Voyage extraordinaire, Le

***

recensie  Le voyage extraordinaire

‘Dit is geen film, dit is een gedicht’

door Cor Oliemeulen

Bijna iedereen kent Le Voyage dans la Lune, de verfilming van de reis naar de maan van Georges Méliès. Deze allereerste filmklassieker is magistraal gerestaureerd. De lange en kostbare weg hier naartoe is vastgelegd in de documentaire Le voyage extraordinaire.

Enkele mannen in een capsule worden met een gigantisch kanon afgeschoten, landen in een oog van de maan, worden gevangen genomen door maanwezens, weten te ontsnappen en keren veilig terug op aarde. Deze slechts veertien minuten durende sciencefictiontrip uit 1902 geldt als het eerste commerciële filmsucces. De effecten en de montage voor die tijd waren sensationeel. Om deze belangwekkende film voor het nageslacht te bewaren en te moderniseren, was Le Voyage dans la Lune een eeuw later toe aan grondige restauratie.

Montagetrucages
De documentaire Le voyage extraordinaire van Serge Bromberg en Éric Lange is opgebouwd uit drie delen. Allereerst maken we kennis met de Franse filmpionier Georges Méliès, die geen boodschap had aan de schaarse filmpjes eind negentiende eeuw. De enige gebeurtenissen die aan het celluloid werden toevertrouwd, beperkten zich tot militaire defilés en curiositeiten als schaatsende mensen, een man die zijn vrouw leert fietsen en een kussengevecht waarbij de veren in het rond vliegen. Méliès ging liever experimenteren en maakte ontelbare korte filmpjes die worden gekenmerkt door een theatrale stijl en montagetrucages.

De hoofdrol speelt hij meestal zelf, letterlijk en figuurlijk. Zo neemt hij in Un homme de tête (1898) zijn hoofd van zijn romp en zet het op een tafel, pakt het later weer op, gooit het in de lucht en vangt het op met zijn romp. Voor die tijd technisch hoogstaand, geniaal gemonteerd, artistiek en grappig. Huidige regisseurs als Costa-Gavras, Jean-Pierre Jeunet, Michel Gondry en Michel Hazanavicius spreken lovende woorden over Georges Méliès. Allen hebben een mening over de voortrekkersrol die hij vervulde en de ongekende schoonheid van Le Voyage dans la Lune.

Recensie Le voyage extraordinaire

Méliès had een kanon, de Apollo was een raket
In het tweede deel van de documentaire zien we hoe de film destijds tot stand kwam. Geïnspireerd door boeken van Jules Verne en H.G. Welles moest en zou Méliès een film over een reis naar de maan maken. Hoe spectaculairder hoe beter. Hij bouwde de allereerste filmstudio, optimaal gebruikmakend van het daglicht. Hij liet grote tableaus vervaardigen, zodat het tweedimensionale effect kon worden benadrukt. En hij verzon het verhaal. In de documentaire vertelt Tom Hanks dat Méliès direct is gelieerd aan de vaders van de Apollo-missies en hun fantasieën. ‘Méliès bouwde een groot kanon, zij bouwden een raket. Dat is het enige verschil.’

Pas na veertig minuten komt het echte werk aan bod: de restauratie van de film. De originele Le Voyage dans la Lune is in zwart wit, pas in 1993 ontdekte men een band waarvan de beeldjes één voor één met de hand zijn ingekleurd. Nu zijn we getuige van de moeizame, omvangrijke en zorgvuldige totstandkoming van de ultieme digitale versie. Niet minder dan 3680 beeldjes moesten worden gefotografeerd en gescand. De restaurateurs ontdekten beschadigingen en incomplete fragmenten. Het vervolmaken van een enkel beeld kostte soms uren, soms dagen. ‘Je kunt beter spreken van een wederopstanding dan van een restauratie’, merkt een medewerker op. Zijn collega is lyrisch over het eindresultaat: ‘Dit is geen film, dit is een gedicht.’

Authenticiteit bewaard gebleven
Hoewel de documentaire een aardig kijkje biedt op het leven van Georges Méliès, zijn er voor degenen die Hugo (2011) van Martin Scorsese hebben gezien weinig verrassingen. Het restauratieproces is interessant, maar niet sprankelend in beeld gebracht. Gelukkig is direct na afloop van Le voyage extraordinaire de gerestaureerde versie van Le Voyage dans la Lune te bewonderen, met elektronische muziek van het Franse duo Air. Ondanks en dankzij het gebruik van moderne technieken is de authenticiteit bewaard gebleven. Sterker nog: pas 109 jaar later zie je alle briljante details van dit onvervalste meesterwerk.

