Hobbit: The Battle of the Five Armies, The

*****

recensie  The Hobbit: The Battle of the Five Armies 

Een waardig afscheid van Midden-Aarde

door Karina Meerman

The Battle of the Five Armies is een ‘one last hurrah’ voor het Midden-Aarde van Peter Jackson. Werkelijk iedereen schittert nog één keer op het grote doek, voordat het allemaal voorbij is. 

Aan het eind van The Desolation of Smaug lieten we de hobbit en een paar dwergen achter in een door draak bedreigd Meerstad en Thorin Eikenschild (Richard Armitage) was op weg naar Erebor om zijn berg te claimen. The Battle of the Five Armies pakt de draad direct weer op. In het belaagde Meerstad ontpopt Bard (Luke Evans) zich tot een leider van mensen. Zijn heldenmoment is het eerste in deze film waarvan iedereen er eentje lijkt te hebben. Zelfs lafbekken als de Meester (Stephen Fry) en Alfrid (Ryan Gage) worden nog even prettig uitvergroot voor ze voorgoed uit ons leven verdwijnen. We zien ook een hele andere kant van Galadriel (Cate Blanchett) in een confrontatie met de dodenbezweerder. En wanneer Saruman (Christopher Lee) tegen het gezelschap zegt dat hij wel met die Sauron zal afrekenen, weten wij allang dat de ellendeling dat niet gaat doen. Maar dat is een andere trilogie.

Recensie The Hobbit: The Battle of the Five Armies

Drakenziekte
Onder leiding van Bard trekken de mensen naar de eenzame berg, waar Thorin zich heeft verschanst. Hij blijkt bevangen door de drakenziekte: een alles verterende jaloezie om zijn goud te behouden. Hij riskeert zelfs liever oorlog met elfenkoning Thranduil (Lee Pace) dan dat hij ook maar één gouden munt kwijtraakt. Met het elfenleger voor de poort, roept Thorin de hulp in van zijn neef Dain (Billy Connolly, die in deze film eindelijk het uiterlijk heeft dat bij zijn stem past). Terwijl een dwergenleger zich opmaakt om de berg te verdedigen tegen elfen en mensen, verzamelt de dodenbezweerder zijn eigen legers. Onder aanvoering van Azog (Manu Bennett) en Bolg (John Tui) marcheren aardmannen, orks en andere onprettigheden richting het goud. En daar hebben we dan de vijf legers.

Bilbo
The Battle of the Five Armies kan gezien worden op IMAX-grootte, in 3D, met een hoge beeldjessnelheid (HFR) en in surround-sound. Dat is misschien ook het beste, met de duikvluchten die de camera neemt langs Nieuw-Zeelands panorama en de overzichtsbeelden van de veldslag. Geen idee hoe dat zich zal vertalen naar klein scherm. Dat trekt dan misschien de aandacht naar de kleinere verhaallijnen: de aantrekkingskracht tussen Kili (Aiden Turner) en Tauriel (Evangeline Lilly); het verdriet van Balin (Ken Stott) om de drakenziekte; de spanning tussen Thranduil en Legolas (Orlando Bloom); de vriendschap tussen Thorin en Bilbo (Martin Freeman). Vooral dat laatste verdient onze aandacht, want Bilbo dreigt een beetje in de verdrukking te raken in al dat oorlogsgeweld. En dat terwijl hij de naamgever is van het grote verhaal.

Recensie The Hobbit: The Battle of the Five Armies

Wat deze film vooral doet, is The Hobbit ferm vastknopen aan The Lord of the Rings, terwijl elke losse draad wordt afgehecht. Het begon allemaal met één zinnetje, dat J.R.R. Tolkien uit verveling schreef tijdens het nakijken van Engels huiswerk. “In een gat in de grond, daar woonde een hobbit.” Dertien jaar na de eerste film van Peter Jackson, is de hobbit weer terug in zijn huis. En wat een avonturen hebben we mogen zien.

 

8 december 2014

 
ALLE RECENSIES

Jessabelle

**

recensie  Jessabelle

Kun je vechten met een geest?

door Cor Oliemeulen

De schrijver van Night at the Museum (1 en 2) heeft zijn best gedaan om van Jessabelle een interessante kruising van horror, thriller en mysterie te maken. Eén origineel vernieuwend plotelement tussen een reeks van versleten ingrediënten is helaas te weinig om geschiedenis te schrijven. 

Na het auto-ongeluk waarbij haar vriend om het leven kwam, keert Jessabelle gekluisterd aan een rolstoel terug in haar ouderlijke huis in Louisiana. Haar moeder is overleden toen Jessabelle op aarde kwam en haar vader, met wie ze jaren geen contact heeft gehad, hult zich in stilzwijgen en alcoholdampen. Jessabelle neemt haar intrek in haar moeders kamer in het grote huis aan een meer. De sfeer is direct onheilspellend. Onder het bed ontdekt Jessabelle een doos met haar naam erop. Er zitten videobanden in. In de opnames spreekt haar moeder tot Jessabelle. Als vader dit ontdekt, is hij furieus en smijt de rolstoel in het meer. Maar Jessabelle blijft geïntrigeerd door de videobanden. Voortaan kijkt ze stiekem en ontdekt langzaam en geschokt wie en wat haar moeder was.

