Jour de fête

****
recensie Jour de fête

The Postman Always Rings

door Cor Oliemeulen

Melancholische schets van het rustige leven in een pittoresk Frans dorp waar een innemende postbode elke omstandigheid aangrijpt om de efficiency van de Amerikaanse posterijen te evenaren. 

Het vroegere werk van Jacques Tati slaat een brug tussen stomme en gesproken films. Zijn regiedebuut Jour de fête (1949) vormt de opmaat voor zijn latere alter ego Monsieur Hulot. Als filmmaker en komiek wenste Tati volledige artistieke controle: hij regisseerde, produceerde, schreef en speelde de hoofdrol. Jour de fête is een subtiele satire op de vooruitgang die Tati tot in het extreme doortrekt in Playtime (1967) waarin hij meesterlijk de draak steekt met moderne architectuur en gadgets.

Tijd staat stil
In Jour de fête lijkt de tijd stil te staan. De kinderen in Sainte-Sévère-sur-Indre huppelen en dragen hoedjes, oude vrouwtjes met geiten lopen er nog écht krom, mannen laten zich scheren bij de barbier, vrouwen gebruiken kruiwagens om spullen te vervoeren en de jeugd loopt enthousiast achter de fanfare aan. De postbode François symboliseert de rustige manier van leven en werken in de naoorlogse tijd die langzaam moderniseert. Dat begint op het moment dat een kermis het dorp bezoekt en de plaatselijke middenstand zich voorbereidt op de grote feestdag. François is natuurlijk niet te beroerd om tijdens het bezorgen van de post iedereen, op zijn typische wijze, een handje te helpen.

Recensie Jour de fête

In zijn gebaren en manier van handelen doet de protagonist soms denken aan de slapstick van Charlie Chaplin, terwijl de korte, creatieve stunts lijken geïnspireerd op Buster Keaton. Zijn fijngevoelige gestuntel en kleine ongelukjes charmeren, François’ naïviteit ontroert. De lange, houterige postbode is zo goed van vertrouwen dat sommigen er behagen in scheppen practical jokes met hem uit te halen of zelfs dronken te voeren. Tati houdt de kijker voortdurend op afstand, de kijker observeert de gebeurtenissen. Geen enkele close-up, ook niet van de Hitler-snor die destijds nog in de mode was.

Kleine, rake absurditeiten
De humor van Tati is er geen van schaterlachen. Het zijn vooral de kleine, rake absurditeiten van het dagelijkse leven die zijn scherpe oog voor detail karakteriseren. De zoemende mug die steeds terugkomt om mensen lastig te vallen, het gehannes met het plaatsen van een grote vlaggenmast of bezoekers van het café die steeds tot groeiend ongenoegen van de eigenaar gaan zitten op pas geschilderde stoelen. De dialogen lijken van ondergeschikt belang: teksten zijn bewust onverstaanbaar gemaakt door achtergrondgeluiden, maar de belangrijkste woorden hoor je. Samen met de vrolijke deuntjes ondersteunt de zangerigheid van het dialectische gemurmel heel functioneel de visuele klasse van Jour de fête.

 

27 juli 2013

 
ALLE RECENSIES

Cherchez Hortense

**

recensie  Cherchez Hortense

Verwarrend stukje Frankrijk

door Wouter Spillebeen

De recentste realisatie van regisseur en scenarist Pascal Bonitzer heet Cherchez Hortense. Waarom het middelmatige lichthartige relatiedrama die titel heeft meegekregen blijft een raadsel. 

Damien Hauer (Jean-Pierre Bacri) geeft cursussen Chinese cultuur aan Franse zakenmannen. Op verzoek van zijn vrouw Iva (Kristin Scott Thomas) probeert hij via een gunst van zijn vader, een hoge ambtenaar, het Servische meisje Zorica te redden van deportatie. Dat blijkt niet zo gemakkelijk: de vader heeft nooit tijd voor Damien. Iva, die toneelstukken regisseert, gaat steeds later uit met haar acteurs en rookt zichzelf kapot. Na een kortstondige relatie met haar hoofdrolspeler, schopt Damien haar uit hun appartement terwijl hun zoon Noé de brokken probeert te lijmen. 

Cherchez Hortense

Intussen leert Damien de mooie en jonge Aurore kennen. Zij legt contact met hem onder het voorwendsel dat ze zijn assistente wil worden, maar eigenlijk heeft ze meer romantische motieven. Aanvankelijk houdt Damien de boot af, maar nadat Iva het appartement uit is, besluit hij toch op haar avances in te gaan. 

