Modelo 77 opent Amsterdam Spanish Film Festival 2023

Modelo 77 opent Amsterdam Spanish Film Festival 2023:
Roep om amnestie gevangenen

door Cor Oliemeulen

Het gevangenisdrama Modelo 77 is de openingsfilm van de negende editie van het Amsterdam Spanish Film Festival (ASFF), dat wordt gehouden van 24 tot en met 26 november. Deze thriller van Alberto Rodríguez (La isla mínima) speelt zich af na de dood van dictator Franco wanneer Spanje worstelt met de overgang naar een democratische samenleving.

Modelo 77 (Engelse titel: Prison 77) is geïnspireerd op ware gebeurtenissen in La Modelo, de karakteristieke ‘modelgevangenis’ in Barcelona waar de film werd opgenomen. In 1976 belandt de jonge accountant Manuel (Miguel Herrán: La casa de papel, 2017-2021) aldaar omdat hij geld heeft gestolen. Volgens de autoriteiten vele malen meer dan in werkelijkheid, waardoor Manuel een jarenlange gevangenisstraf tegemoet kan zien. Hij komt in een cel met Pino (Javier Gutiérrez: La isla mínima, 2014), die al meer dan de helft van zijn leven zit opgesloten. “Iedereen die Franco niet mag, zit hier”, zegt hij. “Anarchisten, socialisten, communisten.” De rest zit hier vooral vanwege diefstal, want Spanje lijdt niet alleen onder een bestuurscrisis, maar ook een economische crisis.

Modelo 77

Van dictatuur naar democratie
De film speelt zich af tijdens de transitieperiode na de dood van dictator Francisco Franco, die van 1939 tot 1975 Spanje met harde hand regeerde. De overgang van dictatuur naar democratie (1979) leidt tot diepgaande transformaties van de mentaliteit en levensstijl in de Spaanse samenleving. Vrouwen proberen zich te onttrekken aan het patriarchale systeem en de repressie van het nationale katholicisme. Zo ook jongeren, die kunnen gaan worstelen met moraliteit, gender en seksualiteit – al dan niet aangemoedigd door filmmakers als Eloy de la Iglesia en Pedro Almodóvar.

De transitie is niet voor iedereen vanzelfsprekend, want de nieuwe staat erft de structuur van de dictatuur met haar machthebbers, politieagenten en rechters. Ook de grootgrondbezitters en aristocraten menen nog steeds het recht aan hun zijde te hebben, getuige de satirische Nacional-filmtrilogie (1978-1982) van Luis García Berlanga. Zijn parades van uitzinnige personages maken de economische, politieke en morele corruptie in die jaren uiterst zichtbaar. Camada negra (1977) van Manuel Gutiérrez toont hoe rechtse knokploegen politieke bijeenkomsten en ontmoetingsplekken van linkse politici terroriseren. En in 7 días de enero (1979) reconstrueert Juan Antonio Bardem de zeven dagen in januari 1977 die voorafgaan aan de koelbloedige moord door fascisten op vijf communistische arbeidsrechtadvocaten in Madrid.

Modelo 77

Tumult en demonstraties
In Modelo 77 zien we in die week op straat demonstraties voor amnestie van gevangenen, in eerste instantie voor politieke gevangenen. Die actie van sympathiserende burgers is aangewakkerd door het tumult van de gevangenen, die vrij extreme toeren uithalen en oproer kraaien. Sommige gevangenen hebben weliswaar de beschikking over goedwillende advocaten, maar die kunnen niet opboksen tegen de politieke tegenstellingen en onmacht van het nieuwe parlement. Manuel laat zich vooruitschuiven als onderhandelaar met de autoriteiten en als spreekbuis naar de pers. Die rol valt niet goed bij de directe en de cipiers, waardoor Manuel meer dan eens wordt mishandeld en in een isoleercel verdwijnt. Zijn motivatie om door te gaan, komt mede van een meisje dat regelmatig tijdens het bezoekuur achter het glas verschijnt.

Alberto Rodríguez maakte dit enerverende gevangenisdrama met bijna dezelfde crew als van zijn immense succes La isla mínima. Die thriller grijpt ook plaats tijdens de transitieperiode en gaat over twee politiemannen die vanuit Madrid afzakken naar de uitgestrekte moerassen in Andalusië om de verdwijning van twee tienermeisjes te onderzoeken. Modelo 77 speelt zich nagenoeg helemaal binnen af, echter de cinematografie van Alex Catalán over het barre leven in de gevangenis met al haar geweld, verraad en hiërarchische verhoudingen is al even indrukwekkend. De reeks authentieke zwart-witfoto’s aan het eind tonen de betrokkenen die in de film worden geportretteerd.

Bekijk hier het programma van het ASFF 2023.

 

21 november 2023

 


MEER FILMFESTIVAL

White Plastic Sky

****
recensie White Plastic Sky
Een vermo(l)mde dystopie

door Ralph Evers

Hoewel deze film zich op de keper beschouwd laat ontvouwen als een dystopische verhandeling, zitten er genoeg losse einden in om tot een heel andere beschouwing te komen. 

Ga er even voor zitten. Oh nee, je zit natuurlijk al, in de bioscoopstoel. Maak het jezelf gemakkelijk, niet dat de film je erg uit je comfortzone zal halen, maar meer omdat hetgeen je gaat zien, wel, grote kans dat je onder de indruk zult zijn. Deze Hongaren hebben iets unieks gemaakt met animatietechnieken. Een animatiefilm waarvan je af en toe vergeet dat het een animatiefilm is. En dan niet zoals The Congress die half animatie, half ‘echte’ film is, maar gewoon, omdat het zo’n lekker symmetrisch passend verhaal is.

White Plastic Sky

Symmetrie
White Plastic Sky (originele titel: Müanyag Égbolt) speelt zich grotendeels af in Boedapest in het jaar 2123. Al het leven op aarde is al een aantal jaren, decennia, daarvoor verwoest en ternauwernood kon een deel van de bevolking gered worden onder de beschermende koepel die over Boedapest gebouwd is. Hoe die samenleving functioneert, krijgen we niet uitgelegd, maar in de visuele details wordt al het nodige zicht- en denkbaar. De symmetrische stad, met haar strakke straten en punctuele ritme, doen denken aan de natte droom van elke autocraat. Ook leeft een ieder 50 jaar, waarna diegene afgevoerd wordt om uiteindelijk als voedsel weer terug te komen in de stad. Buiten Boedapest is een biodome waar men mensen laat transformeren tot bomen. Ja, op je vijftigste krijg je het Zaad in je hart geïnjecteerd waarna je tot boom zult verworden. 