Recensie Jessabelle

Mysterie
Jessabelle is gemaakt door Kevin Greutert, editor van de hele Saw -franchise waarvan hij de laatste twee delen mocht regisseren. De film mist gore, voldoende heftige schrikmomenten of nagelbijtende en bloedstollende fragmenten om horror genoemd te mogen worden. Wel herbergt de film aardige thrillerelementen en voegt hij een mysterieuze voorgeschiedenis en een voodoosausje toe om te kunnen meeliften op de hype van het bovennatuurlijke. IDB-collega Bob van der Sterre liet onlangs in zijn Camera Obscura zien dat de filmgeschiedenis veel betere genregenoten kent. Maar de premisse van Jessabelle is ambitieus.

Sarah Snook, vooral actief als tv-actrice, kruipt in de huid van Jessabelle en doet dat lang niet slecht. Het is geloofwaardig dat ze door het kijken van de videobanden haar moeder wil leren kennen, maar ze zou zich meer hardop mogen afvragen waarom haar moeder haar zoveel schrik aanjaagt, onder meer met het leggen en duiden van tarotkaarten. En natuurlijk wordt de sfeer in het verlaten huis steeds dreigender, hoort Jessabelle voetstappen op zolder, ziet ze geesten en krijgt ze nachtmerries en waanvoorstellingen. Gelukkig is haar oude, inmiddels getrouwde, jeugdliefde Preston bereid haar emotioneel en fysiek bij te staan in deze donkere tijden.

Recensie Jessabelle

Voodoo in Louisiana
Het duo gaat op onderzoek uit om het mysterie te ontrafelen. De swampy sfeer van Louisiana vormt het mooie decor van het verhaal dat aardig in elkaar steekt en opvallend weinig plotgaten kent. Na wat ongezellige onderonsjes met autochtonen, confrontaties met voodoopraktijken en de schokkende ontdekking van een graf mag de lokale politie proberen het mysterie mee op te lossen. Echter bovennatuurlijke krachten blijven Jessabelle opjagen, of is het verbeelding? Als Preston uiteindelijk zelf letterlijk met Jessabelle’s waanbeeld moet knokken, vliegt deze alledaagse rolprent toch nog uit de bocht.

 

24 november 2014

 
ALLE RECENSIES

White Bird in a Blizzard

*

recensie  White Bird in a Blizzard 

Per ongeluk grappig

door Wouter Spillebeen

Gregg Araki, die in 2004 het tienerdrama Mysterious Skin regisseerde, is gedeeltelijk verantwoordelijk voor het lanceren van Joseph Gordon-Levitts carrière na 3rd Rock from the Sun. Daarna slaagde hij er nooit in dat succes te herhalen en dat is met White Bird in a Blizzard niet anders. 

In 1988 verdwijnt Eve Connor (geportretteerd door Eva Green, die ook in die andere teleurstelling Sin City: A Dame to Kill For speelt) zonder enig spoor. Haar rebelse dochter Kat (Shailene Woodley, The Descendants) gaat ervan uit dat ze met een minnaar is gaan lopen, haar huwelijk loopt namelijk al zo lang als ze zich kan herinneren erg stroef. Ze is bezorgd over haar vriendje die haar niet meer neukt zoals vroeger en over of ze al dan niet iets zou beginnen met de rechercheur die haar moeder zoekt. Enkel vreemde dromen over sneeuwstormen en haar moeder weerhouden de zeventienjarige ervan zorgeloos door het leven te gaan.

Recensie White Bird in a Blizzard

Tienermeisjes
“Als Fincher Gone Girl verfilmt, dan verfilm ik de tienerversie”, moet Araki gedacht hebben. De film is namelijk gebaseerd op het gelijknamige boek van Laura Kasischke, dat de psyche van een tienermeisje in een traumatische situatie poogt te ontleden. Natuurlijk met gelijkaardige tienermeisjes (met als enige leeservaring de Twilight-reeks) als doelpubliek. Het bronmateriaal was bij Fincher al niet van de bovenste plank, het mag geen verrassing wezen dat het White Bird in a Blizzard niet beter afgaat.

Laten we duidelijk zijn: White Bird in a Blizzard is een komedie. Het was niet Araki’s bedoeling, maar zijn film is hilarisch voor wie cynisch is en de humor van een slechte film kan inzien. Wie echter een diepgaand emotioneel drama verwacht, kan op de kin kloppen. De ontwikkelingen zijn voorspelbaar, de symboliek ligt er net als de stroop vingerdik op, de personages maken belachelijk domme keuzes en de acteurs zijn net bordkarton. Jammer, want als deze film enkele minuten korter was, dan was dit misschien wel mijn persoonlijke favoriete film van 2014.

Recensie White Bird in a Blizzard

Enkele plotwendingen teveel
Na ongeveer een uur en twintig minuten worstelen door een verhaal dat maar niet op gang komt en een plot die ongeveer zo interessant is als kijken naar drogende verf, schotelt Araki zijn publiek warempel een plotwending voor! En niet eens één, maar meerdere (denk aan Loft, maar dan met minder samenhang en meer voorspelbaarheid)!