Verwoede poging
Ondanks dat Cherchez Hortense wordt aangeprezen als een comedy, is humor ver te zoeken. Op een leuke scène in een Japans restaurant na, lijkt het meer een licht drama dan iets dat op de lachspieren moet werken. Zelfs de verwoede poging tot ironie waarin de obligatoire plottwist gedrenkt is, komt voorspelbaar en middelmatig over. 

Ook als het op energie en fascinatie aankomt, schiet Cherchez Hortense tekort. Gewone mensen worden geschetst in situaties die iedereen kunnen overkomen, maar een gebrek aan passie in het acteerwerk maakt de personages stuk voor stuk koud en levenloos. Het is moeilijk om met hen mee te leven. Kristin Scott Thomas verdient wel een felicitatie, maar jammer genoeg is zij enkel tijdens de eerste twintig minuten te bewonderen. 

recensie Cherchez Hortense

Cherchez Hortense is op zijn zachtst gezegd verwarrend. Er zijn zoveel verschillende verhaallijnen tegelijk bezig dat het moeilijk wordt om door de bomen het bos te zien. Het duurt een half uur eer de belangrijkste verhaallijn – die over de dreigende deportatie van het Servische meisje – een prominente rol krijgt. Je denkt naar een film te kijken over een gezinssituatie die vierkant draait, maar ineens, wanneer Iva uit de picture is, verandert het onderwerp bijna willekeurig. De film mist een duidelijke richting. 

Migratiebeleid
Bonitzer heeft een poging gedaan om identiteitscrises en migratiebeleid aan te kaarten door reële problemen aan het licht te brengen. Maar de situatie van de Servische komt amper aan bod en gaat verloren in een rommel van andere subplots. Toch zou meer concentratie op actuele vraagstukken in Frankrijk Cherchez Hortense niet hebben gered van de saaie middelmaat.

 

15 juli 2013

 

 

ALLE RECENSIES

 

Foxfire

***

recensie  Foxfire

Je bent boos en je wilt wat

door Alfred Bos

Het is 1955 en uit de radio klinkt Elvis. In een morsig arbeidersstadje in de provincie New York vormt een groepje meiden een geheim genootschap: Foxfire. Ze verzetten zich tegen de benepen burgermoraal van school en samenleving. Maar ze zijn naïef en het gaat van kwaad tot erger.

Films over opgroeien in de jaren ’50, de tijd van rock ’n roll en jeugddelinquentie, gaan doorgaans over jongens die hun existentiële onvrede omzetten in deviant gedrag. Foxfire, de tweede Engelstalige film van de Franse regisseur Laurent Cantet (in 2008 doorgebroken met Entre Les Murs: Gouden Palm, Oscarnominatie), toont hoe 15-jarige meiden uit hun rol proberen te breken. Er komen brokken van.

Foxfire

Het verhaal wordt verteld door Maddy, die op haar uit de vuilnisbak geredde typemachine intikt hoe er rond de weggelopen (en nu bij Maddy logerende) Legs een bijzonder groepje ontstaat. De charismatische Legs leidt de bende, die trekken krijgt van een cult. Ze weet wat ze niet wil, maar hoe het wel moet, dat is een heel ander verhaal. ‘Er zijn een miljoen manieren om iets fout te doen en maar één om het goed te doen’, zegt Legs vroeg in de film. Het had het motto van Foxfire kunnen zijn.

Boekverfilming
Cantets rolprent is de tweede verfilming van de gelijknamige roman (uit 1993) van de Amerikaanse schrijfster Joyce Carol Oates. Drie jaar na publicatie speelde Angelina Jolie, toen een opkomende ster, reeds de rol van Legs, onder regie van Annette Haywood-Carter. Cantet, die tevens het scenario schreef, laat Legs, Maddy en hun vriendinnen vertolken door debuterende actrices, wat de wereldvreemdheid van hun meidenclub een authentieke glans geeft.

Cantet zet de wereld waarin de roman speelt, met zijn provinciale landerigheid en de eerste uitingen van de consumer society, fraai neer. Veel scènes zijn vanaf de schouder gedraaid, wat de film een documentaire zweem geeft. De soms nerveuze cameravoering verbeeldt de onrust en verwarring die de meiden voelen. Er is rock ’n roll en rhythm ’n blues uit radio’s, maar een filmscore, het gebruikelijke glijmiddel van Hollywood, is grotendeels afwezig. De liefhebbers van arthouse-films zitten goed.

