Cuban Fury

**

recensie  Cuban Fury

Een druiper van een dansfilm

door Joan Gebraad

Bij een dansfilm genaamd Cuban Fury hoop je op karakters waarin het Latijns-Amerikaanse vuur brandt, opzwepende dansscènes en een dosis Cubaans sjeu, waardoor je spontaan zin krijgt om de eigen heupen los te schudden. Cuban Fury is eerder een Cubaanse druiper.  

Komediant Nick Frost speelt Bruce Garret, een voormalige salsajeugdkampioen. Nadat enkele pestkoppen hem bespotten en te grazen nemen vanwege zijn glitterige danstenue, gooit Bruce in 1987 de handdoek in de ring. 25 Jaar later, wanneer hij als redelijk succesvol ingenieur werkt, wordt hij onverwacht wreed geconfronteerd met zijn oude passie.

Recensie Cuban Fury

Zijn nieuwe Amerikaanse baas Julia en love interest (Rashida Jones) heeft namelijk een heimelijke salsafetisj. Daarin ziet Bruce de kans om haar de zijne te maken. Er is echter één klein probleempje: door de jaren heeft Bruce behoorlijk meer gewicht gekregen en is zijn soepelheid verloren. Hoe haalt hij zijn voormalige salsaleraar (Ian McShane) over hem weer te in vorm te krijgen? En dan is daar nog die pesterige collega Drew (Chris O’Dowd) met zijn grote ego die natuurlijk toevallig ook net een oogje op Julia heeft. Tjongejonge, hoe zal dit verhaal aflopen?

Onontwikkelde personages
De film kraakt aan alle kanten. Zo is het script slecht uitgewerkt. De regisseur neemt weinig ruimte voor de psychologische ontwikkeling en emotionele verkenning van de personages. Na het traumatische incident in zijn jeugd gooit Bruce zomaar de handdoek in de ring. Dit komt zeer ongeloofwaardig over. Als dansen echt je passie is en je op kampioensniveau danst, zal je niet zomaar je grote liefde opgeven. Ook al ben je doodsbang.

Verder krijgt de kijker nooit goed Bruce’s worsteling hiermee te zien. Wat betekent salsa voor Bruce? En voor Julia? En wat voelt Julia precies voor Bruce en Drew? Hoe ontwikkelen de relaties tussen de personages zich? Ook hier is weinig aandacht voor.

De verhaallijn is verschrikkelijk cliché en uitgekauwd. Voormalige ster valt van zijn troon en wordt een loser. Hij gaat de strijd aan met problemen als obesitas, gebrek aan zelfvertrouwen, opnieuw leren salsadansen. Uiteindelijk verandert hij in een zelfverzekerde prince charming en wint het hart van zijn geliefde. Waar hebben we dat eerder gezien?

Recensie Cuban Fury

Dansende beer
Voor een geslaagde romcom mist Cuban Fury een duidelijke romantische ontwikkeling tussen Bruce en Julia. Maar bovenal: humor en eigentijdsheid. De dansscènes zijn niet opzwepend genoeg. De pit en de meeslepende muziek die je bij sommige andere films uit het genre tegenkomt, ontbreken. Ook is de uiteindelijke transformatie van Bruce niet overtuigend. Hij blijft je doen denken aan een dansende beer.

Dan zijn daar nog de eeuwige stereotypen: de flamboyante en grappige excuushomo Bejan (Kayvan Novak) die Bruce alles leert over ademende stoffen; maar vergeet ook Bruce zijn salsaleraar niet. Hij is een knorrige, strenge, oude Cubaan die telkens – hoe origineel ­-  aan een fles Bacardi lurpt. In het beste geval heeft hij soms iets weg van de oude Diego de la Vega uit The Mask of Zorro. Kortom, salsadansen en rum drinken is betere tijdsbesteding dan deze saaie, onoriginele dansfilm annex romcom uitzitten.

15 augustus 2014

 

 
ALLE RECENSIES

Jimmy’s Hall

****

recensie  Jimmy’s Hall

Het begint in de voeten en eindigt in de hersenen

door Cor Oliemeulen

Politieke en sociale overtuigingen in film lijken tegenwoordig taboe. Oudgediende Ken Loach wil niets anders. Met Jimmy’s Hall staat hij op het punt een monumentaal oeuvre af te sluiten. Aangrijpend sociaalrealisme van de bovenste plank. 

