omdat ze zwaar worden onderbetaald.

Ondertussen voelt ook zijn feministische liefje Detroit (Tess Thompson) zich door Cash verraden. Aangezien haar hilarische uitingen van conceptuele kunst geen brood op de plank brengen, is ook zij bij het telemarketingbedrijf gaan werken. Zij verloochent haar afkomst niet en sluit zich aan bij de stakers. Het duurt lang voordat de ogen van Cash worden geopend. Als het grootste verkooptalent wordt hij uitgenodigd bij Steve Lift (Armie Hammer, Oliver in Call Me by Your Name) de megalomane baas van WorryFree. Dit bedrijf laat werknemers een levenslang contract tekenen; in plaats van salaris krijgen ze woonruimte en eten.

‘Supermensen’
De ontmoeting tussen Cash en Steve leidt tot een waanzinnige ontknoping waarin we kennismaken met de creatie van ‘supermensen’, maar net als het gros van de telemarketeers zijn ook deze wezens diep ongelukkig. Het eerste – in alle opzichten uit de kluiten gewassen exemplaar – dat we ‘zien’ is Forest Whitaker, die de film mede produceerde. Samen met wat potige leden van een footballteam sluiten zij zich aan bij het verzet en trotseren zij de oproerpolitie.

Sorry to Bother You is in geen enkel hokje te stoppen. De film is een bijna perfect werkende mix van drama, satire, sciencefiction, magisch-realisme en kolder. Op die manier worden prangende sociale thema’s voortdurend gerelativeerd. Hoofdthema is de (vaak kansloze) positie van Afro-Amerikanen in een (overheersende) blanke maatschappij. Tegelijkertijd is de film zowel een harde aanval op het kapitalistische systeem en de consumptiemaatschappij als een pleidooi voor (meer) werknemersrechten. Zoiets zien we tegenwoordig bijna nog maar alleen in films van sociaal-realisten als Ken Loach (I, Daniel Blake). Het debuut van Boots Riley, die zich mogelijk heeft laten inspireren door het enigszins maffe horrormysterie Get Out, zit vol knipogen naar menselijke relaties. Het lijkt alsof hij uiteindelijk wil zeggen dat een betere wereld valt en staat met persoonlijke integriteit.

Sorry to Bother You beleefde zijn Nederlandse première weliswaar tijdens het afgelopen LIFF, maar aan een officiële bioscooprelease heeft (nog) geen enkele filmdistributeur zich gewaagd. Maar goed, we hebben het hier dan ook niet over een veilige zwarte film als Black Panther. Liefhebbers van innovatieve, grensverleggende films wachten met smart op Riley’s volgende rolprent.

Sorry to Bother You won tal van prijzen van Amerikaanse filmcritici en in Amerikaanse publieksverkiezingen.

 

14 februari 2019


MEER FILMFESTIVAL

Festival Favorites #2

Of Fathers and Sons (Duitsland) + Museo (Mexico)
Festival Favorites #2

door Cor Oliemeulen

In Festival Favorites een pleidooi voor twee filmfestivalfilms die een breder publiek verdienen. Ditmaal een intiem portret van Syrische kinderen die worden klaargestoomd voor de heilige oorlog en een eeuwige student in Mexico-Stad die voor de kick kunstschatten uit het nationale archeologisch museum steelt.

 

Of Fathers and Sons

Of Fathers and Sons (Sundance Film Festival, VS – 18-28 jan)
Abu is naar eigen zeggen gespecialiseerd in het onschadelijk maken van mijnen. Meer dan een detector heeft hij niet nodig. Maar op een dag gaat het mis en verliest hij zijn voet en een stuk van zijn onderbeen. Terwijl hij zwaargewond naar een matras in huis hinkt en kermt van de pijn, maant hij zijn hevig jankende zoontjes tot stilte. Het is Gods wil, en dank aan hem dat hij zijn linker- in plaats van zijn rechtervoet heeft genomen, zodat hij straks nog kan autorijden.

Kalifaat
Geen zwarte komedie maar bittere ernst en een onvervalst staaltje relativeren in Of Fathers and Sons, een documentaire van de 41-jarige Syriër Talal Derki die met zijn camera terugkeert naar zijn geboorteland en daar het leven van een radicale islamitische familie volgt. De oorspronkelijke titel Kinder des Kalifats geeft aan hoe het leven van alledag draait om vooral de belevenissen van kinderen, met name die van Abu’s zoontje Osama, genoemd naar Bin Laden.

Osama en drie van zijn broertjes gaan niet meer naar school, want de leraar en het hoofd zijn varkens. Uit balorigheid gooien ze stenen naar een paar meisjes op het schoolplein. De jongens ravotten en nadat een knokpartij uit de hand is gelopen, wordt de aanstichter door zijn vader kaalgeschoren. Als er camouflagepakken worden bezorgd, weten we het: Osama gaat naar een trainingskamp waar puberjongens worden gedrild, leren schieten en afzien. Op het moment dat Osama met zwarte vlaggen op jihad gaat, bergt de regisseur zijn camera op om terug te keren naar zijn woonplaats Berlijn.

Eyeopener
Talal Derki, oorlogscameraman voor CNN en Reuter, monteerde een indringend beeld van een geïndoctrineerd groepje jongens door zichzelf voor te doen als IS-sympathisant. Zo nu en dan gaat hij voorzichtig in discussie over Abu’s denkbeelden, maar hij voelt precies aan waar de tolerantiegrens ligt. De filmmaker registreert en kiest geen partij, maar tussen de regels door treurt hij om zijn verscheurde en kapotgeschoten land.

Of Fathers and Sons is net als Derki’s vorige documentaire Return to Homs (2013) overladen met filmprijzen. Minder beangstigend dan het nog intiemere portret van een groep vrienden in de gelijknamige West-Syrische stad – die na aanvankelijk vreedzaam protest de wapens opneemt tegen president Bashar al-Assad – maar evengoed een zeldzame en waardevolle beschouwing over een generatie jongeren die wordt getekend door een voortslepende burgeroorlog waarin weinigen weten tegen wie of wat ze precies vechten. Voor de kijker is ook zijn jongste documentaire een regelrechte eyeopener.

Of Fathers and Sons won o.a. de Grand Jury Prize van het Sundance Film Festival, de FIPRESCI Award op het Kraków Film Festival, de publieksprijs van het Thessaloniki Documentary Film Festival en de Silver Star van het El Gouna Film Festival. Regisseur Talal Derki won de Fritz Gerlich Prize van het Filmfest München, een Filmmaker Award tijdens het Full Frame Documentary Film Festival en een Movies That Matter Award tijdens ZagrebDox.

