It (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de eerste film.

 

It (Verenigde Staten, februari 1927)
Geboorte van de ‘It Girl’

door Cor Oliemeulen

Het zijn eerst die ogen. Groot, levendig, een tikje brutaal. Clara Bow hoeft in It nauwelijks iets te doen om je blik naar zich toe te trekken. En dat is nou precies waar deze film over gaat: een eigenschap die zich nauwelijks laat omschrijven, maar die je meteen voelt als je haar ziet.

Schrijfster Elinor Glyn noemde in haar novelle die eigenschap simpelweg It. Een soort X-factor avant la lettre, die volgens haar niets met schoonheid alleen te maken had. Een natuurlijke aantrekkingskracht en magnetische ‘sex appeal’, zonder dat je je daar zelf van bewust bent.

Clara Bow als de eerste It Girl.

De vrouw neemt het initiatief
De wat sullige Monty (William Austin) leest Glyns verhaal in de Cosmopolitan en begrijpt dat It dé eigenschap is waarmee iemand het andere geslacht aantrekt. Aha, dat geldt dus ook voor mannen, concludeert hij als hij zichzelf tevreden in de spiegel bekijkt.

Met het magazine in de hand loopt hij naar zijn vriend Cyrus (Antonio Moreno), de nieuwe baas van het immense warenhuis. Die heeft geen tijd om zich te laten beoordelen. Dan maar eens zoeken op de damesafdeling naar iemand met It. Monty blijft staan voor enkele verkoopsters, leest nog even een paar regels uit het verhaal en weet het zeker: verkoopster Betty Lou (Clara Bow) heeft ‘het’. Maar zij staat inmiddels in katzwijm te kijken naar Cyrus, die nu ook op haar afdeling is verschenen.

Terwijl Monty voorzichtig contact met haar zoekt, vangt Betty Lou op dat Cyrus die avond in de Ritz dineert. Ze laat zich snel door Monty uitnodigen om zo met haar baas in contact te kunnen komen. Of het eenvoudige meisje en de rijke directeur uiteindelijk bij elkaar komen, verklappen we natuurlijk niet.

Wat we wel kunnen verklappen, is dat de film – behalve het begrip It – nauwelijks iets van Glyns novelle overneemt. In dat verhaal is geen vrouw maar een succesvolle zakenman gezegend met It. De film draait dus de rollen om en maakt van het arme winkelmeisje Betty Lou de belichaming ervan: bruisend, energiek en brutaal. Iemand die niet afwacht tot ze wordt versierd, maar zelf het initiatief neemt. Ze gebruikt haar It-factor juist heel bewust om Cyrus te verleiden.

De wilde jaren 20
We zitten midden in de Roaring Twenties als ene Clarence G. Badger It regisseert. Een periode van economische groei, consumptie, auto’s, radio, jazz, stadsleven, film en een veranderende jeugdcultuur. Flappers, zo noemen ze jonge vrouwen die breken met normen over hoe zij zich horen te gedragen. Ze dragen kort haar en nog kortere jurken, dansen, roken, drinken, flirten en zijn zelfstandig.

Een actrice als Clara Bow had al in films met veelzeggende titels als Dancing Mothers en Mantrap een reputatie opgebouwd als een vrouw met een heel directe en levendige aanwezigheid. Heel anders dan de afstandelijke elegantie van Greta Garbo en het onschuldige imago van Mary Pickford oogde Bow spontaan, fysiek aanwezig, ondeugend en modern.

Met haar grote, donkere en sprekende ogen keek zij nieuwsgierig en vol zelfvertrouwen de wereld in. Haar sterk aangezette, hartvormige bovenlip werd een kenmerk van die wilde jaren. Bijna elke flapper had er een. Maar ook kapsels, kleding en gedrag werden massaal gekopieerd.

It (Verenigde Staten, februari 1927)

It werd een groot kassucces en Clara Bow was een sensatie. In datzelfde jaar speelde ze ook in Wings (augustus 1927). Dit spectaculaire oorlogsdrama, met het beroemde tracking shot waarbij de camera zich soepel over zes tafels in een afgeladen Folies Bergère beweegt, ging de geschiedenis in als de eerste winnaar van de Oscar voor beste film. Haar rol is daar kleiner – de film draait vooral om twee bevriende gevechtspiloten – maar ook als het verliefde buurmeisje Mary Preston spat Bow van het doek.

Filmstudio Paramount verkocht vooral die sprankelende persoonlijkheid. Bladen schreven voortdurend over haar privéleven. Haar kracht lag in het gevoel dat ze niet acteerde, maar dat ze gewoon was.

Meer dan je naam op een parfumflesje
Met die zwijgende romantische komedie uit 1927 werd Clara Bow wereldberoemd als de “It Girl”. Honderd jaar later is het begrip nog springlevend, maar flink gedevalueerd. Denk aan al die influencende modepoppen, zoals weet ik hoeveel Kardashians, waarbij het vooral draait om het verkopen van allerlei rotzooi aan jonge meiden van wie de eigen smaak zich nog moet ontwikkelen. Ooit betekende It dat iemand een ondefinieerbare aantrekkingskracht had. Tegenwoordig is het al genoeg als je maar vaak op een scherm verschijnt en er iemand staat te popelen om je naam op een parfumflesje of op een potje wondercrème te zetten.

Het leven van Clara Bow zou uiteindelijk een stuk minder zorgeloos verlopen dan haar verschijning op het witte doek deed vermoeden. De roem, schandalen en voortdurende belangstelling voor haar privéleven eisten hun tol. Al even populair was Bow in de vroege geluidsfilms, maar door het gebruik van microfoons kon ze minder vrij bewegen. Juist toen bleek pas goed dat haar lichamelijke manier van acteren, haar spontaniteit en die directe relatie met de camera waren gevormd door de stomme film.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

3 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

Histoires Parallèles

***
recensie Histoires parallèles
Uit de hand gelopen fantasie

door Cor Oliemeulen

Een teruggetrokken schrijfster bespiedt haar overburen en verzint een broeierig melodrama. Als een jonge man ontdekt dat de personages echt bestaan, beginnen fictie en werkelijkheid elkaar te beïnvloeden. Histoires parallèles bevat alle ingrediënten van een typische Asghar Farhadi, maar de Iraanse meesterregisseur heeft ze weleens overtuigender door elkaar geroerd.

Een klein voorval kan bij Asghar Farhadi enorme gevolgen hebben. Een verdwijning, een scheiding, een tas met geld: meer is niet nodig om zijn personages te verstrikken in een web van leugens, halve waarheden en verkeerde aannames. Het knappe is dat de kijker daarin net zo verstrikt raakt.

Histoires Parallèles

Kettingreactie
Misschien werkt dat wel het sterkst in About Elly (2009), waarin de verdwijning van een jonge vrouw tijdens een uitstapje aan zee langzaam de onderlinge verhoudingen binnen een vriendengroep blootlegt.