Had Araki het bij zijn eerste twee twists gehouden, dan kon zijn hele film gezien worden als een dikke middelvinger naar het filmlandschap, naar films met een enorm budget die proberen kunstig te zijn en meerwaarde proberen te hebben. Hij zou het statement gemaakt hebben dat de kracht van dromen de meest luie manier is om een verhaal af te ronden, dat de magie van de liefde geen geldige motivatie voor personages is. De hele film kon een grap met een ellenlange aanleiding en een heerlijk droge punchline worden, een commentaar op de tienerfilm met het gezapige slot waarin alles netjes opgelost wordt. Jammer genoeg kon Araki daar niet stoppen en nog enkele plotwendingen later is White Bird niet meer de film die de cynicus al jaren wil zien, maar eerder anderhalf uur tijdverlies.

 

16 november 2014

 
ALLE RECENSIES

Whiplash

****

recensie  Whiplash

Bloed, zweet en drums

door Suzan Groothuis

Om tot een van de beste jazzdrummers te horen moet je tot het uiterste gaan. Immers, saxofonist Charlie Parker werd pas Bird toen Philly Joe Jones een bekken naar zijn hoofd gooide.

Andrew (Miles Teller, Rabbit Hole, The Spectacular Now) is een jonge jazzmuzikant die de beste drummer van zijn prestigieuze conservatorium wil worden.  Wanneer hij aan het oefenen is wordt hij opgemerkt door Terence Fletcher (J.K. Simmons, Spider-Man, Juno). Fletcher is een briljante docent die er om bekend staat muzikanten tot grote hoogten te brengen. Maar zijn lesmethoden zijn ook omstreden.

Van Andrews drumsessie lijkt hij niet onder de indruk. De man is zelfs al vertrokken, voordat Andrew er erg in heeft. Maar dat zijn spel wel zeker opgemerkt is, blijkt wanneer Fletcher hem op een later moment uit een les plukt. Hij vraagt Andrew voor zijn jazzband te drummen en te laten zien wat hij in huis heeft.

Recensie Whiplash

Tot het uiterste
Vanaf dat moment ontwikkelt zich een gespannen verhouding tussen een jonge, getalenteerde jazzdrummer die de beste wil zijn en een docent die het maximale uit zijn studenten wil halen. Fletcher zoekt herhaaldelijk Andrews grenzen op door het uiterste van hem te vragen. En Andrew onderwerpt zich aan de grillen van zijn leermeester, maar balanceert daarbij op het randje van zijn fysieke en psychische kunnen.

In zijn thematiek doet Whiplash wat denken aan films als Black Swan en The Wrestler (beiden van Darren Aronofsky), waarin het lijntje tussen passie en waanzin dun is. Hoewel Whiplash lichter is van toon en uiteindelijk ook optimistischer, zijn er overeenkomsten: de lichamelijke en psychische opoffering van een passie of sport die volledige toewijding vraagt.

Aronofsky deinsde in zijn films niet terug voor het tonen van de gevolgen van de fysieke inspanningen, zoals de krakende pezen en uitputting van Natalie Portman in Black Swan. In Whiplash drumt Andrew tot bloedens toe. Overigens niet geënsceneerd: acteur Miles Teller, die al vanaf zijn vijftiende drumt, kreeg blaren op zijn handen dankzij de krachtige en onconventionele stijl van jazz drummen. Daarbij werd hij in de meest intense scènes door regisseur Damien Chazelle aangemoedigd om door te gaan totdat hij uitgeput was.

Goed is niet goed genoeg
Whiplash is echter meer dan een fysieke en psychische uitputtingsslag. De passie voor muziek en daarin willen excelleren en van betekenis willen zijn staan op de voorgrond. Hoezeer Fletcher ook brult, drilt en zijn studenten tot het uiterste drijft, zijn beweegredenen zijn helder: “I push people beyond what’s expected of them. I believe that’s an absolute necessity.”

Recensie Whiplash

Niet dat dit van Fletcher een sympathiek personage maakt, want de man is in zijn vak een omstreden, manipulerende klootzak. Maar hij is wel iemand die zichzelf ten doel heeft gesteld het beste in de ander naar boven te halen. Het vinden van een nieuwe Charlie “Bird” Parker. Daar tegenover staat de getalenteerde jonge Andrew: “I want to be one of the greats”.

Miles Teller en J.K. Simmons zijn in hun rollen volledig aan elkaar gewaagd. Twee gedreven, gepassioneerde karakters die de beste in hun vak willen zijn en het elkaar daarin niet gemakkelijk maken. In de zinderende slotscène wordt feilloos duidelijk hoe de verhoudingen liggen en bovendien een knap staaltje drummen weg gegeven. Whiplash  is een film over absolute toewijding, waarin “goed gedaan” niet goed genoeg is. Of in Fletchers treffende bewoordingen: “There are no two words in the English language more harmful than ‘good job’.”

Whiplash won op het Sundance Festival in Amerika zowel de jury- als de publieksprijs. Recent werd de film op het Leids Filmfestival vertoond, waar hij de American Indie Competition won. En dan te bedenken dat regisseur Damien Chazelle de financiering voor zijn film maar met moeite rond kreeg. Daarvoor was eerst een korte versie van Whiplash (2013) nodig.

