Herederos, Los

***
IFFR Unleashed – 2009: Los herederos
Kinderen klagen niet

door Cor Oliemeulen

In deze tijd van verplichte social distancing zou je bijna verlangen naar het ouderwetse leven in de ongerepte natuur waar een virus nauwelijks kans heeft. Ook een mooi moment voor kinderen om hun mobieltje en andere gadgets in te ruilen voor gereedschap en wapperende handen om zich nuttig voor de gemeenschap te maken. Of toch niet?

De Mexicaanse documentairemaker Eugenio Polgovsky maakte in 2016 zijn vierde en laatste documentaire Resurrección voordat hij een jaar later op 40-jarige leeftijd in Londen overleed. Genoemde film gaat over dorpsbewoners die te maken krijgen met de gevolgen van een vervuilde rivier. Tijdens zijn korte loopbaan veranderde Polgovsky in eigen land de manier waarop men naar documentaires keek. Op sociaal-realistische, humane en poëtische wijze registreerde hij het leven van de arme bevolking van Mexico tegen de achtergrond van de ongereptheid van de natuur, die zich weliswaar steeds vaker kwetsbaar toont door inmenging van mensen van buiten.

Los herederos

Verwachtingspatroon
Tijdens het IFFR van 2005 draaide zijn filmdebuut Tropico de cancer, met een portret van Mexicanen in een woestijn die voorzien in hun levensonderhoud door exotische dieren langs de snelweg te verkopen. Drie jaar later trakteerde Polgovsky het IFFR-publiek op Los herederos (De erfgenamen) over het leven en de strubbelingen van Mexicaanse kinderen in de bergen. Zij bestendigen de traditie van hun (voor)ouders die werken op het land en niet naar school gaan.

Los herederos begint met een lieflijk slaapliedje. Later blijkt dat veel kinderen geen slaapliedje nodig hebben na een lange dag hard werken op het land. Natuurlijk hebben de kinderen ook lol, getuige de eerste beelden van kleine jochies die door de bossen naar een riviertje rennen en de laatste beelden van piepjonge arbeidertjes die met elkaar ravotten en met dieren spelen. In de tussentijd lijkt er geen enkele ruimte voor ontspanning, maar doen zij ongevraagd wat van hen wordt verwacht.

Plakbandje
De stenen huisjes zijn armoedig en dat heeft niets te maken met het feit dat ook kinderen de stenen hebben gekapt en met behulp van een raster lemen vloertegels leggen. Zelfs de allerkleinsten helpen mee met water dragen, hout sprokkelen en in feite alle werkzaamheden die normaliter door volwassenen worden uitgevoerd. Terwijl vader met koe en ploeg gleuven in de grond trekt, moet een meisje van pakweg vier jaar daarin boontjes gooien om die steeds met een korte voetbeweging met zand te bedekken.

Los herederos

Los herederos is een betrokken en oprechte registratie (bijna zonder woorden) van kinderarbeid in een regio waar de tijd heeft stilgestaan. De aanvankelijke romantiek van leven in en met de natuur, ambachtelijke nijverheid en zelfvoorzienend zijn, maakt plaats voor het plukken van groenten en fruit (we zien een close-up van iemand die een stopwatch indrukt en op een vel papier de verrichtingen noteert) op grote velden, waarnaar de kinderen bijna elke dag met trucks worden vervoerd en waar ze als lunch afgekeurde tomaten eten.

Sommige kinderen maken houten beeldjes die later aan toeristen zullen worden verkocht. Het fragment van een jongetje, net drie turven hoog, dat met een kapmes in vlot tempo hout snijdt, is veelzeggend. Terwijl het blanke hout rood kleurt omdat hij per ongeluk een klein topje van zijn wijsvinger heeft afgesneden, pakt hij een plakbandje en werkt gewoon door. In deze contreien hoor je niemand klagen.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

21 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Limite

****
IFFR Unleashed – 2008: Limite
Beklemmende nabijheid van de zee

door Paul Rübsaam

Drie uitgeputte mensen in een roeiboot op volle zee. Met ongebreideld camerawerk, ingenieuze montages en eigenzinnige kadreringen vertelt het zwijgende Limite (1931) van de Braziliaanse regisseur Mário Peixoto ons over hun voorafgaande levens en de begrenzingen van het menselijk bestaan.

Twee vrouwen en een man in een roeiboot. De man zit middenin, op de plaats aan de riemen. Voorin zit een vrouw in lichtgekleurde, zomerse kleding. Soms draait ze zich naar de man toe. Dan weer laat ze hem haar rug zien. De vrouw in het zwart aan de andere kant van de boot ligt plat op haar rug, met haar ogen vaak dicht.

Limite

Ze nuttigen hun schaarse voedsel, kijken naar de lucht, naar het bootje en eindeloos naar de zee. Hun noodlot is kortstondig noch afwisselend, waarmee de openingsscènes van Limite eerder bij uitstek realistisch dan surrealistisch zijn. Al zullen we de context van het tafereel niet langs lineaire weg leren kennen.

Begrenzing en sleur
Een stroom van het associatievermogen van de kijker prikkelende beelden, afgewisseld met scènes in de roeiboot, leren ons dat de vrouw voorin (Olga Breno) een ontsnapte gevangene is. Als werknemer in een naaiatelier vond ze echter weinig vrijheid. De man (Raul Schnoor), die in de boot vergeefs probeert twee stukjes hout aan elkaar te passen, had blijkbaar een liefdesaffaire met de vrouw van een ander (een rolletje van Peixoto zelf). De vrouw in het zwart (Taciana Rey) ging gebukt onder een zorgelijk huwelijk met een uitgebluste pianist die zwijgende speelfilms muzikaal begeleidt.

Maar in plaats van op de geijkte manier getuige te zijn van de belangrijkste gebeurtenissen in de drie levens zien we bijvoorbeeld het beeld van een draaiend treinwiel dat overvloeit in dat van het wiel van een naaimachine, waarmee de ogenschijnlijke vrijheid die een reis kan bieden, wordt ingewisseld voor de benauwenis van een naaiatelier in een souterrain. Een klosje garen, een meetlint en een schaar symboliseren daar in close-up gefilmd eindigheid, begrenzing en beperking.

Of beelden van de filmpianist de iedere avond zijn bladmuziek, zijn hoed en zijn jas op een stoel werpt, alvorens hij achter de piano plaatsneemt. We zien de stoel, wat daarop terecht komt en even zijn hand die de bewegingen uitvoert. Maar van hemzelf slechts een schaduw. Alsof hij veroordeeld is tot een schaduwbestaan, tot een leven dat gekenmerkt wordt door sleur of op zijn best een cyclisch karakter heeft.

Ruïne en voetafdrukken
Als de beelden zich rond het levensverhaal van de man in de boot beginnen te bewegen, vloeit het beeld van een boom over in dat van een telegraafpaal, teken van beschaving en communicatie. Al snel volgen echter impressies van een huis dat in een ruïne verandert, waar vervolgens weer planten uitgroeien. Het verval van de menselijke betrekkingen krijgt gestalte en tevens de kringloop waarbij de natuur de menselijke bouwsels weer in zich opneemt.

