Mean Streets

Mean Streets: de start van een fantastische loopbaan

door Bob van der Sterre

Johnny Boy is een roekeloos en hersenloos karakter. Schulden rechts en links. Charlie, gek op de nicht van Johnny Boy, wil hem op het juiste pad houden. Maar Johnny Boy lijkt de reddingspogingen eerder te saboteren dan te waarderen. ‘What’s the matter with you?’ 

Iedereen haat Johnny Boy. Hij heeft schulden bij Jan en alleman en van afbetalen komt niets. En iedereen adviseert Charlie om hem te laten gaan. Dat is begrijpelijk. Een etterbak die niet nadenkt en geniet van provocatie. Wat moet je ermee?

Charlie doet klusjes voor zijn oom, een maffiabaas. Hij is bevriend met Tony (cafébaas) en Michael (hosselaar). Hij heeft een vriendinnetje, Teresa. Het doel: een eigen restaurant.

Charlie is eigenlijk te vriendelijk voor het misdaadwereldje. Zijn echte roeping is het zijn van een soort Franciscus van Assisi. Een vredestichter. Af en toe zoekt hij rust in de kerk. Maar de straat blijft roepen.

Mean Streets: de start van een fantastische loopbaan
Twintig jaar geleden
Wat onthoud je eigenlijk weinig van een film die je meer dan twintig jaar geleden hebt gezien. Neem Mean Streets. Ik wist nog iets vaags van een bar, New York in de jaren zeventig, maar ik herinnerde me vooral de alsmaar oplopende irritatie over het karakter Johnny Boy. Wie wil hem niet achter het behang plakken?

Wat je dan ineens opvalt. Er is bijna permanent muziek. Van Rolling Stones tot onvervalste soul, van opera tot gekke feestdeuntjes. Een film als een jukebox – en dat is geen toeval. Dat hoort bij de herinnering van regisseur Martin Scorsese aan zijn jeugd.

Die muziek past zo geweldig bij de scènes – vooral door schaamteloos aanwezig te zijn, als een rode audiodraad door de hele film. De platen kwamen vooral uit zijn eigen collectie. Geen wonder dat de helft van het budget op ging aan betalen voor de rechten van de muziek. Zelfs jaren later kwamen er nog artiesten geld opeisen.

Martin Scorsese-maand: Goodfellas - Goeie gastenEn dat Johnny Boy halverwege de film eigenlijk ineens uit beeld verdwijnt, om pas op het einde weer terug te komen. Behoorlijk slimme scriptzet. Het geeft de soms wat meanderende film de kans op een spannend plot.

En hoe goed De Niro hier wel de intrigant speelt… Met zijn samengeknepen ogen, spottende blik en hoedje en dat geschmier. Zóóó irritant. Zijn rol is gebaseerd op een jeugdvriend van Scorsese, Sally GaGa, die van het pad af ging vanaf het moment dat hij per ongeluk een dronken man doodde.

En al die improvisaties! Scorsese legde later uit dat veel improvisatie was gefilmd tijdens repetities en later in het script werd verwerkt. De dronken homo die een lift krijgt (een scène die oorspronkelijk nog langer duurde maar door nalatigheid van een crew-member verloren is gegaan). Charlie die biljartballen zegent. Op straat duelleren de twee met deksels van vuilnisbakken (tijdens het filmen geïmproviseerd). Een bijzonder geslaagde improvisatie is als Keitel De Niro terechtwijst in de achterkamer van de bar, in de vorm van een soort Abbott & Costello-routine. Zie hier.

De jonge Scorsese dacht minder na dan de moderne Scorsese en ging meer op zijn instinct af. Wat misschien ook meespeelt is dat de nouvelle vague in 1973 nog niet zo oud was.

Mean Streets: de start van een fantastische loopbaan

Persoonlijke visie
Scorsese was 31 toen hij deze film maakte. Zijn loopbaan, met twee complete films op zijn cv, moest eigenlijk nog echt beginnen. Maar op dat moment had hij daar natuurlijk geen idee van. Als je je verplaatst naar Scorsese in 1973 waren er helemaal geen zekerheden. Zijn loopbaan kon met een mindere film zo weer afgelopen zijn.

Mean Streets was best een risicovolle film. Nu herken je veel van Scorseses latere kwaliteiten als regisseur maar het had zomaar anders kunnen lopen. De lovende kritieken hielpen de jonge regisseur enorm. Zie bijvoorbeeld deze review in Thew New York Times. ‘(…) the once-promising young director (…) who has now made an unequivocally first-class film.’ Filmcritica Pauline Kael oordeelde: ‘A true original, and a triumph of personal filmmaking.’