 

Museo

Museo (Black Movie Independent Film Festival, Zwitserland – 18-27 jan)
Juan (Gael García Bernal) wil samen met zijn zachtmoedige vriend Benjamin (Leonardo Ortizgris) iets stelen om de sleur te doorbreken. Niet zomaar iets, maar een deel van het culturele erfgoed van Mexico dat wordt tentoongesteld in het archeologisch museum in de hoofdstad. Het duo slaat zijn slag na een kerstdiner van Juans familie en Benjamins bezoek aan zijn doodzieke vader.

Feeststemming
De beveiligers van het museum zijn in een feeststemming en letten niet goed op, zodat er maar liefst 124 historische objecten kunnen worden ontvreemd, het ene nog zeldzamer dan het ander. Beeldjes, maskers, kettingen, vaak van goud en jade, en klein genoeg om in een rugzak naar buiten te smokkelen.

Daags na het kunststukje noemt de overheid de daders vijanden van de Mexicaanse geschiedenis. Juans vader (Alfredo Costa, El Club), is woedend: “degenen die dit hebben gedaan, zijn zielige eikels zonder verleden of toekomst. Laat ze wegrotten in hun eigen vloek. Ze zijn de donkerste uitwerpselen van het land. Als ze zijn opgepakt, is het onze taak om ze te geselen op het grote plein.”

Juan slikt een paar keer en bedenkt een plan. De hamvraag: aan wie verkoop je de buit, die niet op financiële waarde is te schatten? Dit gegeven leidt tot een roadmovie waarin sommige smokkelattributen verrassende bestemmingen krijgen, de vader van Benjamin plotseling in het ziekenhuis wordt opgenomen en Juan op het strand van Acapulco uitgelaten danst met zijn natte droom van weleer, Sherezada, een afgegleden zangeres.

Kraak van de eeuw
In zijn tweede speelfilm neemt regisseur Alonso Ruizpalacios (Güeros, 2014) de ‘kraak van de eeuw’ op kerstavond 1984 als inspiratiebron. Hij gebruikt die voor de broodnodige opwinding in het leven van een lusteloze dertiger die wil bewijzen dat hij geen mislukkeling is. Juan probeert al negen jaar af te studeren als dierenarts en voelt zich door zijn vader, een mensenarts, niet serieus genomen.

Juan vindt zijn familie dom en heeft geen zin om, in de geest van zijn recent overleden grootvader, kerstman voor zijn kleine neefjes en nichtjes te spelen. In plaats van zich te hullen in een rode mantel en zich te vermommen met een grote witte baard wijst hij waar hun ouders de cadeautjes hebben verstopt, want de kerstman bestaat niet. Een van de voorvallen die eerder grievend dan komisch zijn, net als de scène waarin Juan en Benjamin door zwaarbewapende politie worden aangehouden om de auto te controleren op drugs, terwijl een agent, die de rugzak heeft geopend, zich afvraagt of ze misschien in handgemaakte spullen handelen.

Museo is een originele kraakfilm die in tegenstelling tot de zoveelste Ocean’s vooral aandacht voor de personen achter de roof heeft. Geen voorspelbare spanningsbogen en nerveuze achtervolgingen, maar een meeslepend geheel met filosoferen over het leven, de staat van een Zuid-Amerikaans land en mooie plaatjes van landschappen, architectuur en een Maya-nederzetting.

Museo won de publieksprijs van het Morelia International Film Festival en kreeg tijdens de Berlinale de Zilveren Beer voor het beste scenario. Alonso Ruizpalacios was beste regisseur van het Athens International Film Festival en kreeg een aanmoedigingsprijs van het Palm Springs International Film Festival.

 

8 februari 2019


MEER FILMFESTIVAL

Green Book

***
recensie Green Book

De zwarte pianist en zijn witte chauffeur

door Cor Oliemeulen

Twee films over rassendiscriminatie dingen naar de Oscar: het enerverende BlacKkKlansman draait al in de bioscoop, het grappige Green Book beleeft komende week zijn première. De eerste film gaat over een infiltratie in de Ku Klux Klan, de tweede is een roadmovie waarin een lompe uitsmijter wordt ingehuurd om een verfijnde zwarte meesterpianist te begeleiden tijdens een tournee door het racistische zuiden van Amerika begin jaren zestig. Wie gaat het worden?

Recente Amerikaanse films over racisme kun je in drie categorieën verdelen: documentaire, drama en feelgood. Het non-fictieve I Am Not Your Negro (2016) over het leven van James Baldwin, een van de grootste Amerikaanse schrijvers na de Tweede Wereldoorlog, is een historisch document over segregatie en racisme. De naar Parijs uitgeweken Afro-Amerikaanse schrijver ventileert zijn zinnige gedachten en opvattingen over de menselijke conditie, terwijl regisseur Raoul Peck archiefbeelden, proza, poëzie, drama, scènes uit speelfilms, nieuwsflitsen, sfeerbeelden en politiegeweld tegen de zwarte burger doeltreffend aan elkaar monteert. Prachtig, en leerzaam.

Green Book

Racisme in films
Een film als Fruitvale Sation (2013) voelt als een docudrama met fictieve verhaalelementen en is een reconstructie van het laatste etmaal van de 22-jarige Oscar Grant, die overleed als gevolg van een schotwond in de rug na een fatale inschattingsfout van een blanke agent in de vroege morgen van nieuwjaarsdag 2008. In het effectieve rassendrama voor jongeren, The Hate U Give (2018), draait de plot eveneens om de nerveuze vinger van een witte agent die een zwarte jongeman doodschiet wanneer deze in zijn auto reikt naar een … haarborstel. Enige nuancering over etnisch profileren door de politie komt van een zwarte agent die zegt dat hij bij gerede twijfel eerder op een zwarte in een slechte wijk schiet dan op een blanke in een Mercedes.

Het historische drama 12 Years a Slave (2013) won drie Oscars en is net als Green Book een publiekstrekker en een verdienstelijk eerbetoon aan een geniale, maar onbekende muzikant. Violist Solomon Northup is in het New York van 1841 een van de weinige welgestelde kleurlingen die gelukkig leeft met vrouw en kinderen en zich ongehinderd en gerespecteerd beweegt in sociale en politieke kringen. Maar nadat hij in Washington na een optreden wordt ontvoerd, belandt hij als slaaf in het racistische zuiden van Amerika. Hoewel we met Green Book 120 jaar verder zijn, lijkt ook in deze film dat er elders in de natie nauwelijks rassendiscriminatie bestaat. Een enkel scheldwoord kan niet verhinderen dat de zwarte pianist (genaamd Don Shirley) alsnog mag aanschuiven aan de dis, ook al wordt die omringd door louter Italiaanse immigranten.

