Hiroshima mon amour

*****

recensie Hiroshima mon amour

De beladen kracht van herinneren

door Cor Oliemeulen

Net voor zijn overlijden gaf regisseur Alain Resnais zijn goedkeuring aan de digitaal gerestaureerde versie van Hiroshima mon amour. Dit klassieke drama over de kracht van herinneringen en de wens om te kunnen vergeten, krijgt precies zeventig jaar (tachtig jaar in 2025, red.) na de atoombom op Hiroshima een re-release.

“Soms moeten we vermijden te denken aan de problemen die het leven biedt. Anders stikken we”, zegt de vrouw tegen de man. Ze hebben elkaar de avond daarvoor ontmoet in een bar in Hiroshima, samen de nacht doorgebracht en praten over hun verleden en onzekere toekomst. Problemen heeft het leven hen volop gegeven. De man, een Japanse architect, is getuige geweest van de atoombom op Hiroshima, terwijl de vrouw, een Franse actrice, destijds van haar Bourgondische geboortestadje Nevers naar Parijs moest vluchten, weggehoond en kaalgeschoren omdat ze een verhouding had gehad met een Duitse soldaat. Haar geliefde werd doodgeschoten en nu veertien jaar later doet de architect aan hem denken. De architect heeft andere gevoelens: hij is op slag verliefd op de actrice en dringt aan dat zij bij hem blijft. Wat volgt is een ontdekkingstocht door de ziel.

Recensie Hiroshima mon amour

Literair
Hiroshima mon amour was in 1959 het speelfilmdebuut van Alain Resnais en sloeg in als een bom. Als een van de pioniers van de revolutionaire nouvelle vague-beweging, waarin regisseurs alle traditionele filmwetten overboord gooiden, was Resnais vier jaar eerder al bekend geworden met zijn krachtige, experimentele en vooral niets verhullende korte Holocaust-documentaire Nuit et brouillard. Resnais zette het thema van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog voort in een filmdrama dat voor die tijd uiterst modern was: het hoofdpersonage deelt haar diepste gevoelens met de kijker in een literair verhaal waarin heden en verleden, alsook het schakelen tussen locaties, naadloos in elkaar overlopen.

Literair, omdat het scenario en de dialogen zijn geschreven door Marguerite Duras, vertegenwoordiger van de Nouveau Roman, een stroming die gelijktijdig floreerde met de nouvelle vage, een nieuw maatschappijbeeld presenteerde en afrekende met de conventionele romanvorm. De eigen verbeelding en de persoonlijke reflectie van het personage, dat de neiging heeft het verleden te reconstrueren, staat centraal. Duras schreef voor Hiroshima mon amour poëtische teksten die de gekwelde actrice vooral in het begin van de film (als ze samen nagenietend in bed liggen) vol overtuiging declameert, soms kort onderbroken door de architect die haar tevergeefs op andere gedachten wil brengen. Alain Resnais integreert de dialogen subliem in een psychologisch relatiespel, wat hij in zijn volgende monumentale film, L’année dernière à Marienbad, verder, maar mysterieuzer, zou uitwerken.

Recensie Hiroshima mon amour

Onmogelijke liefde
De Franse actrice (naturel gespeeld door Emmanuelle Riva, die ruim een halve eeuw later opnieuw mocht schitteren in het veel bekroonde Alzheimer-drama Amour) bezoekt Hiroshima om er een scène voor een vredesfilm op te nemen. Het is de bedoeling dat ze de volgende dag weer zal vertrekken, maar haar spontane liefdesverhouding met de architect (Eiji Okada, Suna no onna) werpt haar terug in haar verleden en maakt haar toekomst plots onzeker. Veertien jaar na haar vertrek uit Nevers beleeft ze opnieuw een onmogelijke liefde, zo realiseert zij zich.

Het romantische drama Hiroshima mon amour, dat wordt gevoed en gevormd door een beladen geschiedenis, lijkt na al die jaren niets aan zeggingskracht te hebben ingeboet. Natuurlijk, het tempo is vrij laag (Resnais’ vakbroeders Godard en Truffaut schakelden veel sneller een tandje bij), maar juist hierdoor biedt dit postmoderne meesterwerk alle ruimte om met de actrice mee te mijmeren, tot ver na het open einde. Als zij destijds ‘De Kracht van het Nu’ van spiritualiteitsgoeroe Eckhart Tolle op haar nachtkastje zou hebben gehad, was haar leven vast een stuk draaglijker geweest.

 

31 juli 2015

 
ALLE RECENSIES

Loi du marché, La

***

recensie  La loi du marché

Maatschappij anno 2015

door Cor Oliemeulen

Als je in de knel komt, moet je kiezen voor je eigen geluk. Het is de boodschap van menig sociaal bewogen filmmaker. In La loi du marché volgen we een huisvader tijdens de crisis in hedendaags Frankrijk.

Hoewel sommige politici een voorspoedig economisch herstel prediken en er alles aan doen om Europa eensgezind overeind te houden, toont de praktijk – de wet van de markt – een schrijnend beeld van burgers die na jaren hard werken zonder pardon aan de kant worden geschoven. Zo ook fabrieksarbeider Thierry, die verder gelukkig is met zijn sympathieke vrouw en spastische zoon met studie-ambities.

