Picciridda

*****
recensie Picciridda

Italiaans meesterwerk over schokkend familierelaas

door Cor Oliemeulen

Het is wonderlijk hoe een filmdrama met een relatief onbekende cast en crew een van de hoogtepunten van het jaar oplevert. Picciridda van debuterend regisseur Paolo Licata is gemaakt in de beste Italiaanse filmtraditie en weet thema’s als het gemis van dierbaren en het onderdrukken van vrouwen te verweven in een nostalgische familiegeschiedenis met een schokkend geheim.

“Als je tante Pina nog één keer begroet, hak ik je handen eraf”, zegt oma Maria tegen Lucia. De elfjarige kleindochter begrijpt er niets van, want zowel haar tante, haar man als hun lieve, emotionele dochter Cettina lijken haar niet onaardig. Pas veel later zullen we ontdekken of het terecht is dat Lucia maar beter uit de buurt van die tak van de familie kan blijven of dat haar grootmoeder jammerlijk wegkwijnt door onnodige frustraties of misverstanden.

Picciridda

Kleindochter versus oma
Het verhaal van Picciridda (zoals kleine meisjes op Sicilië worden genoemd) is gebaseerd op de gelijknamige roman van Catena Fiorello, die ook meeschreef aan het filmscenario. Tijdens de economische depressie van eind jaren vijftig, begin jaren zestig worden veel kinderen aan hun grootouders toevertrouwd zodat hun ouders kunnen emigreren om in een ander land een beter bestaan te kunnen opbouwen. Lucia’s vader en moeder verlaten het vissersdorp en vertrekken met haar broertje naar Frankrijk en beloven voor de kerst terug te keren, maar dat gaat niet gebeuren. Pas als Lucia haar school heeft afgemaakt en haar ouders het wat ruimer hebben, mag ze ook naar Frankrijk komen, zo is het plan.

Lucia krijgt te maken met een strenge oma, die er geen geheim van maakt dat ze niet zit te wachten op de zorg voor een kleinkind, maar desalniettemin blijkt ze ook wel haar olijke en goede kanten te hebben. Zo blijkt “Donna” Maria zeer geliefd en gewild om overleden dorpsgenoten mooi op te baren. Ook op school maakt Lucia moeilijk aansluiting, omdat iedereen wel wat denkt te weten van haar familiegeheim. Ze sluit vriendschap met een zwarte kip, en later met een klasgenootje, doolt rond op het strand en wordt verdrietig als ze daar in gedachten haar gezinsleden ziet. Ingegeven door alle omstandigheden probeert Lucia de wereld van de volwassenen te begrijpen en vindt ze langzaam een kompas om haar lijden te verlichten.

Picciridda

Onvermijdelijke wreedheid
De couleur locale, de cinematografie, de soms hartverscheurende nostalgie, de muziek, de emotionele cultuur en de standvastige regie maken van Picciridda een schaars nieuw hoogtepunt van de Italiaanse cinema waarnaar de filmliefhebber voortdurend reikhalzend uitkijkt. De relatief onbekende cast werkt uitermate geloofwaardig, met de talentvolle nieuweling Marta Castilgia als Julia en de fantastische Lucia Sardo (die herinneringen oproept aan de Italiaanse acteergrootheid Anna Magnani) als Maria die de kijker moeiteloos meenemen in het zorgvuldig opgebouwde familierelaas.

Het filmdrama wordt mooi en functioneel afgerond met een soort van epiloog waarin de hoofdpersoon terugblikt op haar jeugdjaren waarin zij was overgeleverd aan de zorg van haar grootmoeder en de tragedie die zich heeft afgespeeld. Net als bijvoorbeeld in de Italiaanse filmklassieker Nuovo Cinema Paradiso (1988) van Giuseppe Tornatore wordt het hoofdpersonage bij terugkomst geconfronteerd met het verleden en vindt Lucia antwoorden op vragen en gevoelens die altijd zijn blijven knagen. Ook de kijker begrijpt dan pas goed de relaties tussen de personages en de onvermijdelijke wreedheid van bepaalde keuzes die haar familieleden toen maakten.

 

14 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

In the Mood for Love (2000)

REWIND: In the Mood for Love (2000)
Verlangen geeft liefde kleur

door Yordan Coban

De beste film van deze eeuw is afkomstig uit Hong Kong, van de hand en visioenen van regisseur Wong Kar-Wai. Freud stelde dat elke relatie een verhouding tussen vier personen is: de twee daadwerkelijke mensen én hun fantasieën. In In the Mood For Love speelt Wong Kar-Wai met dit idee en conceptualiseert dit tot een wals van onbeantwoorde verlangens.

De stijl van Wong Kar-Wai is onmiskenbaar elegant. De muziek en de kleuren zijn een lust voor de zintuigen en dansen op een virtuoos ritme aan de kijker voorbij. De camera staat altijd verborgen achter een gordijn of ‘afluisterend’ vanuit een hoek, alsof de kijker de betreffende affaire op geheimzinnige voet volgt. Wong Kar-Wai gebruikt originele cameraposities, spiegelreflecties en langzaam bewegende shots, zijn vakmanschap is terug te vinden in elke camera-instructie.

In the Mood for Love (2000)

In het bijzonder dient de kijker te letten op de muziek. Daaraan valt in feite niet te ontkomen, want die past perfect bij de sentimenten van de film en genereert direct een melancholische gemoedstoestand. Elk aangezicht krijgt een emotionele ontlading bij het horen van de snijdende viool in Yumeji’s Theme van Michael Galasso.

Vergankelijkheid van tijd
Mevrouw Chan (gespeeld door Maggie Cheung) en meneer Chow (gespeeld door Tony Chiu-Wai Leung) zijn buren die door omstandigheden naar elkaar geduwd worden. Ze raken verstrengeld in een affaire doordat ze ondervinden dat hun partners opvallend frequent en langdurig op zakenreis gaan. Als de twee, alhoewel hun ogen elkaar al geruime tijd volgen, besluiten om de achtergelaten leegte op te vullen met elkaars gezelschap, begint er een tragisch liefdesspel. Beide acteurs spelen ingetogen, de emotie wordt gedragen door de brandende kleuren rondom.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 

Tijd is een terugkerend thema in het werk van de Hongkongse regisseur. Close-ups van klokken en slow motionshots reflecteren op de gedocumenteerde emotie van het moment. Tijd houdt nergens rekening mee. Tijd neemt ons bij de hand, verandert ons geleidelijk en laat een spoor van geleefde emotie na. Emotie die niet herbeleefd kan worden, slechts herinnerd.

Twee gezichten
Wong Kar-Wai kent twee gezichten. Meneer Chow geeft dit, als verlengde van de regisseur, uitgesproken weer. Wong Kar-Wai vertelt namelijk twee soorten verhalen: verhalen met strijd en verhalen met romantiek. In Fallen Angels (1995) probeert Wong Kar-Wai de twee verhaalsoorten te combineren, enigszins met succes. Dat zelfde hinken op twee gedachten vind je al terug in zijn debuutfilm As Tears Goes By (1988), een wat manke visueel opvallende verfilming van Mean Streets (1973) van Martin Scorsese, en in de internationale hit Chungking Express (1990).

In the Mood for Love (2000)

Maar in In the Mood for Love (Faa yeung nin wa) bekent Wong Kar-Wai eindelijk kleur en toont de regisseur dat hij ontegenzeglijk is geboren voor melancholie en romantiek. In die stijl van bedwelmende driften is Wong Kar-Wai onloochenbaar. Geen regisseur kan wat hij kan: de lichten van de nacht doemen aan zijn eenzame personages voorbij, diens personages schreeuwen om beminning.

Onmogelijke zomerliefde
In the Mood for Love is als een onmogelijke zomerliefde. Is het ware verliefdheid die de twee tot elkaar brengt of slechts een brandend verlangen geboren uit een impulsieve fantasie? En wat maakt het eigenlijk uit? Geen verliefdheid doorstaat de vergankelijkheid van tijd.

Toch is misschien nu juist de herinnering aan een onbeantwoorde liefde, er één die zich het meest potent in ons geheugen wortelt. De zoektocht naar liefde lijkt voor velen moeizaam of onmogelijk in dit coronatijdperk. Een film over een tragische herinnering van liefde kan de kijker mogelijk berusting geven. Het verlangen maakt het liefhebben de moeite waard. Nog even melancholisch smachten dus.

 

IN THE MOOD FOR LOVE KIJKEN: te koop op Bol en Amazon. NB: Check ook regelmatig MUBI, Netflix, CineMember en andere VOD-diensten voor REWIND-films.

 

Meer REWIND

 

Reis 11: 1992 | Bosmarmot veroorzaakt eeuwige ruzie

Filmhuis van het Verleden | Reis 11: 1992
Bosmarmot veroorzaakt eeuwige ruzie

door Axel F. Jomich 

Het is mei 1992 op een weg net buiten Woodstock, Illinois en Bill Murray wordt in zijn hand gebeten door een bosmarmot terwijl hij (zogenaamd) richting een ravijn scheurt.