 

14 september 2012

 
ALLE RECENSIES

Detachment

****

recensie  Detachment

Je kunt niet elke arme kinderziel redden

door Cor Oliemeulen

In het gevoelige, inspirerende drama Detachment lijkt iedereen te lijden door fouten in het verleden. Een sublieme Adrien Brody gaat voorop in de universele zoektocht naar identiteit en genegenheid.

Met het uiterlijk van een beatnik onderstreept Engelsman Tony Kaye zijn eigenzinnigheid. Gelauwerd als maker van muziekvideo’s en commercials, is hij de laatste jaren voornamelijk actief als singer/songwriter, cinematograaf, documentairemaker en regisseur. Zijn verpletterende speelfilmdebuut in 1998 was American History X, het grimmige verhaal over twee broers die proberen hun neonazistische denkbeelden los te laten. Met Detachment voegt hij een mooi sociaalrealistisch werk aan zijn filmoeuvre toe. Een drama over de erbarmelijke toestand op een middelbare school in een Amerikaanse stad waar een invalleraar een verschil probeert te maken en ondertussen met zijn eigen demonen moet zien af te rekenen.

Detachment

Chronisch gebrek aan ouderlijke begeleiding
Het leven is zwaar voor veel kinderen én volwassenen. Kaye blijkt een meester in het schetsen van herkenbare problemen zonder de stereotype karakters zwaar aan te zetten in zijn aanklacht tegen het Amerikaanse schoolsysteem. Kinderen moeten nu eenmaal naar school, iets leren boeit de meesten niet. Een chronisch gebrek aan ouderlijke begeleiding en liefde uit zich regelmatig in fysieke en seksuele bedreigingen naar medeleerlingen, leraren en schoolleiding. In deze jungle van individualiteit, chaos en onmacht krijgt Henry Barthes (Adrien Brody) contact met zelfs de lastigste scholieren door ze gedichten te laten lezen.

Het gegeven van de inspirerende leraar die zieltjes probeert te redden op een achterstandsschool is zeker niet nieuw. In Blackboard Jungle (1955) wordt een Engelse oorlogsveteraan ingehuurd om een gewelddadige klas discipline bij te brengen. Hierna volgde een hele rits films waarin onconventionele lesmethodes succesvol zijn toegepast. Stand and Deliver (1988): bendeleden worden geënthousiasmeerd voor rekenkunde; Dangerous Minds (1995): het ontleden van songteksten van Bob Dylan; Take the Lead (2006): probleemkinderen krijgen discipline door volgen van ballroomlessen; Entre les murs (2008): de leerlingen mogen alles en worden bewust geprovoceerd.

Detachment

Visuele trip
Ondanks sommige clichés en voorspelbare plotwendingen is Detachment goed geschreven en grandioos geregisseerd. De montage is briljant. Onconventionele close-ups, artistiek gebruik van bewegende tekeningen en woorden op een schoolbord en schakelen tussen verleden en heden gebeurt probleemloos en functioneel. De visuele trip met mooie soundtrack (die inderdaad soms aan een videoclip doet denken) biedt soepel ruimte aan de veelvuldige overgangen tussen het privé- en schoolleven van de invalleraar. Terwijl hij zelf gelukkig probeert te worden, zijn dementerende vader regelmatig moet bezoeken en thuis een minderjarig straathoertje opvangt, wacht zijn school waar hij ook mensen moet redden van de ondergang.

Tony Kaye schaart acteur Adrien Brody graag in het rijtje namen Robert De Niro, Al Pacino en Dustin Hoffman. In zijn beste rol sinds The Pianist (2002) speelt Brody het klaar om op overtuigende en geloofwaardige wijze een heel scala aan emoties over te brengen: van neerslachtigheid en traumatische pijn tot en met berusting en geluk. Sterke bijrollen zijn er van Marcia Gay Harden (die zich als schooldirecteur probeert te handhaven ondanks bureaucratische, psychische en politieke druk), James Caan (die een leerling die ‘fuck your shit’ tegen hem zegt geweldig van repliek dient, maar later toegeeft aan een collega dat hij pilletjes slikt omdat hij het anders niet volhoudt) en Tim Blake Nelson (als uitermate zielige leraar die volstrekt onzichtbaar is voor zowel zijn leerlingen als het thuisfront). Detachment bewijst dat lesgeven een passie moet zijn. Nog een film over een kinderzieltjes reddende leerkracht is overbodig.

 

7 september 2012

ALLE RECENSIES

God Bless America

***

recensie  God Bless America

Irritante aso’s moeten dood

door Cor Oliemeulen

‘Ik wil alleen maar mensen doden die verdienen te sterven’, stelt hoofdrolspeler Frank. In de zwarte komedie God Bless America moeten mensen uit realityshows en commercials, nieuwslezers, rechtse politici en andere irritante aso’s vrezen voor hun leven.