Recensie La loi du marché

Vernederingen
Door alle vernederingen en kille procedures die Thierry na zijn ontslag moet ondergaan, zou je mogen verwachten dat hij soms in woede zou ontsteken, bijvoorbeeld als hij onderhandelt met een potentiële koper van zijn camper die met diens irritante gedreineer het bloed onder Thierry’s nagels vandaan haalt. De toeschouwer is blij dat Thierry voet bij stuk houdt en zijn opponent de deur uitzet. Ze kunnen een man alles afpakken, behalve zijn trots. Dit blijkt ook als een bankmedewerkster voorzichtig oppert om hun huis dan maar te verkopen.

Bijeenkomsten om Thierry weer aan het werk te krijgen, zijn ook al geen pretje. Allereerst volgt hij een cursus videopresentatie. We zien het laatste stukje van zijn filmpje, waarna de medecursisten hun commentaar mogen leveren. Terwijl de camera gericht staat op Thierry horen we de vooral negatieve opmerkingen en zien we hoe hij geen andere keus heeft dan het ermee eens te zijn. Prachtige documentaire-cinema: realistisch, sardonisch en grappig tegelijk – vooral een subtiele en herkenbare scène over groepsgedrag.

Thierry’s sollicitatie via skype is niet minder eigentijds en ironisch. Ja, natuurlijk is hij direct inzetbaar en bereid tot flexibele werktijden en minder salaris! Ook in dit statische fragment zien we alleen maar de hoofdpersoon, die aan het einde van zijn sollicitatiegesprek lomp genoeg te horen krijgt dat de kans op de baan zeer minimaal is. Het is een typisch staaltje van mensen regels opleggen, hoop geven en afserveren.

Recensie La loi du marché

Ongemakkelijk
Frankrijk grossiert de laatste jaren in sociaal-realistische drama’s (Les neiges du Kilimandjaro, Sister, La tête haute) die schatplichtig zijn aan de Britse meester Ken Loach en de Waalse broers Dardenne. Vakgenoot Stéphane Brizé gaat in La loi du marché nog een stapje verder in het tonen van lange stilstaande shots en verkiest het droog registreren van ongerieflijke situaties boven hoogoplopende emoties. Vincent Lindon (Les Salauds, Journal d’une femme de chambre) past met zijn ingehouden spel en sprekende ogen uitstekend in dat plaatje.

Ook als Thierry uiteindelijk als veiligheidsmedewerker in een groot warenhuis komt te werken probeert hij zich tijdens pijnlijke confrontaties staande te houden. De korte piepgeluidjes van de kassa’s en de surveillancecamera’s vertegenwoordigen zijn monotone werkzaamheden in een troosteloze omgeving waarin Thierry’s enige taak is om winkeldieven te betrappen. Gezien zijn eigen sociale positie is het niet gemakkelijk om als een Big Brother daders te laten bekennen. Net als hijzelf zijn dit mensen die het kennelijk niet breed hebben, maar werk is werk. Je hoeft niet in Thierry’s hoofd te kruipen om zijn intense ongemak te voelen. Dat maakt La loi du marché een bewust afstandelijk – en dus zeer actueel – drama.

 

24 juni 2014

 
ALLE RECENSIES

Tête haute, La

***

recensie  La tête haute

De eeuwige hoop van de jeugdhulpverlener

door Cor Oliemeulen

Malony is een draaideurcrimineel omdat hij constant met zichzelf overhoop ligt. Vanwege het goede scenario en het levensechte acteerwerk mocht La tête haute dit jaar het prestigieuze filmfestival van Cannes openen.

De openingsfilm is geregisseerd door een vrouw, wat al 28 jaar niet meer in deze Franse badplaats was voorgekomen. Een grote eer voor Emmanuelle Bercot die met haar indringende drama over een jeugddelinquent pers en publiek niet zozeer op de banken kreeg, maar wel lof oogstte voor een knap staaltje Frans sociaalrealisme. La tête haute centreert zich rond Malony (verrassende nieuwkomer Rod Paradot), diens persoonlijke begeleider Yann (Benoît Magimel, La Pianiste, 2011) en jeugdrechter Florence (acteerkanon Catherine Deneuve, die ook een hoofdrol speelde in Bercots vorige film, Elle s’en va).

Recensie La tête haute

Jeugdinrichtingen
De eerste keer dat Malony op de kamer van jeugdrechter Florence komt, is hij zes jaar jong en speelt hij op de grond met blokken. Hij hoort en ziet zijn moeder Séverine (Sara Forestier) klagen dat haar zoontje al een echte crimineel is en niet weet hoe zij hem moet helpen. Ruim tien jaar en veel bezoeken later nemen Malony en Florence, die zich al die tijd als een soort corrigerende vaderfiguur heeft geprofileerd, definitief afscheid. De jeugdrechter gaat met pensioen en Malony denkt dat hij zijn leven nu eindelijk op de rails heeft.

Dat laatste is nog maar de vraag. Malony is een verschrikkelijke zenuwpees, kan geen autoriteit accepteren, steelt auto’s om te joyriden en is vooral een ongeleid projectiel, behept met frequente woedeaanvallen. Met een labiele moeder en zonder aanwezige vader moet een kind sterk in zijn schoenen staan om tijdens de kinderjaren en puberteit een balans te vinden. De enige regelmaat die Malony kent, zijn de bezoeken aan de jeugdrechter, de vaak moeizame contacten met zijn persoonlijke begeleiders en plaatsingen in jeugdinrichtingen.

