Klanken van Oorsprong

*

recensie Klanken van Oorsprong 

Fantastische klanken, vage oorsprong

door Alfred Bos

Nederlanders met een Indische achtergrond leverden een spraakmakende en unieke bijdrage aan de muziekcultuur van Nederland. Daar zit meer dan één verhaal in. Klanken van Oorsprong wil ze allemaal tegelijk vertellen en faalt dramatisch.

Nederland sprak in de jaren zestig en begin jaren zeventig een aardig woordje mee in de internationale popmuziek van die dagen. De basis daarvoor werd midden jaren vijftig gelegd in Den Haag, waar zogeheten Indo’s (Nederlanders met een Indische achtergrond) als eersten op het continent van Europa de nieuwe popmuziek uit Amerika, rock-’n-roll, begonnen te spelen. Althans, het leek er erg op, maar het was net even anders. Een uniek geluid, blijkt achteraf.

Klanken van Oorsprong

De indorockbands speelden voornamelijk ruige instrumentale rock-’n-roll en hadden er veel succes mee in Duitsland, want aan het land van bierfeesten en Schlagers was de muzikale revolte geheel voorbij gegaan. Daar lag een markt voor de driehonderd (!) indorockbands die er begin jaren zestig Duitse tieners vermaakten (naast bands uit Engeland als The Beatles). Klapstuk van de indorock waren de Tielman Brothers: podiumbeesten met een unieke sologitarist, Andy Tielman, de Jimi Hendrix van zijn tijd.

Indorock wijkt subtiel af van de Amerikaanse rock ’n roll, het is niet geworteld in rhythm & blues. Er zijn invloeden uit krontjong, achterbuurtmuziek uit Jakarta met Portugees/Indonesische wortels. En krontjong is “reggae zonder drums”, aldus Doe Maar-pianist en Indische Nederlander Ernst Jansz. Anneke Grönloh: “Reggae is krontjong.” Razend boeiend allemaal, daar zit een knaller van een documentaire in, rijp voor de internationale markt. Maar Klanken van Oorsprong is die documentaire niet.

Geen Molukkers
Het probleem van Klanken van Oorsprong is het gebrek aan focus. Het verhaal van de Indische Nederlanders en mensen uit Indonesië, inclusief de Molukken, die na de Tweede Wereldoorlog en de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring naar Nederland kwamen is een complex verhaal. Nederlanders keken raar naar Indo’s en Indo’s keken raar naar Molukkers. De term Indo staat voor een heterogene groep, de documentaire brengt geen helderheid. Erger, ze vertroebelt het beeld door alles op één hoop te vegen.

Maar de Ambonezen (of in ruimere zin: Molukkers, zo subtiel liggen de verschillen en zo complex is het verhaal) schitteren in Klanken van Oorsprong door afwezigheid. Geen Massada, geen Daniel Sahuleka, geen Erwin Java. Waarom is volstrekt onduidelijk.

De film toont daarentegen wel Nederlandse muzikanten die in voormalig Nederlands-Indië, tegenwoordig Indonesië, zijn geboren. Boudewijn de Groot bezoekt nog steeds pasar malams, Indische markten, en weet zelf eigenlijk ook niet waarom. Liesbeth List vertelt, opnieuw, het verhaal over haar moeder die in een Jappenkamp werd misbruikt en zelfmoord pleegde. Met Indorock heeft het allemaal niets van doen. En als De Groot en List aan het woord komen, waar is Jan Rot dan? En wat doet Kaz Lux in deze docu? De man heeft nota bene Poolse wortels!

Klanken van Oorsprong

Van Halen
Helemaal krankzinnig wordt het in het laatste deel van Klanken van Oorsprong. Zitten we opeens te luisteren naar een Amerikaanse muzikant die in Eindhoven rockliedjes staat te spelen. Pardon? Oh, zijn ouders waren Indo en zijn naar Amerika geremigreerd. Dan kunnen de broertjes Alex en Eddie van Halen, die van die rockband met hun achternaam, er ook nog wel bij. Eddie en Alex verschijnen echter niet voor de camera, wel een nicht en een tante. Waarom de buurvrouw eigenlijk niet? En wat doet Leo Blokhuis daar opeens?

Met meer focus en wat competente redactie had Klanken van Oorsprong iets moois kunnen opleveren, want het verhaal van de muziek die Nederlanders met een Indische achtergrond de afgelopen zestig jaar hebben gemaakt is het vertellen ruimschoots waard. Wie er meer over wil weten (en horen) leest de boeken van Lut Mutsaers, Rockin’ Ramona, over indorock, en Roep der verten, over krontjong. En zoekt op YouTube naar clips, met de onovertroffen Tielman Brothers voorop.
 

15 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Ubiquity

***

recensie Ubiquity

Een probleem dat niet bestaat

door Cor Oliemeulen

Iedereen kent wel iemand die zegt veel last van straling te hebben. Het is echter een probleem dat niet bestaat, omdat het zo moeilijk aantoonbaar is. Documentairemaakster Bregtje van der Haak portretteert drie mensen met EHS (Elektro Hypersensitiviteit), waarmee zij de impact van draadloze technologie bespreekbaar wil maken.

De grote internetbedrijven (Facebook en Google) en telefoonmaatschappijen willen het wereldwijde web van digitale netwerken volledig dekkend maken, zodat iedereen altijd en overal met het internet verbonden is. Sommige mensen voelen de elektromagnetische straling van wifi, smartphones en zendmasten in hun hoofd en lichaam. Samen met de toenemende mondiale dekking stijgen zowel het aantal slachtoffers als het verzet, maar aan onbegrip en wegkijkgedrag lijkt vooralsnog weinig te veranderen.