In zijn Oscarwinnaar A Separation (2011) leidt een huwelijkscrisis via een ogenschijnlijk klein incident tot een moreel conflict waarin afkomst, religie, geld en verantwoordelijkheid een rol gaan spelen. Farhadi zet de kijker op de stoel van de rechter en elke nieuwe onthulling maakt het vellen van een oordeel moeilijker.

Ook A Hero (2021) draait om zo’n kettingreactie. Een gevangene vindt tijdens zijn verlof een tas met gouden munten en lijkt door die terug te geven plotseling een held. Maar zijn goede daad is minder eenvoudig dan gedacht en voordat hij het zich realiseert staan zijn reputatie, trots en waarheid op het spel.

Het zijn allemaal typische Farhadi-drama’s die de spanning van een thriller krijgen zonder thrillers te zijn.

Kijken naar de overkant
In Histoires parallèles speelt Isabelle Huppert Sylvie, een succesvolle maar vereenzaamde schrijfster die half verslonst in haar Parijse appartement rondhangt. Met een telescoop observeert ze mensen aan de overkant. Wat ze ziet, gebruikt ze als inspiratie voor een nieuwe roman. Uit flarden van het dagelijks leven fantaseert ze een opwindend bestaan bij elkaar.

Sylvies nichtje vraagt de jonge dakloze Adam (Adam Bessa) om haar tante in het dagelijks leven te helpen. Langzaam ontdekt hij Sylvies schrijfsels en dat de mensen aan de overkant model staan voor haar verhaal. Het gaat om twee broers, Nicolas (Vincent Cassel) en Théo (Pierre Niney), die daar met hun aantrekkelijke collega Nita (Virginie Efira) tot laat in de avond geluidseffecten voor films maken.

Dat laatste is een leuke vondst, want naast beeld en fictie speelt ook geluid voortdurend met wat echt is en wat de kijker als echt ervaart. Farhadi versterkt dat mysterieuze gevoel in het begin met kleine parallellen. Sylvie trapt met haar blote voet in een stukje glas en even later overkomt Nita aan de overkant hetzelfde. Adam maakt een gasfornuis schoon, even later gebeurt aan de overkant hetzelfde.

Histoires Parallèles

De parallellen doorbreken
De filmtitel krijgt gaandeweg steeds meer betekenis. Er lopen twee verhalen naast elkaar: Sylvies verzonnen versie van haar overburen en hun werkelijke bestaan. Adam is degene die de parallellen doorbreekt. De fictie begint de werkelijkheid te veranderen. Vervolgens beginnen de personen uit het verhaal anders naar elkaar en naar zichzelf te kijken.

Maar daar begint het scenario wat te wringen. Farhadi maakt weliswaar voldoende duidelijk dat Adam geobsedeerd raakt, maar minder overtuigend waarom zijn fascinatie zo’n extreme vormen aanneemt. Verder heeft het scenario enkele gekunstelde neigingen. Zo wurgt in Sylvies manuscript de ene man de andere met een elektriciteitskabel. Tegen het einde struikelt iemand bijna over een kabel en pakt die vervolgens op, waarmee Farhadi wel heel nadrukkelijk suggereert dat de werkelijkheid de fictie gaat herhalen.

Buiten Iran
Farhadi’s films buiten Iran voelen vaker nét anders aan. Le passé (2013) en het in Spanje gedraaide Todos lo saben (2018) zijn bepaald geen slechte films, maar missen iets van de vanzelfsprekendheid van zijn Iraanse werk. De regisseur erkende zelf bij Todos lo saben dat culturele verschillen zijn manier van vertellen beïnvloedden. Een deel van de spanning in zijn Iraanse films komt juist doordat mensen binnen die cultuur minder direct tegen elkaar zeggen wat ze denken en voelen. Je ziet dat ook bij een andere grote filmmaker als Hirokazu Kore-eda, wiens Franse La vérité (2019) anders aanvoelt dan zijn Japanse familiedrama’s.

De cast houdt Histoires parallèles moeiteloos overeind. Vincent Cassel en Isabelle Huppert zijn als vanouds uitstekend op dreef, Pierre Niney etaleert zachtaardigheid met een scherp randje, Virginie Efira weet als geen ander hoe een kwetsbare vrouw neer te zetten en Adam Bessa laat in het midden of we naar een onvervalste romanticus of een obsessieve zonderling zitten te kijken. De paar minuten speeltijd van Catherine Deneuve als impresario, uiteraard met sigaret, zorgen voor een zeldzaam komisch moment. Ook een mindere Asghar Farhadi is nog dik de moeite waard.

 

1 september 2026

 

ALLE RECENSIES

Sehnsucht in Sangerhausen

****
recensie  Sehnsucht in Sangerhausen
Verlangen naar een ander leven

door Zoë van Leeuwen

Er gebeurt weinig in het Oost-Duitse Sangerhausen, een stadje dat bekendstaat om de grootste collectie rozen ter wereld en een honderd meter hoge berg gemaakt van afval uit de mijnen. Een perfect decor voor Julian Radlmaiers absurdistische komediedrama Sehnsucht in Sangerhausen, over het verlangen naar een ander leven.

De titel vat de film bijna perfect samen. ‘Sehnsucht’ is het Duitse woord voor een diep, melancholisch verlangen, een drang naar een onbereikbare situatie. Radlmaier voegt hier een hoop Duitse sprookjes en een lading ‘Volksmusik’ aan toe. Het resultaat is een fabel die even romantisch als komisch is, over vier buitenstaanders die dromen van verandering op een plek waar de tijd stil lijkt te staan. In vier hoofdstukken komen deze thema’s tot leven. Samen tonen ze Sangerhausen vanuit unieke perspectieven en verschillende momenten in de tijd.

Sehnsucht in Sangerhausen

De film opent in de 18e eeuw, waar we kennismaken met Lotte (Paula Schindler), een dienstmeisje van de beroemde dichter Novalis in zijn landhuis in de stad. Haar saaie werk doet haar verlangen naar meer en wanneer ze een jonge reiziger ontmoet, besluiten ze samen naar Frankrijk te vluchten. Later komen we er achter dat ze de grens nooit heeft gehaald.

Mysterieuze steen
In het hedendaagse Oost-Duitsland verschuift de focus naar Lottes achterkleinkind Ursula (Clara Schwinning), een jonge moeder die vastzit in een gemakzuchtig huwelijk. Parallel aan Ursula is er Neda (Maral Keshavarz), een YouTuber uit Iran die wordt gekweld door de geest van haar vriendin die ze in Teheran heeft achtergelaten.

Een mysterieuze steen verbindt de personages met elkaar. De felle blauwe steen is een knipoog naar de Blaue Blume, een symbool van de Duitse Romantiek dat staat voor een diep verlangen naar het oneindige. Als talisman wordt de steen keer op keer gevonden en overgedragen, en lijkt hij de personages op bijna magische wijze wakker te schudden uit hun emotionele verdoving.

