Grote Zwaen, De

****

recensie  De grote Zwaen

Neo-noir op z’n Nederlands

door Ashar Medina

In zijn tweede speelfilm keert regisseur Max Porcelijn terug naar de schimmige Amsterdamse onderwereld die ook in zijn debuut Plan C de arena vormde voor een zwartkomisch relaas over eer, wraak, geld en hebzucht. Een wereld waarin goede bedoelingen ver te zoeken zijn, maar wie zit daar nou weer op te wachten?

Cabaretier en componist Peter van de Witte speelt in zijn eerste grote filmrol de geplaagde auteur Gerard F. Zwaen, een eerzuchtig mannetje met een onstilbare honger naar erkenning. En geld. Zwaens laatste boek is namelijk niet geweldig ontvangen en door zijn recente scheiding verkeert hij in geldnood. De groep gevestigde schrijvers waarmee hij van tijd tot tijd borrelt is voor hem tegelijkertijd een voorbeeld en een spiegel van zijn eigen falen.

Recensie De grote Zwaen

Zwaens uitgever (Rene van ’t Hof) houdt hem voor dat deze tegenslagen nieuwe mogelijkheden zullen voortbrengen, maar zelf is hij daar te cynisch voor. Zoals het een getormenteerde schrijver betaamt zwelgt hij in zelfmedelijden en voelt hij zich permanent onbegrepen. Wanneer Zwaen per toeval toegang krijgt tot een koffer vol drugsgeld lijken zijn zorgen te verdwijnen als sneeuw voor de zon. Maar het is natuurlijk alleen maar het startschot voor een reeks misdrijven en misverstanden die hem leiden naar de afgrond.

Coen-eske Cinema
Porcelijn is een begenadigd scenarioschrijver, getuige zijn Gouden Kalf uit 2012 voor het script van Plan C. Ook hier etaleert hij zijn talent voor gevatte dialogen en een scrupuleus in elkaar geweven plot dat nog maar eens aantoont dat misdaad (haast) nooit loont. Gebruikmakend van genre-elementen als een protagonist met een bedenkelijke moraal, een femme fatale, een koffer vol geld en een meedogenloze gangster (een geweldig schmierende Michiel Romeyn), creëert Porcelijn een sfeer die doet denken aan de gebroeders Coen. Met films als Fargo en Blood Simple combineerden zij deze klassieke film noir-elementen met modern nihilisme, waarbij cynische humor reflecteerde op personages die zichzelf tegen beter weten in voorhouden dat misdaad wél loont.

De grote Zwaen

Maar waar de Coens visueel ook altijd uitpakken om hun verhaal kracht bij te zetten, komt de cameravoering en montage in De grote Zwaen ietwat braafjes over. Het grootste deel van de scènes speelt zich binnenshuis af tussen twee of drie personen, waarbij de dialogen weliswaar een lust voor het oor zijn, maar de cinematografie te weinig prikkelt. Uitzondering hierop is een spannende sequentie in het bos, waarin Zwaen in de stortregen de dood in de ogen kijkt. Hier wordt optimaal gebruik gemaakt van de locatie door wijdere panorama’s te schetsen en de camera actief mee te laten zoeken tussen de bomen door. Hier wordt het Cinema.

Alleen Maar Nette Mensen?
De grote Zwaen zit vol markante personages met een al even kleurrijk vocabulaire. Het zijn figuren rechtstreeks uit een van de hard boiled pulpromans van Raymond Chandler, vandaar ook dat de film het etiket neo-noir dubbel en dwars verdient. Het is echter de vraag of hier in Nederland een publiek voor is.

Recensie De grote Zwaen

Wanneer Zwaen eenmaal besluit het geld te stelen krijgt hij bijvoorbeeld een corrupte FIOD-agent op zijn dak; die werkt voor de hasj dealende gangster aan wie het geld toebehoort. De FIOD-agent wordt op zijn beurt in de gaten gehouden door een koude, gevoelloze rechercheur die de hele operatie probeert op te rollen. Als we daar ook nog Zwaens ijskonijn van een ex-vrouw en zijn frauderende boekhouder bij optellen, blijft er weinig over om je mee te identificeren. Onsympathieke personages horen bij het genre, maar maken de film nou niet bepaald toegankelijk voor een groot publiek.

De grote Zwaen is daarom misschien niet voor iedereen, maar daar is niets mis mee. Plan C was ook alles behalve een kaskraker. Wel was de film origineel, grappig en spannend, wat het een van de beste Nederlandse producties van het afgelopen decennium maakte. De grote Zwaen past ook zeker in dat rijtje.

 

23 oktober 2015

 

 

ALLE RECENSIES

 

Marguerite

****

recensie  Marguerite

De illusie van een valse sopraan

door Suzan Groothuis

Niets is mooier dan je grote passie delen met publiek. Voor Marguerite, een dame op stand in het Parijs van begin jaren 20, is dat zingen. Overtuigd van haar talent besluit ze een carrière als operazangeres aan te gaan. Alleen zingt ze zo vals als een kraai.

Parijs, begin jaren 20. De film opent met een huiskamerconcert, georganiseerd voor een goed doel. Marguerite (Catherine Frot, The Page Turner), behorend tot de aristocratische klasse, is gastvrouw maar ook eregast van dit evenement. Op haar “society”-feestje gaat alle aandacht uit naar de muziek: klassiek geschoolde muzikanten begeleiden operatalenten op bekende composities van klassieke meesters. Marguerite, gehuld in extravagante outfit en getooid met pauwenveer, sluit het evenement af. Mozart zet in, Marguerite zingt. Waar eerder sprake was van betovering, is er nu gêne alom: de sympathieke dame zingt namelijk vals.

