Deliver Us from Evil

***

recensie  Deliver Us from Evil

Duizelingwekkende duivelse rit

door Suzan Groothuis

Het zal je maar gebeuren. Je bent een no-nonsense cop en ineens heb je te maken met een zaak die gelinkt is aan duivelse krachten. Gebaseerd op een waargebeurd verhaal neemt Scott Derrickson (The Exorcism of Emily Rose, Sinister) je mee op een duizelingwekkende rit tussen actie, thriller en horror in.

Politieagent Ralph Sarchie (Eric Bana: Munich) is een diehard cop. Een die zich vol overgave op zijn werk stort. De donkere kant van het leven blijft hem niet bespaard: in de South Bronx, zijn werkgebied, krijgt Sarchie het zwaar te verduren. Een dode baby gewikkeld in een deken, als een dood pakketje afgeleverd. Huiselijk geweld. En een vrouw die op onverklaarbare wijze haar baby in de gracht van een dierentuin werpt.

Recensie Deliver Us from Evil

Even terug naar het begin. De film opent met een scène in Irak waar drie U.S. Marines een ondergrondse kamer binnendringen, in de verwachting daar hun belagers te vinden. Beter waren ze boven gebleven, waar het oorlogsgeweld raast en tiert. Want in die ondergrondse ruimte komen ze met iets in aanraking, dat zorgt dat hun leven nooit meer hetzelfde is.

De drie mariniers blijken vier jaar later een link te hebben met de vrouw in de dierentuin en een casus van huiselijk geweld. Samen met zijn buddy cop Butler (Joel McHale, bekend van de comedy Community) stort Sarchie zich op de vreemde gebeurtenissen. De vrouw in de dierentuin, gek of bezeten? En wie is die schilder die ongezien de muren van het leeuwenverblijf wit? Geleidelijk aan ontvouwt zich de waarheid, waarbij Sarchie vermoedt dat er grotere, kwade krachten in het spel zijn.

Van politiethriller naar duivelsuitroeiing
De film begint als stuwende politiethriller, met veel grijs- en blauwtinten en snelle montages, waarbij een zenuwslopende actiescène in de dierentuin een hoogtepunt is. Terwijl Sarchie zich vastbijt in de zaak ontmoet hij priester Mendoza (Édgar Ramírez, bekend van de hooggewaardeerde serie Carlos), die hem ervan overtuigt dat er wellicht duistere krachten in het spel zijn. “There are two types of evil in this life, Officer Sarchie. Secondary evil, the evil that men do. And primary evil, which is something else entirely.”

Regisseur Scott Derrickson trakteert de kijker vervolgens op een huiveringwekkende rit, waarbij Sarchie met behulp van Mendoza geleidelijk aan op het spoor komt van de bezeten ex-marinier Santino (de Britse acteur Sean Harris). Spanningsvolle achtervolgingen door een regenachtige, donkere South Bronx leiden tot een ontmoeting met het Kwaad zelf, resulterend in een exorcisme waar je U tegen zegt.

Derrickson heeft een behoorlijke staat van dienst als horrorfilmmaker met een hang naar duistere, duivelse krachten. Zijn debuut Hellraiser: Inferno (2000) is een geslaagde mix van politiethriller en de bodyhorror van de Cenobites en Pinhead. Met The Exorcism of Emily Rose (2005) verkende hij al de paden van bezetenheid gecombineerd met een rechtbankdrama, overigens losjes gebaseerd op een echte casus van exorcisme. Sinister  (2012), zijn meest geslaagde film, toont hoe een doodenge boogeyman  de levens binnendringt van onschuldige gezinnen.

Recensie Deliver Us from Evil

Licht aan het einde van de duistere tunnel
Deliver Us from Evil is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Ralph Sarchie. Dat maakt de film tot een bizarre kijkervaring, waarbij eenieder die niet in de duivel gelooft zich wel even achter de oren moet krabben. Duivelse boodschappen schuilen achter gewitte muren, katten blijken rotbeesten (er wordt dan ook op unieke wijze met één afgerekend) en dan is er nog de muziek van The Doors. Ooit vermoed dat hun “Break on Through” een portaal voor Duivelse krachten is?

De kracht van Deliver Us from Evil ligt ‘m, net als in Derricksons vorige films, in vlotte montages, rake schrikmomenten en een combinatie van filmische genres. Politiethriller, actie, horror, drama, het zit er allemaal in. Een soort mix van Se7en (neem de gedrevenheid van Sarchie en zijn hang naar de zonde toorn) en The Exorcist. Toch is ook Deliver Us rijk aan clichés: de nuchtere Sarchie die niets moet hebben van paranormale, duistere krachten, maar uiteindelijk zelf behept blijkt met een gave. De hippe priester (met zijn donkere krullen, bebaarde gezicht en leren jack lijkt Mendoza zowaar een beetje op Jim Morrison) die ook een ruig en duister leven geleid heeft. En natuurlijk de druk die het politiewerk op Sarchies gezinsleven uitoefent.

De moraal ligt er dik bovenop, maar voor menig horrorfan zal dat de pret niet drukken. Derrickson doet namelijk vooral waar hij goed in is: de kijker meeslepen in een wereld vol duisternis, waarbij de kans groot is dat creep Sean Harris (bekend van de serie Southcliffe) vaker het witte thriller- en horrordoek zal sieren. Dat er licht is aan het einde van de tunnel, boet wat aan kracht in, maar het is dan ook een waar gebeurd verhaal. Wie het bovenmenselijke kwaad wil zien zegevieren, moet Hellraiser: Inferno en Sinister zien.