 

11 november 2014

 
ALLE RECENSIES

Horns

**

recensie  Horns

Gevallen engel op wraaktocht

door Wouter Spillebeen

Halloween betekent het verschijnen een hoop obligatoire horrorfilms. In het geval van Alexandre Aja’s late aanvulling Horns betekent dat vooral een fantasiefilm die onterecht dat stempel krijgt toebedeeld. 

De film mag een beetje flauw zijn om echt horror te zijn, Horns is toch niet de eerste poging van de Franse regisseur Aja. In 2006 maakte hij een best succesvolle remake van de klassieker The Hills Have Eyes en in 2010 toonde hij dat je het genre niet altijd serieus moet nemen met zijn zelfbewuste, maar minder gesmaakte Piranha 3D. Met Horns verfilmt hij het gelijknamige boek van Joe Hill, de zoon van The Shining-auteur Stephen King. 

Recensie Horns

Iedereen ziet Ig Perrish (geacteerd door Harry Potter himself, Daniel Radcliffe) als iemand die onbestraft een moord heeft gepleegd. Zijn vriendin is niet meer en alles wijst erop dat hij haar heeft vermoord. Hij houdt zijn onschuld vol, enkel zijn vriend en advocaat Lee lijkt hem te geloven. De plot van Horns doet denken aan die van Finchers nieuwe Gone Girl, die andere boekverfilming die al diepte uit beproefde bronnen. De twist: de rouwende jongeman krijgt ineens duivelachtige hoorns op zijn voorhoofd die ervoor zorgen dat de meest zondige kantjes van al zijn gesprekspartners bovenkomen. Ig is een kruising tussen Maleficent (de heks uit Doornroosje) en een gevallen engel. Zijn enige doel: achterhalen wie zijn geliefde Merrin (Juno Temple) heeft vermoord. 

Zonden
De problemen met de film beginnen bij de krachten van Ig. Het is volstrekt onduidelijk welk effect de hoorns hebben op omstanders. Wordt iedereen ineens overdreven eerlijk? Krijgen mensen door de hoorns een drang om te zondigen? Krijgt Ig een enorme overtuigingskracht? In elke conversatie lijken de effecten te verschillen. Toch weet Ig meteen hoe zijn nieuwe bizarre gaven werken en hoe hij die ten goede kan aanwenden. Bovendien lijkt de film de latente homoseksualiteit van twee agenten in hetzelfde rijtje te plaatsen als de neiging tot verwonden, verkrachten en vermoorden van andere personages. 

Recensie Horns

De religieuze symboliek in Horns is meteen duidelijk. Alsof de duivelshoorns, nummerplaten die verwijzen naar Bijbelverzen, verwijzingen naar de hoofdzonden en prominente kruisbeeldjes niet genoeg waren, leggen enkele personages én een irritante en overbodige voice-over nog eens flagrant uit wat de beelden betekenen. Het principe ‘show, don’t tell’ betekent blijkbaar niets meer. De geanimeerde slangen lijken op overschotjes van de lachwekkende animaties uit Piranha 3D en de film begaat ook nog eens de zonden die collega Alfred Bos al beschreef in zijn recensie van Gone Girl:
“…behoorlijk clichématige verwikkelingen rond overspannen media, het makkelijk te manipuleren Volksempfinden en nihilistische advocaten.” 

(Bijna) vlekkeloos
Maar wonder boven wonder, er valt ook iets positiefs te vermelden over Horns. Jawel, Radcliffe acteert helemaal niet slecht, in tegenstelling tot zijn non-prestatie in de remake van The Woman in Black in 2012. Een vrij opmerkelijke prestatie aangezien de jonge Brit nu met een (bijna) vlekkeloos Amerikaans accent acteert. Met uitzondering van James Remar (iets aan zijn eeuwig portret van de vaderfiguur – zie Jericho  en Dexter  – irriteert) lijken de meeste acteurs zich goed te voelen bij hun rol. Laten we hopen dat Radcliffe door deze film meer serieuze personages krijgt toebedeeld. Met een beter verhaal en strakkere regie had hij een kans gehad om uit te blinken in Horns.

 

9 november 2014

 

ALLE RECENSIES

Interstellar

*****

recensie  Interstellar

Kosmisch surrealisme

door Alfred Bos

Met het ambitieuze en spectaculaire Interstellar plaatst de Britse regisseur Christopher Nolan zich in het rijtje meesters dat de sciencefictionfilm vernieuwde. Is de mens groot genoeg voor het heelal?

In 2014 lijken de sciencefictionfilms als rijp fruit van de cinemaboom te waaien. Werd de boekenvariant al eens dood verklaard – de SF-toekomst is inmiddels realiteit – op het grote doek bloeit het genre. Dan bedoelen we niet de verfilmde striphelden, maar ‘klassieke’ SF met bespiegelingen over samenlevingen waarin robotten, kunstmatige intelligentie en andere technische toverij even normaal zijn als water uit de kraan. SF op zijn best is surrealisme met een wetenschappelijke onderbouw en Interstellar biedt ‘klassieke’ SF van superieur gehalte.