Ken Loach behoort samen met Mike Leigh tot de meest bejubelde nog actieve Britse filmregisseurs. Beide zeventigers staan vooral bekend vanwege hun engagement. Leigh snijdt vaak afgebakende sociale thema’s aan – zoals in Naked (existentieel portret van een nihilistische antiheld in Engeland begin jaren ’90), Secret & Lies (zwarte vrouw blijkt blanke moeder te hebben) en Vera Drake (abortus in de jaren ’50). Loach mag gebeurtenissen graag in een historische context plaatsen, maar deed dat pas vele jaren na zijn indrukwekkende doorbraakfilm Kes (1969), waarin een jongen in het arme noorden van Engeland vriendschap sluit met een valk. Vanaf de jaren ’90 zette hij – na het maken van tv-series en documentaires – het Britse sociaalrealisme op de kaart.

Recensie Jimmy's Hall

Ierse Burgeroorlog
In Land and Freedom (1995) schenkt hij aandacht aan de Spaanse Burgeroorlog, in Ae Fond Kiss… (2004) een Pakistaanse familie in Glasgow, in Route Irish (2010) de oorlog in Irak, terwijl in The Wind That Shakes the Barley (2006) de Ierse Burgeroorlog (1919-1922) centraal staat. Loach’s meest recente filmdrama Jimmy’s Hall borduurt voort op laatstgenoemd meesterwerk: hoe gaat de bevolking in het nieuwe Noord-Ierland tien jaar na de burgeroorlog om met de beperkte vrijheid en de macht van de katholieke kerk en landeigenaren? Anders dan in Neil Jordans thriller Michael Collins (1996) over de gelijknamige Ierse vrijheidsstrijder gaat het in de films van Ken Loach vooral om de persoonlijke motieven van het individu.

Jimmy’s Hall, gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Donal O’Kelly en bewerkt door Loach’s vaste scenarist Paul Laverty, is het aandoenlijke verhaal van politiek activist Jimmy Gralton (prima gespeeld door opkomend filmacteur Barry Ward). Tien jaar na de Ierse Burgeroorlog keert hij vanuit New York terug naar Leitrim Country waar hij zijn moeder gaat helpen op het land. Ondertussen bezoekt hij de vervallen danshal die hij destijds bouwde met vrijwilligers en vanwege de schermutselingen moest sluiten. Op aandrang van toenmalige vrienden en sympathisanten heropent hij het gebouw.

‘Is it Christ or is it Jim?’
Jimmy heeft een grammofoon en jazzplaten meegebracht uit Amerika en in korte tijd is Jimmy’s Hall het plaatselijke centrum van dans, muziek, zang, kunst, literatuur én politieke discussies. Het is Father Sheridan (Jim Norton) een doorn in het oog, want ‘educatie is voorbehouden aan de kerk’ en ‘barbaarse klanken uit donker Afrika mogen de Ierse volksmuziek niet verdringen’.

Recensie Jimmy's Hall

De ontwikkelingen in de postrevolutionaire samenleving – waar het gezag conservatiever lijkt dan dat van voor de burgeroorlog en soms iets weg heeft van een Stalinistische dictatuur – zetten de boel op scherp. Want de gevestigde orde zit niet te wachten op een nieuwe golf van sociale onrust en bloedvergieten, hoewel de bezoekers van Jimmy’s Hall alleen maar willen dansen en zich scholen. De pastoor weet het zeker: ‘Het begint met de voeten en komt uiteindelijk in de hersenen.’

Ken Loach focust op de relatie tussen Jimmy Gralton en Father Sheridan die leidt tot mooie, intense dialogen. Jimmy komt op voor de belangen van jonge mensen op zoek naar perspectief, persoonlijke groei en vermaak tijdens deze economische crisisjaren. Father Sheridan beschouwt hem als een communistische oproerkraaier, demoniseert tijdens zijn preek kerkgangers die Jimmy’s Hall bezoeken en dwingt zijn parochie te kiezen: ‘Is it Christ or is it Jim?’ Het eind van het liedje is dat de Ierse overheid over Jimmy’s lot beschikt.

 

10 augustus 2014

 
ALLE RECENSIES

Sex Tape

*

recensie  Sex Tape

Full Frontal Fake

door Cor Oliemeulen

Het moet gezegd: Cameron Diaz ziet er appetijtelijk uit op rolschaatsen. Net zo bijzonder is dat ze figureert in de slechtste komedie van het decennium.  

Twee jaar geleden verscheen A Good Old Fashioned Orgy in de bioscoop. Het uitgangspunt was niet oninteressant: kun je wel intiem worden met al je beste vrienden? Het was geen dramatische verhandeling, noch een ouderwetse zwelgpartij waar de seksuele vonken van af vliegen, maar een puberale komedie met de diepgang van een vingerhoedje. Ook een komedie over het uitlekken van een zelfgemaakte seksfilm biedt bij voorbaat reële kansen, echter niet onder het kwijl van matige scriptschrijvers en regisseurs.

