Güeros is een Mexicaans scheldwoord voor blanken. In de gelijknamige zwart-wit film heeft de term echter meer betrekking op een groep verdwaalde outsiders die gevolgd wordt op een dag vol absurde toevalligheden en prettige ongelukken.
Het begint met de onhandelbare tiener Tomás die naar zijn broer wordt gestuurd in Mexico stad. Tomás komt aan in een rommelige studentenflat waar Federico lethargisch leeft met zijn maat Santos. Hij zegt dat hij nog met zijn thesis bezig is, maar van studeren is weinig sprake. Federico, die de bijnaam Sombra (schaduw) heeft, leeft nog wel op als hij naar de radio luistert en berichten volgt over de bezetting van de universiteit door linkse studenten in 1999. Op een piratenzender spreekt de knappe Anita over de noodzaak van revolutie en het nastreven van idealen.
De verveelde bende komt uiteindelijk in actie als Tomás erachter komt dat de legendarische zanger Epgimenio Cruz op sterven ligt. Hij zou ooit tijdens een optreden Bob Dylan hebben laten huilen. Daarnaast is een liedje van Cruz dat steeds ongehoord blijft, een terugkerend thema in de film. De zoektocht naar Cruz vormt een losse rode draad die de willekeurige avonturen van de groep verbindt.
Oude nieuwe frisheid De film heeft de frisheid van nouvelle vague-films waarin een verhaal zich relaxed en schijnbaar natuurlijk ontvouwt. Daarnaast deelt regisseur Alonso Ruis Palacios het lichtvoetige enthousiasme van die stroming door luchtig stilistisch te experimenteren. Zie daar een plotselinge freeze frame als Tomás recht in de camera kijkt. Een cinefiele knipoog naar Truffauts Les quatre cents coups. Of dan zoomt Palacios in op een scheutje melk in een kopje thee en verwijst daarmee naar Godards 2 ou 3 choses que je sais d’elle.
Thematisch is er natuurlijk ook de link met romantische idealistische figuren die nog door het leven schipperen. Güeros is in dat opzicht wel heerlijk dromerig en tragikomisch. En dan is er nog de band tussen een jongere en oudere broer die door de mooie zwart-witte shots doet denken aan Coppola’s Rumble Fish en zijn Latijns-Amerikaanse uitstapje Tetro.
Bende apart Ondanks al die buitenlandse voorgangers past Güeros ook in de lijn van nieuwe Mexicaanse cinema. Neem films als het speelse Temporada de Patos of Voy a Explotar die ook een nouvelle vague-romantiek nastreeft. Een scène waar Palacios opeens een personage vragen stelt over het plot van de film en je de filmklapper ziet, doet weer denken aan een fragment van Carlos Reygadas’ Japòn.
Ook levert Palacios gevatte kritiek op de Mexicaanse cinema door de aparte bende op een feest voor filmbobo’s kritiek te laten spuien over pretentieuze films die in zwart-wit zijn opgenomen. Dit soort zelf refererende spelletjes werkt nog steeds wegens de charmante levendigheid van de film. De rommelige frisheid van Güeros heeft iets tijdloos en past weliswaar in een zestig jaar oude traditie, maar echt vernieuwend is het niet. Wat overblijft is een passie voor cinema en een nieuwsgierigheid voor de verrassingen die het leven op de meest onverwachte momenten kan bieden.
Ouder worden gaat niet zonder gebreken. In The Farewell Party nemen bejaarden het heft in eigen handen en rekenen af met pijn en lijden. Een zwartkomisch drama over vriendschap en afscheid.
Het bejaarde stel Yehezkel en Levana woont in een verzorgingstehuis in Jeruzalem. Beiden ogen nog gezond en levendig, maar voor hoe lang nog? Gaandeweg zien ze vrienden en bekenden aftakelen, de dood tegemoet. Dan krijgen ze met wat vrienden het idee om het heft in eigen handen te nemen. Waarom lijden, als het anders kan?
De groep bouwt in het geheim een kleine machine voor zelfeuthanasie. Handig, als de een uitvinder is en de ander dierenarts. Al improviserend komen ze tot een werkend apparaat, dat voor het eerst – in het geniep natuurlijk – toegepast wordt op een terminale vriend. Al snel verspreidt het gerucht van hulp bij zelfdoding zich onder het bejaardentehuis en krijgt de groep diverse verzoeken ingediend.
Voor God spelen Daarmee komt The Farewell Party (Mita Tova) tot het vraagstuk of je wel voor God kan spelen. De film speelt daar al vanaf de openingsscène op in door op ludieke wijze een telefoongesprek te tonen tussen twee oudjes. De een doet alsof hij God is en fluistert de ander toe dat er momenteel een lange wachtlijst is in de hemel. Toch nog maar even blijven leven dan.
