Wakhan Front, The

***

recensie  The Wakhan Front

Collectieve wanhoop

door Damian Uphoff

Een verfrissende oorlogsfilm – ja, het is dus echt mogelijk. Oeverloos macho gebral, pathetische heroïek, lomp geknal; niks van dat in The Wakhan Front. Regisseur Clément Cogitore wendt zich tot een originelere aanpak. Alleen dat verdient al lof. 

Gestationeerd in de spuuglelijke contreien van Wakhan (Afghanistan), heeft een unit Franse soldaten nog wat losse eindjes aan elkaar te knopen. Alvorens hun biezen te pakken hebben ze nog één opdracht: het bewaken van de afgelegen vallei in Wakhan. Aangezien het een kalme regio betreft lijkt dit geen moeilijke taak, maar ze ondervinden al vlug dat het geen sinecure blijkt. Op curieuze wijze verdwijnen er soldaten, zonder ook maar iets van een spoor achter te laten. Alsof de aarde ze heeft opgeslokt. De pragmatisch ingestelde sergeant Bonassieu probeert de boel in toom te houden, maar tevergeefs. De wanhoop doet intrede.

Recensie The Wakhan Front

Frisse draai
The Wakhan Front heeft een opmerkelijk concept voor een oorlogsfilm. Het is er eentje die je evengoed in een horrorfilm zou kunnen aantreffen, alleen is The Wakhan Front dat allesbehalve. Een dappere poging van de debuterende regisseur Clément Cogitore, slechts bekend van kortfilms als Parmi nous en Un Archipel.

De uitwerking laat het veelbelovende uitgangspunt niet in de steek. The Wakhan Front richt zich voornamelijk op sfeer, iets wat weinig oorlogsfilms doen. Duistere soundscapes zetten een nijpende sfeer neer. Dat lukt niet altijd, want op audiovisueel vlak blijft de film net te terughoudend om echt beklemmend te zijn. De cinematografie beperkt zich vooral tot het droog vastleggen van het verdorde Afghaanse landschap, al zorgen de beelden door de nachtkijkers voor variatie. Het hoogtepunt is een wat dynamischere scène, waarin een soldaat kwade geesten tracht te verdrijven met een soort dans.

Afzwakkend mysterie
De mysterieuze verdwijningen eisen op een gegeven moment hun tol op de psychische gesteldheid van de soldaten. De lokale bevolking weet blijkbaar van niks, en ook de Taliban heeft geen enkele notie. Sterker nog, zij hebben met hetzelfde probleem te kampen. De concrete oorzaak van de verdwijningen krijg je als kijker nergens. Er worden slechts enkele oorzaken gesuggereerd. Daar is ansich weinig mis mee, alleen is het ‘probleem’ dat het mysterie gaandeweg aan kracht inboet. Eens het einde nadert begint het plot chaotische vormen aan te nemen. Alsof de regisseur zich na driekwart van de film geen raad meer wist, en het zaakje maar wat afraffelde.

Recensie The Wakhan Front

Het acteerwerk is erg dubbel. De Franse soldaten zetten hun rollen geloofwaardig neer, met Jérémie Renier als speerpunt. Dat geldt niet voor de Taliban-strijders. Geleid door een snuiter die nog het meest weg heeft van een dubieuze kruising tussen Gimli uit The Lord of the Rings en Jack Sparrow, komen ze een beetje lachwekkend over. Ook de wijze waarop de twee partijen uiteindelijk met elkaar in verzoening raken is allesbehalve geloofwaardig. Ze zitten nog net niet met elkaar aan de thee.

The Wakhan Front is zeker geen slechte film. Hij is er eentje die afwijkt van de geijkte genreconventies, en tot op zekere hoogte intrigeert. Maar ergens wringt het dat de potentie die hier in zit er slechts met mondjesmaat uitkomt.

 

27 januari 2015

 
ALLE RECENSIES

Star Wars: The Force Awakens

****

recensie  Star Wars: The Force Awakens

De kracht komt tot leven in de details

door George Vermij

Het kind is de vader van de man en dat geldt natuurlijk ook voor filmliefhebbers. De films die je in je jeugd hebt gezien zijn cruciaal voor hoe je cinema verder zal ervaren. Star Wars is in dat opzicht een geval apart door zijn ongekende succes en zijn grote invloed op sci-fi en popcultuur. De vraag is natuurlijk hoe het begin van een nieuwe serie zich verhoudt tot de magie van vroeger. 

The Force Awakens is gelukkig geen Phantom Menace geworden en de franchise lijkt nu definitief te zijn ontworsteld uit de creatieve klauwen van George Lucas. Voor de echte fans pleegde Lucas al verschillende malen heiligschennis dus het was tijd voor een nieuwe ‘oude’ aanpak. Voor The Force Awakens lag die in handen van J.J. Abrams, maar ook de scriptschrijver van de oude reeks, Lawrence Kasdan. Het zal daarom geen verrassing zijn dat de nieuwe film met gepaste eerbied verwijst naar de sci-fi mystiek van de oudste trilogie waarvan A New Hope in 1977 het eerste deel was.