Foxfire

Vrouwenemancipatie
Dat zijn allemaal plussen, maar met 143 minuten is de film te lang. Er sluiten zich steeds meer meiden – en zelfs oudere vrouwen – aan bij de groep, waardoor de dynamiek verschuift van individu naar ensemble. Het verwatert de centrale spanning: hoe Maddy zichzelf leert kennen via haar omgang met de rebelse Legs. Met Maddy komt het uiteindelijk goed (ze schrijft, net als Joyce Carol Oates) en Legs wordt een geest, want ze wil haar fantasie aan de werkelijkheid opleggen.

Foxfire is zo’n film die een tijd en een levensgevoel neerzet, net als On The Road of Lawless. Maar die zijn geïnspireerd door waar gebeurde voorvallen, terwijl Foxfire utopische fictie is. Roman en film verplaatsen de ideeën over vrouwenemancipatie uit de jaren ’60 dik tien jaar terug in de tijd, waar ze onwerkelijk aandoen. Met al zijn realisme qua decor, aankleding en kapsels is Foxfire een sprookje. De meiden in pettycoat en spijkerbroek die de maatschappij de rug toekeren en hun eigen commune beginnen, bestaan alleen in de fantasie van Joyce Carol Oates. Laurent Cantet geeft hen een gezicht.

 

22 juni 2013

 

 

ALLE RECENSIES

 

Inch’Allah

****

recensie  Inch’Allah

Menselijk gezicht van bomaanslag

door Cor Oliemeulen

Aangrijpend, realistisch portret van een jonge Canadese die werkt als verloskundige in een Palestijns vluchtelingenkamp en door persoonlijke omstandigheden wordt gedwongen partij te kiezen.

De met vele prijzen bekroonde loopbaan van filmmaakster Anaïs Barbeau-Lavalette kenmerkt zich door een hoge mate van engagement. Vastgelegd in korte en langere documentaires over sociaal zwakkere groepen (vooral kinderen) in bijvoorbeeld Honduras, Argentinië, India en Tanzania. Van haar talrijke reizen naar Palestina maakte ze niet alleen korte films, ze schreef ook een boek over haar ervaringen. Een speelfilm over alter ego Chloe (Evelyne Brochu), een jonge Canadese vroedvrouw die werkt in een Palestijns vluchtelingenkamp op de Westelijke Jordaanoever, kon dan ook niet uitblijven.

Inch'Allah

Conflict heeft twee kanten
Chloe passeert tweemaal daags de controleposten bij de muur tussen haar woning in het Israëlische Ramallah en de zwaar geïmproviseerde kliniek in het op een vuilnisbelt gevestigd Palestijns kamp. Voortdurend zit de camera Chloe dicht op de huid, ademt met haar mee, registreert haar diepste gevoelens en beleeft de omgeving en gebeurtenissen over haar schouder mee.

Inch’Allah toont de ambiguïteit van een oorlogssituatie: een combinatie van liefde en haat, van fascinatie en confrontatie. De film wil geen politiek manifest zijn; hij richt zich niet direct op het oeverloos slepende conflict tussen Israël en de Palestijnen, maar focust op het gevoel van onveiligheid, onmacht, frustratie en het armoedige bestaan achter de metershoge scheidingsmuur. Het belangrijkste doel is om de onmenselijke actie van terreur nader te duiden en een menselijk gezicht te geven. Is een bomaanslag op een drukke markt God’s wil (Inch’Allah of insjallah) ? Of neemt iemand zelf volle verantwoordelijkheid voor zijn of haar daad?

De film gaat niet in op deze vragen en trekt ook geen partij. Chloe wordt wél uitgedaagd een keuze te maken. ’s Avonds is ze innig bevriend met de Israëlische vrouwelijke soldaat Ava (Sivan Levy), overdag leeft ze samen met de Palestijnse familie van Rand (Sabrina Ouazani). Rands echtgenoot wordt veroordeeld tot een lange gevangenisstraf terwijl ze zwanger is. Wegens complicaties moeten Chloe en enkele familieleden na het breken van de vliezen alles in het werk stellen om tijdig het ziekenhuis achter de controleposten te bereiken. Het wantrouwen van een Israëlische militair is even begrijpelijk als schrijnend.

Inch'Allah

Onmogelijke rol buitenstaander
Het realistische karakter van Inch’Allah wordt versterkt door de casting van de kinderen die in werkelijkheid ook in een vluchtelingenkamp wonen. Sommigen stoken vuurtjes, anderen rijden op een ezel. De meeste werken op de vuilnisbelt direct achter de scheidingsmuur die is vol gekalkt met niets aan de fantasie over latende spreuken. Ook volstrekt authentiek is het in een Superman-outfit gehulde jongetje Safi. Met een kei probeert hij een gat in de kolossale stenen barrière te maken, zodat hij een glimp van de andere wereld kan opvangen.

