Sage Femme

****

recensie Sage Femme

Hobbelige weg naar verzoening

door Cor Oliemeulen

Béatrice heeft altijd groots en meeslepend geleefd. Elke druppel plezier probeerde ze uit het leven te persen, maar nu is ze ziek. Het Franse drama Sage Femme gaat over de moeizame relatie tussen vroedvrouw Claire en de voormalige geliefde van haar vader. Je ziet maar een paar keer per jaar twee voorbeeldig acterende hoofdrolspeelsters samen in een film.

Als fan van Catherine Deneuve kijk je altijd reikhalzend uit naar haar nieuwe film. De inmiddels 73-jarige grande dame van de Franse cinema heeft allang de magische grens van honderd speelfilms overschreden en wil nog lang niet van stoppen weten. Haar vorige productie, Le cancre, schopte het niet tot de Nederlandse bioscopen, echter in de drie films daarvoor – 3 Coeurs, La tête haute en Le tout nouveau testament – was ze nog te bewonderen als toonbeeld voor hordes actrices die ook de artistieke top willen bereiken.

Sage Femme

Immer beminnelijke diva
Niet alle films met Catherine Deneuve zijn even geslaagd, maar de immer beminnelijke diva blijft intrigeren. In het begin van haar carrière vaak gecast als frigide femme fatale – zoals in de klassiekers Repulsion (1965) en Belle de Jour (1967) – zie je haar de laatste decennia vaak als openhartige, door de wol geverfde, moeder(figuur). Het klassieke blonde kapsel en de sigaret zijn bijna al die jaren onafscheidelijk gebleven. Ook in Sage Femme, waarin Deneuve de rol van Béatrice op grootse wijze gestalte geeft en zich geenszins laat hinderen door enkele ongeloofwaardigheden in het plot.

En dan is er nog Catherine Frot. Internationaal bekend geworden door La tourneuse de pages (2006) en excellerend in haar vorige speelfilm Marguerite (2015), speelt zij als vroedvrouw de titelrol. Claire is de 49-jarige alleenstaande moeder van een zoon die medicijnen studeert en werkt met hart en ziel in de bevallingskliniek die wegens veroudering en te weinig winst dreigt te worden gesloten. Claire weigert een baan in de nieuwe ‘babyfabriek’ en noemt zich liever vroedvrouw (sage femme) dan verloskundige.

Sage Femme

Tegenpolen
We zien hoe Claire pasgeboren baby’s in de armen van hun moeders legt, hoe zij geboortecomplicaties oplost en een enkele keer het kind niet kan redden. Pas in haar volkstuin komt ze geheel tot rust. Haar routineuze leventje en de sereniteit maken plaats voor agitatie en onrust  vanaf de dag dat Claire een bericht van Béatrice ontvangt. Meer dan dertig jaar geleden hadden ze een goede band, echter Béatrice vertrok plotseling uit Claires leven. Terwijl nu bijna alle voorspoed uit het leven van Béatrice is verdwenen, is het aan Claire om over haar pijn heen te stappen. De weg naar verzoening is hobbelig, maar krijgt langzaam vorm door drama, humor, ontroering en empathie.

Martin Provost staat bekend als regisseur van drama’s over vrouwen, zoals Séraphine (over het leven van de gelijknamige Franse schilderes, 2008) en Violette (over de vriendschap tussen uitgeefster/schrijfster Violette Leduc en haar beroemde collega Simone de Beauvoir, 2013). Ditmaal geen biografisch drama maar een persoonlijke geschiedenis over spijt en vergeving, over het volgen van je hart en de cyclus van het leven. Een hartverwarmend verhaal over hoe het koesteren van een gemeenschappelijke liefde twee tegenpolen bij elkaar kan brengen.
 

19 juni 2017

 
MEER RECENSIES

Winnie

***

recensie Winnie

Portret van een omstreden heldin

door Cor Oliemeulen

Winnie gaat over de gelijknamige zwarte mensenrechtenactiviste die werd bewonderd én verguisd. Net als Bram Fischer een nuttig document om je wat in de turbulente geschiedenis van Zuid-Afrika te verdiepen. De docu toont vooral een, soms eenzijdig, portret van een heldin.

Weinig mensen zo toegewijd als Winnie Nomzalo Madikizela: aan haar man Nelson Mandela en haar strijd tegen de Apartheid. In de documentaire Winnie van Pascale Lamche vertelt één van haar biografen dat Winnie heel vaak is verraden door mensen in haar omgeving die ze vertrouwde en dat ze jarenlang systematisch in de gaten werd gehouden en getreiterd door de geheime dienst van Zuid-Afrika. Terwijl echtgenoot Nelson een ‘levenslange’ gevangenisstraf uitzat, was Winnie één van de weinigen die hem heel af en toe mocht bezoeken op Robben Island.

Winnie

Fanatiek voorvechtster
Tijdens zijn 27-jarige gevangenschap heeft Nelson Mandela de wereld vooral door Winnie’s ogen gezien. De opstanden in de zwarte woonwijken, de repressie en het extreme politiegeweld tot en met de groeiende steun voor gelijke rechten uit het buitenland. Zo werd Winnie ooit opgezocht door Bobby Kennedy, maar sprak de Amerikaanse president Ronald Reagan zich uit tegen haar terroristische activiteiten. Van hem mocht Zuid-Afrika beslist geen communistische staat worden en bovendien mocht het olietransport vanuit het Midden-Oosten geen gevaar lopen.

