Dunkirk

*****

recensie Dunkirk

De Brexit van 1940

door Alfred Bos

Christopher Nolan verfilmt het oorlogsdrama over de omstreden evacuatie van de British Expeditionary Force uit het Noord-Franse Duinkerke, in de laatste meidagen van 1940, als een caleidoscopische vertelling.

De openingsminuten maken direct duidelijk dat Dunkirk, de tiende speelfilm van Christopher Nolan, geen oorlogsverheerlijkend bravourestukje is. Britse soldaten rennen door de straten en tuinen van Duinkerke om te ontkomen aan Duits spervuur. Van de ploeg weet alleen Tommy (de debuterende Fionn Whitehead) de Franse linie te bereiken. De kijker leert in luttele minuten: dit is geen heroïsche strijd, hier proberen mensen onder extreme stress te overleven.

Dunkirk

In de laatste week van mei 1940 dreigde het Britse leger dat in Frankrijk hielp de Blitzkrieg te weerstaan door de Duitse invallers in zee te worden gedreven. Het was een precair moment in de openingsweken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland was al gevallen, Frankrijk kraakte in zijn voegen en toen op 28 mei België capituleerde, zaten zo’n 200.000 Britse soldaten vast op het strand van Duinkerke. Ze werden in een week tijd door een vloot van Britse, Belgische en Nederlandse vissersboten naar Engeland verscheept.

Nolan toont het drama van Operation Dynamo, zoals de reddingsoperatie officieel heet, via drie verhalen die elkaar aanvullen en via briljant spel met montage en tijd gaandeweg versmelten. Het is een geraffineerde aanpak – Nolan tekende ook voor het script – die de vaart er in en de spanning op kook houdt. Niet de strategie of het verloop van de oorlogshandelingen staat centraal, maar het persoonlijke drama van de betrokken militairen. De regisseur heeft slechts één uur en drie kwartier nodig om de logistieke monsteroperatie in de kern te raken. Dunkirk telt geen grammetje vet, iedere seconde is raak.

Dunkirk

Te land, ter zee en in de lucht
Op het strand annex kerkhof volgen we Tommy en diens toevallige maat Alex (One Direction-zanger Harry Styles in zijn filmdebuut) als mieren in de massa Britse soldaten die dienen als schietschijf voor de oppermachtige Luftwaffe. Door het Nauw van Calais koerst de Britse plezierboot Moonstone naar Duinkerke, met aan boord meneer Dawson (Mark Rylance), zijn zoon, diens vriend en een uit het water geviste soldaat met PTSD (Cillian Murphy). Zijn evacuatieschip is door de Luftwaffe naar de haaien geschoten en dat dreigt nogmaals te gebeuren.

Boven het Kanaal gaat een drietal Spitfires (met vaste Nolan-acteur Tom Hardy als piloot Farrier en Jack Lowden als piloot Collins) de ongelijke strijd aan met de Messerschmitt-jagers en Henkel-jachtbommenwerpers die zich als wolven op elke boot met evacués storten. Die dog fights, gezien vanuit de Britse cockpits, horen tot de enerverendste momenten van de film (die tevens in een IMAX-versie draait). Naast de vijand moeten de Spitfire-piloten de naald van hun brandstofmeter in het oog houden.

Dunkirk

Claustrofobische close-ups
Met die drie verknoopte verhaallijnen maakt Nolan een reeks aspecten van het Duinkerke-drama zichtbaar en vooral invoelbaar. De verwoestende uitwerking van de Junkers-duikbommenwerpers; de enormiteit van de taak waar de Britse marinecommandant Bolton (Kenneth Branagh) zich voor gesteld ziet; de paniek in het ondergelopen ruim van een schip dat door torpedo’s tot zinken wordt gebracht; de spanning tussen Britse en Franse soldaten; de chaos; de naakte overlevingsstrijd. In de ensemble cast figureert een peloton Britse acteurs van naam.

Geholpen door de grimmige, grotendeels elektronische soundtrack van Nolans vaste filmcomponist Hans Zimmer, weet de regisseur de spanning tot op de tel te doseren door de weidsheid van het strand, de zee en de lucht optimaal te contrasteren met de claustrofobie van de cockpit en de scheepsruimtes. Veel scènes spelen zich af in kleine of besloten vertrekken en de Nederlandse cinematograaf Hoyte Van Hoytema (hij deed ook Nolans voorlaatste film, Interstellar) brengt het drama naar de kijker met een reeks van close-ups. Het werkt bijzonder effectief bij de schermgrote koppen van de Spitfire-piloten, die opgesloten in hun cockpit door het zwerk zwieren.

Door de Britten werd ‘Duinkerke’ – om redenen van propaganda allicht – gevierd als een heroïsche overwinning, voor de Fransen was het een smadelijke aftocht; hadden de Britten door geknokt, dan was Parijs wellicht nooit gevallen en de oorlog heel anders verlopen. Daar houdt Dunkirk zich niet mee bezig, op een paar patriottische slotminuten na, zoals de film zich überhaupt niet bezighoudt met de Fransen noch de Duitsers. Dunkirk evoceert de historische gebeurtenis als een krankzinnige mix van heldenmoed en egoïsme. Een betere oorlogsfilm zal er dit jaar niet uitkomen. Misschien kunnen we dat ‘oorlogs’ wel weglaten.
 