Gedurende zijn – overigens korte – speelduur behoudt de film zijn droogkomische, luchtige karakter, maar snijdt intussen diepere levensvragen aan. Wanneer beslis je om een einde te maken aan het leven van een ander? En wat als het om een dierbare gaat die dichtbij je staat? Komt de persoonlijke behoefte – de ander niet willen missen – dan niet in de weg te staan?
Euthanasie als thematiek is een risico, want het zou een zwaar beladen film kunnen leveren. Zo niet in The Farewell Party, die op knappe wijze laveert tussen komisch, dramatisch en surrealistisch. Een scène die het karakter van de film goed illustreert is die waarin Levana – gerakend in een steeds dieper proces van dementie – naakt tussen haar medebewoners verschijnt. In een helder moment is er diepe schaamte. Maar haar vrienden vangen haar op ludieke en liefdevolle wijze op.
Een waardig einde En zo is er meer moois te halen, zonder het drama de boventoon te laten voeren. De acteurs – iconen uit het Israëlische komediegenre – zetten hun rollen met een mix van bezieling en humor neer. Regisseurs Sharon Maymon en Tal Granit tonen hun eindige levens met een lach en een traan en verrassen regelmatig met hilarische, verfrissende momenten. Een (jawel!) zangscène waarin verschillende personages verlangen naar een betere plek doet zelfs denken aan Magnolia, waarin de acteurs op een andere plek maar hetzelfde moment ‘Wise Up’ van Aimee Mann ten gehore brengen.
In The Farewell Party laten de filmmakers op tegendraadse, zwartkomische en ontroerende wijze zien dat de dood niet ver weg is als je oud bent. Wat is er dan mooier dan waardig afscheid kunnen nemen, voordat het lijden zijn verwoestende intrede doet?
She´s Funny That Way biedt uitkomst in een tijd waarin de ene romantische komedie de andere overtreft in stompzinnige luiheid. Zie hier een originele klucht die de sfeer van weleer oproept. Lang niet zo ingenieus als Midnight in Paris, maar onderhoudend genoeg voor een regenachtige zondagmiddag of een zwoele zomeravond.
“I’ve got a man crazy for me. He’s funny that way”, zong Billy Holliday in een tijd waar puurheid het nog won van commercie. De hang naar nostalgie vinden we volop terug in de jongste film van Peter Bogdanovich, een Amerikaanse filmmaker die in de jaren ’70 klassiekers als The Last Picture Show en Paper Moon maakte en zo’n status verwierf dat hij de regie van The Godfather en Chinatown aan zich voorbij kon laten gaan. Na een handvol televisiefilms, een aflevering van The Sopranos en een documentaire over Tom Petty and the Heartbreakers keert de inmiddels 75-jarige Bogdanovich terug naar het witte doek met een kolderieke klucht die teruggrijpt naar het hoge tempo van de klassieke romantische komedies uit de jaren ’30, begeleid door een dito soundtrack, en slim genoeg vol zit met verwijzingen naar films van weleer.
Callgirl wordt actrice She’s Funny That Way is een hilarisch praatfeestje waar het spelplezier regelmatig van het scherm spat. Owen Wilson speelt de bekende theaterregisseur Arnold Albertson, voor wie je sympathie blijft houden, zelfs als hij door de ene telefoon praat met zijn vrouw en kinderen en tegelijkertijd belt met een escortservice om een callgirl te bestellen. Even later ligt de bevallige Isabelle (Imogen Poots) in zijn hotelkamerbed en biedt Arnold haar 30.000 dollar zodat zij kan stoppen met de exploitatie van haar lichaam en kan gaan werken aan haar ambitie om actrice te worden. Alle gekkigheid begint als Isabelle zonder dat zij het weet een auditie doet voor het nieuwe stuk van Arnold en iedereen imponeert zodat zij wordt gekozen voor de hoofdrol, jawel: een callgirl.
Bogdanovich charterde zijn bevriende collega’s Wes Anderson (The Grand Budapest Hotel) en Noah Baumbach (Frances Ha) als executive producers zodat zijn film, die al vijftien jaar in zijn hoofd spookte, eindelijk van de grond kon komen en sterren als Owen Wilson (vaste acteur van Wes Anderson) en Jennifer Aniston (als bitchy psychiater) binnen boord konden worden gehaald. Opvallend genoeg bespeur je in She’s Funny That Way enkele handelsmerken van genoemde regisseurs: de droogabsurde situaties van Anderson en de relatieperikelen van Baumbach. Ook doet de film soms denken aan nostalgische vertellingen van Woody Allen, vooral omdat Bogdanovich’ komedie zich afspeelt in New York, wat wordt benadrukt door het vette Brooklyn-accent van de Engelse Imogen Poots.
Boordevol leuke rollen
Het verhaal stelt niet veel voor, maar de situaties en onderlinge confrontaties zijn kostelijk. Tegenwoordig zie je nog maar zelden romantische komedies die het niet hoeven te hebben van seksbanaliteiten, onderbroekenlol en clichés. Alleen al om die reden is She’s Funny That Way dik de moeite waard. Het is een onderhoudend, pretentieloos blijspel boordevol leuke rollen.