Regelmatig filmt cameraman Edgar Brazil vanuit lage camerastandpunten voeten, schoeisel, voetstappen en voetafdrukken, als schakels tussen de mens en de aarde, waar hij (zij) slechts tijdelijk op verblijft. Als de nabijheid van de zee gaandeweg meer nadruk krijgt (de film is opgenomen op locaties aan de kust ten zuiden van Rio de Janeiro), vaagt het zeewater voetafdrukken van het strand. De lange straten die de personages af moeten lopen, maken plaats voor strandwegen, een huis in een straat voor een strandhuis of een boot. Het lot van de personages is het lot van de mens in het algemeen. De door het zonlicht fonkelende, soms kalme, soms onstuimige zee biedt een vluchtroute, maar is ook een natuurlijke grens en een eindbestemming.

Limite

Niet netjes, toch bescheiden
De carrière van de cineast Peixoto, tevens romancier en dichter, kende zelf de nodige beperkingen. Limite, geïnspireerd op een foto van een vrouw met de geboeide handen van een man rond haar hals die Peixoto in Parijs zag, is de enige speelfilm die hij voltooide. De film werd eerst uit de roulatie genomen en bleek later zodanig beschadigd te zijn dat hij zonder restauraties, die weer veel later plaatsvonden, niet vertoond kon worden.

Ondertussen ondernam Peixoto zelf het nodige om zijn film onder de aandacht te brengen. Zo beweerde hij dat deze het werk was van de Russische cineast Valery Pudovkin en ondertekende hij een door hem zelf geschreven lovend artikel erover met de naam van Sergei Eisenstein. Niet zo netjes, maar eigenlijk ook te bescheiden. Met de ritmiek van zijn wuivende, golvende, dan weer aardse, door muziek van onder andere Igor Stravinsky en Erik Satie ondersteunde beeldmontages weet Peixoto de Russen zeker te evenaren. En van slaafse nabootsing kan hij niet beticht worden, vanwege de eigen, Caribische sfeer van zijn beelden.

Toen Limite voor het eerst de bioscopen aandeed, had de geluidsfilm al zijn intrede gedaan. In ongeveer diezelfde tijd (1932) noteerde de Duits-joodse taalkundige en filmliefhebber Victor Klemperer (1881-1960) in zijn onlangs verschenen Kinotagebuch ‘Licht un Schatten’: ”Stummer Film ist Kunst für sich, Tonfilm is schlechter Ersatz des Theaters.” Onberedeneerde angst voor de talkies speelde bij die observatie van Klemperer wellicht een rol. Toch ga je door Limite beter begrijpen wat hij bedoelde.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

20 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Movies that Matter 2021 – Finale

Movies that Matter 2021 – Finale:
Van gewelddadige Kroatische agenten tot een parelkettingteef

door Jochum de Graaf

Met besprekingen van drie zeer confronterende films sluiten we ons verslag van het online Movies that Matter Festival 2021 af. Minderjarige jongens op de vlucht, slachtoffers van de dictatuur in Oezbekistan en de eeuwige strijd tussen guerrillabeweging Farc en de overheid van Columbia.

 

Shadow Game

Shadow Game – Minderjarige jongens op de vlucht
Ze heten Durrab, SK, Faiz, Jano en Shiro, Mohammed, Mo, Fouad, Yaseen, Mustafa en zijn respectievelijk 16, 15, 17, 18 en 18, 14, 17, 15, 17 en komen uit Soedan, Afghanistan, Irak, Syrië, Iran. Jongens zijn het, minderjarige, alleenstaande jongens, op de vlucht uit hun verre vaderland, zonder uitzondering op zoek naar een beter leven in Europa, Duitsland, Italië, Engeland en ook Nederland. Drie jaar lang volgden de regisseurs Eefje Blankevoort en Els van Driel (De Deal) de jongens op hun barre tocht door Europa, een deel van het materiaal werd door hen zelf op hun mobieltjes gefilmd.

Shadow Game laat het ‘spel’ zien, zoals de jongens het noemen, voorbij de Middellandse Zee vanaf Lesbos of vanuit Ventimiglia is het oversteken van iedere grens een ‘game’, ze moeten gewelddadige grenswachters ontwijken, maar ook wilde dieren of een uit de Balkanoorlog overgebleven mijnenveld. Ze verstoppen zich in en onder treinen, klimmen in vrachtauto’s. Soms moeten ze rivieren oversteken, terwijl ze nauwelijks kunnen zwemmen. En ze moeten lopen, vooral veel lopen. Dagenlang. Over bergen, door dichtbegroeide bossen, door verkeerstunnels, door sneeuw. Eindeloze voettochten. Als de jongens uiteindelijk alle hobbels hebben genomen en het gewenste land hebben bereikt dan hebben ze ‘het spel’ gewonnen.

Zo maken we kennis met Mustafa die door Kroatische agenten met elektroshocks is afgetuigd. Vijftig keer probeerde hij het land binnen te komen. Vijftig keer, iedere keer werd hij afgeranseld en teruggestuurd. En dan toch doorzetten. En kijk eens naar SK die midden in de winter een keer werd gedwongen zich uit te kleden en door een rivier te waden. Hij heeft al 5.000 kilometer gelopen en nog 1.200 te gaan, naar Italië.

In het begin denk je het verhaal wel te kennen, want hoe vaak hebben we niet al die ontberingen gezien, de opstoppingen bij de grenzen, de tijdelijke kampementen met hun vuilnis en uitwerpselen, alle trucjes waarmee vluchtelingen de grenzen proberen over te komen. Misschien zijn we zo langzamerhand een beetje afgestompt, maar gaandeweg kruipen de beelden en gebeurtenissen in Shadow Game toch langzaam maar zeker onder je huid. Het laat ons een wereld zien, een ‘schaduw’ van de onze, waarvan je het bestaan wel vermoedt, maar die je nooit zo indringend en confronterend op je netvlies kreeg.

Online te zien woensdag 21 april 20.00 uur.

 

Only the Devil Lives Without Hope

Only the Devil Lives Without Hope – Slachtoffers dictatuur Oezbekistan
Ergens in de film zegt Dilobar “Dilya” Choedajberganova: ‘Ik heb mijn leven gewijd aan het onthullen van het ware gezicht van het regime’. Dat regime is de dictatuur van Islam Karimov, de dictator van Oezbekistan, een van de relatief onbekende Sovjetrepublieken in Centraal-Azië met een grote moslimbevolking, die na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 zelfstandig werden. De eerste jaren werd de gematigde islam-achtergrond nog enigszins gecultiveerd. Toen eind jaren negentig een reeks terreuraanslagen gepleegd werd, veranderde het in een uiterst repressief regime dat zijn macht handhaafde door breideling van de pers, het vastzetten en martelen van de oppositie.

