Louder Than Bombs

***

recensie  Louder Than Bombs

Door rouw versnipperd

door Suzan Groothuis

Wat blijft er over van een gezin na de zelfmoord van de moeder? En sterker nog, wat doe je als vader als je je jongste zoon steeds hebt voorgehouden dat het een ongeluk was? Louder Than Bombs is een sterk geacteerd familiedrama, maar houdt de kijker ondanks momenten van betovering op afstand. 

De Noorse regisseur Joachim Trier kennen we van Reprise en Oslo, August 31st. Integere, psychologische drama’s waarin jonge mensen met een intellectuele achtergrond worstelen met hun twijfels en ambities. In Reprise leidt dat vooral tot de verwende weltschmerz van een groep hoogopgeleide twintigers; Oslo, August 31st krijgt een tragischer wending als de jonge hoofdpersoon besluit afscheid van het leven te nemen. En nu is er dan Louder Than Bombs, Triers eerste Engelstalige productie met grote namen als Isabelle Huppert en Gabriel Byrne.

Louder Than Bombs

Ook in Louder Than Bombs staan reflecties op het leven en ieders persoonlijke twijfels en wensen centraal. Het draait om het gezin Reed, incompleet sinds het overlijden van moeder Isabelle (Isabelle Huppert). De succesvolle, maar getroebleerde fotografe maakte zelf een einde aan haar leven door tegen een vrachtwagen aan te rijden. Iets wat jongste zoon Conrad niet weet, want hem is door zijn vader voorgehouden dat het een ongeluk was.

Complexe familiegeschiedenis
Drie jaar na het overlijden is er een retrospectief op haar werk. Oudste zoon Jonah (Jesse Eisenberg) keert net na de geboorte van zijn zoon terug naar zijn ouderlijk huis om zijn vader te helpen met het samenstellen van de collectie. Een manier voor vader Gene (Gabriel Byrne) om de banden met zijn zonen aan te halen. Hij komt hierbij voor de moeilijke opgave te staan Conrad eerlijk te vertellen wat de daadwerkelijke aanleiding was van Isabelle’s dood.

En zo raakt de kijker verwikkeld in een complexe familiegeschiedenis, waarin het hier en nu afgewisseld wordt met beelden uit het verleden. Herinneringen aan Isabelle komen in beeld, worden opgerakeld of gereconstrueerd. Zo beeldt de kwetsbare Conrad zich haar dood in: was ze aan het wegdromen voordat ze geschept werd door een vrachtwagen? Ook al proberen de gezinsleden de draad weer op te pakken – Jonah als kersverse vader, Gene weer in een nieuwe relatie en Conrad ergens zwevend in zijn eigen wereld – de wonden van Isabelle’s dood zijn nog duidelijk zichtbaar.

Ingetogen en onderkoeld
Louder Than Bombs heeft een ingetogen sfeer waarin herinneringen, dagdromen en realiteit samensmelten. Parallel aan rouwverwerking lopen thema’s van passie, zingeving, vervreemding en eenzaamheid. Waarom heeft Isabelle een einde aan haar leven gemaakt en hoe kan het gezin weer verder na deze tragische gebeurtenis? Triers film heeft momenten van betovering en schoonheid, maar blijft een zekere afstand tot zijn personages houden. Alsof ieder zich wil beschermen voor de ware emoties die achter een ogenschijnlijk geslaagd en succesvol leven schuil gaan.

Louder Than Bombs

In deze film zijn het niet de grote namen die de meeste indruk maken, maar die van nieuwkomer Devin Druid als Conrad. Het verlies van zijn moeder heeft er dusdanig ingehakt dat hij volledig in zijn eigen, vervreemdende wereld leeft. Dit leidt tot komische scènes, zoals zijn liefdesverklaring aan een onbereikbaar meisje dat hij kent van school. Maar de rijke fantasie (creatief vormgegeven aan de hand van zijn dagboek) van de jongen gaat samen met zijn zichtbare worsteling, woede en onmacht. Terwijl zijn vader verwoede pogingen doet om contact te maken, sluit Conrad zich steeds meer af.

De slotscène, waarin blijkt dat er altijd veel moet gebeuren om nader tot elkaar te komen, is mooi, maar toch wil Louder Than Bombs niet helemaal beklijven. Misschien ook wel omdat de film teveel wil laten zien – perspectiefwisselingen, sprongen naar het verleden, denkbeeldige sequenties en wat overbodige zijlijntjes zoals een affaire die Jonah er op nahoudt. Conclusie? Een degelijke, maar onderkoelde film, zodat je als kijker toch met droge ogen de zaal uitloopt. Terwijl voorganger Oslo, August 31st insloeg als een bom, maakt deze film zijn titel niet waar.

 

13 februari 2016

 
ALLE RECENSIES

Dust in the Wind

***

recensies  A Time to Live and a Time do Die + Dust in the Wind

Slaapverwekkend mooi

door Cor Oliemeulen

De Iraanse cineast Abbas Kiarostami zei ooit in een interview dat hij het liefst films kijkt waarbij hij zich goed kan ontspannen en in slaap kan vallen. Hij zal dan met genoegen de opgroeitrilogie van zijn Taiwanese collega Hsiao-Hsien Hou hebben beleefd.  

Het tweede en derde deel van dit drieluik – respectievelijk A Time to Live and a Time do Die (Tong nien wang shi, 1985) en Dust in the Wind (Lian lian feng chen, 1987) – beleven een re-release een week voor de Nederlandse première van het spirituele martial arts-drama The Assassin, dat dit jaar de Gouden Palm in Cannes veroverde. We bespreken beide films in deze recensie.

