Have a nice day

***

recensie Have a nice day

Follow the money

door Ralph Evers

“Money makes the world go round”, zong Geddy Lee, de zanger van rockband Rush in 1985 al. Hoewel in dit kleine misdaadverhaal het geld zeker niet de wereld rondgaat, maakt het wel veel los in een anonieme Chinese stad. 

Have a nice day opent met strakke lijnen, een graphic novel, in een hedendaagse Chinese bouwput. De stof en het lawaai volgen op een citaat van Leo Tolstoi waarmee de film aan de kijker wordt voorgesteld. Overigens een grimmig citaat, waar een ieder voor zich en god tegen ons allen in doorklinkt. 

Have a nice day

Mozaïek
De film volgt de strapatsen van een zak met geld, in een wanhoopsdaad door loopjongen Xiao Zhang van zijn baas gestolen. Hij werkt voor een criminele organisatie en heeft geld nodig voor de mislukte plastisch chirurgische ingreep die zijn verloofde heeft ondergaan. Het nieuws van de roof verspreidt zich snel en het verhaal ontvouwt zich gedurende de nacht. De personages zijn vrij eendimensionaal neergezet, al kennen de dialogen soms een prettige soort hipheid en diepgang.

Die onverwachte mix in de personages werkt goed in dit misdaadverhaal. De regisseur is mede geïnspireerd door de Coen-broers, die eveneens uitblinken in het neerzetten van typetjes. Zo is de gangsterbaas Oom Liu treffend geportretteerd achter een wand vol lachende maskers, als een slechte kopie van een James Ensor. Sprekend over geld, dwazen en gekken, een vrij voor de hand liggende kritiek. De hele affaire leidt tot een dwaze gang van het geld, waar meer en meer mensen zich mee bemoeien.

Als een mozaïek ontwikkelt het verhaal zich. De over het algemeen kabbelende film, die qua tempo vooral te traag aanvoelt, kent plotselinge explosies van geweld en grappige wendingen. Daarnaast her en der opgeleukt met tegen het absurdisme aan schurkende fragmenten, zoals het in oud communistische stijl getekende paradijselijke visioen van Shangri-La. Een tweede manco is de vrij platte tekenstijl. Een stijl die doet denken aan de klare lijn en voldoende detail kent, maar te weinig indruk maakt, het geeft de personages te weinig karakter. Zo blijft Have a nice day over het geheel genomen flets. 

Have a nice day

Censuur
Regisseur Liu Jian wilde met zijn film een kritische noot kraken rond de snelle opkomst van het kapitalisme in China. Hij doet dit met een onderkoelde, donkere humor, die de autoriteiten toch niet zo zagen zitten. Zijn film is een tijdlang tegengehouden en moest her en der gecensureerd worden alvorens in China vertoond te mogen worden. Ook die versie is inmiddels geboycot. Kritiek geslaagd, film overleden.

Have a nice day doet op een bepaalde manier denken aan A Wonderful Night in Split. Ook een film waarin geld een hoofdrol speelt en je van de ene in de andere rare situatie terechtkomt. Waar de eerste haar charmante uitstapje heeft naar Shangri-La, komt de Kroatische film beter tot zijn recht, daar er onder meer meer aandacht besteed is aan de karakters.
 

24 april 2018

 
MEER RECENSIES

Sweet Country

**

recensie Sweet Country

Het recht van de sterksten

door Sjoerd van Wijk

Een Aboriginal slaat op de vlucht nadat hij uit zelfverdediging een witte rancher doodschiet. Sweet Country komt over als een klassieke western, maar brengt uiteindelijk te weinig nieuws.

De ene bevolkingsgroep overheerst de andere en reduceert laatstgenoemde tot niets meer dan goedkope werkkracht. Zulke mensonterende omstandigheden kunnen goed aan de kaak worden gesteld in de western. In de loop der tijd is het genre geëvolueerd van een mythologisering van Amerikaanse onafhankelijkheid tot een revisionistische kritiek op sociale misstanden. Waar Rio Bravo een heldhaftige eenling volgt die de slechteriken van zich af moet houden, presenteert The Hateful Eight een nihilistisch Amerika gebouwd op racistische politiek. De revisionistische western hoeft echter niet beperkt te blijven tot Amerika. 

Sweet Country

Sweet Country verhaalt over een vrije Aboriginal in de Australische Outback van de twintiger jaren van de vorige eeuw die uit zelfverdediging een witte rancher neerschiet. Bang voor de gevolgen zit er niets anders op dan met zijn vrouw te vluchten voor de sergeant die met een groep een klopjacht begint. De Outback blijkt in deze film een meedogenloos niemandsland waar de rechtvaardigheid in eigen hand wordt genomen. Sweet Country komt over als een klassieke western, maar niets is minder waar. Kritiek op het institutionele racisme voert de boventoon in een met spanning gebracht verhaal, maar de film toont geen nieuwe inzichten over wat dit met een mens kan doen.

Het niets van de Outback
Het landschap vormt een onmiskenbaar onderdeel van de film. Zoals de Grand Canyon verbonden is aan de Amerikaanse western, zo geeft de Outback een eigen karakter aan Sweet Country. De stoffige savanne vormt een fraai decor waarin de harde werkelijkheid inkomt als een mokerslag. De weidse beelden van het dorre land krijgen extra schoonheid doordat deze dikwijls gepaard gaan met bijzondere lichtbronnen, zoals de volle maan en een zonsopgang, zorgvuldig geschoten door regisseur Warwick Thornton, die ook het camerawerk voor zijn rekening neemt. Alle karakters komen hierin over als pionnen en gaan op in het niets. Net zoals zij allen in hun gedrag pionnen van de onrechtvaardige instituties zijn. In dit landschap loert de dood, maar laat hij wel op zich wachten.

Strakke suspense
Langzaam maar zeker wordt toegewerkt naar elk doorslaggevend moment wat leidt tot de klopjacht en de nasleep. We voelen al feilloos aan wat een persoon gaat overkomen, maar toch gebeurt het maar niet. Alles lijkt een duidelijke oorzaak en gevolg te hebben, alsof de genadeloze wereld van de Outback het laatste woord heeft. Het doet hierin denken aan The Proposition, een andere Australische western over de gruwelijkheden die kunnen gebeuren als iemand het recht in eigen hand neemt.

Sweet Country

De suspense is niet in de laatste plaats te danken aan de zorgvuldige geluidloze flashbacks en flashforwards die elk karakter een eigen tragiek lijken te geven. De spanning wordt nog meer opgevoerd door de meeslepende zooms op de stoïcijnse gezichten die de hardheid van dit leven verraden. Het onderliggende determinisme wordt verder onderstreept door een breed scala aan karakters, die als een mozaïekstuk het scenario in elkaar laten vallen.

Karikaturen, geen karakters
Helaas kan de geraffineerde regie niet volledig het basale verhaal verbloemen. Het basale zit niet zozeer in het basisgegeven van de man op de vlucht noch in de enigszins voorspelbare hoofdstukken, als wel in de typering van de karakters. Het merendeel van het ensemble dat tegen elkaar wordt uitgespeeld komt al snel karikaturaal over. Elk persoon lijkt ofwel aan de goede kant te staan, ofwel aan de slechte kant van het institutionele racisme.

Deze simplistische goed-kwaadverhouding doet echter afbreuk aan het kritische gehalte van de film. Het zou interessanter zijn geweest om te zien hoe een ieder omgaat met een onrechtvaardig systeem, in plaats van hen elk stellig partij te laten kiezen. De interne strubbelingen van de racistische rancher Kennedy, die worstelt met vaderlijke gevoelens voor zijn halfbloed slavenzoon Philomac en de jongen zelf, die een keuze moet maken tussen beide bevolkingsgroepen, lijken meer te bieden. Toch is dit een gemiste kans, omdat deze verhaallijnen summier worden aangestipt.

De prachtige setting, het karakteristieke fraaie landschap en de meeslepende suspense van Sweet Country vallen in het niet omdat het onderliggende verhaal te bekend aanvoelt en weinig nuance kent.
 

