Quietud, La

**
recensie La Quietud

Zo inwisselbaar zijn ze niet

door Paul Rübsaam

Omdat haar vader plotseling een beroerte heeft gekregen, moet de Argentijnse Eugenia vanuit Parijs terug naar huis keren. Daar wordt ze herenigd met haar zus Mia, op wie ze als twee druppels water lijkt. Na de hereniging beginnen de verschillen tussen de zussen zich af te tekenen. Ook hun ouders zijn anders dan je op het eerste gezicht zou denken.

De Argentijnse regisseur Pablo Trapero (1971) kwam in 2011 op het idee een film te gaan maken waarin de Argentijns-Franse actrice Bérénice Bejo en de Argentijnse actrice Martina Gusman als twee zussen moesten gaan schitteren. In dat jaar eiste Bejo de vrouwelijke hoofdrol op in The Artist, geregisseerd door haar echtgenoot Michel Hazanavicius. Het viel Trapero op dat ze sprekend lijkt op zijn eigen vrouw Gusman, die onder andere te zien is in zijn films Leonera (2008) en Carancho (2010).

La Quietud

De koppels Trapero-Gusman en Hazanavicius-Bejo raakten bevriend en Trapero’s aanvankelijk maar half serieus bedoelde plannetje is inmiddels werkelijkheid geworden. Dat Gusman en Bejo inderdaad veel van elkaar weg hebben, kan iedereen na het zien van La Quietud (The Quietude) bevestigen. In het begin van de film ben je zelfs geneigd ze door elkaar te halen, wat Trapero naar eigen zeggen ook beoogd heeft.

Intieme band
Eugenia (Bejo) en Mia (Gusman) zijn niet alleen moeilijk uit elkaar te houden, ze zijn ook dol op elkaar. Zo lijkt het in ieder geval. Als kinderen deelden ze al geheimpjes en als pubers masturbeerden ze samen, waarbij ze seksuele fantasieën over dezelfde stoere loodgieter met elkaar uitwisselden.

Maar die intimiteit en lotsverbondenheid hebben ook een keerzijde. Nog steeds hebben de zussen de neiging om zich tot dezelfde heren aangetrokken te voelen, wat tot jaloezie, spanningen en verwikkelingen aanleiding geeft. Daarnaast hebben ze een nogal verschillende betrekking met hun moeder. Deze beschouwt Eugenia als haar lieveling, maar overlaadt Mia voortdurend met kritiek.

Het Spaanse woord ‘quietud’ betekent ‘rust’ en ‘vrede’. Het schitterende landgoed dat de riante, niet ver van Buenos Aires gelegen ranch La Quietud omgeeft, waar Eugenia en Mia zijn opgegroeid en waar de film zich goeddeels afspeelt, oogt dan ook paradijselijk. Wilde paarde grazen er in uitgestrekte weiden en in de meertjes daartussen strijken flamingo’s neer. Maar ‘quietud’ kan ook verwijzen naar een verzwegen, onthutsende werkelijkheid. Want onder de schijnbare rust van het luxueuze ouderlijk huis liggen tal van onderhuidse spanningen, die zich steeds nadrukkelijker openbaren.

La Quietud

Afschrapen
Trapero weet zijn thema en decors goed te kiezen en heeft dus ook met het bedenken van een aardige filmtitel geen moeite. Helaas zijn de enige sterke punten van La Quietud. De gebeurtenissen en ontwikkelingen volgen elkaar op volgens een onnatuurlijke, te typisch cinematografische wetmatigheid. Steeds vormt een dramatisch voorval in het heden, bijvoorbeeld het invliegen, onwel worden of verongelukken van een personage, de aanleiding voor het afschrapen van weer een laagje van het verzwegen, maar belaste (familie)verleden. Dit leidt in toenemende mate tot verveling.

De openbaring dat de ouders van Mia en Eugenia vuile handen hebben gemaakt tijdens het voormalige militaire bewind in Argentinië, zal iemand die eerdere films van Trapero als El Clan (2015) heeft gezien misschien niet direct verbazen. Maar in La Quietud komt die verwijzing naar het tijdperk van de junta nagenoeg uit het niets. Hetzelfde geldt voor de nogal problematische betrekking tussen de ouders.

Naarmate de film vordert, valt op dat Martina Gusman niet alleen een langwerpiger gezicht en een grotere neus heeft dan Bérénice Bejo, maar vooral dat ze van de twee actrices het meest sprekende personage weet neer te zetten. Ze kan bijvoorbeeld jaloezie die dat personage juist niet wil tonen toch zichtbaar laten worden in haar ogen. Of een dierbare die iets verschrikkelijks tegen haar (Mia) zegt verbijsterd, maar niettemin liefdevol aankijken. Het personage Eugenia kan daarentegen alleen maar guitig, of ondeugend, dan wel strak voor zich uitkijken. Met haar ééndimensionale mimiek (en wat danspassen) werkte Bejo zich eerder ook door The Artist, die teveel gelauwerde, zwijgende film uit 2011.

17 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Once Upon a Time … in Hollywood

****
recensie Once Upon a Time … in Hollywood

Virtuoze collage van feit, fictie en mediareferenties

door Alfred Bos

Heeft Quentin Tarantino nu negen of tien films gemaakt? Maakt niet uit, Once Upon a Time … in Hollywood is Tarantino ten voeten uit én laat een nieuwe kant van de regisseur zien. Fans worden niet teleurgesteld. Critici ook niet.

Quentin Tarantino is een kind van 56. Film is voor hem een spel, met het medium, met genreconventies, met de relatie tussen film en werkelijkheid, met de kijker. De openingstitels van zijn tiende film (we tellen Kill Bill voor twee en Death Proof voor een) nodigen de kijker uit zijn spel mee te spelen. Op het scherm staan naast elkaar de namen en portretten geprojecteerd van de acteurs die de hoofdrollen spelen. Alleen, Leonardo DiCaprio heet Brad Pitt en Brad Pitt heet Leonardo DiCaprio. We zijn begonnen aan een knotsgekke achtbaanrit door de fantasie van de regisseur/scenarist en we hadden het kunnen weten, want de filmtitel geeft het al weg: Once Upon a Time … in Hollywood is een sprookje.

Zoals iedereen weet zijn sprookjes bruut en gewelddadig en Once Upon a Time … in Hollywood is Tarantino ten voeten uit, dus bruut en gewelddadig. En speels. Zoals elk sprookje – en dat is nieuw voor het kind dat inmiddels 56 jaren oud is – bevat het een moraal: succes is tijdelijk, roem is leeg en uiteindelijk is een beetje menselijkheid, het kost niks, het enige wat er toe doet. De rest is, wel, spel. Al spelen sommigen het bloedserieus.

Once Upon a Time … in Hollywood

Goochelen met filmtrivia
Quentin Tarantino is een postmoderne regisseur en maakt films die naar andere films verwijzen en het medium becommentariën door het op zichzelf terug te vouwen. Wanneer zo’n Tarantino-metafilm is gesitueerd in het mekka van de filmindustrie, het commerciële hart van het medium, gaan de filmreferenties in overdrive. Once Upon a Time … in Hollywood goochelt met filmtrivia en Hollywood-folklore, is onbarmhartig eerlijk maar razend gevat, en krankzinnig gedetailleerd in zijn persiflage van Hollywood en satire op de donkere kanten van Los Angeles en haar historie. De regisseur is fan, nar en therapeut ineen. Dat laatste onderscheidt hem van al die andere fanboys die de (sociale) media bevolken. Hij toont empathie.