A Time to Live and the Time do Die

Indringende, maar afstandelijke familiekroniek
A Time to Live and a Time do Die is gebaseerd op de jeugd van regisseur Hsiao-Hsien Hou en doet denken aan de humanistische documentairestijl van de Indiase regisseur Satyajit Ray en de beschouwing van families van de Japanse cineast Yasujiro Ozu. In lange shots portretteert Hou een gezin dat in 1947 het Chinese vasteland verruilt voor een dorp op Taiwan en door de communistische revolutie van Mao niet meer kon terugkeren.

In een tijdbestek van achttien jaar volgen we het leven van Ah-ha (de regisseur) en zijn ouders, drie broers, zijn zus en zijn oma. Op de momenten dat de kleine jongen zich niet bezighoudt met kattenkwaad, hangt hij rond met leeftijdsgenootjes of wandelt hij met zijn verwarde oma naar een brug, want zij denkt dat zij terug kan naar haar geboorteland China. Later zien we de ontworteling van Ah-ha en het verlies van zijn kinderlijke onschuld als hij zich heeft ontpopt als een kleine crimineel. Het drama springt abrupt in de tijd en doet soms wat gedateerd aan, maar heeft ontegenzeggelijk nostalgische trekken en toont een periode en samenleving waarin gejaagdheid nog niet leek te bestaan.

Dat zien we in het simpele leven van alledag (Ah-ha gaat weer eens in bad) met traditionele opvattingen (de dochter kan zich liever richten op koken dan op studeren) dat wordt afgewisseld met de dood en de emoties die hiermee gepaard gaan. Waarmee het ambivalente karakter van deze familiekroniek is samengevat: de camera blijft altijd op afstand en identificeren met de personages is lastig.

Als vader plotseling overlijdt (hij bleek tuberculose te hebben, wat postuum de distantie tot zijn kinderen verklaart) is het hartverscheurende geschrei van zijn vrouw indringend, maar gereserveerd, in beeld gebracht. En als uiteindelijk de grootmoeder sterft, en de camera in geuren en kleuren registreert op welke fysiologisch onsmakelijke manier dat is gebeurd, is de lauwe reactie van de familieleden moeilijk te doorgronden. Echter dat maakt A Time to Live and the Time do Die niet minder oprecht en realistisch.

Dust in the Wind

Traditioneel leven in Taiwan
Dust in the Wind is volgens dezelfde technisch knappe cinematografische ideeën gemaakt. Het traditionele leven in Taiwan trekt in lange statische camerashots, vaak met een diepe focus, aan het oog van de toeschouwer voorbij. We volgen de jongen Ah-yuan, die na zijn schooldiploma zijn vriendin Ah-yun in het dorp achterlaat om te gaan werken in de hoofdstad Tapei. Een jaar later voegt zij zich bij hem en proberen ze genoeg geld te verdienen om te kunnen trouwen. Maar dan moet Ah-yuan in het leger en rijst de vraag of Ah-yun kan wachten op zijn terugkomst.

De afsluiting van deze trilogie voelt door het speelse karakter en de sporadische humor wat losser aan dan A Time to Live and the Time do Die, maar de beschouwing is even afgemeten en hiermee het inlevingsvermogen lastiger, zoals je vaker in Chinese films ervaart. Naast het visuele aspect besteedt Hou veel aandacht aan de geluidsband: omgevingsgeluiden staan centraal en slechts af en toe hoor je wat korte klanken van een akoestische gitaar om de scènes aan elkaar te rijgen. Samen met Ay-yun tellen we tergend langzaam de dagen af.

De in het westen veel geroemde opgroeitrilogie van Hsiao-Hsien Hou vormt de opmaat van zijn trilogie die de enerverende geschiedenis van Taiwan centraal stelt. Het eerste drama in de reeks, A City of Sadness (Bei qing cheng shi, 1989), mag dan wel op dezelfde authentieke leest zijn geschoeid, de spoedige overgang van de Japanse naar de Chinese onderdrukking levert in ieder geval meer actie op dan in de vorige drie films samen. Dat neemt niet weg dat Hou’s originele filmpoëzie van A Time to Live and a Time do Die en Dust in the Wind slaapverwekkend mooi is.

 

12 februari 2016

 
ALLE RECENSIES
 

An

***

recensie An
De kleine dingen des levens

door Nanda Aris

Het verhaal van een man die een bakkerswinkeltje runt, waar hij de Japanse zoete lekkernij dorayaki verkoopt, een oude vrouw die hem daarbij komt helpen en schoolmeisjes die het goedje komen eten. Ieder van hen heeft zijn eigen verhaal. De film wordt het best gewaardeerd in licht sentimentele stemming.

An is de nieuwste speelfilm van Naomi Kawase, gebaseerd op het gelijknamige boek van Tetsuya Akikawa (pseudoniem voor Durian Sukegawa). Eerder maakte ze de films The Mourning Forest, Suzaku en Still the Water, waarvan de eerste twee in de prijzen vielen op het filmfestival van Cannes. Ook An werd in 2015 vertoond op het filmfestival in Cannes, als openingsfilm van de ‘Un Certain Regard’-sectie.

