Arrival

****

recensie Arrival
Rooksignalen uit de ruimte

door Alfred Bos

Films waarin de mensheid contact maakt met vriendelijke aliens zijn zeldzaam. Films waarin het fenomeen tijd als een mentale constructie wordt gepresenteerd, zijn nog zeldzamer. Arrival is een buitenbeentje.

Arrival is het soort intelligente sciencefictionfilm dat slechts mondjesmaat wordt gemaakt. Interstellar van twee jaar terug is een recent voorbeeld, 2001: A Space Odyssey (1968) het oermodel. Wat Arrival met beide films gemeen heeft is de combinatie van feitelijkheid en mystiek: wat je niet begrijpt ervaar je als bovennatuurlijk of goddelijk. In alle drie de films staat het fenomeen tijd centraal.

Arrival

De premisse van Arrival laat zich makkelijk navertellen: de aliens zijn geland op twaalf plaatsen op aarde en taalwetenschapper Dr. Louise Banks (Amy Adams) leidt met fysicus Ian Donnelly (Jeremy Renner) een wetenschappelijk team dat een vorm van communicatie moet opzetten. We zien het tweetal aan het werk in het alien ruimteschip boven een weiland in de Amerikaanse staat Montana. Het is een kolossale koffieboon met een eigen ecotoop en, zo lijkt het, eigen natuurwetten. De film toont een nieuwe en unieke verbeelding van buitenaardse technologie. En van aliens.

Interstellaire uitwisseling
De aard van de communicatie laat zich niet zo eenvoudig navertellen. De aliens – we zullen hen hier niet nader beschrijven, maar het zijn geen groene dwergen – hebben een taal die qua medium (rooksignalen, hoe bedenk je het) en vorm (variaties in het patroon van de rookringen) in de verste verte niet lijkt op welke van de vijfduizend talen die er door mensen op aarde worden gesproken. Dr. Banks weet er chocola van te maken en de interstellaire uitwisseling kan beginnen.

Maar dat gaat zomaar niet, want de aliens mogen dan van goede wil zijn, politiek en legertop zien achter ieder vriendelijk gebaar een doortrapte list. Wat ook niet helpt is de verdeeldheid tussen de diverse naties waar een buitenaardse koffieboon in het zwerk hangt. En daar raakt de film aan de kern van zijn boodschap: die verschillen in reactie worden bepaald door de lokale cultuur en die wordt weer bepaald door—taal.

Mystieke dimensie
De filosofische pointe van Arrival is deze: ons begrip van de werkelijkheid is een functie van taal, de Sapir-Whorf hypothese (google ‘m op). Menselijke taal is lineair, de woorden volgen na elkaar. De taal van de aliens is circulair, hun zinnen zijn loops waarin oorzaak en gevolg hun betekenis hebben verloren. Dankzij haar studie van de alien-taal begint Dr. Banks tijdsbegrip te schuiven, waardoor heden, verleden en toekomst op mystieke wijze met elkaar verknoopt raken.Wat haar overkomt is in ons lineaire tijdsbesef onverklaarbaar. Het geeft de film zijn mystieke dimensie.

Arrival

Arrival is de meest doordachte aliens-film die er sinds het debuut van het subgenre met The Day the Earth Stood Still (1951) is gemaakt. Het is ook de beste SF-film sinds Under the Skin. Regisseur Denis Villeneuve (Sicario, Enemy, Incendies) vermaakt de mainstream-filmfans met de vertrouwde actie- en thriller-holderdebolder en serveert de fijnproevers en arthouse-liefhebbers fraai gefotografeerde stof tot nadenken. Het shot waarin de mist van de heuvels over het weiland rolt is adembenemend. De cultuurschok ook.

Rake soundtrack
In een klinisch ogende vertelling op wetenschappelijke basis lijkt er nauwelijks ruimte voor zulke hoogst onwetenschappelijke – maar zeer menselijke – fenomenen als liefde en verlies, maar laten die nu juist het hart van Arrival uitmaken. Het betekent wel dat de mannelijke hoofdrol, fysicus Donnelly, naar het tweede plan wordt gedrukt en Villeneuve met de epiloog een naar sentimenteel neigendeTerrence Malick-pastiche opdient.

Arrival is origineel, diepzinnig en gedurfd. Voor een film die over taal gaat is het geluid extra belangrijk en de IJslandse filmcomponist Jóhann Jóhannsson (hij deed ook Sicario) tekent voor de minimale maar rake soundtrack. Dat belooft genoeg voor hun volgende gezamenlijke project, Bladerunner 2049. Dat onzalige idee ziet er na Arrival een stuk aantrekkelijker uit.
 

8 november 2016

 

MEER RECENSIES

Snowden

**

recensie Snowden

Film over klokkenluider onthult niets

door Wim Meijer

Citizenfour van Laura Poitras was een Oscarwinnende documentaire waarin Edward Snowden de misdaden van de Amerikaanse veiligheidsdiensten aan de kaak stelde. Regisseur Oliver Stone gebruikt Poitras’ documentaire als kapstok voor een politieke spionagethriller, maar brengt weinig nieuws.

Wanneer Edward Snowden (Joseph Gordon-Levitt) bij de Special Forces zit, breekt hij zijn been. Zijn lijf is niet bestand tegen de zware oefeningen en lopen met bepakking. ‘You’re discharged, but don’t worry, there are other ways to serve your country’. Of de sergeant op het openbaren van staatsgeheimen doelde, valt te betwijfelen.

Snowden

Bourne zonder actie
Tien jaar na de Special Forces zou de hyperintelligente hacker illegale NSA-praktijken publiceren via The Guardian, met hulp van Laura Poitras (Melissa Leo), Glenn Greenwald (Zachary Quinto) en de ervaren journalist Ewen MacAskill (Tom Wilkinson). Het plot gebruikt de reeks interviews als rode draad in de film, terwijl Stone het verleden van de klokkenluider in flashbacks toont. Maar wat gebeurde er daarvoor? Welke gebeurtenissen in Snowdens leven doen hem uiteindelijk leiden naar deze beruchte interviews in een hotelkamer in Hong Kong? Snowden wil antwoord geven op die vragen, maar slaagt er niet in de enigmatische hoofdpersoon te ontcijferen.