Once Upon a Time … in Hollywood tackelt Amerika’s meest geruchtmakende moordzaak van de afgelopen vijftig jaar. Meest geruchtmakend vanwege de weerzinwekkende details, de volstrekte willekeur en zinloosheid, en het feit dat het de droomfabriek Hollywood in het hart trof. Het lijkt op het eerste gezicht weinig kies om de moord op actrice Sharon Tate, de hoogzwangere vrouw van Roman Polanski, te gebruiken als onderwerp van een Tarantineske burleske. Maar de regisseur doet iets verrassends en op hetzelfde moment iets typisch des Tarantino’s: hij vouwt Hollywood op zichzelf terug.

Keten van misverstand
Rick Dalton (Leonardo DiCaprio) is een acteur over zijn hoogtepunt. Tien jaar daarvoor speelde hij de sheriff in de populaire tv-serie Bounty Law, een western. Hij is nog steeds onafscheidelijk met zijn filmdubbel, stuntman Cliff Booth (Brad Pitt). Daltons ster is tanende en hij scharrelt bij als Hollywood-acteur in goedkoop gedraaide Italiaanse westerns. Het is de meest opzichtige filmreferentie in deze film, naar Clint Eastwood en Sergio Leone (geen punten voor deze quizvraag).

Booth fungeert als chauffeur en klusjesman van Dalton en woont met zijn vechthond Brandy in een trailer in de San Fernando Valley, op een verlaten drive-in-cinema. Dalton maakt zich zorgen hoeveel langer hij de huur van zijn villa in het sjieke Benedict Canyon kan betalen. Hij bewondert op afstand zijn buren, Roman Polanski (Rafel Zawierucha, een Poolse acteur in een zwijgende rol), de hipste regisseur van Hollywood op dat moment, en diens hoogzwangere vrouw Sharon Tate (Margot Robbie). Dan kruist Pussycat (Margaret Qualley), een jonge vrouw uit de hippiecommune van Charles Manson (Damon Herriman), het pad van Booth. Het zet een onwaarschijnlijke keten van misverstand in gang.

Once Upon a Time … in Hollywood

Bestaande personen
Once Upon a Time … in Hollywood is in alle opzichten, op één na (en daar komen we op terug), typischTarantino. Het is een wraakfilm. Hij bestaat, net als Stanley Kubricks Full Metal Jacket en A Clockwork Orange, uit twee aparte delen. Feit en fictie zijn virtuoos vervlochten. De filmreferenties zijn te veel om op te noemen (daar kunnen studieclubs aan worden gewijd en pubquizzen mee gevuld). Het geweld, vooral gericht tegen vrouwen, is buiten proporties. De dialogen klinken spits en verrassend. Enkele scènes zijn overbodig en dienen vooral om de spraakwaterval van Tarantino’s script een bedding te geven. Vaste Tarantino-acteurs duiken op (spot Kurt Russell). Er is een cameo van een Hollywood-legende: Al Pacino als de zalig schmierende Hollywood-agent Marvin Schwarz. De soundtrack zit vol met raak gekozen B-hits (en een enkele A-kraker).

Alle Tarantino-films tot nu toe waren variaties op bestaande genrethema’s en B-filmconventies. Voor Once Upon a Time … in Hollywood gaat de regisseur uit van de tot in detail gerealiseerde werkelijkheid, die van Hollywood in 1969. We zien bestaande personen, naast de reeds genoemde zijn dat Jay Sebring (Emile Hersch), de voormalige kapper annex amant van Tate met wie zij en Polanski hun woning delen; plus Cass Elliott (Rachel Redleaf) en Michelle Phillips (Rebecca Rittenhouse) van The Mamas & The Papas die we tegenkomen op een feest in Hugh Heffners Playboy Mansion.

Er zijn er meer, zoals acteur Steve McQueen (Damian Lewis) die tien jaar daarvoor – net als Rick Dalton – beroemd werd via een westernserie op tv; Bruce Lee (Mike Moh) als karatehaantje Kato in de tv-series Batman en The Green Hornet; en George Spahn (Bruce Dern), de 80-jarige blinde eigenaar van de Spahn-ranch, de voormalige set van westernfilms en tv-series – inclusief het fictieve Bounty Law – waar de Manson Family in 1969 domicilie hield. De scène met Spahn is een soort hommage en voelt overbodig, maar is het niet (zoals later zal blijken).

Spiegeleffecten
Typerend voor Tarantino’s associatieve aanpak vol spiegeleffecten is de scène waarin Rick Dalton, de voormalige tv-sheriff, de schurk speelt in een shoot voor de (fictieve) tv-serie Lancer. Hij deelt de tv-scène met collega-acteur James Stacy, de tv-sheriff en revolverheld van de serie. In Tarantino’s film wordt die rol vertolkt door Timothy Olyphant, die bekend werd als de scherpschietende sheriff in de echte tv-series Deadwood, een western, en Justified, een eigentijdse western. De scène toont de werkelijkheid van het filmmaken, of eigenlijk het acteren. We zien een acteur die acteert dat hij acteert, het is een fenomenaal moment van Leonardo DiCaprio. Voor het verhaal van Once Upon a Time … in Hollywood is het ook een overbodige scène, maar hij ademt brille en je vergeeft het Tarantino grif.

Tarantino’s metafilm is niet alleen hommage, er is ook zwarte humor. Zoals het moment waarop Sharon Tate de bioscoop binnenstapt om zichzelf naast Dean Martin op het filmdoek te zien in The Wrecking Crew (Phil Karlson, 1968). Ze wil gratis naar binnen, ze is immers de ster van de vertoonde film. De ontmoeting van Bruce Lee en voormalig stuntman Booth op de set van The Green Hornet is hilarisch en Brandy heeft de hondenscène van het jaar.

Once Upon a Time … in Hollywood

Klassiek mannenduo
De climax is onvervalste Tarantino van de bovenste plank. Anders dan The Hateful Eight voelt de ontknoping niet gekunsteld, flauw en onsmakelijk aan. De vuurpijl is subtiel voorbereid en kundig opgezet, vol verrassing en hallucinant in zijn exces. Hij opent met wellicht de meest geraffineerde toepassing van Tarantino’s spiegelspel met referenties uit de hele film. Op de geluidsband speelt 12:30 van The Mamas & The Papas, het is in de film op dat moment half een ’s nachts en de songstekst valt samen met de handeling op het filmdoek. Het is een virtuoze collage van feit, fictie en mediareferenties, Once Upon A Time … in Hollywood in een notendop. Je zou ook bijna twee uur en drie kwartier lang vergeten dat Pitt en DiCaprio weergaloos goed zijn. Klassieke Hollywood-duo’s als Paul Newman en Robert Redford, of James Stewart en Richard Widmark, komen op het netvlies.

Once Upon a Time … in Hollywood is volbloed Quentin Tarantino, op één aspect na. De film afficheert zich als sprookje en in sprookjes leeft men na afloop nog lang en gelukkig. De verhaallijn van proloog naar epiloog is grillig, maar niet zonder betekenis. De tobberige protagonist heeft geleerd, hij is de ambities en pretenties van beroepsnarcisten voorbij, de acteur stapt uit zijn rol en wordt mens. Ironie blijkt empathie. Zou de kleuter van 56 dan toch volwassen zijn geworden?

 

13 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Regisseur Koen Mortier over Engel

Regisseur Koen Mortier over Engel:
“Het leven is niet van A naar B naar C”

door Alfred Bos

De in Vlaanderen immens populaire wielrenner Frank Vandenbroucke overleed in 2009 onder vreemde omstandigheden. Dimitri Verhulst schreef er een roman over. Koen Mortier verfilmde de roman. Engel is de titel van zijn film. “Een groot deel van je leven bestaat uit gedachten. Die zijn in film niets.”

Engel, de derde speelfilm van Koen Mortier (1965), is een film over een fietser. Of eigenlijk, een wielrenner, een coureur. Is de regisseur zelf een fietser?