Recensie Marguerite

Aanslag op de oren
Voor Hazel, een jonge Parijse die alle kansen benut om als operazangeres bekendheid te krijgen, is het een bizarre vertoning. Voor journalist en schrijver Lucien Beaumont en kunstenaar Kyrill een manier om aan geld te komen. Van Beaumonts hand verschijnt een lovende recensie, waarin hij de unieke stem van de barones prijkt. In alle kranten afgedaan als schande (“pauvre Mozart!”) roemt hij Marguerite vanwege haar eigenheid. En Marguerites toegewijde butler Madelbos houdt haar grote droom in stand door haar juist alleen Beaumonts artikel te laten lezen.

Geïnspireerd en verlangend naar meer neemt Marguerite contact op met Beaumont. Wanneer hij regelt dat ze kan optreden voor publiek (een ludieke scène met een grote knipoog naar Dada) is het hek van de dam. Marguerite wil alleen nog maar optreden, tot weerzin van haar man Georges Dumont (André Marcon). Buiten het feit dat hun relatie al jaren in het slop zit en hij er een maîtresse op nahoudt, staat Georges het schaamrood op de wangen als hij Marguerites zangkunsten aanhoort. En hij is niet de enige: de gehele “high society” waaronder zij zich bevinden moet niets van haar valse kreten hebben. Maar niemand durft Marguerite te zeggen waar het op staat.

Recensie Marguerite

Op naar de top
Marguerite, sfeervol geschoten, ademt in alles het Parijs van de jaren ‘20 – denk aan kostuums, interieur en details als een Comoedia (in die tijd een bekend Frans tijdschrift voor kunst en cultuur). Gehuld in extravagante kostuums die zij verzamelt van beroemde toneelstukken laat Marguerite zich fotograferen door haar butler. Ze waant zich een ster, maar is het niet – en laat dit nou net de kracht van Giannoli’s film zijn. Het komische aspect zit hem in Marguerites performances – haar gekrijs zorgt letterlijk voor de hilarische noot. Je ziet het publiek onrustig schuifelen, gniffelen en weglopen, zonder dat Marguerite het doorheeft. Als kijker betrap je jezelf er op dat je ongemakkelijk op je lip bijt. Zelfs wanneer operaster Atos Pezzini (Michel Fau in een dik aangezette rol) aangetrokken wordt als zangdocent, is er geen verbetering zichtbaar.

Pijnlijke passie
Van een transformatie als in George Bernard Shaws’ Pygmalion is geen sprake. Een happy end, waarin het lelijke eendje transformeert tot een mooie zwaan, krijgen we dan ook niet voorgeschoteld. Want als Marguerite dan eindelijk de juiste noot gevonden heeft, volgt haar tragische lot.

Het is aan Catherine Frot te danken dat zij haar personage niet tot een karikatuur maakt. Haar Marguerite is een vrouw die leeft in eenzame passie en het liefst gezien wil worden. Als kijker weet je niet of je moet lachen of huilen als je haar ziet optreden, maar de blik in haar ogen verraadt genoeg als je Marguerite ziet kijken naar de lege, gereserveerde stoel van haar man voor haar.

Losjes gebaseerd op het leven van Florence Foster Jenkins, die onder de gelijknamige titel onder regie van Stephen Frears (met Meryl Streep in de hoofdrol) nog een release moet krijgen.

 

12 oktober 2015

 
ALLE RECENSIES

J. Kessels

****

recensie  J. Kessels

Une affaire de flamousse

door Ralph Evers

Soms heeft de filmrecensent van die momenten, dat er totaal niets uit z’n vingers komt. Wat nu weer in godsnaam te schrijven. In tegenstelling tot de film J. Kessels, waar de protagonist wordt gered door een allereigenaardigst telefoontje, moet de recensent zich beperken tot een overdosis billen, bier, peuken en frikandellen. Proost!

Kort samengevat is J. Kessels  een absurde roadtrip van pulpschrijver Frans en diens illustere personage J. Kessels. Wanneer een opdracht van een onbekende Vlaming hen van Tilburg naar de Hamburgse Reeperbahn doet rijden in een oude gammele roestbak, genaamd de Kamikaze, volgen we een allesbehalve alledaags reisje. Op zoek naar een vreemdgaande frikandellenhandelaar ligt er plots een lijk in de kofferbak.

Recensie J. Kessels

Peuken
Maar dit is een film die zich niet kort laat samenvatten. Al was het maar omwille van de gezochte diepgang, die Frans (een uitmuntende Fedja van Huêt) in allerlei poëtische omzwervingen aan het stiekem met diepgang begiftigde personage J. Kessels (gespeeld door de Messi van het Nederlandse acteursgilde, Frank Lammers) toedicht. Kessels die zijn wijsheden heeft geleerd van voetbal. Sterker nog, de hele vreemdgaande frikandellenhandelaar wordt door een speling uit de voetbalgeschiedenis in kaart gebracht. Tot verrassende, doch grappige, ontsteltenis van de inmiddels niet meer zo onbekende Vlaming. Het is een genot te zien hoe ze op elkaar ingespeeld zijn. De spelvreugde spat van het scherm. Gelijkend aan Raoul Duke en Dr. Gonzo uit Fear and Loathing in Las Vegas.