Regisseur Bobcat Goldthwait (World’s Greatest Dad, 2009) schreef naar eigen zeggen het verhaal nadat hij ooit met stijgende verbazing een marathonuitzending van het realityprogramma My Sweet Sixteen had gekeken. Hij dacht ogenblikkelijk aan een ‘liberal with a gun’, die de verloedering om zich heen niet langer pikt.

God Bless America

Onophoudelijke stroom van vulgaire stompzinnigheid
Veertiger Frank (Joel Murray) lijdt aan slapeloosheid en migraine, wordt onterecht ontslagen en krijgt te horen dat hij een hersentumor heeft. Tijdens het nachtelijke zappen aanschouwt hij een onophoudelijke stroom van vulgaire stompzinnigheid in realityprogramma’s, reclamespotjes en het nieuws. Een varken in een cartoon laat een scheet, Obama met Hitlersnorretje in een nazipak, een show over ruziënde vrouwen van wie eentje een gebruikte tampon bij de ander in het gezicht smijt, jongens die een dakloze in brand steken en het filmpje op YouTube zetten. Niets is te gek in het door God gezegende Amerika in de 21ste eeuw.

Frank wordt er niet blij van. Aan de telefoon hoort hij de enorme boosheid van zijn achtjarige dochtertje omdat haar moeder als verjaardagsgeschenk geen iPhone maar een Blackberry heeft gekocht. Juist als hij op het punt staat zelfmoord te plegen, ziet hij op straat Chloe, het verwende nest van Super Sweet Sixteen. Hij besluit háár te doden in plaats van zichzelf. Haar klasgenote Roxy (Tara Lynne Barr), die Franks actie heeft gadegeslagen, is vol lof en bewondering. Samen besluiten ze om alle hatelijke en vervelende mensen naar de andere wereld te helpen.

God Bless America

Vette knipogen
Hun moordtocht doet denken aan Natural Born Killers (1994). Waar Mickey en Mallory zich ontwikkelen als psychopathische seriemoordenaars, doden Frank en Roxy niet zomaar voor de kik, maar uit frustratie die wordt opgewekt door gedrag van anderen. Dezelfde beweegredenen heeft Michael Douglas in Falling Down (1993), zij het dat God Bless America overloopt van de satire. Hier en daar is er een vette knipoog, bijvoorbeeld naar Taxi Driver (1976) als een handelaar uiterst zakelijk uitleg geeft over de effectiviteit van verschillende wapens.

De moordpartijen zijn gestileerd in beeld gebracht. Ze worden ondersteund door vrolijke deuntjes of klassieke muziek. Antiheld Frank, die zijn daden pleegt gekleed in een keurig vest met twee paardenhoofden, is intelligent en heeft een uitgesproken mening over de vrije val van normen en waarden. Dit blijkt uit de scène in de bioscoop, waar de enige van het luidruchtige gezelschap die niet dood wordt geschoten, beleefd krijgt te horen: ‘bedankt voor het stoppen met praten en het uitzetten van je mobieltje’.

Tea Party
In het land waarin alleen conservatieven worden geassocieerd met wapens ontstond direct een controverse nadat God Bless America was uitgebracht. Politiek links verkneukelt zich om de belachelijke liefhebberijen en verwerpelijke opvattingen van het andere kamp, rechts spreekt schande van de scène waarin Frank en Roxy enkele leden van de Tea Party doodschieten. Als kijker is het moeilijk je blijvend te identificeren met de hoofdpersonages: mensen simpelweg afknallen kan nooit de oplossing zijn. Dit neemt niet weg dat er genoeg momenten zijn dat je kunt gniffelen en uitbundig lachen in deze originele aanklacht tegen het ‘moderne’ Amerika.

 

20 augustus 2012

 
ALLE RECENSIES
 

Simple Life, A

****

recensie  A Simple Life (Tao jie)

Oud, maar niet vergeten

door Cor Oliemeulen

Een huishoudelijke hulp verkast na zestig jaar dienstverband en een beroerte naar een verzorgingstehuis. A Simple Life is een sterk geacteerd, aangrijpend drama over de veranderende sociale status van de ouder wordende mens.

Als jonge wees komt Ah Tao terecht bij de welgestelde familie Leung in Hong Kong. Sindsdien staat haar leven in het teken van onbaatzuchtige dienstbaarheid. De meeste familieleden zijn dood of geëmigreerd naar Amerika. Alleen filmproducer Roger woont er nog. Ah Tao maakt schoon en kookt de meest fantastische maaltijden voor hem. Dat hij het kleine appartement uit loopt zonder een begroeting is normaal, beiden kennen hun plaats. Na een beroerte acht de hulp zich niet langer geschikt om haar baan voort te zetten.