Recensie Interstellar

Regisseur Christopher Nolan (de Batman-trilogie, Inception) schreef, zoals voor al zijn films, zelf het script, in dit geval in samenspraak met zijn jongere broer Jonathan. Interstellar verhaalt over een verkenning in deep space naar bewoonbare planeten en maakt en passant abstracte concepten als de Einstein-Rosen-brug oftewel wormgaten (gaten in de ruimtetijd van het universum) en de consequenties voor het begrip tijd van Einsteins relativiteitstheorie inzichtelijk voor het grote publiek. Dat is op zich al een krachttoer en zo’n breed ontwerp vraagt om een breed canvas. Interstellar gebruikt elke minuut van de kleine drie uur die de film duurt om de kijker emotioneel te engageren.

Vader-dochterrelatie
Het intelligente script wordt tot leven gewekt door een imposante reeks acteurs. Matthew McConaughey vertolkt Cooper, een voormalige testpiloot; Jessica Chastain is Coopers dochter Murph; Casey Affleck zijn zoon Tom; Anne Hathaway Coops college-astronaut Amelia (naar Amelia Earheart, de eerste vrouw die solo over de Atlantische en de Grote Oceean vloog?); bovendien zijn er bijrollen voor onder meer Michael Caine, John Lithgow en Matt Damon. In Interstellar draait het niet om technologie, maar om mensen en de consequenties van hun keuzes.

Die kunnen ze nauwelijks overzien, te meer daar de wetten van de kosmos werken op een andere schaal dan op een boerderij in het Amerikaanse Midwesten. Voor een astronaut die reist met de snelheid van het licht gaat de tijd vele malen trager dan op aarde en wanneer Cooper terugkeert van zijn kosmische avontuur is zijn dochter, nog geen tiener toen hij vertrok, een stokoude vrouw, omgeven door klein leger van kinderen en kleinkinderen. Zijn relatie met haar vorm het hart van de film.

Recensie Interstellar

Vierde dimensie gevisualiseerd
Is het scenario al een huzarenstukje – Nolan deed het overigens eerder met het in vijf (!) realiteiten spelende Inception en het zowel van achter naar voren als chronologisch vertelde Memento, zijn debuutfilm uit 2000 – ook in visueel opzicht verlegt de film grenzen. De lancering van de interstellaire raket is ‘klassieke’ SF in het voetspoor van Kubricks 2001: A Space Odyssey, maar wat daarop volgt verlegt grenzen. Het meest spectaculair is de wijze waarop Nolan de vierde dimensie visualiseert als een soort bibliotheek waarin alles wat ooit is gebeurd zich gelijktijdig voltrekt. Veel films gaan in de derde acte onderuit, Interstellar komt dan juist tot ontplooiing.

De Britse SF-auteur (en schrijver van het 2001: A Space Odyssey-scenario) Arthur C. Clarke heeft eens opgemerkt dat geavanceerde technologie zich niet laat onderscheiden van magie en zelden is die observatie zo fraai geïllustreerd als in Interstellar. Nolan slaat een nieuw piketpaaltje in de sciencefictionfilmtraditie en schaart zich in de reeks Fritz Lang (Metropolis, Frau im Mond), William Menzies (Things to Come), Fred Wilcox (Forbidden Planet), Jean-Luc Godard (Alphaville), Stanley Kubrick (2001), Andrei Tarkovsky (Solaris), Ridley Scott (Bladerunner) en de Wachowski-broers (The Matrix) meesters wiens verbeelding geen grenzen kende. SF-film van het jaar. En misschien wel van de laatste tien jaar.

 

3 november 2014

 

ALLE RECENSIES

Disappearance of Eleanor Rigby: Him & Her, The

**

recensie  The Disappearance of Eleanor Rigby: Him & Her 

Tragedie is een vreemd land

door Wouter Spillebeen

Ned Benson screende zijn tweeluik The Disappearance of Eleanor Rigby voor het eerst op het filmfestival van Toronto. Zijn gedurfde aanpak resulteert in enkele sterke, maar evenveel flauwe scènes. 

Een vrouw verlaat haar man; zij is depressief, zijn leven stort in. The Disappearance of Eleanor Rigby volgt eerst Conor (James McAvoy), die na het vertrek van Eleanor (Jessica Chastain) bij zijn excentrieke vader intrekt, zijn restaurant ziet falen en alles doet om zijn vrouw terug te krijgen. De tweede helft vertelt het verhaal van Eleanor, die terug bij haar ouders woont, krampachtig haar jeugd probeert te herbeleven en de tragiek wil vergeten die haar ertoe bracht Conor te verlaten. Elk verwerken ze hun verdriet op hun eigen manier, elk vertelt zijn eigen verhaal, elk hebben ze een eigen versie van de feiten. 

Recensie The Disappearance of Eleanor Rigby: Him & Her

Him
James McAvoy is een competente acteur, dat is sinds The Last King of Scotland (2006) een onweerlegbaar feit. Als Conor heeft de Schot geen perfect Amerikaans accent, maar aangezien zijn vader in het verhaal met een zware Britse tongval spreekt, is dat enigszins logisch. Dergelijke voorbeelden van aandacht voor detail zijn in de eerste helft van The Disappearance of Eleanor Rigby talrijk aanwezig (Conor kijkt na zijn aanrijding steeds naar het verkeer voor hij de straat oversteekt, wat hij ervoor niet deed). Ook al is die eerste helft het relaas van de jongeman zelf, toch schildert hij zichzelf niet perfect af. Hij is hulpeloos, koppig, spuwt vaak irritant gladde oneliners en verwacht dat anderen hem kant-en-klare antwoorden geven op zijn grote vragen. Een van die anderen is trouwens Saturday Night Live-acteur Bill Hader, die eens niet voor een lichte toon zorgt, maar het drama mooi onderschrijft. 

