Blue Strait (2015)

REWIND: Blue Strait (2015)
Mentale gevangenschap in suburb

door Sjoerd van Wijk

Blue Strait overpeinst de tragiek van een padafhankelijk leven in een Amerikaanse suburb. Een falende relatie vervlecht zich losjes met een stroom indrukken van een doodse omgeving, aanschouwd met verontrustend cynisme.

Filmmaker Jon Jost omschrijft de film zelf op IMDb als één voor mensen met een ruimdenkend idee over de mogelijkheden van cinema. Een mannelijk stel verschijnt slechts sporadisch in een contemplatieve aaneenschakeling van kustlijnen en lege straten in een anonieme voorstad. Hun hobby’s krijgen bovendien meer de aandacht nog dan concreet de relatie. De een (John Manno) begeleidt de film soms muzikaal op de harp en praktiseert yoga, de ander (Stephen Taylor) ontsnapt zo vaak als mogelijk aan de aardbol met een klein vliegtuig. Uit het niets doemen ellenlange discussies op over het avondeten of de financiële situatie nu een van hen zijn baan zal verliezen.

Blue Strait

Losgeslagen samenleving
Na een korte periode waarin Jost een niche vond in het festivalcircuit, inclusief twee duimen omhoog van Roger Ebert voor All the Vermeers in New York (1990), raakte hij in de vergetelheid na het gretig omarmen van digitale film in de vroege jaren 90. Of die afkeuring van het festivalcircuit nu komt door pech of niet, zijn films dagen stilistisch uit met urgente maatschappijkritiek waarin qua attitude de vergelijking met Jean-Luc Godard van nature komt. In plaats van de cinema an sich neemt Jost de Amerikaanse mythos als uitgangspunt voor vaak bijtende beschouwingen op een losgeslagen samenleving.

The Bed You Sleep In (1993) schept bijvoorbeeld een naargeestige Amerikaanse suburb-sfeer die op meditatief Tarkovski-achtige wijze inbrandt, een gruwelijker visie dan Twin Peaks (1990) met een reeks banaliteiten voor elkaar kreeg. Amerikaanse dromen blijken vooral nachtmerries vol tragiek. Zo gronden het tedere Slow Moves (1983) en satirische Frameup (1993) het ideaal van een vrijgevochten leven à la Bonnie & Clyde in de keiharde realiteit.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Hardvochtig individualisme
In zijn recente werk keert Jost zich net als Godard meer in zichzelf met een dikwijls onnavolgbare taaiheid. Waar eerdere films vaak verbluften met trackingshots maakt de camera nu meer pas op de plaats met streng gekadreerde beelden. In Coming to Terms (2013) en They Had It Coming (2015) leidde dat tot lethargisch uitgewerkte familiedrama’s. Ook Blue Strait zakt door radicaal eigenzinnig stilisme weg in de eigen caleidoscopische omvang, maar vat succesvoller het mentale gevangenschap van haar personages.

Manno en Taylor zetten figuren neer zo onderkoeld zakelijk als die van Robert Bresson (Mouchette, 1967). Ralph Waldo Emersons ideaal (nog zo gretig geciteerd in The Bed You Sleep In) van zelfredzaamheid muteert hier naar onverschilligheid. Een hardvochtig individualisme dringt door in de enerverende twisten waarin hun hoofden het scherm vullen in een subtiel uitgevoerde split screen, die op andere tijden de spanning ophoogt door Josts vernuftige vondst deze heen en weer te laten bewegen.

Blue Strait

Onverschil
In spaarzame dialogen vol venijn zitten verwijten hoe beide mannen zich hebben ingebouwd in een levensstijl waar niet aan getornd mag worden. Beide criticasters lijken gevangen in een padafhankelijk leven. Of dat nu door yoga ingegeven minimalisme inhoudt of spelen met vaartuigen, een secce veroordeling van materialisme blijft uit. In het grotere plaatje doet de kapotte relatie er niet meer toe, opgaand in de sobere omgevingsshots waarin Jost zijn gave voor superimpose (techniek om twee beelden over elkaar te plaatsen) etaleert.

Gespeend van opbeurende emoties portretteert Blue Strait zo een sensatie van anhedonie (een gevoel van apathie). Als document van individueel onverschil over de buitenwereld zelfs als deze zich onder hetzelfde dak bevindt zoals bij het stel krijgt deze desillusie over het suburbia-ideaal van een geborgen thuis een verontrustende kant. Dat maakt Blue Strait een confronterende film die zich mag meten met Josts beste werk.

 

BLUE STRAIT KIJKEN: net als het volledige werk van Jon Jost hier te streamen of te downloaden.

 

Meer REWIND

Widow of Silence

****
recensie Widow of Silence

Slechts een halve vrouw

door Ries Jacobs

Niet vaak opent een film met een beeld zo confronterend als de openingsscène van Widow of Silence. Een oude vrouw wordt vastgebonden in een stoel. Ze zegt geen woord, maar haar doorleefde gelaat verraadt een immense pijn.

Aasia woont samen met haar elfjarige dochter Inaya en schoonmoeder in een armoedige bovenwoning. Haar man verdween tijdens politieke schermutselingen in de al decennia door burgeroorlog geteisterde Indiase deelstaat Kahmir en sinds zijn verdwijning praat Aasia’s schoonmoeder niet meer. Voordat ze de deur uitgaat, bindt ze de oude zwakke vrouw vast in een stoel.