Een van de slachtoffers van het regime is Dilya’s broer, Iskandar Choedajberganov, die na een serie bomaanslagen in Tasjkent in 1999 wordt opgepakt en ter dood veroordeeld. Nadat Karimov de doodstraf afschaft heeft, belandt hij in de beruchte Jaslyk-gevangenis diep in de dorre woestijn in het noordwesten van het land, waar geen bezoek is toegestaan en marteling aan de orde van de dag is.

We volgen Dilya, uitgeweken in ballingschap naar Zweden, die jaren niets van haar broer te horen krijgt en toch niet aflaat om iedere snipper aan informatie naar boven te halen, alle journalisten aanschrijft die ooit een rechtszaak in Oezbekistan hebben gevolgd, contact zoekt met alle ex-gevangenen die ook al is het maar een korte tijd en in een heel andere vleugel van de gevangenis hebben gezeten, uitgebreid met de diverse advocaten spreekt, zeer actief wordt in de internationale Oezbeekse oppositiebeweging. Maar ondanks dat een reeks internationale organisaties waaronder Amnesty zich voor zijn vrijlating inzetten, gebeurt er jarenlang niets.

Dilya denkt in Anvar, een andere Oezbeek in ballingschap, een bondgenoot te hebben gevonden, trouwt met hem, ze krijgen kinderen. Maar al snel blijkt hij allerlei geheime transacties uit te voeren, een infiltrant van het regime te zijn. Hij slaat haar, ze scheiden, hij probeert zich weer met haar te verzoenen.

Toch Dilya blijft hoop houden, de titel van de film, een oud Oezbeeks gezegde, herhaalt ze keer op keer, het wordt een soort mantra. Wanneer september 2016 Karimov aan een hartaanval sterft, flakkert de hoop extra op, maar het duurt nog tot augustus 2019 voordat aangekondigd wordt dat Iskandar zal worden vrijgelaten.

Only the Devil Lives Without Hope is aangekondigd als een spannend thrillerachtig verhaal, maar het is eerder melancholisch van opzet, een onderzoekende documentaire. Behalve een politieke geschiedenis van Oezbekistan sinds de val van de Sovjet-Unie, laat het ook een universeel verhaal van liefde zien, van volharding en van uiteindelijk beloning van de strijd tegen een totalitair regime.

Niet meer te zien.

 

Colombia in My Arms

Colombia in My Arms – Onderhandelen met de Farc
Het vredesakkoord dat in 2016 tussen guerrillabeweging Farc en de Colombiaanse regering gesloten, zou een eind maken aan 53 jaar durende lange bittere burgeroorlog. In ruil voor gedeeltelijke amnestie zou de Farc de wapens neerleggen en mocht ze met een eigen politieke partij meedoen aan de verkiezingen. Toenmalig president Juan Manuel Santos kreeg er de Nobelprijs voor de Vrede voor.

Na aanvankelijk groot enthousiasme in binnen- en buitenland werd het akkoord per referendum aan de Colombiaanse bevolking voorgelegd en met een miniem verschil verworpen. Er moest opnieuw onderhandeld worden en met hangen en wurgen werd de wetgeving vlak voor de presidentsverkiezingen van maart 2018 door het congres geloodst. Het akkoord bleef fel omstreden en de kandidaten hadden maar weinig stemmen te winnen met openlijke steun, zoals ik bij de ontwikkeling van de Candidater, Colombiaanse Stemwijzer, van nabij mocht meemaken.

Colombia in My Arms laat de uitwerking van het akkoord zien, de kant van de Farc met de voorbereiding op de ontwapening, hoe de coca-plantages – de financiering van de guerrillastrijd – worden platgespoten, de lange mars vanuit het oerwoud naar de burgermaatschappij. Met daar tegenover de blanke Spaans-koloniale elite die keihard vast blijft houden aan de macht.

Naast de fijn dubbelzinnige titel is de docu mooi gemaakt, prachtige beelden van de overweldigende natuur, het oerwoud waar de Farc zich al die jaren schuil kon houden. De Finse regisseurs openen met een lang shot van een Farc-soldaat die zijn semiautomatisch geweer oppoetst en van zijn liefde voor zijn wapen getuigt. Bijzonder ook de scène van de gewezen revolutionair die aan zijn sceptische achterban uitlegt dat het toch goed is dat ze de wapens neer gaan leggen en door hun bevolkingsaantal de grote kans op parlementaire macht niet voorbij moeten laten gaan.

Het portret van de oerconservatieve elite, mag er ook wezen. De half dronken landjonker die op zijn haciënda bij de open haard zijn zwarte bediende nog eens beveelt de whisky bij te schenken. Het arrogant triomfantelijke vrouwelijke parlementslid, type parelkettingteef, die na een gewonnen stemming luidkeels uit blijft kraaien dat de revolutionairen nooit maar dan ook nooit aan de macht zullen komen. Maar Colombia in My Arms komt uiteindelijk niet veel verder dan een aan de oppervlakte blijvende registratie die je ook in een uitgebreide tv-reportage kunt verwachten.

Niet meer te zien.
 

20 april 2021

 

Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida
Movies that Matter 2021 – Advocaten zelf slachtoffer
Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap
Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés
Movies that Matter 2021 – Finale

 

MEER FILMFESTIVAL

Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés

Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés:
Verrader of vrijheidsstrijder?

door Jochum de Graaf

Het Movies that Matter Festival wordt dit jaar online gehouden (lees hier hoe alles werkt) van 16 tot en met 25 april met dertig premières en een aantal verdiepingsprogramma’s. De Algerijnse oorlog (1954-1962) is een zwarte vlek in de Franse geschiedenis, een periode waarin de staat zijn toevlucht nam tot moorden en willekeurig geweld tegen Algerijnen.

Tijdens die oorlog was Fernand Iveton was een van de weinige zogenaamde pieds noirs, Algerijnen van Franse of andere Europese komaf, die zich aan de kant van de onafhankelijkheidsstrijd schaarden. Vanwege het plaatsen van een bom (die voor ontploffing werd ontdekt) in de elektriciteitsfabriek waar hij werkte, zonder slachtoffers te willen maken, werd hij in 1956 opgepakt, ter dood veroordeeld en onder de guillotine onthoofd.

De nos frères blessés

Hartstochtelijke liefde
De nos frères blessés is gebaseerd op het gelijknamige boek van Andras Joseph, dat in 2016 met de prestigieuze Prix Goncourt werd bekroond. Met subtiele wisselingen van tijd en perspectief en een mooi sepia van jaren vijftig-kleuren brengt regisseur Hélier Cisterne het drama indringend in beeld. De daad van Iveton, zijn veroordeling en de voltrekking van het vonnis mogen dan een grote rol vervullen, de hartstochtelijke liefde tussen Fernand (Vincent Lacoste: Journal d’une femme de chambre) en zijn vrouw Hélène (Vicky Krieps: Phantom Thread) vormt het hart van de film.