Winnie Mandela groeide snel uit tot dé voorvechtster van de strijd tegen de blanke onderdrukking. Zij komt zelf aan het woord, toen en nu, net als haar dochter, journalisten en andere volgers en betrokkenen. Het beeld ontstaat dat Winnie altijd scherp in de gaten werd gehouden en vaak werd opgepakt, ondervraagd en in de gevangenis gezet. Zij vormde een regelrechte bedreiging voor de positie van de witte macht. Zij werd verbannen naar het kleine gehucht Branston, waar zij zich vervoerde in een rode Kever en haar strijd geenszins zou temperen.

Beschadigde reputatie
Winnie’s tegenstanders bewerkten de media om haar reputatie te beschadigen en haar politiek te neutraliseren. Meer dan eens werd ze in verband gebracht met liefdesaffaires, fraude, diefstal en het aanmoedigen van geweld tegen infiltranten. Eén van de sterkste punten van Winnie is het interview met Vic McPherson, het toenmalige hoofd van Stratcom Operations die de heksenjacht op Winnie graag bevestigt. Met een hond op zijn schoot vertelt hij in geuren en kleuren over surveillance, infiltraties en de vele campagnes om de activiste zwart te maken. Samen met de terugblik van het toenmalige hoofd van de nationale veiligheidsdienst maakt dat de documentaire minder eenzijdig.

De documentaire is een eerbetoon aan de krachtige persoonlijkheid Winnie Mandela, en laat derhalve enkele zwarte bladzijden buiten beeld. Er is weliswaar aandacht voor haar militante aanpak om het apartheidsregime omver te blazen – variërend van een trainingskamp in Lesotho en aanvallen op economische doelen en politiebureaus tot en met de ontvoering en moord op de jeugdige infiltrant Stompie Moektsei in 1991, waarvoor volgens een rechtbankgetuige Winnie persoonlijk haar bodyguards van de Mandela United Football Club opdracht zou hebben gegeven. Maar onvermeld blijven de zogenaamde halsbandmoorden op (vermeende) collaborateurs – de slachtoffers kregen om hun nek een met benzine overgoten autoband, die vervolgens in brand werd gestoken –  waarover Winnie nooit haar afkeuring uitsprak.

Winnie

Omstreden heldin
Door haar politieke denkbeelden en de agressieve manier waarop volgens haar de Apartheid moest worden bestreden, werd haar positie in het ANC (African National Congress) meer en meer omstreden. Na de vrijlating van Nelson Mandela in 1990 en de legalisatie van het ANC begonnen voorzichtig de onderhandelingen met het regime. Terwijl Winnie voor veel jongeren in de zwarte woonwijken en bewonderaars in het buitenland een heldin bleef, werd zij zowel persoonlijk als politiek langzaam, maar gedecideerd, aan de kant geschoven.

Die troosteloze ontwikkeling geeft de film een wrange en aandoenlijke lading. Door Winnie’s omstreden gedrag, de druk van andere ANC-kopstukken en het beoogde presidentschap voelde Nelson zich genoodzaakt om van haar te scheiden. We zien vervolgens hoe Winnie tijdens de beëdiging ergens achteraf op een stoel wordt gemanoeuvreerd en hoe de vermaarde bisschop Desmond Tutu haar openlijk oproept tot het maken van excuses voor alle fouten die zij volgens hem heeft gemaakt. Het is begrijpelijk en bewonderenswaardig dat Winnie zich niet helemaal naar de slachtbank heeft laten leiden. Tot op de dag van vandaag is zij een nog door velen gerespecteerd lid van het Zuid-Afrikaanse parlement.
 

17 juni 2017

 
MEER RECENSIES

Souvenir

***

recensie Souvenir

Herrezen uit de as

door Cor Oliemeulen

Isabelle Huppert is een eeuwig durende fascinatie. In Souvenir speelt ze een vijftigster die na een mislukte zangcarrière wegkwijnt in een vleesfabriek en door een ambitieuze bokser uit haar monotone bestaan wordt gesleurd.

Wat zou er toch zijn gebeurd met al die deelnemers aan het Eurovisie Songfestival? Slechts een enkeling weet zich na deze jaarlijkse hysterie te onttrekken aan de vergetelheid, maar de meeste deelnemers wacht een triest lot. Zo ook Lilian (Isabelle Huppert), die volgens de mythe van Souvenir zo’n dertig jaar geleden onder haar artiestennaam Laura op de tweede plaats eindigde achter Abba, maar die hadden volgens sommigen alleen maar gewonnen door een corrupte jury. Terwijl de leden van de Zweedse popgroep kunnen bogen op tientallen wereldhits en alleen nog maar voor hun plezier hoefden te werken, is Lilian veroordeeld tot het decoreren van bakken paté in een vleesfabriek.

Souvenir

Lillian/Laura
Lilian heeft haar redenen om het verleden te willen vergeten. Aan de lopende band in de fabriek heeft ze nauwelijks contact en ’s avonds thuis trekt ze de gordijnen dicht, verscholen achter de televisie en een fles drank. De komst van de nieuwe, veel jongere collega Jean (Kévin Azaïs) zet haar saaie leventje op zijn kop. Hij herkent onmiddellijk de songfestivalkandidaat van weleer, want zijn vader is altijd verliefd gebleven op de zangeres Laura en dat mag de hele familie weten. Jean haalt Lilian over om eenmalig op te treden tijdens een feest op zijn boksschool, en van het een komt het ander.