Bier en Frikandellen
Hier volgt het recept om een film als J.Kessels  te maken. Men neme een goede blender. Daarin stopt men de droogkloterige humor van Aki Kaurismäki met dito soundtrack. Schil wel even de Finse melancholie ervan af. Terwijl de blender dit tot een gladde massa maakt, vet men alvast een ovenschaal in met een stemmig kleurfilter en verkruimelt men een bodem van Brabants binnensmonds gemompel. De blender wordt verder gevuld met een vleugje Coen Brothers en een snufje Fear and Loathing in Las Vegas. Zorg er wel voor dat er geen andere drugs in je papje terechtkomt. Terwijl je de oven voorverwarmt, zet je uitsluitend op vinyl country & western op en schuif je de gevulde ovenschaal 107 minuten in de voorverwarmde oven. Eet smakelijk!

Recensie J. Kessels

Billen
Misschien wel een van de lekkerste maaltijden die de Nederlandse cinema in 2015 voorschotelt is J. Kessels. Naar een roman van P.F. Thomése, een veelzijdig schrijver. In het verlengde hiervan kent de vertelling, geïnspireerd op een stel goedgevormde vrouwenbillen, hieraan gelijkende sfeerwisselingen en plotwendingen. Daarnaast is het zo dat billen dienen te dansen; ook daarvoor is ruimschoots aandacht in de eigenwijze soundtrack van de film. Hoewel er aan de intelligentie van Kessels getwijfeld mag worden, weet hij dit echter te compenseren door steevast een treffende tekstlijn uit zijn geliefde muziek te citeren.

Die billen vormen nog op een andere manier een leitmotiv in de film. Het zijn de billen van Brigit, liefkozend B-Beetje genoemd, die de onschuldige, verwarde schrijver Thomése in dit hele avontuur laat storten. Met de Vlaming en de billen, de opdracht en de thuiskomst, wordt heden en verleden mooi rond gemaakt, gelijk die pronte, dansende damesbillen, waar het allemaal eens mee begon.

 

27 september 2015

 

ALLE RECENSIES

Visit, The

***

recensie  The Visit

Van je familie moet je het hebben

door Ashar Medina

Regisseur M. Night Shyamalan keert met The Visit terug naar zijn roots en creëert met minimale middelen een beklemmende atmosfeer die als een donkere wolk boven zijn jonge hoofdrolspelers hangt. Oh, en er is een verrassende twist op het einde. Maar dat hadden we niet anders verwacht. 

Puberende amateurregisseur Rebecca en haar broertje Tyler gaan een weekje op bezoek bij hun grootouders die ze nog nooit hebben ontmoet. Moeder Paula ontvluchtte als moeilijke tiener het ouderlijk huis om vervolgens nooit meer achterom te kijken en heeft al jaren geen contact meer met haar ouders. Tot opa en oma de kinderen uitnodigen om een weekje door te brengen op het platteland en elkaar beter te leren kennen.

Recensie The Visit

Rebecca grijpt de kans met beide handen aan om een documentaire te maken over de plek waar haar moeder opgroeide en erachter te komen waarom ze zo halsoverkop vertrok. Maar ze krijgt meer dan waar ze om vroeg. Nana en Pop Pop blijken namelijk nogal wereldvreemd en vertonen bizar gedrag waarmee ze de kinderen onbedoeld de stuipen op het lijf jagen. Rebecca en Tyler beginnen te vermoeden dat hun grootouders een donker geheim verbergen en gaan op onderzoek uit. Maar willen ze de waarheid wel echt weten..?

Less is more
Shyamalan gaf in interviews aan dat hij na grote, geflopte CG-blockbusters als The Last Airbender en After Earth bij zichzelf te rade ging. Hij besloot dat dergelijke gigantische studioproducties weinig ruimte overlaten voor spontaniteit en zag in dat hij zijn eigen stem aan het verliezen was. Die eigen stem vindt zijn oorsprong in geslaagde ingetogen thrillers als Unbreakable en natuurlijk The Sixth Sense, waarmee hij eind jaren negentig zowel publiek als critici voor zich wist te winnen. Dus schreef Shyamalan een kleine horrorkomedie over een broer en zus die op bezoek gaan bij de opa en oma from hell.

The Visit is gedraaid als een found footage documentaire en maakt dankbaar gebruik van de mogelijkheden die het genre biedt. De vaak statische camera blijft objectief toeschouwer van de angstaanjagende taferelen die de kinderen krijgen voorgeschoteld en creëert zo een gevoel van realisme. Anderzijds zorgen kinetische handheld  achtervolgingen ervoor dat de vaart er in blijft en dat de spanning wordt opgevoerd, het blijft tenslotte horror. Een echte vondst is het besluit Rebecca en Tyler allebei een eigen camera te geven, zo krijgen we niet alleen twee totaal verschillende perspectieven te zien, het biedt de filmmakers ook de mogelijkheid om in de montage te cross-cutten, wat vooral tijdens de actie-sequenties een grote plus is ten opzichte van andere mockumentaries.

