LIFF 2024 – Deel 2: Maffe thrillers

LIFF 2024 – Deel 2:
Maffe thrillers

door Cor Oliemeulen

De bioscopen worden al jaren overspoeld met thrillers die verdacht veel op elkaar lijken. Gelukkig weten filmmakers een spannend plot steeds vaker te combineren met een maffe ondertoon. Hiervan draaien op het LIFF drie in het oog springende debuutfilms.

 

Sew Torn

Sew Torn – Toveren met naald en garen
‘Home of the talking portraits’ heet het winkeltje in het huis van Barbara (Eve Connoly). Overal hangen geborduurde kussentjes met touwtjes. Als je aan zo’n touwtje trekt, hoor je iemand die iets zegt of een liedje zingt. Barbara is een naaister tegen wil en dank na het overlijden van haar moeder. Ze heeft nauwelijks klandizie en staat op het punt om het winkeltje te sluiten. Eerst krijgt ze nog een telefoontje van een vrouw die een knoop aan haar trouwjurk mist. Barbara pakt haar naaikoffertje en tuft in haar Fiatje naar het huis van de vrouw.

Onderweg ziet ze dat er een ongeluk is gebeurd. Er liggen twee serieus gewonde mannen op de weg. Ze ziet bloed, handboeien, twee pistolen, wit poeder en een koffer met geld. ‘Choices, choices, choices’, horen we Barbara zeggen. Terwijl de mannen onbeweeglijk toekijken, opent Barbara haar naaikoffertje en gaat aan de slag met naalden en draden. Een paar minuten later stapt ze met de koffer met geld in haar autootje, waarmee ze haar ingenieuze web van draden in werking zet. Het ene pistool glijdt naar de ene man, het andere pistool naar de andere man, en precies tegelijk schieten ze op elkaar.

Deze creatieve scène is slechts de opmaat van nog veel meer spitsvondigheid die Barbara zal tentoonspreiden in Sew Torn van de Amerikaanse debutant Freddy Macdonald, die het script samen met zijn vader schreef. De film bestaat uit drie scenario’s met drie keuzes die Barbara kan maken als ze het ongeluk en de koffer met geld ziet.

De bijna desolate, kneuterige omgeving in de Zwitserse Alpen is sfeervol in beeld gebracht door Sebastian Klinger, vooral Barbara’s ritjes over een prachtige brug midden in de natuur. Ook de personages passen goed in deze ambiance. Van de gewelddadige maffiabaas en zijn bangige zoon tot en met de oude politievrouw annex trouwambtenaar en de naïeve dorpelingen.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

The Last Stop in Yuma County

The Last Stop in Yuma County – Neo-western met een twist
Minder origineel, maar al even amusant is The Last Stop in Yuma County van de volgende Amerikaanse speelfilmdebutant, Francis Galluppi. Hij schreef en regisseerde een misdaadverhaal dat zich afspeelt in de jaren 70 en is beïnvloed door de Coen-broers, Quentin Tarantino en Sam Peckinpah. Galluppi maakt dankbaar gebruik van de droogkomische, bipolaire uitstraling van Jim Cummings (vier jaar geleden op het LIFF te zien met en in The Wolf of Snow Hollow). Cummings speelt een vertegenwoordiger van keukenmessen die op een weg door de woestijn van Arizona arriveert bij een tankstation waar de benzine op is. De tankwagen zou onderweg zijn. Het is snikheet en hij besluit te wachten in het aangrenzende restaurant, waar de airco kapot is.

Op het moment dat iemand het liedje Crying van Roy Orbison op de jukebox aanzet, maken we kennis met alle personages die na loop van tijd het restaurant zijn binnengedruppeld. Het beeld is vertraagd en kondigt een onheilspellend vervolg aan. We zien de serveerster, de vertegenwoordiger van messen, een ouder stel, een man met een jeep waarin wel benzine zit, de eigenaar van het tankstation, een jong koppel dat is gefascineerd door Bonnie en Clyde én de twee mannen (een dommige krachtpatser en zijn slimmere, maar onberekenbare broer) die na een bankoverval op weg zijn naar Mexico. En jawel, we zitten in Amerika, dus bijna iedereen heeft een gun op zak.

Net als in Sew Torn mag je ook nu concluderen dat hebzucht de bron van veel ellende is. Hier is het aan de messenvertegenwoordiger om een keuze te maken. Vervolgens staat een sullige politieagent met een baby op de arm voor de onmogelijke taak om de meest ingewikkelde misdaad uit zijn carrière op te lossen.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

Tummy Monster

Tummy Monster – Alles voor een selfie
Stel je voor. Je bent een tattoo-artiest die in zijn zaak in Glasgow moet wonen omdat je vriendin je uit huis heeft gezet. Rond middernacht meldt zich een beroemde popster die een tatoeage wil. Je maakt een van je beste kunstwerken en vraagt na afloop een selfie. Maar de popster is een tikkeltje verwaand en weigert dit. Jij blijft aandringen, omdat je met een selfie met een beroemdheid vooral indruk op je vriendin wilt maken. Vervolgens ontstaat een psychologisch machtsspel tussen de popster Tummy (Orlando Norman) en de tatoeëerder Tales (Lorn Macdonald), waaraan geen einde lijkt te komen.

De Schots-Ierse filmmaker Ciaran Lyons scheept de kijker op met het mantra ‘Rub your tummy, or I’ll think you’re an asshole’. Tales moet tegelijkertijd tot in den treure over zijn buik wrijven om alsnog kans te maken op een selfie. Dat werkt niet alleen op de zenuwen van Tales, maar waarschijnlijk ook op die van de gemiddelde kijker.

De verdienste van Tummy Monster is de claustrofobische atmosfeer in de tattooshop, waar de hele film zich afspeelt. Half gehuld in duisternis met scherpe blauwe en rode neonverlichting en soms vreemde camerahoeken. In al die uren die verstrijken, ondergaat met name het personage van Tales een geloofwaardige karakterontwikkeling. Frustratie, humor, angst, wanhoop en ingehouden woede wisselen elkaar af. En ook in deze thriller moet het hoofdpersonage uiteindelijk een drastische keuze maken: blijven toegeven aan manipulatie en vernedering of het afzien van het maken van zijn felbegeerde selfie.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

14 oktober 2024

 

Deel 1: Vrouwelijke worstelingen

 

MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2024 – Deel 1: Vrouwelijke worstelingen

LIFF 2024 – Deel 1: 
Vrouwelijke worstelingen

door Cor Oliemeulen

We openen ons verslag van het Leiden International Film Festival 2024 met drie geslaagde drama’s over vrouwelijke worstelingen. Een kunststudente in IJsland krijgt geen kans om te rouwen, een vrouw in Spanje wordt gedwongen om te herinneren en twee tienermeisjes in Litouwen willen model worden om de uitzichtloosheid te ontvluchten.

 

When the Light Breaks

When the Light Breaks – Als je jouw verdriet niet kunt tonen
De kunststudenten Una (Elín Hall) en Diddi (Baldur Einarsson) hebben in het geheim afgesproken op de rotsachtige kust van IJsland. Ze zijn gek op elkaar, maar Diddi heeft al een relatie met Klara (Katla Njálsdóttir). Diddi belooft Una dat hij het morgen met Klara zal uitmaken. In een auto op weg naar Klara raakt Diddi betrokken bij een groot verkeersongeluk in een tunnel waarbij een enorme explosie ontstaat.

In IJsland hangen de vlaggen halfstok. Op de universiteit lopen veel huilende studenten rond. Het lot van Diddi is nog niet bekend. Una leeft tussen hoop en vrees. Totdat het verlossende woord komt: Diddi heeft het niet overleefd. Omdat haar prille liefdesrelatie met het slachtoffer geheim was, durft Una haar verdriet niet in gezelschap te tonen. Gevoelens en emoties worden nog ingewikkelder als Klara zich meldt, en troost zoekt bij Una.

Regisseur Rúnar Rúnarsson maakt graag menselijke drama’s tegen de achtergrond van de stilte en ruwe schoonheid van het IJslandse landschap, zoals in Volcano (2011) en Echo (2019). When the Light Breaks (IJslandse titel: Ljósbrot) onderzoekt Una’s plaats in de dynamiek van een groepje jongvolwassenen. Van het afscheid van Diddi in een opvallende kerk tot en met een feestje ter nagedachtenis aan hun populaire vriend. Symbolisch vallen de spiegelingen van Una en Klara in een raam samen tot één persoon.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht). 

