If the Sun Explodes

**

recensie If the Sun Explodes

Verdwaald in niet-geaard idealisme

door Ralph Evers

Deze roadmovie poogt de hedendaagse eisen en verlangens van jongeren op een luchtige manier naar het witte doek te vertalen. Tegen de achtergrond van de Litouwse bossen en dorpsbewoners jammerlijk vastlopend in clichés en stereotypen.

De chemie tussen eeuwige sul Philippe (Egbert-Jan Weeber) en Yara (Wies Felt) werkt goed. De dialogen komen er vrij en natuurlijk uit en verwoorden de onzekerheden, idealen en het zoeken naar houvast dat passend is bij de leeftijdsgroep die ze representeren. In deze dialogen zit ook voldoende humor verwerkt om de film draaglijk te houden. Ditzelfde geldt voor hun ruzies, waarin hun karakters zichtbaarder naar voren komen.

If the Sun Explodes

Dolende mannen
Een treffend hedendaags beeld is dat van Philippe, een romanticus, idealist die overal een mening over lijkt te hebben, maar zelf nauwelijks met beide benen op de grond staat. Diep in zijn hart is hij de egoïst, het verwende, grenzeloze kind, dat zijn doel moet en zal vervullen. Wat de behoeften van Yara zijn doet er niet zo toe. Zo blijkt wel in zijn zoektocht naar zijn totemdier, de eland, die in een sjamanistische sessie hem ooit eens toegezegd is. Wanneer Yara zich bezeert houdt hij stug vol op zoek naar zijn eland, haar achterlatend in een vreemd bos.

In de uiteindelijke ontmoeting met zijn totemdier blijkt dat hij het niet kan temmen. Het wilde, driftmatige is voor hem teveel. De dolende, zoekende jongen die hij is heeft vooral houvast nodig, wat hij bij zijn fraaie hertje vindt. Jammer echter voor hem weet hertje duidelijker wat ze wil en gaat de confrontaties dan ook aan. Dit levert enkele, ongetwijfeld herkenbare, ruzies op, die gesmoord worden in zwijgen en valse beloftes.

Hoofdstedelijks
De dialogen zijn merendeels geïmproviseerd op locatie. Dit geeft een prettige naturelle sfeer aan de film, die zo vaak gemist wordt in vele andere producties van Nederlandse bodem. De personages zijn dicht op de huid geschoten, zodat we als kijker ín hun zoektocht zitten en er lastig afstand van kunnen nemen. Dit zal voor vele twintigers een gevoel van herkenning geven en een gemak mee te leven, mee te voelen, mee te bewegen met de dilemma’s en keuzes van de personages.

If the Sun Explodes

Voor de iets ouderen kan het idealisme en het zoekende niet alleen als naïef, maar ook als futiel aandoen en daarmee een zekere irritatie opwekken. Daarbij heeft de film, ondanks dat deze zich in de Litouwse bossen afspeelt, iets ontegenzeggelijks hoofdstedelijks. De dromen van Yara, kinderen, trouwen, bakfiets, klinken als de ongeschreven regels van de grote stad, waaraan je hebt te voldoen om mee te tellen. Tot zover haar idealisme. Philippe weet het allemaal zo net nog niet, gaat er maar in mee, zoals te verwachten binnen zijn stereotype.

Zo weet de film zijn thematiek onderhoudend te brengen, maar vergeet indruk te maken. Een doordeweeks verhaaltje, gevlucht uit zomaar een romannetje, zuchtend naar avontuur, maar spelend op safe. Wellicht zucht de Nederlandse film nog wel het meest om uit de benauwde grachten van Amsterdam te vluchten en te onderzoeken wat er werkelijk onder de huid leeft.
 

20 februari 2017

 

Lees hier ons interview met regisseur Hanna van Niekerk.


MEER RECENSIES

Brimstone

****

recensie Brimstone

Gereformeerde spaghettiwestern

door Alfred Bos

In de eerste western van Nederlandse makelij spreekt een internationale cast Engels met een Nederlands accent. Dat is opzet: Brimstone gaat over Nederlandse kolonisten in de Nieuwe Wereld. En godsdienstwaanzin.

Aan het genre van de western hebben Nederlandse cineasten zich nauwelijks gewaagd. Het is meer dan een halve eeuw geleden dat Rudi Falkenhagen als Tim Tatoe op de zwart-witte tv-schermen van toen met zijn pistool zwaaide. Die kort lopende serie (één seizoen, acht afleveringen) was een western voor het hele gezin. Als familievermaak kun je Brimstone van Martin Koolhoven – volgens het filmaffiche Koolhoven’s Brimstone – onmogelijk typeren. Het geweld is extreem, de psychopathie eveneens.

Brimstone

Brimstone is een verhaal over Nederlandse kolonisten in de Nieuwe Wereld. Het is vooral een film over obsessie en weerbaarheid. Een stomme vrouw (sterke rol van Dakota Fanning) wordt belaagd door een sinistere predikant (dito Guy Pearce). Hoe de vrouw haar tong verloor en waarom de dominee zo van haar bezeten is, wordt niet-lineair verteld in de twee-en-een-half uur durende film die is opgedeeld in vier afzonderlijke, naar Bijbelboeken vernoemde segmenten.

Niet alleen toon, thema en vorm verraden ambitie, dat doet ook de internationale rolbezetting, met prominente bijrollen voor Carice van Houten, de Zwitserse actrice Carla Juri en Games of Thrones-ster Kit Harington. De 14-jarige Emilia Jones speelt de jeugdige versie van Fannings personage.