18 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Daughters of the Dust

***

recensie Daughters of the Dust

Verleden en toekomst

door Nanda Aris

We volgen verschillende generaties van de familie Peazant op de Sea Islands, voor de kust van North Carolina. Ze zijn onderdeel van de Gullah-gemeenschap, voormalige West-Afrikaanse tot slaaf gemaakten die veel van de Yoruba-tradities van hun voorouders hebben overgenomen. Het verhaal kent geen klassiek narratief: alles dat we zien heeft te maken met hun migratie naar het vasteland. 

In 1991 was Julie Dash de eerste zwarte vrouwelijke filmmaker met een grote bioscooprelease. Ze deed veel onderzoek en de film is dan ook een rijk historisch verhaal, met een educatief karakter. Daughters of the Dust gaat na zesentwintig jaar in een gerestaureerde versie in première.

Daughters of the Dust

Generaties
Nana Peazant (een mooie rol van Cora Lee Day) is de grootmoeder van de familie Peazant, vertegenwoordigt de oude tradities en is de link tussen oud en nieuw, het verleden en de toekomst. Dan is er Eula Peazant (Alva Rogers): zij is zwanger, maar haar man Eli (Adisa Anderson) twijfelt eraan of het kind van hem is, of door de verkrachting van een blanke man.

Twee andere familieleden, die thuiskomen voor de migratie naar het vasteland, zijn Yellow Mary en Viola Peazant, twee uitersten. Yellow Mary wordt door velen van de familie minachtend ontvangen; ze is een prostitué, en neemt haar blanke vriendin Trula mee. Viola daarentegen is een toegewijd Baptist en missionaris.

Ze hebben allen hun eigen verhaal, symbolisme en eigenschappen. Wat hen verenigt is het verleden, en de grote migratie die op komst is.

Cinematografie
De film ontving op het Sundance Filmfestival in 1991 de prijs voor Best Cinematography. Daughters of the Dust kent inderdaad prachtige beelden, onder andere van het bereiden van voedsel en veel mooie natuurshots, zoals een zoom out van een persoon zittend in een immense boom.

Daughters of the Dust

Naast de prachtige cinematografie kent de film een mooie mis-en-scène. Er zijn veel symbolen en verwijzingen naar het verleden van de gemeenschap. Zoals het gebruik van decoratie op graven, om de doden te begeleiden naar de andere wereld. Ook het gebruik van de kleur indigo, wat tijdens het werken met de verfstof aan de handen van de leden van de gemeenschap komt, verwijst naar de slavernij.

Symbolisme en identiteit
Naast dat dit de kracht van de film is, is het tevens de mindere sterke kant van de film. Er zijn zoveel verwijzingen, symbolen en spiritualiteit, die je als kijker niet direct begrijpt of ziet. Door het ontbreken van een sterk narratief en het gebrek aan actie, kan de film daarom, vooral aan het begin, ietwat traag aanvoelen. En die traagheid, en het gebrek aan narratief maakt de film minder gangbaar, maar wel artistiek. 

In een jaar waarin ook Moonlight en Fences uitkomen, is de timing van Daughters of the Dust niet slecht. Zowel Moonlight alsook Fences concentreren zich op leden van de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap, en de strijd die zij voeren over identiteit, los kunnen komen van het verleden, stereotypering en tradities.
 

30 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Django

***

recensie Django

Requiem voor zigeunerbroeders

door Alfred Bos

De legendarische jazzgitarist Django Reinhardt is het hoofdpersonage van een geromantiseerd verhaal over zijn leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het dient als kapstok voor een film over de zigeunervervolging door de nazi’s.

Muziek stond centraal in het leven van gitarist Django Reinhardt (1910 – 1953), de in België geboren zigeuner die als kind bij een brand twee vingers verloor maar in het Parijs van de jaren dertig uitgroeide tot een in Amerika gekend gitaarfenomeen. Hij creëerde een geheel eigen stijl, die de basis vormde voor een nieuw en uniek genre – hot jazz, of zigeunerjazz, de enige Europese bijdrage aan de jazz – dat ook in de eenentwintigste eeuw nog immer springlevend is. Als gitarist is hij nimmer geëvenaard: Reinhardt gaf iedere noot, en dat waren er veel want de man speelde sneller dan het licht, zijn eigen coloratuur mee. En dat onversterkt, met twee vingers. De man was meer dan virtuoos, hij was een genie.

Django

Django is geen biopic over leven en werk van de legendarische jazzgitarist. In de naar hem vernoemde film speelt de uitvinder van de hot jazz weliswaar de hoofdrol, maar het verhaal komt uit de fantasie van auteur Alexis Salatko. Die publiceerde in 2013 de roman Folles de Django, over het wedervaren van de muzikant tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is een fictief verhaal binnen een historisch kader, met biografische feiten als uitgangspunt. De film vestigt de aandacht op een vaak onderbelicht aspect van de naziterreur.

Niet-arische instrumenten verboden
Django opent in juni 1943 in de Belgische Ardennen met de vervolging en executie van musicerende zigeuners. De proloog introduceert het hoofdthema: niet alleen joden, ook zigeuners werden door de nazi’s beschouwd als untermenschen en op grote schaal afgevoerd naar vernietigingskampen. De film sluit af met de uitvoering van Requiem voor zigeunerbroeders, een klassieke compositie die Reinhardt tijdens de oorlogsjaren heeft geschreven. In de twee uur tussen proloog en epiloog wordt de historische werkelijkheid opgeleukt met fictie.