Zijn symbolisch handelen is een welkom rood draadje met poëtische kracht dat een schril contrast vormt met de emotionele vrije val die Chloe ondergaat. Regisseur Barbeau-Lavalette toont hiermee niet alleen de enorme gecompliceerdheid van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Ze confronteert je vooral met de onmogelijke rol van een buitenstaander die feitelijk geen buitenstaander mag zijn.

 

25 maart 2013

 
ALLE RECENSIES

Grand Soir, Le

*

recensie  Le Grand Soir

Ode aan de punker

door Wouter Spillebeen

Uit Frankrijk komt Le Grand Soir, een film van Benoît Delépine en Gustave Kervern. Deze komedie heeft stukken minder impact dan hun debuut Aaltra uit 2004.

Broers Not (Benoît Poelvoorde) en Jean-Pierre (Albert Dupontel) leiden zeer verschillende levens. Not is de oudste punk met hond van Frankrijk. Hij zwerft rond op straat, schopt keet en zet zijn hanenkam recht met bier. Jean-Pierre is een matrassenverkoper met een agressieprobleem. Zijn vrouw wil hem niet meer zien of spreken en hij slaagt er niet in zijn verkoopquota te halen. Wanneer de werkdruk hem te groot wordt, slaat hij door, waardoor hij zijn job verliest. Hij belandt op straat met zijn broer, die hem leert vrij te zijn.

Le Grand Soir

Franse humor
Het komedieaspect komt vooral van Franse taalgrappen, zoals een gesprek dat enkel bestaat uit variaties op de typische zegswijze ‘ça va’. Die humor werkt op het Franstalige grondgebied bijzonder goed, maar gaat in een vertaling volledig verloren. Franse komedies concentreren zich behalve op taalhumor vaak op karakterhumor, zoals iedere film met Louis de Funès (Le Gendarme de Saint-Tropez, Les Aventures de Rabbi Jacob)  of het recentere Bienvenue Chez les Ch’tis aantoont. Die combinatie is in Le Grand Soir prominent aanwezig en werkt niet altijd even goed over de grens.

Topcast
De film heeft een ontegensprekelijke topcast. De hoofdrollen worden vertolkt door twee van Frankrijks beste hedendaagse acteurs. Daarnaast zijn cameo’s weggelegd voor onder andere Yolande Moreau (Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain, Séraphine)  en niemand minder dan Gérard Depardieu (Cyrano de Bergerac, The Man in the Iron Mask). Zoals de laatste tijd wel vaker het geval is, kan over het piepkleine rolletje dat Depardieu speelt enkel gezegd worden dat het compleet overbodig is. Het lijkt alsof zijn scène (want er is er maar een) er achteraf is bijgeschreven. Het voegt niets toe aan het verhaal en het past niet in de context.

Le Grand Soir

Punk Is Not Dead
De makers van Le Grand Soir proberen zeer hard alternatief te zijn op dezelfde manier waarop veel regisseurs dat tegenwoordig proberen: met een schuddende camera, lange shots waarin amper iets gebeurt en een pittige en uitdagende soundtrack. In een film die essentieel een hommage is aan de punk verwachten we immers iets alternatiefs. Op een niet zo subtiele referentie naar de bekende lijfspreuk ‘Punk Is Not Dead’ na, raakt deze poging haar doel niet echt. Shots zijn zo lang dat ze gaan vervelen, sommige scènes komen geforceerd over en alles is te voorspelbaar. Daardoor verrast Le Grand Soir  nooit en gaat alle opbouw helemaal in rook op.

Als drama over de transformatie van Jean-Pierre of als ode aan de levensstijl van de punker had Le Grand Soir goed kunnen zijn. Maar de onvertaalbare humor en het eendimensionale verhaal zorgen voor een minder dan aangename filmervaring.

 

23 maart 2013

 

 

ALLE RECENSIES

 

Misérables, Les

***

recensie  Les Misérables

Een musicalster zingt, een acteur acteert

door Karina Meerman

Verfilming van succesvolle musical is een streling voor de ogen, maar lang niet altijd voor de oren. Les Misérables schuwt de grote emoties niet. Nooit. En dat kan heel vermoeiend zijn.

Het boek van Victor Hugo (gepubliceerd in 1862) verhaalt over de donkere tijden tussen 1815 en 1832 met thema’s als wraak, (goddelijke) vergeving, liefde, armoe en revolutie. Met andere woorden: daar komt geen lollige musical van. Regisseur Tom Hooper (The King’s Speech) brengt deze duistere Franse periode visueel mooi tot leven. De keus om zijn sterren ‘live’ te laten zingen was een dappere, maar de vraag is of het voor iedereen even goed werkt.