 

Glimmers

Glimmers – Schoonheid zit in blikken en stiltes
Ook in Glimmers (Spaanse titel: Los destellos) gaat het om een onverwachte confrontatie die veel gevoelens losmaakt. Madalen (Marina Guerola) vertelt haar moeder Isabel (Patricia López Arnaiz) dat haar vader Ramón (Antonio de la Torre) terminaal ziek is. Haar ouders zijn 15 jaar geleden gescheiden en Isabel heeft al die tijd geen contact met Ramón gehad. Madalen studeert in Valencia en zorgt in de weekends voor haar vader. Nu vraagt ze of haar moeder een paar keer per week naar hem wil gaan.

Het rustige drama van Pilar Polomero biedt ruimte voor diepgaande overpeinzingen. Vroeger hadden ze het goed met z’n drieën. Het is gissen waarom ze destijds uit elkaar zijn gegaan. Nu is er een grote afstand. Isabels eerste bezoekjes in het huis van Ramón zijn korte gesprekjes achter gesloten deuren. Een tijdje later zien ze elkaar, maar kijken ze elkaar nauwelijks aan. Isabel ziet foto’s en voorwerpen, die herinneringen oproepen.

Isabel ziet lijdzaam toe hoe Ramón van wie ze ooit hield, langzaam sterft. Met de twee mooie hoofdrollen van Antonio de la Torre en Patricia López Arnaiz ligt de weg wijd open voor een subtiel humanistisch drama. De schoonheid van de film zit hem in de kunst van het afstand houden en in de blikken en de stiltes.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

Toxic

Toxic – Authentiek tot op het bot
De schoonheid van het Litouwse drama Toxic zit hem vooral in het verval. Omzoomd door fabrieken en autowegen ontwaren we een kleine gemeenschap met kleine, aftandse huisjes die zo lijken weggeplukt uit de favela’s van Rio de Janeiro. Hier schijnt nauwelijks de zon, maar begeven de bewoners zich door de modder tussen vervallen gebouwen vol graffiti, autowrakken en openbare toiletruimtes. Met regelmatig lange shots op afstand volgt filmmaakster Saule Bliuvaite twee tienermeisjes die dromen om model te worden zodat ze hun ellendige leventje vaarwel kunnen zeggen.

Het is schoolvakantie en Marija (Vesta Matulyte) en Kristina (Ieva Rupeikaite) sluiten zich aan bij een rij andere tienermeisjes voor een nieuwe modellenschool. De meeste meisjes zijn goedkoop gekleed, kauwen kauwgom, roken sigaretten, dragen piercings en lijken bij voorbaat kansloos om een succesvol model te worden.

Marija is lang voor haar leeftijd en heeft grote ogen, maar ze sleept met een been, waardoor ze flink moet oefenen om als een model op de catwalk te lopen. Kristina blijkt net even te dik naar de smaak van de modellenschool en zal er alles aan doen om af te vallen. Thuis gooit ze haar eten stiekem door het raam en als haar vader wil dat ze haar bord leeg eet, steekt ze later een vinger in haar keel. Op het internet vindt ze een onorthodox middeltje om nog sneller de juiste buikomvang te krijgen. En dan moeten de meiden ook nog manieren zien te vinden om aan geld voor fotoshoots te komen.

Ondanks de deprimerende atmosfeer krijg je steeds meer empathie voor Marija en Kristina. Door hun vriendschap en onderlinge solidariteit in deze rauwe omgeving schijnt er zo nu en dan een glimp van menselijkheid door de uitzichtloosheid heen. Toxic voelt van begin tot eind authentiek tot op het bot. Alsof je naar het echte leven kijkt, met al zijn onvolkomenheden, tegenstrijdigheden en stille momenten van kwetsbaarheid.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

11 oktober 2024

 

Deel 2: Maffe thrillers

 


MEER FILMFESTIVAL

Maria

***
recensie Maria
Het droevige lot van Maria Schneider

door Cor Oliemeulen

Veel filmliefhebbers vinden de rol van Marlon Brando in Last Tango in Paris (1972) zijn beste vanwege het intense acteren. Dit erotische drama van Bernardo Bertolucci veroorzaakte destijds een schandaal, vooral door de zogenaamde ‘boterscène’. Brando’s tegenspeelster, Maria Schneider, zou de rest van haar leven worden achtervolgd door deze scène.  

De Franse filmmaakster Jessica Palud zei na de première van Maria (internationaal uitgebracht onder de titel Being Maria) tijdens het filmfestival van Cannes dat ze besloot om deze film te maken vanwege haar eigen ervaringen op de filmset. Toen ze actief was als assistent voor verschillende films zag ze hoe acteurs en actrices op de set vernederd werden. Opvallend genoeg was haar eerste job voor een andere omstreden film van Bertolucci, The Dreamers (2003), waarin onder meer een incestueuze relatie tussen een tweelingbroer en –zus wordt gesuggereerd. Jessica Palud was toen 19, dezelfde leeftijd als toen Maria Schneider haar eerste hoofdrol speelde in Last Tango in Paris.

Maria

Familie
Even in het kort de inhoud van laatstgenoemde film. Een Amerikaanse man van eind veertig (Brando) en een Française van ongeveer twintig (Schneider) ontmoeten elkaar in een appartement in Parijs dat ze allebei willen huren. Er ontstaat een onstuimige liefdes/seksrelatie waarin ze elkaars namen niet delen. De man heet Paul, die zojuist zijn vrouw heeft verloren aan suïcide. De jonge vrouw die hij ontmoet, heet Jeanne. Zij voelt in deze relatie meer passie dan bij haar huidige minnaar. Hoe afstandelijk en woedend Paul soms ook is, Jeanne voelt voor het eerst dat iemand haar echt nodig heeft.

Het biografische filmdrama Maria is gebaseerd op het boek My Cousin Maria Schneider van Vanessa Schneider. Jessica Palud bewerkte het tot een scenario in twee delen: Maria Schneiders leven vóór en ná de beruchte boterscène. De jonge Maria (Anamaria Vartolomei) woont bij haar moeder, wiens achternaam zij draagt. Maria’s vader is een acteur, die ze voor het eerst ontmoet als hij een film aan het opnemen is. Maria’s moeder is boos en jaloers, en gooit haar dochter de woning uit. Van haar vader hoeft Maria ook niet veel te verwachten.

Boter
Na enkele bijrolletjes wordt Maria gevraagd voor de rol van Jeanne in Last Tango in Paris. Net als zovelen kijkt ze op tegen acteerlegende Marlon Brando (een aardige rol van Mat Dillon). Ze weet dat het gaat om ‘een intense fysieke relatie’. We zien hoe ze tussen de opnamen door goed overweg kan met Brando en bewondert zijn vakmanschap. “Ik was gisteren onder de indruk van het eind van de scène toen je moest huilen. Het leek zo echt”, zegt Schneider. “Het wás echt”, reageert Brando.

De sfeer verandert als de beruchte scène wordt opgenomen. Zoals vaker wijkt Bernardo Bertolucci op het laatste moment van het script af, maar dit keer vertelt hij dat tegen Marlon Brando en niet tegen Maria Schneider. De regisseur wil een authentieke reactie van zijn actrice. De scène begint als Jeanne het appartement binnenkomt. Paul zit op de grond te ontbijten. Ze praten. Dan trekt hij haar naar zich toe, draait haar op haar buik en trekt haar broek naar beneden. Hij pakt een klont boter, smeert die op haar billen en verkracht haar anaal. Jeanne stribbelt tegen en begint te huilen. Na afloop zien we dat ook een vrouwelijk crewlid moet huilen, sommige anderen ogen geschokt. Brando probeert Jeanne te troosten. “Het is maar een film”, zegt hij.

Maria

De verkrachting is inderdaad gesimuleerd, toch voelt het voor Maria alsof ze daadwerkelijk is verkracht, door twee mannen: Bertolucci en Brando. Nadat de film in première is gegaan, wordt Maria in een klap beroemd. Als ze samen met haar vader in een restaurant zit, snauwt een vrouw haar toe: “Je bent een schande voor Frankrijk!” De film wordt in Italië en enkele andere landen verboden. Maria’s vader vindt dat elke publiciteit goede publiciteit is, en complimenteert zijn dochter dat zij veel sneller bekend is dan hij dat werd.