Snowden ontplooit zich als Bourne zonder actie. De protagonist maakt carrière bij de CIA en NSA, alvorens landverraad te plegen. Hij doet locaties aan als Genève, Kyoto en Hawaii. Het begint in het CIA-techlab The Hill. Daar krijgt hij les van Corbin O’Brien (een ongenuanceerde rol van Rhys Ifans) en Hank Forrester, een volstrekt belachelijke personage gespeeld door Nicholas Cage. O’Brien vertelt Edward de noodzaak van de grootschalige afluisteroperaties en waarom ze geheim zijn: ‘Secrecy is security, and security is victory’. Maar het gaat knagen, alle geheimen, gebrek aan transparantie, speciale rechtbanken en de enorme massa mensen die de NSA afluistert.

Snowden

Ingetogen overgave
Joseph Gordon-Levitt speelt bijzonder treffend: ingetogen, nerdy, een tikje introvert en vol overgave. Hij heeft Snowden volledig onder de knie, met zijn monotone spraak en cadans. Hij blijft dicht bij de echte Snowden, met als kanttekening dat daardoor de protagonist van Stone’s film vrij saai is. Dat probeert de beroemde cineast, die ook mee werkte aan het script, te tackelen door Shailene Woodley als tegenspeelster op te voeren in de rol van Snowdens liefje Lindsay Mills. De romance voelt geforceerd aan en leidt af van het plot. De liberale, paaldansende Mills is een rol die de getalenteerde Woodley aan zich voorbij had moeten laten gaan, maar ze kon de verleiding van werken met Oliver Stone waarschijnlijk niet weerstaan.

Normaal gesproken zou een gestroomlijnde, gepolijste film als Snowden spannender moeten zijn dan een documentaire. Tenzij die documentaire Citizenfour is. Of de regisseur Oliver Stone. Stone, ooit een geroemd filmmaker, haalt al jaren niet meer het niveau van zijn eerdere werk (JFK). Savages en Wall Street: Money Never Sleeps zijn matig en Snowden is dat ook. Een enigmatisch figuur als Snowden weet Stone niet te ontcijferen, ondanks het feit dat hij hem negen keer opzocht in Moskou. Want om nou te zeggen dat je na het zien van deze film een goed beeld hebt van het karakter of de drijfveren van de klokkenluider? Nee, daarin schiet Snowden simpelweg tekort. Hoe weinig aandacht Citizenfour ook besteedde aan de geïnterviewde als persoon, het geeft een beter beeld van de man dan Oliver Stone in 135 minuten weet te tonen. En dat is gezien het bronmateriaal, het beschikbare beeld en de vele bezoeken tussen regisseur en Snowden toch opzienbarend.
 

5 november 2016

 
MEER RECENSIES

Hell or High Water

*****

recensie Hell or High Water

Amerika is geen land, het is een business

door Alfred Bos

Met ijzersterke psychologie, scherpe karaktertekening, verfijnde plot, achteloze humor, kleurrijke personages en veel couleur locale zet de eigentijdse western Hell or High Water vraagtekens bij het Amerika van nu.

De Schotse regisseur David Mackenzie heeft een respectabel aantal films gemaakt zonder noemenswaardig de aandacht te trekken. Dat zal met zijn tiende, een eigentijdse western voorzien van maatschappijkritische ondertoon, op slag veranderen. Hell or High Water is een meesterwerk, de perfecte film waarin werkelijk alles klopt en het persoonlijke drama uitgroeit tot symbool voor een kardinale weeffout in het hart van het economische systeem. Het toont een wereld op zijn kop.

Hell or High Water

Twee broers plegen in West-Texas een reeks overvallen. Ze beroven uitsluitend filialen van dezelfde lokale bank en willen alleen kleine coupures uit de kas. Telkens een magere opbrengst van ongemerkt geld, merkt Texas Ranger Hamilton (een sterke Jeff Bridges) op. Daar moet een plan achter zitten en het prikkelt, drie weken voor zijn pensionering, zijn nieuwsgierigheid.

Het plan is van de jongste broer, Toby Howard (Chris Pine, veel beter dan zijn Captain Kirk in Star Trek doet vermoeden), een gescheiden dertiger. Zijn oudere broer Tanner (Ben Foster, ook ijzersterk) is een impulsieve sociopaat die in de bak heeft gezeten voor vadermoord. Ma is net aan een slepende ziekte overleden en de bank aast op de familieboerderij. Het geld is opgegaan aan medische kosten en de huur al die tijd voorgeschoten door de bank. Die wil nu geld zien.

Cowboy en indiaan versus brein en branie
Toby is het brein en Tanner de branie van het duo met een missie. Ze zijn de muis voor het andere duo dat de kat van het verhaal vormt, Texas Ranger Hamilton en zijn half-Indiaanse sidekick Parker (Gil Birmingham). De cowboy en de indiaan sarren elkaar met racistische opmerkingen, maar ze vormen een ingespeeld team. Hamilton is de hoog-intelligente veteraan met mensenkennis en een feilloze intuïtie, Parker zijn trouwe Sancho Panchez.

Het draaiboek is van de hand van Taylor Sheridan, een acteur die vorig jaar als scenarist debuteerde met het ook al niet verkeerde Sicario. Hell or High Water zit vol psychologische finesse en achteloze humor. West-Texas is een semi-woestijn van desolate prairies en roestige silo’s, een foeilelijke omgeving in verval. Tussen de rotsen kruipen ratelslangen en in de verarmde stadjes zwoegen de verliezers van de globalisering.

