Dial H-I-S-T-O-R-Y

***
IFFR Unleashed – 1998: Dial H-I-S-T-O-R-Y
Onafgebroken informatiebombardement

door Jochum de Graaf

Dial H-I-S-T-O-R-Y (1997) was een van de hoogtepunten van de Documenta X, de vijfjarige ‘wereldtentoonstelling van hedendaagse kunst’ in Kassel. De Belg Johan Grimonprez, videokunstenaar, curator en regisseur, behandelt in deze postmoderne documentaire een alternatieve geschiedenis vanaf de jaren zestig aan de hand van terroristische acties, meer in het bijzonder van vliegtuigkapingen.

We zien de ontwikkeling van de kapingen: de allereerste die live op tv werd uitgezonden, de kaping door het Japanse Rode Leger op het vliegveld van Fukuoka in 1970, van de Fidelista’s die zich in Cuba bij hun grote leider Fidel Castro wilden voegen, van Black Panthers die naar Algerije wilden, van de verschillende Palestijnse bevrijdingsbewegingen PLO en PFLP, die eind jaren zestig meer dan honderd vliegtuigkapingen uitvoerden.

Dial H-I-S-T-O-R-Y

Interviews
In Libië, Cyprus, Koeweit zien we vliegtuigen op het asfalt staan, omringd door commandotroepen en cameraploegen, paraat om in te grijpen, dan wel daar live verslag van te doen. Kapers worden geïnterviewd, onder andere de Palestijnse Leila Khaled die er wereldberoemd door zou worden, we zien ze berecht worden, na hun vrijlating opnieuw geïnterviewd, de scène van de Japanse kaper die zijn laatste woorden voor de camera uitspreekt vlak voor hij wordt neergeschoten en het lijk van een kaper dat door Russische soldaten wordt weggesleept.

Ook vrijgelaten en bevrijde gegijzelden komen aan het woord, ‘moest u hard rennen?’ en het jongetje van tien dat enthousiast knikt op de vraag ‘vond je het spannend’. Menigmaal was er ook sprake van het Stockholmsyndroom, sympathie tussen gijzelaars en gegijzelden, met meisjes in tranen om hun kapers die met een bomaanslag om het leven komen.

En dan is er de reactie van de autoriteiten. We krijgen te zien hoe vliegvelden meer en meer beveiligd werden, de introductie van röntgenapparatuur en aangepaste fouilleringstechnieken. Enigszins ironisch is het Amerikaanse instructiefilmpje over waar je moet gaan zitten in een vliegtuig. ‘Have a plan’ luidt het advies, ga niet bij de vleugels zitten, ook niet vooraan, achteraan, of in de eerste klasse, want dan trek je de aandacht van de kaper; de rijen in het midden kun je ook beter mijden, dat kan de mobiliteit hinderen bij een snelle evacuatie. Je kunt natuurlijk maar beter helemaal niet vliegen als je verwacht dat het gekaapt gaat worden.

Visueel spervuur
Dial H-I-S-T-O-R-Y laat goed de omslag van de romantisch revolutionaire beginjaren van de kaperspraktijk naar de grimmige anonieme terreur van de bompakketten van de jaren negentig zien. Tegelijkertijd kregen in die jaren de geheime terreurpraktijken van de VS in El Salvador, Nicaragua, Guatemala gestalte. En dan hebben we ook de beelden van de begrafenis van Stalin (1956), van de moord op Sadat (1981), van de bomaanslag op een Pan Am-vliegtuig boven Lockerbie (1988) voorbij zien komen. Het einde met de iconische scène van een dronken Boris Jeltsin en een slappe lach krijgende Bill Clinton kan er op duiden dat de midden jaren negentig de ergste vormen van terreur voorbij zijn, maar we zijn dan natuurlijk nog onwetend van 9/11.

Dial H-I-S-T-O-R-Y

De film is een visueel spervuur. Naast de stroom aan televisieverslaglegging van kapingen zien we fragmenten uit propagandafilms over revolutionaire leiders als Lenin, Stalin, Mao en Castro, uit stomme films, reclamespotjes voor vliegmaatschappijen, tekenfilms en instructiefilms voor diplomaten.

Voor intellectueel gewicht zorgen de teksten in voice-over van de Amerikaanse schrijver Don DeLillo, die in zijn werk verbanden legt tussen terrorisme en de daad van het schrijven en verwijst naar het vreemde huwelijk dat de media steeds weer aangaan met alles wat riekt naar ramp.

Ook de soundtrack, misschien beter nog de soundscape met subtiele samplecollages van de New Yorkse avant-gardist David Shea, past naadloos op de experimentele opzet van de film.

En zo is Dial H-I-S-T-O-R-Y een amalgaam van beelden en klanken dat je uitnodigt tot bespiegelingen over de relaties tussen politiek, technologie, retoriek, entertainment, media, literatuur en geschiedenis. Maar voor hetzelfde geld verdwaal je in dat onafgebroken informatiebombardement, dat soms verbijsterende beelden van spectaculaire geweldpleging en rampspoed met dodelijke slachtoffers, afgewisseld met nietszeggende geluiden, banale beelden en nutteloze wetenswaardigheden.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

6 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Dead Man

****
IFFR Unleashed – 1996: Dead Man
Van onschuld naar wijsheid

door Alfred Bos

Dead Man is een acid western, de psychedelische variant van de cowboyfilm. De film van Jim Jarmusch breekt met de traditionele waarden, ook van het genre.

De klassieke western, dat is de wereld in zwart-wit. Blanke man goed, indiaan fout. Blanke man sterk, vrouw zwak. Blanke man baas, rest knecht.

Het subversieve tegendeel van de klassieke western is de acid western, voortgekomen uit de psychedelische revolutie van de jaren zestig. Daarin is elk geloof in sociale orde verdwenen. De samenleving is corrupt, mensen onbetrouwbaar, solidariteit een illusie. De personages leven in een existentiële wildernis waar alles ongewis is. De acid western visualiseert een hallucinant, naar absurdisme hellend wereldbeeld. Chaos regeert.