– Dit is godgloeiendegod al de tweede keer dat dat kreng me aanvalt! schreeuwt de acteur als hij uit de auto stapt.
– Ik weet ook niet wat Scooter vandaag heeft, zegt de dierenverzorger verbaasd, en hij pakt de bosmarmot in de nek beet. Normaal eet hij alleen maar gras, zaden, vruchten en mais. Soms wat sprinkhanen en slakken… Maar meestal geen acteurs.

Samen met wat andere nieuwsgierigen sta ik naast de weg naar het ravijn van Groundhog Day. In deze film draait weerman Phil helemaal door omdat hij steeds dezelfde dag opnieuw beleeft. Het is 2 februari, een nationale feestdag, waarop een bosmarmot (groundhog), die in de film ook Phil heet, ontwaakt uit zijn winterslaap. Als hij zich buiten zijn hol waagt, breekt de lente spoedig aan, luidt de legende. Phil zelf ontwaakt steeds op die dag.

Uiteindelijk is hij zo radeloos dat hij de bosmarmot ontvoert om zich samen in de afgrond te storten. Bij die scène zijn we nu aangekomen.

Ook in de werkelijkheid laat Scooter dus niet met zich sollen.

Ik zie op een afstandje hoe regisseur Harold Ramis naar Murray en de verzorger loopt.
– Het staat er goed op hoor, Bill, hoor ik hem zeggen.

Vervolgens zie ik hem fronsend kijken naar de bebloede hand van Murray. Dat was nou ook niet weer de bedoeling.
– Kan iemand mij als-je-blieft onmiddellijk naar een dokter brengen? roept de acteur geagiteerd.
– Goed idee, op een gevalletje van rabiës zit niemand de wachten, zegt Ramis lachend.

Hij maakt een gebaar naar een medewerker, die er snel vandoor gaat.

Dan zie ik het beroemde stoïcijnse gezicht van Bill Murray uit de plooi raken. Niet dat ik dol op ruzies ben, toch heb ik als tijdreiziger juist deze dag en dit moment uitgekozen. Ik wil ontdekken waarom het zo jammerlijk misging met de jarenlange vriendschap en samenwerking tussen de acteur en de regisseur, die zo ontzettend goed bij elkaar pasten.

De hap van de marmot heeft Murray kennelijk ook geestelijk over de ‘edge’ gebracht en het interesseert hem niet meer dat de halve filmset en nieuwsgierigen zoals ik de ruzie meemaken.

– Waarom zit ik toch altijd in jouw films als ik weet hoe waardeloos ze zijn? zegt Murray.
– Jij met je diva-gedrag, reageert Ramis.
– In Caddyshack mocht de crew ‘s avonds niet eens uitgaan.
– Volgens mij kwamen jullie elke morgen met een kater op de set. Echt professioneel is anders. Trouwens, ook nu kom je altijd te laat. Misschien was de marmot daarom wel zo opgefokt. Die was wel op tijd.
– Rot toch op, Harold! Waar staat trouwens in het script dat Andie MacDowell mij tien keer in mijn gezicht moet slaan? Ik heb mijn agent daar nooit over gehoord.
– Het is rottig dat je nu net in een scheiding ligt, Bill, maar mij elke nacht opbellen is toch ook niet nodig?

Het kost Murray een paar momenten om te herstellen van deze verbale linkse uppercut van Ramis. Dan zegt hij:
– Je geniet er volgens mij gewoon van als ik pijn lijd. Weet je nog die scène met het sneeuwballengevecht in het park? Eén van die jongens vertelde me later dat ze van jou zo hard moesten gooien als ze konden.
– Weet je nog hoe hard jij zelf terug gooide?
– Eh, nee…
– Een van die jongens kneusde zijn schouder.
– Wat dan ook. Elke dag werken met jou is nog erger dan elke dag te moeten ontwaken met dat eeuwige zeiknummer, I Got You Babe.

Harold Ramis besluit hier even niets meer op te zeggen.

– Ik weet wel dat jij liever Tom Hanks in de hoofdrol had gehad, Harold.
– Misschien. Maar jij bent veel geschikter. Tom zou te aardig zijn geweest.

Een crewlid komt in een auto aanrijden, stapt uit en opent de passagiersdeur voor Murray. Maar die is nog niet klaar met ruziemaken.
– En dit nog: jij vindt Groundhog Day dus een comedy? Ik vind het meer een filosofisch drama.
Ramis glimlacht naar Murray als hij instapt.
– Jij bent leuk als je boos bent.
– Je vertilt jezelf, Harold. Je bent goed in van die doldwaze komedies, niet dit werk, dat is te Phil-osophical, voor jou.
– Leuke woordspeling, zegt de regisseur kortaf.
– Mijn personage probeert elke godganse dag een beter mens te worden. Zou je ook eens moet proberen, Harold!

Murray slaat de deur dicht en de auto rijdt weg, vermoedelijk naar een dokter.

Ik verbaas me erover hoe zo’n kinderachtige woordenwisseling kan uitlopen op een persoonlijke tragedie van twee gezworen vrienden. Na deze film zouden ze twintig jaar lang maar een paar woorden met elkaar wisselen: bij een wake en een bar mitswa.

Ik keer terug naar mijn DeLorean en begin aan een overpeinzing.

Tijdreizen naar filmsets is ontzettend leuk en leerzaam, maar gaat niet in de koude kleren zitten. Het lijkt wel alsof ik zelf in een loop ben beland. Er waren genoeg momenten dat ik graag iets had gedaan om de loop van de filmgeschiedenis te beïnvloeden. Zoals toen de filmkomiek Harold Lloyd een deel van zijn hand moest missen door een bom. Ik was erbij, had kunnen waarschuwen, maar deed niets. Of de Russische acteur Sergei Bodrov die werd begraven onder een lawine, terwijl ik op afstand stond toe te kijken. Mensen onderschatten hoeveel beheersing het kost om de geschiedenis te laten voor wat ze is.

Als ik in mijn auto stap, weet ik het zeker: ik ga een paar maanden vakantie nemen in het heden. Goed nadenken over de psychologische effecten van al dat tijdreizen.

Eerst nog één filmset die ik mezelf beloofd heb: Sylvester Stallone die gevaarlijke dingen doet in de bergen. Cliffhanger.

 


 

Bronnen en tips:
Film: Groundhog Day (1993) 
Websites: https://www.joe.ie/movies-tv/groundhog-day-25-years-later-614739
https://www.movie-locations.com/movies/g/Groundhog-Day.php
https://www.imdb.com/title/tt0107048/trivia?ref_=tt_trv_trv

 

ALLE TIJDREIZEN

Malèna (2000)

REWIND: Malèna (2000)
Perfect cliché van puberfantasie

door Cor Oliemeulen

Renato weet het zeker: Malèna is de mooiste vrouw op aarde. In ieder geval heeft ze de lekkerste kont van de stad. Hij begluurt haar, steekt kaarsjes op en bidt tot een heilige dat zij op hem wacht totdat hij ouder is.

Daar loopt ze. We weten niet hoe ze heet, maar we noemen haar Natasja. Een meisje van een jaar of twintig, engelachtig gezicht, lange donkere haren. Ze is kleuterleidster, maar ditmaal is ze alleen en loopt ze naar het dorp. Mijn vriendje en ik springen op de fiets en rijden haar achterna. Natasja stapt een kledingwinkel binnen. Wij volgen. Mijn hart bonst in mijn keel. Ze vraagt iets aan de verkoper, ook haar stem is mooi. Wij verbergen ons half achter een rekje. Als ze naar buiten loopt en wij haar willen volgen, vraagt de verkoper plots achter ons wat wij wensen. Met een setje knopen van dertig cent lopen we een minuut later de winkel uit om nog een glimp van Natasja op te vangen. Het was de laatste keer dat ik haar zag.

Malèna

Malèna

De eerste ontmoeting
Zinnenprikkelend puberverlangen is mooi verbeeld in Summer of ’42 van Robert Mulligan, een komisch opgroeidrama uit 1971. Onder de nostalgische, romantische klanken van Michel Legrand blikt de voice-over van een man terug op zijn onvergetelijke zomervakantie op een Amerikaans eiland. De 15-jarige Hermie (Gary Grimes) lummelt daar met zijn twee vriendjes wat rond in de stad of in de duinen. Totdat hij Dorothy (Jennifer O’Neill) ziet. Een slank, gebruind lijf en een stralende glimlach. Hermie ziet hoe zij afscheid neemt van haar man, een legerpiloot, die moet dienen in de Tweede Wereldoorlog. Aanvankelijk heeft Hermie gemengde gevoelens over Dorothy, niet gehinderd door puberale opmerkingen van zijn vriendjes, maar al snel raakt hij gefascineerd en geobsedeerd door dit wonderschone vrouwelijke schepsel.