Het verhaal cirkelt rond de bewoners Stefan en Nora. Hij is een psychiater van 28 en zij voorheen de moeder van hun zoontje, nu 32, waardoor het opnieuw starten van een gezin lastig wordt. Ze besluit zich vrijwillig te laten injecteren met het Zaad, tot ontzetting van Stefan. Wat volgt is een odyssee waarin Stefan alles op alles probeert te zetten om de daad van zijn geliefde ongedaan te maken. Het leidt tot verrassende wendingen en mooi vormgegeven sfeerimpressies van een apocalyps. 

White Plastic Sky

Effectieve tekenstijl
De film past een effectieve tekenstijl, rotoscope genaamd, waarbij echte acteurs worden gebruikt. Zij worden als tekening gereanimeerd. Dit alles wordt gecombineerd met computer gecreëerde visualisaties van apocalyptische landschappen en echte materialen, ook wel liveaction genoemd. Het maakt de film, ondanks dat ze een animatiefilm is, zoals gezegd, echt.

Wie de film afzet tegen de geschapen werelden in dystopische romans als Zamyatins Wij, Huxleys Brave New World of Orwells 1984, zal de symmetrie herkennen, hetgeen refereert naar de in autocratisch ingerichte werelden eenvormige en herkenbare esthetiek. Zo ook de gebruikelijke aandacht in dergelijke verhalen voor de enkeling die zich begint te verzetten tegen de wetten van de huidige wereld(orde). Het siert de film dat ze het verhaal klein houdt, veel in het ongewisse laat en weinig nadruk op heroïek legt. De makers kiezen voor een interessantere benadering dan een louter protest tegen een totalitair systeem wat we dan als metafoor voor onze eigen wereld kunnen houden. Door juist te kiezen voor de menselijke benadering, wordt de film niet alleen invoelbaar, er ontstaat ook ruimte voor een veelvoud aan interpretaties. De kracht van dit verhaal zit ‘m juist in het klein houden van het vertelde.

 

2 november 2023

 

ALLE RECENSIES

Suro

***
recensie Suro
Hoe overwin je een verhuizing?

door Cor Oliemeulen

Suro geeft een mooi inzicht in hoe kurk wordt gewonnen. Tijdens de arbeid ontspint zich langzaam een drama tussen twee geliefden.

We kennen ze allemaal: mensen die elders hun geluk beproeven door ver van huis een onderneming te starten, bijvoorbeeld een pension of een B&B. Over de onverwachte problemen die dat kan opleveren, worden zelfs televisieprogramma’s gemaakt. Denk aan eindeloos vertraagde vergunningen, ver overschreden budgetten, horrorverbouwingen, arbeidsblessures, gezondheidsproblemen, beunhazen, corrupte aannemers, lekkende daken en zwembaden, emotionele stress, familieomstandigheden, slecht weer, lockdowns, ongedierteplagen, beschadigde bezittingen, niet aardende kinderen, taalbarrières, verkeerde verfkleur, ontsnapte huisdieren, een verrassing achter een afgebroken muur, een lijk uit de kast én de mysterieuze verdwijning van je kleren, zodat je maar een naturistencamping begint.

Suro

Erfenis
Een van de beste films die vorig jaar in de bioscoop verscheen, Las Bestias, gaat over een Frans koppel dat emigreert naar een geïsoleerde gemeenschap in het Spaanse Galicië, daar een biologisch landbouwbedrijf begint, maar te maken krijgt met pesterijen van de buren. Het resultaat is dat een van de twee emigranten van de aardbodem zal verdwijnen. Zo bloedstollend spannend als daar wordt het Spaanse drama Suro niet. Maar het koppel in kwestie, dat verhuist van de bruisende stad Barcelona naar een al even geïsoleerde gemeenschap in Catalonië, heeft wel wat weg van al die naïeve hoofdpersonen van genoemde televisieprogramma’s – over wie je leedvermaak kunt hebben, maar voor wie je uiteindelijk wel respect kunt opbrengen.

Helena (Vicky Luengo) heeft een oud huis van haar tante geërfd. Ze neemt samen met haar geliefde Ivan (Pol López) afscheid van hun vrienden, waarna ze arriveren op de plaats van hun bestemming die middenin een groot bosgebied ligt. Een flink deel van dat bos hoort bij de erfenis en ze ontdekken (dan pas) dat het bos vol staat met kurkeiken. Een man die werkte voor Helena’s tante vertelt dat er deze zomer kurk kan worden geoogst en biedt aan om met een groep, voornamelijk Marokkaanse, onverzekerde arbeiders de klus te klaren. De geschatte opbrengst zal Helena en Ivan in staat stellen om sneller het oude huis te verbouwen, zodat ze met een gerust hart hun baby kunnen verwelkomen.

Rauwdouwers
Het contact met de arbeiders, die ogen als onvervalste rauwdouwers, verloopt stroef. Ivan wil graag weten wat ze in hun bos precies doen en besluit om mee te werken, ook om het vak te leren. Bovendien, als je graag wijn drinkt, is het handig te weten hoe kurk wordt gemaakt. Zo leert hij dat een kurkeik de eerste 25 jaar ongestoord kan groeien voordat die voor het eerst ontschorst kan worden. Dat gebeurt tijdens de zomermaanden, als de schors door vochtonttrekking beter loslaat van de stam. Het werk moet heel secuur gebeuren, met scherpe bijlen. Een ongeluk zit een klein hoekje.

Suro

Helena is niet blij dat Ivan elke ochtend voor dag en dauw vertrekt en haar alleen achterlaat. Zo moet er bijvoorbeeld bij het huis een gigantische watertank operatief worden gemaakt, wat verplicht is. Ze krijgt hulp van de achttienjarige Karim (Ilyass El Ouahdani) die door zijn kompanen in het bos wordt genegeerd omdat hij niet hard genoeg werkt. Vanaf de komst van Karim beginnen de irritaties en spanningen tussen Helena en Ivan toe te nemen, wat cumuleert in een tragedie.

Regisseur Mikel Gurrea maakte Suro (kurk) omdat hij gefascineerd raakte toen hij na zijn studie in Barcelona zelf kurk ging oogsten in Catalonië. Zijn film schetst het authentieke leven op het platteland, vergelijkbaar met Le Meraviglie (2014) en Alcarràs (2022). Alle arbeiders zijn echte arbeiders die het klappen van de zweep kennen. Naarmate de zomer vordert, wordt het bos langzaam zilvergroen, en liggen bosbranden op de loer.