Dead Man

De term, in 1971 gemunt door de vermaarde filmcriticus Pauline Kael, verwijst naar het surrealisme. Kael typeerde Alejandro Jodorowsky’s El Topo als ‘een spaghettiwestern in de stijl van Luis Buñuel’. De acid western is psychedelisch. Vervreemding is het thema, zijn (anti)held psychotisch. De held van Dead Man is passief.

Vervreemd van zichzelf
Dead Man, de zesde speelfilm van Jim Jarmusch, is – met El Topo – het archetype van de acid western. Alles aan de film is subversief. Hij is gedraaid in zwart-wit, wat de financiering niet eenvoudiger maakte. Hij gaat over een man die dood is en zijn ziel zoekt, vertolkt door een Hollywood-ster; in een genre dat in 1995, het jaar van verschijning, allang passé is: de western. Veel meer afstand van de bestaande orde kun je als onafhankelijk filmmaker niet nemen.

Dead Man typeert de maatschappij van de blanke man als immoreel, ontdaan van spiritualiteit, een gruwelijke grol. Moordzuchtig nihilisme, blinde hebzucht, tomeloze wellust, rabiaat egoïsme, zelfs kannibalisme—niets is de blanke man vreemd. Hij is gestoord, vervreemd van zichzelf.

De hoofdpersoon, gespeeld door Johnny Depp, heet William Blake, naar de achttiende-eeuwse auteur van Songs of Innocence and of Experience. Onschuld en ervaring zijn de yin en yang van de menselijke ziel. Maar Dead Man is subversief: onschuld staat voor naïviteit, onbenul. En ervaring niet voor door de wol geverfd, maar voor wijsheid.

“Dit is Amerika”
Jarmusch verbeeldt het leven als een reis, in de proloog letterlijk. William Blake zit in de trein en kijkt naar buiten, naar het landschap. Daar grazen bizons, die voor de sport worden afgeknald. Hij is onderweg naar het stadje Machine, waar hij in de staalfabriek als boekhouder aan de slag wil. Machine is de hel, het einde van de reis. De hel als smidse is een klassieke troop, van Griekse mythologie tot Lord of the Rings. We gaan een mythische film zien. Misschien zelfs wel een epos.

Machine is gestoffeerd met doodskisten, schedels (ook menselijke), geweien, jachttrofeeën. Het is het oord van de dood. De handwerkers zijn asociale bruten, de kantoorklerken laffe kuddedieren, de fabrieksdirecteur een gestoorde maniak. In deze door mensen gecreëerde hel staat iedereen iedereen naar het leven.

Blake helpt een bloemenmeisje en vindt in haar bed een pistool. Waarom heeft ze een pistool, wil hij weten. “Dit is Amerika”, antwoordt ze. Haar ex-vriend komt binnen en wil zijn rivaal doodschieten. Het bloemenmeisje vangt de kogel op, maar niet helemaal. Hij doorboort háár en blijft steken in Blake. Dan begint zijn reis van onschuld naar wijsheid.

Dead Man

“Stupid fucking white man”
De film opent met een citaat van een surrealist, de Belgische schrijver Henri Michaux, en is surrealistisch van toon, voelt als een droom. Verantwoordelijk voor de schitterende zwart-witfotografie is de Nederlandse cinematograaf Robbie Müller, hij werkte eerder met Jarmusch aan diens Down By Law (1986) en Mystery Train (1989).

Het is het palet van de film noir en Jarmusch vond inspiratie in de noir western Blood on the Moon van Robert Wise uit 1948 (met Robert Mitchum in de hoofdrol, hij speelt hier de fabrieksdirecteur), Fritz Langs Rancho Notorious uit 1952 (diens enige western in zwart-wit) en Johnny Guitar (1954) van zijn leermeester Nicholas Ray.

Die films zijn door Jarmusch getypeerd als Brechtiaanse westerns. “Ze zien er anders uit. Ze pretenderen niet een western te zijn.” De western is bij uitstek het genre waarin Amerika zichzelf en zijn geschiedenis beziet. In Dead Man verwoordt de indiaan Nobody (gespeeld door Gary Farmer) de kijk van Jarmusch, naast regie tevens verantwoordelijk voor het scenario: “Stupid fucking white man”. Nobody is Blakes gids in de zoektocht naar aanvaarding. De reis door de wildernis is een allegorie.

Soundtrack Neil Young
Dead Man toont de barbarij van een ontzielde wereld, niet als aanklacht, ook niet als satire, maar als een absurdistische klucht. Ook zonder slapstick zit er een vleugje Buster Keaton en Charlie Chaplin in de film en niet omdat Jarmusch terugvalt op het sjabloon van zijn tweede speelfilm Stranger Than Paradise: korte scènes gedraaid in zwart-wit, onderbroken door zwarte schermen. De wereld van Dead Man is inderdaad geen paradijs, hij is veel vreemder. De film is existentieel én psychedelisch. Hij oogt als een droom.

Bij zijn verschijning werd Dead Man zeer gemengd ontvangen. Er was lof en er was onbegrip. Maar een kwarteeuw later is de receptie gekanteld naar jubel. De absurde personages, de gitzwarte humor, de maatschappijkritiek verpakt als allegorie, de soundtrack met de minimalistische motiefjes van Neil Youngs vervormde gitaar, de speelsheid binnen de strikte vorm en niet in de laatste plaats de visuele pracht van Robbie Müllers cinematografie—het komt allemaal naadloos samen. Dead Man is wellicht Jim Jarmuschs beste film.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

4 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Duelles

***
recensie Duelles

Perfecte droom ruw verstoord

door Cor Oliemeulen

Het plotselinge verlies van een kind wekt bij alle betrokkenen hevige, maar begrijpelijke emoties op. De Belgische psychologische thriller Duelles doet daar nog een flinke schep bovenop.