Opgewekt
Het zal niemand verbazen dat de bioscoopbezoeker – net als bij het gros van al die andere feelgoodfilms over racisme met een voorspelbaar verloop en een sentimentele finale – ook na Green Book opgewekt de zaal zal verlaten. Denk bijvoorbeeld aan de verfilmde keukenmeidenroman The Help (2011) die heerlijk wegkijkt ondanks, en dankzij, het stereotiepe beeld van de mammy en de blanke bazin. Hoe systematisch het racisme in deze broeierige periode van de Amerikaanse geschiedenis ook is, lijkt het enige ongemak van de huishoudster dat ze niet het familietoilet mag gebruiken, maar buiten in een hok haar behoefte moet doen.

Hetzelfde lot is het drietal zwarte rekenwonders van ruimtevaartbedrijf NASA beschoren in Hidden Figures (2016) waar de vrouwen in de stromende regen honderden meters verderop de pot op kunnen. Natuurlijk kennen deze feelgoodfilms korte fragmenten van segregatie in bussen, bibliotheken en scholen, of nieuwsflitsen van demonstraties en oproer op tv, maar van enige diepgang, karakterontwikkeling en originele invalshoeken is zelden sprake. De kijker dient de film met een fijn gevoel te verlaten en op een overmatige aanslag op het denkvermogen zit niemand te wachten.

Green Book

Geen risico’s
Green Book verwijst naar een groen boekje met adressen van etablissementen waar negroïde mensen wél welkom zijn. Dat de zwarte pianist als eregast van een grote bijeenkomst absoluut niet in hetzelfde restaurant als zijn fans mag eten, is weliswaar even tenenkrommend als ridicuul (net zoals de gevierde atleet Jesse Owens, die als viervoudig Olympisch kampioen in Race na zijn thuiskomst uit nazi-Berlijn in 1936 in een zijkamertje wordt gezet), maar tot meer dan stereotiepe beelden en situaties strekt ook deze feelgoodfilm niet. Het is niet verwonderlijk dat de overigens uitstekende actrice Octavia Spencer (The Help, Fruitvale Station, Hidden Figures) als uitvoerend producer van Green Book een flinke vinger in de pap heeft en geen onnodige risico’s neemt.

Over eten gesproken: een van de grappigste fragmenten in Green Book is het weigeren van de aanvankelijk snobistische pianist op de achterbank om zijn eetlust te stillen met een ordinaire kippenvleugel van Kentucky Fried Chicken, terwijl zijn chauffeur zich ongegeneerd aan een hele emmer vergrijpt. Een opvallend staaltje ‘product placement’ voor een bedrijf dat gigantisch kon groeien in Louisville in de periode onder de Jim Crow-wetten, waarin rassenscheiding was vastgelegd. Bovendien zijn KFC-oprichter Colonel Harland Sanders en zijn bedrijf meerdere malen in verband met racistische uitingen gebracht.

Amusement versus confrontatie
Als je Green Book beschouwt als puur amusement schiet je middenin de roos. Het ‘odd couple’ Viggo Mortenson (The Lord of the Rings, Captain Fantastic) als chauffeur/bodyguard en Maharshala Ali (Moonlight, Hidden Figures) als meesterpianist is uitstekend op elkaar ingespeeld. Natuurlijk leren de twee tegenpolen tijdens het maandenlange samenzijn on the road veel van elkaar. Zo haalt de uitsmijter de klassieke pianist uit zijn comfortzone door hem spontaan in een kroeg een ander repertoire te laten spelen en leert de welopgevoede Afro-Amerikaan de rouwdouwende Italo-Amerikaan enkele fijne kneepjes voor het schrijven van romantische brieven aan zijn achtergebleven vrouw in New York.

Green Book

Hoe anders van opzet en toon is BlacKkKlansman van Spike Lee (Malcolm X) die al in het broeierige Do the Right Thing (1989) het discrimineren van Afro-Amerikanen veel onomwondener aan de kaak stelde. Hoewel er in die film genoeg te lachen valt, culmineert hij in opstand en geweld waarbij de eettent van een Italo-Amerikaan uiteindelijk met de grond wordt gelijkgemaakt en de witte politie een einde aan de rellen maakt. Ook BlacKkKlansman, waarin een (zwarte!) politieagent begin jaren zeventig weet te infiltreren in de Ku Klux Klan, kent zijn grappige momenten, maar is veel realistischer en geloofwaardiger dan het leeuwendeel Amerikaanse films over rassendiscriminatie, Green Book incluis.

Het is de vraag of de Academy het aandurft om regisseur Spike Lee eindelijk eens met een Oscar te belonen, ondanks de onverbiddelijke toegift van BlacKkKlansman die – weliswaar een tikkeltje kort door de bocht – via de actuele geschiedenis van de rassenrellen in Charlottesville het gedachtengoed van de Ku Klux Klan en Donald Trump gewiekst en resoluut op één hoop gooit. Hierna kan Green Book-regisseur Peter Farrelly zich weer met een gerust gemoed toeleggen op het maken van ongecompliceerde flauwekulkomedies als Dumb and Dumber (1994) en There’s Something About Mary (1998).

 

26 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Styx

****
recensie Styx

Weinig woorden en daden

door Cor Oliemeulen

Net als de meeste drama’s over vluchtelingen stemt Styx niet vrolijk. Hoewel de Oostenrijkse regisseur Wolfgang Fischer hen hoofdzakelijk op afstand houdt, komt het morele dilemma angstvallig dichtbij.

De veertigjarige Rike (Susanne Wolff) is een daadkrachtige arts. We zien haar bijstand verlenen na een auto-ongeluk in Keulen. Ter ontspanning maakt ze met enige regelmaat in haar eentje zeiltochten. Ditmaal vertrekt ze vanuit Gibraltar voor een tocht naar het eiland Ascension in het zuiden van de Atlantische Oceaan.

Styx

Paradijs
Toen Charles Darwin, de vader van de evolutietheorie, in zijn zoektocht naar bijzondere plaatsen in 1836 het vulkanische eiland Ascension aandeed, zag hij een nagenoeg boomloze omgeving. Dat was niet prettig voor de Engelsen. Zij hadden er een strategische basis om de verrichtingen van de verbannen Franse dictator Napoleon Bonaparte op het nabijgelegen Sint-Helena te kunnen volgen. Darwin bedacht het idee om bomen (die regenwater vasthouden) naar het eiland te verschepen om op die manier meer vers water te krijgen. Anno 2019 is Ascension (hemelvaart) een paradijselijk eilandje waar de leefomstandigheden uitstekend zijn.