Inspiratiebronnen
Het filmtijdschrift Schokkend Nieuws vroeg Koolhoven welke films hem voor Brimstone, de eerste Nederlandse speelfilm die zich een western mag noemen, hebben geïnspireerd. De regisseur, cinefiel pur sang, verduidelijkte zijn keuze mondeling voorafgaand aan de voorpremière in EYE.

De troop van de stomme hoofdpersoon heeft Brimstone gemeen met Il Grande Silenzio (1968) van Sergio Corbucci, de man van Django en na Sergio Leone de meest prominente regisseur van spaghettiwesterns, een genre dat Koolhoven na aan het hart ligt. Il Grande Silenzio is overigens ook een western die zich voornamelijk afspeelt in de sneeuw, zoals het slothoofdstuk van Brimstone. De obsessieve western-fan noemt daar Das Finsterne Tal (wraakwestern in de Alpen van de Oostenrijker Andreas Prochaska) direct achteraan.

De verteltruc die in de voice-over zit verstopt, ontleende Koolhoven aan The Road Warrior, de tweede Mad Max-film (1981) van George Miller. De belaagde (anti)heldin heeft parallellen met Brian de Palma’s Carrie (1976) en de seksbeluste pathologische belager die zich aan het gezin opdringt kennen we reeds van Martin Scorsese’s Cape Fear (1991, met Robert de Niro), overigens een remake van het origineel uit 1962 met Robert Mitchum.

Existentiële terreur
Robert Mitchum speelt tevens de duistere dominee in The Night of the Hunter (1955), de belangrijkste inspiratiebron voor Brimstone, zo bevestigde Koolhoven tijdens de voorpremière. Het is een van zijn favoriete films. Dat is ook Once Upon a Time in the West, waarin de vrouwelijke hoofdpersoon eenzelfde ontwikkeling doormaakt als de heldin van Brimstone: hoer, weduwe, zakenvrouw.

Brimstone

Al deze filmtrivia worden uitgerold om iets over Brimstone te vertellen zonder al te veel te verklappen, want het is tevens een thriller die stukje bij beetje de intrige onthult. De verteltechniek is afwijkend, maar functioneel; de klap van de ontknoping komt des te harder aan, helemaal omdat hij aansluit om de ronduit verbluffende proloog. Die is van een serene schoonheid en tevens brute wreedheid die de kijker op scherp zet voor 150 minuten van inktzwarte existentiële terreur. Je kunt de film ook verkopen als horror.

Calvinistische western
Brimstone
toont de wereld van politiek filosoof Thomas Hobbes, waarin de mens de mens tot wolf is. Het tweede deel, Exodus, speelt zich af in het bordeel Frank’s Inferno. Mannen zijn alleen belust op geld en seks, vrouwen worden genadeloos geëxploiteerd en beestachtig behandeld; het geweld neemt groteske vormen aan. Deel drie, Genesis, verduidelijkt de onderlinge relatie van de belangrijkste personages. Het is het moment waarop Carice van Houten schittert en Kit Harington in een sterke scène excessief geweld een kolderieke kwaliteit meegeeft.

De weinig opbeurende kijk op de menselijke natuur heeft Brimstone gemeen met de films van Paul Verhoeven. Het stompzinnige geweld, zowel fysiek als geestelijk, is zo hardvochtig, zo dwangmatig dat het de schijn krijgt van Koolhovens persoonlijke afrekening met een gereformeerde jeugd. En zo past Brimstone naadloos in dat eenentwintigste-eeuwse, typisch Noord-Europese subgenre van de calvinistische western, zie het Deense The Salvation. Wie donder zaait, zal bliksem oogsten.
 

10 januari 2017

Het grote Martin Koolhoven interview, deel 1

 
MEER RECENSIES

Waterboys

****

recensie Waterboys 

Liefde voor muziek in Nederlands jasje

door Wim Meijer

De liefde voor muziek kan mooie vormen aannemen, zo bewijst Robert Jan Westdijk met Waterboys. De nummers van zijn favoriete band dienen als basis voor een fijne tragikomische Nederlandse film.

Regisseur Robert Jan Westdijk (Zusje, Phileine zegt sorry) vertelt tijdens de persvoorstelling met aanstekelijk enthousiasme over zijn nieuwste project. Zes jaar geleden maakte hij zijn laatste film en de pers is massaal uitgerukt om Waterboys te zien. De zaal is afgeladen, tot grote vreugde van de regisseur. Westdijk blijkt enorm fan van de Iers-Britse band The Waterboys. Hij zocht twee jaar geleden de leadzanger Mike Scott op en pitchte zijn concept: een Nederlandse film met een prominente rol voor Scotts band. Scott stemde in.

Waterboys

Papa is een lul
De telefoon rinkelt. Er is niemand thuis. Middels antwoordapparaatberichten maken we kennis met Victor (Leopold Witte). De beelden zijn nog zwart, met slechts introducerende teksten. Niet veel later loopt Victor de voordeur door in het eerste shot. Na een nachtelijke escapade, zo leren we al snel. Het was niet de eerste en voor zijn vrouw Elsbeth is het de druppel. Ze heeft hem die nacht verlaten. Niet lang daarna treft hun zoon Zacharia (Tim Linde) hetzelfde lot – uitzetting door zijn vriendin.