Recensie Star Wars: The Force Awakens

Oude en nieuwe gezichten
Het begint natuurlijk gelijk al goed met de iconische titel-crawl en de onnavolgbare muziek van John Williams. Op een woestijnplaneet die lijkt op Tatooine uit A New Hope, maar Jakku heet, zoekt X-wingpiloot Poe Dameron (Oscar Isaac) naar Luke Skywalker. Hij is verdwenen en nieuwe duistere krachten die zich The First Order noemen hebben het ook gemunt op deze legendarische Jedi-meester.

Het verhaal combineert veel bekende en geliefde oude gezichten met nieuwe personages. Het is een slimme en doordachte zet die een brug slaat tussen de oudere delen, maar ook tussen verschillende generaties fans.

Combinatie van kwetsbaarheid en daadkracht
Van die nieuwe koppen heeft Rey (Daisy Ridley) de belangrijkste rol. Zij doet denken aan de simpele Skywalker die in A New Hope geconfronteerd werd met zijn belangrijke taak, maar ook met onzekerheid en twijfel. Ridley is daarbij perfect gecast en hanteert een combinatie van kwetsbaarheid en daadkracht die haar tot een boeiende heldin maken.

Een ander interessant personage is Finn die een verrassende kant van de altijd anonieme Stormtroopers laat zien. John Boyega zet Finn sympathiek en komisch neer als een weifelende sidekick van Rey.

De film komt pas echt tot leven in de details. Rey woont in het karkas van een oude AT-AT in een woestijn die bezaaid is met de wrakstukken van oude voertuigen die iedere fan zich wel kan herinneren. De Millenium Falcon is nog steeds het snelste stuk schroot in de ruimte en wordt op grappige wijze in het verhaal geïntroduceerd.

Star Wars: The Force Awakens

Blockbuster-cinema
En dan is er nog de duistere kant die wordt belichaamd door Kylo Ren in zijn zwarte kostuum inclusief Darth Vader-achtige masker. Adam Driver weet deze complexe figuur goed neer te zetten alhoewel deze criticus moet bekennen dat hij hem soms moeilijk los kan zien van zijn komische rol in de serie Girls als de door seks geobsedeerde Adam.

Naast deze nieuwe helden die het Star Wars universum weer wat vers bloed geeft zijn Han Solo, prinses Leia en Chewbacca weer van de partij. Het is alsof ze nooit weg zijn geweest en Abrams verbindt zo nostalgie weer met een nieuwe verhaallijn waar iedereen nu nieuwsgierig naar is.

Zover is het dus missie geslaagd. Behalve dan als je niet gecharmeerd bent van de grote en fantasierijke blockbuster-cinema. In dat geval was je waarschijnlijk al in 1977 afgehaakt. Toch moet zelfs de echte cynicus bekennen dan het allemaal met liefde en respect voor het Star Wars-universum is gemaakt. In zijn genre heeft Abrams een waardig vervolg afgeleverd. Een hele prestatie na de dompers van Lucas en een bewijs dat dure megaproducties ook gewoon je hart sneller kunnen doen kloppen.

 

16 december 2015

 
ALLE RECENSIES

Carol

*****

recensie  Carol

Verboden liefde wint

door Alfred Bos

De Amerikaanse critici buitelen over elkaar heen om Todd Haynes’ verfilming van een lesbische roman uit de jaren vijftig te bewieroken. De Oscars staan al koud. En alle ophef is op zijn plaats: Carol weet te raken.

Heel veel films heeft hij niet gemaakt in de twintig jaar sinds zijn eerste langspeelfilm Safe (1995) en niet heel veel mensen zullen bij het horen van de naam Todd Haynes roepen: ah, de man van Velvet Goldmine  (over een fictieve glamrockster uit de jaren zeventig, denk David Bowie) en I’m Not There (een biopic over Bob Dylan, die wordt vertolkt door zes acteurs, waaronder Cate Blanchett). Na Carol zal dat gebrek aan faam zijn verholpen, want met zijn vijfde speelfilm ontstijgt Haynes de status van buitenbeentje van de Amerikaanse cinema. Een meesterregisseur stapt in het voetlicht.

Carol

Carol vertelt het verhaal van een lesbische relatie in het Amerika van begin jaren vijftig, de tijd van de oorlog in Korea en de heksenjacht op communisten. Cate Blanchett speelt de titelheld, een dame uit de hogere middenklasse van New York die gevangen zit in een liefdeloos huwelijk. Wanneer de vriendschap met de muizige winkelbediende Therese (Rooney Mara, bekend van de titelrol uit de Amerikaanse remake van The Girl with the Dragon Tattoo) uitgroeit tot een liefdesrelatie, slaat de man des huizes (Kyle Chandler) op tilt. Carol dreigt alles te verliezen – kind, huis, reputatie, vriendin  – maar maakt een morele keuze en wint de liefde.

Geknotte vrouwen
Dat verhaal, in 1952 onder pseudoniem gepubliceerd door de Amerikaanse schrijfster Patricia Highsmith onder de titel The Price of Salt, biedt Haynes het platform om zijn specialiteit te etaleren: hij blinkt uit in emotionele portretten van vrouwen die door hun omgeving worden geknot. In Safe speelt Julianne Moore een huisvrouw in Los Angeles die psychisch langzaam uiteenvalt. Moore is ook de ster van het briljante Far from Heaven, een stilistisch perfecte pastiche van de tranentrekkende films van jaren vijftig regisseur Douglas Sirk, over een huisvrouw in New England die er langzaam achter komt dat haar perfecte leven één grote schijn is.