Als Theo tijdens de begrafenis van zijn beste vriendje Maxime zijn verloren geachte favoriete knuffelbeest in de kist ziet liggen, reageert hij ontstemd en wil hij het pakken. Door deze gênante vertoning slepen Theo’s ouders hem de kerk uit en geeft vader zijn zoontje in de auto een tik om hem te kalmeren. Het is een aangrijpende scène met begrijpelijke emoties na de tragedie die zich eerder heeft afgespeeld en vormt de opmaat voor een psychologische thriller met Hitchcockiaanse trekjes.

Duelles

Schuldgevoelens
Duelles speelt zich zich bijna helemaal af in de twee-onder-een-kapwoning van een keurige buitenwijk in de jaren zestig. We maken kennis met Alice en Céline en hun kleine gezinnetjes, hun onberispelijke kapsels, kleding en interieurs, de perfecte gazonnetjes en de mooie auto’s. De buurvrouwen zijn hechte vriendinnen geworden en hun twee even oude zoontjes, Theo en Maxime, spelen bijna altijd samen en komen regelmatig bij elkaar over de vloer. Dat ideaalbeeld kan natuurlijk niet goed blijven gaan. Op een dag als Alice in de tuin werkt, ziet zij hoe haar buurjongetje Maxime gevaarlijke capriolen uithaalt om hun poes te pakken. Voordat wie dan ook actie kan ondernemen, is Maxime uit het raam gevallen en ontsluiten zich de poorten van de hel.

Terwijl hun echtgenoten buitenshuis de kost verdienen en op de achtergrond ieder op hun eigen manier omgaan met het drama en de nieuwe situatie, moeten ook Alice en Céline het verlies een plek proberen te geven en omgaan met hun beider schuldgevoelens. Het lijkt alsof Céline het haar buurvrouw kwalijk neemt dat ze Maxime niet adequaat waarschuwde toen hij buiten het bovenraam de poes probeerde te pakken, maar ze vindt sowieso dat ze zelf in gebreke is gebleven. De eerste maand verloopt om die reden uiterst stroef, hoewel Alice haar best blijft doen om Céline te steunen. Na enkele vruchtbare ontmoetingen en gesprekken lijkt de vriendschap hersteld. Alleen Célines man lijkt nog in een zware depressie te zitten.

Duelles

Van drama tot thriller
Maar schijnt bedriegt. Het verhaal van de Belgische schrijfster Barbara Abel waarop haar landgenoot Olivier Masset-Depasse zijn derde film baseerde, ontpopt zich langzaam van drama tot thriller, gesteund door het sterke spel van Anne Coesens (speelde ook een hoofdrol in de twee andere films van Masset-Depasse, Cages en Illégal) als Céline en Veerle Baetens (The Broken Circle Breakdown, D’Ardennen) als Alice. Céline mist Maxime en paait Theo met aandacht en geschenken, terwijl Alice haar buurvrouw steeds meer gaat wantrouwen, omdat er vreemde dingen geschieden. En zoals dat ook vaak gaat in horrorverhalen kan het achterdochtige karakter dat steeds meer paranoïde wordt op weinig steun van de slome echtgenoot rekenen, omdat die vindt dat ze zich alles verbeeldt. Zelfs Theo (geweldig debutantje Jules Lefebvres) lijkt partij voor Céline te kiezen.

In Duelles blijft de soundtrack op de achtergrond, maar weet juist daardoor efficiënt de spanning verder op te bouwen, terwijl de cinematografie en de subtiele cameravoering de vervreemdende atmosfeer versterken. De finale mag dan niet heel verrassend heten, maar het is des te verrassender en veelzeggend dat er al wordt gewerkt aan een Hollywood-remake, met Jessica Chastain en Anne Hathaway als de buurvrouwen. Het is zeer de vraag of het gemiddelde Amerikaanse publiek zo’n naargeestige afloop wel kan behapstukken.

 

13 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Dance Party, USA (2006)

REWIND: Dance Party, USA (2006)
Mompelend door het leven

door Sjoerd van Wijk

Dance Party, USA is een van de meesterwerken van de mumblecore, een onvolprezen beweging in de onafhankelijke Amerikaanse cinema. Het is een integer portret waar kwetsbaarheid juist krachtig blijkt.

Een stoere jongen (de koele Cole Pensinger als Gus) raakt buiten aan de praat met Jessica (Anna Kavan) tijdens een 4th of July-feestje, weg van de bonkende Jay Z-muziek. Hij dropt de casanova-façade en deelt pardoes een groot geheim: een tijdje terug heeft hij een meisje aangerand. Hier start een proces van wroeging, heling en uiteindelijk lief samenzijn in de fotoautomaat.

Dance Party, USA

Toewijding aan twijfel
De Amerikaanse cinema is net als de Amerikaanse keuken geplaagd door een onvolledig stereotype. Uiteraard is er de restauratie met overgrote porties fastfood, maar daarbuiten is een breed scala aan verfijnde smaken van Jambalaya tot Cincinatti Chili. Op eenzelfde wijze biedt de Amerikaanse cinema meer dan hap-slik-weg Hollywood of Sundance-producten. In de achterkamertjes van de Amerikaanse bioscoop waart een onafhankelijke geest rond in eigenzinnige films.