Dat deze menging van innerlijke worstelingen en absurdistische magie zo goed werkt, heeft alles te maken met Radlmaiers regie. Hij staat voornamelijk bekend om zijn maatschappijkritische films als Self-Criticism of a Bourgeois Dog (2017) en Bloodsuckers (2021) en weet ook dit keer weer serieuze thema’s met heel wat droge humor te combineren.

Hedendaags sprookje
Wanneer ze op een dag een Berlijns muzikantengezelschap ontmoet, spijbelt Ursula van haar werk voor de innemende violiste Zulima (Henriette Confurius). Hun romance duurt niet langer dan een vluchtig moment, maar het wakkert iets in Ursula aan wat ze niet meer kan loslaten. Iets dat Schwinning zonder enig woord voelbaar maakt.

Behoefte aan verandering was ook de reden waarom Neda naar Duitsland kwam. Nu ze reisvideo’s maakt over de bezienswaardigheden van de deelstaat, verlangt ze ernaar om een echte filmmaker te worden, terwijl ze blijft vasthouden aan de spijt die ze voelt over het achterlaten van haar vriendin. Dat gevoel volgt haar letterlijk als een schim door de stad.

Visueel draagt de film nog meer bij aan het sprookjesachtige gevoel. De korrelige beelden blijven vaak op afstand en tonen statische landschappen en lege straten, als een ode aan de eenvoud en rust van de streek. Meerdere keren beweegt de camera langzaam terwijl een persoon het beeld abrupt verlaat; het wordt bijna komisch hoe de lens de personages niet kan bijhouden.

Sehnsucht in Sangerhausen

Ook de muziekkeuze doet meteen denken aan een verfilming van een verhaal van de gebroeders Grimm. De vioolklanken binden de hoofdstukken aan elkaar en geven Sangerhausen een nog sterkere fabelachtige sfeer.

Op zoek naar geesten uit het verleden
Wanneer in het laatste hoofdstuk ook de Koreaanse gids Sung-Nam zijn entree maakt, laat Radlmaier pas echt zijn talent zien. Sung-Nam wordt door de andere bewoners regelmatig weggezet als ‘de Chinees’, een alledaagse vorm van racisme waar ook Neda mee te maken krijgt. Radlmaier weet hier maatschappelijke problemen naadloos te verwerken. Juist dit gevoel van anders zijn, brengt de groep bij elkaar. Wanneer het drietal met een gammel busje op weg gaat naar het Kyffhäusergebergte, op zoek naar geesten uit het verleden, komen ze uiteindelijk oog in oog te staan met zichzelf.

De vier hoofdstukken komen op poëtische wijze samen met een magische ontmoeting in een grot, waarin het vooral duidelijk wordt dat hopen op een beter leven geen passieve droom hoeft te zijn. Soms hoef je alleen maar even uit je eigen bubbel te stappen.

 

19 augustus 2026

 

ALLE RECENSIES

Los Tigres

***
recensie Los Tigres
Meeslepend, maar minder uitgewerkt

door Cor Oliemeulen

Wie een film van de Spaanse regisseur Alberto Rodríguez kijkt, komt nooit bedrogen uit. Ditmaal is het een combinatie van sociaal drama en thriller die zich afspeelt in de wereld van beroepsduikers. Hoe vakkundig regie, cinematografie en acteren ook nu weer zijn, Los Tigres is geen La isla mínima.

Alberto Rodríguez en Rafael Cobos vormen met Rodrigo Sorogoyen en Isabel Peña de sterkste vaste scenaristenduo’s van de hedendaagse Spaanse cinema. Terwijl laatstgenoemden vooral hyperrealistische, moderne thrillers vol morele twijfel en psychologische spanning maken, zoals Que Dios nos perdone en Las Bestias, blinkt het duo Rodríguez/Cobos vaak uit met sfeervolle, historische misdaadverhalen, zoals La isla mínima en Modelo 77, die politieke en maatschappelijke trauma’s van de Spaanse geschiedenis blootleggen. Ditmaal gooien zij het over een heel andere boeg met Los Tigres, een intiem drama over een broer en zus die werken als beroepsduikers. Maar rauwe misdaad is nooit ver weg.

Los Tigres (Foto: Julio Vergne)

Beroepsduiken is gevaarlijk
Industrieel duiken geldt als een van de gevaarlijkste beroepen. Beroepsduikers werken bijvoorbeeld aan schepen, pijpleidingen en installaties onder water, vaak bij slecht zicht en onder zware omstandigheden. In Los Tigres werken Antonio (Antonio de la Torre) en Estrella (Bárbara Lennie) in het industrie- en havengebied van Huelva, waar grote olietankers en petrochemische installaties het landschap bepalen. Regisseur Alberto Rodríguez raakte gefascineerd door deze voor buitenstaanders vrijwel onbekende wereld en deed uitgebreid onderzoek naar het beroep.

De risico’s spelen een belangrijke rol in het verhaal. Zo liep Estrella als kind tijdens het duiken gehoorschade op en mag daardoor niet dieper dan twintig meter. Antonio krijgt vanwege hartproblemen te horen dat hij helemaal niet meer zou moeten duiken. Voor hem is dat extra ingrijpend: duiken is niet alleen zijn beroep, maar ook het enige werk waarmee hij geld kan verdienen. En geld heeft hij hard nodig, want zijn ex-vrouw ontvangt niet de afgesproken alimentatie voor hun twee dochters en dreigt met een contactverbod. Als Antonio per toeval in de romp van een schip cocaïne ontdekt, smeedt hij met Estrella een plan.

Andalusië als decor
De bijzondere setting en de soms letterlijk adembenemende onderwaterfotografie bepalen mede de sfeer van Los Tigres. Net als in La isla mínima is Andalusië het decor, maar toen waren het de moerassen van de Guadalquivir. In die veel bekroonde film wordt de spanning gecombineerd met de erfenis van de Franco-dictatuur. In Los Tigres zijn arbeidsrisico en bestaanszekerheid onderliggende thema’s. In beide films, en ook vaak in andere films van Rodríguez, vervaagt de grens tussen goed en kwaad.

Naast de gezondheidsrisico’s van duiken en het plan om cocaïne te stelen en te verkopen, draait de film vooral om de relatie tussen Antonio en Estrella. Hun band is uitzonderlijk hecht en soms bijna verstikkend. Het lijkt wel alsof Estrella de rol van moederfiguur op zich heeft genomen: ze zorgt voor Antonio en probeert hem tegen zichzelf te beschermen. Tegelijkertijd draagt ze een trauma uit hun jeugd met zich mee, dat samenhangt met hun vader en een duikwedstrijd tussen haar en Antonio. Het uitstapje naar het misdaadmilieu zet hun relatie onder druk. We ervaren de interacties van broer en zus, terwijl we de criminelen wel horen maar niet zien.