Naast Wilson, Poots en Aniston, maken we kennis met Rhys Ifans als de populaire sterspeler van het theaterstuk, Will Forte als scenarioschrijver die keihard valt voor de callgirl en Cybill Shepherd (sinds haar doorbraak in The Last Picture Show jarenlang de geliefde van Peter Bogdanovich) als haar bezorgde moeder. De cameo van Quentin Tarantino aan het eind valt jammerlijk uit de toon en bewijst hoe moeilijk het is om een geslaagde komedie in stijl af te ronden.
Wat een dreigende echtscheiding, een zieke opa en Vikingen met elkaar hebben te maken, kun je zien in deze wonderbaarlijke familiefilm waarin drie jonge kinderen de volwassen acteurs van het doek spelen tegen het adembenemende decor van de Schotse Hooglanden.
Andy Hamilton en Guy Jenkin vormen een succesvol duo. Na het schrijven en regisseren van enkele comedyreeksen, oogstten zij veel lof voor de Britse sitcom Outnumbered, die vijf jaar lang op de BBC werd uitgezonden en vele prijzen won. Het bijzondere van deze serie is de rol van de kinderen. Terwijl de volwassen acteurs vaste dialogen kregen, mochten de kinderen er lustig op los improviseren. Een gouden idee, dat bijna schreeuwde om een speelfilm over het grappige Engelse gezin van Outnumbered, echter Hamilton en Jenkin peinsden hier niet over. Uiteindelijk lieten zij zich wel verleiden tot een film over een ander echtpaar met drie kinderen, in een totaal andere setting, maar gelukkig met dezelfde techniek van storytelling.
Bijdehand
Het creatieve duo bedacht een prachtig, origineel verhaal en nam de cinematograaf van Outnumbered mee naar de Schotse Hooglanden waar een Londens gezin is uitgenodigd door opa die zijn 75ste verjaardag viert. Saillant detail is dat vader Doug (bekende tv-acteur David Tennant) en moeder Abi (Rosemund Pike,Gone Girl) op het punt van scheiden staan en dat zij hun uiterste best doen dit voor hun kinderen en de rest van de familie te verbergen. De kids zijn geweldig gecast, lekker bijdehand en besluiten tot een uiterst memorabele daad, die elk voorstellingsvermogen van de volwassenen zal ontstijgen.
Het filosofische handelen van de drie jonge kinderen (“Volwassen ruziën alleen maar”) maakt van What We Did on Our Holiday een unieke film, die niet alleen regelmatig erg jolig is, maar ook tot nadenken stemt. Eén van opa’s wijze lessen is: “Niet denken maar leven”, een boodschap die de kinderen graag ter harte nemen. De oudste is de negenjarige Lottie, die met haar bril en serieuze kijk op het leven wat doet denken aan Abigail Breslin in Little Miss Sunshine (2006). Haar kleine zusje Jess van vier is voor haar leeftijd uitermate grappig, ad rem en nieuwsgierig: “Kun je een struisvogelei terug in de struisvogel stoppen?” De middelste van de drie is de zesjarige Mickey die zich 84% Viking voelt en geobsedeerd is door zijn oppergod Odin.
Verwondering
Mickey’s Viking-fantasie komt goed tot zijn recht in de wonderschone Schotse natuur waarin het uitstapje met hun terminaal zieke opa Gordie (Billy Connoly, Quartet) naar het afgelegen strand het buitengewone moment van de film vormt. Als het gezelschap later terugkeert naar het familiehuis waar het verjaardagsfeest op het punt staat te beginnen, weten de kinderen zich weer geconfronteerd met de realistische wereld van de volwassenen. Nadat de crisis, door wat er tijdens het uitstapje is gebeurd, het hoogtepunt bereikt, dreigt What We Did on Our Holiday even een Disney-twist te krijgen, maar dat zal de sympathie en verwondering van de kijker niet drukken.
Maar goed dat er in 1971 nog geen e-mail was, anders was het bericht van John Lennon wél aangekomen. Nu heeft scenarist en debuterend regisseur Dan Fogelman een mooie aanleiding om Al Pacino te laten schitteren.
Popsterren op leeftijd, ze zijn al snel een karikatuur en derhalve een dankbaar onderwerp voor komische verwikkelingen. Altijd het middelpunt van de belangstelling, nooit gebrek aan bewondering of materieel gemak – het ego kan tot surrealistische omvang uitgroeien. Al Pacino speelt Danny Collins, in de jaren zeventig een gevierde zanger die veertig jaar later nog steeds met veel succes zijn danspasjes vertoont voor zalen vol nostalgisch zwelgende huisvrouwen. Hij is AOW-gerechtigd, maar gedraagt zich als een feestbeest.