An

An
De naam An komt van de rode adukibonen-pasta waarmee de dorayaki (kleine pannenkoekjes met daartussen an) gevuld zijn. De neerslachtige Sentaro (Masatoshi Nagase) verkoopt deze dorayaki, gevuld met bonenpasta uit blik, in het winkeltje dat hij runt. Zelf eet hij de dorayaki niet met plezier, maar wanneer op een dag de oude Tokue (Kirin Kiki) langskomt en haar eigengemaakte an-vulling aan hem geeft, weet hij niet wat hij proeft.

Tokue zou graag in het winkeltje willen werken, maar Sentaro wijst haar in eerste instantie af. Ze is met haar 76 jaar op leeftijd, en bovendien kan ze door een ziekte aan haar handen de potten, waarin de an wordt klaargemaakt, niet tillen. Maar na het proeven van Tokue’s an besluit hij zijn krachten te bundelen met Tokue.

Magie
Het leukste gedeelte van de film begint. We zien Tokue en Sentaro samen an  bereiden in de ochtend; de bonen worden met liefde geroerd, gekookt en gewassen. De magie rondom het klaarmaken van eten doet denken aan Chocolat, alleen slaagt die film beter in het vasthouden van de magie en voelt het verhaal minder gekunsteld, waardoor we meer sympathie voelen voor de spelers. In An ligt het er soms te dik bovenop en is Tokue iets te wijs, zoals wanneer ze meermaals praat over de kersenbloesem die buiten het winkeltje staat. Het voelt als een bejaarde wiens advies we weten dat goedbedoeld is, maar waarvan de moraliserende woorden hun doel niet raken.

An

Najaar
De verkoop van de dorayaki schiet omhoog, nu de an zelfgemaakt wordt. Maar met de bekendheid komen ook de roddels over de ziekte van Tokue, welke per ongeluk door Wakana (Kyara Uchida), het verlegen schoolmeisje dat elke dag dorayaki komt eten, aangewakkerd worden.

De herfst doet zijn intrede, en Tokue besluit zich terug te trekken. Ze heeft Sentaro en Wakana de ogen geopend, om een eigen weg te volgen. En ook de kijker krijgt advies mee: luister naar de natuur, waardeer de kleine dingen des levens, ook als je dromen geen werkelijkheid kunnen worden. Laat de maatschappij niet je hoop wegnemen, zelfs niet als het pad dat je bewandelt onomkeerbaar lijkt.

 

7 februari 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Goosebumps

***

recensie  Goosebumps

Kippenvel in uw eigen bios

door Cor Oliemeulen

Aanstekelijk spel en fantasievolle griezels garanderen een leuk uitje in uw plaatselijke filmtheater.

In de week waarin filmproducenten en distributeurs de Nederlandse Staat aanklagen voor schade die zij volgens eigen zeggen lijden vanwege downloaden, verschijnen er gewoon weer films in de bioscoop, omdat de aantrekkingskracht van het grote witte doek vaak nu eenmaal groter is. Wanneer de branche zich iets beter aanpast aan de moderne tijd en het bioscoopbezoek aantrekkelijker en vooral goedkoper zou maken, hoeft niemand worden verstoken van al het moois en nuttigs dat het medium film kan bieden. Of zoals de Amerikaanse filosoof Robert M. Pirsig het ooit zei: “Als je het pad van kwaliteit volgt, kunnen er schijnbaar vanuit het niets prachtige inzichten, gedachten en oplossingen ontstaan.”

Goosebumps

Vermaak
Goosebumps is typisch zo’n film die in de bioscoop veel beter tot zijn recht komt dan op een beeldscherm thuis. Het verhaal over een schrijver van enge kinderboeken, die zijn griezels uit voorzorg heeft opgesloten, zijn dochter en haar nieuwe buurjongen is een vermakelijke, fantasierijke avonturenfilm, ideaal voor een avondje bios met familie of vrienden. Verstrooiing, escapisme, loslaten – een yogales voor het overbelaste brein, voor jong en oud. Service in optima forma en de mogelijkheid om heerlijk te worden vertroeteld door het gastvrije cinemapersoneel. Het enige dat nog ontbreekt, is een voetmassage.

Na een televisieserie, enkele videospellen en een stripserie is er nu Goosebumps, de speelfilm. Van deze Kippenvel-boeken verschenen al bijna 200 titels waarvan wereldwijd al meer dan 400 miljoen exemplaren zijn verkocht. De vraag was dan ook: welk boek ga je verfilmen? Het antwoord lag voor de hand: alle griezelige hoofdpersonages uit alle boeken komen samen in één film. Simpel en briljant, want het idee pakt fantastisch uit. Goosebumps is een geslaagde combinatie van grappig en griezelig, van spanning en avontuur, van kalverliefde en vaderlijke bescherming.

Goosebumps

Terreur
Jack Black speelt de schrijver van de succesvolle Goosebump-serie, R.L. Stine, die low profile door het leven gaat en zijn enige dochter angstvallig afschermt van mannelijke leeftijdsgenoten en andere pottenkijkers. Black – het leukst in The School of Rock en Kung Fu Panda (en met zijn fameuze lofzang op Led Zeppelin in het Kennedy Center in 2012) – is de ideale protagonist in zijn bundeling van een ijzig en aanstekelijk voorkomen. Een hoogst onaangenaam en onvoorspelbaar heerschap, tot het moment dat zowel de nieuwe buurjongen als de kijker zijn grote geheim ontdekken en de terreur van de ontsnapte Goosebumps-griezels is begonnen.