Los Tigres (Foto: Julio Vergne)

Ingehouden spel
Bijna als een succesformule maakt Alberto Rodríguez opnieuw gebruik van het acteertalent van Antonio de la Torre. Het maakt niet uit welke rol hij speelt, hij is altijd goed, want je hebt nooit het gevoel dat hij nadrukkelijk aan het transformeren is. In Álex de la Iglesia’s Balada triste de trompeta (2010) speelt hij de gewelddadige, macho circusclown. Van die uitzinnige potsierlijkheid is weinig over in Los Tigres, waar zijn naturalistische, ingehouden spel hem al even gemakkelijk af gaat.

Een vergelijkbaar bereik heeft actrice Bárbara Lennie. In Magical Girl (2014) van Carlos Vermut speelt ze een excentrieke, volkomen ontregelde vrouw, terwijl ze in Los Tigres vooral beheerst en aards is en haar best doet om steeds de rotzooi van haar broer op te vangen. Hun acteerprestaties en geloofwaardige relatie maken de film meeslepend van begin tot eind, ook al blijft het scenario wat minder uitgewerkt, vooral als het gaat om het misdaadplot en het jeugdtrauma.

 

12 augustus 2026

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

ALLE RECENSIES

De Gaulle: Résistance

**
recensie De Gaulle: Résistance
Karikaturaal beeld van Franse verzetsheld

door Jochum de Graaf

In 2020, vijftig jaar na zijn dood, verscheen een aantal speelfilms, dramaseries en documentaires over het leven en de politieke erfenis van Charles de Gaulle. Met De Gaulle: l’éclat et le secret, De Gaulle: histoire d’un géant, Becoming De Gaulle en eerder al met Le grand Charles (2006) werd een stevige traditie van mythe- en legendevorming in gang gezet. De heldenverering van de Franse generaal die verzetsheld werd en van 1959 tot 1969 de eerste president van de door hem geconstitueerde Vijfde Franse Republiek.

Nu is er, gebaseerd op het boek A Certain Idea of France: The Life of Charles de Gaulle van de Britse historicus Julian Jackson, een tweeluik van Antonin Baudry dat ten doel heeft met een frisse blik en nieuwe inzichten De Gaulle te ontmythologiseren en tot meer menselijke proporties terug te brengen.

De Gaulle: Résistance

Verzetsheld in Londen
In dit eerste deel, De Gaulle: Résistance, beginnen we met de aanval van de Duitsers op Frankrijk. Na de bezetting van Nederland en België is dit voor Hitler de hoofdprijs voor zijn heerschappij over het Europese vasteland. Parijs valt na een verrassend snelle opmars zonder een schot te lossen en op 22 juni 1940 wordt de wapenstilstand gesloten.

De nieuwe premier, maarschalk Pétain, vestigt in het onbezette zuidelijke deel van Frankrijk zijn Vichy-regime dat openlijk collaboreert met de Duitsers. Ook de geallieerden werken aanvankelijk samen met Pétain, vooral vanwege de machtige Franse vloot onder leiding van admiraal Darlan. De dan nog vrij onbekende generaal Charles de Gaulle verzet zich tegen het Vichy-regime, vlucht naar Londen waar hij leiding geeft aan de beweging van Vrije Fransen. Daar groeit hij uit tot de grote verzetsheld die een sterk leger op de been weet te krijgen en uiteindelijk via de Franse koloniën in Afrika met de geallieerden tegen de Duitsers de strijd aanbindt en na de oorlog in Frankrijk aan de macht komt.

Regisseur Baudry heeft de historische ontwikkelingen nauwkeurig gevolgd. Het zal ongetwijfeld met zijn achtergrond als diplomaat te maken hebben dat hij zich concentreert op de verhouding van De Gaulle met Churchill en de strijd om in de gunst te komen bij de geallieerden.

Het kostte nogal wat moeite om zich een positie bij met name de Amerikanen te verwerven, die de eerste jaren maar weinig onder de indruk waren van zijn leger in opbouw en op de wereldzeeën geconfronteerd werden met de machtige Franse marine onder leiding van admiraal Darlan, die toen nog aan de kant van Pétain stond.

De gebeurtenissen en verwikkelingen lenen zich goed voor doorwrochte studies en documentaires, ze in beeld brengen in een speelfilm is nogal een opgave. ‘Erken me en ik vorm een overwinningsleger’, zegt De Gaulle tegen Churchill als hij zich in Londen vestigt. Met zijn eigenzinnige en arrogante optreden jaagt hij Churchill en Roosevelt regelmatig tegen zich in het harnas.

Groot ego
Hij heeft nogal een groot ego, spreekt over zichzelf in de derde persoon. Op bezoek in Afrika wanneer hij gewaarschuwd wordt voor het gevaar van malaria reageert hij stoïcijns: ‘De muggen prikken generaal De Gaulle niet.’ Hij vereenzelvigt zich met de legendarische koning Clovis, met Jeanne d’Arc, met de grandeur van de Franse beschaving.

Maar De Gaulle is een weinig empathisch figuur, geen enthousiasmerende man van vlees en bloed. Als zijn vrouw en dochter op bezoek komen, is er een stijve formele begroeting en kan er niet meer dan een korte omhelzing van af. Het lijkt er zeker in die begindagen op alsof hij alles in zijn eentje doet, een eenzelvige figuur die vanuit zijn krappe kantoor in Hampstead de strijd met de hele vijandige wereld om hem heen aanbindt.

Baudry probeert dat wat op te leuken door als adjudant de fictieve Poolse loodgieter Blazej op te voeren, een rol die doet denken aan café-eigenaar René uit de serie ‘Allo ‘Allo!. En speciale gezant René Pleven die met een strategisch goed opgezette missie in Afrika de Franse gouverneurs aan de kant van de Vrije Fransen weet te krijgen, lijkt in eerste instantie nogal op een Kees van Kooten-typetje.

In interviews heeft Antonin Baudry aangegeven dat hij De Gaulle tot op zekere hoogte als een soort Don Quichot ziet. De Frans-Armeense acteur Simon Abkarian (hij speelde onder andere in de James Bond-film Casino Royale) zet de onverzettelijkheid van De Gaulle met zijn rechtlijnige militaire ethiek overdreven neer. Dat werkt onbedoeld komisch en wordt soms ronduit potsierlijk.

De Gaulle: Résistance

Als hij per schip naar Kameroen reist, om de aansluiting van de kolonie aan de Vrije Fransen te vieren en de controle over te nemen, kan het schip door ongunstig tij en zandbanken voor de kust niet in de haven van Douala aanmeren. Er wordt geprobeerd bemanning met de kleinere boten aan land te brengen, maar De Gaulle besluit in vol ornaat overboord te stappen en schrijdt met die kenmerkende kepie en rijlaarzen door de branding en klimt bemodderd op de kade.