De Vlaamse regisseur Bavo Defurne (die eerder furore maakte op Gay & Lesbian Festivals) gooit het – hoewel het fenomeen songfestival onder homo’s erg populair is – ditmaal over een heel andere boeg. Souvenir is een feelgoodfilm over een vereenzaamde oudere vrouw met vervlogen dromen die zich weet op te trekken aan de oprechte aandacht van een twintiger. Een bijna kinderlijk eenvoudig verhaal over hoop en een onmogelijke liefde. Sfeervol gefilmd door de kleuren die de verschillende stemmingen symboliseren, subtiel gemonteerd en sterk geacteerd, met de nadruk op kleine gebaren en veelzeggende blikken. De beelden zijn belangrijker dan de woorden.

Souvenir

Huppert
Met Isabelle Huppert in de hoofdrol kan weinig misgaan. Pas sinds Elle van Paul Verhoeven doorgebroken voor het grote publiek, zal de nieuwe schare fans vast ook kunnen genieten van haar weinig opdringerige, maar o zo solide spel in dit kleine komische drama. Zingen doet de rossige Française zelf in Souvenir. Geen probleem, want om hoog te scoren bij het Eurovisie Songfestival hoef je natuurlijk niet per definitie een dijk van een stem te hebben. Een bedeesde charmante verschijning in een mooie jurk kan ook de juiste snaar raken. De soundtrack van de Amerikaanse band Pink Martini sluit naadloos aan bij Laura’s ingehouden chansons.

Ook Kévin Azaïs met zijn open, sympathieke uitstraling is sterk gecast. Zijn talent werd twee jaar geleden al opgemerkt in Les combattants waarin ook zijn tegenspeelster Adèle Haenel (later te zien in Les ogres en La fille inconnu) zonder al teveel fratsen van het scherm spatte. Ook de bijrollen in Souvenir zijn prima verzorgd, zoals Jan Hammenecker als Joe’s vader, die trots is dat zijn zoon het hart van de zangeres heeft veroverd, en Johan Leysen als Lillian’s ex-man, die zijn eigen motieven voor een comeback heeft. Warme, authentieke prent zonder poespas.
 

28 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Django

***

recensie Django

Requiem voor zigeunerbroeders

door Alfred Bos

De legendarische jazzgitarist Django Reinhardt is het hoofdpersonage van een geromantiseerd verhaal over zijn leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het dient als kapstok voor een film over de zigeunervervolging door de nazi’s.

Muziek stond centraal in het leven van gitarist Django Reinhardt (1910 – 1953), de in België geboren zigeuner die als kind bij een brand twee vingers verloor maar in het Parijs van de jaren dertig uitgroeide tot een in Amerika gekend gitaarfenomeen. Hij creëerde een geheel eigen stijl, die de basis vormde voor een nieuw en uniek genre – hot jazz, of zigeunerjazz, de enige Europese bijdrage aan de jazz – dat ook in de eenentwintigste eeuw nog immer springlevend is. Als gitarist is hij nimmer geëvenaard: Reinhardt gaf iedere noot, en dat waren er veel want de man speelde sneller dan het licht, zijn eigen coloratuur mee. En dat onversterkt, met twee vingers. De man was meer dan virtuoos, hij was een genie.

Django

Django is geen biopic over leven en werk van de legendarische jazzgitarist. In de naar hem vernoemde film speelt de uitvinder van de hot jazz weliswaar de hoofdrol, maar het verhaal komt uit de fantasie van auteur Alexis Salatko. Die publiceerde in 2013 de roman Folles de Django, over het wedervaren van de muzikant tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is een fictief verhaal binnen een historisch kader, met biografische feiten als uitgangspunt. De film vestigt de aandacht op een vaak onderbelicht aspect van de naziterreur.

Niet-arische instrumenten verboden
Django opent in juni 1943 in de Belgische Ardennen met de vervolging en executie van musicerende zigeuners. De proloog introduceert het hoofdthema: niet alleen joden, ook zigeuners werden door de nazi’s beschouwd als untermenschen en op grote schaal afgevoerd naar vernietigingskampen. De film sluit af met de uitvoering van Requiem voor zigeunerbroeders, een klassieke compositie die Reinhardt tijdens de oorlogsjaren heeft geschreven. In de twee uur tussen proloog en epiloog wordt de historische werkelijkheid opgeleukt met fictie.

Django Reinhardt, gespeeld door Reda Kateb (in Nederland te zien geweest in La résistance de l’air), is in 1943 getrouwd met Naguine (de Roemeense folkzangeres Beata Palya). Vanwege zijn populariteit gedogen de nazi’s zijn optredens in de clubs van Parijs. Voor propagandadoeleinden nodigen ze hem zelfs uit voor een tournee door Duitsland, mits hij niet met zijn voet de maat meetikt. ‘Blues breaks’ en niet-arische instrumenten zijn verboden.

Hij heeft ook een aanbidster, Louise de Klerk (de Belgische actrice Cécile De France), die door de nazi’s wordt gebruikt, en misbruikt, als informant c.q. verklikker. Ze waarschuwt Django: zigeuners zullen worden opgepakt, vlucht nu het nog kan.Via het verzet komt de gitarist, met zwangere vrouw en musicerende broers La Plume en Nin-nin, tot de Zwitserse grens. Daar wordt hij pion in een dubbelspel rond een villa met hoog bezoek, een Britse piloot die naar Zwitserland moet vluchten en een aanslag.

Django

Voortreffelijke soundtrack
Het klinkt allemaal tamelijk gekunsteld, dat gesjacher met feit en fictie. Reinhardt heeft in werkelijkheid twee pogingen ondernomen om naar Zwitserland te ontkomen, wat niet lukte. De tweede keer bereikte hij neutrale bodem, maar grenswachten stuurden hem terug. Mevrouw De Klerk en de verwikkelingen rond de villa aan het meer daarentegen zijn fantasie. En passant zien we hoe de gitarist achter een kerkorgel kruipt en de eerste schetsen voor zijn Requiem componeert; zijn broer noteert wat hij improviseert. Het is een omslachtige manier om het thema van Django te illustreren: de zigeunervervolging. Het historische personage zit het punt van de film eerder in de weg, terwijl het dat juist zou moeten schragen.