Die films lopen niet goed af. Beter vergaat het Mildred Pierce, vertolkt door Kate Winslet, in Haynes’ tv-miniserie naar het gelijknamige, in de jaren dertig gesitueerde boek van hard boiled-thrillerauteur James M. Cain. Met stalen ruggengraat en ijzeren wil overkomt ze alle obstakels die de verstikkende mores haar toewerpt. En ook Carol laat zich niet kisten door bekrompen ideeën of dubbele moraal. Ze volgt haar hart en haar geweten, en wint. Die boodschap was in de jaren vijftig taboe (zie Far from Heaven) en de uitgever van Highsmith wilde er niet aan, maar resoneert nu des te krachtiger.

Carol

Secuur stylist
Naast een talent om zijn actrices tot grote hoogten te stuwen (Moore en Blanchett behaalden met hun Haynes-films een Oscar-nominatie, Winslet won de Golden Globe) is Haynes een secure stylist. Zoals eerder in Far from Heaven  weet hij de jaren vijftig tot in detail – het nieuwe fenomeen van de mini-groove langspeelplaat – te evoceren. Wat Carol, ditmaal niet in technicolor maar in gedekte tinten, een maatje hoger tilt is de soepele en zelfverzekerde regie. Was Far from Heaven nog ingesnoerd door concept en vormdwang, in Carol  kan Haynes onbekommerd zijn meesterschap etaleren. Hier staat de vorm, inclusief de minimalistische soundtrack, in dienst van de emotionele boodschap.

Cate Blanchett gaat voor haar titelrol ongetwijfeld opnieuw een Oscar-nominatie binnenhalen en wellicht ook verzilveren. Ze kan als geen ander de wanhoop vertolken die broedt achter een masker van conformisme, zoals twee jaar terug nog in de titelrol van Woody Allens Blue Jasmine (goed voor een Oscar). Zo krijgen het perfect gestileerde decor en de talloze close-ups van gezichten (vaak door vensters gefilmd) waarop emoties wervelen en ogen luid spreken, de emotionele diepgang die bij het verhaal past. Daarbij doet tegenspeelster Mara nauwelijks voor Blanchett onder. Van het verbluffende openingsshot tot het triomfantelijke slotbeeld weet Carol twee uur lang te betoveren.

15 december 2015

 

 
ALLE RECENSIES
 

Enfants du paradis, Les

****

recensie  Les enfants du paradis

Gedoemde liefdes in Parijs theater

door Cor Oliemeulen

Er is weinig paradijselijks aan Les enfants du paradis, dat direct na de bevrijding van Frankrijk in première ging. Bovendien heeft slechts één kind een rol. Dit meesterwerk van Marcel Carné, volgens sommige critici de beste Franse film ooit, is digitaal gerestaureerd en de komende tijd te bewonderen in een aantal bioscopen.

Het ruim drie uur durende romantische drama uit 1945 speelt zich een eeuw voor die tijd af in het overweldigende Parijse theaterdistrict Boulevard du Temple – in de volksmond Boulevard du Crime, verwijzend naar de vele crimineel getinte melodrama’s die er destijds in de talloze theaters werden opgevoerd. Centraal staat het Funambules-theater waar zich een relatie ontspint tussen een schone dame en vier aanbidders: een acteur, een pantomimespeler, een moordenaar en een graaf.

Recensie Les enfants du paradis

De magie van het theater
De productie was een heuse tour de force, aangezien de film werd opgenomen tijdens de Duitse bezetting, waardoor joodse medewerkers, zoals de decorbouwer, de componist en enkele acteurs, angstvallig verborgen moesten blijven. Toch is niets nagelaten om de toenmalige magische theatersfeer op te roepen. Zo werden alle voorgevels van de boulevard over een afstand van vierhonderd meter minutieus nagebouwd (het grootste decor uit de Franse filmgeschiedenis), een paar duizend uitstekend uitgedoste figuranten opgetrommeld en is de mise-en-scène van begin tot eind oogstrelend.

De tijdgeest is gevangen in een gelaagd scenario met zowel dramatische als frivole gebeurtenissen, uitmondend in krachtige dialogen – sfeerrijk en niet zonder humor op schrift gesteld door dichter Jacques Prévert, die met Les enfants du paradis een Oscar won en zijn jarenlange samenwerking met regisseur Marcel Carné bekroonde. Zonder uitzondering spelen alle acteurs fantastisch en geloofwaardig. Prévert modelleerde drie van zijn hoofdpersonages naar historische figuren, slechts de beminde dame Garance (een rol van Arletty) is fictief.

Allereerst is daar de niet-onsympathieke rokkenjager Frédérick Lemaître (Pierre Brasseur). Hij begon in het volkse Funambules en eindigde als gevierd acteur in de grote theaters. Frédérick is de eerste die Garance in zijn armen mag sluiten, maar omringt zich liever met gemakkelijker knuffelbare meisjes. Pierre-François Lacenaire (Marcel Herrand) was een mislukte dichter, die zich bezighield met criminele activiteiten (in het echte leven zou hij worden geëxecuteerd wegens een dubbele moord) en in Garance slechts een bewonderaar van zijn stoere verhalen vindt. En tenslotte de zachtaardige Baptiste Debureau (Jean-Louis Barrault), die als wit geschminkte mime-artiest furore maakte in Funambules, het theater van zijn vader, en daar zijn hele carrière voor een grote schare fans zou blijven spelen.

