Best of IDFA on Tour 2015/2016

****

recensie Best of IDFA on Tour 2015/2016
Rappers, sheriffs en vluchtelingen

door George Vermij

Best of IDFA on Tour 2015/2016 biedt een selectie van vier goed ontvangen documentaires die draaiden tijdens het festival vorig jaar. De keuze bestaat uit een pakkend portret van een Afghaans tienermeisje dat rapper wil worden, droge registraties van een Oekraïens dorp dichtbij de Krim, een blik op het lot van vluchtelingen in Denemarken en een korte film over de beleving van een Nederlands pubermeisje.

Sonita is een mooi portret van een gelijknamig meisje dat als Afghaanse vluchteling in Iran verblijft. Haar droom is om muziek te maken net als haar Amerikaanse idolen, Michael Jackson en Rihanna. Sonita maakt echter veel rauwere muziek en schrijft confronterende rapteksten die de ondergeschikte positie van de vrouw als onderwerp hebben. Als tiener die op elk moment uitgehuwelijkt kan worden, weet zij hoe het is om in constante onzekerheid te leven.

Sonita

Sonita – Niet zingen in het openbaar
Gelukkig wordt Sonita goed geholpen door haar Iranese begeleidster die ook nog eens laat zien dat de situatie per islamitisch land erg kan verschillen. In een gesprek met Sonita’s traditionele moeder blijkt er een kloof te zijn tussen gewoontes waarbij haar begeleidster alles probeert te doen om Sonita niet naar Afghanistan te laten gaan. Gaandeweg krijgt Sonita door haar inzet de kans om muziek te maken als rapper. In Iran problematisch omdat vrouwen niet mogen zingen in het openbaar. Haar gedrevenheid en een videoclip zorgen er wel voor dat zij opvalt en door een internationale hulporganisatie de kans krijgt om in de VS naar een speciale muziekschool te gaan.

Rokhsareh Ghaem Maghami’s oprechte documentaire boft met de keuze van haar onderwerp. Sonita inspireert als iemand die haar eigen weg kiest. De kijker wordt daarbij geconfronteerd met de moeilijkheden vanuit haar traditionele gezin, maar ook vanuit een bureaucratie waarvan je als vluchteling tegen wil en dank afhankelijk bent. Maghami maakt op een gegeven moment een moeilijke keuze die ingaat tegen de vermeende objectiviteit van documentairemakers. Je kan haar die keuze echter niet kwalijk nemen als je ziet wat er op het spel staat.

Ukrainian Sheriffs

Ukrainian Sheriffs – Slaperig dorpje bij de Krim
Ukrainian Sheriffs is een lekker droge docu die zich richt op een klein Oekraïens dorpje tegen de Krim aan. Roman Bondarchuk volgt twee sheriffs die de orde moeten bewaren in een slaperig dorpje. Zo wordt de kijker geïntroduceerd met een bont gezelschap van dronkenlappen en kleine criminelen die in het verarmde gehucht de rust verstoren. De sfeer blijft absurd en tragikomisch. De vondst van een lijk wordt droog en zonder opsmuk geregistreerd. Als een vrouwelijke zuipschuit sterft wordt er gesproken over hoe het een grotere begrafenis had kunnen zijn als al haar scharrels iets in hadden gelegd.

Deze op moment lethargische sfeer verandert als de situatie in de Krim verslechtert en het Oekraïens leger zich klaar maakt voor een gewapend conflict. De mannen in het dorp proberen zich echter afzijdig te houden ook al worden ze opgeroepen om te dienen in het leger.

Bondarchuk schetst een mooi beeld van het leven op het Oekraïense platteland waarbij je langzaam in hun leef-ritme wordt gezogen. Op momenten strandt de film wel in zijn eigen richtingloosheid en lamlendigheid.

At home in the World – Actuele vluchtelingenproblematiek
Het actuele thema van de vluchtelingenproblematiek wordt in At home in the World op conventionele maar genuanceerde wijze in beeld gebracht. De docu volgt de kinderen van vluchtelingen terwijl ze moeten acclimatiseren in Denemarken. Hun begeleiders proberen de kinderen zo goed mogelijk op te vangen en hun levens nog zo normaal mogelijk te maken. Ondertussen is er onzekerheid over verblijfsvergunningen en het lot van familieleden.

Ninnoc

De opzet van de film doet denken aan Nicolas Philiberts Être et avoir waarbij de kinderen geobserveerd worden terwijl ze leren en spelen. Hun traumatische achtergrond komt maar deels ter sprake als een kind het met zijn begeleider heeft over nachtmerries of als een vader vertelt over de oorlog in Tsjetsjenië. Andreas Koefnoeds film vormt daarbij een belangrijk en degelijk document om te zien wat voor mensen er in Europa terechtkomen ook al is de conventionele aanpak niet vernieuwend of altijd even pakkend.

Ninnoc – Pubermeisje wordt gepest
De korte film Ninnoc is een eerlijk portret van een pubermeisje dat worstelt met haar positie in de klas. Ninnoc weet daarbij haar gevoelens op heldere wijzen over te brengen als zij het heeft over hoe zij wordt buitengesloten van de populaire clubjes of hoe het is om anders te zijn. Haar observaties zijn vaak ook raak als zij het heeft over de druk om je te conformeren aan de groep en de stigma’s die mensen hun leven lang meedragen als zij gepest worden.

Regisseuse Niki Padidar wisselt Ninnocs woorden af met mooie beelden die de schoonheid van het kind-zijn lijken te benadrukken. Een puurheid die gaandeweg onvermijdelijk wordt aangetast door de realiteit. In zijn eerlijkheid is Ninnoc daarmee een mooi en oprecht tegengeluid.