Recensie A Simple Life

Waardigheid behouden
Ouder worden is een dankbaar thema voor filmmakers. In de hartverscheurende Japanse film The Ballad of Narayama (Narayama-bushi kô)  wordt iedereen die binnenkort de 70-jarige leeftijd bereikt op een bergtop achtergelaten om daar te sterven. Een andere manier om het bejaardentehuis te ontlopen, is te zien in de recente Franse komedie Et si on vivait tous ensemble, waarin vijf oude vrienden met gezondheidsproblemen een woongemeenschap oprichten. In A Simple Life (Tao jie) besluit de hoofdpersoon zelf te vertrekken naar een tehuis om haar waardigheid te behouden.

Lichamelijk en geestelijk verval wordt vaak als lastig ervaren. Regisseur Ann Hui, die ongeveer even oud is als haar protagonist Ah Tao, schetst met rake observaties, subtiele details, warmte en humor het nieuwe milieu. Hier varieert de staat van de bewoners van dementerend tot luid zingend. De een vertoont katatoon gedrag, terwijl de ander van iedereen geld leent om stiekem naar de hoeren te kunnen. De kamers lijken op kantoorboxen met dunne wandjes waar je ’s nachts wordt getrakteerd op gerochel en geschreeuw. De wc’s stinken zo erg dat je er maar beter toiletpapier in je neus kunt stoppen.

Rollen zijn nu omgedraaid
Begeleid door enkel een piano en soms een blaasinstrument lijkt het middenstuk van de film wat traag. Het is echter een functionele opmaat naar gebeurtenissen in de tijd die elkaar snel opvolgen. De filmproducer ontfermt zich meer en meer over de meid. Zo realiseert ook zij zich langzaam dat ze meer is dan alleen een hulp in de huishouding. De rollen zijn nu omgedraaid. Roger zorgt voor haar, komt op bezoek wanneer hij kan en neemt Ah Tao mee uit eten en naar zijn filmpremière. Hun prachtige, ingehouden samenspel mondt uit in een hartverwarmende en ontroerende finale.

Andy Lau is bekend van martial arts films als House of the Flying Daggers en Internal Affairs (Mou gaan dou). Hij past moeiteloos in het rijtje coryfeeën Bruce Lee, Jackie Chan, Jet Li en Chow Yun-Fat, maar ontstijgt als Roger de beperkte kwaliteiten van vechtsportvirtuoos. Het enige dat in A Simple Life aan martial arts doet denken is het korte optreden van genregenoten Sammo Hung Kam-Bo als filmproducer en Anthony Wong als Grasshopper, de eigenzinnige eigenaar van het verzorgingstehuis.

Deannie Yip, die de rol van Ah Tao zo fantastisch inkleurt, was op het filmfestival van Venetië beste actrice. Het is niet vaak dat Aziatische vrouwen zo krachtig op het witte doek verschijnen. Haar geweldige spel doet denken aan Jeong-hie Yun in de Koreaanse film Poetry (Shi) die een oudere dame met Alzheimer speelt. Maar Yip presteert het om het realistische verhaal nog beter over te brengen. Als vrouw die zich schikt in haar lot en niets anders wenst dan een simpel leven.

 

12 augustus 2012

 
ALLE RECENSIES

Meek’s Cutoff

**

recensie  Meek’s Cutoff

Personages én regisseur verdwalen

door Cor Oliemeulen

Een western die geen western is. Waar je het gras kunt zien groeien, hoewel er nauwelijks gras is. Dat is Meek’s Cutoff, een troosteloze historie over dolende immigranten op zoek naar water en het beloofde land.

In 1845 bevinden drie gezinnen zich op Meek Cutoff, de huifkarroute door de woestijn van Oregon. Ze behoren tot de eerste pioniers die de frontier, de grens van het al ontdekte deel van Noord-Amerika, proberen te bereiken. Ze hebben de gids Stephen Meek ingehuurd. Deze avonturier (naar wie de route later werd vernoemd) adviseert een kortere weg over de Cascade Mountains. Maar helaas raken ze het spoor bijster.

Recensie Meek's Cutoff

Minimalistische aanpak
Regisseur Kelly Reichardt kreeg erkenning met het trage Old Joy, de eerste Amerikaanse film die een Tiger Award won op het filmfestival van Rotterdam (IFFR). Meek’s Cutoff heeft een nog rustiger tempo, passend bij de tijd en de omgeving. Ze neemt alle ruimte voor de ontberingen: zengende hitte, dodelijke vermoeidheid en het wanhopig zoeken naar water. De aanpak is minimalistisch: weinig tekst en gebeurtenissen, begeleid door een soundtrack die past op een cd van drie minuten.