Hoe anders is het gesteld op de vaarroutes tussen Afrika en Europa waar commerciële scheepvaart en plezierjachten tegenwoordig zomaar kunnen stuiten op gammele boten met vluchtelingen. Misschien minder dichtbij dan wanneer je als toerist op een Grieks eiland ligt te zonnen, terwijl een bootje uitgeputte Afrikanen aanspoelt. Maar wel meer confronterend, omdat je hier op het open water voor een hels moreel dilemma komt te staan. Vaar ik naar die gestrande vissersboot, waar misschien wel honderd mensen in de verte roepen om hulp en sommigen in paniek in het water springen, of blijf je op veilige afstand? Jouw boot is maar tien meter lang en je wilt immers niet je eigen leven riskeren.

Het is een extra moeilijke afweging voor iemand die gewend is om het leven van (gewonde) mensen te redden. In haar hart wil Rike wel, maar via de radio verbieden zowel kustwacht als andere organisaties haar om dat onverantwoorde risico te nemen. Commerciële schepen, die groot genoeg zijn om mensen aan boord te nemen, beginnen er meestal niet aan om vluchtelingen te redden. Bedrijfsbeleid heet dat.

Styx

Nonchalance
Rike weet in ieder geval een tienerjongen (Gedion Oduor Weseka) uit het water te vissen. Zij verzorgt hem vakkundig en zodra hij wat is opgeknapt, probeert hij begrijpelijkerwijs druk op haar uit te oefenen, want ook zijn zusje zit op de gestrande vluchtelingenboot. Dat leidt tot een aantal goed geacteerde scènes waarin realisme wint van sentiment. Op één moment dreigt Rike’s leven alsnog gevaar te lopen.

De filmtitel laat weinig aan de verbeelding over. Styx betekent letterlijk ‘afschuw’ en in de Griekse mythologie is zij de rivier die de aarde scheidt van de onderwereld. Ook het grote moeras in dat schimmenrijk Hades wordt Styx genoemd. Hier op de woelige baren van de oceaan is die rampspoed en innige afkeer van menselijke nonchalance uiterst voelbaar. De vraag blijft of en wanneer Rike besluit om alsnog naar de vluchtelingen te varen.

Net als de doorleefde Robert Redford in de ‘openzeethriller’ All Is Lost (2013) weet de doorgewinterde actrice Susanne Wolff in Styx de ogen van begin tot eind op zich gericht. Weet Redford zich fors gesteund door special effects (om nog maar te zwijgen van Life of Pi (2012) waarin de schipbreukeling geheel in een zwembad met groene schermen is opgenomen), Styx speelt zich daadwerkelijk af op open water, en dat zie je. Alleen de stormscènes zijn geschoten in een grote watertank. Net als in All Is Lost (het personage van Redford roept zelfs alleen maar een paar keer ‘help!’) zijn in Styx de woorden schaars en ondergeschikt. In dit relevante humane drama gaat het immers om (het gebrek aan) daden.

 

12 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Festival Favorites #1

Pin Cushion (GB) + The Load (Servië)
Festival Favorites #1

door Cor Oliemeulen

In Festival Favorites een pleidooi voor twee filmfestivalfilms die een breder publiek verdienen. In dit eerste deel kijken we met stijgende verbazing naar een contactgestoorde moeder en haar dochter in Engeland en gissen we naar een mysterieuze lading tijdens de burgeroorlog in Joegoslavië.

 

Pin Cushion

Pin Cushion (ArteKino Festival, online – 1-31 dec)
Lick Me ‘Till I Scream’ met de afbeelding van een ijsje staat op het T-shirt van Lyn als ze over de drempel van een vriendinnenclub stapt. Net als de huisvrouwen in de kring weet je als kijker niet goed of je het zult uitproesten van het lachen of dat je medelijden moet tonen. Zoals altijd druipt Lyn af nadat ze is afgewezen en iedereen uitvoerig heeft bedankt.

Lyn (Joanna Scanlan) is dan ook op z’n zachtst gezegd een bijzondere verschijning. Ze kleedt zich kleurrijk, soms kinderlijk en interacteert verre van alledaags. Bovendien loopt ze een beetje mank. Tijdens een van haar moeilijke momenten zit Lyn in bad waar ze probeert de bochel van haar rug te zagen! Tienerdochter Iona (Lily Newmark) weet dit te verhinderen.

Seksmaniak
Lyn en Iona zijn erg naïef en contactgestoord naar anderen en worden door iedereen uitgekotst, hoe goed ze ook hun best doen. Ze hebben alleen elkaar. Hun band is oersterk; Iona slaapt zelfs bij haar moeder in bed.

Ze zijn weer eens verhuisd. Iona gaat naar een nieuwe school waar ze door het populaire dellengroepje wordt uitgelachen, gemanipuleerd en gekwetst nadat ze dronken is gevoerd. Maar dan heeft ze al iedereen om aandacht gesmeekt en is ze zich uitdagend gaan kleden. Lyn, die plots haar dochter dreigt te verliezen, schreeuwt van de daken dat Iona een seksmaniak is geworden. Dat werkt alleen maar averechts.

We kunnen het Lyn moeilijk kwalijk nemen, want ze is een slepend vat vol wanhoop. Ze zegt dat ze altijd zo eenzaam was dat ze zich destijds heeft laten verkrachten. Met een kind was er eindelijk iemand met wie ze een band zou hebben.

Knipoog
Soms doet het duo denken aan de teruggetrokken moeder en dochter in de horrorklassieker Carrie (1976), hoewel Iona geen voorwerpen kan laten vliegen en Lyn niet zoveel kruisbeelden heeft, maar wel een huiskamer bomvol zelfgemaakte snuisterijen en frutsels. Ook in Pin Cushion is de roodharige dochter slachtoffer van een onaangepaste, wereldvreemde moeder. En ook hier zijn drastische maatregelen vereist om zich aan die beklemming te kunnen ontworstelen.

De kleurrijke, bijna vrolijke cinematografie van Pin Cushion kan en wil de tragedie onder de opeenstapeling van uiterst ongemakkelijke gebeurtenissen – met af en toe een dikke knipoog – geenszins verbloemen. Het psychologische, soms poëtische, coming of age-verhaal, geschreven door de debuterende Engelse regisseur Deborah Haywood, is met weinig middelen en veel liefde gemaakt. Inderdaad de zoveelste film over het pesten van buitenbeentjes, maar wel oprecht, sterk geacteerd en wars van prekerigheid en vals sentiment.

Als ik filmdistributeur was, zou ik Pin Cushion (begin 2018 ook al te zien tijdens het IFFR in Rotterdam) alsnog in de Nederlandse bioscoop uitbrengen.