 

19 januari 2016

 

 

MEER RECENSIES

 

Janis: Little Girl Blue

****

recensie  Janis: Little Girl Blue

Vrije geest op zoek naar liefde

door Alfred Bos

Na meer experimentele filmportretten over Kurt Cobain en Amy Winehouse weet de documentaire Janis: Little Girl Blue, over jaren zestig-zangeres Janis Joplin, met traditionele middelen te overtuigen. Het slaat Howard Alks Janis uit 1974 op psychologie en context.

Janis Joplin rebelleerde haar leven lang tegen het milieu van haar jeugd, maar ze schreef ook trouw brieven aan haar ouders. Daar maakt documentairemaker Amy Berg dankbaar gebruik van in Janis: Little Girl Blue, haar portret van de Texaanse rhythm & blueszangeres, gemaakt voor de reeks American Masters van de publieke omroep in Amerika. De citaten uit brieven aan familie en vrienden, in voice-overs van zangeres Cat Powers, geeft de biografie een persoonlijke, zelfs intieme stem.

Het maakt het verhaal van Janis Joplin nog schrijnender dan het al is. In 1943 geboren als oudste kind van een oerconservatief gezin (vader ingenieur, moeder huisvrouw) was Joplin van jongs af aan onzeker over haar fysieke verschijning. Daarnaast voelde ze zich onbegrepen, niet alleen door haar ouders. Haar vrije geest vond geen weerklank in de conformistische wereld van haar geboorteplaats, de oliehaven Port Arthur, een provinciestadje in Texas, kleiner dan Hilversum. Ze werd een dwarskop met een negatief zelfbeeld, bijna wanhopig op zoek naar acceptatie en liefde.

Janis: Little Girl Blue

Psychedelische revolutie
Die vond ze, na enkele valse starts in Austin en North Beach, Californië, in het embryonale hippiemilieu van San Francisco, waar in 1965 de tegencultuur van beatniks en folkies op het punt stond te ontbotten tot wat een culturele schokgolf bleek te zijn, de psychedelische revolutie. Joplin voelde zich als in vis in het water in die omgeving van artistieke bohemiens, gelijkgestemde zielen die haar persoonlijkheid en talent met open armen ontvingen. Het podium was haar thuis, het applaus zalf voor een afgewezen ziel. Maar ze bleef een gekwetst kind, buiten het toneel had ze constant bevestiging nodig.

Het was te danken aan haar wilskracht dat Big Brother and the Holding Company niet één, maar tweemaal optrad tijdens het Monterey Festival van juni 1967. De band weigerde filmmaker D.A. Pennebaker aanvankelijk toestemming om hun concert vast te leggen. Joplin begreep de monumentale domheid van die beslissing en drukte een herkansing door. Het werd haar doorbraak. Berg toont Pennebakers beelden van haar spraakmakende vertolking van Big Mama Thorntons ‘Ball and Chain’ en de verblufte reactie op het gezicht van Mama Cass. Clive Davis, directeur van platenmaatschappij Columbia (CBS), stond erbij en contracteerde haar ter plekke.

Psychologisch portret
Bergs film heeft ook aandacht voor de muzikale ontwikkeling van Joplin. Eerste inspiratiebron Odetta, grote voorbeeld Otis Redding, het amateurisme van de Holding Company (onthullende beelden uit de opnamestudio), de door manager Albert Grossman (tevens zakelijk begeleider van Bob Dylan) ingegeven beslissing om als soloartiest verder te gaan, Joplins onvermogen om een band te leiden en de artistieke (en commerciële) triomf van het posthuum verschenen solo-album Pearl—het komt allemaal in ruim honderd minuten langs, maar het psychologische portret blijft centraal staan.

Zelfs toen ze, 24 jaar oud inmiddels, een held was in de scene van San Francisco meenden haar ouders haar te kunnen en moeten corrigeren. Dat onbegrip voor de opvattingen van de jonge generatie was typerend voor de jaren zestig, maar in Joplins geval is het extra wrang. Drank en heroïne moesten het gebrek aan liefde compenseren.

Janis: Little Girl Blue

Tragisch ongeluk
Ze kickte af, vond op het strand van Rio de Janeiro een (Amerikaanse) vriend, werkte met vermaard producer Paul Rothchild (The Doors en vele anderen) aan haar eerste solo-album en overleed op 4 oktober 1970 op een hotelkamer in Los Angeles aan een overdosis, of eigenlijk, aan eenzaamheid. Het was een tragisch ongeluk, zoals de film subtiel duidelijk maakt. Wat de film niet vertelt is dat er diezelfde week in LA nog een handvol heroïnedoden vielen, allemaal afnemers van dezelfde dealer.

Berg heeft zo ongeveer alle belangrijke en nog levende personen uit het korte leven van Joplin sprekend voor de camera gekregen. De belangrijkste bijdrage komt van Joplins jongere zus Laura, die de beste Joplin-biografie – Love, Janis uit 2005 – heeft geschreven; er zijn er inmiddels vier. Een andere biograaf, John Byrne Cooke, komt ook aan het woord. Puttend uit het omvangrijke archief van beeldmateriaal over Joplin en voorzien van commentaar door een stoet van muzikanten, voormalige minnaars (zowel vrouw als man, waaronder Dick Cavett) en vrienden uit alle fasen van haar leven weet Janis: Little Girl Blue te raken. Het moet een leuk mens zijn geweest. Ze had beter verdiend.

 

18 januari 2016

 

ALLE RECENSIES

Creed

**

recensie  Creed

Jonge god en ouwe knar

door Cor Oliemeulen

Het plot van deze zevende Rocky-film is niet minder afgezaagd dan dat van zijn meeste voorgangers en de meeste boksscènes zijn even onrealistisch. Gelukkig is daar nog steeds Sylvester Stallone als de onverwoestbare bokslegende.