Recensie Sex Tape

Filmtitels
Soms is het plakken van een ‘pakkende’ titel op een productie kennelijk voldoende om bioscooppubliek te trekken. Dat is van alle tijden. Zo heeft Everything You Always Wanted to Know About Sex * But Were Afraid to Ask in 1972 ongetwijfeld bijgedragen aan een versnelde doorbraak van Woody Allen. En onlangs werd voor de release van Neighbours nog snel even de kwalificatie Bad toegevoegd. Als vervolgens blijkt dat de buren daadwerkelijk slechte bedoelingen hebben, is dat natuurlijk geen probleem. In het geval van Sex Tape zijn juist álle bedoelingen het probleem.

Jake Kasdan maakte eerder het eveneens weinig verheffende Bad Teacher met Cameron Diaz en Jason Segel. Zoals dat vaak gaat, is het stel in het begin zeer actief als copulerend koppel, maar moet ze tien jaar en twee kinderen later de agenda trekken om van bil te kunnen gaan. Vroeger liep het stel nog regelmatig rond in hun blote kont – wie full frontal naked verwacht komt bedrogen uit – tegenwoordig moet de kroost worden ondergebracht bij oma en is het maar afwachten of hij zijn jongeheer nog overeind kan houden.

Recensie Sex Tape

Hitsig
Sommige mensen raken hitsig van yoghurt met aardbeien op naakte lijven, centrifugerende wasmachines, exotische postzegels of rolschaatsen. En als dat niet helpt, kun je nog altijd besluiten om jezelf te gaan filmen terwijl je alle standjes uit The Book of Joy praktiseert. Wel lullig als de drie uur durende video per ongeluk terecht komt bij familie, vrienden, werkgever en pornosites. Dan moet je alle capriolen uithalen om eeuwig schaamrood op de kaken te vermijden.

Het terugkrijgen van de seksfilm op cadeau gegeven iPads is niet alleen één schaamteloze Apple-commercial, alle actie en dialoog is jatwerk van jatwerk van producties met een afgrijselijk niveau. De ‘gevaarlijke’ achtervolging door een grote hond, die in werkelijkheid stokoud is en ingeblikt gromt en blaft, zal zelfs de gemiddelde kleuter als infantiel betitelen. Ook Rob Lowe en zelfs Jack Black zijn niet grappig en zakken weg in de zomp van treurnis. De enige opwinding in Sex Tape bestaat uit ergernis en mededogen. Het zou niet verbazen als bioscoopoperateurs déze film per ongeluk kwijtraken.

 

1 augustus 2014

 
ALLE RECENSIES

Hard Day’s Night, A

*****

recensie  A Hard Day’s Night

Stroomstoot tussen werkelijkheid en fictie

door Alfred Bos 

Op 6 juli 1964 ging de eerste speelfilm van The Beatles in roulatie. Toen was het een regelrechte sensatie en na vijftig jaar weet het werkstuk van regisseur Richard Lester nog immer te overtuigen als een van de beste muziekfilms ooit gemaakt.  

Gedraaid in het voorjaar van 1964, tijdens de hoogtijdagen van de Beatlemania en kort nadat John, Paul, George en Ringo – zoals iedereen hen toen kende – door het Amerikaanse publiek, jong en oud, aan het hart waren gedrukt, vormen A Hard Day’s Night, film en gelijknamig album, het hoogtepunt van de eerste fase in de roemrijke loopbaan van het viertal uit Liverpool.  

Recensie A Hard Day’s Night

De film is een glorieus succes, het bijbehorende album eveneens. De derde langspeler van The Beatles is hun eerste met uitsluitend eigen composities en tevens de beste uit de eerste act van het Fab Four-verhaal. Enkele maanden daarvoor had John Lennon een verhalenbundel met tekeningen gepubliceerd, In His Own Write. Op 6 juli ging de film in Londen in première en lag de langspeler in de winkel. In de zomer van 1964 leek het alsof de Beatles alles konden.  

Quasi-docu
De grote kracht van A Hard Day’s Night – en tevens de reden waarom hij vijftig jaar later nog steeds overtuigt – is dat de film draait om waar The Beatles goed in zijn: zichzelf vermaken – het verbale vuurwerk tussen de vier is legendarisch – en muziek maken. Het publiek is de lachende derde. Het verhaal van de film blijft dicht bij de werkelijkheid van de Fab Four, zonder een documentaire te worden. In 1964, een tijd waarin het idee van mediaverzadiging nog sciencefiction was, werkte het voor de miljoenen Beatles-fans als een langgerekte quasi-docu.  

A Hard Day’s Night volgt The Beatles tijdens de voorbereidingen van een tv-optreden. Het viertal reageert laconiek op de horden gillende meisjes en de niet begrijpende tv-regisseur. Tijdens de repetities vertolken ze nieuwe nummers, die de eerste kant van het derde Beatles-album vormen. De scènes in en rond de kleedkamers worden onderbroken door terzijdes rond Pauls zogenaamde opa en een zoekgeraakte Ringo.  