11 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Three Billboards Outside Ebbing, Missouri

*****

recensie Three Billboards Outside Ebbing, Missouri

De wijsheid van een boekenlegger

door Cor Oliemeulen

Three Billboards Outside Ebbing, Missouri zou zomaar de grote winnaar van de Oscars 2018 kunnen worden. Het originele scenario van Martin McDonagh is ijzersterk en onvoorspelbaar. Frances McDormand speelt als rouwende, maar strijdbare moeder de hoofdrol van haar leven.

Eindelijk weer eens een monumentale film die het niet louter moet hebben van mooie plaatjes om de inhoud op te leuken of een soundtrack die de vaart er in moet houden. Je zou kunnen zeggen: Oscars voor beste scenario, beste actrice en beste mannelijke bijrol, en we lullen nergens meer over!

Three Billboards Outside Ebbing, Missouri

Simpel gegeven
Hoe je met een ogenschijnlijk simpel gegeven een realistisch drama met een zwart-komische ondertoon kunt maken, bewijst de Britse scenarist/regisseur Martin McDonagh – na de hilarische misdaadverhalen In Bruges (2008) en Seven Psychopaths (2012) – in zijn pas derde speelfilm Three Billboards Outside Ebbing, Missouri (2017). Je huurt drie billboards naast een verlaten weg en plakt daarop in koeienletters opeenvolgende teksten die weinig aan de verbeelding overlaten: ‘Raped while dying’, ‘And still no arrests?’ en ‘How come Chief Willoughby?’.

Deze provocerende boodschap van Mildred Hayes (Frances McDormand), wier dochter zeven maanden eerder op een verschrikkelijke wijze om het leven werd gebracht, is persoonlijk gericht aan de plaatselijke politiechef die volgens eigen zeggen naar vermogen heeft geprobeerd het misdrijf op te lossen en nu plotseling de aanval ziet geopend door de gefrustreerde moeder. Het feit dat Willoughby terminale kanker heeft, geeft het oplaaiende conflict een extra dimensie, want wat doet dat gekke mens die arme man aan? Woody Harrelson, als de oprechte en aandoenlijke gezagsdrager van het gedateerde fictieve stadje Ebbing en consequent vloekende vader van twee schattige jonge dochtertjes, laat zich weer eens tot grote hoogte stuwen na uitgekauwde slechterikenrollen in dure producties als War for the Planets of the Apes.

Sterke bijrollen
Vooral de mannelijke bijrollen in Three Billboards Outside Ebbing, Missouri kennen een opmerkelijke gelaagdheid. Ronduit fantastisch acteert Sam Rockwell (net als Harrelson al van de partij in Seven Psychopaths) als Willoughby’s rechterhand Dixon. Hij is het archetype ‘bad cop’ maar evolueert door de snel wisselende omstandigheden tot iemand die het niet zo slecht bedoelt, maar zich vooral laat hinderen door een racistische inborst, alcoholmisbruik en een dominante moeder. Zijn confrontaties met Mildred, en in feite alle andere personen die hij op zijn wankele pad treft, monden regelmatig uit in geweldsexplosies, terwijl de vork soms net even iets anders in de steel blijkt te zitten.

Three Billboards Outside Ebbing, Missouri

Eervolle vermeldingen zijn er voor Caleb Landry Jones (de sadistische broer in het recente horrormysterie Get Out) als Red Welby, die de billboards verhuurt en zijn sympathie voor de wanhopige moeder moet bekopen, alsook John Hawkes (de verlamde man die seks wil in The Sessions) als Mildred’s opgewonden ex-man Charlie, die haar heeft verlaten voor een 19-jarig meisje dat volgens Mildred naar stront stinkt en zich graag bedient van een wijze uitspraak op een boekenlegger: ‘Woede leidt tot grotere woede.’

Moderne western
Want dat de escalaties zich steeds verder opstapelen, mag duidelijk zijn. Het met veel zwarte humor opgediende drama laat zich kijken als een moderne western, waarin de stoere vrouwelijke protagonist zich weliswaar zonder getrokken pistolen, maar met onverdroten moed en ironische gevatheid, een weg baant naar genoegdoening en een beetje troost. Frances McDormand mag dan vaak worden geassocieerd met de Coen Brothers – zij maakte haar debuut in Blood Simple (1984), won een Oscar met Fargo (1996) en is getrouwd met Joel Coen – haar optreden in het uiterst onderhoudende Three Billboards Outside Ebbing, Missouri is memorabeler en gelaagder dan ooit.
 

5 januari 2018

 
MEER RECENSIES

You Were Never Really Here

****

recensie You Were Never Really Here

Het bloed dat borrelt onder de Amerikaanse politiek

door Yordan Coban

Lynne Ramsay is terug met wederom een intrigerende psychologische thriller die veel elementen van klassieke meesterwerken pakt.

Joaquin Phoenix speelt de mentaal aangetaste oorlogsveteraan Joe. Een brede bebaarde hitman die het vuile werk van anderen opknapt. Hij woont samen met zijn moeder voor wie hij liefdevol zorgt. In de film wordt meermalen expliciet verwezen naar Psycho (1960). De relatie tussen Joe en zijn moeder is aan de ene kant aandoenlijk en aan de andere kant is het apart om zo’n meedogenloze man als Joe zo liefdevol tegen zijn moeder te zien doen. Beide hebben geen andere mensen in hun leven. Hun relatie doet denken aan dat wat Norman Bates zegt over zijn moeder in Psycho: “A son is a poor subsitute for a lover.” Dat geldt andersom ook voor Joe.

You Were Never Really Here

Joe heeft serieuze mentale problemen. Hij heeft continu flashbacks naar zijn jeugd, zijn tijd in Irak en een lang vergane liefde. Bovendien is Joe suïcidaal en is het zorgen voor zijn moeder het enige wat hem van zelfmoord houdt. Er woedt een moordlustige agressie in Joe die zijn oorsprong kent in zijn verleden. Maar hoe precies wordt nooit uitgelegd. Zijn flashbacks geven iets van een idee van zijn verleden maar er wordt geen tijd verspild aan het voorkauwen van zijn achtergrond. Dat wat niet verteld wordt mag de kijker zelf invullen.

Taxi Driver
Naast Psycho valt You Were Never Really Here het meest te vergelijken met Taxi Driver (1976). Net zoals in Taxi Driver is er een jong meisje in nood. Joe krijgt de opdracht om de gekidnapte dochter Nina (gespeeld door Ekaterina Samsonov) van de senator te redden van haar leven als seksslaaf. Travis Bickle (gespeeld door Robert De Niro) in Taxi Driver wil een meisje redden dat niet echt gered wil worden. Joe in You Were Never Really Here redt een meisje dat niet gered hoeft te worden. Nina had zijn hulp niet nodig. Zowel Joe als Travis hebben de agressie vooral zelf nodig als uitlaatklep.

Travis in Taxi Driver representeert Amerika dat Vietnam wil “redden” van het communisme, wat uiteindelijk eindigt in een onnodig bloedbad. Er kan analogisch geredeneerd worden ten opzichte van You Were Never Really Here. Joe is het Amerika dat een Irak of Afghanistan probeert te “redden” die niet gered hoeven te worden. Landen die ten tijde van de Amerikaanse inval er beter voor stonden dan nu.

You Were Never Really Here

Er is geen New Frontier, ideologie of vijand van formaat zoals Amerika destijds had aan het communisme. Amerika heeft militair gezien niemand meer te vrezen en toch pompt het elk jaar meer geld in defensie dan wie dan ook. De honger naar oorlog van Amerika valt te spiegelen aan de borrelende agressie in Joe. Nadat zijn vijanden zijn moeder als doelwit nemen, is wraak Joe’s beweegreden voor geweld. Net zoals 9/11 dat was voor Amerika. Ramsay heeft het idee van Taxi Driver gepakt en er een moderne invulling aan gegeven.

Geen meisjesmeisje
Joaquin Phoenix liet weten enorm veel respect voor de bevlogenheid van Ramsay te hebben. Haar betrokkenheid trok hem tot dit project. Ramsay staat bekend als een eigenwijze regisseur die volledige controle over haar films wil hebben en geen inmenging van studio’s duldt. Haar regiestijl varieert van het rauwe Europese in Morvern Callar (2002) tot Amerikaanse intensiteit in We Need to Talk About Kevin (2011).