Aanklacht
Vanaf hier volgt Maria de langzame ondergang van het titelpersonage. Ze raakt verslaafd aan heroïne en alcohol, wordt zwaar depressief en komt in een kliniek terecht. Ondanks haar erbarmelijke toestand verschijnt ze in films van makers, die haar niet slechts als lustobject willen neerzetten. Zodra er wordt afgeweken van het script, trekt Maria de grens. De film maakt pijnlijk duidelijk dat Maria Schneider tot aan haar dood zal worden geassocieerd met die ene scène, waar ze onvrijwillig bij betrokken raakte. Ze heeft het kennelijk nooit weten te verwerken.

Niet alleen het boek van haar nichtje Vanessa, maar ook documentaires en interviews belichten meerdere aspecten van Maria Schneiders leven. Jessica Palud beperkt zich voornamelijk tot een aanklacht tegen de filmindustrie die ruim een halve eeuw na Last Tango in Paris nog steeds wordt gedomineerd door mannen. De rol van Anamaria Vartolomei roept herinneringen op aan een intrigerende actrice die een mooier lot had verdiend.

 

1 oktober 2024

 

ALLE RECENSIES

Filmmarathon Jack Nicholson

5 onbekende films van bekende Amerikaanse acteur
Filmmarathon: Jack Nicholson
Twee redacteuren van InDeBioscoop dompelen zich een weekend lang onder in de goede dingen des levens en vijf relatief onbekende films van de Amerikaanse acteur Jack Nicholson.

1. The Wild Ride (1960)

COR:
Ik vind het altijd leuk om te zien in wat voor films beroemde acteurs en actrices aan het begin van hun carrière speelden. Dat blijken nogal eens dubieuze, vaak erotische films, zoals Sylvester Stallone in The Party at Kitty and Stud’s (1970), Helen Mirren in Caligula (1979) en Javier Bardem in Las edades de Lulú (1990). Jack Nicholson probeert in The Wild Ride (1960) iets uit te stralen van zijn rebelse voorgangers Marlon Brando en James Dean. Maar ja, met zo’n belabberd script en oninteressante tegenspelers kun je er weinig van bakken.

Wat me opvalt, is dat jongens in die tijd niet naar de sportschool gingen, want ze zijn bijna allemaal even dun, zo ‘normaal’. Nicholson speelt Johnny, de leider van een groepje andere lanterfanters. Als hij praat (met woorden als far out, dig, chicken, chick en buster), luistert iedereen. Ook een vriend die van Johnny zijn vriendin moet dumpen. Ondertussen maakt de leider de wegen van California onveilig met zijn roekeloze racegedrag. Daarbij komt een motoragent om het leven.

Stoer, Bob, dat jij ook voor deze marathon weer per fiets (met zware bepakking) naar het zuiden des lands bent geracet. Hopelijk geen motoragenten tegengekomen?

 

BOB:
Nee, en zelfs bijna geen fatbikes, al zag ik er in Oss toch eentje met drie scholieren erop. Fietsen wordt steeds gevaarlijker, met mensen die op e-bikes even snel rijden als Nicholson en zijn bende toen op hun motortjes.

Nicholson speelt hier al zijn archetype leidersrol. Zijn houding, gebaartjes, minachtende blik. Bijzonder dat hij dat zo vroeg in zijn loopbaan (was hij hier twintig, eenentwintig?) al zo was als acteur, zelfs inclusief die trage, lijzige stem. Iedereen in de film praat twee keer zo snel als hij.

Een onsympathieke leider. Hoe hij zich bemoeit met de relatie van die vriend van hem… Dat type karakter lag hem goed en zou hij later nog meer ontwikkelen met bijvoorbeeld A Few Good Men. De bepaler, keuzendoorhakker.

Mee eens dat de film vrij matig is. Het tijdsbeeld is het enige lolletje. Schuifelen bij jazzmuziek. Witte sweaters. En de taal inderdaad! Alle hippe lingo van die tijd zit erin als een soort afvinklijst. Ik vinkte ook nog aan: sleeping, going shallow, shower. En Nicholson met deze quote: “I don’t break the law, I make my own.” Snel naar de volgende film, want wat biedt Nicholson zonder de klassiekers?

 

2. Ride in the Whirlwind (1966)

BOB:
Wat heb je nu weer gevonden: een western, geschreven en geproduceerd door een nog geen dertigjarige Nicholson! En geregisseerd door Monte Hellman, regisseur van die klassieke autofilm Two Lane Blacktop. Ik ben geïntrigeerd.

Een film over wantrouwen. Twee groepjes outlaws ontmoeten elkaar bij een klein hutje (de laatste acteur past er eigenlijk niet meer in). Een kerel ligt daar te creperen. ‘Hij is op zijn mes gevallen tijdens een konijnenjacht’, zegt acteur Harry Dean Stanton met een ooglapje. Hmm jaja…

Nicholsons bende is ook niet zo fris. Ze zijn op weg naar Waco om redenen die we misten omdat we in gesprek waren over eerdere filmmarathons.

Een groep vigilantes nadert op dat moment de hut en wil iedereen ophangen. Zo loste men toen problemen op. Aardig filmfeitje: die acteurs kwamen van de lokale rodeo. Een shoot-out en zelfs shoot-out binnen een shoot-out ontwikkelen zich.

Verhaal is simpel maar wel aardig gefilmd, zo nu en dan, vooral met het ‘ricochet’ geluid in de heuvels. Het landschap, de droogte. Krijg jij er geen dorst van, Cor? Ik snap wel een beetje waarom Quentin Tarantino zo’n fan was van deze film. Had ik toch gelijk dat ik er iets van The Hateful Eight in zag…

Wist jij dat de film een soort dubbelproductie was met The Shooting? Dezelfde regisseur, acteurs, locatie. Dat was nog eens economisch denken in die tijd.

Best warm, deze septemberdag. Tijd voor een alcoholvrij biertje. Hoe zouden de gangsters in die tijd dat hebben ervaren?

 

COR:
Die dubbelproductie met The Shooting maakte beide films vast nóg goedkoper. Bij Ride in the Whirlwind zie je dat ook wel: veel zand, wat paarden en geweren, en dat veel te kleine hutje. Het is dat we hier geen woestijn hebben (nog niet), anders hadden wij ook wel zo’n lowbudgetwestern kunnen maken. Welke charismatische Nederlandse acteur Jack Nicholson zou moeten vervangen, weet ik even niet. Zou Pierre Bokma kunnen paardrijden?

Ja, krijg jij ook altijd dorst als je een western kijkt? Zal inderdaad wel komen door het landschap en de droogte. Stress, angst of andere emoties roept de film niet direct bij mij op. Misschien is het de verveling. Waar zijn die indianen trouwens als je ze nodig hebt? Buiten die shoot-outs gebeurt er ontzettend weinig. Nou ja, ontzettend…

Het ophangen van mensen is natuurlijk geen kattenpis, maar gelukkig brengt Monte Hellman vooral bungelende benen in beeld. Iemand ophangen scheelde natuurlijk wel kogels. In die tijd had je ook nog geen rechtssysteem, dus namen burgers nogal eens het recht in eigen handen. En tussen het ophangen door tonen de outlaws opvallend veel beschaving. Ze zeggen ‘graag gedaan’ en ‘dankjewel’. En nadat ze zich bij een familie helemaal hebben volgegeten, is er geen enkele boer te horen.

 

3. The Last Detail (1973)

COR:
Het was een goed idee om een uurtje te gaan wandelen en te genieten van een van de laatste warme dagen van deze nazomer. De dorst is gelest. Soep met brood gaat er goed in, zie ik. Snel verder met The Last Detail. Degene die als eerste ‘het laatste detail’ raadt, hoeft niet af te wassen!

In deze buddy-komedie van Hal Ashby zie je direct hoe het acteertalent van Jack Nicholson zich heeft ontwikkeld. Zijn personage van marinier, die een stelende collega heel ver weg naar een gevangenis moet begeleiden, legde de loper uit voor Nicholsons iconische hoofdrollen in Chinatown (1974) en One Flew Over the Cuckoo’s Nest (1975). Het is duidelijk dat de acteur het vooral moet hebben van zijn ogen, zijn wenkbrauwen en gezichtsuitdrukkingen. Binnen een seconde schakelt hij tussen mededogen en agressie.

