Filmmarathon: Jane Fonda

5 onbekende films van bekende Amerikaanse actrice
Filmmarathon: Jane Fonda
Twee redacteuren van InDeBioscoop dompelen zich een weekend lang onder in de goede dingen des levens en vijf relatief onbekende films van de Amerikaanse actrice Jane Fonda.

 

1. Tall Story (1960)

BOB:
Ja, een wespensteek, een stortbui, een defecte routeplanner, niets heeft me weerhouden om de jaarlijkse nazomerse filmmarathon te bezoeken! Jane Fonda! Van Barbarella tot Klute, van aerobics tot een hoog IQ, van activistisch tot favoriete Amerikaanse actrice van velen.

Tall Story? Wat is dat met deze titel? Een romcom over lange mensen? O, het is een film over basketballen. Met Anthony Perkins als basketballer? Dat klinkt als Sylvester Stallone als voetballer… o, wacht….

Jane Fonda speelt student June Ryder, die om een of andere reden twee professoren (docenten ethiek en wiskunde) helemaal zenuwachtig maakt met haar mind games. Ze bespeelt hen omdat ze met Anthony Perkins, de typisch Amerikaanse supersportheld, wil. En ze krijgt wat ze wil: Perkins wordt haar vriendje.

Dan wordt het lastig te volgen. Er is iets met oppassen, zijn taxibaan en een belangrijke wedstrijd die hij gedwongen wordt om te verliezen. Ingewikkeld! Het is een beetje als komische romcom bedoeld maar slaat al snel af richting een melodramatisch verhaal. De verfilming is statisch: het had ook een toneelstuk kunnen zijn.

Tall Story is een typisch voorbeeld van iets dat is blijven hangen in het jaar dat het werd uitgebracht, en die tijd was een overgang tussen twee perioden, het is niet zo heel braaf meer als de jaren vijftig maar toch veel te braaf voor wat erna zou komen. Jane Fonda heeft een leuke, tegendraadse rol, en dat gaat haar goed af, en dat in haar eerste film.

Beste quote uit de film: “Hoe zou jij het vinden als iemand jou onder de microscoop zou zien vrijen?”

 

COR:
Die eeuwige fascinatie en obsessie voor stoere sporthunks en smachtende cheerleaders in Amerikaanse films begint me al weer snel op de zenuwen te werken. Maar toch, als ik net als jij zojuist 70 kilometer met zware bepakking zou hebben gefietst, zou ik wel weten wie het melkzuur uit mijn vermoeide kuiten mocht masseren.

Dat klinkt misschien wat seksistisch, maar vergeleken met Jack Warner, de producent van Tall Story, val ik vast nog mee. Warner droeg regisseur Joshua Logan op om bij Jane Fonda (die een cheerleader speelt) aan te dringen om vullingen in haar beha te doen.

Tja Bob, in onze eerdere filmmarathons leerde ik dat jij altijd wel in bent voor juicy details, dus heb ik ondertussen maar even in Fonda’s autobiografie gebladerd. Zo lees ik dat de regisseur Jane’s wangen te dik vond, waardoor ze volgens hem te snoezig voor drama’s was en daarom nooit een groot actrice zou kunnen worden. Iemand anders zou zelfs hebben gesuggereerd om haar kaken te breken en enkele kiezen te laten trekken!

Leuk trouwens om ook Anthony Perkins in een van zijn eerste hoofdrollen te zien. Hij is de beste basketballer van het team en benadert scoren “op een wetenschappelijke manier”. Yeah, right! Voor Alfred Hitchcock geen bezwaar, want die castte Perkins hetzelfde jaar voor de psychopathische moteleigenaar in Psycho.

 

2. The Chase (1966)

COR:
The Chase is van een geheel andere orde. De lieflijke, naïeve romantiek van Jane Fonda’s debuut maakt plaats voor deze thriller van Arthur Penn, een van de pioniers van New Hollywood. Dan hebben we het over artistieke vrijheid voor de regisseur, een sociaal geëngageerd plot, opnames op locaties en expliciet geweld.

De film barst uit zijn voegen van (te veel) acteersterren, waardoor je je moeilijk kunt identificeren met hun personages.

Het verhaal is simpel: boef Buffer (Robert Redford) is ontsnapt uit de gevangenis en wordt onterecht beschuldigd van de dood van een politieagent. Buffer is op weg naar zijn liefje Anna (Jane Fonda) in een Texaans stadje, waar een industrieel de scepter zwaait en sheriff Calder (Marlon Brando) de opgefokte orde probeert te handhaven.

Het memorabele einde kon niet voorkomen dat de film flopte in Amerika. Arthur Penn brak een jaar later door met Bonnie and Clyde, waarin de rebellie en het anti-autoritaire karakter van de nieuwe Amerikaanse samenleving (in films) veel meer tot de verbeelding spraken.

En Jane Fonda? Die klaagde over haar bescheiden rolletje (wel met mooi accent) in The Chase. Ze had zoveel tijd tijdens de opnames dat ze bijvoorbeeld een groot strandfeest voor Hollywood-collega’s organiseerde en nodigde The Byrds uit die zojuist waren doorgebroken met Dylan’s Mr. Tambourine Man.

The Chase was met negen kwartier wel een lange zit. Tijd voor een wandeling.

 

BOB:
Ha, dat strandfeest had ik wel bij willen zijn om de sfeer van 1966 te proeven. Jij hebt toch connecties met Axel F. Jomich en zijn filmhuis van het verleden? Neemt hij ook bezoekers mee?

Ja jemig – negen kwartier die ik niet meer terugkrijg. Wat een langdradige film, met maar spaarzame hoogtepunten, terwijl ik best uitkeek naar een Arthur Penn-film. Het heet The Chase maar die duurt maar tien minuten.

Wat ik zo gek vind aan de film is dat na de ontsnapping van Buffer letterlijk iedereen het constant over hem heeft. 800 keer hoor je zijn naam vallen, terwijl nooit duidelijk wordt waarom ze nou allemaal precies die stress hebben. Het is ook nog een aardige dude.

En helemaal mee eens dat er weinig chemie is tussen karakters, acteurs en verhaal, zoals jij al zei. Brando als sheriff is bijna een mini-film in de film. Redford en Fonda zijn een leuk duo tezamen maar veel te kort in beeld. Edward Fox is verwarrend. Anderen zijn ronduit klootzakken. Voor wie de film het beste uitpakt, is Robert Duvall in zijn rol als slapjanus-bankassistent.

Btw: kaken laten breken om acteur te kunnen worden? Wtf?

 

3. Tout va bien (1972)

BOB:
Die pauze had ik hard nodig om de negen kwartier die ik nooit meer terugkrijg weg te spoelen. Uden is wel groener dan ik dacht maar een paar koffiebarretjes erbij zou wel leuk zijn.

Je hebt nu wat voor me? Godard? Godard én Fonda? Ik ben verbaasd.

We zien hoe echtpaar Yves Montand en Jane Fonda (ze spreekt vloeiend Frans) een vleesfabriek bezoeken die bezet wordt door boos personeel. Zij werkt bij CBS en mag een item maken met de min of meer gegijzelde directeur. Maar het personeel gijzelt hen ook. Veel kabaal en drukte.

Aan de ene kant heeft de film begrip voor de arbeiders. De twee krijgen een spoedcursus arbeiderscultuur en gaan zelfs hun werk doen. En aan de andere kant bespot de film ook wel de Parijse studentenrevolutie van ‘68 – vooral met de lange monoloog van de directeur. Mooie quote: “Er zijn boeren die boeren. Arbeiders die werken. En bourgeois die bourgeoisiën.”

Genoeg Godardiaanse momenten. We zien acteurs direct in de camera praten, horen dialogen buiten beeld en luisteren naar een monoloog over klassenstrijd. Het dwars doorgesneden decor van de fabriek is ingenieus en de film alleen al waard. Een soort groot poppenhuis.