Django Reinhardt, gespeeld door Reda Kateb (in Nederland te zien geweest in La résistance de l’air), is in 1943 getrouwd met Naguine (de Roemeense folkzangeres Beata Palya). Vanwege zijn populariteit gedogen de nazi’s zijn optredens in de clubs van Parijs. Voor propagandadoeleinden nodigen ze hem zelfs uit voor een tournee door Duitsland, mits hij niet met zijn voet de maat meetikt. ‘Blues breaks’ en niet-arische instrumenten zijn verboden.

Hij heeft ook een aanbidster, Louise de Klerk (de Belgische actrice Cécile De France), die door de nazi’s wordt gebruikt, en misbruikt, als informant c.q. verklikker. Ze waarschuwt Django: zigeuners zullen worden opgepakt, vlucht nu het nog kan.Via het verzet komt de gitarist, met zwangere vrouw en musicerende broers La Plume en Nin-nin, tot de Zwitserse grens. Daar wordt hij pion in een dubbelspel rond een villa met hoog bezoek, een Britse piloot die naar Zwitserland moet vluchten en een aanslag.

Django

Voortreffelijke soundtrack
Het klinkt allemaal tamelijk gekunsteld, dat gesjacher met feit en fictie. Reinhardt heeft in werkelijkheid twee pogingen ondernomen om naar Zwitserland te ontkomen, wat niet lukte. De tweede keer bereikte hij neutrale bodem, maar grenswachten stuurden hem terug. Mevrouw De Klerk en de verwikkelingen rond de villa aan het meer daarentegen zijn fantasie. En passant zien we hoe de gitarist achter een kerkorgel kruipt en de eerste schetsen voor zijn Requiem componeert; zijn broer noteert wat hij improviseert. Het is een omslachtige manier om het thema van Django te illustreren: de zigeunervervolging. Het historische personage zit het punt van de film eerder in de weg, terwijl het dat juist zou moeten schragen.

Debuterend regisseur Etienne Comar, een ervaren producent die zich tevens als scenarist heeft laten kennen, ook voor deze film, is het best op dreef in de eerste akte, die het muzikantenmilieu van bezet Parijs schetst. Daarin is ook de meeste – en voortreffelijke – muziek te horen. De razendsnelle riedels van Katebs Reinhardt komen uit de gitaar van Stochelo Rosenberg, sologitarist van het Nederlandse Rosenberg Trio dat tekent voor de soundtrack. Die is wellicht het best deel van deze tweeslachtige film. En Reinhardts Requiem moet nodig integraal op plaat verschijnen.
 

29 april 2017

 
MEER RECENSIES

Denial

***

recensie Denial

Holocaust: feit of mening?

door Cor Oliemeulen

Al lang voordat politici strooiden met kwalificaties als ‘nepnieuws’ en ‘alternatieve feiten’ profileerden personen een feit als mening. De ontkenning van de Holocaust is misschien wel het meest pijnlijke voorbeeld. Het biografische drama Denial registreert één van de meest geruchtmakende rechtszaken uit de Britse geschiedenis.

In 1994 is de Amerikaanse historica Deborah Lipstadt (Rachel Weisz) professor van de modern joodse geschiedenis aan de Emory University in Atlanta. Ze schrijft de vier belangrijkste argumenten van de Holocaust-ontkenning op het schoolbord. ‘De moorden op de Joden waren niet systematisch. Het aantal doden was overdreven. Auschwitz was niet gebouwd met gaskamers ten behoeve van uitroeiing. De Holocaust is een mythe, bedacht door Joden om financiële compensatie voor Israël te krijgen.’

Denial

Omgekeerde bewijslast
Een jaar eerder publiceerde zij ‘Denying the Holocaust’, waarin Lipstadt haar Engelse collega David Irving (Timothy Spall) bestempelde als ontkenner van de Holocaust en zijn geloofwaardigheid als historicus ernstig in twijfel trok. Irving verstoorde een lezing tijdens haar boekpresentatie en klaagde haar en haar uitgeverij Penguin Books in 1996 aan wegens smaad. Het proces dat vier jaar later volgde, werd een belangrijke juridische beproeving op het snijvlak van Holocaust-ontkenning en vrijheid van meningsuiting.

David Irving, die zich eerder associeerde met rechtsextremisten en neonazisme promootte, wil dat het proces wordt gehouden in Engeland. Hier geldt namelijk omgekeerde bewijslast: je moet kunnen aantonen dat wat je schrijft waar is, terwijl volgens het Amerikaanse recht iemand onschuldig is totdat het tegendeel bewezen is. Dat blijkt bij voorbaat een hele kluif, want er is nog nooit een zeer gedegen forensische studie naar de Holocaust gedaan. Wanneer Lipstadt met haar raadsman (Tom Wilkinson) Auschwitz bezoekt, wordt bevestigd hoe lastig het is om bewijs aan te dragen voor de systematische uitroeiing van miljoenen Joden.

Getuigen
Dus wat een fluitje van een cent lijkt, resulteert in een wekenlang proces. Deborah Lipstadt is ver van huis, in een onbekend land met een totaal ander rechtssysteem en moet zich grote moeite getroosten om haar juristen te leren vertrouwen. Het liefst zou ze Irving zelf van repliek dienen, echter haar legertje raadslieden raadt haar ten strengste af om zelf als getuige op te treden, want teveel emotionele betrokkenheid kan de zaak schaden. Het liefst geeft Lipstadt in het proces ook enkele Holocaust-overlevers een stem, maar ook dat zou onverstandig zijn. David Irving zou ze vernederen en belachelijk maken, omdat ze zich niet alle details zouden kunnen herinneren.