Ubiquity

Op de vlucht
In Ubiquity (letterlijk vertaald: alomtegenwoordigheid) volgen we drie mensen die de straling proberen te ontvluchten. De beelden en interviews worden begeleid door een elektronische geluidsband die soms beangstigt, als ware het een thriller. De draadloze netwerken worden hoorbaar en bijna voelbaar door het geluidsontwerp van Vincent Sincerettu, die zelfs muziekstukjes van wifi-signalen componeert.

Soms zijn de beelden opzettelijk wazig of voorzien van een rood filter. De drone-beelden van bovenaf tonen de drukke wereld daar beneden en wekken de suggestie van een stijgend stralingsniveau. Neem een mensenmassa in een willekeurige stad en je ziet dat meer dan de helft in zichzelf gekeerd een mobieltje in de hand heeft. Over communicatie gesproken.

Frequenties in je hoofd
De Zweedse ingenieur Per werkte eind jaren tachtig bij telecommunicatiebedrijf Ericsson aan een prototype van de smartphone. Hij werd ziek van de hoofdpijn en kon tot verdriet van zijn kinderen niet in Stockholm blijven. Al achttien jaar woont hij in een huisje in de bossen, zo ver mogelijk van stralingsbronnen. Hij heeft vooral last van digitale apparatuur. Daarom filmt de crew de interviews met een ouderwetse Bolex-camera die je met de hand moet aanzwengelen. De mobieltjes gaan tijdelijk in een aluminium pan.

Per zegt dat hij frequenties in zijn hoofd hoorde. Als hij teruggaat naar ‘de beschaving’ komt het geluid onmiddellijk terug. Hij trilt nog steeds. Komt dat door de straling, of kan het ook een andere oorzaak hebben? Per weet het antwoord wel. De oud-ingenieur maakt een eenzame indruk midden in de natuur. Het incidentele contact met de buitenwereld is met een man in een bestelbusje die boodschappen komt brengen.

Ubiquity

Draadloos is overal
Ook de Nederlandse Anouk (36) nam ontslag. Ze kreeg zware hoofdpijn en huiduitslag nadat op haar werk nieuwe wifi-routers en een zendmast werden geplaatst. Ze legt haar twee jonge kinderen uit wanneer ze het meest last heeft. Samen doen ze met een apparaatje metingen bij een telefoonmast. Haar dochtertje draagt een T-shirt waarop staat dat je beter offline kunt zijn. Hun halve huis zit vol aluminiumfolie, in de meeste gevallen zwart geverfd. Zo blijft de meeste straling buiten, zegt Anouk, die hogere waardes meet achter het raam dan achter de beplakte muur. Ze maakt zich zorgen over de toekomst van haar kinderen. Draadloos is overal en neemt alleen maar toe.

Het gezin gaat verhuizen van de stad naar de provincie. Als ze uiteindelijk een boerderij hebben gevonden en Anouk een ‘acceptabel’ aantal microwatts heeft gemeten, krijgt manlief groen licht. Wel een beetje jammer dat er vlakbij de basisschool een telefoonmast staat. We zien Anouk tijdens een hoorzitting in haar nieuwe gemeente, maar erg serieus wordt ze niet genomen.

Hetzelfde probleem heeft Asaka (31) die de drukte van Tokio is ontvlucht. Ze zegt dat haar lichaam werkt als een gloeiende antenne en dat ze veel last heeft van haar hoofd en oren en af en toe een bloedneus krijgt. Ze meet de elektromagnetische straling in haar nieuwe buurt. Desgewenst geeft ze uitleg, sommigen halen hun schouders op. Asaka verspreidt stickers met de boodschap om in de trein je mobieltje uit te zetten. Ze is realistisch: “Mensen met EHS zijn klokkenluiders. Maar zolang hun ziekte niet wordt erkend, gebeurt er niets.”

Ubiquity

Invoelbaar
In 1995 maakte de onafhankelijke Amerikaanse regisseur Todd Haynes het beklemmende filmdrama Safe over de lotgevallen van een vrouw (Julianne Moore) die ziek wordt van haar omgeving. Zij krijgt hoofdpijn, ademnood en uitslag van één of meer van de 60.000 chemische componenten die dagelijks in onze nabijheid zijn, echter dokters kunnen geen lichamelijke oorzaak voor haar klachten vinden. Totaal verzwakt en bewapend met een zuurstoffles belandt zij uiteindelijk in een speciaal gebouwd ‘safe house’, waardoor zij bijna geheel van de buitenwereld is afgesloten.

In de 23 jaar tot de Nederlandse documentaire is er weinig gebeurd om het leven van hypersensitieve mensen wat aangenamer te maken. Hoewel Apple deze week op de nieuwe versie van haar iOS-besturingssysteem Digital Health introduceert, met als doel gebruikers wat vaker hun iPhone en iPad weg te laten leggen, blijven serieuze maatregelen achterwege en lijkt de alsmaar toenemende elektrosmog steeds meer slachtoffers te eisen.

Ubiquity registreert prima en zet niemand in het beklaagdenbankje, echter het invoelbare blijft wat op afstand en de toon is braaf. Maar misschien maakt dat de film juist erg geschikt als discussiestuk, vooral op middelbare scholen. Van een beetje bewustwording is nog nooit iemand ziek geworden.
 