Fonda en Montand ogen soms wat zoekende met hun spel. De onderschatte Vittorio Caprioli (ook erg vermakelijk in Le Magnifique) als opgesloten directeur steelt de show.

En ja, er is dus een link van Jane Fonda met de Franse cinema. Deze film met Godard was niet eens haar eerste Franse film. In 1964 speelde ze al in La Ronde, met Alain Delon, van Roger Vadim, met wie ze zou trouwen en een kind krijgen.

Wat is er toch veel moois te kiezen met Jane Fonda om en nabij de jaren zeventig. Toppers als Klute, They Shoot Horses, Don’t They?, Barefoot in the Park en China Syndrome. Ik ga dan toch voor Klute. Wat is jouw favoriet?

 

COR:
Tijdens onze vorige filmmarathon vroeg jij of ik voor het eerst in mijn leven een IPA-biertje wilde proberen. Hoewel ik die niet te zuipen vond, laat ik mij ditmaal verleiden tot mijn allereerste glas alcoholvrije wijn ooit. En ik moet bekennen: je gaat er al net zo veel door lullen als met echte wijn.

Tout va bien van Godard is natuurlijk een mooi voorbeeld van hoe hij destijds worstelde met het kapitalistische systeem en zijn hang naar het communisme. Opvallend is de casting van Jane Fonda, een Amerikaanse journalist die de werkvloer wil leren kennen en samen met Yves Montand worsten draait in een vleesfabriek. Met haar nieuwe, rebelse kapsel (een nonchalante, in laagjes geknipte pony) lijkt ze zo weggelopen van de set van Klute (1971).

Godard was in zijn nopjes dat hij Fonda had kunnen strikken. Hij kreeg de financiering rond omdat ze inmiddels een gevierde actrice was. Bovendien was ze activist.

Fonda had helemaal geen zin in Tout va bien, kreeg felle ruzie met Godard, maar besloot het beste ervan te maken. Ze zat met haar gedachten bij de Vietnamoorlog, waartegen ze fel protesteerde. Jane Fonda had met Donald Sutherland (haar tegenspeler in Klute) zojuist een reis gemaakt langs Amerikaanse legerbases om soldaten te steunen die zich tegen de oorlog keerden.

Na de opnames van Tout va bien vloog ze naar Hanoi, de hoofdstad van Noord-Vietnam. Fonda wilde met eigen ogen zien wat de Amerikaanse bombardementen daar aanrichtten en riep op de radio piloten op om te stoppen met bombarderen. Nadat ze werd gefotografeerd op een Noord-Vietnamese luchtafweerinstallatie, kreeg “Hanoi Jane” bij thuiskomst bakken kritiek en haat over zich heen. Later zou de actrice meermaals spijt betuigen over die foto.

Na Klute won Fonda haar tweede Oscar voor haar rol in Coming Home (1978) als vrouw van een marineofficier die verliefd wordt op een Vietnamveteraan in een rolstoel. Misschien wel haar beste rol, om jouw vraag te beantwoorden.

 

4. The Electric Horseman (1979)

COR:
Voordat ze zich in de eighties ging storten op aerobics-films (die bewaren we voor een andere marathon), sloot Fonda haar boeiende jaren 70-carrière af met The Electric Horseman. Na The Chase (1966) en Barefoot in the Park (1967) opnieuw een romance met Robert Redford.

Het personage van Redford was vijf keer allround wereldkampioen rodeo totdat hij aan de drank raakte en zijn dagen slijt als een in lichtjes gestoken paardrijder op de Las Vegas Strip. Aangemoedigd door een reporter (Fonda) wil hij een daad stellen en zijn arme paard onttrekken aan de publiciteit en verdere mishandeling.

Fonda en Redford vormen een goed koppel, hun onderlinge bewondering en aantrekkingskracht spatten er soms van af. Maar ja, de jaren 80 liggen op de loer, dus zien we al regelmatig afzichtelijke kleren, brillen en kapsels, en worden we bedolven onder het gemauw van Willy Nelson. Zeg Bob, vond jij ook dat Fonda met die foute broek, laarzen en lippenstift eruit ziet als Dustin Hoffman in Tootsie?

Het verhaal is voorspelbaar, maar gelukkig is onze voormalige rodeokampioen direct van zijn alcoholverslaving genezen nadat onze bemoeizuchtige reporter hem diep in zijn ogen heeft gekeken.

 

BOB:
Ik moet zeggen: deze film is inderdaad weinig vernieuwend maar het was het kijken waard. Redford is best goed, vond ik, vooral aan het begin als dronken en verlopen rodeoheld (en inderdaad verdomd snel sober is, misschien ging hij ook over op alcoholvrije wijn?).

Een man-hunt ontstaat en Fonda, de stadse mediavrouw, helpt hem in ruil voor een verhaal. Al kost het wat overtuiging. “Ik ben niemands verhaal, maar mijn eigen persoon.”

Natuurlijk leuk contrast. Grappen over Fonda’s stadse outfit (kan me niet herinneren of ze op Dustins Hoffmans Tootsie lijkt?). Haar onhandige laarzen en te zware koffers. Het is een soort roadmovie met een paard en een winnebago.

Aan cinema heeft deze film van Sydney Pollack (overigens de regisseur van Tootsie!) niet veel te bieden, het is vergelijkbaar met andere makkelijk wegkijkende Pollacks, zoals Bobby Deerfield en Three Days of the Condor, opnieuw met Redford, wiens recente overlijden we met deze marathon zo ook een beetje eren.

En voor de verandering véél Jane Fonda, en altijd weer intens, het lijkt alsof de automatische piloot niet bestaat in haar acteerwereld.

 

5. Et si on vivait tous ensemble? (2011)

BOB:
De laatste film begint hoopvol met de uiteenzetting van een aantal personages in een vriendenkring van vijf ouderen. Ze gaan samen in een commune wonen. En ze huren een etnograaf in (Daniel Brühl). Die ook moet dealen met de sekslevens van ouderen.

Gemakkelijk is het niet. Ruzie om een tuin (“Ik wil er een zwembad van maken”), een man die escortdames inhuurt, een affaire die uitkomt.

Het is een met veel waterig melodrama aangelengde komedie (arthouse). De humor zit hem in de soms zich anarchistisch gedragende ouderen. Het melodrama zit hem in het ouder worden, met een onvermijdelijk einde.

Niks tegen films over ouderen. Deze is redelijk eerlijk en er zijn er weinig van denk ik. Toch hoeven ze niet zo weinig verrassend te zijn, met als doel om maar een zo breed mogelijk arthousepubliek aan te boren. De film doet helaas verder niets, filosofisch of in stijl.

Fonda doet niet onder voor de vloeiende Fransozen maar ze kan ook niet echt uitblinken met dit scenario. De scènes met Daniel Brühl zijn wel vermakelijk (“Ik? Je grootmoeders leeftijd?”). Pierre Richard heeft echte komedietalenten, maar hier is hij vooral serieus.

Er is een stripboekserie waar ik ook aan moest denken: Les Vieux Fourneaux. De strip is vergelijkbaar maar iets geestiger dan deze film van Stéphane Robelin. Onvermijdelijk ook verfilmd in 2018 met… opnieuw Pierre Richard! Helaas is die verfilming ook niet echt geweldig.

De filmmarathon eindigt hiermee wel een beetje met een sof, maar goed, een marathon is ook 42.195 meter cinema, en na de dertig begint het altijd pijn te doen…

 

COR:
Ik moest bij deze film denken aan The Best Exotic Marigold Hotel – opvallend genoeg verschenen in hetzelfde jaar als Et si on vivait tous ensemble? – met daarin seniore grootheden van de Britse cinema. Ook al zo’n kluchtig verhaal met dramatische elementen over ouder worden.

Ondanks het aandoenlijke slot moeten we misschien onze volgende filmmarathon eindigen met een meer spectaculaire film – hoewel het altijd fijn is om te zien hoe een actrice of acteur zich ontwikkelt van jeugdig debuut tot de herfst van de carrière.