Rond dezelfde tijd in een Siciliaans stadje worstelt de 12-jarige Renato in Malèna (2002) met zijn ontluikende seksuele gevoelens. “Mussolini verklaarde de oorlog aan Engeland en Frankrijk en ik kreeg een nieuwe fiets”, zo blikt zijn volwassen voice-over terug. Renato (Giuseppe Sulfaro) showt zijn aanwinst aan zijn vijf vriendjes op de boulevard. Dan fluit iemand op zijn vingers omdat Malèna (Monica Bellucci) in aantocht is. In haar strakke witte jurk, de lange zwarte haren op en neer deinend elke keer als haar hakken de stenen raken, komt ze dichterbij geflaneerd. De vriendjes op het muurtje slaan haar onbeweeglijk gade, terwijl de kleine Renato wat moeilijk kijkt hoe in zijn broek een tent wordt opgezet. Zodra Malèna voorbij is, springen de jongens op hun fietsjes, nemen een sluiproute naar de stadspoort en stellen zich daar opnieuw op om de uiterlijk onbewogen Malèna een tweede keer te kunnen zien passeren. “De mooiste kont van Castelcuto”, verzucht een van hen.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Sensuele fantasieën
Vanaf dat moment is Renato hopeloos verloren en dagdroomt er op los. Hij klimt op een afdakje en kan via een kijkgat in de kamer van Malèna gluren. Hij ziet haar sensueel dansen. Een dag later koopt hij de plaat met dezelfde muziek, legt die op de draaitafel en fantaseert dat zij zijn slaapkamer binnenkomt. Zijn vader die boven een krakend en piepend bed hoort, schreeuwt naar Renato dat hij vast blind wordt van al die onzedelijke handelingen. Een andere keer heeft Renato een onderbroek van Malène van haar waslijn gegrist en treft zijn vader hem ‘s morgens vroeg slapend in bed aan met dat kledingstuk op zijn gelukzalige gezicht. Het huis is te klein.

Summer of '42

Summer of ’42

Het romantische komische drama van Giuseppe Tornatore heeft soms de sfeer van zijn meesterwerk Cinema Paradiso (1988), waarin een puberjongen niet zozeer de liefde voor een vrouw maar de magie van de cinema ontdekt. Ook gebruikt Tornatore in Malèna ideeën uit zijn eerdere werk, leent hij opvallend veel van Summer of ’42 en grijpt hij, mogelijk als eerbetoon, terug naar de jeugdherinneringen van zijn Italiaanse collega Federico Fellini in diens thematisch verwante Amarcord (1973), echter zonder diens gebruikelijke extravaganza.

Seksistisch en jaloers
Hierin vergaapt puberjongen Titta zich aan een hoertje, een hete nymfomane en aan de mooiste derrière van Rimini. Op een dag mag hij zelfs zijn hoofd begraven tussen de enorme borsten van de tabaksverkoopster die zegt dat hij niet op haar tepels moet blazen maar eraan moet zuigen. Net als in Malèna wisselen opgroeiperikelen en onschuldig kattenkwaad elkaar af met de machtsgreep van de fascisten in Italië op de achtergrond. En ook in Amarcord is de familie van het jonge hoofdpersonage een tikkeltje hysterisch. Zo roept Titta’s vader voortdurend Maria aan als er ruzie in huis is en kan opa niet met zijn handen van de huishoudster afblijven.

Hoe karikaturaal, macho en seksistisch de mannen (en jongens) ook in Malèna mogen worden geportretteerd, ze bezigen vooral woorden, maar geen daden. De al even onverwisselbare vrouwen zijn voortdurend stikjaloers op Malèna en roddelen mogelijk nog harder, echter zij stellen uiteindelijk wel een daad, een mensonterende daad.

Voor andere volwassenen dan liefdesobject Dorothy is in Summer of ’42 geen plek. In plaats van enkel stoere praat, proberen de puberjongens hier in ieder geval wel de daad bij het woord te voegen. Zo gaat Hermie met een meisje naar de bioscoop en is er tijdens de film van overtuigd dat hij minutenlang een borst van zijn date heeft betast. Echter na afloop krijgt hij te horen dat het haar schouder was. Overdag bladeren de vriendjes in het geniep, kwijlend en met rode oortjes in een medisch handboek met foto’s van de geslachtsgemeenschap. In feite zijn zij nog even groen en onwetend als hun kompaantjes op Sicilië.

Lichamelijk contact
Maar dan ziet Hermie dat Dorothy voor een winkel stoeit met haar tassen met boodschappen. Hij schiet onmiddellijk te hulp en staat erop om alles alleen te dragen, helemaal tot haar huis op een heuveltje. Hij hoeft geen geld en verslikt zich vervolgens in de aangeboden zwarte koffie omdat hij die zogenaamd altijd drinkt. Met haar man aan het front vraagt Dorothy later aan Hermie of hij zware dozen op zolder wil zetten. Als de verbeeldingen van Dorothy’s lichaam door zijn hoofd schieten, krijgt hij slappe knieën en dreigt hij pardoes van het wankele trapje te vallen. Gelukkig houdt hij stand en krijgt een kus op zijn voorhoofd als dank.

Malèna

Malèna

Renato is weliswaar een paar jaar jonger, maar ook hij wil zich als een man gedragen. Hij weigert het kinderstoeltje van de kapper en wil ook geen korte broek meer aan. Hij neemt stiekem het beste pak van zijn vader naar de kleermaker om de pijpen wat korter te laten maken. Als het nieuws komt dat Malèna’s man is gesneuveld in de oorlog en dat zij nu “beschikbaar” is, droomt Renato dat hij haar troost. Hij probeert op komische wijze enkele volwassenen concurrenten te ontmoedigen en steekt in de kerk een kaars op, biddend dat Malèna op hem wacht totdat hij wat ouder is.

In Summer of ’42 sneuvelt ook de man van Dorothy, maar zij zoekt troost in bed met Hermie die maar al te graag bij haar zijn maagdelijkheid verliest. In Malèna moet Renato het tot het eind doen met enkel fantasieën. Hoewel. Ook Malèna laat op een gegeven moment boodschappen vallen, en Renato is er als de kippen bij om haar te helpen sinaasappelen terug in haar tas te doen. Heel even beroeren zijn vingers haar hand. Voor hem is dat genoeg. Voorlopig dan.

Weg met de diepgang!
Malèna is in de eerste plaats een coming of agedrama over de kracht van verbeelding en fantasie. Het verhaal draait om de obsessie van een puberjongen, maar net zo goed om de obsessie van een bijzonder kleinburgerlijk stadje aan zee. Wellicht een enigszins voorspelbaar verhaal, vol clichés over de Italiaanse volksaard. Maar ondertussen beweegt het bloedmooie titelpersonage, hoe eendimensionaal dan ook, zich onverminderd stijlvol in de mediterrane couleur locale. Passief, bijna zonder woorden. Als een vloek van schoonheid en eenzaamheid.

Niet voor niets mist de film gelaagdheid en diepgang (pas in de finale ontdekken we iets van Malèna’s karakter), want dat gemis is helemaal niet relevant. Puberjongens hebben niets met gelaagdheid en diepgang. Het enige dat telt zijn die onbekende spannende gevoelens die plotsklaps opborrelen, en waarvan je nooit genoeg kunt krijgen. Het mysterie van de opwindende vrouw, die hopelijk ook een keer zal hunkeren om bij jou te zijn. Die perfecte rondingen, die betoverende aanblik, de ultieme seksfantasie. Wie wil er nou de beweegredenen of de achtergrond van zo’n volmaakte vrouw doorgronden? Zij hoeft alleen maar aanwezig te zijn, meer niet! Of ze nu Dorothy, Malèna of Natasja heet.

 

MALÈNA KIJKEN: hier, hier en hier

 

Meer REWIND

Lighthouse, The

****
recensie The Lighthouse

Misère op de vierkante meter

door Cor Oliemeulen

Een oudere en een jonge man onderhouden een vuurtoren in New England laat negentiende eeuw en worden langzaam krankzinnig. The Lighthouse is een bijzondere combinatie van drama, zwarte humor, fantasie en thriller.

We maken kennis met betweter Thomas Wake (Willem Dafoe) die al jaren een vuurtoren en bijbehorende woning op een bijna onbereikbare rots onderhoudt en aanvankelijk wel raad weet met groentje Thomas Howard (Robert Pattinson) die hij graag als een hond behandelt. Alle noeste werkzaamheden die de nieuweling op het mini-eilandje verricht, worden met een kritisch oog bekeken. Zelfs de zeemeeuwen zijn Howard niet welgezind.

The Lighthouse

Isolement
Door het voortdurende isolement en het gebrek aan fijne menselijke verhoudingen zoekt Howard ’s avonds zijn toevlucht tot een klein stenen beeldje van een mooie zeemeermin, die hij later in het verhaal ook buiten tijdens hallucinaties zal ontmoeten. Hij merkt dat ook Wake zich soms overgeeft aan lust, nadat die zich heeft opgesloten bij het licht van de vuurtoren, een ruimte waar Howard beslist niet mag komen. Terwijl Wake overdag pseudo-Shakespeareaanse teksten oplepelt en verhaalt over oude zeemansmythen, kruipt Howard langzaam onder het juk van zijn meerdere uit. Hij zal immers binnenkort vertrekken van deze godvergeten plek.