Verknipt
Alle betrokkenen proberen de moed te behouden in La tête haute. Naast de voortdurende strijd van Malony tegen alles en iedereen, maar vooral tegen zichzelf, belicht regisseur Emmanuelle Bercot de onverzettelijkheid van de jeugdhulpverleners, die keer op keer hun frustraties over Malony’s onwil en falen proberen om te buigen in iets positiefs. In die zin is dit drama een eerbetoon aan alle beroepskrachten die vanuit hun hart, empathie en ervaring jeugddelinquenten de juiste weg proberen te wijzen. Gelukkig blijven melodramatische momenten achterwege en komt er geen godsdienst of geloof als redmiddel aan te pas, zodat dit geloofwaardige drama op het rechte pad blijft.

Recensie La tête haute

Ondanks het doortimmerde scenario en het sterke spel van de drie hoofdrolspelers biedt La tête haute weinig verrassingen en stopt het drama jammer genoeg bij de wezenlijke vraag hoe wenselijk, zinvol en verstandig het is als verknipte lieden van verknipte ouders zelf kinderen krijgen. Hoe groot is de kans dat zo’n kind zich staande houdt in een wereld die op haar beurt steeds verknipter wordt? Die vraag is relevant, omdat Malony tijdens zijn verblijf in een jeugdinrichting een meisje bezwangert. Abortus of geen abortus? Of zal het geboren kind fungeren als drijfveer om zijn leven te beteren – voor zover hij zelf al bij machte is een balans te vinden, laat staan een kind kan opvoeden?

Dat laat onverlet dat we Malony zo’n pril geluk gunnen, want uiteindelijk krijg je toch sympathie voor het ettertje. De kijker heeft geen andere keus dan zich aan te sluiten bij de eeuwige hoop van de jeugdhulpverlener.

 

29 juni 2015

 
ALLE RECENSIES

Last Wolf, The

**

recensie  The Last Wolf

Steppe-soap

door Ralph Evers

Regisseur Jean-Jacques Annaud (vooral bekend van The Name of the Rose en Enemy at the Gates) werkt graag met natuurelementen. Zijn vroege films La guerre du feu en L’ours zijn daar getuigen van. Ook in The Last Wolf (Wolf Totem) kiest hij voor een verhaal tegen het decor van wilde natuur.

De film speelt zich af ten tijde van de Culturele Revolutie onder Mao Zedong in 1967. Universitaire studenten worden de binnenlanden ingestuurd om te gaan werken op het land. Zhen Chen arriveert met zijn vriend Yang Ke in Mongolië, waar ze onderworpen worden aan het harde regime van de aldaar wonende nomaden. Aanvankelijk idyllisch, blijkt de natuur in deze afgelegen plek behoorlijk meedogenloos. Straffe winden, felle buien en extreme kou, of droogte teisteren dit land. De uitgestrektheid van de prairies maakt elke menselijke maat nietig, evenals de gigantische wolkenpartijen. Toch is Zhen Chen vastbesloten de tradities van het nomadische volk over te nemen en te bestuderen. Hiermee wordt al vroeg een documentaire-element aan de film toegevoegd, maar Annaud werkt dit niet verder uit.

Recensie The Last Wolf

Pups massaal afgemaakt
Te midden van deze alledaagse strijd tussen mens en natuur, komt Zhen Chen al snel in contact met de directe concurrent van de mens, de wolf. De nomaden proberen een goede balans te houden met de wolven, want te weinig wolven betekent plaagdierenoverlast, teveel wolven betekent het einde van de schapenkudde. Op orde van Mao moeten er echter meer wolven worden afgemaakt, te beginnen bij de pups. De stamoudste van de groep, A’ba, schudt zijn hoofd: “De wolven zullen wraak nemen.” De pups worden en masse afgemaakt, maar Zhen Chen besluit een pup mee te nemen en zelf op te voeden. “Om meer te weten te komen van de wolf”, zo zegt hij later, wanneer zijn pup ontdekt wordt.

En hiermee is in grote lijnen het verhaal verteld. The Last Wolf (een adaptatie van het gelijknamige boek van Zhang Rong) heeft prachtige beelden van het immer fascinerende landschap van Mongolië. Een poëtisch vergezicht dat door zijn leegte en uitgestrektheid al menigmaal tot prachtige films uit dit Aziatische land leidde (zoals Cave of the Yellow Dog en Khadak), maar hier voornamelijk als decor dienst doet. Hooguit versterken de omgevingsbeelden de wilde natuur van de wolf en hoe de mens zich daartoe verhoudt. Daar doorheen is een zweem van sjamanisme verweven in de ‘gedaante’ van Tengger, de god van de hemelse sferen. Tijdens de barbaarse moord op de wolvenwelpen, wordt hen een eeuwig leven bij Tengger toevertrouwd.

The Last Wolf

Dubieuze verheerlijking
Overigens is de wolf nooit een totemdier geweest in Mongolië. De wolf lijkt eerder symbool te staan voor de Chinese cultuur die het collectief boven het individu stelt. Wolven werken met elkaar samen tijdens de jacht, zo leren we. Deze scènes zijn prachtig in beeld gebracht, mede door gebruik te maken van een heuse wolventemmer. De verdeling van de buit verloopt echter een heel stuk minder communistisch.