Om maar met Jane Fonda te spreken: “Dit is wat ik zeg over ouder worden: het lijkt echt beangstigend wanneer je er van buitenaf naar kijkt. Maar als je er eenmaal in zit, is het helemaal niet eng. Je voelt je zelfs beter.”

 
18 oktober 2025

 

 
Meer filmmarathons

LIFF 2025 – Deel 2: Angst voor een naderend einde

LIFF 2025 – Deel 2:
Angst voor een naderend einde

door Cor Oliemeulen

Twee films op het LIFF 2025 onderzoeken hoe mensen omgaan met de dreigende ondergang van de wereld. Peak Everything combineert de angst voor de gevolgen van de ecologische crisis met melancholische romantiek, terwijl de psychologische horror-roadmovie It Ends de existentiële twijfel pas echt voelbaar maakt.

 

Peak Everything

Peak Everything – Liefde in de tijd van ecologische crisis
Bij het kijken van Peak Everything dringt al snel de vergelijking op met Her (2013). Beide romantische drama’s draaien om eenzame mannen die via technologie onverwachte liefde vinden. Waar Spike Jonze’s Her de blik richt op de relatie tussen mens en kunstmatige intelligentie in een hypertechnologische toekomst, richt Peak Everything van de Canadese filmmaakster Anne Émond zich op menselijke nabijheid in een wereld die zucht onder ecologische en existentiële druk.

Adam (Patrick Hivon) is de zachtaardige en kwetsbare eigenaar van een hondenkennel, maar zijn omgang met mensen verloopt moeizaam door zijn depressie. Adam heeft angst voor de klimaatcrisis en het einde van de wereld, zoals wij die nu kennen. Hij probeert fit te blijven, doet aan meditatie en heeft een pyramidelamp voor lichttherapie. Als het ding sneuvelt, neemt hij contact op met de telefooncentrale van het bewuste bedrijf en krijgt hij Tina (Piper Perabo) aan de lijn. Haar stem, haar betrokkenheid en haar begrip hebben dezelfde invloed op Adam als de (computer)stem van Samantha op Theodore in Her. Eindelijk een vrouw die hem begrijpt en hem lijkt te mogen voor wie hij is. Als Adam op een dag geen contact meer met Tina kan krijgen, stapt hij in de auto en gaat op zoek naar haar. Dan blijkt dat het ‘echte leven’ er anders uitziet dan intieme gesprekjes via de telefoon.

Peak Everything (Franse titel: Amour Apocalypse) is een ambitieuze film. Het koppelen van serieuze thema’s als de klimaatcrisis, mentale gezondheid en eenzaamheid aan een lichtvoetige romkom zie je zelden. Wat meteen te binnen schiet, is Silver Lining Playbooks (2012), maar ook daar is het afwisselen van zwaarmoedige momenten met humor en romantiek soms een uitdaging. Toch slaagt ook Peak Everything erin deze balans te behouden, wat duidelijk wordt als Adam weer contact krijgt met Tina en hun gesprekken hem hoop en menselijke nabijheid bieden.

Echter Tina blijkt getrouwd en heeft twee dochtertjes, van wie er een in haar arm snijdt omdat ook zij bang is voor het eind van de wereld, zo vertrouwt het meisje Adam toe. Tina probeert een knoop door te hakken en zegt tegen Adam: “Je bent te verdrietig voor ons.” Adam vertrekt met pijn in zijn hart en wacht op wat komen gaat. We kunnen alleen maar hopen dat hij niet in paniek raakt op het moment dat een naderende storm zijn kennel treft, en dat hij leert omgaan met de storm in zijn hoofd.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht). 

 

It Ends

It Ends – Existentiële horror op de eindeloze weg
Waar Peak Everything laat zien dat zowel de planeet als de menselijke emotie hun grenzen bereiken, confronteert It Ends zijn personages met een eindeloze weg vol existentiële onzekerheid.

Vier zojuist afgestudeerde jongeren in een auto willen een hapje gaan eten, maar raken zo met elkaar aan de praat dat ze de afslag hebben gemist. Maar was er wel een afslag? Ze rijden door, want misschien volgt er nog een afslag. Maar nee, de weg waarop ze rijden, is eindeloos. Ze zetten de auto aan de kant en kijken rond. Plots wat tumult en geschreeuw. Een groepje opgefokte mensen rent richting de jongeren, die angstig in hun auto springen en wegrijden. Waren het zombies? Ze leken vastberaden, maar ook angstig, en een van de jongens heeft flinke krassen op zijn arm.

De vier zijn in een nachtmerrie beland. Ze blijven rijden – nacht wordt dag, dag weer nacht – maar het einde van de weg komt niet in zicht. De geluidsband jaagt zo nu en dan de kijker de stuipen op het lijf, zeker nadat de jongeren weer eens uitstappen en steeds na zo’n anderhalve minuut door aanstormende mensen uit de bossen worden belaagd. En zo gaat de autorit maar door: duizenden en duizenden kilometers. De benzinetank raakt niet leeg, en de inzittenden hebben nooit honger en dorst.

De jongeren vragen zich af wat er aan de hand is. Zitten ze in een wormgat? Is dit de hel, een straf van God, omdat een van hen iets slechts heeft gedaan? En zo krijgt de horror langzaam een existentieel karakter. De dreiging komt niet van een monster of van een moordenaar, maar door angst, onzekerheid en keuzes. In It Ends zijn het de worstelingen van de huidige Generatie Z, waarmee ook de doelgroep van de film wordt aangesproken.

Generatie Z is de jongste volwassen generatie, opgegroeid met internet, smartphones en sociale media, maar ook bewust van hedendaagse uitdagingen, zoals klimaatverandering en mentale gezondheid. De Amerikaanse regisseur Alexander Ullom is maar iets ouder dan zijn acteurs en legt met een al even jonge generatie filmmakers de thema’s van de hedendaagse jonge volwassenen realistisch bloot. De eindeloze weg wordt een indringende metafoor voor de onzekerheid over het bestaan. De vraag is uiteindelijk wie zich neerlegt bij het onvermijdelijke, en wie blijft vechten tot het einde.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

14 oktober 2025

 


MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2025 – Deel 1: Vaders en zonen

LIFF 2025 – Deel 1:
Vaders en zonen

door Cor Oliemeulen

De banden tussen vaders en zonen zijn soms gespannen, maar vaak betekenisvol. In dit eerste deel van ons verslag van het Leiden International Film Festival (LIFF) 2025 zien we hoe die relatie zich op drie manieren ontvouwt. Van een tiener die voor zijn zieke Mexicaanse vader moet zorgen, via twee Nigeriaanse jongens die hun vader nauwelijks kennen, tot een eenzame tennisleraar die op een Spaans eiland onverwacht een jongen onder zijn hoede krijgt. 

 

Olmo

Olmo – Dude, Where’s My Stereo?
Kleine scènes, grote emoties. Zo laten de films van Fernando Eimbcke zich kort samenvatten. In twee decennia maakte de Mexicaanse regisseur slechts vier speelfilms, die allemaal gaan over opgroeien en gezinsdynamiek. “We kunnen veertig of vijftig jaar oud zijn, maar we keren steeds terug naar dat moment in de kindertijd, naar die adolescentie waarin we ons vormden, fouten maakten en veel twijfels hadden, maar ook ontdekkingen en successen”, vertelde hij na het verschijnen van zijn vorige film, Club Sandwich (2013). Hierin verliest een moeder het contact met haar 14-jarige zoon die alleen aandacht heeft voor zijn vakantieliefde.

In Olmo volgen we de gelijknamige puberjongen (Aivan Uttapa) van een Mexicaans-Amerikaans gezin. Op een dag moet hij geheel tegen zijn zin in zijn eentje zorgen voor zijn bedlegerige vader, die lijdt aan multiple sclerose. Liever gaat Olmo met zijn beste vriend Miguel naar een feest van zijn aantrekkelijke buurmeisje, maar dan moet hij wel het stereoapparaat (van zijn ouders) meebrengen. De worsteling tussen de verlangens van een tiener en de verantwoordelijkheid voor zijn familie is geloofwaardig.