 

15 oktober 2023

 

ALLE RECENSIES

Past Lives

*****
recensie Past Lives
Masterclass storytelling

door Cor Oliemeulen

Als kinderen waren ze onafscheidelijk en dol op elkaar. Totdat de een ging emigreren en ze elkaar uit het oog verloren. Ruim twintig jaar later ontmoeten ze elkaar weer. Past Lives is romantiek op zijn puurst, een liefdevolle dans tussen ontroering en verstand.

In haar filmdebuut neemt Celine Song haar eigen levenswandel en de cultuurverschillen tussen haar oude en nieuwe wereld als uitgangspunt. Ze werd geboren in Zuid-Korea, verhuisde met haar artistieke ouders naar Canada en belandde in New York waar ze schrijver van toneelstukken werd. Past Lives opent met het meisje Na Young en de jongen Hae Sung. Na het vervelende nieuws van de emigratie, neemt Na Young zich voor om later een Nobelprijs te winnen en laat Hae Sung blijken dat hij het meisje met wie hij later wil trouwen erg zal missen.

Past Lives

Wederzien
In Canada heet Na Young voortaan Nora. Ze gaat wonen en studeren in New York. In Zuid-Korea zien we hoe Hae Sung na zijn militaire dienst een opleiding voor ingenieur volgt en met zijn vrienden uitgaat. De afgelopen twaalf jaar is hij aan zijn jeugdliefde blijven denken. In New York is Nora benieuwd hoe het met Hae Sung gaat. Ze ziet dat hij op Facebook een bericht van haar vader, filmregisseur, heeft geliket. Ze stuurt hem een mail en niet veel later is er een aangenaam wederzien via Skype. Ze zeggen dat ze elkaar hebben gemist, echter door het tijdsverschil, wederzijdse verplichtingen en Nora’s verwarrende gevoel dooft hun contact weer uit.

We gaan opnieuw twaalf jaar verder in de tijd. Nora is een succesvolle toneelschrijver en getrouwd met Arthur (John Magaro), eveneens schrijver. Het onvermijdelijke moment breekt aan dat Hae Sung op bezoek komt. Zijn bedoeling is om een weekend te blijven in een hotel. Hun wederzien na ruim twintig jaar is in Central Park en wordt beklonken met een lange, stevige omhelzing. Hierna bezoeken ze trekpleisters van de stad en maken ze een cruise. Ze praten en er vallen stiltes, maar ondertussen spreken de ogen. Ze lachen en er is ongemak. Ze blijven wat op afstand van elkaar. Een dag later is de ontmoeting met Arthur, die Hae Sung’s bezoek niet direct leuk vindt, maar wel begrip toont en Nora de gewenste ruimte geeft. Ze zegt tegen Hae Sung dat ze gelukkig is met Arthur, maar natuurlijk hebben ze weleens ruzie. “Het is alsof je twee bomen in één pot hebt geplant. Onze wortels hebben behoefte om hun plaats te vinden.”

Verbondenheid
Het tempo van Past Lives mag dan wel traag zijn, het eerste uur van de film, waarin nauwelijks actie zit, moet zich nu eenmaal vormen in het hoofd van de kijker. Nu is het hart aan de beurt, want de twee hebben, zoals duidelijk mag zijn, een bepaalde verbondenheid. In de Koreaanse cultuur heet die ‘ineyeon’. Dit verwijst naar een voorbestemde of kosmische connectie tussen mensen; elkaar ontmoeten of relaties aangaan vanwege een onzichtbare, spirituele band. Het wordt vaak geassocieerd met het idee van lot of lotsbestemming, waarbij een bepaald iemand ontmoeten in de sterren geschreven staat. ‘Ineyon’ kan ook gaan over vorige levens of reïncarnatie.

Past Lives

Sommige mensen geloven dat een connectie die ze voelen met iemand anders het gevolg kan zijn van een spirituele band die is ontstaan ​​in vorige levens. Dat kunnen er wel achtduizend zijn, zegt Nora. Of het een grapje is of ze het serieus bedoelt, blijft in het midden. Er zijn concrete voorbeelden van zo’n connectie in de Koreaanse literatuur, en ook in films. Zoals in Siworae (Il Mare, 2000) van Hyun-seung Lee dat vanwege het originele gegeven een Amerikaanse remake (The Lakehouse, 2020) kreeg. Dit mysterieuze romantische verhaal gaat over een man en een vrouw die exact twee jaar na elkaar in dezelfde woning aan zee wonen en met elkaar communiceren via brieven die ze door een tijdbarrière sturen.

Realistisch
Past Lives
heeft niets zweverigs. De film stelt oprechte, diepmenselijke emoties centraal die in alle warmte op een realistische manier worden opgediend, zonder ze van de daken te schreeuwen. De dialogen zijn lichtvoetig, de relationele complexiteit is delicaat en geloofwaardig, net als de vertolkingen van de drie personages. Deze masterclass in storytelling bewijst hoe krachtig en subtiel tegelijk een eenvoudig thema kan zijn. Alle compassie komt samen in de weergaloze slotscène in een kleurrijke straat in East Village.

Vorig jaar was Drive my Car, een Japans drama over de onverwachte connectie tussen een beroemde theaterregisseur en zijn vrouwelijke chauffeur, een van de cinematografische hoogtepunten. Dit jaar is dat Past Lives, dat de romantische ziel laat voelen dat de wereld best wat meer verbondenheid kan gebruiken.

 

2 oktober 2023

 

ALLE RECENSIES

Sweet Dreams

***
recensie Sweet Dreams
Een suikerdouche als verlossing

door Cor Oliemeulen

Zoete dromen veranderen in bittere dromen. De Bosnisch-Nederlandse Ena Sendijarević, die debuteerde met de roadmovie Take Me Somewhere Nice (2019), toont met haar nieuwe drama over de laatste stuiptrekkingen van kolonisten in Nederlands-Indië haar gave als filmmaker. Met een cast van oudgedienden en jong talent gaan in Sweet Dreams stijl en sfeer boven inhoud.