De prominente hoofdrol van de wolf voorkomt helaas niet dat deze film als een nachtkaars uitwaait. Daarvoor is het verhaal te mager en zijn de karakters te weinig uitgewerkt. De dubieuze verheerlijking van de Chinese overheersing over de Mongoolse cultuur werkt vervolgens ook niet mee om deze film iets sympathieker te krijgen.

 

28 juni 2015

 

ALLE RECENSIES

Journal d’une femme de chambre

**

recensie  Journal d’une femme de chambre

Genoeg reden om Buñuels versie nog eens te kijken

door Cor Oliemeulen

Hoe breng je de belevenissen en vernederingen van een dienstmeid ruim honderd jaar later op het witte doek?

Benoît Jacquot is de derde regisseur die de satirische roman ‘Le Journal d’une femme de chambre’ voor de bioscoop verfilmde. Dit in 1900 gepubliceerde ‘Dagboek van een kamermeisje’ van Octave Mirbeau gaat over de Parijse Célestine die komt te werken bij de familie Lanlaire in Normandië. Door overpeinzingen en flashbacks leren wij hoe zij in eerdere betrekkingen talloze vernederingen moest ondergaan. Zo herinnert zij zich hoe haar eerste werkgever gruwelijk stonk toen hij op haar kwam liggen en Célestine als dank een sinaasappel kreeg. Ook bij de Lanlaires is haar afhankelijkheidspositie flagrant. De vrouw des huizes blaft haar af en de mannelijke aandacht neemt ziekelijke vormen aan.

Recensie Journal d'une femme de chambre

Moderne slaaf
De trotse en pragmatische Célestine is zich bewust van zowel haar verschijning als haar lot. Ze blijkt bedreven in het psychologische machtsspel van aantrekken en afstoten, vooral ten opzichte van mannen. Tegelijkertijd beseft ze dat ze als dienstmeisje altijd een moderne slaaf van de maatschappelijke bovenklasse zal blijven, niet in staat de nukken en uitbuitingen te vermijden. Daarom heeft Célestine zich voorgenomen een rijke man te zoeken. De vraag is of zij die uiteindelijk zal vinden in de persoon van de antisemitische knecht Joseph, die Célestine wil meenemen naar zijn gedroomde café in de havenstad Cherbourg. Het boek van Mirbeau eindigt met een trieste boodschap: terwijl je zou mogen verwachten dat Célestine in haar hoedanigheid van bazin aardig en correct met haar werknemers zou omgaan, vertoont ze dezelfde deemoedige aanpak waarmee ze als dienstmeid werd geconfronteerd.

In zijn filmadaptatie blijft Benoît Jacquot de destijds omstreden roman redelijk trouw, hoewel hij enkele wezenlijke gebeurtenissen, zoals het oorspronkelijke verhaaleinde, weglaat. Zijn Journal d’une femme de chambre richt zich vooral op de sociale en persoonlijke misstanden waarmee Célestine te maken krijgt. De focus ligt geheel op haar innerlijke wereld en de manier waarop zij probeert om te gaan met het abjecte gedrag van de bourgeoisie.

Journal d'une femme de chambre

Sleutelgatscènes
De machtswellust en minachting is prachtig verbeeld in de scène waarin mevrouw Lanlaire aan Célestine vraagt of zij boven een schaar wil halen, vervolgens een naald en direct hierna ook garen. Nadat het kamermeisje voor de derde keer amechtig de lange trap is afgedaald, zou je ook als toeschouwer het irritante belletje van mevrouw Lanlaire willen stoppen op de plaats waar geen zonlicht komt.

Waar Jacquot niet in slaagt, is het vertellen van een consistent verhaal: zijn drama is een allegaartje van fragmenten, waarbij de chronologie niet goed te volgen is en sommige plotelementen lukraak zijn ingevoegd en karig uitgewerkt. Zo wordt Joseph plotseling in verband gebracht met een misdrijf, waar bijvoorbeeld de filmversie van Luis Buñuel uit 1964 uitgebreid suggereert hoe de trouwe knecht tot die perverse daad zou zijn gekomen. Ook van de vijandige buurman van de Lanlaines, een ex-legerkapitein, is niet veel te merken. En terwijl Jacquot het taalgebruik van de personages in de moderne tijd heeft geplaatst, zou je – in navolging van de vele sensuele pikanterieën van het dagboek – ook wat meer sleutelgatscènes mogen verwachten, zeker als je de beschikking hebt over Léa Seydoux (La vie d’Adèle, 2013). Meer frivoliteit had het drama goed gedaan.

Recensie Journal d'une femme de chambre

Boeiende filosofie
Journal d’une femme de chambre is even vlak en invalide als Jacquots vorige film 3 Coeurs: hij weet zijn boeiende filosofie niet goed naar het witte doek te vertalen. Hoe anders deden zijn voorgangers het. The Diary of a Chambermaid (1946) van Jean Renoir is amusant en meer een kluchtige romance dan een drama. Hierin vertolkt Chaplin-muze Paulette Goddard lekker zwierig de rol van Célestine, die de avances van de oude buurman in de wind slaat, verliefd wordt op de gebrekkige zoon van de familie Lanlaire en niets moet weten van de knecht Joseph, die aan het eind zelfs door een boze menigte wordt gelyncht.