De nostalgie voor de late jaren 70 – zonder mobiele telefoons of moderne technologie – schept een sfeer waarin alledaagse dingen, zoals de stereo, maar ook kleding en auto’s, meer betekenis krijgen. De film kent een traag tempo en een minimalistische stijl, met een statische camera die dicht bij de personages blijft. Zo ligt de focus voortdurend op kleine, menselijke details: een blik, een aanraking, een handeling, een glimlach.

Fernando Eimbcke vindt met Olmo een goede balans tussen ernst en humor. De film blijft licht, want de onderliggende thema’s als ziekte, familieverplichtingen en immigratie zijn al zwaar genoeg.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

My Father’s Shadow

My Father’s Shadow – Cultuur snuiven in onrustig Lagos
Waar een puberjongen als Olmo zijn zieke vader kan missen als kiespijn, hebben de twee zoontjes van acht en elf in My Father’s Shadow verdriet dat ze hun vader bijna nooit zien. Deze Folarin (Sopé Dìrísù) is in tegenstelling tot hun moeder ongeschoold en moet naar de grote stad Lagos voor werk. Maar er is een politieke en economische crisis in Nigeria en Folarin heeft nog een half jaar salaris tegoed. Er zit niks anders op dan met zijn zoontjes naar Lagos te gaan om het geld te innen.

My Father’s Shadow, het speelfilmdebuut van Akinola Davis, is de eerste Nigeriaanse (deels Engelse) productie die werd geselecteerd voor de officiële competitie van het Filmfestival van Cannes. Op weg naar Lagos zijn er momenten van visuele poëzie – shots van de natuur, insecten, wind – gecombineerd met korte scènes waarin realiteit en herinnering in elkaar overvloeien. Langzaam ontstaat er voor de twee zoontjes ruimte voor gesprekjes met hun vader, een fatsoenlijke, emotionele man, die zich kwetsbaar toont over zijn leven en over de maatschappij, maar tegelijk een schijn ophoudt. Daarnaast geeft de film een sfeerbeeld van het leven in de grote Afrikaanse metropool door de ogen van de jongens. Close-ups van gezichten, grote drukte, brandstofschaarste en vooral veel militairen op straat. De spanning rond de Nigeriaanse presidentsverkiezing wordt langzaam voelbaar.

De film, die vooral opvalt vanwege de bijzondere beeldvoering en de suggestieve montage, speelt zich af op één dag (12 juni 1993). Terwijl mannen in een vol café wachten op de verkiezingsuitslag, volgen de zoontjes de politieke discussies over hoop en vrees voor de terugkeer van het militaire gezag. Uiteindelijk neemt de dreiging steeds meer toe. Plots beïnvloedt een beslissing van de overheid het lot van eenvoudige families, ook die van Folarin, die samen met zijn kroost het geweld probeert te ontvluchten.

“Ik zie je in mijn dromen”, klinkt een jongensstem als een leidmotief door de film heen. Het roept de vraag op of vaders en zonen ooit echt aan elkaar kunnen ontsnappen – of dat de personages van My Father’s Shadow, net als hun land, voor altijd met elkaars schaduw verstrengeld blijven.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

Islands

Islands – Eenling wordt vaderfiguur
Islands van de Duitse regisseur Jan-Ole Gerster wordt aangekondigd als een psychologische thriller, maar veel meer is zijn jongste film een drama over een eenling die de zin en de uitdaging van het leven heeft verloren. Hij is een ex-tennisprof die nu lesgeeft aan vakantiegangers in een all-inclusive resort op het Spaanse eiland Fuerteventura.

De openingsscène toont al direct hoe deze Tom (Sam Riley, die nog teert op zijn glansrol in Anton Corbijns Control uit 2007) de neiging heeft om zich te isoleren. Met een kater wordt hij wakker in het zand van een grote, open vlakte. Hij sjokt naar zijn jeep, want hij moet weer tennisles geven. Grote kans dat hij vanavond weer in de kroeg en in het bed van een wildvreemde vrouw belandt. Toch lijkt Tom een heel schappelijke vent, die zijn leven leeft als een oneindige vakantie.

Zijn dagelijkse routine verandert met de komst van Anne (Stacy Martin) en Dave (Jack Farthing) die hun 7-jarig zoontje Anton aanmelden voor privé-tennisles. Tom raakt gecharmeerd van Anne, en voordat hij het weet, trekt hij op met het gezinnetje en raakt hij betrokken bij het persoonlijke drama van het koppel. Nadat Tom en Dave ’s avonds een kroeg induiken, komt laatstgenoemde niet thuis. Later wordt een zwerver die Dave’s schoenen draagt, aangehouden. En terwijl Anne zich vreemd gaat gedragen, ontfermt Tom zich over Anton.

Islands draait vooral om de interactie tussen de volwassen hoofdpersonages. Gesteund door de mooie cinematografie die het gevoel van isolatie versterkt, maakt Jan-Ole Gerster invoelbaar dat ze alle drie op hun eigen eiland leven, vervreemd van hun dromen en van elkaar. Drank, vluchtige relaties of vakantie werken slechts als een kortdurend escapisme. Ondanks dat de verdwijning van Dave een gevoel van spanning en mysterie oplevert, roept de regisseur uiteindelijk meer vragen op dan hij beantwoordt.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

10 oktober 2025

 


MEER FILMFESTIVAL

Caravaggio (1986)

Caravaggio (1986)
Een film als een schilderij

door Cor Oliemeulen

Tilda Swinton dacht dat ze maar één film zou maken. Ze kwam uit de theaterwereld en zocht naar kunstzinnige projecten. Haar samenwerking met Derek Jarman leidde ertoe dat ze in acht van zijn films verscheen. Hun reis begon met Caravaggio (1986), Jarmans eigenzinnige interpretatie van het leven van de Italiaanse barokschilder, bekend om zijn licht-donkercontrasten en rauwe, realistische taferelen. De film toont hem als een briljant kunstenaar met een destructieve kant, terwijl Swintons personage zijn grillige persoonlijkheid blootlegt.

Swintons filmdebuut in Caravaggio valt niet los te zien van de periode waarin Jarman de film maakte. Engeland verkeerde in politieke en sociale beroering: Thatchers beleid zorgde voor polarisatie, stedelijke kunst- en LGBTQ+-gemeenschappen zochten nieuwe, kritische vormen van expressie, en de opkomst van aids bracht angst en kwetsbaarheid, vooral in de kunstscene. Zie hier de voedingsbodem voor Jarmans intense ondertoon.

Caravaggio

Caravaggio (Foto: British Film Institute)

De filmmaker Derek Jarman
Derek Jarman was veelzijdig: regisseur, schilder, kostuumontwerper, schrijver en homorechtenactivist. Hij stond bekend om zijn experimentele en vaak provocerende films met politieke en maatschappelijke thema’s. Zijn doorbraak kwam met Jubilee (1978), een kritisch portret van een Engeland vol sociale ontwrichting, drugsgebruik en een nihilistische punkbeweging, terwijl Jarman al net zo makkelijk de monarchie, de consumptiemaatschappij en religie op de hak nam.

Een decennium later vermengde Jarman in Caravaggio (1986) en The Last of England (1987, ook met Swinton) film, poëzie en schilderkunst tot een eigenzinnige stijl. Naast hun artistieke en provocerende kwaliteiten, hebben veel van zijn films uit die tijd een queer-georiënteerde inslag. Geen expliciet politieke statements, maar stevige kritiek op macht, hypocrisie en sociale conventies. Vaak fragmentarisch, chaotisch en surrealistisch, en dus ook vernieuwend.