Toch is het verhaal van Conor langdradig en ietwat oninteressant. Enkele scènes lijken enkel als voer te dienen voor de tweede helft en het gebrek aan antwoorden maakt van Him geen afgewerkt geheel. Bovendien is het scenario vaak geschreven alsof elk personage een filosoof is. Iemand moet Benson vertellen dat niet iedereen zomaar diepgaande mijmeringen uit de duim kan zuigen. 

Her
In de tweede helft van The Disappearance of Eleanor Rigby zien we hetzelfde verhaal, maar dan door de ogen van Eleanor. Chastain, die Oscarnominaties kreeg voor haar rollen in The Help en Zero Dark Thirty, zou de beladen rol makkelijk aan moeten kunnen, maar weet – op een enkele scène na – niet helemaal te overtuigen. De scènes waarin het koppel kortstondig samenkomt,  keren terug, maar dan volgens de herinnering van de vrouw (kleren en dialogen zijn anders, camerastandpunten verschillen). Nu zouden alle vragen uit het eerste deel een antwoord moeten krijgen, toch? Niet dus. In plaats hiervan zien we een vrouw die wanhopig probeert terug een tiener te zijn. Intrekken bij de oudjes, naar school, giechelen met de jongere zus en bovenal: koppig en rebels weigeren hulp te aanvaarden na een mislukte zelfmoordpoging, ook al heeft iedereen het beste met haar voor. Ze zoekt niet uit wie ze is, zoals ze beweert, maar ze zit vast in bittere ontkenning. 

Recensie The Disappearance of Eleanor Rigby: Him & Her

We krijgen geen reden waarom Eleanor Conor in het ongewisse laat, we krijgen amper een beeld van haar worsteling als gebroken vrouw. De hele tweede helft kwijnt weg in een combinatie van verwijzingen naar Him en een spelletje Zoek de Zeven Verschillen wat de terugkerende scènes betreft. Die verschillen duiden op het feit dat één kant van het verhaal nooit volledig juist kan zijn, maar daar slaat Benson zijn publiek in de film al vaak genoeg mee om de oren. Terwijl de eerste helft in aandacht voor detail en interessante nevenpersonages uitblinkt, is Her vooral gemerkt door houten performances van onder meer Isabelle Huppert als Eleanors moeder. Enkel William Hurt, die haar vader portretteert, weet uiteindelijk zijn vel te redden dankzij een emotionele monoloog.

The Disappearance of Eleanor Rigby kon makkelijk anderhalf uur korter zijn zonder afbreuk te doen aan het verhaal. Veel scènes helpen de kijker niet om de personages te begrijpen, noch dragen ze bij aan de plot (Waarom kijken we meerdere minuten naar Conor die een wandelingetje maakt of naar Eleanor die de straat oversteekt?). Het tweeluik schreeuwt vooral “gemiste kans” en dat is waarlijk jammer. Geef deze recensent maar het nummer van The Beatles. Ah, look at all the lonely people… 

 

27 oktober 2014 

 

 

ALLE RECENSIES

 

Stonehearst Asylum

**

recensie  Stonehearst Asylum

De relativiteit van waanzin

door Suzan Groothuis

Dat je niet zomaar alles moet geloven wat je ziet, wordt duidelijk na de proloog in Stonehearst Asylum. De film, waarin een jonge, gedreven arts klinische ervaring opdoet in een psychiatrisch ziekenhuis, speelt met gezondheid, waanzin en macht. En dat allemaal met een groot gebaar. 

De film opent met een medische les, waar een chirurg (een korte rol van Brendan Gleeson) een voorbeeld van hysterie laat zien. Een scène die wat doet denken aan de vertoning van The Elephant Man in From Hell (2001). Het is het Victoriaanse tijdperk, waar de psychiatrische ziektebeelden zoals wij die nu kennen nog een mysterie waren. ‘Krankzinnigen’ werden opgesloten in een gesticht, ver weg van de samenleving, terwijl artsen zich over hun problematiek bogen en dubieuze behandelmethoden toepasten.

Recensie Stonehearst Asylum

Onorthodoxe behandelmethoden
Stonehearst Asylum is zo’n gesticht: een imposant, angstaanjagend gebouw ver weg van alles en iedereen. De jonge arts Edward Newgate (Jim Sturgess) is als arts afgestudeerd aan Oxford en wil er klinische ervaring opdoen. Zijn verzoek wordt gehonoreerd, maar bij aankomst is het toch even slikken. Het gesticht, omgeven door zwaar hekwerk, wordt beveiligd door een vervaarlijk uitziende crew onder leiding van Mickey Finn (David Thewlis, Naked). Na de wat vreemde en niet bepaald vriendelijke ontvangst wordt Edward het pand ingeleid, waar hij de hoofdarts, dr. Lamb (Ben Kingsley), ontmoet.