Pin Cushion won de New Waves Special Award tijdens het Seville European Film Festival.

 

The Load (Teret)

The Load (Les Arcs Film Festival, Frankrijk – 15-22 dec)
Ook een speelfilmdebuut is The Load (oorspronkelijke titel Teret) van de Serviër Ognjen Glavonic. Hij schreef en regisseerde een donker drama waarin geen woord teveel wordt gesproken. Toch zul je niet snel afhaken, want onze hoofdpersoon vervoert een mysterieuze lading en je wilt weten wat die is.

We schrijven 1999 als een groot deel van Joegoslavië is verscheurd. De laatste stuiptrekkingen van de burgeroorlog spelen zich af in Kosovo. Tienduizenden Albanezen zijn gevlucht voor het geweld. De strijd tussen het Servische leger en de Albanese guerrillabeweging UCK escaleert. De NAVO grijpt in, zonder mandaat van de VN Veiligheidsraad, en zet de Serviërs onder druk door maandenlange bombardementen.

Murw
Zo nu en dan hoor je beschietingen en in het donker zie je het licht van afweergeschut. Het lijkt alsof de bevolking allang murw is geslagen. De NAVO strooit met pamfletten die niet eens worden gelezen. Enkele tieners verzamelen hooi, maken een grote fallus en steken die in de fik, als boodschap aan de piloten.

De werkloze fabrieksarbeider Vlada (de Kroatische acteur Leon Lučev) neemt een job als vrachtwagenchauffeur. Hij moet de vergrendelde truck binnen een dag van Kosovo naar Belgrado rijden. Wegblokkades, kapotte bruggen, grauwe landschappen, gedeprimeerde mensen. Vlada neemt een lifter mee. De jonge muzikant zegt de weg te weten, maar wil in feite zo snel mogelijk het land verlaten om elders een toekomst op te bouwen.

Mysterie
Er gebeurt niet veel in The Load. Af en toe klinkt er een ferme tik achter uit de laadruimte, maar Vlada mag en wil ook niet checken wat dat geluid is. Eenmaal aangekomen op de plaats van bestemming, een afgelegen militair complexje, hebben we meer dan een vermoeden wat zijn vracht was. Vlada is een stoere gast. We lezen weinig af van zijn stoïcijnse blik. De volgende keer zal hij een camera meenemen.

Het trage Servische drama speelt met de verwachtingen van de kijker omdat die het mysterie wil ontrafelen. Belangrijker nog is de atmosfeer van The Load. De treurigheid en troosteloosheid druipt van bijna elke scène. Je hoeft helemaal niets van het oorlogsgeweld te zien (doden, gewonden, kapot geschoten huizen) om je in die tijd en omgeving te wanen. Dat is een knappe prestatie.

Leon Lučev was beste acteur van het Sarajevo Film Festival, Ognjen Glavonic beste regisseur van het Marrakech International Film Festival en The Load beste film van het Haifa International Film Festival.

 

6 januari 2019


MEER FILMFESTIVAL

Top 5 en miskleun 2018

Deel 1: Cor Oliemeulen
Top 5 en miskleun van 2018

Three Billboards Outside Ebbing, Missouri

Zeven recensenten van InDeBioscoop bespreken hun vijf favoriete films die dit jaar in Nederland in première gingen. Traditioneel kiest iedereen ook de Miskleun van het Jaar én een film die een bioscooprelease had verdiend. Tot en met Oudjaarsdag lees je hier elke dag een persoonlijke terugblik op het filmjaar 2018.

Cor Oliemeulen door Cor Oliemeulen

Er verschenen dit jaar zoveel bijzondere films in de Nederlandse bioscoop dat niet iedereen het aandurfde om een top 5 in elkaar te draaien. De volgende kandidaten vielen net buiten mijn jaarlijstje: Shoplifters (alle films van Japanner Hirokazu Koreeda zijn zó oprecht), November (donker, grappig, maar vooral vreemd Ests sprookje), Todos lo saben (de Iraanse filmmaker Asghar Farhadi weet als geen ander mysterie met psychologie te mengen), The Florida Project (het zou je moeder maar wezen!) en Leave no trace (het zou je vader maar wezen!).

 

5. – BURNING

Franse filmcritici maakten gretig de vergelijking met Jules et Jim (1962) van François Truffaut waarin het personage van Jeanne Moreau balanceert tussen twee mannelijke aanbidders. Ikzelf moest denken aan L’Avventura (1960) van Michelangelo Antonioni waarin de vrouwelijke protagonist plotseling verdwijnt en niet meer terugkeert. In een van de meest poëtische scènes van Burning zien we het meisje sensueel dansen in de avondschemer onder de klanken van Miles Davis. Het wordt niet duidelijk of zij zal kiezen voor de rijke, goedopgeleide charmeur of de simpele plattelandsjongen wiens wanhopige zoektocht we zullen volgen. De Zuid-Koreaanse regisseur Chang-dong Lee is een begenadigde cineast die je van begin tot eind in een vertelling sleurt om je ontredderd achter te laten. Hopelijk hoeven we weer niet acht jaar te wachten op een nieuw meesterwerk (zijn vorige film Poetry dateert uit 2010).

 

4. – PHANTOM THREAD

Dat was het dan voor drievoudig Oscarwinnaar Daniel Day-Lewis, de beste filmacteur van een generatie! Phantom Thread, geregisseerd en geschreven door Paul Thomas Anderson, betekende het zelfgekozen einde van DDL’s imposante carrière. De ‘Engelse Robert De Niro’ leefde zich ook ditmaal akelig natuurgetrouw in als de zelfingenomen, volkomen aan zijn vak toegewijde Reynolds Woodcock (ditmaal ging Day-Lewis bijna een jaar lang in de leer bij een kostuumontwerper van een New Yorks balletgezelschap totdat hij zelf een beroemde jurk van een Spaanse modeontwerper perfect in elkaar kon zetten) in de Londense jetset van de jaren vijftig. Woodcock laat zich uiteindelijk strikken door muze Alma (Vicky Krieps), die hun romantische onderonsjes slechts op een zeer drastische manier kan afdwingen.

 

3. – DOGMAN

Ook toegewijd aan zijn vak is Marcello, een gescheiden hondenverzorger, in een godverlaten voorstadje van Rome. Hij verkoopt kleine porties cocaïne onder de toonbank om af en toe een duikreisje met zijn puberdochter te kunnen bekostigen. Zijn dubieuze vriendschap met een flink uit de kluiten gewassen aso brengt hem langzaam in de nesten, vooral omdat de sullige goedzak Marcello bang is om deze agressieve crimineel diensten te weigeren. Dogman is een onverwacht meesterwerk dat diepgeworteld is in de traditie van het Italiaanse neorealisme. Regisseur Matteo Garonne (Gomorra, 2008) produceerde de krachtigste finale van alle films in 2018 die ik zag.