Deze vernieuwende stijl krijgt in Caravaggio extra betekenis dankzij de low-budgetproductie: de beperkte middelen dwongen Jarman creatief om te gaan met decors, licht en compositie. Daardoor krijgt dit drama vaak een toneelachtige uitstraling, met geïsoleerde sets en zorgvuldig geënsceneerde scènes die doen denken aan podiumvoorstellingen en schilderijen. Het geheel werkt als een poëtische collage, waarin tekst, dialoog en visuele stijl elkaar versterken.

Foto: Brigitte LacombeDe kunstenaar Caravaggio
Jarman wilde geen film maken over een schilder, maar een film die een schilderij was. “Caravaggio was een straatjongen, een oplichter en een outsider, daarom voelde ik me zo close met hem”, zei hij na het verschijnen van de film.

Caravaggio is gebaseerd op de historische figuur Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610). De film is eerder een poëtische interpretatie dan een biografische reconstructie.

Vanaf zijn sterfbed in 1610 blikt de armoedige renaissancekunstenaar Caravaggio (Nigel Terry) terug op zijn bewogen driehoeksverhouding met twee van zijn modellen: crimineel Ranuccio (Sean Bean) en diens liefje Lena (Tilda Swinton).

In Jarmans beleving is Caravaggio’s kunstenaarswereld een microkosmos van macht, intriges en afhankelijkheid. Sociale status bepaalt wie succes heeft en overleeft. Zijn reputatie als schilder van religieuze taferelen trekt de aandacht van kardinaal Del Monte, die hem bescherming biedt en toegang tot invloedrijke kringen, maar ook loyaliteit en wederdiensten verwacht, waarbij seksuele spanning tussen hen wordt gesuggereerd. Zo zijn kunst, macht (van kerkelijke autoriteiten) en verlangens in Caravaggio’s wereld onlosmakelijk met elkaar verbonden. Tegelijkertijd is er hypocrisie: hij schildert heiligen en Bijbelse scènes, terwijl zijn eigen leven vol conflicten, geweld en (homo)seksuele vrijheid zit.

De “bewuste fouten” in tijd en stijl
De film is bezaaid met mooie, literaire teksten: niet louter informatief, maar symbolisch en reflecterend op Caravaggio’s innerlijke belevingswereld. Hierop stapelt Jarman bewust een aantal anachronismen: elementen die niet in Caravaggio’s tijd thuishoren, maar zijn bedoeld om de kijker uit zijn historische comfortzone te halen en parallellen met de moderne wereld te trekken.

Zo verwijst de spontane verschijning van een typemachine naar bureaucratie, terwijl het plotselinge treingeluid een gevoel van dreiging en ontsnapping oproept. Het taalgebruik uit de Londense underground van de jaren 80 plaatst Caravaggio’s conflicten en verlangens in een universele, tijdloze context, waardoor de emoties en strijd van de personages voor een hedendaags publiek voelbaar blijven.

Tilda Swinton debuteert in Caravaggio

Tilda Swinton debuteert in Caravaggio

De tijdloze look van Tilda Swinton
In een interview met The Guardian legde Tilda Swinton uit waarom Derek Jarman haar castte. “We mochten elkaar heel erg en ik leek op meisjes in schilderijen.” Veel critici zijn het er over eens dat het gezicht van de actrice iets abstracts heeft dat je kunt ‘lezen’ als klassiek én modern. Met haar androgyne uitstraling kan ze zowel mannelijk als vrouwelijk, alsook engelachtig of demonisch, spelen. In Caravaggio zien we voor het eerst haar bleke huid (met blosjes op de wangen), de scherpe gelaatstrekken en haar klassieke schoonheid – alsof ze uit een zeventiende-eeuws schilderij is gestapt.

Swinton heeft een tijdloze uitstraling die een eeuwenoud archetype weerspiegelt. In Orlando (1992) reist haar personage door vier eeuwen en verandert probleemloos van man in vrouw. Als Witte Heks in The Chronicles of Narnia (2005) is ze sprookjesachtig en koel modern tegelijk. In Only Lovers Left Alive (2013) belichaamt ze letterlijk onsterfelijkheid, en in Doctor Strange (2016) is ze de “Ancient One”, een bron van eeuwenoude wijsheid.

En zo werd wat één film had moeten zijn, een imposante filmcarrière die Tilda Swinton tot een van de meest bijzondere en veelzijdige actrices van onze tijd maakt.

Caravaggio is in een digitaal gerestaureerde versie te zien in Eye en een aantal andere bioscopen.

 

30 september 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Heldin

****
recensie Heldin
Veel meer dan pleisters plakken

door Cor Oliemeulen

Florence Nightingale zorgde in de 19e eeuw dat verpleging een erkend en professioneel beroep werd, met duidelijke standaarden. Floria Lind laat in Heldin zien hoe een verpleegkundige vandaag de dag, ondanks hoge werkdruk en personeelstekort, haar werk met zorg en menselijkheid uitoefent.

Floria begint goedgemutst haar late dienst op de oncologische chirurgische afdeling van een Zwitsers ziekenhuis, samen met een arts en een stagiaire. Haar werkzaamheden zijn heel divers: van medicijnen toedienen en vitale functies controleren, tot wonden verzorgen, patiënten begeleiden en dossiers bijhouden. Maar dat is lang niet alles wat op haar pad komt.

Heldin

Rollercoaster
Een eenzame patiënt heeft extra aandacht nodig en wil een foto van zijn hond laten zien. Dan moet Floria weer iemand troosten, geruststellen of een hand vasthouden. Een oudere patiënt raakt in paniek; Floria zingt een liedje om haar te kalmeren, en haast zich daarna naar de volgende patiënt.

De Zwitserse/Italiaanse filmmaakster Petra Volpe (Die göttliche Ordnung, 2017) introduceert de toegewijde verpleegkundige in een rollercoaster die voelt als een one-take real-time ervaring. Tijdens haar ronde wordt er regelmatig elders in het ziekenhuis hulp gevraagd. Ze beantwoordt vragen van familieleden van patiënten, maar krijgt ook verwijten toegeworpen nadat iemand tevergeefs is gereanimeerd.

Omgaan met emoties
Heldin is gezegend met de hoofdrol van Leonie Benesch, die in 2009 doorbrak in Das weiße Band van Michael Haneke. De Duitse actrice schitterde in Das Lehrerzimmer (2023) als jonge lerares op een middelbare school die te maken krijgt met intimidaties nadat ze de moeder van een leerling verdenkt van diefstal. Ook al zo’n rol waarin Benesch laveert tussen toegewijd haar professie uitoefenen en het ontplooien van uiteenlopende emoties.

Ook bij een heldin kan onder druk soms het elastiek bijna breken. Als Floria gaat kijken bij een rijke patiënt die een kamer voor zichzelf heeft en zich beklaagt omdat hij te lang heeft moeten wachten op een kopje verse muntthee, kan ze haar emoties even niet in bedwang houden. In een impuls gaat ze over tot een daad, die niet alleen woede bij de patiënt veroorzaakt, maar later in de film een staartje zal krijgen.

Heldin

Want naast de registratie van alle werkzaamheden van Floria die alle ballen in de lucht moet zien te houden, kent Heldin enkele gedramatiseerde wendingen die de hoge werkdruk en emotionele belasting van de verpleegkundige ook bij de kijker extra voelbaar maken. Wat heel goed werkt en mooie ontroering oproept, is het eind van de film als Floria na een lange, intensieve dienst neerploft op een stoel in de bus op weg naar huis, waar ze nog een heel bijzonder bezoek van een patiënt krijgt.

Mens of robot?
“Verpleegkundigen zorgen voor ons als we ziek en oud zijn, als we het meest kwetsbaar zijn. Iedere dag dragen ze een enorme verantwoordelijkheid”, zegt regisseur Petra Volpe. “Daarom wilde ik een film maken die dit beroep viert.”