Er zijn niet veel films over de koloniale tijd waarin het verhaal draait om vrouwen. Indochine (1992) is een treffend voorbeeld. In dit drama van de Franse regisseur Régis Wargnier speelt Catherine Deneuve de ijzige, trotse bezitter van een rubberplantage tegen de achtergrond van de Vietnamese onafhankelijkheidsstrijd. Ook met Agathe (Renée Soutendijk), de kersverse weduwe van de eigenaar van een suikerplantage (Hans Dagelet) op een Indonesisch eiland rond het jaar 1900, valt niet te spotten. De heer des huizes is zojuist bezweken aan een hartaanval na seks met huishoudster Siti (Hayati Azis) en de inheemse arbeiders van de suikerfabriek leggen het werk neer vanwege achterstallig loon.

Sweet Dreams

Erfenis
Agathe is manlief Jan liever kwijt dan rijk, maar komt bedrogen uit, want volgens de priester en tevens notaris (Peter Faber) gaat Jans erfenis tot haar grote schrik naar iemand anders. Ook hun zoon Cornelis (Florian Myjer) staat niet in het testament. Met zijn hoogzwangere vrouw Josefien (Lisa Zweerman) moet hij van Agathe direct vanuit Nederland naar het eiland komen om de zaken in hun voordeel af te wikkelen. Voor dit stel vertegenwoordigt het leven op een plantage een achterlijk systeem dat niet strookt met de moderne wereld waarin zij nu leven, dus hoe eerder ze later wegkunnen hoe liever.

Ena Sendijarević wil de botsing tussen deze twee wereldbeelden van weleer toegankelijker maken voor het hedendaagse publiek door het gebruik van absurditeiten en satire. Zoals blijkt uit Agathe’s cynische brief aan Cornelis over de plotselinge dood van zijn vader en haar gortdroge conversatie met een andere kolonistenvrouw die allebei door hun verveling geen betere thema’s weten. De atmosfeer is de ene keer uitbundig, bijvoorbeeld als Agathe uit haar plaat gaat omdat ze geenszins van plan is het zinkende schip te verlaten. Maar vaker is de sfeer ingetogen en bevreemdend, bijvoorbeeld als Siti een Indonesisch dansje opvoert in een volle kamer waarin niemand anders beweegt.

Sweet Dreams

Gestileerd
Toch is het vooral de gestileerde aanpak die opvalt, en zo nu en dan een surrealistisch of magisch element. De cinematografie is bij vlagen weldadig met krachtige belichting en contrasterende kleuren. Het beeld is vierkant, een trend in de cinema van de laatste jaren, die een claustrofobische sfeer moet versterken. De binnensettings werken vaak als diorama’s, die de beperkingen van de uitstervende koloniale levensstijl onderstrepen. De anachronistische elektronische klanken lenen zich uitstekend voor onthechting en satire.

In Sweet Dreams worden de heersers potsierlijk neergezet. Josefien wordt gek van de muggen en kan haar seksuele behoeften niet bevredigen, want van de gestreste, arrogante Cornelis hoeft ze hier weinig amoureus te verwachten. Josefien flirt daarom met arbeider Reza (Muhammad Khan), die het liefst met Siti wil vluchten. In haar onbeantwoorde lust kronkelt Josefien met strakbolle buik kreunend rond een paal van haar hemelbed als zij wordt betrapt door de bedeesde Siti. Het contrast kan bijna niet groter zijn. Josefien gaat direct met Siti in gesprek en belooft haar een toekomstvisie met gouden bergen, maar de kijker voelt aan dat ze die niet zal waarmaken.

Uiteindelijk maakt de film de kijker getuige van de psychologische ontmanteling van de hoofdpersonages. De enige die niet aan zichzelf denkt, is Siti, die bereid is zichzelf op te offeren voor de toekomst van haar zoontje. Die finale kan echter niet verhullen dat Sweet Dreams soms een onevenwichtige indruk maakt en – de verlossende suikerdouche ten spijt – enkele krachtige punches mist.

 

28 september 2023

 

ALLE RECENSIES

Toen we van de Duitsers verloren

****
recensie Toen we van de Duitsers verloren
De sfeer van de jaren zeventig

door Jochum de Graaf

Striptekenaar Guido van Driel maakte met De wederopstanding van een klootzak en Bloody Mary furore op het IFFR. Met Toen we van de Duitsers verloren verfilmde hij zijn gelijknamige stripboek, gebaseerd op een waar gebeurd drama uit zijn jeugd in de jaren zeventig. Met haarscherpe zwart-witbeelden kleurt hij een prachtig coming of age-verhaal in.

Het is een van die dagen waarvan je nog altijd weet waar je was op dat moment: zondag 7 juli 1974, de finale van het WK-voetbal in Duitsland. Het was de dag dat we van de Duitsers verloren. Een nationaal voetbaltrauma dat pas veertien jaar later in datzelfde Duitsland enigszins verwerkt zou worden.

Toen we van de Duitsers verloren

Ontdekkingstocht
De camera pent in de beginbeelden van Toen we van de Duitsers verloren door een doorzonwijk. Het is stil op straat. In de huizen zitten en staan groepjes mannen, jongens, families, gespannen naar de tv te kijken. We horen flarden van de karakteristieke stem van sportcommentator Herman Kuiphof, de eerste minuut van de wedstrijd wanneer nog geen Duitser de bal geraakt heeft en Nederland een penalty krijgt. Maar er zijn ook mensen die niet kijken. We zien een groepje mensen in een kring, de handen gevouwen. Er wordt een gebed gepreveld, een vrouw krijgt een handoplegging.

Een volgende scène speelt zich af op een lagere school, zoals dat in de jaren zeventig nog heette. De schoolfotograaf komt langs, de klassenfoto wordt genomen, ieder kind komt nog apart op de foto, say cheese. Een meisje wil niet op de foto, de fotograaf neemt haar apart, vraagt waarom ze niet mag van haar geloof.

De dag na de finale komen de klasgenoten Daan en Jonas (fantastische rollen van respectievelijk Kylian de Pagter en Rein Hoeke) elkaar toevallig op straat tegen. Het is vakantie en er is geen fuck te doen. Daan woont in een van de doorzonwoningen met tuintje in een middenklassewijk, Jonas woont met zijn gewelddadige dranklustige vader vijf hoog op een winderige flatgalerij.

Hoewel ze elkaar nauwelijks kennen, is er gelijk een chemie tussen de twee. Ze gaan op ontdekkingstocht door de buurt, schieten papieren pijtjes met een pvc-buis door de brievenbus van een buurman die met ontbloot onderlijf door zijn kamer loopt. Ze gaan schatgraven in de duinen. Jonas heeft een eigen museum in de schuur waar hij pijpenkoppen en potscherven verzamelt. Op Daans slaapkamer playbacken ze, inclusief de befaamde danspasjes van de hit ‘Dynamite’ van Mud.