Les enfants du paradis

Alleen weelde is niet genoeg
Baptiste wordt verliefd op Garance en Garance op Baptiste, maar zij laat zich wegens dwingende omstandigheden inpalmen door een graaf, met wie zij in weelde gaat leven. Desondanks keert Garance jaren later incognito terug om de inmiddels getrouwde Baptiste weer te kunnen zien. Dat klinkt als een melodrama, en zo eindigt het relaas ook. Hoe tijdloos en universeel de waanzin der liefde ook is, voor de slotactie van Baptiste valt niet heel veel begrip op te brengen.

Baptiste’s beslissing past evenwel in het plaatje van het poëtisch realisme, een filmbeweging waarvan Les enfants du paradis het hoogtepunt en het sluitstuk is: een gestileerde werkelijkheid met marginale karakters die ondanks romantische oplevingen ten onder gaan aan nostalgie, melancholie en fatalisme. Zijn zij – de dame, de acteur, de mimespeler, de moordenaar en de graaf – dan cynisch gezegd de ‘kinderen van het paradijs’? Zoals je wilt, hoewel de filmtitel in eerste instantie refereert naar de tweede ring in het theater, waar volkse toeschouwers dicht op elkaar gepropt voor een paar dubbeltjes op luidruchtige wijze carrières konden maken en breken.

 

12 december 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Walk in the Woods, A

**

recensie  A Walk in the Woods
Het grote foute slapstickavontuur

door Nanda Aris

Hoezeer Robert Redford, Emma Thompson en Nick Nolte ook gewaardeerde acteurs zijn, deze ‘oude rotten’ kunnen niet voorkomen dat A Walk in the Woods, gebaseerd op het reizigersmemoir van Bill Bryson, een flauwe slapstick is.

Regisseur Ken Kwapis verfilmt graag boeken (The Sisterhood of the Traveling Pants, 2005) en op waarheid geïnspireerde verhalen (Big Miracle, 2012), maar helaas zelden van een hoog niveau. Daarom is het opmerkelijk dat hij voor zijn nieuwste film met goede acteurs mag samenwerken. Het zal het vertrouwen in het verhaal zijn dat de acteurs deed besluiten om hun medewerking te verlenen.

Recensie A Walk in the Woods

Twee oude mannen
Schrijver Bill Bryson (Robert Redford) besluit dat hij de 2100 mijl lange Appalachian Trail wil bewandelen. Zijn vrouw (Emma Thompson) vindt dat een minder goed idee, en probeert hem op andere gedachten te brengen. Ze overtuigt hem ervan dat hij beter met een vriend kan gaan lopen, en dus belt Bill een aantal oude vrienden op. Wie hij niet belt, maar wie hém opbelt, is Stephen Katz (Nick Nolte), zijn oude vriend met wie hij ooit door Europa trok. Hij ziet een trektocht wel zitten, ondanks zijn slechte conditie.

Nolte past goed de rol van ruige, ex-alcoholistische, vrijgezelle man, die toegeeft dat hij de ene helft van zijn leven spendeerde aan “getting drunk and chasing pussy” en de andere helft “wasted”. Redford en Thompson gun je op acteergebied beter, alhoewel ze het beste proberen te maken van hun rol – zo is Thompson aandoenlijk als ze afscheid neemt van Redford wanneer hij aan zijn reis begint.

Slapstick
En zo vertrekken de twee oude vrienden, die elkaar al jaren niet meer gesproken hebben, samen op reis. En begint het grote foute slapstickavontuur. De slechte grappen volgen elkaar in rap tempo op. Zo zakt het stapelbed waarin de twee mannen in een hostel slapen, in elkaar. De flauwheid van de grappen zit hem ook in de voorspelbaarheid. Katz gaat bovenin het stapelbed liggen, het bed kraakt, Bill ligt eronder, en kijkt omhoog naar de onderkant van het stapelbed, dat natuurlijk vervolgens in elkaar zakt.

De slechte grappen leiden ons helaas af van prachtige shots van de omgeving (Amicalola Falls State Park, in Dawsonville, Georgia) waar de mannen doorheen wandelen.

A Walk in the Woods

Avontuur
Andere films waarin de hoofdpersoon de wijde wereld intrekt zijn onder andere Into the Wild (2007) en Wild (2015). Waar Into the Wild geweldig slaagt in het meenemen van de kijker op een groot avontuur, is Wild al een kuisere versie die minder aangrijpt, en roept A Walk in the Woods eerder weerstand dan sympathie op. In Wild volgen we Cheryl, een jonge vrouw die besluit de Pacific Crest Trail te lopen. De intenties voor de wandeltocht zijn verschillend – voor Cheryl (Reese Witherspoon) is het een reden om haar verleden te verwerken, voor de mannen om te bewijzen dat ze het kunnen.

Misschien is deze recensent minder gecharmeerd van films waarin oude mannen op reis gaan, want ook The Bucket List (2007), waarin twee terminale oude mannen samen op reis gaan om dingen te doen die ze altijd nog hadden willen doen, kon weinig bekoren.