Denial

Terwijl buiten het gerechtshof en in de media het tumult toeneemt, is David Irving in zijn element, omdat hij ervan overtuigd is dat zijn opponenten nooit concreet bewijs voor het bestaan van de Holocaust kunnen aantonen. Bovendien weet hij zich aan het eind van het proces plotseling gesteund door de rechter die zich hardop afvraagt hoe je iemand van leugens kunt betichten als die persoon zelf ervan overtuigd is dat iets is zoals hij denkt dat het is, zelfs al is die persoon antisemiet.

Feit of mening
Denial
is deels een rechtbankdrama en deels een portret van een vrouw die onrecht wil uitbannen, maar te maken krijgt met een zeer lastige juridische kwestie. Na een aantal bijrollen (Youth, The Lobster, The Light Between Oceans) en recent een niet onverdienstelijke hoofdrol (Complete Unknown) is Rachel Weisz weer eens alom aanwezig en ouderwets op dreef. In Timothy Spall vindt zij een antagonist die goed is in het neerzetten van grommige botteriken (Mr. Turner).

Het scenario van Engelsman David Hare mag dan minder sterk en meer voorspelbaar zijn dan van zijn toppers The Hours (2002) en The Reader (2008), Denial is geen stugge film vol jargon. Het is eerder een onderhoudend drama voor het grote publiek, in een tijd en wereld waarin de waarheid regelmatig geweld wordt aangedaan. Mensen lezen weleens iets op het internet en nemen dan automatisch aan dat dat waar is. Een mening hebben is prima en vrijheid van meningsuiting een groot goed, maar over feiten kun je nu eenmaal geen mening hebben. Feiten staan vast.
 

1 april 2017

 
MEER RECENSIES

Day Will Come, The

***

recensie The Day Will Come

Terreur in belang van kind

door Cor Oliemeulen

Op het eerste gezicht lijkt The Day Will Come het zoveelste drama waarin een slachtoffer door middel van fantasie de hel probeert te ontvluchten. Maar wie verder kijkt dan de verwachtingsvolle titel ziet een modern Oliver Twist-verhaal met intrigerend plot en sterke vertolkingen.

De Denen hebben het laatste decennium danig van zich laten horen met filmproducties die ver buiten Scandinavië furore maakten. Al voordat hele volksstammen zich lieten vollopen met vooral Amerikaanse tv-series kluisterden fans zich massaal aan het beeldscherm voor de politiereeks The Killing (Forbrydelsen) en het politieke drama Borgen. Zentropa, het productiehuis van regisseur Lars von Trier, bracht voor The Day Will Come een aantal zeer getalenteerde landgenoten bij elkaar.

The Day Will Come

Wreed
We hebben het allemaal al eerder gezien: jongens belanden op last van de staat in een weeshuis of tuchthuis alwaar zij hard, soms onmenselijk wreed, worden aangepakt om later als volwaardige en brave burgers aan de maatschappij te kunnen deelnemen. Maar in het Denemarken van eind jaren 60 waarin jongeren openlijk strijden voor vrede, vrijheid en liefde, kan de generatiekloof bijna niet groter zijn. Degene die zich niet gedraagt of geen ouder heeft die voor hem kan zorgen, loopt kans te belanden in het tehuis van de tirannieke Frederik Heck (Lars Mikkelsen: The Killing, Borgen en later als Russische president in House of Cards). Een idealist van de oude stempel die door middel van keiharde discipline en vernedering heilig gelooft het belang van het kind te dienen.

Als iemand zich niet aan de regels houdt, mag de groep kiezen: óf iedereen wordt gestraft óf iedereen mag de zondaar enkele rake klappen verkopen. Bedplassers moeten buiten in weer en wind in hun onderbroek op een kistje staan net zo lang tot het natte laken, dat ze met gestrekte armen moeten vasthouden, is opgedroogd. Als het hulpje van de directeur met zijn sleutelbos rammelt, moet je pas echt op je tellen passen. En dan is er altijd nog een pedofiele begeleider die ’s nachts een jongetje uit de slaapzaal komt halen en niet vies is van een verkrachting meer of minder.

The Day Will Come

Watertoren als Apollo
The Day Will Come drijft op treurnis en geweld, maar stijgt uit boven clichés en middelmaat. Enerzijds door het sterke scenario van Søren Sveistrup, de bedenker en schrijver van The Killing, die de hoofdpersonages een realistische complexiteit heeft toebedeeld. Anderzijds door de strakke, gedegen regie van Jesper Nielsen, eerder verantwoordelijk voor een aantal afleveringen van Borgen. En dan is er nog Sofie Gråbøl, die in het eerste en derde seizoen van The Killing de eigengereide hoofdinspecteur Sarah Lund speelt. Ditmaal fungeert zij als de nieuwe lerares in het jongenstehuis die met lede ogen moet toezien hoe hier de tijd heeft stilgestaan. Hoewel zij gefrustreerd met de noorderzon vertrekt, blijft de kijker zich vastklampen aan de hoopgevende filmtitel.