Widow of Silence

Als half-weduwe, getrouwd met een nooit uit de oorlog teruggekeerde en daardoor officieel nog levende man, kan Aasia geen juridische beslissingen maken of beschikken over de bezittingen van haar man. Al jaren probeert ze zijn overlijdensakte te bemachtigen. Alleen dit stukje papier kan haar status van half-weduwe veranderen in die van officiële weduwe, alleen dan kan ze weer beslissen over haar eigen lot. Om het document te bemachtigen, moet zij de bureaucratische mallemolen door. Een lokale ambtenaar wil het certificaat alleen afgeven in ruil voor een gunst en heeft daardoor Aasia’s toekomst in zijn handen.

Levend op de brandstapel
Widow of Silence is een drama over een, door loyaliteit aan haar al dan niet overleden man, verscheurde vrouw. Aasia kan de vloek die als half-weduwe op haar rust opheffen door met een nieuwe man te trouwen en heeft zelfs een aanbidder die haar haar status en menselijkheid kan teruggeven. Maar het voelt als verraad aan haar man om opnieuw te trouwen en ze blijft in de maalstroom van armoede en onrecht ronddraaien.

Tegelijk brengt regisseur Praveen Morchhale de positie van de vrouw in India realistisch in beeld. Volgens de heersende traditie is de taak – de enige échte taak – van de vrouw om haar man en gezin te dienen. Nog steeds komt voor dat een weduwe op de brandstapel van haar overleden echtgenoot klimt en zichzelf levend in de vlammenzee gooit. Een ongehuwde vrouw is hier slechts een halve vrouw. Omdat Aasia geen echtgenoot heeft, noch levend noch dood, ziet de samenleving haar niet als een volwaardige vrouw. Haar omgeving keert haar de rug toe waardoor ze in haar eentje de kost verdient, Inaya opvoedt en voor de oude vrouw zorgt.

Widow of Silence

Gargamel
De enige kritiek op de film is dat de karakters niet voldoende tot leven komen. De in- en inslechte naamloze ambtenaar die misbruik maakt van onschuldige en rechteloze vrouwen, het komt enigszins over als de kwaadaardige Gargamel, de eeuwige vijand van de smurfen. Dat Morchhale de personages opoffert voor het verhaal en het maatschappelijke punt dat hij wil maken, komt het acteerwerk niet ten goede.

Dit maakt de maatschappelijke urgentie van Widow of Silence niet minder, want armoede, ongelijkheid, vrouwenonderdrukking, oorlog en een corrumperende bureaucratie komen in het India van nu, vooral op het platteland, nog steeds voor. Het land dat zich in de afgelopen decennia ontwikkelde tot een grootmacht die vooroploopt op het gebied van informatietechnologie, blijft in maatschappelijke opzichten hopeloos ouderwets. Het is aan kunstenaars als Morchhale om dit in beeld te brengen.

Widow of Silence is sinds 20 mei te zien op Picl.

 

21 mei 2021

 

ALLE RECENSIES

De Oost

****
recensie De Oost

Grauwe historische spiegel

door Jochum de Graaf

Tijdens het draaien van De Oost zuchtten cast en crew onder de hitte, overstromingen en tropische ziekten op Java. Zonnesteken, knokkelkoorts, malaria, buiktyfus, schorpioenen, moeizame onderhandelingen met de Indonesische autoriteiten, het leger dat met regelmaat langskwam op de set, de coronapandemie die de opnamen stillegde, er zijn maar weinig ontberingen die de film bespaard zijn gebleven.

Geldnood, ook zoiets. Regisseur Jim Taihuttu moest naar verluidt inkomsten uit zijn dj-bijbaan investeren en alleen door een deal met Amazon – waardoor de film nu eerst via een streamingdienst te zien is voordat hij in de bioscoop komt – konden de laatste draaidagen opgenomen worden.

En dan was er nog een kort geding, waarbij een organisatie van Indië-veteranen een extra disclaimer aan het begin van de film eiste, omdat de uniformen van de soldaten, de insignes, de snor van kapitein Westerling, een van de hoofdrolspelers, de belettering van de titel teveel reminiscentie aan de nazitijd zou verbeelden.

De Oost

Schijnrumoer
Eerlijk gezegd denk ik dat dit schijnrumoer de makers uit publiciteitsoverwegingen niet zo slecht uitkwam. Indië-veteranen zijn nogal makkelijk uit de tent te lokken. Denk aan de affaire-Hueting eind jaren zestig (aantonen oorlogsmisdaden), het tumult rond het bezoek van Poncke Princen midden jaren tachtig (vermeende overloper) en het aanbieden van excuses door onze koning ruim een jaar geleden voor het door Nederland gepleegde geweld, nota bene ruim 70 jaar na dato.

Terecht dat de rechter de eis voor een extra disclaimer aan het begin van de film afwees. De Oost is geen documentaire over de koloniale oorlog, eufemistisch aangeduid als ‘politionele acties’, die Nederland tussen 1945 en 1949 tegen de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië uitvocht; geen nauwgezet verslag van de vermeende wandaden van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger met pakweg 100.000 slachtoffers aan Indonesische en 5.000 aan Nederlandse kant; geen zwart-witfilm over goed en kwaad waarbij de Nederlandse soldaten als nazi’s worden weggezet.

Moreel moeras
De Oost is een dramatische schets hoe naïeve jongens van diverse pluimage uit alle windstreken, hoeken en gaten van het land langzaam maar zeker een oorlog voor een kansloos doel, de herovering van kolonie Indonesië, werden ingezogen. Maar bovenal vertelt de film het individuele verhaal van Johan de Vries (een veel Hollandser naam kun je niet verzinnen) die door een krampachtig streven naar revanche in een moreel moeras belandt.