The Visit

Horror of komedie?
De centrale vraag – of er nou wel of niet iets bovennatuurlijk aan de hand is –  houdt The Visit tot het einde spannend en de creepy grootouders zijn uitstekend nachtmerrievoer. Het komische gedeelte komt echter wat minder goed uit de verf. Zo ambieert Tyler een rapcarrière, maar werken zijn slechte vrouwonvriendelijke raps eerder op de zenuwen dan op de lachspieren. Rebecca’s flauwe grappen over het feit dat hij als dertienjarig blank jongetje zwart probeert te zijn slaan ook de plank mis en laten zien dat Shyamalan niet echt dicht bij de jeugd staat. De personages blijven daardoor een beetje vlak, ook al worden er verwoede pogingen gedaan om driedimensionale karakters neer te zetten.

Een van de plotlijnen richt zich bijvoorbeeld op het gemis van hun vader, die het gezin in de steek liet voor een andere vrouw. Via interviews leren we dat Rebecca en Tyler allebei op hun eigen destructieve manier omgaan met dit verlies. Hoewel een interessant gegeven, wordt dit vooral in vluchtige monologen duidelijk gemaakt, waardoor het jammer genoeg een beetje aanvoelt als psychologie van de koude grond.

Dit alles maakt The Visit een spannende, originele thriller die onvermijdelijk vergeleken zal worden met The Sixth Sense, maar die strijd helaas niet zal winnen. Het is echter wel Shyamalans beste film sinds jaren, en die leuke twist op het einde maakt het kijken meer dan waard.

 

8 september 2015

 
ALLE RECENSIES

Vacation

*

recensie  Vacation

De filmrecensent: ‘the unbearable lightness of being’

door Cor Oliemeulen

De vader van een Amerikaans gezin neemt zijn vrouw en twee zoontjes mee op een trip naar een pretpark. Onderweg beleven ze tal van avonturen en is de lol voor de kijker ver te zoeken.

Als recensent kun je te maken krijgen met films die in drie letters zijn samen te vatten. Zo’n confrontatie kwijt je van een dankbare taak, want het kan heerlijk opluchten om een gedrocht inhoudelijk de grond in te stampen. Het biedt bovendien creatieve kansen om weinig gebruikte woorden te bezigen, zoals kwakkelig, horribel of honteus. Tegelijkertijd is het bespreken van flepse, hulpbehoevende wanproducties ondankbaar, want hoe kun je een sprankje hoop putten uit zoveel indolente, infantiele ellende?

Recensie Vacation

Vrieskast
Het is niet ondenkbaar dat de debuterende scenarioschrijvers van Vacation (we zullen hun namen niet noemen) tijdens hun eigen vakantie zich in laveloze en bedwelmde toestand bij het kampvuur suf lachten, zich niet realiserend dat ze zo genadeloos hun vingers zouden branden aan de kansloze reanimatie van een dertig jaar oude komedie. Vacation was destijds de beste aflevering van de Lampoon-serie: Harold Ramis regisseerde, John Hughes schreef het originele verhaal en Chevy Chase was op zijn best als het hoofd van het gezin Griswold.

Chase, gezegend met zijn typische meligheid en onbeholpen mimiek, wist zich met een niet te versmaden potje slap geouwehoer uit elke situatie te kletsen. De arme Ed Helms (The Hangover), die het hoofd van de nieuwe generatie Griswold in deze zogenoemde sequel speelt, bezit niets van de timing en charme waarmee Chase elke vrieskast kon ontdooien. En met zo’n verschrikkelijk script vol clichés, platvloersheid en genitaliën kan zelfs Al Pacino (ook ooit actief in een *-sterrenfilm, zie onderaan) niets aanvangen.

Onderbroek
De chemie tussen Ed Helms en Christine Applegate (Anchorman) is nul komma nul vergeleken met Chevy Chase en Beverly D’Angelo; de bijrollen van Leslie Mann (17 Again) en Chris Hemsworth (Thor) zijn bedroevend, en niet alleen omdat laatstgenoemde als watergegolfde macho in onderbroek ongemakkelijke poses in de slaapkamer moet uitvoeren. Het meest teleurstellend is dat Chase en D’Angelo zich voor de finale van de jongste Vacation hebben laten strikken.

Als opa en oma zijn ze wel zo aardig om de familieleden na alle onfortuinlijke reisavonturen richting Walley World hun originele Wagon Queen Family Truckster beschikbaar te stellen. De aanblik van de omgebouwde avocadogroene Ford-stationwagen met nephouten panelen en acht koplampen doet direct terug verlangen naar het oorspronkelijke gezin Griswold met hun veel leukere en beschaafdere belevenissen, zoals de hilarische ontmoetingen met Randy Quaid als de onbehouwen neef en John Candy als de zenuwachtige bewaker van Walley World. Die begrepen wat comedy is.

Vacation: slechte comedy's

Dogma
Er is niets tegen grove en politiek incorrecte humor. Echter de slomp hersenloze pulpkomedies die de laatste jaren de bioscopen overspoelt, rechtvaardigt de spoedige oprichting van een comité in de geest van Joseph McCarthy. Studio’s, producenten, scenaristen, regisseurs, acteurs en distributeurs onderwerpen zich aan een nieuw Dogma-manifest waarin het begrip gereproduceerde wansmaak puntsgewijs zal worden gedefinieerd om vervolgens aan de toegangsdeuren van alle Pathé-theaters te worden gespijkerd. Anders blijft het lichtvoetige lot van de recensent om soms de alarmbel te luiden voortbestaan.