Recensie A Hard Day’s Night

Gewaagde beeldtaal
Regisseur Richard Lester gebruikt een beeldtaal die in 1964 voor een publieksfilm ronduit gewaagd was. Weinig statische shots, snelle montage, extreme close-ups, bewegende camera (ook in kleine ruimtes) en zelfs helikoptershots. Het is de beeldtaal die nadien gemeengoed zou worden en de film, ondanks het patina van vervlogen actualiteit, fris houdt. Over de muziek kan geen twijfel bestaan, het titelnummer bruist van een vitaliteit die vijftig jaar na dato nog steeds werkt als een stroomstoot. Voor velen was het indertijd de aansporing om te breken met de lifestyle van hun ouders, het startschot voor een ‘happening’ jaren zestig.  

A Hard Day’s Night is even origineel en eigenzinnig als het befaamde akkoord (een F met een toegevoegde G) waarmee film en album aftrappen. De keuze voor zwart-wit was indertijd een tikje archaïsch, maar werkt nu in het voordeel: beter geconserveerd, meer authenticiteit. Ook de absurdistische humor is raak en volkomen in de geest van de Fab Four. Het werkte inspirerend op bijvoorbeeld het team dat later Monty Python zou vormen. Kortom, alles aan A Hard Day’s Night treft doel. De film groeide uit tot het ijkpunt waaraan muziekfilms zich konden meten.  

A Hard Day’s Night is opnieuw uitgebracht op dvd in een gerestaureerde, digitale kopie met drie audio opties: mono, stereo en 5.1 surround, verzorgd door Giles Martin, zoon van de oorspronkelijke producer George Martin. De gerestaureerde film draait tevens in enkele bioscopen.

 

3 juli 2014

 

 

ALLE RECENSIES

Double, The

****

recensie  The Double

Identiteitscrisis

door Nanda Aris 

Een krachtige, grimmige, surrealistische film over het leven van een saaie kantoorklerk. 

In The Double  is Simon James (Jesse Eisenberg, The Social Network ) een verlegen en sociaal onhandige houten klaas, die vrijwel onzichtbaar door het leven gaat. Zelf zegt hij daarover: ‘I’m like a Pinocchio. I’m a wooden boy, not a real boy. And it kills me.’ Wanneer zijn nieuwe collega James Simon zijn intrede doet op kantoor, herkent Simon zichzelf direct – in uiterlijk, qua innerlijk zijn beide uitersten van elkaar. 

Recensie The Double

In eerste instantie lijkt James te kunnen helpen bij de verandering die Simon graag ondergaat, maar wanneer hij merkt dat James hem niet helpt, maar overneemt, slaan de stoppen door. Vooral het feit dat hij Hannah, de collega op wie Simon heimelijk verliefd is, zo makkelijk om zijn vinger windt, en James op kantoor er met zijn ideeën vandoor gaat, frustreren Simon erg. 

Eisenberg acteert in deze film vele malen sterker dan in The Social Network, het houterige gaat hem bijna natuurlijk af zo lijkt het. Tot het moment dat de gladde en manipulatieve dubbelganger verschijnt, en de kijker beseft dat Eisenberg de rollen beide ijzersterk speelt. 

Van alles wat
Regisseur en schrijver Richard Ayoade heeft het script van de film gebaseerd op de roman van de Rus Fjodor Dostojevski. De film is niet in een hokje te stoppen, zowel surrealistisch, als tragikomedie, als liefdesverhaal. Ook de tijdsgeest is niet geheel makkelijk te plaatsen; het appartement van Simon doet Sovjetachtig aan, de kantoorpakken die gedragen worden jaren ’40/’50 van de vorige eeuw, het procesmatige kantoor met cubicles jaren ’60, en de sciencefiction op tv jaren ‘80. Dat alles overgoten met een grauwe, rauwe, donkere setting, waarin we veel schaduwen zien. Er wordt gebruikt gemaakt van low key lighting, wat zorgt voor een unheimisch gevoel.

Moderne tijden
In 1936 gaf Charles Chaplin in de film Modern Times  zijn visie op de problematiek van de toenmalige industriële maatschappij. De wereld kampte met problemen als economische crisis, arbeidsonrust, nieuwe technologische ontwikkelingen en werkloosheid. De fabrieken slokten het individu op, en zorgden voor monotonie en anonimiteit. De situatie tegenwoordig lijkt niet veel veranderd, de fabrieken van toen zijn kantoren van nu. De bliepjes en piepjes en  de tikkende klokken in The Double  en het verstikkende werkende kantoorleven doen denken aan een moderne Modern Times.  