Ook in deze film is zijn gedrag onvoorspelbaar. Van totale rust tot een uitbarstende vulkaan. Nicholson is vaak grappig als hij door het lint gaat. Ik vraag me af of hij in zijn privéleven ook zo is. Zou dat dan misschien te maken kunnen hebben met het feit dat Jack is opgevoed door zijn grootouders omdat zijn moeder, van wie hij dacht dat het zijn zus was, nog zo jong was? Of wordt iemand sneller opvliegerig als hij vijf kinderen bij vier verschillende vrouwen heeft? Oké, ik dwaal af.

Ook in The Last Detail gebeurt er niet veel schokkends. De gelaagdheid in het acteren van Nicholson redt de film wat mij betreft. Wat heb jij trouwens tegen het woordje ‘gelaagd’, Bob?

 

BOB:
Nou, bij gelaagd denk ik eerder aan een lasagna. Of tiramisu. Ik vind het een modewoordje dat zo goed als niets uitdrukt. Je leest het bijna in elke recensie. Overigens ben ik net zo goed een luie schrijver. Toch probeer ik nooit een woord te gebruiken dat ik zelf niet goed snap.

The Last Detail, met zijn typische trage 70’s tempo, bevalt mij ook. De film hoort met dit anti-autoritaire verhaal echt bij dat decennium. Hoe ze de jonge, stelende marinier (Meadows) op sleeptouw nemen omdat ze genoeg tijd en geld hebben. Al gauw gaan de handboeien los. Meadows krijgt een soort levensles met hotdogs eten, mantra’s zingen, bier drinken, in hotels slapen, rolschaatsen, prostituees bezoeken. Allemaal nog even voor hij de bak indraait om een diefstal van niets.

Kost wat tijd om op gang te komen maar dat dwalende, onvoorspelbare, improviserende vind ik heerlijk om te zien. Hal Ashby was een van die regisseurs die zich graag liet meedeinen door de stijl van die tijd, zoals hij ook liet zien met Harold and Maude en Being There. Randy Quaid (hier nog heel jong) is even wennen, maar past uiteindelijk wel bij het karakter.

‘Binnen een seconde schakelt hij tussen mededogen en agressie’… treffend gezegd, Cor! Paffend op zijn sigaar kan Nicholson hier elk moment ontploffen. ‘I am the motherfucking shore patrol here!’ En toch heeft zijn acteerwerk inderdaad ook vaak iets komisch, ironisch. Hij is erg comfortabel als acteur in The Last Detail in vergelijking met de vorige films. Nicholson had ook de mazzel in een tijd te leven dat hij de interessante regisseurs voor het uitkiezen had, en dat zij hem volledig vertrouwden met zijn talent.

Maar wacht even, dit lijkt een serieuze analyse… Eerst maar even afwassen omdat ik een weddenschap verloor…

 

4. Iron Weed (1987)

BOB:
Albany 1938. We kijken naar daklozen tijdens de grote crisis van de jaren dertig. Niemand wordt dakloos bij keuze, legt deze film uit. Het zijn de omstandigheden. Banen zijn een zeldzaamheid. Je hebt geen geld meer en moet op straat leven. Je slaat aan het zuipen en leeft van gratis soep bij een of andere kerk. Het is een risicovol bestaan. Af en toe bevriest iemand op straat. En dan al die herinneringen.

Nicholson is Francis en hij worstelt als een van deze daklozen met de demonen uit zijn verleden. Dat doet hij samen met Helen (Meryl Streep).

Aan de ene kant een gevoelig en begripvol portret van depressieve, alcoholverslaafde daklozen. Aan de andere kant kijken we deze film in hogere snelheid en het is nog steeds een van de traagste films die ik ooit heb gezien. Voor Nicholson was dronken spelen niet zo ingewikkeld, zoals hij al met verve deed in 1969 in Easy Rider.

Nicholson, hier leider-af, evolueerde zich in rollen buiten zijn comfortzone. Zoals met deze slome en hallucinerende dakloze. Hij was zelfs de acteur die William Kennedy (de schrijver van het boek waar de film op was gebaseerd) in gedachten had met zijn hoofdpersoon.

Aardig in vergelijking met andere films is dat juist de andere hoofdrol, Meryl Streep in topvorm, de aandacht trekt. Dat werkt verfrissend, dat Nicholson niet alleen een film hoeft te dragen, ik denk dat hij daar ook wel klaar mee was in 1987. Samen deden ze ook Heartburn in 1986. Roddels over een affaire tussen de twee waren er genoeg.

Ik weet dat het tactloos is met al die hongerige daklozen in de film, maar ik heb honger. Dus, Cor, wanneer gaan we het nepvlees braden?

 

COR:
Ach, beter tactloos dan dakloos. Helen in de film zal het niet erg vinden, want zij eet zelf nog nauwelijks. Ze is doodziek en kan voedsel niet meer verdragen. Een neut gaat er altijd nog wel in. Pas na anderhalf uur leren we dat ze vroeger een concertpianiste was. Mooi is de scène waarin ze een muziekwinkel betreedt. De eigenaar en de klanten deinzen terug als ze haar zo verfomfaaid naar de vleugel midden in de winkel zien schuifelen. Pas als ze een klassiek stuk gaat spelen, komt de eigenaar voorzichtig dichterbij.

Ook Francis heeft een achtergrond. Hij is in de goot beland nadat zijn pasgeboren zoontje, nu 22 jaar geleden, overleed. Na ruim twee uur blijkt dat hij de baby uit zijn handen had laten vallen. Hij ziet overleden personen en praat met hen. Voor even keert hij terug naar zijn familie waar wonden worden geheeld.

Ja, weer zo’n geweldige rol van Meryl Streep (gelaagd als een tiramisu). En een aangenaam optreden van collega-zwerver Tom Waits, die zojuist in Jarmusch’ Down by Law had gespeeld. Een knokploeg die de ‘overlast’ van al die daklozen zat is, maakt een eind aan zijn dromen. En Francis? Die scharrelt maar door, even hardnekkig en onverzettelijk als de taaie ironweed-plant die overleeft ondanks zware omstandigheden.

 

5. The Crossing Guard (1995)

COR:
Als je kijkt naar Amerikaanse thrillers van midden jaren 90 zie je regelmatig close-ups van gezichten om het gevoel van spanning en emotie te versterken. Ook zie je soms een slow-motion aan het eind van een scène om snel nog even de dramatische impact te benadrukken. Aan drama is sowieso geen gebrek in The Crossing Guard van Sean Penn.

Jack Nicholson kruipt in de huid van juwelier Freddy Gale, die sinds zijn scheiding met Mary (Anjelika Huston – in het echte leven was Nicholson nog met haar getrouwd) na zijn werk rondhangt in nachtclubs en daar zo nu en dan op de vuist gaat. Als hij hoort dat ene John Booth (David Morse) vrijkomt uit de gevangenis, gaat het mis. Booth heeft jaren geleden in beschonken toestand Emily, het dochtertje van Freddy en Mary, doodgereden. Freddy is vastbesloten om Booth te doden.

Ik kende deze film nog niet, maar het acteren van iedereen (behalve van David Morse) is sterk. Je kunt je inleven in het verdriet, de pijn, de wanhoop, de twijfel. Jammer dat de finale zo uit de bocht vliegt. Freddy heeft minutenlang achter de vluchtende John aangerend, als het duo uitgeput neervalt op het kerkhof. Jawel, bovenop het graf van Emily! Houden ze elkaars hand nou vast? Zie hier de verlossing en verzoening van twee gekwelde zielen in optima forma.

 

BOB:
Bij Nicholsons films lijkt toch wel sterke drank te horen, maar ik neem wel genoegen met een glas Pinot Grigio (piennookrietsjio als je het ergens bestelt) van de lokale Jumbo.

Ja, wow, wat een close-ups, alsof er een aanbieding was waar Sean Penn gretig gebruik van maakte. Nog meer tegen dumpprijzen waren vermoedelijk die slow-motions van iemand die over straat loopt. Zo hip toen, zo gedateerd nu.

Het is met afstand de meest ranzige Jack Nicholson die we zien deze marathon. We zien hem whisky drinken, kettingroken, lange leren jassen dragen, prostituees bezoeken en een abonnement op de plaatselijke stripclub. Een gebroken man, zoveel is duidelijk. Net als de dader.

Ik denk dat Penn het plot als eerste had bedacht, want daar zit je vanaf het begin al op te wachten.

Het begin oogt ook nog wel redelijk eigenzinnig. Het is het lange middenstuk waar ik dus een beetje in slaap viel. Te veel middelmatig drama naar mijn smaak.