Voor lezers die graag hun woordenschat willen uitbreiden, volgen hier wat misbaksels die het beoogde comité vast niet zouden hebben overleefd: Blended * A Good Old Fashioned Orgy * A Haunted House 2 * The Heat * Identity Thief * Jack and Jill * Our Idiot Brother * Pixels * Sex Tape * Ted 2 * This is 40 * We’re the Millers *. Kandidaten voor de ballotagecommissie kunnen zich melden bij de redactie.

 

24 september 2015

 
ALLE RECENSIES

Irrational Man

***

recensie  Irrational Man

Mens wikt, toeval beschikt

door Alfred Bos

In zijn vijfenveertigste film citeert Woody Allen existentiële filosofen als Kant, Kierkegaard en Sartre, maar slaagt er in om zware vragen rond leven en dood luchtig te houden. Ook vermomd als quasi-thriller à la Hitchcock blijft Allens signatuur herkenbaar.

In de openingsbeelden van Irrational Man zien we Abe Lucas, de met een reputatie van rokkenjager behepte professor filosofie, achter het stuur van zijn sportauto op weg naar zijn nieuwe baan aan het fictieve Braylin College in Newport, Rhode Island. We horen via een voice-over Abe (Joaquin Phoenix) nadenken over moraliteit en Kant, de Duitse verlichtingsfilosoof, terwijl op de geluidsband het aanstekelijke The In Crowd van het Ramsey Lewis Trio klinkt. Binnen tien seconden weet je: dit moet een Woody Allen-film zijn.

Recensie Irrational Man

Abe is leeg. Voor zijn omgeving is hij de mysterieuze held, maar hij neemt zijn loopbaan en het leven niet serieus meer; filosofie is zelfbevlekking houdt hij de collegezaal voor. Alle belangstelling van de vrouwelijke studenten en collega’s op de campus laat hem koud, de fles is zijn beste vriend. Maar Abe hervindt zijn levenslust wanneer hij besluit om een slecht mens te vermoorden. Op de geluidsband klinkt opnieuw het Ramsey Lewis Trio, nu met het gospel-getinte Wade In The Water. Abe is herboren.

Emma Stone
Regisseur en scenarist Woody Allen is in zijn films zelden weggelopen van stevige filosofische thema’s en met een filosofieprofessor als hoofdpersoon, type bohemien weliswaar, ligt het er wel heel dik op. Irrational Man draait om existentiële vragen: kun je goed doen door iets slechts te doen, zoals het om zeep helpen van een naar mens? Probleem voor Abe, maar ook voor zijn directe omgeving. Wanneer de bevriende studente Jill Pollard (Emma Stone in haar tweede Allen-film, na Magic in the Moonlight van vorig jaar) deduceert dat Abe de dader is, moet ze hem dan aangeven of niet? Morele dilemma’s zijn besmettelijk.

Het is geen toeval dat Dostojesvki’s roman De Idioot ligt opengeslagen op Abe’s werktafel. Het personage van Abe is zo weggelopen uit Misdaad en Straf – moord om een hoger doel te dienen –  en hij haalt Sartre aan om zijn hervonden levenslust te motiveren: het zijn de daden die tellen, niet de woorden. Woorden hebben hem uitgehold en met zijn daad maakt hij het universum een tikje rechtvaardiger. Sartre en Dostojevski als bakens in een komedie over moord, daar kan alleen Woody Allen mee wegkomen.

Recensie Irrational Man

Kluchtige zedenschets
En zoals eerder met het thematisch vergelijkbare Crimes and Misdemeanors (1989) en Match Point (2005) komt hij er mee weg, zij het ditmaal nipt. Abe niet. Die tart openlijk het toeval door op een feestje de gasten te choqueren met een spelletje Russisch roulette, maar het toeval slaat onverwacht terug. Het beslissende detail wordt terloops geïntroduceerd, de climax is een ironische verrassing. Voor wie het allemaal nog niet had begrepen, citeert Allen de woorden van Hannah Arendt over Nazi-moordenaar Eichmann: het kwaad is van een existentiële banaliteit. Knap dat je daar een kluchtige zedenschets in thrillervermomming over kunt maken.

Irrational Man zit vol filosofische terzijdes en verwijzingen, maar blijft altijd luchtig. Allen, dit jaar 80, heeft na meer dan veertig films het vak zo goed in de vingers dat het gemak waarmee hij scènes en situaties opzet ook als gemakzucht kan worden begrepen, zoals de voice-overs van de twee hoofdpersonen, Abe en Jill. De dijenkletsers heeft hij al lang achter zich gelaten en met het klimmen der jaren wordt de humor meer en meer aangelengd met diepzinnige ironie. Irrational Man zal, anders dan Blue Jasmine, wellicht weinig nieuwe fans maken, maar de bestaande kunnen tevreden zijn.

 

17 augustus 2015

 
ALLE RECENSIES

Pixels

*

recensie  Pixels

Opgeruimd staat netjes

door Cor Oliemeulen

Pixels is ouderwets popcornvermaak als je je hersens thuislaat, verslaafd aan videogames bent of heimwee naar de eighties niet kunt onderdrukken. Helaas kunnen alleen special effects een film niet maken, noch redden.

Het gaat misschien wat ver te veronderstellen dat regisseur Chris Columbus zijn commerciële successen niet direct aan zichzelf heeft te danken. De inmiddels klassieke kerstfilm Home Alone (1990) is gezegend met het uitstekend gecaste inventieve jochie Kevin en de twee ideale domme inbrekers; Mrs. Doubtfire (1993) was zonder Robin Williams vast al spoedig in de vergetelheid geraakt en zijn lucratieve regieklussen voor The Sorcerer’s Stone (2001) en The Chamber of Secrets (2002) waren mogelijk het gevolg van het feit dat Columbus voor deze twee Harry Potter-films optrad als executive producer.