Recensie The Double

Brazil
Er valt een nog betere parallel te trekken met de film Brazil  (1985) van Terry Gilliam. Deze film valt ook moeilijk in tijd te plaatsen, maar het verhaal speelde zich ergens in de 20ste eeuw af. De totalitaire staat die getoond wordt, en waartegen een man zich verzet, zou zowel fascistisch, nazistisch, dan wel dictatoriaal kunnen zijn. Brazil  vertoont daardoor ook gelijkenissen met het bekende 1984  van George Orwell, verfilmd door Michael Radford.

Brazil  echter spitst zich meer toe op het denkbeeldige, en de fantasie. Dit komt tot uiting in het sciencefictionachtige en fantasierijke decor, waarin werkelijkheid en droom door elkaar lopen. Dit geldt ook voor The Double; iedereen raakt verward door de gelijkenissen van Simon James en James Simon. Simon zelf, de mensen om hem heen, en de kijker. Welke identiteit behoort tot wie? Wie is Simon James? ‘I’d like to think I’m unique’, zegt Simon aan het eind. Is dat niet wat we allemaal zouden willen zijn?

 

22 juni 2014

 

 

 

MEER RECENSIES

 

Two Faces of January, The

****

recensie  The Two Faces of January

Kat-en-muisspel in Griekenland

door Wouter Spillebeen

Als scenarist heeft Hossein Amini zijn strepen meer dan verdiend. Hij adapteerde boeken voor het uitstekende Drive en The Wings of the Dove, waarvoor hij een Oscarnominatie kreeg. Voor zijn regiedebuut herschrijft hij uitstekend een psychologische thriller van Patricia Highsmith.  

Oscar Isaac (hoofdrolspeler in de intieme Coenfilm Inside Llewyn Davis) is Rydal, een jonge Amerikaan die in Griekenland aan de bak komt met het rondleiden en oplichten van toeristen. Hij laat zijn oog vallen op Colette MacFarland (Kirsten Dunst), de veel jongere echtgenote van dandy Chester (Viggo Mortensen). Het rijke koppel heeft een gids nodig en laat zich meteen inpakken door de charmes van Rydal, die denkt een grote slag te kunnen slaan.

Recensie The Two Faces of January

Wanneer de jongeman echter ziet hoe Chester een lijk door de gang van zijn hotel sleept, slaat het drietal samen op de vlucht. Dankzij de belofte een grote beloning te krijgen, helpt Rydal de Amerikaanse toeristen aan het gerecht ontsnappen. Het vertrouwen is helemaal zoek: de jaloerse Chester werkt zichzelf steeds dieper in de problemen, hij doorziet Rydal voor de achterbakse oplichter die hij is.

Januskoppen
Net zoals Janus verschillende gezichten heeft, heeft iedereen in The Two Faces of January iets te verbergen. Er is geen vertrouwen, zelfs niet tussen de aandoenlijke MacFarlands. Rydal en Chester doorzien de komedie die de ander speelt, maar beiden hebben meer nut bij een samenwerking dan vijandschap. De intriges en het wantrouwen zorgen voor een constante gespannen en ongemakkelijke sfeer. De vijandelijkheid tussen de jonge en de oude kemphanen is zeer voelbaar. Terwijl Highsmiths The Talented Mr.Ripley (verdienstelijk verfilmd in 1999 door Anthony Minghella) subtiele ondertonen van latente homoseksualiteit bevat, stort The Two Faces zich soms zeer letterlijk op de oedipale relatie tussen Rydal, Colette en Chester (Chester doet Rydal aan zijn vader denken, Rydal valt voor Colette…).

Recensie The Two Faces of January

Wereldvreemd
Viggo Mortensen kennen we natuurlijk als Aragorn, de zwervende mensenleider uit The Lord of the Rings, maar in The Two Faces is daar niets van te merken. Chester, die probeert er sterk en machtig uit te zien, blijkt al gauw breekbaar, onstabiel en wereldvreemd. Zeker wanneer hij geconfronteerd wordt met Rydal, die door zijn buitengewone opvoeding overal ter wereld thuis is, zo blijkt tijdens hun lange vlucht door het Griekenland en Turkije van de jaren ’60. De verwoede pogingen van de twee mannen om die tegenstelling kleiner te doen lijken dan ze is, brengen beide acteurs meesterlijk aan het licht. Hun sterke acteerprestaties maken het hele gebeuren geloofwaardig en gemotiveerd: je ziet meteen aan hen dat ze meer bekokstoven dan ze kwijt willen.

Van het trage begin tussen de idyllische ruïnes van Athene, over de pittoreske half verlaten dorpjes op de Griekse eilanden, tot de spannende achtervolgingen in Turkije, weet The Two Faces of January zich te ontwikkelen tot een intrigerende en interessante psychologische thriller in een prachtige setting.