Exotisch reservaat
Mackenzie schets de achtergrond van het verhaal via reclameborden langs de weg en graffitiboodschappen op muren, zoals Andrew Dominik dat in diens meesterlijke Killing Them Softly uit 2012 deed met tv- en radio-interviews die commentaar op de handeling leveren. De boodschap van die film raakt aan de moraal van Hell or High Water: Amerika is geen land, het is een business.

Hell or High Water

Met verfijnde psychologie, een nog verfijnder plot en sterke acteerprestaties heeft Hell or High Water al (veel) meer te bieden dan de doorsnee film, maar wat Mackenzie’s tiende tot sublieme hoogte tilt is de achteloze zwier waarmee hij de couleur locale schetst. Gezien door zijn lens is West-Texas een exotisch reservaat van weerbarstige overlevers, de een nog excentrieker dan de ander, maar allen volstrekt naturel en geloofwaardig. En allemaal met een gun op zak en een hoed op het hoofd. Het levert een reeks briljante scènes op, waarin locals in bijrollen de sterren van het doek spelen.

Vlijmscherpe epiloog
Ook in visueel opzicht is Hell or High Water een rijke film. De sfeer van vermoeidheid en verval wordt direct neergezet in het schitterende openingsshot, wanneer de camera over de verlaten parkeerplaats van een bank schuift en in het voorbijgaan een veelzeggende graffititekst op een muur toont. In de landerigheid lijkt elke handeling een teken van overmoed.

Hoewel de film via dialoog, personages en setting de nodige humor bevat, wordt de stemming allengs donkerder. Bij een verhaal waarin de boeven ook het slachtoffer zijn en het slachtoffer in wezen de schurk, past een epiloog op het scherp van het scheermes die, zoals alles aan deze film, ambigu is. Mackenzie heeft geen absurdisme nodig om het absurde van het huidige Amerika te tonen. Zijn film laat zien wat tv-serie Breaking Bad enkele jaren terug betoogde: in het land van het überkapitalisme kun je alleen als gangster overleven.

En wie niet sterk is, moet slim zijn. Hell or High Water is de beste eigentijdse western sinds John Sayles’ briljante Lone Star (1996) – ook zo’n gelaagde, rijke film – en minstens zo goed als de met Oscars overladen No Country For Old Men van de Coen Brothers. Film van het jaar.
 

18 oktober 2016

 
MEER RECENSIES

Beatles: Eight Days a Week

***

recensie The Beatles: Eight Days a Week
Fab Four als het oog van de orkaan

door Alfred Bos

Regisseur Ron Howard heeft zijn documentaire over de jaren van de Beatlemania en het Fab Fours baanbrekende succes in Amerika met veel respect en vakmanschap samengesteld, meer kun je niet vragen.

De Fab Four hadden er in 1995, toen de onder hun supervisie samengestelde, officiële groepsgeschiedenis The Beatles Anthology op acht videobanden (later vijf dvd’s) verscheen, maar liefst dik elf uur (672 minuten) voor nodig. Regisseur Ron Howard doet het in twee uur en een kwartier, maar die vertelt niet het hele verhaal van het kwartet uit Liverpool. Eight Days A Week, ondertitel The Touring Years, beperkt zich tot de periode van de Beatlemania, 1963 tot 1966, de jaren van snelle artistieke groei en hysterische adoratie.

Recensie: The Beatles: Eight Days a Week

Dus geen aanloop, 1957 tot 1962: The Quarrymen, Hamburg, de eerste single Love Me Do. En ook geen glijvlucht naar aarde, met harde landing, 1967 tot 1969: het overlijden van manager Brian Epstein, het fiasco van de Apple-winkel, de onderlinge ruzies en de breuk van Paul McCartney met de rest. Ron Howard richt zich op het hart van het Beatles-verhaal, toen John, Paul, George & Ringo met hun humorvolle bravoure en muzikale talent als een tornado het stof van de jaren vijftig wegbliezen. De sixties waren begonnen! Een nieuwe wereld daagt!

Culturele kracht
Het doet mogelijk een beetje onderkoeld aan in een wereld die bol staat van de bluf en de hype, maar het verhaal – al is het vaker en voor sommigen tot in den treure verteld – blijft spectaculair. Met de wijsheid van de terugblik valt op hoe gelukkig hun timing was. De combinatie van een generatie van naar verandering hunkerende tieners – de babyboomers, talrijk in aantal, beter opgeleid dan hun ouders – en de welvaart van de verzorgingsstaat hadden de Fab Four, na de tweede single Please Please Me uit de Siberisch koude winter van 1963 en hun eerste nummer 1-hit, in thuisland Engeland in recordtijd doen uitgroeien tot een een culturele kracht zonder precedent.

Howards documentaire opent in oktober 1963, de maand waarin het viertal in de London Palladium optrad voor een koninklijk publiek, de bevestiging van hun overrompelende triomf. Engeland, inclusief koningin Elizabeth, ligt aan hun voeten, nu de rest van de wereld. Wanneer ze op vrijdag 7 februari 1964 op Kennedy Airport in New York landen, stappen ze in een warm bad. Amerika is overgretig om het nationale trauma van de moord op president JFK af te schudden en het massamedium televisie fungeert als rode loper naar het hart van de Amerikanen, en niet alleen de babyboomers. De hele natie is van hen gecharmeerd.

Pioniers
De film vertelt niets nieuws en Howard maakt gebruik van de historische beelden die al vele malen eerder, ook in The Beatles Anthology, zijn vertoond en dus overbekend zijn, aangevuld met recente, eigen interviews met de twee nog levende ex-Beatles, Paul McCartney en Ringo Starr. In dat opzicht valt er weinig eer te behalen. Maar hij voegt een eigen accent toe: het weergaloze succes van de Fab Four in Amerika – hun tv-debuut tijdens de Ed Sullivan Show van 9 februari 1964 is met 73 miljoen kijkers het best bekeken tv-programma uit de Amerikaanse mediageschiedenis – is het begin van een internationale jeugdcultuur die nog altijd, zij het in een doorgeëvolueerde vorm, bestaat. Ook in dat opzicht overvleugelden ze Elvis Presley.