Papa is een lul, zijn zoon een watje. Victor, een crimeschrijver van een Baantjer-achtige serie, heeft net het zeventiende deel af. Victor is als Vledder en valt in de smaak bij de vrouwen. Hij maakt er dankbaar misbruik van. Zien we Zach, dan had de appel niet verder van de boom kunnen vallen. Biologen zouden hem determineren tot de ongewervelde dieren. De ruggengraat ontbreekt. Deze cello spelende brave borst is hard toe aan assertiviteitstraining.

Het melodramatische Waterboys is deels roadmovie, deels familiedrama. Vader en zoon reizen af naar Edinburgh vanwege de vertaling van Victors laatste werk. Op de ferry vloeit de drank rijkelijk. Vanaf het dek zien we het kustgebied rondom het weinig aantrekkelijke Hull. Melancholische celloklanken vervoeren de kijker over het water. Het is alsof je zelf op het enorme schip zit. De camera tuurt naar de horizon, naar de kust, dan weer naar het spoor van bubbels dat de rotoren achterlaten in het water. De cinematografie is droogjes, met weinig opsmuk. De beelden van director of photography Alex Wuijts vervullen hun doel – het grillige Schotland op gepaste wijze introducerend.

Waterboys

The Trip
In Edinburgh aangekomen doet de film denken aan The Trip. Twee mannen reizen door Engeland terwijl ze elkaar nauwelijks (meer) kennen, waardoor grappige, ongemakkelijke scènes ontstaan. Victor en Steve Coogan verschillen bijzonder weinig. Romances met PR-dames en hotelbedienden blijken onvermijdelijk, evenals clashes in hotelkamers en verplichte nummertjes met de lokale pers. Net als bij Rob Brydon en Steve Coogan, staat de relatie tussen Victor en Zach centraal. De twee tegenpolen vinden toenadering tot elkaar, al mag het even duren.

De climax van de film is het Waterboys-concert in Edinburgh – hoe kan het ook anders – waarin alles samen komt. Het nummer Don’t Bang The Drums is prachtig verfilmd met groenblauwe tinten. Voor Victor en zijn vrouw hebben The Waterboys speciale waarde, want tijdens de regen, onder een poncho, zou Zach zijn verwekt. Tijdens het concert herhaalt de geschiedenis zich en komen oude emoties bovendrijven. Het zijn deze scènes waarin Westdijks passie voor film en muziek harmonieus samensmelten.
 

26 november 2016

 
MEER RECENSIES

Echte Vermeer, Een

****

recensie Een echte Vermeer

Onderbreking van de kunst 

door Ralph Evers

Een echte Vermeer is geïnspireerd op het leven van meestervervalser Han van Meegeren. Vrijwel alles wat hij deed was doordrenkt van list en bedrog, behalve zijn liefde voor de vrouw van kunstkenner en nemesis Bredius.

De geschiedenis van het schildertalent Han van Meegeren spreekt tot de verbeelding. Een temperamentvol en chaotisch man, die moeite had de alcohol te laten staan. Een schilder die geïnspireerd door de oude meesters, experimenteerde om de craquelure (hetgeen je op oude schilderijen ziet doordat de tijd op de olieverf ingewerkt heeft) na te bootsen. Een talentvolle schilder, die snakte naar erkenning. Nergens haalde hij de door hem gewenste perfectie.

Een echte Vermeer

Muze
Ondertussen wordt Picasso wel op waarde geschat. Een gruwel! Totdat Han van Meegeren (Jeroen Spitzenberger) de beeldschone Jólanka (Lize Feryn) leert kennen. Zij moet zijn muze worden. Zijn relatie loopt erdoor op de klippen, wanneer hij betoverd in het theater zijn muze aanschouwt. De chemie tussen de geliefden vindt haar hoogtepunt in het portret dat Van Meegeren van haar maakt. Helaas blijkt Jólanka getrouwd met de bekende kunstcriticus (en nemesis van Van Meegeren) Abraham Bredius (Porgy Franssen). Die ziet de romantische avances van Van Meegeren niet zo zitten en vernedert hem publiekelijk. De gekrenkte Van Meegeren heeft iets nodig om zich te herpakken. Wanneer het hem lukt de craquelure na te maken heeft hij een kans om de critici, die hem vernederd hebben, op geraffineerde manier voor schut te zetten.

De film is echter meer dan alleen een wraakverhaal. Er is bewust voor fictie en niet voor een biopic gekozen. Dat blijkt al uit de flashbacks en -forwards. Er zitten wel waargebeurde elementen in, zoals het oplichten van de nazitop, door te doen alsof die echte Van Meegeren een echte Vermeer is – hetgeen hem overigens flink in de nesten werkt, vanwege een vermeend landverraad. Toch focust de film naast de fictie vooral op het getroebleerde personage Van Meegeren. Een fraai shot daarin is, wanneer we van Meegeren in Italië aantreffen en het kader scheef gehouden wordt, terwijl het langzaam inzoomt op het gezicht. De rechtlijnigheid, de rationaliteit is ten onder gegaan in de smart, de hartstocht en de alcohol.

De prijs van schoonheid
Een echte Vermeer gaat over de prijs van schoonheid en het verlangen naar eeuwigheid. Juist schoonheid is zo gevoelig voor de tand des tijds. Waarin wordt de meester zichtbaar? De oude meesters die wij nu kunnen aanschouwen in musea zijn allen ‘bekrast’ door de nagels van Kronos, hetgeen we als mooie, extra dimensie zijn gaan waarderen. Juist doordat het oude schilderijen zijn waarderen we het wellicht meer.