Een van de voorvechters van de onafhankelijke Amerikaanse cinema is professor Ray Carney. Het is dan ook geen toeval dat zijn naam veelvuldig voorkomt in de bedankjes van films uit de mumblecore-beweging. Deze bestaat uit een losse groep filmmakers die allen rond dezelfde periode begin 21e eeuw in de geest van scenius John Cassavetes met de handcamera karakterstudies schoten. Bij Cassavetes gebeurde dat met een expressieve geestdrift, bij mumblecore is de leidraad een toewijding aan twijfel. Het gaat steevast over jongvolwassenen die niet weten wat ze met hun leven aan moeten en derhalve er zich een weg doorheen mompelen.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Tussen schip en wal
Regisseur Aaron Katz hield zich in tweede film Quiet City aan dat stramien, maar zijn debuut Dance Party, USA past de mumblecore-techniek het sterkste toe dankzij het portretteren van tienerslevensangst. Vrij lukraak slenteren de tieners van plek naar plek, begeleid door ad hoc intermezzo’s van het desolate industriële landschap. Het beruchte feestje enerveert terwijl onbehouwen rap een stommelende cameraman in realtime begeleidt. Ongemakkelijk zit Gus daar stoer te doen met zijn maat in het bijzijn van een potentiële scharrel. De bierflesjes blokkeren houtje-touwtje gezichten telkens als die de bek opentrekken om te blaten. Zo nonchalant als Katz alle beweging stuurt, zo kwetsbaar zijn de personages.

Dance Party, USA

Dit zijn waarlijk mensen tussen schip en wal, meer nog dan het Kids-achtige scenario doet vermoeden. Het is de ongemakkelijkheid van langzaamaan mentaal ingekapseld te worden in de technische samenleving. Dat wat men volwassenen noemt. Het schip de onbevangen kindertijd en de wal het eindpunt van hersenspoeling, zo mooi bezongen op Lorde’s Pure Heroine-album van wiens teksten Gus en Jessica de personificaties lijken te zijn.

Kracht in kwetsbaarheid
In een grandioze scène banjert Gus rond op de kermis. Gevolgd gelijk een computerspel terwijl de mensen achteloos door beeld lopen alsof Dance Party, USA er niet toe doet. De ambiance van keuvelaars op een zonnige dag zindert met Life Is Strange-achtige mystiek. Gus als de mannelijke Max Caulfield op zoek naar zijn Chloë. Dit is een stilte na de storm wanneer Gus fouten probeerde recht te trekken zoals in een verward bezoek aan het slachtoffer dat beklemt in intimiteit. Juist door zijn stoere masker te laten vallen, vindt hij kracht in kwetsbaarheid. Het geeft het selfiemoment met Jessica een ontroerende schoonheid, als ze samen de onzekere toekomst tegemoet durven te gaan.

 

DANCE PARTY, USA KIJKEN: op aanvraag bij de schrijver van dit stuk.

 

Meer REWIND

Drama Girl

***
recensie Drama Girl

Eindeloos navelstaren

door Sjoerd van Wijk

Het is navelstaren geblazen in Drama Girl. De film wringt ondanks het narcisme dat de mondaine momenten zo houdt. Er zit namelijk een prikkelende bravoure aan het conceptueel gefröbel.

Tussen documentaire en drama in speelt jongedame Leyla de Muynck haarzelf in ensceneringen van belangrijke momenten uit haar leven. Pijnlijke aanvaringen zijn er met een slecht luisterende vader (Pierre Bokma) of egocentrische moeder (Elsie de Brauw). Rijzende ster Jonas Smulders doet iets meer avontuurlijk dan Niemand in de stad als ex-vriendje Frans. Tussen en tijdens de scènes praat Leyla honderduit met regisseur Vincent Boy Kars, die net zomin als haar lijkt te weten waarom zij dit conceptuele avontuur zijn aangegaan. Dan moet een scène weer over, dan weer roept Leyla vertwijfeld in de camera wat Boy Kars nou eigenlijk wil van haar. Herhaal dat ad infinitum.

Drama Girl

Gepolijst steentje
Het concept van je eigen leven naspelen heeft iets wringends à la hofnar Lars von Trier en diens kattenkwaad in bijvoorbeeld Epidemic of The Five Obstructions. De gesprekken voor en achter de camera trekken elke waarheid in twijfel, totdat elke ad hocbeweging van een langslopend crewlid de verdenking van intentie krijgt. De herbeleving van intens subjectieve momenten brengen uitdagend het rollenspel met maskers van het dagelijks leven in de spotlampen. Boy Kars laat de Muyncks persona met strakke hand sprankelen, waarin de paaldansintermezzo’s met name meeslepen. Zijn flair houdt de uitdagingen van het conceptuele gegeven levend, de soundtrack, felle kleuren en zwoele zooms smelten samen tot een prikkelend geheel met lichte vaporwave sfeer.

Aan visie en fröbeldrift ontbreekt het niet bij Boy Kars. Net zo guitig als Lars von Trier houdt hij zijn bedoelingen in het duister, maar mist de olijke strapatsen van die komiek. Daardoor is Drama Girl meer een gepolijst steentje in de schoen. Dat doet de film inboeten aan oprechtheid.

Mondaine taferelen
De speelse kijk loopt namelijk vast in de mondaine taferelen. Het is een aaneenschakeling van standaard momenten uit een Randstedelijk leven gespeend van authentieke ervaring. Boy Kars vergeet in alle poeha om het bijzondere van elk leven aan te boren zoals bijvoorbeeld Eric Rohmer. Het blijft hangen in het concept an sich, een uiting van vervreemding van het transcendentale van leven.

Zo is het eigenaardige tweede afscheid van de overleden vader in een overmatig fleurige omgeving een aanleiding voor veel gemompel, maar weinig wol. Bij Drama Girl geen doorwrochte Eric Rohmer conversaties die diepere lagen aanboren of de conclusies het werk van de verbeelding laten doen. Want conclusies zijn hier niet.

Drama Girl

Poeha zonder resolutie
Wel is er eindeloze discussie over het waarom van het concept en wie Leyla nu eigenlijk is. Het portretteert filosoof Byung-Chul Han’s punt hoe het geïsoleerde individu alles in hun omgeving alleen op henzelf betrekt. Het narcisme vloeit in Drama Girl rijkelijk, eindeloos blijven boren in gevoelens zonder spijkers met koppen te slaan. De samenleving nauwgezet reflecteren staat niet gelijk aan deze te doorgronden, iets nieuws te ontginnen. Het navelstaren bereikt het niveau van Lena Dunham, die in Tiny Furniture en Girls egocentrische personages op ludieke wijze wanstaltig neerzet.