 

20 juli 2014

 
ALLE RECENSIES

Transcendence

*

recensie  Transcendence

Depp op dieptepunt

door Alfred Bos

Hoe een boeiend thema, een supersteracteur en een ervaren cinematograaf een festival van gemiste kansen opleveren. Johnny Depp acteert op het filmscherm via het beeldscherm. Dat is één scherm teveel.  

Het lijkt erop dat acteur Johnny Depp de favoriete schietschijf voor filmcritici met een slecht humeur is geworden, waarbij aangetekend moet worden dat gemeld humeur op storm is gaan staan na het zien van de laatste Depp-film. En eerlijk is eerlijk, die azijnschrijvers hebben niet helemaal ongelijk, want de man in kwestie lijkt met het klimmen der jaren steeds minder belangstelling voor zijn vak te kunnen opbrengen. Met de sciencefiction blockbuster Transendence is een nieuw dieptepunt bereikt: Depp introduceert het botox-acteren.

Recensie Transcendence

Botox-acteren staat voor gezicht op standje moeilijk en – klaar! Verder niets meer aan doen. Afblijven en voor de duur van de film als buikspreekpop de tekst blaten, met grimmige ondertoon uiteraard die past bij het standje moeilijk van de geactiveerde gezichtsspieren. En voor het geval dat te lastig wordt grijpe men naar de volgende oplossing: kop op beeldscherm! Als simulatie! Laat het masker het werk doen, zodat de acteur naar de sportschool kan.

Potsierlijke warboel
In Transcendence speelt Depp de wetenschapper Will Caster, de meest vooraanstaande onderzoeker in het veld van kunstmatige intelligentie (KI). Hij wordt het slachtoffer van een aanslag door een anti-KI-actiegroep en zijn vrouw (de Engelse actrice Rebecca Hall) en beste vriend (de Engelse acteur Paul Bettany), beiden collega KI-onderzoekers, besluiten Casters brein weg te schrijven naar een harde schijf. Maar is het nog wel dezelfde persoon, want de download ontwikkelt dictatoriale trekjes.

Transcendence is het regiedebuut van Wally Pfister, de vaste cinematograaf van Christopher Nolan en verantwoordelijk voor het uiterlijk van spectaculair ogende films als de recente Batman-trilogie, Inception en Memento. En beeld is het enige wat zijn film te bieden heeft, want het verhaal is een overjarige gatenkaas, waarin de ene na de andere pakkende verhaallijn zich aandient, om vervolgens te worden vergeten. Hoe spannend is het om minuten lang te kijken naar twee wetenschappers die zwijgend op knoppen staan te drukken en naar schermen staren? Wie denken ze te bedotten?

Onbedoelde camp
Niet de kijkers, want hoe spijtig ook voor de regisseur die voor zijn debuut mocht spelen met een budget van naar verluidt honderd miljoen dollar, in de Verenigde Staten is de film al geflopt. Het vermogen van het publiek om zijn ongeloof voor de duur van de film uit te stellen wordt te zwaar op de proef gesteld, er zitten teveel clichés en voorspelbare scènes in het scenario, de premisse ‘Kunnen computers emoties hebben (of simuleren)?’ wordt zo kneuterig uitgewerkt en de personages zijn zo volstrekt zielloos dat het uitzitten van de twee uur die Transcendence duurt trekken van een lijfstraf krijgt. En als drol op de modder is daar Johnny ‘Botox’ Depp.

Recensie Transcendence

Kunstmatige intelligentie is in filosofisch en wetenschappelijk opzicht een boeiende thema, maar deze film slaagt er niet in om de kijker ook maar een seconde emotioneel te engageren.

Transcendence oogt als een barok plaatjesboek waarin iedereen – makers, acteurs en toeschouwers – hopeloos verdwaald is geraakt. Sommige mislukkingen zijn interessant; deze niet, zelfs niet als onbedoelde camp. Misschien had een kunstmatige intelligentie nog iets van deze dramaloze draak kunnen maken.

 

16 juni 2014

 
ALLE RECENSIES

Starred Up

****

recensie  Starred Up

Koning van de tralies

door George Vermij

Starred Up is een intens gevangenisdrama dat je gelijk al in de openingsscènes naar de strot vliegt en niet loslaat. Voor regisseur David Mackenzie is het gelukkig een terugkeer naar rauwe cinema die in Engeland een lange traditie heeft.

Gewelddadig straatschoffie Eric wordt in de eerste beelden van Starred Up een Britse gevangenis ingeleid. Hij lijkt nog een rustige en stille jongen als hij zich uitkleedt om gecontroleerd te worden door een cipier. Acteur Jack O’Connell is echter al bekend van het nare Eden Lake  waar hij als agressieve puber een koppel terroriseert. Nu komt de dreiging tot uiting als Eric tot brute uitersten gaat om zijn machtspositie binnen de bajes te bewijzen.