Zo eindigt onze filmmarathon met Jack Nicholson… Ik hoop dat dit het begin kan zijn voor lezers die willen beginnen met zijn waanzinnige acteer-oeuvre. Deze films kunnen niet tippen aan wat mij betreft zijn favorieten: Chinatown, One Flew over the Cuckoo’s Nest, The Shining, Five Easy Pieces en About Schmidt. Toch helpen ze om een breed beeld te krijgen van de veelzijdige acteur.

Van de filmmarathon ga ik morgen verder met mijn fietsmarathon naar Zuid-Limburg en jij gaat denk ik verder met je Spaanse schrijfmarathon. We marathonnen wat af in ons leven, vind je niet?

 
27 september 2024

 

Meer filmmarathons

A New Kind of Wilderness

***
recensie A New Kind of Wilderness
Laten we in de zon blijven tot hij ondergaat

door Cor Oliemeulen

In films, documentaires en tv-programma’s zie je steeds vaker hoe mensen zich terugtrekken uit de drukke, gehaaste en materialistische maatschappij om in de natuur een nieuw leven te beginnen. A New Kind of Wilderness toont een mooi voorbeeld van zo’n eenvoudig leven, maar laat ook zien hoe idealen vervagen door onvermijdelijke aanpassingen aan het moderne leven.

“Laten we buiten gaan wandelen. Midden in het gebied van kabbelend water. En vogels die barsten van enthousiasme. Met zicht op de kale grond, de eerste lentebloemen en vlinders. Laten we in de zon blijven tot hij ondergaat.”

A New Kind of Wilderness

Verstoken van luxe
Het zijn de laatste woorden van Maria in A New Kind of Wilderness van de Noorse filmmaakster Silje Evensmo Jacobsen dat werd gekozen tot beste documentaire op het afgelopen Sundance Film Festival. Maria is een Noorse fotograaf die samen met haar partner, de Engelsman Nik, besluit om het hectische leven van de grote stad achter zich te laten, zich terug te trekken in de natuur en daar verstoken van luxe grotendeels zelfvoorzienend te worden.

Ze kopen een oude boerderij, knappen die op en gaan zelf hun groenten verbouwen. Ze krijgen vier kinderen, die ze tweetalig opvoeden en zelf lesgeven, en genieten samen met hun kroost van het leven in de overweldigende Noorse natuur. Een tragedie verstoort hun dromen en dwingt hen om langzaam contact met de buitenwereld te krijgen.

Gevangenis
De camera van Silje Evensmo Jacobsen (bekend van haar tv-serie over de Noorse atletiekfamilie Ingebrigsten) registreert zowel het leven in de wildernis waar de kinderen spelen in het bos, bomen knuffelen of houtsnijden, als binnen in de boerderij waar de twee meisjes en twee jongens het geweldig naar hun zin lijken te hebben, ook als ze les krijgen van hun ouders. Ze hebben nog nooit televisie gekeken en hebben dan ook niet het gevoel dat ze iets missen als ze op hun verjaardag bijvoorbeeld een door pa vervaardigde houten lepel cadeau krijgen.

A New Kind of Wilderness

Maar de Noorse wet gebiedt dat ingezetenen op een bepaalde leeftijd naar school moeten. Als Nik zijn oudste dochter Ronja met zijn auto naar school brengt, vraagt zij zich af waarom ze per se naar die “gevangenis” moet. En als de nieuwe omstandigheden daar om vragen, moet Nik een deal maken met de autoriteiten en moeten ook de jongere kinderen voortaan naar school; drie dagen, de rest mag thuis. Ze kunnen ook maar beter hun messen thuislaten om geen problemen met andere leerlingen te krijgen.

Onbestemde hoop
Naast de beelden van de wonderschone Noorse natuur en de louter observerende filmcamera geeft A New Kind of Wilderness ook door de montage van filmpjes en foto’s met teksten van Maria een prachtig beeld van twee vrije geesten en de naar hun idealen opgevoede kinderen. Totdat langzaam pijnlijk duidelijk wordt dat een geïsoleerd leven in deze tijd nauwelijks of niet is vol te houden. Want geef een kind een laptop en voordat je het weet, speelt het spelletjes en zijn ook de andere kinderen er niet meer bij weg te slaan.

De maatschappij wil dat iedereen zich moet ontwikkelen en het liefst ook leert omgaan met andere mensen. En dus moet in deze met liefde gemaakte documentaire over idealen, rouw en verdriet ook een ouder leren om het oude leven los te laten.

 

27 augustus 2024

 

ALLE RECENSIES

Daaaaaalí!

***
recensie Daaaaaalí!
Dromen in dromen, films in films, films in dromen en dromen in films

door Cor Oliemeulen

Een journaliste wil de extravagante kunstenaar Salvador Dalí interviewen, maar steeds gaat hun afspraak op het laatste moment niet door. Quentin Dupieux voegt met Daaaaaalí! een heerlijke onzinkomedie toe aan zijn absurdistische universum.

De meeste lezers zullen de Spaanse kunstenaar kennen van zijn schilderij De volharding der herinnering, waarin de gesmolten klokken direct in het oog springen. Dupieux brengt in de openingsscène van zijn film Dalí’s minder bekende schilderij Necrophilic Fountain Flowing from a Grand Piano tot leven. In een woestijnlandschap staat een piano waaruit een waterstroom vloeit. De suggestieve titel en de vervreemdende beelden zijn kenmerkend voor het surrealisme, een kunststroming die een eeuw geleden ontstond en waarvan Salvador Dalí een van de boegbeelden was.

Daaaaaalí!

Bakkersvrouwtje wordt journalist
Hierna maken we kennis met Judith (Anaïs Demoustier, eerder te zien in Dupieux’ Incroyable mais vrai en Fumer fait tousser). Ze vertelt dat ze haar baan als apotheker heeft opgezegd en journalist wil worden. Gedurende de film wordt ze consequent aangesproken als ‘bakkersvrouwtje’. Nu wacht ze in een hotelkamer op Salvador Dalí die ze wil interviewen voor een magazine. Na zijn lange wandeling door een eindeloze gang, waarbij Dalí en passant de belabberde architectuur van het hotel hekelt, maakt de ijdele kunstenaar rechtsomkeert als blijkt dat Judith geen camera heeft geregeld. Ze zal later nog diverse pogingen doen om Dalí te strikken voor een interview, maar steeds tevergeefs.

Dalí oreert in het Frans met een vet Spaans accent (hij verliet destijds zijn vaderland vanwege de politieke situatie aldaar). Dat geldt voor de maar liefst zes acteurs die hem gestalte geven (elke letter ‘a’ in de filmtitel staat voor een andere Dalí), zoals Gilles Lellouche, Edouard Baer, Pio Marmaï en Jonathan Cohen. Die wisselingen werken verrassend goed. Met name de grimassen en tics door Cohen zijn goed getroffen. Al die verbeeldingen samen vormen eerder een ode dan een ridiculisering van het ongrijpbare titelpersonage.

Monty Python en Luis Buñuel
Zoals volgers van Dupieux gewend zijn, is de storytelling op zijn zachtst gezegd een tikkeltje onconventioneel. De pogingen om Dalí te interviewen draaien uit op een loop: dromen in dromen, films in films, films in dromen en dromen in films.

Geholpen door de aanstekelijke, jolige soundtrack van Thomas Bangalter (de ene helft van Daft Punk) zijn alle typeringen en lolligheden gedurende de looptijd van 67 minuten prima vol te houden. Sterkere scènes wisselen af met minder sterkere scènes, regelmatig geïnspireerd door het Britse gezelschap Monty Python. Niet alleen de wandeling door de hotelgang waaraan geen einde lijkt te komen, maar bijvoorbeeld ook de scène waarin Dalí kleiduiven schiet met échte duiven en de scène waarin het honden regent, verwijzen naar het werk van John Cleese en consorten.

Daaaaaalí!

Al even waarneembaar is Dupieux’ inspiratiebron Luis Buñuel, de vader van het filmsurrealisme. Samen met Salvador Dalí schokte hij in 1929 het publiek met de korte film Un chien andalou, een weerslag van de dromen die de twee surrealisten elkaar vertelden. Een beetje filmkenner herinnert zich vast de openingsscène waarin het lijkt alsof iemand met een scheermes door het oog van een vrouw snijdt. Surrealisme gold destijds als een aanval op de heersende waarden van de westerse wereld.