Haar werk bevat altijd duistere psychologisch getinte onderwerpen. Lynne Ramsay is wat je zegt een vrouwelijke regisseur met ballen. Zij wijkt niet voor geweld en gruwelijke beelden. Ze is qua bloederigheid van hetzelfde kaliber als Chan-wook Park en Quentin Tarantino. Ramsay is samen met Claire Denis en Sofia Coppola een van de grote vrouwelijke regisseurs van deze tijd.
 

1 januari 2018

 
MEER RECENSIES

Snowman, The

*

recensie The Snowman

Nordic noir op zijn bleekst

door Alfred Bos

Een spannend boek laat zich niet zo maar vertalen naar een spannende film. The Snowman bulkt van de sterren, heeft een capabele regisseur en is even ergerlijk als natte sneeuw.

Jo Nesbø is een manusje van alles: econoom, muzikant, verslaggever en bedenker van tv-series, aldus Wikipedia. Maar we kennen hem vooral als auteur van een reeks luchthaven-thrillers rond de gewelddadige alcoholist Harry Hole, die vanwege zijn uitmuntende oplossingspercentage (Harry gaat door roeien en ruiten) door de politie van Oslo wordt getolereerd als moordrechercheur van dienst. Ook in Nederland worden de boeken stuk gelezen.

The Snowman

Harry Hole heeft een donkere ziel. Harteloos opgevoed, weerbarstig in de liefde, behept met een drang naar zelfdestructie. Harry heeft iets te bewijzen, Harry is complex. Vergeleken bij hem is de fictieve Zweedse politiecommissaris Kurt Wallander van Henning Mankell een zachtgekookt ei met een bloeddooier. Daar zien we allemaal weinig van terug in The Snowman, de verfilming van de zevende roman uit de Harry Hole-reeks.

De film is behangen met A-acteurs uit velerlei windstreken en in de regisseursstoel zit Tomas Alfredson, de Zweed die in 2008 de originele vampierfilm Låt den rätte komma in (internationaal bekend geworden als Let The Right One In) afleverde en drie jaar later John le Carré’s ingetogen spionagethriller Tinker Tailor Soldier Spy verdienstelijk verfilmde. Ziet er op papier goed uit. Op het filmdoek helaas niet.

Onduidelijke flashbacks
Probleem is het script. Nesbø is niet vies van knaleffecten en zijn plots zijn, hoe ongeloofwaardig ook, tot vier decimalen achter de komma kloppend in elkaar gestoken. Daar kan de auteur doorgaans zo’n vijfhonderd boekpagina’s de tijd voor nemen en die heeft de regisseur simpelweg niet, want na twee uur moet de film bekeken zijn. Daar gaat de complexe plot, foetsie al het vernuft en de zorgvuldig geplante hints en rode haringen, weg de psychopathologie van de gestoorde moordenaar.

In het boek staat de sneeuwman op de besneeuwde aarde, in de film zweeft hij in de lucht. Dat wil zeggen, de beweegredenen van de seriemoordenaar om echtgenotes met een losse moraal letterlijk een kopje kleiner te maken – iets met een zeldzame erfelijke ziekte, te danken aan een overspelige moeder – zijn platgeslagen tot het jeugdtrauma waarover de proloog bericht. Waarom hij sneeuwpoppen inzet als signatuur blijft volstrekt onduidelijk.

Zoals alles in deze film onduidelijk is en uit de lucht komt vallen. De verhaallijn wordt enkele malen onderbroken door flashbacks die niet direct als flashback zijn te herkennen en de intrige nog onoverzichtelijker maken dan hij al is. The Snowman is een puzzelfilm: het blijft voor de kijker gissen wie wat doet en waarom.

The Snowman

Schroeikoord
Voor de batterij gekende acteurs valt er weinig eer te behalen, ze moeten personages van karton spelen. De Harry Hole van Michael Fassbender is een karikatuur van een binnenvetter. Wat zijn tijdelijke assistente Katrine Bratt (Rebecca Ferguson) en haar afwezige vader, de speurneus Rafto (Val Kilmer) die dertig jaar eerder vergelijkbare moorden onderzocht, in de film doen is volstrekt onduidelijk. Charlotte Gainsbourg heeft als Harry’s ex Rakel de ondankbare taak als emotioneel contrapunt én prooi te fungeren. De geslaagde zakenman  Arve Stop (J.K. Simmons), in het boek een spilfiguur, is gereduceerd tot decor. In een bijrol zien we een onderbenutte Toby Jones. Dito Chloë Sevigny.

Deze Scandinavische thriller is een staaltje kleuren-met-vakjes waarin alleen het moordwapen – een schroeikoord waarmee professionele slachters dieren onthoofden – getuigt van een originele geest. De panoramabeelden van een winters Noorwegen zijn kil bleekblauw en wanneer het spannend moet worden roffelen de trommels. The Snowman is geen noir, eerder asgrauw. Geen idee wat Martin Scorsese heeft gewogen om zich als producer aan deze zeperd te verbinden. Wie een film over verweesde kinderen wil zien, vervoege zich bij Loveless.
 

31 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

What Happened to Monday

***

recensie What Happened to Monday

Watskeburt met maandag?

door Ralph Evers

In het jaar 2043 kampt de aarde met een onoverkomelijke overbevolking. Een wereldwijde eenkindpolitiek moet een leefbare planeet betekenen. Wat doe je dan als vader met een zevenling?

Klimaatverandering en overpopulatie zou voldoende materiaal voor de filmindustrie moeten zijn. Toch blijven we vaak vooral rampenfilms zien: de VS heeft uiteindelijk een oplossing, het kerngezin blijft intact, iedereen gelooft braaf in God en de dag erna is als alle anderen, alsof er nooit wat gebeurt is. Rampen als orkanen, mislukte oogsten en verschroeiende branden zijn aan de orde van de dag, doch klimaatverandering vraagt in de filmwetten een gezicht, anders verkoopt het nauwelijks.

What Happened to Monday

Overbevolking
Streamingdienst Netflix zag voldoende brood in de overpopulatiethematiek, met als vanouds een dystopisch sausje. Die overbevolking in What Happened to Monday wordt overigens in elk buitenshot nogal in je gezicht gedrukt. Er wordt losjes gerefereerd naar bekende dystopische literatuur en eerdere films als equals, de Divergent-serie en de klassenmaatschappij in Brave New World, aangevuld met wat Bond-thema’s als een grote corporatie – in dit geval het Child Allocation Bureau (CAB), dat achter de schermen schurk blijkt. Ook de zeven zussen krijgen – na zo’n dertig jaar gebonden aan regels van de dag te leven – zo hun rebelse trekjes.

Wanneer moeder sterft tijdens de geboorte van een identieke zevenling kiest vader (gespeeld door Willem Dafoe) ervoor zijn zeven dochters te houden en ze middels ingenieuze manieren binnen de eenkindpolitiek te passen. Binnenshuis hebben ze hun eigen karakter en talenten, buitenshuis zijn de zussen eenzelfde persoon. Vader vernoemt hen dan ook naar de weekdagen, zodat verwarring over wie wat doet zoveel mogelijk uitblijft.

Het verhaal komt op gang wanneer Maandag plots vermist raakt. Niet veel later breekt de pleuris uit en hebben de zussen de geoliede moordmachines (uitgerust met gepersonaliseerde wapens, zoals we die al eens zagen in Cronenbergs Cosmopolis) van het CAB achter zich aan. Waar de eerste dertig minuten zich prima lenen voor een uitgebreidere serie, leent de resterende negentig minuten zich voor een goede actiethriller. Dit weet regisseur Tommy Wirkola (Død snø, Hansel and Gretel: Witch Hunters) goed uit te buiten.

What Happened to Monday

Sensatie versus plotgaten
Hoewel de premisse van het verhaal sterk is, kent de uitwerking te veel zwakke momenten. De film vraagt vooral niet teveel na te denken over gegevenheden zoals dat de zeven zussen al jaren in een appartement wonen, wat linksom of rechtsom verdacht zou zijn. Of een conciërge die opmerkt dat Karen gisteren nog ziek was en nu ineens niet meer.