Recensie: The Beatles: Eight Days a Week

The Beatles pionierden de muziekcultuur zoals we die nog steeds kennen. De onmatige aandacht van de media, de hypes rond uit hun verband gerukte uitspraken, de stadionconcerten – geen PA bij hun optreden in het New Yorkse Shea honkbalstadion van 15 augustus 1965, het geluid kwam uit de omroepspeakers – en niet te vergeten, de merchandising. Ze schreven niet alleen geschiedenis, ze máákten die ook.

Euforie verlept
In de zomer van 1966 sloeg de euforie razendsnel om in een kater. Toen The Beatles op maandag 29 augustus van dat jaar voor het laatst optraden, in het Candlestick Park in San Francisco, was dat het begin van het einde: op 27 augustus 1967 overleed Brian Epstein plotseling.

In de tussenliggende maanden maakten ze Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band, door het Amerikaanse tijdschrift Rolling Stone uitgeroepen tot het beste album aller tijden (maar de rest van de wereld weet beter).

Ze speelden nadien nog één keer in het openbaar, op donderdag 30 januari 1969, op het dak van hun Apple-kantoor in Saville Row, Londen. Het miste de magie van die drie knotsgekke, manische, totaal waanzinnige jaren in het oog van de orkaan waarin, voor even, de aarde leek te kantelen.
 

15 oktober 2016

 

MEER RECENSIES

Don’t Breathe

****

recensie Don’t Breathe

Happen naar adem

door Suzan Groothuis

Je denkt het ultieme plan bedacht te hebben. Inbreken bij een blinde oude man die over flink wat geld beschikt. O ja, hij is een afgetrainde veteraan en heeft een bloeddorstige waakhond. Ofwel: hoe een makkelijke klus volledig uit de hand loopt.

Een trio jonge dieven is succesvol met inbreken. Dankzij Alex’ vader die bij een bedrijf voor alarmsystemen werkt, komt het drietal gemakkelijk woningen in. Bosje sleutels mee, code kraken en gaan maar. En dan wordt één van hen getipt. Een oude man die alleen woont heeft een slordige 30.000 dollar in contanten liggen. Er is niet veel informatie over hem, buiten het feit dat hij oorlogsveteraan is en zijn dochter is omgekomen tijdens een auto-ongeluk.

Don’t Breath

Verlaten en dichtgetimmerd Detroit
Het drietal is echter verdeeld over deze klus. Money is zelfverzekerd dat het gaat lukken. Makkie toch, inbreken bij een oude man? Rocky staat op het punt haar leven te beteren en met haar jonge zusje haar benarde thuissituatie te ontvluchten. Deze inbraak is haar laatste. Alex is de enige die het niet ziet zitten. Helemaal wanneer het drietal uit voorzorg het huis en zijn bewoner bespiedt en erachter komt dat de man blind is. Een blinde bestelen, dat zit moraal toch niet helemaal goed.

Maar Alex laat zich overhalen door Rocky en zo geschiedde. Goed voorbereid begeeft het trio zich naar het huis in een verlaten, in duisternis gehuld Detroit. Het huis van de man is omringd door leegstand. In de duisternis is de aanblik van de dichtgetimmerde aangrenzende woningen een onheilspellend teken. Maar wat kan er misgaan als je een verdovend hapje hebt voor de hond en narcosegas voor de man?

Eenmaal binnen komt het antwoord al snel: nou, alles. De blinde oude man blijkt niet zo hulpeloos als gedacht. We hebben het namelijk over een afgetrainde, wraakzuchtige oorlogsveteraan. En wie in zijn huis komt zal het bezuren.

Beklemmende rit in minimale setting
Wat volgt is een beklemmende rit. Het drietal moet opboksen tegen een oersterke vent en zijn inmiddels ontwaakte, bloeddorstige hond. Zonder teveel te verraden werkt Don’t Breathe toe naar een zinderende climax, waarbij de kijker meerdere malen op het verkeerde been gezet wordt. Regisseur Fede Alvarez (die eerder al overtuigde met zijn remake van Evil Dead) weet te verrassen met goed ingezette schrikeffecten in een minimale setting.

Don’t Breath

De film speelt zich grotendeels in het huis van de man af, dat aanvoelt als een menselijke val. Denk aan de scène waarin Jodie Foster als Clarice Starling in The Silence of the Lambs in het huis van de seriemoordenaar rondwaart en hij haar met een nachtkijker bespiedt. Of aan Panic Room, waarin (eveneens) Jodie Foster gevangen zit in haar eigen huis, belaagd door inbrekers. In Don’t Breathe zitten de drie jonge inbrekers echter gevangen, met alle gevolgen van dien. Niet de oude man (ijzersterke rol van een doodenge, psychopathische Stephen Lang) maar de inbrekers zijn slachtoffer.

Er zijn eveneens overeenkomsten met het bloederige en claustrofobische Green Room van Jeremy Saulnier, waarin een punkband gevangen zit in een neonazi-skinhead bar.

Don’t Breathe is niet alleen sterk met plotse schrikmomenten, maar laat ook een knap staaltje bloedvergieten zien. Tel daar nog een bloedstollende scène met de waakhond bij op (Cujo verbleekt erbij) en de film doet wat ie belooft: je zit op het puntje van je stoel en je houdt je adem in. Want denk er om, die oude man hoort alles, al ziet ie geen steek.
 

26 september 2016

 
MEER RECENSIES

Weiner

****

recensie Weiner

Fucked in the Big Apple

door Ralph Evers

In 2011 kwam het Amerikaanse Democratische congreslid Anthony Weiner in opspraak vanwege sexting. Dat leidde tot zijn aftreden. Twee jaar later keert hij terug naar het politieke front. Ditmaal door zich verkiesbaar te stellen als de nieuwe burgemeester van New York.