Maar als op de bewuste dag de boot door slecht weer de rots niet kan bereiken, blijft Howard geconfronteerd met de dominantie en onhygiënische gewoonten van Wake, die op zijn beurt het gezelschap van Howard niet wil missen. Verhoudingen beginnen te veranderen, grenzen en normen vervagen. Als hun woning na een heftige storm zwaar is geteisterd en de voorraden opraken, dreigen beide mannen af te stevenen op een onstuitbare teloorgang en zijn ze – versterkt door overmatig drankgebruik – aan elkaars gezelschap, menselijke warmte en machismo overgeleverd.

Claustrofobisch
De claustrofobische atmosfeer van The Lighthouse wordt bepaald door de technische keuzes van regisseur Robert Eggers (The VVitch: A New-England Folktake, 2015) en cinematograaf Jarin Blaschke. Het duo koos voor de beeldverhouding van 1,19:1, zoals je die veel ziet in de gotische stijl van de zwijgende cinema en die Fritz Lang bijvoorbeeld in 1939 had ingezet om de opgejaagde stemming in zijn misdaadfilm M te versterken. Dit oude formaat blijkt zeer geschikt voor verticale structuren, zoals de vuurtoren, en maakt bovendien de ruimten waarin de personages verkeren nog enger. Tijdens de talrijke veelzeggende close-ups van Dafoe en Pattinson is de ruimte om hen heen niet relevant.

The Lighthouse

De contrastrijke, soms korrelige, look-and-feel van de vroege cinema (denk ook aan de latere film noir) kwam tot stand door lenzen met een op maat ontwikkeld orthochromatische filter. De belichting is schamel en het materiaal waarop The Lighthouse is geschoten, is Kodak Double-X, een weinig gebruikte zwart-witfilm die bijvoorbeeld ook Martin Scorsese aanwendde voor zijn boksfilm Raging Bull (1980). Dat alles, aangevuld met de minimalistische soundtrack, maakt de weergave grimmig en sinister.

Symboliek
The Lighthouse heeft geen noemenswaardig plot, maar kent wel interessante metaforen en symboliek (zien we daar plots een bovennatuurlijk wezen?), waarmee de kijker zelf naar hartenlust mag interpreteren. De focus op de verhouding tussen twee zeer verschillende mannen die zowel de omstandigheden als de ander dienen te trotseren en uiteindelijk moeten zien te overleven, wordt steeds spannender en blijft tot het eind toe overeind door de goede chemie en het ijzersterke spel van Dafoe en Pattinson. Door de opeenstapeling van huiveringwekkende gebeurtenissen, valt ook een lach in deze macabere wereld nauwelijks te onderdrukken.

 

22 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

For Sama

*****
recensie For Sama

Een film die gezien moet worden

door Jochum de Graaf

Nu het slotoffensief op Idlib, het laatste grote verzetsbolwerk in Noord-Syrië, is ingezet, is er geen actuelere of misschien beter gezegd, urgentere film te bedenken dan For Sama. In haar aangrijpende indrukwekkende documentaire-debuut legt burgerjournalist Waad al-Kateab met een eenvoudige digitale camera de ondergang van haar geliefde Aleppo vast.

Zij filmt vanaf het begin, de studentenopstand tegen dictator Assad in 2012, tot aan de gedwongen evacuatie eind 2016 na een maandenlang beleg van, net als nu in Idlib, door de Syrische regeringstroepen, met steun van bondgenoten Rusland en Iran.

For Sama

Er is de laatste jaren een serie indrukwekkende films en documentaires over de Syrische tragedie uitgebracht, A Syrian Love Story, Last Men in Aleppo, Of Fathers And Sons, Radio Kobani om er maar een paar te noemen. Een paar weken geleden ging The Cave in première, de beklemmende documentaire over het ondergrondse ziekenhuis in Oost-Gouta, genomineerd voor een Oscar.

Die films zijn zonder uitzondering ‘indringend’, ‘aangrijpend’, maar For Sama, winnaar van de Audience Award op het afgelopen IDFA en inmiddels ook Oscar genomineerd, is meer nog dan alle anderen de Syrische opstand van binnenuit gefilmd. Veel dichterbij kan een oorlog niet komen.

Begrip
Waad al-Kateab ontmoet in de begindagen van wat toen de Arabische Lente werd genoemd haar grote liefde Hamza, arts en ziekenhuisdirecteur die als een van de laatste op zijn post blijft. Ze draagt de film op aan hun dochter Sama die temidden van de heftige oorlogsomstandigheden geboren wordt. ‘Ik wil dat je begrijpt waarom je vader en ik deze keuzes hebben gemaakt, waarvoor we vochten.’

In de vijf jaar die de film beslaat gebeurt veel: de hoopgevende studentenopstand wordt neergeslagen, de stad Aleppo belegerd en continu gebombardeerd. For Sama laat met gerichte stappen in de tijd zien hoe de oorlog steeds dichterbij komt in het persoonlijk leven van Waad Al-Kateab en de haren. Met haar handheld camera filmt ze het oorlogsgeweld in het steeds kleiner wordende stukje Aleppo om haar heen in alle bloederige details, soms is ze bijna zelf slachtoffer. Ze heeft geluk dat ze net niet aanwezig zijn wanneer de Russen het ziekenhuis bombarderen en 53 slachtoffers vallen.

For Sama

En toch, ondanks al die verschrikkingen, wordt er ook nog zoiets als een ‘gewoon’ leven voortgezet. Er wordt getrouwd en gefeest, samen gegeten, er wordt onderwijs gegeven, kinderen spelen vrolijk in het karkas van een volledig uitgebrande bus, springen in een bomkrater om te zwemmen.

Wereld steeds kleiner
De wereld om hen heen wordt kleiner en kleiner, op het laatst bevinden ze zich op de laatste vierkante kilometers waar de rebellen nog stand houden. Acht van de negen ziekenhuizen zijn weggebombardeerd, per dag worden ruim driehonderd gewonden behandeld, zesduizend mensen moeten worden opgevangen.

Halverwege de film is er die scène die allesomvattend de mix van horror en hoop samenvat. In de nasleep van opnieuw een zwaar bombardement wordt een zwangere vrouw met gebroken ribben en een granaatscherf in haar buik binnengebracht. Ze ondergaat een spoedkeizersnede en we zien minutenlang de baby ondersteboven bungelen, nog inclusief navelstreng. Artsen en verpleegsters wrijven op de rug en buik, slaan hem op z’n billen, er lijkt geen leven in te zitten. Net op het moment dat je wilt smeken om op te houden omdat het een hopeloze zaak lijkt, opent het baby’tje zijn ogen en slaakt een zucht.

Te midden van de waanzin besluiten Waad en Hamza op familiebezoek te gaan naar Turkije, waar zijn ouders naartoe zijn gevlucht. Ondanks ontspannende dagen en een indringend verzoek van de grootouders keren ze toch weer terug naar Aleppo. Waad zegt tegen ons als kijker dat ze willen blijven tot het bittere einde omdat ze wil registreren wat er gebeurt en omdat haar man Hamza een van de weinige dokters is die onder de barre omstandigheden de gewonden blijft helpen. Aan Sama vertelt ze te hebben gevochten voor ‘de belangrijkste zaak ooit’, ‘Ik kan niet wachten tot jij vertelt wat je ervan vindt.’

For Sama

Gruwelijke scènes
Er zijn nogal wat scènes waarbij je liever wilt wegkijken, de lijken die al bij het begin van de opstand uit de rivier worden gevist, de compleet verwoeste straten en wijken van Aleppo, de verschrikkelijke verwondingen van chemische wapens en vatbommen, de twee jongetjes onder het stof van het zoveelste bombardement in de gang van het ziekenhuis op zoek naar hun jongere broertje die horen dat hij geen polsslag meer heeft en zien dat een blauwe zak om het lichaam wordt geschoven.

Hoeveel kun je als mens verdragen, willen we dit allemaal wel aanzien? Het antwoord op die vraag wordt gegeven door een vrouw, moeder, die vol ongeloof aanhoort dat haar zoon is overleden en in eerste instantie sterk afwerend reageert op de filmploeg. Eenmaal buiten op de stoep van het ziekenhuis klemt ze de lijkzak stevig tegen zich aan, schreeuwt het uit van verdriet, maar wil dat de camera op haar gericht blijft. ‘Filmen!’, roept ze, ‘film dit!’ De wereld moet zien hoe het eraan toegaat in die vreselijke oorlog in Syrië.
For Sama is een film die gezien moet worden.