“Ik heb gisteren gefietst”, vertelt hij wanneer we bellen met Brussel, waar zijn productiebedrijf CZAR – dat onder meer de wielerfilm Coureur van Kenneth Mercken en de meest recente films van Alex van Warmerdam (co)produceerde – is gehuisvest. “Maar dat was voor het eerst in drie maanden”, voegt Mortier eraan toe. Hij had een tijdje last van zijn rug.

Koen Mortier (foto: Stephan Vanfleteren)

Koen Mortier (foto: Stephan Vanfleteren)

“Zoals elke Vlaming ben ik opgevoed met wielrennen. Mijn vader was een grote fan van Eddy Merckx. Ik ook, tot hij in Parijs-Roubaix van 1974 in de sprint verslagen werd door Roger De Vlaeminck. Toen was het over, ik was verdrietig. Mijn vader nam me altijd mee naar wielrennen, dat was een onderdeel van onze relatie. We zijn altijd naar de Zesdaagse van Gent geweest. We hebben, denk ik, duizend kilometer samen gefietst.”

“Toen ik tien was, kreeg ik mijn eerste koersfiets en gingen we samen fietsen. Hij ging volle bak en ik moest aanklampen, al wenende van uitputting, maar ik was niet van plan om op te geven. Op mijn vijftiende heb ik wraak kunnen nemen door hem los te rijden. Ik mocht van hem geen wedstrijden rijden. Hij had veel vrienden in het wielrennen en het grote probleem was doping. Hij zei dat wielrennen altijd aan doping gelinkt zal worden en heeft ook een aantal vrienden slecht zien gaan vanwege doping.”

Rand van de waanzin
Engel is Mortiers verfilming van Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten, de roman van Dimitri Verhulst uit 2011, over een coureur die op 12 oktober 2009 in een Senegalees hôtel de passe dood wordt aangetroffen, na de nacht met een prostituee te hebben doorgebracht. Het is in België geen geheim dat voor de coureur Frank Vandenbroucke model stond. De populaire wielrenner raakte in opspraak door doping en vervolgens aan lager wal.

“De enige die geen stem in het
verhaal had, was de prostituee”

“Dat is in België een bekend verhaal”, aldus Koen Mortier. “Iedereen kent het. Maar niet zoals het in het boek voorkomt, namelijk de enige die geen stem had in het verhaal was de prostituee. De media hebben alle aandacht geschonken aan het fantastische leven van die fantastische wielrenner die het nooit gemaakt heeft, Frank Vandenbroucke. De volledige familie heeft kunnen meeklagen aan de zijlijn van zijn dood, maar de prostituee was niet zo belangrijk. Die werd bekeken als afval, vrees ik.”

“Toen ik het boek van Dimitri las, was ik enorm aangesproken door het gevoel van die vrouw. En ook door de puurheid van die vrouw. Iemand die moet strijden om te overleven, die het zeker niet zo gemakkelijk heeft als een topwielrenner. Die wordt verliefd en dan verliest ze hem onmiddellijk. Dat vond ik interessant. Ik vond het ook interessant om haar het vertrekpersonage van de film te laten zijn. Voor mij was het ook háár verhaal. Hij is voor haar een klant, maar ze gaat mee in zijn zogenaamde verliefdheid. Hij staat eigenlijk totaal niet open voor liefde, hij staat aan de rand van de waanzin. En toch ziet ze het beste erin en denkt, this is my ticket, ergens.”

Engel

Engel

Pompen of verzuipen
Engel is gedraaid in Senegal en toont de laatste nacht van Thierry, de coureur (vertolkt door de Franse acteur Vincent Rottiers), in het gezelschap van Fae, de prostituee (een rol van de in Senegal geboren Franse actrice Fatou N’Diaye). De film opent met een titel die duidelijk maakt dat Engel zowel feit als fictie is, dus geen biopic. Het is in feite een liefdesdrama.

“Dat was de bedoeling, ja”, reageert Mortier. “Het boek, en ook de film, is een klein verhaal dat een bombastisch liefdesdrama blijkt. De filmmuziek onderstreept dat. Ik wilde dat de muziek die overdrijving meedroeg. Dat die ontmoeting van twaalf uur veel langer wordt door het drama, de beelden en de muziek. Zodat het allemaal versmelt en het is alsof ze elkaar al jaren kennen.”

Die indruk roept u ook op door het verhaal niet-lineair te vertellen. Dat helpt om de tijd op te rekken.

“Dat was de bedoeling”, reageert de regisseur opnieuw. “Ik heb de film wel lineair gemonteerd, maar dan maak je het verhaal niet rond, omdat je als kijker maar één van de twee personages kent. Je ziet van hem droombeelden, of eigenlijk waanbeelden die alleen maar kunnen leiden tot de dood. Ik had voor haar ook waanbeelden geschreven, maar dan beelden over de schrik van wat zou kunnen komen. Die heb ik er tijdens het schrijven al uitgehaald, omdat ik van de Waalse subsidiecommissie te horen kreeg dat dat seksistisch was. Achteraf heb ik er spijt van dat ik dat eruit heb gehaald. Daardoor is de vrouw wat uitgehold.”

“Als je weet waar de personages aan toe
zijn, waarom zou je dan de film zien?”

U heeft eerder gewerkt met niet-lineair vertellen. Wat spreekt u daarin aan?

Mortier: “In veel niet-lineaire films zie ik het lineaire van het verhaal omdat het mijn manier van denken, zelfs mijn manier van zijn, is. Ik heb moeite met het lineaire verhaal omdat je daarmee veel uitschakelt van het mens-zijn. Lineaire verhalen zijn nogal vals, nogal onecht tegenover het leven. Het leven is niet lineair. Het leven is niet van A naar B naar C. Het leven duwt je terug, laat je vooruitgaan. Het is heel kneedbaar, dat leven. Film is dat voor mij ook. Pompen of verzuipen, je weet niet waar je aan toe bent. Als je weet waar de personages aan toe zijn, waarom zou je dan de film zien? Als je naar een film in het commerciële circuit kijkt, weet je al na vijf minuten hoe het zal aflopen en wie er zal overleven. Bij een niet-lineaire film blijf je toch raden naar die dingen. Een groot deel van je leven bestaat uit gedachten. Die zijn in film niets.”

Want film is beeld. U heeft die gedachten proberen te visualiseren via de droomscènes.

“Klopt, het ongeval is een angstbeeld, een manier om de dood op te roepen, om te leiden naar de dood. Er zijn als wielrenner heel veel manieren om te sterven en toch loopt het op zo’n domme manier af. Ik vind het interessant dat je als kijker weet dat de hoofdpersoon doodgaat. Want die weet het niet en ziet het niet aankomen.”

De kijker weet meer dan het personage: dat is Hitchcock.

“Dat is een interessant gegeven in film. Daar kun je mee spelen: de kijker denkt het te weten, maar hij weet het niet omdat hij denkt dat hij het weet. Ik wou ook een heel verdrietige film maken. Een verdrietige, pijnlijke film die het gebruik van drugs of doping ergens ook wel ondermijnt. Dat wilde ik ook laten zien: de daad van doping is minder erg dan het resultaat. Coureur gaat diep in op de daad.”

Ex Drummer

Ex Drummer

Alex van Warmerdam
Net als zijn debuutfilm Ex Drummer (2007), naar de roman van Herman Brusselmans uit 1994, is Engel – of Un Ange, zoals de internationale titel luidt – gebaseerd op een boek dat Mortier bewerkte tot scenario. Idee en scenario voor zijn tweede speelfilm komen uit eigen koker. 22 mei (uit 2011) gaat over terrorisme en kreeg niet de aandacht die hij verdient. Kwam die film misschien te vroeg?