De documentaire opent met een felle en uiterst strijdbare Weiner. Hij oogstte daarmee veel lof in het land. Een democraat die het de republikeinen erg lastig maakte en niet in hun vele trucjes trapte. Aan die carrière kwam abrupt een einde wanneer er pikante foto’s uitlekten, leidend tot het zogenaamde sexting schandaal. Sexting is het delen van seksueel geladen berichten of foto’s via mobiele telefoons of andere mobiele media. In het akelig preutse Amerika natuurlijk een doodzonde. Zeker bij de White Anglo-Saxon Protestants (WASP).

Documentairemakers Josh Kriegman en Elyse Steinberg volgen de ondergang en opstanding van Weiner van dichtbij. Ze hebben onbeperkte toegang tot Weiner en zijn vrouw Huma Abedin, het campagneteam en zijn familie.

Weiner

De lul
Wanneer Weiner na een pauze van twee jaar zich kandidaat stelt om voor het burgemeesterschap van New York te dingen, ruiken de media natuurlijk bloed. Wij denken misschien dat het Nederlandse verkiezingsspel al een niet serieus te nemen circus is. Nou, welkom in Amerika. Inhoudelijk op een belangrijk thema ingaan? Welnee, deze blanke, Joodse man, heeft huwelijksschennis gepleegd, dus ja, waarom is deze man dan überhaupt nog te vertrouwen? Iets in deze lijn loopt de logica van het Amerikaanse politieke mediatheater. Daarbij wordt dankbaar gebruik gemaakt van de achternaam van Anthony, uitgesproken als ‘wiener’, betekent het ook penis.

Van democratie naar egocratie
Aanvankelijk weet Weiner zijn verleden handig in te zetten in zijn kandidaatstelling. ‘Mijn vrouw heeft mij vergeven, dus waarom niet ook het Amerikaanse volk?’ Opvallend is dat met name de zwarte, latino- en homobevolking van New York achter hem staan. Deze mensen staan blijkbaar wat dichterbij de menselijke realiteit dan de zich verheven voelende W.A.S.P.’s en zijn ook geïnteresseerd in wat Weiner voor hen kan betekenen, in plaats van nog een sappig detail van zijn misstap. Een sterke boodschap leidt er toe dat Weiner bij tussentijdse peilingen bovenaan staan. Zou het dan toch lukken, de grootste comeback uit de Amerikaanse politieke geschiedenis?

Aaibare narcist
Dan komt een nieuw schandaal naar boven. Wederom blijkt Weiner met meerdere vrouwen seksueel getinte berichten uitgewisseld te hebben. Einde race om het burgemeesterschap.

Weiner

Een kracht van de documentaire is dat hij zelf geen moreel oordeel velt over het gedrag van Weiner en de reacties van anderen erop. We volgen Weiner op de voet en leren de man achter de politicus kennen. Zijn ijdelheid en zelfdestructieve gedrag in het volharden in seksuele uitspattingen op de sociale media. Zijn ideeën, zijn manier om met frustraties en tegenslag om te gaan en zijn manier om de vele aasgieren, zoals een talkshowhost van een MSNBC-programma, de prostituee met wie hij contact had en geagiteerde burgers die van schande spreken – en met wie hij jammerlijk in een bekvechtpartij terechtkomt.

Kritische noot
Op subtiele wijze toont de documentaire kritiek op hoe onze democratieën door op sensatie beluste media op de slachtbank worden gelegd. Toch beschuldigt Anthony Weiner die media niet. Ze doen slechts hun werk en middels sensaties, dus kijkcijfers, hebben zij overeind te blijven. Uiteindelijk wil Weiner vooral de nuance achter al die bombast laten zien, de mens achter het schandaal en de dubbele moraal van de vele spelers. Daarin is hij goed geslaagd.
 

24 september 2016

 
MEER RECENSIES

Magnificent Seven, The

***

recensie The Magnificent Seven

Seven Samurai als multiculturele western 

door Alfred Bos

De moderne bewerking van Akira Kurosawa’s meesterwerk Seven Samurai is in alle opzichten een klassieke western, op één na. Hij introduceert een nieuwe variant, de multiculturele western.

Is de western terug van nooit helemaal weggeweest? Dit najaar valt er voor de liefhebber genoeg te halen: de opgepoetste heruitgave van een genre-hoogtepunt (Once Upon A Time in the West), de eerste Nederlandse western, een internationale productie met een internationale rolbezetting (Martin Koolhovens Brimstone), een eigentijdse western die cinefielen in verrukking brengt (Hell or High Water) en dan is er, om de hete herfst af te trappen, een eigentijdse versie van een onvervalste klassieker, The Magnificient Seven.

The Magnificent Seven

Het origineel verscheen in 1960, toen het genre qua populariteit piekte. Een op de drie series die de Amerikaanse televisie vertoonde was een western en er hing routine in de lucht. John Sturges’ The Magnificent Seven bracht iets nieuws naar het genre van het vrijgevochten individu en de onbegrepen buitenstaander: teamgeest.

In zijn tot western geadapteerde interpretatie van Kurosawa’s meesterwerk Seven Samurai (die zijn bewondering voor westernregisseur John Ford goot in een samoeraifilm) brengt Sturges zeven loners samen om voor weinig meer dan de eer een boerengemeenschap, Mexicanen nota bene, te verlossen van parasiterende bandieten. Als de stof is opgetrokken staan er slechts drie helden overeind, maar de boeven zijn verpletterd. En de boeren ploegen voort. De gemeenschap is de winnaar.

Multiculti-team
Antoine Fuqua, regisseur van actiethrillers als Olympus Has Fallen, Brooklyn’s Finest en King Arthur, bewerkt respectvol Kurosawa’s origineel – befaamd als de moeder aller actiefilms – en plaatst de handeling in Rose Creek, een pioniersdorpje in een afgelegen vallei. Mijnindustrieel Bartholomew Bogue (Peter Sarsgaard) dwingt de bewoners met harde hand om hun grond voor een appel en een ei te verkopen. Zeven buitenstaanders, bijeen gebracht door de rondreizende pistoolheld Chisolm (Denzel Washington), brengen redding.