 

15 september 2014

 

 

ALLE RECENSIES

 

Prince, The

*

recensie  The Prince

Jason zónder de Argonauten

door Cor Oliemeulen

Man zoekt dochter – STOP – man vindt dochter – STOP – schurk zoekt dochter man – STOP – schurk vindt dochter man – STOP – man zoekt opnieuw dochter – STOP – man vindt schurk – STOP – zoekende dochter vindt man schurk – STOP.

Bruce Willis zei nog niet zo lang geleden in een interview dat hij onderhand wilde stoppen met het spelen in actiefilms. De inmiddels 60-jarige Amerikaanse acteur, die een bijna legendarische status verwierf met Die Hard, hield dat voornemen maar even vol: hij zou inderdaad niet meer participeren tussen het half dozijn afgeleefde actiehelden in het derde deel van The Expendables.

Recensie The Prince

Niet omdat Bruce plotseling serieus acteur wilde worden – de eerste en enige aanzet hiertoe was eind vorige eeuw in The Sixth Sense – maar omdat hij naar verluidt één miljoen dollar had geëist voor enkele minuten deelname aan dit vehikel voor overjarig schiettuig. En aangezien ook op Huize Willis de schoorsteen moet blijven roken, draafde hij op voor The Prince van Brian A. Miller. Een regisseur met een onmiskenbaar groot talent: op miraculeuze wijze krijgt hij het voor elkaar om flutactiethrillers een onmiddellijke dvd-release te besparen.

Scheerapparaat
Hoofdpersoon van The Prince is Jason Patric, die al jaren zijn stinkende best doet om B-acteur te worden. Om er een beetje ruig uit te zien, heeft de regisseur een paar dagen Jasons scheerapparaat verstopt. Jason is niet erg groot, wel gespierd, maar voor de zekerheid schilderen we nog maar even een kolossale vogeltattoo op zijn rug. De doodskop op zijn hand betekent volgens het andere gespuis dat het kwaad kersen eten is met deze gozer. Jason mag dan wel doen alsof hij een geboren automonteur is, in werkelijkheid is hij jaren geleden gevlucht uit New Orleans. Als The Prince heerste hij in de meest duistere spelonken waar hij zich ontpopte als onaangenaam gezelschap voor agressieve opponenten, die vast meteen hun broek vervuilen zodra ze hem weer zouden tegenkomen.

Jason moet inderdaad terug, en de wasmachines beginnen al direct op volle toeren te draaien. We zullen niet veel prijsgeven, maar de rest van de film gaat over een contactarme man met een queeste die zich schietend een weg baant om het maagdenvlies van zijn dochter te redden. We zullen niet verklappen of dit lukt, maar het komt er uiteindelijk op neer dat Jason – na het enige vuistgevecht met de enige Aziaat in het vijandelijke kamp – oog in oog komt te staan met Bruce Willis, die tegenwoordig zo slecht met een vuurwapen overweg kan dat hij The Expendables 4 sowieso kan schudden.

Recensie The Prince

Stout
Wat is er dan gebeurd? Jasons dochter is stout geweest. Ze heeft stiekem de collegezaal verruild voor het drugshok van rapper 50 Cent. In de geest van Travis Bickle in Taxi Driver, probeert Jason haar te bevrijden, zij het dat Robert de Niro acteerde, Jason níet kan acteren en de regisseur geen Scorsese heet, maar wel feilloos het ene cliché op het andere weet te stapelen. Miller telefoneert eerst voordat hij iets laat gebeuren, moet werken met het meest afgezaagde script sinds Calimero gaat op Reis en verbijstert ons met John Cusack die kennelijk stijf staat van de botox. Cusack figureert nog emotielozer dan de jonge spaghettiwesternheld Clint Eastwood – van wie regisseur Sergio Leone ooit zei dat die acteur slechts twee gezichtsuitdrukkingen bezat: een mét en een zónder hoed.

Het is verspilde moeite en een aanslag op het gezonde verstand om nog meer woorden vuil te maken aan The Prince. De aftiteling vermeldt ruim tweehonderd personen waaronder ‘second second assistant director’ Sonia Torres, die niet eens stottert. Er is inmiddels een telegram onderweg naar de filmmaatschappij om af te zien van een vervolg op een van de ellendigste koningsdrama’s uit de Amerikaanse actiemythologie.

 

12 september 2014

 
ALLE RECENSIES

Most Wanted Man, A

****

recensie  A Most Wanted Man

Eurothriller van topklasse

door Alfred Bos

Geslaagde boekverfilmingen zijn dun gezaaid, maar met zijn derde rolprent doet de Nederlandse regisseur Anton Corbijn het spionagedrama van John le Carré volledig recht. Philip Seymour Hoffman schittert in zijn laatste hoofdrol.  

John le Carré, al meer dan vijftig (!) jaar gevierd auteur van internationaal succesvolle spionageromans, weet waarover hij schrijft. De voormalige Britse spion verruilde na de val van de Muur de vaste setting van zijn boeken, de Koude Oorlog, voor de nog veel schimmiger wereld van gecorrumpeerde ambtenaren, sluimerende terroristencellen en malafide multinationals. Acht van zijn 23 romans zijn verfilmd (in 2011 nog Tinker Tailor Soldier Spy met Gary Oldman) en voor verfilming numero negen tekent de Nederlandse regisseur en fotograaf Anton Corbijn.