Technisch knap gemaakt
Technisch steekt De Gaulle: Résistance knap in elkaar en Volker Bertelmann (Im Westen nichts Neues) schreef een zeer pakkende soundtrack. Met een groot budget van 74 miljoen euro kon Baudry fors uitpakken met imposante opnamen, locaties, decors en enscenering. Grote gebeurtenissen – zoals de in Europa weinig bekende Slag bij Bir Hakeim, de zeeslag om de haven van Dakar, waarbij de Vrije Fransen samen met de Britten vochten tegen de Vichy-vloot, het latere bombardement van de Britten op die vloot bij het Algerijnse Mers-el-Kébir met bijna 1.300 Franse slachtoffers – zijn gebruikmakend van archiefbeelden en nieuw opgenomen scènes met veel verve in beeld gebracht. Historisch gezien is het allemaal kloppend.

Dat geldt in mindere mate voor de figuur van Fernand Bonnier de La Chapelle (rol van opkomend talent Florian Lesieur), de jonge student die we vanaf het begin van de film zien groeien in zijn verzet tegen het Vichy-regime. Die was niet de grote studentenleider die Baudry van hem maakt, en ook de affaire met de Joodse Livia heeft in werkelijkheid niet plaatsgevonden. Het merkwaardige is vooral dat het verhaal van Fernand een soort film in de film is, geheel los staand van het verhaal van De Gaulle. Pas op het eind wordt de link duidelijk als Fernand een historische daad pleegt die van doorslaggevende betekenis is voor de rol die De Gaulle na de oorlog zal gaan spelen. Het is de cliffhanger voor deel 2.

In De Gaulle: Résistance krijgen we een wat oppervlakkig, karikaturaal beeld van Le Grand Charles en blijft een groot deel van de mythe intact. Mogelijk dat dit beeld nog omslaat. Volgende maand verschijnt De Gaulle: Liberté, al zal dat met dik 2,5 uur ook weer een hele zit worden.

 

5 augustus 2026

 

Lees hier De Gaulle: Liberté

 

ALLE RECENSIES

Des preuves d’amour

***
recensie Des preuves d’amour
Dossier van toekomstige liefde

door Małgorzata Zielińska

Vijftien schriftelijke getuigenissen. Dat is wat Céline nodig heeft om juridisch moeder te worden van het kind dat haar partner Nadia draagt. Na haar César-winnende korte film L’Attente (Expecting, 2022) maakt Alice Douard haar speelfilmdebuut met Des preuves d’amour, een toegankelijke film over queer ouderschap kort na ingang van het homohuwelijk in Frankrijk in 2013.

Die getuigenissen liggen aan de basis van Des preuves d’amour. Het verhaal put uit de persoonlijke ervaringen van regisseur en scenarioschrijver Alice Douard, die zelf haar geschiktheid als ouder moest aantonen voor de dochter die haar vrouw droeg. Die persoonlijke achtergrond maakt de personages opvallend geloofwaardig.

Des preuves d’amour

De film volgt club-dj Céline (Ella Rumf) tijdens haar zoektocht naar getuigenissen. Een van de moeilijkheden waarmee ze wordt geconfronteerd, is de langdurige afwezigheid van haar moeder, een beroemde pianiste, gespeeld met opmerkelijke natuurlijkheid door Noémie Lvovsky. Céline heeft haar moeder nu nodig om zelf als moeder erkend te kunnen worden. Die moeder koos jarenlang voor haar carrière als pianiste boven een actieve rol in het leven van haar dochter.

Wat we als kijkers krijgen, is een vakkundig gemaakte film die sterke, onafhankelijke en moderne vrouwen toont. Nadia (Monia Chokri), zes maanden zwanger, gaat naar clubs, vermaakt zich, mist het roken, verlangt lichamelijk naar haar partner, maar is ook kwetsbaar en onzeker over haar toekomstige rol als moeder.

Innerlijke reis door Parijs
Het camerawerk volgt Céline dynamisch tijdens haar tocht door Parijs. Haar reis door de stad kan worden gelezen als een zoektocht naar zichzelf in een periode waarin de naderende geboorte van haar eerste kind haar leven en identiteit ingrijpend zal veranderen.

Tegelijkertijd blijft de camera vaak lang op haar gezicht gericht, waardoor de kijker niet alleen haar fysieke, maar ook haar emotionele reis van dichtbij meemaakt. Er zijn niet veel dialogen in de film. Door deze stijl kan de kijker eigen gevoelens en gedachten op Céline projecteren. De film geeft de kijker de ruimte om samen met het hoofdpersonage antwoorden te zoeken op vragen als: hoe bouw je een relatie op met een afwezige ouder? Hoe bereid je jezelf voor op de komst van een eerste kind? En mag je bang zijn wanneer je op je eerste kind wacht?

Het feit dat twee van de hoofdpersonages muzikanten zijn, maakt van de muziek bijna een personage op zich. Van de klassieke pianomuziek van Céline’s moeder, die haar gedachten en gevoelens uitdrukt wanneer woorden tekortschieten, tot de moderne elektronische muziek van Céline. Het vormt een aanvulling op een verhaal waarin muziek vaak even belangrijk is als dialoog.

Opvallend is dat moeder en dochter juist tijdens het musiceren het meest zichzelf lijken. De moeder achter de piano, Beethoven spelend, en Céline achter haar mengpaneel als dj: beiden hebben volledige controle over hun eigen muzikale wereld en lijken zich daarin af te sluiten van anderen. Toch suggereert de film ook een verschil tussen de twee: Céline is even onafhankelijk en even sterk als haar moeder, maar kiest ervoor meer aandacht te hebben voor de behoeften van de mensen om haar heen.

Des preuves d’amour

Geen ongemakkelijke vragen
Wanneer de queer vrouwen met moeilijke situaties worden geconfronteerd of familieleden vragen stellen die soms als indringend worden ervaren, worden deze conflicten snel opgelost. Het lijkt alsof de regisseur de moeilijke of verdrietige emoties niet wil oproepen bij de kijker. Daardoor voelt de film soms als een crowdpleaser, maar ook volwassenen hebben af en toe behoefte aan een sprookje.

De film is niet overdreven sentimenteel en bevat verschillende komische momenten, zoals de scène met een arts die beleefd en respectvol probeert om te gaan met een queer koppel dat een kind verwacht, maar daarbij juist steeds onhandigere opmerkingen maakt.

Voor kijkers die vooral een positieve en aangename filmervaring zoeken, is Des preuves d’amour een geslaagde keuze. Wie echter meer inzicht wil krijgen in de complexiteit van het dagelijkse leven van queer gezinnen, zou kunnen vinden dat de film de werkelijkheid enigszins verzacht. Conflicten en kwetsende opmerkingen worden zelden uitgediept, waardoor hun emotionele gevolgen minder zichtbaar blijven dan ze in het echte leven vaak zijn.

Met haar speelfilmdebuut wilde Douard een breed publiek aanspreken door de nadruk te leggen op vreugde en liefde. Die keuze resulteert in negentig minuten toegankelijke cinema, gedragen door sterk acteerwerk en een boeiend verhaal. Tegelijkertijd blijft de film daarmee wat aan de veilige kant. Des preuves d’amour is een plezierige kijkervaring, maar laat de meeste kijkers waarschijnlijk niet achter met inzichten of emoties die nog lang nazinderen.