Een kinderhand is gauw gevuld. De tegenstander van Rocky in de allereerste gelijknamige boksfilm uit 1976, Apollo Creed, blijkt een buitenechtelijke zoon te hebben. Hij heet Adonis Johnson, vernoemd naar zijn surrogaatmoeder (de moeder in The Cosby Show). Adonis wil niet teren op de naam van zijn vader, een ex-wereldkampioen zwaargewicht. Deze jonge god verlaat Los Angeles en gaat in het Rocky-walhalla Philadelphia op zoek naar de legendarische bokser. De vuistvechter, die in Rocky 4 wint van de Russische bokser die Adonis’ vader in de ring doodsloeg, is de ideale kandidaat om hem de fijne kneepjes van het vak bij te brengen. Zoals dat gaat in dit soort sprookjes wil Rocky eerst niet, maar vindt hij exact genoeg redenen om het fysieke en mentale avontuur aan te gaan. En natuurlijk is er een meisje (dat lijkt op de dochter in The Cosby Show) voor de emotionele balans.

Recensie Creed

Eeuwig Rocky
Het meest bijzondere van Creed is de prima ‘eeuwige’ rol van Sylvester Stallone, voor diens doen opvallend aandoenlijk vertolkt, de rest van de film is verwaarloosbaar. De liefhebber die verder kijkt dan deze conventionele opsomming van genreclichés, kan met gemak tientallen betere boksfilms ontdekken.

Er is wat opschudding ontstaan over het feit dat er geen enkele Afro-Amerikaan is genomineerd voor een Oscar in 2016. Zo ontbreekt de hoofdrolspeler van Creed, Michael B. Jordan, op de lijst, terwijl bijrolacteur Sylvester Stallone juist wel is genomineerd.

Hoewel het stemgedrag van het zesduizend koppige gezelschap van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences (volgens een studie uit 2012 was 94% blank en 77% man) op zijn minst een tikkeltje conservatief en soms onvoorspelbaar is te noemen, is de Oscarnominatie van Stallone begrijpelijk, hoewel verzilvering zou grenzen aan waanzin. Het lukt hem op zijn oude dag zowaar twee ‘Oscar winnende speeches’ van een minuut (waarvan eentje met traan) op te lepelen. Sentiment was Hollywood nooit vreemd. Waarom de hoofdrolspeler niet is genomineerd? Aan zijn afgetrainde lijf zal het niet liggen, maar Michael B. Jordan krijgt door het kleffe script niet de kans boven zichzelf uit te stijgen.

Recensies Creed

Aftakelende held
Personages die ziek, zwak en misselijk zijn, hebben bij de Oscars bovendien traditioneel een streepje voor. De eerste vraag is of het trouwe Rocky-publiek wel zit te wachten op een aftakelende held, ondanks het nobele streven van zowel bokser als trainer om een vuist te maken voor het leveren van een bijna onmogelijke strijd binnen en buiten de ring. De slotvraag is of een van de bekendste filmhelden uit de moderne filmgeschiedenis in Creed een definitieve knock-out is toegebracht, of dat hij misschien later zélf nog een buitenechtelijk kind met boksambities blijkt te hebben.

Elke gefabriceerde comeback lijkt mogelijk in deze afgekloven toverformule die Rocky heet, zolang er maar in een behoefte wordt voorzien en de kassa’s blijven rinkelen. Hopelijk laat Michael B. Jordan zich niet verleiden voor een Creed 2, daarvoor is zijn talent als filmacteur te groot. In het biografische drama Fruitvale Station (2013) kan hij een veel grotere emotionele en psychologische reikwijdte etaleren. Overigens dánkzij regisseur Ryan Coogler, die met Creed én Jordan zijn pas tweede speelfilm maakte en veel beter lijkt te passen bij serieuzer drama.

 

17 januari 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Big Short, The

****

recensie The Big Short
Het geheim van de winnaars

door Cor Oliemeulen

De bankencrisis van 2008 kende hoofdzakelijk verliezers. Heel veel verliezers. Maar er waren ook winnaars: enkelingen verdienden miljarden door het voorspellen van het instorten van de Amerikaanse huizenmarkt. Sommigen deden het voor geld en prestige, anderen om hypotheekverstrekkers, overheid en kredietbeoordelaars de oren te wassen.

Hedgefondsmanager Michael Burry (Christian Bale) heeft een glazen oog, het aspergersyndroom, een voorliefde voor heavy metal én een vooruitziende blik. In 2005 koopt hij tientallen verzekeringspolissen tegen het risico dat huiseigenaren in Amerika hun hypotheek niet meer kunnen aflossen. Hij is bang dat ook anderen ontdekken dat de huizenmarkt op instorten staat, maar als hij deals maakt bij investeringsbanken wordt hij keihard achter zijn rug uitgelachen. Burry was één van de weinigen die zich verdiepte in de keerzijde van de hosannastemming, moeite deed om hypotheekcontracten te doorgronden en in een vroeg stadium concludeerde dat de Amerikaanse huizenmarkt op drijfzand was gebouwd. Als jaren later de rook rond de immense crisis is opgetrokken, blijkt Burry tientallen miljarden te hebben verdiend.

The Big Short

Underdogs
Terwijl de financiële thriller Margin Call (2011) met Kevin Spacey het vergrootglas richt op de laatste stuiptrekkingen van een grote investeringsbank en het ontstaan van de mondiale economische crisis, focust The Big Short op het geheim van de winnaars. Naast Michael Burry zijn dat een aalgladde handelaar van de Deutsche Bank (Ryan Gosling), een beheerste gepensioneerde effectenhandelaar (Brad Pitt) die twee onervaren beleggers onder zijn hoede neemt en een wantrouwige kruisvaarder die op het spoor van de financiële luchtbel komt na een verkeerd doorverbonden telefoontje (Steve Carell). Al deze personages zijn uitstekend neergezet als outsiders en underdogs, gebaseerd op bestaande figuren. Het enige minpuntje is dat de kijker geen tijd krijgt om zich werkelijk te identificeren met deze karakters.