In Drama Girl ontbreekt de zelfkennis over het vertoonde narcisme, die Dunhams spot zo aanstekelijk maakt. Het blijft praten, praten, praten over een conceptueel spelletje. Veel poeha over mondaine zaken zonder uitzicht op een resolutie. In dat opzicht is de titel goed gekozen.

 

1 maart 2020

 

ALLE RECENSIES

Deerskin

****
recensie Deerskin

Praten met je jas

door Bob van der Sterre

Na Realité (film van het jaar 2014 bij Indebioscoop.com) waren de verwachtingen rondom muzikant/regisseur Quentin Dupieux hooggespannen. De misdaadkomedie Au Poste (met Benoit van Poelvoorde) is redelijk geruisloos langs iedereen geslopen maar met Deerskin (originele titel Le Daim) keert hij weer terug op zijn inmiddels vertrouwelijke absurdistische plek in het filmhuis.

Georges koopt een jas van origineel hertenleer à € 7.500. ‘Wow! Geweldig! Godverdomme!’ Hij krijgt er een camera bij. Georges is net gescheiden en neemt in een dorp in de Alpen een kamer in het lokale hotel. ‘Wat ben je van beroep?’ ‘Filmmaker.’

Deerskin

In de kamer begint de jas tegen hem te praten – met de stem van Georges zelf. Hij wil het enige jack van de planeet zijn. ‘Ik wil met jou over straat lopen zonder andere jacks tegen te komen.’ ‘Dat is grappig: ik wil de enige persoon ter wereld zijn die een jack draagt.’

Wel een lastige missie voor Georges, maar hij houdt zo van zijn jas dat hij voor een film mensen hun jassen laat uitdoen (en ermee wegrijdt). Alle jassen ter wereld verzamelen, gaat wel tijd kosten, legt hij aan zijn eigen ongeduldige jas uit.

Hij laat zijn resultaten van zijn filmpjes zien aan afgestudeerd filmstudent Denise. Ze ‘snapt waar hij heen wil’ en doet hem een broek van hertenleer cadeau. ‘Wow! Geweldig! Godverdomme!’

Absurdisme en symboliek
De film zal vooral in de smaak vallen bij mensen die dol zijn op absurdisme en symboliek. De film gaat over jagen – zoveel is duidelijk. Neem het incident met de hotelreceptionist, of het uitschakelen van het toekijkende joch, het volgen van mensen, of wat er later in de film allemaal gebeurt.

Daar past ook bij hoe wereldvreemd Georges is. Hij begrijpt niets van dingen als seks, kunst, geld. Je ‘normaal’ gedragen als mens; hij weet niet hoe hij dat moet doen. Het lijkt of hij voor het eerst hoort over computers. Eten? Hij voedt zichzelf met wat hij hier en daar bij elkaar schooiert. Georges lijkt langzaam van een angstig hert te veranderen in een predator – juist nu hij zijn hertenleer aan heeft.

Hoe je alles moet interpreteren – en hoe fatalistisch dit einde wel weer is – dat is aan de kijker zelf. Een bekwaam essayist kan hier denk ik wel wat met thema’s als man/vrouw, kapitalisme, filmkunst (ook hier weer een film in film), lichaam/vacht. Met de jas als mensenvacht en ‘eten of gegeten worden’ (dog-eat-dog-world) kun je ook leuk spelen in je essay.

Details zijn goed verzorgd, zoals acteurs en muziek. Jean Dujardin speelt een gedenkwaardige hoofdrol als jassenprater Georges. De rol laat zien dat hij veel soorten komedie aan kan, na rollen als simpele surfer in Brice de Nice, uitgerangeerd filmster in The Artist, dwaze spion in de OSS-films en dronken schrijver in Le Bruit Des Glacons. Adèle Haenel past ook goed in de film als zijn vlijtige student. En Dupieux, als muzikant, kiest ook geweldige muziek uit. Dit keer een hoofdrol voor de fraaie track The Long Wait van Morton Stevens (1969).

Deerskin

Loop
De verbazingwekkende scripts trekken toch de meeste aandacht. Het is frappant hoe in films van Quentin Dupieux het einde sterk met het begin te maken heeft – alsof het alsmaar blijft doorgaan in een loop. Dat zag je ook in Realité en in Wrong. Een film verloopt chronologisch maar je hoeft het niet chronologisch te vertellen. De verwijzing naar Pulp Fiction in deze film is ook allerminst toevallig.

Is Deerskin dan de film van 2019 zoals Realité dat was in 2014? Nee. Misschien is het jammer dat er maar een dominante scriptlijn is (het verhaal van de jas) waar er in Realité veel meer scriptlijnen waren, wat meer tempo en variatie bood. Deerskin is in dat opzicht wat trager. Toch werkt Dupieux zo gestaag verder aan een fascinerend oeuvre van absurde, mysterieuze verhalen als ‘De David Lynch van de comedy’, zoals zijn bijnaam luidt. Je kunt toch niet snel een andere film verzinnen over een hertenleerverslaafde gek die met jassen praat.

 

16 december 2019

 

ALLE RECENSIES

De Patrick

***
recensie De Patrick

De man en zijn hamer

door Suzan Groothuis

Op een nudistencamping lopen de gemoederen hoog op wanneer de eigenaar overlijdt en de vraag rijst wie de camping gaat overnemen. Maar, erger nog, er is een hamer zoek. De film ontvouwt zich vervolgens tot een detective-achtige tragikomedie, waarin Patrick, een wat simpele jongen, er op gebrand is zijn hamer terug te vinden.