Wirkola weet charmant met een goede spanningsboog en actie de vaart er voldoende in te houden om ons af te leiden van de vele plotgaten. Noomi Rapace zet de zeven zussen overtuigend neer, een trucje dat al eerder te zien was in het eveneens door Netflix uitgezonden Orphan Black, waar Tatyana Maslani de show steelt met een veelvoud aan gekloonde zussen. Dat er gelukkig wat karakterontwikkeling plaatsvindt komt de kijker en de spanning goed uit. In de film is een leuke rol weggelegd voor de Nederlandse acteur Marwan Kenzari (Wolf, Loft, The Mummy), die naast CAB-werknemer een mens blijft.

What Happened to Monday stipt het probleem van overbevolking op sensationele wijze aan, maar vervalt in een Hollywoodiaanse kramp waar het goed en kwaad te simplistisch neergezet wordt. Dat de film bij tijden lekker meedogenloos is, redt het geheel echter niet. Misschien toch maar een serie met meer oog voor detail en het dilemma van eenkindpolitiek en de dilemma’s van overbevolking volwassen neerzetten, zonder dat er een oplossing hoeft te komen.
 

26 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Logan Lucky

*****

recensie Logan Lucky

Die kunstarm, oh, die arm!

door Alfred Bos

Ieder seizoen heeft een perfecte genrefilm te bieden en dit jaar is dat Logan Lucky. Tegen zoveel vakmanschap, vernuft en regelrecht plezier steekt het gros van het actie-aanbod magertjes af.

Fans van Steven Soderbergh kunnen opgelucht ademhalen. Na vier jaar filmstilte – en twee seizoenen van de in Nederland via Netflix vertoonde tv-serie The Knick – is de regisseur die actie, drama en humor moeiteloos weet te mengen terug van niet echt weggeweest. Logan Lucky is Soderbergh uit het boekje: sterke ensemblecast, intelligent script, gortdroge humor en een met achteloze flair gevisualiseerd verhaal, inclusief soundtrack van David Holmes (en een paar rockklassiekers, waaronder Brainbox’s Down Man). De film haakt handig in op de populariteit van het Fast & Furious-gejakker met snelle auto’s.

Logan Lucky

Het genre van de heist-film past Steven Soderbergh als – het is hier gepaste beeldspraak – een handschoen, zie Out of Sight en de Ocean’s-trilogie. Het geeft hem de gelegenheid het ondeugende jongetje te zijn dat er ook schuilt in de regisseur van onversneden drama als Erin Brockovich, Traffic en Che. Vileine humor was een hoofdbestanddeel van zijn voorlaatste, de biopic Behind the Candelabra uit 2013 over entertainmentlegende en gay icoon Liberace, en humor is het ingrediënt dat het misdaaddrama rond twee broers en een zus, gemarginaliseerde sloebers in het zuiden van Amerika, tot ijle hoogte verheft. Logan Lucky toont de verarmde onderklasse tegenover de glamour van Ocean’s 11. Het is een Ocean’s 7-11, zoals iemand in de film opmerkt.

Simpel, maar niet dom
Logan Lucky heeft in twee uur speeltijd zoveel te bieden dat één moment van afleiding, bijvoorbeeld om de tranen uit de ogen te vegen na een sublieme grap rond een kunstarm, de kijker in turbostand zet, want de plot is ook niet misselijk. En je moet wel opletten om die te kunnen volgen. De film is een fijntjes uitgebalanceerde cocktail van groteske grand guignol-effecten en geslepen list rond karakters die in hun karikaturale uitvergroting bovenal herkenbaar menselijk blijven. Iedereen kent wel een paar van de types die in Logan Lucky rondlopen. Soderbergh geeft hen charme.

Logan Lucky

Channing Tatum en Adam Driver spelen de broers Jimmy en Clyde Logan, schooiers in het boomrijke West-Virginia. Ze worden geplaagd door de familievloek, aldus Clyde, die in Afghanistan zijn linkerarm (linkeronderarm, aldus Clyde) verloor en nu achter de bar van wegcafé Duck Tape staat. Jimmy, voormalig football-ster, is vanwege een oude blessure ontslagen als bouwvakker. Zijn ex Bobbie Jo (Katie Holmes) is hertrouwd met een rijke onbenul genaamd Chapman en zus Mellie (Riley Keough) past in haar kapsalon op zijn dochtertje Sadie (Farrah Mackenzie).

Jimmy is simpel, maar niet dom. Hij gebruikt zijn kennis van de bouwplaats onder de Charlotte Motor Speedway, een racebaan in het nabij gelegen North Carolina, om een onmogelijk plan op te zetten. De buit is de kas van de populairste race van het jaar. Daarvoor is brandkastkraker Joe Bang (Daniel Craig) nodig, maar die zit in de bak. Dus bedenkt Jimmy een tweede plan om Bang ongemerkt uit en vervolgens weer in het gevang te krijgen.

Wc-brilwerpen
Logan Lucky haalt zijn spanning uit de verwikkelingen rond het opzetten en uitvoeren van de kraak, een complexe en originele, geheel naar de situatie toegesneden operatie. De humor komt uit de personages en hun inborst: Clyde neemt alles letterlijk, Mellie heeft een messcherpe tong en Bang is een meesterdief oude stijl, bruut maar eervol. En uit het contrast tussen de drie families waar de plot om scharniert: de intrigerende Logans, de Chapmans die zonder het te beseffen deel zijn van het plan, en de criminele Bangs. Joe’s jongere broers Fish (Jack Quaid) en Sam (Brian Gleeson) zijn archetypische rednecks, niet bijster snugger en gevaarlijk onvoorspelbaar. Ze weten iets van computers, zeggen ze.

Logan Lucky

Het script – van de volkomen onbekende Rebecca Blunt, een pseudoniem – zet de Amerikaanse provincie neer als een bolwerk van vlagvertoon en debiel vermaak: op de kermis onderhoudt men zich met kreefthappen en wc-brilwerpen. Maar ook digitale technologie krijgt een veeg: Jimmy is slim genoeg om van het internet weg te blijven, zodat FBI-agente Sarah Grayson (Hilary Swank) wel vermoedens maar geen bewijzen heeft. Bovendien is er nóg een twist. En een happy end, want boven alles is dit een geraffineerde feel good-film.

En zo heeft Logan Lucky alles: personages, intrige, spanning, actie, humor en sociale satire, fraai gevisualiseerd. De sociaal-kritische ondertoon is vergelijkbaar met High or Hell Water, de perfecte genrefilm van het vorige seizoen, ook over twee broers: gemangelde arbeiders pakken de bovenklasse terug. De film telt een aantal hilarische scènes, zoals de onderhandelingen tussen de opstandige gevangenen en de directeur over de Game of Thrones-boeken in de gevangenisbibliotheek, en natuurlijk de scène met de kunstarm. Oh, die arm, een betere filmgrap is er dit jaar niet te zien geweest.
 

22 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

After Hours

After Hours: De film die het (film)leven van Martin Scorsese redde

door Vincent Hoberg

Vraag een willekeurig persoon vijf films van Martin Scorsese op te noemen en de kans is klein dat After Hours (1985), de belangrijkste film uit zijn loopbaan, erbij zit. Logisch misschien. Scorsese’s relaas over een New Yorkse hellenacht leverde hem weliswaar een Gouden Palm op, maar is ook de laatste film van de regisseur die geen enkele nominatie kreeg tijdens het jaarlijkse Oscarfestijn.

Wie After Hours ziet, zal die ‘belangrijkste film’ stelling ook in twijfel trekken en eerder gaan voor Mean Streets, Taxi Driver of Raging Bull, de films die Scorsese rotsvast op de cinematische landkaart hadden gezet. Een nadere blik leert echter dat Scorsese zonder After Hours het maken van speelfilms zeer waarschijnlijk helemaal vaarwel had gezegd.

After Hours

Depressie
In zijn hoofd had Scorsese’s leven en loopbaan begin jaren ’80 een dieptepunt bereikt. Een zware cocaïne- en drankverslaving eind jaren ’70 had zijn tol geëist en ondanks het grote succes van Raging Bull (1980) was hij de lol in het filmen volledig kwijt. Een lievelingsproject moest uitkomst bieden, maar zijn eerste uitstap naar de spirituele kant met The Last Temptation of Christ bleek niet de verwachte redding.