23 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

Eagles of the Republic

****
recensie Eagles of the Republic
Sterk slotluik Cairo-trilogie

door Jochum de Graaf

“Maar hij lijkt helemaal niet op mij, ik ben 1,85. Ik zou Abdel Nasser kunnen spelen, hij was 1,83 meter. Of Anwar el Sadat, die was 1,79. Of met wat fantasie zelfs Mubarak, die was 1,70. Maar die man is 1,66!” George Fahmy is Egypte’s meest gevierde filmster, de ‘Farao van het witte doek’, zijn portret siert de enorme wand van de belangrijkste filmstudio. Hij speelde in alle grote rolprenten zoals The first Egyptian in Space, ontving alle prijzen die er maar te winnen zijn.

Hij leidt zeker voor Egyptische begrippen een decadent luxueus leven, fraai ingericht appartement, gescheiden, heeft een maîtresse half zo oud als hijzelf. Een narcistische figuur, die ongekend populair is. Als hij zwaar vermomd naar de apotheek gaat om viagra te kopen, hij kan zijn jonge vriendin niet meer bevredigen, herkent de apotheker de ongemakkelijk zwetende steracteur gelijk. “Ah, mister George, dat bent u toch, ik heb alle films van u gedownload.”

Eagles of the Republic

Met zoon Ramy heeft hij een moeizame relatie die hij goed probeert te houden door hem een kostbaar horloge cadeau te doen. Als hij met hem uit eten gaat, flirt hij openlijk met zijn vriendin. Hij permitteert zich openlijk ruzie te maken met de streng islamitische commissie die alle Egyptische films nauwkeurig langs de censuurlat legt.

Maar nu wordt hij vriendelijk doch dringend uitgenodigd de rol te spelen van Abdel Fattah Al-Sisi, de met een militaire machtsgreep aan de macht gekomen president van de republiek. De dictator heeft hem persoonlijk uitverkoren. “Niemand kan nee tegen hem zeggen, zelfs jij niet”, zegt zijn manager.

Satire op hypocriete cultuur
In eerste aanleg is Eagles of the Republic een fijne satire op de hypocriete cultuur in het huidige Egypte, waarin de seculier westerse normen en waarden worden afgewezen en alle belangrijke ontwikkelingen worden herleid tot de Arabische cultuur met haar roemrijke verleden. Tijdens een receptie waar de politiek culturele elite van Cairo is verzameld, komt een generaal met de bizarre complottheorie dat William Shakespeare oorspronkelijk Arabisch was en Sheikh Zoupir heette, hetgeen zou verklaren dat Shakespeare een pesthekel aan Joden had, zie de beschrijving van het personage Shylock in De Koopman van Venetië.

George Fahmy, als koptisch christen geen aanhanger van het militaire regime, wil niet voor politieke propaganda gebruikt worden. Maar als hij tijdens een nachtelijke autorit wordt aangehouden door een onbekende militair die hem een foto van zoon Ramy vastgebonden op de achterbank van een auto laat zien, gaat hij overstag.

Bij de ondertekening van het contract staat op de achtergrond een geheimzinnige figuur die Fahmy strak aan blijft kijken. Deze Dr. Mansour is tijdens de opnamen continu op de set aanwezig. Hij vindt dat de acteur een te karikaturale Al-Sisi neerzet.

George Fahmy wordt langzaam maar zeker in de politieke intriges meegezogen. Op een gegeven moment wordt hij uitgenodigd voor een exclusief diner bij de minister van Defensie. Om de tafel een gezelschap van de machtigste mannen van het land die zich de ‘adelaars van de republiek’ noemen, de hoeders van de natie, beschermers van de Egyptische cultuur. Feitelijk maken zij deel uit van de entourage van Al-Sisi die met elkaar in allerlei machtsspelletjes verwikkeld is. Fahmy denkt dat hij wel weet hoe hij zijn eigen positie daarin kan veiligstellen en knoopt een relatie met de mondaine westers georiënteerde vrouw van de minister aan. Maar dat blijkt een misrekening.

Eagles of the Republic

Grimmige politieke thriller
En dan wordt Eagles of the Republic een spannende soms grimmige politieke thriller. George Fahmy krijgt de opdracht om op 6 oktober bij de jaarlijkse herdenking van de aanval op Israël in 1973, het begin van de Jom Kipoer-oorlog, de grote toespraak te houden. Het is een grote militaire parade, met op het podium de president omringd door alle militaire en politieke kopstukken. De overeenkomst met 6 oktober 1981, de parade waarbij president Anwar El Sadat door extremistische islamitische militairen werd vermoord, is onmiskenbaar. Wanneer Fahmy zijn mond opent, is dat het startsein voor een orgie van geweld. De president wordt nu ternauwernood in veiligheid gebracht. De verwikkelingen volgen elkaar in sneltreinvaart op en leiden tot een onverwacht spannende ontknoping.

De Zweeds-Libanese acteur Fares Fares speelt als George Famy opnieuw een uitstekende hoofdrol, net als in de andere films van de eveneens vanuit Zweden opererende regisseur Tarik Saleh. Eagles of the Republic is het slotstuk van de zogenaamde Caïro-trilogie, films die in Egypte verboden zijn. Hoewel The Nile Hilton Incident (2017) en Cairo Conspiracy (2021) heel goed als afzonderlijke thrillers te zien zijn, schetsen ze met een zelfde thematiek van corruptie en perfide dictatuur een heel sterk beeld van het in oude reflexen teruggevallen Egypte na de Arabische Lente.

 

22 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

Muy lejos

**
recensie Muy lejos
De afstand tot jezelf

door Cor Oliemeulen

Dertiger Sergio bezoekt met een groep supporters de uitwedstrijd van zijn voetbalclub tegen FC Utrecht. Kort daarna gooit hij tijdens een paniekaanval zijn portemonnee, inclusief paspoort, in een vuilnisbak. Hij wil niet terug naar huis. De filmtitel Muy lejos (‘Heel ver weg’) verwijst niet alleen naar de kilometers tussen Barcelona en Utrecht, maar krijgt gaandeweg een diepere betekenis: de afstand die iemand tot zichzelf kan voelen.

Deze debuutfilm van Gerard Oms oogstte in zijn thuisland Spanje lof vanwege het persoonlijke verhaal over angst, identiteit en zelfacceptatie. De regisseur putte uit zijn eigen ervaringen om te laten zien hoe iemand zichzelf kan worden door letterlijk afstand te nemen van zijn vertrouwde omgeving. Maar zoals vaker in films over herinneringen van filmmakers rijst al snel de vraag in hoeverre de kijker daar iets mee opschiet. Ook omdat het verhaal zich bijna twintig jaar geleden afspeelt, toen de maatschappelijke omstandigheden anders lagen.