 

11 december 2015

 
ALLE RECENSIES

Rams

***

recensie  Rams

Haat slaat om in affectie

door Damian Uphoff

Een film met een lach en een traan over twee broers in een afgelegen dorpje in IJsland. De gemiddelde dag bestaat voor deze knarren uit het achter overgieten van bier en, bovenal, het verzorgen van hun competitierammen. Op papier klinkt het weinig sensationeel, en dat is het ook niet. Toch heeft Rams voldoende kwaliteit om te boeien. 

Grímur Hákonarson: een regisseur die waarschijnlijk niet veel belletjes doet rinkelen. Zijn komische debuutfilm Summerland  genoot zo weinig faam dat hij zichzelf met Rams pas écht op de kaart zet. Des te meer omdat hij er de Un Certain Regard-prijs (prijs voor nieuwe, potentievolle talenten) tijdens het filmfestival in Cannes mee in de wacht sleepte. Een prijs waarvoor weleens avontuurlijkere winnaars zijn gekozen: Dogtooth, White God, Después de Lucía waren stuk voor stuk gewaagder.

Rams

De pleuris breekt uit
Ogenschijnlijk is de lucht boven de afgelegen vallei in IJsland zwanger van gezapigheid. De rammencompetitie is in volle gang, en dat gaat met veel luidruchtige gezelligheid gepaard. Ruw manvolk met ferme baard viert uitbundig feest. Kiddi, de oudere broer van Gummi, komt als winnaar uit de bus, wat tot jaloezie leidt bij zijn op de tweede plaats geëindigde broer. De broers hebben al veertig jaar geen contact meer, totdat Gummi zijn broer bij de autoriteiten aangeeft vanwege symptomen van scrapie (schapenziekte) bij diens prijswinnende rammen.

Vanzelfsprekend is Kiddi razend op de klikspaan, en ook het dorpje is volledig in rep en roer. Scrapie is immers een besmettelijke ziekte. Autoriteiten besluiten dat alle rammen in het dorpje en masse een kopje kleiner gemaakt dienen te worden. Door een samenloop van omstandigheden bundelen de broers noodgedwongen hun krachten om een groepje overgebleven rammen voor hun ondergang te behoeden.

Diepgewortelde haat
Gummi en Kiddi zijn twee broers die een passionele haat tegen elkaar koesteren. De twee vertikken het om contact te leggen, ondanks dat ze nota bene naast elkaar wonen. Waarom ze zó de pest aan elkaar hebben wordt nooit duidelijk, maar gezien de lange afwezigheid van contact zal het geen klein akkefietje geweest zijn.

Recensie Rams

Júlíusson en Sigurjónsson – wie kent ze niet – zetten de rollen van de twee broers met overtuigingskracht neer. Verwacht echter geen minutieuze karakteruitdiepingen, want erg veel achtergrondinformatie krijg je niet als kijker. Het is veeleer hun relatie onderling, en de later schuivende verhoudingen daartussen, waar de regisseur zijn pijlen op richt. De bijrollen zijn helaas niet even sterk; naast het hoofdduo zijn de schapen zowaar de beste acteurs.

Desolaatheid
Besneeuwde, mistige contreien, lange uitgestrekte vlaktes en mottig weer: eigenlijk precies conform de verwachtingen als je aan IJsland denkt. Cinematograaf Sturla Brandth Grøvlen weet de desolaatheid van deze setting vaak op feilloze wijze te accentueren, met lange wijde shots en statisch camerawerk. De muziek is weinig gevarieerd, maar sluit wel naadloos aan bij het gezette sfeertje. Tijdens het slotakkoord wordt de cinematografische kalmte doorbroken zodra er een stevige sneeuwstorm de kop opsteekt, zo’n beetje het filmisch hoogtepunt van de film.

De simplistische aard van Rams – zowel op cinematografisch als op narratief vlak – veroorzaakt verder geen echte uitschieters. Het is een mooie, integere vertelling over de hereniging van twee broers, maar al bij al geen film om extatisch van te worden.

 

6 december 2015

 
ALLE RECENSIES

Hallo Bungalow

**

recensie  Hallo Bungalow

Chick flick met ballen

door Ashar Medina

Enigszins onevenwichtige komedie over drie vrouwen die hun baas besluiten te chanteren wanneer ze ontdekken dat hij zich bezighoudt met allerlei louche zaken. Dit blijkt echter makkelijker gezegd dan gedaan.

De film opent met drie ambitieuze tienermeisjes die een rookpauze nemen van hun werkzaamheden in een suf vakantiepark met de weinig inspirerende naam De Lusthove. Olivia, Bibi en Trijntje dromen alle drie van een mooie toekomst. Olivia wil gaan studeren, Bibi wil zangeres worden en Trijntje wil het liefst een gezin met vijf kinderen. De jonge dames vervloeken de gasten van het park en beloven na deze zomer nooit meer terug te keren. Twintig jaar later werken ze er nog steeds. Olivia woont nog steeds met haar aanhankelijke moeder en is nooit gaan studeren, Bibi zingt alleen nog het welkomstlied door de parkintercom en Trijntje is dan wel getrouwd, die vijf kinderen zijn nergens te bekennen. Dit alles verandert wanneer ze vermoeden dat hun baas een crimineel is en het briljante plan opvatten om hem af te persen.