Recensie A Most Wanted Man

A Most Wanted Man (het boek is uit 2008) draait om de pogingen van de Duitse geheime dienst om een Arabische filantroop op te pakken. De man maakt voor de buitenwereld goede sier door giften naar scholen en ziekenhuizen in de Arabische wereld te sluizen, maar financiert in het geniep Al Qaida. In zijn laatste hoofdrol vertolkt de eerder dit jaar overleden Philip Seymour Hoffman de boevenjager Günther Bachmann, een gewezen spion die in Hamburg een klein team van officieel niet bestaande agenten aanstuurt.

Nadruk op psychologie
Het lokaas om de vis te vangen is een illegaal uit Tsjetsjenië, die wordt bijgestaan door een jonge, idealistische advocate (Rachel McAdams). Voorts is de directeur van een kleine, in stilte opererende familiebank (Willem Dafoe) bij het verhaal van list en bedrog betrokken. De Duitse inlichtingendienst en de Amerikanen, via een liaison (Robin Wright), kijken over Bachmanns schouder mee en hebben andere belangen.

Le Carré moet zeer ingenomen zijn met de verfilming van Corbijn, want sfeer, achtergrond, methodiek en psychologie van de personages worden schijnbaar achteloos maar trefzeker neergezet. Het verteltempo en de nadruk op de motieven van de karakters staan haaks op de testosteron gedreven actie van de doorsnee Hollywood-thriller, zonder dat de film daardoor aan spanning inboet. A Most Wanted Man is het soort Eurothriller dat tot in de jaren tachtig met enige regelmaat in Frankrijk en Italië werd geproduceerd.

Recensie A Most Wanted Man

Geplaagde mannen
Het is onmogelijk om zonder weemoed naar Hoffman te kijken, want de man is fantastisch als de kettingrokende en verbitterde maar nog immer gedreven geheim agent Bachmann: de intensiteit spat van het scherm, hij is elektrisch. Al heeft Bachmann geen privéleven, zijn ziel is nog niet helemaal verschrompeld. Tijdens nachtelijke piekermomenten schuift hij achter de piano; John Coltrane’s A Love Surpreme staat vooraan de rij langspeelplaten. Ook de bankier krijgt zo’n moment buiten de verhaallijn waarop zijn existentiële eenzaamheid blijkt. Het zijn geplaagde mannen die weten dat de wereld duister is.

Waren Corbijns eerste films (de Joy Division-biopic Control en de naar de western verwijzende existentiële thriller The American, met George Clooney) al niet kinderachtig, met A Most Wanted Man  levert hij een van de beste spionagethrillers én boekverfilmingen in lange tijd af. Voor de muziekliefhebber zijn er een paar geintjes op de geluidsband. Popfotograaf Corbijn was ooit een van de eersten die het belang van het Neue Welle-duo D.A.F. hoorde (hier in de club scène) en welke buitenlandse regisseur had Down Man van Brainbox, een Nederlandse hit uit 1968, achter een caféscène geplakt? En wie oplet, ziet filmcomponist Herbert Grönemeyer in een bijrolletje.

 

1 september 2014

 
ALLE RECENSIES

Chef

**

recensie  Chef

Luchtige en voorspelbare snack

door George Vermij 

Chef is een culinaire komedie met een voorspelbaar script dat van tegeltjeswijsheden aan elkaar hangt. Daarnaast is het verhaal moeilijk los te zien van John Favreau’s eigen creatieve loopbaan in Hollywood.

Favreau is veelzijdig te noemen. Vanaf de jaren negentig acteert, schrijft en regisseert hij zich een weg door de wisselende trends van Hollywood. Van lichte indie-films zoals het vermakelijke Swingers (over beginnende acteurs in LA) tot aan commerciëlere films zoals de Iron Man-serie die hij regisseerde en produceerde. Chef valt duidelijk in de categorie van persoonlijke indie-komedie ook al heeft de film een voorspelbare verhaallijn en de nodige platitudes over succes, creativiteit en ouderschap. 

Recensie Chef

Favreau speelt chef Carl Casper die na een veelbelovende start als kok vastzit in een sleur. Als een recensent van een toonaangevende blog een bezoek brengt aan het restaurant waar hij werkt, besluit Casper de menukaart eens radicaal om te gooien. Hij wordt echter gelijk teruggefloten door zijn norse en zakelijke baas (Dustin Hoffman op cruise control) die niets moet hebben van al die ‘arty shit’. Met tegenzin kookt Casper het oude en vertrouwde menu, waarna recensent Oliver Platt de maaltijd genadeloos afserveert.  

You’re trending bro!
Parallel aan de kook- en eetperikelen zien we dat Caspers culinaire ambities en perfectie de tol van zijn gezinsleden hebben geëist. Hij probeert weer een band met zijn ex en zijn verwaarloosde zoontje op te bouwen. Casper krijgt van hem les in social media, maar een tweet aan de recensent zorgt voor een internetrel waarna Casper besluit om zijn vaatdoek in de ring te gooien.

Om weer in contact te komen met zijn culinaire roots besluit Casper om snacks aan de man te brengen met een food truck. Samen met zijn zoontje en een trouwe keukenhulp (John Leguizamo ofwel Benny Blanco from the Bronx uit Carlito’s Way) reist hij Amerika af, terwijl ze Cubaanse sandwiches verkopen en binnen korte tijd door Caspers internetberuchtheid uitgroeien tot een hype.  