2 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Fietsen in Amsterdam

Ondertussen, op de redactie:

Fietsen in Amsterdam

COR:

De Fietser, de nieuwe film van Kees Hin, is vanaf 24 mei in de filmtheaters te zien. Volgens de distributeur is het een bijna meditatieve film over fietsen die ons op filosofische wijze doet nadenken over de cyclus van het leven. “In de film worden verschillende Amsterdammers geïnterviewd die allemaal hetzelfde gemeen hebben: de fiets. Fietsen in de stad Amsterdam is zo’n alledaags gebeuren dat het bijna niemand opvalt. De Fietser is een ode aan de fiets in de stad, aan de fietsers die er een eind op los dansen in de roes van de toekomst.”

Welke ‘fietsende filosoof’ wil hierover schrijven?

 

Fietsen in Amsterdam

 

RALPH:

Ik haak af. Weer dat Amsterdam. Was veel leuker geweest als ze een paar verdwaasde Terneuzers hadden genomen op de grens tussen NL en België. Of een paor gast’n uut Termunt’ndaam of Winschoot’n. Maar nee, we moeten weer door die benauwde grachten met de fiets. Met een hoop hoofdstedelijk gebetweet, toedeloe.

 

ALFRED:

Fiilm al gezien, Ralph?
Ben jij filosoof of fietser?

Groet (uit Mokum)

 

RALPH:

Is wel grappig je reactie, Alfred.

Het stoort mij dat de ruime meerderheid van de NL films zich in de Randstad en dan nog vooral in A’dam afspelen. Dat zal vast met allerlei contracten en de concentratie van filmmakers met de Randstad te maken hebben, maar je maakt mij niet wijs dat al die lui alleen maar hun roots in Mokum of de Randstad hebben. Het geeft een eenzijdig beeld van NL. Willen we eens willen concurreren met onze (geniale) zuiderburen, dan zullen we toch echt eens voorbij onze eigen navel moeten gaan staren.

Als het al eens over het platteland gaat in NL zijn het altijd van die enge gerefo’s, ook zo’n clichébeeld.

Ik ben overigens fietser, ik hou van het afleggen van langere afstanden en ik filosofeer ook wel graag. Film nog niet gezien, ook niet zo’n behoefte aan.

Groeten uit de buurt van de Mokumersstraatweg (beter bekend als de Amsterdamsestraatweg of Stroatweg), Utrecht.

 

ALFRED:

Amsterdam, Utrecht, Rotterdam, Den Haag: het zijn allemaal wijken van de Randstad.

Denk Brooklyn, Manhattan en Queens in New York. Of Hollywood, Silverlake en Beverly Hills in LA. Of Chelsea, Kensington en Muswell in Londen.

In Silverlake heb ik nog nooit iemand horen klagen dat film in Hollywood en tv in Pasadena zit. En in Muswell malen ze er niet om dat BBC’s Broadcasting House in Marelybone staat.

Waarom doen we in Nederland zo lastig over de mediaconcentratie in Amsterdam? Zijn het de dijken die ons het zicht op de wereld ontnemen?

Iedereen een fijne Koningsdag toegewenst, met fraaie vondsten op de vrijmarkt.

 

Fietsen in Amsterdam

 

TIM:

Iedereen die ik er in negatieve zin over hoor, heeft het gemunt op de idee dat Amsterdam de enige plek in Nederland is waar ‘het’ gebeurt.

Toegang tot cultuur en media is nu eenmaal een groot goed. Ik voel nooit de behoefte hier vol tegenin te gaan – ongelijk hebben ze niet per se – maar de klagers zouden zich ook in kunnen zetten om het cultuuraanbod in de regio te stimuleren. En geloof me, Nederland doet dat helemaal zo slecht niet, met (bijvoorbeeld) alle kleine filmtheaters die zich (ondanks bezuinigingen, aanbod van VoD-diensten etc.) nog in de middelgrote steden bevinden.

Op een conferentie in Turnhout (MOOOV Filmfestival) afgelopen dinsdag klonk de jaloersheid van onze zuiderburen duidelijk door, zeker als het gaat om de (gemiddelde) bereidheid van gemeenten om op lokaal niveau in (film)cultuur te investeren. Dit weekend opent in Arnhem het equivalent van 11 miljoen (Focus Filmtheater) :)

 

BOB:

Dag Ondertussenaarders!

Raar maar ook wel prettig om het met iedereen eens te zijn. Ik ben het eens met Ralph dat deze film zo te zien niet verder kijkt dan zijn Amsterdamse neus. Dat hoeft niet slecht te zijn (denk aan Gente di Roma van Ettore Scola, of Paris vu Par, of die Turkse kattenfilm van vorig jaar) maar mijn eigen Amsterdamse neus vermoedt ook een voorspelbaar resultaat. Ik denk dat de film vooral voor de export bedoeld is. Is dat erg? Ik geloof van niet.

Tegelijk ben ik het met Alfred eens dat er niets ergs is met de concentratie van media in Amsterdam / Hilversum. Als randstadtrotter (ik ken de vier grootste steden even goed) roep ik al jaren dat ik onze Randstad als een stad zie. Ik zie zelf weinig verschil. Zal alleen maar meer diffuus worden met de vermoedelijke golf van Amsterdammers die naar Rotterdam en Den Haag vertrekken.

En met Tim ben ik het ook al eens. Ik ga ook geregeld de provincie in voor cultuur (en natuur). Een andere setting zo nu en dan is altijd goed. De Lux in Nijmegen, de Cinecitta in Tilburg, de Lieve Vrouw in Amersfoort: prettige bioscopen. De kleinere musea zijn ook helemaal niet vervelend. Er is zoveel te doen overal – meer dankzij gepassioneerde enthousiastelingen dan de politiek denk ik.