Ze ontmoeten elkaar op een dansavond in Parijs, waar Hélène, een uit Polen afkomstige zelfstandige en alleenstaande moeder, danig onder de indruk raakt van de danskwaliteiten van Fernand, korte tijd over uit Algiers. Ze vormen niet de meest voor de hand liggende combinatie, onderweg naar haar huis raken ze in een verhitte discussie over het communisme. Voor Fernand met zijn ervaringen in thuisland Algerije staat dat gelijk aan verzet. Hélène stelt het als Poolse immigrante echter gelijk met onderdrukking. Ondanks hun grote verschillen worden ze smoorverliefd, zozeer dat Hélène Fernand volgt naar Algerije met haar puberzoon.

De nos frères blessés

Gevecht voor zijn leven
Terwijl ze samen een nieuw leven opbouwen, wordt Fernands betrokkenheid bij het (gewapende) verzet in Algerije steeds sterker. Wanneer hij opgepakt wordt, komt hun nog prille geluk volledig op zijn kop te staan. Hélène is plotseling de vrouw van een ‘verrader’ geworden, ze weigert Fernand aan zijn lot over te laten en gaat met allerlei acties, petities, amnestieaanvragen het uiteindelijk vergeefse gevecht aan voor zijn leven. Daarmee is Hélène net zo goed hoofdpersoon als Fernand, niet zozeer als ‘sterke vrouw achter de man’, maar veeleer als iemand die resoluut naast hem gaat staan.

Bijzonder perspectief krijgt de film met het openingscitaat van de voormalige Franse president François Mitterrand: “Algerije is Frankrijk. En wie van jullie zou er niet alles aan doen om Frankrijk te beschermen?”. Op de aftiteling lezen we dat hij als minister van justitie verantwoordelijk was voor niet minder dan 45 executies, allemaal Algerijnse onafhankelijkheidsstrijders. Op één na: Fernand Iveton. Dat maakt van De nos frères blessés een nauw verholen aanklacht tegen de man die tegenwoordig wordt beschouwd als een van Europa’s belangrijkste staatslieden van de 20ste eeuw.

Online te zien dinsdag 20 april 17.00 uur en zaterdag 24 april 01.00 uur.

 

19 april 2021

 

Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida
Movies that Matter 2021 – Advocaten zelf slachtoffer
Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap
Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés
Movies that Matter 2021 – Finale

 
MEER FILMFESTIVAL

Red Road

****
IFFR Unleashed – 2007: Red Road
De nieuwe Schotse hooglanden

door Tim Bouwhuis

Red Road opent met het alziend oog van de hoofdpersoon en een overweldigende wand van videoschermen. De beelden van bewakingscamera’s bieden Jackie, hun voornaamste toeschouwer, de illusie van controle. De grip op haar eigen leven blijkt zij in een vroeger stadium te zijn kwijtgeraakt.

Met een bedrieglijk eenvoudig uitgangspunt creëert debuterend regisseuse Andrea Arnold (Fish Tank, Wuthering Heights, American Honey) een gespiegelde wereld voor haar getroebleerde hoofdpersoon. Als de baan van Jackie (Kate Dickie) model moet staan voor de moderne farce van zekerheid en overzicht door surveillance, gedraagt Jackie zich zelf juist in alle opzichten onberekenbaar. Alsof ze het levende bewijs is dat alomtegenwoordige camera’s de mens niet kunnen temmen.

Red Road

Jackie’s belangrijkste taak bestaat eruit contact op te nemen met de surveillancediensten in de omgeving als ze iets verdachts observeert. Dat gaat al snel mis. Een man lijkt zich op te dringen aan een dame in wat vervolgens een seksuele ontmoeting met wederzijds goedkeuren blijkt te zijn. Bij de belangrijkste observatie van de film liegen de beelden niet. Jackie herkent een man (Tony Curran) die iets in haar losmaakt; verwarring, obsessie, ingehouden agressie. Ze ontpopt zich tot zijn schaduw.

Tussen agressie en passie
Het siert Arnold dat ze zich niet haast te verduidelijken waarom haar hoofdpersoon zo’n fascinatie ontwikkelt voor een man die Jackie op zijn beurt helemaal niet lijkt te (her)kennen. Kijkers worden zo onherroepelijk deelgenoot van Jackie’s onevenwichtige gedrag – schipperend tussen agressie en passie – en kunnen moeilijker ontsnappen aan de door trauma aangedreven zweem van desoriëntatie die zich van haar meester heeft gemaakt. Het loshandige camerawerk, dat de zintuiglijke ervaring benadrukt en uitvergroot, draagt hier nog eens extra aan bij.

Red Road werd ontwikkeld als de opener van een destijds beoogd drieluik, getiteld The Advance Party (de derde film werd uiteindelijk nooit gemaakt), dat schatplichtig moest zijn aan de Deense Dogma-stroming van de jaren negentig. De films moesten verschillende regisseurs hebben maar voortborduren op dezelfde personages, die waren geschreven door de Deense filmmakers en scenaristen Lone Scherfig (An Education) en Anders Thomas Jensen (Adam’s Apples, Riders of Justice).

Red Road

Stijlkenmerken
Het is wellicht tekenend dat ondergetekende er pas na het kijken achter kwam dat deze productie gebaseerd was op een overkoepelend conceptueel project met een dergelijke voorgeschiedenis. Zo voelt
Red Road nooit aan als een geïnstrueerd drama of een stellig vormexperiment, ook al leunt Arnold wel degelijk op stijlkenmerken (geen externe belichting, het eerder genoemde handheld camerawerk) die door Dogma 95 werden gepropageerd. Telkens overheerst de indruk van levensechte personages, zoals die bijvoorbeeld ook terug te vinden zijn in het vroege werk van de Schotse Lynne Ramsay (Ratcatcher, Morvern Callar). Dickie is compleet geloofwaardig in haar hoofdrol.

Het grauwe aanzicht van de film is passend voor een verloederd deel van Glasgow, waar zogeheten ‘high-rise’ flats (die referenties naar J.G. Ballard’s gelijknamige roman uit 1975 – verfilmd door Ben Wheatley – oproepen) als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten. Verwacht hier alleen geen decadente etages die speciaal voor de allerrijksten van alle gemakken zijn voorzien. Een groezelige lift leidt in Red Road naar het appartement van de schim uit Jackie’s verleden. Een schrijnende sociaaleconomische oplossing voor een vastgesteld woningtekort, en kennelijk ook de enige plaats waar Jackie kan afrekenen met het trauma dat ze met zich meedraagt.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

19 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Korte films: 1993, 1999 en 2011

IFFR Unleashed – Korte films: 1993, 1999 en 2011
Portretten van een plaats

door Michel Rensen

Net als tijdens het festival besteedt IFFR ook tijdens haar online viering van het 50-jarig bestaan aandacht aan korte films. In dit eerste deel van een tweeluik bespreken we drie films waarin de locatie een belangrijk narratief element is.