Jean Valjean (Hugh Jackman) is tot 19 jaar dwangarbeid veroordeeld voor het stelen van een brood. De rechtschapen Javert (Russell Crowe) is zijn opzichter. Eindelijk vrijgelaten, wordt Valjean nog steeds geketend aan zijn verleden. Eens een dief, altijd een dief en door de papieren die hij moet laten zien, krijgt hij geen werk, geen eten, geen onderdak. Een kerk vangt hem op en betekent een ommekeer in zijn bestaan. Hij belooft beterschap aan God en neemt een andere identiteit aan. Javert, die zich opwerkt tot hoofd van de politie, blijft hem echter achtervolgen.

Grote verhalen
De relatie tussen Valjean en Javert is een van de grote verhalen van Les Misérables. Dan is er de tragedie van de mooie Fantine (Anne Hathaway), die probeert te zorgen voor het meisje Cosette (Isabelle Allen), maar aan lagerwal raakt. De tijd verloopt en zo komen we bij de liefde tussen de volwassen Cosette (Amanda Seyfried) en Marius (Eddie Redmayne), in een tijd van revolutie. Het verhaal eindigt met een veldslag om de barricaden, de liefde en de rechtvaardigheid.

Recensie Les Misérables

Les Misérables is de verfilming van de succesvolle musical die al dertig jaar volle zalen trekt. Zestig miljoen mensen hebben de theaterproductie inmiddels gezien. Misschien koos Hooper daarom voor klinkende namen om de hoofdrollen te vertolken in zijn film. Maar ook al kunnen acteurs zingen, dat betekent niet dat ze musicalsterren zijn. Zo heeft Jackman een vibrato in zijn stem, die als je daar niet van houdt, behoorlijk op de zenuwen gaat werken. Crowe mist de woede en de passie die hij met zijn uiterlijk wel kan overbrengen. De Cosette van Isabelle Allen is een engeltje om te zien en horen, maar de volwassen Seyfried (Mamma Mia!) heeft een hoge trilstem, als het vogeltje dat kwetterend neerstrijkt op de hand van Disney’s Sneeuwwitje. In Shrek zit diezelfde scène, maar daar ontploft het beestje. No such luck in ‘Les Mis’.

Broodnodige verlichting
Is het dan allemaal leed en ellende? Nee, broodnodige verlichting komt van het duo Sacha Baron Cohen en Helene Bonham Carter, als louche herbergier en diens echtgenote. De jonge Daniel Huttlestone is aandoenlijk als het straatschoffie Gavroche en muscialzangeres Samantha Barks is een loepzuivere Eponine. En Anne Hathaway maakt indruk, zeker met haar vertolking van het klassieke ‘I dreamed a dream’. De lange close-up drukt iedereen met zijn neus op haar pijn. Hooper haalt deze truc ook uit bij Valjean’s eerste solo in de kerk. We zullen het voelen! En dat is misschien wel het echte pijnpunt van deze film: zangers die ook acteren, zijn iets anders dan acteurs die ook zingen. Een musicalster zingt. Een acteur acteert. We hoeven de tranen niet altijd te zien, zolang we ze in de stem horen.

 

3 januari 2013

 
ALLE RECENSIES

Sister

****

recensie  Sister

Familiedrama zonder familie

door Cor Oliemeulen

Simon steelt van de rijken, zodat hij en zijn oudere zus Louise niet verhongeren. Het meeslepende drama Sister schakelt subtiel tussen florerend toerisme op een bergtop en uitzichtloosheid beneden in het dal.

Ursula Meier is een nieuwe regisseur die we mogen koesteren. In haar debuutfilm Home (2008) leeft een familie geïsoleerd in een huis naast een onvoltooide snelweg. In haar nieuwe film Sister (L’enfant d’en haut) vormt een deprimerend dal aan de voet van de Zwitserse Alpen de woonomgeving van de 12-jarige Simon. De regisseur maakt, net als in Home , dankbaar gebruik van het natuurlijke acteertalent van Kacey Mottet Klein. Hij toont nauwelijks emoties, maar gaat volkomen op in zijn rol als de kleine, iele Simon en tilt de film letterlijk en figuurlijk naar grote hoogte.