Heldin beleefde in februari haar wereldpremière in Berlijn, nadat een aantal verpleegkundigen op de rode loper de aandacht had gevestigd op het schrijnende personeelstekort in de zorg. In 2030 heeft Zwitserland een tekort van 40.000 verpleegkundigen en zijn er volgens gezondheidsorganisatie WHO wereldwijd meer dan 13 miljoen verpleegkundigen te weinig. Bovendien stopt ruim een derde binnen 4 jaar vanwege de hoge werkdruk.

In een wereld waarin de eerste robots aan het bed verschijnen, laat Heldin zien dat verpleegkundigen zoals Floria Lind door hun zorg, aandacht en menselijke betrokkenheid simpelweg onvervangbaar zijn.

 

15 september 2025

 

ALLE RECENSIES

El jockey

***
recensie El jockey
Vorm en sfeer boven inhoud

door Cor Oliemeulen

Remo is een jockey die ooit grote successen kende, maar verslaafd raakte aan alcohol en drugs. Maffiabaas Sirena probeert hem weer sober en scherp te krijgen. Hij koopt een duur Japans paard en hoopt om met weddenschappen veel geld te verdienen. Tijdens de beslissende race krijgt Remo echter een zwaar ongeluk en verdwijnt spoorloos uit het ziekenhuis. In een toestand van geheugenverlies, identiteitsverwarring en vervreemding dwaalt hij rond in Buenos Aires.

El jockey begint met beelden van mannen die frontaal en nagenoeg bewegingsloos poseren voor de camera van Timo Salminen, de vaste cameraman van de Finse regisseur Aki Kaurismäki (Fallen Leaves). Strakke kaders, uitgesproken kleuren en een melancholische atmosfeer. Nadat we kennismaken met onze protagonist Remo (Nahuel Pérez Biscayart) – grote ogen en een stoïcijnse kop als Buster Keaton – glijden we halverwege de film van een gortdroge, absurdistische zwarte komedie in een vervreemdend, nihilistisch universum waarin het zoeken van een nieuwe identiteit het thema lijkt.

El jockey

Hallucinante trip
Vanaf het moment dat Remo met zijn nieuwe renpaard is gecrasht en stiekem het ziekenhuis verlaat – gestoken in een zwarte bontjas en het verband als een tulband om zijn gehavende hoofd – probeert hij aan zijn baas en geldschieter Sirena (Daniel Giménez Cacho) te ontsnappen. Als in een koortsachtige droom spookt hij rond in de vage krochten van de hoofdstad. Inhoud maakt plaats voor vorm en sfeer, en er is nog nauwelijks een touw aan vast te knopen, of zoals de Argentijnse regisseur Luis Ortega zegt in een interview: “Ik begrijp het zelf ook niet allemaal.”

Absurdistische beelden, bijvoorbeeld van dansende jockeys in de kleedkamer, sensuele kennismakingen met Remo’s geliefde Abril (Úrsula Corberó) die zijn kind draagt, worden afwisselend ondersteund met muzikale klanken: van bandoneon tot technobeat, van Caruso tot pop: de soundtrack zwalkt al net zo chaotisch als Remo’s geest.

El jockey beschouwt filmkijken als een zintuigelijke ervaring, maar symboliek sluipt bijna overal doorheen. De paardenrace is niet alleen een sportwedstrijd, maar een metafoor voor de genadeloze competitie van het leven, waar winnen gelijkstaat aan overleven. De vlucht uit het ziekenhuis markeert Remo’s symbolische verval en iets wat op zijn wedergeboorte lijkt, hoewel Abrils zwangerschap meer hoop suggereert. Het zijn slechts enkele momenten die houvast bieden in de chaos.

El jockey

Ontwricht Argentinië
Dat Ortega de jockey als hoofdpersoon kiest, is geen toeval. In Argentinië worden jockeys vaak uitgebuit: ze moeten bijna onmenselijk licht (amper 50 kilo) zijn, leven onder grote druk en komen meestal uit arme milieus. Jockeys zijn pionnen in een wereld die draait om geld en prestige, en zodra de mannetjes breken, worden ze vervangen. Zo is ook Remo een symbool voor een Argentijnse realiteit van klassenverschil en uitbuiting.

De nieuwe generatie van Argentijnse filmmakers van deze eeuw (Nuevo Cine Argentino) combineert rauw realisme met een dromerige atmosfeer en absurde humor, waarbij er zelden sprake is van verlossing van de personages. Sinds de economische crisis van 2001 zie je vaak ongelijkheid, vervreemding en identiteitscrisissen, zoals bij regisseurs als Lucrecia Martel (La Ciénaga, 2001) en Lisandro Alonso (Los muertos, 2004). El jockey past in dat stramien.

Waar de internationale filmhuishit Wild Tales (2014) van Damián Szifron woede en absurditeit uitvergroot in scherpe, toegankelijke verhalen vol zwarte humor, laat Ortega met zijn gefragmenteerde vertelling en leegte de kijker in een doolhof achter. Beide films tonen, ieder op hun eigen manier, een ontwrichte Argentijnse samenleving.

 

10 september 2025

 

ALLE RECENSIES

Jeunes Mères

****
recensie Jeunes Mères
Zo moeder, zo dochter

door Cor Oliemeulen

In Jeunes Mères volgen de broers Jean-Pierre en Luc Dardenne vijf tienermoeders in een opvanghuis. Verbondenheid draagt hen door de strijd voor een hoopvolle toekomst. Voor het eerst in jaren eindigen de Waalse cineasten niet in beklemming, maar met een klein, stralend gebaar: een baby die lacht.

In de drie vorige films van de Dardennes – La fille inconnue (2016), Le Jeune Ahmed (2019) en Tori et Lokita (2022) – had je vaak een gevoel van spanning en beklemming. Donkere interieurs, smalle kadreringen en een nadruk op gesloten ruimtes versterkten het gevoel dat de personages gevangen zaten in hun situatie. In Jeunes Mères zit veel meer ademruimte: empathie en observatie zijn belangrijker dan dreiging en spanning. Bijna rustgevend zijn sommige scènes in het opvanghuis als de camera langzaam van de ene naar de andere kant pant, zodat je een betere indruk krijgt van de omgeving waarin de personages functioneren.

Jeunes Mères

Spontaan… maar tot in detail geregisseerd
Meestal is er in de films van de Dardennes sprake van niet-professionele acteurs of acteurs met weinig filmervaring, een handheld camera die dicht op de huid van de personages zit, met echt licht en echte locaties. Alsof je er als kijker toevallig bij bent. Maar in werkelijkheid zijn bijna alle scènes volledig gescript en uitgebreid gerepeteerd. Zelfs de camera’s zijn vooraf precies gepositioneerd. En toch heb je nog steeds soms het idee dat je naar een documentaire zit te kijken.

Het knappe is dat je al die voorbereidingen bij een film van de broers Dardenne niet doorhebt, omdat de scènes zo realistisch overkomen. Dat geldt dus ook voor de fragmenten met de vijf tienermoeders in Jeunes Mères, die we om beurten volgen in een korte introductie, waarna we geconfronteerd worden met hun worstelingen.

Ongevraagde erfenissen
Vaak is de vaderfiguur onbekend of een loser. Dat merkt bijvoorbeeld Perla, die vol verwachting en dromen, de vader van haar kindje gaat ophalen bij de poort van een jeugdgevangenis. Maar hij gaat liever meteen naar zijn vrienden om te blowen. Een positieve uitzondering is Julie’s vriendje. Voorheen leefden ze samen als drugsverslaafden op straat en nu brengen ze hun dochtertje voor het eerst naar de crèche.

Jeunes Mères

Ook Jessica, Ariane en Naïma snakken naar een gezinnetje, en vinden steun van de medewerksters van het opvanghuis waar ze verblijven en steun van elkaar. Wat opvalt, zijn de achtergronden waardoor de meiden hier zijn beland. Ze zouden bijna allemaal een kopie van hun eigen moeders kunnen zijn, en proberen zich te realiseren dat ze dezelfde valkuilen moeten zien te vermijden. De confrontaties tussen Jessica en haar moeder, die niet wil vertellen waarom ze haar dochter destijds heeft afgestaan en haar verbiedt om bij haar huis te komen, snijden misschien wel het diepst door de ziel.