Lamb staat wat achterdochtig tegenover de intenties van de jonge arts. Verbetermethoden zijn niet nodig, het gesticht functioneert immers prima! Maar een rondleiding door het gebouw en een kennismaking met zijn bewoners roept op zijn minst vragen op. Lamb houdt er namelijk onconventionele en onorthodoxe methoden op na. Van een behandeling lijkt nauwelijks sprake: de patiënten worden in hun wanen gelaten en daarin zelfs aangemoedigd.

Schoonheid en intriges
Maar dan wordt Edward gegrepen door de schone Eliza Graves (Kate Beckinsale), een jonge vrouw die de kijker herkent als hysterische patiënte uit de openingsscène. Gefascineerd door haar besluit Edward zijn verblijf op Stonehearst Asylum een kans te geven. Al snel raakt hij verwikkeld in intriges en duurt het niet lang voordat hij de ware bedoelingen van de diabolische dr. Lamb en zijn crew achterhaalt.

Stonehearst Asylum (oorspronkelijke titel Eliza Graves) is gebaseerd op een kort verhaal van Edgar Allan Poe. In handen van regisseur Brad Anderson, bekend van de donkere thrillers Session 9 (2001) en The Machinist (2004), is het een zwaar aangezette mix van thriller, horror, kostuumdrama en satire geworden. Prachtig geschoten, dat wel, met veel oog voor decors en setting. De opnamen vonden plaats in Bulgarije, waarin het statige, spookachtige gebouw een goede keuze is, maar het bergachtige landschap weinig overeenkomsten vertoont met het Britse platteland.

Recensie Stonehearst Asylum

Bombastisch en gladgestreken
Net als in zijn vorige films speelt Anderson met plottwists, die voor de kijker in Stonehearst Asylum echter onverrassend zijn. “Believe nothing you hear, and only one half that you see”, horen we niet voor niets meerdere malen als quote in de film terug. Het van meet af aan geforceerd op je hoede zijn (denk d’r om, niets is wat het lijkt!) in combinatie met een voorspelbaar narratief verloop maken dat mindfucks ontbreken, in tegenstelling tot het sterkere Shutter Island (2010) van Scorsese of de recente horrorserie American Horror Story: Asylum (2011).

Het gevoel dat de kijker overmeestert is dat van bombast, alsof Anderson alles uit de kast heeft moeten trekken om met zijn film te overtuigen. De topcast (Ben Kingsley en Michael Caine zijn aangetrokken als grote namen) en de dure productie ten spijt, gaat Stonehearst Asylum gebukt onder zijn eigen pretenties. Het duistere randje aan het begin maakt plaats voor een zoete happy ending, waarbij waanzin maar een relatief begrip blijkt te zijn.

 

20 oktober 2014

 
ALLE RECENSIES

Judge, The

****

recensie  The Judge

De man van staal en moraal

door Alfred Bos

Robert Duvall en Robert Downey Jr. excelleren in fraai gefotografeerd drama dat scharniert rond een complexe vader-zoonrelatie. The Judge is een karakterfilm met een subtiel plot.

De 71-jarige Joe Palmer is al meer dan veertig jaar rechter in het ruim beloverde en spierwitte provinciestadje Carlinville, het Blaricum van Chicago. Hij is een baken van integriteit, wars van smoezelen en begiftigd met een kartelig gevoel voor humor. Wanneer zijn vrouw plots overlijdt, is de rechter – wie kan het hem kwalijk nemen – emotioneel uit het lood geslagen. Getergd tot in zijn merg neemt hij een verkeerde beslissing.

Recensie The Judge

Hank Palmer, de middelste van zijn drie zoons, is geslaagd in het leven, maar mislukt als mens. Als vrijpleiter in Chicago heeft hij een indrukwekkende staat van dienst opgebouwd, maar buiten zijn werk kan hij nauwelijks een zinvolle relatie onderhouden; zijn huwelijk is een mislukking. Terug in Carlinville voor de begrafenis van zijn moeder blijkt de relatie met zijn vader en broers ronduit stekelig. Terloops spelen verrassende details uit Hanks verleden op en wordt het hoe en waarom van de familieverhoudingen duidelijk.

Humeurige grijsaard
The Judge is geen rechtbankdrama – al speelt een belangrijk deel van het verhaal zich in de rechtbank af – maar een karakterstudie rond bloedrelaties, met een vleugje mysterie voor de spanning. Veteraanacteur en Hollywood-instituut Robert Duvall, 83 inmiddels en gespecialiseerd in humeurige grijsaards met een gietijzeren moraal, vertolkt de rol van de rechter uit de filmtitel. Het verbale en emotionele weerwerk komt van Robert Downey Jr. die de naar vaderliefde hunkerende zoon Hank speelt.

Duvall acteerde vorig jaar een vergelijkbare rol in het familiedrama Jane Mansfield’s Car; ook daar is een begrafenis aanleiding voor een familiebijeenkomst. Die film werd geschreven en geregisseerd door Billy Bob Thornton, die in The Judge opduikt als de aanklager van pa en tegenstrever van zoon Palmer. Daarmee is het rijtje karakteracteurs nog niet compleet: Vincent D’Onofrio vertolkt de oudste broer Glen en Vera Farmiga Hanks vroegere scharrel Samantha.