De Oost

Martijn Lakemeier speelt overtuigend de soldaat die in 1946 samen met ruim honderdduizend anderen wordt uitgezonden om in Nederlands-Indië orde op zaken te stellen. In het eerste deel van de film raakt hij langzaamaan gefrustreerd van het landerige soldatenleven met patrouilles door doodsbange kampongs waar niemand iets over opstandelingen durft te zeggen, het gemopper en gevloek op ‘zwartjes’ en ‘apen’, het vermaak met stoere praatjes en bordeelbezoek. Johan doet de nodige moeite om zich in de Indonesische cultuur te verdiepen, hij deelt koekjes uit aan kinderen, leert zichzelf de taal en heeft een affaire met prostituee Gina. Hij lijkt een ‘eerlijke’ soldaat met een groot rechtvaardigheidsgevoel.

Zuiveringen
Dat gewone soldatenleven verandert op slag met de verschijning van kapitein Raymond Westerling (sterke rol van Marwan Kenzami) op het strijdtoneel. Johan raakt meer en meer in de ban van deze even charismatische als onberekenbare ‘Turk’ die eind 1946 met een speciale eenheid, het door hem zelf samengestelde Depot Speciale Troepen (DST), carte blanche kreeg om Zuid-Celebes, het tegenwoordige Zuid-Sulawesi, van alle opstandige elementen te zuiveren. De nog steeds ernstig omstreden Westerling gaf daar een eigen invulling aan en werd beschuldigd van excessief geweld, misdaden tegen de menselijkheid en het veroorzaken van vele burgerslachtoffers.

Wreed en straight is hij, de man die de mensheid in twee soorten opdeelt: ‘je bent jager of je bent prooi’. Het gaat van kwaad tot erger. Eerst worden de kampongs platgebrand, later gaat hij over tot standrechtelijke executies. De namen van mogelijke verraders staan bij hem in een boekje en bij het omroepen van de naam moeten ze naar voren komen en worden zonder pardon neergeknald. Op dit punt begint de film toch een beetje te wringen. Niet zozeer omdat het geweld fel realistisch en bruut in beeld wordt gebracht, maar meer omdat het zo breed uitgesponnen wordt en het daarmee nogal wat tijd kost voor Johan om tegen deze oorlogsmisdaden in het geweer te komen en de plot een dramatische wending neemt.

De Oost

Karakterontwikkeling
Daarentegen is wel de opbouw van de karakterontwikkeling van Johan goed gedoseerd. In eerste instantie fungeert hij als een soort rechtvaardige soldaat, later kiest hij toch uit verveling of misschien tegen de achtergrond van het NSB-verleden van zijn vader voor de foute kant aan de zijde van Westerling. We zien in flashforwards hoe hij zijn door PTSS en wrok getekende leven in het naoorlogse wederopbouwend Nederland niet goed meer op de rails krijgt. Er is hier geen enkele aandacht voor wat hij heeft meegemaakt. Dat hij tenslotte toch opstaat tegen zijn mentor in een hernieuwde confrontatie van Johan met Westerling leidt tot een opera-achtige apotheose met een onverwacht slot.

De Oost – uitgebracht in de tijd dat bijvoorbeeld het NIOD grondig onderzoek doet naar de oorlogsmisdaden in Indonesië en met het boek Revolusi van David Van Reybrouck eindelijk serieuze aandacht komt voor deze donkere, veel te lang onderbelichte episode uit de vaderlandse geschiedenis – houdt ons een grauwe historische spiegel voor.

De Oost is sinds 13 mei te zien op Prime Video en verschijnt op het witte doek zodra de bioscopen weer open mogen.

 

14 mei 2021

 

ALLE RECENSIES

Bright Green Lies

****
recensie Bright Green Lies

Meer of minder civilisatie?

door Sjoerd van Wijk

Bright Green Lies (2021) duidt open en helder hoe gangbare ideeën over duurzaamheid de kans op ecologisch herstel beschadigen. Toch dwingt het strijdvaardige idealisme van de makers uiteindelijk te weinig af om kleur te bekennen.

De Industriële Revolutie en haar consequenties zijn een ramp geweest voor het menselijk ras. Vanuit die zienswijze schreef het activistische trio Max Wilbert, Lierre Keith en Derrick Jensen (de laatste twee oprichters van de milieubeweging Deep Green Resistance) het boek Bright Green Lies, hier in een documentairevorm gegoten door Julia Barnes. Samen met het trio prikt zij de fantasiebubbels door van mainstream-milieuactivisten die strijden voor massale investeringen in energiebronnen als zon, wind en ethische consumptie.

Bright Green Lies

Het denken in kortzichtige oplossingen zoals zonnepanelen voor een ‘wicked problem’ leidt tot verdere ecologische schade. In plaats daarvan focussen de makers op de hoofdoorzaak van de ecologische catastrofe. Ze bekritiseren de komst van landbouw en civilisatie in de geest van John Zerzans anarcho-primitivisme en de technologiekritiek van een Ted Kaczynski of een vroege Ran Prieur.

Sprookjes
De communicatie over de ecologische catastrofe valt snel in een dumpen van grafiekjes en diagrammen, of de ondergang schreeuwend aankondigen van de daken om vervolgens met een hoopvolle oplossing te komen. Zo smeert Cowspiracy (2014) met kersen plukken haar veganistische ideologie aan. Planet of the Humans (2020) agiteert propagandistisch en doet afbreuk aan haar snijdende kritiek door selectieve reportage. In Bright Green Lies ontspint echter een open gesprek met de auteurs waarin zij toegankelijk hun zienswijze uitleggen. Relaxed zittend kijken zij langs de camera heen rechtstreeks naar Barnes wat de gesprekken een informeel karakter geeft.