De sadistische pop Slappy the Dummy fungeert als het alter ego van Stine. Als het brein achter de opstand zweert hij dat zijn tot leven gekomen fictieve collega’s nooit meer in boeken zullen worden opgesloten. De weerwolf, verschrikkelijke sneeuwman, slangenvrouw, geestendokter, gnomen, vleesetende planten, speelgoedrobots, reuzenbidsprinkhaan, vampieren, aliens, zombies, mummies, een krankzinnige clown en talloze andere engerds richten een ware ravage aan in de stad, niet gehinderd door een koppel niet al te snuggere agenten. Hoewel sommige monsters zeer wrede bedoelingen hebben, worden ze plotseling grappig als blijkt dat ze een raar hoog stemmetje hebben, zodat ook de jongste kijkers zich niet zo snel in hun popcorn zullen verslikken.

 

5 februari 2016

 
ALLE RECENSIES
 

D’Ardennen

****

recensie  D’Ardennen

Hoedt u voor de hond

door Alfred Bos

Deze opvallend sterke debuutfilm uit Vlaanderen, op het snijvlak van sociaal drama en thriller, doet niet aan het romantiseren van misdaad. Rond de kerstdagen loopt een broedertwist volledig van de rails.

D’Ardennen is een moderne variant op het aloude Bijbelverhaal over Kaïn en Abel. Twee broers, verbonden door bloed, maar zo verschillend. Kenny (Kevin Janssens) is een kort lontje dat zich snel te kort voelt gedaan, geweld volgt hem als een schaduw. Dave (Jeroen Perceval) is even gevoelig, maar meer introvert. Tussen hen staat een vrouw. Sylvie (sterke rol van Veerle Baetens) was de vriendin van Kenny, maar als die uit het gevang komt scharrelt ze inmiddels met Dave. De geliefden proberen hun relatie voor Kenny geheim te houden. Dat alles in volks dialect, ondertiteld voor de niet-Antwerpenaars.

D'Ardennen

D’Ardennen is de eerste speelfilm van Robin Pront, een nog geen dertigjarige regisseur uit Antwerpen die eerder twee kortfilms maakte. In beide figureert acteur Jeroen Perceval, verantwoordelijk voor het draaiboek. Perceval, zoon van acteur/regisseur Luk Perceval, is een multitalent, met de acts Kramer en Eigen Makelij ook actief in de Vlaamstalige hiphop scene van Antwerpen. Hij schreef D’Ardennen als theaterstuk voor het Antwerpse gezelschap Het Toneelhuis en bewerkte het met de regisseur tot filmscript.

Verkeerde keuzes
Wat opvalt aan film en scenario is de precisie van psychologie en plot. Het verhaal draait rond een lijk dat Kenny wil wegwerken via zijn vroegere celmaat Stef (Jan Bijvoet), die een autosloperij ergens in de ruigte van de Ardennen bestiert. Dave moet zijn broer helpen, want bloed verplicht. Wat volgt is een afdaling in de hel. De ontknoping wordt fijntjes en met aandacht voor detail opgezet en komt als een volstrekte verrassing. Het is ook een onontkoombaar noodlot, het gevolg van een reeks verkeerde keuzes.

Scenarist Perceval omschrijft zijn existentiële vertelling, geschreven in reactie op een verbroken relatie, als ‘een emotioneel verhaal over mensen die niet met emoties kunnen omgaan’. De bullebak Kenny is in emotioneel opzicht een kleuter, impulsief en jaloers, een psychopaat. Wellicht zo geworden omdat moeder liefde en straf niet uit elkaar kan houden. In een sterke scène, wanneer moeder, zonen en vriendin, op kerstavond in de keuken aan de frieten zitten komt de cocktail van familieband, wantrouwen en emotioneel verraad vervaarlijk dicht tot het kookpunt. Het sterke is: de klap komt niet. Iedereen houdt zijn muil, ook de hond.

D'Ardennen

Argeloze viervoeter
En dat had Daisy, de chihuahua van Sylvie, beter niet kunnen doen. D’Ardennen is de film van de argeloze viervoeter, ’s mans (en vrouws) beste vriend, die onbedoeld alle snode plannen omver kegelt, wat ook in je nadeel kan uitpakken, zoals Kenny zal ontdekken. En het zijn niet alleen honden die een sleutelrol vervullen in de lotsbestemming van Kenny en Dave, ook het gevogelte heeft zijn plek in D’Ardennen. Kenny gebruikt de kraanvogel als metafoor om Dave de liefde tussen man en vrouw te schetsen en dan zijn er nog—hier zwijgen we devoot, om een van de meest originele plotwendingen uit de filmhistorie niet te verklappen.

Op een paar mindere regiemomenten na klopt alles aan D’Ardennen. Hoewel sterk qua karaktertekening en intrige wordt het verhaal vooral verteld via de beelden, subtiel door middel van spiegels of vensters, en virtuoos in lange takes. Het raakt aan genrefilms, maar is verre van generiek. Het is een Shakespeareaans noodlotsdrama over tokkies, eigen van toon en uitwerking. Dit Antwerpse meesterstukje is in bijna alles het tegendeel van zijn Brusselse tegenhanger Black, dat bulkt van clichés en valse romantiek. Na Rundskop is er uit België geen betere debuutfilm gekomen.

2 februari 2016

 

 
ALLE RECENSIES
 

99 Homes

***

recensie  99 Homes

Malafide makelaar

door Damian Uphoff

Door het originele onderwerp intrigerende, maar verder veilig volgens het boekje uitgewerkte, film over hoe ver je als mens gaat om je eigen huis terug te verdienen. 