Er is meer dan een halve eeuw verstreken sinds de eerste Hollywood-versie van Seven Samurai in de bioscoop verscheen en dat terug te zien in de samenstelling van het team. Het is multicultureel: een Afro-Amerikaan (Washington), een Ier (Chris Pratt), een Zuiderling (Ethan Hawke), een Mexicaan (Manuel Garcia-Rulfo), een mountain man (Vincent D’Onofrio), een Aziaat (Byung-hun Lee) en een indiaan (Martin Sensmeier). De laatste vervult de rol van de buitenstaander binnen de buitenstaanders die Toshirô Mifumes boerenzoon tussen de samoerai van Kurosawa innam.

The Magnificent Seven

Overbodig wraakmotief
Fuqua blijft dicht bij Kurosawa’s plot, met aardige variaties. De overval op het kamp van de tegenstander vervangt hij door een bliksembezoek aan een van Bogues mijnen, waarbij een partij dynamiet wordt geroofd. Die zal een prominente rol spelen in de verdediging van het dorp, wanneer de schurken, inclusief Gattling gun, zich melden voor de afrekening. Een kleffe romance tussen een der helden en de stoerste dame van het dorp blijft de kijker godlof bespaard en de adrenaline vretende slotacte – met veel vaart en zonder speciale effecten gefilmd – is klassiek westernvermaak, met een toefje Rio Bravo als garnering. Over de aftiteling citeert de soundtrack Elmer Bernsteins themamuziek voor de Sturgess-film.

Wanneer de pistolen zwijgen zijn vier helden gesneefd. Het is de 21ste eeuw en blanken niet langer de gevierde held van de regenboogcoalitie. De overlevers zijn: de Afro-Amerikaan, de Mexicaan en de indiaan—het is een nieuwe wereld. Het slot is een regelrechte hommage aan Kurosawa en benadrukt dat in tijden van nood het individu zicht opoffert voor de gemeenschap. Maar toch niet helemaal, want Fuqua heeft geheel onnodig en totaal overbodig het meest cliché der clichés, het wraakmotief, in het script gewurmd. Dat kost een ster.

En dan nog dit. In zijn klassiek geworden studie over de western, Six Guns and Society, betoogt socioloog Will Wright dat de ontwikkeling van de Amerikaanse samenleving zich laat aflezen aan de western. Het genre verdween na de peperdure flop Heaven’s Gate (1978) goeddeels uit de bioscoop, maar is dit najaar prominent aanwezig. De absentie valt samen met de hoogtijdagen van het neoconservatisme, geïnitieerd door Ronald Reagan. Als Wrights theorie nog steeds staat, signaleert deze nieuwe versie van The Magnificent Seven het einde van de bestaande orde. Op 9 november zal Amerika het weten.
 

20 september 2016

 
MEER RECENSIES

Nerve

***

recensie Nerve

Players en voyeurs in uitdagend spel

door Wim Meijer

Nerve geeft een realistische kijk op de mogelijkheden van internetfenomenen als Twitch. Dankzij treitervlogs en online roekeloosheid is de film tevens bijzonder actueel. Speel je mee of blijf je langs de zijlijn toekijken?

In 2010 debuteerden Ariel Schulman en Henry Joost met Catfish, een documentaire waarin Ariel’s broer een internetromance krijgt. Zes jaar later is de fascinatie voor het internet alleen maar toegenomen. Het regisserende duo verfilmt Nerve, een boek van Jeanne Ryan waarin een ongrijpbare online community in de ban is van een spel. We kennen het spelletje allemaal: durven of de waarheid. Schrap de waarheid en wat overblijft is een uitdagende, fascinerende online game genaamd Nerve.

Nerve

Player of watcher?
Het werkt als volgt. Log in en er zijn twee opties: watcher of player. Kies je player, dan krijg je opdrachten – ‘ga een winkel in en pas een jurk binnen vijf minuten’ – die je moet voltooien. Slaag je dan stijg je in de ranglijsten en valt er geld te verdienen. Ben je watcher, dan mag je de players uitdagingen geven. Stemt de meerderheid van de watchers in met de uitdaging, dan wordt deze aan een player gepresenteerd.

We maken kennis met Vee (Emma Roberts). Aanvankelijk is ze een muurbloempje die onder het juk van haar beschermende moeder probeert uit te komen, maar na een ruzie met haar beste vriendin Sydney (Emily Meade) besluit ze Nerve te spelen. Haar eerste opdracht: zoen een vreemdeling voor 5 seconden. De charismatische Ian (Dave Franco) is de lucky guy. Hij blijkt ook te spelen. Toevallig! Of toch niet? De watchers bepalen immers. Nerve lijkt een onschuldig spelletje, maar niets is minder waar. Vee en Ian raken verstrikt in het wereldwijde web en hun levens worden steeds meer beheerst door het spel.

Extreme uitdagingen
De uitdagingen worden extremer en de film daardoor spannender. Wanneer Ian geblinddoekt op een motor door New York rijdt met Vee als navigator houd je je hart vast. Lekker gefilmd ook, met afwisselende beelden vanuit smartphone en shots van de stunts. De muziekkeuze is veelal cliché: generieke elektronische vrouwenrock zoals zo vaak te horen is in young adult films.

Nerve

Nerve kent aanvankelijk een mooie balans tussen actie, romance, realistische uitdagingen en de roem die online celebrities toekomt. Wanneer Nerve de donkere kant van het spel belicht, wankelt deze balans en zijn de acties van de hoofdrolspelers niet meer te volgen. Het slotstuk met een heuse arena komt uit de lucht vallen en is moeilijk te verteren.