Hallo Bungalow

Polder-noir
Technisch en productioneel valt er weinig aan te merken op Hallo Bungalow. Het sound design valt alleen op als het moet; bijvoorbeeld wanneer Bibi (Anne-Marie Jung in topvorm) haar valse welkomstlied ten gehore brengt. Het camerawerk is daarnaast degelijk en functioneel. Bovendien wordt er dankbaar gebruik gemaakt van de gemoedelijke setting, door het creëren van een camping-gevoel dat in contrast met de zwart-komische, soms expliciet gewelddadige uitspattingen, zorgt voor een interessante clash.

Maar dat uitgangspunt komt helaas niet vaak genoeg tot zijn recht. Daarvoor is Hallo Bungalow  te onevenwichtig. Pas na bijna veertig minuten lijkt de film echt op gang te komen en gaan de vrouwen over tot actie. Regisseuse Anne de Clercq neemt de tijd om alle personages in het park goed te leren kennen, maar dat zorgt wel voor een volle tweede akte waarin te veel verhaallijnen tegelijk om aandacht vragen. 

Daarnaast blijft Hallo Bungalow door de mix van genres op twee gedachten hinken. Wat in essentie een luchtige komedie is over vrouwen op verschillende kruispunten in hun leven – carrière, liefde, gezin – transformeert soms heel abrupt in een misdaadmysterie inclusief chantagebrieven en moordcomplotten. Polder-noir, zullen we maar zeggen. Het valt te prijzen dat de scherpe randjes worden gezocht, maar de film wisselt te vaak van toon om tot het eind te overtuigen. Daarvoor zijn de zoete delen te zoet, en de donkere te donker.

Hallo Bungalow

Vrouwen aan de macht
Hallo Bungalow is geen cinematografisch meesterwerk. Het is wel een chick flick in de beste zin van het woord. Een film voor vrouwen, geschreven door vrouwen, met drie sterke actrices in de hoofdrol. In een tijd waar er binnen de internationale filmwereld veel wordt gesproken over seksisme en een gebrek aan diversiteit voor en achter de camera, is dat alleen maar aan te moedigen. Wel moet gezegd worden dat die diversiteit niet heel erg consequent wordt doorgevoerd. Zo behoren de enige niet-blanke gezichten in de film toe aan een random gangster – die in een van de laatste scènes opeens opduikt – en een getraumatiseerd Afrikaans adoptiekind dat later blijkt te zijn opgepikt bij een asielzoekerscentrum. Dat kan en mag beter. 

 

1 december 2015

 

 

ALLE RECENSIES

 

Steve Jobs

****

recensie  Steve Jobs

Het genie als gesloten systeem

door Alfred Bos

Steve Wozniak ontwierp de Apple-computer en Steve Jobs verkocht hem. Veertig jaar later is Apple ‘s werelds sterkste merknaam, Steve Jobs een bewierookt icoon en Steve Wozniak een anonieme veteraan. Danny Boyles karakterstudie toont hoe dat heeft kunnen gebeuren.

Steve Jobs, Danny Boyles fictieve filmportret van de man die Apple deed uitgroeien tot de bekendste merknaam ter wereld, opent met een clipje uit de jaren zestig. Sciencefictionauteur en wetenschapsjournalist Arthur C. Clarke vertelt, staande bij een brok metaal met knopjes en lichtjes, dat in de nabije toekomst de computer ‘net zo gewoon als de telefoon’ zal zijn. Zelfs de man die de communicatiesatelliet bedacht kon niet voorzien dat Jobs het beter zou weten. Die draaide het om en maakte van de telefoon een computer.

Steve Jobs

Vier jaar na zijn overlijden is Steve Jobs nog steeds spraakmakend. Tijdens IDFA draaide de (niet altijd even flatteuze) documentaire Steve Jobs: The Man in the Machine. Ook Boyles rolprent toont een man wiens intelligentie en ambitie omgekeerd evenredig zijn aan zijn inlevingsvermogen. De Jobs van Doyle, een glansrol van Michael Fassbender, is een ijskoude control freak die met Bob Dylan dweept. Die controlezucht toont zich ook in de computers die hij bedacht: Apple is een gesloten systeem dat opereert in een eigen domein. Boyle schetst Jobs als gesloten systeem.

Verfilmd toneelstuk
De film is theatraal zonder theatraal te zijn en dat is de verdienste van de regisseur. Boyle toomt zijn hyperactieve filmstijl in en concentreert zich op de personages; desondanks voelt dit portret nimmer als een verfilmd toneelstuk hoewel het dat in feite is. Net als in Birdman speelt de handeling zich voornamelijk af in het theater, op en achter het toneel waar Jobs zich voorbereidt op een belangrijke presentatie. Scriptschrijver Aaron Sorkin (de man achter de tv-series The West Wing en The Newsroom, ook verantwoordelijk voor het draaiboek van The Social Network over Mark ‘Facebook’ Zuckerberg) condenseert zijn karakterschets in drie kantelmomenten uit Jobs loopbaan.

In 1984 presenteert Jobs de Macintosh, een revolutionaire machine die evenwel flopt en zijn einde bij Apple inluidt. In 1988 komt hij met de NeXT-computer terwijl het apparaat nog lang niet klaar is voor productie; het is een tactische meesterzet. In 1998, inmiddels weer terug bij Apple, onthult hij de iMac, de computer als lifestyleproduct. Doyle snijdt door die strakke toneelmatige, in ware tijd spelende structuur flashbacks van sleutelmomenten die in de filmhandeling ter sprake komen. Het is een masterclass in filmisch vertellen.