And now for something completely different: Ice T aan het breakdancen.

 

28 april 2018

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Bankier van het verzet

***

recensie Bankier van het Verzet 

Held zonder faam

door Alfred Bos

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verzon bankier Walraven van Hall, met instemming van de Nederlandse regering in Londen, trucs om het verzet tegen de Duitse bezetter te financieren. Hij betaalde met zijn bloed.

Zwervers zitten dagelijks bier te slurpen in het parkje aan het Frederiksplein in Amsterdam, tegenover de Nederlandsche Bank. Aan hun voeten, bij de fontein, ligt een bronzen boom, een gevelde reus. Het is een monument voor Walraven van Hall, de bankier die tijdens de Tweede Wereldoorlog de financiering van het verzet organiseerde. Van Hall heeft het einde van de oorlog niet gehaald; zijn illegale bank, het Nationaal Steunfonds, wel. Dat had na de oorlog nog 22 miljoen guldens in kas. Daar werd in 1956 het Nationaal Monument op de Dam mede van betaald.

Bankier van het Verzet 

Barry Atsma speelt Walraven (‘Wally’) van Hall in de film die Joram Lürsen over de lang vergeten oorlogsheld heeft gemaakt. Bankier van het Verzet maakt duidelijk dat Hollandsche preutsheid – je kunt het ook schijnheiligheid noemen – de reden is geweest waarom Van Halls rol in het verzet lange tijd is verzwegen. De Nederlandsche Bank had, via Van Hall, ‘fraude gepleegd’ en dat kon natuurlijk niet, werd zijn broer Gijs na de oorlog door een geheime commissie duidelijk gemaakt. Gijs van Hall werd in 1957 benoemd tot burgemeester van Amsterdam. De boom voor zijn broer stamt uit 2010.

Abstract drama
Gijs van Hall, vertolkt door Jacob Derwig, is de verteller van Bankier van het Verzet. Zijn gesprek (interview? ondervraging?) met de naoorlogse commissie vormt proloog en epiloog van het verhaal over de broers en hun schaduwbank dat als lange flashback wordt verteld. Gijs, de oudste van de twee, is de serieuze; Wally meer onbezorgd, brutaler ook. Hun nemesis is de NSB-er Rost van Tonningen (Pierre Bokma), president van de Nederlandsche Bank onder wiens toezicht Nederland door de Duitsers werd aangeslagen voor de kosten van de bezetting. Hij viel op 6 juni 1945 te pletter in de gevangenis van Scheveningen. Zelfmoord?

De broers Van Hall en Rost van Tonningen zijn de voornaamste dramatis personae in een film die over iets abstracts gaat, geld. Of eigenlijk: boekhouding. Dat is een lastig uitgangspunt voor een dramatisch verhaal en dat drama moet dus ergens anders vandaan komen, spectaculaire acties bijvoorbeeld: overvallen, arrestaties, dat werk. Of persoonlijk conflict, afscheid, verraad.

Het zit in de film, maar het blijft schetsmatig; meer panorama dan scène. Er flikkert iets van koud vuur in de meest opzienbarende episode: de grootste bankroof uit de Nederlandse geschiedenis. Maar ook die gebeurde in het geheim, niet met ratelende mitrailleurs en gierende autobanden. De grap is dat de bank niet eens doorheeft dat ze is getild.

Bankier van het Verzet 

Tv-serie
Joram Lürsen (Alles is Familie, Publieke Werken, Het Verlangen) gebruikt veel close-ups. Het wekt de indruk dat de twee uur durende, mede door de EO gefinancierde film naar het voorbeeld van Riphagen volgend jaar, rond 4 mei wellicht, als miniserie op de Nederlandse beeldbuis zal worden vertoond. In dat medium valt mogelijk minder op dat Jacob Derwig – een uitstekend acteur – op het filmdoek moeite heeft om zijn theaterdictie af te schudden. Dat toneelmatige toontje had hij ook in zijn vorige film met Lürsen, Publieke Werken.

Met enkele merkwaardige anachronismen doet de film, die loopt van februari 1942 tot de hongerwinter en Wally van Halls executie aan de oever van de Haarlemse Spaarne op 12 februari 1945, een knieval aan de eigentijdse kijkers. Zouden hoge meneren in 1943 het woord ‘carrièreswitch’ in de mond hebben genomen? Of een jochie van zeven zijn pa hebben getutoyeerd? Het beste aan Bankier van het Verzet is dat de film er is.

 

6 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Broeders

**

recensie Broeders

Enkel ellende te vinden in Syrië 

door Yordan Coban

Drie broers en hun reis door het door oorlog verscheurde Syrië. Als Yasin besluit om naar Syrië te vertrekken om daar humanitaire hulp te bieden aan vluchtelingen komen zijn twee bezorgde broers hem achterna om hem terug te brengen. Dit blijkt een bij voorbaat gedoemde missie.

Yasin (Bilal Wahib) laat zijn studie op de kunstacademie links liggen en vertrekt naar een vluchtelingenkamp in Syrië om daar te tekenen met kinderen. De AIVD verdenkt hem ervan zich bij IS aangesloten te hebben, maar zijn familie weet beter. Zijn broers Hassan (Achmed Akkabi) en Mourad (Walid Benmbarek) besluiten hem te gaan halen. Hassan is komediant en is totaal niet geschikt voor een dergelijke missie. Eenmaal in Syrië aangekomen valt hij met zijn westerse kleding en houding totaal uit de toon. Zijn broer Mourad is een militair en is juist voor deze taak opgeleid. Hij beveelt Hassan terug te gaan en het aan hem over te laten. Hassan is eigenwijs en volgt hem dieper Syrië in, dieper de ellende van het oorlogsgebied in.