“Ik weet nog goed”, reageert Mortier, “toen ik aan 22 mei begon zei een producer uit Israël tegen me: ‘Jij hebt het recht niet om die film te maken’. Zo’n reactie kreeg ik vaker: ‘Dat gebeurt niet in België, wat een onzin’. Van een filmfestival in Irak heb ik de prijs van het beste scenario gekregen. Hun reactie was: dat is wat wij dagelijks meemaken en voelen en denken. Voor Europa was het waarschijnlijk een jaar of vijf te vroeg. Onderwerping [de roman uit 2015] van Michel Houellebecq was wel juist van timing.”

U bent naast scenarist en regisseur ook producent. U heeft een aantal malen gewerkt met Alex van Warmerdam. Hoe bent u met hem in contact gekomen?

“Door toeval. Mijn vrouw is een producer. We waren in Rotterdam, voor het filmfestival, met Ex Drummer en daar hebben we Marc van Warmerdam ontmoet. We zijn iets gaan drinken en hadden het over art direction en production design. Mijn productiedesigner, Geert Paredis, is heel goed met materie, met verf en kleuren. Daar was Alex naar op zoek. Ik heb die twee elkaar laten ontmoeten en daar is de samenwerking uit voortgekomen. Het klikt ook heel goed. Dat is wel prettig als je met elkaar samenwerkt.”

“ Voor mij is Alex van Warmerdam
de enige cineast van Nederland”

“Ik heb veel respect voor Alex en Marc. Voor mij is Alex de enige cineast van Nederland, als ik het zo mag stellen. Hij is echt een auteur. Hij heeft zichzelf gemaakt en zijn films hebben een manier van uitdrukken die je nergens anders vindt dan bij Alex van Warmendam. En toch beantwoordt het volledig aan de Nederlandse cultuur.”

Dimitri Verhulst is de auteur van het boek waarop Engel is gebaseerd. Heeft hij commentaar of input gehad?

“Ik heb Dimitri tijdens de productie van Engel niet gezien. Ik heb hem mijn vorige films laten zien. Hij is een fan van Ex Drummer. Hij was oké met het idee dat ik zijn boek ging verfilmen. Ik heb mijn ding gedaan en ik heb hem Engel laten zien vlak voor we naar het filmfestival van Toronto gingen. Daar zijn we een week samen geweest, hebben veel gebabbeld en het resultaat is dat ik zijn eerste film ga produceren. Hij gaat een scenario van zichzelf verfilmen. Er zit een film in Dimitri, dat voel ik. Maar let op, er is nog een lange weg te gaan. We zijn pas vertrokken.”

Engel komt ook uit in het buitenland, waar men minder bekend is met Frank Vandenbroucke. Zou dat een handicap kunnen zijn?

“Wel een beetje. In België en Nederland is wielrennen een populaire sport, we kennen de romantiek van die cultuur. In Frankrijk is dat heel anders. Sportjournalisten waren wél enthousiast, omdat die het DNA van de film begrijpen. Voor Franse filmjournalisten ligt dat anders. Die hebben niks met wielrennen.”

De film gaat niet alleen over wielrennen, maar over de liefde en de druk van de roem.

“Films als Engel en Coureur zijn films voor de Benelux, België en Nederland, en vooral Vlaanderen. Dat zijn films over ons. Ik heb het gevoel dat de cultuurwereld en de sportwereld buiten België en Nederland ver uit elkaar liggen.”

Bent u al bezig met uw vierde film?

“Absoluut, die heb ik net ingediend. De titel is Skunk, gebaseerd op een boek van een kinderpsychiater die werkt met kinderen in instellingen. Kinderen die zijn mishandeld of misbruikt en daardoor misdadige feiten gepleegd hebben.”

Lachend: “Een heel luchtig verhaal.”

 

Engel draait vanaf donderdag 8 augustus in de Nederlandse bioscoop.

 

5 augustus 2019

 

MEER INTERVIEWS

Loulou

****
recensie Loulou

Een onfortuinlijk trio

door Ries Jacobs

Nelly verlaat haar man André voor Loulou. Ze heeft moeite om haar huwelijk achter haar te laten en met haar nieuwe vlam een toekomst op te bouwen. De drie zitten elkaar een film lang in de weg. 

“Ik neem het leven zoals het komt.” Halverwege de film is Loulou, vertolkt door Gérard Depardieu, voor het eerst openhartig als hij aan de bar staat. Hij heeft geen werk en geen ambities. Zijn leven bestaat voornamelijk uit stappen, kroeggevechten en vrouwen mee naar huis nemen.

Loulou

Nelly, een rol van Isabelle Huppert, valt als een blok voor de blonde adonis. Ze verlaat haar ambitieuze en succesvolle partner André voor klaploper Loulou en verkiest het zorgeloze leven van de kroegtijger annex kruimeldief boven het georganiseerde leven dat ze had met André. Toch blijkt het voor de twee geliefden nauwelijks mogelijk om samen een toekomst op de bouwen zolang Loulou zijn vrijgevochten leven niet wil opgeven.

Benauwende levens
Depardieu is in topvorm. Vanaf het eerste moment weten we wat voor persoon hij is. Het is een prachtig staaltje method acting. Ook Huppert zet een prima rol neer als de onschuldig lijkende, maar gaandeweg de film steeds minder onschuldig wordende Nelly. Overigens is ook de bedrogen en voor een ander ingewisselde André niet het onschuldige slachtoffer. Hij is verbaal en fysiek agressief tegenover Nelly.

Deze door de scenarioschrijvers prima neergezette karakters zijn goud voor goede acteurs. Depardieu, Huppert en Guy Marchand in de rol van André hebben geen moeite om hun personages, die alle drie vastzitten in hun gelimiteerde denkbeelden, vorm te geven. De zakelijke André kan Nelly alleen intellectueel uitdagen. De losbandige Loulou is voor haar fysiek aantrekkelijk, maar kan haar verder niets bieden. En Nelly zoekt naar een combinatie van de twee, de perfecte en natuurlijk niet bestaande partner.

Daardoor zitten de drie klem in hun benauwende leven. Dit lijkt regisseur Maurice Pialat in beeld te brengen door alles in de film benauwend te maken. De camera zit niet per se dicht op de huid van de acteurs, maar alle ruimtes in de film lijken claustrofobisch klein. De mensen zijn bijna constant met teveel in een te kleine ruimte en zitten elkaar daardoor in de weg, zoals de drie hoofdrolspelers elkaar in de weg zitten.

Loulou

No future
In mei 1968 protesteerden Parijse studenten tegen de ‘gevestigde orde’ die hen zou inkapselen in een burgermansbestaan. Ze leefden in de jaren 70 een vrij bestaan. Tegen het einde van het decennium kwamen ze erachter dat leven als een bohemien ook betekende dat je je leven moeilijk vorm kon geven. Hoe geef je je kinderen eten als je geen werk hebt. Niet voor niets was ‘No future’ het adagium van de punkers in die jaren.

Loulou draaide in 1980 in de bioscoop en kun je daarom (in retrospectief) zien als een waterscheiding tussen de vrije jaren 70, gepersonaliseerd door Loulou, en de zakelijke jaren 80 in de vorm van André. Net zo goed kun je de film zien als de zoektocht van een jonge vrouw die niet kan kiezen tussen de rauwe lichamelijkheid van Loulou en de intellectuele uitdaging die André haar biedt. Pialat past maatschappelijke ontwikkelingen en klassenverschillen binnen het raamwerk van een liefdesverhaal. Dit maakt Loulou tot een goede gelaagde film.

Loulou draait nog driemaal in EYE Amsterdam: vrijdag 9 augustus (10.45), zaterdag 17 augustus (15.00) en zondag 25 augustus (19.00).

 

30 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT
 
 

ALLE RECENSIES

Promesse de l’aube, La

****
recensie La promesse de l’aube

Alles voor moeder en Frankrijk

door Cor Oliemeulen

De liefde van een moeder kan verstikken of leiden tot grote inspiratie. De Frans-joodse schrijver Romain Gary laveerde tussen deze twee uitersten. Hij presteerde vooral om de dromen van zijn moeder te verwezenlijken.