De film viel, zoals Scorsese zelf zegt, ‘uit elkaar’ en nadat ook het commerciële succes van The King of Comedy (1982) uitbleef, wilde hij het hele speelfilms maken voor gezien houden en zich slechts nog richten op documentaires. En daar, op het dieptepunt van zijn depressie, was opeens het script van After Hours.

Tim Burton
Producers Griffin Dunne en Amy Robinson hadden het tijdens Sundance opgepikt en vrijwel direct Scorsese als ideale regisseur voor ogen. Wie anders zou er beter passen bij een duister verhaal dat zich afspeelde tijdens een krankzinnige nacht in New York, de stad waar hij inmiddels synoniem mee was geworden?

Na een lange radiostilte benaderden ze als tweede optie ene Tim Burton, een jonge filmmaker die zocht naar een eerste speelfilmproject, maar vrijwel tegelijkertijd ging de telefoon en bleek Scorsese dol te zijn op het idee. Terug naar de bron, een kleine film met een kleine crew, in New York, geen poespas, geen druk. Toen Burton hoorde dat de kleine meester ook geïnteresseerd was, trad hij direct terug, want ‘niemand mocht Scorsese weerhouden om die film te gaan maken als hij dat wilde’. De lange weg uit het dal kon beginnen. 

Martin ScorseseHitchkafkaïaanse waanzin
Met al deze informatie in het achterhoofd wordt After Hours een heel andere film. Het verhaal lijkt, zoals gezegd, klein en simpel. Paul Hackett (Griffin Dunne) ontmoet ’s avonds bij een diner de aantrekkelijke, ietwat vreemde Marcy (Rosanna Arquette) en denkt een leuke date voor die avond te hebben geregeld. Het loopt anders.

In bliksemvaart verzeilt Paul in steeds merkwaardiger situaties met een lange stoet karakters bij wie allemaal een flinke steek los zit. (Dat Cheech & Chong op Dunne na de meest normale figuren in de film spelen, zegt meer dan genoeg). Als een Alfred Hitchcock en Franz Kafka die samen een flinke fles pruimenschnapps soldaat hebben gemaakt, sleurt Scorsese zijn antiheld door de eindeloze nacht.

Lezers van voornoemde schrijver zullen Kafka’s beroemde Voor de Wet-parabel uit het Proces zelfs letterlijk voorbij horen komen als Paul zich met pijn en moeite voorbij een uitsmijter probeert te praten. De (vooral cameratechnische) Hitchcock-referenties zijn bijna ontelbaar, al laat een overduidelijke verwijzing naar Rear Window de beste grap van de film uit Paul’s mond rollen.

Scorsese en de in april overleden DOP Michael Ballhaus gaan helemaal los in hun eerste samenwerking: wat Ballhaus hier allemaal uitspookt met de camera behoort tot zijn allerbeste werk en Scorsese’s pure liefde voor film spat er aan alle kanten van af.

After Hours

Zelf-exorcisme
Maar wie de film nog een laag dieper bekijkt, ziet hier een overduidelijke parallel met het leven van de regisseur. De manier waarop Scorsese Paul door de hel stuurt is puur zelf-exorcisme ingekleurd met pikzwarte humor. Luid gniffelend in zijn baard schijnt hij achter de camera te hebben gezeten bij elke ramp die zijn arme held overkwam, maar één ding is zeker. Ingekakte kantoorslaaf Paul werpt de volgende dag gelouterd zijn huid af om opnieuw te beginnen.

Of Pauls leven ingrijpend veranderd is, zullen we nooit weten, maar After Hours gaf Scorsese een nieuwe impuls die drie jaar later eindelijk leidde tot zijn geliefde project The Last Temptation of Christ. De film zette een zegereeks van geweldige films in die nog steeds voortduurt. Gewoon door een kleine film te maken. Geen psychiater had het beter kunnen oplossen.

After Hours @ EYE: zaterdag 22 juli, 20:00 uur.

 

18 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE

Hebzucht en walging in Casino

‘The fucking bottom line is cash’
Hebzucht en walging in Casino’s Las Vegas

door Alfred Bos

Casino (1995) is een van de films die het thema visualiseert dat als een rode draad door het werk van Martin Scorsese loopt: de overlevingsstrijd van het individu in een vijandige wereld.

In het oeuvre van Martin Scorsese zitten een aantal films die fungeren als wegwijzer. Ze staan op afstand van elkaar en markeren de centrale route door het psychische landschap van Scorsese’s cinemavertellingen. Hoezeer de regisseur ook afdwaalt naar B-wegen en afgelegen oorden – kinderfilm: Hugo, kostuumdrama: The Age of Innocence (Scorsese’s Barry Lyndon), psychologische thriller: Shutter Island, de ‘spirituele trilogie’ The Last Temptation of Christ, Kundun en Silence – hij komt vroeg of laat terug op het hoofdpad. Daar is het niet pluis.

Casino

Kleine gangsters met grote ambities
Dat pad begint met Mean Streets (1973) en loopt via Goodfellas (1990) voor dit moment door tot The Wolf of Wall Street (2013). Het pad is de kruisweg van de kleine gangster met grote ambities, de hellevaart van de morele twijfelaar die zich moet handhaven in een wereld zonder scrupules. Langs dat pad, al staan ze iets verder van de weg, zou je ook films als Cape Fear (1991) en The Aviator (2004) kunnen plaatsen, maar het zijn vooral Scorsese’s ‘gangsterfilms’ (bij gebrek aan een beter woord) die de weg wijzen. Langs dat pad vinden we ook Casino (1995).

Mean Streets en Goodfellas schetsen het milieu van Italiaanse immigranten die zich in de Nieuwe Wereld handhaven door vast te houden aan de mores van hun Oude Wereld. De films tonen een botsing van beschavingen, of eigenlijk: gebrek aan beschavingen. Ze gaan over integratie, of eigenlijk: het gebrek aan integratie. Wat de kleine gangsters met de grote ambities bindt aan de Amerikaanse samenleving is het kleinste gemene veelvoud dat de smeltkroes van nationaliteiten en culturen bijeen houdt: materialisme en geweld.

Gaandeweg wordt de wereld waarin Scorsese de existentiële strijd van zijn personages situeert steeds groter. En het gevecht minder Italiaans en meer algemeen menselijk. Mean Streets speelt in de Italiaanse wijk van New York, Goodfellas in het Italiaanse milieu van het nabijgelegen New Jersey (waar Clint Eastwood zijn biopic Jersey Boys over The Four Seasons draaide, waarover later meer) en in The Wolf of Wall Street is de cirkel uitgedijd tot de Amerikaanse samenleving, waarvan de financiële wereld van Wall Street het hart is.

Shakespeareaanse allure
Casino
ligt halverwege de haltes Goodfellas en The Wolf of Wall Street. Het is gebaseerd op het boek Casino: Love and Honor in Las Vegas van de Amerikaanse misdaadjournalist Nicholas Pileggi, net als Scorsese zoon van immigranten uit Zuid-Italië. Goodfellas is eveneens gebaseerd op een boek van Pileggi, Wiseguy: Life in a Mafia Family.

Casino grondt in de werkelijkheid en vertelt de Werdegang van twee gangsters, Frank ‘Lefty’ Rosenthal (in de film Sam ‘Ace’ Rothstein, gespeeld door Robert De Niro) en diens jeugdvriend Tony ‘The Ant’ Spilotro (in de film Nicky Santoro, gespeeld door Joe Pesci). Ze zijn door een kabal van schimmige maffiabazen aangewezen om het casino van het Stardust Hotel (in de film het Tangiers Hotel) in Las Vegas te managen.

Rothstein is de hersens van het tweetal, maar krijgt van de staat Nevada geen vergunning vanwege zijn verleden als professionele gokker. Santoro is de spierbal bij Rothsteins brein, behept met een onmogelijk temperament en de onbeheersbare drang tot juwelenroof. Beiden hebben hun zwakheden: Rothstein valt voor de getroebleerde prostituee Ginger McKenna (Sharon Stone in wellicht haar beste rol, goed voor een Golden Globe en een Oscar-nominatie); Santoro kan zijn driften niet beheersen.