Regisseur Andy McKay (vooral bekend van komedies als Anchorman en The Other Guys) zet er dan ook vanaf de eerste minuut behoorlijk de vaart in. Door een voice over en personages direct in de camera te laten spreken, korte monologen van bekende sterren die hun satirische visie op de huizenmarkt geven (Margot Robbie met champagne in bad, Selena Gomez achter de Black Jack-tafel in een casino), alsook snelle montages, korte flashbacks, animaties en humoristische dialogen, doet The Big Short aanvankelijk denken aan de biografische stijl van The Wolf of Wall Street, maar weet McKay een eigen stempel op de wonderlijke geschiedenis te drukken.

The Big Short

Rommelhypotheken
De verfilming van de gelijknamige bestseller van Michael Lewis staat onoverkomelijk bol van bankjargon, echter ook de kijker die nooit te maken heeft gehad met woningbezit hoeft zich slechts te realiseren dat er voorafgaand aan de crisis structureel werd gerommeld met hypotheken. Zoals een beroemde kok het vanuit zijn restaurantkeuken toont: als je rotte vis mengt met een aantal gezonde ingrediënten lijkt het gerecht op je bord nog altijd zeer appetijtelijk. Gesteund door mooie praatjes van banken en adviseurs kwam immers iedereen in aanmerking voor een hypotheek. Zowel de hebzucht van verstrekkers als de naïviteit van ondertekenaars leidden tot een luchtbel die tot aan de hemel reikte.

Het instorten van de Amerikaanse huizenmarkt betekende uiteindelijk een verlies van vijf biljoen dollar aan hypotheekwaarde, obligaties, spaartegoeden en beleggingen. Alleen al in Amerika verloren acht miljoen mensen hun baan en zes miljoen mensen hun huis. De conclusie van The Big Short is dat we nauwelijks van het verleden hebben geleerd, want anno 2016 zou er zomaar weer een nieuwe bankencrisis kunnen ontstaan. Naar aanleiding van de filmrelease zegt de ‘echte’ Michael Burry in New York Magazine: “We zitten weer in hetzelfde schuitje: met gemakkelijk geld groei willen stimuleren.” Een gedachte die treffend wordt ondersteund door de blues van Led Zeppelin tijdens de aftiteling: ‘When the Levee Breaks’.

 

15 januari 2016

 

MEER RECENSIES

 

Botón de nácar, El

****

recensie  El botón de nácar

Het geheugen van water

door George Vermij

Na het schitterende filmessay Nostalgia for the Light uit 2010 komt de Chileense regisseur Patricio Guzmán nu met El botón de nácar. Beide films richten zich in eerste instantie op de onwerkelijke natuur van Guzmáns geboorteland om daarna subtiel in te gaan op het traumatische verleden van Chili.

Dat de geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars is een uitspraak die voor velen klinkt als een cliché. Voor Patricio Guzmán is het echter een lijfspreuk die in zijn films keer op keer wordt benadrukt. Een constante in zijn lange carrière is de pijnlijke en gewelddadige geschiedenis van Chili. Guzmán maakte een actief deel uit van die geschiedenis en documenteerde in zijn indrukwekkende documentaire-epos La Batalla de Chile (1975) hoe Salvador Allende aan de macht kwam en het land probeerde te veranderen.

El botón de nácar

Met zijn crew filmde hij ter plekke de situatie en registreerde hij hoe verschillende bevolkingsgroepen reageerden op Allende’s hervormingen. Hij was er ook bij toen er een einde kwam aan de democratie en het presidentiële paleis gebombardeerd werd door militairen. Guzmán vluchtte het land uit, maar bleef films maken terwijl Pinochet de macht overnam en de mensen die meehielpen aan La Batalla de Chile spoorloos verdwenen.

Allende en Pinochet
Nadat Chili weer democratisch werd, bleef Guzmán films maken over Pinochet en Allende. Hij voelde zich verantwoordelijk om te blijven getuigen en een stem te geven aan diegenen die door de dictatuur waren weggevaagd. Ondanks die achterliggende plicht is Guzmán vanaf Nostalgia for the Light op een andere manier te werk gegaan. Voor die film hanteerde hij de associatieve vorm van de essayfilm waarbij verschillende elementen door gedachten en overpeinzingen aan elkaar worden verbonden.

Deels beïnvloed door de cinema van zijn vriend, de inmiddels overleden Chris Marker, en op momenten vergelijkbaar met de ambitieuze tv-essays die Wim Kayzer voor de VPRO maakte zoals Vertrouwd en o zo vreemd en Nauwgezet en wanhopig. In Nostalgia for the Light ging Guzmán uit van het heelal en zijn jeugdherinneringen over het zien van de immense sterrenhemel en verbond die fascinatie op een pakkende wijze met de geschiedenis.

El botón de nácar

Water en zee
El botón de nácar hanteert een vergelijkbare methode. Het water en de zee vormen de eerste onderwerpen van Guzmáns overpeinzingen die hij in voice-over met de kijker deelt. Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat Chili met zijn eindeloze kust eigenlijk geen band heeft met de zee en oceaan? Historici en dichters komen aan het woord. Vervolgens focust Guzmán zich op een specifieke plek: de onherbergzame, maar ook prachtige natuur van Tierra del Feugo. De film vertelt het verhaal van de inheemse indiaanse bewoners die in kleine bootjes de woeste en ijzige zee trotseerden en de eilanden afvoeren. Mysterieuze en pakkende oude foto’s tonen de stammen die vaak zonder kleding leefden op onvoorstelbaar koude plekken.

Deze indianen die een manier hadden gevonden om te overleven in een onherbergzaam gebied, werden geleidelijk de slachtoffers van de moderne tijd. Ze werden vermoord nadat de gebieden werden verdeeld door grootgrondbezitters. Ziekte en alcoholisme decimeerden de stammen verder, terwijl het gebied in snel tempo werd ontgonnen door de westerse beschaving. Guzmán laat de kleine groep van nazaten aan het woord en vraagt ze om woorden van hun stervende taal uit te spreken. Een manier om hun cultuur nog vast te leggen en levend te houden terwijl die langzaamaan volledig zal vergaan.