Toen we van de Duitsers verloren

Ontluikend
In de flat van Jonas’ vader (Peter Blok, de enige meer bekende acteur) trekken ze een boek van Jan Wolkers uit de kast en lezen elkaar luid giebelend pikante passages voor. Onder het bed ontdekken ze een stapeltje Chicks en Candy’s, de meest populaire pornoblaadjes in die tijd. In het blad Sextant zien ze foto’s van een vrouw die Jonas’ moeder zou kunnen zijn. Ze komen een paar meisjes uit de klas tegen, doen wat spelletjes en vragen zich af waar Cato is. Jonas is heimelijk verliefd op haar. Ze hangen rond bij de garageband van Daans oudere broer. Ze gaan op zoek naar klasgenoot Kasper, met wie ze allebei nog wat te verhapstukken hebben. Van zijn Duitse moeder bietsen ze een sigaret.

Maar onder het oppervlak van die op het oog rustige omgeving borrelt van alles. Bij Jonas thuis hebben ze boeken over de Tweede Wereldoorlog. Ze kijken lang naar een foto van een SS-er, zo ziet een oorlogsmisdadiger er dus uit. In het duingebied is de politie in een ven aan het dreggen. De jongens worden op afstand gehouden, een voorbijganger die aan de overkant staat te kijken, roept de jongens bij zich en weet te melden dat er een meisje wordt vermist, vermoedelijk Cato Vermeulen, hun klasgenote. Daan zegt tegen Jonas dat hij Cato op het schoolreisje had moeten kussen, toen het nog kon.

De afwikkeling van het drama is misschien iets te schetsmatig, maar het sterke is dat het nergens expliciet wordt opgediend. Toen we van de Duitsers verloren gaat eerst en vooral om sfeer, om gevoel. De sfeer van de jaren zeventig met de ontluikende seksuele revolutie, de achtergrond van de oorlog, de opkomst van de popmuziek, het bijzondere milieu van de Jehova’s getuigen. Het gevoel bij de jongens dat ze gebeurtenissen meemaken die van beslissende invloed zijn op de rest van hun leven. Een coming of age-film die je terugvoert naar je eigen jeugd en je nog lang zal bijblijven.

 

21 september 2023

 

ALLE RECENSIES

Golda

**
recensie Golda
Flets drama met goede hoofdrol

door Jochum de Graaf

Het had een mooi epos kunnen worden: Golda, de film over de iconische Iron Lady van Israël die als enige vrouw in de woelige mannenwereld overeind bleef en vastberaden haar land door de Jom Kippoer-oorlog in de jaren zeventig leidde. Maar ondanks een goede rol van Helen Mirren blijft de film steken in een flets drama en een afgeleide discussie of ze als niet-Joodse acteur wel Golda Meïr zou mogen spelen.

Het was kantje boord, oktober 1973, of de jonge staat Israël zou door een invasie van Egypte en Syrië vernietigd zijn. Na de Zesdaagse Oorlog van 1967, waarbij Israël de Sinaï-woestijn op Egypte en de Golanhoogten op Syrië had veroverd, voelde het leger zich schier onoverwinnelijk. Ondanks signalen van inlichtingendiensten en spionnen bij de vijand was het Israëlische leger ditmaal niet of nauwelijks voorbereid. Vroeg in de ochtend van 6 oktober – Grote Verzoendag, ofwel Jom Kippoer, de belangrijkste joodse feestdag – pas vier uur voor de grootscheepse aanval kwam een gedeeltelijke mobilisatie op gang. De Jom Kippoer-oorlog zou na ruim twee weken door Israël ternauwernood gewonnen worden.

Golda

De oorlog zorgde voor een groot trauma in de Israëlische samenleving. Hoe kon het dat Israël zich zo had laten verrassen, dat er zoveel slachtoffers waren gevallen, dat er zoveel fouten door de regering en legerleiding waren gemaakt? Er kwam een breed samengestelde onderzoekscommissie die het tot de bodem moest onderzoeken, de commissie Agranat. 

Iron Lady van Israël
Golda begint met de aankomst van de iconische Iron Lady van Israël in het gerechtsgebouw waar ze verhoord zal worden. Golda Meïr was vanaf 1969 de eerste vrouwelijke premier van Israël, de derde wereldwijd, en de enige vrouw en voorzitter van de crisisstaf tijdens de Jom Kippoer-oorlog. Helen Mirren typecast haar mooi: licht gebogen houding, haar achterover in een knot, karakteristieke neus en mond, de eeuwige handtas, klompschoenen, onafscheidelijke sigaret in de mond. Golda legt de sigaret terzijde, legt de eed af en de film volgt verder de aanloop, het verloop en de afloop van de oorlog.

Hoe de mannen van de legertop, de geheime diensten Mossad en Shin Bet, de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken en al hun assistenten alsmede de enige vrouw in het gezelschap aanvankelijk overdonderd, licht naïef en vertwijfeld in het geweer komen en vervolgens door slimme tactiek, maar ook ten koste van grote verliezen, de oorlog op zijn kant gaan zetten. Zoals de wankelmoedige Moshe Dayan, defensieminister met het befaamde ooglapje en oorlogsheld van 1967 die zo gedesillusioneerd is dat hij ontslag wil nemen en een paar dagen onderduikt. Daar tegenover staat generaal David ‘Dado’ Elazar, de stafchef die als een van de weinigen wel die eerste uren het hoofd koel houdt en Golda Meïr voorhoudt dat ze het tij kunnen keren. Ze houdt de krijgshandelingen nauwgezet bij in haar opschrijfboekje: de aantallen tankdivisies over en weer, de gevechtsvliegtuigen, de aantallen reservetroepen die nog gemobiliseerd kunnen worden, de aantallen doden en gewonden. Ze stelt generaal Ariël Sharon aan, de latere premier, die de beslissende tankslag tegen Egypte uitvoert.

Uiteraard komt in de film de geopolitieke context aan de orde. Zoals de Amerikaanse president Nixon die in het Watergate schandaal verstrikt raakt, de pogingen en uiteindelijk het slagen om de Egyptische president Sadat tot de impliciete erkenning van de staat Israël te dwingen, de intensieve diplomatieke overleggen, de Arabische landen die met een olieboycot dreigen en dat vervolgens ook na de oorlog uitvoeren met de oliecrisis als gevolg.