Debuterend regisseur Etienne Comar, een ervaren producent die zich tevens als scenarist heeft laten kennen, ook voor deze film, is het best op dreef in de eerste akte, die het muzikantenmilieu van bezet Parijs schetst. Daarin is ook de meeste – en voortreffelijke – muziek te horen. De razendsnelle riedels van Katebs Reinhardt komen uit de gitaar van Stochelo Rosenberg, sologitarist van het Nederlandse Rosenberg Trio dat tekent voor de soundtrack. Die is wellicht het best deel van deze tweeslachtige film. En Reinhardts Requiem moet nodig integraal op plaat verschijnen.
 

29 april 2017

 
MEER RECENSIES

Raw

****

recensie Raw

De weg van het vlees

door Suzan Groothuis

Voor de jonge Justine verandert alles als zij start met haar opleiding diergeneeskunde. Na het eten van konijnenniertjes krijgt ze immense trek in vlees. Wel een beetje vreemd als je al jaren overtuigd vegetariër bent. Een film over identiteit, lichamelijke transformaties en jawel… kannibalisme.

Julia Ducournau’s Raw (ze regisseerde de film en schreef het script) opent unheimisch met een ogenschijnlijk jonge vrouw die langs de weg loopt, gefilmd vanuit de verte. Een auto nadert. De vrouw werpt zich ervoor, om vervolgens weer op te staan en met vastberaden tred naar de gecrashte auto te lopen. Het hoe, wat en waarom zien we later. Want na deze mysterieuze opening verschijnt de filmtitel Raw (Grave) in grote letters in beeld en maken we kennis met de jonge Justine, die door haar ouders naar de studentencampus wordt gebracht.

Raw

In de cafetaria, waar ze nog even een maaltijd nuttigen met elkaar, constateert Justine dat er een stuk vlees in haar maaltijd zit. Drama alom. “Je hebt er toch niet van gegeten?”, vraagt haar moeder dwingend, waarop het meisje heftig nee schudt. Justine is namelijk al jaren overtuigd vegetariër. Weet zij veel, dat er op de campus nog grotere uitdagingen te wachten staan.

Ontgroening met konijnenniertjes
Justine, in alle opzichten de belichaming van puurheid en onschuld, is op de faculteit diergeneeskunde namelijk overgeleverd aan de grillen van de ouderejaarsstudenten. Haar staat een ontgroening te wachten, waaronder het eten van konijnenniertjes. Haar zus Alexia, een jaar ouder, dwingt haar het niertje te eten. Vegetariër of niet, het hoort erbij. Vol weerzin kauwt Justine het niertje weg, waarna de ware helletocht begint.

Vanaf dan verandert Raw in een uiterst vleselijke film, met referenties naar films van David Cronenberg en Marina de Vans intense In My Skin (2002). De camera registreert op beheerste, kille wijze hoe Justine geleidelijk aan transformeert in een kannibaal. Tegelijkertijd is er ook aandacht voor haar ontluikende seksualiteit. De zware ontgroening, waarbij de feuten in de nacht van hun bed worden gelicht en als laatste mogen gaan slapen, draagt ook bij aan de uitputting en desoriëntatie.

Frontale kijk op het vleselijke
Raw verlangt een sterke maag van de kijker. De focus op vleselijkheid is realistisch en frontaal in beeld gebracht. Cronenberg vormt hiertoe een duidelijke inspiratie, alsmede het feit dat Ducournau’s ouders beiden arts zijn met een afstandelijke, klinische kijk op het leven en de dood. Zonder de camera af te wenden zien we hoe Justine’s onbedwingbare behoefte aan vlees haar lichaam overneemt: immense jeuk laat branderige, opengekrabde plekken achter en een afgeknipte vinger wordt tot het botje afgekloven.

Raw

Raw is een grensverleggende film, waarin thema’s als kannibalisme en de grenzen tussen menselijk en dierlijk gedrag worden geëtaleerd. Zo is er een discussie tussen Justine en medestudenten over apen die verkracht worden. Een aap die verkracht is lijdt net zoveel als een vrouw die verkracht is, luidt Justine’s stelling. Een uitspraak die verbazing en afschuw oproept.

Band van het gezamenlijk bloed
Ducournau durft de grenzen op te zoeken, maar doet dat middels een kalme, ijzige registratie. Seksualiteit, identiteit en beestachtigheid vloeien in elkaar over, met de grauwe, onheilspellende studentencampus als middelpunt. De beestachtigheid van de ontgroening gaat hand in hand met de dierlijke impulsen van Justine en haar zus.

Uiteindelijk staat ook de band van gezamenlijk bloed centraal, net als in het beklemmende We Are What We Are (2013). In die film dwingt een vader zijn twee dochters mee te doen aan een traditie van familierituelen. Ook in Raw moeten de twee zussen, met overtuigende rollen van Garance Marillier als Justine (vernoemd naar de deugdzame Justine in Marquis de Sade) en Ella Rumpf als Alexia, hun weg zien te vinden in die onoverkomelijke, volwassen wereld.
 

23 april 2017

 
MEER RECENSIES

Aloys

***

recensie Aloys
Schetsen van eenzaamheid

door Ralph Evers

Aloys is de eerste lange film van regisseur Tobias Nölle. Een film met een eigen gezicht, vervreemdend door haar surrealisme en subtiel balancerend tussen humor en drama. Blijft de kijker echter gefascineerd?