Unieke filmauteur
In Daaaaaalí! maken we ook kennis met een priester. Tijdens een etentje, waarin levende wormen als delicatessen worden opgediend, vertelt hij de kunstenaar een droom. De priester doet sterk denken aan de bisschop in Buñuels komedie Le charme discret de la bourgeoisie (1972), waarin een gezelschap steeds opnieuw een poging doet om samen te eten, maar steeds mislukt dat door misverstanden en toevallige gebeurtenissen. In Buñuels film fungeren dromen en nachtmerries om burgerlijk gedrag te verstoren.

In het werk van Quentin Dupieux zien we die neiging ontegenzeggelijk terug. Het surrealisme dat Dalí en Buñuel bezigden, kun je tegenwoordig beter absurdisme noemen, maar ook in een dergelijk hokje laat Dupieux zich niet graag stoppen. Met zijn verstoring en ontregeling van de filmkijker, maar vooral door zijn eigenzinnige vorm van humor is hij volstrekt uniek tussen de laatste filmauteurs van de hedendaagse Franse cinema, zoals Claire Denis, Leos Carax, Jacques Audiard, Céline Sciamma, François Ozon en Gaspar Noé.

 

20 augustus 2024

 

ALLE RECENSIES

Un Amor

**
recensie Un Amor
Outsiders vinden liefde in seks

door Cor Oliemeulen

In het jongste drama van de Spaanse filmmaakster Isabel Coixet vinden twee outsiders liefde in seks. Leuk voor het copulerende koppel, echter Un Amor verzuimt de kijker op te winden.

Nat (Laia Costa) heeft het hectische leven van de grote stad ingeruild voor een nieuw leven op het platteland. Het dorp waar ze terechtkomt heet La Escapa (‘De Ontsnapping’), net als in het boek van de Spaanse schrijfster Sara Mesa waarop Isabel Coixet haar film baseerde. Waarom Nat is ‘ontsnapt’ blijft onduidelijk. Wel vermoeden we, al direct na de openingsscène waarin zij een gevluchte Afrikaanse vrouw interviewt, dat Natalia haar nieuwe zelf wil vinden.

Un Amor

Lekkend dak
Natalia maakt wat aarzelend kennis met de inwoners, zoals met een plaatselijke kunstenaar en met een gezinnetje waar ze wordt uitgenodigd om te komen eten. In La Escapa kan een nieuweling als Nat niet ontsnappen aan de roddels van een kleine gemeenschap waar iedereen elkaar kent en elkaar in de gaten houdt. Wat moet zo’n alleenstaande jonge vrouw toch in zo’n vervallen huis? Haar verhuurder is een norse, lompe man die niet alleen opdringerig is, maar ook niet van plan is om het lekkende dak te repareren.

Op dat moment komt Andreas (Hovik Keuchkerian) in beeld. Hij klopt aan bij Nat en doet een voorstel. ‘De Duitser’, zoals de dorpsgenoten hem noemen, wil wel het dak repareren, maar dan wel als hij ‘heel even in haar kan zijn’. Andreas legt uit dat hij allang niet meer met een vrouw is geweest, maar wil niet dat Natalia zich een hoer voelt. Nat bedankt hem vriendelijk voor het aanbod en gooit de deur dicht.

Niet lang daarna meldt zij zich toch bij Andreas, het begin van een seksuele relatie. Het dak lekt niet meer, maar het lijkt alsof haar onverwerkte emoties langzaam doorsijpelen in haar innerlijke welzijn, als gevolg van een posttraumatische stressstoornis, opgelopen door de aangrijpende vluchtelingenverhalen die ze voor haar werk vertaalde.

Un Amor

Droevig lot
Net als in haar meesterwerk The Secret Life of Words (2005) laat Isabel Coixet twee totaal verschillende zielen samensmelten omdat ze elkaar nodig hebben. In Un Amor hebben de man en de vrouw niets met elkaar gemeen buiten onstuimige seks. Een probleem ontstaat als blijkt dat Andreas zich prettig voelt in zijn rol van outsider en geen andere mensen nodig heeft, terwijl Nat een vorm van verbintenis en geborgenheid zoekt.

Nats onbehagen als gevolg van Andreas’ afwijzing en de bemoeizucht van de lokale bevolking, waarbij haar privacy niet wordt gerespecteerd, begint geleidelijk verontrustende vormen aan te nemen. Ze vindt slechts genegenheid bij een hond, die ook littekens met zich meedraagt.

En zo vertelt Un Amor een universeel verhaal over een cynische en seksistische wereld waar uiteindelijk nog altijd ruimte is voor de ontdekking van de kracht die in jezelf schuilt. Met een feministische boodschap, zoals je vaak ziet in Coixets oeuvre. Ze geeft een stem aan vrouwelijke personages die te maken hebben met vaak verzwegen aspecten van het leven, zoals ziekte, trauma en eenzaamheid.

Waar de regisseur zelf haar escapisme en bevrijding vindt in het maken van films, zo vertelt ze in interviews, weet ook Nat een nieuwe kracht in zichzelf te ontdekken. In de wat geforceerde finale, waar ze plotseling bevrijd lijkt en weer kan dansen en lachen, blijft ook de kijker een droevig lot bespaard.

 

14 augustus 2024

 

ALLE RECENSIES

Un Silence

***
recensie Un Silence
7.700 bezoekjes

door Cor Oliemeulen

De drama’s van de Belgische filmmaker Joachim Lafosse zijn geen gemakkelijke kost. Zijn tiende film, Un Silence, gaat over schaamte. Schaamte leidt tot ontkenning. Tot stilte. Centraal staat een bourgeoisiegezin met aan het hoofd een succesvolle advocaat. Langzaam wordt een familiegeheim blootgelegd.

Lafosse liet zich inspireren door een schandaal rondom de Belgische advocaat Victor Hissel. Die was raadsman van de ouders van slachtoffers van kindermisbruiker Dutroux, maar bleek ook zelf wat op zijn kerfstok te hebben. Met Un Silence vraagt de regisseur aandacht voor het bespreekbaar maken van zaken en omstandigheden, waarin de kinderen van advocaat François Schaar (Daniel Auteuil) een sleutelrol vervullen. Net als in À perdre la raison (2013), eveneens gebaseerd op een waargebeurde zaak (een Belgische vrouw doodde haar vijf kinderen), probeert Lafosse uit te leggen hoe iemand tot zijn daad komt. En wie is de werkelijke dader?

Un Silence

Misstap
Weinig hulp biedt Schaars echtgenote Astrid (Emmanuelle Devos), want zij heeft “een misstap van 30 jaar geleden” onder het tapijt geschoven. In de openingsscène van Un Silence zien we haar in een auto naar het politiebureau rijden. Haar 18-jarige zoon Raphaël is opgepakt nadat hij zijn vader met een mes heeft aangevallen. De close-up van Astrids gezicht toont ingehouden emoties. Haar ogen verraden een wervelwind van gedachten. Als ze wordt ondervraagd door een rechercheur zwijgt ze voornamelijk. Ze schaamt zich kennelijk. De rechercheur suggereert dat Astrid haar comfortabele leventje niet wil opgeven.

Tijdens de reconstructie van Raphaëls daad blijkt dat ook hij handelde uit schaamte. Hij zag zijn vader als een beroemde advocaat die opkwam voor de zwakkeren, totdat hij begrijpt wat er 30 jaar geleden is gebeurd. François verzwijgt nog steeds wat. In zijn maatschappelijke status kan hij het zich niet veroorloven om naar de waarheid te kijken, bang om van zijn voetstuk te vallen. Regisseur Lafosse voert schaamte en zwijgen op als een vorm van kwetsbaarheid en raadselachtigheid. De weegschaal had meer naar kwetsbaarheid mogen doorslaan.

Un Silence

Afstand
Die raadselachtige ondertoon heeft weliswaar een meeslepende werking, maar door de bijna voortdurende, discrete afstand ontstaan documentaire-achtige observaties. Dat maakt het meeleven met de personages lastig. Verder hoef je een duister geheim niet per se te benadrukken door het gebruik van duistere belichting, waardoor de afstand tot de personages mogelijk nog groter wordt. Na afloop van de film herinner je je eigenlijk alleen nog maar het gekwelde gezicht van Emmanuelle Devos. Daniel Auteuil blijft vanwege de invulling van zijn rol letterlijk en figuurlijk in de schaduw.