Een echte Vermeer

Een film over een kunstenaar ontkomt niet aan het denken over kunst. Niet alleen in de film, maar ook er buiten, hetgeen blijkt uit de goed verzorgde productie waarbij de liefde voor het project er afdruipt. De knappe cinematografie heeft veel oog voor detail en weet met de juiste filters de bij de scène passende sfeer te tekenen. De filmmuziek van componist André Dziezuk is een fijne vermenging tussen stemmige muziek met strijkinstrumenten en met een zwoele saxofoon gedomineerde jazzklanken. Het spel tussen de karakters kent een goede chemie; schelmenromantiek, met verve gespeeld door de cast. De kritiek op de film is dat hij net iets te braaf blijft gegeven de omstandigheden. Iets rauwer had de juiste toon binnen het verhaal gezet.

En hoe zit dat eigenlijk met het oplichten van de nazi’s? De parallel die te trekken is met de nazi’s en Van Meegeren is hun beider afkeer van moderne kunst, zie de beschimping van Picasso. De echte Van Meegeren zou zelfs nog een persoonlijke brief aan Hitler hebben gestuurd, vanwege hun overeenkomstige visie op kunst. Toch kiest in het proces Van Meegeren liever de straf van een zwendelaar dan de dood als landverrader. Zo leren we naast de romancier ook de laffe enkeling kennen, die na al zijn bravoure opnieuw tot eenzaamheid veroordeeld wordt. Een tragisch lot in een mooie lijst.
 

29 oktober 2016

 

Interview met regisseur Rudolf van den Berg.

 

 
MEER RECENSIES

Windmill Massacre, The

***

recensie The Windmill Massacre

Horror in Holland

door Wim Meijer

Een groep toeristen strandt in de polder. In de wijde omtrek staat niets, behalve een ongure molen en een klein huisje. En verdomd, blijkt daar net een moordlustige molenaar rond te sluipen. Langzaam zuivert de beste man de polder van toerisme.

De nederhorror The Windmill Massacre (The Tulip Massacre kon waarschijnlijk écht niet) overspoelt de kijker met typisch Nederlandse taferelen: grachten in Amsterdam, de Wallen en uitgestrekte weilanden met slootjes en molens. In die setting plaatst de film een atypisch ensemble personages. Neem Jennifer (Charlotte Beaumont), een Australische au-pair met een duister verleden. Of Jackson (Ben Batt), een militair wiens bezoek aan de wallen dramatisch verloopt. Verder zien we de gestreste zakenman Douglas (Patrick Baladi), die geeneens tijd heeft voor een selfie met zijn zoon Curt (Adam Thomas Wright). Een spirituele Japanner Takashi (Tanroh Ishida), Frans fotomodel Ruby (Fiona Hampton) en de Britse dokter Nicholas (Noah Taylor) completeren het gezelschap.

The Windmill Massacre

Bonte verzameling
De bonte verzameling karakters maakt een busreisje. Buschauffeur Abe (Bart Klever) brengt het genootschap naar de o zo Nederlandse polders. De bus van Happy Holland Tours meandert door de weilanden, gefilmd met mooie helikoptershots. (Of droneshots wellicht tegenwoordig?) Dan krijgt de bus pech. Bereik is er niet, in het niemandsland. De nacht zet in, dus zoekt het gezelschap onderdak in een huisje vlakbij een sinister uitziende molen.

Deze blijkt het onderkomen van molenaar Hendrik. De beste man sloot honderden jaren geleden een pact met de duivel en fungeert dezer dagen als IJzeren Hendrik. Nietsvermoedende toeristen laat hij boeten voor hun zonden, een zondeconcept dat ook Saw bijvoorbeeld hanteert. Met zeis en klompen (jawel!) maakt hij menigeen een kopje kleiner, totdat slechts een enkeling het verhaal kan navertellen.

Poldermodel
Regisseur Nick Jongerius besteedt tijd aan de ontwikkeling van zijn personages en met name Charlotte Beaumont laat haar waarde zien. Ze speelt veel beter dan je zou verwachten in een lowbudgetproductie. De focus op de cast gaat echter wel ten koste van de hoeveelheid goorheid en moorden die we te zien krijgen.

The Windmill Massacre

The Windmill Massacre is geen lompe slasher geworden, dankzij de keuze om ook plot en personages aandacht te geven, hetgeen wellicht wat hardcore horrorfanaten niet kan bekoren. Een typisch Hollandse keuze eigenlijk. Het poldermodel in filmvorm.

De moorden variëren van ronduit origineel tot vrij knullig. De film is low budget en dat is met name te zien in de special effects. De eerste moord is heerlijk verfilmd en komt uit onverwachtse hoek. Ook de finale mag er wezen. Tussen start en slot moet The Windmill Massacre het vooral hebben van meer dan degelijk acteerwerk, veel grappige scènes (Takashi die ‘Het zal wel niets zijn’ zegt, nadat er al drie man zijn vermoord en een vierde is verdwenen) en een sporadisch schrikeffect. Dat het verhaal zich afspeelt in de polder is verfrissend. Het is weer eens wat anders dan een verlaten huis. Sterk camerawerk geeft de kijker in de open velden een claustrofobisch gevoel, geholpen door een aanzwengelende soundtrack. The Windmill Massacre is vooral vermakelijk, maar nooit echt goed.
 