 

Dichter bij de zee

1993 – Dichter bij de zee
Geschel van de meeuwen is alom aanwezig. In de schaduw van de hoogovens bij IJmuiden rijst elke zomer een klein dorp van houten vakantiehuisjes uit het zand. Dichter bij de zee schetst een portret van een vergane gemeenschap zonder een mens in beeld te tonen. Beelden van het strand en de zee worden afgewisseld met observerende beelden van de zomerhuisjes. Het eind van het vakantieseizoen nadert, de ramen worden afgedekt en de vakantiehuisjes afgebroken.

Via een voice-over horen we interviews met de tijdelijke bewoners van het ‘dorp’. De jaarlijks terugkerende vakantiegangers hebben een diepe band met zowel de zee als het tijdelijke dorp. Het bestaan van het dorp zoals het is staat echter onder druk met de nieuwbouw van grote hotels. Niet alleen wordt het dorp verplaatst om ruimte te maken voor de hotels, ook klagen de bewoners dat hun vakantiegevoel verstoord zal worden door de “consumptiezwijndieren” die naar de hotels trekken.

De melancholische toon van de film impliceert dat het einde van het vakantieseizoen wellicht een definitiever eind is dan men zou willen. Bijna twintig jaar na dato voelt de film dan ook aan als een portret van vervlogen tijden, een herinnering aan die jeugdvakantie die je nooit meer zult herbeleven.

 

La petite vendeuse de soleil

1999 – La petite vendeuse de soleil
Regisseur Djibril Diop Mambéty (Touki Bouki) schetst in La petite vendeuse de soleil een portret van Dakar via een groep jongens die op straat kranten verkoopt. Sili, een arm, jong meisje op krukken dat met haar blinde grootmoeder woont, besluit dat zij net als de jongens kranten kan verkopen, want “what a boy does, a girl can do too”. En ze heeft het geld nodig om voor haar grootmoeder te zorgen.

La petite vendeuse de soleil volgt dit volhardende en eigenwijze personage in haar strijd met alle obstakels die op haar pad komen. De film legt via haar worsteling de armoede, vrouwenhaat en afkeer tegen gehandicapten bloot die in het moderniserende Dakar geen plek vindt. Uit noodzaak ontstaat onder de armen een concurrentie om dat beetje geld dat er is toe te eigenen. Tijdens de film maken we kennis met een breed scala aan personages die uitgesloten worden van de toenemende welvaart in Dakar. Met mededogen en het vechten tegen de regels weet Sili steeds weer overeind te krabbelen.

Deze korte film ging pas na het overlijden van Diop Mambéty in première in Rotterdam en was na Le Franc (1994) het tweede deel van de onafgemaakte trilogie genaamd Tales of Ordinary People.

 

Tokyo - Ebisu

2011 – Tokyo – Ebisu
In Tokyo – Ebisu filmt Tomonari Nishikawa perrons van een van de drukste metrolijnen in Tokyo. Als een soort puzzel legt hij shots van verschillende tijden van de dag over elkaar. Nishikawa gebruikt een rooster om steeds delen van de 16mm-film te bedekken en zo creëert hij een gefragmenteerd beeld waarin delen van het beeld over elkaar heen gefilmd worden. Mensen en metrostellen verschijnen uit het niets en verdwijnen een stukje verderop. Ook zijn slechts delen van mensen te zien, soms tegelijkertijd enkel hun hoofd en voeten, terwijl op de plek van hun lichaam enkel een leeg perron te zien is.

Het geheel krijgt een bijna spookachtige sfeer, waarin mensen tegelijkertijd wel en niet aanwezig zijn. Het perron is zowel druk als uitgestorven en tussen de aankomst en het vertrek van de metro is geen onderscheid meer te maken. De rust én drukte op de stations wordt gelijktijdig in beeld gebracht, terwijl op de geluidstrack de geluiden van de stationsdrukte versterkt worden met het tikken van de klok. Tokyo – Ebisu creëert op experimentele wijze een indrukwekkend portret van de gelijknamige metrolijn.

Deze films zijn bij het jarige IFFR online te zien.

18 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Movies that Matter 2021 – Nasrin en President

Movies that Matter 2021 – Nasrin en President:
Advocaten zelf slachtoffer

door Cor Oliemeulen

Het Movies that Matter Festival wordt dit jaar online gehouden (lees hier hoe alles werkt) van 16 tot en met 25 april met dertig premières en een aantal verdiepingsprogramma’s. Zoals elk jaar kan de geëngageerde liefhebber kijken naar documentaires en filmdrama’s waarin mensen dreigen te worden vermorzeld door onderdrukking, terreur en corruptie. In dit verslag twee helden: een mensenrechtenadvocaat in Iran en een advocaat die president van Zimbabwe had moeten zijn.

 

Nasrin

Nasrin – Gevangenis en zweepslagen voor Iraans bloemenmeisje
Je kunt het je bijna niet meer voorstellen dat het Iraanse volk voor de Islamitische Revolutie van 1979 rechten had, ook vrouwen. Nu de sjah, een marionet van de Verenigde Staten, was weggejaagd, kreeg de geestelijkheid opnieuw de macht. Vooral voor vrouwen was dat slecht nieuws. In de documentaire Nasrin van Jeff Kaufman (Iraanse crewleden staan uit zelfbescherming als anoniem op de aftiteling) volgen we advocaat en strijder voor vrouwenrechten, Nasrin Sotoudeh. Door haar inzet en vasthoudendheid ontpopt ze zich als een absolute heldin voor mensen (zowel in binnen- als in buitenland) die schreeuwen om gelijke rechten en een menswaardig bestaan voor burgers die de dictatuur slecht gezind zijn. Door haar onverschrokken activisme brengt Nasrin zowel zichzelf als haar man Reza, grafisch ontwerper, meerdere malen in de problemen, en in de gevangenis. Maar liefde overwint alles. Of toch niet?

Ondanks dat Nasrins lotgevallen in het geheim moesten worden gefilmd, krijg je een heel aardig inkijkje in haar wereld. Gesteund door man en kinderen haalt de advocaat alles uit de kast voor meer vrouwenrechten en om kinderen (mishandeld of ter dood veroordeeld) en minderheden (zoals de Bahai) te beschermen. In een maatschappij waar polygamie is toegestaan en vrouwen niet mogen scheiden, blijkt het kwaad kersen eten. Aan de hand van beelden van demonstraties, protesten, interviews met betrokkenen en rechtszaken behaalt Nasrin hier en daar een overwinning, maar triest genoeg zal het haar uiteindelijk slecht vergaan. Reza: “Het enige wat Nasrin wil is een land waarin mensen kunnen genieten van vrijheid, voorspoed en menselijke waardigheid.”