Morele vragen zonder handleiding
Het prettige van de meeste Dardenne-films is dat je als kijker zelf mag oordelen over de personages en de situaties waarin ze verzeild zijn geraakt. Anders dan hun sociaal-realistische Britse vakbroeders, regisseur Ken Loach (89 jaar) en zijn vaste scenarioschrijver Paul Laverty, onderzoeken de Dardennes niet expliciet de oorzaken van de ongelijkheid bij hun personages; Loach en Laverty verweven zulke persoonlijke verhalen juist nadrukkelijk met het politieke en maatschappelijke systeem. Hun drama’s als I, Daniel Blake (2016) en Sorry We Missed You (2019) zijn niet alleen bewogen en ontroerend, ze dienen ook als politiek pamflet. De Dardennes werpen liever ethische vragen op dan die zelf te beantwoorden.

 

13 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

Ran (4K re-release)

*****
recensie Ran
Kurosawa’s duistere meesterwerk

door Cor Oliemeulen

Als iemand Akira Kurosawa vroeg wat zijn beste film was, antwoordde hij steevast: “de volgende”. Totdat hij op 75-jarige leeftijd Ran (1985) voltooide: een episch oorlogsdrama over een oude krijgsheer die zijn rijk verdeelt onder zijn drie zoons en ten onder gaat aan verraad en geweld. Gebaseerd op Shakespeare’s King Lear en Japanse samoeraiverhalen, toont dit meesterwerk een wereld in fysiek en moreel verval. Vier decennia later keert Ran terug op het witte doek in een oogstrelende 4K-restauratie.

Akira Kurosawa, een van Japans grootste filmmakers, werd in het buitenland vaker geprezen dan in eigen land. Hij bekritiseerde de Japanse filmindustrie om haar rigide studiosysteem, dat regisseurs beperkte in hun vrijheid en vasthield aan veilige, traditionele verhalen in plaats van films met risicovolle, meer menselijke thema’s.

Tegelijk kreeg Kurosawa in Japan ook zelf kritiek: zijn films zouden te westers zijn en te veel nadruk leggen op individuele helden, in tegenstelling tot de collectieve waarden van de Japanse cultuur, zoals groepsharmonie, loyaliteit en plichtsbesef. Zijn collega Yasujirō Ozu voldeed juist wél aan deze normen, met verstilde familiedrama’s die de traditionele Japanse levensvisie weerspiegelden. Door Kurosawa’s kritische en onafhankelijke houding werd Ran niet door Japan voorgedragen voor de Oscars, maar uiteindelijk wel door een onafhankelijke groep en alsnog genomineerd voor Beste Buitenlandse Film.

Ran

Van Shakespeare tot Leone
Ruim 25 jaar voor Ran gebruikte de regisseur Shakespeare’s Macbeth als basis voor een herinterpretatie in Throne of Blood (1957). Ook in die film spelen de schermutselingen zich af in het feodale Japan van de zestiende eeuw en ligt de nadruk meer op vorm dan op dialoog. Kurosawa liet zich in zijn films ook inspireren door andere Westerse literatuur, zoals de morele en psychologische diepgang van Dostojewski die je terugziet in Rashomon (1950) met existentiële vragen over waarheid en perspectief, en Ikiru (1952) over een man die worstelt met de zin van het leven.

Tegelijk lieten Westerse filmmakers zich inspireren door het werk van Kurosawa, zoals John Sturges die met The Magnificent Seven (1960) een remake maakte van Seven Samurai (1954) en Sergio Leone die met A Fistful of Dollars (1964) een remake maakte van Yojimbo (1961).

Wind, regen en vuur
Wat vooral opvalt in die remakes is het gebruik van de dynamische cameravoering die Kurosawa hanteerde. Denk aan lange takes waarbij de camera meebeweegt met de actie, bijvoorbeeld lopende, rennende en vechtende personages. Of het gebruik van meerdere camera’s om verschillende hoeken vast te leggen, een spel tussen voorgrond en achtergrond, en het afwisselen van rustige en chaotische shots.

Maar het meest karakteristieke van Kurosawa’s cameravoering is wel het gebruik van de natuur en de weersomstandigheden. Zo opent Rashomon (1950) met beelden van een bos na een zware regenbui en de glinstering van de zon door de bomen, en in Seven Samurai (1954) trotseren de boeren, bandieten en samoerai wind, opstuivend zand, regen en modder. In Ran leeft het landschap: wind, rook en vuur brengen de scènes in beweging, terwijl de lucht langzaam steeds donkerder wordt naarmate het drama zich ontwikkelt.

In de huidige tijd worden de meeste actiescènes met computers gemaakt en kopieer je de poppetjes om een indrukwekkend legertje strijders te krijgen. In Ran zie je zo’n 1400 figuranten die werden gehuld in even zoveel vechtkostuums die allemaal met de hand werden gemaakt.

Kleuren als symboliek
Maar liefst tien jaar werkte de regisseur aan zijn storyboard: van elk shot maakte hij een schilderij in kleur. En toen hij de film uiteindelijk kon draaien, bleken die prenten onmisbaar voor zijn assistenten omdat hij zelf bijna blind was geworden.

De kleuren in Ran zijn symbolisch en essentieel. In King Lear verdeelt de koning zijn erfenis onder drie dochters, in Kurosawa’s herinterpretatie verdeelt krijgsheer Hidetora Ichimonji (Tatsuya Nakadai) de erfenis onder zijn zonen. Die zonen worden vanaf de openingsscène opgevoerd in het dragen van een eigen kleur. De oudste, Taro, draagt gele kleren (waarin keizers in Oost-Azië zich vaak hulden), de middelste zoon, Jiro, is gestoken in rood (dat staat voor ambitie en geweld), terwijl de jongste, Saburo, gehuld is in blauw (dat staat voor helderheid en eerlijkheid).

Deze kleuren versterken niet alleen het gevoel dat de kijker bij de verschillende personages heeft, ze dienen ook als herkenbaarheid (in harnassen en vlaggen) van de legers op het slagveld. Immers, het verdelen van de erfenis leidt tot oorlog tussen de broers. Taro en Jiro smeren hun vader honing om de mond, maar Saburo is kritisch op Hidetora’s besluit en voorspelt dat de erfenis tot een hoop ellende gaat leiden. Hidetora is woedend en verbant Saburo. Maar zodra de oorlog tussen de twee oudste broers uitbreekt, zwerft Hidetora als een waanzinnige over de vlaktes.

Ran

De schoonheid van de tragedie
Net als in King Lear gebruikt Kurosawa in Ran een hofnar, in dit geval in de persoon van de androgyne Kyōami, die niet alleen dient als trouwe dienaar van Hidetora, maar met diens scherpzinnige en ironische commentaar op de gebeurtenissen bijdraagt aan de tragikomische toon van de film. Want tragisch is Ran zeker. Bijna alle hoofdpersonages sterven, een handje geholpen door Taro’s vrouw Kaede (Mieko Harada). Nadat Taro het kasteel van zijn vader heeft overgenomen, wordt zij koningin van het domein dat ooit was van haar eigen familie, die eerder door Hidetora was uitgemoord. Langzaam ontvouwt zich haar uitgekiende, dodelijke wraakplan. De kijker is opgelucht als haar eigen bloed tegen de muren spat.

Waar Shakespeare’s King Lear nog momenten van liefde, vergeving en verzoening kent (zoals de hereniging met de jongste dochter Cordelia), ontbreekt dat in Kurosawa’s Ran vrijwel volledig. King Lear is tragisch, maar eindigt met een sprankje hoop en menselijkheid. Ran is tragisch in de zuiverste zin: een wereld zonder troost. De schoonheid van de tragedie zit in de poëtische vormgeving van verval en vergankelijkheid, de filosofische diepgang en de morele reflectie. Geen goddelijke gerechtigheid, geen redding. Alleen de leegte die mensen zelf veroorzaken.