24 oktober 2016

 
MEER RECENSIES

NFF 2016

Nederlands Film Festival 2016

door Ralph Evers

Een eerste indruk van het NFF 2016 is dat de oorlog ruim aan bod komt. Dit keer ook de donkere kanten, zoals in Riphagen waar de psychopaat Andries Riphagen en diens kunst hoe anderen te bespelen centraal staat. Een echte Vermeer hoe de meestervervalser Han van Meegeren de nazi’s voor miljoenen tilde en zich ook vertilde. De One Night Stands die aanvankelijk probeerden wat luchtiger te zijn dan vorig jaar. Een slechte keus, zoals zal blijken. Gelukkig herpakt men zich snel.

Riphagen

Met Riphagen gaat er een serieuze Nederlandse productie in première op het NFF 2016. Interessant dat er een oorlogsfilm is gemaakt waarin niet een held, maar juist een foute Nederlander centraal staat. En die wordt met verve en overtuiging neergezet door Jeroen van Koningsbrugge. Zoals Van Koningsbrugge eerder in Schone handen liet zien, liggen psychopaten hem wel. Zeker wanneer hij in zijn moerstaal, Amsterdams, los mag gaan. Daarmee contrasteert hij enorm met de hinderlijk Algemeen Beschaafd Nederlands sprekende tegenspelers. Zo komt Riphagen wel heel erg in de picture te staan. Evenals die paar andere Amsterdams sprekende rollen.

Los van het formulewerk waar de film schatplichtig aan is, maakt dat onnatuurlijke taalgebruik meer kapot dan je lief is. Daar gaat de muziek uit die tijd, wat op zich een leuk detail is, je als kijker niet verder in helpen. De karakterontwikkeling blijft bij die andere spelers achter, mede door dat onechte Nederlands. Enfin, de film kabbelt ruim twee uur door en doet vermoeden dat de makers zich ingelezen hebben in de geschiedenis van Andries Riphagen (wat een toepasselijke bad-ass achternaam overigens). Ten slotte bevat de film een ongemakkelijke slotakkoord.

Een echte Vermeer

Met Een echte Vermeer heeft Rudolf van den Berg een zeer goed verzorgde film gemaakt naar het verhaal van de meestervervalser Han van Meegeren. Een film over een kunstenaar dient natuurlijk vooral het oog te strelen en daarin is Van den Berg erg goed geslaagd. Het is fijn na een dag vol films die zich in Amsterdam afspelen, om eventjes naar misschien wel de mooiste stad van Nederland af te reizen, Delft. Een echte Vermeer is sfeervol en met passie gemaakt, gesproken in goed Nederlands en ondersteund door prachtige muziek, met heerlijke jazztonen. Een oogstrelende femme fatale maakt met de goede chemie tussen haar en Jeroen Spitzenbergen de film af. (Een lange recensie en een interview met de regisseur volgen.)

One night stands: tegenvallend
De eerste twee One Night Stands (van producent Viking Films) op zondag vielen vooral op doordat ze ronduit tegenvielen. Planet Beauty kent een pijnlijk slecht script en een spanningsboog die uitblinkt in afwezigheid. Sigrid ten Napel, die de film mag dragen, heeft iets zeurderigs over haar karakter. Ze doet net teveel haar best zich in haar rol in te leven, waardoor ze flink op je zenuwen gaat werken. Daarnaast weet Planet Beauty evenals Riphagen uit te blinken in houterige, onnatuurlijke dialogen in dat perfecte Nederlands, dat je nooit waar ook in het land hoort. Inhoudelijk nauwelijks bijzonder valt de film nog wel op qua kleurgebruik, waarbij een associatie naar Pepperminta van Pipilotti Rist opkwam. Pepperminta werkt juist vanwege het consequent doorgevoerde volstrekt absurde script, terwijl Planet Beauty toch ergens een komedie probeert te zijn.

Messias

Ook Messias, van Rob Lücker, viel op door een kinderachtig script. De katholieke kerk moest maar weer eens op de hak genomen worden. De terugkeer van de vermeende Messias helpt een in verval geraakt bisdom om opnieuw in aanzien te komen bij het Vaticaan. Ondertussen is een islamitische koperpoetser, in dienst van het bisdom, plots de belangrijkste man, als vertaler. Geheel in de Hollandse geest valt uit zo’n meevaller voordeel te halen. Toch niet altijd met het vooraf gewenste resultaat. Ondanks de best aardige cast en qua art direction goed verzorgde film, helpt het kinderachtige script elke kans op een positieve waardering om zeep. Het schokkende aan Messias is niet zozeer het op de hak nemen van de katholieke kerk, maar meer het gebrek aan inspiratie om tot een goede komedie te komen.