Niet alleen als bejubelde schrijver van ruim dertig boeken, maar ook als oorlogsheld en diplomaat ging Romain Gary de geschiedenisboeken in. De Franse regisseur Eric Barbier verfilmde zijn autobiografie La promesse de l’aube (De belofte van de dageraad) en richt zich voornamelijk op de relatie tussen de veeleisende moeder en de behagende zoon.

La promesse de l’aube

Excentrieke toewijding
De film begint in Mexico-Stad tijdens de Dag van de Doden als Gary in gedeprimeerde toestand met een zwachtel om zijn hoofd wordt aangetroffen, omdat hij denkt dat hij een tumor heeft en spoedig zal sterven. Van hieruit blikken we aan de hand van zijn autobiografie terug op zijn bewogen leven, in drie verschillende periodes (vertolkt door drie verschillende acteurs): zijn kindertijd in Oost-Europa, het volwassen worden in Frankrijk en de harde leerschool van de Tweede Wereldoorlog.

Met name het eerste deel is wat fragmentarisch. Eric Barbier moest kiezen uit de duizelingwekkend talrijke scènes in het boek, maar hij slaagt door middel van een chronologische verteltrant de tijdspanne van twintig jaar overzichtelijk en representatief te maken. Het leven van moeder en zoon blijkt te bestaan uit een aaneenschakeling van (on)mogelijkheden, (on)geluk, maar voor alles vechtlust en een excentrieke toewijding aan elkaar. Zoals zijn moeder bij haar zoon geen zwakte tolereert, zo verzwijgt zij haar suikerziekte.

Discriminatie en vernedering
Geboren als Roman Kacew in het toen nog Russische Vilnius verhuisde hij naar het Poolse Warschau waar haar joodse moeder Nina door hard werken haar best doet om de eindjes aan elkaar te knopen. Gebukt onder discriminatie en vernedering droomt zij van haar ideale land Frankrijk: de keuken, de stijl, de elegantie en de verleiding. “Mijn zoon wordt ambassadeur van Frankrijk en koopt later zijn pakken in Londen”, sneert zij naar de buurtbewoners, die haar uitlachen. “Dat moment bepaalde de rest van mijn leven”, zegt de kleine Romain die zichzelf belooft om zijn moeder te rehabiliteren en gelukkig te maken.

Nina wil dat hij een belangrijk iemand wordt, bijvoorbeeld een virtuoos violist, maar Romain tekent liever. Nee, kunstschilder onder geen beding, want dat zijn arme sloebers, kijk maar naar Vincent van Gogh die zelfmoord pleegde op zijn vijfendertigste. Dan maar literatuur. Romain moet geheel tegen zijn wil een bontjas dragen en als hij wordt gepest moet hij flink van zich afbijten. Volgens Nina zijn er drie redenen om te vechten: voor een vrouw, voor de eer van je moeder en voor Frankrijk – desnoods met gebroken botten of je dood als gevolg.

La promesse de l’aube

Beloofde land
Op zijn elfde emigreert het duo naar het beloofde land. Direct na aankomst in Nice blijkt Nina’s zakelijke instinct dat leidt tot het openen van een pension. Concurrentie qua aandacht duldt ze niet: als ze Romain in bed aantreft met een dienstmeisje, wordt die hardhandig uit huis gezet. Romains poging om zijn moeder te koppelen aan een huurder, een kunstschilder, mislukt. Het is vervolgens niet meer dan logisch dat Romain in Parijs rechten gaat studeren en zich ondertussen gaat bekwamen in het schrijversvak. Hij liegt over zijn vermeende succes, omdat hij zijn moeder nimmer wil teleurstellen. Op een dag zegt Nina dat hij naar Berlijn moet om Hitler te vermoorden, en na de capitulatie van Frankrijk moet Romain dan maar het land bevrijden, zodat zij vol aanzien over de boulevard van Nice kan paraderen.

La promesse de l’aube – in 1970 verfilmd door Jules Dassin met Melina Mercouri als de moeder – verveelt geen seconde omdat er veel noemenswaardige gebeurtenissen in verschillende landen moeten worden verteld. Dit kundig gemaakte opgroeidrama wordt gedragen door twee sterke hoofdrolspelers: Pierre Niney (Yves Saint Laurent, Frantz) als de gekwelde ziel en Charlotte Gainsbourg (Melancholia, 3 Coeurs) die eindelijk eens een keer overtuigt, zowel met haar ziekelijke obsessie voor haar zoon als haar Poolse accent. De rest van de cast figureert geheel in het teken van deze veel meer dan bijzondere relatie tussen moeder en zoon.

 

28 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

So Long, My Son

****
recensie So Long, My Son

Kroniek van verstrijkende tijd

door Tim Bouwhuis

De beste filmkronieken verweven een persoonlijk verhaal met een bredere stroom van (vaak) politiek-historische ontwikkelingen. Neem de som van de twee en je hebt het kloppende hart van So Long, My Son, een episch drama dat China vangt en verbeeldt als een kroniek van verstrijkende tijd.

De vertelling begint als de jonge, verlegen Xingxing door zijn vriend Haohao wordt uitgedaagd een duik te nemen in een waterreservoir in een noordelijk gelegen fabrieksstadje. Haohao voert de druk op door zijn kleren vast uit te trekken en zich na wat laatste aansporingen richting het water te spoeden. De camera laat hem vertrekken – we kijken mee over de schouder van Xingxing, die eenzaam achterblijft. De scène eindigt een stuk abrupter dan ze begon, en als we een minuut of tien later terugkeren bij het reservoir is er een ongeluk gebeurd.

So Long, My Son

Filmfractuur
Wat ontvouwde zich, en waarom waren wij er niet bij? Het is verleidelijk om So Long, My Son door de elliptische structuur te benaderen als een puzzelfilm. De openingsscène markeert namelijk lang niet het enige moment dat de continuïteit van de film doorbroken wordt. Regisseur Wang Xiaoshuai (Beijing Bicycle) schakelt welbewust tussen verschillende tijdvakken (rangerend van midden jaren tachtig, wanneer de film opent, tot het heden), maar laat de zo gebruikelijke tussentitels (locatie, jaartal) achterwege. In de vlekkeloze montage komen nieuwe dramatische ontwikkelingen en referenties naar een getroebleerd verleden samen.

Al die variabelen vragen, in bij uitstek positieve zin, om een actieve kijkhouding. En die houding loont, niet alleen omdat het scenario uitgekiend is en alle stukjes ook daadwerkelijk passen. Wangs uitgesproken stijl is namelijk noodzaak om daadwerkelijk te ervaren hoe het verleden tot ons komt: in half aan elkaar gelijmde brokken, en altijd gefragmenteerd. Wat rest zijn de details, de gesprekken die een breuk helen of er één teweeg brengen. Met zulke momenten zit So Long, My Son vol. Misschien is het te veel gevraagd, zoals Wang in een interview wel voorstelt, om de tijdsconstructie maar gewoon los te laten. Maar het lijdt geen twijfel dat een contra-intuïtieve mindset het kijken verrijkt.