 

21 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Het gestileerde naturel van Yasujirō Ozu

Het gestileerde naturel van Yasujirō Ozu
De regisseur van het niets

door Alfred Bos

Yasujirō Ozu maakte 54 films in 35 jaar. Die zijn door hun vorm uniek in de filmcanon. Door hun thematiek – familierelaties – algemeen herkenbaar. En door hun humanisme universeel geliefd.

Yasujirō Ozu (1903-1963) had er al een loopbaan opzitten – en zo’n veertig filmtitels op zijn naam – toen op 13 september 1949 Late Spring uitkwam in Japan, aan de vooravond van de doorbraak van de Japanse cinema in het westen. Akira Kurosawa en Kenji Mizoguchi werden in de jaren vijftig onthaald op de festivals in Venetië en Cannes, de films van Ozu waren pas in de jaren zeventig in Europa en Amerika te zien.

Late Spring (1949)

Late Spring (1949)

Late Spring was voor Ozu wat is voor Fellini: de film waarin hij zijn stem vindt. Het is de stem van een zenmeester die met empathie, maar onthecht naar het menselijke gewoel kijkt. Bij hem is het drama gereduceerd tot de kern, er is niets wat de aandacht afleidt. In zijn eigen woorden: “Ik ben de hovenier die de bomen en struiken snoeit.” Ozu’s films zijn als bonsaibomen en zentuinen, precieze miniaturen van natuurlijke, maar geregisseerde schoonheid.

Ozu is de schepper van een ongewoon consistent oeuvre, met een vaste thematiek en een rigide eigen stijl. Late Spring is de eerste van een reeks films waarin de regisseur de samenwerking hernieuwt met scenarist Kôdo Noda; ze zouden tot Ozu’s overlijden een team blijven. Onderwerp van de films is het gezin: de relatie tussen echtgenoten, de verhoudingen tussen ouders en kinderen, en de veranderende positie van de vrouw in het naoorlogse Japan.

De rigide eigen stijl: het vermaarde kikkerperspectief van het lage camerastandpunt, waardoor de toeschouwer als het ware vanuit de theaterstoel naar het toneel kijkt. De statische camera met zijn lange shots, onveranderlijk gefilmd met een 50-millimeterlens die het menselijke oog qua blikveld het meest benadert. De tot in het detail gestileerde mise-en-scène, waardoor interieurs ogen als abstracte schilderijen van Mondriaan. De minutieus geregisseerde handeling met zijn ritmisch bewegende acteurs. Gestileerd naturel: de films van Ozu zijn herkenbaar uit duizenden. Ze reflecteren de man die ze maakte.

Nieuwe filmtaal
Opvallend aan Late Spring – en volstrekt nieuw in de beeldtaal van 1949 – zijn de ambient tussenshots die als afscheiding tussen scènes fungeren. Een wolkenhemel, een beboste heuvel, een panorama van de rivier, een close-up van een bloesemtak, of een blik op bebouwing—ze staan buiten de handeling en verbeelden het verglijden van de tijd, los van het individu. Het was toen een andere, ongebruikelijke manier van monteren. Tegenwoordig doet iedereen het, vaak zonder nadenken, als cliché. Ozu kwam er als eerste mee.

Subtiel afwijkend is Ozu’s gebruik van geluid, meer in het bijzonder omgevingsgeluid (in jargon: diëgetisch geluid, de geluidsbron maakt deel uit van het beeld). Late Spring is bij mijn weten de eerste film waarin we vogels horen zingen. Het levert geen enkele bijdrage aan het verhaal of de plot, het schept sfeer. De geluidsband klinkt volstrekt anders dan die van de doorsnee-Hollywoodfilm van kort na de oorlog, zeg een film noir van Fritz Lang of een western van John Ford, met hun emotie sturende orkestraties.

The End of Summer (1961)

The End of Summer (1961)

Ongetrouwde dochter
Late Spring
is de eerste van een drietal films waarin actrice Setsuko Hara (1920-2015) het personage Noriko speelt, zij het telkens een andere Noriko. Hara maakte in totaal zes films met Ozu, die mogelijk in stilte verliefd op haar was; de laatste was The End of Summer uit 1961. Hoewel een enorme ster in Japan en een icoon van de Japanse cinema, trok ze zich na het overlijden Ozu terug uit het openbare leven. Ze overleed in 2015, 95 jaar oud.

In Late Spring vertolkt ze de 27-jarige dochter van een gepensioneerde professor, een weduwnaar bij wie ze inwoont. De filmtitel verwijst naar het seizoen van Norika’s leven: het wordt tijd dat ze trouwt, meent haar inwonende tante. Wat Noriko helemaal niet wil, want als ongetrouwde vrouw kan ze samenleven met en zorgen voor haar vader. Aldus is ze oprecht gelukkig, bekent ze in een emotioneel verpletterende scène, een dialoog met pa die haar eigenlijk liever ook niet ziet gaan, want dan blijft hij alleen achter. De tragiek is dat beiden hun persoonlijk geluk opgeven door zich te voegen naar de sociale mores.

De rol van Hara als Noriko blijft dicht bij de werkelijkheid, want de actrice is nooit getrouwd; haar bijnaam luidde ‘de eeuwige maagd’. Late Spring is een onversneden meesterwerk; ik sla hem persoonlijk nog hoger aan dan het universeel gewaardeerde Tokyo Story, British Film Institute’s nummer drie op de lijst van beste films ooit gemaakt.

Early Summer (1951)

Early Summer (1951)

Gouden momenten
In Early Summer (1951) speelt Setsuko Hara eveneens een Noriko en opnieuw is ze de ongetrouwde dochter die volgens haar familie – ouders, broer, zussen, ooms en tantes – nodig aan de man moet, voor ze te oud is. Iedereen begint mogelijke partners voor haar te opperen of zelfs te arrangeren, tot Norika’s kantoorchef aan toe. Noriko heeft uiteraard haar eigen plannen.

Ook hier is het thema het verlies van iets wat in zijn alledaagsheid perfect is. De vader van Noriko, de pater familias, verwoordt het nog het best, tijdens een uitstapje met het hele gezin naar Kyoto. Hij beseft dat hij en zijn vrouw de laatste gouden momenten beleven, nu zoon en dochter binnenkort zullen trouwen en het gezin uit elkaar valt. Dat verlies is onvermijdelijk, want zo is het leven.

“Mensen moeten niet teveel willen”, verzucht de vader filosofisch. Het is de zenregisseur ten voeten uit. Ozu schreef het scenario met zijn vaste co-auteur Kôgo Noda, hun samenwerking gaat terug tot Ozu’s (verloren gegane) debuutfilm Sword of Penitence uit 1927.

Romantische liefde
De levenscyclus is het hoofdthema van de vierenvijftig films – waarvan er negentien geheel of gedeeltelijk verloren zijn gegaan – die Ozu tussen 1927 en 1962 maakte; het wordt verbeeld via portretten van huwelijken, gezinnen en familie. Hij omschreef het mensenleven als “een bubbel die op het water drijft”. Het bestaan is fundamenteel onzeker, de mens intrinsiek eenzaam. Veel van zijn films besluiten met een verzuchting over de vergankelijkheid van het leven. Vaak blijft de hoofdpersoon alleen achter.

The Flavor of Green Tea over Rice (1952)

The Flavor of Green Tea over Rice (1952)

Zo niet in The Flavor of Green Tea over Rice, de film die hij draaide tussen Early Summer en Tokyo Story. De zedenschets gaat over een huwelijk in crisis. Zij is modern en werelds, onafhankelijk van geest en bedriegt haar man met heimelijke uitstapjes. Hij is een kantoorsul zonder initiatief, gesteld op rust en regelmaat.

Het is de spanning tussen stad en platteland, tussen verfijning en boertigheid, die als een rode draad door zijn werk loopt. Ozu behoorde zelf tot de culturele elite, maar bleef in zijn hart de buitenstaander die het meest op zijn gemak is een landelijke omgeving, met zijn natuur, kalm en geordend leven en ongekunstelde, authentieke bevolking.

Als katalysator in het verhaal over het traditionele huwelijk onder druk fungeert een jeugdige nicht, die romantische liefde verkiest boven een verstandelijke (uitgehuwde) verbintenis. De film – volgens Ozu zelf maar half gelukt – heeft een positief einde: mondaine vrouw en simpele echtgenoot zitten samen tevreden aan de rijst, de geliefden hebben elkaar gevonden. Er is hoop voor het Japan in flux.

Tokyo Story (1953)

Tokyo Story (1953)

Weemoed
Tokyo Story, Ozu’s meest vermaarde film, sluit de Noriko-trilogie af. Setsuko Hara’s Norika is ditmaal de schoondochter van een bejaard stel dat, nu hun gezondheid het nog toelaat, hun kinderen in de grote stad Tokio bezoekt. Die zitten met hun ouders in hun maag, ze hebben geen tijd voor hen. Alleen Noriko, al acht jaar de weduwe van een zoon die in het keizerlijke leger is gesneuveld, biedt haar eenkamerappartement als logies aan.