Messcherpe dialogen
Naast de Oscar-waardige titelrol van Fassbender, Sorkins briljante script en Doyles rake registratie is er een reeks sterke bijrollen. Jobs’ voormalige kompaan Steve Wozniak (eindelijk een fatsoenlijke rol van Seth Rogen) vraagt tevergeefs om krediet voor zijn team. Marketingspecialist en surrogaatvader Steve Sculley (Jeff Daniels), weggekocht bij Pepsi, botst met Jobs over strategie. Software-tovenaar Andy Hertzfeld (Michael Stuhlbarg), bedenker van de grafische interface, dient als running gag. Jobs’ex Chrisann Brennan (Katherine Waterston) en dochter Lisa worden backstage  door Jobs weggezet als hinderlijke meubelstukken.

Steve Jobs

‘Hun enige probleem is dat het mensen zijn’, laat Jobs zich in een probleemsituatie ontvallen. Hij denkt als een machine, binair: aan of uit, en niets daartussen. Het menselijke tegenwicht komt van zijn rechterhand, marketingdirecteur Joanna Hoffman (Kate Winslet), die op de werkvloer als een surrogaat-eega én zijn geweten functioneert. De andere vrouw in Jobs’ leven is dochter Lisa, die de ijsberg uiteindelijk een pietsie weet te ontdooien.

Met zijn messcherpe dialogen en treffende karakterschetsen ontvouwt Steve Jobs zich als een Shakespeareaans drama, in ieder opzicht superieur aan de biopic Jobs  (Joshua Michael Stern, 2013). In de geest van Steve Jobs is het een compromisloos portret van een man wiens tijd inmiddels is geweest, want hoe kan het gesloten ecosysteem van Apple overleven in een wereld die dagelijks meer en meer met elkaar verbonden wordt?

 

30 november 2015

 
ALLE RECENSIES

600 Miles

***

recensie  600 Miles

Mexicaanse misdaad in flarden

door Bob van der Sterre

Je bent een wapenhandelcontroleur in de grensstreek van de VS en Mexico. Het meeste van je werk is routine. Maar dan zal je altijd zien dat die ene dag komt waarop je gekneveld op een achterbank in Mexico zit en geen idee hebt wat er met je gaat gebeuren.

Het overkomt Hank Harris, die belandt in de auto van de Mexicaanse wapensmokkelaar Alfonso Rubio. Het ene moment is hij ‘geld waard’ om zijn kennis, het andere moment is hij een last aan Rubio’s been, het volgende moment redt hij zijn leven met zijn ervaring over kartels.

Recensie 600 Miles

Rubio en Harris ontwikkelen een vreemde verstandhouding. Twee verschillende culturen, verschillende karakters, verschillende leeftijden en uiteraard verschillende landen. De een is een jonge gay die nog uit de kast moet komen (Kristyan Ferrer), de ander is een nuchtere volwassen man die net zo zakelijk met zijn liefdesleven omgaat als met zijn werk (rol van Tim Roth).

Mexico
Mexico en zijn misdaad is al lange tijd een populair onderwerp. Aanvankelijk waren er vooral actiekomedies als Desperado en El Mariachi. Intussen zijn ze vervangen door films die de wereld van de Mexicaanse misdaad op een dramatische manier vertolken. De films zijn lang niet zo grappig meer. De Mexicaanse misdaad is nu een grimmig genre met films als Sicario (2015), Narco Cultura (2013), Savages (2012), El Narco (2010), Days of Grace (2011) en Heli (2014). De cinematografisch meest interessante prestatie vind je vermoedelijk terug in Breaking Bad.

Waarom het niet meteen goed doen en overstappen op de realiteit? Cartel Land en Kingdom of Shadows draaien tijdens het IDFA van 2015. El Sicario (2011) is al even indrukwekkend. Je begrijpt waarom deze wereld cinematografisch zoveel interesse trekt. Een combinatie van gruwelijke misdaad en een creepy, surrealistische atmosfeer, die je aldoor voelt. Achter iedere boom kan een misdadige clan zitten.

De meest vernieuwende van allemaal was vermoedelijk Miss Bala uit 2011, die ongelooflijk realistisch was gefilmd. Een choreografie van misdaad – zodanig dat je er bijna honderd procent zeker misselijk van wordt. Een onvolprezen meesterwerk.

Alles gebeurt plotseling
Hoe past deze film in dat plaatje? Het goede van 600 Miles is dat de film onduidelijk is, met aparte locaties. De trend van het hyperrealisme. Veel stoffig gedoe in en om Mexicaanse snelwegen, schokkerig, beschrijvend, plotseling. Dus ook geen fatsoenlijke kop en staart; je valt als een baksteen in hun levens en je vliegt er als een speer ook weer uit.

Veel merkwaardige karakters. Zoals de oom van Rubio, een man die eerst zijn afwas doet alvorens iemand te fusilleren. Of de makker van Rubio, Carson (Harrison Thomas), die wapens koopt en tegelijkertijd snoep steelt.