Muy lejos

Heel ver weg… van dramatische spanning
Sergio (Mario Casas) lijkt in Barcelona alles te hebben wat op een stabiel leven wijst: vrienden, een toekomst, zelfs een aanstaand huwelijk. Wat een impulsieve vlucht lijkt, groeit uit tot een stille confrontatie met zichzelf. Muy lejos neemt veel tijd voor observatie en terughoudendheid. Dat geeft het verhaal weliswaar wat emotionele kracht, maar voelt op den duur afstandelijk of zelfs traag aan. De film blijft te lang in hetzelfde emotionele register hangen en biedt onderweg weinig ontwikkeling. Wat de kijker niet weet (en eigenlijk ook niet van tevoren moet weten), is dat Gerard Oms pas helemaal aan het eind onthult wat Sergio precies ontloopt.

Voor Spaanse kijkers zullen Sergio’s kennismaking met de Nederlandse taal (“Ze praten alsof ze de hele tijd een rochel in hun mond hebben”), cultuur en dagelijkse gewoonten voor de nodige glimlachjes zorgen. Vanuit Nederlands perspectief blijven sommige observaties steken in clichés. Zoals de Nederlander met zijn fiets, of liever gezegd zijn gestolen fiets, en de fiets die in de gracht wordt gepleurd. En natuurlijk het Sinterklaasfeest met zwart geschminkte knechten die stoute kinderen in hun zak meenemen naar Spanje.

Heel ver weg… van de Dardennes
Stilistisch sluit Gerard Oms aan bij de hedendaagse Europese auteurscinema: naturalistische stijl, weinig muziek, observerende cameravoering op de huid van de personages en een voorkeur voor alledaagse situaties waarin mensen langzaam veranderen. Sommigen vergelijken die sobere, ingetogen vertelstijl en de sociaal-realistische aanpak met die van Jean-Pierre en Luc Dardenne. Daar valt wat voor te zeggen, maar Oms blijft ver weg van hun dramatische precisie en emotionele diepgang.

Muy lejos

De keuze voor Mario Casas – die in Spanje lange tijd bekendstond als de “knappe jongen” – in de rol van de kwetsbare Sergio is goed getroffen. Voordat Oms zijn debuut als regisseur maakte, was hij jarenlang werkzaam als acteercoach en hielp hij Casas met zijn rol in No matarás (2020) aan zijn Goya Award voor beste acteur. Netflix-kijkers kennen hem van de thriller The Invisible Guest (Contratiempo, 2016) en het oorlogsdrama The Photographer of Mauthausen (2018). Ook in Muy lejos overtuigt Casas: het verdienen van geld, het zoeken naar een woonruimte en het worstelen met zijn identiteit zijn geloofwaardig. Zijn lichaamshouding, blikken en stiltes vertellen vaak meer dan de dialogen.

Heel ver weg… van de climax
De film legt niet expliciet uit waarom Sergio zijn leven in Barcelona achter zich laat. Pas gaandeweg wordt duidelijk dat zijn paniekaanvallen, vluchtgedrag en gevoel van verstikking een diepere oorzaak hebben. In de laatste tien minuten vallen de puzzelstukjes dan eindelijk op hun plaats. Het is geen spectaculaire onthulling, maar de ontbrekende sleutel tot alles wat de kijker al heeft gezien. Daardoor krijgen eerdere ontmoetingen, terloopse opmerkingen en ogenschijnlijk onbeduidende gebeurtenissen ineens een andere betekenis.

Die ontknoping is overtuigend, maar vraagt een investering van anderhalf uur die niet iedere kijker zal willen doen.

Wie zich nog afvraagt waarom Gerard Oms zijn kaarten zo lang tegen de borst houdt, kan hem dat maandag 20 juli tijdens de Q&A na de vertoning in het Utrechtse Slachtstraat Filmtheater zelf vragen.

 

15 juli 2026

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

ALLE RECENSIES

Amoeba

***
recensie Amoeba
Vormloze tienerrebellie

door Zoë van Leeuwen

Het coming-of-age-genre trapt maar al te graag in dezelfde bekende valkuilen en gebruikt vaak herkenbare formules die zelden nog verrassen. Toch bewijst regisseur Tan Siyou met haar speelfilmdebuut Amoeba dat het ook anders kan en dat er wel degelijk nieuwe manieren zijn om de worstelingen van een tiener te laten zien.

Amoeba volgt de 16-jarige Choo (Ranice Tay) en haar drie vriendinnen, Vanessa, Sofia en Gia, tijdens hun laatste jaar op een prestigieuze Chinese school, in het hart van Singapore. Choo is nieuw op school en lijkt al snel weerstand te bieden tegen de strenge regels van de leraren. Door hun afkeer van de ouderwetse sociale normen groeien de meiden al snel uit tot een hechte vriendengroep.

Amoeba

Maatschappelijke buitenbeentjes
Een amoebe is een eencellig organisme, hersenloos en fundamenteel solitair. Net als de vier vriendinnen muteert de cel voortdurend en verandert zich van vorm om zich aan te passen aan haar omgeving. In de strenge wereld van de eliteschool in Singapore worden Choo en haar vrienden als buitenbeentjes beschouwd. Ze voelen zich als vissen, opgesloten in een aquarium en filosoferen over de toekomst door de verouderde tradities van het schoolsysteem te bevragen.

Losjes gebaseerd op de middelbare schoolervaring van Siyou, markeert deze film een indrukwekkend en persoonlijk speelfilmdebuut voor de Singaporese filmmaker. Na een succesvolle reeks korte films die eerder al opvielen in Cannes en Berlijn, ging Amoeba vorig jaar in première op het Toronto International Film Festival.

Echte gangsters
De rebellie wordt nog verder aangewakkerd door de stoere verhalen van Sofia’s bejaarde chauffeur Oom Phoon (Jack Kao). Samen met hun liefde voor Chinese gangsterrap besluit de groep om hun eigen ‘meidengang’ te beginnen. Een symbolische middelvinger naar het schoolsysteem en de Singaporese maatschappij. De onnozele manier waarop ze deze pas ontdekte ongehoorzaamheid aanpakken, vormt het meest charmante onderdeel van de film.

Want hoewel ze zich laten inspireren door de heftige verhalen over de onderwereld van de triades in Singapore, blijft hun eigen opstandigheid heerlijk knullig. Er is geen sprake van criminaliteit, maar van spijbelen, het roken van sigaretten en het uitvoeren van een hilarisch chaotische voorstelling, tot ergernis van de leraren. Hun verzet is klein, maar in de ogen van de tieners is het een eerste stap naar echte individualiteit. Het acteerwerk van het viertal spant hierbij de kroon. De dynamiek tussen de actrices voelt niet gespeeld en hun vriendschap is herkenbaar voor iedereen die ooit zestien is geweest.