Tokyo Story zit vol fijnzinnige ironie, gepuncteerd door boerse humor. De film is doortrokken van de voor Ozu kenmerkende weemoed. De bejaarde vader beseft dat het bezoek wellicht een afscheid is, maar houdt voor zijn kinderen een stoïcijnse schijn op. Het is een rol van Chishû Ryû, een vaste Ozu-acteur die vanaf Ozu’s tweede film, Dreams of Youth (1928), tot diens dood met de regisseur heeft gewerkt.

Met Tokyo Story gaat Ozu opnieuw in op een thema dat hij  in Brothers and Sisters of the Toda Family (1941) al aan de orde stelde: kinderen die voor hun ouders op leeftijd moeten zorgen, maar daar voor wegduiken. Aan het slot van de film zien we Ryû als in alle Ozu-films waarin hij de hoofdrol van vader vertolkt: alleen met zijn gedachten aan zijn vrouw. Was hij maar aardiger voor haar geweest toen ze nog leefde.

Moderniteit botst op traditie
Ozu wist dat verandering de kern van het leven vormt, maar haastte zich nimmer om de moderniteit te omarmen. Hij ging pas in 1936, met The Only Son, over op geluid, bleef lang filmen in zwart-wit en heeft nooit gedraaid in breedbeeld, altijd in de klassieke 1/1:37 (tv-)beeldverhouding. In 1958 schoot hij zijn eerste kleurenfilm, in zijn vaste formaat. Equinox Flower toont een zakenman die zijn omgeving, gevraagd en ongevraagd, voorziet van advies inzake liefde en relaties. Wanneer zijn dochter trouwplannen heeft, blijkt hij zijn wijsheden niet op zichzelf te kunnen toepassen. Opnieuw botsen traditie en het moderne leven.

Good Morning (1959)

Good Morning (1959)

Ozu is een meester in het mengen van weemoed en ironie, maar in zijn tweede kleurenfilm is hij eerder Jacques Tati dan Marcel Carné. Moderniteit, in de vorm van televisie en wasmachine, stuwt de plot van Good Morning (1959), dat speelt in een volkswijk met goedkope houten huisjes onder energiemasten. Consumentisme en de menselijke natuur worden humorvol becommentarieerd via onrust over de nieuwe wasmachine van het wijkhoofd.

Ook de televisie zorgt voor reuring. Twee schoolgaande broertjes rebelleren tegen hun ouders en weigeren te spreken eer hun vader ook zo’n moderne kijkkast heeft aangeschaft. Als running gag dienen de scheten die de schooljongens op commando kunnen laten, iets waartoe pa op een hilarisch moment ook in staat blijkt. Het is kinderlijk geestig.

De film, een publiekshit in Japan, biedt en passant ook een wijze les die het waard is om op t-shirts te worden gedrukt: “Juist de nutteloze dingen geven het leven glans.” De opstandige broers zijn een echo van de boefjes uit I Was Born, But (1932). Ook Ozu’s daarop volgende film, Floating Weeds (1959), is een remake-in-kleur van eigen werk, A Story of Floating Weeds, een stomme film uit 1934.

Late Autumn (1960)

Late Autumn (1960)

Verborgen onderstromen
De laatste films zijn Ozu in zijn meest gecondenseerde vorm, de regisseur brengt zijn vaste thema’s terug tot de essentie. Late Autumn (1960) is het spiegelbeeld van Late Spring. Setsuko Hara speelt een weduwe die samenwoont met haar 24-jarige dochter. Drie goede vrienden van haar zeven jaar eerder overleden man – allen bewonderaars van de weduwe – gaan ongevraagd op zoek naar een geschikte echtgenoot voor de dochter, terwijl die en mams tevreden zijn met de situatie.

De film spiegelt de situatie van Late Spring – Hara is nu de alleenstaande ouder, Ryû speelt een van de drie goed bedoelende vrienden – maar is heel anders van toon. Late Autumn is meer komedie dan drama, het conflict tussen traditie en moderniteit wordt gesust met geestig gestuntel en dialogen vol seksuele toespelingen.

Ook in Late Autumn gebruikt Ozu zijn meest kenmerkende narratieve stijlfiguur, de ellips. Sleutelscènes worden via huiselijke gesprekken aangekondigd of becommentarieerd, maar door de regisseur niet getoond. Grote gebeurtenissen blijven buiten beeld, Ozu laat alleen de impact van het voorval op zijn filmpersonages zien. Hij laat met opzet ruimtes. Weinig regisseurs weten hun publiek zo emotioneel te engageren als Ozu. De regisseur: “Ik toon de verborgen onderstromen.” Aldus wordt de kijker in de film gezogen.

Filmprofessionals die hem van nabij hebben gekend – Ozu werkte met een vaste groep technici en pool van acteurs – benadrukken zijn menselijkheid, zijn humor en zijn hang naar authenticiteit. Zijn moraal: humanisme boven gerechtigheid. Eerst medeleven, dan recht.

An Autumn Afternoon (1962)

An Autumn Afternoon (1962)

“Alleen, hè”
An Autumn Afternoon (1962) is met schijnbaar achteloze hand geregisseerd. Na twaalf films in dertien jaar tijd is de Ozu-aanpak zo verfijnd dat hij bijna onzichtbaar is geworden. Zijn laatste film is wederom een spiegelbeeld van Silent Spring, maar veel melancholischer van toon dan Late Autumn. Er is geen voorjaarszon om het verlies te dempen.

Chishû Ryû speelt een weduwnaar die wordt verzorgd door zijn inwonende dochter (vertolkt door Shima Iwashita). In Silent Spring wil de dochter niet trouwen omdat ze gelukkig is met haar vader, ditmaal wil de vader dat zijn dochter niet trouwt omdat hij tevreden is met de bestaande situatie. Door een vergelijkbaar voorval in zijn vriendenkring ziet de vader zijn egoïsme in. “Alleen, hè”, zijn vaders slotwoorden, het is laatste tekst van Ozu’s oeuvre.

Op 13 december 1963, zijn zestigste verjaardag, overleed Ozu na een lang ziekbed aan kanker. De regisseur, die ongetrouwd bleef, ligt begraven op het terrein van de Engakyi Tempel in het landelijke Kamakura, de middeleeuwse hoofdstad van Japan. Hij deelt dat graf met zijn moeder, met wie hij tot haar dood in 1962 heeft samengeleefd. Op de steen staat het Japanse karakter voor ‘Het Niets’.

Over Yasujirō Ozu is vaak opgemerkt dat hij de meest Japanse aller Japanse regisseurs was en zijn films waren in het naoorlogse Japan ongekend populair. De digitaal gerestaureerde klassiekers, met de Noriko-trilogie voorop, maken duidelijk dat het werk van Ozu niet alleen de Japanse ziel aanspreekt. Met hun gestileerde naturel en universele personages behoren ze tot de meest menselijke films die er zijn gemaakt. Tijdloos dus.

Een aantal films van Ozu zijn in digitaal gerestaureerde vorm te zien vanaf 23 januari.

 

18 januari 2020


ALLE ESSAYS

La Grande Bellezza beste film van het millennium

La Grande Bellezza beste film van het millennium

La grande bellezza is door de redactie van InDeBioscoop gekozen tot beste film van de 21ste eeuw. De eeuwige stad Rome als het “decor voor de ontmaskering van loze ambities en lege pretenties”. De Italiaanse regisseur Paolo Sorrentino toont “een authentiek universum vol expressieve beelden, hemelse muziek en satire met de nodige extravagantie”.

La grande bellezza

Op de tweede plaats prijkt het romantische drama In the Mood for Love. “De camera is verborgen, alsof de kijker de affaire geheimzinnig bespiedt”, aldus een van de collega’s. “Is het ware verliefdheid die de twee tot elkaar brengt of slechts de fantasieën geboren uit de omstandigheden? Maakt het eigenlijk uit?” En: “Elk fraai beeld van de Chinese regisseur Wong Kar-Wai spreekt boekdelen over de tragische liefde.”

Werckmeister harmóniák is “een zwart-witte harmonie in mineur die als een meditatie voort glijdt”. Iemand anders zegt over deze Hongaarse film: “Arthouse zoals het echt bedoeld is. Deze film van Béla Tarr zit vol mysterie en eigenzinnigheid en is zo anders dan anders. 39 shots in twee uur. Twee minuten lang alleen maar lopende mannen – dat iemand dat durft!”

Opvallend op de vierde plaats is een documentaire: The Act of Killing. Met gevaar voor eigen leven portretteert Joshua Oppenheimer de toenmalige beulen van het schrikbewind van de Indonesische generaal Soeharto die tot in detail vertellen en naspelen hoe zij hun politieke tegenstanders medio jaren 60 doodden. “Eenmaal begraven bouwen herinneringen een muur voor de geest, die alleen door de daad van het doden weer opgebroken kan worden.”