Broeders

Rolverdeling
De rolverdeling van de personages is duidelijk. Hassan is de komische broer, Mourad is de harde militair en Yasin is de gevoelige creatieveling. De personages worden op deze manier vereenvoudigd tot typetjes met een enkele karaktereigenschap vergelijkbaar met de emoties in Inside Out (2015). Het minst sterke personage is Hassan. Zijn ludieke rol valt volledig uit de toon. Broeders gaat qua toon voor een serieuze sterk dramatische oorlogsfilm.

De wisselwerking van Mourad de serieuze soldaat en Hassan de clown is sitcom-achtig. Die doet denken aan Will Smith en Tommy Lee Jones in Men in Black (2003) en aan Sid en Manny in Ice Age (2003). Het concept is simpel. Twee personages zijn met een ernstige missie bezig. De één neemt het allemaal niet zo serieus en de ander vervult een soort vaderlijke rol en lijkt niet te kunnen glimlachen. Een dergelijke chemie is te kinderlijk en luchtig tussen al het oorlogsgeweld en de lading die de film daaraan geeft.

Broeders

Wraak
Als Mourad en Hassan hun broer vinden is Yasin veranderd. Na het verlies van zijn geliefde door het toedoen van Syrische militairen sluit Hassan zich toch bij IS aan. Hij keert zijn rug naar de samenleving en gaat op zoek naar wraak voor de moord op zijn geliefde. Je zou zijn naïeve beslissing de blindheid van een jonge verliefde kunnen noemen. Maar Yasins wraakmissie doet zich te geforceerd en irrationeel voor. Zijn motief is moeilijk te begrijpen.

De film behandelt een moeilijk conflict maar kiest geen kant. Hij laat vooral de narigheid in Syrië zien. Er is dan ook geen kant te kiezen tussen dergelijk geweld. De boodschap lijkt dat er geen ideologische strijd in Syrië is, enkel ellende.

Verder doet Broeders denken aan de Canadese film Incendies (2010) van Denis Villeneuve. Ook een film over de zoektocht naar een broer in een door oorlog verwoest land, in dat geval Libanon. Maar Broeders mist verfijning in bepaalde scènes en is qua regie te eenvoudig in het gebruik van zachte pianomuziek op de zielige momenten en het wegvallen van het geluid op de schokkende momenten. De reis is dus niet alleen voor de broers een zware weg, ook de kijker heeft het een en ander te trotseren.
 

10 februari 2018

 
MEER RECENSIES

Last Fight, The

****

recensie The Last Fight

Verslaafd aan vechtsport

door Ries Jacobs

Vechtsporter Marloes Coenen staat aan de wereldtop. Ze is halverwege de dertig en weet dat ze nog maar enkele gevechten in zich heeft voordat ze moet stoppen met het beoefenen van haar passie. “Vechten is zo puur, wie ben ik als ik stop met de sport?”

Loodzware trainingen, bloemkooloren en sessies bij een energetisch therapeut, alles heeft ze ervoor over om dat ene doel te behalen: de overwinning. Coenen beoefent Mixed Martial Arts (MMA), een vechtsport waarin verschillende disciplines met elkaar gecombineerd worden. In Nederland staat deze sport ook bekend als kooivechten.

The Last Fight

Documentairemaker Victor Vroegindeweij volgt haar gedurende de laatste jaren van haar carrière. Hij legt vast hoe Coenen traint en zich mentaal voorbereid op de gevechten, hoe ze terugkijkt op haar carrière en worstelt met de wetenschap dat die carrière eindig is. We zien geen terminatorachtige vechtmachine, maar een intelligente vrouw die de laatste jaren haar loopbaan zorgvuldig vormgeeft. Ondanks twijfels over de toekomst werkt Coenen gedisciplineerd toe naar haar laatste gevecht.

De documentaire is voorzien van een prachtig diepe en tegelijk rauwe voice-over die op filosofische wijze de essentie van de vechtsport belicht. Dit is de stem van acteur Bruce Dern, tweemaal genomineerd voor een Oscar (in 1979 voor Coming Home en in 2014 voor Nebraska) en bij het jonge publiek vooral bekend vanwege zijn rollen in Django Unchained en The Hateful Eight.

Zingeving
Vroegindeweij werkte eerder al met Coenen samen. De korte documentaire Tiny Love uit 2013 gaat over een gevecht van Coenen in Tokio. Langere documentaires van hem zijn Mattheus en Ik (2013) over evangelist Mattheus van der Steen en Gaandeweg (2008) over zijn dichtende vader Rien, die terugkijkt op zijn leven. In deze films staat de zoektocht naar zingeving centraal.

Ook The Last Fight gaat in essentie niet over MMA, maar over de vraag hoe Coenen haar leven vormgeeft op een manier die voor haar zinvol is. “Ik heb heel veel opgegeven”, zegt Coenen als ze haar leven vergelijkt met dat van andere mensen. “Zij hebben mooie huizen, gaan een paar keer per jaar op vakantie en hebben kinderen. De klok begint nu wel te tikken.” Dit soort zelfreflectie uit ze vaker. Heb ik voorheen de juiste keuzes gemaakt? Wat doe ik na mijn professionele carrière? Kan ik nog kinderen krijgen of heb ik hiervoor teveel van mijn lichaam gevraagd? Vragen die Coenen zichzelf stelt, maar waar ieder mens mee te maken krijgt.