Centraal in het drama staan de broertjes Elmer en Erik, in het tehuis geplaatst nadat hun moeder voor behandeling van kanker in het ziekenhuis is opgenomen. De oudste, Erik, is de rebel; Elmer (met klompvoet) de dromer. Met zijn fantasierijke verhalen weet Elmer voor zowel zichzelf als zijn broer en lotgenootjes het alledaagse leed te verzachten. Hij is gefascineerd door de ruimtevaart en wil later astronaut worden. De watertoren op het buitenterrein, mooi van onderaf gefilmd met de maan erboven, geldt als metafoor voor de eerste Amerikaanse Apollo-raket die op het punt staat om op de maan te landen en staat tegelijkertijd symbool voor Elmers drang naar vrijheid en rechtvaardigheid. Terwijl de directeur zowaar op weg is naar een koninklijke onderscheiding, is het aan een nieuwe inspecteur om tot de lamgeslagen jongens door te dringen. Maar dan weet de kijker gelukkig allang dat ooit De Dag Zal Komen.
 

10 maart 2017

 
MEER RECENSIES

Don’t Breathe

****

recensie Don’t Breathe

Happen naar adem

door Suzan Groothuis

Je denkt het ultieme plan bedacht te hebben. Inbreken bij een blinde oude man die over flink wat geld beschikt. O ja, hij is een afgetrainde veteraan en heeft een bloeddorstige waakhond. Ofwel: hoe een makkelijke klus volledig uit de hand loopt.

Een trio jonge dieven is succesvol met inbreken. Dankzij Alex’ vader die bij een bedrijf voor alarmsystemen werkt, komt het drietal gemakkelijk woningen in. Bosje sleutels mee, code kraken en gaan maar. En dan wordt één van hen getipt. Een oude man die alleen woont heeft een slordige 30.000 dollar in contanten liggen. Er is niet veel informatie over hem, buiten het feit dat hij oorlogsveteraan is en zijn dochter is omgekomen tijdens een auto-ongeluk.

Don’t Breath

Verlaten en dichtgetimmerd Detroit
Het drietal is echter verdeeld over deze klus. Money is zelfverzekerd dat het gaat lukken. Makkie toch, inbreken bij een oude man? Rocky staat op het punt haar leven te beteren en met haar jonge zusje haar benarde thuissituatie te ontvluchten. Deze inbraak is haar laatste. Alex is de enige die het niet ziet zitten. Helemaal wanneer het drietal uit voorzorg het huis en zijn bewoner bespiedt en erachter komt dat de man blind is. Een blinde bestelen, dat zit moraal toch niet helemaal goed.

Maar Alex laat zich overhalen door Rocky en zo geschiedde. Goed voorbereid begeeft het trio zich naar het huis in een verlaten, in duisternis gehuld Detroit. Het huis van de man is omringd door leegstand. In de duisternis is de aanblik van de dichtgetimmerde aangrenzende woningen een onheilspellend teken. Maar wat kan er misgaan als je een verdovend hapje hebt voor de hond en narcosegas voor de man?

Eenmaal binnen komt het antwoord al snel: nou, alles. De blinde oude man blijkt niet zo hulpeloos als gedacht. We hebben het namelijk over een afgetrainde, wraakzuchtige oorlogsveteraan. En wie in zijn huis komt zal het bezuren.

Beklemmende rit in minimale setting
Wat volgt is een beklemmende rit. Het drietal moet opboksen tegen een oersterke vent en zijn inmiddels ontwaakte, bloeddorstige hond. Zonder teveel te verraden werkt Don’t Breathe toe naar een zinderende climax, waarbij de kijker meerdere malen op het verkeerde been gezet wordt. Regisseur Fede Alvarez (die eerder al overtuigde met zijn remake van Evil Dead) weet te verrassen met goed ingezette schrikeffecten in een minimale setting.

Don’t Breath

De film speelt zich grotendeels in het huis van de man af, dat aanvoelt als een menselijke val. Denk aan de scène waarin Jodie Foster als Clarice Starling in The Silence of the Lambs in het huis van de seriemoordenaar rondwaart en hij haar met een nachtkijker bespiedt. Of aan Panic Room, waarin (eveneens) Jodie Foster gevangen zit in haar eigen huis, belaagd door inbrekers. In Don’t Breathe zitten de drie jonge inbrekers echter gevangen, met alle gevolgen van dien. Niet de oude man (ijzersterke rol van een doodenge, psychopathische Stephen Lang) maar de inbrekers zijn slachtoffer.

Er zijn eveneens overeenkomsten met het bloederige en claustrofobische Green Room van Jeremy Saulnier, waarin een punkband gevangen zit in een neonazi-skinhead bar.

Don’t Breathe is niet alleen sterk met plotse schrikmomenten, maar laat ook een knap staaltje bloedvergieten zien. Tel daar nog een bloedstollende scène met de waakhond bij op (Cujo verbleekt erbij) en de film doet wat ie belooft: je zit op het puntje van je stoel en je houdt je adem in. Want denk er om, die oude man hoort alles, al ziet ie geen steek.
 

26 september 2016

 
MEER RECENSIES

Daughter, The

***

recensie The Daughter

Drank maakt meer kapot dan je lief is

door Cor Oliemeulen

Soms kun je het verkondigen van de waarheid beter in overleg doen (en zeker niet als je stomdronken bent), vooral wanneer het gaat om een kwetsbaar pubermeisje in haar ontdekkingstocht naar identiteit, liefde, vriendschap en seks.

In de bossen klinken twee geweerschoten. Even later zien we een man met een gewonde wilde eend voor zich op de grond. Hij legt aan voor het genadeschot, maar kan het niet. De man heet Henry Neilson (Geoffrey Rush), telg van een familie van industriëlen die vermogend is geworden met de houtkap. Het kost hem beduidend minder moeite zijn arbeiders op straat te zetten; na meer dan honderd jaar heeft de economische crisis toegeslagen. Henry’s vrouw is ruim vijftien jaar geleden op tragische wijze overleden en nu wil hij trouwen met de veel jongere Anna (Anna Torv) die hij destijds had aangenomen als huishoudster.