Casino

Al is de ecotoop van Casino dat van het Italiaanse misdaadmilieu van Mean Streets en Goodfellas, de cirkel is ditmaal wijder. Rothstein is Jood, geen Italiaan, en de misdaad in Las Vegas is een paar ordes van grootte ambitieuzer en lucratiever dan de pot waar in Mean Streets en Goodfellas om wordt gestreden. De film is in filmische en vertel-technische termen evenredig ambitieuzer. Het is een drama van Shakespeareaanse allure met een speelduur van 2 uur en 58 minuten, verteld op een manier die volstrekt uniek is in de – niet alleen Amerikaanse – cinema.

Casino is een virtuoos gemonteerde collage van traditionele scènes en panoramavertelling, van voice-over (in twee perspectieven, dat van Rothstein én Santoro) en dialoog, van episodisch vertellen en muziekclip, en al die stijlvormen worden zo vloeiend verweven dat het niet eens opvalt dat de eveneens briljante soundtrack even vaak wel als geen directe relatie met het beeld op het scherm heeft. Het is een masterclass in filmisch vertellen, avant-garde in de vorm van een publieksfilm.

Joe Pesci als oerkracht
Casino is ook een studie in moraliteit. Rothstein is het interessante, meer gelaagde personage van het vriendenduo, want Santoro heeft geen enkel moreel besef. Dat leidt weer tot geestig (wan)gedrag, zoals het inbreken in luxe villa’s om juwelen te stelen, want 1) er zijn veel juwelen in Vegas 2) de politie is met andere dingen bezig en 3) het is nu eenmaal de aard van ‘The Ant’.

Het boeiende aan de door Joe Pesci meer dan overtuigend neergezette Santoro is diens volstrekte gebrek aan enig inzicht: in zichzelf, in anderen, in het systeem. Hij is een natuurkracht, een speelbal van zijn emoties, afgunst en jaloezie voorop. Onmogelijk te dresseren, niet door Rothstein (van wiens echtgenote hij niet kan afblijven, met desastreuze consequenties) en niet door de schimmige maffiabazen. Zijn ondergang is een van de gruwelijkste scènes die Scorsese op het filmdoek heeft gebracht.

Pesci, die dankzij zijn rol in Raging Bull als filmacteur door Hollywood werd ontdekt, speelt in Casino in essentie dezelfde rol als in Goodfellas, maar diens Tommy DeVito is klein bier vergeleken bij de animale agressie van de psychopaat Santoro. Dit is het moment om een uitstapje te maken naar Clint Eastwoods Jersey Boys, want werkelijkheid en film lopen met Joe Pesci en Tommy DeVito op onnavolgbare wijze door elkaar.

Casino

Pesci’s Tommy DeVito uit Goodfellas is een fictief personage, gebaseerd op de gangster Tommy DeSimone. In het echte leven was Tommy DeVito de oprichter en gitarist van de Amerikaanse jaren zestig-popgroep The Four Seasons, het onderwerp van Eastwoods biopic. Daarin speelt acteur Joey Russo de rol van—Joe Pesci, de man die Tommy DeVito introduceerde bij Bob Gaudio, het latere groepslid en voornaamste songschrijver van The Four Seasons. De echte Tommy DeVito was een kruimelcrimineel met een kort lontje die een aantal maanden had gebromd, jaren voor zijn groep uitgroeide tot hit-act. Om kort te gaan: Pesci kent het milieu en de types uit eigen ervaring. ‘The fucking bottom line is cash’ filosofeert Santoro hardop.

Stabiliserende factor
‘Ace’ Rothstein heeft als personage meer reliëf. Hij kent zijn kracht: wedstrijduitslagen juist voorspellen. En zijn zwakte: vanwege zijn criminele verleden is het twijfelachtig dat de Licensing Commision van de staat Nevada hem een vergunning zal verlenen, dus moet hij buiten het zicht van het gezag als casinodirecteur opereren. Zijn flamboyante kledingstijl staat in contrast met zijn ingetogen karakter en waakzame natuur. Hij complementeert Santoro. En stuurt hem, voor zover mogelijk.

Voor Rothstein draait het leven om vertrouwen. Zijn grootste zwakte is echter zijn liefde voor en loyaliteit aan een geestelijk labiele vrouw, de junkie-societyhoer Ginger McKenna. In de driehoek Rothstein-McKenna-Santoro vormt hij de stabiele factor, maar een driehoek op zijn kop is, zoals bekend, gedoemd te kantelen. En dat gebeurt. De set-up is perfect: de geldstroom van het casino wordt afgeroomd en die room weer afgeroomd, terwijl de overheid machteloos toekijkt. Toch rafelt het maffiasprookje uiteen. Eerst langzaam, dan sneller, tot er geen redden meer aan is.

Zowel McKenna als Santoro desintegreren in crescendo, uitgezonderd een laatste moment van relatieve rust, wanneer ze stabiliteit bij elkaar zoeken en voor even vinden. Maar het overspel vormt de inleiding tot de definitieve onttakeling, het misdaadparadijs gaat spectaculair ten onder. Santoro en McKenna sterven zoals ze geleefd hebben, als gangster respectievelijk junkie. Zij hebben het vertrouwen – van Rothstein, van de maffiabazen – beschaamd. Daar is in de wereld van clans maar één straf voor.

Casino kent geen helden, alleen overlevers en de enige die na 2 uur en 58 minuten aan het eigenhandig gecreëerde noodlot blijkt te zijn ontsnapt, is Rothstein. In de epiloog zien we hem in een luw bestaan, als Henry Hill (Ray Liotta) in Goodfellas, bezig met zijn oude activiteit, het voorspellen van wedstrijduitslagen en het plaatsen van winnende weddenschappen. Hij heeft rust gevonden.

Flirt met het kwaad
Robbie Robertson, voormalig gitarist van The Band, is verantwoordelijk voor de samenstelling van Casino’s geluidsband. Die is het beste voorbeeld uit Scorsese’s filmoeuvre van de aanpak die hij introduceerde met Mean Streets: een collectie populaire muziek van uiteenlopende stijl en achtergrond. Die methode is in Casino geperfectioneerd.

Casino

De film is een virtuoos vlechtwerk van allerhande manieren van filmisch vertellen en bij uitstek geschikt om Scorsese’s grote innovatie als het gaat om de geluidsband – muziek visualiseert het innerlijk van de filmpersonages – toe te passen. De voorbeelden zijn legio, een selectie: Heart of Stone van The Rolling Stones wanneer Rothstein Ginger ontmoet; Roxy Musics Love Is The Drug voor de relatie tussen Ginger en haar ex-vriend, de pooier en gokker Lester Diamond (James Woods); Can’t You Hear Me Knocking, opnieuw van de Stones, wanneer Santoro uit inbreken gaat.

Can’t You Hear Me Knocking is om meerdere redenen vermeldenswaard (en bovendien een van de sterkste nummers uit de Stones-catalogus). De direct herkenbare gitaarriff waarmee Keith Richards het nummer opent valt samen met een harde cut in de montage, niet alleen naar een nieuwe scène, maar tevens naar een andere vertelstijl. Vervolgens illustreert het nummer de handeling op het doek. Dan is die episodische scène klaar—maar het nummer loopt gewoon door onder de volgende scène. En het klopt nog ook.

Robertson koos muziek uit een veelheid van genres, veel rhythm & blues uiteraard (zijn specialiteit), maar ook Italiaanse pop, jazz standards en hits uit de jaren zeventig en begin tachtig, de periode waarin Casino speelt. Er zijn maar liefst zeven Stones-nummers op de soundtrack te horen, (I Can’t Get No) Satisfaction in de vorm van een coverversie door de new wave-act Devo. Het is bekend dat Scorsese veel affiniteit heeft met de muziek van de Rolling Stones en Casino windt daar geen doekjes om.

Rolling Stones maakten van hun hang naar het donkere, het satanische, hun imago en ook Scorsese is in zijn films gefascineerd door de worsteling met verleiding, de omgang met het kwaad. Casino is een moreel drama over mensen die flirten met het kwaad dan wel het omarmen, en de prijs die ze daar voor betalen.