 

30 juli 2025

 

ALLE RECENSIES

10 giorni con i suoi

**
recensie 10 giorni con i suoi
10 dagen tussen kaaslucht en cultuurclash

door Cor Oliemeulen

In 10 giorni con i suoi reist een gezin uit Rome naar het Italiaanse platteland, waar de botsing tussen stadse neuroses en landelijke eigenaardigheden het toneel is van een vervolgfilm die zich vermomt als een feelgoodkomedie.

Het moet gezegd: het droogkloterige karakter van huisvader Carlo (Fabio De Luigi) is soms geestig, juist door zijn dwarse houding. Tijdens de lange autorit van Rome naar de zuidelijke regio Apulië (de hak van Italië), vragen zijn echtgenote Giulia (Valentina Lodovini) en hun drie kinderen zich af wat er zo stinkt. Als Carlo opbiecht dat het een typische streekkaas is – bedoeld als cadeau voor het gastgezin Paradisos – klinkt dat bijna als een statement. Hij ziet het namelijk helemaal niet zitten dat hun oudste dochter Camilla (Angelica Elli) wil gaan samenwonen met Antonio, de zoon des huizes.

10 giorni con i suoi

Stad versus platteland
Eenmaal gearriveerd, blijken de Paradisos te wonen in een monumentaal landhuis dat vroeger werd omringd door zelfvoorzienende landbouwbedrijven. Het imposante landgoed wekt ontzag bij de kinderen, maar Carlo blijft zakelijk en nuchter, wat botst met de overdreven gastvrijheid van Antonio’s ouders. Zij zijn emotioneel, willen alle gasten knuffelen en voelen zich één met de natuur. Zij houden van tennis en speervissen, terwijl Camilla’s gezin veel meer houdt van bekvechten.

Het mag geen verrassing zijn dat de film drijft op de tegenstellingen tussen twee culturen: de koele, neurotische stadsmens versus de relaxte plattelandsbewoner met zijn gewoonten en gebruiken. Zo moet Carlo beslist de bevalling van een koe meemaken en heeft hij de eer om het kalfje uit de buik van zijn moeder te trekken. Later wordt Carlo uitgenodigd voor een traditionele martelarenprocessie en wordt hij geacht de rol van Jezus op zich te nemen. Enkel gehuld in een juten onderbroek en met een zwaar kruis op zijn schouder, sterft de scène in onbenulligheid als een gekke pastoor hem met een zweepje maant om door te lopen.

Formule
Humor kent vele vormen. 10 giorni con i suoi bedient zich van het gemakzuchtige soort, en leent bovendien kwistig van succesvolle komedies, zoals Meet the Parents, dat de middelmaat ontloopt door sterk acteerwerk en een betere timing. En natuurlijk is er altijd wat ruimte voor misverstanden en een snufje drama. Alles om kijkers met een goed gevoel achter te laten.

10 giorni con i suoi

Regisseur Alessandro Genovesi krijgt maar geen genoeg van deze formule. Hij begon zijn drieluik over deze Romeinse familie in 2019 met 10 giorni senza mamma, waarin Giulia besluit om tien dagen weg te gaan zodat Carlo kan leren wat het is om voor hun drie kinderen te zorgen. Een jaar later volgde 10 giorni con Babbo Natale, waarin het gezin naar Lapland reist om de Kerstman te ontmoeten. In zijn jongste film laat Genovesi zien hoe ouders moeten wennen aan het idee dat een kind volwassen wordt. De herkenbaarheid van de situaties is net zo vanzelfsprekend als het gebrek aan originaliteit.

Over tien jaar volgt ongetwijfeld een vierde deel, waarin Carlo met pensioen gaat en in een zwart gat valt, met als titel: 10 giorni senza scopo (‘10 dagen zonder doel’).

 

15 juli 2025

 

ALLE RECENSIES

The Teacher Who Promised the Sea

***
recensie The Teacher Who Promised the Sea
Het belang van mogen dromen

door Cor Oliemeulen

Als je op school geen leraar hebt gehad die jou op een verfrissende manier kon enthousiasmeren voor een bepaald onderwerp, ken je vast wel een leraar uit verhalen die zijn leerlingen op een bevlogen manier wist te inspireren. De Spaanse boekverfilming The Teacher Who Promised the Sea is zo’n voorbeeld, dat bovendien speelt in een tijd dat je je leven niet zeker was.

Enkele jaren geleden maakte Pedro Almodóvar met Madres Paralelas (2021) een drama over de verwisseling van twee pasgeboren baby’s tegen de achtergrond van het openen van massagraven waarin tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) meer dan honderdduizend mensen verdwenen. Pas vanaf 2007 mogen de naar schatting 2.500 massagraven (voor zover de locaties bekend zijn) worden geopend, maar het identificeren van de slachtoffers is een lastige kwestie. Op dit moment zijn nog maar zo’n 12.000 mensen opgegraven.

The Teacher Who Promised the Sea

Massagraf
Ook Almodóvars collega Patricia Font (vooral bekend als regisseur van tv-series) verweeft haar hoofdthema – een leraar die zijn jonge leerlingen inspireert – met de Spaanse Burgeroorlog en het openen van een massagraf. In The Teacher Who Promised the Sea is Ariadna (Laia Costa) op zoek naar de resten van de vader van haar grootvader, die altijd heeft gezwegen over het verleden en ook zijn kinderen verbood om erover te praten. Nu haar grootvader ziek is en niet meer lang te leven heeft, gaat Ariadna op zoek naar antwoorden. Ze vertrekt naar de provincie Burgos, waar een massagraf is geopend en ontdekt daar het (waargebeurde) verhaal van Antoni Benaiges (Enric Auquer), de leraar die zijn leerlingen de zee beloofde.

Voor de meeste inwoners van het conservatieve dorpje is het wennen als de progressieve onderwijzer Antoni in 1935 het vervallen schoolgebouwtje nieuw leven inblaast. Mondjesmaat melden kinderen tussen pakweg 6 en 12 jaar zich in zijn klaslokaal. Het kruisbeeld gaat van de muur, een drukpers doet zijn intrede. ‘Jullie worden schrijvers, of journalisten’, lacht Antoni het klasje toe. De kinderen mogen samen boekjes schrijven én drukken – uiteindelijk een boekje over de zee, want zijn leerlingen hebben nog nooit de zee gezien.

Waarschuwing
Het is geen verrassing dat lang niet alle ouders zich kunnen vinden in de werkwijze van de nieuwe leraar. Maar ja, die oude pastoor (die tijdens een bezoekje aan de klas door Antoni resoluut de deur wordt gewezen) was ook niet alles. En terwijl de nieuwe onderwijzer het klaarspeelt om zijn bevlogenheid met zijn leerlingen te delen, wuift hij een enkele waarschuwing over een veranderend politiek klimaat met een glimlach weg.

The Teacher Who Promised the Sea

The Teacher Who Promised the Sea is zeker een inspirerende film over een leraar die weet hoe hij zijn leerlingen kan begeesteren. Enric Auquer is geloofwaardig, net als de kinderen, die uit meer dan duizend leeftijdsgenootjes werden gecast. De schokkende afloop geeft het drama een extra dimensie, met echo’s van de Spaanse filmklassieker La lengua de las mariposas (1999) – dat zich ook afspeelt aan de vooravond van de burgeroorlog, maar meer uitblinkt door de landelijke atmosfeer, de historische context en de intiemere relatie tussen leraar en leerling.

Desondanks maakte Patricia Font met The Teacher Who Promised the Sea een verhaal dat verteld moet worden. Ze laat niet alleen zien hoe zelfs nog de huidige generatie lijdt onder de gevolgen van de Spaanse Burgeroorlog, maar toont vooral de onverwoestbare kracht van vrijheid in een wereld die haar probeert te onderdrukken.

 

9 juni 2025

 

ALLE RECENSIES