De film wordt gepresenteerd als een western, zonder cowboys, sheriffs en pistoolhelden. Ook geen kroeg met klapdeurtjes, waar een pianist deuntjes speelt, men goedkope whisky drinkt tijdens het vals pokeren en waar de hoertjes in hoepeljurken vanaf de balustrade toekijken hoe bezoekers uitbundig gaten in het plafond schieten.

Ontreddering op gebarsten vlakte
De kolonisten op de droge, gebarsten vlakte van Meek Cutoff ervaren slechts ontreddering. Terwijl grote, traditionele westerns meestal zijn gefilmd in brede panoramaviews, kent Meek’s Cutoff de beeldverhouding 4:3. Het versterkt de benauwende, opgesloten sfeer. Toch worden het deprimerende landschap en de overweldigende avondlucht mooi op het scherm gebracht.

Zo sleept het verhaal tergend langzaam voort. Totdat een indiaan hun pad kruist. Vertrouwen ze Meek, die graag sterke verhalen over het bloeddorstige karakter van de getooide autochtonen vertelt? Of vestigen ze hun hoop op de mogelijkheid dat de indiaan hen naar water zal voeren? Onder leiding van het sterkste personage, Emily (Michelle Williams: Wendy and Lucy, My Week with Marilyn), proberen ze de juiste keuze te maken. ‘Vrouwen zijn gemaakt om orde in de chaos te brengen’, stelt Meek. ‘Mannen vernietigen alleen maar.’

Hoewel de spanning knap wordt opgebouwd, slaagt de regisseur er niet in tot een boeiend geheel te komen. Ook zij verdwaalt in het bereiken van haar doel.

 

5 augustus 2012

 
ALLE RECENSIES

You Instead

**

recensie  You Instead

Tot elkaar veroordeeld

door Cor Oliemeulen

Als je houdt van muziekfestivals levert You Instead ongetwijfeld een gevoel van weemoed en herkenning op. De perikelen van een Amerikaanse zanger en een Engelse zangeres, die letterlijk aan elkaar geketend een etmaal met elkaar moeten doorbrengen, zijn echter wel magertjes en voorspelbaar.

Het is een aardig idee van regisseur David Mackenzie om het driedaagse Schotse festival ‘T In The Park’ als decor van zijn jongste romantische komedie te gebruiken. Het uitgangspunt is al even origineel. Adam (Luke Treadaway), de helft van het elektronische popduo The Make, krijgt op het festivalterrein ruzie met Morello (Natalie Tenan), zangeres van de punky meidengroep The Dirty Pinks. Nadat een religieuze beveiligingsmedewerker tevergeefs het opstootje probeert te sussen, slaat hij de twee kemphanen samen in één paar handboeien en verdwijnt met de sleutel in de menigte.

Recensie You Instead

Chaotische entourage
Tussen 85.000 bezoekers in een chaotische entourage van podia, tenten, kermisattracties, drank, regen en modder zijn ze veroordeeld tot elkaar. Aanvankelijk kunnen ze elkaars bloed wel drinken, maar natuurlijk ervaren ze gemeenschappelijkheid en intimiteit. Praktische zaken als toiletbezoek, douchen, omkleden, slapen en vrijen met hun eigen partners zorgen voor hilariteit en verbondenheid – ook in overdrachtelijke zin. Maar een consistent plot en een soepele montage zijn in You Instead jammer genoeg ver te zoeken.

De film is licht verteerbaar, onderhoudend en grappig door het opvoeren van typetjes in realistische situaties. Maar de grote makke is dat het geketende stel teveel figureert in plaats van uitblinkt. Gelukkig raken de makers zo nu en dan de gevoelige snaar waarbij romantiek en drama samensmelten. En de noodgedwongen duo-uitvoering van Tainted Love  is ronduit aanstekelijk. Dit neemt niet weg dat een film met een dergelijke interessante premisse meer voorbereiding, een groter budget en een sterker scenario had verdiend.

 

30 juni 2012

 
ALLE RECENSIES

Neiges du Kilimandjaro, Les

****

recensie  Les Neiges du Kilimandjaro

Sociale misstanden met onverwachte wendingen

door Cor Oliemeulen

Er is geen enkel spoor van sneeuw te zien in Les Neiges du Kilimandjaro. Dit sociaalrealistisch drama van Robert Guédiguian speelt zich geheel af in het zonovergoten Marseille. Een indringende film over moraliteit, vertrouwen en solidariteit, gebaseerd op een gedicht van Victor Hugo.