Wanneer Collins van zijn manager een bijzonder geschenk ontvangt, besluit hij zijn wilde haren te kammen. Veertig jaar eerder heeft hij, als veelbelovend groentje, zich in een interview laten ontvallen doodsbang te zijn voor het succes dat hem werd voorgeschoteld. Daarop heeft John Lennon hem een bemoedigende brief geschreven die nimmer bij Collins is besteld. Wanneer hij als stuk gefeeste zestiger de brief alsnog ontvangt, verschuift er iets in zijn ziel. Hij gaat zichzelf serieus nemen.
Lennon-soundtrack Het uitgangspunt van de film is gebaseerd op een waar gebeurd voorval – de in Britse folk-kringen gevierde songschrijver Steve Stilton stond model – maar de verwikkelingen komen uit de pen van scenarist Dan Fogelman (onder meer Cars, Last Vegas de tv-serie The Neighbors), die met Danny Collins als regisseur debuteert. De Lennon-link wordt letterlijk uitgespeeld op de geluidsband, die bijna exclusief uit bekende nummers van de voormalige Beatle bestaat. De Lennon-liefhebber kan er zelfs een quizje mee spelen: welke track zou bij deze scène passen? Afkicken? Ah, Cold Turkey. Woedetoeval? Instant Karma.
Pacino speelt het popidool met de van hem bekende zwier en al zijn z’n danspasjes een tikje stram, het is bepaald geen straf om hem zien los te gaan als de gelooide branieponem met een menselijk hart. Het tegenwerk komt van Annette Bening, wier pantser als stugge manager van een provinciehotel langzaam wordt ontmanteld door het niet aflatende charmeoffensief van Collins. Het levert een aantal gevatte dialogen op.
Meesteracteur Collins verkeert quasi-anoniem in de provincie om de scherven van zijn leven te lijmen en de belangrijkste scherf is de ooit in een dronken moment verwekte zoon die hij nimmer heeft gezien, gespeeld door Bobby Cannavale. Buiten de voor de hand liggende verlatingsissues speelt er een gezondheidsprobleem. Dat resulteert in een magnifieke slotscène waarin de afwezige vader en de afgewezen zoon tot elkaar komen. Het is zo’n moment waarop de klasse van de meesteracteur Pacino bijna achteloos over het scherm dwarrelt.
Danny Collins is een feelgoodfilm à la The Best Exotic Marigold Hotel, gericht op vijftigplussers maar charmant genoeg om ook jongere generaties te behagen. De bonus is natuurlijk Pacino, die zijn personage qua muziekstijl en podiumverschijning op Neil Diamond (op de grens van pop en ‘middle of the road’) lijkt te hebben gemodelleerd. Zie hem glimlachen in het portret op de toerbus, groter dan het leven zelf. Wie kan daar koud onder blijven?
Ondanks een beroepsverbod kroop de Iraanse regisseur Jafar Panahi achter het stuur in een taxi met drie webcams. Waarmee de kijker vervolgens getrakteerd wordt op scherpe, humoristische en maatschappijkritische conversaties met zijn passagiers.
De openingsscène toont een druk kruispunt, gefilmd vanaf de voorruit van een taxi. Dan draait de camera en toont de passagiers in de auto. Een man en een vrouw discussiëren hevig over het stelen van autobanden. Volgens de man moet de dader opgehangen worden, maar de vrouw bekijkt de situatie meer vanuit sociaal-maatschappelijk perspectief. Misschien had de dader er wel een reden voor. De chauffeur, niemand minder dan regisseur Jafar Panahi zelf (The Circle, Offside, This Is Not a Film) houdt zich op de achtergrond. Wanneer de twee uitstappen, herkent de derde passagier hem en begint er een anekdotische scène over buitenlandse arthouse films.
En zo volgt de kijker diverse passagiers. Mannen en vrouwen, jong en oud, de een verkoper van illegale dvd’s, de ander een bevriend mensenrechtenadvocaat. En twee vrouwen met een kom met een goudvis, een subtiele verwijzing naar Panahi’s The White Balloon (1995). Tijdens de rit wordt gesproken over de rechten van een vrouw wanneer haar man overlijdt, bijgeloof en de restricties van film maken. Wanneer Panahi zijn jonge nichtje oppikt vertelt ze hem wat ze geleerd heeft over film maken. Natuurlijk volgens de huidige Iraanse maatstaven.
Subtiele maatschappijkritiek
Die Iraanse maatstaven schudt Panahi met Taxi, net als in zijn voorgaande films, van zich af. Want van restricties moet hij niets hebben. In Offside laat hij zien dat een groep meisjes zich er niet van laat weerhouden om een voetbalwedstrijd (alleen toegankelijk voor mannen) bij te wonen. En in The Circle toont hij het lot van vrouwen die zich staande moeten zien te houden in een door mannen gedomineerde maatschappij.
Taxi is, zeker in vergelijking met het claustrofobische The Circle, opvallend luchtig van toon. Er wordt wat af gebabbeld – passagiers onderling, tegen zichzelf of gericht aan Panahi. Maar ondertussen komen subtiel de restricties die Iran rijk is aan bod. Zo vrij bewegen is het niet in een land waar dat feitelijk gezien wel mogelijk is.