In de documentaire zit een kort fragment uit Taxi Teheran, een film van de Iraanse regisseur Jafar Panahi, die (ondanks een beroepsverbod) als taxichauffeur mensen van straat plukte om hen te interviewen over hun leven. De taxi stopt voor Nasrin Sotoudeh, die staat te bellen en een grote bos rozen op haar arm draagt. “Hé, daar is het bloemenmeisje”, roept een kind op de achterbank als het portier opengaat. De mensenrechtenadvocaat stapt in bij de filmregisseur. Ze zijn goed bevriend sinds ze in 2012 samen werden onderscheiden met de Sacharovprijs van het Europees Parlement. Het regiem kan alles afnemen, behalve hun dromen voor een rechtvaardige toekomst.

Online te zien zondag 18 april 17.00 uur en donderdag 22 april 01.00 uur.

 

President

President – Knecht van het Zimbabwaanse volk
Een jaar na de Islamitische Revolutie in Iran werd Zimbabwe onafhankelijk van Groot-Brittannië. Robert Mugabe – vrijheidsstrijder volgens de een, terrorist volgens de ander – werd minister-president, maar ontpopte zich al snel tot autocraat. Zo ontdeed hij zich van zijn kompaan Joshua Nkomo, met wie hij een guerrillaoorlog tegen de Engelse kolonialisten had gevochten, en liet hij zich door een grondwetswijziging tot president benoemen. Terwijl Mugabe en zijn vrienden zich verrijkten, veranderde er niets aan het armoedige bestaan van de bevolking. Om de groeiende kritiek te pareren, lanceerde Mugabe in 2000 een landhervormingsprogramma waarin de blanke boeren (grootgrondbezitters) zonder enige vorm van compensatie werden onteigend. Maar ook nu zou niet de gewone burger profiteren. Na de verkiezingen van 2005, die Mugabe ‘uiteraard’ won, beloofde de president nieuwe huizen voor de honderdduizenden armen in de ontstane sloppenwijken, die met de grond werden gelijkgemaakt. Ook nu bleken het loze beloften en vluchtten veel mensen naar buurlanden Zuid-Afrika en Botswana. In 2017 werd de hoogbejaarde Mugabe door een militaire staatsgreep afgezet en opgevolgd door diens ZANU-partijgenoot Emmerson Mnangagwa (die eerder door Mugabe aan de kant was geschoven). Maar opnieuw bleven beloofde hervormingen uit. Dat was het moment dat de oppositie een nieuwe held naar voren schoof: Nelson Chamisa.

Camilla Nielsson, die in 2014 al de documentaire Democrats over het instabiele Zimbabwe had gemaakt, volgt in haar nieuwe film President oppositieleider Chamisa naar aanloop van de presidentsverkiezingen in 2018 en de spannende afloop daarvan. Deze charismatische en welbespraakte advocaat, die in 2007 door politieke tegenstanders bijna dood was geslagen, heeft een team van adviseurs en beveiligers om zich heen verzameld en strijdt vol overgave tegen corruptie, honger, armoede, werkloosheid en geweld. Hij wil een ‘knecht van het volk’ zijn, roept hij tegen massaal toegestroomde menigte, soms vier keer per dag. Zo nu en dan hoor je echo’s van Martin Luther King.

De focus van de documentaire ligt op de te verwachten verkiezingsfraude door de zittende machthebbers. We zien hoe Chamisa’s campagneleden nadenken over commercials (Chamisa vindt Heal the World van Michael Jackson wel geschikt), computers aanschaffen om de eigen schaduwverkiezingen te kunnen verwerken en ervoor zorgen dat op de verkiezingsdag in elk stembureau vier eigen waarnemers aanwezig zijn. Maar spoedig komen er al meldingen van dubbele stembiljetten binnen. Ook zou er sprake zijn van het ronselen van stemmen door medewerkers van Mnangagwa in ruil voor voedsel. Al die tijd observeert de camera Chamisa en zijn team, tot en met het moment dat de ‘officiële’ uitslagen worden bekendgemaakt. Ondanks het binnenvliegen van een legertje Zuid-Afrikaanse topadvocaten om de uitslagen aan te vechten, laat de uitspraak van het hof zich raden. De documentairemakers laten alle gebeurtenissen en beelden voor zich spreken. De veelzeggende kleine blikken, gebaren en emoties van de machthebbers en hun corrupte slippendragers smaken naar laffe minachting en behoeven verder geen wederhoor.

Online te zien donderdag 22 april 20.00 uur (met live Q&A), vrijdag 23 april 12.00 uur en maandag 26 april 20.00 uur.

 

17 april 2021

 

Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida
Movies that Matter 2021 – Advocaten zelf slachtoffer
Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap
Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés
Movies that Matter 2021 – Finale

 
MEER FILMFESTIVAL

Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap

Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap:
Tekenen en verhalen vertellen

door Cor Oliemeulen

Het Movies that Matter Festival wordt dit jaar online gehouden (lees hier hoe alles werkt) van 16 tot en met 25 april met dertig premières en een aantal verdiepingsprogramma’s. In ons derde verslag ontdekken we hoe kunst in gevangenschap kan ontstaan aan de hand van een Spaanse tekenaar in Frankrijk en een verhalenverteller in Ivoorkust.

 

Josep

Josep – De cartoonist en de kampbewaarder
Cartoonist Josep Bartolí vocht in de Spaanse Burgeroorlog, ontvluchtte net als honderdduizenden andere mannen de fascistische dictatuur van Franco en belandde in een Frans concentratiekamp. Hij zou later naam maken met zijn serie tekeningen Campos de concentración die hij er tijdens zijn vijfjarige verblijf zou maken. De animatiefilm Josep, gemaakt door Aurélien Froment (beter bekend als Le Monde-cartoonist Aurel), begint vrij luguber met grauwe schetsen van het kamp, gelardeerd met een horrorachtig muziekje. Dan schakelen we over naar de huidige tijd waar een talentvolle puberjongen een tekening maakt. In dezelfde kamer ligt een oude man op zijn sterfbed. Aan de muur hangt een deprimerende schets van een schreeuwende man. De kleinzoon vraagt aan zijn grootvader hoe hij aan die tekening komt. De oude man vertelt hoe hij als gendarme het concentratiekamp moest bewaken en hoe hij vriendschap sloot met Josep uit Barcelona, terwijl de andere bewakers het leven van de Spaanse gevangenen nog zuurder maakten.

De animatiestijl van Josep is over het algemeen vrij eenvoudig met weinig frames per seconde. In deze statische stijl bewegen bijna altijd alleen de monden van de personages. Echter Aurel heeft ontegenzeggelijk een eigen, weliswaar sombere stijl met zo nu en dan beeldvondsten, zoals het shot van bovenaf van een blauwe zee met in het midden een boot; de schoorsteen blaast een grote zwarte wolk uit die langzaam het beeld bedekt. Terwijl opa zijn kleinzoon het verhaal vertelt, horen we soms gelijktijdig een pen krassen en zien we hoe zo’n vertelling door Joseps schetsen tot stand komt. Het inkleuren van die schetsen werkt als metafoor van de herinneringen die worden ingekleurd.