Moraliteit, vertrouwen en solidariteit kan havenarbeider Michel (Jean-Pierre Darroussin) zeker niet worden ontzegd. Nu de economische crisis op de werf heeft toegeslagen, moet hij door het trekken van lotjes het ontslag van twintig collega’s bezegelen. Aangezien hij als vakbondsman niet heeft verzaakt zijn eigen naam toe te voegen, kan ook hij zijn biezen pakken. Bij thuiskomst reageert zijn vrouw Marie-Claire (Ariane Ascaride) begrip- en liefdevol. Armoede ligt gelukkig niet direct op de loer. Bovendien kan Michel voorlopig meer tijd besteden aan zijn rol als grootvader.

Les Neiges du Kilimandjaro

Groot dilemma
Als ze dertig jaar zijn getrouwd, krijgt het echtpaar een reis naar de Kilimanjaro met wat zakgeld aangeboden. Jarenlang hebben zij zich weggecijferd, dus het is dik verdiend. Helaas worden ze overvallen door twee gemaskerde mannen die hun cadeau inpikken. Op een (beetje te) toevallige manier ontmaskert Michel later één van daders. Maar als hij ontdekt wie het is en waarom hij tot zijn daad is gekomen, staat hij voor een groot dilemma.

Robert Guédiguian begon zelf als arbeider en maakte later als regisseur louter sociaalrealistische films, vergelijkbaar met zijn Britse vakgenoot Ken Loach (rauwer) en de Waalse broers Luc en Jean-Pierre Dardenne (zwaarmoediger). Op integere wijze laat hij Michel en Marie-Claire worstelen met hun geweten en rechtvaardigheidsgevoel. Moeten ze de dader aangeven? Of hebben ze een alternatief? Het complexe drama mondt uit in het tonen van sociale misstanden en kent vele onverwachte wendingen. Guédiguian weet zich gesteund door huisacteurs Jean-Pierre Darroussin en Ariane Ascaride, in het dagelijkse leven echtgenote van de regisseur.

Prijs Europese Parlement
Ook de politiek heeft Les Neiges du Kilimandjaro opgemerkt. De film won afgelopen jaar de LUX-prijs, die is ingesteld door het Europese Parlement. Het bedrag van 90.000 euro is gebruikt om de ondertiteling van de 23 officiële Europese talen te bekostigen. Het is de vraag of dit juweeltje van Zuid-Franse arbeiderscultuur, dat zich laat kijken als een feelgoodfilm, anders überhaupt onze bioscopen zou hebben gehaald.

 

22 juli 2012

 
ALLE RECENSIES

Casque d’Or

****

recensie  Casque d’or

Femme fatale tegen wil en dank 

door Cor Oliemeulen

In de Franse klassieker Casque d’or, die deze zomer in een gerestaureerde versie weer te zien is, wordt Simone Signoret geportretteerd als een engel. Maar in feite speelt ze een femme fatale die de aanleiding vormt voor een reeks tragische gebeurtenissen.

Het oeuvre van de Franse regisseur Jacques Becker bestaat uit slechts dertien films. Hij is vooral bekend van de gangsterfilm Touchez pas au Grisbi (1954) en het gevangenisdrama Le Trou (1960). Casque d’or (1952), een liefdesverhaal dat zich afspeelt in het gangstermilieu van Parijs tijdens de Belle Epoque, is een minder bekend, maar niet minder fraai meesterwerk. De kijker wordt meegevoerd naar een andere tijd en plaats met een eigen tempo en drama.

Casque d'Or

Monet in stemmig zwart-wit
Voor het uitbreken van de gruwelijkheden van de Eerste Wereldoorlog in 1914 was Parijs vredig en welvarend. De kunst bloeide op: literatuur, muziek en schilderkunst beleefden gouden jaren. Romantische ensceneringen, geïnspireerd door Beckers leermeester Jean Renoir en de Franse impressionisten, beschouwen het goede leven in het 20ste arrondissement. Verschillende plaatjes zien er uit alsof Monet ze in sfeervol zwart-wit zou hebben geschilderd: roeien op een rivier, picknicks en de gezellige drukte van een drinkgelag in een cafétuin.

In deze ambiance van vrolijkheid en feestjes volgen we prostituee Marie (Simone Signoret), gezegend met blond haar (casque d’or betekent letterlijk gouden helm) en het liefje van pooier Roland. Tijdens het dansen wordt ze op slag verliefd op de vreemdeling Georges Manda (Serge Reggiani), maar na vijf jaar gevangenis zit deze niet te wachten op problemen. Gangsterbaas Felix Leca (Claude Dauphin) stuurt aan op een confrontatie tussen Roland en Georges, waarbij de eerste wordt gedood. Als de politie komt, is iedereen gevlucht. Marie zoekt haar heil in een dorp.