Bloedneus op de koop toe
Simon heeft een seizoenspas waarmee hij elke dag met de lift naar het wintersportwalhalla boven op de alp gaat. Hij steelt ski’s, jassen, brillen, mutsen en handschoenen van rijke toeristen en verkoopt de buit ter plekke aan hotel- en restaurantwerknemers en leeftijdsgenootjes beneden. Simon is specialist op zijn vakgebied en gedraagt zich als een ondernemer die kan (onder)handelen als de beste. Hoewel hij glad als een aal is, wordt hij wel eens gesnapt. Maar dan kletst hij zich handig uit de situatie of neemt een bloedneus op de koop toe.

Recensie Sister

Tijdens een van zijn dagelijkse strooptochten maakt hij kennis met een Engels gezinnetje: een aardige moeder met twee zoontjes. De vrouw beschouwt hem als verloren ziel, Simon ziet haar als moederfiguur. Hij zegt dat zijn ouders op reis zijn, een andere keer dat ze bij een auto-ongeluk om het leven zijn gekomen. In werkelijkheid zorgt Simon zelf dat hij en zijn zus niet van honger omkomen. Louise (Léa Seydoux, debuut Inglourious Bastards) is de helft van de tijd spoorloos. De enkele keren dat ze thuis komt, wil ze geld. Of ze neemt een vriend mee, zodat Simon is veroordeeld tot slapen in de woonkamer van het appartementje, met sigarettenfilters in zijn oren.

Schokkend conflict zorgt voor wending
Sister  is geen Griekse tragedie maar een sociaalrealistische vertelling over de dagelijkse beslommeringen van Simon en zijn relatie met Louise. Zoals het een drama betaamt, worden de verhoudingen op scherp gezet. Een schokkend conflict halfweg de film zuigt je nog verder het verhaal in en mondt uit in een aandoenlijke scène: de zeer kwetsbare Simon hunkert naar warmte, maar voor een simpele omhelzing moet hij diep in de buidel tasten.

Beelden zeggen vaak meer dan woorden. De mooie cameravoering toont het schrille contrast tussen twee werelden. De triestigheid van de desolate appartemententoren in het donkere dal tussen tientallen hoogspanningsmasten met elektriciteitskabels tegen de achtergrond van hoge rotsbergen. En boven op de alpentoppen het idyllische paradijs van sneeuw, zonnige terrassen en warme chocolademelk. Dat maakt deze humanistische film winnaar van de Zilveren Beer in Berlijn en een goede keuze als Zwitserse inzending voor de Oscars.

 

31 oktober 2012

 
ALLE RECENSIES

Voyage extraordinaire, Le

***

recensie  Le voyage extraordinaire

‘Dit is geen film, dit is een gedicht’

door Cor Oliemeulen

Bijna iedereen kent Le Voyage dans la Lune, de verfilming van de reis naar de maan van Georges Méliès. Deze allereerste filmklassieker is magistraal gerestaureerd. De lange en kostbare weg hier naartoe is vastgelegd in de documentaire Le voyage extraordinaire.

Enkele mannen in een capsule worden met een gigantisch kanon afgeschoten, landen in een oog van de maan, worden gevangen genomen door maanwezens, weten te ontsnappen en keren veilig terug op aarde. Deze slechts veertien minuten durende sciencefictiontrip uit 1902 geldt als het eerste commerciële filmsucces. De effecten en de montage voor die tijd waren sensationeel. Om deze belangwekkende film voor het nageslacht te bewaren en te moderniseren, was Le Voyage dans la Lune een eeuw later toe aan grondige restauratie.

Montagetrucages
De documentaire Le voyage extraordinaire van Serge Bromberg en Éric Lange is opgebouwd uit drie delen. Allereerst maken we kennis met de Franse filmpionier Georges Méliès, die geen boodschap had aan de schaarse filmpjes eind negentiende eeuw. De enige gebeurtenissen die aan het celluloid werden toevertrouwd, beperkten zich tot militaire defilés en curiositeiten als schaatsende mensen, een man die zijn vrouw leert fietsen en een kussengevecht waarbij de veren in het rond vliegen. Méliès ging liever experimenteren en maakte ontelbare korte filmpjes die worden gekenmerkt door een theatrale stijl en montagetrucages.

De hoofdrol speelt hij meestal zelf, letterlijk en figuurlijk. Zo neemt hij in Un homme de tête (1898) zijn hoofd van zijn romp en zet het op een tafel, pakt het later weer op, gooit het in de lucht en vangt het op met zijn romp. Voor die tijd technisch hoogstaand, geniaal gemonteerd, artistiek en grappig. Huidige regisseurs als Costa-Gavras, Jean-Pierre Jeunet, Michel Gondry en Michel Hazanavicius spreken lovende woorden over Georges Méliès. Allen hebben een mening over de voortrekkersrol die hij vervulde en de ongekende schoonheid van Le Voyage dans la Lune.