Recensie The Judge

Fijnzinnige psychologie
Het zijn niet alleen de voortreffelijke acteurs (wie Robert Downey Jr. alleen kent van Iron Man of Sherlock Holmes zal van zijn stoel vallen) waardoor The Judge ruim 140 minuten lang boeit, het is ook het subtiel opgezette script van de schrijvers van Gran Torino en The King’s Speech. Zo zijn aanleiding en omstandigheden voor rechter Joe Palmers verkeerde beslissing knap verweven met de verhouding tot zijn zoon. Dergelijk fijnzinnige psychologie kom je in de Amerikaanse cinema zelden meer tegen. Laconieke terzijdes en een geestige running gag zorgen voor het humoristische tegenwicht.

De verrassing van The Judge is des te aangenamer omdat de film komt uit de koker van David Dobkin, die eerder melige puberfilms en lichtgewicht relatiekomedies maakte. Met een solide bezetting en een doordacht script levert hij een visueel sterke – diverse scènes zijn gedraaid met tegenlicht  – rolprent af. Met zijn levensechte personages en wars van gekunstelde premissen of flitsende actie is The Judge een film uit een vervlogen tijdperk, over een tijdloos en tevens hoogst actueel thema, wortels en identiteit. Meer goed nieuws voor Duvall-fans: hij schijnt aan een nieuwe film te werken.

 

10 oktober 2014

 

ALLE RECENSIES

Gone Girl

**

recensie  Gone Girl

Je zal er maar mee getrouwd zijn

door Alfred Bos

Verfilming van in Amerika zeer succesvolle psychologische thriller – een studie in psychopathie – komt ook in de handen van kwaliteitsregisseur David Fincher niet tot leven.

Zou het een teken des tijds zijn? De films over ontvoerde meisjes en vrouwen worden zo talrijk dat ze bijna een subgenre gaan vormen. Vorig jaar was er Prisoners (met Jake Gyllenhaal), binnenkort volgt het Braziliaanse A Wolf at the Door en wellicht zal ook The Captive van de Egyptisch-Canadese regisseur Atom Egoyan dit najaar de Nederlandse bioscoop halen.

Gone Girl wijkt in zoverre van het patroon af dat de film draait om een ontvoerde volwassen vrouw (waar in de andere films meisjes verdwijnen). Het is de verfilming van de in Amerika uiterst succesvolle gelijknamige psychologische thriller, verschenen in 2012 en door schrijfster Gillian Finch zelf omgewerkt tot scenario. Het boek, door Herman Koch de hemel in geprezen, verschijnt gelijktijdig met de film in een Nederlandse vertaling.

Recensie Gone Girl

Boekverfilming
En met niemand minder dan David Fincher, regisseur van gewaardeerde films als Se7en, Fight Club (ook op basis van een boek), Zodiac (dito), The Curious Case of Benjamin Button (naar een verhaal van Scott Fitzgerald) en The Social Network (boek), achter de camera zal het wel goed komen met die boekverfilming. Want de man kan wel wat: hoe vaak is de Amerikaanse remake beter dan het Europese of Aziatische origineel? Fincher deed het met The Girl with the Dragon Tattoo (ook al een boekverfilming). Dus Gone Girl wordt in zijn handen een gegarandeerde suspense kraker, toch? Niet helemaal.

Het probleem is het bronmateriaal. Want het boek mag dan een ‘sensatie’ zijn, het is ook een zwaar gekunstelde vertelling over volstrekt ongeloofwaardige personages. Niet alles blijkt koek en ei in het ogenschijnlijk perfecte huwelijk tussen Nick Dunne (Ben Affleck) en zijn vrouw Amy (Rosamund Pike), die ooit model stond voor Amazing Amy, de heldin van een succesvolle reeks kinderboeken. Op een dag blijkt ze verdwenen en er is tevens meubilair gesneuveld. Ontvoerd, denkt de immer koffie slurpende detective Rhonda Boney (Kim Dickens). Of toch vermoord, door haar man?

Recensie Gone Girl

Kantelend perspectief
Na een uur kantelt het perspectief van de film en heeft de kijker nog een kleine anderhalf uur te gaan. Het blijkt een (te) lange zit. Finchers vertrouwde droge, quasi-documentaire vertelstijl, inclusief flashbacks en aanduiding van tijd en locatie, eerder met veel effect toegepast in Zodiac, is ook voor Gone Girl uit de kast getrokken – met aanzienlijk minder effect, ondanks de meerdere perspectieven en de non-lineaire verhaallijn . Ben Affleck is geen Matt Damon, voorzichtig uitgedrukt, en het personage van Amy staat zo ver van de werkelijkheid dat het kolderiek wordt. Een slimme plot is leuk, maar Gone Girl probeert zo slim te zijn dat het pijn (aan de kont) doet.

Voorts zijn er – behoorlijk clichématige – verwikkelingen rond overspannen media, het makkelijk te manipuleren Volksempfinden  en nihilistische advocaten. De wereld van Gone Girl is een onaantrekkeijke hogedrukpan van eigenbelang, wantrouwen en manipulatie. Wat zich aandient als een psycholgische thriller à la Hitchcock of Brian de Plama blijkt een glanzende huls waar David Fincher een strik om heeft gevouwen. Resultaat: zijn minste film sinds Panic Room (2002). Pluim voor de atmosferische soundtrack van Trent ‘Nine Inch Nails’ Reznor. Die kent de duisternis.

 

30 september 2014

 

 
ALLE RECENSIES