Je moet onder een steen geleefd hebben wil je niet gehoord hebben van de Amerikaanse huizencrisis die al sinds 2006 woedt. Miljoenen mensen die op rigoureuze wijze hun huis uitgezet worden vanwege rommelhypotheken. Wat dat betreft leunt 99 Homes dicht tegen de realiteit aan. Hoewel ietwat dik aangezet, geeft hij dikwijls een leerzame, interessante kijk op hoe de crisis zich manifesteert, levens ruïneert en, bovenal, hoe bepaalde mensen er juist op parasiteren. Eveneens te zien in The Big Short, waarin vier buitenstaanders rijk worden door het voorspellen van de instortende huizenmarkt.

99 Homes

Overlevingsdrang
Dennis Nash, een jonge bouwvakker, die samen met zijn moeder en zoontje leeft, komt in een onfortuinlijke situatie terecht nadat hij zijn huis uitgetrapt wordt. De arglistige vastgoedmakelaar Rick Carver, die verantwoordelijk is voor zijn uitzetting, biedt hem werk aan en dat laat de stakker zich geen twee keer zeggen. De klusjes die hij voor de malafide makelaar moet uitvoeren nemen ongure vormen aan, waardoor hij al snel met een moreel dilemma te kampen krijgt. Want hoever ga je als mens om je eigen huis terug te krijgen? In een situatie waarin overlevingsdrang boven moraal prevaleert.

De premisse is er één die vaak voorkomt. Denk aan Training Day, waarin een jonge agent gaandeweg in een spiraal van corruptie terechtkomt en last krijgt van gewetenswroeging. Ander verhaal, andere setting, maar exact dezelfde formule. En daar ligt dan ook de zwakte van 99 Homes. Het is een veilige film, die het formuletje braaf afwerkt en obligaat eindigt.

Marionet
Michael Shannon (Revolutionairy Road) zet zijn rol met verve neer. Hij speelt een doorgewinterde makelaar die de ‘kneepjes’ van het vak maar al te goed kent. Zodanig dat hij ze meermaals misbruikt. In Nash (Andrew Garfield, The Amazing Spider-Man) ziet hij een marionet, een sidekick om de rotklusjes te doen. Klusjes die van kwaad tot erger gaan. Later moet Nash zelfs de taak op zich nemen om ook andere mensen hun huis uit te schoppen. De vraag is of je het hem kwalijk kan nemen. In een situatie van wanhoop is men al gauw bereid morele grenzen te verleggen. Wat volgt is een psychologisch, sterk geacteerd, schouwspel, waarin Carver het duiveltje op de schouder van Nash is, en zijn moeder (Laura Dern) de engel die hem uit Carvers greep tracht te verlossen.

99 Homes

Nash’ inwijding in het makelaarswereldje verloopt wel érg soepel, ook kun je vraagtekens zetten bij enkele beweegredenen van de twee. Zo is het  eigenlijk stug dat een rijke makelaar zomaar een bouwvakker aanneemt voor zulke exorbitant hoge salarissen. Het had duidelijker naar voren mogen komen waarom Carver nou juist Nash als discipel aannam. De rijke makelaar had er zelf weinig baat bij en gezien de hebzuchtige aard deed hij het niet uit gulheid. Desalniettemin geeft 99 Homes een leerzame kijk op de problematiek rond de huizencrisis, die anno 2016 nog steeds zichtbaar is.

 

1 februari 2016

 
ALLE RECENSIES

Francofonia

***

recensie  Francofonia

Zeg maar U tegen het Louvre

door Ralph Evers

Francofonia vertelt de bewogen geschiedenis van het Louvre ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Hoe de samenwerking tussen de nazi’s en de Fransen ertoe leidde dat veel kunstschatten werden gespaard. Documentaire met fictie, waarin het Louvre zelf ook tot leven komt.

Sokurov en schilderkunst. Niet de eerste keer dat de Rus zich cinematografisch verlustigt aan schilderijen en er een eigenzinnig portret van weet te maken, ingelijst in zijn eigen artistieke handtekening met passende achtergrondmuziek, merendeels klassiek. Vervlogen herinneringen uit jongensjaren, beelden die ons vreemd genoeg bekend voorkomen, ook al zullen weinig hedendaagse kijkers die tijd bewust meegemaakt hebben.

Francofonia

Parijs en het Louvre begin 1940. De nazi’s hebben Frankrijk veroverd en voelen zich trotse eigenaar van de vele kunstschatten die Frankrijk rijk is. Onderhandelingen vinden plaats tussen de directeur van het Louvre, Jacques Jaujard, en Franz Graf Wolff-Metternich. Hij is hoofd van Kunstschutz, de Duitse commissie ter bescherming van kunstwerken in bezet gebied. De relatie tussen Jaujard en Metternich staat in Francofonia centraal. In het bijzonder omdat Metternich in samenwerking met Jaujard het voor elkaar kreeg de autoriteiten in Berlijn voortdurend om de tuin te leiden, zodat de kunstschatten in Parijs konden blijven.