Luis Buñuel maakt het in zijn superieure Le Journal d’une femme de chambre minder bont, maar zijn draaiboek getuigt van veel meer lef en originaliteit dan dat van de recente verfilming van Benoît Jacquot. In Buñuels versie die zich ontpopt als een heuse whodunit, blijkt meneer Lanlaire een schoenenfetisjist die dood op zijn bed wordt aangetroffen met een laars van Célestine in zijn mond, is ook de zoon des huizes een eersteklas geilneef (wie anders dan Michel Piccoli?) die zijn handen niet kan thuishouden, beweegt Célestine (Jeanne Moreau) zich perfect tussen haar mannelijke aanbidders en krijgen bourgeoisie en katholieke kerk (let op de vloekende en zuipende pastoor), zoals gebruikelijk bij Buñuel, flink op hun falie. Jeanne Moreau speelt bovendien een veel geloofwaardigere Célestine dan Paulette Goddard en Léa Seydoux bij elkaar.

 

20 juni 2015

 
ALLE RECENSIES

Combattants, Les

****

recensie  Les Combattants

De aantrekkingskracht van tegenpolen

door Cor Oliemeulen

Meesterlijke, bij vlagen zeer grappige vertelling over volwassen worden, overleven en de aantrekkingskracht van tegenpolen. Oftewel, hoe een jonge actrice de rol van haar leven speelt.

Les combattants bewijst dat romantische komedies ergens over kunnen gaan. Waar de meeste genregenoten ophouden bij een mannetje en vrouwtje die (doen alsof ze) een hekel aan elkaar hebben en – na komisch bedoelde verwikkelingen, banaliteiten en clichés – vol overgave speeksel met elkaar uitwisselen, plaatst de Franse regisseur Thomas Cailley simpel en effectief twee tegenovergestelde karakters in de natuur en laat ze zowel verbondenheid als een gevoel van vrijheid ontdekken. Het stoere meisje Madeleine, instinctief en soms onaangepast, versus Arnaud, die haar observeert en zich langzaam laat onderdompelen in haar energie.

Recensie Les Combattants

Fysieke grenzen
Arnaud (Kévin Azaïs) is een stille, wat teruggetrokken jongen die na de dood van zijn vader klust in het bedrijfje van zijn oudere broer Manu. In de zomer hangt hij met wat vrienden rond op het strand, waar op een dag een demonstratie zelfverdediging wordt gehouden. Arnaud wil niet worstelen met het meisje Madeleine (Adèle Haenel) dat tegenover hem staat, maar ondervindt pardoes dat zij haar mannetje staat. Later tijdens de bouw van een badhuisje ziet hij Madeleine opnieuw. Deze dochter des huizes loopt naar het zwembad, hangt een tas om haar nek, doet er twee zware dakpannen in en springt in het water. Arnaud schrikt, haast zich naar het zwembad en ziet hoe Madeleine haar baantjes trekt. Ze traint, ze traint hard, want ze zoekt graag haar fysieke grenzen op en denkt dat ze in het leger wil.

Het begin van een vriendschap tussen een gereserveerde jongen en een tomboy. In de discotheek is het niet Arnaud maar Madeleine die lachend met de tanden een bierflesje opentrekt en na het sporten gooit ze zonder aarzelen een rauwe vis in de blender waarna ze het goedje gretig opdrinkt. Hoe stoer, onstuimig en jongensachtig dan ook, Madeleine is mooi atletisch gebouwd, kijkt met haar heldere ogen dwars door je heen en toont sporadisch haar betoverende glimlach.

Anders dan in haar doorbraakrol Naissance des pieuvres (2007), waarin ze een pas 15-jarige femme fatale speelt, is Adèle Haenel in Les combattants vooral verleidelijk door haar no-nonsense kijk op het leven en haar impulsieve gedrag. Voor haar op het lijf geschreven rol als Madeleine ontving ze de César voor beste actrice, terwijl haar tegenspeler Kévin Azaïs als meest belovende acteur van Frankrijk werd gekozen.

Recensie Les Combattants

Openstellen
Regisseur Thomas Cailley situeert zijn originele, vermakelijke debuutfilm in het uitgestrekte bos- en merengebied van de Zuid-Franse regio Landes. Een rustieke streek die een paar keer per jaar wordt opgeschrikt door zware stormen en grote bosbranden. In Les combattants vormt een natuurramp de metafoor voor de botsende karakters van Arnaud en Madeleine.

Tijdens een rekruteringskamp lukt het Madeleine dan eindelijk haar krachtige energieveld open te stellen en vinden ze elkaar langzaam in schaarse handelingen en woorden tegen de achtergrond van de romantisch geschilderde natuur.

26 april 2015

 

 
ALLE RECENSIES
 

Héritiers, Les

****

recensie  Les Héritiers

Zeventig jaar na de Eed van Buchenwald

door Cor Oliemeulen

Leraar stimuleert leerlingen tot onverwachte daden. Een bekend, doch dankbaar thema dat in Les Héritiers op inspirerende wijze wordt uitgewerkt.

Wie op de middelbare school een goede geschiedenisdocent had, mag zich gelukkig prijzen. Het verleden bepaalt de toekomst, en gevoed met enige historische kennis kun je gebeurtenissen in het heden beter in perspectief plaatsen. Als zo’n docent dan ook nog weet om te gaan met lastige leerlingen van verschillend allooi, respect afdwingt en ruimte voor discussie biedt, kan daaruit soms iets heel moois en waardevols ontstaan.