The Last Fight

Spiegel
Het leven van Coenen en Roemer Trompert, die zowel haar partner als haar trainer is, staat volledig in het teken van haar sport. Zij hebben een andere keuze gemaakt dan de meeste mensen door niet te gaan voor de mooie koopwoning en de zekerheid van een vast contract. Hun enige zekerheid is onzekerheid.

Vroegindeweij geeft de twee een podium en houdt daarmee ook de kijker een spiegel voor. Doet de kijker wel echt wat hij het liefst wil? Heeft hij in het verleden wel de juiste keuzes gemaakt? De introspectieve beschouwingen van Coenen maken dat de toeschouwer bijna niet anders kan dan naar zichzelf kijken. De welhaast levensbeschouwelijke vragen die de film stelt, gecombineerd met  keiharde actie tijdens trainingen en wedstrijden en de raspende stem van Dern, maken van The Last Fight een documentaire maken die tot het laatste moment boeit.
 

5 februari 2018

 
MEER RECENSIES

My Name is Nobody

***

recensie My Name is Nobody

Op zoek naar een niemand

door Bob van der Sterre

Een foto. De eigenaresse van een restaurant kijkt ernaar en peinst. ‘Wacht maar, ik ken heel veel mensen, ik bel wel even rond.’ Het is het begin van heel veel mensen die gaan staren naar een foto uit 1937.

In My Name is Nobody bezoeken we de Romeinse wijk Trastevere. Nonnen in een klooster, oude buurtbewoonsters die de kerk uitkomen en mensen die toevallig op straat rondlopen. De alsmaar terugkerende vraag: kennen ze ene Crissanti? Wie? Een onbekend jongetje dat op een klassenfoto uit 1937 staat, precies tussen Sergio Leone en Ennio Morricone, twee grote jongens van de Italiaanse cinema.

De vraag stellen is absurd: wie zoekt er nou ooit naar een onberoemd persoon? Helemaal als er geen persoonlijk leed bij betrokken is, zoals bijvoorbeeld bij het programma Spoorloos? De meeste ondervraagden doen gelukkig niet moeilijk en vertellen wat ze weten (niet veel).

My Name is Nobody

Marco Bakker
Regisseur Denise Janzee heeft wel wat met het thema beroemdheid. Ze is de dochter van Willeke van Ammelrooy en haar stiefvader is Marco Bakker. Over Marco Bakker maakte ze de documentaire De weg terug. My Name is Nobody zou je de tegenhanger van die film kunnen noemen.

In de film leren we weinig over Crissanti. Er waren dan ook maar vier dagen om te filmen. ‘Het is ook geen Spoorloos’, zei Janzee achteraf in een Q & A. ‘Die hebben een budget honderd keer als dat van ons.’

Die opzet zit de film ook een beetje in de weg. Iemand vroeg bijvoorbeeld tijdens de Q & A: ‘Kon je niet gewoon naar de burgerlijke stand gaan voor informatie?’ Als de maker dat niet beschouwt als het doel van de film is dat diens goed recht. Toch wringt dat tijdens het kijken: is het nu serieuze research of gaat het puur om het interviewen van mensen?

Kleurrijke karakters
Het tweede dus: het gaat hier om het in beeld brengen van kleurrijke karakters in de wijk Trastevere. Een project over serendipiteit: je vindt dingen die je niet zocht. Zo ontmoeten we acteur Willi Colombini. Een charmante oud-acteur die wat bijrollen had in giallo’s en westerns en die zijn dagen slijt met kletsen en selfies (laten) maken op de pleintjes van Trastevere.

Colombini is een prachtige persoonlijkheid, een eigen documentaire waardig. Vergane glorie: hij is een mooi voorbeeld. Met papegaai op de schouder in een gemakkelijke leunstoel vertelt hij over zijn filmprojecten uit de jaren zeventig. Films die zelfs de allergrootste film buffs niets zullen zeggen. ‘Ik was toen toch wel een aantrekkelijke man’, zegt hij grinnikend. Zijn vrouw beaamt dat gretig.

My Name is Nobody

In een kooi gevangen
Het hart van de film is de fraaie scène waarbij Colombini, vrolijk, kleurrijk, eerlijk, met de interviewer langs gaat bij de grote Morricone zelf. Die, intussen dik in de negentig, kan niet geloven dat er alleen maar gevraagd wordt of hij ene ‘Crissanti’ kent.

Janzee roemde in de Q & A achteraf juist deze scène omdat Colombini, ondanks zijn onbekendheid, een levenslustig karakter is, en Morricone in een kooi gevangen lijkt, want hij komt zijn huis amper uit en is redelijk bot in de omgang. Het interview draait daarmee alles om: normaal wordt de onbekende persoon gebruikt om de beroemdheid op te sporen. Dat heeft wel iets humanistisch.

Zo zoek je een Crissanti en vind je soms een Colombini. Mazzel dus. Jammer dat de film een beetje aan de lange kant is, maar de meeste documentaires missen de moed om dit soort serendipiteit op te zoeken. Juist die ontmoeting maakt van My Name is Nobody een hartelijke, warme film, en dat is alleen maar mooi, want geluk dwing je af als artiest.
 

13 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Family Quartet, A

*

recensie A Family Quartet

Vlekkeloos succesverhaal

door Ralph Evers

A Family Quartet volgt de vlekkeloze ontwikkeling van een nieuw viooltalent uit Nederland, genaamd Noa Wildschut. Als documentaire gaat de film mank vanwege het ontbreken van een spanningsboog. 