Casque d'Or

Guillotine maakt einde aan illusie
Georges weet haar te vinden en samen beleven ze een idyllische tijd. Liggend in het gras bij een riviertje, warme zonnegloed in het gezicht, wapperende haren, als een eeuwig durend geluk. Helaas horen ze dat Georges’ vriend Raymond is gearresteerd voor de moord op Roland. Hij gaat terug naar Parijs, bekent zijn daad en verneemt dat Leca hem in de val heeft gelokt. Georges weet te ontsnappen en schiet Leca dood. Hijzelf laat het leven onder de guillotine, terwijl de gebroken Marie vanuit een hotelraam gedesillusioneerd het drama aanschouwt.

Naast een lust voor het oog is Casque d’or een prachtige studie van karakters in een omgeving waar de actie zonder dralen is en de boeven geen petten maar hoeden dragen. Het verhaal is gebaseerd op het waargebeurde Leca-Mandaschandaal. Het treffen tussen ex-crimineel Manda en gangsterbaas Leca werd destijds dramatisch uitvergroot in de tabloids. Het duurde nog lang voordat de film werd opgenomen. Hij flopte bij de première, maar zoals vaker kwam de waardering voor de kunstzinnige benadering later. Zeker van de Nouvelle Vague-regisseurs, die zich net als Jacques Becker afzetten tegen de droomfabriek van Hollywood en in hem een voorbeeld zagen.

 

11 juli 2012

 
ALLE RECENSIES
 

Happy, Happy

***

recensie  Happy, Happy (Sykt lykkelig)

Zonder drama geen geluk

door Cor Oliemeulen

In een afgelegen Noors sneeuwlandschap worstelen vier volwassenen met hun eigen én elkaars gevoelens. Happy, Happy (Sykt lykkelig) is een luchtig drama dat opvalt door de volwassen en begripvolle benadering.

Elisabeth (Maibritt Saerens) en Sivge (Henrik Rafaelsen) verhuizen van de grote stad naar het platteland. Met groot enthousiasme worden ze verwelkomd door Kaja (Agnes Kittelsen), die is getrouwd met de introverte Eirik (Joachim Rafaelsen). Al direct de eerste avond nodigt ze hun nieuwe buren uit voor het eten: een door Eirik geschoten eland. Vanaf de eerste conversatie kijkt Kaja op tegen het andere, schijnbaar gelukkige, koppel. De verschillen tussen beide stellen worden verder benadrukt tijdens een hoe-goed-ken-je-je-partnerspelletje.

Happy, Happy (Sykt lykkelig)

Tegenstellingen en geheimen
Advocaat Elisabeth is gereserveerd, terwijl haar gastvrouw zeer spontaan is. Hoewel de afstand naar zowel haar man als zoontje steeds groter is geworden, strijdt Kaja met een onverzettelijk optimisme voor het behoud van hun gezin. Eirik is een man van weinig woorden en valt door zijn schaarse opmerkingen uit de toon in het gezelschap. Sivge blijkt net zo openhartig als Kaja. Beiden staan garant voor enkele ontboezemingen. Zo zegt Kaja dat Eirik veel liever op jacht gaat met vrienden dan dat hij seks met haar heeft. En Sivge onthult dat hun vertrek uit de stad heeft te maken met de recente buitenhuwelijkse affaire van Elisabeth.

De nieuwe bewoners raken vlot ingeburgerd en treden toe tot het plaatselijke koortje. Terwijl Eirik en Elisabeth buitenshuis werken, krijgen thuisblijvers Kaja en Sivge alle gelegenheid om naar elkaar toe te groeien. Er ontstaat een sfeer van gelijkgestemdheid, intimiteit en heimelijke voorvallen die uitmondt in actie en reactie tussen beide stellen. Het ene moment dramatisch of ontroerend, het andere moment grappig of hilarisch. Kaja ontpopt zich als het belangrijkste personage, energiek neergezet door de innemende Agnes Kittelsen.

Happy, Happy (Sykt lykkelig)

Meester en slaaf
De subplot in Happy, Happy gaat over de zoontjes van beide koppels. Elisabeth en Sigve hebben een geadopteerd zwart jongetje Noa. Theodor, het blonde, blauwogige zoontje van Kaja en Eirik, laat er vanaf hun eerste ontmoeting geen misverstand over bestaan dat Noa zijn slaaf is. In diverse scènes loopt Noa verplicht dingen rond te sjouwen, terwijl Theodor niet schroomt om Noa soms een pak rammel te geven. Het gegeven van meester en dienaar heeft waarschijnlijk als doel te tonen hoe in relaties de ene helft vaak meer macht heeft dan de andere, maar helaas verpesten enkele fragmenten het lichtvoetige karakter van de film.