Het levert af en toe een aardige scène op, zoals wanneer Golda Meïr de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger op zijn afkomst aanspreekt. Kissinger zegt: ‘Ik ben in de eerste plaats Amerikaans minister, vervolgens Amerikaan en pas in derde instantie Jood.’ Golda reageert sterk onderkoeld: ‘Meneer de minister, in het Midden-Oosten schrijven we van rechts naar links’.

Golda

Helen Mirren
Ze toont ook haar menselijke kant, haar medeleven met de typiste die alle persverklaringen en communiqués optikt, die moeder wier zoon op het slagveld sneuvelt. In de pauze van een vergadering spuwt ze bloed, tussen de oorlogsbedrijven door bezoekt ze met haar trouwe assistente heimelijk het ziekenhuis en wordt uitgebreid onderzocht. Ze blijkt lymfklierkanker te hebben, maar kan  met zware medicatie toch blijven functioneren.

Helen Mirren schijnt haar origineel zeer dicht te benaderen, met die handtas, die klompschoenen, en die kettingrokerij, al had die verslaving met continu rookwalmen, de ene na de andere sigaret die in de hens wordt gestoken, de overvolle asbakken met uitgedrukte peuken ook wel wat subtieler in beeld gebracht kunnen worden. Mirren is natuurlijk een fantastische actrice, maar de film krijgt geen reliëf. De tegenspelers zijn fletse karakters, die dramatisch nauwelijks tot leven komen. Bij de casting lijkt de keuze gelegen te hebben op de fysieke gelijkenis met het personage dat ze spelen of dat ze hen goed kunnen imiteren.

Golda is een Israëlische film. Regisseur Guy Nattiv en vrijwel de volledige cast is Joods. In de Amerikaanse en Britse filmpers ontstond enige discussie of Mirren als niet-Joodse actrice met een sterk aangezette grime met typisch Joodse neus wel Golda zou mogen spelen. Het geeft genoeg te denken dat een dergelijke marginale discussie een groot stempel op de berichtgeving over de film zet.

 

20 september 2023

 

ALLE RECENSIES

Mépris, Le

*****
recensie Le mépris
Minachting of bewondering?

door Yordan Coban

Jean-Luc Godard staat als artiest en boegbeeld van de Nouvelle Vague voor een Europese filmstijl die zich nadrukkelijk afzet tegen de Amerikaanse filmstijl. De overgave aan het marktdenken dat stroomt door de aderen van Hollywood, is de thematische kern van Godard’s meest tot de verbeelding sprekende film: Le mépris (1963), die vanaf 14 september als 4K-restauratie in een aantal bioscopen draait.

Net zoals Fellini dat in datzelfde jaar deed, spiegelde Godard zijn strijd in de zoektocht naar de schoonheid in kunst met zijn verlangens in de liefde.

Brug tussen kunst en liefde
Le mépris is in de eerste plaats een film over de filmindustrie zelf. De film opent dan ook in een filmset met het aantreden van een dichterbij komende camera gevolgd door een introductie van de personages die allen staan voor een andere kijk, een andere benadering, tot het maken van een film.

Le mépris

De hoofdpersoon is de Franse schrijver Paul Javal (gespeeld door Michel Piccoli) die door een Amerikaanse producent Jeremy Prokosch (gespeeld door Jack Palance) benaderd wordt om mee te werken aan zijn nieuwste project, een verfilming van Homer’s Odyssey, geregisseerd door de grote Fritz Lang (die zichzelf speelt). Een op het eerste gezicht onmogelijke verfilming waarbij Prokosch toeziet op het commerciële belang terwijl Lang met hele andere filosofisch georiënteerde ideeën wil werken. Paul’s interesse voor het project is gelieerd aan Lang’s betrokkenheid bij de film, maar toch ook vanwege zijn vrouw en het succes dat er te behalen valt voor hem als schrijver, hetgeen Prokosch bijdehand opmerkt. In deze ingewikkelde verhouding legt Godard een brug tussen kunst en liefde.

Abstracte verlangens
De vrouw van Paul, Camille Javal, wordt gespeeld door de befaamde Brigitte Bardot. Met een verveeld ongenoegen paradeert Bardot door het scherm, terwijl Paul achter haar aan hobbelt, zich continu afvragend wat er in haar hoofd omgaat. Aan de ene kant is Paul – in zijn eigen woorden – tragisch verliefd op haar, maar aan de andere kant lijkt zijn teneur toch ook een zeker onvermogen te dragen. Het onvermogen om onbegrensd van haar te houden. Aangezien hij toch ook oog heeft voor andere vrouwen, en zij toch ondergeschikt aan zijn liefde voor film lijkt.

Haar liefde voor hem moet aanvankelijk verbonden zijn geweest aan de schrijver die hij is (of was), maar lijkt toch ook gekoppeld te zijn aan zijn mogelijke succes en haar materiële behoeftes. Dit lijkt Paul zich goed te beseffen en vormt zijn persoonlijke dilemma dat leidt tot het gissen naar wat zijn vrouw nou werkelijk wil. Heeft ze meer respect voor hem als hij zijn hart als schrijver volgt in dienst van de kunst, of als hij succesvol is door het oog van de markt?

De geveinsde onverschilligheid waarmee Paul Camille in de handen van Prokosch duwt, is onderdeel van het spel dat de twee spelen. De twee partners draaien de hele film meanderend om elkaar heen, en praten in raadsels met abstracte verwijzingen naar hun gevoelens, zoals men kan verwachten van een Godard-film.

Het prachtige landschap van Capri, de toon van de muziek en de enigmatische geverfde Griekse beeldhouwwerken vervoeren het verhaal tot een eigenzinnig, op zichzelf staand geheel zoals dat het geval is bij grote films.

Le mépris

Grootmeester of aansteller?
Le mépris is niet per se origineel in de verbeelde ideeën, daar een film als Sunset Blvd. (1950) een vergelijkbaar verhaal vertelt. Wie Le mépris echter ontleedt, en kijkt naar het aantal personages, locaties, en gebeurtenissen, moet toch concluderen dat er bar weinig gebeurt in deze film.

Des te meer valt de ambivalentie en toch harmonieuze wijze waarop Godard de thema’s aan elkaar vlecht en de kijker geleidelijk met een rijk en subliem gevoel vervoert, te bewonderen als kopstuk van het vakmanschap van deze Franse revolutionair.