Recensie Les Héritiers

Fantastisch naturel
Onze geschiedenisdocent heet Anne Anglès, lerares van een middelbare school nabij Parijs die haar leerlingen enthousiasmeerde deel te nemen aan de ‘Nationale Wedstrijd van het Verzet en de Deportatie’. Enkele jaren later wist een van die leerlingen op zijn beurt regisseur Marie-Castille Mention-Schaar enthousiast te maken om zijn zelf geschreven scenario over dit project te verfilmen. Onze leerling heet Ahmed Dramé, die in Les Héritiers de rol van Malik speelt. De lerares in de film heet Anne Gueguen, fantastisch naturel neergezet door Ariane Ascaride (Les neiges du Kilimandjaro, 2011). Tussen de leerlingen zitten slechts enkele acteurs, de rest zijn gewone scholieren die er lekker op los mogen improviseren.

Net als in het bejubelde documentaire-achtige Entre les murs (2008) speelt Les Héritiers zich hoofdzakelijk binnen de muren van een klaslokaal af – in één van de schaarse buitenschoolse scènes zien we dat moslim Malik gaat zorgen voor een joodse papegaai – maar kent het verhaal minder conflictsituaties tussen leerling-docent en leerlingen onderling. De school van mevrouw Gueguen herbergt 29 nationaliteiten, wat het des te delicater maakt om alle leerlingen op één lijn te krijgen om de wedstrijd te kunnen winnen. Iedereen heeft een andere beleving van het project, dat moet gaan over getuigenissen van kinderen van Joden en zigeuners.

Recensie Les Héritiers

Getuigenissen
Les Héritiers toont op indringende en inspirerende wijze hoe een groep jonge mensen, aangestuurd door een bevlogen lerares, na horten en stoten geleidelijk aan beter gaat samenwerken, naar elkaar groeit en uiteindelijk het heft in eigen hand neemt. De Holocaust – de rol van kinderen in het bijzonder – laat natuurlijk weinigen onberoerd. Zo maakt een bezoek aan het herdenkingsmuseum grote indruk en levert de getuigenis van een (echte) overlevende in het klaslokaal kippenvel en tranen op. Het project dat begint met het gemakzuchtig kopiëren van stukken tekst op Wikipedia en een collage van met nummers getatoeëerde armen, ontwikkelt zich tot een werkstuk met originele ideeën en getuigenissen van kinderen in nazikampen die later beroemd zijn geworden. Of ze de wedstrijd daadwerkelijk zullen winnen, is van minder belang.

Als je cynisch bent, zou je de boodschap van Les Héritiers utopisch kunnen noemen, want heftige confrontaties blijven uit en buiten het leslokaal gaan de tieners vast minder vredelievend met elkaar om. Dat neemt niet weg dat de jongeren de toekomst in handen hebben: door zich te identificeren met hun leeftijdsgenootjes in de nazikampen staan zijn nu voor dezelfde verantwoordelijk als de 21.000 mensen tijdens een herdenkingsplechtigheid op 19 april 1945 toen het concentratiekamp Buchenwald werd bevrijd. Zij legden de Eed van Buchenwald af (voorgelezen in de Franse, Russische, Poolse, Engelse en Duitse taal). ‘De opbouw van een nieuwe wereld van vrede en vrijheid is ons doel. Dat zijn wij onze vermoorde kameraden, hun familieleden schuldig. Wij zweren!’

 

4 april 2015

 
ALLE RECENSIES

Loin des hommes

****

recensie  Loin des hommes

De menselijkheid van een uitgerangeerde schoolmeester

door Cor Oliemeulen

Twee mensen die tot elkaar zijn veroordeeld. Je moet van goeden huize komen om iets origineels aan dit klassieke thema toe te voegen. Het briljante, pretentieloze spel van Viggo Mortenson plus de slimme uitwerking van een kort verhaal van Albert Camus tillen Loin des hommes ver boven de middelmaat uit. De Algerijnse Revolutie als decor van een humane western.

Daru woont en geeft les in een afgelegen schoolgebouw in het Atlasgebergte. Op een dag krijgt hij geheel tegen zijn zin het bevel de Arabische gevangene Mohamed over te dragen aan de autoriteiten in een naburig stadje. Het is 1954 en de onafhankelijkheidsoorlog in Algerije is zojuist begonnen. ‘Je hebt onze broeder aangegeven. Je zult daarvoor boeten’, leest Daru op het schoolbord nadat hij Mohamed op een tweesprong in de woestijn heeft afgezet. Tenminste, zo eindigt het korte verhaal De Gast van Albert Camus, waarop Loin des hommes is gebaseerd. Regisseur David Oelhoffen maakt echter een andere keuze.

Recensie Loin des hommes

Berechten of eerwraak?
Camus schreef het verhaal enkele maanden voor het begin van de revolutie tegen de Franse kolonisten in Algerije. Door te eindigen met het dreigement aan het adres van de schoolmeester onderstreept de auteur/filosoof de oplopende tegenstellingen tussen twee culturen en twee moraliteiten. De film werkt dit gegeven uit. Daru is katholiek, geboren in Spanje en oud-legermajoor, die zich na de dood van zijn vrouw terugtrok in deze geïsoleerde omgeving waar hij kinderen leert lezen. Mohamed is moslim, heeft zijn neef de keel doorgesneden vanwege diefstal van graan en wordt liever uitgeleverd aan de Franse autoriteiten die hem zullen berechten dan dat hij in de handen valt van familieleden die uit zijn op eerwraak.