Scherpzinnig en eigenwijs Taxi is de derde film die Panahi clandestien Iran uit smokkelde. In 2010 werd hem een beroepsverbod opgelegd, wat betekent dat hij twintig jaar lang niet mag filmen. Dat hij zich niet uit het veld laat slaan, blijkt wel uit hoe hij Taxi heeft opgenomen. Gefilmd met drie webcams in de auto, op klaarlichte dag in de drukke, kleurrijke straten van Teheran. Panahi werkte met niet-professionele acteurs en vrienden, wiens identiteit anoniem blijft.
De regisseur beweert altijd films te zullen blijven maken, want cinema is de vorm waarin hij zich kan uitdrukken. Gelukkig maar, want Taxi vormt wederom een scherpzinnige visie op een land waarin vrijheid van meningsuiting geen vanzelfsprekendheid is.
Zou het zo zijn dat regisseur David Sandberg het nieuwe filmwalhalla heeft ontdekt? Iemand die twee jaar geleden zijn meubels moest verkopen om zijn huur te kunnen betalen, zag twee weken geleden het filmpubliek van Cannes zich rot lachen om zijn film. Zijn productie Kung Fury, die nu gratis te zien is op Youtube, kent een bijzondere online voorgeschiedenis.
Hoezo hype? Twee weken geleden te zien in Cannes. Op 28 mei de wereldpremière in Umea en de upload naar YouTube. En drie dagen later zal ongetwijfeld de grens van tien miljoen views worden gepasseerd.
Totaal over de top
Eerst de film. Miami, 1985. Een agent staat in een steeg tegenover een kung fu-legende. Die splijt zijn partner in tweeën. Op dat moment krijgt de agent een schok en wordt hij Kung Fury. ‘Ik werd geraakt door bliksem. En gebeten door een cobra.’ Kung Fury is vervolgens supersterk en atletisch. Dat is noodzakelijk want een nieuwe vijand doemt op. Kung Fury heeft de hulp nodig van ‘Hackerman’ want hij moet terug in de tijd gaan.
Meer vertellen zou de pret bederven. De film is totaal over de top, met dinosauriërs, Lamborghini’s, nazi’s, computergrids en foute muziek. De parodie is weldoordacht, ook al is de film zo ‘cheesy’ als het maar kan, zoals Sandberg het zelf steeds noemt. Volop knipogen en insidersgrapjes over actiefilms à la Miami Connection, The Wraith, The Last Dragon, Cobra, Tron en Electric Dreams. Sandberg zelf speelt de hoofdrol en de productie is Zweeds.
Het is een speelse, vermakelijke en compromisloze film, eentje waarbij je ouderwets hard moet lachen, en die je gerust een tweede keer kunt kijken voor alle subtiele details, zoals de tracking van oude VHS-banden. Je kunt denken aan de parodiërende stijl van Gareth Marenggi (parodie op Stephen King-horror) en Danger 5 (parodie op cheesy spionageseries). Aan een complete speelfilm wordt nu gewerkt. Hollywoodproducers ontfermen zich over de productie. De Kung Fury-merchandise komt al op gang.
Moeilijke weg
Zo kan de 29-jarige Sandberg dus vermoedelijk wel binnenkort een nieuwe bank kopen, en als het meezit zelfs een nieuw huis, maar de weg erheen was moeilijk. Hij was al een tijdje reclame- en videoclipregisseur, wilde graag eens een echte film maken, maar het gebeurde alsmaar niet. Sandberg probeerde het alleen te realiseren. Zijn droom kostte bijna al zijn geld. Zijn bank en zijn tv had hij intussen al verkocht om de huur te betalen.
Zodoende besloot hij het anders aan te pakken: eerst een trailer maken en vervolgens een Kickstarter-project beginnen. De trailer ging eind 2013 online. ‘De eerste vijf uur gebeurde er niets. Een echte bummer.’ Het veranderde toen Andreas Cahling, Thor in de film, het op zijn Facebook deelde. Iemand postte het weer op Reddit en ‘het internet explodeerde’. In 24 uur was het doel, tweehonderdduizend dollar, al binnen. In een maand haalden ze het drievoudige op.
Slapen in de garage van oma
Nu stond de deur open voor een echte film, althans, eentje van een half uur. Acteurs hoefden niet geregeld te worden door het systeem van Kickstarter. Door bij te dragen hadden veel mensen automatisch al een rol als figurant of bijrol verworven. Het leverde een bijzonder tafereel op van veertig mensen die van heinde en verre reisden naar Umea, een stadje in het noorden van Zweden. Zij verbleven in de garage van Sandbergs oma.