Aloys Adorn heeft samen met zijn vader een privédetectivebureau. Hij brengt zijn tijd door van achter een camera, waar hij vreemdgaande partners filmt. Hij is een zonderling man, die zijn leventje perfect onder controle heeft. Dan overlijdt zijn vader en begint zijn wereld barsten te vertonen. Op een ochtend wordt hij wakker in een bus. Bijkomende van een kater ontdekt hij dat zijn filmcamera met een aantal belangrijke tapes voor een huidige zaak verdwenen zijn. Niet lang daarna wordt hij gebeld door een mysterieuze vrouw die zijn handel en wandel nauwlettend in de gaten heeft gehouden.

Aloys

De film wordt naar een meta-positie getrokken en we gaan samen met Aloys op het mysterie af. We krijgen aanvankelijk enkele hints en worden tevens misleid. De vrouw nodigt hem uit tot een Japanse uitvinding: telephone walking, ontwikkeld door een Japanse neurologe uit 1984 om eenzame mannen te helpen. Als je je hoofd dicht bij de muur houdt kun je horen waar de ander is. Fantasie en realiteit vervloeien door het harde beton in elkaar over. Een uitweg lijkt zich in Aloys’ lege en eenzame bestaan aan te bieden.

Verwarring alom
Vanaf het begin voelt Aloys al wat vreemd aan. De staalblauwe luchten, weidse perspectieven, de kille stedelijkheid en industriële elementen vervreemden het individu in de opslokkende omgeving. De kleurtinten zijn gedimd en de muziek neigt stemmig, maar versterkt het vervreemdende gevoel door de verstilde klanken een rust te geven.

Hoewel Aloys zijn zaakjes nog aardig op orde heeft, zal menig kijker even moeten zoeken naar houvast. Wanneer dit zich lijkt aan te dienen worden we opnieuw op het verkeerde been gezet door de mysterieuze beller. Hierin is de film weinig meedogend naar de kijker.

Aloys

De scènes tussen de fantasie en de realiteit wisselen elkaar in hoog tempo af. Dit levert soms prachtige beelden op, zoals de rookwolk in het bos, nadat Aloys in zijn bad een rotje heeft afgestoken. Die had hij van de eigenaar van het Chinese restaurant om de boze geesten te verdrijven. Ook de close-up van de vervaarlijk kijkende vogel is slim gevonden. Het dier kijkt ons indringend aan en met zijn neurotische trekje in de ogen is het een verwijzing naar de verwarring van Aloys.

Rivella
De slogan ‘een beetje vreemd, maar wel lekker’ gaat voor een lange tijd op voor Aloys. Echter, naarmate de tijd verstrijkt, bekruipt het gevoel van langgerektheid. De gekte, die aanvankelijk verfrissend werkt, krijgt te weinig richting om de film de volle lengte te kunnen blijven dragen. Daarbij is ook de humor van regisseur Tobias Nölle te subtiel om goed te vangen. Is het lot van Aloys nu om te lachen of om te huilen?

Na afloop krijg je het idee naar een schets gekeken te hebben, zoals je dat ook wel ziet bij schilders. Eerst een studie, dan het hoofdwerk. De thematiek en uitwerking zijn voldoende voor een onderhoudende film, maar de chemie, de afstemming met de kijker is nog te ongepolijst. Laten we hopen dat Nölle hier in de toekomst meer handigheid in krijgt.
 

15 april 2017

 
MEER RECENSIES

Réparer les vivants

***

recensie Réparer les vivants

De cyclus van het leven

door Cor Oliemeulen

Films over orgaandonaties zijn dun bezaaid, maar wel nodig om het belang van het verlengen van de levens van zieke mensen te onderstrepen. Het Franse drama Réparez les vivants is een directe ode aan het leven, maar verkiest technische verhandelingen boven secundaire emoties.

Volgens cijfers van de Nederlandse Transplantatie Stichting stonden vorig jaar bijna duizend landgenoten op de wachtlijst. Meer dan de helft van de patiënten wacht op een donornier, maar vooral ook longen, levers en harten blijven dringend gewenst. In Réparez les vivants (De levenden herstellen) krijgen alle direct betrokkenen van orgaandonatie een gezicht: donor, ouders, artsen en ontvanger.

Réparer les vivants

Hersendood
De tiener Simon houdt ervan zich lichamelijk in te spannen. Hij racet met zijn fiets om indruk te maken op een meisje en wint snel haar hart met zijn uitstraling en spontaniteit. Op een dag gaat hij met twee vrienden surfen op zee. De capriolen op, tussen en onder de golven zijn in mooie beelden gevangen. In hun busje op de weg terug naar huis zijn ze zo uitgeput dat Simon en de ene vriend een dutje doen. De andere vriend achter het stuur is ook niet meer okselfris en veroorzaakt een zware botsing. Simon heeft als enige zijn autogordel niet om en loopt zwaar hersenletsel op, terwijl de andere twee er met botbreuken vanaf komen.

Simon’s moeder Marianne (Emmanuelle Seigner: Frantic, Venus in Fur) arriveert als eerste in het ziekenhuis en samen met haar ex-man ontvangen ze de schokkende boodschap dat hun zoon niet meer gered kan worden en kunstmatig in leven wordt gehouden. De door verdriet overmande ouders moeten binnen enkele dagen beslissen of de organen van hun zoon voor transplantatie mogen worden verwijderd. Een zwaar dilemma, want van de buitenkant is er, op het verband rond zijn hoofd na, weinig te zien, en zijn getatoeëerde lichaam ademt regelmatig, doordat een machine zijn hart functionerend houdt. Simon lijkt zo op te kunnen staan, maar hij is hersendood.