Niet voor vegetariërs
Het is natuurlijk verleidelijk om Chef te zien als een artist statement verpakt in een feelgoodkomedie. Dat Caspers creativiteit wordt ingedamd door zijn baas en afgekraakt door critici zijn ervaringen die Favreau zeker heeft meegemaakt als filmmaker. Casper is in een stevige midlifecrisis beland en zoekt weer naar een zin voor zijn bestaan.  De culinaire roadtrip zorgt er uiteindelijk voor dat hij weet waar hij het allemaal voor doet. Mooie bijkomstigheid is natuurlijk dat de band met zoonlief ook weer versterkt wordt. Twee filmclichés in één klap!

Favreau weet de platgetrapte verhaallijn nog wel leuk in beeld te brengen.  Het eten wordt als smakelijke food porn  getoond met een nadruk op sappige en malse stukken vlees en het lekker sudderen van de braadpan. Zeker geen genot voor vegetariërs, maar iedereen begrijpt wel dat die Cubaanse broodjes over de toonbank vliegen als je naar de soundtrack luistert: een opzwepende mix van soul, salsa en oldschool breakbeats. Het benadrukt de street cred van Caspers street food nog eens.

Recensie Chef

Waan van de dag
Verder geeft Favreau ook een simpel maar grappig beeld van de waan van de dag die ten grondslag ligt aan social media. Als Casper het nut van Twitter ontdekt wordt elke tweet bijgestaan door een animatie van een zwerm van blauwe vogeltjes. Hier schuilt ook weer een link naar Favreau’s eigen ervaringen met de kracht van het internet en de ontvangst van zijn grote films. 

Minder geslaagd zijn de vele gastrollen die de revue passeren, maar niets bijdragen aan het geheel. Scarlett Johansson en Sofia Vergara fungeren puur als eye candy en doen niet echt mee in de mannenwereld van de keuken. Robert Downey Jr. flitst ook even voorbij wegens zijn connectie in Favreau’s Iron Man. Het zal wel een goedbedoelde vriendendienst zijn geweest. Daarmee is Chef ondanks wat grappige elementen helaas een standaardsnack die tijdelijk even de honger stilt, maar verder weinig voedingstoffen bevat.

 

29 augustus 2014

 

 

ALLE RECENSIES

Sin City: A Dame to Kill For

****

recensie  Sin City: A Dame to Kill For

Film als ‘beeld’verhaal

door Alfred Bos

De Amerikaanse tekenaar en stripauteur Frank Miller is een fenomeen. In 2005 maakte hij met coregisseur Robert Rodriguez van zijn jaren negentig strip Sin City een visueel verbluffende film. De opvolger – nu in 3D – is wederom een studie in vorm.  

Toen Sin City in 2005 wereldwijd in de bioscoop debuteerde was er verbazing. Nimmer was een stripverhaal zo authentiek en ‘stripachtig’ vertaald naar het filmdoek; nog niet eerder waren live action, computer graphics en ouderwetse grimeurtechnieken zo radicaal geïntegreerd; en zelden was er zoveel bruut geweld over de kijker uitgestort.

Recensie Sin City: A Dame to Kill For

Sin City toonde een archetypische verteltrant in een unieke beeldtaal en was de visueel verbluffende filmvertaling van Frank Millers gelijknamige reeks hoogst eigenzinnige (contrastrijk zwart-wit, met een enkel detail in kleur) en vernieuwende comics. De filmversie was bijna een nieuw genre, iets tussen strip en film in, die de filmadaptatie uit 2003 van Millers Daredevil strips naar de kleuterklas verwees.

Film noir is sinds het begin van zijn loopbaan als stripschrijver en -tekenaar de voornaamste inspiratiebron voor Miller en Will Eisner, de man die in de jaren veertig de stripfiguur The Spirit bedacht, zijn grote voorbeeld. Drie jaar na Sin City  waagde Miller zich aan een filmadaptatie van The Spirit, maar dat draaide uit op een commerciële en artistieke flop. Kennelijk had hij toch de helpende hand van Robert Rodriguez, de coregisseur van Sin City, nodig om de beelden van het tekenvel naar het grote scherm over te brengen.

Levensmoede rechercheur
Negen jaar na hun eerste werkstuk (en acht jaar later dan aangekondigd) verschijnt het vervolg, Sin City: A Dame to Kill For. Wie zich heeft vergaapt aan de voorganger, kan met een gerust hart gaan kijken naar de nieuwe avonturen van Marv, de bruut met het kleine hart (een onherkenbaar geschminkte Mickey Rourke), de nachtclubdanseres Nancy (Jessica Alba) en de totaal corrupte politicus Senator Roark (Powers Boothe). Al is de schok er na de eerste film wel een beetje af en figureert een van de hoofdpersonages van de vorige film, de levensmoede rechercheur John Hartigan (Bruce Willis), slechts in een enkele scène als geest. De indrukwekkende visuele stijl, het nihilistische wereldbeeld en het cartooneske ultrageweld zijn gebleven.

Sin City heet eigenlijk Basin City, maar de eerste twee letters van het naambord zijn door kogelgaten onleesbaar gemaakt. Het is een denkbeeldige stad in Amerika, waarin Miller alle clichés van de Amerikaanse hard boiled misdaadromans uit de jaren dertig en veertig heeft samengebald tot een (letterlijk in zijn strips) inktzwarte cocktail van verloedering, corruptie en geweld, inclusief de aan het genre eigen voice over. Ook in de films is het immer nacht en als het niet stort van de regen worden de straten bevolkt door gespuis, snollen en losers. Sin City is de metafoor voor een samenleving waarin recht en orde niet (meer) bestaan en gevoel is vervangen door sensatie. Heel eigentijds, dus.