“Wat animatiefilms vooral moeten doen, is betoveren. Het tot leven roepen van de fantasie”, aldus een van de collega’s over Spirited Away van de Japanse animatiekeizer Hayao Miyazaki dat op de vijfde plaats eindigt. “Een troostend sprookje voor klein en groot.”

Lazzaro Felice staat verrassend op de zesde plaats. “In een wereld die zo schuldig is dat ze onschuld niet meer herkent, verzacht Alice Rohrwacher de onmiskenbare politieke dimensie van haar derde film met mythologie en beeldpoëzie”, zegt iemand over het drama dat in 2019 in de bioscoop verscheen.

Eternal Sunshine of the Spotless Mind belandt op nummer zeven. “Geen scenarioschrijver vandaag de dag is zo origineel als Charlie Kaufman”, aldus een collega die het romantische drama met Jim Carrey en Kate Winslet in zijn lijstje zette. Iemand anders schrijft: “Hoeveel ontroering kan een mens verdragen in dit (bijna) onvergetelijke sciencefictionsprookje?”

Er werden veel Koreaanse films genoemd in de diverse lijstjes. Het is geen verrassing dat het ijzersterke Memories of Murder in de IDB-top 10 van het millennium opduikt. “Met deze film wees Bong Joon-ho de wereld er op dat de cinema van Zuid-Korea tot de eredivisie is toegetreden. Zwarte komedie, suspensethriller en maatschappijkritiek mengen zich tot een genadeloos portret van de menselijke natuur.”

Op de negende plek vinden we Turist. “Ruben Östlund kijkt naar onze micro-gedragingen en ontleedt ze dusdanig confronterend dat het ons tot psychoanalyse in ons alledaagse handelen dwingt.” Iemand anders vindt: “Het vervreemdende skioord en een briljant gebruik van Vivaldi’s De vier jaargetijden maken Turist tot één van de meest hilarische én pijnlijke films van deze eeuw.”

Het was knokken om de film die onze top 10 zou afsluiten, omdat meerdere films op dezelfde plek eindigden. Het volgende pleidooi voor Paterson gaf de doorslag: “Meditatief eert deze film de kleine momenten en is daarmee het grootse waard. Eenvoudige werkdagen en gedichten komen samen voor een fraai visioen van tevredenheid die uitdaagt. Men kan niet spreken over de Tao, maar wellicht kan men deze wel filmen.”

Wat verder opvalt is dat in de individuele lijstjes films van dezelfde regisseurs staan, zoals van David Lynch en Nuri Bilge Ceylan.

 

IDB Top 10 van het Millennium

1. La grande bellezza (2013)
2. In the Mood for Love (2000)
3. Werckmeister harmóniák (2000)
4. The Act of Killing (2012)
5. Spirited Away (2001)
6. Lazzaro Felice (2018)
7. Eternal Sunshine of the Spotless Mind (2004)
8. Memories of Murder (2003)
9. Turist (2014)
10. Paterson (2016)

 

Individuele lijstjes

Deel 1: Cor Oliemeulen
Deel 2: Tim Bouwhuis
Deel 3: Michel Rensen
Deel 4: Bob van der Sterre
Deel 5: Ries Jacobs
Deel 6: Sjoerd van Wijk
Deel 7: Yordan Coban
Deel 8: Ralph Evers
Deel 9: Alfred Bos

10 grensverleggende films

Tien grensverleggende films

10 grensverleggende films

Feitjes over films zijn altijd leuk. Nog leuker is om je te realiseren wat ze allemaal in gang hebben gezet. Tien mijlpalen in de filmgeschiedenis die de grenzen verlegden: van de allereerste speelfilm tot en met de eerste bewustwordingsfilm over voeding.

Samenstelling: Cor Oliemeulen

1. – The Story of the Kelly Gang (1906) – allereerste speelfilm

Niet Amerikanen of Europeanen maakten de allereerste speelfilm. Ene Charles Tait uit het Australische goudzoekersparadijs Castlemaine en twee van zijn broers vertoonden op 26 december 1906 het bijna zeventig minuten lange The Story of the Kelly Gang. Dit westerndrama gaat over de beruchte Ierse balling Ned Kelly, die na de moord op drie politiemannen vogelvrij werd verklaard. Veel fragmenten op de filmrol hebben de tand des tijds niet goed doorstaan of zijn simpelweg verdwenen. In de gerestaureerde versie zijn foto’s en teksten geplakt om de leemtes in het verhaal op te vullen. Wat opvalt is het gebruik van echte pistolen! Tijdens schermutselingen wordt er vaak bewust in de grond of in de lucht geschoten, waarna tegenstanders toch dood neervallen. Charles Tait kreeg negen kinderen en maakte geen tweede speelfilm.

2. – Nanook of the North (1922) – eerste documentaire

Robert J. Flaherty was goudzoeker aan de andere kant van de wereld, in het hoge noorden van Canada, en maakte daar prachtige natuuropnames met mens en dier. Op een dag knoeide hij sigarettenas op zijn kilometerslange, uiterst brandbare rollen celluloid en werden alle opnamen vernietigd. Flaherty, die een relatie met een Eskimofamilie had opgebouwd, begon weer vol goede moed aan zijn film over het leven van de Inuit. Maar wat bleek later? Sommige fragmenten waren in scène gezet, zoals de vangst van een zeehond – die al dood was toen die zogenaamd door Nanook en zijn gezin onder het ijs vandaan werd getrokken. De vraag is of Nanook of the North door het manipuleren van de werkelijkheid een echte documentaire is. In ieder geval schetst de film een authentiek beeld van de ongerepte natuur in het noordelijk poolgebied.

3. – La coquille et le clergyman (1928) – eerste surrealistische speelfilm

Het door de Franse schrijver André Breton in 1924 gepubliceerde Manifest van het Surrealisme predikte een levenshouding. Fantasierijk, volledige vrijheid, loslaten van het verleden en zich niets aantrekken van bestaande regels. De visuele verbeeldingskracht staat los van verstand en logica, en is toepasbaar op alle kunstvormen. De beroemdste vroege surrealistische film is Un chien andalou (1928), waarmee Luis Buñuel en Salvador Dalí de gevestigde orde schokten. Maar de allereerste surrealistische speelfilm verscheen eerder dat jaar. In La coquille et le clergyman (De zeeschelp en de priester) van regisseuse Germaine Durlac maken we kennis met de dromen en erotische fantasieën van een priester. Het zowel originele als maffe script is van Antoine Artaud, die later met de introductie van zijn Wrede Theater ‘te surrealistisch’ werd bevonden door Breton en consorten.

4. – The Ox-Bow Incident (1943) – eerste humane western

In westerns werden indianen als bloeddorstige barbaren afgeschilderd. Dat negatieve beeld veranderde met de revisionistische western, waarin indianen en Mexicanen juist als sympathieke mensen worden neergezet. Mooie voorbeelden zijn High Noon (1952), Little Big Man (1970) en Dances with Wolves (1990). Al in 1943 verscheen The Ox-Bow Incident van William A. Wellman dat een sleutelrol speelt in de geschiedenis van de western. Deze eerste humane western houdt een pleidooi voor de rechtstaat als fundament van de samenleving. Drie mannen worden verdacht van moord en zonder proces opgehangen door een hysterische menigte. Later blijken ze onschuldig. Eén van de terechtgestelden had nog een afscheidsbrief mogen schrijven. In de ontroerende finale leest het personage van Henry Fonda, één van de weinigen die de executies probeerde te verhinderen, de brief voor aan een saloon vol daders.

5. – Sommaren med Monika (1953) – eerste vrijgevochten film

De Zweedse filmmaker Ingmar Bergman genoot een strenge opvoeding (vader was luthers predikant), was bang voor de dood en twijfelde aan God en het geloof. Dat resulteerde in 1957 in het meesterwerk Det sjunde inseglet (Het Zevende Zegel). Vier jaar eerder zorgde Bergmans doorbraakfilm Sommaren med Monika (Zomer met Monika) al voor de nodige ophef. Een vrijgevochten meisje (Harriet Andersson), dat met haar vriendje vlucht voor haar burgerlijke ouders, gaat uit de kleren. In Amerika ging de schaar in Bergmans vernieuwende, realistische filmstijl, en bleven hoofdzakelijk beelden van het stoute meisje over. “In de buurt werd er gesproken over een naaktscène. Zoiets was destijds ongehoord in Amerikaanse films”, zei regisseur Woody Allen, die net als veel anderen pas later Bergmans werkelijke kwaliteiten zou ontdekken.