Transplantatie of niet?
Het hoofd donatie, Thomas (Tahir Ramin, Un Prophète, Le Passé), heeft als taak om organen voor transplantaties veilig te stellen. Zoals Simons ouders moeten wikken en wegen (“de ogen zeker niet”) staat Thomas voor de zware opdracht te laveren tussen de hevige emoties van de ouders en het belang van een patiënt die met een orgaan van een jong mens kan worden gered. Zowel het gevoelige dilemma van de ouders als de functie van de arts worden realistisch en respectvol neergezet. Thomas probeert zijn gedachten af te leiden met het beeld en geluid van een zeldzame vogel en heeft ondertussen niet in de gaten dat een verpleegster hem wel leuk vindt.

En dan is er nog het verhaal van Claire (Anne Dorval, J’ai tué ma mère, Mommy), een hartpatiënt, die zojuist met haar twee zoons is ingetrokken in een woning tegenover een Parijs’ ziekenhuis waarmee ze gezien haar broze gesteldheid continu in verbinding moet staan. Ze probeert nog zoveel mogelijk van het leven te genieten, maar een paraplu vasthouden is al te inspannend en bij een bezoek aan het theater is zij genoodzaakt een portier te vragen om haar de trappen op te dragen. De kijker begrijpt snel dat Claire in aanmerking komt voor het hart van Simon. Net als de ouders en de arts moet Claire een afweging maken: wel of niet vertellen aan haar zoon, die pal voor zijn schoolexamens staat?

Réparer les vivants

Van a tot z
Réparer les vivants is een verfilming van de gelijknamige bestseller van de Franse schrijfster Maylis de Kerangal. De roman wordt geroemd vanwege de indringende weergave van de emoties van alle betrokkenen rondom orgaantransplantatie en de gedetailleerde en poëtische vertelling vanaf het vrijmaken, intuberen en loskoppelen van alle organen tot en met de incisie in Claire’s lichaam. Tegenwoordig blijkt het perfect uitvoeren van een transplantatie minder gecompliceerd dan de emotionele en psychische perspectieven van de direct betrokkenen.

Quillévéré gaat in haar filmdrama minder expliciet te werk, maar brengt de kijker beeldend genoeg op de hoogte van het hele proces. Alles begeleid door de rustieke, repeterende pianodeuntjes van filmcomponist Alexandre Desplat. Jammer genoeg worden de overwegingen van de ouders – het wel of niet beschikbaar stellen van het lichaam van hun zoon van de wetenschap – ondergesneeuwd door procedure en techniek, net als het persoonlijke leven van Claire, dat beter had mogen worden uitgediept. Neemt niet weg dat Réparer les vivants een belangwekkende film is met een eindshot van ongekend geluk.
 

12 februari 2017

 
MEER RECENSIES

Tour de France

***

recensie Tour de France

Een volkslied kun je rappen

door Cor Oliemeulen

Een rapper die na een moordaanslag Parijs moet ontvluchten komt terecht bij een sikkeneurige bouwvakker. Twee grotere tegenpolen zijn er nauwelijks, maar er ontstaat een band tijdens een tocht door Frankrijk. In het degelijke Tour de France komen twee werelden samen.

Van doodsbedreigingen op social media kijkt tegenwoordig nauwelijks nog iemand op, de daad bij het woord voegen is serious shit. Een battle tussen de rivaliserende rappers Spynx en Far’Hook leidt tot een mislukte aanslag met een geweer, waarna laatstgenoemde zijn toevlucht zoekt tot Bilal, zijn producer, op het platteland. Daar aangekomen blijkt die niet thuis, want zijn vriendin staat op het punt van bevallen. Na het nodige aandringen opent Bilals vader Serge de deur. Sinds zijn zoon Mathieu zich bekeerde tot de islam en zijn naam veranderde in Bilal heeft Serge het helemaal niet meer op mensen met een andere afkomst. Laat staan op rappers.

Tour de France

Etnisch profileren
Serge (Gérard Depardieu) kan wel een chauffeur voor zijn oude truck gebruiken en neemt Far’Hook (Sadek) mee op reis langs een aantal Franse havens. Sinds de dood van zijn vrouw treedt Serge in de voetsporen van de achttiende-eeuwse schilder Joseph Vernet en probeert hij diens havengezichten op het doek te reproduceren. De kost verdienen doet hij met wat timmerwerk en onderwijl leert hij Far’Hook hoe je met je handen werkt. Het duurt een halve film voordat er een greintje van wederzijds respect ontstaat.

Serge vindt zich geen racist, maar is wel anti-islam en voelt zich een minderheid in zijn eigen land. Hij vindt rappers dom, want hun teksten reiken volgens hem niet verder dan ‘Zuig mijn lul, beng beng’, ‘ik neuk jou want jij neukt mijn moeder’ en ‘ik ben de koning van de buurt.’ Maar als hij Far’Hook een heus opinieblad ziet lezen en deze een gedicht van Arthur Rimbaud citeert, gaan Serge’s vooroordelen langzaam overboord. Tegen de tijd dat Far’Hook door de politie wordt onderworpen aan een pittig potje etnisch profileren, neemt Serge het voor hem op, gaat met de agenten op de vuist en belandt het duo tijdelijk in de cel. En als Bilal later een dochtertje met de ‘Arabische’ naam Noura heeft gekregen, lijkt Serge’s aanvankelijke aversie als sneeuw voor de zon verdwenen.