One night stands: meevallend
Het tweede blok One Night Stands (van producent PRPL) is van een heel andere snit. Cas blinkt uit in de kracht van de lichaamstaal. Het niet gezegde vertelt in deze film een eigen verhaal naast wat er wel gezegd wordt. Een homostel, Sjors en Pepijn, krijgt er een tijdelijke gast bij: Cas. Sjors ontmoette hem via grindr (u weet wellicht wel, die homo-ontmoetingsapp waar tinder van afgeleid is). Hoewel aanvankelijk alles koek en ei lijkt, komen er gaandeweg scheurtjes in de relatie tussen Sjors, Pepijn en Cas. Subtiel overgebracht, waarbij de lezer van lichaamstaal alvast een voorsprong kan nemen op wat er staat te gebeuren. Waar de films in het eerste blok hun best deden om luchtig en vooral grappig te zijn, is Cas ondanks haar keuze voor klein drama, juist daardoor ook grappig. Niet in de laatste plaats doordat de situaties zo herkenbaar zijn en, goddank, het taalgebruik natuurlijk aanvoelt. Er wordt zelfs een beetje gespeeld met dat houterige film-Nederlands, door Pepijn op een gegeven moment te laten zeggen dat Sjors een ‘kutlul’ is. Aangenaam aan Cas is dat de bekende stereotypen van het heterostelletje vervangen worden door een homostel. Inclusief seksscènes, zonder dat het om de seks draait. Zonder dat die seks wat ongemakkelijk is, zoals zo vaak, of net te kuis. In de beperking schuilt de meester, zei Schopenhauer eens en Cas weet juist zo te overtuigen in haar kleine verhaal met een uitstekend oog voor detail.

Hoe Het Zo Kwam Dat de Ramenlapper Hoogtevrees Kreeg

Ook de tweede film van het tweede blok, Hoe Het Zo Kwam Dat de Ramenlapper Hoogtevrees Kreeg, is een fijne film. Een romantische komedie zich afspelend in de marathonbuurt in Amsterdam Zuid, waar we ramenlapper Alfred leren kennen, die zonder dat hij het weet Cupido’s gaven heeft. Na 44 jaar trouwe dienst als ramenlapper en koppelaar wordt het tijd zijn pijlen eens op zichzelf te richten. De film doet door het gebruik van filters, muziek en voice-over in de verte denken aan de liefelijke films van Jean-Pierre Jeunet. Ramenlapper werkt vooral omdat de verhaallijn goed uitgewerkt is. Een romantisch sprookje volgens het boekje. Eigenlijk weinig origineel, maar regisseur Eva Zanen koos met haar ramenlapper dan ook niet voor de originaliteit, wel voor een hartverwarmend, goed verteld verhaal. Daarin is ze dan ook uitstekend geslaagd.
 

26 september 2016

 
MEER FILMFESTIVALS

Bodkin Ras

***

recensie Bodkin Ras

Vreemdeling in de Schotse Hooglanden

door Suzan Groothuis

De komst van een jonge vreemdeling in het Schotse plaatsje Forres roept vragen op. Wie is hij en waarom is hij naar Forres gekomen? De inwoners van het stadje ontvangen hem met gemengde gevoelens, want dat Bodkin iets met zich meedraagt moge duidelijk zijn. Met een mix van fictie en documentaire worden we in de schemerige wereld van een voortvluchtige getrokken.

De openingsscène toont een jonge man die zich een weg baant door de Schotse Hooglanden. Een donkere, gejaagde blik in zijn ogen. Zijn tocht gaat gepaard met een duister gedicht over innerlijke angst en onrust. “Hell is here. It’s in your torment, your misery, your suffering and pain. Yes, it’s a place of extreme anguish that can make you go insane”.

Bodkin Ras

Een donkere introductie met Bodkin Ras, de fictieve hoofdpersoon van de gelijknamige film, en tevens de enige echte acteur. Als hij aankomt in het pittoreske plaatsje wordt hij met gemengde gevoelens ontvangen. Niet geheel onterecht, want deze introverte vreemdeling heeft iets mysterieus en duisters over zich.

Gedeeld leed
Ondertussen maakt de kijker kennis met de inwoners van het plaatsje. Zoals een oude man die midden op straat een oude Schotse traditional zingt. Alleen raakt hij steevast zijn tekst kwijt. En ontmoeten we Eddie, een alcoholist die zo’n beetje alles wat hem dierbaar was in het leven is verloren. Niet verwonderlijk dat juist hij zich ontfermt over de mysterieuze Bodkin.

Opvallend genoeg dragen de meeste inwoners, die zichzelf spelen, leed met zich mee. Ze komen samen in café Eagle, een plek die bekend staat om zijn “negativity and ill will”, maar waar niemand een masker hoeft op te houden. In Eagle kan je jezelf zijn en ben je er voor elkaar. Zo ook Bodkin, die hier niet met argusogen wordt aangekeken. Wel vragen de inwoners zich verwonderd af wat de reden is van zijn komst en waarom hij op de vlucht is. Want Bodkin kan niet meer terug naar huis.

Hybride van documentaire en fictie
Bodkin Ras, het speelfilmdebuut van de Nederlandse filmmaker Kaweh Modiri, is met zijn mengeling van fictie en documentaire gefragmenteerd van opzet. Beelden van Bodkin die zich een plek probeert toe te eigenen in het stadje wisselen zich af met inwoners met overpeinzingen over hun moeilijke leven en de komst van de mysterieuze vreemdeling. Ondertussen zien we Bodkin bellen met ene Sean, die niet opneemt. Bodkin in het Nederlands: “Ik moet weten wat er gebeurd is man”. Dus toch, er klopt iets niet.

Helemaal nieuw is de hybride van documentaire en fictie niet: in Richard Linklaters Bernie zien we ook een vermenging van acteurs en inwoners die over de charmante begrafenisondernemer vertellen en tevens zichzelf spelen in bepaalde scènes. Maar waar Jack Black als Bernie de gave had om mensen aan zich te binden, blijft Bodkin op afstand. Ondanks Eddie die hem aan werk helpt en ondanks de mooie Lily die wel iets in hem ziet.