De intermezzo’s van een barbershopkwartet zijn kennelijk luchtig bedoeld, feitelijk beroven ze het verhaal van zijn dramatische dynamiek en zijn ze overbodig. Debuutregisseur Anne Sewitsky had de onderlinge lotgevallen van twee koppels best in één uur speeltijd kunnen stoppen. Die tijd is voldoende om aan te tonen hoe nutteloos het is om je eigen relatie te vergelijken met die van een ander stel.

 

8 maart 2012

ALLE RECENSIES
 

Our Idiot Brother

*

recensie  Our Idiot Brother

Willie Nelson is geen onzichtbaar manshoog konijn

door Cor Oliemeulen

De titel van een film kan al het ergste doen vermoeden. Our Idiot Brother mag dan soms hartverwarmend zijn, de avonturen van een dertiger die in het hippietijdperk is blijven steken, hangen van flauwigheden aan elkaar.

De film heeft wel een boodschap: sinds de jaren zestig van de vorige eeuw zijn we onze onschuld kwijtgeraakt, cynisch en op onszelf gericht. De goedgelovige Ned (Paul Rudd) heeft een grenzeloos vertrouwen in de medemens. Hij teelt biologisch groenten en fruit samen met zijn vriendin Janet (Kathryn Hahn). Op een dag verkoopt hij een paar gram wiet aan een agent in uniform (!) en moet acht maanden de gevangenis in. Weer op vrije voeten wil Janet hem niet terug. Dus zoekt Ned onderdak bij zijn moeder in Brooklyn en later om beurten bij zijn drie zussen.

Kinderlijke oprechtheid
Het uitgangspunt is een reeks vergezochte en onrealistische situaties met een trio oppervlakkige zussen. Miranda (Elizabeth Banks) doet alles om een belangwekkend interview in Vanity Fair te krijgen. De uitgebluste Liz (Emily Mortimer) heeft twee kinderen en is getrouwd met de overspelige documentairemaker Dylan (Steve Coogan). Natalie (Zooey Deschanel) staat model voor een naaktschilder en wil cabaretier worden. Hoewel ze lesbienne speelt, ontkomt snoepje Deschanel opnieuw niet aan typecasting. Ondertussen probeert Ned in zijn naïviteit altijd eerlijk te zijn en alles goed te doen, maar met zijn gedrag en kinderlijke oprechtheid dreigt hij het leven van zijn drie zussen te ruïneren.

Our Idiot Brother

Jesse Peretz is verantwoordelijk voor de regie van Our Idiot Brother. Zijn zus Evgenia en haar man David Schisgall schreven het verhaal, dat in feite geen verhaal is, maar een aaneenschakeling van gebeurtenissen die niet zouden misstaan in een gemiddelde sitcom. De spanningen en misverstanden tussen Ned en zijn zussen worden op den duur saai en ook Paul Rudd acteert uiteindelijk ongeloofwaardig. De rode draad, tevens schaars hoogtepunt, is Ned’s hond Willie Nelson, vernoemd naar de countryzanger. (Twee keer raden naar de naam van de hond van het meisje dat hij op het eind van de film tegen het lijf loopt!)

Familieperikelen gladstrijken
De makers falen om de protagonist van Our Idiot Brother te herscheppen als een moderne Harvey. In de gelijknamige film uit 1950 is James Stewart bevriend met een onzichtbaar manshoog konijn dat werkt als katalysator om familieperikelen glad te strijken. Ook mank gaat de vergelijking met Woody Allen’s Hannah and her Sisters (1986) waarin drie zussen verzeild raken in een hilarische warboel van relaties en emoties. Zelfs aan oppasoom Uncle Buck (1989) kan Paul Rudd niet tippen, laat staan aan de twee goedhartige, maar ongelooflijke domme vrienden in Dumb & Dumber (1994). Als de opzet was om met behulp van een idiote broer slechts een onbeduidend, luchtig niemendalletje te produceren, is deze met vlag en wimpel geslaagd.

Het overtuigend vertolken van overjarige hippies wordt onderschat. The Dude in The Big Lebowski (1998) is voor alle Paul Rudds in de filmbusiness ‘hors categorie’. Zijn melige voorkomen mag dan voor sommigen aantrekkingskracht hebben, echter Rudd lijkt vooral een variant van zichzelf neer te zetten. Verder dan een glimlach komt het zelden en zelfs de afsluitende bloopers van Our Idiot Brother zijn niet leuk.

 

31 mei 2012

 
ALLE RECENSIES