Overblijfselen en bewijzen
Natuurlijk komt de dictatuur ook aan bod. Pinochet liet een concentratiekamp bouwen op een afgelegen eiland bij Tierra del Feugo. De lijken van de door martelingen verminkte gevangenen werden door helikopters over de zee vervoerd waarna ze in het water werden gegooid. Guzmán gaat net als in Nostalgia for the Light op zoek naar de restanten van de vermisten. In de onmetelijke weidsheid van de Stille Oceaan lukt het hem om nog kleine sporen te vinden. Het zijn de bescheiden overblijfselen en laatste bewijzen van diegenen die zijn vergeten door de geschiedenis.

El botón de nácar

Guzmáns onophoudelijke drang om te blijven zoeken en getuigen tegenover de grootse onverschilligheid van de natuur en het onvermijdelijke verstrijken van de tijd geeft El botón de nácar zijn kracht. Je weet dat het een onmogelijk project is om de fouten en misdaden van het verleden ongedaan te maken. Uiteindelijk zien wij maar een deel van een groter verhaal dat wij nooit helemaal zullen doorgronden. Maar voor Guzmán biedt film nog op bescheiden manier hoop door te werken als een collectief geheugen.

Door prachtige beelden en woorden is het nog mogelijk om te getuigen over het tragische lot van de verliezers. En je weet dat Guzmán zich ongetwijfeld tot aan zijn dood zal wijden aan het vertellen van al die vergeten verhalen en geschiedenissen om zo dichter bij een soort waarheid te komen. Na het zien van El botón de nácar wens je deze 74-jarige filmmaker nog vele productieve jaren toe zodat hij de kijker kan blijven verrassen met zijn meelevende en aangrijpende visie op de geschiedenis.

11 januari 2016

 

 
ALLE RECENSIES
 

Criminal Activities

**

recensie  Criminal Activities

Smakeloze smoothie

door Cor Oliemeulen

De schrijver van Criminal Activities schijnt al in 1977 te zijn overleden, maar desondanks lijkt dit misdaaddrama op een mislukt afgietsel van Reservoir Dogs. Rara, hoe zit dat?

Ook Pulp Fiction (1994) is al een hele tijd geleden, maar elke keer als John Travolta sindsdien op het affiche verschijnt, ben je benieuwd welk personage hij zal vertolken en hoop je tegen beter weten in op een nieuwe comeback. In Criminal Activities van bijrolacteur Jackie Earle Haley zien we voormalig discodanser Travolta voor de zoveelste keer een gangster spelen: Vincent heet nu Eddie en ditmaal moeten geen Kahuna-burger en Franse frietjes met ketchup, maar een smoothie van gedehydreerd cactuspoeder en een monoloog over de ‘zeven wetten van de economie’ zijn excentriciteit onderstrepen. Het vettige haarstukje en plastisch opgesmukte gezicht nemen we op de koop toe.

Criminal Activities

Kidnap
Met twee lijfwachten annex huurmoordenaars (regisseur Haley zelf speelt de meest spraakzame) in zijn kielzog zet hij vier vrienden voor het blok. Het kwartet heeft gespeculeerd met aandelen en het geleende geld blijkt nu afkomstig van Eddie. Hun schuld kan worden afgelost als ze een crimineel ontvoeren en hem een etmaal vasthouden, zodat Eddie zijn dubbele agenda kan afwerken. Na de nodige aarzelingen – de jongens hebben geen ervaring met geweldplegingen en hoesten nota bene na het inhaleren van een joint – stemmen ze toe.

De kidnapping verloopt allesbehalve soepel en tijdens het volgende etmaal nemen de spanningen uiteraard toe. Zo worstelt de een met een overspelige vriendin en een ander met traumatische jeugdervaringen waarvoor weer een andere vriend verantwoordelijk is, terwijl de derde hongerklop krijgt en de vierde zich door de ontvoerde crimineel laat manipuleren. Later zal blijken waarom sommige kidnappers zich zo debiel gedragen, maar dan heeft Criminal Activities als boeiende, oorspronkelijke en consistente thriller allang gefaald. Of was het de bedoeling dat de film ook grappig moest zijn?

Criminal Activities

Uithoudingsvermogen
Als recensent dien je soms over een goed uithoudingsvermogen te beschikken. Net als in de recente rampenfilm San Andreas (tenenkrommend acteren en bak clichés in aanloop naar de ongetwijfeld spectaculair in beeld gebrachte superaardbeving) zou je tijdens Criminal Activities het liefst na een half uur afhaken. De volhardende kijker wordt deels beloond. Pas in de uitgerekte finale zul je de vele stompzinnige acties van enkele personages begrijpen en hun uitgekookte plannetjes kunnen ontrafelen, althans een serieuze poging hiertoe kunnen doen.

Mengelmoesjes en elixers van hippe, intelligente gangsterfilms in de naam van Quentin Tarantino en Guy Ritchie zijn inmiddels ontelbaar, echter afgesloten en opgediend als een grande dessert, sjabloon The Usual Suspects (1995), is zowel ontzettend gekunsteld als een hele tube wasabi na de sushi. En daarvan krijg je dorst, veel dorst, naar oude meesters die door ingenieuze montage zelfs van een middelmatig verhaal een kunststukje wisten te maken.

10 januari 2016

 

 
ALLE RECENSIES
 

Black

***
recensie Black
Shakespeare in Brussel

door Wouter Spillebeen

Black is de verfilming van het gelijknamige adolescentenboek van Dirk Bracke en haar vervolg door Adil El Arbi en Bilall Fallah. De film mikt duidelijk op een ouder publiek dan het boek. 