Het Vlaamse De Patrick is een film die direct in het oog springt. De hoofdpersonen, een enkeling daargelaten, zijn namelijk allen naakt of zeer spaarzaam gekleed. De film speelt op een nudistencamping in de Ardennen, al maakt het niet uit of je er naakt of in kleding rondloopt. Alles kan, alles mag. Wat ge zelf wilt.

De Patrick

De film draait om hoofdpersoon Patrick (Kevin Janssens, D’Ardennen), een introverte jongen die samen met zijn ouders de camping runt. Maar er is onvrede over de gang van zaken. Patricks vader moet tegenover het bestuur het beleid verklaren, want niet alles verloopt vlekkeloos. Grootste probleem: het kasgeld is op. 

Verdwenen hamer
En dan ontstaat er drama: Patricks vader overlijdt. Het lijkt logisch dat Patrick de camping gaat overnemen, maar de Nederlandse aasgieren Herman (Pierre Bokma, jawel, naakt!) en zijn vrouw Liliane zien er ook iets in. Er woedt een stiekeme strijd om de leiding over de camping. De sluwe Liliane zet daarbij haar charmes in en verleidt Patrick met seks en potjes zelfgemaakte jam.

Edoch, Patrick heeft wel iets anders aan zijn hoofd. Het overlijden van zijn vader lijkt hem niet echt te raken. Zijn focus is gericht op zijn favoriete hamer, die hij kwijt is. Terwijl hij seks heeft met Liliane kan hij maar naar een ding kijken. Die lege plek op zijn muur waar ooit de hamer hing.

Wat dan volgt is een bizarre zoektocht naar zijn geliefde gereedschap, waarbij Patrick dwangmatig de camping afgaat. Maar hij wordt door de campinggasten van het kastje naar de muur gestuurd. Verschillende bekende gezichten komen voorbij: Bouli Lanners (regisseur van Les Géants en Ultranova) als Bon, een betrokken politieagent, en zelfs de Nieuw-Zeelander Jemaine Clement (Flight of the Conchords), die in De Patrick de arrogante zanger Dustin speelt. 

Hoewel de gasten met Patrick te doen hebben, kan niemand hem echt helpen. Ondertussen vangt hij de aandacht van de mooie Nathalie (Hannah Hoekstra), die eigenlijk voor Dustin naar de camping is gekomen. Een desillusie, want de man is alleen maar met zichzelf en andere vrouwen bezig. Nathalie ziet iets in Patrick wat anderen niet zien: ondanks dat hij geen ambities lijkt te hebben, maakt hij prachtige houten meubelen. 

De Patrick

Droogkomisch met een gevoelige ondertoon
De Patrick is een film die qua stijl doet denken aan Alex van Warmerdarm (Abel, Borgman). Droogkomisch en licht bizar. Regisseur Tim Mielants, die verantwoordelijk was voor het derde seizoen van Peaky Blinders en wat afleveringen van Legion en The Terror, vermengt het geheel tot een komisch drama met een hoog mystery gehalte. Je hoort het Patrick vele malen zeggen: “Waar is mijn hamer?” 

De Patrick is in zijn eerste helft, waarin ongemak en humor knap versmelten, het sterkst. Dat is vooral te danken aan Kevin Janssens in zijn rol van Patrick. De acteur, die we eerder nog als gespierde, arrogante zakenman zagen in wraakfilm Revenge, is bijna onherkenbaar. Hij kwam flink wat kilo’s aan voor zijn rol en zet Patrick overtuigend neer. Patrick, steevast gekleed in alleen een rommelig overhemd, is in zichzelf gekeerd, sullig maar ook kwetsbaar en lief. En weet de kijker, al is het een vreemde vogel met die obsessie voor zijn hamer, voor zich te winnen.

Als film is De Patrick echter wat onevenwichtig, zeker richting einde. De whodunit rondom de verdwenen hamer is zwak uitgewerkt en sommige scènes, zoals het bezoek van Patrick aan de caravan van Herman, leunen tegen het kolderieke aan. Maar de film is interessant als je hem bekijkt vanuit het oogpunt van de outsider. De Patrick handelt over iemand die geen torenhoge ambities heeft of in de spotlights hoeft te staan. Ondanks zijn stille en simpele karakter is Patrick wel puur en het lukt Janssens dat met minimale mimiek over te brengen. Onderliggend borrelen er emoties en dat maakt De Patrick complexer dan je op het eerste gezicht zou zeggen.

 

26 september 2019

 

Lees hier het interview met regisseur Tim Mielants.

 

ALLE RECENSIES

Dolor y gloria

***
recensie Dolor y gloria

Hoe overwin je het lijden?

door Ries Jacobs

De titel van Pedro Almodóvars nieuwste werk laat zich vertalen als ‘pijn en glorie’. Vaak kunnen we pijn, al dan niet tijdelijk, overwinnen. Toch is het bijna altijd een moeilijk en niet erg glorieus gevecht.

Uitgerangeerd en kampend met een zwakke gezondheid, slijt Salvador Matto zijn dagen met niets doen. Als een oude film van de regisseur op leeftijd opnieuw wordt uitgebracht, zet dit een keten van gebeurtenissen in werking. In die film speelt de (door Asier Exteandia gespeelde) aan lager wal geraakte acteur Alberto Crespo de hoofdrol. De twee verzoenen zich na een jarenlange ruzie.

Dolor y gloria

De acteur besluit een toneelstuk van de hand van Matto op te voeren dat handelt over de wilde, door drugs aaneengeregen jaren van de regisseur. Deze op zijn beurt ziet zich hierdoor geconfronteerd met onverwerkte gebeurtenissen uit zijn verleden – van zijn jeugd op het traditionele Spaanse platteland tot zijn adolescente jaren in Madrid – dat hij een plaats moet geven.