Recensie Pixels

Familiefilms
Chris Columbus is vast een aardige man en we gunnen hem het behaalde succes natuurlijk van harte. Steven Spielberg ontdekte zijn landgenoot. Hij zag als enige wel wat in Columbus’ script van The Gremlins (1984) en verfilmde direct daarna ook diens The Goonies (1985). Alle hierboven genoemde films tonen de belevingswereld en avonturen van kinderen en zijn stuk voor stuk onderhoudende familiefilms. Hoewel Columbus sinds Harry Potter niets noemenswaardig meer heeft gemaakt, leek hernieuwd succes bij voorbaat verzekerd met zijn jongste film Pixels, omdat hij hierin nostalgisch teruggrijpt naar begin jaren ’80 – ook al speelt het grote kind Adam Sandler de hoofdrol.

De sfeer van de toenmalige spelletjeshallen waarin de jeugd zich stortte op 16 bits videogames als Pacman, Centipede, Donkey Kong en Space Invaders roept misschien heel even zowel heerlijk archaïsche herinneringen op bij degenen die toen opgroeiden als verwondering bij de huidige generatie gamers die met de overdaad aan gewelddadige spellen de onschuld allang voorbij is. Desalniettemin hebben intergalactische aliens destijds de klassieke games beschouwd als een oorlogsverklaring en achten zij nu, ruim dertig jaar later, de tijd rijp om de aarde aan te vallen. Dat doen ze met de populaire spellen uit die tijd, waarbij alles wat ze raken, verandert in pixels die oplossen in de ruimte.

Recensie Pixels

Non-conformist
Dat onze planeet wordt bestookt met klassieke videospellen is een prima uitgangspunt voor een originele, spannende hedendaagse film. Maar omdat Chris Columbus Pixels beschouwt als ‘Gremlins meets Goonies meets Harry Potter’ gaat het bij voorbaat mis. Met alleen wat nostalgie, een vriendengroepje en goede special effects maakt zelfs zijn ontdekker Steven Spielberg geen goede film. Het script is ronduit belabberd en de cast loopt er bijna continu verveeld bij.

Adam Sandler speelt de gebruikelijke loser die met zijn typische non-conformisme zijn tegenspelers aan de lopende band te kijk mag zetten. Hij speelt een technicus die zowaar bevriend is met de Amerikaanse president (Kevin James) en samen met de spelletjeskampioenen van weleer de strijd met de boosaardige aliens aangaat om de wereld voor de ondergang te behoeden. Wat Pixels echt uniek en aangenaam zou hebben gemaakt, is als de aarde voor de verandering eens een keer niet zou worden gered, maar wanneer ze in triljoenen spikkels zou verdwijnen in de kosmos waar een nieuwe wereld ontstaat. Een wereld waarin zelfs Adam Sandler een nieuwe kans krijgt.
Eén pixel voor de moeite.

 

15 augustus 2015

 
ALLE RECENSIES

Ted 2

*

recensie  Ted 2

Beer wil iemand zijn

door Cor Oliemeulen

Een pratende beer – grof en recht voor zijn raap – die alles kan zeggen wat een mens niet kan, zonder op zijn muil te worden geslagen, gaat in Ted 2 op zoek naar zijn identiteit. De melige bromance tussen de thunder buddies bestaat nog, maar daarmee is bijna alles gezegd.

Drie jaar geleden maakten we voor het eerst kennis met de blowende, seksistische Ted die wel degelijk over een aaibaarheidsfactor bleek te beschikken. Vooral de jeugd bleek erg gecharmeerd van het absurde gegeven, zijn subversieve gedrag en expliciete taalgebruik. Aangezien Ted de meest succesvolle comedy met een R-rating (16+ overzee) werd, volgde natuurlijk direct de gedachte: hoe kunnen we er nog meer aan verdienen?

Recensie Ted 2

Piece of shit?
Nu is dat voor sommige bioscoopbezoekers een principe om sequels te mijden, behalve als het verhaal zich in beginsel leent voor een flitsende komedie, met misschien wel een filosofische knipoog. We zijn een jaar verder waar we waren geëindigd. Ted is getrouwd met Tami-Lynn, de leuke, wat dommige kassière van de supermarkt, waar Ted inpakt en vakken vult. Thuis is de sleur toegeslagen. Het stel krijgt ruzie, gooit met servies naar elkaar en wil gaan scheiden. Totdat iemand oppert om een kind te nemen. Vanwege Teds (gebrek aan) fysiek begint een lange, onzinnige zoektocht naar een geschikte spermadonor. Adoptie is ook een optie, maar dan blijkt Ted volgens de wet opeens geen persoon maar een ding, of zoals John het formuleert: “a piece of shit”.

Niet alleen de gigantische douche van afgekeurde kwakjes in de spermakliniek maakt van Ted 2 een zwak aftreksel van de eerste film en een nieuw dieptepunt in comedyland. Regisseur/schrijver Seth MacFarlane zet zowel zijn eigen personage (Ted) als dat van thunder buddy John (Mark Wahlberg) nog banaler, maar vooral beduidend zwakker, neer dan in Ted. Van die flitsende komedie met misschien wel een filosofische knipoog komt niets terecht, of het moet zijn dat Teds leven heel even dreigt in te storten als zijn huwelijk niet geldig blijkt, hij wordt ontslagen, zijn creditcard moet inleveren en simpelweg niet bestaat.