Recensie Starred Up

Daar is vervolgens een maatschappelijk werker, gespeeld door Rupert Friend, die gelooft dat hij tot Eric kan doordringen. Probleem is wel dat Erics vader in dezelfde bajes zit waardoor er een machtsstrijd tussen vader en zoon ontstaat. Een nerveuze gevangenisdirecteur probeert ondertussen de orde te handhaven met behulp van gevangenen die niet schuwen om geweld te gebruiken.

Brutaal en agressief
Starred Up is een brutale en agressieve film die wonderbaarlijk genoeg ook ruimte openlaat voor emoties in zijn tweede helft. Als kijker heb je dan wel al wat brute scènes voorbij zien trekken die je niet in de koude kleren gaan zitten. Regisseur David Mackenzie maakte eerder de meer absurde en surrealistische films Hallam Foe en Perfect Sense. Die laatste is een pretentieus en symbolisch relaas over de kracht van zintuigen en heeft een sensuele Eva Greene om dat te benadrukken.

Die wereld is ver te zoeken in Starred Up. Mackenzie hanteert met zijn op-de-huid-van camera een realistische stijl die overtuigt. Het geweld is rauw in beeld gebracht in de traditie van Britse regisseurs zoals Alan Clarke, wiens Scum wat gelijkenissen vertoont met de film. Verder doet de film in zijn focus op het leven binnen de muren ook denken aan Un prophète.

Recensie Starred Up

Beklemmend en intens
Mackenzie kan terugvallen op een solide en charismatische cast. O’Connell weet moeiteloos over te gaan van keiharde bajesklant naar een getroebleerd persoon met familieproblemen. Zijn vader wordt gespeeld door Ben Mendelsohn die sinds Animal Kingdom een indrukwekkende reputatie heeft opgebouwd door zijn dreigende aanwezigheid waarnaar je kunt blijven kijken.

Intens en beklemmend is wat je uiteindelijk krijgt. Geen makkelijke of vermakelijke film, maar een oprecht en compromisloos beeld van het leven achter de tralies en de vieze machtsspelletjes die er plaatsvinden.

 

20 mei 2014

 
ALLE RECENSIES

Railway Man, The

***

recensie  The Railway Man

Een leger van geesten

door Cor Oliemeulen

De Engelse ex-officier Eric Lomax weet wat lijden is. Zijn levensverhaal mondt uit in een confrontatie met de hoofdschuldige. The Railway Man is de verfilming van Lomax’ autobiografie. Tijdens de montage overlijdt hij. Opdracht volbracht. 

“We leven niet, we kunnen niet liefhebben, we kunnen niet slapen, we zijn een leger van geesten”, zegt Finlay (Stellan Skarsgård) tegen Patti (Nicole Kidman), de vrouw van Eric Lomax (Colin Firth) met wie hij in een Jappenkamp zat. Even later stelt Finlay een onomkeerbare daad om zijn oude kameraad duidelijk te maken dat hij moet afrekenen met het verleden.

Recensie The Railway Man

Birma-spoorlijn
In 1942 geven de Engelsen zich in Singapore over aan het Japanse militarisme. De meeste krijgsgevangenen worden in Thailand tewerkgesteld om een 415 kilometer lange spoorlijn door de jungle naar Birma aan te leggen. In deze hel vinden meer dan 80.000 mensen de dood waaronder ruim 6.000 Britten. De 21-jarige Eric Lomax (Jeremy Irvine) heeft het geluk dat hij zich nuttig mag maken als technicus, maar de pech dat hij wordt betrapt nadat hij een radiozender in elkaar heeft geknutseld. De martelingen zullen de rest van zijn leven beheersen.

Ook nog als hij in 1980 verliefd wordt op Patti, die hij ontmoet in een trein. Eric weet alles van treinen en imponeert haar met zijn vakkennis en lichte onbeholpenheid. Ze trouwen, maar al snel weet Patti zich geconfronteerd met zijn nachtmerries en posttraumatische stress. Beetje bij beetje ontdekt zij Erics verschrikkelijke verleden en dringt zij aan om stoom af te blazen. Een confrontatie met de man die verantwoordelijk is voor al het leed, is bittere noodzaak. Eric reist naar Thailand en ontdekt dat zijn persoonlijke vijand westerse toeristen rondleidt in het kamp waar hij gruwelijk is mishandeld.

Recensie The Railway Man

Wraak of verzoening?
Hier zien we de grote acteur Colin Firth die zijn beul (Hiroyuki Sanada) ontmoet, worstelt met zijn diepste gevoelens en heen en weer wordt geslingerd tussen wraak en vergeving, haat en verzoening. Hij zwaait met een mes, sluit de Japanner op in een kooitje waarin hij zelf gevangen zat en betreedt de ruimte waarin hij destijds heel hard om zijn moeder riep.