Er zijn echo’s van Abraham Polonksy’s film noir-klassieker Force of Evil (1948): Amerika is gebouwd op naakte hebzucht en er is geen wezenlijk verschil tussen de corporate en de onderwereld. Casino verhaalt over de teloorgang van het klassieke Las Vegas waar de rol van de maffia vervolgens is overgenomen door de zakelijke bovenwereld; in die zin is The Wolf of Wall Street feitelijk Casino 2.

Casino is de Scorsese’s meest onderschatte film, een meesterwerk met een geheel eigen, afwijkende vorm en een geheel eigen, persoonlijke toon. Voor dit soort films is de bioscoop uitgevonden.

 

14 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE
 
 
MEER ESSAYS

Mean Streets

Mean Streets: de start van een fantastische loopbaan

door Bob van der Sterre

Johnny Boy is een roekeloos en hersenloos karakter. Schulden rechts en links. Charlie, gek op de nicht van Johnny Boy, wil hem op het juiste pad houden. Maar Johnny Boy lijkt de reddingspogingen eerder te saboteren dan te waarderen. ‘What’s the matter with you?’ 

Iedereen haat Johnny Boy. Hij heeft schulden bij Jan en alleman en van afbetalen komt niets. En iedereen adviseert Charlie om hem te laten gaan. Dat is begrijpelijk. Een etterbak die niet nadenkt en geniet van provocatie. Wat moet je ermee?

Charlie doet klusjes voor zijn oom, een maffiabaas. Hij is bevriend met Tony (cafébaas) en Michael (hosselaar). Hij heeft een vriendinnetje, Teresa. Het doel: een eigen restaurant.

Charlie is eigenlijk te vriendelijk voor het misdaadwereldje. Zijn echte roeping is het zijn van een soort Franciscus van Assisi. Een vredestichter. Af en toe zoekt hij rust in de kerk. Maar de straat blijft roepen.

Mean Streets: de start van een fantastische loopbaan
Twintig jaar geleden
Wat onthoud je eigenlijk weinig van een film die je meer dan twintig jaar geleden hebt gezien. Neem Mean Streets. Ik wist nog iets vaags van een bar, New York in de jaren zeventig, maar ik herinnerde me vooral de alsmaar oplopende irritatie over het karakter Johnny Boy. Wie wil hem niet achter het behang plakken?

Wat je dan ineens opvalt. Er is bijna permanent muziek. Van Rolling Stones tot onvervalste soul, van opera tot gekke feestdeuntjes. Een film als een jukebox – en dat is geen toeval. Dat hoort bij de herinnering van regisseur Martin Scorsese aan zijn jeugd.

Die muziek past zo geweldig bij de scènes – vooral door schaamteloos aanwezig te zijn, als een rode audiodraad door de hele film. De platen kwamen vooral uit zijn eigen collectie. Geen wonder dat de helft van het budget op ging aan betalen voor de rechten van de muziek. Zelfs jaren later kwamen er nog artiesten geld opeisen.

Martin Scorsese-maand: Goodfellas - Goeie gastenEn dat Johnny Boy halverwege de film eigenlijk ineens uit beeld verdwijnt, om pas op het einde weer terug te komen. Behoorlijk slimme scriptzet. Het geeft de soms wat meanderende film de kans op een spannend plot.

En hoe goed De Niro hier wel de intrigant speelt… Met zijn samengeknepen ogen, spottende blik en hoedje en dat geschmier. Zóóó irritant. Zijn rol is gebaseerd op een jeugdvriend van Scorsese, Sally GaGa, die van het pad af ging vanaf het moment dat hij per ongeluk een dronken man doodde.

En al die improvisaties! Scorsese legde later uit dat veel improvisatie was gefilmd tijdens repetities en later in het script werd verwerkt. De dronken homo die een lift krijgt (een scène die oorspronkelijk nog langer duurde maar door nalatigheid van een crew-member verloren is gegaan). Charlie die biljartballen zegent. Op straat duelleren de twee met deksels van vuilnisbakken (tijdens het filmen geïmproviseerd). Een bijzonder geslaagde improvisatie is als Keitel De Niro terechtwijst in de achterkamer van de bar, in de vorm van een soort Abbott & Costello-routine. Zie hier.

De jonge Scorsese dacht minder na dan de moderne Scorsese en ging meer op zijn instinct af. Wat misschien ook meespeelt is dat de nouvelle vague in 1973 nog niet zo oud was.

Mean Streets: de start van een fantastische loopbaan

Persoonlijke visie
Scorsese was 31 toen hij deze film maakte. Zijn loopbaan, met twee complete films op zijn cv, moest eigenlijk nog echt beginnen. Maar op dat moment had hij daar natuurlijk geen idee van. Als je je verplaatst naar Scorsese in 1973 waren er helemaal geen zekerheden. Zijn loopbaan kon met een mindere film zo weer afgelopen zijn.

Mean Streets was best een risicovolle film. Nu herken je veel van Scorseses latere kwaliteiten als regisseur maar het had zomaar anders kunnen lopen. De lovende kritieken hielpen de jonge regisseur enorm. Zie bijvoorbeeld deze review in Thew New York Times. ‘(…) the once-promising young director (…) who has now made an unequivocally first-class film.’ Filmcritica Pauline Kael oordeelde: ‘A true original, and a triumph of personal filmmaking.’

Het geringe budget noopte tot creatieve oplossingen. Daarom werd er vrij veel gefilmd met de handheldcamera en niet met tracking shots. En met licht en inventiviteit kun je veel doen. Let bijvoorbeeld op deze momenten:

  • Het feestje, met de camera die aan Keitels hoofd is gebonden. Hier is de clip. Verrassende scène met geweldige muziek. Een truc die je tegenwoordig vaak in cinema ziet om een trippy sfeer aan te geven. Al uitgevonden in 1966 in Seconds, zie deze clip.
  • De bar, rood licht, slow-motion en Johnny Boy komt binnen lopen, twee dames aan zijn arm, Jumping Jack Flash knalt uit de speakers. Zo vaak geïmiteerd, ik bedoel: echt heel erg vaak, maar ongeëvenaard.
  • De vechtpartij in de poolhal. Heel fraai is het achteruitlopende gevecht, die zowat de hele hal doorgaat, en dan hoor je Mr. Postman.
  • Het openingsshot met tegenlicht op de brug (camera pant naar rechts en dan weer naar links).
  • Een subtiele close-up van een Jezusbeeld bovenop een gebouw, waarmee je naar beneden naar de New Yorkse straten staart.

De persoonlijke visie van Scorsese compenseerde het gemis aan budget. De kracht van Mean Streets zit hem in die beelden van New York en Little Italy, met (ook weer niet te veel) shots van morsige New Yorkse straten. De karakters zijn er bijgehaald om dat in te kleuren, niet andersom.

En de spirituele thematiek – ook een rode draad in Scorseses oeuvre. De kern is de voice-over waarmee Scorsese naar eigen zeggen een poging waagde om met zichzelf in het reine te komen, zoals Charlie denkt nobel te zijn terwijl hij maffiawerk zit te doen. ‘You don’t make up for your sins in church. You do it in the streets. You do it at home. The rest is bullshit and you know it.’ Charlie spreekt in zijn eigen hoofd maar het is de stem van Scorsese.

Plus de vele cinematografische verwijzingen. The Birds, I Vitelloni, Back to Bataan, The Public Enemy, The Big Heat, Point Blank. Mooi is het eerbetoon aan Roger Corman, de man die Scorseses carrière een duwtje gaf, als Johnny Boy en Charlie Tomb of Ligeia kijken in de bioscoop.

En de schets van een wereldje. Dat is echt een van Scorseses topkwaliteiten. De film biedt een fraai tableau van Little Italy en New York in 1973, vaak nagedaan in moderne series en films, maar dit was the real deal. Nog niet de dure hipsterstad van vandaag de dag, maar een stad in crisis, vol hosselende overlevers, waar het barstte van de Michaels en Charlies. Scorsese filmde onder andere in de Chicano-buurt ‘waar de misdaad veel erger was dan ook maar iets wat je in de film zag’.