Die werkwijze geeft wel een heel andere sfeer dan bij een miljoenenproductie van Hollywood. De Texaan Steven Chew had bijvoorbeeld 10.000 dollar betaald en kreeg als dank de rol van Kung Fury’s partner – ook al had hij natuurlijk geen enkele filmervaring. Sandberg: ‘Sommige mensen bleven voor een dag, sommigen voor twee weken, sommigen zijn er nog steeds. Een jongen bleef voor drie maanden. Hij verbleef bij mijn moeder. Ze vonden het geweldig. Het was erg vriendelijk allemaal, als een grote familie.’
En als je wind mee hebt, lukt alles. David Hasselhoff kon in al deze cheesyness niet ontbreken. Hij bekeek de trailer, kwam prompt naar Zweden en zong de titeltrack op muziek van Mitch Murder. Hasselhoff heeft ook een cameo in de film als ‘Hoff 9000’. De bestellingen voor het jasje dat Hasselhoff draagt in de videoclip zijn intussen niet meer bij te houden.
Geen bewust stappenplan
En toen dus zelfs een voorpremière in Cannes. Sandberg was doodnerveus, hij dacht dat het chique publiek de film zou uitjouwen. Maar het ging anders. ‘Ik kon de eerste tien minuten niets horen omdat mensen zo hard aan het lachen en klappen waren.’ Variety noemde het zelfs de beste film van het festival. Nu zit hij al weer in New York (het Rooftop festival) waar hij nog aan het bijkomen is van het openingsfeest in Umea afgelopen donderdag. In L.A. heeft hij al producers ontmoet.
Het klinkt als een bewust gekozen stappenplan, van trailer naar korte film naar speelfilm, maar dit is natuurlijk stomtoevallig zo gegaan. Simpelweg omdat er geen geld was voor méér. Het is een van de zeldzame gevallen dat het vuur van zo’n initiatief niet dooft maar daadwerkelijk is veranderd in een flinke brand.
Opvallend is de rol die het open internet speelt voor deze productie, met name de online community Reddit. (Voor wie de site nog niet kent, zie mijn artikel.) Sandberg is zelf al jaren ‘redditor’ (iemand die bijdraagt aan de site). Je kunt zodoende de hele PR rondom zijn project tot vier jaar geleden teruglezen. Van een nog zoekende ploeteraar naar successtory.
Online aanpak
Sandberg spotte Andreas Cahling bijvoorbeeld ook via Reddit. De gebruikers van de site buitelen nu dan ook over elkaar heen van bewondering. Sandberg gaf daarom gisteren een AMA (Ask Me Anything), een podium dat tegenwoordig vaste prik is voor topacteurs en -regisseurs.
Het ging zelfs zover dat Sandberg steun zocht bij een subpagina van Reddit die gaat over programmeertaal. ‘Ik wilde een code die plausibel zou zijn, dus ik vroeg hen of ze iets aan code konden schrijven zodat ik tijd kon hacken. Ze dachten uiteraard dat ik een idioot was maar één held stond op en stuurde me een paar regels code.’
Natuurlijk werkt deze online aanpak beter bij een parodie op de jaren tachtig dan iemand die bijvoorbeeld de nieuwe Alain Resnais wil worden. Niettemin, ook actiefilms en komedies hebben originele input nodig. De laatste decennia is er tamelijk weinig popcornmateriaal om verheugd over te raken. En als deze kier eindelijk eens wat wijder open gaat, en andere regisseurs net als Sandberg op deze manier weer kunnen maken wat ze echt willen maken, dan kan het popcorngedeelte van de filmwereld zichzelf misschien weer gaan herontdekken, en is een nieuw filmwalhalla misschien niet onbereikbaar meer.
Bittere ernst en slap geouwehoer op roemruchte berg
door Cor Oliemeulen
Vriendschap en weemoed, bittere ernst en slap geouwehoer, in een film over mannen: toen ze nog jong waren, en nu dertig jaar later, tegen de achtergrond van een roemruchte berg.
Ventoux begint met een gevaarlijke afdaling op de flanken van de Reus van de Provence, zoals hij bij wielerliefhebbers te boek staat. Het is juli 1982 en we zien hoe een jongen als een razende naar beneden fietst onder de klanken van ‘A Forest’ van The Cure. Hier, op bijna twee kilometer hoogte, is echter geen boom te zien. Deze Kale Berg, met karakteristiek op de top het weerstation, heeft reeds in die tijd mythische proporties aangenomen.
Legendarisch
Zo legde Jan Jansen er in 1967 de basis voor het winnen van de Tour de France in een etappe waarin de Brit Tom Simpson anderhalve kilometer onder de top dood van zijn fiets viel. Sindsdien is de berg legendarisch. Later finishten andere wielergrootheden als Merckx, Pantani en Froome als eerste op de Ventoux, waar iedere zomer tal van toeristen tegenop fietsen, of een poging hiertoe doen (gemiddeld stijgingspercentage is 7,5 procent). Soms staat er een stormachtige wind en het kan er bovendien snikheet óf ijskoud zijn.