6. – L’avventura (1960) – eerste moderne filmvertelling

Naast Bergman plaveide Michelangelo Antonioni de weg voor Europese films in Amerika. Tijdens zijn hele oeuvre bestudeerde de Italiaanse maestro van de moderne cinema de zoektocht naar betekenis en toonde hij zijn personages niet conform de toen geldende filmwetten. Zo worden hartstochtelijke vrouwen en communicatief impotente mannen in een dialoog met de rug naar elkaar geplaatst om hun psychologische afstand te symboliseren. Vanaf L’avventura (1960) wordt het verhaal ondergeschikt aan de gevoelens en worden de personages geplaatst in een omgeving die hun gemoedstoestand benadrukt, soms heel nietig in een overweldigend landschap of als een stipje voor een gigantische muur. Tijdens de wereldpremière op het filmfestival van Cannes klonk veel gejoel. Het publiek vond de shots veel te lang en kon het niet verteren dat hoofdrolspeelster Anna zomaar verdwijnt om vervolgens niet meer terug te keren in het verhaal.

7. – Straw Dogs (1971) – eerste verkrachtingsscène

Nog voordat de Hays Code in de Verenigde Staten werd afgeschaft, trok een schietgraag overvalkoppel in Bonnie and Clyde alle ongecensureerde registers open. Seks, drugs en vooral geweld vulden vanaf 1967 het witte doek. Gevlucht voor de verruwing in zijn geboorteland betrekt een Amerikaanse astrofysicus met zijn Britse vrouw in Straw Dogs een groot huis op het Engelse platteland. Helaas loopt hun relatie met enkele ingehuurde werklieden niet van een leien dakje en duurt het niet lang voordat iemand zich aan de vrouw des huizes (Susan George) vergrijpt. Natuurlijk kende de filmgeschiedenis al suggestieve aanrandingen, maar zeker een regisseur als Sam Peckinpah wist wel raad met het schokkend in beeld brengen van de dubbele verkrachtingsscène (waarbij het lijkt alsof de vrouw aanvankelijk nog geniet). Het is aan manlief (Dustin Hoffman) om zich uiteindelijk over te geven aan een bloederige wraakorgie.

8. – Westworld (1973) – eerste film met CGI

Beste millennial. Er was een tijd dat een grote ruimte vol computerkasten minder capaciteit had dan een enkele chip in je telefoon. Tegenwoordig kan film elke illusie creëren en digitale animatie zie je in bijna elke game en Hollywoodproductie. Wat nu normaal is, was vroeger bijna lachwekkend. De eerste speelfilm waarin CGI (Computer Generated Imagery) werd toegepast, is Westworld (1973). In het sciencefictionverhaal van debuterend regisseur Michael Crichton slaan bij een ‘gunslingerrobot’ (Yul Brynner) in een futuristisch amusementspark de stoppen door. Gelukkig is zijn zicht – dat bestaat uit grove pixels (gemaakt door de computer) – wat beperkt. Hoe knullig de scène er nu ook uitziet, hij zette wel de deur open voor bijvoorbeeld de eerste volledig met de computer gemaakte film: Toy Story (1995).

9. – Festen (1998) – eerste Dogme 95-film

In het ontwaakte digitale tijdperk kregen filmmakers in Denemarken de behoefte terug te keren naar de basis. Lars von Trier en Thomas Vinterberg stelden een manifest met tien regels op. Je moest voortaan op 35mm filmen, op locatie met de camera in je hand, zonder extra belichting. De film mocht geen oppervlakkige actie bevatten en het manipuleren van beelden (effecten en filters) was natuurlijk uit den boze. Deze ‘eed van zuiverheid’ leidde tot de eerste zogenoemde Dogme 95-film: Festen (1998). Het beeld van de reünie waar de zestigste verjaardag van pa wordt gevierd, is korrelig, soms schokkerig, en oogt authentiek. Het drama is zo werkelijk dat Thomas Vinterberg tijdens de beroemde incesttoespraak een deel van de acteurs in het ongewisse hield over de afloop. Ondanks het nobele streven, was na een paar jaar weinig meer van Dogme 95 over.

10. – Food, Inc. (2008) – eerste bewustwordingsfilm over voeding

Terwijl in Nederland de meeste boeren hun best doen om een verantwoord product op tafel te zetten, nemen ze het in Amerika niet zo nauw. Food Inc. gaf als eerste film een interessant kijkje achter de façade van vrolijk huppelende koeien in groene weiden die op pakken zuivel staan afgebeeld. Overzee blijkt voedselproductie in handen van megagrote bedrijven die nauwelijks oog hebben voor dierenwelzijn en verantwoord bodemgebruik. Ze worden bovendien gesubsidieerd door de overheid, want op groente en fruit valt weinig winst te behalen. In hamburgers zit soms ‘vlees’ van tientallen runderen, waardoor de oorsprong van eventuele ziektekiemen moeilijk is te achterhalen. Ook documentaires als Super Size Me (2004), waarin je lekker onverantwoord kunt eten bij McDonalds, maakten de weg vrij voor een reeks bewustwordingsfilms over dierenonwelzijn, vet, suiker en tal van andere producten waarvan we het naadje van de kous niet wisten.

 

21 december 2019

 
Alle leuke filmlijstjes

Parasite

****
recensie Parasite

Breuk met armoede

door Suzan Groothuis

Met Parasite laat regisseur Bong Joon Ho opnieuw vakmanschap zien. Niet alleen laveert hij behendig tussen filmgenres, ook fileert hij de sociale lagen van de Zuid-Koreaanse maatschappij. Een film die verrast en, uiteindelijk, ook ontroert.

In Parasite draait het om het arme gezin Kim. Ouders, zoon en dochter leven in een soort kelder, waar ze profiteren van de internetverbinding van omringende restaurants. In de openingsscène valt het wifi-signaal weg. Paniek. Moeder verwacht een bericht van haar werk op de app en haar kinderen doen hun uiterste best om signaal te vinden. Een voorbode dat deze mensen, waar het eventjes kan, profiteren van anderen. Dat ze bovendien goede onderhandelaars zijn, blijkt wanneer er klachten zijn van het pizzabedrijf waar moeder werkt. Een bruikbare eigenschap voor wat later komen gaat.

Parasite

Als zoon Ki-woo via een vriend het aanbod krijgt om tijdelijk zijn plek in te nemen als bijlesleraar Engels, is er in eerste instantie twijfel. Hij is geen student en wat als het rijke gezin, waar hij komt te werken, daarachter komt? Volgens de vriend is een goede aanbeveling voldoende. En Ki-woo’s zus blijkt verdomd handig in het vervalsen van documenten, dus de benodigde certificaten zijn ook geregeld. 

Geleidelijke infiltratie
Wanneer Ki-woo onder de naam Kevin zijn intrede doet is hij overweldigd door de luxe die op hem afkomt. De gestileerde woning van de rijke Park en zijn aardige, naïeve vrouw Yeon-kyo vormt een groot contrast met zijn eigen woning waar kakkerlakken domineren. Hij weet Yeon-kyo voor zich te winnen en krijgt een aanstelling voor bijles aan haar tienerdochter. En van het een komt het ander: Ki-woo onderzoekt op slinkse wijze hoe hij zijn familie kan laten infiltreren als werknemers voor het rijke gezin. Dat gegeven voltrekt zich op humoristische en sardonische wijze. Vaste werknemers worden vakkundig uit de weg geruimd om plaats te maken voor Ki-woo’s gezinsleden. Het gezin Kim heeft bovendien oog voor stijl en klasse: ze bieden niet zomaar diensten aan, maar richten zich op een exclusief aanbod geschikt voor een goed gevulde portemonnee.

Wanneer Park met zijn vrouw en kinderen gaat kamperen, heeft het gezin Kim het huis voor zich alleen. Ze genieten van de zon in de tuin en doen zich tegoed aan dure whiskey, terwijl ze een discussie voeren over rijkdom. En dan krijgen ze ineens te maken met een situatie die alles op z’n kop zet. Vanaf dat moment is er een spel met filmgenres: het komische aspect, dat vanaf het begin voorop staat, krijgt een donker randje, waarbij Bong Joon Ho zelfs onvervalst bloedvergieten niet schuwt en afsluit met bezinnend drama.

Parasite

Doordacht en gelaagd
Pretentieus? Niet in de handen van Bong Joon Ho. De regisseur heeft inmiddels een indrukwekkend oeuvre opgebouwd: het indringende en verontrustende Memories of Murder, het psychologisch ontrafelende Mother, zijn eerste internationale treinthriller Snowpiercer en duistere kinderfilm Okja. Experimenteren met verschillende genres én daarin slagen mag je een prestatie noemen. En nu is daar Parasite, waarin de kijker verrast en op het verkeerde been gezet wordt. Niet alleen door de mengeling van filmgenres, maar vooral door hoe doordacht en gelaagd de film is opgebouwd.

Bovendien is er een boodschap, want nietsontziend fileert Bong Joon Ho de sociale klassen van Zuid-Korea. Met scherp oog geeft hij een inkijkje in de morele codes van arm en rijk. Dan weer lachwekkend, dan weer ironisch en dan weer met gevoel. De film sluit af als een droom waarin niets en alles mogelijk is. Of, in de woorden van vader Kim (Bong Joon Ho’s vaste acteur Kang-ho Song): “Het leven verloopt nooit volgens plan.”

 

26 november 2019

 

ALLE RECENSIES