Tour de France

Xenofoob versus moderne burger
In Tour de France komen de werelden van de oudere xenofobische autochtoon en de jonge rapper als exponent van de moderne tijd geloofwaardig samen. Dat komt door de goede interactie tussen de twee acteurs, waarvan we de sympathieke rapper Sadek ongetwijfeld vaker zullen terugzien. In pas zijn tweede speelfilm kreeg regisseur Rachid Djaïdani bovendien de beschikking over één van de grootste Franse acteurs van de laatste veertig jaar, Gérard Depardieu. Als geen ander weet hij een dergelijke onbehouwen knorrepot gestalte te geven en uiteindelijk te laten inzien dat de tijden zijn veranderd, of hij nu wil of niet. Serge’s gestage metamorfose leidt tot de grappigste scène van de film als hij ‘La Marseillaise’ begint te rappen. Maar ach, rappen in het Frans, je moet ervan houden…

Hoewel het subplot – rapper staat andere rapper naar het leven – ondergeschikt is aan de onwaarschijnlijke vriendschap tussen de twee tegenpolen, had dat veel beter uitgewerkt kunnen worden. Het is vooral Depardieu’s verdienste en uitstraling dat het werkelijke verhaal van Tour de France nergens sentimenteel en overtrokken wordt. Een solide film, maar bijzonder verrassend en opwindend is het allemaal ook weer niet.
 

14 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Cézanne et moi

**

recensie Cézanne et moi

Provençaalse Bro’s doen alles voor de kunst!

door George Vermij

Bro onmoet bro in Aix-en-Brovence. Vrienden voor het leven dat worden ze! Maar dan komen de vrouwen, het succes en de jaloezie. Kan deze bromance de druk van dat alles aan?

Dat is in een notendop Cézanne et moi. Een verhaal over de hechte vriendschap tussen twee gasten en de krachten die dat ontwrichten. Het is alleen geen Bromance-komedie, maar een serieuze film over de hoge kunsten met de stormachtige relatie tussen kunstschilder Paul Cézanne (1839-1906) en schrijver Émile Zola (1840 – 1902) als uitgangspunt.

Toch is het voorspelbare sjabloon van de bromance makkelijk te herkennen als je door al die mooi geschoten plaatjes van een denkbeeldig negentiende-eeuws Frankrijk kijkt. Misschien is dat ook niet zo gek voor een regisseuse die in feite bekend werd met een soort bromance-film avant la lettre. Danièle Thompson werkte mee aan het scenario van haar vaders La Grande Vandrouille met proto-bro’s Louis de Funès en Bourvil die de moffen te slim af zijn. Een film met het aanstekelijke ‘Tea for two, and two for tea…’

Cézanne et moi

Onafscheidelijke maten
Maar terug naar Cézanne et moi die met zevenmijlslaarzen door de levens van de Franse culturele zwaargewichten walst. Het begint allemaal met een ongemakkelijk bezoek van de oude Cézanne aan de succesvolle Zola naar aanleiding van zijn roman L’Œuvre. Vervolgens springt de film tussen flashbacks en dat pijnlijke gesprek tussen de miskende kunstenaar en de gevestigde romancier.

Wij zien ze als jongens in Aix-en-Provence waar de arme Émile bevriend raakt met de rijkere Paul wiens vader een bankier is. Onafscheidelijke maten worden het en als Zola besluit om naar Parijs te gaan, volgt Cézanne al snel. Daar belanden de mannen in een turbulent milieu met drank en vrouwen in overvloed. Zola maakt geleidelijk naam met zijn maatschappijkritische en naturalistische romans. Cézanne heeft minder succes. Samen met andere miskende kunstenaars exposeert hij op de Salon de Refusés, waar zijn werken nog het minst serieus worden genomen.

Deze miskenning vormt gaandeweg een kloof tussen beide mannen terwijl verschillende vrouwen hun pad kruisen. Zo is er Alexandrine (Alice Pol) die modelleert voor de veeleisende Cézanne, maar trouwt met Zola. Het schijnt dat zij ook het model was van de naakte baadster in Éduard Manets Le Déjeuner sur l’herbe. Een werk dat in de film ook niet kan ontbreken omdat het de geschokte reacties van het nette Parijse bourgeois publiek toont op het werk van de impressionisten.

Cézanne is binnen die groep van artistieke buitenstaanders een geval apart wegens zijn obsessieve perfectionisme en zijn wens om zich steeds verder te distantiëren van traditionele figuratieve kunst. Acteur Guillaume Gallienne portretteert hem op een wijze die wij inmiddels gewend zijn van kunstenaars: egoïstisch, koppig en gedreven. Het stereotype van het romantische en miskende genie. Een running gag in de film is dat Cézanne steeds maar tegen zijn ongeduldige schildersmodellen zegt ‘Appels blijven toch ook stilzitten!’. Zijn relatie met mensen wordt daarmee ook gelijk duidelijk. Ze zijn een last omdat ze niet te bedwingen zijn.

Vrouwen zijn zeikerds
Tegenover de temperamentvolle Cézanne is Zola een beetje een saaie kneus in de droge vertolking van Guillaume Canet. Hij heeft het op een gegeven moment gemaakt en wordt gelauwerd door het publiek ondanks zijn kritische visie op het conservatieve Franse regime. De relatie tussen hem en de schilder is wel intens en eerlijk. Als het Cézanne opvalt dat Zola een oogje heeft op zijn dienstmeid vraagt hij of hij haar al geneukt heeft.