Kort en krachtig ontmantelen zij sprookjes door bijvoorbeeld te wijzen hoe zogenaamd hernieuwbare energiebronnen afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Dat informele maakt de redeneringen soms simplistisch wanneer onder andere het beruchte ‘windmolens doden vogels’-argument langskomt. De sprekers steken hun ideologie echter niet onder stoelen of banken en besteden welbewust aandacht aan tegenargumenten. Zo krijgen gasten als activist David Suzuki een faire gelegenheid hun perspectief tegenover dat van de auteurs te plaatsen zonder dat Barnes lange neuzen trekt.

Kleur bekennen
Als mainstream-publicaties al iets durven te melden van de ernst van de ecologische catastrofe eindigt men dikwijls met een verplicht stukje hoop. Ook de met het tegendeel bewijzende informatie volgestopte documentaire Living in the Future’s Past (2018) kon het hoop venten niet nalaten. Barnes benadrukt haar liefde voor de natuur met fraaie onderzeebeelden (zij debuteerde met de documentaire Sea of Life) en een ontroerende aftiteling die alle getoonde niet-menselijke organismes ook noemt als gasten en schuwt de makkelijke oplossingen. Zo kordaat als elke auteur het stelt, poneert ook zij dat in opstand komen tegen civilisatie als enige redmiddel overblijft.

Bright Green Lies

Barnes schaart zich daarmee ideologisch duidelijk bij het trio. Zich verbazend over toonaangevende groene ideeën bezichtigt ze een in de naam van emissie neutrale biomassa-energie weggekapt bos of slentert ze rond op een duurzaamheidsbeurs vol snuisterijen en elektrische auto’s die uiteraard dankzij fossiele brandstoffen blijken te zijn geproduceerd. Haar idealisme uit zich in treffende voice-overs die uitdagen kleur te bekennen: wil men meer of minder civilisatie?

Introspectie
Daarmee sust de documentaire niet in slaap dat anderen al hard werken om het ‘wicked problem’ kortzichtig op te lossen met kipstuckjes of Tesla’s zodat civilisatie door kan gaan. Barnes lijkt te geloven dat grootschalig verzet nog zin heeft ondanks dat de afgelopen dertig jaar van klimaattoppen geen vinger is uitgestoken. Dat geeft Bright Green Lies een rechtlijnige boodschap en daarmee gemakkelijke uitwegen in cynisme of instinctieve weigering van de geïmpliceerde discomfort. Of dit informele verhaal mensen gaat confronteren met hun irreële vertrouwen in Green New Deals blijft daarmee de vraag.

De filmmaker Robert Kramer nam de wens van verzet versus de cynische constatering dat niets gebeurt als uitgangspunt in Route One, USA (1989), waarin de fictieve Doc na jaren gedesillusioneerd terugkeert in de Verenigde Staten. Geschoten als een documentaire smelten daar Amerikaanse dromen en de realiteit onuitsplitsbaar samen, waarmee de film prangende vragen stelt wat men nog kan doen. Door het oprechte karakter van zijn worstelingen motiveren Docs pogingen om zelf een boom van kap te behoeden, ook al zal deze abrupte klimaatverandering toch niet overleven. Bright Green Lies poneert weliswaar een worsteling maar boet in aan kracht doordat introspectie als die van Kramer ontbreekt.

Bright Green Lies kun je hier zien en hier streamen/kopen.

 

5 mei 2021

 

ALLE RECENSIES

De nueva otra vez

*
IFFR Unleashed – 2019: De nueva otra vez
Een gebroken voorruit en verder?

door Paul Rübsaam

‘Docufictie’ staat in De nueva otra vez (2019) van de Argentijnse regisseuse Romina Paula blijkbaar voor twee keer niets. Diaseries en statische voordrachtjes compenseren allerminst het pijnlijke gebrek aan bewegend beeld dat de emotionele crisis van de protagoniste zichtbaar en voelbaar maakt.

Een dia van een bestelwagen met een gebroken voorruit. Ondertussen vraagt protagoniste en regisseuse Romina Paula (1979) zich in een voice-over af of het gezonde verstand haar de das om heeft gedaan. Met ‘gezond verstand’ bedoelt ze: je leven leiden zoals dat van je verwacht wordt. Daarmee is dit openingsbeeld van de hybride De nueva otra vez nog niet eens onaardig: je doet je best en toch krijg je panne.

De nueva otra vez

Huis-, tuin- en keukenscènes
Maar wat is er aan de hand met de hoofdpersoon? Haar vriend (tevens vader van haar driejarige zoontje Ramón) heeft het in hun landelijke huis nabij Córdoba druk met zijn werkzaamheden. Zelf heeft ze behoefte aan een retraite in Buenos Aires, in het huis van haar eigen moeder, die dan ook wat voor Ramón kan zorgen. Maar waarom precies? Heeft ze een verlate post-partumdepressie, een vroege midlifecrisis of leidt ze aan een chronische vorm van adolescentie?

Het moederschap valt Romina zwaar, mogen we geloven. Dat kan natuurlijk. Maar Ramón lijkt, voor wat we van hem te zien krijgen, toch een leuk knulletje. En van de nu en dan wat peinzende blikken van Romina zelf worden we ook al niet veel wijzer. De vriend begraaft zich ondertussen blijkbaar zo fanatiek in zijn werk dat we nauwelijks iets van hem te zien krijgen. We komen er dus ook niet achter wat hem beweegt.

En dan de moeder van Romina. In weinig verontrustende huis, tuin- en keukenscènes betoont ze zich als Romina’s steun en toeverlaat een oase van begrip. Of moeten we deze alleraardigste vrouw soms kwalijk nemen dat ze als Argentijnse van geboorte consequent de taal van haar Duitse grootouders is blijven spreken?