Recensie 600 Miles

Een sterk moment is als een bepaalde gang (Vigilantes? Een andere bende? Je hebt geen idee) ze onderweg laten stoppen bij de blokkade van een snelweg. Gaan ze geëxecuteerd worden? Komen ze in handen van een foute bende met een voorliefde voor martelen? Dan besef je hoe het leven voor veel Mexicanen moet zijn: het wetteloze voel je door het bioscoopscherm heen.

Flarden werkelijkheid
Maar kijk je onder dat filmische trucje door, dan zie je een verhaalopzet als duizend andere films (twee tegengestelde karakters die met elkaar praten en een band krijgen; het verloren vader en zoon thema; de roadtrip). De aparte karakters in de film kunnen dat niet compenseren.

600 Miles is zodoende eigenlijk heel beperkt. Flarden werkelijkheid; dat is de inhoud. Word je daar gelukkig van? Dat is aan de kijker. Bewondering voor hoe het wordt gemaakt, absoluut, maar er blijft na de film veel te weinig over om als filmliefhebber tevreden over te zijn.

 

28 november 2015

 
ALLE RECENSIES

Bridge of Spies

****

recensie  Bridge of Spies

De mens achter het verhaal

door Alfred Bos

Fraai drama over een bijna vergeten incident uit de hoogtijdagen van de Koude Oorlog: de eerste uitruil van Russische en Amerikaanse spionnen, op de Glienicke-brug in Berlijn. Na Saving Private Ryan, Catch Me If You Can en The Terminal werken regisseur Steven Spielberg en acteur Tom Hanks opnieuw samen.

De films van Steven Spielberg vallen ruwweg uiteen in twee categorieën: zijn romantische avonturenfilms voor kinderen en jong volwassen (E.T., Jurassic Park, De avonturen van Kuifje) en zijn serieuze vertellingen over individuen die ‘grote’ voorvallen uit de recente geschiedenis personifiëren (Schindler’s List, Saving Private Ryan, Munich). Het op waargebeurde incidenten gebaseerde Bridge of Spies valt in de laatste categorie. Het is een Spielberg-film uit het boekje.

Recensie Bridge of Spies

Bridge of Spies, naar een draaiboek van de Coen-broers, koppelt Spielberg opnieuw aan Tom Hanks. Die deelt met de regisseur een fascinatie voor geschiedenissen die de grootsheid en het unieke van het idee ‘Amerika’ illustreren. Hanks produceerde (en speelde soms mee in) gevierde tv-series over het Apollo-programma en de reis naar de maan, de vroege Amerikaanse president John Adams, de negentiende eeuwse ontdekkingsreizigers Lewis & Clark, en de culturele omwentelingen van de jaren zestig en de jaren zeventig. Hij is geïnteresseerd in de mens achter het verhaal.

Karakter en sfeer
Hanks speelt James Donovan, een New Yorkse advocaat die zich heeft begraven in verzekeringszaken. Hij krijgt van zijn baas de ondankbare taak om een Russische spion, Rudolf Abel (Mark Rylance), te verdedigen die door de Amerikaanse inlichtingendienst in New York is opgepakt. Het is 1957 en de Koude Oorlog werkt toe naar een kookpunt. Het tijdsbeeld is voortreffelijk gevisualiseerd, de toenmalige psychologie wordt scherp neergezet en de problematiek komt helder voor het licht. Hier zijn overduidelijk vaklui met veel plezier aan het werk.

Donovan redt de Rus van de elektrische stoel, door zijn charmes in de strijd te gooien bij de rechter én door een scherp tactisch inzicht: waarom de spion niet gebruiken als toekomstig ruilmiddel, want je kunt erop wachten dat de Russen een Amerikaanse spion zullen strikken. Dat moment komt in 1960, wanneer piloot Gary Powers met zijn U2-spionagevliegtuig boven Rusland wordt neergeschoten. Het levert de enige en spectaculair verbeelde actiescène uit de dik twee uur durende film op. Die moet het juist hebben van karakter en sfeer.

Bridge of Spies

Gemilitariseerde stad
Bridge of Spies toont Donovans geheime missie: hoe hij in Berlijn met de Russen onderhandelt over de uitruil van de gevangenen, hoe de Oost-Duitsers daar tussen proberen te gaan zitten en hoe Donovan, ondanks alle psychologische en morele druk, zijn missie tot een geslaagd einde weet te brengen. Dat inmiddels vergeten verhaal komt tot leven via Hanks voortreffelijke karakterrol en een reeks van sterke bijrollen.

Ook het decor is evocatief: in het Berlijn van begin jaren zestig is de oorlog nog voelbaar; de gemilitariseerde stad is vuil en grauw, hele blokken liggen nog in puin en de bewoners gedragen zich daarnaar. De sfeer is zo kil dat je als toeschouwer een jas wilt aantrekken.

Wanneer regisseurs in hun film de gevel van een bioscoop laten zien is het altijd opletten geblazen en hier worden in de Amerikaanse sector van Berlijn twee films uit 1960 vertoond: Spartacus (over een slavenopstand) en Village of the Damned (een paranoiathriller). Ze markeren de tijd én geven commentaar op de handeling. Maar het artistieke succes van Bridge of Spies hangt niet af van dergelijke subtiliteiten, het is een publieksfilm met reliëf, bij wijlen een tikje sentimenteel (vooral dankzij de soundtrack) en onverholen patriottistisch, gemaakt met de zwier waarin zich de hand van de meester toont.

23 november 2015

 
ALLE RECENSIES