Sokurov’s Ark
Als zijplot speelt een hedendaagse verhaallijn over een kunsttransport over zee. De boot, geladen met topstukken uit Europese musea, raakt in uitzonderlijk slechte weersomstandigheden verzeild. Het schip is als de ark van Noah, ditmaal gevuld met de belangrijke kunstwerken van het oude Europa. Boeken, film, schilderkunst, beelden, muziek, alles wat in ons culturele DNA te vinden valt, bevindt zich op de Ark. Terwijl het schip in slecht weer verkeert, houdt Sokurov zelf contact met de schipper. Was de storm te voorkomen? Wat had de schipper kunnen of moeten doen? Wat symboliseert het schip? Alsof Sokurov het onschatbare belang van kunst verdedigt. Musea hebben wonderwel menig oorlog overleefd en bieden onderdak aan de ideeën en tijdsbeelden van vroeger. Als een vergeten foto van onze vroegere cultuur.

Niet de eerste keer dat Aleksandr Sokurov met bovenstaand idee speelt, want ook in Russian Ark (2002) waarbij de Hermitage van Sint-Petersburg als hoofdpersonage gebruikt wordt, speelt een dergelijke gedachtelijn op de achtergrond. Die film viel vooral op door haar vorm: één lange take van 96 minuten vol fantastische scenes, waaraan een hoop repetitie voorafging.

Francofonia

Nostalgie
Sokurov slaagt er met zijn reconstructie van de geschiedenis in om een ongrijpbare, weemoedige, nostalgische sfeer te scheppen. Het kleurfilter ligt als een zachte deken over de beelden gedrapeerd en geeft de illusie van oude beelden. Dit effect wordt versterkt door de daadwerkelijke archiefbeelden en de treffende soundtrack. Het enige dat nog ontbreekt om de nostalgie compleet te maken is de geur van pijp of sigaar en cognac.

Francofonia is zowel film als documentaire. Zowel afstandelijk als nabij. De balans tussen het verhaal en de waargebeurde feiten is helaas uit evenwicht, waardoor de film, ondanks haar prachtige melancholische sfeer, de kijker te vaak loslaat.

 

30 januari 2016

 

 

ALLE RECENSIES

 

Revenant, The

****

recensie  The Revenant

Wraak in de Rockies

door Alfred Bos

De regisseur van Birdman staat opnieuw op de rol voor een Oscar. Is zijn monumentale western The Revenant een fraai opgetuigd wraakepos of een natuurdocumentaire waar Leonardo DiCaprio toevallig in verdwaald is geraakt? Of beide?

De western is terug, maar anders dan vroeger. De prairies en woestijnen hebben plaatsgemaakt voor bergen en bossen. Het zand van toen is tegenwoordig sneeuw. En de indianen, de anderen, zijn als immer onbetrouwbare natuurmensen, maar dat zijn de blanken nu ook. Maar voor de rest is het ‘Westen’ nog steeds wild: een omgeving zonder gezag, waar het leven bruut is en buiten familie en vrienden niemand te vertrouwen. Je zou er bijna de neoliberale samenleving in zien.

The Revenant

Voorbeeld van zo’n neoliberale western, naast Tarantino’s The Hateful Eight, is The Revenant, Oscar-winnaar Alejandro Iñárritu’s wraakepos over een woudgids die voor dood wordt achtergelaten en zwaar gewond, zonder enig hulpmiddel anders dan zijn kennis van het woud en zijn obsessieve doorzettingskracht, verhaal gaat halen bij zijn boosdoener. De pelsjagers, de Arikari-indianen en de rondzwervende Franse soldaten vertegenwoordigen de anarchie, de natuurstaat. Het gezag, in de vorm van een legerexpeditie, is zwak. Elementair geweld regeert: wie goed doet gaat dood en de boeven winnen.

Monumentale natuur
The Revenant is gesitueerd in Montana, aan de voet van de Rocky Mountains, ergens in de jaren twintig van de negentiende eeuw, een weinig benutte periode voor films over ‘the frontier’ (er is een tv-serie over de befaamde expeditie van Lewis & Clark in voorbereiding). Door de lens van cinematograaf Emmanuel Lubezki (Knight of Cups, Birdman, Gravity) oogt de natuur spectaculair, om niet te zeggen monumentaal. In die overweldigende omgeving ogen mensen als mieren.

De gids, Hugh Glass (Leonardo DiCaprio), is de bemiddelaar tussen natuur en cultuur, of wat daarvoor moet doorgaan, een groep ruige pelsjagers onder bescherming van een groepje Amerikaanse soldaten. Glass staat letterlijk tussen twee culturen, want hij – zo leren we uit als dromerige herinneringen gepresenteerde flashbacks – woonde in een Pawnee-nederzetting en had een Indiaanse vrouw. Hij spreekt ‘native’ met zijn zoon, een halfbloed. Anders dan in Dancing with Wolves worden indianen niet als nobele wilden afgeschilderd, zo blijkt uit de bloedstollende openingsscène. Denk Saving Private Ryan, maar dan in de Rockies.

Historische feiten verdicht
The Revenant vertoont enige overeenkomst met Iñárritu’s voorlaatste film Biutiful, qua verhaal en vorm. Zieke protagonist moet overleven in vijandige jungle en heeft hallucinante visioenen die zijn innerlijke leven verbeelden. Glass’ antagonist is de pelsjager John Fitzgerald (Tom Hardy), het soort psychopaat dat steeds frequenter op het filmdoek is te zien: alles wat hij aanraakt gaat kapot. Tussen die twee staat legerofficier Andrew Henry (Domhnall Gleeson), die moraal en orde vertegenwoordigt maar wiens slagkracht beperkt is. Daar omheen cirkelen een groepje losgeslagen Franse ex-soldaten en een posse van Arikari op zoek naar de gekaapte dochter van hun leider.