Noa Wildschut is geen wonderkind, zo zegt moeder in een interview. Ze is wel een zeer getalenteerde violiste die op zeer jonge leeftijd al met de grote orkesten meespeelde. We zien videobeelden, gemaakt door papa en mama, waarop een piepjonge Noa de katten uit de buurt verleidt met haar viool. Twee gedreven ouders en een oudere zus die de katten reeds de baas is. Fast forward naar haar twaalfde verjaardag horen we al helder spel en inmiddels toert ze de wereld rond en poseert ze met vele bewonderaars. 

A Family Quartet

Bevoorrecht
Nee, ze is geen wonderkind, maar een geprivilegieerd kind. Opgegroeid in een steunend, faciliterend, muzikaal (mama is vioolpedagoog, papa speelt altviool en zus Avigal speelt ook viool) en liefdevol gezin, dat het financieel breed genoeg lijkt te hebben om het maximale uit hun dochters te halen.

De film is opgedeeld in drie periodes, die gaandeweg de chronologie loslaten. Noa’s kindertijd waar ze zoekende is naar de zuivere noten. De tweede periode is rond haar twaalfde jaar waar blijkt dat ze een groot talent heeft, en dan haar zestiende jaar waar ze reeds doorgebroken is.

Zoals dat bij talent gaat is het eerder dat hetgeen je doet je bevalt en dat het vele oefenen je met gemak afgaat. We zien daar echter weinig van. Er is veel herhaling van een vlak voor de uitvoering repeterende Noa, of het gezellige gezinnetje in Zwitserland (of waar ook) en het gebrek aan drama breekt de film op. De enige tegenvaller die we te zien krijgen is een snee in haar vinger, net nu ze in Amerika mag gaan spelen. Vervelend nou! 

A Family Quartet

Spanningsboog?
Het is een wet in de (documentaire)film: zonder spanningsboog geen verhaal. We zien louter een talent in ontwikkeling, zonder grote tegenslagen, zonder grote problemen. We horen en zien Noa ofwel Paganini in verlegenheid brengen, ofwel gevoelvol haar eigen accenten aan een stuk toevoegen, maar spanning? Op de snaren en de haren van de strijkstok na, is dit de grote afwezige.

Daarbij is Noa te jong om al een persoonlijkheid te zijn (en het is maar de vraag of dat nog komt). Hoe anders was dat bij een eerdere film dit jaar over een ander groot talent, Sergei Polunin, in The Dancer. Een getormenteerde geest, een onvoorspelbare performer, die grote pieken en diepe dalen heeft gekend, het kijkt toch allemaal lekkerder weg. Ouders die alles opofferen met het risico te gronde gericht te worden, een alles of niets persoonlijkheid, een grote bek en een breekbaar hart. Drama. Meeleven! Dit grootse blijft in A Family Quartet uit. Dat is voor Noa zelf ongetwijfeld erg fijn, voor een negentig minuten durende documentaire is haar lineaire succesverhaal te weinig om te blijven boeien.
 

23 september 2017

 
MEER RECENSIES

Fox, The

***

recensie The Fox

Nederland als politiestaat

door Cor Oliemeulen

Na zijn verdienstelijke debuut Patria is Klaas van Eijkeren niet stil blijven zitten. Met zijn internationaal georiënteerde politieke thriller The Fox toont de Bosschenaar pas echt wat hij in zijn mars heeft.

Net als het Eerste Wereldoorlogsdrama Patria is de tweede film van Klaas van Eijkeren tot stand gekomen door donaties en crowdfunding. Hoewel hij ditmaal ‘slechts’ tekent voor de regie, montage, scenario, casting en een klein acteerrolletje als politieagent, kon hij opnieuw een beroep doen op tal van familieleden, vrienden en figuranten. Ditmaal was Alex ter Beek van producent Pink Moon vanaf het begin bij de film betrokken, wat onder meer resulteerde in acteurs van boven de rivieren. Het is op alle fronten zichtbaar dat er meer middelen voorhanden waren dan voor de debuutfilm.

The Fox

Zo mocht de crew filmen in het hoofdkwartier van Europol in Den Haag, konden enkele professionele acteurs worden aangetrokken en zijn zowel de cinematografie als de soundtrack aanmerkelijk beter. Buiten het feit dat elke Nederlander perfecte Engelse zinnen formuleert, voelt het leeuwendeel van de film geloofwaardig aan – ook al speelt het relaas zich af in de nabije toekomst. Na een aarzelende start ontwikkelt The Fox een prima spanningsboog en een gedoseerd gevoel voor drama.

No-nonsense
Met Rutte III in de startblokken is het even wennen aan het idee dat ons land in 2018 zal worden geleid door ene Anton de Poorter. Tijdens de verkiezingsstrijd heeft hij nauwelijks concurrentie van zijn directe opponent Ben Somers, want De Poorter blijkt een populistische linkmichel die met zijn No-Nonsense Wet – gesteund door allerlei krachten uit de boven- en onderwereld – zonder veel omwegen afstevent op een politiestaat. We leven in een land waar de privacy steeds meer onder druk komt en waar rechters en aanklagers langzaam worden vervangen. Wapensmokkel en false flag-operaties leiden tot moord.