Recensie Ted 2

Armoedig
De gang naar de rechter is onvermijdelijk. Allereerst komen ze terecht bij de jonge pro deo advocaat Samantha L. Jackson (Amanda Seyfried) die waarschijnlijk alle liedjes van Frozen uit het hoofd kent, maar zich direct kwalificeert als ze aan een waterpijp begint te lurken. En na deze hopeloze zaak mag een topadvocaat (Morgan Freeman) trachten het bestaan van Ted bij de hoogste rechter aan te tonen.

De leukste rol in Ted 2 komt echter op naam van Giovanni Ribisi als de merkwaardige Donny, die net als in het eerste deel Ted obsessief graag wil hebben. Cameo’s (meestal een poging om een mislukte comedy van de totale ondergang te redden) van Jay Leno en Liam Neeson zijn de twee andere (ultrakorte) hoogtepunten van de film. De anticlimax van deze gemakzuchtige puberale komedie is het optreden van de coke snuivende spermadonor Flash Gordon tijdens de armoedige apotheose op de Comic-Con in New York.

Meisjesnamen
Wahlberg en MacFarlane waren onlangs te gast in de Graham Norton Show. De regisseur vertelde dat ze heel veel scènes uit de film hadden moeten knippen, anders werd hij te lang… Helaas sneuvelde Johns opsomming van filmtitels op de montagetafel. Tot hilariteit van het publiek deed het duo nog maar eens ‘The Thunder Song’ en bleek Mark Wahlberg drie jaar na dato nog steeds het spervuur van trashy meisjesnamen uit zijn hoofd te kennen: “Brandy, Heather, Channing, Brianna, Amber, Serena, Melody, Dakota, Sierra, Bambi, Crystal, Samantha, Autumn, Ruby, Taylor, Tara, Tammy, Lauren, Charlene, Chantelle, Courtney, Misty, Jenny, Krista, Mindy, Noel, Shelby, Trina, Reba, Cassandra, Nikki, Kelsey, Shawna, Jolene, Urleen, Claudia, Savannah, Casey, Dolly, Kendra, Kylie, Chloe, Devon, Emmalou, fuckin’ Becky?” Het zat in de grappigste dialoog van de eerste Ted – leuker zou het niet meer worden.

 

7 augustus 2015

 
ALLE RECENSIES

Tu dors Nicole

***

recensie  Tu dors Nicole

Hoe geweldig om futloos te zijn

door Cor Oliemeulen

Het is veel te gemakkelijk om Tu dors Nicole een tikkeltje slaapverwekkend te noemen. Ogenschijnlijk gebeurt er niet veel in dit Canadese opgroeidrama, maar juist daardoor weet het regelmatig op subtiele wijze de futloosheid van een generatie bloot te leggen.

In het vluchtige en opgefokte leven van dit nog prille millennium, waarin niets zeker is, lijkt het alsof steeds meer jongvolwassenen met hun ziel onder de arm lopen. Een dankbaar thema voor talloze filmmakers. Zo draait het bijvoorbeeld in Spring Breakers om stoere meiden die hun ultieme kicks zoeken met zon, zee, strand, drank en drugs, terwijl in het Griekse Attenberg twee vriendinnen in een bijna uitgestorven stadje niets anders kunnen verzinnen dan rare loopjes en de een de ander leert tongzoenen. Qua hoofdpersonage, sfeer en zwart-wit fotografie doet Tu dors Nicole ook enigszins denken aan Frances Ha, echter elk verveeld mens laat zijn eigen unieke verhaal schrijven.

Recensie Tu dors Nicole

Geen zin in experimenten
Het titelpersonage van Tu dors Nicole (Jij slaapt, Nicole) is veel te lamlendig voor thrill seeking of absurde experimenten. Daarvoor is het, hier in Quebec, ook veel te heet deze zomer. De ouders van Nicole (overtuigende rol van Julianne Côté) zijn op vakantie en zij past op het huis. Het zwembad moet af en toe chloor hebben, de planten water. Geen zin! Gelukkig arriveert haar nieuwe creditcard per post en kan Nicole samen met haar beste vriendin Véronique doen wat ze willen (naar IJsland bijvoorbeeld), in theorie althans. Lopend met hun fietsen aan de hand door een stuk ongecultiveerde natuur met op de achtergrond een batterij hoogspanningsmasten realiseren ze zich dat ze niet weten waarheen ze lopen.

Het is heerlijk om niks te doen of om dingen te doen die niet hoeven. Regisseur Stéphane Lafleur presenteert deze gemoedstoestand met enkele droogkomische fragmenten. Bijvoorbeeld als iemand tegen Nicole zegt dat je onvruchtbaar kunt worden als je zo dicht bij een actieve magnetron gaat staan. Nicole laat die opmerking even bezinken en schuifelt vervolgens langzaam nog dichterbij het keukenapparaat. Of als je ’s nachts heerlijk midden op straat loopt in het aangezicht van de maan, even denkt dat je wordt achtervolgd door een psychopaat, maar blijkt dat ook een baby de slaap niet kan vatten.