Heroïne
Regisseur Pedro Almodóvar beschrijft Dolor y gloria, waarvoor hij ook het script schreef, als zijn meest persoonlijke film. Bewust houdt hij de afstand tussen zijn leven en de film zo klein mogelijk. Matto’s appartement, waarbinnen een groot deel van de film zich afspeelt, is een op de filmset nagebouwde replica van het huis van Almodóvar. Hoofdrolspeler Antonio Banderas heeft hetzelfde kapsel als de regisseur en draagt zelfs diens kleren.

Autobiografische elementen zoals Almodóvars homoseksualiteit en de relatie tot zijn moeder (gespeeld door Penélope Cruz) komen terug in Dolor y gloria. De regisseur benadrukt in interviews evenwel dat hij, in tegenstelling tot de filmkarakters, nooit heroïne heeft gebruikt. Wel was hij in zijn jonge jaren onderdeel van een scene waarin druggebruik aan de orde van de dag was.

Nu Almodóvar zijn ziel deels heeft blootgegeven, weten we waar hij zijn inspiratie vandaan heeft. Drugsgebruik, homoseksualiteit en (kritiek op) de katholieke traditie zien we in veel van zijn films terug en zijn ook een onderdeel van zijn eigen levensgeschiedenis. Al in de vroege jaren tachtig – Spanje was pas enkele jaren van het juk van Franco bevrijd en nog uiterst traditioneel – durfde de regisseur deze onderwerpen aan te snijden.

Dolor y gloria

Pijngrens
Almodóvar ging op dezelfde, soms controversiële, weg door en bouwde een mooi oeuvre op met hoogtepunten als Todo sobre mi madre (1999) en Habla con ella (2002). Hij levert nu, enkele korte films meegerekend, zijn 36ste werk af (en zijn achtste samen met Banderas). Het is daarom niet vreemd dat er thematische overlap in zijn films zit. Maar de overeenkomsten met zijn eerdere films La ley del deseo (1987) en La mala educación (2004) zijn volgens de regisseur zo duidelijk dat hij Dolor y gloria als onderdeel van een drieluik beschouwt. Alle drie gaan “over de filmwereld en over verlangen”.

Hierin heeft Almodóvar gelijk. Filmmakers Marro en Crespo verlangen naar een uitweg uit hun lichamelijke en psychische lijden. Gaandeweg de film laten beiden hun pijn achter zich en leggen zich toe op hun creatieve talenten, hoewel dit gemakkelijker gezegd dan gedaan is.

Iedereen zal de film anders duiden. Laten de hoofdpersonen hun pijn achter zich door zich creatief te uiten of kunnen ze hun creativiteit pas de vrije loop laten nadat ze hun pijn verwerkt hebben? Of wil Almodóvar in beeld brengen dat je geen succes kunt hebben zonder pijn te ervaren, zoals een atleet die pas wint als hij over zijn pijngrens gaat? Het maakt niet uit, van Dolor y gloria kan iedereen zijn eigen film maken.

 

15 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Dentellière, La

****
recensie La Dentellière

Stille anonimiteit

door Suzan Groothuis

Het is de zomer van Isabelle Huppert. Filminstituut Eye in Amsterdam zet de Franse actrice in de spotlights middels een retrospectief, waaronder landelijke vertoningen van ​Les Valseuses, La Cérémonie, La Pianiste en ​La Dentellière​ van de Zwitserse regisseur Claude Goretta, met een nog jonge Huppert, onbevangen en kwetsbaar. De titel verwijst naar het schilderij De Kantwerkster van Vermeer.  

Huppert is gewend om niet de gemakkelijkste rollen op zich te nemen. Ze speelt vaak dualistische personages. Afstandelijk, kil en hard tegenover emotioneel en kwetsbaar. In Goretta’s ​La Dentellière, naar de bewerking van de gelijknamige roman van ​Pascal Lainé​, is zij de jonge en zwijgzame Beatrice. ​Het was Hupperts eerste hoofdrol en betekende haar doorbraak op het grote doek. Voor haar subtiele vertolking ontving ze de BAFTA Award voor beste nieuwkomer. Anno nu maakt de film nog steeds indruk door Hupperts naturelle spel, waarbij ze Beatrices kwetsbaarheid pijnlijk invoelbaar maakt.

La Dentellière

Teruggetrokken bestaan
La Dentellière speelt in Parijs, waar Beatrice bij haar moeder woont en we van haar vader weten dat hij al vroeg uit haar leven is verdwenen. Haar enige vriendin is de oudere en levenslustige Marylène, met wie ze samen in een kapsalon werkt. Het wereldje van Beatrice, door Marylène liefkozend Pomme genoemd, is klein: haar dagen bestaan uit naar werk gaan en naar huis gaan. Wanneer Marylène’s relatie strandt, besluit ze samen met Beatrice voor een paar dagen naar de badplaats Cabourg in Normandië te gaan.

Terwijl de extraverte Marylène zich stort op het uitgaansleven, zet Beatrice haar teruggetrokken bestaan voort. Stilletjes op een verlaten terras een ijsje eten. Of als een muurbloempje in de discotheek toekijken hoe haar vriendin losgaat op de dansvloer. Wanneer een jonge man haar benadert om te dansen, wijst ze hem beleefd af. Echt interesse in mannen lijkt ze niet te hebben. Dat verandert echter wanneer Beatrice de eveneens verlegen Letteren-student François (Yves Beneyton) ontmoet. Hij is onder de indruk van haar teruggetrokken karakter en zij van zijn kennis. Ze worden verliefd en François confronteert Beatrice met nieuwe uitdagingen.

Pijnlijke verwijdering
Zo leidt hij haar, haar ogen gesloten, naar de rand van een klif. Wanneer Beatrice haar ogen opent, schrikt ze van de diepte. François stelt haar gerust: hij zou haar nooit laten vallen. De scène heeft iets romantisch, maar toont ook hoe gemakkelijk Beatrice zich laat dirigeren. Weer terug in Parijs trekt zij bij François in en vermengen hun levens zich met elkaar. Maar hoe meer ze samenzijn, des te meer de verschillen opvallen: hij intellectueel en diepzinnig, zij eenvoudig en onwetend. Tot die onvermijdelijke breuk, pijnlijk vastgelegd tijdens een bezoek aan zijn ouders: een scène die laat zien dat hun liefde niet tegen de sociale kloof is opgewassen.