Het regisseursduo El Arbi en Fallah lijkt gedroomd om van dit volwassen sprookje in Brussel een adaptatie voor het grote doek te maken. Ze bewezen hun kunde toen ze met Broeders  de prijs voor beste Vlaamse kortfilm door studenten wonnen op het Gentse Filmfestival en maakten kennis met Brussel als decor in Image. Wie beter dan een koppel hippe regisseurs met Marokkaanse roots (waarvan eentje zelfs de titel “Slimste mens ter wereld” mocht dragen) om deze prent over mensen uit hun eigen milieu te filmen?

Recensie Black

Moderne Shakespeare
Black is op elke mogelijke manier een moderne versie van Romeo en Julia. Marwan uit de bende boefjes ‘de 1080’ valt als een baksteen voor de schone Mavela uit de rivaliserende Afrikaanse bende, de ‘Black Bronx’. De twee ontmoeten elkaar in het grootste geheim terwijl hun bendes oorlog voeren. Wie vertrouwd is met het stuk van Shakespeare, kan de rest van het verhaal al voorspellen. De boeken van Dirk Bracke zijn bewust zo geschreven, want ze zijn voor een publiek van jongeren die nog geen interesse hebben ontwikkeld in zestiende eeuwse tragedies.

De film mikt op een ouder publiek met enkele scènes die voor een 14-jarige Brackelezer zeer hard zullen aankomen. El Arbi en Fallah zijn niet terughoudend in het afbeelden van de gruwelijke manier waarop de Black Bronx vrouwen verwelkomen, om maar een voorbeeld te geven. (Spoiler: Lezen over een verkrachting is één iets, maar het zien gebeuren is een ander paar mouwen.)

Authenticiteit
De film speelt moeiteloos met de gevoelens van het publiek, de meeste scènes roepen exact evenveel walging of romanticisme op als de makers willen. Een mooie verdienste voor het regisseursduo, dat werkte met onervaren acteurs en daardoor de volledige controle moest hebben over wat op de set gebeurde.

Het resultaat voelt authentiek, tot de mengeling van het Frans en Nederlands dat de acteurs spreken en de geloofwaardige kledij toe. Hoewel sommige bendeleden bijna karikaturaal worden afgebeeld, kan je hen net zo goed ’s nachts tegen het lijf lopen bij het Brusselse Noordstation.

Recensie Black

Ervaring
Toch is het duidelijk dat El Arbi en Fallah nog net te weinig ervaring hebben om een excellente film te maken. Ze behandelen hun publiek nog iets te weinig als intelligente mensen. Zo is het onnodige gebruik van flashbacks op twee momenten in de film zeer storend en is er ook amper sprake van subtiliteit of nuance in sommige dialogen. De keuze van de soundtrack is dat dan weer wel: Alle muziek heeft een dezelfde stijl en bouwt gestaag op naar de climax, wanneer Oscar and the Wolf hun versie van Amy Winehouse’s Black brengen. Die komt, ondanks het feit dat die in Vlaanderen op de radio al grijs gedraaid is, volledig tot zijn recht.

Alles samen is Black een soort huwelijk tussen Romeo + Juliet en Cidade De Deus, een klassieke romance tegen de achtergrond van een stad die overrompeld is door bendes. Het is een trouwe verfilming van de jeugdromans, die jammer genoeg niet gelijkmatig opgegroeid is met de lezers. Alle mediahype en relletjes in cinemazalen terzijde, is dit een stap in de goede richting als het aankomt op jongeren uit minder gegoede milieus aan te spreken. Want wat sociale kwesties betreft slaat Black vaak genoeg de nagel op de kop om misschien zelfs een paar jonge boefjes op een ander pad te brengen.

 

10 januari 2016

 

MEER RECENSIES

 

Hateful Eight, The

***

recensie  The Hateful Eight

Reservoir Dogs in een blokhut

door Alfred Bos

Sneeuw is het nieuwe zand: The Hateful Eight verruilt de traditionele westernwoestijn voor de winter in de godverlaten wildernis van Wyoming. Tarantino’s achtste toont het neoliberale wereldbeeld waarin mensen koopwaar zijn, moraal niet bestaat en iedereen uitsluitend aan zichzelf denkt.

Met een Ultra Panavision 70 (millimeter-lens) release, een speelduur van dik drie uur, een Dr. Zhivago-achtige ouverture, een dissonante soundtrack van Ennio Morricone en een midfilmse pauze van exact 12 minuten (nodig voor het verhaal, aldus de regisseur) komt Quentin Tarantino’s achtste (eigenlijke achtenenhalfste) film met wapperend banier de bioscoop binnen gegaloppeerd. Dat banier schreeuwt: hier ben ik; groot, groter, grootst. Motormouth is back.

The Hateful Eight

The Hateful Eight is Tarantino uit het boekje. Zeven mannen en een vrouw zitten ingesneeuwd in een blokhut, ergens in de godverlaten bergen van Wyoming. De mannen hebben allemaal een eigen agenda die draait rond de vrouw, de misdadigster Daisy Domergue (Jennifer Jason Leigh). Premiejager John Ruth (Kurt Russell) gaat haar afleveren bij de sheriff van Red Rock, Chris Mannix (sterke rol van Walton Goggins, die schitterde in de tv-serie Justified). Ruth heeft een gelegenheidsverbond gesloten met collega-premiejager Major Marquis Warren (Samuel L. Jackson), die drie diepgevroren lijken wil verzilveren.