 

2. – THE DEATH OF STALIN

De politieke satire, laverend tussen subtiel en snoeihard, de karrenvracht aan ellendige intriges en het gehannes met het lijk van de gelijknamige Russische dictator maken The Death of Stalin de beste komedie en een van de meest originele films van het jaar. Tussen het acteergeweld is er een opvallende rol voor Steve Buscemi die ons ruim twintig jaar lang liet wachten op een glansrijke performance. Na zijn rol van falende ontvoerder in Fargo (1996) speelt de Amerikaanse acteur te midden van een voornamelijk Engelse sterrencast de ogenschijnlijk charismatische, maar uiterst geslepen Nikita Chroesjtsjov die Joseph Stalin zou opvolgen als leider van de Sovjet-Unie. The Death of Stalin is het ene moment hilarisch grappig en het andere moment pijnlijk schrijnend, en weet zich ondertussen vrij goed aan de historische feiten te houden.

 

1. – THREE BILLBOARDS OUTSIDE EBBING, MISSOURI

Laat nu ook Frances McDormand in datzelfde Fargo van de gebroeders Coen haar laatste geweldige rol spelen voordat ze vriend en vijand zou verbazen als de verpersoonlijking van de rouwende, maar uiterst strijdbare moeder Mildred Hayes, die de terminaal zieke politiecommissaris (Woody Harrelson) van een ingeslapen stadje verantwoordelijk houdt voor het feit dat de moordenaar van haar dochter niet is opgepakt. Een ijzersterke cast speelt het onvoorspelbare misdaadverhaal van regisseur/scenarist Martin McDonagh (In Bruges, 2008) die opnieuw hilarische en zwart-komische fragmenten allerminst schuwt. Ik wist het al op 5 januari: dit is één van de filmische hoogtepunten van het jaar waarbij het niet bij een enkele kijkbeurt zou blijven.

 

Mandy

Miskleun van 2018:

MANDY

Tijdens een gemiddelde horrorfilm moet ik vaker lachen dan griezelen en stoor ik me regelmatig aan clichés en goedkoop effectbejag. Ik huiver wel als Nicolas Cage voor de zoveelste keer diens zelf verzonnen acteerstijl nouveau shamanic de vrije loop laat. Liefhebbers van Mandy (‘mijn kettingzaag is groter dan de jouwe’) plakken graag andere etiketten op dit gewelddadige wraakgenre, bijvoorbeeld mysterie, fantasie of hallucinerend avontuur. Het zal wel toeval zijn dat Jóhann Jóhannsson met Mandy zijn laatste soundtrack afleverde voordat hij zijn laatste adem uitblies. Zonder de effectieve muziek van deze gerenommeerde IJslandse componist en de rode filters voor de lens was deze horrorkitsch vast alleen maar op dvd verschenen.

 

Gemist in de bioscoop:

ROMA

Misschien wel de mooiste film van 2018 verscheen pas in december …op Netflix. EYE Amsterdam draait Roma weliswaar, maar dat biedt dit prachtige drama van Alfonso Cuarón nog geen officiële Nederlandse bioscooprelease. We volgen gedurende een jaar enkele episodes van een uiteenvallend gezin uit de hogere middenklasse in Mexico-Stad jaren 70, gezien door de ogen van de inwonende dienstmeid Cleo, die zelf ook de nodige tragiek krijgt te verwerken. Was de cinematografie in Children of Men en Gravity al soms duizelingwekkend, de Mexicaanse regisseur heeft Roma geschoten op 65mm met een ongeëvenaarde cameravoering vol dolly shots en uiterst langzame pan-effecten, waardoor je extra veel van de omgeving krijgt te zien (zonder dat je zeeziek wordt zoals bij veel hedendaags camerawerk). Een prachtig voorbeeld is de tumultueuze studentenopstand, die op ‘veilige’ afstand wordt gefilmd door het raam van een hoger gelegen winkelpand maar met een subtiele beweging binnen uitmondt in een koelbloedige afrekening door een eerder opgevoerd personage. Als één film dit jaar een groot filmdoek verdiende, is het Roma, niet voor niets winnaar van de Gouden Leeuw in Venetië.
 
25 december 2018 

 

Deel 2: Sjoerd van Wijk
Deel 3: Yordan Coban
Deel 4: Alfred Bos
Deel 5: Ralph Evers
Deel 6: Bob van der Sterre
Deel 7 (slot): Tim Bouwhuis

Tampopo

****

recensie Tampopo

Hoe opwindend is een rauwe eierdooier?

door Cor Oliemeulen

De eetfilm der eetfilms is eindelijk gerestaureerd. Ruim dertig jaar na dato kun je alle ingrediënten van de befaamde Japanse noedelsoep haarscherp zien. Nee, dit is geen documentaire, maar een komedie uit 1985 die haar tijd ver vooruit was en de kijker nog steeds verrast én verleidt.

Eten in films is zo oud als de film zelf. De Franse broers Lumière lieten al in 1895 een kort filmpje over het voeden van een baby zien. Hun landgenoot Georges Méliès trok in 1904 met Sorcellerie Culinaire de trukendoos open wanneer een bedelaar wraak neemt op een kok en duiveltjes inzet om diens soep te laten mislukken.

Tampopo

Van taartgooien tot je eigen schoen opeten
In de beginjaren van de film was de rol van eten vooral luchtig, denk aan taartgooien in slapstickfilmpjes. Met de toenemende industrialisatie kreeg voedsel een serieuzere betekenis en verschenen sociale misstanden op het witte doek. Van schrijnend drama over armoede en honger in A Corner in Wheat (1909) van D.W. Griffith tot en met de mistroostige humor in The Gold Rush (1925) waarin Charlie Chaplin als onfortuinlijke goudzoeker van pure ellende zijn schoenen opeet.

Als mensen eten in films is dat nooit toevallig. Vaak dient eten als katalysator van verzoening (Eat Drink Man Woman, 1994) of problemen (Festen, 1998). Sommige mensen bunkeren zoveel dat ze exploderen (The Meaning of Life, 1983), anderen vervelen zich te pletter en besluiten om zich dood te eten (La grande bouffe, 1973). Hoe dan ook heeft de rol van eten en voeding in elke tijd en elke cultuur een andere betekenis.