De Niro die geen Johnny Boy wilde spelen
Achteraf kijken is makkelijk. Een goede film is vaak een optelsom van toevalligheden. Wat als Herman J. Manckiewicz, Orson Welles’ scriptschrijver van Citizen Kane, nooit bevriend was geweest met krantenmagnaat Randolph Hearst? Met Mean Streets is het niet veel anders.

Om te beginnen hád Scorsese al een film waar hij aan kon refereren als hij wilde uitleggen wat hij van plan was. Who’s That Knocking at my Door (1967) was Scorseses film over de Lower East Side. Mean Streets was min of meer onderdeel van een trilogie (waarvan het tweede deel nooit zou verschijnen).

Tweede toevalligheid: wat als Scorsese niet collega-filmmaker John Cassavetes had ontmoet, die hem na het zien van Boxcar Bertha de harde waarheid vertelde: ‘Je hebt net een jaar verspild. Jij bent beter dan de mensen die dit soort films maken.’ Hij moest volgens hem iets totaal anders proberen.

Mean Streets: de start van een fantastische loopbaan

Of wat zou er gebeurd zijn als Scorsese was gezwicht voor de riante zak met geld die producer/regisseur Roger Corman hem bood. De enige eis? Van zijn film een Blaxploitationfilm te maken. Hij zei letterlijk: ‘If you’re willing to swing a little’…

Ten vierde: wat zou er gebeurd zijn als Sandra Weintraub, zijn vrouw in die tijd, niet van het vooral religieus bedoelde script Season of the witch had gezegd: ‘Ik vind die stukjes die je me vertelt over de tijd in Little Italy veel leuker. Waarom maak je daar geen film over?’ En daar ging het mes in het religieuze gedeelte.

En wat als er niet een 26-jarige roadmanager van Bob Dylan was opgedoken die ‘iets met films wilde doen’? Toen zat Scorsese niet ruim in zijn producers. Een nadeel: alles moest worden gefilmd in Los Angeles. Een beetje smeken sorteerde effect want hij peurde er acht dagen filmen in New York uit.

Toevalligheid nummer zes: wat als Brian De Palma niet De Niro bij hem had geïntroduceerd? Ze hadden dezelfde achtergrond, hadden gemeenschappelijke kennissen, maar kenden elkaar niet. Het leek trouwens niets te worden want De Niro wilde juist de rol van Charlie. (Het scheelde trouwens niets of Jon Voight zou Charlie hebben gespeeld, maar Voight belde af vlak voor de film in productie ging.) Keitel werd er bijgehaald en nota bene hij wist De Niro te overtuigen om toch Johnny Boy te spelen. De Niro en Scorsese zouden uiteraard samen nog veel films maken.

En wat als er niet toevallig zoveel talent om hem heen rondliep? De crew die sinds Scorseses Boxcar Bertha (1972) samenwerkte, zou verder gaan met klassiekers als Taxi Driver en Raging Bull. Met De Niro maakte Scorsese acht films, met Keitel zes films, met Victor Argo vijf films. De hele filmcrew ging flexibel om met de beperkingen van een klein budget.

En wat als de distributie niet gelukt was? De afgevaardigde van Paramount verliet al na tien minuten de screening. Wat als Warner Brothers ook niet had toegehapt? Mean Streets zou misschien het einde van Scorseses carrière hebben betekend.

En wat als hij geen goede vrienden had gehad? Een beetje illegaal filmen tijdens het San Gennaro-festival zonder vergunning leverde een boete op van 5.000 dollar. Een flink bedrag voor de jonge regisseur. Frances Coppola leende hem het geld.

En om de tien toevalligheden vol te maken: het is mei 1973 en we reizen naar Cannes, en zien daar de nog onbekende Scorsese in gesprek met Fellini, te vertellen over zijn film. Fellini wordt dan net onderbroken door zijn distributeur. Hij heeft de film niet gezien maar overtuigt die man in een paar minuten om de film op te pakken.

Salonfähig
Scorsese kwam, zag en overwon met Mean Streets. Hij vervolgde hierna met het maken van interessante, uitdagende films. Het heeft hem geen windeieren gelegd. Hij is volgens mij zo salonfähig als maar kan. Wie noemt hem niet de allerbeste nog levende regisseur?

Mean Streets: de start van een fantastische loopbaan

Zijn films hebben dat typische Scorsese-achtige: sterke karakterportretten die met de nodige visuele flair zijn klaar gestoofd. Films die een onuitputtelijke inspiratiebron blijken voor filmers die ‘films als Scorsese’ willen maken. Misdaad, komedie, drama, karakters: Hollywood raakt niet uitgekeken op die dingen. Hoeveel imitaties er ook volgen, er is maar een Casino en een Goodfellas.

Hij liep ver, ver voor op de trend van het realistisch drama van nu. Veel misdaad tv-series van nu lijken schatplichtig aan zijn films. Geen wonder. Hij verenigde twee dingen: gevoel voor Hollywoodklassiekers en de artistieke vrijheid van de jaren zeventig. Een gouden combinatie. Daarom maakte hij zo’n geweldige tandem met Paul Schrader, die scriptschrijver was van zowel Raging Bull als Taxi Driver, en meesterlijk was in het beschrijven van eenzaamheid.

Experimenteel en perfectionist tegelijkertijd
Ik zou mezelf een gematigde bewonderaar willen noemen van het werk Scorsese. Ik ben altijd meer een fan geweest van de spot van regisseurs als Robert Altman of Orson Welles dan het drama van Scorsese. Goodfellas, Mean Streets en Casino zitten minder vast aan het genre drama en behoren om die reden tot mijn favoriete films van hem.

Wat ik wel bewonder is dat Scorsese tegelijk zo experimenteel en perfectionist kon zijn. Die twee voorkeuren zullen geregeld in hemzelf geknokt hebben voor aandacht. Geen wonder dat hij vanwege burn-outs en drugsgebruik regelmatig in een ziekenhuis moest worden opgenomen. Hij was een groot liefhebber van het werk van Powell en Pressburger en hij vroeg Michael Powell vaak om advies.

Wat me minder aanspreekt, is dat veel verhalen van Scorsese variaties zijn op hetzelfde liedje: de opkomst en ondergang van een temperamentvolle man in een of ander wereldje. Ook in Mean Streets zie je een film die veel meer interesse heeft in mannenpsychologie dan in vrouwenpsychologie. Teresa, de enige vrouw in Means Streets, krijgt ironisch genoeg aldoor te horen dat ze moet zwijgen.

Daar moet ik wel meteen aan toevoegen dat uitgerekend de volgende film van Scorsese Alice Doesn’t Live Here Anymore was – een gevoelig drama van een door Arizona reizende weduwe.

Sleutelwerk
Het woord ‘sleutelwerk’ wordt vaak misbruikt in essays maar Mean Streets is precies dat: een sleutelfilm voor Scorseses oeuvre. De film bracht in de eerste plaats voor het eerst echt aandacht en artistieke erkenning. Met eenendertig maakte hij eindelijk de film die hij wilde maken (en die hij zelf nooit meer helemaal zag want het was te persoonlijk).

Luisteren naar John Cassavetes heeft zich dubbel en dwars uitbetaald. Hij leerde dat zijn persoonlijke aanpak werkte. Zijn eerste short maakte hij al in 1959, Boxcar Bertha in 1972 was een film om het ambacht mee te leren en in 1973 was Scorseses geest eigenwijs genoeg om zijn meest persoonlijke film tot dan toe te maken.

Het lage budget noopte hem tot creatieve, improviserende oplossingen, iets wat hij later nog vaker zou herhalen. De vaak terugkerende samenwerking met De Niro begon hier. De voorkeur voor films over duistere wereldjes eveneens. De stad. De misdaad.

Kortom: de echte, eigenzinnige filmmaker Scorsese werd met deze film geboren.
 

Netflixers hebben geluk: de film staat er in zijn geheel op.
Mean Streets is ook nog te zien in EYE Amsterdam: vrijdag 11 augustus en donderdag 17 augustus. 

 

8 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE
 
 
MEER ESSAYS