Recensie Sin City: A Dame to Kill For

Femme fatale
Nieuw in deze aflevering zijn Joseph Gordon-Levitt en Josh Brolin, die respectievelijk de bravouretiener Johnny en Dwight McCarthy, het centrale karakter van de serie, spelen; Brolin neemt de rol over die Clive Owen in de vorige film vertolkte. Johnny krijgt aan het aan de stok met Senator Roark, Dwight moet zich een femme fatale, Ava (Eva Green, die de boosaardige Artemisia speelde in 300: Rise of an Empire, de verfilming van Millers striproman Xerxes) van het lijf houden. Naast revolvers blijken snel ladende kruisbogen en vlijmend scherpe samoeraizwaarden populair onder de bewoners van Sin City.

Fans maken zich druk over de chronologie van de stripverhalen (zes romans en elf korte verhalen, gepubliceerd tussen 1991 en 2000) en bijbehorende verfilmingen, maar Miller heeft nooit de bedoeling gehad een rechttoe rechtaan relaas te vertellen; Sin City is een fictief universum waarin een reeks karakters figureren. Net als de eerste film combineert A Dame to Kill For een aantal episodes van de stripreeks tot een min of meer samenhangend geheel. Wie wil weten hoe het allemaal zit kan op Wikipedia terecht voor alle achtergronden en details van Millers diverse malen bekroonde werk. Sin City: A Dame to Kill For is film zoals film bedoeld is, als ‘beeld’verhaal.

 

25 augustus 2014

 
ALLE RECENSIES

Maps to the Stars

*****

recensie  Maps to the Stars 

Oscar als moordwapen

door Alfred Bos

Maps to the Stars is de meest genadeloze satire op onze hang naar roem, rijkdom en aandacht – gesymboliseerd door Hollywood – die er tot nu toe op het filmdoek is vertoond. Regisseur David Cronenberg en scenarist Bruce Wagner gooien de remm(ing)en los.  

David Cronenberg is de Neil Young van de eigentijdse cinema. De Canadees is dwars en grillig; trekt los van mode en reputatie zijn eigen spoor; heeft een herkenbare eigen stem, goed voor een uniek oeuvre; en is langzaam maar zeker uitgegroeid tot een monument. Het Amsterdamse filmmuseum EYE wijdt deze zomer een expositie aan de man en diens werk (tot 14 september). Voor die gelegenheid maakte Cronenberg de korte film The Nest, die voor de duur van de expo is te zien op YouTube.

Recensie Maps to the Stars

‘De hel is een wereld zonder drugs’, zegt een van de (behoorlijk verknipte) personages in Cronenbergs laatste werkstuk en vuur is een van de centrale motieven in Maps to the Stars, een ongemeen zwart en als zuur bijtend portret van de hang van Hollywood en haar bewoners naar roem en succes. Het script is van Bruce Wagner, een verklaarde Hollywood-hater en auteur van onder meer de miniserie Wild Palms en White Dwarf,  intelligente en eigenzinnige sciencefiction uit de jaren negentig. Met zijn aan beatauteur William Burroughs verwante cynisme is Cronenberg de ideale regisseur voor de meest genadeloze satire van Hollywoods illusiefabriek die er op het filmdoek is geprojecteerd.

Hallucinaties
Maps to the Stars, overigens pas de eerste film waarvoor Cronenberg naar Los Angeles is afgereisd, is alles wat de doorsnee Hollywood-productie niet is. De verhaallijnen over het door brand verminkte kindermeisje Agatha (Mia Wasikowska), het narcistische jeugdsterretje Benjie Weiss (Evan Bird), een verknipte actrice die hoopt haar incestueuze moeder te spelen in een biopic (Julianne Moore) en haar mentale coach (John Cusack) komen geleidelijk en zonder knaleffecten tezamen. Cronenberg trekt langzaam het doek van een gruwelijke waarheid weg, waardoor het unheimische gevoel – wat is hier in godsnaam aan de hand – allengs plaatsmaakt voor ontzetting. Willen we wel weten wat we te weten krijgen?

Cronenberg maakte naam met naar sciencefiction neigende films (Videodrome, The Fly, Naked Lunch, Crash ) waarin de lichamelijke integriteit van de personages wordt geschonden door technologie. Die fysieke horror heeft gaandeweg plaatsgemaakt voor psychische horror; de personages van Maps to the Stars leven in een emotionele woestijn waarin drugs en eigenwaan de leegte moeten vullen. Wat is gebleven zijn de surrealistische trekjes die het werk van Cronenberg regelmatig doen herinneren aan dat van David Lynch. Ook in deze film hallucineren enkele filmkarakters er ongeremd op los en is het verschil tussen waan en werkelijkheid subjectief. Ze zijn de auteurs van hun eigen nachtmerrie. Buiten is het kil, binnen nog veel killer.

Recensie Maps to the Stars

Woedeaanval in lotushouding
Cronenberg zet zijn personages neer als emotioneel gehandicapte kneuzen die door hun ambities in monsters veranderen en transformeert de kijker tot voyeur. Ondertussen valt er ook te lachen, al is de humor gitzwart en cynisch, waarbij regisseur en scenarist burleske momenten niet uit de weg gaan. Zo is er de scène waarin een Hollywood-filmprijs (het is uiteraard de Oscar, maar niet heus) als moordwapen wordt ingezet en zijn er meerdere dialogen over poep. En wat te denken van een woedeaanval in lotushouding? Er zijn meer films waarin roem als de nieuwe religie en aandacht als de ultieme verslaving worden neergezet, Maps to the Stars gaat nog een stapje verder en toont hoe egotisme de empathie weg vreet. Is het toeval dat er vooral kinderen doodgaan?