Bodkin Ras

Sociaal experiment
Je zou Bodkin Ras een sociaal experiment kunnen noemen. Wat gebeurt er als een vreemdeling, die duidelijk iets op zijn kerfstok heeft, een kleine gemeenschap binnentreedt om weer een nieuwe start te maken? Het roept een vergelijking op met Lars von Triers Dogville, waarin een vrouw op de vlucht wordt opgenomen in een vergeten stadje. Forres, hoog in het Schotse noorden, is ook zo’n uithoek.

Het observerende karakter van de film krijgt een gekunstelde wending wanneer duidelijk wordt wat Bodkin dreef om naar Forres te komen. In een geforceerde scène komen zijn demonen aan het licht, waarna het thriller-element de overhand krijgt. De film werkt toe naar een gezocht einde, waarbij de kijker nog wat nodeloos geweld krijgt voorgeschoteld- de belichaming van Bodkins onmacht en woede. Ondanks dat zijn er bemoedigende woorden van een van de inwoners: “I don’t believe in total negativity of any human being. I believe that we are governed by good and bad. Not just by bad”. Geef mensen een kans, lijkt de boodschap van de film te zijn, hoewel het personage van Bodkin het tegendeel bewijst.
 

5 september 2016

 
MEER RECENSIES

Ants on a Shrimp

**

recensie Ants on a Shrimp
Topsport in de keuken

door Ralph Evers

Het beste restaurant ter wereld, onder leiding van meesterchef René Redzepi, gaat een avontuur aan in het culinaire Mekka van de wereld: Tokio, Japan. Reden genoeg voor Maurice Dekkers om dit avontuur te verslaan.

Voedsel is hip. Op vele verschillende manieren. Fascinerend voor een land als Nederland, dat vooral bekend staat om zijn calorieën-cultuur en niet zozeer om zijn voedsel-cultuur, zoals Italië, Mexico, Frankrijk, België en Japan. Japan is na Denemarken de nieuwe uitdaging van topchef René Redzepi, die we leerden kennen in Pierre Deschamps film Noma: My Perfect Storm (in Nederland eerder dit jaar in de bioscoop). We zien de eigenzinnige Macedonisch/Deense Redzepi vier keer de prijs van de vijftig beste restaurants ter wereld winnen.

Ants on a Shrimp

Documentairemaker Maurice Dekkers is bekend van het populaire tv-programma Keuringsdienst van Waarde en de tv-serie over kinderarbeid in chocola, Tony and the Chocolate Factory, die leidde tot slaafvrije chocolade, Tony’s Chocolonely. Ants on a Shrimp is zijn eerste film.

Chemische formules
Vorig jaar zagen we de gedrevenheid van een Zeelandse topchef in Sergio Herman: Fucking Perfect. Daarvoor was er aandacht voor fusion cooking in El Bulli en nu staat Redzepi in de belangstelling. Keer op keer eigenzinnige en uitermate gedreven chefkoks, die als topsporters bezig zijn. IJzeren discipline en een toewijding die religieuze trekken kent. Dit geldt eveneens voor het team in de keuken. Zo zien we in Ants on a Shrimp afgetraind personeel in de keuken, met een strak dagritme en soms twintig uur werkend, om dan uitgeput thuis een afhaalpizza te eten. Alsof de filmmaker ook nog gauw even de menselijke kant (of schaduwkant zo je wil) in beeld wil brengen.

Het manco van deze documentaires is dat ze steevast dezelfde formules aflopen. We zien een kok met een idee, meestal een maf idee. We horen over de tegenslag die hij aanvankelijk kreeg (de chefs zijn tot dusver mannen). Soms zijn ze failliet gegaan, vaak zijn ze door collega’s belachelijk gemaakt (een voorbode voor hun latere genialiteit). We zien het doorzettingsvermogen, hetgeen appelleert aan een belangrijke hedendaagse waarde. Dan zien we het falen, de vele gerechten die uitgeprobeerd zouden zijn.

Wilde natuur
Zouden zijn, want zoveel mislukkingen krijgen we nu ook weer niet te zien. We zien wel de schaduwkant van de keuken. In het restaurant ziet u een prachtig opgemaakt bord met gebakken vlees of een glanzende garnaal. In de keuken zien we hoe die schildpadden gemold worden, om uiteindelijk het menu niet te halen. We zien ook hoe een levende garnaal van zijn schaal ontdaan wordt. Alles voor de smaak, de perfectie, maar mensen met een gevoeligheid voor dierenleed slaan die scène liever over.

Ants on a Shrimp

We volgen ook de stress en de enorme druk. Moeten we meeleven met die mensen die hun sociale leven op pauze zetten om deel te nemen in het ‘beste’ restaurant ter wereld? Het is een gegeven dat aan de orde komt, maar niet verdiept wordt. Terwijl dat persoonlijke verhaal (of leed zo u wilt) de verlangde verdieping geeft in dit soort documentaires. Enfin, we vervolgen: de koks in de wilde natuur, proevend aan de mogelijkheden, tot het uiteindelijke succes op de dag van de opening.