Twitch 2.0
Nerve is in feite Twitch 2.0. Twitch is een online streamingdienst voor game(r)s waarin de interactie tussen gamer en kijker centraal staat. Gamers laten zich inspireren door kijkers, volgen uitslagen van kijkerspolls en laten zich leiden door een online community. Chatberichten rollen net als in Nerve constant over het scherm. Zelfs de botaanval die een hackerscollectief in Nerve loslaat op het spel heeft zijn origine in Twitch, waarin zogenaamde viewbots worden gebruikt om kunstmatig de kijker aantallen op te schroeven en daarmee de winst.

Virtuele competities waaraan potentieel iedereen kan meedoen hebben een enorme aantrekkingskracht, met name op jongeren. Nerve speelt daar slim op in, zowel het spel als de film. De erkenning, de roem, het geld dat er te verdienen valt – bijzonder aantrekkelijk. En dat alles met wat filmpjes of spelletjes spelen. De kracht van Nerve ligt hem in het realisme en de urgentie. Een spel als Nerve bestaat al of gaat er binnen enkele jaren zijn. Spijtig dat de regisseurs het plot niet tot een goed einde weten te brengen.
 

19 september 2016

 
MEER RECENSIES

Chinatown

*****

recensie Chinatown

Zonde in zonlicht

door George Vermij

‘Forget it, Jake. It’s Chinatown.’ Een onvergetelijke quote uit een onvergetelijke film ontsproten in het woelige Hollywood van de jaren 70. Chinatown is nu weer in volle glorie te zien dankzij een schitterende gerestaureerde versie van EYE.

The Whole Equation van David Thomson is verplicht leesvoer voor cinefielen en iedereen die vat wil krijgen op de onwaarschijnlijke samenkomst van magie en industrie in Hollywood. Thomson begint zijn boek verrassend genoeg met scenarist Robert Towne. Een succesvolle schrijver, maar met een knagend gevoel van onbehagen over de behandeling van zijn bekendste script: Chinatown.

Chinatown

Towne had in de jaren 60 naam gemaakt via de invloed van zijn vriend Warren Beatty. Hij dokterde aan de scripts van Bonnie and Clyde, The Parallax View en The Godfather. Maar er was ook nog dat script dat hij zelf had geschreven. Zo zou hij zijn verhaal volgens Thomson hebben gepitcht aan de gladde en gokverslaafde producer Robert Evans:

“It’s about how LA became a boomtown (…) incest and water (…) A second-rate shamus gets eighty-sixed by a mysterious broad.”

Droomfabriek in de Californische woestijn
De shamus is private detective Jake Gittes en de broad die hem om het tuintje leidt Evelyn Mulwray. Towne was geïnspireerd door het boek Southern California County: an Island on the land van de journalist Carey McWilliams. Een schrijnend relaas over de meedogenloze strijd om water en de onstuitbare groei van de zonnige metropool in de jaren 20 en 30. Centraal daarin staat de keiharde William Mulholland, hoofd van de waterwerken van Los Angeles en nog altijd vereeuwigd in de gelijknamige drive.

Mulholland was als een eminence grise. De onscrupuleuze en machiavellistische kracht achter de vooruitgang en weelde van de droomfabriek in de Californische woestijn. En zonder water zou LA nooit iets zijn geworden. Mulholland was de inspiratiebron voor het personage Noah Cross. De rijke magnaat met alle touwtjes in handen waar Jake Gittes langzaam in verstrengeld raakt.

Evans was perplex van het script ook al was zijn studio, Paramount, niet gelijk enthousiast. Evans instincten zorgden ervoor dat hij voet bij stuk hield:

“… even though I didn’t understand the script, I knew Towne was a great writer. I felt like a blind gambler wanting to throw back-to-back sevens.”

Wazig creatief proces
En zo groeide het project. Jack Nicholson als Gittes. John Huston als Noah Cross en Faye Dunaway als Evelyn. Roman Polanski werd erbij gehaald als regisseur. En hier wordt het creatieve proces wazig. Polanski paste het script aan. Towne protesteerde, maar Evans stond het toe. Het ging over het einde van de film. Polanski vond het niet duister genoeg. Zonder iets te verklappen staat vast dat de film die je nu weer kunt zien en die geprezen wordt als een moderne klassieker niet eindigt zoals Towne had gewild.

Voor Thomson vormt dat de crux van de vaagheid en vrijblijvendheid van het creatieve proces in Hollywood:

“In the same way, we as an audience – or a culture – should take such compromises into account when judging the impact or value of movies. They drive from corporations and producers, not individuals or artists.”

Chinatown

Al die op papier onsamenhangende delen merk je niet terug in de film ook al speelde er meer. De sfeervolle muziek werd volgens Thomson in een periode van 10 dagen geschreven door Jerry Goldsmith die op het laatste moment een andere componist moest vervangen. En Polanski bekende in een interview met filmschrijver Mark Cousins dat hij een hekel had aan Dunaway. Hij intimideerde haar met close ups die te dicht op haar huid zaten. Uit een roddel die opduikt in Peter Biskinds vermakelijke Easy Riders, Raging Bulls blijkt dat Dunaway Polanski terugpakte door een kopje urine over hem heen te gooien.

Sunshine Noir
Ondanks de ego’s, het geld en de business achter de filmkunst werkte het. Chinatown is enerzijds verleidelijk. Het stralende camerawerk van John A. Alonzo staat in contrast met de duistere elementen. Dit is Sunshine Noir. En het verhaal van Gittes die in de corruptie en machtsspelletjes van Los Angeles wordt gezogen is beklemmend. Deels ook omdat Townes wereld echt voelt en is gebaseerd op een historische blauwdruk.

Het was dus mogelijk in het Hollywood van de jaren 70 om pulp en diepgang samen te brengen. Als contrast is er het minder roemruchte verhaal van Towne, Evans en Nicholson die een vervolg wilden maken in de jaren 80. Het was Townes oorspronkelijke idee om Jake Gittes drie decennia lang te volgen. The Two Jakes kwam uit in 1990 maar was een zooitje. Een project waar Towne zich uiteindelijk van distantieerde en dat door Nicholson werd geregisseerd. De laatste keer dat Jack op de regiestoel zou gaan zitten.