Hoe verbazingwekkend, hoopgevend en inspirerend de finale ook is, The Railway Man blijft een beetje vlak. De personages zijn ingetogen en blijven teveel op afstand, het ontbreekt aan voldoende emotionele betrokkenheid. De regie van Jonathan Teplitzky is zwaar en zuigt je niet in het verhaal, er is geen kwinkslag en nauwelijks een lachje. Hoe dan ook heeft de film een krachtige boodschap en overstijgt het nut van welke Waarheidscommissie dan ook.

 

26 april 2014

 
ALLE RECENSIES

Metro Manila

****

recensie  Metro Manila

Engels talent verrast opnieuw

door Alfred Bos

Kleine grote film over de boer Oscar Ramirez die in de Filippijnse hoofdstad een nieuw bestaan voor zijn gezin probeert op te bouwen. Onschuld en fatsoen tegenover hebzucht en corruptie, met een Shakespeareaans slot.

Zijn vorige film haalde in Nederland het filmdoek niet en ook op zijn nieuwe werkstuk was het even wachten – België en Frankrijk gingen ons de afgelopen zomer voor – maar Metro Manila is alle geduld waard. Het is een onafhankelijk geproduceerde film van een Engelse regisseur, die speelt in de Filipijnse hoofdstad en is gedraaid met lokale, voor de Europese kijker volstrekt onbekende acteurs. Die zijn meer dan overtuigend in een film over de corruptie van een goedwillende ziel.

Recensie Metro Manila

Goede wil is het laatste wat Oscar Ramirez, zijn vrouw Mai en hun twee jonge kinderen in Manilla aantreffen, wanneer ze noodgedwongen hun boerenbestaan opgeven en naar de Filipijnse megapool trekken. Daar dolen ze verloren door een warboel van modernistische hoogbouw en treurige sloppenwijken, bevolkt door menselijke roofdieren die elke zwakte genadeloos uitbuiten. Ramirez vindt emplooi als bewaker van gewapende geldtransporten en er gloort hoop voor het gezin. Zo lijkt het.

Originele geest
Regisseur Sean Ellis is een originele geest en een creatief buitenbeentje. Hij debuteerde in 2004 met het surrealistische en mild-komische Cashback, over een onderpresterende dromer die de tijd kan stilzetten en in die droomtijd zijn werkelijke leven leeft. Ook zijn tweede, de psychologische thriller met horrortrekjes, The Brøken (in Nederland alleen op dvd), was vindingrijk van verhaal en uitvoering. Metro Manila is een stuk rauw-realistischer dan beide voorgaande films, maar valt wederom op door zijn aandacht voor de personages en zijn oorspronkelijke benadering.

In zijn schets van individuen die worden vermalen in een door hebzucht en corruptie vergeven tijgereconomie vertoont Metro Manila overeenkomsten met A Touch of Sin van de Chinese regisseur Jia Zhang-Ke. Als een moderne Dickens geeft Ellis blijk van een empathische blik en ontwaart hij wrange poëzie in treurnis en ellende. Wanneer Oscar en zijn gezin arriveren in de megapool zien we de grootsteedse chaos door hun ogen en klinkt er verstilde ambient op de geluidsband; pas na enige tijd raast het kabaal. Het verbeeldt hoe overdonderend en sprookjesachtig de eerste kennismaking met de grote stad is. Het is teveel om allemaal in één keer te bevatten.

Recensie Metro Manila

Indringend realisme
Metro Manila is grotendeels vanaf de schouder gedraaid en oogt als een sociale reportage, wat de film indringender maakt dan fraai gestileerde cinematografie had kunnen bewerkstelligen. De kijker raakt betrokken bij Oscars werdegang, die tegen de klippen op volhardt in zijn fatsoen. Ook als zijn collega-geldloper, de geharde ex-politieman Ong die in de gepantserde geldwagen bij voorkeur naar Maria Callas luistert, minder onschuldig blijkt dan hij zich voordoet weet Oscar een integere uitweg te verzinnen uit een onmogelijke situatie.

De verrassing wending schuilt in de climax, die zowel spijkerhard als ontroerend is. Net als bij zijn beide voorgaande films is Ellis naast de regie verantwoordelijk voor scenario, productie en cinematografie. Metro Manila is zijn derde rake film op rij, wederom een eigen variant op een bekend genre en gerealiseerd op een afwijkende, originele manier. Het wordt tijd voor een productie voor een grote studio, met een navenant budget, want oorspronkelijke talenten als het zijne zijn schaars.

 

19 april 2014

 
ALLE RECENSIES