The Revenant

Het is een brisante mix en de film heeft de historische feiten in de gelijknamige roman van Michael Punke uit 2002 verdicht met eigen bijdragen. Zonder veel te verklappen: Glass’ vrouw en zoon zijn verzonnen om het verhaal meer drama te geven. En dat is ironisch genoeg de achilleshiel van de film. Waar de droomscènes Biutiful naar een hogere dimensie tillen, zijn ze hier overbodig en werken verwarrend. Ze zijn zelfs clichématig: spiritualiteit als koolzuurgas. Je gaat er van boeren.

The Revenant telt een aantal overtuigende actiescènes en is schitterend gefotografeerd. Het verhaal is episch (mens tegen mens én natuur) en de interactie tussen de diverse elkaar bejagende en beconcurrerende fracties zorgt voor de nodige spanning en toch weet de film niet de verpletterende indruk te maken die Iñárritu’s voorgaande films – en Biutiful en Birdman in het bijzonder – wel achterlieten. Daarvoor is de psychologie te eendimensionaal, zodat de kijker nimmer emotioneel contact maakt met de hoofdpersoon en zijn verhaal. Maar zelfs een niet helemaal geslaagde Iñárritu is nog altijd een bovengemiddelde film.

 

26 januari 2016

 
ALLE RECENSIES

Problemski Hotel

****

recensie  Problemski Hotel

Kerstsprookje in azc

door Alfred Bos

Verfilming van de gelijknamige roman uit 2003 waarmee Dimitri Verhulst in thuisland België en tot ver over de grenzen doorbrak. Absurdisme in een asielzoekerscentrum in de donkere dagen van december.

Het Problemski Hotel staat in Brussel, maar het had elke metropool in Europa of Canada kunnen zijn. In de modernistische kantoorkolos, type bank- of overheidsgebouw uit de jaren zeventig, huizen immigranten uit uiteenlopende streken: Afrika, het Midden-Oosten, de voormalige Sovjet-Unie. Ze wachten op hun verblijfsvergunning of maken plannen om, illegaal, door te reizen naar hun droombestemming. De betonkolos is hun universum. In de handen van de regisseur (en de schrijver) wordt het het konijnenhol uit Alice in Wonderland.

Problemski Hotel

Problemski Hotel wordt bevolkt door zielen verloren in een schemerzone, het onbestemde overgangsgebied tussen het ontvluchte verleden en de hoopvolle toekomst. Het is een fantastische (in meerdere betekenissen) setting voor een absurdistisch drama over identiteit en menselijkheid. Bipul weet niet wie hij is of waar hij vandaan komt, maar hij spreekt zeven talen. Hij maakt zich gedienstig aan de overige asielzoekers als raadgever of tolk. Lidia is een nieuwe immigrante uit een voormalige Sovjetrepubliek. Tussen de twee ontstaat een schutterige romance.

Meesterzet
Problemski Hotel is het speelfilmdebuut van Manu Riche, in België gevierd als maker van spraakmakende reality tv (Strip-Tease) en documentaires over onder meer Koning Boudewijn en Tom Barman, de voorman van rockgroep Deus. Hij verplaatste de gelijknamige roman van Dimitri Verhulst van de Vlaamse regio naar de anonimiteit van de Europese hoofdstad en dat is een meesterzet. Het gehannes van de verantwoordelijke ambtenaren, het interculturele onbegrip, de persoonlijke tics van de asielzoekers—het is niet het thema, maar het decor voor een eigentijds kerstsprookje.

Bipul en Lidia zijn de scharnierpunten van de ensemblefilm, die – ook een gouden greep – wordt bevolkt door minder en onbekende acteurs. Het is een bont gezelschap dat met en langs elkaar leeft, iedereen heeft zijn eigen wensen en angsten. Bipul ziet de opvang als zijn thuis, Lidia droomt van een luxeleven in Londen. Hun toenadering vormt de rode draad, geweven door een tapijt van terzijdes rond de gasten van het Problemski Hotel, zoals Igor die naar het Vreemdelingenlegioen wil, Mahsun die blonde Vlaamse schonen aan de haak wil slaan en Tomatski die van ‘het asielen’ zijn bestaan heeft gemaakt en van land naar land hopt.

Problemski Hotel

Snelwandelparcours
Riche filmt veel scènes vanaf de schouder en volgt de personages in documentairestijl. Als contrapunt fungeren de van statief gedraaide, al dan niet uitzoomende totaalshots, die het absurde van de omgeving en de situatie benadrukken, begeleid door de morose strijkkwartetten van Bartok. Als running gags zijn er de directrice die na werktijd het betonnen fort gebruikt als snelwandelparcours en een te grote kerstboom die niet in de lift past en door asielzoekers via het trappenhuis naar het dak moet worden gesjouwd. Tussen alle weemoed en vervreemding kiert de kolder.

De regisseur heeft de pech dat Problemski Hotel (opnamen gestart in september 2014) verschijnt op een moment dat de vluchtelingenproblematiek stijf bovenaan de Europese agenda staat. De film heeft raakvlakken met het recente werk van de Fransman Thomas Bidegain (zie zijn scripts voor Dheepan en The Wakhan Front en zijn eigen debuut, Les Cowboys), maar het is geen sociaal drama over immigratie en integratie. Het is een kerstverhaal, compleet met baby, met een eigen, surrealistische toon. En een warm kloppend hart.

 

23 januari 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Dubbelinterview met regisseur Manu Riche en schrijver Dimitri Verhulst!