Voorts geeft Romina een jongeman die ze leuk vindt Duitse les, gaat ze naar een feestje waar zich tegen heug en meug settelende dertigers nog wat kunnen flirten en drinken en zoent ze een beetje met de artistieke jongere zus van haar beste vriendin Mariana, waaruit we dan nog kunnen opmaken dat haar seksuele identiteit nog niet helemaal een uitgemaakte zaak is.

Duitsland en jager-verzamelaars
De meer geënsceneerde delen van de film moeten Romina’s schimmige emotionele geworstel blijkbaar van een universelere dimensie voorzien. Zo vertelt Mariana staande voor de projectie van een dia waarvan de betekenis onduidelijk blijft iets over het verschil tussen het leven op het platteland en het leven in de grote stad, waarbij ze regelmatig en gretig de woorden ‘opinie’ en ‘abstractie’ gebruikt.

De jongeman die Duitse les krijgt, mag met behulp van dia’s van onder andere Der Brandenburger Tor iets vertellen over zijn geplande reis naar Duitsland, een land waarvan hij nog niet of het hem aantrekt of juist afstoot.

En de artistieke jongere zus van Mariana haalt in haar voordrachtje de mythe rond Zeus en zijn moederloze dochter Athena erbij om op te roepen tot de revolutie van de ‘dochters’ (kinderloze jonge vrouwen die in het Argentinië van de toekomst het voortouw moeten gaan nemen).

De nueva otra vez

Zelf leest Romina in de tuin haar moeder en andere oudere vrouwen uit het gymklasje van haar moeder voor uit een boek waarin betoogd wordt dat ‘de man’ is blijven steken in zijn oerfase van jager-verzamelaar, terwijl ‘de vrouw’ zich veel beter staande weet te houden in de moderne samenleving. Verder becommentarieert ze regelmatig dia’s uit het familiealbum, waarbij ze het doorsneegehalte en de Duitse origine van haar familie benadrukt. Wat dit te maken heeft met haar eigen, op zich al vaag blijvende huidige levensfase wil zich maar niet aan de kijker mededelen.

Nog maar eens een keer
Het geheel van De nueva otra vez imponeert niet als meer dan de som van de weinig overtuigende delen. Er is geen interactie van betekenis tussen het te alledaagse ‘dynamische’ gedeelte van de film en het te pretentieuze statische, die zich vermoedelijk als praktijk en theorie tot elkaar hadden moeten verhouden.

Blijkens de titel van de film (in het Engels: Again Once Again) wil de protagoniste door de weg van haar eigen leven in omgekeerde richting af te leggen tot dieper inzicht komen. Het jubilerende IFFR had hier echter geen reden in mogen zien om dit twee jaar oude, quasidiepzinnige oudere meisjesgezemel ‘nog maar een keer’ te programmeren.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

1 mei 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

11 Minutes

***
IFFR Unleashed – 2016: 11 Minutes
Een stip aan de horizon

door Cor Oliemeulen

Dat er in elf minuten verdomd veel kan gebeuren, bewijst filmmaker Jerzy Skolimowski, die in vijftig jaar International Film Festival Rotterdam (IFFR) maar liefst twintig films mocht presenteren. 11 Minutes onderstreept de eigenzinnigheid van zowel filmmaker als filmfestival.

In Amores Perros (2000), het memorabele speelfilmdebuut van de Mexicaanse regisseur Alejandro G. Iñárritu, komen de verhalen van drie personen ingenieus samen tijdens een auto-ongeluk. De Poolse filmmaker Jerzy Skolimowski doet er in 11 Minutes (2015) een schepje bovenop. In een mozaïekvertelling met korte scènes brengt hij de levens van een stuk of tien mensen bij elkaar in een spectaculaire, enigszins potsierlijke, finale.

11 Minutes

Mozaïekvertelling
We maken kennis met een jaloerse man die langzaam buiten zinnen raakt, omdat hij vermoedt dat zijn kersverse echtgenote, een actrice, in hotelkamer 1111 vreemdgaat met een gladde Hollywood-regisseur. Tussendoor volgen we verrichtingen van een coke snuivende drugskoerier, een labiel meisje met hond, een verwarde student die aan een onbekend project werkt en een zojuist vrijgelaten delinquent die nu hotdogs verkoopt, zoals aan vier nonnen. En dan hebben we nog een glazenwasser die op grote hoogte werkt, een oude tekenaar die een brug tekent en ambulancemedewerkers die na een spoedmelding een gebarricadeerde flatwoning proberen te bereiken.

11 Minutes begint origineel met beelden van een smartphone, een laptop en veiligheidscamera’s. Op een van die monitoren ziet een beveiligingsmedewerker een mysterieuze zwarte stip. Volgens zijn collega is het een kapotte pixel op het scherm, maar wanneer er na de krankzinnige apotheose op het eind van de film wordt uitgezoomd op al die veiligheidscamera’s lijkt het wel alsof die donkere plek een deel van een drukke straat betreft. Toevallig knoeide de oude tekenaar eerder een zwarte inktdruppel op zijn tekenvel en zegt de verwarde student tegen hem dat ook hij die zwarte stip in de lucht heeft gezien. Ook de gladde Hollywood-regisseur wees de actrice eerder op een stip toen ze samen even op het balkon van de hotelkamer stonden.