Recensie Tu dors Nicole

Slapeloze nachten
De uiterst sfeervolle cinematografie, met veelvuldig gebruik van natuurlijke lichtbronnen, creëert een heilspellende bijna-duisternis van Nicole’s slapeloze nachten en glijdt overdag geleidelijk van de zwoele nazomer naar de eerste voortekenen van de herfst. Hoe functioneel de cameravoering haar verveling illustreert, zie je aan de statische kaders waarin Nicole nooit het middelpunt vormt, maar net wel of net niet in beeld is – alsof ze zich unheimisch voelt in het huis van haar ouders.

Wanneer Nicole’s oudere broer met zijn rockband op bezoek komt, is de kalmte voorbij en de slaap blijvend verstoord. Het gezelschap wil een muziekalbum opnemen, wat de vriendschap tussen Nicole en Véronique danig onder druk zal zetten. Net als in het absurde en leukere Frank zoekt de band naar de juiste sound, maar meer dan een herhaling van eentonigheid voegt dit gegeven niet toe aan Tu dors Nicole van Stéphane Lafleur, die zelf in zijn vrije tijd actief is als singer-songwriter van de alternatieve folk/country band Avec pas d’casque. Wel memorabel is het tienjarige hoogblonde jochie Martin op zijn kinderfietsje. Hij is openlijk verliefd op Nicole en accentueert dit met zijn donkere, sensuele en beschouwende stem van een volwassen man. Onbetaalbaar.

 

3 augustus 2015

 
ALLE RECENSIES

While We’re Young

***

recensie  While We’re Young

Hoe echt is echt?

door Alfred Bos

De Newyorkse filmmaker Noah Baumbach schetst rond het problematische begrip authenticiteit een eigentijdse zedenschets over twee veertigers die via een vriendschap met twee twintigers hun jeugd opnieuw beleven. En tot een verwarrende ontdekking komen.

Er is geen goed Nederlands woord voor de term comedy of manners. Sociale satire komt wellicht nog het dichtst in de buurt, al is de satire in het genre mild. Oscar Wilde is de peetvader van de comedy of manners en Noël Coward werd de meester van de spitse dialoog, het karikaturale type en de satirische zedenschets. In de cinema is Woody Allen de meest prominente regisseur van grollige verwikkelingen rond twijfelaars op zoek naar een comfort zone.

Recensie While We’re Young

While We’re Young, de zevende speelfilm van de Newyorkse regisseur Noah Baumbach, draait rond een artistiekerig echtpaar uit New York dat op de rand van de middelbare leeftijd staat. Josh Schrebnick (Ben Stiller) maakt zwaarwichtige documentaires en zit al jaren aan zijn laatste werkstuk te schaven. Cornelia Schrebnick (Naomi Watts) probeert na twee miskramen te wennen aan het idee dat ze mogelijk kinderloos zal blijven. Zie ze zitten grijnzen wanneer ze bij bevriende leeftijdsgenoten op kraamvisite zijn.

Vinylcollectie
De manners in deze komedie zijn de contrasterende ideeën van Joshs generatie, de veertigers, en de levensstijl en attitude van de digitale twintigers. Die worden vertegenwoordigd door Jamie (Adam Driver, bekend van de HBO-serie Girls) en Darby Massey (Amanda Seyfriend), archetypische hipsters uit Brooklyn met een tweedehands interieur en een heuse vinylcollectie – we zien (maar horen niet) The Kinks’ Lola Versus The Powerman uit 1970, tegenwoordig al snel 150 euro waard. De stellen raken bevriend en de veertigers laten zich de 21ste eeuw in sleuren, wat voorspelbaar komische momenten oplevert.

De digitale jonkies pronken niet alleen met analoge geluidsdragers en meubels uit de kringloopwinkel, aspirant-filmer Jamie is wild van Joshs authenticiteit als documentairemaker. Dat is op zich al ironisch, maar regisseur Baumbach, die zoals voor al zijn films ook het scenario schreef, stopt een adder in het Brooklynse hipstergras. Jamie’s vriendschap is geënsceneerd, hij gebruikt de goedwillige Josh om binnen te dringen in de filmkliek van New York.

Recensie While We’re Young

Commentaar op mediamaatschappij
En zo ontpopt While We’re Young zich als een metafilm, een film over film; een commentaar op de vraag wat in hemelsnaam nog authentiek is een mediamaatschappij waarin ook documentaires zich volgens een draaiboek ontwikkelen en de ‘werkelijkheid’ de verbeelding is van wat iemand voor de werkelijkheid houdt. Die filosofische dimensie kringelt de film binnen en overwoekert uiteindelijk de satirische zedenschets. Cynische kijkers zouden dat een gebrek aan focus kunnen noemen, of nodeloze zwaarwichtigdoenerij. Hoe dan ook, het geeft de luchtigheid gewicht.

Noah Baumbach is na Greenberg (2010, met Ben Stiller) en Frances Ha (2012, met Adam Driver) druk doende zich te profileren als de natuurlijke opvolger van Woody Allen. Een scherpe maar begripvolle kijk op onhandig doen en onverstandig laten van de mens als wezen – en lang niet altijd even sociaal wezen – geven zijn films een humanistische ondertoon. En dat hij de comedy of manners gebruikt om een heel eigentijds thema aan te snijden illustreert dat het genre van alle tijden is. Want mensen veranderen nooit. Dat doet alleen hun speelgoed.

 

25 juli 2015

 
ALLE RECENSIES