Dodelijk schaakspel
In Minnie’s Haberdashery, de blokhut, regeert het wantrouwen. In omstandige dialogen draaien de acht rond elkaar en iedereen speelt een spel. De Britse beul Oswaldo Mobray (Tim Roth), de cowboy op familiebezoek Joe Gage (Michael Madsen), de oude generaal Sandy Smithers (Bruce Dern) en de waard van de blokhut, Bob (de Mexicaanse acteur Demián Bichir), zijn paarden en lopers in een dodelijk schaakspel. Tarantino gebruikt anderhalf uur om de premisse op te zetten. Na de pauze volgt de climax, opgerekt tot nog eens anderhalf uur: een orgie van kots, bloed en weggeschoten hoofden. Liefhebbers van gorigheid zullen smullen.

Maar de film voelt ook als een herhaling van zetten. Voor een ‘actieregisseur’ praten de karakters in Tarantino’s films uitzonderlijk veel, nu nog meer dan in Death Proof (de Tarantino-helft van Grindhouse) en Inglourious Basterds. Het tweede van de zes ‘hoofdstukken’ is één lange driespraak in een postkoets, nodig om een niet wezenlijk plotdetail op te zetten. Je zit er, ongewoon voor een Tarantino-film, bij te geeuwen. Hier heeft de regisseur Tarantino de scenarist Tarantino niet in de hand. Teveel tekst, te verliefd op zijn verbale cool.

The Hateful Eight

Gekunstelde structuur
Ook de regisseur Tarantino weet zich op beslissende momenten niet in te houden. Er zijn vlagen van brille, zoals aan het begin van het vierde hoofdstuk, direct na de pauze, wanneer de dieptefocus van de camera de blik van Daisy volgt. Ze weet iets wat de kijker dankzij een onverwachte voice-over ook weet, maar de personages niet: zinderende spanning. Wanneer de plot van bedrog en tegenbedrog ten langen leste is ontvouwd valt Tarantino nogal kinderachtig terug op cartoonesk geweld. Vooral de vrouw, Daisy, moet het ontgelden: ze wordt geïntroduceerd met een blauw oog en eindigt, diverse ellebogen en rechtse hoeken later, als Brian de Palma’s Carrie met een gelaat vol braaksel, bloed en hersenresten. Na drie uur van eindeloos gekonkel is de climax ronduit zwak.

The Hateful Eight is een steroïde versie van ’s mans debuutfilm Reservoir Dogs, een claustrofobisch mensen-opgesloten-in-een-kamer toneelstuk – veel scènes zijn in werkelijke tijd gedraaid, vandaar de lengte van de film – dat zijn toneelmatigheid nimmer weet af te schudden. De filmstructuur doet gekunsteld aan, met zijn merkwaardige voice-over als introductie na de pauze, de lange flashback (een compleet hoofdstuk) en de deus ex machina om de climax in gang te zetten. Laat je niet bedotten door alle fanfare. The Hateful Eight is een exploitatiefilm vermomd als blockbuster, niet de nieuwe Once Upon A Time in the West.

 

5 januari 2016

 
ALLE RECENSIES

Jheronimus Bosch, Touched by the Devil

***

recensie  Jheronimus Bosch – Touched by the Devil

Oog in oog met duivels mooi werk

door Suzan Groothuis

2016 is het jaar van Jheronimus Bosch. Het is 500 jaar geleden dat de beroemde Brabantse schilder overleed. Reden voor zijn geboortestad Den Bosch om feest te vieren: ‘Jheronimus Bosch. Visioenen van een Genie’ in het Noordbrabants Museum trapt af met de grootste overzichtstentoonstelling van Bosch ooit. Documentairemaker Pieter van Huystee volgde de voorbereidingen rondom die tentoonstelling en laat de werken van Bosch in zijn Touched by the Devil dicht tot de kijker komen.

In Jheronimus Bosch, Touched by the Devil volgen we een team van vijf Nederlandse kunsthistorische onderzoekers. In de aanloop naar de tentoonstelling in Den Bosch trekt het team eropuit om de geheimen van Bosch’ schilderijen te ontrafelen. Zoals een van hen opmerkt: “Ik weet wel zeker dat we nieuwe dingen zullen zien, omdat Bosch nou bij uitstek een schilder is van heel veel kleine details”. 

Jheronimus Bosch - Touched  by the Devil

Concurrentie
Hun onderzoek, zoals met speciale infraroodcamera’s zoeken naar de tekeningen onder de verf, moet meer vertellen over de intenties van Bosch. Maar ook of de schilderijen daadwerkelijk van Bosch afkomstig zijn of van zijn leerlingen en volgers. Op en neer pendelend tussen Den Bosch, Madrid en Venetië onderwerpt het team Bosch’ werken aan een uitvoerige inspectie.

Dat niet iedereen welwillend is om mee te werken blijkt uit een fragment in het Prado in Madrid, waar curator Pilar Silva eventjes haarfijn laat weten dat zij over de meeste schilderijen van Bosch (liefkozend “El Bosco” genoemd) beschikken en Nederland niet. Kortom, de keuze wat wel en niet uitgeleend wordt aan Den Bosch is aan hen. Een stukje eigenbelang, want ook het Prado organiseert dit jaar een expositie over Bosch.

Veel hel, maar een klein beetje hemel
Jheronimus Bosch, Touched by the Devil is een rijke documentaire waarin de filmmaker zoveel mogelijk wil laten zien van ‘Jeroen’ Bosch. In het kader van de tentoonstelling in Den Bosch, dat wel, maar tegelijkertijd staat de vraag centraal welke schilderijen daadwerkelijk aan Jheronimus Bosch kunnen worden toegeschreven. Zo leren we van een Duitse wetenschapper, die de jaarringen in het hout van de panelen onderzoekt, dat veel van zijn schilderijen later (pas na zijn dood) gemaakt zijn. En ook het Nederlandse team komt tot conclusies of de onderzochte schilderijen wel of geen echte Bosch zijn.