Spotlight

****

recensie  Spotlight

Je zegt geen ‘nee’ tegen God

door Cor Oliemeulen

De onthullingen hadden tot gevolg dat wereldwijd seksueel misbruik door priesters aan het licht kwam. Of de katholieke kerk er veel van heeft geleerd, blijft de vraag. De kardinaal in Boston nam weliswaar ontslag, maar kreeg een baan in een van de belangrijkste basilieken van Rome.

De nieuwe baas van The Boston Globe, Marty Baron (Liev Schreiber), windt er tijdens zijn eerste werkdag geen doekjes om: het seksueel misbruik van priesters moet publiekelijk aan de kaak worden gesteld en de katholieke kerk zal boeten voor haar zonden. Baron heeft makkelijk praten. Niet alleen omdat hij jood is, maar vooral omdat hij, komend uit het genaakbare Florida, niets heeft te maken met de conservatieve, gesloten gemeenschap van Boston net na de millenniumwisseling. Een tijd waarin velen in de stad wisten van de misstanden, maar angstvallig de andere kant op keken.

De macht van de kerk
Dat merkt ook het team van het journalistieke onderzoeksteam Spotlight dat probeert te achterhalen hoe het toch kon dat de lokale priester John Geoghan jarenlang structureel vooral jongens in verschillende parochies kon misbruiken. Al na het eerste speurwerk blijkt dat nog meer geestelijken zorgden voor meer dan alleen de ziel van kinderen. De kerk schikte veelal met de slachtoffertjes en hun ouders, waarna een aantal priesters in andere parochies opnieuw vrijelijk kun gang konden gaan. De invloed en uitgestrekte macht van het kerkelijke instituut blijkt evident.

Spotlight

Regisseur Tom McCarthy (bekend van het filmjuweeltje The Station Agent, 2003) kende zelf ook een katholieke opvoeding, waarin begrip, bewondering en respect voor de kerk vanzelfsprekend waren. Met zijn film, waarvoor hij een deel van het scenario schreef, opent hij niet zozeer de aanval op de katholieke kerk, maar laat hij sommige van zijn personages zich wel hardop afvragen waarom getuigen niet opstonden en aan de bel trokken. Ook leren we dat de meeste slachtoffers niet in de publiciteit wilden of durfden.

Gedetailleerd
Het is knap hoe de makers van Spotlight de tijdgeest en omstandigheden weten te vangen. Zo werd het redactielokaal met de meer dan honderd cubicles van The Boston Globe minutieus nagebouwd en bereidden sommige acteurs zich consciëntieus en met veel oog voor detail (uiterlijk, tongval) voor op hun rollen door de vele gesprekken die zij voerden met de echte hoofdrolspelers: journalisten, advocaten, slachtoffers en andere betrokkenen. Ook al vermoed je vrij snel hoe het verhaal afloopt, je ziet aan alles dat de film met liefde en toewijding tot stand is gekomen.

Michael Keaton, die al in 1994 overtuigend een editor speelde in The Paper van Ron Howard en vorig jaar een zeer geslaagde comeback maakte in en als Birdman, is de leider van het Spotlight-team, Walter Robinson. Zijn meest fanatieke medewerker is onderzoeksjournalist Michael Rezendes, vertolkt door Mark Ruffalo, de laatste jaren vooral bekend als het Avengers-personage Bruce Banner/The Hulk. Hoewel Ruffalo in Spotlight niet als een olifant in een porseleinkast rondstruint, is hij wel degene die zich het meest vastbijt en kan hij nauwelijks wachten om de misstanden in de katholieke kerk met het lezerspubliek te delen. Echter Marty Baron wil pas publiceren als ‘het systeem’ kan worden veroordeeld.

Spotlight

Eerst spiritueel misbruik
Terwijl Rezendes zich vooral bezighoudt met de juridische kant van de zaak, heeft zijn collega Sacha Pfeiffer (Rachel McAdams) de zware taak om slachtoffers van het seksueel misbruik te interviewen. “Eerst word je spiritueel misbruikt – want je zegt geen ‘nee’ tegen God – dan komt het seksueel misbruik”, aldus een gedupeerde. Het contact met de daders blijkt natuurlijk nog veel moeilijker. Als zij op een gegeven moment aan een voordeur in gesprek gaat met een verdachte priester die op het punt staat openheid van zaken te geven, wordt de man snel door diens zus naar binnen getrokken. Uiteindelijk roept het team de hulp in van een advocaat (Stanley Tucci) die zich al jaren bezighoudt met de belangen van honderden slachtoffers, maar hij worstelt danig met de balans tussen privacy en openbaarheid en wordt regelmatig paranoïde omdat kerk en politiek in zijn nek hijgen.

Lang na All the President’s Men (1976) van Alan J. Pakula waarin The Washington Post-journalisten Bob Woodward en Carl Bernstein het afluisterschandaal Watergate onthulden, is er eindelijk weer eens een goed biografisch drama over onderzoeksjournalistiek. Niet zoals het gros van het hedendaagse journaille dat achterover leunt, na-aapt en elke scheet van elke ‘beroemdheid’ volgt en werkelijk geen idee heeft wat hoor-wederhoor betekent, maar nog gewoon zoals het hoort: vastbesloten duiken in knipselmappen, boeken, bibliotheken en stoffige archieven om de enige echte waarheid boven tafel te krijgen.

 

22 januari 2016

 
ALLE RECENSIES