The Daughter

Verhoudingen
Plaats van handeling is New South Wales aan de Australische zuidkust in een gebied met verlaten fabrieksterreinen en gekapte bossen, een sfeervol gefilmd decor van het eenvoudige leven in deze kleine gemeenschap. Dat komt spoedig onder druk te staan met de terugkomst van Henry’s zoon Christian (Paul Schneider), die na de dood van zijn moeder jarenlang in Amerika heeft gewoond en met tegenzin binnenkort de geplande bruiloft zal bijwonen. De hernieuwde ontmoeting met zijn oude jeugdvriend Oliver Finch (Ewen Leslie) is ronduit hartelijk. Christian maakt kennis met Olivers innemende echtgenote, de lerares Charlotte (Miranda Otto), puberdochter Hedvig (Odessa Young in haar speelfilmdebuut) en grootvader Walter Finch (Sam Neill).

Het duurt niet lang voordat Christian ontdekt hoe de verhoudingen tussen zijn familie en de familie Finch liggen. De Neilsons genieten een luxe bestaan in hun statige, chique domicilie, terwijl De Finches in alle bescheidenheid leven in een oud, gemoedelijk houten huis. Walter woont in een klein onderkomen naast hun gezin. Hij heeft in de gevangenis gezeten omdat hij de schuld op zich had genomen na een mislukte zwendel met Henry en leeft nu van diens giften. Voordat Anna in beeld was, werkte Charlotte als huishoudster voor Henry, maar zij was om onverklaarbare redenen vertrokken. En aan Hedvig, die samen met Walter gewonde dieren opvangt, maar vooral stoeit met haar hormonen, kleeft een duister familiegeheim, dat op schokkende wijze zal worden onthuld.

The Daughter

Onschuld
De Australische theaterregisseur Simon Stone bracht enkele jaren geleden zijn bewerking van The Wild Duck van Henrik Ibsen op de planken (ook bij Toneelgroep Amsterdam, waar hij sindsdien een graag geziene gastregisseur is). Hij wijzigde de plot op sommige punten, schreef compleet nieuwe dialogen en noemde zijn eerste rolprent heel toepasselijk The Daughter. De wilde eend staat weliswaar ook op het menu in de film, echter de rol van de dochterfiguur staat centraal, als symbool voor het verlies van onschuld.

De opbouw van Stone’s adaptatie is om je vingers bij af te likken en de vertolkingen zijn zeer geloofwaardig. Maar op het cruciale moment – de snelle reeks van dramatische gebeurtenissen en keur van emoties na de openbaring – heeft de regisseur moeite om de intrige qua verteltrant en stijlvorm goed op de rails te houden. Net als je het gevoel hebt in een soap te zijn beland, spoort The Daughter doelgericht naar een onbestemd eindstation.
 

26 augustus 2016

 

Interview met regisseur Simon Stone.

MEER RECENSIES

Dukhtar

**

recensie Dukhtar

Vrouwenmoed in Pakistaanse roadmovie 

door Suzan Groothuis

Dukhtar verhaalt over een meisje dat uitgehuwelijkt wordt aan een rivaliserend stamhoofd. Ze vlucht samen met haar moeder en daar is in dit door mannen gedomineerde land veel moed voor nodig. Wat een spanningsvolle roadmovie had kunnen zijn mondt echter uit in voorspelbare middelmaat.

De beginscène van Dukhtar toont een huishouden waarin de barrière tussen man en vrouw letterlijk zichtbaar is. Een zwarte balk bepaalt het domein van beiden en is daarmee een voorproefje op de dominante positie die mannen innemen in de Pakistaanse maatschappij.

Dukhtar

De film heeft een eenvoudig uitgangspunt: twee rivaliserende stammen willen de strijdbijl begraven. Hun jarenlange vete heeft gezorgd voor dood en verderf en dat moet maar eens afgelopen zijn. Maar er is een prijskaartje: het rivaliserende stamhoofd wil de jonge dochter van zijn rivaal als zijn bruid. En daarmee is een akkoord gesloten.

Geharde maatschappij
Wanneer de moeder van de tienjarige dit te horen krijgt, neemt zij een dapper besluit. Samen met haar dochter ontvlucht ze haar woonplaats. Het doel is nobel, zo blijkt later: haar dochter een toekomst zoals de hare besparen. Achtervolgd door zowel hun eigen familie als de rivaliserende stam worden de twee opgepikt door een sympathieke trucker. Ook hij heeft zich door moeilijkheden heen moeten worstelen om uiteindelijk een plekje in een geharde maatschappij te krijgen. Dus besluit hij moeder en dochter met gevaar voor eigen leven te helpen.

Wat volgt is een roadmovie door het Pakistaanse landschap, waarin debuterend regisseur Afia Nathaniel, tevens verantwoordelijk voor het script én de productie, een suspensevolle sfeer poogt neer te zetten. Het had wat kunnen zijn, een roadmovie door een politiek verscheurd land, waarin vrouwen een ondergeschikte rol hebben en kiezen voor jezelf spelen met je leven is. Dukhtar kiest echter voor de veilige weg en wil vooral toegankelijk zijn met een portie symboliek. Neem het openingsshot, waarin een vrouw in het wit een rustieke rivier bevaart, begeleid door zachte fluitmuziek. Een scène die we later, in een andere context, nog eens terugzien. Of het symbolische verhaal achter een rivier met twee kleuren, een verwijzing naar twee geliefden van rivaliserende stammen.