Cézanne et moi

De bro’s before ho’s filosofie heeft het echter zwaar te verduren in Cézanne et moi. Vrouwen drijven constant een wig tussen de vriendschap, maar zijn in de film vrij eenzijdige personages. Het zijn inspiratiebronnen die even kort in wat poëtische shots worden gevangen. Daarna worden het al snel zeikerds die een ballast vormen voor de creativiteit van de mannen.

Netjes binnen de lijntjes
Wat je vooral beklijft na Thompsons film is dat je het allemaal al eerder gezien hebt. Cézanne et moi presenteert de kijker een gepolijste kostuumversie van het kunstenaarsleven in de 19e eeuw zonder de rauwe randjes. Het idyllische en pittoreske hebben visueel de overhand, maar resulteren in een soort degelijke oppervlakkigheid die alleen wil bekoren. De spanning tussen de mannen die nog als contrast dient op de mooie historische beelden heeft ook zijn problemen. Het stelt ons beeld van kunstenaars niet ter discussie omdat het strandt in clichés die worden gezien als waarheid.

Dat het thema van creativiteit pakkender verbeeld kan worden zie je terug in Jacques Rivette’s La Belle Noiseuse. Een film die is geïnspireerd op Honoré de Balzacs Le Chef-d’œuvre inconnu. Een boek dat Cézanne en zijn kunstenaarschap ook intens heeft beïnvloed en gaat over het mysterie van het creatieve proces. Het is die pijnlijke en obsessieve passie om iets nieuws te maken die je mist in het brave Cézanne et moi waar alles netjes binnen de lijntjes blijft.
 

27 december 2016

 
MEER RECENSIES

Juste la fin du monde

***

recensie Juste la fin du monde

Afscheid nemen is een opgave

door Suzan Groothuis

Afscheid nemen is een opgave. Vooral als je jaren uit contact bent geweest. En in het geval van schrijver Louis-Jean is er niet eens sprake van een band met zijn familie. Toch keert hij terug naar zijn roots om moeilijk nieuws te brengen, maar krijgt hij daartoe wel de kans?

De film opent met een scène in een vliegtuig. De camera rust op het gezicht van Louis-Jean (Gaspard Ulliel, Hannibal Rising). Mooi om naar te kijken, maar hij heeft iets vermoeids over zich. Zijn voice-over verraadt al snel waarom: Louis-Jean is stervende. En zijn vlucht leidt hem naar zijn familie om het nieuws met hen te delen. O ja, hij is jaren niet in contact geweest.

Vermoeiend weerzien
Bij aankomst wacht hem waar hij al voor vreesde. Een hysterische moeder. Een boze, cynische broer en diens vrouw die hij niet eerder ontmoet heeft. Zijn jonge zusje dat volwassen is geworden en zichtbaar heeft geleden onder zijn afwezigheid. Allen zitten met vragen. Geen vragen over het nu, maar over vroeger. Wat bewoog Louis-Jean ertoe zijn eigen pad te kiezen en uit contact te gaan? Buiten de verjaardagskaartjes dan, die hij trouw jaarlijks stuurde.

Juste la fin du monde is gebaseerd op een toneelstuk en oogt ook zo. De film speelt zich voornamelijk af binnen één decor: het huis waar Louis-Jeans familie woont, maar waar hij zelf niet opgroeide. Ontworteling lijkt hier op zijn plaats: niet alleen het huis, ook zijn familie is hem vreemd. En andersom: als zoon en broer is ook hij een vreemde. Er komt met name oud zeer naar boven. Pijn. Verdriet. Onbegrip. En boosheid, veel boosheid.

Worstelen in het leven
Films van de Canadese regisseur Xavier Dolan kenmerken zich door een sterke visuele stijl (expressieve kleuren en decors) en mensen die worstelen in het leven. In zijn vorige film, het intense Mommy, vecht een puber om uit zijn beklemmende wereld te komen. Wanneer hij op zijn skateboard een moment van vrijheid beleeft, trekt hij de beeldkaders letterlijk open. Het beeld, vergroot. Zijn leven, even bevrijd.

Juste la fin du monde

Die bevrijding kent Juste la fin du monde niet. Het spelen met beeldkaders evenmin, hoewel er aandacht is voor de aankleding: de lichtjes opbollende bloemetjesgordijnen, de opzichtig gelakte nagels van de moeder, de getatoeëerde armen van het zusje. En die immens lege, gekwelde blik van Louis-Jean, die zoekt naar het juiste moment om het einde van zijn leven aan te kondigen.

Emotie op afstand
Waar Dolans vorige films overtuigden met hun expressieve karakters, heeft Juste la fin du monde iets leegs. Je mist de diepgang van zijn eerdere films. Emoties die inslaan als een bom en verpletteren. Niet dat Dolans nieuwste ontdaan is van overdaad en emotie: er is de vurige broer Antoine (Vincent Cassel), de overdrevenheid van de moeder (Nathalie Baye) en de worstelende zus (Léa Seydoux). De stille en wat naïeve Catherine (Marion Cotillard) voegt weinig toe, behalve dat ze op de irritatiespieren van Antoine werkt. Maar de personages zijn vooral karikaturen, waarop het karakter van de introverte en ondoorgrondelijke Louis-Jean haaks staat.

Echt meevoelen doe je niet. Je bent meer observator van een afstandelijk, schreeuwerig schouwspel. Er zijn enkele momenten die beroeren, zoals de ongemakkelijke omhelzing van moeder en zoon. Of het wat surreële einde. Maar na afloop vraag je je als kijker af wat nou die pijn maakt, in eerdere films van Dolan zo voelbaar. In Juste la fin du monde is het verleden te pijnlijk en is er geen plek voor het heden. Ergens daartussen blijf je dan zweven.
 

12 december 2016

 
MEER RECENSIES