Rake observaties
Van alle eetfilms is Tampopo na al die jaren nog steeds de meest bijzondere en grappige. Met het thema voedsel als verleiding, het jongleren met stijlvormen en het laveren tussen komedie en melodrama was de Japanse regisseur Jûzô Itami met zijn tweede film zijn tijd lichtjaren vooruit. Begonnen als acteur werd hij pas op zijn vijftigste actief als scenarioschrijver en regisseur. Itami heeft zich duidelijk laten inspireren door zijn Franse collega Jacques Tati, een meester in eenvoudige, rake observaties van het dagelijkse, vaak absurdistische, menselijke gedrag. De satire van Itami is beduidend scherper en gewaagder, zeker als het gaat om de relatie tussen eten, seks en de dood – soms zelfs in dezelfde scène.

Tampopo

Tampopo (paardenbloem) is de naam van de alleenstaande eigenaresse van een beduimelde eetgelegenheid (gespeeld door Itami’s vrouw Nobuko Miyamoto). Met de hulp van een vrachtwagenchauffeur streeft zij naar een goedlopend restaurant waar de allerbeste noedelsoep zal worden geserveerd. Maar voor het zover is, zien we in een reeks uiterst smaakvol gefilmde scènes hoe je het ingenieuze gerecht maakt, presenteert en eet. De compositie en hartstochtelijke benadering van de ingrediënten is tot ware kunst verheven.

Jûzô Itami noemde Tampopo een noedel-western (die hadden we nog niet!) en leent qua sfeer, low budget en close-ups veel van de spaghettiwestern. In losstaande fragmenten zien we een etiquetteklasje met meisjes die leren hoe je spaghetti moet nuttigen, dat je soms beter geen chips in de bioscoop moet eten en ontdekken we de verleidingen van voedsel. Hilarisch zijn de scènes van de dandy-gangster die slagroom van de linkerborst van zijn vriendin opzuigt en hun techniek om tijdens het voorspel razendknap een rauwe eierdooier heel te houden. Opwindende, geestige en wellicht inspirerende situaties, die een jaar later zouden leiden tot de schaamteloze anticlimax van Kim Basinger en Mickey Rourke in Nine 1/2 Weeks van Adrian Lyne.
 

12 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Op hol geslagen mannenfantasie

The Seven Year Itch maakte van Marilyn de beroemdste filmster

Op hol geslagen mannenfantasie

door Cor Oliemeulen

De beroemdste pose uit de filmgeschiedenis is de opwaaiende witte jurk van Marilyn Monroe die bovenop een metrorooster staat. In de film zelf is dit iconische beeld een stuk minder pikant dan bijna iedereen denkt.

In de roman ‘Opwaaiende zomerjurken’ (1979) van Oek de Jong denkt hoofdpersoon Edo terug hoe hij bij zijn moeder achterop de fiets zit en hoe haar jurk omhoog wappert. In een uitgelaten stemming laten Edo’s moeder en de buurvrouw de wind heerlijk spelen met hun jurken. Sinds die dag zijn opwaaiende zomerjurken voor Edo het toppunt van vrijheid en geluk.

De broeierige septembernacht van 1954
De opwaaiende zomerjurk van Marilyn Monroe in The Seven Year Itch (1955) staat voor veel meer dan vrijheid en geluk. De meest beeldbepalende pose uit de filmgeschiedenis maakte van de in 1926 in Los Angeles geboren Norma Jean Baker in één klap de meest besproken actrice uit de filmgeschiedenis. Als je de bewuste scène bekijkt, vraag je je af waarom ze ook in figuurlijke zin zoveel stof deed opwaaien.

The Seven Year Itch Poster

Staande op een ventilatierooster van de metro waait de witte jurk van Marilyn’s personage, The Girl, in de film op tot halfweg haar bovenbenen. Je zou zeggen niet al te schokkend voor het preutse Amerika van de jaren vijftig. Het waren echter vooral de opnames in de broeierige nacht van 15 september 1954 op de hoek van 52nd Street en Lexington Avenue in New York die een eigen leven gingen leiden en het einde van haar huwelijk met honkballegende Joe DiMaggio inluidden.

Marilyn Monroe was zojuist doorgebroken als archetypisch dom blondje in Gentlemen Prefer Blondes (1953) en sierde in hetzelfde jaar vrolijk lachend in een weinig verhullend zwart jurkje de cover van het allereerste nummer van Playboy. Oprichter Hugh Hefner gebruikte stijlvolle naaktfoto’s van de blondine die vier jaar eerder waren gemaakt voor een kalender, maar die destijds te sexy waren bevonden (desondanks weigerde een postbedrijf de kalender te versturen). De 50.000 exemplaren van Playboy waren in no-time verkocht.

Slipje, twee slipjes of helemaal geen slipje?
Aangezien The Seven Year Itch voor een groot deel op locatie in New York werd geschoten en Marilyn Monroe hot was, hadden naar schatting vijfduizend, voornamelijk mannelijke, fans en fotografen zich op dit nachtelijk uur toegang tot de filmset weten te verschaffen. Nadat The Girl en haar buurman Richard Sherman (Tom Ewell) na een voorstelling van Creature from the Black Lagoon de bioscoop verlaten, zoekt zij verkoeling op een ventilatierooster van de metro. Regisseur Billy Wilder draaide de scène tientallen keren (volgens hem vergat zij steeds haar tekst) en het opgewonden publiek riep dat het nog meer wilde zien.

Hoewel Marilyn Monroe met volle teugen genoot van alle aandacht vroeg zij zich ter plekke af of Wilder al die opnames misschien later met zijn vrienden in een achterafkamertje zou gaan bekijken, want de camera kwam steeds dichterbij haar kruis. De actrice constateerde dat je door al het licht bijna door haar broekje heen kon kijken. Ze was ook bang dat men haar schaamhaar zou kunnen zien en trok voor de zekerheid een extra slipje aan.

Billy WilderTegenspeler Tom Ewell hing echter in 1984 in een televisie-interview een heel ander verhaal op. Billy Wilder zou het duo niet hebben verteld dat er plotseling lucht uit het rooster zou blazen en Marilyn zou juist helemaal niets onder haar opwaaiende zomerjurk hebben gedragen. Misschien was voor Ewell de wens de vader van de gedachte; kennelijk was de herinnering aan die zwoele tijd met de ouder wordende acteur aan de haal gegaan.

Joe DiMaggio voelde zich publiekelijke vernederd tijdens de eindeloze buitenopnames van de opwaaiende jurk en wist nu zeker dat de vrouw met wie hij acht maanden geleden was getrouwd geen ambities als huisvrouw en moeder had, maar niets anders wilde dan de spotlights. Na een handgemeen later in hun hotel vloog de honkballer terug naar Los Angeles en beklonk de scheiding van de twee Amerikaanse supersterren nog voordat de opnames van The Seven Year Itch waren afgerond. Ze bleven wel contact houden. DiMaggio escorteerde Monroe zelfs nog tijdens de filmpremière en regelde zeven jaar later haar uitvaart.