Op dat moment komt het titelpersonage in beeld: Simon Fox, een Ierse politieagent die na een traumatische ervaring in eigen land nu bij Europol in Den Haag strijdt tegen de georganiseerde misdaad. Hij komt op het spoor van de geheime militaire organisatie Operatie Gladio die na de Tweede Wereldoorlog in Italië werd opgericht, in Nederland in de jaren 90 officieel werd opgedoekt, maar kennelijk nog bestaat en aanhangers bij Europol heeft. Dat ook politiebaas D’Arnaud (Eric Corton) fan van sterke leiders is, ligt er overigens wel heel dik bovenop: in zijn werkkamer hangen grote posters van Julius Caesar en Napoleon en op zijn bureau staan boeken over Adolf Hitler en consorten.

The Fox

Onderhoudend met een boodschap
Neemt niet weg dat The Fox een onderhoudende thriller is met een boodschap, een aangenaam tempo, realistische actiescènes en een prima hoofdrol van Morgan C. Jones (Captain Bravoosi in Game of Thrones). Aanvankelijk vecht Simon Fox vooral tegen zijn eigen demonen en is hij sceptisch over het gevaar van een Nieuwe Maatschappij, maar als hijzelf op het spoor van de verderfelijke organisatie komt en gaat fungeren als schietschijf moet hij op de vlucht slaan en is het de vraag of hij zijn collega’s wel kan vertrouwen.

The Fox gaat maandag 18 september in première in Pathé Tuschinski in Amsterdam, waarna de film vooralsnog eenmalig op enkele locaties zal worden vertoond. Bekijk hier het actuele draaischema. Deze bijna on-Nederlandse thriller uit de polder verdient een groter publiek.
 

8 september 2017

 
MEER RECENSIES

Bram Fischer

****

recensie Bram Fischer

Mooi eerbetoon aan vergeten verzetsheld

door Cor Oliemeulen

Als we denken aan de strijd tegen de Apartheid in Zuid-Afrika komt direct de naam van Nelson Mandela bovendrijven. Hoewel Bram Fischer buiten zijn vaderland nagenoeg onbekend is gebleven, verdient ook zijn naam te worden vereeuwigd. Sterker nog: zonder Bram Fischer zou Nelson Mandela mogelijk nooit zijn heldenstatus hebben bereikt.

Na Wit Licht (over kindsoldaten in Afrika) en Hoe duur was de suiker (over een suikerplantage in Suriname) steekt de in Congo geboren Nederlandse schrijver/regisseur Jean van de Velde opnieuw de grens over voor een bewogen geschiedenis. In zijn biografische drama Bram Fischer portretteert hij een gerenommeerde advocaat die in 1963 en 1964 tien leden van het ANC (Afrikaans Nationaal Congres) verdedigt in het roemruchte Rivoniaproces in Zuid-Afrika en ondertussen een dubbelleven leidt. De film won recentelijk de publieksprijs tijdens het Movies That Matter Festival in Den Haag.

Bram Fisher

Ondergronds verzet
De uit een belangrijke Zuid-Afrikaanse familie geboren Bram Fischer is niet alleen bekend als advocaat, maar ook als burgerrechtenactivist. In de jaren 40 ontpopte hij zich als leider van de communistische partij SACP, dat nauw samenwerkte met het ANC. Na het bloedbad van Sharpeville in 1960, waar duizenden zwarte burgers demonstreerden tegen de pasjeswet, werden beide organisaties verboden en gingen ze ondergronds verder met de strijd tegen de Apartheid en voor gelijkheid van de zwarte meerderheid.

Er kwam steun vanuit de Sovjet-Unie en Cuba, communistische landen die hun invloedssfeer in het naar onafhankelijkheid strevende zuidelijk deel van Afrika wilden laten gelden. De jongelingen van het ANC vormden een gewapende tak onder de naam Umkhonto we Sizwe (Speer van het Volk) en werden geleid door Nelson Mandela en Walter Sisulu, twee van de kopstukken die werden opgepakt in een boerderij in Rivonia en werden aangeklaagd wegens gewelddadige sabotage. Het is de taak van Bram Fischer om de tien aangeklaagden te behoeden voor de doodstraf. Legendarisch is het optreden van Nelson Mandela die zijn slotrede eindigt met de woorden dat hij bereid is om te sterven voor zijn idealen.

Bram Fisher

Met vuur spelen
Bram Fischer is enerzijds een rechtbankdrama en anderzijds een portret van een advocaat die uitgroeit tot een sleutelfiguur in de antiapartheidsbeweging, maar tegelijkertijd met vuur speelt omdat hij nog steeds actief betrokken is bij het ondergronds verzet. Intimidatie en afluisterpraktijken zijn het gezin Fischer inmiddels wel gewend, echter de pater familias moet belangrijke afwegingen maken om zichzelf, zijn vrouw en hun drie kinderen te beschermen. Het leidt tot een aantal spannende momenten en een tragische gebeurtenis, die Fischers idealen alleen maar zal versterken.

Peter Paul Muller (De dominee, Gooische Vrouwen) vertolkt de rol van het titelpersonage verrassend sterk en met een geloofwaardige authenticiteit (zijn Afrikaans is beter dan zijn Afrikaans-Engels). Ook hulde aan Jean van de Velde die zich uitstekend heeft verdiept in de geschiedenis van het Zuid-Afrikaanse verzet, de rol van de blanke activist in het bijzonder, en niet nalaat om historische nuances aan te brengen, zoals de politieke druk vanuit het buitenland om de gedaagden vrij te laten. De finale van de film is weliswaar een verzinsel, maar resulteert in een waardig slotbeeld waarin de laatste resten energie van Bram Fischer zich door het water laten meevoeren om de strijd voor vrijheid en gelijkheid tot in de eeuwigheid te verspreiden.
 

7 april 2017

 
MEER RECENSIES