Dualiteit van de camera
Visueel maakt Amoeba weinig indruk. Het grootste deel van de film bestaat uit kille digitale beelden die niet veel emotie opwekken. We zien witte klaslokalen, schooluniformen en de straten van Singapore. Maar misschien is dat precies wat cameravrouw Neus Ollé wil laten zien: de kijker onderdompelen in dezelfde saaie wereld die de meisjes ervaren. Want zodra de groep de digitale camcorder van Sofia’s familie steelt, beginnen de vriendinnen en de film een creatievere kant te laten zien.

De textuur en de ongecontroleerde bewegingen van de camera schijnen een nieuw licht op Singapore wanneer de groep hun dagelijks leven filmt. Verlost van hun schooluniformen zien we de vier meiden voor het eerst als individuen met een eigen stijl en persoonlijkheid. Ze filmen alles wat ze willen en krijgen zo even de kans om de regie over hun eigen leven te bepalen. Maar juist dat individualisme zorgt ervoor dat de eerste barsten in hun vriendschap zichtbaar worden.

Amoeba

Vechten voor aandacht
De film verliest zijn houvast wanneer er te veel ballen in de lucht worden gehouden. Het verhaal rondom de geest in Choo’s kamer intrigeert in de eerste helft, maar verandert snel in een overbodig zijverhaal, en zo verdwijnen meer aspecten naar de achtergrond. Amoeba probeert staatskritiek, eeuwenoude volksverhalen, een subtiele queer subtekst, de dood van een geliefde én een coming-of-age-drama te verwerken in een film van minder dan twee uur. Hierdoor krijgen al deze noemenswaardige thema’s geen ruimte om te ademen en lijkt de film te brokkelen onder het gewicht van zijn eigen ambitieuze aanpak.

Toch weet Amoeba de focus aan het eind enigszins te herpakken. Tijdens een mondeling examen om naar een universiteit te mogen, bevraagt Choo haar toekomst hardop terwijl ze recht in de camera kijkt. Met de zin “Ik vraag me af wat echt is” vat ze de hele film samen. Het ‘perfecte’ plaatje van school en de zoektocht naar de identiteit van Singapore en zichzelf. Misschien was de rebellie enkel dat, een fase om te overleven, en blijft Choo uiteindelijk die solitaire cel die zich voortdurend moet blijven muteren om niet te worden verpletterd door het systeem.

 

8 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

A pied d’oeuvre

***
recensie A pied d’oeuvre
De schrijver die liever klusjesman wilde zijn

door Bob van der Sterre

Paul Marquet was fotograaf en kon er goed van leven. En is nu schrijver. Maar hij is vooral klusjesman. Voor twintig euro kun je hem inhuren om je kelder leeg te ruimen.

Het ging Marquet voor de wind als duurbetaalde fotograaf. Maar het verandert als hij zelf beslist dat hij schrijver wil worden. Zijn kinderen zijn bij zijn ex-vrouw en hij ziet ze vrijwel nooit want ze wonen in de VS. ‘Ze hebben een ander rolmodel nodig op die leeftijd.’

Het kiezen voor het schrijverschap gaat met offers. Hij gaat van een prachtig appartement naar een goedkope, bedompte kelder. En van geld bij de vleet naar bijna niks meer. ‘Ze krijgen mooie kritieken maar de verkoop valt tegen.’

A pied d'oeuvre

App voor klusjesmannen
Paul heeft geld nodig en schrijft zich in bij een app voor klusjesmannen, die je helpt als je onmiddellijke nood hebt met koelkasten, trappen plaatsen, verstoppingen, elektriciteit. Of als je planten weg wilt doen, een taxichauffeur zoekt, meubels uit elkaar wilt halen, een spiegel ophangen, glazen laat wassen of een kelder laten leegruimen. Klusjes van 20 tot 30 euro met een ratingsysteem. Een oude schoolvriend: ‘Je had ook consultant kunnen zijn.’

Hij past zich aan. ‘Ik trek één velletje van het wc-papier, zet de temperatuur wat lager. Er is altijd iets op te offeren als je met weinig moet leven.’

Het budgettair lijden bevalt hem eigenlijk zo goed dat hij nog maar weinig interesse heeft in het schrijven van een nieuwe roman. Iedereen raadt hem dat trouwens toch af. Met name zijn vader vindt het maar niets: ‘Waarom kies je dit leven? Wat wil je bewijzen? En wat schrijven? Waarom? Je bent al op televisie geweest en het leidt nergens naar.’ Zijn vrouw: ‘Kun je alsjeblieft stoppen met mij vermelden in je boeken? Het is toegestaan om het niet te willen…’

Waarom eigenlijk?
En eerlijk gezegd, na het kijken van de film snap je als kijker ook niet zo goed waarom hij stopte met zijn blijkbaar commercieel erg succesvolle fotografie. Was het niet mogelijk gewoon iets minder te werken? En waar is het grote geld dat hij ermee verdiende heengegaan? En dan krijgt hij nog 250 aan royalty’s, wat een mazzelaar!

Als droog drama is het best goed, de klussen zijn een sterk stuk in de film, maar als komedie is er niets te zien. Het is ook moeilijk houden van iemand waar net zoveel persoonlijkheid in zit als een krant. In geen enkel beeld raak je overtuigd van een verborgen talent. Hij zegt en denkt bijna niets.

A pied d’oeuvre van Valérie Donzelli (gefilmd naar een boek van Franck Courtes) gaat uit van iets waar je sowieso weinig van leert: hoe andere mensen jouw keuzes beoordelen. En dan nog bevestigt het op het einde precies waar het niet om leek te draaien: succes. Ja, zo is het wel makkelijk plots verzinnen.

A pied d'oeuvre

Geen Antoine Doinel
De film doet met de klusjes wat denken aan een klassieke antiheld met dezelfde vreemde baantjes en passies: Antoine Doinel. Bekend van Truffauts beroemde vijf films over dit karakter.

Maar waar de films van Antoine Doinel vreemder, vlotter, satirischer en grappiger zijn (dialogen, karakters, acteren en scènes – en dat is dan nota bene vijftig jaar geleden), is deze film vrij humorloos, statisch en weinig biedend wat afwijkt van het arthousegemiddelde. Ook in stijl: talloze close-ups van de nietszeggende blik van de hoofdpersoon. Waarom dat een trend is in arthouseland heb ik nooit begrepen.

Het meest verdrietig is dat het geschetste schrijversleven altijd een romantisch bestaan is – met een alwetende en supportende uitgever – en meesterwerken die uit de lucht komen vallen. Je hoopt toch weer elke keer op een film die het schrijverschap écht weergeeft, dus met uitgevers als geldwolven, recensenten als ijdele slijmerds en feestjes waarbij iedereen de meest belezene wil zijn.

Voorbeelden zijn er genoeg als je de serie Privé-domein van de Arbeiderspers leest, met schrijvers in alle soorten dramatische situaties, maar de vloek van de romantiek rondom dat beroep blijft zo’n eerlijk beeld altijd verhinderen.

 

17 juni 2021

 

ALLE RECENSIES