Vorig jaar met het overlijden van Jean-Luc Godard laaide de discussie over zijn werk opnieuw op. Filmliefhebbers lijken ernstig verdeeld in de beoordeling van zijn films. Aan de ene kant staan de bewonderaars die stellen dat zijn revolutionaire stijl en kritische benadering hem tot een van de grootste regisseurs maken. Aan de andere kant vindt men dat zijn werk ontoegankelijk is en aanstellerig abstract en alternatief. Alhoewel een aantal van zijn films wel degelijk overeenkomsten kennen met de laatstgenoemde beschrijving, geldt dat niet voor films als Pierrot le fou (1965), Vivre sa Vie (1962), À bout de souffle (1960) en Le mépris.

Enfin blijft het, ondanks de onmiskenbare stilistische bijdrage van de regisseur, een persoonlijke afweging en zal er altijd wel over zijn werk gediscussieerd worden. Ergens impliceert die doorgaande discussie eigenlijk al dat zijn werk de moeite waard is. Godard zal relevant blijven, of we het nou willen of niet.

 

13 september 2023

 

ALLE RECENSIES

Sur les chemins noirs

***
recensie Sur les chemins noirs
Jezelf hervinden op de diagonaal van de leegte

door Paul Rübsaam

In Sur les chemins noirs maakt de door een ongeluk zwaar gehavende schrijver Pierre Girard een voettocht van 1300 kilometer over wandelwegen dwars door Frankrijk. Om fysiek en emotioneel te herstellen, zich te wijden aan bespiegelingen over het moderne en oorspronkelijke Frankrijk en om te schrijven. Maar vormt die pelgrimstocht werkelijk een nieuw begin of deed hij dat altijd al: op pad gaan, risico’s nemen en de pen hanteren?

Tegen beter weten en het advies van artsen, familieleden en vrienden in trekt de na een val van acht meter van een dakgoot nog zichtbaar niet volledig herstelde, moeilijk lopende en met epileptische aanvallen kampende Pierre (Jean Dujardin, The Artist, 2011) de stoute wandelschoenen aan. In het nabij Nice gelegen Nationaal Park Mercantour begint hij aan een wandeltocht die hem uiteindelijk naar de Nez de Jobourg aan de Normandische kust moet brengen.

Hij volgt de op de kaarten aangegeven ‘chemins noirs’: kleine, soms moeilijk begaanbare wandelwegen. Ze voeren hem over de zogeheten ‘Diagonale du vide’ (diagonaal van de leegte): een route van het zuidoosten naar het noordwesten van het land waarop je weinig steden en infrastructuur tegenkomt.

Trekkend door bergen, langs grotten, over weilanden, stenen paden en puinhellingen overnacht Pierre soms in de buitenlucht, soms in een klooster. Af en toe legt hij een stukje van de tocht af in gezelschap van anderen: een vriend, zijn zus of iemand die hij onderweg is tegengekomen. Maar niet al te vaak. Want hij is nogal eenzelvig.

Sur les chemins noirs

Idyllisch landschap
Regisseur Denis Imbert en cameravrouw Magali Sylvestre de Sacy brengen het gewaagde en uitputtende, maar ook het verlokkende, van de tocht overtuigend in beeld. We zien van dichtbij hoe het profiel van Pierre’s wandelschoenen maar nauwelijks greep krijgt op de losliggende zilvergrijze steentjes van een puinhelling en hoe hij hijgend en vloekend met zichtbare krachtsinspanning zijn wandelstokken voor zich uit plant. Maar we aanschouwen ook schilderachtige verlaten dorpjes, kleine kloosters en een afwisselend landschap, met hoogtepunten als de roodstenen terrassen van de Barres de l’Illion, de Gorges d l’Ardèche geheten kloof en de natuurlijke boogbrug Pont d’Arc.

Ondanks kleine ongelukjes en een nogal altijd slepend been kijkt Pierre zijn ogen uit en schrijft hij fanatiek in zijn aantekenboekje. In een voice-over horen we hem uitspraken citeren van grote schrijvers en andere beroemdheden, van Henry David Thoreau tot Napoleon Bonaparte. Volgens Napoleon bestonden er twee soorten mensen: mensen die bevelen geven en mensen die gehoorzamen. Volgens Pierre zelf is er nog een derde soort: de mens die vlucht (zoals hij) en daarmee zijn lot in eigen hand neemt.

Franse subtiliteit
Films waarin iemand een loodzware wandeltocht onderneemt om zo van een trauma te herstellen, vormen welhaast een genre. Vooral Amerikaanse voorbeelden zijn er genoeg. Denk bijvoorbeeld aan Wild (2014) van Jean Marc Vallée met Reese Witherspoon in de hoofdrol en A Walk in the Woods (2015) van Ken Kwapis, met Robert Redford en Nick Nolte. Het verschil tussen ‘before’ en ‘after’ is in dit soort films vaak erg groot. De louterende werking van de zware tocht ligt er dik bovenop.

Van Franse cineasten valt meer subtiliteit te verwachten en wat dat betreft stelt Sur les chemins noirs zeker niet teleur. De film die losjes is gebaseerd op het gelijknamige boek van schrijver, filosoof en avonturier Sylvain Tesson, die met Dans les Forêts de Sibérie (Safy Nebbou, 2016) en The Velvet Queen (Vincent Munier, Marie Amiguet, 2021) eerdere boeken over avontuurlijke reizen naar desolate gebieden verfilmd zag, laat Pierre Girard (geïnspireerd op Tesson zelf) niet alleen oog hebben voor zijn hoogst persoonlijke beslommeringen. Ook zijn treurnis over het verdwijnen van het landelijke, authentieke Frankrijk en de toekomst van het geïndustrialiseerde land, dat volgens hem uitgeput is en zich in een crisis bevindt, komen ruimschoots aan bod.

Sur les chemins noirs

Prijskaartje
Voor die subtiliteit wordt echter wel een prijs betaald. Te weinig wordt duidelijk waaruit het niet fysieke deel van Pierre’s trauma bestaat. Zijn wens om op een tegendraadse manier van zijn verwondingen te herstellen buiten beschouwing gelaten, blijft daardoor ook het doel van zijn onderneming wat vaag. Wat heeft het ongeluk in emotioneel opzicht met hem gedaan en wat is er na zijn tocht aan hem veranderd?

Gedurende de film komen we middels flashbacks het nodige te weten over zijn ongeluk. Niet alleen over de grote lichamelijke schade waar dit toe heeft geleid, maar ook over de oorzaken en de toedracht ervan. Dan blijkt dat de hoofdpersoon altijd al geneigd was tot onvoorzichtigheid, om niet te zeggen: roekeloosheid.