So Long, My Son

Over levenswijsheid  
Terug bij de twee jongens uit de openingsscène. Uit de (chronologisch eerder gesitueerde) scène die volgt, blijkt dat hun ouders goed met elkaar bevriend zijn. Het ongeluk zet die verhouding alleen flink onder druk. Wang neemt schuld en verlies als vertrekpunt en concentreert zich vervolgens op de ouders van Xingxing (rollen van Wang Jingchun en Yong Mei). Hoe verwerken zij wat er gebeurd is, en beter nog, hoe doen ze dat binnen een staatsapparaat dat vaststelt waar families ophouden en misdrijven beginnen? Tegen de achtergrond van de Chinese eenkindpolitiek (1979-2015) en de culturele revolutie die daaraan vooraf ging, is de meest intieme eenheid van de privaatsfeer immers altijd een publieke aangelegenheid. Ontwikkelingen op nationale schaal worden zo keer op keer gespiegeld aan het leven van Yaojun en zijn vrouw Liyun. Wong en Yang zien zich omringd door een zweem van authenticiteit die zich niet laat creëren; het is bijna ironisch dat hun ‘spel’ hen tijdens de Berlinale (zeer terechte) bekroningen opleverde voor beste acteur respectievelijk beste actrice. Noem het oprechte levenswijsheid, en je zit er niet ver vanaf.

Terwijl de tijd de geschiedenis steeds verder opslokt, beginnen Yaojun en Liyun steeds scherper te bevragen wat het heden nog kostbaar maakt. “Als er bijna geen sporen meer over zijn van het verleden”, zegt Liyun richting het einde, “hoe komt het dan dat we toch nog bang zijn om dood te gaan?” Het verloop van de film doet een suggestie voor een mogelijk antwoord: de dood gaat nooit alleen over ons. En uiteindelijk, in de laatste scène, dat een piepklein gebaar de meest gebroken familie nog hoop kan bieden.

 

27 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Violette Nozière

****
recensie Violette Nozière

Spiegelpaleis van leugens

door Sjoerd van Wijk

De jonge Isabelle Huppert is verleidelijk maar verraderlijk als de gelijknamige moordenares in Violette Nozière. Haar sluwheid evenaart de film met een onderhuids bouwen aan dubbele bodems, tot er een spiegelpaleis van leugens staat.

Op haar vijfentwintigste had Huppert al vele films op haar naam staan. Toch lijkt deze eerste samenwerking met regisseur Claude Chabrol een blauwdruk voor haar latere rollen. In films als La Pianiste en Elle is ze hard en berekenend, maar ook getroebleerd met naargeestige gevolgen. Iets wat terug te zien is in Violette Nozière, waar Huppert als prostituee probeert te ontsnappen aan het gezapige thuisleven en tegelijkertijd flinke bedragen verdient.

Violette Nozière

Het huisje-boompje-beestje leven van haar ouders beklemt haar dermate dat Violette nadat ze met syfilis is gediagnosticeerd drastische maatregelen neemt. Vader Baptiste en moeder Germaine krijgen gif in plaats van medicijn tegen deze zogenaamd erfelijk overgedragen ziekte, waarbij de eerste het loodje legt. In hoeverre zijn er verzachtende omstandigheden als Violette beweert seksueel misbruikt te zijn door Baptiste?

Femme fatale voor iedereen
Uit de mond van Violette komen leugens net zo overtuigend als waarheden. Huppert heeft aan een enkele oogopslag genoeg. Violette is een klassieke femme fatale, zo overredend dat ze de vermoorde onschuld speelt. Haar personage lijkt een rondwandelende verwijzing naar de film noir, elegant in zwart gehuld (door onder andere Karl Lagerfeld) tijdens haar geheime activiteiten.

Net als in latere films is ook hier sprake van een man waar Hupperts personage zich teveel aan vastklampt. Violette blijkt daarnaast een femme fatale voor haarzelf, met de onderkoelde Jean als uitlaatklep voor haar geldverkwisting. Daarmee heeft Hupperts berekende sensualiteit een zekere tragiek. Haar liegen krijgt het elan van ontsnapping, getuige haar dromen om de stad te verlaten met Jean.

Onderhuidse vervreemding
De onpeilbare Huppert zorgt al voor dubbele bodems, maar Chabrol bouwt dit verder uit. De omgeving versterkt het labyrint van leugens, alsof achter alles iets anders te zoeken valt. Het visuele motief van de spiegel is wel erg nadrukkelijk aanwezig, maar vaste cameraman Jean Rabier weet de personages hierin te vangen met gracieuze nuchterheid.

Daarmee stapelt het enigma omtrent de ongemakkelijke familiesituatie van Violette zich laag op laag op. De beheerste taferelen zorgen voor onderhuidse vervreemding over haar belevingswereld in plaats van paranoia. Het is duidelijk dat Violette niet te vertrouwen is, maar op welke punten precies blijft aanlokkelijk onder het oppervlak borrelen.

Violette Nozière

Flarden van een werkelijkheid
Het abrupte doorbreken van dit spiegelpaleis verhoogt de vervreemding. Het strakke monteren van Yves Langlois bevraagt de werkelijkheid. Of eerder, een zeer persoonlijke werkelijkheid, gevormd door flarden van Violettes herinnering. De onderlinge verhoudingen tussen de familieleden tonen al hoezeer een ieder zaken verborgen houdt. Hierbinnen verontrusten de interacties van Baptiste ( geniepig gespeeld door Jean Carmet) met zijn dochter.

Het geharrewar tussen de overdreven geaccentueerde flashbacks, nachtelijke bezigheden en het fatale moment maakt alles enigmatisch. Het geeft de vervaarlijk lieftallige Huppert extra munitie te bedwelmen over de ware toedracht van haar handelen. Door te eindigen met een zakelijke opsomming van Violettes straf (de film is gebaseerd op ware gebeurtenissen) dringt dit des te meer binnen. Was deze daad überhaupt te begrijpen? Het onbegrip daarover is de kern van het mysterie in Violette Nozière. Met dank aan Hupperts vermoorde onschuld.

Violette Nozière is te zien op de dinsdagen 6 augustus (vanaf 14.45 uur) en 20 augustus (vanaf 19.00 uur) in EYE Amsterdam.

 

26 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT
 
 

ALLE RECENSIES

Weldi

***
recensie Weldi

Kleine tragiek leidt tot groter geheel

door Sjoerd van Wijk

Weldi bouwt geconcentreerd de vertwijfeling en rouw van de teleurgestelde vader uit. Buiten de schematische cinéma vérité om weet het drama met eenvoud op eigen wijze het verdriet onderhuids te maken. 

Het lijkt beter te gaan met de jonge Sami nadat hij wordt behandeld voor migraineaanvallen. Maar de zoon van de bijna gepensioneerde havenwerker Riadh en vrouw Nazli blijkt een geval van stille wateren hebben diepe gronden. Als een donderslag bij heldere hemel verlaat hij Tunesië om zich aan te sluiten bij strijders in Syrië. Waar de gebroeders Dardenne, die hun naam leenden aan Weldi, recent een geradicaliseerde jongen volgen in Le Jeune Ahmed, kiest deze film voor het perspectief van de gedesillusioneerde vader. Riadh geeft alles om de toekomst van zijn zoon, dus start een wanhopige zoektocht die leidt naar Turkije. Ondertussen rijst de vraag of Riadh zijn leven niet teveel om zijn zoon draait.

Weldi

Geslepen dwaalspoor
Het giswerk is wat er in zoon Sami omgaat, dankzij Zakaria Ben Ayeds ondoorgrondelijk stoïcisme. De stress van zijn naderende eindexamen lijkt in eerste instantie een oorzaak van depressie, wat door zijn afgematte spel plausibel overkomt. Maar het gewiekste scenario van schrijver-regisseur Mohamed Ben Attia brengt op een dwaalspoor. Daarmee is Riadhs shock na Sami’s vertrek direct invoelbaar. Mohamed Dhrif weet als de wanhopige vader de escalerende zoektocht aangrijpend te maken door zijn onzekere ingetogenheid. De spaarzame uitbarstingen zoals in een confronterende ruzie met zijn vrouw tonen daarbij hoe de emotionele spanning aldoor opkropte. 