Hoe prachtig en bewonderenswaardig is het dat de veelzijdige regisseur Nicole van Kilsdonk (kampeerde als kind al graag in deze streek) zich een jaar of vijf geleden voornam om de Mont Ventoux als decor van een tragikomedie te nemen. Het idee ontstond op de set van haar tv-film Zadelpijn (2007), naar het gelijknamige, onder vrouwen populaire, boek van Liza van Sambeek. Van Kilsdonk zag een mooie kapstok voor 50-jarige acteurs: een verhaal over vriendschap, vervlogen dromen, schuldgevoelens, afzien op de fiets en over de manier waarop mannen met elkaar communiceren.
Tragedie
Columnist en wielerkenner Bert Wagendorp ging aan de slag met het script en vulde in zijn enthousiasme materiaal voor een heel boek, dat in 2013 uitkwam (het duurde even om de verfilming gefinancierd te krijgen) en direct een bestseller werd. Inmiddels zijn er meer dan 120 duizend exemplaren van verkocht, het bewijs dat het onderwerp populair is. Welnu, de film Ventoux verdient het ook om een dikke hit te gaan worden. Vriendschap en nostalgie van vier bijna-vijftigers die dertig jaar na hun fietsvakantie in de Provence elkaar weer ontmoeten en terugkeren naar de plek waar kameraadschap, liefde en het verkennen van hun fysieke grenzen cumuleerden in een tragedie.
De casting van Ventoux is ideaal. De huidige generatie vrienden bestaat uit de bescheiden gangmaker Bart (Kasper van Kooten), omstreden professor Joost (Leopold Witte), onzekere goedzak David (Wim Opbrouck) en no-nonsense wielerfanaat André (Wilfried de Jong). Met deze acteurs in het hoofd zijn de rollen geschreven, waarna de jonge spelers werden geselecteerd, vooral op basis van fysieke kenmerken van de oudere cast. Maar ook de jonge generatie heeft een goede onderlinge chemie.
Allure
En hoe leuk is het om actrice Maruschka Detmers als Laura – in haar jeugd verleidelijk gespeeld door Abbey Hoes (Gouden Kalf voor Nena) – eindelijk eens in een Nederlandse film te mogen aanschouwen? Detmers werd in 1983 befaamd in Prénom Carmen van Jean-Luc Godard. In Ventoux komt ze weliswaar een stuk minder prominent en een stuk meer gekleed in beeld, maar nog altijd mysterieus genoeg om dertig jaar na dato de mannen zich nog te laten herinneren hoe Laura hen destijds het hoofd op hol bracht en de loyaliteit tussen de vrienden danig op de proef stelde.
Art direction, kleding en zelfs de Raleigh-fietsen uit begin jaren tachtig kloppen. De soundtrack met talrijke oude hits brengt je direct in de stemming en versterkt het tijdsbeeld. De dialogen, gebeurtenissen en karakters zijn geloofwaardig, zo uit het leven gegrepen en nergens overdreven, karikaturaal of stereotiep. En het schakelen tussen vroeger en nu verloopt soepel.
Is er dan geen minpuntje? Jawel. Tot lang in het verhaal denk je te weten wat de aanleiding is van de toenmalige tragedie op de Ventoux. Echter omdat de makers er per se een feelgoodfilm van wilden maken, komt Laura met een wat gekunstelde bekentenis, die de smartelijke teneur, die zo treffend over het verhaal hing, onderuit haalt. Dat had anders gekund, maar neemt niet weg dat Ventoux een drama met internationale allure is.
Het duurde even, maar Frank is eindelijk in Nederland gearriveerd. Lenny Abrahamsons komische en unieke film was al een culthitje in het buitenland, wat niet vreemd is als je Michael Fassbender laat acteren in een groot papier-maché hoofd.
Fassbender speelt de excentrieke Frank, de leadzanger van de band Soronprfbs. Tijdens een intens optreden raakt de beginnend en van inspiratie gespeende muzikant Jon (een schlemielige Dohmnall Gleeson) in de ban van deze vreemde experimentele popgroep. De oorspronkelijke toetsenist heeft het wegens psychische problemen laten afweten, waardoor Jon zijn plek mag overnemen. Hij wordt echter door de meeste andere leden niet serieus genomen. Maggie Gyllenhaal is als thereminspeelster Clara het felst in haar afwijzing van Jons muzikale ideeën. Gyllenhaal speelt een lekkere bitchy en arrogante alternatieve muzikante die met haar felle en doordringende blik kan doden.
Ik hoor bij de band! Ondanks de terughoudendheid van de band heeft Frank wel vertrouwen in Jon en hij neemt hem mee naar een afgelegen plek in Ierland waar ze aan een nieuwe album gaan werken. Daar ontstaan echter weer spanningen tussen Jon en de andere leden als hij een commerciëlere sound nastreeft en Frank weet te overtuigen om op te treden op het hippe festival SxSW in Texas. Zou het ze dan toch gaan lukken om door te breken?