11 Minutes

Welke verklaring?
De kijker die wacht op enige verklaring van de gebeurtenissen in de film kan beter met zijn grote teen gaan spelen. Natuurlijk staat het hem of haar vrij een betekenis achter die zwarte stip te zoeken, want een ander houvast komt er niet. Dat hoeft ook niet, want 11 Minutes moet je gewoon onbevangen en onbevooroordeeld tot je laten komen. De meeste personages zijn naamloos, net als in Skolimowski’s vorige film, Essential Killing (2010), waarin de kijker ook al moet gissen naar de achtergrond en motieven van het personage. De vraag of die nou wel of geen talibanstrijder is, is niet zo relevant. De regisseur, die ooit beweerde dat hij zijn films puur voor zichzelf maakte, speelt graag een spelletje met zijn publiek.

Het moet gezegd dat Skolimowksi het tempo en de spanning er met vlotte montages goed in houdt. Speciale aandacht voor de geluidsband, die Radoslaw Ochnio als beste sound designer een European Film Award opleverde. Zonder zich op te dringen, kunnen we door het geluid nog enigszins de personages en hun angsten begrijpen. Ook de cameravoering is inventief, getuige enkele spanningsvolle en technisch knap gemaakte trackingshots. Al met al is 11 Minutes het zoveelste deels geslaagde filmexperiment van de Poolse regisseur, maar daardoor niet minder interessant.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

30 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Parabellum

**
IFFR Unleashed – 2015: Parabellum
De oorlog in je hoofd

door Ries Jacobs

De filmtitel verwijst naar het Latijnse spreekwoord Si vis pacem, para bellum: als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog. Regisseur Lukas Valenta Rinner liet zich bij het maken van Parabellum inspireren door de Doomsday Preppers die zich voorbereiden op het einde van de beschaving. Klinkt onheilspellend, maar levert het ook een interessante film op?

Het leven van de Argentijn Hernan is even grijs als de grauwe straten om hem heen. Daarom besluit hij op vakantie te gaan. Niet zomaar een vakantie, maar een survivalbootcamp. Met een aantal lotgenoten die stuk voor stuk even onopvallend en zwijgzaam zijn, verblijft hij in een paradijselijk resort, alwaar ze volgens de IFFR-website “onder dreiging van het einde van de wereld afstand nemen van hun humanistische ideeën en een transformatie ondergaan van burger tot roofdier”.

Parabellum

Weinig woorden
In plaats van uitslapen in de houten blokhutten, luieren bij het zwembad of genieten van het hen omringende regenwoud, zijn de deelnemers de hele dag actief. Ze krijgen les in zelfverdediging, pistoolschieten en overlevingsmethoden. Zonder werkelijk met elkaar te communiceren, komen de leden steeds meer in een gevechtsmodus te staan. Je kunt Parabellum dan ook bekijken als het realistische alternatief voor de hausse aan doomsday-films die Hollywood ons de afgelopen decennia in de maag splitste. Weinig actie, veel psychologie.

Het (geschatte) budget van Parabellum bedroeg slechts 400.000 dollar en dat is te zien. De beelden zijn sober en soms over- of onderbelicht (het lijkt bij vlagen of je naar een Dogma-film kijkt) en het camerawerk is oninteressant. Spannende dialogen en goed acteerwerk zouden dit kunnen compenseren, maar ook hieraan ontbreekt het. Gaandeweg rijst de vraag waarom Valenta Rinner niet meer gebruikmaakt van zijn acteurs. De Oostenrijkse regisseur geeft de acteurs zo weinig tekst dat de meeste scènes voorbijgaan zonder dat er meer dan enkele woorden gesproken worden.

Parabellum

Transformatie
In een interview met het Britse Eye for Film vertelt de regisseur dat hij een observerende film wilde maken ‘met weinig focus op woorden en dialoog’. Hiermee nam Valenta Rinner een gok. Het uitgangspunt van de film – geïnspireerd door Amerikaanse Doomsday Preppers maakt een groep mensen een transformatie van burger tot roofdier door – heeft juist veel woorden nodig. Dialoog is de sleutel die toegang geeft tot het transformatieproces in de hoofden van de personages. Omdat de ontwikkeling van de karakters het uitgangspunt van het verhaal is, komt Parabellum nauwelijks op gang. Het wordt gedurende de film steeds onduidelijker waar de regisseur nu eigenlijk heen wil.

Bij het uitkomen van zijn prijswinnende film Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives (2010) zei de Thaise filmmaker Apichatpong Weerasethakul in een interview met The Guardian dat ‘je niet alles hoeft te begrijpen’. Zijn films zijn nooit helemaal af zodat de kijker het verhaal zelf kan aanvullen. Ditzelfde lijkt Valenta Rinner te willen doen, alleen werkt het dit keer niet. Een avondje Parabellum is als een bezoek aan een restaurant waar je de karbonade rauw op je bord krijgt.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

28 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Desert Paradise

****
recensie Desert Paradise

Op eigen benen leren staan

door Ries Jacobs

‘We are our little oasis in the desert.’ Wat een oudere dame uit Oranjemund halverwege de documentaire zegt, is waar. De brede hoofdwegen van het vierduizend inwoners tellende woestijnstadje zijn omgeven door laanbomen en de tuintjes ogen groen. Maar voor hoelang nog?

Zuidelijk-Afrika is de muze van de Nederlandse regisseur Ike Bertels. Haar eerdere documentaires Treatment for Traitors (1983) en Guerilla Grannies (2013) portretteren het leven in Mozambique. Voor haar nieuwste film reisde ze naar Namibië, om precies te zijn naar het tegen de Zuid-Afrikaanse grens liggende stadje Oranjemund.

Desert Paradise

Op een steenworp afstand van de woestijnnederzetting ligt het met hekwerk en prikkeldraad afgezette Sperrgebiet. Een dreigende waarschuwing bij de ingang van het gebied laat aan duidelijkheid niets te wensen over: ‘Oortreders sal vervolg word’. Het stadje dankt zijn bestaan aan de diamantmijn in het verboden Sperrgebiet.