In tegenstelling tot het korte verhaal van Camus spelen de gebeurtenissen in de film zich niet af in de Algerijnse sneeuw (een unicum dat visueel moeilijk was na te bootsen) maar tussen rotsen en op kale vlakten. Hoewel de regisseur in zijn scenario plotelementen toevoegt – spannende confrontaties met opstandelingen en Franse soldaten die capitulerende opstandelingen zonder pardon doodschieten – is Loin des hommes veel meer een western dan een historische film. Een humane western, want de ‘arrogante blanke Europeaan’ leest de ‘achterlijke autochtoon’ niet de les, maar adviseert hem uiteindelijk vanuit zijn hart welke weg hij beter kan bewandelen. Een roadmovie waarin de nederige Mohamed zich steeds meer verwondert over de menselijkheid van Daru. Sfeervol in beeld gebracht en mooi ingetogen begeleid door de muzikale klanken van Nick Cave en Warren Ellis.

Recensie Loin des hommes

Stille held
Het is natuurlijk schrijnend dat Daru in de oorspronkelijke versie bij terugkomst wordt bedreigd terwijl hij Mohamed juist heeft geholpen. In de film zijn de schoolkinderen ontroerd, omdat ze beseffen dat hun meester hen zal moeten verlaten. Ook schrijnend, maar minder grimmig. In deze oorlog moet je kiezen voor één van de strijdende partijen, en Daru’s gedroomde tussenweg is nu eenmaal ondenkbaar. Het nuanceverschil van het einde is in feite niet relevant, omdat Daru voor zowel de lezer als de kijker fungeert als stille held. Door de historische context toe te voegen, wordt de ruimte tussen Camus’ geschreven regels creatief en efficiënt ingevuld.

Viggo Mortenson (A History of Violence, 2005) is het best als de enigszins mysterieuze eenling en speelt in Loin des hommes een van zijn beste hoofdrollen. Zijn geloofwaardigheid wordt versterkt doordat hij een aardig mondje Frans en Arabisch (en Spaans) spreekt. Sinds het post-apocalyptische The Road (2009) en zijn vertolking van Sigmund Freud in A Dangerous Method (2011) is Mortenson niet alleen beter gaan acteren, de laatste jaren speelt hij steeds vaker hoofdrollen in niet-Engelstalige producties. Hij heeft precies genoeg woorden nodig om zijn authentieke aandoenlijkheid te etaleren.

 

6 maart 2015

 

MEER RECENSIES

 

P’tit Quinquin

***

recensie  P’tit Quinquin

De koe die niet meer kon ruften

door Cor Oliemeulen

Bienvenue chez les Ch’tis van en met Dany Boon brak in 2008 een record: ruim twintig miljoen Fransen zagen deze komedie in de bioscoop. Buiten Frankrijk haalde men de schouders op: gebrek aan identificatie met de typische Franse humor over plattelandscultuur. P’tit Quinquin is interessanter en gedurfder maar lijdt aan hetzelfde euvel.

Het schrijven en uitvoeren van oorspronkelijke scenario’s kan de Franse regisseur Bruno Dumont niet worden ontzegd. Hij viel vooral op met de choquerende drama’s L’humanité (1999) en Flandres (2006) en gooit het met P’tit Quinquin over een andere boeg. Eerder uitgebracht als vierdelige miniserie op Canal+ draait zijn absurdistische tragikomedie, die zich afspeelt in een Noord-Frans kustplaatsje, als speelfilm in de bioscoop. Bijzonder is dat alle personages voor het eerst acteren.

Recensie P’tit Quinquin

Waarom absurdistisch?
Het verhaal begint met de vondst van een koe die om onverklaarbare redenen in het water van een bunker uit de Tweede Wereldoorlog verzeild is geraakt. De rust in het dorp wordt opgeschrikt door een laag vliegende helikopter die het beest bevrijdt en het vervolgens bungelend in een net meeneemt. Het fragment doet denken aan het Jezusbeeld in Fellini’s La Dolce Vita en het vliegende standbeeld in Goodbye Lenin. De ‘nationale politie’ constateert dat de koe uit het poepgat bloedt en ontdekt dat het rund is volgestopt met menselijke resten. Verderop in een weiland ligt het bijbehorende vrouwenhoofd. Absurd genoeg? Later blijkt het in stukken gehakte stoffelijke overschot via de andere ingang in het arme rund te zijn beland.

Ook absurd is het onderzoekende politieduo dat bestaat uit Commandant Van der Weijden (Bernard Pruvost) en Lieutenant Carpentier (Philippe Jore). Met zijn opvallende gebit en zijn voorliefde voor autorijden op twee wielen is laatstgenoemde een stuk minder idioot dan zijn baas. Van der Weijden mompelt een dialect, heeft een raar waggelloopje en is behept met een groot aantal tics, waarvan het voortdurend knipperen met de ogen en het optrekken van de wenkbrauwen nog het meest op de zenuwen werken. Je moet het Bruno Dumont nageven: in hun bespottelijkheid en (on)alledaagse gedrag heeft het tweetal een zeer authentieke uitstraling, net als de meeste dorpsgenoten die je tijdens een pitstop op doorreis naar de zonnige Atlantische zuidkust zo zou kunnen aantreffen.