Abrahamson biedt met Frank een leuke film over de mystiek en hype van alternatieve popmuziek. Hij baseerde Frank op de excentrieke Brit Frank Siddebottom die een vergelijkbaar hoofd droeg tijdens zijn absurde muziekperformances. De film doet in zijn verhaallijn van een buitenstaander die opeens deel vormt van een muziekgroep denken aan een alto-versie van Almost Famous. De film contrasteert ook de oppervlakkigheden van pop en commercieel succes tegenover de creatieve drang om oprechte muziek te maken. Daarnaast verwijst de film ook naar de echte alternatieve scene. Zo heeft Carla Azar van de band Autolux een klein rolletje als drummer van de Soronprfbs.
Muzikale freak En dan is er Fassbender die ondanks zijn grote masker je weet mee te nemen in zijn muzikale wereld die vreemd, maar aanlokkelijk is. Net als Jon word je gegrepen door zijn enthousiasme en de zoektocht naar een perfecte en unieke sound. Frank is daarmee een eigenzinnige sjamaanmuzikant in de traditie van Don van Vliet, oftewel Captain Beefheart. Een ware muzikale freak dus. En dat wordt nog eens versterkt door Fassbenders zang en heerlijke surrealistische teksten zoals het liedje ‘I love you all’ waarmee de film mooi eindigt.
De nieuwste speelfilm van de Aardman Studio’s: Shaun the Sheep is weer een ouderwets vermakelijk verhaal. Ditmaal met een tamelijk intelligent schaap in de hoofdrol. Diens wens voor ‘just a day off ‘ loopt volledig uit de hand, resulterend in een doldwaas avontuur. Het idyllische boerenleven versus de gestreste grote stad.
Drie jaar zijn regisseurs Mark Burton en Richard Starzack bezig geweest met de film. Tezamen met een heel team animatoren. De tijd en zorg die in dit proces is gestopt is terug te zien in de film. Naast het hoofdverhaal over onze wollige held Shaun, zijn er talloze zijplots die doen hopen op spin-offs.
De universele taal die deze film spreekt, zal een groot publiek weten te betoveren. Die taal bevat overigens geen onvertogen woord, laat staan een woord. Ze zit meer in de herkenbare gezichtsuitdrukkingen en ruim honderd jaar filmgeschiedenis. Een scène bevat al gauw naast beeldgrappen, ook slapstick of verwijzingen naar films en boeken. Een scène met een corrupte eend, doet bijvoorbeeld denken aan Animal Farm.
Er was eens…
Een naïeve boer en zijn neurotisch punctuele hond. Samen runden ze een klein boerderijtje in het prachtige Engelse landschap. Hun dagelijkse routine legden ze ook hun schaapjes op. Eén daarvan, Shaun, werd op een gegeven moment verleid tot een relax-dagje. De andere schaapjes zagen dit ook wel zitten. Ze smeedden een plan, voerden dit uit en een toevalligheidje zorgde niet zozeer voor een rustig dagje op de hei, maar een hels avontuur in de grote stad. Achterna gezeten door een maniakale ongediertebestrijder en geholpen door de Miss Piggy der straathonden, weten de inmiddels door de wol geverfde schapen de grootste gevaren te trotseren. Ondertussen maakt hun boer furore als kapper en rammelt er van alles aan de gezondheidszorg in Engeland.
Leuke vondsten
Het is Aardman-eigen om onalledaagse oplossingen voor aanvankelijk relatief kleine problemen te bedenken. Dat maakt het kijken naar Shaun ook zo leuk. Je ziet een situatie, waarbij je als het ware wordt uitgenodigd de gevaren en oplossingen te zoeken. Als je dan al iets voordehands ziet liggen, dan gebeurt er altijd wel iets, waardoor juist die oplossing afgestreept kan worden. Of er komt iets tussen waardoor die simpele oplossing plotseling voor nog grotere problemen zorgt.
Het is genieten voor jong en oud om te zien hoe onverschrokken de personages voortdurend met de nieuwe, veranderende situaties blijven omgaan. Neem bijvoorbeeld Bixter, de hond, die zijn baasje achterna gaat de grote stad in. Zijn baasje belandt in het ziekenhuis en een duidelijk ‘verboden-voor-honden’-sticker zorgt ervoor dat de hond al snel buiten staat. Een moment later staat hij op het punt een spoedeisende operatie uit te voeren, ware het niet dat een skelet, aanwezig in de OK, voor de nodige afleiding zorgt.
Shaun the Sheep is een film met het hart op de juiste plaats en zoveel aaibaarder dan alle varianten met intelligente dieren uit de Pixar- of Dreamworks-stal. Daarnaast is de verhaallijn gewoon net iets gestoorder, en daarmee leuker. Het is te hopen dat deze film genoeg publiek trekt, gezien de plannen van de makers om bij voldoende bekijks een vervolg te maken. Gaat dus zien!