Het verhaal springt van de hak op de tak, waardoor de chronologie van de gebeurtenissen soms lastig is te volgen. Zo nu en dan weet je niet goed wat werkelijkheid of fantasie is, bijvoorbeeld wanneer de Mexicaanse schilder Frida Kahlo een bezoek aan Josep brengt. Het lijkt een droom, maar in werkelijkheid zouden hun amoureuze contacten zich afspelen direct na de Tweede Wereldoorlog. Het fragmentarische karakter leidt niet af van de vragen die de film uiteindelijk stelt. Hoever gaat iemand in het opvolgen van orders? En hoe ziet de kleinzoon zijn grootvader die medeverantwoordelijk was voor het trieste leven van onschuldige mensen in het concentratiekamp? De finale van Josep geeft het inspirerende antwoord.

Online te zien dinsdag 20 april 04.00 uur.

 

Night of the Kings

Night of the Kings – Wachten op de rode maan
In de MACA-gevangenis in de jungle van Ivoorkust zijn de gedetineerden de baas. Absolute leider is Zwartbaard, maar hij is ziek. Volgens de traditie moet een zieke leider zijn eigen leven nemen en plaatsmaken voor zijn opvolger. Zwartbaard wil nog wachten totdat ’s nachts de rode maan verschijnt. Bij de Maya’s stond de rode maan symbool voor energie en zelfvertrouwen, in de MACA-gevangenis voor een nacht van anarchie. Die anarchie kan pas tot uiting komen als Zwartbaard een nieuwe verhalenverteller heeft aangesteld. Hij kiest voor de zojuist gearriveerde jonge, verlegen Roman (nieuweling Bakary Koné), die geen keus heeft. De enige blanke gevangene, Silence (Denis Lavant, vooral bekend van zijn kameleontische hoofdrol in Holy Motors van Leos Carax), die voortdurend een kip op zijn schouder draagt, waarschuwt Roman dat hij zijn verhaal pas moet afronden als het licht is. Anders zal hij het niet overleven. Roman vertelt vervolgens het verhaal van de legendarische rebellenleider Zama King. Het lukt hem door improvisatie en fantasie de toehoorders bij de les te houden, totdat die doorhebben dat Roman de boel aan het rekken is.

Regisseur Philippe Lacôte, die ook het scenario van Night of the Kings (oorspronkelijke titel La nuit des rois) schreef, hanteert ook zelf een mooie vorm van storytelling. Zodra Roman steeds weer verdergaat met zijn enerverende verhaal dat Zama tot een oud koninkrijk behoort, zien we soms beelden die dat verhaal met magisch-realistische elementen ondersteunen. Net zo geslaagd – en afgekeken van de oude Griekse tragedies waarin het koor reageert op het verhaal en lucht geeft aan de gevoelens van de toeschouwers – is de verbeelding van Romans verhaal door collega-gevangenen. Wanneer Roman bijvoorbeeld vertelt over een schorpioen, een soldatenmars of een moord, treden enkele gevangenen uit de groep naar voren om die op theatrale wijze met Afrikaanse zang en dans uit te beelden.

Na I Am Not a Witch (2017) van Rungano Nyoni en Atlantique (2019) van Mati Diop is Night of the Kings (2020) het zoveelste bewijs dat op het Afrikaanse continent de laatste jaren fascinerende films worden gemaakt, in veel gevallen niet vies van een vleugje magisch-realisme. Deze originele gevangenisfilm schopte het als Best International Feature Film tot de shortlist van de Oscars en won al diverse prijzen op filmfestivals, waaronder de IFFR Youth Jury Award in Rotterdam.

Online te zien donderdag 22 april 17.00 uur en maandag 26 april 01.00 uur.

 

18 april 2021

 

Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida
Movies that Matter 2021 – Advocaten zelf slachtoffer
Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap
Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés
Movies that Matter 2021 – Finale

 

MEER FILMFESTIVAL

Old Joy

****
IFFR Unleashed – 2006: Old Joy
Een elegisch vaarwel

door Sjoerd van Wijk

Het elegische vaarwel van Old Joy (2006) onderstreept de gescheiden levenspaden van twee vrienden dermate stellig dat eerder sprake is van een tautologie dan poëzie. Desalniettemin zorgt een gevoelige inborst voor een waardig afscheid van deze vriendschap.

Kurt belt nogal impromptu zijn oude maat Mark op met de uitnodiging voor een kort wandelweekend bij een thermische bron. De twee oude vrienden gaan lang terug maar met de verstreken jaren hebben fundamentele verschillen hun intrede gedaan. Mark gaat als aanstaande vader een nieuwe levensfase tegemoet terwijl Kurt is blijven hangen in de losse hippieachtige levensstijl van voorheen. Zoals Mark verwacht, verloopt de trip met problemen de weg te vinden of het houden aan een plan. Tegelijk blijkt daaruit de verschillende golflengten waarop de twee zich bevinden met langs elkaar heengaande gesprekken of veelzeggend zwijgen.

Old Joy

Droefheid
In Hollywood is het idee van de buddyfilm een beproefd concept, waarin twee tegenpolen door noodgedwongen samenwerking elkaars vriend worden. In Old Joy laat de Amerikaanse regisseuse Kelly Reichardt het omgekeerde gebeuren met een lang onuitgesproken adieu aan een verlopen vriendschap. De droefheid sijpelt stilletjes uit elk beeld, gekaderd door korte ellipsen van de flora en fauna, die als een Yasujiro Ozu het verstrijken van de tijd gronden.

Zo trekt ook het landschapsschoon van Oregon langzaam voorbij, onderweg begeleid door de melancholische klanken van Yo La Tengo. Desolate wildernis verbeeld als picturale slijtage. De bestemming lijkt daardoor eerder de replica van Thoreau’s hut aan Walden Pond dan Bagby Hots Springs. Ook de interacties tussen Kurt en Mark zwemen van het meditatieve. Zelfs een speelgoedpistool om lege blikjes omver te schieten, zorgt voor tederheid.

Onderstreepte tegenstellingen
De tegenstelling tussen de twee krijgt keer op keer eenzelfde duiding. Exemplarisch daarvoor is een korte scène in een eettentje waar Kurt enthousiast concludeert dat ze dichterbij zijn dan verwacht terwijl Mark pretendeert nooit aan hem te hebben getwijfeld. Even later hangt Mark aan de telefoon terwijl hij zijn bestelling doorgeeft, zijn aandacht verdelend over zijn vriend, het landschap en zijn vrouw waar hij zich verontschuldigt dat de trip langer gaat duren dan gepland (“je weet met wie we te maken hebben”). De elegie slaat continu deze noot aan wat betreft de verantwoordelijke en afstandelijke Mark en de bandeloze maar gemoedelijke Kurt.