Recensie Le voyage extraordinaire

Méliès had een kanon, de Apollo was een raket
In het tweede deel van de documentaire zien we hoe de film destijds tot stand kwam. Geïnspireerd door boeken van Jules Verne en H.G. Welles moest en zou Méliès een film over een reis naar de maan maken. Hoe spectaculairder hoe beter. Hij bouwde de allereerste filmstudio, optimaal gebruikmakend van het daglicht. Hij liet grote tableaus vervaardigen, zodat het tweedimensionale effect kon worden benadrukt. En hij verzon het verhaal. In de documentaire vertelt Tom Hanks dat Méliès direct is gelieerd aan de vaders van de Apollo-missies en hun fantasieën. ‘Méliès bouwde een groot kanon, zij bouwden een raket. Dat is het enige verschil.’

Pas na veertig minuten komt het echte werk aan bod: de restauratie van de film. De originele Le Voyage dans la Lune is in zwart wit, pas in 1993 ontdekte men een band waarvan de beeldjes één voor één met de hand zijn ingekleurd. Nu zijn we getuige van de moeizame, omvangrijke en zorgvuldige totstandkoming van de ultieme digitale versie. Niet minder dan 3680 beeldjes moesten worden gefotografeerd en gescand. De restaurateurs ontdekten beschadigingen en incomplete fragmenten. Het vervolmaken van een enkel beeld kostte soms uren, soms dagen. ‘Je kunt beter spreken van een wederopstanding dan van een restauratie’, merkt een medewerker op. Zijn collega is lyrisch over het eindresultaat: ‘Dit is geen film, dit is een gedicht.’

Authenticiteit bewaard gebleven
Hoewel de documentaire een aardig kijkje biedt op het leven van Georges Méliès, zijn er voor degenen die Hugo (2011) van Martin Scorsese hebben gezien weinig verrassingen. Het restauratieproces is interessant, maar niet sprankelend in beeld gebracht. Gelukkig is direct na afloop van Le voyage extraordinaire de gerestaureerde versie van Le Voyage dans la Lune te bewonderen, met elektronische muziek van het Franse duo Air. Ondanks en dankzij het gebruik van moderne technieken is de authenticiteit bewaard gebleven. Sterker nog: pas 109 jaar later zie je alle briljante details van dit onvervalste meesterwerk.

 

14 september 2012

 
ALLE RECENSIES

Neiges du Kilimandjaro, Les

****

recensie  Les Neiges du Kilimandjaro

Sociale misstanden met onverwachte wendingen

door Cor Oliemeulen

Er is geen enkel spoor van sneeuw te zien in Les Neiges du Kilimandjaro. Dit sociaalrealistisch drama van Robert Guédiguian speelt zich geheel af in het zonovergoten Marseille. Een indringende film over moraliteit, vertrouwen en solidariteit, gebaseerd op een gedicht van Victor Hugo.

Moraliteit, vertrouwen en solidariteit kan havenarbeider Michel (Jean-Pierre Darroussin) zeker niet worden ontzegd. Nu de economische crisis op de werf heeft toegeslagen, moet hij door het trekken van lotjes het ontslag van twintig collega’s bezegelen. Aangezien hij als vakbondsman niet heeft verzaakt zijn eigen naam toe te voegen, kan ook hij zijn biezen pakken. Bij thuiskomst reageert zijn vrouw Marie-Claire (Ariane Ascaride) begrip- en liefdevol. Armoede ligt gelukkig niet direct op de loer. Bovendien kan Michel voorlopig meer tijd besteden aan zijn rol als grootvader.

Les Neiges du Kilimandjaro

Groot dilemma
Als ze dertig jaar zijn getrouwd, krijgt het echtpaar een reis naar de Kilimanjaro met wat zakgeld aangeboden. Jarenlang hebben zij zich weggecijferd, dus het is dik verdiend. Helaas worden ze overvallen door twee gemaskerde mannen die hun cadeau inpikken. Op een (beetje te) toevallige manier ontmaskert Michel later één van daders. Maar als hij ontdekt wie het is en waarom hij tot zijn daad is gekomen, staat hij voor een groot dilemma.

Robert Guédiguian begon zelf als arbeider en maakte later als regisseur louter sociaalrealistische films, vergelijkbaar met zijn Britse vakgenoot Ken Loach (rauwer) en de Waalse broers Luc en Jean-Pierre Dardenne (zwaarmoediger). Op integere wijze laat hij Michel en Marie-Claire worstelen met hun geweten en rechtvaardigheidsgevoel. Moeten ze de dader aangeven? Of hebben ze een alternatief? Het complexe drama mondt uit in het tonen van sociale misstanden en kent vele onverwachte wendingen. Guédiguian weet zich gesteund door huisacteurs Jean-Pierre Darroussin en Ariane Ascaride, in het dagelijkse leven echtgenote van de regisseur.