Cronenberg zelf noemt Maps to the Stars een komedie, zoals al zijn film volgens de regisseur komedies zijn. Maar dan wel een komedie van het brute en onverschrokken soort. Al vouwen de verhaallijnen ineen, niet alles is aan het slot van de film duidelijk. Ook het gedicht van de Franse surrealist Paul Éluard, waar diverse malen naar wordt verwezen, biedt geen soelaas. Maakt allemaal niets uit, zo kan de kijker in zijn hoofd zijn eigen film invullen en dat is precies het verschil tussen entertainment en kunst. Meesterlijke film.

 

22 augustus 2014

 
ALLE RECENSIES

Magic in the Moonlight

***

recensie  Magic in the Moonlight 

Romantiek aan de Rivièra

door Alfred Bos

Zelfs de routinefilms van Woody Allen zijn scherper en diepzinniger dan de meeste eigentijdse romcoms. De 78-jarige regisseur en scenarioschrijver levert in zijn vierenveertigste rolprent vertrouwde kwaliteit.  

De quizvraag voor thuis: wat was het laatste jaar dat Woody Allen géén nieuwe film in de bioscoop had? Dat was 1981, het jaar waarin Ronald Reagan als president werd beëdigd. Onwaarschijnlijke productie, van niveau ook, want op zeperds is de 78-jarige regisseur (één Oscar) en scenarioschrijver (drie Oscars) nimmer te betrappen geweest. Voor hen die jaarlijks naar de bios gaan om de nieuwe Allen te savoureren, Magic in the Moonlight is van de gekende kwaliteit. Vertrouwd ook omdat er in de rolprent diverse Allen-karakteristieken voorbij komen.

Recensie Magic in the Moonlight

De romantische komedie speelt aan de Côte d’Azur in het jaar 1928, op de soundtrack getypeerd door de ‘hot’ jazz en klassieke muziek van die dagen (Stravinsky, Ravel). Colin Firth speelt de excentrieke Britse misantroop Stanley, die als de ‘Chinese’ illusionist Wei Ling Soo olifanten weg tovert op het toneel van een Berlijns variététheater; en passant horen en zien we Ute Lemper een schuimend lied vertolken. Allen varieert al een loopbaan lang op de thema’s bluf en schijn.

Freud en fraude
Stanley’s aanwezigheid is gewenst in de Provence, waar een jong Amerikaans medium, Sophie (Emma Stone), een gefortuneerde familie dreigt te tillen. Hij, de Nietzsche citerende scepticus die bekend is met alle trucs van het illusionistenvak, moet haar ontmaskeren. Het is goed voor woordspelige grappen over Freud en fraude. De film toont de botsing van ratio (Stanley) en magisch denken (Sophie), van argwaan en geloven, van cynisme en spiritualiteit. De les: zonder illusies kun je niet leven.

Het is een klassieke Allen-moraal, zoals Magic in the Moonlight een klassieke Allen-film is. Stanley is de licht neurotische tobber die de alledaagse waanzin doorziet, maar niet begrijpt. Hij fileert goedgelovigheid en hypocrisie in spitse dialogen, vaak ten koste van zichzelf. Stanley is de buitenstaander in een coterie van wereldvreemde upper class en berekenende paladijnen, die omgeven door weelde de tijd doden met galafeesten, nutteloze uitstapjes en spirituele seances. Stanley doet mee, maar staat er boven. Denkt hij.

Recensie Magic in the Moonlight

Magisch mediterraans licht
Wie de geestige dialogen en spitsvondige terzijdes aan zich voorbij laat gaan en alleen naar het decor kijkt, ziet een authentiek vormgegeven en schitterend gefotografeerd paradijs, badend in het magische licht van de Midi. Voor de filmopnamen zijn de reclameborden langs de kustweg van Nice naar Menton verwijderd, zodat Stanley en Sophie in hun klassieke Riley-automobiel door een ongerept landschap kunnen rijden. In 1928 waren er zwerfvuil noch rugzaktoeristen. En niemand was getatoeëerd.

Magic in the Moonlight mist het zwarte randje dat Allens voorgaande film, Blue Jasmine, boven de routine uit tilt. Zijn vierenveertigste film is een pleidooi voor romantiek en gespeelde onschuld als alternatief voor cynisme en eigenbelang. Het is géén gestyleerde nostalgie, daarvoor prikt Allen te scherp door de verwaten naïviteit van zijn personages. Zoals alle sprookjes heeft Magic in the Moonlight  en happy end. Met Stanley komt het goed, want de illusionist geeft zich over aan de illusie. Magie maak je zelf.

 

18 augustus 2014

 
ALLE RECENSIES

Damned, The

**

recensie  The Damned

Behekste huizen zijn overal

door Suzan Groothuis 

Na een auto-ongeluk belandt een vijftal mensen in een oud hotel. Dat daar een kwaadaardige demon huist, hadden ze natuurlijk niet voorzien. 

De avond voordat ze trouwen reizen David en Lauren naar Columbia om Davids dochter Jill op te pikken. Die blijkt haar studieplannen opgegeven te hebben om samen met haar tante Gina, die als nieuwslezer werkt, te reizen. Dat er ook nog een leuke cameraman in het spel is, zal ook wel meespelen in haar keuze.

Jill’s paspoort is echter elders in het land en moet eerst opgehaald worden voordat ze het vliegtuig kunnen nemen. Maar de autorit van acht uur kent een abrupt einde, wanneer de vijf na een stortvloed aan regen van de weg af raken.

Recensie The Damned

Gelukkig is er een oud statig huis in de buurt waar ze hun toevlucht kunnen nemen. Dreigend doemt het pand op, wat als een voorbode gezien kan worden van ramp en tegenspoed. En inderdaad, de oude eigenaar blijkt een onschuldig uitziend meisje verborgen te houden in zijn kelder. Geschokt besluiten zijn onverwachte gasten haar te bevrijden, ondanks zijn waarschuwingen dit vooral niet te doen.

Kwade krachten komen vrij
Tot zover de verhaallijn van The Damned (ook bekend als Gallows Hill). Wat volgt? Het jonge meisje blijkt bezeten door een demonische heks die zint op wraak. De afstammelingen van de mensen die verantwoordelijk zijn voor haar dood, zullen er een voor een aangaan. De gasten vormen slechts een sta-in-de-weg, maar ach, waarom niet – als je eenmaal aan het moorden bent kunnen er best nog een paar bij.

Regisseur Víctor García is vooral bekend van sequels, zoals de negende Hellraiser: Revelations (2011) en Mirrors 2 (2010). Vertrouwd in het horrorgenre dus, wat ook zichtbaar is in The Damned. García maakt dankbaar gebruik van bekende horrorelementen, zoals de grauwe, dreigende sfeer, schrapende en spookachtige geluidseffecten, wat bloederige momenten en de nietsontziende demon die steeds als een duveltje uit een doosje opduikt.

Recensie The Damned

Behendige, maar falende demon
Genoeg ingrediënten dus om de kijker de stuipen op het lijf te jagen, ware het niet dat García juist daarin faalt. Grootste manco vormen de demonische stemmen, die allesbehalve geloofwaardig en afschrikwekkend zijn. Meer dan overdreven vervormd gehijg, gefluister en gegrom – overigens duidelijk gedubd – zijn de demonische uitlatingen niet.

Met het plot probeert García nog wat sentiment en jeu in zijn film te brengen, maar het is allemaal teveel van het goede. Een demon die zeer behendig blijkt in het wisselen van gedaanten en bezit nemen van lichamen en bovendien haarfijn de geheimen kent die eenieder met zich meedraagt – wie is daar nou tegen opgewassen? Het einde belooft een sequel, maar, als we The Damned inderdaad als deel een mogen beschouwen, dan kan García’s film onvoldoende op zichzelf staan. Hij put uit de alom bekende en voorspelbare horrormix, waarbij de locatie – een grauw en door regen overspoeld Columbia – de enige originele invalshoek is.

18 augustus 2014

 
ALLE RECENSIES

Guardians of the Galaxy

*****

recensie  Guardians of the Galaxy

Rock-‘n-roll sciencefiction

door Karina Meerman 

Guardians of the Galaxy van regisseur James Gunn is van het zeldzame soort mainstream sciencefiction dat de juiste balans treft tussen humor, sentiment, muziek, spanning en explosies.  

Oké, misschien zijn er erg veel explosies, maar wanneer je als vogelvrijen achterna gezeten wordt door een keur aan slechteriken moet er hier en daar wel iets spectaculair ontploffen.

Recensie Guardians of the Galaxy

De hoofdpersonen van dit avontuur zijn een overmoedige ruimtecowboy, een moordlustige autist, een sexy moordenaar, een geniale wasbeer en een zwijgzame plant. Zij proberen een mysterieuze bol uit handen van een krankzinnige wereldveroveraar te houden. In eerste instantie om er veel geld aan te verdienen, maar later komen daar nobeler motieven bij. Niet te nobel, want Guardians of the Galaxy is buiten de waanzinnige actie ook een heel grappige film. En dat komt onder andere door de soundtrack.

Soundtrack
De walkman die Peter Quill (Chris Pratt) bij zich had toen hij als jochie van aarde werd ontvoerd bevatte een bandje met suffe popklassiekers en ouwe rock die zijn moeder voor hem uitzocht. De mixtape is Peters meest geliefde bezit en eigenlijk het zesde personage in dit team van sociopaten. De soundtrack brengt luchtigheid in een verhaal dat heel serieus had kunnen zijn, want iedereen heeft een treurige familiegeschiedenis.

De groene Gamora (Zoe Saldana) zoekt wraakt voor haar ellendige jeugd, net als Drax (Dave Bautista) wiens vrouw en kind bruut zijn vermoord. De bionische wasbeer Rocket (stem van Bradley Cooper) is uniek in zijn soort en zijn enige vriend is een enorme plant genaamd Groot (stem van Vin Diesel). The Guardians kennen eenzaamheid, verlies en vader- en moederissues. In zo’n setting verwacht je niet Escape (The Piña Colada Song) of  I Want You Back van The Jackson 5 te horen. Gelukkig zijn ze dat wel.