Hoge waterprijzen
De nederzetting die nabij de monding van de Oranjerivier verrees, is meer dan een mijnstad. Niet alleen woonden de werknemers van diamantmaatschappij Namdeb er, Oranjemund was eigendom van Namdeb. Het bedrijf stampte hele wijken uit de grond en verhuurde de huizen goedkoop aan zijn werknemers. De watervoorziening – een belangrijke dienst middenin de Kalahari-woestijn – was bijna gratis. In 2017 droeg Namdeb het bestuur van Oranjemund over aan de lokale autoriteiten en over enkele jaren zal de mijn sluiten.

Bertels brengt in beeld hoe de inwoners van het woestijnstadje op eigen benen leren staan. Ze klagen over hoge waterprijzen, maken plannen voor de toekomst en mijmeren over hoe goed ze het vroeger hadden in hun paradijsje waar zwart en wit al jaren vreedzaam en zonder apartheid wonen. Gehecht als ze zijn aan hun geboortegrond willen ze er niet weg, maar ze zien tegelijkertijd dat er nauwelijks een toekomst voor hen is in hun woonplaats.

Desert Paradise

Van Loppersum tot Landgraaf
Bij dreigend gevaar kent de mens drie reacties: vechten, vluchten of bevriezen. In Oranjemund is het niet anders. Sommige mensen doen niets (tenzij klagen een activiteit is) en anderen proberen een eigen zaak op te zetten, waarbij velen het toerisme zien als de banenmotor van de regio. Een derde groep maakt plannen om te vertrekken naar de hoofdstad Windhoek of een andere grote plaats. Zoals water zijn weg vindt naar het laagste punt, zo vinden ook in Namibië de mensen hun weg richting de verstedelijkte centra.

Dit maakt Desert Paradise tot een universeel verhaal. Van Loppersum tot Landgraaf, van Franse Pyreneeëndorpjes tot de steppen van Kazachstan, wereldwijd loopt het platteland leeg. Wat resteert zijn halflege dorpen waar de bevolking vergrijst en de huizen langzaam verworden tot ruïnes. Elk van deze dorpjes heeft zijn eigen verhaal, maar toch hebben al deze geschiedenissen dezelfde rode draad. Overal op het wegkwijnende platteland zie je dezelfde mix van apathie, vechtlust en vluchtgedrag die je tegenkomt in Oranjemund. Hoe zal het de mijnstad vergaan? Niemand heeft een glazen bol, maar de kans is zeer aannemelijk dat dit nu nog zo paradijselijk ogende oord ooit zal vervallen tot een spookstad.

Deze documentaire is vanaf donderdag 29 april te zien op Picl en Vitamine Cineville. 

 

26 april 2021

 

ALLE RECENSIES

Something Must Break

****
IFFR Unleashed – 2014: Something Must Break
Weg met hokjesdenken

door Michel Rensen

Terwijl Ellie op zoek is haar eigen identiteit te ontdekken, wordt ze op slag verliefd op Andreas. Kan de relatie standhouden, terwijl ze zichzelf nog niet kent? En kan iemand überhaupt van haar houden?

De opening van het Tiger Award winnende Something Must Break van de Zweedse regisseur Ester Martin Bergsmark doet vermoeden dat het een doorsnee coming-of-agefilm is met een feestende, rebelse jonge vrouw met geverfd rood-zwart haar en een neuspiercing. De film blijkt al snel een andere invalshoek te hebben als haar huisgenoot met de naam Sebastian verwijst naar het hoofdpersonage, gespeeld door transgenderactrice Saga Becker.

Something Must Break

Lustobject
Het ongemak van deze adressering is van haar gezicht af te lezen. “Ik wil Ellie zijn”, zucht ze even later in eenzame stilte. Een verlangen dat ze nog niet naar anderen durft uit te spreken. De zoektocht naar haar eigen (gender)identiteit is pas in de beginfase, hoewel de afkeer tegen ‘Sebastian’ groeit. Die afkeer tegen zichzelf uit zich niet alleen in haar onzekerheid, maar ook in masochistische seksuele fantasieën en (zelf)destructief gedrag. Als ze controle over de situatie verliest, slaat ze om zich heen of trekt ze zich terug in anonieme seksuele escapades met mannen die haar als niets meer dan een lustobject zien.

Na een transfobe aanvaring in een toilet, ontmoet ze Andreas (Iggy Malmborg), haar redder in nood. De vonk slaat meteen over, maar de relatie tussen de twee blijkt moeizamer te verlopen dan Ellie hoopt. Andreas’ angst voor hoe de buitenwereld tegen hem aankijkt en Ellies eigen destructieve karakter gooien telkens roet in het eten. Een continue afwisseling van aantrekking en afstoting volgt, waarin intieme seksscènes opgevolgd worden door slaande ruzies en obsessieve stalking. Schoonheid en walging liggen steeds dicht bij elkaar.

Liefdevol portret
De film schittert het sterkst wanneer de camera op Becker gefocust is. Haar subtiele acteerwerk maakt een eeuwig gevoel van dwaling invoelbaar, alsof haar personage nergens echt op haar plaats is. Something Must Break laat die onzekerheid zien, maar gaat er slechts beperkt in mee. Hoewel Ellie sterk twijfelt of ze wel écht gezien en geliefd kan worden, laat de camera er geen twijfel over en de film brengt haar op een intieme en liefdevolle manier in beeld. De film lijkt Ellie al te kennen voor ze zichzelf kent.