Van Huystee verspringt met zijn documentaire van technisch en zakelijk naar de daadwerkelijke schoonheid van de werken. Een rijk geïllustreerd drieluik als De Hooiwagen bijvoorbeeld (waarover de onderhandelingen met het Prado niet bepaald soepeltjes verlopen), waarvan de kleinste details nauwgezet zijn vastgelegd door de camera. Voor de kijker zijn de in beeld gebrachte meesterwerken van Bosch dan ook de grootste traktatie: nimmer hebben we zo met onze neus op zijn schilderijen gezeten en zijn we getuige van zijn rijke bizarre surreële wereld. Waarin, zo leren we ook, er vooral veel hel is en maar een klein beetje hemel.

Jheronimus Bosch - Touched  by the Devil

Maar wie was Bosch?
Toch voelt deze documentaire van Van Huystee (bekend als gerenommeerd producent van Nederlandse documentaires) wat vluchtig en gefragmenteerd aan. Er zijn teveel verhaallijntjes en echt spannend of onthullend wordt het niet. Daarbij blijft de grootste vraag “wie was Bosch en wat dreef hem tot het samenstellen van zijn gruwelijke, surreële en fantasierijke wereld?” onbeantwoord. Er is weinig over de middeleeuwse schilder bekend en dat blijft zo met Jheronimus Bosch, Touched by the Devil.

Wat vooral blijft hangen zijn die prachtige beelden van Bosch, waarvan je na afloop wel meer had willen zien. Op naar Den Bosch, met wie weet nog een uitstapje Boijmans en Prado. Zijn de concurrenten ook weer blij.

De overzichtstentoonstelling wordt gehouden van 13 februari tot en met 8 mei 2016 in het Noordbrabants Museum in Den Bosch.

 

5 januari 2016

 

ALLE RECENSIES

Joy

**

recensie  Joy

Dweilen met de kraan open

door Cor Oliemeulen

Een gescheiden moeder in New York ontdekt een apparaat dat menige huisvrouw laat kirren van genot. Joy is een komisch drama over ambitie, vertrouwen, verbeelding, familie en het overwinnen van tegenslagen.

De hernieuwde samenwerking van de regisseur en drie hoofdrolspelers van Silver Linings Playbook wekt verwachtingen. In 2012 maakte David O. Russell (The Fighter, 2011) een grotendeels geslaagd portret van een disfunctionele familie met een opgefokte vader (Robert De Niro) en een bipolaire zoon (Bradley Cooper) die in een even onevenwichtig meisje (Jennifer Lawrence) zijn nieuwe liefde en balans vindt. Muze Lawrence en ideale schoonzoon Cooper inviteerde hij voor zijn oplichtingsdrama American Hustle (2014) en in Joy keert De Niro terug, ditmaal als vader van Lawrence. Helaas ziet de kijker deze castingtruc mislukken, want ditmaal is er geen enkele chemie tussen de drie.

Joy

Kliederboel
Een film die Joy heet, een dweil als leidmotief heeft en een kliederboel is, vraagt om woordspelingen. De familie van het titelpersonage, een gescheiden moeder – losjes gebaseerd op de New Yorkse uitvindster Joy Mangano – is mogelijk nog disfunctioneler dan die van Silver Linings Playbook. Dat komt het verhaal niet ten goede. Joys ex-man Tony (Édgar Rámirez) woont in de kelder en wil de nieuwe Tom Jones worden, haar vader Rudy (Robert De Niro) heeft een autogarage en krijgt de helft van de kelder omdat zijn vriendin hem eruit heeft gegooid, en haar moeder Terry (Virginia Madsen) kijkt de hele dag in bed naar soaps. Joys grootmoeder Mimi (Diana Ladd) is de stabiele factor in huis. En dan is er ook nog Trudy (Isabelle Rossellini), de nieuwe, rijke Italiaanse vriendin van pa Rudy.

Grote acteernamen, weinig scriptruimte, veel verspild talent – David O. Russell verzuimt om ook maar een enkel karakter uit te diepen. Zelfs het titelpersonage blijft opvallend vlak: een soort van Amerikaanse Bridget Jones, bij wie onzekerheid in liefde is vervangen door onzekerheid in zaken. Jennifer Lawrence heeft bovendien geen schijn van kans om af te rekenen met de warrige en ongeloofwaardige tijdspanne van vier decennia waarin zij is beland, maar zal alleen vanwege haar charmante aandoenlijkheid mogelijk opnieuw voor een Oscar worden genomineerd (die zij won voor haar rol in Silver Linings Playbook).

Joy

Tell Sell
Door de ambitieuze, maar matig uitgevoerde, cinematografische ideeën die de verschillende stadia van Joys leven representeren (kleurgebruik, droombeelden) en het belabberd gemonteerde verhaal, blijft Joy beperkt tot de contouren van een feelgood-film over de menselijke conditie, de Amerikaanse Droom met de obligate lach en traan incluis. Terwijl de geschiedenis van Joy juist zoveel potentie biedt. Een vrouw die bij toeval een geweldige uitvinding doet: een dweil aan een stok die zichzelf uitwringt en tien maal zoveel absorptievermogen dan zijn voorgangers heeft. Welke schoonmaakster wil zo’n ding nou niet?

Na veel beren op de weg – Joy’s zus is jaloers, Trudy wil het project slechts onder strikte voorwaarden mede-financieren, de productpromotie is een fiasco, naasten laten Joy vallen terwijl zij zelf verantwoordelijk zijn voor een debacle, een familielid sterft – lukt het Joy haar Magische Dweil te presenteren bij een reclamebons (Bradley Cooper). We schrijven de jaren negentig, de geboorte van de Tell Sell-achtige commercials waarin je tijdens een live-demonstratie zomaar tienduizenden artikelen in een paar minuten via de telefoon kunt verkopen.

De kijker daarentegen moet bijna twee uur lang wringen en zwabberen voordat duidelijk wordt of Joy haar langgekoesterde droom kan vervullen. Maar dan is het in deze halfslachtige productie allang dweilen met de kraan open.

 

2 januari 2016

 

MEER RECENSIES