Masterchef
Door de afwezigheid van een spanningsopbouw zou de documentaire op smaak gebracht hebben kunnen worden wanneer we de mensen achter die toewijding en genialiteit zouden leren kennen. Wat maakt Redzepi, naast zijn eigenzinnige aanpak, zo’n geniale kok? Wat drijft hem? Uiteraard, we zien de bijzondere smaakcombinaties en de meticuleuze opbouw van het bord, zodat de gerechten er als een lust voor het oog uitzien, maar wie is René? Evenals de andere belangrijke mensen in zijn keuken. Wat maakt koken hun passie? Waar zit hun expertise? Kunnen we als kijker nog iets leren? In korte interviews vertellen ze over zichzelf en elkaar, maar dat overstijgt nauwelijks het niveau van Masterchef.

Er zijn vele wegen te bewandelen in het tonen van topchefs, doch de meeste films kiezen voor een soort heldenverering en de worsteling van de eenling die tegen de stroom inzwemt en uiteindelijk uitblinkt. Alsof je door taai zuurdeegbrood heen moet, alvorens bij de tiramisu uit te mogen komen. Dat kan vast spannender en lekkerder geserveerd worden.
 

27 augustus 2016

 

MEER RECENSIES

Bezness as Usual

****

recensie Bezness as Usual
‘Atini flus’ – geef me geld

door Nanda Aris

Bezness as Usual is de tweede film van Alex Pitstra, een Nederlands-Tunesische filmmaker. Pitstra groeide op in Nederland, maar besloot in 2005, nieuwsgierig geworden naar zijn vader, af te reizen naar Tunesië. We volgen zijn twijfel, enthousiasme en tweestrijd: is hij de verloren zoon of de in 1979 geopende bankrekening in Nederland?

In 2013 maakte Pitstra zijn eerste speelfilm Die Welt, die goed ontvangen werd in zowel Nederland als daarbuiten. De film vertelt over een jonge dvd- verkoper in Tunesië, die net na de Jasmijnrevolutie in 2011, een affaire krijgt met de Nederlandse Anna en droomt van een leven in Europa. Die Welt, zoals zijn vader (gespeeld door Pitstra’s eigen vader, Mohsen Ben Hassen) Europa noemt.

Waar Pitstra het in deze film lastig vond om zichzelf als uitgangspunt te nemen – en besloot het verhaal om te draaien: een westerse blik op het leven dat hij in Tunesië had kunnen leiden – neemt hij in de documentaire Bezness as Usual wel zijn eigen leven onder de loep.

Bezness as Usual

Bezness
Wanneer Pitstra’s moeder scheidt van haar eerste man, voelt ze zich slecht. Op doktersadvies gaat ze op vakantie. In Sousse, Tunesië ontmoet ze Mohsen Ben Hassan, een charmante en lieve bezness, het Tunesische woord voor iemand die geld verdient door Europese toeristes het hof te maken. Ze raken verliefd, trouwen, vertrekken samen naar Nederland, en krijgen daar hun zoon Karim Alexander Ben Hassan.

Het sprookje blijkt geen stand te houden, en Alex wordt door zijn moeder opgevoed in Nederland. De geschiedenis herhaalt zich, en zijn vader krijgt een tweede kind, Jasmin, bij een Zwitserse vrouw. Tegenwoordig woont Ben Hassan met (nieuwe) vrouw en derde kind in Sousse. In Sousse kijkt men niet slecht aan tegen bezness; het is een goede manier van het onderhouden van de familie.

Gigolo
In 1992 maakte Nouri Bouzid de film Bezness, over een Tunesische bezness, en het dubbelleven dat hij leidt. Enerzijds conservatief in zijn eigen relatie en naar familie, aan de andere kant geld verdienend als bezness.

Het is niet alleen een thema dat leeft in Tunesië, maar ook in vele andere Afrikaanse landen. Zo heten bezness in Gambia en Senegal bumsters. Ze verdienen aan (vaak oudere) Europese vrouwen door hen het hof te maken. De Oostenrijker Ulrich Seidl maakte in 2012 het omstreden Paradies: Liebe dat gaat over de vijftigjarige Teresa, die in Kenia liefde en aandacht koopt bij jongere mannen.

Bezness as Usual

Kinderen in Europa
In Bezness as Usual haalt Alex Jasmin over om naar Tunesië te komen en de familie te ontmoeten. Jasmin is kritisch, Alex minder. Maar gaandeweg de film begint Alex meer te twijfelen. Zijn ze wel de happy family  die ze spelen? Of zien zij hem en zijn halfzusje vooral als geldkraan?

Jasmin benadrukt dat in Zwitserland iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen toekomst, en je dus niet je hand op kunt ophouden bij familie. Ben Hassan snapt deze schaamte niet. En Alex vindt het lastig; hij wil beide culturen begrijpen, en blijft stilletjes af en toe wat geld sturen naar Tunesië.

Archief
De vele beelden die Pitstra heeft van zijn jeugd, latere jaren, eerste jaren dat hij op bezoek ging in Tunesië en natuurlijk van recentere bezoeken zijn indrukwekkend, en goed gemonteerd. We begrijpen hoe zijn leven zich tot dan toe afgespeeld heeft en snappen de tweestrijd tussen twee culturen.

Een minpuntje is het feit dat we niet weten hoe het met Jasmin afloopt. Ze verlaat Tunesië zonder afscheid te nemen, en ook voor de kijker is dat het laatste teken van Jasmin. De cadeautjes die de familie gekocht heeft moet Alex meenemen.

 

18 april 2016

 

MEER RECENSIES