Something Must Break

Kan Ellies zoektocht naar haar identiteit wel verenigd worden met de ontvlammende liefde? Het lijkt onverenigbaar en leidt steeds weer tot conflict. Andreas voelt zich vooral in het openbaar zeer ongemakkelijk met Ellies androgyne voorkomen. Hokjesdenken compliceert de relatie als Andreas na hun eerste intieme moment abrupt stelt dat hij niet homoseksueel is en Ellie alleen achterlaat. Zijn angst voor de blik van anderen blijkt telkens sterker dan zijn aantrekkingskracht tot Ellie. Haar eigen onzekerheid over haar identiteit maakt het voor de twee nog lastiger.

Enige weg naar vrijheid
Als Ellie haar wens om als Ellie door het leven te gaan aan Andreas vertelt, lijkt hij in eerste instantie haar nieuwe identiteit te omarmen, maar ook hier zitten haken en ogen aan. Binnen Andreas’ heteronormatieve wereld moet elke vorm van ambiguïteit immers verholpen worden.

Andreas liefde is afhankelijk van hoe vrouwelijk ze is, en binnen een heteronormatieve seksuele relaties spelen de geslachtsdelen daarin om de een of andere reden altijd een prominente rol. Gelukkig wordt het Ellie duidelijk dat zijn tere heteroseksuele ziel niet in staat is om haar te accepteren voor wie ze is. De enige weg naar vrijheid is door los te raken uit zijn obsessieve pogingen om haar binnen zijn beperkte kaders te begrijpen, weg van alle hokjes.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

26 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

It Felt Like Love

****
IFFR Unleashed – 2013: It Felt Like Love
Seks om erbij te horen

door Cor Oliemeulen

It Felt Like Love is een tienerfilm die ook voor ouders van tieners zeer geschikt is. Natuurlijk moeten jongeren zelf zien te dealen met hun ontluikende seksualiteit, maar een klein beetje begeleiding van een ervaringsdeskundige kan soms uitwassen voorkomen.

Onafhankelijk filmmaakster Eliza Hittman heeft de gave om de zoektocht naar identiteit van pubermeisjes op een oprechte manier neer te zetten. Ging het in Never Rarely Sometimes Always (2020) over de 17-jarige Autumn die met haar zwangere vriendin van het behoudende Pennsylvania afreist naar New York om aldaar een abortus te kunnen laten plegen, in It Felt Like Love (2013) maken we kennis met de pas 14-jarige Lila (Gina Piersanti) die net als Autumn opkijkt tegen haar iets oudere vriendin, in dit geval omdat die een vriendje heeft terwijl Lila zelf nog maagd is.

It Felt Like Love

Gespierde jongenslichamen
Deze debuutfilm van de Amerikaanse Hittman portretteert jongeren die in de zomer verkoeling op het strand zoeken en ’s avonds biljarten, een biertje drinken en een jointje roken. Lila’s 16-jarige vriendin heeft de seks ontdekt met haar vriendje, waardoor Lila zich nog onzekerder voelt. Van het thuisfront hoeft Lila geen ouderlijk advies of een arm om haar heen te verwachten, want moeder is recent overleden aan borstkanker en de relatie met haar vader is kil en moeizaam.

Op een dag ziet Lila op het strand een iets oudere jongen, die haar vriendin groet. Vanaf dat moment heeft Lila zich voorgenomen dat die jongen haar vriendje moet worden, of in ieder geval iemand met wie ze voor het eerst seks kan hebben. De camera fungeert regelmatig als Lila’s ogen. De fascinatie voor gespierde jongenslichamen en stoere tattoos is plotseling daar. Waar een filmmaakster als Claire Denis (White Material, 2009) bijvoorbeeld in Les salauds (2013) de verboden hunkering van een volwassene tot uiting brengt in korte shots van mannelijke lichaamsdelen (zelfs de fysieke inspanning van het repareren van een fiets krijgt hier iets erotisch), richt Hittman zich tot dusver in haar bescheiden oeuvre op de ontluikende seksualiteit van adolescenten.

It Felt Like Love

Geen feelgood
Het is juist haar vrij minimalistische aanpak, in combinatie met haar vertrouwenwekkende relatie met de jeugdige acteurs, die Hittmans films zo’n treffend authentiek realisme meegeeft. It Felt Like Love bevindt zich ergens in het midden van het komische tienerdrama The Breakfast Club (1985) en het hedonistische strandleven van Mektoub, My Love: Canto Uno (2017). Enerzijds rekent Eliza Hittman moeiteloos af met de clichématige idylle van het groepje nablijvers in John Hughes’ tienerklassieker, waarin de zeer uiteenlopende personages uiteindelijk begrip voor elkaar krijgen. Anderzijds blijft zij verre van de talrijke gemakkelijke shots van meisjesbillen die filmmaker Abdellatif Kechiche in zijn film meende te moeten gebruiken om jeugdige gevoelens van wellust te accentueren.

Feelgood staat niet in het filmvocabulaire van Hittman. In Never Rarely Sometimes Always registreert ze met een soms akelige precisie de praktijk van intake en behandeling van het tienermeisje dat een abortus krijgt. Die zakelijkheid wordt effectief gecompenseerd door de onvoorwaardelijke vriendschap en loyaliteit van haar vriendin. Ook in It Felt Like Love krijgt het hoofdpersoon te maken met een medische ingreep. Lila laat zich met spoed een pessarium aanmeten, want ze heeft snode plannen. Echter hierna is ze geheel op zichzelf aangewezen. Wanneer drie oudere jongens Lila voorstellen om hun broek te laten zakken, mag de kijker naar de afloop van de scène gissen. We vertrouwen op de letterlijke betekenis van de filmtitel, maar een gevoel van triestheid blijft nog wel even hangen.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

24 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR