Elysium

***

recensie  Elysium

Het Eden van het roofkapitalisme

door Alfred Bos 

Op papier is Elysium de sciencefictionklapper van dit seizoen. Maar na zijn fantastische debuut, District 9, hadden we van Neill Blomkamp meer verwacht dan een generieke genrefilm. Al ziet die er wel geweldig uit. 

Op voorhand leek Elysium de meest interessante film van een zomerprogramma vol sciencefictionspektakel. Regisseur Neill Blomkamp verraste in 2009 met District 9, een van de beste SF-films van het afgelopen decennium. Dat was een overrompelende cocktail van actie, maatschappijkritiek en humor – vergelijkbaar met de SF-films van Paul Verhoeven – en een nauwelijks vehulde satire van het politieke systeem van Blomkamps geboorteland Zuid-Afrika. Zulke sterke debuten zie je niet wekelijks. 

Recensie Elysium

In zijn tweede feature film begeeft Blomkamp zich wederom in het sciencefictiongenre en opnieuw is het een metafoor voor de manco’s van onze eigen wereld. Het is 2154, de aarde is overbevolkt en zwaar vervuild; het Spaanstalige Los Angeles is èèn grote krottenwijk waar de verpauperde massa huist. De één procent rijken geniet exorbitante privileges op de kunstmaan Elysium, het Eden van het roofkapitalisme: een lappendeken van villa’s en gelandschapte tuinen, waar iedere grasspriet op zijn plek staat en alle bewoners perfect van lijf en leden zijn. Daar waakt minister Delacourt (Jody Foster) over de veiligheid. 

Uiteengereten vechtrobot
Na de blonde pruik van Behind The Candelabra acteert Matt Damon ditmaal met kale knar. Hij speelt Max, een getatoueerde fabrieksarbeider die door het fascistoïde systeem in een onmogelijke positie wordt geplaatst. Hij ontpopt zich als een Messias tegen wil en dank die de macht op de knieën krijgt en de superieure gezondheidszorg van Elysium toegankelijk maakt voor de vertrapten op aarde. Sharlto Copley, die in District 9 de rol van de protagonist speelde, vertolkt ditmaal de slechterik: een geheim agent met grootheidswaanzin. 

Elysium overtuigt het meest in de verbeelding van een uitgewoonde planeet, denk Gazastrook maal honderd. Ook Blomkamps evocatie van het totalitaire kapitalisme, met robotpolitie en een kunstmatige intelligentie als rechter, is raak getroffen. En net als District 9 blinkt ook Elysium uit in krankzinnig wapentuig, wat de schietscènes extra adrenaline geeft. Visueel indrukwekkend is het beeld van een vechtrobot die in slo-mo uiteen wordt gereten. 

Elysium

Generiek en humorloos
Toch laat Elysium geen bevredigend gevoel achter. Waar Blomkamp alles klaar zet voor een superieure SF-film, drukt hij als het erop aan komt niet door, maar valt terug op generieke verhaallijnen en uitgekauwde personages. Alsof het omvangrijke budget (naar verluidt honderd miljoen dollar) hem intimideerde en heeft doen kiezen voor de veilige weg. Het eerste uur overtuigt het meest, als de plot wordt opgezet. Maar zodra Max’s jeugdvriendin Frey (Alice Braga) en haar doodzieke dochtertje Matilde zich bij het verhaal voegen, is het gedaan met de geloofwaardigheid. 

Het gaat snel van kwaad tot erger en mondt uit in een feelgood finale die het glazuur van je gebit slaat. Waar is de satire van District 9  gebleven? Waarom is Elysium zo humorloos? Zo voorspelbaar? Het ligt niet aan Damon, die zich een solide actieheld-met-hart betoont. Het ligt ook niet aan de art directors, want die hebben een overtuigende toekomstwereld neergezet. Het ligt aan het script, ook van Neill Blomkamp. Goed, maar niet goed genoeg.

 

12 augustus 2013

 

 

ALLE RECENSIES

 

Mud

****

recensie  Mud

Liefde in al haar vormen

door Wouter Spillebeen

Regisseur en schrijver Jeff Nichols won voor zijn dramafilm Take Shelter drie awards op het festival van Cannes. Zijn nieuwe film Mud kon er afgelopen editie enkel nominaties in de wacht slepen, maar doet niet onder.  

Veertienjarige Ellis (Tye Sheridan) woont in Arkansas aan de oever van de Mississippi, een streek waar jongeren snel moeten opgroeien om mee met vader aan het werk te gaan. Met zijn beste vriend Neckbone maakt hij een boottocht naar een verlaten eilandje, want Neckbone weet er een aangespoelde motorboot liggen. Ze treffen een half verwilderde vreemdeling (Matthew McConaughey) aan die enkel belang hecht aan zijn hemd en zijn vuurwapen. Hij sluit een deal met de jongeren: de motorboot in ruil voor wat eten. Ellis is geïntrigeerd door de vreemde man die zichzelf voorstelt als Mud en besluit hem te helpen. Mud is op de vlucht voor het gerecht en wacht op zijn vriendin Juniper (Reese Witherspoon) om samen met haar het hazenpad te kiezen. Ellis ziet in de vreemdeling een mentor, want de ideale liefde die hij en zijn Juniper voor elkaar voelen vindt hij niet meer terug bij zijn ouders.

Recensie Mud

Optimist
Mud is een film over de aard van liefde in al haar vormen. Ellis ziet hoe zijn ouders steeds meer ruzie maken en uiteindelijk uit elkaar gaan. Hij leert van zijn vader dat het leven enkel om werk draait en dat al wat mooi is moet vergaan. Tegelijk ziet hij in Mud een idealistische optimist. Hij en Juniper lijken onvoorwaardelijk van elkaar te houden en hun toekomst samen kan niets anders dan hemels zijn, of toch? Mud leert Ellis de simpele dingen des levens te waarderen: de pracht van een houtvuur, liefdevolle opoffering en bijgeloof. Maar tegelijkertijd gebruikt Mud Ellis om voedsel en gereedschap te halen. Ellis krijgt nooit wat Mud hem belooft, liefde blijkt bedrog.

Contrasten
Van de prachtige locatie op en naast de Mississippi tot de gescheurde jeansbroeken en versleten petjes is Mud visueel een prachtig afgewerkt plaatje. Het leven van een visser langs de op een na langste rivier in Noord-Amerika ziet er hard, vuil en pover uit. Het contrast met de stadsmensen die met hun gewassen gezichten en propere kleren hautain lijken tegenover Ellis en zijn gezin, benadrukt hoe ver verschillende sociale klassen van elkaar kunnen staan, ook al komen ze dagelijks met elkaar in contact. Ook qua soundtrack en sound design mag Mud er wezen. De typische delta blues complimenteert de sfeer en het landschap perfect en overschaduwt de gebeurtenissen op het scherm nooit. Het is eenvoudig maar doeltreffend.

De interessante personages in de bevreemdende setting geven Mud een cachet waar veel filmmakers van dromen. In ieder detail zit een bom symboliek, zoals het hemd van Mud, de tattoo van Juniper en de gestrande motorboot. Mud verdient het meerdere keren bekeken te worden.

 

11 augustus 2013

 
ALLE RECENSIES

Pain and Gain

**

recensie  Pain and Gain

Meer spieren dan hersencellen

door Cor Oliemeulen

Van regisseur Michael Bay hoef je geen psychologisch portret van een groepje antihelden te verwachten, zijn enige doel is het bevredigen van de gemiddelde tienerjongen.  

Het jongste geweld van de maker van The Rock (1996) en Transformers (2007, 2009 en 2011) kan met een beetje goede wil worden aangeduid als zwarte actiekomedie. Drie bodybuilders zijn jaloers op rijke klanten van hun Fitness Gym en beramen een plan om één van hen te beroven. Het verhaal is gebaseerd op een werkelijke misdaad in het midden van de jaren negentig in zonovergoten Florida. Bay zou Bay niet zijn als hij niet zijn register van bombast, uiterlijk vertoon en snelle montages met korte flashbacks zou opentrekken. Pain and Gain verzandt al snel in een rommelige klucht met het doelloos verheerlijken van moorden.

Overschatting
De schrijvers van de familiefilms over Narnia hebben ditmaal hun fantasie helemaal de vrije loop gelaten. Ze hebben kennelijk genreklassiekers als Pulp Fiction en Fargo voor ogen gehad. In dat geval hebben ze hun eigen ambities en schrijfcapaciteiten schromelijk overschat en zijn ze vergeten dat Tarantino en Coen meesters zijn in de dialoog en totaal andere regiekwaliteiten bezitten dan Bay. Bovendien valt of staat een film met de kunst van het acteren. Je kunt grof geweld op een zwart-komische wijze relativeren, maar dat vereist wel een subtiele combinatie van de juiste mensen en het juiste materiaal.

Recensie Pain and Gain

In Pulp Fiction doorzeven twee hippe gangsters een niet-betalende drugsgebruiker die zojuist zonder succes zijn magazijn op hen heeft leeggeschoten. In Pain and Gain proberen de gelegenheidscriminelen twee lijken met een kettingzaag in te korten, echter het ding werkt niet omdat er ‘Made in China’ opstaat. Nog een voorbeeld. In Fargo stopt een boef zijn slachtoffer in een houtversnipperaar, wat helemaal past in het vele geklooi en het ziet er bovendien ‘esthetisch’ uit in het winterlandschap; in Pain and Gain volgt na het lijkenzagen een discussie over de noodzaak van het verwijderen van borstimplantaten, want het voluptueuze slachtoffer kan later mogelijk aan de hand van de serienummers worden geïdentificeerd. Conclusie: absurde situaties kunnen altijd en overal, maar de tentoongespreide geloofwaardigheid is doorslaggevend.

Amerikaanse Droom
De boeven in Pain and Gain zijn anders dom dan het duo in Fargo. Het trio wordt aangevoerd door Daniel Lugo (Mark Wahlberg) die zijn mooie baan als senior fitness coördinator niet lucratief genoeg vindt. Hij vindt twee collega-bodybuilders die net als hij de Amerikaanse Droom nastreven: net zo rijk worden als anderen. De eerste is Adrian Doorbal (Anthony Mackie), die door overmatig gebruik van steroïden impotent is geworden en zijn strippervriendinnetje wijsmaakt dat hij bij de CIA zit. De andere is Paul Doyle (Dwayne Johnson), die Jezus ziet als zijn persoonlijke redder, nadat hij als cocaïneverslaafde in de gevangenis heeft gezeten.

Ze kidnappen de zakenman Victor Kershaw (Tony Shaloub) die als half-Columbiaan, half Jood zijn best doet het opgewonden standje van Joe Pesci na te doen. Natuurlijk gaat de ontvoering niet zonder slag of stoot. Het trio koopt wat onwennig wapens. Vervolgens proberen ze het slachtoffer met een busje klem te rijden maar ze rijden eerst zichzelf klem, het apparaat om elektroshocks toe te dienen functioneert niet naar behoren en de intens vloekende zakenman wil uiteindelijk maar niet doodgaan en weet zelfs te ontsnappen. Het is aan een detective (Ed Harris) om alle losse eindjes met alle ongein aan elkaar te knopen. Behalve dan de geamputeerde grote teen van bodybuilder Paul.

 

9 augustus 2013

 
ALLE RECENSIES

Behind the Candelabra

****

recensie  Behind the Candelabra

Steenrijk en seksverslaafd

door Alfred Bos 

In Behind the Candelabra toont regisseur Stephen Soderbergh de surrealistische wereld achter de zorgvuldig geconstrueerde façade van het showbizzfenomeen Liberace, de man die de uitdrukking ‘laughing all the way to the bank’ bedacht. De acteerprestaties van Michael Douglas (Liberace) en Matt Damon (diens geliefde, Scott) zijn Oscar-waardig. 

Tijdens zijn leven was Liberace (1919-1987) een fenomeen: de best verdienende performer ter wereld, verguisd door de critici maar aanbeden door dames van middelbare leeftijd. Achter de piano, gehuld in uitzinnige kostuums, versuikerde hij klassieke werken én boogie woogie tot edelkitsch. In de vroege jaren ’50 werd hij dankzij de televisie een ster door recht in de camera te kijken en zich bij de kijker te presenteren als huisvriend. Zijn Vegas-shows waren van een oogverblindende praal. Elton John zag in hem zijn grote voorbeeld.

Recensie Behind the Candelabra

‘Teveel van het goede is geweldig’ was een motto van de zelfverklaarde Mr. Showmanship en Michael Douglas spreekt ze uit aan het slot van Stephen Soderberghs twee uur durende biopic, Behind the Candelabra. Douglas speelt op meer dan overtuigende wijze de gevierde ster, die buiten de blik van het adorerende publiek hunkert naar intimiteit en liefde. Die vindt hij bij Scott Thorson (Matt Damon), een biseksuele dierenarts in spe.  De film, gebaseerd op Thorsons memoires, vertelt hun affaire die sneuvelt in exces.

Seksverslaafd
Liberace heeft altijd volgehouden nooit te zijn getrouwd omdat hij de juiste vrouw – die op zijn moeder moest lijken – niet was tegengekomen. Tegenover de Engelse rechter, tijdens een proces tegen een Brits tabloid over smaad, ontkende hij homoseksueel te zijn. Behind the Candelabra toont de werkelijkheid achter de showbizzfaçade, in al zijn krankzinnige kitsch en emotionele behoeftigheid.

Liberace is psychisch getekend door een overdominante moeder. Scott heeft een verleden in pleeggezinnen en mist een vaderfiguur. Lee (voor zijn vrienden) wil Scott adopteren en laat hem door zijn plastische chirurg, de totale engerd Dr. Starz (een glansbijrol van Rob Lowe), ombouwen tot een jongere kopie van zichzelf. In die totaal verknipte waanwereld komen barsten, want de libidineuze entertainer is bezitterig en de tot chauffeur gepromoveerde bijslaap gaat rebelleren. De een is verslaafd aan seks, de ander aan coke. Teveel van het goede blijkt teveel.

Behind the Candelabra

Constructie
Michael Douglas is weinig minder dan fenomenaal als de temerig pratende, behoeftige übernicht. Van de karikatuur die Liberace was kun je geen vileine spotprent meer maken en Douglas’ portret is de treffende typering van een man die voor alles een constructie was, iemand die zichzelf had uitgevonden en die rol met ijzeren consequentie tot zijn sterfbed bleef spelen. Matt Damon doet daarvoor nauwelijks onder als de zachtaardige, maar met realiteitszin behepte Scott. De scènes tussen de twee in bad en bed zijn benauwend echt.

Behind the Candelabra is door regisseur Soderbergh aangekondigd als voorlopig zijn laatste film. Voor de liefhebber is het te hopen dat hij op dat besluit terug komt, maar mocht dit zijn afscheid blijken, dan is hij met fanfare en tromgeroffel van het podium gestapt. De film overtuigt op alle fronten, niet in de laatste plaats door de opvallende acteerprestaties, Het is dat deze door HBO geproduceerde – en in Amerika op tv vertoonde – film niet in aanmerking komt voor de Academy Awards, anders waren de  Oscars voor mannelijke hoofd- en bijrol reeds vergeven.

 

5 augustus 2013

 
ALLE RECENSIES
 

Lone Ranger, The

***

recensie  The Lone Ranger

Bassie & Adriaan en het Witte Paard

door Karina Meerman

Curieuze mix van slachting en slapstick sleurt naoorlogse cowboyheld en indianenvriend de 21ste eeuw in. Een onderhoudende film, met een belangrijke bijrol voor de Willem Tell Ouverture.  

The Lone Ranger en Tonto vormen een legendarisch duo uit de Amerikaanse cultuur. De tv-serie stamt uit de jaren veertig en Tonto is de nietszeggende Indiaan die de heldhaftige All American  cowboy bijstaat in zijn avonturen. In zijn eentje (nou ja, met Tonto dan) strijdt de rechtvaardige Ranger tegen onrecht, galopperend over de prairie op zijn witte paard Silver. Hey ho!

Het oorspronkelijke duo heeft een ferme plek veroverd in de populaire cultuur tussen vergelijkbare setjes als Han Solo en Chewbacca, Holmes en Watson en Frodo en Sam. Eén is de slimste, de ander heeft een ondergeschikte rol maar is ook de onmisbare steun en toeverlaat. De rolverdeling is duidelijk, de twee personages versterken elkaar, maar eigenlijk is er maar één de held.

Kraai op het hoofd
Een onderdanige Indiaan kon natuurlijk niet in 2013 en regisseur Gore Verbinski (Pirates of the Carribean, Rango)  besloot de twee een heel andere relatie te geven. Het is niet langer duidelijk wie Han Solo is en wie Chewbacca. The Lone Ranger, die de film begint als rechtschapen advocaat John Reid (Armie Hammer), is niet de man naar wie alle aandacht uitgaat. Die wordt getrokken door Tonto, gespeeld door een beschilderde Johnny Depp met een kraai op zijn hoofd. Hij is ook degene die het verhaal vertelt. Wie zich zorgen maakt dat Depp een variatie neerzet van Jack Sparrow, wees gerust. Slechts één duidelijke verwijzing spat van het doek, verder lijkt Tonto weinig op Depps andere creatie.

Recensie The Lone Ranger

Deze Lone Ranger en Tonto zijn aan elkaar gewaagd, in heldhaftigheid en in onnozelheid. Eerlijk gezegd doet dit duo soms meer denken aan Bassie en Adriaan, dankzij doldwaze dialogen, begeleid door onnatuurlijk paardengedrag en omringd door stereotype slechteriken. Door de oude Tonto het verhaal te laten vertellen, kan Verbinski de grenzen van het mogelijke oprekken. Tonto herinnert zich immers niet alles even helder. Slimme truc, maar soms ook irritant. Moest dat nou, met die konijnen? Toch heeft de film ook oprechte emotie en is de groeiende vriendschap tussen de twee geloofwaardig.

Poesje van hoerenmadam
En dat terwijl het verhaal zich beweegt tussen slachting en slapstick. Gaandeweg leren we waarom Tonto een kraai op zijn hoofd heeft en blijkt het een treurige geschiedenis. Dit in dezelfde film waarin John Reid het jonge poesje zoekt van een sympathieke hoerenmadam (Helena Bonham Carter). Het voelt een beetje ongemakkelijk om het ene moment te grinniken en het andere moment close-up een moord te aanschouwen. Soms werkt dat, soms niet.

Uiteindelijk is The Lone Ranger een lekkere avonturenfilm, met cowboys, indianen, ongewassen boeven, een nieuwe spoorlijn, een oude zilvermijn, een bordeel, een obscuur stadje en glimmende sheriff-sterren. Het begint allemaal wat rommelig, maar wees gerust. Wanneer de Willem Tell Ouverture in alle hevigheid losbarst, worden alle losse eindjes opgeruimd.

 

2 augustus 2013

 
ALLE RECENSIES

Bling Ring, The

***
recensie The Bling Ring
De paaldanspaal van Paris

door Alfred Bos

Sofia Coppola vertelt zonder enig commentaar het waar gebeurde verhaal van vijf tieners in Los Angeles die insluipen in villa’s van film- en mediasterren om de lifestyle van de rich & famous  na te spelen. The Bling Ring is bijna een documentaire.

Tussen al het blockbustergeweld uit de horror- en sciencefictionhoek maakt Sofia Coppola’s The Bling Ring een weldadig realistische indruk. Al heeft het verhaal over vijf aartsverwende en wereldvreemde pubers uit Los Angeles bepaald surrealistische trekjes, The Bling Ring tekent – zonder enig moreel oordeel te vellen – een liefdeloze wereld waarin merkfetisjisme het gebrek aan bezieling compenseert.

The Bling Ring

Rebecca (Katie Chang) leert Marc (Israel Broussard) kennen op een ‘laatste kans’ middelbare school. Beiden hebben, om hun eigen reden, moeite om zich te conformeren aan de mores van de buitenwijk. Om het gat in hun ziel te dichten gaan ze, op initiatief van Rebecca, inbreken in villa’s van film- en mediasterren. Op internet lezen ze dat Paris Hilton of Orlando Bloom een aantal dagen niet thuis zijn. Via Google Maps vinden ze in een mum het juiste adres. ’s nachts breken ze in, bijgestaan door Nicki (Emma Watson), Emily (Georgia Rock) en Chloe (Claire Julien), en vergapen zich aan de overdaad. Ze spelen Parisje en feesten in haar privéclub, inclusief paaldanspaal.

Fame, drugs & fashion
Dat loopt al snel uit de hand, want het kan allemaal zomaar; er lijken geen grenzen. De kledingkasten en bijoukabinetten van Paris Hilton worden geplunderd en behangen met hun trofeeën gaat het clubje wannabe-sterren feesten. De foto’s van hun clubavonturen plaatsen ze op Facebook. Het vijftal is het product van een cultuur die is geobsedeerd door roem en glitter, waarin labels en brands de nieuwe rocksterren zijn en ostentatief consumeren de status definieert. De sex, drugs & rock ’n roll van hun ouders is vervangen door fame, drugs & fashion. Pillen moduleren de gemoedstoestand.

Fraai is de scène waarin het clubje een grote glazen villa binnenvalt. De camera staat hooggeplaatst en biedt een totaalshot, dat langzaam inzoomt. Het gaat allemaal moeiteloos en vlekkeloos; de armen gevuld met kleren, schoenen en snuisterijen zien we ze 120 seconden later wegsluipen, de anonieme nacht in. Het beeld is ironisch – en ionisch: de sterren maken zich druk om hun privacy, maar ze leven in een glazen huis.

Recensie The Bling Ring

Losgezongen van de werkelijkheid
Sofia Coppola is de chroniqueur van de moderne leegte. En het sterke is dat ze daar verder geen oordeel over heeft. Haar vorige film, Somewhere (2010), registreerde haarfijn het lege leven van een verlopen acteur. Zonder spot, zonder deernis. Het onderwerp is zo losgezongen van de werkelijkheid dat verder commentaar overbodig is. In The Bling Ring past ze dezelfde methode toe. Het maakt de film ogenschijnlijk saaier, maar ook indringender. De kijker heeft alle ruimte om zijn eigen reactie te ontwikkelen.

Coppola schetst de Bling Ring niet als daders noch als slachtoffers, maar als uitwas van de mediamaatschappij. Het is hen niet in de eerste plaats om het geld te doen. Marc verpatst een collectie peperdure horloges voor een schamele 5K. Het is ook niet zozeer de thrill van het insluipen. Ze willen het leven van de mediasterren, met alle excessen die aan die status kleven. Zou het toeval zijn dat ringleader Rebecca op de Bob Hope luchthaven in de Dolce & Gabbana-kraag wordt gevat? Ze gaat voor vier jaar de bak in en moet 800.000 dollar schadevergoeding betalen. Marc krijgt een jaar en mag drie ton lappen. De door en door verwende Nicki wandelt weg. De buit bedroeg drie miljoen dollar.

 

29 juli 2013

 

MEER RECENSIES

 

Heat, The

*

recensie  The Heat

Inhoudsloze parodie op buddy cops

door Wouter Spillebeen

Taglines en promotiemateriaal noemen The Heat de beste komedie van het jaar. Dat is zeer hoog gegrepen voor een ondermaatse politiefilmparodie.  

Het is een verhaal zo oud als de straat: een goede agent die alles volgens het boekje doet – in dit geval Sandra Bullock als Sarah Ashburn – krijgt een lakse, slordige en smerige partner – Melissa McCarthy als Shannon Mullins. In The Heat gaat het onwaarschijnlijke duo op jacht naar een beruchte drugsbaron wiens invloed tot in de familie van Mullins reikt. Om de man die alleen bekend staat als Lassen op te sporen, moeten ze onderaan de ladder beginnen: bij de kleine dealers op straat. Terwijl ze op hun eigen manier steeds dichter bij Lassen komen, worstelen ze met elkaar en andere politieafdelingen.

Losse grappen
Het verhaal is compleet ondergeschikt aan de grappen en dient enkel om de sketch-achtige scènes aan elkaar te rijgen. Dat maakt de filmervaring zeer oppervlakkig en verhindert enige vooruitgang. De losse grappen missen vaker hun doel dan ze het raken. Door het gebrek aan diepgang en originaliteit lijkt het soms alsof het script overhaast in elkaar is geflanst, zeker wanneer scheldpartijen van Mullins niet de verhoopte lachsalvo’s veroorzaken.

Recensie The Heat

De vergelijking met Simon Peggs Hot Fuzz dringt zich op. Die film uit 2007 is net als The Heat  een parodie op films over politieduo’s. Hot Fuzz is hilarisch omdat alle grappen in direct verband staan met het zeer originele verhaal. De personages zijn weliswaar clichématige karikaturen, maar ontwikkelen zich. In The Heat staan de grappen en het verhaal los van elkaar, beide kunnen vrij van elkaar verteld worden en zijn inhoudsloos.

Competentie
De personages in The Heat zijn niet alleen onderontwikkeld, maar ook ongeloofwaardig. Mullins zou in een half realistische situatie dertig keer ontslagen zijn, onder andere omdat ze haar vuurwapen regelmatig zonder reden mikt op onschuldige burgers. Desalniettemin vindt Ashburn het gepast om haar collega luidkeels te prijzen als de meest competente agent in het hele team. Zelfs de meest belachelijke komedie kan alleen aandacht vasthouden als die een minimum aan realisme en karakterontwikkeling kent.

In The Heat acteren heel wat mensen die in het comedygenre hun strepen verdiend hebben. De cameo’s van komieken als Bill Burr en Michael Rapaport zijn een leuke aanvulling voor toppers als Sandra Bullock, die eigenlijk haar personage uit Miss Congeniality herhaalt: een ietwat stuntelige agente die zeer hard probeert serieus te worden genomen. De cast reflecteert hoe hard The Heat  probeert een grootmacht in comedy te zijn, maar alle topkomieken ter wereld kunnen het script niet redden.

28 juli 2013

ALLE RECENSIES

Wolverine, The

**

recensie  The Wolverine

Midlifecrisis

door Karina Meerman

Nietszeggende film met iemand die vaag doet denken aan Wolverine uit de X-Men-films.

Sommige mannen gaan zich anders gedragen wanneer zij een zekere leeftijd bereiken. Zij worden zich bewust van hun voortschrijdende jaren en proberen dit op verschillende manieren te compenseren. Zij veranderen bijvoorbeeld van voertuig, door een sportievere auto te kiezen of op de motor te stappen. Ze gaan gezonder leven: ze stoppen met roken en bezoeken vaker (of opeens) de sportschool. Een strakker lijf betekent ook dat ze zich zekerder voelen om het hemd of T-shirt uit te trekken en met ontbloot bovenlijf de barbecue te bedienen. In een laatste poging de resterende sexappeal te benutten, gaan sommige mannen erg ver en verruilen hun vrouw van jaren voor een jonger model. Of ze behouden wat ze hebben en proberen daarnaast nog een groen blaadje te verschalken. Andere mannen maken opeens verre reizen, zoeken hun oude vrienden op of gaan eindelijk de confrontatie aan met hun eigen psyche. Het is, kortom, de midlifecrisis.

Recensie The Wolverine 3D

Man in verwarring
Het is een weinig bekend feit dat ook mannen met superkrachten een dergelijke crisis doormaken. Gelukkig brengt The Wolverine dit onder de aandacht van het grote publiek. Logan (Hugh Jackman) is een man in verwarring. Moet hij doorgaan op de oude voet – vechtend en grauwend en tegenstanders vermorzelend – of kiest hij voor een vreedzaam leven en laat hij de Wolverine achter zich? Kan dit überhaupt? Een frustrerend dilemma, waar hij in het bos op broedt terwijl hij droomt van zijn grote liefde Jean Grey.

Hij wordt gestoord in zijn gepieker door een jonge Japanse genaamd Yukio (Rila Fukushima), een uitstekend zwaardvechtster met de gave soms te zien hoe en wanneer mensen sterven. Zij neemt Logan onder gesputter mee naar Japan om een oude vriend te bezoeken. De puissant rijke zakenman Yashida (Hal Yamanouchi) ligt op zijn sterfbed en hij wil Logan bedanken omdat hij ooit zijn leven redde. Het bedankje zou de oplossing kunnen zijn voor Logans identiteitscrisis. Maar Logan laat zich afleiden door de perikelen rondom de dochter van Yashida, de timide Mariko (Tao Okamoto). Omdat hij niet oplet, moet hij uiteindelijk toch weer aan het vermorzelen.

Intiem kopje thee
Van een rommelige bosbewoner met lang haar transformeert Logan gedurende de film in een sportschooltype van een zekere leeftijd. Hij laat geen gelegenheid voorbij gaan om zijn bizar brede torso te tonen (ook al lijkt hij wel steeds zijn buik in te houden). De motor is verruild voor een Audi en de sigaren zijn kennelijk in de ban gedaan. En een intiem kopje thee met de dienstbare Mariko blijkt voldoende om zijn issues rondom de formidabele Jean te doen vergeten.

Het is kortom een actiefilm met wat superkrachten en supertechnologie, wat zwaardvechten en een handvol Japanse dialogen, terwijl iemand die ooit The Wolverine was, laat zien dat ook oudere mannen best nog meedraaien in de moderne samenleving. Blijf als het lukt vooral even zitten voor de aftiteling, waarin nog meer oude bekenden verklappen dat ook zij aan een nieuw avontuur willen beginnen. Het houdt niet op, niet vanzelf.

 

24 juli 2013

 
ALLE RECENSIES

Red 2

***

recensie  Red 2

Voorzichtig met de handgranaten, schat

door Alfred Bos

Nadat de stripverfilming Red een verrassende hit werd, doen de gepensioneerde geheim agenten Frank en Marvin hun spyfi-parodie nog eens vet aangezet over. 

Ze zijn ontsproten aan het brein van de Britse stripauteur Warren Ellis: de gepensioneerde ‘dirty ops’ (vuile zaakjes) agenten Frank Moses (Bruce Willis) en Marvin Boggs (John Malkovich), door hun voormalige werkgever CIA aangemerkt als RED (Retired Extremely Dangerous) en derhalve rijp voor liquidatie. Geholpen door Victoria (Helen Mirren), ex-scherpschutter van de Britse contra-spionagedienst MI6, en haar vroegere geliefde, de Rus Ivan (Brian Cox), ooit KGB-agent, trotseren ze de Amerikaanse inlichtingendienst én het geboefte.

De laconieke Frank en de door LSD-experimenten volkomen geschifte Marvin debuteerden in stripvorm in 2003 en op het witte doek in 2010. Die zeer geslaagde rolprent werd een onverwacht succes en een nieuwe franchise was geboren. Het zal niet echt verbazen dat Red 2 minder overtuigt. De verrassing is er vanaf en de film gaat gebukt onder een ‘marketing scenario’: een Zuid-Koreaanse huurmoordenaar (gespeeld door de Koreaanse ster Byung-hun Lee) voor de Aziatische markt, plus uitstapjes naar Parijs, Londen en Moskou om de Europese kijker te prikkelen.

Recensie Red 2

Geniale gek-grollen
Was de eerste Red een eigenwijze, alternatieve satire op het genre van de spionagethriller, Red 2 is een actiekomedie voor de mainstream markt; met parodistische trekjes, dat wel. Het verschil wordt hoorbaar op de soundtrack. Red  had een geluidsband met sfeerrijke elektronica en het soort funky lounge muziek dat David Holmes aanleverde voor Out Of Sight en Ocean’s Eleven van Steven Soderbergh. Een track als Cissy Strut van The Meters is op Red 2 evenwel ver te zoeken, daar domineren de gezwollen orchestraties waarmee Hollywood haar drama pleegt op te vullen. Red was cool; Red 2 is lauw. Maar u raadt het al: in Amerika is de vervolgfilm goed ontvangen, veel beter dan Red dat via mondreclame een hit werd.

Los van die kanttekeningen weet tv-regisseur Dean Parisot een vermakelijke parodie op franchises als de James Bond-films of Mission Impossible neer te zetten. Een sterke cast helpt daarbij. Mary-Louise Parker waggelt als Franks vriendin Sarah met grote ogen door het alom aanwezige gevaar. Catherine Zeta-Jones speelt Katja, officier van de Russiche geheime dienst en een ex van Frank, wat goed is voor een aantal venijnige grappen van Sarah. En schurk du jour is ditmaal Anthony Hopkins die in zijn rol van de doorgedraaide wetenschapper Bailey zijn arsenaal aan geniale gek-grollen kan aanspreken.

Kolderieke hoofddeksels
Was Red  nog een aaneenschakeling van min of meer realistische scènes in de Verenigde Staten, ingeleid door ansichtkaarten, ditmaal flitst de handeling van land naar land en zijn de schietscènes nog meer over de top dan ze in de voorgaande film al waren. Ook de MacGuffin, het plotelement waar het verhaal om scharniert, is uitzinnig onrealistisch: een nucleaire bom van ‘rode kwik’, verborgen in de catacomben van het Kremlin. Daar steekt de presidentskandidaat met duister oorlogsverleden uit Red tamelijk gewoontjes tegen af.

Is dat alles een bezwaar? Niet echt, want het hart van Red klopt nog steeds in de tweespraak tussen de gortdroge Frank, zijn emotionele vriendin Sarah en de totaal paranoïde Marvin, wiens voorkeur voor kolderieke hoofddeksels in de allerlaatste scène een krankzinnige climax bereikt. Op naar Red 3.

 

22 juli 2013

 
ALLE RECENSIES

Jayne Mansfield’s Car

***

recensie  Jayne Mansfield’s Car

Dierentuin van menselijk tekort

door Alfred Bos

On-Amerikaanse relatiefilm over een getroebleerde familie in het Amerikaanse Zuiden die Britse bloedverwanten op visite krijgt. Met veel misverstanden, de nodige humor en de onvermijdelijke seks.

In zijn eerste regieklus sinds ruim tien jaar staat Billy Bob Thornton niet alleen achter, maar ook voor de camera. Bovendien schreef hij mee aan het scenario van Jayne Mansfield’s Car, een a-typische film over twee typische families – vertolkt door een keur aan gevierde acteurs plus een paar sterren – zoals die in Amerika eigenlijk nooit gemaakt wordt. Maar Thornton is dan ook een buitenbeentje; niet alleen op het filmdoek, doch eveneens in het echte leven: een neuroticus die acteert, regisseert, schrijft en musiceert. Te kleurrijk voor de formules van Hollywood.

In deze film vertolkt hij Skip Caldwell, zoon van een bejaarde pater familias (Robert Duvall). De chaos in de familie blijkt uit de tegenstelling tussen Skips beide broers, de aartsconservatieve Jimbo (Robert Patrick) en de nietsnuttende hippie Carroll (Kevin Bacon). De eerste is keurig getrouwd, de tweede hokt met vriendinnen. Het is augustus 1969 (het weekend van Woodstock trouwens) en het decor een provinciestadje in de zuidelijke staat Alabama. Er woedt in de States een culturele oorlog (jeugd versus gevestigde orde) en die gaat aan de Caldwells niet ongemerkt voorbij.

recensie Jayne Mansfield's Car

Flegma botst op wantrouwen
Daarnaast is er een tweede tegenstelling. De moeder van de broers heeft vader Caldwell lang geleden verlaten en is in Engeland hertrouwd met de zeer Britse gentleman Kingsley Bedford (John Hurt). Na haar overlijden wil ze in haar geboortegrond worden begraven en de Engelse tak van de familie reist naar de Caldwells in Alabama om de begrafenis bij te wonen. Brits flegma botst op Zuidelijk wantrouwen en de culturele clichés stapelen zich op, zij het in afwijkende – en vaak komische – varianten.

Tussen al dat ongemakkelijk om elkaar heen draaien vliegen er ook erotische vonken, met de Britse tak als lijdend voorwerp. Zoonlief Philip Bedford (Ray Stevenson) valt in de smaak bij de vrouw van Jimbo, terwijl dochter Camilla (Frances O’Connor) de fantasie prikkelt van de excentrieke Skip. Het begint met het naakt reciteren van Shakespeare ten behoeve van auto-erotisch gerief en eindigt al fresco in het woud. Half-zus en half-broer, het lijkt wel Tennessee Williams.

Incest geen issue
Jayne Manfield’s Car wordt geafficheerd als drama, maar dat komt omdat er geen flitsende actiescènes zijn en er veel wordt gepraat. Echt dramatisch wordt het evenwel nergens – incest is geen issue hier – en toch blijf je twee uur geamuseerd naar deze dierentuin van menselijk tekort kijken. Dat is niet zozeer een verdienste van het script als wel van de acteurs. Duvall is als bejaarde brompot volstrekt naturel, Thornton zelf weet wel raad met buitenbeentjes en de verrukkelijke O’Connor dreigt de film te stelen, maar is na het al fresco avontuur opeens nergens meer te bekennen. Aan het slot zien we haar nog even terug.

Met zijn intermenselijk geharrewar en nadruk op dialoog doet Jayne Mansfield’s Car denken aan een Franse (Eric Rohmer) of Italiaanse (Ettore Scola) relatiefilm uit de jaren ’70. Die hoogten haalt deze ensemblefilm nergens, maar als feelgood antidotum tegen computer-geanimeerde blockbusters waarin niets minder dan het voortbestaan van de mensheid op het spel staat verdient hij zijn plek op de bioscoopladder. En voor liefhebbers van jaren ’60 psychedelica biedt de soundtrack een paar verrassingen.

 

20 juli 2013

 
ALLE RECENSIES