Prijs Europese Parlement
Ook de politiek heeft Les Neiges du Kilimandjaro opgemerkt. De film won afgelopen jaar de LUX-prijs, die is ingesteld door het Europese Parlement. Het bedrag van 90.000 euro is gebruikt om de ondertiteling van de 23 officiële Europese talen te bekostigen. Het is de vraag of dit juweeltje van Zuid-Franse arbeiderscultuur, dat zich laat kijken als een feelgoodfilm, anders überhaupt onze bioscopen zou hebben gehaald.

 

22 juli 2012

 
ALLE RECENSIES

Casque d’Or

****

recensie  Casque d’or

Femme fatale tegen wil en dank 

door Cor Oliemeulen

In de Franse klassieker Casque d’or, die deze zomer in een gerestaureerde versie weer te zien is, wordt Simone Signoret geportretteerd als een engel. Maar in feite speelt ze een femme fatale die de aanleiding vormt voor een reeks tragische gebeurtenissen.

Het oeuvre van de Franse regisseur Jacques Becker bestaat uit slechts dertien films. Hij is vooral bekend van de gangsterfilm Touchez pas au Grisbi (1954) en het gevangenisdrama Le Trou (1960). Casque d’or (1952), een liefdesverhaal dat zich afspeelt in het gangstermilieu van Parijs tijdens de Belle Epoque, is een minder bekend, maar niet minder fraai meesterwerk. De kijker wordt meegevoerd naar een andere tijd en plaats met een eigen tempo en drama.

Casque d'Or

Monet in stemmig zwart-wit
Voor het uitbreken van de gruwelijkheden van de Eerste Wereldoorlog in 1914 was Parijs vredig en welvarend. De kunst bloeide op: literatuur, muziek en schilderkunst beleefden gouden jaren. Romantische ensceneringen, geïnspireerd door Beckers leermeester Jean Renoir en de Franse impressionisten, beschouwen het goede leven in het 20ste arrondissement. Verschillende plaatjes zien er uit alsof Monet ze in sfeervol zwart-wit zou hebben geschilderd: roeien op een rivier, picknicks en de gezellige drukte van een drinkgelag in een cafétuin.

In deze ambiance van vrolijkheid en feestjes volgen we prostituee Marie (Simone Signoret), gezegend met blond haar (casque d’or betekent letterlijk gouden helm) en het liefje van pooier Roland. Tijdens het dansen wordt ze op slag verliefd op de vreemdeling Georges Manda (Serge Reggiani), maar na vijf jaar gevangenis zit deze niet te wachten op problemen. Gangsterbaas Felix Leca (Claude Dauphin) stuurt aan op een confrontatie tussen Roland en Georges, waarbij de eerste wordt gedood. Als de politie komt, is iedereen gevlucht. Marie zoekt haar heil in een dorp.

Casque d'Or

Guillotine maakt einde aan illusie
Georges weet haar te vinden en samen beleven ze een idyllische tijd. Liggend in het gras bij een riviertje, warme zonnegloed in het gezicht, wapperende haren, als een eeuwig durend geluk. Helaas horen ze dat Georges’ vriend Raymond is gearresteerd voor de moord op Roland. Hij gaat terug naar Parijs, bekent zijn daad en verneemt dat Leca hem in de val heeft gelokt. Georges weet te ontsnappen en schiet Leca dood. Hijzelf laat het leven onder de guillotine, terwijl de gebroken Marie vanuit een hotelraam gedesillusioneerd het drama aanschouwt.

Naast een lust voor het oog is Casque d’or een prachtige studie van karakters in een omgeving waar de actie zonder dralen is en de boeven geen petten maar hoeden dragen. Het verhaal is gebaseerd op het waargebeurde Leca-Mandaschandaal. Het treffen tussen ex-crimineel Manda en gangsterbaas Leca werd destijds dramatisch uitvergroot in de tabloids. Het duurde nog lang voordat de film werd opgenomen. Hij flopte bij de première, maar zoals vaker kwam de waardering voor de kunstzinnige benadering later. Zeker van de Nouvelle Vague-regisseurs, die zich net als Jacques Becker afzetten tegen de droomfabriek van Hollywood en in hem een voorbeeld zagen.

 

11 juli 2012

 
ALLE RECENSIES