Tevens vernemen we het een of ander over Pierre’s los-vaste relatie met zijn op zijn imago als avontuurlijke schrijver afgekomen vriendin Anna (Joséphine Japy), die vreest dat hij, ongeluk of niet, toch wel weer de benen zal nemen. Pierre’s onlangs overleden moeder passeert eveneens de revue. Ook zij was avontuurlijk ingesteld, maar daardoor wel vaak afwezig.

En nu gaat Pierre dan zelf, iedereen weer achter zich latend en vechtend tegen flauwtes 1300 kilometer door landelijk Frankrijk strompelen. Om ook daar weer een boek over te schrijven. What else is new?, om het in goed Frans te zeggen.

 

6 september 2023

 

ALLE RECENSIES

Roter Himmel

***
recensie Roter Himmel
Dreiging van bosbranden

door Jochum de Graaf

In potentie zou Roter Himmel dé zomerfilm van het jaar kunnen zijn, een tragikomisch relatiedrama dat zich afspeelt in een vakantiehuis bij de Duitse Oostzeekust onder de dreiging van bosbranden. De film heeft in ieder geval de actualiteit van de door ernstige klimaatrampen verstoorde zomer van 2023 mee. Maar in de uitwerking van tragedie en komedie schiet de film net iets te kort.

Hoofdpersoon Leon (Thomas Schubert) is met zijn vriend Felix in een oude Mercedes onderweg naar een vakantiehuis aan de Oostzee, de voormalige DDR. Hij wil daar hopelijk in  alle rust het manuscript van zijn boek afmaken, fotograaf Felix wil aan zijn portfolio werken. Op een landweggetje zegt Leon: ‘Er is iets aan de hand.’ Felix antwoordt: ‘Ik hoor niets.’ Er zijn dreigende wolken, de auto komt met een knal tot stilstand, er heerst een daverende stilte, ze hebben geen bereik. Leon is plots helemaal alleen in het bos, er zijn knakkende takken, er lopen wilde zwijnen, over de boomtoppen scheert een vliegtuig. Leon raakt bijna in paniek, maar dan duikt vriend Felix weer op, neemt zijn bagage over en ze bereiken het huisje.

Roter Himmel

Ongemak
Ze blijken echter niet de enige te zijn, het is er een behoorlijke puinhoop, vliegen boven een vuile vaat, onopgemaakt bed, er draait een was. Felix’ moeder is vergeten hem in te lichten dat ze een kamer aan de nicht van een collega heeft verhuurd. Leon en Felix slapen noodgedwongen in een zijkamer, doen nauwelijks een oog dicht vanwege de liefdesbewegingen die doordringen vanachter de dunne slaapkamerwandjes, en dan ook nog het aanhoudende gezoem van muggen. Het duurt nog een paar nachten voordat ze bij daglicht een glimp opvangen van de knappe medebewoonster, Nadja, een fijne rol van Paula Beer, de muze van regisseur Christian Petzold die in zijn vorige film Undine (2020) de hoofdrol speelde.

Leon wordt instant verliefd op haar, durft haar nauwelijks te benaderen in de veronderstelling dat ze een vaste relatie heeft met strandwacht Devid – een eigenaardige spelling om op z’n Duits zoals Angela uit te spreken.

Er lijkt een opening te ontstaan wanneer Devid een relatie krijgt met Felix. Devid vertelt als ze met z’n allen aan tafel zitten een krankzinnige verhaal over een Arabische man die telkens bij een vrouw aanklopt en een tapijt wil verkopen. Wanneer ze weigert, wordt de man steeds bozer en dreigt als ze blijft weigeren haar met een spray te bespuiten waardoor ze gay zal worden. Devid moet zelf het hardste lachen als hij zogenaamd bekent dat hij ook gesprayd is.

Het zijn soms pijnlijke momenten voor Leon, die een talent voor ongemak in de omgang toont met net verkeerd vallende opmerkingen tegen Nadja, waar hij zich achteraf dan weer voor de kop slaat, wat tamelijk komisch werkt. Zo ontwikkelt zich een verhaal met tal van kleine ongeregeldheden die je net even op het verkeerde been zetten, licht verrassende plotwendingen.

Leon laat Nadja het manuscript van zijn boek ‘Club Sandwich’ lezen. Uit haar stilzwijgende reactie kan hij niets anders afleiden dan dat ze het vrij beroerd vindt. Vertwijfeld zit hij op het strand waar het manuscript alle kanten opwaait. Hij zakt steeds dieper weg in lethargie.

En telkens is er de dreiging van de bosbranden. Op de radio komen berichten dat barbecues verboden worden, de Autobahn in de buurt wordt afgesloten, wat later ook lokale wegen, de hotels krijgen te maken met annuleringen. In het vakantiehuisje maken ze zich vooralsnog niet zulke zorgen, de wind staat de andere kant op. Ze gaan met z’n allen het dak op om naar de Roter Himmel in de verte te kijken.

Roter Himmel

Wending
En dan komt Helmut Werner, de uitgever van Leon, langs. Hij confronteert hem tamelijk hardhandig met de ondermaatse kwaliteit door hele passages op gedragen toon aan hem voor te lezen en vervolgens veelbetekenend te zwijgen. Het klikt nogal tussen Helmut en Nadja, en hij is ook nogal lovend over de foto’s van Felix. Nadja is niet de ijscoverkoopster waarvoor Leon haar houdt maar een volleerd literatuurwetenschapper. Ze reciteert ‘Der Asra’ uit haar hoofd, een gedicht van Heinrich Heine over een slaaf die verliefd wordt op een prinses. Leon kwijnt nog verder weg en kan niet meekomen in de hoogstaande intellectuele conversaties, ontfermt zich in arren moede over de afwas.

Dan komt de wending naar tragedie en drama, Helmut blijkt ongeneeslijk ziek, de branden komen steeds dichterbij, de as komt uit de lucht vallen, Devid en Felix gaan zich met de bestrijding van de branden bemoeien.

In de apotheose komt het verhaal rond. We zien Leon voorlezend uit zijn nieuwe boek dat de dramatische gebeurtenissen op zo’n literair verantwoorde wijze beschrijft dat het zomaar eens verfilmd zou kunnen worden.

Naar verluidt is Roter Himmel, na Undine, het tweede deel uit een trilogie over creativiteit en liefde. Zeker, Petzold brengt de dreiging en de onzekerheid daar aan de Oostzee spannend en soms verrassend in beeld, maar Roter Himmel is een tragikomedie waarin zowel de tragedie als de komedie net niet helemaal tot hun recht komen.

 

30 augustus 2023

 

ALLE RECENSIES