Recensie Guardians of the Galaxy

Humor
De grappen zitten in zoveel kleine en grote dingen. Drax is een autist in de zin dat hij alles wat hij hoort en ziet letterlijk neemt, wat uiteraard tot misverstanden leidt (“ik ben geen prinses”). Rocket is dan misschien een wasbeer, maar gedraagt zich als een babbelgrage Arnold Schwarzenegger. En een plant die weinig zegt kan altijd nog komisch doen. De dialoog is geestig, de humor soms plat, maar nooit te. Nu is humor uitleggen natuurlijk verschrikkelijk en voor iedereen anders. Laten we het er op houden dat tijdens de persvoorstelling ook de meest blasé filmjournalist minstens twee keer heeft gegrinnikt.

En dan zijn er die geweldige speciale effecten die vorm geven aan klassieke SF-landschappen, monsters en aliens. Het aandeel goedgebouwde mannen is prima vertegenwoordigd en ook met een groene huid is Zoe Saldana een prachtige vrouw. Het is zoveel makkelijker schrijven over een slechte film: een 5-sterrenrecensie loopt het risico een saaie opsomming van hoogtepunten te worden. Samengevat is Guardians of the Galaxy twee uur plezier en voor herhaling vatbaar. Zeker voor de SF-liefhebber, die overal kleine referenties ziet naar andere films, comics en boeken uit het genre. Eén minpuntje dan: de cameo van Nathan Fillion is voorbij voor je het weet.

10 augustus 2014

 
ALLE RECENSIES

Expendables 3, The

***

recensie  The Expendables 3

Cartooneske actiekolder

door Alfred Bos 

Deel drie van de door Sylvester Stallone bedachte actiefranchise, waarin de freelancende spierbundels op leeftijd gezelschap krijgen van een clubje hi-tech savvy jonkies. En Antonio Banderas het element humor naar voren brengt.  

In de jaren tachtig waren het helden, maar in een cultuur van metromannen en travestueuze songfestivalwinnaars hebben ze het moeilijk. Of ze nu Arnold Schwarzenegger, Sylvester Stallone of Dolph Lundgren heten, de tijd van de pratende spierbundels is voorbij. Ze stammen uit een periode waarin de wereld overzichtelijk en de schurk een evidente slechterik was. De boef van nu echter is het type Joker uit de recente Batman-films: niet alleen amoreel, maar vooral ondoorgrondelijk. 

Recensie The Expendables 3

Wat dat betreft appelleert de Expendables-franchise, die de generatie actiehelden van dertig jaar terug een welbestede oude dag biedt, aan het verlangen naar een eenvoudiger wereld waarin goed heel goed en slecht heel slecht was. Zo is de boef van aflevering drie niet de schimmige schurkenmagnaat die hij aanvankelijk lijkt, maar de gebrouilleerde ex-collega van opper-Expendable Barney Ross, de rol die Sylvester Stallone zichzelf bij het concipiëren van de franchise heeft toebedacht. Hij regisseerde tevens de eerste film in de reeks, uit 2010, en schreef mee aan het script van deel drie.  

Gibson glanst als schurk
Internationaal handelaar in illegaal wapentuig Conrad Stonebanks (Mel Gibson) is een goeddoener die op een kwade dag slechtdoener is geworden. Zijn motivatie is niet zijn handeltje beschermen tegen de bemoeienis van de CIA, vertegenwoordigd door een voormalige vechtjas (Harrison Ford), maar gewezen collega Ross en diens clubje freelancende mannetjesputters uit te roeien. Oei oei, houd je prioriteiten op een rijtje, Conrad, want als het persoonlijk wordt ga je fouten maken. Hetgeen gebeurt.  

Gibson is de afgelopen jaren op het filmdoek verschenen in glanzende schurkenrollen (Get The Gringo, Machete Kills) waarin zijn maniakale trekjes naturel aandoen. Hij is dus geknipt als de antagonist van Stallone’s diepgevroren cool-na-uiterste-houdbaarheidsdatum, compleet met verse tattoos. Diens rechterhand Lee Christmas (Jason Statham) is altijd goed voor een snedige riposte, maar moet ditmaal een stapje terug doen. Er wordt een blik jonkies opengetrokken omdat opa het niet langer vertrouwt: ‘We zijn de toekomst niet meer’.  

recensie The Expendables 3

Realtime  parallelmontage
De enerverende openingsscène pompt genoeg adrenaline in de toeschouwer om hem de twee uur van deze film op alarmniveau te houden. Wat nodig is, want tussen de daverende binnenkomer en het niet minder daverende slot – 25 minuten met realtime  parallelmontage waar in een verlaten industriecomplex een minioorlog wordt uitgevochten – slepen (te) veel overbodige scènes. Overbodig, omdat de Australische regisseur Patrick Hughes, die een paar jaar terug low budget debuteerde met de verdienstelijke eigentijdse western Red Hill, nauwelijks de kans krijgt de reeks cartoonkarakters een millimeter diepte mee te geven en we dus van cliché naar cliché waggelen.  

De remedie tegen (te) veel verloren tijd aan het zoeken van jeugdige Expendables is het altijd effectieve wapen van de humor, hier vertegenwoordigd door de absurd gedreven vrijwilliger Galgo (Antonio Banderas). Hij brengt iets van balans, waar de aanwezigheid van een andere nieuwkomer, de Doctor Death (Wesley Snipes) om wie de explosieve proloog handelt, slechts meer van hetzelfde biedt. Over de enige vrouwelijke Expendable, Luna, gespeeld door de op het filmdoek debuterende Mixed Martial Arts-ster Ronda Rousey, is het beter uit piëteit te zwijgen. Go  oudjes, go.

 

9 augustus 2014

 

 

ALLE RECENSIES