Goretta brengt de groeiende verwijdering bijzonder subtiel en natuurlijk in beeld, waarbij de camera veel aandacht voor lichaamstaal heeft. Er is een samenzijn met vrienden van François, met Beatrice als zwijgzame toeschouwer. Terwijl er diepgaand gesproken wordt, neemt ze geen deel aan het gesprek – ze weet gewoonweg niet waarover het gaat. We zien hoe ze er is, en niet is, als zijnde een stille anonimiteit. Of een scène waarbij François uit het raam staart en Beatrice naakt naast hem komt te staan. Ze vraagt niets, maar lijkt te verlangen naar intimiteit, naar liefde. Hij negeert haar, en hoewel Beatrice onwetend is in het leven, moet ze het voelen: ze is niet meer gewild.

La Dentellière

La Dentellière doet qua thematiek wat denken aan ​Pygmalion​ van George Bernard Shaw: meisje van eenvoudig komaf ontwikkelt zich. Althans, dat is wat François van haar vraagt. Maar Beatrice is tevreden met het rustige leven dat ze leidt en heeft geen ambities. En dat is misschien wel het grootste pijnpunt van de film: Beatrice, puur en gevoelig, is zichzelf, maar niet goed genoeg in de ogen van haar partner. Met zijn afwijzing valt ze terug op al wat ze in zich heeft: haar ​geïsoleerde​ zwijgzaamheid. Met een laatste indringend shot zien we Beatrice lang de camera inkijken – niet meer van en niet meer in de wereld, maar teruggetrokken in haar eigen verstilde universum.

 

Kijk hier het landelijke draaischema van La Dentellière.

 

9 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT

 

ALLE RECENSIES

Dirty God

***
recensie Dirty God

Er is leven na mismaaktheid

door Yordan Coban

Dirty God is de optimistische hervertelling van het klassieke verhaal van de verminkte vechtend voor autonomie en acceptatie in een intolerante samenleving.

Er zijn verscheidene manifestaties die zien op de uitwerking van deze thematiek. La Belle et la Bête (1946, 1991), The Hunchback of Notre Dame (1939, 1996), Frankenstein (1931), Phantom of the Opera (1925) en The Elephant Man (1980). De samenleving heeft soms de onverbiddelijkheid van een schoolplein, gelukkig is Jade een sterke vrouw die weet hoe ze voor zichzelf moet opkomen.

Dirty God

Weerbaarheid
Jade (gespeeld door Vicky Knight) is een alleenstaande moeder, slachtoffer van een zoutzuuraanval van haar ex-vriend. De precieze context van de aanval wordt niet nader gegeven, maar dat is ook niet nodig. De gevolgen zijn onafgebroken in beeld en gezien de ernst van de verminking lijkt het uiterst onwaarschijnlijk dat er enige relevante omstandigheden zijn die de daad verzachtend uit kunnen leggen. Jade’s leven is voor altijd beschadigd, het is nu aan haar om hier mee om te gaan en deze harde realiteit te accepteren.

Jade toont zich sterk en weerbaar. Ze blijft gewoon stappen met vrienden, zoekt seksueel contact met mannen en gaat de confrontatie aan met mensen die haar negatief benaderen. Zelfacceptatie schuift zij echter voor zich uit. Ze houdt vast aan een hoopvol perspectief aan de horizon. Ze stuit online op een kliniek in Marrakesh die gespecialiseerd is in de reconstructie van misvormde mensen (wat de bezwaarlijke kant toont van de geïndividualiseerde advertenties bij kwetsbare mensen). Deze hoop zorgt er echter voornamelijk voor dat ze de realiteit van haar verscheurde bestaan niet onder ogen hoeft te zien.

Er is een scène in de film waarin Jade besluit gesluierd met een hoofddoek over straat te gaan. Paradoxaal geeft dit haar de kracht om weer even, al is het maar op alternatieve wijze, vrouwelijk te zijn. In de islamitische cultuur is de hoofddoek juist een middel om de vrouwelijkheid te verbergen. Daarbij komt nog dat haar ex-vriend ironisch genoeg van Arabische afkomst is. Jade laat zich in ieder geval niet onderdrukken door hetgeen haar aangedaan is.

Dirty God

Hoopvol
Dirty God is de vijfde film van de Nederlandse regisseur Sacha Polak. Onderwerpen als plastische chirurgie, overspel en de zorg over een kind, zijn onderwerpen die zowel in Dirty God als in eerdere werken terug te vinden zijn. Dirty God lijkt van alle bovengenoemde films het meest op The Elephant Man van David Lynch. The Elephant Man is echter aanzienlijk duisterder. De verminking van de man in kwestie, John Merrick (gespeeld door John Hurt), is ook wel van een andere orde. Zijn leven omvatte een genadeloze onmogelijkheid in zich. Dirty God is optimistischer. Een verminking van die gradatie brengt vaak een impotentie met zich mee. Jade lijkt daar echter minder last van te hebben. Ze blijft seksueel actief en begeert. Dit heeft iets van naïviteit in zich.

Richting het einde vormt zich een hoopvol perspectief. De film is voor een dergelijk einde, gelijke de hoofdpersonage, bepaalde worstelingen uit de weg gegaan. Het lot stuurt Jade tot bepaalde beslissingen zonder dat het toonbaar wordt of zij een verandering doorgemaakt heeft. Dat Jade worstelt met haar lot is duidelijk, maar de conclusies die zij daaraan verbindt laat de film achterwege.

 

26 april 2019

 

ALLE RECENSIES