Respect voor Joachim Lafosse dat hij ambigue gebeurtenissen als onderwerp van zijn films neemt. Of het nu gaat om een moeder en haar zoon die op paarden door Kirgizië trekken om aan hun onderlinge relatie te werken (Continuer, 2018) of over een meubelrestaurateur met een bipolaire stoornis (Les intranquilles, 2021). Un Silence voelt qua thema al even ongemakkelijk, maar de film zakt nergens in. Stapje voor stapje, bezoekje na bezoekje, leidt de weg naar Raphaëls daad.

 

7 augustus 2024

 

ALLE RECENSIES

Fargo (1996)

Fargo (1996)
Ongebruikelijke heldin in ijskoud Minnesota

door Cor Oliemeulen

Een autohandelaar met schulden vraagt twee criminelen om zijn vrouw te ontvoeren, zodat hij een deel van het losgeld van haar rijke vader kan opstrijken. Natuurlijk loopt het plan volledig uit de hand. Maar bij Joel en Ethan Coen gaat alles net even anders dan je zou verwachten en valt een droogkomische deken van opmerkelijke personages in barre situaties over het anders zo vredige stadje Brainerd.

Het is vroeg in de ochtend als politiechef Marge Gunderson (Frances McDormand) uit haar bed wordt gebeld. Norm (John Carroll Lynch) wil dat zijn zwangere vrouw eerst wat eet en bakt eieren met spek. Even later rijdt Marge op een verlaten weg door de besneeuwde vlakte. Op de plek waar een auto is gecrasht, staan al enkele politieauto’s met daarin mannen die schuilen voor de ijskoude wind. Een agent geeft Marge een beker koffie. Wanneer zij naar de twee dode lichamen op het plaats delict schuifelt, denkt de agent even dat ze moet overgeven door de aanblik, maar het blijkt slechts de ochtendmisselijkheid van een vrouw in verwachting. Met haar scherpzinnigheid trekt Marge vervolgens de juiste conclusies over wat zich hier heeft afgespeeld. Ze blijkt bovendien zeer empathisch, want ze lacht niet om een vergissing van haar mannelijke collega, maar stelt hem op het gemak door het maken van een grapje.

Marge ziet iets wat het daglicht niet kan verdragen

Marge ziet iets wat het daglicht niet kan verdragen

“Yah, you betcha”
In zijn essay over Burn After Reading (2008) schreef collega Bob van der Sterre dat de Coen-broers de baas van een fitnessbedrijf opvoeren als “een baken van redelijkheid tussen alle idioten”. In Fargo (1996) vervult de zwangere politiechef Marge een soortgelijke functie. Ondanks de brutaliteit van de misdaden en de idiote streken van de misdadigers, straalt ze altijd kalmte en professionaliteit uit, een verademing bovendien vergeleken met al die agressieve macho rechercheurs in misdaadfilms.

Verder probeert Marge een vloeiende balans tussen werk en privé te vinden. Zo koopt ze op haar weg terug nog even een zakje aardwormen voor Norm zodat hij weer kan gaan vissen. Bovendien is zij begaan met zijn andere hobby: schilderen. Norm heeft enkele schilderijen ingestuurd voor een wedstrijd waarbij het winnende schilderij zal worden afgebeeld op een postzegel. Als blijkt dat een van zijn schilderijen zal verschijnen op een postzegel van slechts 3 cent, weet Marge ook hier de pijn te verzachten met een aardige relativerende opmerking.

Haar taalgebruik is typisch voor de setting van het verhaal: het landelijke Minnesota, waar de Coen-broers opgroeiden. Marge spreekt met een sterk Minnesotaans accent met lange klinkers en een bijna zingende intonatie dat wordt geassocieerd met de Scandinavische wortels van veel inwoners. Het dialect voegt een laagje ironie toe aan de film. Marge praat eenvoudig, direct en zonder pretentie. Met opmerkingen als “Yah, you betcha”, “Jeez” en “Oh, for Pete’s sake” slaat ze zelfs in moeilijke omstandigheden een optimistische toon aan.

Neerkijken op het gepeupel
Een vergelijkbaar dialect heeft autohandelaar Jerry Lundegaard (William H. Macy), de man door wie alle ellende begint, maar als streekgenoot is hij geen schim van de oprechte en ongecompliceerde Marge. Jerry is een al even grote egoïstische sukkel als de twee criminelen die zijn vrouw moeten ontvoeren: Gaear (Peter Stormare) en Carl (Steve Buscemi). Gaear praat nauwelijks en is een vulkaan die snel op uitbarsten staat, terwijl Carl bijna continu doorratelt en door alle ooggetuigen steevast wordt omschreven als “a funny looking guy”. Ook veel andere personages in Fargo blinken niet uit door een charismatische uitstraling.

Een uitzondering is Paul Bunyan, een metershoge gestalte in een houthakkersblouse en leunend op een grote bijl. Deze figuur uit de Amerikaanse folklore, die synoniem is aan het ruige karakter van het landschap, staat hoog op een sokkel en komt steeds in beeld als iemand Brainerd binnenrijdt. Zijn standbeeld, geplaatst in een besneeuwde, bijna desolate omgeving, vormt een aanzienlijk contrast met alle zwakke, incompetente en moreel corrupte personages die onder hem passeren.

Carl en Gaear als alles nog koek en ei is

Carl en Gaear als alles nog koek en ei is

Eten in Fargo
Waar het standbeeld van Paul Bunyan een onheilspellende, dystopische ondertoon aan de film toevoegt, vormt eten een andere rode draad. Marge wil best boeven vangen, maar niets kan haar lunch verstoren. Natuurlijk, wie zwanger is, moet eten voor twee. Maar in Fargo illustreert eten vooral de persoonlijkheden en sociale achtergronden van de personages. De eetgewoonten van Marge en Norm benadrukken hun bescheiden levensstijl en huiselijkheid. Het eenvoudige geluk dat ze vinden in hun dagelijkse routine contrasteert sterk met de chaotische en gewelddadige wereld van de misdaad waar Marge in haar werk mee te maken heeft. En de criminelen Carl en Gaear? Die eten natuurlijk altijd in een fastfoodtent.

In de familie van Jerry fungeert de eettafel als middel om onderliggende conflicten en frustraties tussen de personages bloot te leggen. Ferry’s relatie met zijn schoonvader Wade is verre van innemend en Jerry’s puberzoon (op zijn kamer hangt een niet heel recalcitrante poster van een bekende accordeonspeler) eet liever met zijn vrienden bij McDonalds dan in dit verstikkende gezelschap.

Er is één moment waarop Marge niet eet. Als ze is uitgenodigd voor een etentje door haar oude schoolvriend Mike nadat hij haar een zielig verhaal vertelde. Vanaf het moment dat hij in het restaurant opdringerig en emotioneel wordt, is haar trek gestild. Maar ook hier zien we direct Marge’s morele kompas. Hoe ongemakkelijk de situatie ook even is, laat ze met een aardige opmerking Mike in zijn waarde. Marge bestelt een colaatje, praat nog wat en gaat de volgende dag gewoon weer verder met het oplossen van de meervoudige moordzaak. “Oh, yah.”

 

26 juli 2024

 

THEMAMAAND JOEL EN ETHAN COEN

Blood Simple (1984)

Blood Simple (1984)
Subtiele observaties van menselijke zwaktes en dommigheden

door Cor Oliemeulen

De Coen-broers bewijzen al veertig jaar lang dat je films kunt maken zonder de bemoeienis van Hollywood-studio’s. Ethan en Joel schrijven, regisseren en monteren al hun films zelf, houden zich niet bezig met populaire trends en laten zich zelden zien in de media. Hun werk mengt humor, geweld en cynisme, maar biedt meestal de mogelijkheid van verlossing. Blood Simple (1984) – vanaf 11 juli als 4K-restauratie in de bioscoop – dient als gids voor al hun gedenkwaardige films die volgen.

In veel Coen-films ontmoeten duisternis en lichtvoetigheid elkaar. Vooral in de begintijd zijn de situaties en het geweld vaak zo overdreven dat ze neigen tot absurdisme, maar toch behouden ze een realistische benadering. Blood Simple kent een soort fysieke komedie die je aantreft in de horrorfilms van Sam Raimi. Hij belichaamde in de jaren 80 de opkomst van een esthetiek van slechte smaak. Een deel van het filmpubliek wilde overdreven geweld.