Dukhtar

Lege heldenmoed
Het geeft Nathaniels film iets zoetsappigs mee – evenals de opzichtig opbloeiende romance tussen de truckbestuurder en de moeder. Daarbij wil de beoogde spanning – weg sprinten door nauwe straatjes, achtervolgingen op de weg en het altijd aanwezige gevaar als je ergens aankomt – maar niet beklijven. Net wanneer die goed ingezet kan worden ontglipt-ie weer en is de dreiging nergens voelbaar. De acteerprestaties tillen het drama ook niet naar een hoger niveau en zijn dankzij de vrij eendimensionale karakters van de drie hoofdpersonen niet meer dan verdienstelijk.

Na het zien van Dukhtar, die opgepikt door filmfestivals de bioscopen langs gaat, beklijft vooral een gevoel van “weer zo’n film”. Een over verscheurde familiebanden, een nijpende politieke situatie en ondergeschiktheid. En bovenal, de moed van de zwakkere partij om tegenwicht te bieden. De film beroept zich dan ook sterk op het veranderen van tradities en het geloof in je eigen moraal.

Het is de voorspelbare weg ernaartoe die teleurstelt. Nathaniel belicht de thema’s wel, maar er mist bezieling en overtuiging. Daarmee komen noch haar film noch haar personages tot leven en voelt de film aan als een lege kijkervaring. Wat blijft hangen is het prominente kleurgebruik, zoals de rijkelijk versierde truck waarmee moeder en dochter heimelijk vervoerd worden, de knallende feestkleuren in het muzikale Lahore en de beelden van het uitgestrekte landschap. Hoe kleurrijk ook, het redt Dukhtar niet van de middenmoot.
 

8 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Demolition

***

recensie  Demolition

Frivool schouwspel over rouw

door Damian Uphoff

Vaak stuit je in films over rouwverwerking op een overdosis pathetiek. Hoe anders is dat in Demolition. Een buitenissige film waarin lichtvoetigheid de boventoon voert, ondanks het loodzware thema.

Regisseur Jean-Marc Vallée is aardig op dreef de laatste jaren. Waar zijn voor zes Oscars genomineerde Dallas Buyers Club en het eveneens gelauwerde Wild drama’s pur sang zijn, is Demolition een komedie. Dit genre is geen onbekend terrein voor de Canadese regisseur: met C.R.A.Z.Y. waagde hij zich er eerder aan, maar een komische film over rouwverwerking is geen courant verschijnsel.

Demolition

Stille rouw
Niet enkel Vallée bevestigt zijn talent met Demolition, ook Jake Gyllenhaal laat na een aantal ijzersterke prestaties (Nightcrawler en Enemy) weer zien wat hij in zijn mars heeft. In Demolition vertolkt hij de rol van Davis: een jonge bankier wiens vrouw Julia het loodje legt in een auto-ongeluk. Davis reageert echter lethargisch op het ongeluk, ogenschijnlijk scheelt het hem weinig. Toch verandert er iets in hem. Hij let op details die hem voorheen niet opvielen en gedraagt zich vreemd en impulsief. Niet iedereen reageert natuurlijk hetzelfde op zo’n tragische gebeurtenis. Sommigen uiten hun rouw expressief, bij anderen verloopt het rouwproces in stilte en duurt het even voordat de pijn écht doordringt.

Davis behoort overduidelijk tot de laatste categorie. Waar iedereen rondom Davis in diepe tristesse raakt door Julia’s dood, heeft onze bankier andere prioriteiten. Vanwege een defect in een snoepautomaat schrijft hij talloze brieven naar een automatenbedrijf. Karen, vertegenwoordigster van de klantenservice, raakt geëmotioneerd door de brieven waarin Davis zijn hele privéleven openbaart. Wat volgt is een merkwaardige vriendschap tussen de twee die samen een nieuw leven op proberen te bouwen.

Uitzinnig
Die vriendschap gaat niet zonder hilariteit gepaard. De humor in Demolition is droog, speels, en een tikkeltje uitzinnig. Vooral Gyllenhaal excelleert als laconieke droogkloot. Zo begeeft hij zich dansend en zingend door drukke straten en haalt hij capriolen uit met Karen’s zoon. Gyllenhaal is overigens niet de enige wiens personage wat eigenaardig is, want ook Karen (Naomi Watts), die de ganse dag aan de cannabis zit, en haar zoon (Judah Lewis), die worstelt met zijn geaardheid, zijn lekker labiele figuren.

Demolition

Davis’ metamorfose van afgeborstelde bankier tot extravagante bon vivant valt te duiden als zijn manier om rouw te verwerken. Opvallend hierbij is zijn drang naar destructie. Dingen die hem aan zijn vrouw, zijn oude leven doen denken vernietigt of verdringt hij. Samen met Karen’s zoon slaat hij bijvoorbeeld zijn oude huis kort en klein. Aldus de titel ‘Demolition ’.