Door deze kleinschalige aanpak treedt de problematiek rondom radicaliserende jongemannen die vallen voor religieus fundamentalisme of fascisme op de achtergrond. Weliswaar komen spanningen in de Tunesische samenleving subtiel voor, maar het personage Sami dient vooral de geslepen uitgevoerde twist. Riadhs reis naar Turkije brengt echter op kiene wijze op de voorgrond hoe individuele motivaties niet kunnen opboksen tegen een systemisch fenomeen, na een laatste conversatie voor de Syrische grens die uitblinkt in tragisch cynisme.

Weldi

Eigen stempel op documentaire weergave
De invloed van de gebroeders Dardenne is bij tijd en wijle overduidelijk. Hun stijl van camerawerk uit de losse pols die op intieme wijze de personages volgt, lijkt heden ten dage een standaardschema. Alsof ook de Belgische cameraman Frédéric Noirhomme bij deze gebroeders in de schoolbanken heeft gezeten. Deze stijl veinst neutraliteit met oppervlakkige signalen van observatie. Maar onbevangen de werkelijkheid weergeven, is een illusie. Film geeft een realiteit weer, niet dé realiteit. Weldi verwart dus zakelijkheid met objectiviteit. 

Toch weet de film een eigen stempel te drukken in plaats van gemakzuchtige clichés van cinéma vérité al het werk te laten doen. Ben Attia hanteert regelmatig een beheerste afstandelijkheid, die meer interesse toont in de reacties van een personage dan het zich afspelende plotelement. Vanuit de auto Sami zien toekijken hoe Riadh buiten beeld een agent afkoopt, laat onderhuids de normale gang van zaken in het land voelen. En daarmee later de onbeholpenheid van Riadh als Sami het hazenpad kiest.

Weldi raakt daarmee op momenten de gevoelige snaar van de tragiek van deze oudere man die zijn laatste zekerheid in een ongrijpbaar systeem verliest. Zijn chatberichten aan Sami op het computerscherm lijken voor de hand te liggen, maar zijn in de eenvoud een waarachtige uiting van vertwijfeling. Dit mede dankzij een hartverscheurende droomscène waar Riadh voor het laatst Sami kan omhelzen. In Weldi leidt kleine tragiek daarmee onmerkbaar tot een groter geheel.

 

22 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Madame Bovary: De vrouw zonder eigenschappen

Madame Bovary
De vrouw zonder eigenschappen

door Alfred Bos

Zeven films maakte regisseur Claude Chabrol met Isabelle Huppert in de vrouwelijke hoofdrol. Haar Emma in Madame Bovary (1991) is uniek in die samenwerking.

Wat is de aantrekkingskracht van Madame Bovary? Gustave Flaubert publiceerde zijn verhaal over de burgervrouw die zich verveelt in de provincie als feuilleton in 1856, een jaar later volgde de boekpublicatie. Flauberts roman wedijvert met The Hound of the Baskervilles, de bekendste Sherlock Holmes-vertelling, om de eretitel van vaakst verfilmde roman.

Madame Bovary

Dat charisma schuilt in het titelpersonage. Emma Bovary is een fictief karakter dat nog steeds heel herkenbaar is voor de filmkijker (en lezer) van de eenentwintigste eeuw. Ze gaat vreemd en consumeert meer dan haar banksaldo, of dat van haar echtgenoot, de sullige plattelandsarts Charles Bovary, toelaat. Verveling drijft haar handelen, reflectie of zelfkennis zijn haar vreemd. Hoe herkenbaar, hoe universeel, hoe modern ook.

Contrasten
In dat ‘modern’ zit de crux. Emma Bovary leeft en gaat ten onder in de consumptiemaatschappij die in 1856, het jaar van de eerste publicatie, slechts in embryonale vorm bestond en in de decennia daarop – en dan vooral in de grote steden – haar beslag kreeg. Maar Flaubert situeert zijn verhaal in 1837, op het Franse platteland en in een slaperig provinciestadje waar het jaarlijkse landbouwfestival, inclusief verkiezing van de mooiste mestvaalt, het hoogtepunt van de culturele agenda is. Verre van modern, dus.

Je kunt zeggen, Flaubert haalt een literaire truc uit: hij googelt met tijd en ruimte. Je kunt ook zeggen, Flaubert situeert zijn vertelling op het snijvlak van twee fundamenteel verschillende tijdsvakken en haalt het maximale uit de spanning die de botsing van traditie en vooruitgang oproept.

Landadel versus ambachtsman, oud geld versus opkomende bourgeois, handelaars in luxe consumptiegoederen versus verveelde burgervrouwen, aderlaten versus opera, kennis versus onbenul. Het ritselt in Madame Bovary van de contrasten, maar alles en iedereen dwarrelt door elkaar alsof het feestconfetti is. Het is een wereld die niet meer weet wat voor en achter is.

Jan Salie
Zie bijvoorbeeld het verschil met Barry Lyndon, Stanley Kubricks verfilming van de roman The Luck of Barry Lyndon van William Makepeace Thackery uit 1844. Die speelt in de pruikentijd, het laatst deel van de achttiende eeuw, en gaat over een zoon van verarmde adel die via een huwelijksovereenkomst zijn positie in de klassenmaatschappij probeert te verbeteren. Die wereld is overzichtelijk, strak gekadreerd en van graniet wat betreft de sociale conventies.

Actrice van de maandEen halve eeuw later is de wereld van Madame Bovary nog steeds niet wat we tegenwoordig verstaan onder modern, maar niettemin een stuk vloeibaarder. Er wordt nog steeds adergelaten, maar de medische wetenschap waagt zich aan chirurgie, weliswaar onverdoofd, voor niet-levensbedreigende kwalen. De lokale landeigenaar geeft exclusieve balpartijen op zijn hof, maar daar zijn naast de aristocratie ook vertegenwoordigers van de professionele klasse als artsen en notarissen uitgenodigd. De adel wentelt zich in weelde, maar studenten dansen met renteniersdochters. De wereld van Madame Bovary is in flux en Emma gaat, ondanks of juist dankzij haar vrijgestelde positie, onderuit.

Het is geen toeval dat Flaubert zijn roman heeft gesitueerd in 1837, twintig jaar vóór zijn eigen tijd, en een vingerhoedje cultuurgeschiedenis maakt duidelijk waarom. De jaren dertig van de negentiende eeuw zijn wat in de literatuur de Biedermeier-periode wordt genoemd. Biedermeier staat voor gezapige burgerlijkheid, een saaie niks-aan-de-hand wereld, een samenleving gestold in tevredenheid en eigendunk—in het Nederlands kennen we daar de term Jan Salie voor.

Biedermeider staat voor de periode van rust na de Sturm und Drang van de Romantiek en de stilte voor de storm eer de moderniteit en de elektrificering van de wereld losbarst. Flaubert voelde de eerste trillingen van de moderne tijd toen hij Madame Bovary in de jaren vijftig van de negentiende eeuw schreef en plaatste zijn vrouwelijke antiheldin (nog een verschil met Thackery’s Barry Lyndon) doelbewust in de rimpelloze Biedermeider-periode. Voor het contrast, om zijn punt te maken: modern personage in een wereld die op het punt staat te verdwijnen. De vrijheid is nieuw en verleidelijk. De traditie is veilig, maar saai. Wat te doen?

Op de gradiënt – het overgangsgebied of het verloop van waarden – gebeuren de spannende dingen, weten biologen en fysici, en schrijvers van het kaliber Flaubert weten het ook. Met Madame Bovary schreef hij de eerste moderne realistische roman. De innerlijke wereld van het titelpersonage staat centraal, een halve eeuw voor de psychologie als wetenschap vorm kreeg. Dáárom is het boek talloze malen verfilmd, in 2014 nog door Sophie Barthes, met Mia Wasikowska in de titelrol.