Het gezicht van God
Het idee van een opwaaiend kledingstuk boven een luchtrooster was niet nieuw. In de korte Amerikaanse stomme film Putting Pants on Philip (1927) van Laurel & Hardy waait de Schotse kilt van Stan Laurel steeds omhoog als hij over een rooster heen loopt – op het eind heeft hij door een niesbui zijn onderbroek verloren en vallen enkele vrouwen flauw bij het aanschouwen van het tafereel. Van die Schotse kilt hebben we nooit iets meer vernomen, maar de witte jurk van Marilyn Monroe werd in 2011 voor 4,6 miljoen dollar verkocht op een veiling.

En wat te denken van deze opname uit 1901 van de filmstudio van Thomas Edison. De cameraman lijkt te wachten totdat hij beet heeft.

Hoe beeldbepalend en geruchtmakend de opnames van Marilyn Monroe boven het ventilatierooster van de ondergrondse ook waren, ze werden opmerkelijk genoeg niet gebruikt in de film. Door de toegestroomde menigte en het rumoer bleek de geluidsband onbruikbaar. Bovendien bleken de door de filmcrew aangebrachte ventilatoren onder het rooster te hard te blazen, zodat de jurk volgens de censuurcommissie veel te ver was opgewaaid. Filmmaker Nicolas Roeg toont in Insignificance (1985) hoe een technicus in de ruimte onder het rooster de ventilator onder de jurk van de actrice richt en prevelt dat hij zojuist ‘het gezicht van God’ heeft mogen aanschouwen.

Ook moest de roosterscène worden ingekort, omdat een deel van de dialoog te suggestief werd geacht. Zo zegt The Girl in de ongecensureerde buitenversie dat de frisse lucht haar enkels verkoelt en dat ze blij is dat ze een jurk draagt in plaats van de hot pants van buurman Richard. De scène werd later in de studio opnieuw opgenomen (er zouden nog veertig takes nodig zijn geweest); de jurk waait daar beduidend minder hoog en er is geen enkel broekje zichtbaar. Maar het ‘kwaad’ was al geschied: posters, foto’s, merchandise en een vijftien meter hoge kartonnen Marilyn Monroe op de gevel van een bioscoop op Times Square tonen de volle lengte van Marilyn’s benen en een deel van haar onderbroekje(s).

Toneelstuk is veel minder braaf
Je zou bijna vergeten dat er om die wereldberoemde scène ook een film is geconstrueerd. The Seven Year Itch is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van George Axelrod. In het bloedhete New York heeft zakenman Richard (Golden Globe voor Tom Ewell, die tijdens de filmpremière al drie jaar dezelfde rol in het stuk op Broadway speelde) zijn vrouw en zoontje naar het veel koelere Maine gestuurd. Hij heeft net een boek gelezen over de theorie dat mannen in het zevende jaar van hun huwelijk vreemdgaan. Vanaf de eerste ontmoeting met zijn nieuwe bovenbuurvrouw, een reclamemodel, slaan zowel zijn hormonen als zijn fantasie op hol.

Billy Wilder – die in eerdere films al controversiële thema’s als verleiding, overspel en alcoholisme had behandeld – moest al zijn creativiteit aanwenden om de sfeer van het toneelstuk naar de film te vertalen. Alles wat ontrouw suggereerde, moest uit het script, vooral veel dialogen. Volgens de Hays Code mocht je over het thema overspel immers geen grapjes maken. Dat is de reden dat seks tussen de personages van Monroe en Ewell alleen voorkomt in de fantasie van laatstgenoemde. In het toneelstuk hebben de twee buren wel degelijk seks.

The Seven Year Itch werd de best bezochte filmkomedie van het jaar en Marilyn Monroe de grootste seksbom van de eeuw. Vanaf haar doorbraakfilm Gentlemen Prefer Blondes (1953) voer al een legertje van acteerdocenten, dressers en kappers in haar kielzog, na het recente succes stelde ze haar ambities verder bij. Ze wilde voortaan serieuzere rollen en zeggenschap over scripts. Maar haar ambigue persoonlijkheid zou haar parten blijven spelen. Enerzijds die genadeloze combinatie van sexy en onschuldig, anderzijds de neiging tot zelfdestructie vanwege haar traumatische kindertijd.

The Seven Year Itch

Niemand is perfect
Bijna alle twintig regisseurs met wie Monroe in zeven jaar tijd had gewerkt, waren radeloos van haar geworden: ze kwam niet of te laat op de set, was verward en vergat heel vaak haar tekst. Zo ook Otto Preminger, regisseur van River of No Return (1954): “Directing Marilyn was like directing Lassie – you needed fourteen takes even to get the bloody bark right.”

Ook Billy Wilder had gezworen nooit meer met Marilyn Monroe te werken, maar besloot toch om met haar Some Like It Hot (1959) te maken. Het werd één van de beste filmkomedies allertijden. Tony Curtis zei na de opnames dat het kussen van Marilyn hetzelfde was als het kussen van Hitler en ook bij Billy Wilder waren soms de stoppen doorgeslagen. “De vraag is of Marilyn wel een persoon is – ze heeft borsten van graniet, ze trotseert de zwaartekracht, en haar hersenen zijn, net als Zwitserse kaas, vol gaten. Ze heeft nog niet het vaagste idee hoe laat het is; ze komt te laat en zegt dat ze de studio niet kon vinden, ondanks het feit dat ze hier al vijftien jaar werkt.”

Wilder vond het heel moeilijk om serieus over Monroe te praten, omdat de actrice zo ongrijpbaar was. “Ze leek op de vlucht te gaan voor alles wat serieus was. Plus dat ze heel moeilijk was om mee te werken. Maar het uiteindelijke resultaat was altijd weergaloos. Ze had nu eenmaal die enorme uitstraling. En geloof het of niet, ze had een perfect gevoel voor timing in de dialogen. Ze wist precies waar de lach zat. Maar ze kostte je heel wat extra draaidagen.”

Billy Wilder en Marilyn Monroe zijn samen verantwoordelijk voor de beroemdste pose uit de filmgeschiedenis. Hoewel ze samen slechts twee films maakten, blijven hun namen voor altijd met elkaar verbonden. De bewondering was wederzijds en ze voelden zich allebei allesbehalve volmaakt. Precies zoals het personage van Joe E. Brown Some Like It Hot zo treffend afsluit met de woorden: “Nobody’s perfect.”
 

17 juli 2018

 

MEER BILLY WILDER
 
 
MEER ESSAYS