Het kan verkeren.
 

10 september 2016

 
MEER RECENSIES

Lo and Behold

*

recensie Lo and Behold, Reveries of the Connected World

Internet is de wraak van de nerds

door Alfred Bos

Gevierd documentairemaker Werner Herzog vertilt zich lelijk aan het internet. Lo and Behold mist focus. Enige kennis van zaken en een kritische blik hadden kunnen helpen.

Werner Herzog is een groot bewonderaar van de menselijke geest en wat die vermag. Zijn speelfilms en documentaires getuigen er van: kunst uit prehistorische tijden (Cave of Forgotten Dreams), het onverzettelijk najagen van een droom (Aguirre, Fitzcarraldo), heroïsch overleven in de woeste natuur (Rescue Dawn, Grizzly Man) – het zijn films die je bijblijven.

De grootste kwaliteit van filosofisch angehäuchte Duitser met het karakteristieke accent is wellicht zijn nieuwsgierigheid naar en verwondering over het uitzonderlijke. Het kleine en het dagelijkse lijken hem minder te boeien, zijn onderzoekende geest is gevoelig voor de poëzie van het extreme. Zelf door-en-door bourgeois ziet zijn blik de heroïek van de onaangepasten.

Lo and Behold

Het schiet allemaal tekort in Lo and Behold, Herzogs documentaire over het internet. De ondertitel – dagdromen over de verbonden wereld – impliceert dat hij zijn vertrouwde benadering heeft ingezet die eerder zulke fraaie resultaten opleverde. Maar het internet is anders. Het is een labyrint waarin de maker en diens documentaire hopeloos verdwalen.

Bewonderende warboel
Internet is revolutionaire technologie met verstrekkende gevolgen voor mens en samenleving. Het is een veelomvattend fenomeen, met een groot aantal deelaspecten, dat zich heeft genesteld in de haarvaten van het dagelijkse leven. Er is veel te vertellen, uit te leggen en te duiden in de honderd minuten die Herzog zich heeft toegemeten. Hij komt er niet uit. Hij heeft te weinig kennis van zaken. Hij stelt geen kritische vragen. Hij is een fan die geïmponeerd wierook brandt op het altaar van de wetenschap. Lo and Behold is een warboel, de meester onwaardig.

De film springt van de hak op de tak, holt van de ene opzienbarende technologie naar de volgende, snuffelt even in lyrische verwondering aan de buitenkant, graaft nimmer door en gaat met schokkend onbegrip voorbij aan de schaduwkanten van digitale technologie: privacy issues, cyberpesten, de surveillance society, de groeiende macht van Silicon Valley en de kwetsbaarheid van de genetwerkte samenleving, om maar wat te noemen.

Welke invloed die revolutionaire en uiterst dynamische, zich dagelijks ontwikkelende technologie heeft op mensen en hun gedrag, is geen onderwerp van Herzogs dagdromen. Waarom internet revolutionair is, zoals de regisseur aan het begin van de film terecht stelt, maakt Lo and Behold niet duidelijk. Er is zelfs geen aanzet tot een eerste begrip. Er zijn vooral veel pratende hoofden van wetenschappers, ondernemers en een enkele hacker die keuvelen zonder context. Ordening en duiding laat Herzog aan de kijker over. Die verzuipt in de datastroom.

Disneyland
Het aardigste van Lo and Behold is de eerste van de tien hoofdstukken, over de beginjaren van internet. Op 29 oktober 1969, om half elf ’s avonds, werd voor het eerst een elektronisch bericht verstuurd. De beoogde boodschap was ‘log in’. Bij de derde letter liep de computer vast. Het eerste e-mailbericht luidde: lo. Vandaar de titel van de docu.

Lo and Behold

De negen daarop volgende hoofdstukken zijn het beeldverslag van een tiener in Disneyland. Het is wow en what the fuck, schiet alle kanten uit, weigert te reflecteren of kritische vragen te stellen. Wat doen radioastronomie en hersengolven in een docu over internet? Waarom wordt het darknet, het ondergrondse internet waar drugs en wapens worden verhandeld, niet belicht? Is er over hackers niets meer te melden dan de jaarlijkse bijeenkomst DEFCON? Wat is de link tussen kunstmatige intelligentie en internet? Lo and Behold opent vele deuren, maar stokt op de drempel.

Stuxnet
Onprofessioneel is het niet doorvragen, bijvoorbeeld waarom voetbalrobot 8 zoveel beter is dan zijn collega’s. Verschillende wetenschappers noemen het internet der dingen, Herzog gaat er niet op in. Beschamend is het gebrek aan inlevingsvermogen voor de familie die op misselijkmakende wijze het slachtoffer werd van cyberpesten. Volstrekt ridicuul is hoofdstuk 7, Internet op Mars. Werner, heus?

Bepaald knullig is het hoofdstuk over cyberspionage: Herzog behandelt een oude kwestie (Titan Rain) en laat de meest spectaculaire en ingrijpende zaak (stuxnet) ongenoemd. Hij haalt mensen voor de camera die niets over de kwestie kunnen zeggen, terwijl er genoeg veiligheidsexperts zijn te vinden die wel willen praten, zoals Frank Wiering in de Tegenlicht-uitzending van najaar 2014 over zero days (ongebruikte beveiligingslekken) liet zien.

Wie op zoek is naar documentaires over internet kan online terecht, op YouTube zijn er genoeg te vinden. En wie in de bioscoop een internet-docu wil nuttigen, spoede zich naar Alex Gibney’s Zero Days. O ja, die draait niet in Nederland. Inloggen dan maar, en illegaal downloaden. Ook dat is internet.
 

9 september 2016

 
MEER RECENSIES