Kelly Reichardts beschouwende stijl veinst observatie maar onderstreept voortdurend de tegenstellingen. Ook scenario-technisch valt daar niet aan te ontsnappen. Een duidend begin aan Marks thuisfront en een als verloren ziel ronddolende Kurt boekstaven de zwanenzang. Daar zit ook misplaatste politieke sturing bij, als Mark onverschillig voor de stellige discussies op de radio door de stad rijdt.

Old Joy

Fraai spanningsveld
Kurt babbelt er soms onzeker op los zoekende naar toenadering, maar Mark slaat deze af met beleefdheden waar een acceptatie van het eind van uit gaat. Daniel London als de kalme Mark kent slechts een stoïcijnse blik. Een ruw bebaarde Will Oldham (beter bekend onder de naam Bonnie “Prince” Billy) als Kurt weet met zijn spel echter nog leven in de brouwerij te brengen. Midden in de wildernis duidelijk meer in zijn element resoneert zijn relaxere houding terwijl Mark gejaagd blijft.

Reichardt trekt in een fraaie scène bij de Hot Springs de indruk dat Mark de verstandige lijkt subtiel in het ambigue. Kurts poging tot toenadering met een massage na een oeverloze monoloog suggereert niet alleen de tragiek van een wegkwijnende vriendschap, maar ook hoe met de jaren iets wegkwijnt in de personages zelf. Waar de rest van Old Joy snel vervalt in een triviale observatie over vriendschappen op middelbare leeftijd, begeeft de film zich hier voor even op een intrigerend spanningsveld.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

17 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida?

*****
Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida?:
Wat zou je zelf doen?

door Jochum de Graaf

Het Movies that Matter Festival wordt dit jaar online gehouden (lees hier hoe alles werkt) van 16 tot en met 25 april met dertig premières en een aantal verdiepingsprogramma’s. Quo Vadis, Aida? was kandidaat voor de Gouden Leeuw in Venetië, had een dubbele nominatie voor de Oscar, was publiekswinnaar op het IFFR en is onmiskenbaar de belangrijkste productie van Movies that Matter dit jaar. De film is losjes gebaseerd op het boek De tolk van Srebrenica van Hasan Nuhanović, die zijn moeder, broer en vader verloor.

Valt er nog iets toe te voegen aan de enorme hoeveelheid beelden en documenten, boeken en documentaires, rapporten en rechtszaken over de val van Srebrenica in 1995? De belegering van de zogenaamde safe haven door het leger van Bosnische Serviërs, het uitblijven van de luchtsteun door de VN, de confrontatie van kolonel Thom Karremans – I’m only the piano player – met oorlogsmisdadiger generaal Mladić, de bussen die de mannelijke bevolking wegvoerden, de feestende Dutchbatters, de val van het kabinet-Kok, het NIOD-rapport, de rechtszaken van nabestaanden tegen de Nederlandse staat, de jaarlijkse herdenking. De titel van Coen Verbraaks indrukwekkende driedelige tv-documentaire, juni vorig jaar, De machteloze missie van Dutchbat, vat het wel zo ongeveer compleet samen. Maar de Bosnisch-Nederlandse speelfilm Quo Vadis, Aida? voegt zeer zeker wat toe.

Quo Vadis, Aida

Psychologische thriller
Quo Vadis, Aida? is een psychologische thriller over het leven van lerares Aida (intense rol Jasna Duričić) die lange tijd gelooft dat ze onder de vleugels van de VN haar man en zonen in veiligheid kan brengen. Regisseur Jasmila Žbanić – met haar debuut Grbavica over de diepe wonden van de Bosnische oorlog won ze in 2006 de Gouden Beer in Berlijn – voert het drama langzaam maar zeker aangrijpend en indringend op.

Aida komt voor de voor de VN te werken en wordt daarmee de perfecte spil tussen de moslimbevolking op de vlucht voor Mladić en zijn niets ontziende leger en de Nederlandse blauwhelmen die tamelijk naïef de inwoners van Srebrenica zeggen te willen beschermen.

De overige rollen zijn gebaseerd op de historische karakters in het drama van Srebrenica: de onbuigzame majoor Franken, de hulpeloze kolonel Karremans, de wreed cynische generaal Mladić, stuk voor stuk indrukwekkende vertolkingen van respectievelijk Raymond Thiry, Vlaming Johan Heldenbergh en Boris Isaković. De vele honderden figuranten, veelal nabestaanden en overlevenden uit de omgeving, brengen het drama nog veel indringender bij de werkelijkheid.

Belegering van de moslimenclave
We zijn getuige van de belegering van de moslimenclave, het oprukkende leger van Mladić, de Nederlandse VN-militairen die zeggen de plaatselijke bevolking te zullen beschermen, Karremans die keer op keer verzekert dat VN-vliegtuigen in gereedheid worden gebracht om aan te vallen, de tanks van de Bosnische Serviërs die door de straten van Srebrenica rollen en de burgers, waaronder echtgenoot en zonen van Aida die hun huizen ontvluchten en met vele duizenden hun toevlucht zoeken op de compound van Dutchbat, een oude fabriek aan de rand van de stad.

Quo Vadis, Aida

De hartverscheurende beelden van de vluchtelingen die in de brandende zon buiten het hek moeten wachten, de doodsangst in de ogen. En de hulp die uitblijft. Srebrenica wordt betrekkelijk eenvoudig onder de voet gelopen, de vernederende scène waar Karremans moet toasten met Mladić, de aankomst van de bussen die de burgerbevolking wegvoeren, mannen en vrouwen gescheiden, de wetenschap dat ruim 8.000 moslimmannen vermoord zijn. Het zijn wrange en ontluisterende gebeurtenissen, door Žbanić subtiel, terughoudend, en daardoor des te harder aankomend in beeld gebracht.

Karremans is niet de badguy waarvoor hij door sommigen wordt gehouden, eerder een weinig competente militair, die niet was opgewassen tegen zijn taak. De enkele Dutchbatter die wel bereid is Aida te helpen, de andere domblonde blauwhelm die de Bosnische Serviërs helpt met de selectie (‘Dat is een man, geen vrouw!’), de geweerschoten die je hoort buiten de fabrieksruimte waar de mannen bijeengedreven worden.

En de schrijnende slotscène waarin Aida na een aantal jaren terugkeert naar het appartement waar ze voor de oorlog woonde en waar nu een ander gezin woont. Hoe ze door de gang loopt, op een stoel plaatsneemt, haar ogen die het interieur aftasten, over de wanden gaan en hoe ze verzinkt in herinneringen en gedachten, waarmee ze ook ons tot diep nadenken aanzet. Hoe heeft het zover kunnen komen, waarom is er zo weggekeken, zou het zo weer kunnen gebeuren en, vooral ook, wat zou je zelf doen?

Online te zien zaterdag 17 april 17.00 uur en 20.00 uur, woensdag 21 april 04.00 uur.

 

16 april 2021

 

Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida
Movies that Matter 2021 – Advocaten zelf slachtoffer
Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap
Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés
Movies that Matter 2021 – Finale

 
MEER FILMFESTIVAL