Concessies
Dat Davis’ verwerkmethodes niet helpen blijkt tijdens zijn uiteindelijke bewustwording. De lichtvoetigheid moet even plaats maken voor zwaarmoedigheid, en daar doet de film zich wat mee tekort. Je zit al te wachten op het moment waarop Davis dan eindelijk emotioneel instort en als Vallée vervolgens braaf beantwoordt aan de verwachtingen van de kijker kun je dat als een zwaktebod beschouwen. Gelukkig weten de vele komische vondsten en vooral het spel van Gyllenhaal hun stempel op deze film te drukken.

 

9 april 2016

 

 

MEER RECENSIES

 

Dust in the Wind

***

recensies  A Time to Live and a Time do Die + Dust in the Wind

Slaapverwekkend mooi

door Cor Oliemeulen

De Iraanse cineast Abbas Kiarostami zei ooit in een interview dat hij het liefst films kijkt waarbij hij zich goed kan ontspannen en in slaap kan vallen. Hij zal dan met genoegen de opgroeitrilogie van zijn Taiwanese collega Hsiao-Hsien Hou hebben beleefd.  

Het tweede en derde deel van dit drieluik – respectievelijk A Time to Live and a Time do Die (Tong nien wang shi, 1985) en Dust in the Wind (Lian lian feng chen, 1987) – beleven een re-release een week voor de Nederlandse première van het spirituele martial arts-drama The Assassin, dat dit jaar de Gouden Palm in Cannes veroverde. We bespreken beide films in deze recensie.

A Time to Live and the Time do Die

Indringende, maar afstandelijke familiekroniek
A Time to Live and a Time do Die is gebaseerd op de jeugd van regisseur Hsiao-Hsien Hou en doet denken aan de humanistische documentairestijl van de Indiase regisseur Satyajit Ray en de beschouwing van families van de Japanse cineast Yasujiro Ozu. In lange shots portretteert Hou een gezin dat in 1947 het Chinese vasteland verruilt voor een dorp op Taiwan en door de communistische revolutie van Mao niet meer kon terugkeren.

In een tijdbestek van achttien jaar volgen we het leven van Ah-ha (de regisseur) en zijn ouders, drie broers, zijn zus en zijn oma. Op de momenten dat de kleine jongen zich niet bezighoudt met kattenkwaad, hangt hij rond met leeftijdsgenootjes of wandelt hij met zijn verwarde oma naar een brug, want zij denkt dat zij terug kan naar haar geboorteland China. Later zien we de ontworteling van Ah-ha en het verlies van zijn kinderlijke onschuld als hij zich heeft ontpopt als een kleine crimineel. Het drama springt abrupt in de tijd en doet soms wat gedateerd aan, maar heeft ontegenzeggelijk nostalgische trekken en toont een periode en samenleving waarin gejaagdheid nog niet leek te bestaan.

Dat zien we in het simpele leven van alledag (Ah-ha gaat weer eens in bad) met traditionele opvattingen (de dochter kan zich liever richten op koken dan op studeren) dat wordt afgewisseld met de dood en de emoties die hiermee gepaard gaan. Waarmee het ambivalente karakter van deze familiekroniek is samengevat: de camera blijft altijd op afstand en identificeren met de personages is lastig.

Als vader plotseling overlijdt (hij bleek tuberculose te hebben, wat postuum de distantie tot zijn kinderen verklaart) is het hartverscheurende geschrei van zijn vrouw indringend, maar gereserveerd, in beeld gebracht. En als uiteindelijk de grootmoeder sterft, en de camera in geuren en kleuren registreert op welke fysiologisch onsmakelijke manier dat is gebeurd, is de lauwe reactie van de familieleden moeilijk te doorgronden. Echter dat maakt A Time to Live and the Time do Die niet minder oprecht en realistisch.

Dust in the Wind

Traditioneel leven in Taiwan
Dust in the Wind is volgens dezelfde technisch knappe cinematografische ideeën gemaakt. Het traditionele leven in Taiwan trekt in lange statische camerashots, vaak met een diepe focus, aan het oog van de toeschouwer voorbij. We volgen de jongen Ah-yuan, die na zijn schooldiploma zijn vriendin Ah-yun in het dorp achterlaat om te gaan werken in de hoofdstad Tapei. Een jaar later voegt zij zich bij hem en proberen ze genoeg geld te verdienen om te kunnen trouwen. Maar dan moet Ah-yuan in het leger en rijst de vraag of Ah-yun kan wachten op zijn terugkomst.

De afsluiting van deze trilogie voelt door het speelse karakter en de sporadische humor wat losser aan dan A Time to Live and the Time do Die, maar de beschouwing is even afgemeten en hiermee het inlevingsvermogen lastiger, zoals je vaker in Chinese films ervaart. Naast het visuele aspect besteedt Hou veel aandacht aan de geluidsband: omgevingsgeluiden staan centraal en slechts af en toe hoor je wat korte klanken van een akoestische gitaar om de scènes aan elkaar te rijgen. Samen met Ay-yun tellen we tergend langzaam de dagen af.

De in het westen veel geroemde opgroeitrilogie van Hsiao-Hsien Hou vormt de opmaat van zijn trilogie die de enerverende geschiedenis van Taiwan centraal stelt. Het eerste drama in de reeks, A City of Sadness (Bei qing cheng shi, 1989), mag dan wel op dezelfde authentieke leest zijn geschoeid, de spoedige overgang van de Japanse naar de Chinese onderdrukking levert in ieder geval meer actie op dan in de vorige drie films samen. Dat neemt niet weg dat Hou’s originele filmpoëzie van A Time to Live and a Time do Die  en Dust in the Wind slaapverwekkend mooi is.

 

12 februari 2016

 

MEER RECENSIES