Dan Hedaya als stripbareigenaar Marty

Dan Hedaya als stripbareigenaar Marty

Splatstick
Net zoals veel van hun collega’s in die jaren experimenteerden Joel en Ethan Coen met Super-8-filmjes. Joel ging werken als montage-assistent voor Sam Raimi’s horrorklassieker The Evil Dead (1981) en hoorde hoe hoofdrolspeler Bruce Campbell de term splatstick bezigde voor de combinatie van gruwelhorror en slapstick. Denk bijvoorbeeld aan het meisje dat in het bos wordt vastgegrepen en gemolesteerd door de takken van levende bomen. Of de scène waarin een hand van de hoofdpersoon wordt besmet door een beet en zijn eigenaar wil doden, zodat hij zijn hand moet amputeren met een kettingzaag om de verspreiding van het kwaad te stoppen.

De Coen-broers raakten enthousiast door Raimi’s splatstick-geweld, maar hadden de neiging om de horror (en later ook andere genres) enigszins te parodiëren en te overgieten met een intellectueel sausje. Zo eindigt hun debuutfilm Blood Simple potsierlijk met de scène waarin een vrouw de hand van een man met zijn eigen mes doorboort, omdat zij denkt dat het slachtoffer haar wil vermoorden. Het geweld is vaak cartoonesk, bijvoorbeeld aan het begin van Raising Arizona (1987) als een ruige motorrijder tijdens zijn rit door de woestijn een konijn tot gort schiet. Volgens Joel was mensen doodschieten prima, maar kijkers wilden niet zien dat er een konijn gewond raakte. Die kijkers konden dus ook smullen van de memorabele scène in Fargo (1996) waarin iemand in een houtversnipperaar wordt geduwd.

Film noir
Naast het soms groteske geweld is de donkere atmosfeer bepalend voor Blood Simple. De Coens voelden zich aangetrokken tot film noir en lieten zich in het bijzonder inspireren door de boeken van James M. Cain en de verfilming van diens Double Idemnity (1944) door Billy Wilder. Dat de tijd rijp was voor het opnieuw leven inblazen van de film noir had Body Heat (1981) al bewezen. Dit misdaaddrama van Lawrence Kasdan gebruikt veel stilistische elementen van de klassieke film noir, zoals schaduwen en rokerige kamers, maar heeft ook een complex en dubbelzinnig plot. De thema’s zijn verraad, hebzucht en morele ambiguïteit.

Net als Body Heat, Double Idemnity, maar ook James M. Cains andere beroemde boek The Postman Always Rings Twice (verfilmd in 1946 en 1981), draait Blood Simple om een driehoeksverhouding met de fatale aantrekkingskracht van passie en hebzucht en een complot om een echtgenoot te vermoorden voor financieel gewin. In de gereanimeerde film noir van de Coens gaat het om stripbareigenaar Marty (Dan Hedaya) die de zweterige privédetective Visser (M. Emmet Walsh) inhuurt om zijn overspelige vrouw Abby (Frances McDormand) en haar minnaar Ray (John Getz) te vermoorden. Vervolgens ontstaat er een kettingreactie van leugens en misverstanden met als klap op de vuurpijl iemand die maar niet wil doodgaan.

De titel Blood Simple is afkomstig van een andere bekende schrijver van zogenaamde hard-boiled detectiveromans, Dashiell Hammett, die in zijn boek Red Harvest (1929) de term omschrijft als ‘een staat van verwarring, paranoia, en verminderde mentale helderheid die optreedt na het ervaren of plegen van geweld’. En net als in de klassieke film noir gebruiken de Coen-broers vervreemding, misdaad en geweld als een cynische visie op de wereld en ligt de nadruk op de donkere kant van de menselijke aard en op de innerlijke tegenstrijdigheden van de hoofdpersoon.

Naast de desoriënterende camerahoeken met hoge en lage standpunten, accentueren de Coens de ‘duisternis’ van hun verhaal met het veelvuldig gebruik van ingehouden, mysterieuze verlichting (vooral accenten van neon en blauw licht), een ander kenmerk van de klassieke film noir. Net als overmatige regen, waarmee Blood Simple begint.

M. Emmet Walsh als privédetective Visser

M. Emmet Walsh als privédetective Visser

Low budget
Joel en Ethan Coen waren niet alleen fan van de klassieke film noir, ze kozen ook voor deze filmstijl om praktische redenen: geld. Na het schrijven van het scenario en voordat ze nog maar iets voor Blood Simple hadden opgenomen, vroegen de broers aan de net afgestudeerde regisseur Barry Sonnenfeld of hij voor 100 dollar een korte trailer wilde maken. Hij filmde een man die midden op de weg stopt, een schop tergend langzaam over het asfalt sleept naar een andere man, die hij gaat vermoorden, en begraven. Met die trailer onder de arm gingen ze langs vrijwel elke grote Amerikaanse filmdistributeur, echter niemand wilde Blood Simple financieren omdat er te weinig actie in het script zat en omdat het publiek zich niet zou kunnen identificeren met de koele personages.

Joel (29 jaar) en Ethan (26 jaar) haalden in een jaar 750.000 dollar op, genoeg om met de productie van de film te beginnen. Een probleem was dat ze geen ervaren editor konden inhuren om hun geschoten materiaal zo mooi mogelijk aan elkaar te monteren. Maar goed, de broers wilden sowieso de controle over hun film behouden, dus besloten ze om zelf te gaan monteren. Op de aftiteling verscheen hun pseudoniem Roderick Jaynes, een bekende truc van makers van lowbudgetfilms om te vermijden dat hun namen niet te vaak op aftiteling zouden verschijnen.

Stinkend zaakje
Blood Simple opent met een korte voice-over monoloog, iets wat ze ook in toekomstige films zouden doen. Bij de Coens leent niet alleen het filmgenre zich voor parodie, ook de symboliek van sommige handelingen en situaties fungeert als een knipoog. Bijvoorbeeld als Marty na een vistripje terugkeert in zijn kantoortje, de gevangen vissen op tafel legt en vervolgens wordt neergeschoten. Zijn lichaam wordt verwijderd, maar die vissen blijven de hele tijd op het bureau liggen te meuren en demonstreren dat het hele zaakje steeds meer gaat stinken. Een ander voorbeeld is de onbetrouwbare privédetective Visser die voortdurend om zijn eigen flauwe en zieke grapjes lacht.

De monologen en dialogen zijn afwisselend hilarisch of stemmen tot nadenken. Het lijkt soms wel alsof alle slechteriken filosofie hebben gestudeerd. Het gebruik van excentrieke personages die grappige en gevatte teksten opdissen en zich overgeven aan stijlvolle geweldsscènes zie je later terug in de films van Quentin Tarantino. Terwijl Ethan Coen zich vooral oriënteert op het taalgebruik, denkt Joel vooral in beelden. Hun feilloze samenwerking leidt tot subtiele observaties van menselijke zwaktes en dommigheden.

Frances McDormand als Abby

Frances McDormand als Abby

Frances McDormand
Verrassend is de keuze van Frances McDormand als femme fatale, die geen femme fatale is. Ten eerste is zij geen klassieke schoonheid zoals in de oude film noir; ten tweede is haar personage in Blood Simple niet betrokken bij een complot. Abby is slechts een vrouw die genoeg heeft van haar man en op zoek is naar een avontuurtje, dat fatale gevolgen kent, en heeft geen idee welke intriges allemaal spelen. De Coens hadden voor haar rol in eerste instantie actrice Holly Hunter op het oog, maar zij had al andere filmactiviteiten gepland. Dus stelde Hunter haar kamergenoot McDormand, die drama had gestudeerd, voor aan ‘die twee hele rare jongens’, die hun eerste film wilden maken.

Tijdens de opnamen van Blood Simple werden Frances McDormand en Joel Coen verliefd op elkaar en trouwden nadat de film uitkwam. Zowel hun debuutfilm als hun huwelijk hebben veertig jaar later de tand des tijds doorstaan. Zoals de Coens hun eersteling fabriceerden uit verhalen van de klassieke film noir maakte de Chinese regisseur Zhang Yimou op zijn beurt een remake van Blood Simple. In diens A Simple Noodle Story (2009) is de stripbar in Texas vervangen door een noedelswinkel in een Chinees woestijnstadje. Waar Yimou uitbundige acteerprestaties en visuele flair benadrukt, blijft het debuut van de Coens veel meer ingetogen met realistisch acteerwerk, minimalistisch gebruik van geluid, donkere spanning en ironie. In die zin kun je Blood Simple beschouwen als een blauwdruk van het hele Coen-oeuvre.

 

4 juli 2024

 

THEMAMAAND JOEL EN ETHAN COEN