Recensie P’tit Quinquin

Waarom een tragikomedie?
Dat geldt niet alleen voor de kleine, brutale P’tit Quinquin (Alane Delhaye) die samen met zijn vriendinnetje en twee vriendjes met kattenkwaad en het pesten van de politie de sleur probeert te doorbreken, maar ook voor de boerse paardenfokker, de leden van fanfare en majorettekorps én het meisje dat met een heerlijk vals en aanstekelijk liedje aan een zangwedstrijd meedoet. Ook een aantal van hen komt binnen korte tijd op onorthodoxe wijze om het leven. De meeste gebeurtenissen zijn triest en grappig (bedoeld) tegelijk, terwijl het wachten is of en hoe de politie de dader(s) van de moordpartijen in de kraag zal grijpen.

Het tempo van P’tit Quinquin is even traag als de ontlasting van een geconstipeerd rund op het achterlijke platteland. Ondanks de potpourri van nog meer vreemde personages – twee melige priesters, een fanatieke organist en de gediscrimineerde Afrikaanse jongen die door het lint gaat – had de film wel een uurtje korter gemogen. De tragikomedie van Bruno Dumont kan een cultstatus tegemoet zien. Maar omdat het meer draait om absurde situaties en typetjes dan om consistentie en een bevredigend slot, zou de regisseur bij een eventueel vervolg – we gúnnen het de twee politiemannen – de verdwaalde koe wat beter bij de horens moeten vatten.

 

8 januari 2015

 
ALLE RECENSIES

Salt of the Earth, The

****

recensie  The Salt of the Earth

Meesterfotograaf toont inzage in zijn bewogen leven

door Nanda Aris

Documentairemaker Wim Wenders portretteert op prachtige wijze het leven en werk van fotograaf Sebastiao Salgado. In samenwerking met diens zoon Juliano Ribeiro Salgado weet hij van foto’s een levendige film te maken.

Sebastiao Salgado heeft een indrukwekkende staat van dienst; hij reisde door meer dan 100 landen en fotografeerde vooral veel schitterende zwart/wit foto’s en met veel empathie voor hetgeen dat voor zijn camera verscheen humanitaire rampen, de werkende mens, volksverhuizingen, en in een later stadium ook natuurschoon. Opgeleid tot econoom, en na gewerkt te hebben voor onder andere een internationale koffieorganisatie, waarvoor hij meermaals naar Afrika afreist, besluit hij in 1973 zich toe te leggen op fotografie.

Recensie The Salt of the Earth

Wim Wenders maakte met The Salt of the Earth een ontroerend portret van een fotograaf die hij zeer bewondert – dat blijkt duidelijk uit de film. Ook in zijn vorige film, Pina (2011), zit een eerbetoon: gemaakt voor een grootse danseres en kunstenares.

Workers
De film vertelt niet chronologisch en start met de rapportage Workers die Salgado maakte tussen 1986 en 1992. Hierin richt hij zich op het tonen van de handenarbeid van de werkende mens. Een van de foto’s doet denken aan groteske scènes uit Lord of the Rings, waarin Orcs in een mijn rond krioelen.

Ook zien we beelden van brandweermannen in Koeweit, die na de beëindiging van de eerste Golfoorlog in 1991 brandende oliebronnen proberen te doven. Gevaarlijk werk, niet alleen voor de brandweermannen, maar zeker ook voor Salgado zelf.

Verschrikkingen
Voor de rapportage Workers maakte Salgado al in samenwerking met Artsen Zonder Grenzen een serie over de Sahel-regio, die in 1984/1985 te kampen had met grote droogte. Door het contact dat hij weet te leggen met de mens voor zijn camera, zijn de foto’s zeer sociaal bewogen.

Recensie The Salt of the Earth

Halverwege de jaren ’90 reist hij af naar Rwanda, Afrika, waar een burgeroorlog tussen de Hutu’s en de Tutsi’s plaatsvindt. De genocide en wreedheden laten hem niet ongedaan, en aangeslagen en teleurgesteld in de mensheid keert hij terug naar huis.

De jaren daarna plant hij samen met zijn vrouw Lélia Wanick Salgado opnieuw de grond aan rondom het ouderlijk huis in Brazilië die door droogte en erosie weinig groen meer kent. Na verscheidene jaren slaat dit aan. Instituto Terra is een voorbeeld voor andere soortgelijke initiatieven. Salgado besluit de natuur en mens van zijn beste en meest pure kant te tonen in zijn nieuwste rapportage Genesis, een prachtige zwart/wit serie, een ode aan de aarde.

Oogcontact
Waar Wenders zeer goed in slaagt, is het verbeelden van een verhaal, het leven van Salgado aan de hand van de schitterende foto’s. Hij plaatst het gezicht van Salgado tussen zijn eigen foto’s, wanneer hij geïnterviewd wordt en commentaar geeft bij de foto’s. Door het zien van Salgado begrijpen we nog beter zijn motivering. Doordat je hem soms geëmotioneerd naar zijn foto’s ziet kijken en hij bijna tegelijkertijd in de camera kijkt, raakt het verhaal je diep. De film komt weg met de soms wat clichématige teksten. Het is niet ergerlijk, we geloven ze. Een geweldig mooie film, niet te missen.

 

30 november 2014

 
ALLE RECENSIES