Alwetende verteller
Madame Bovary heeft binnen de letteren een unieke reputatie en voor een boek dat regelmatig onverfilmbaar is genoemd, is het opvallend populair onder cineasten. De verfilming van Claude Chabrol, uit 1991, met Isabelle Huppert in de titelrol, geldt als de meest letterlijke. Dat klopt, alle belangrijke scènes uit het boek komen langs in de film, soms vrijwel naar de letter.

Maar is de meest letterlijke boekverfilming ook de beste filmversie van het boek? Chabrols film doet stijfjes aan, de voice-over van de auctoriale verteller – en dus geen personage uit het verhaal of iemand die deelneemt aan de handeling – is bepaald houterig en bovendien overbodig. In zijn respect voor het boek onderschat Chabrol de intelligentie van de eigentijdse kijker, waardoor in het propvolle script sommige scènes onhandig zijn geplaatst en overgangen onduidelijk worden. De logica van de psychologie – Flauberts forte – is op het filmdoek niet altijd even makkelijk te duiden.

Wie streng is als een gereformeerde schoolmeester kan de film zelfs deels mislukt noemen. Emma Bovary is en blijft een fascinerend personage en zelfs een topregisseur die boven zijn macht grijpt, kan daar weinig aan veranderen: een vrouw zonder eigenschappen die haar innerlijke leegte vult met onrealistische wensdromen en monter het noodlot uitnodigt in haar leven. Het is een van de meest tragische karakters uit de moderne literatuur en cinema, een rol die vraagt om een actrice van bovengemiddelde kwaliteit.

Madame Bovary

Onbetrouwbare vrouwen
Er zijn twee redenen waarom Chabrols Madame Bovary nog steeds genietbaar is. Dat zijn Isabelle Huppert en de schitterende kostuums—en eerlijk is eerlijk, een Isabelle Huppert in schitterende kostuums is dubbel schitterend. Ze speelt Emma als sfinx. Je leert haar niet kennen, want ze is er eigenlijk niet. Ze is een vreemde, ook voor zichzelf.

Huppert maakte zeven films met Chabrol, dit is de derde, en in al die films speelt ze onbetrouwbare vrouwen met kwestieuze motieven, misdadigers zelfs. Of het nu misdaadkomedie is (Rien ne va plus, 1997) of misdaadfilm gebaseerd op feiten (Violette Nozière, 1977; La Cérémonie, 1995); thriller (Merci pour le Chocolat, 2000; L’Ivresse du pouvoir, 2006) dan wel historisch drama (Une affaire de femmes, 1988), in haar films met Claude Chabrol vertolkt Huppert personages die om uiteenlopende redenen in de knoop liggen met maatschappelijke dan wel juridische regels.

De uitzondering is Madame Bovary, maar ook in die film geeft Huppert gestalte aan een vrouw die niet zonder problemen is, een vrouw die in de knoop ligt met zichzelf, die een probleemloos leven juist overhoop trekt vanwege het gebrek aan opwinding. Dat is geen hysterie, zoals tijdgenoten van Flaubert meenden, dat is de menselijke natuur.

Madame Bovary is te zien in Filmmuseum EYE te Amsterdam op maandag 29 juli (10:30) en dinsdag 27 augustus (15:00).

 

22 juli 2019

 

MEER ISABELLE HUPPERT
 

ALLE ESSAYS

Coup de Torchon

*****
recensie Coup de Torchon

Donkere schaduw over humaniteit

door Cor Oliemeulen

Een blanke politiecommissaris van een kleine West-Afrikaanse gemeenschap doet zich dommer en zwakker voor dan hij is. In het existentialistische, onheilspellende drama Coup de Torchon staat de filmtitel voor een grote schoonmaakbeurt.

Coup de Torchon (1981) begint met een zonsverduistering, een verschijnsel dat je kunt zien als een donkere schaduw over de menselijkheid die zich de komende twee uur zal ontvouwen. Politiecommissaris Lucien Cordier (een geniale Philippe Noiret) ziet dat vijf in het zand spelende Afrikaanse jongetjes het koud krijgen en maakt snel een vuurtje zodat ze zich kunnen opwarmen. Aan het eind van de film slaat de politiecommissaris half verscholen achter een boom dezelfde jongetjes in het zand gade en richt zijn pistool op een van hen.

Coup de Torchon

Wraakengel
De Franse regisseur Bertrand Tavernier maakte een vrije bewerking van de bejubelde roman Pop. 1280 van de Amerikaanse schrijver Jim Thompson over een sullige sheriff in een gehucht in North-Carolina. Door de manier waarop hij wordt behandeld en de dingen die hij om zich heen ziet, ontpopt hij zich tot een wraakengel die de door hem gechoreografeerde dans probeert te ontspringen. In zijn meesterwerk Coup de Torchon plaatst Tavernier een zelfde ogenschijnlijk ongeïnteresseerde gezagsdrager heel subtiel naar het Senegal van 1938.

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog heerst er in deze gemeenschap van krap 1.280 zielen (volgens sommigen zijn het er beduidend minder, want negers moet je niet meetellen als mensen) een sfeer van raciale spanning die is veroorzaakt door de Franse overheersing en van moreel verval van de kolonialisten. Politiecommissaris Lucien Cordier kreeg zijn huidige, relaxte baantje in de schoot geworpen en lijkt geenszins van plan iets te doen aan de wetteloosheid. De pesterijen en vernederingen van zijn omgeving neemt hij aanvankelijk op de koop toe. Zo ook die van twee lamlendige witte rijkaards die uit balorigheid schieten op zwarte slachtoffers van difterie die in de rivier drijven, want alleen witte mensen horen volgens de priester op het kerkhof.

Losbandige speelsheid
Ondanks zijn onnozele uitstraling heeft Cordier succes bij het vrouwelijke geslacht en moet hij zijn aandacht verdelen tussen drie vrouwen: eega Huguette (Stéphane Audran) die thuis seksueel aanrommelt met haar inwonende broer Nono (zanger Eddie Mitchell), de nieuwe onderwijzeres Anne (Irène Skobline) bij wie Cordier zijn gevoelige hart kan luchten, alsook zijn immer naar liefde hunkerende minnares Rose (Isabelle Huppert) wiens agressieve echtgenoot al vrij snel van de aardbodem verdwijnt. Net als in Taverniers Le juge et l’assassin (1976) is er een fantastische chemie tussen de frêle, maar vinnige Rose en de gelaten knuffelbeer Lucien.

Die speelsheid die onvermijdelijk leidt naar een fatale afloop maakt van Coup de Torchon een meer dan geslaagde, zeer natuurlijke film noir die zich ontwikkelt van een hilarisch drama tot een grimmige thriller vol zwarte humor. Wanneer Cordier de nieuwe onderwijzeres Anne voor het eerst ontmoet, zegt hij: “Lesgeven is een nobel vak. Dankzij u kunnen zwarte kinderen straks de namen van hun vaders op Franse oorlogskerkhoven lezen.” En als hij Rose leert met een pistool te schieten, oefenen ze op een poster op de muur van het politiebureau waarop staat ‘Meld je aan voor het koloniale leger’.

Terwijl het opgewonden standje Rose staat voor de losbandige vrijheid in een gemeenschap, die zich nog angstvallig vastklampt aan uitbuiting, racisme en corruptie, evolueert haar geliefde zich tot een Jezusfiguur die liever geen mensen redt, maar bevrijdt. In de avond als het West-Afrikaanse hemelschijnsel de karakters en de omgeving vervaagt, kleurt Tavernier de muren in een surrealistische blauwe gloed en geschieden daarbuiten zaken waarvan niemand weet hoeft te hebben. Bij daglicht kan Lucien Cordier dan de ultieme verlossing regisseren.

 

Kijk hier waar en wanneer Coup de Torchon draait.

 

19 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT
 

 

ALLE RECENSIES