Het geringe budget noopte tot creatieve oplossingen. Daarom werd er vrij veel gefilmd met de handheldcamera en niet met tracking shots. En met licht en inventiviteit kun je veel doen. Let bijvoorbeeld op deze momenten:

  • Het feestje, met de camera die aan Keitels hoofd is gebonden. Hier is de clip. Verrassende scène met geweldige muziek. Een truc die je tegenwoordig vaak in cinema ziet om een trippy sfeer aan te geven. Al uitgevonden in 1966 in Seconds, zie deze clip.
  • De bar, rood licht, slow-motion en Johnny Boy komt binnen lopen, twee dames aan zijn arm, Jumping Jack Flash knalt uit de speakers. Zo vaak geïmiteerd, ik bedoel: echt heel erg vaak, maar ongeëvenaard.
  • De vechtpartij in de poolhal. Heel fraai is het achteruitlopende gevecht, die zowat de hele hal doorgaat, en dan hoor je Mr. Postman.
  • Het openingsshot met tegenlicht op de brug (camera pant naar rechts en dan weer naar links).
  • Een subtiele close-up van een Jezusbeeld bovenop een gebouw, waarmee je naar beneden naar de New Yorkse straten staart.

De persoonlijke visie van Scorsese compenseerde het gemis aan budget. De kracht van Mean Streets zit hem in die beelden van New York en Little Italy, met (ook weer niet te veel) shots van morsige New Yorkse straten. De karakters zijn er bijgehaald om dat in te kleuren, niet andersom.

En de spirituele thematiek – ook een rode draad in Scorseses oeuvre. De kern is de voice-over waarmee Scorsese naar eigen zeggen een poging waagde om met zichzelf in het reine te komen, zoals Charlie denkt nobel te zijn terwijl hij maffiawerk zit te doen. ‘You don’t make up for your sins in church. You do it in the streets. You do it at home. The rest is bullshit and you know it.’ Charlie spreekt in zijn eigen hoofd maar het is de stem van Scorsese.

Plus de vele cinematografische verwijzingen. The Birds, I Vitelloni, Back to Bataan, The Public Enemy, The Big Heat, Point Blank. Mooi is het eerbetoon aan Roger Corman, de man die Scorseses carrière een duwtje gaf, als Johnny Boy en Charlie Tomb of Ligeia kijken in de bioscoop.

En de schets van een wereldje. Dat is echt een van Scorseses topkwaliteiten. De film biedt een fraai tableau van Little Italy en New York in 1973, vaak nagedaan in moderne series en films, maar dit was the real deal. Nog niet de dure hipsterstad van vandaag de dag, maar een stad in crisis, vol hosselende overlevers, waar het barstte van de Michaels en Charlies. Scorsese filmde onder andere in de Chicano-buurt ‘waar de misdaad veel erger was dan ook maar iets wat je in de film zag’.

De Niro die geen Johnny Boy wilde spelen
Achteraf kijken is makkelijk. Een goede film is vaak een optelsom van toevalligheden. Wat als Herman J. Manckiewicz, Orson Welles’ scriptschrijver van Citizen Kane, nooit bevriend was geweest met krantenmagnaat Randolph Hearst? Met Mean Streets is het niet veel anders.

Om te beginnen hád Scorsese al een film waar hij aan kon refereren als hij wilde uitleggen wat hij van plan was. Who’s That Knocking at my Door (1967) was Scorseses film over de Lower East Side. Mean Streets was min of meer onderdeel van een trilogie (waarvan het tweede deel nooit zou verschijnen).

Tweede toevalligheid: wat als Scorsese niet collega-filmmaker John Cassavetes had ontmoet, die hem na het zien van Boxcar Bertha de harde waarheid vertelde: ‘Je hebt net een jaar verspild. Jij bent beter dan de mensen die dit soort films maken.’ Hij moest volgens hem iets totaal anders proberen.

Mean Streets: de start van een fantastische loopbaan

Of wat zou er gebeurd zijn als Scorsese was gezwicht voor de riante zak met geld die producer/regisseur Roger Corman hem bood. De enige eis? Van zijn film een Blaxploitationfilm te maken. Hij zei letterlijk: ‘If you’re willing to swing a little’…

Ten vierde: wat zou er gebeurd zijn als Sandra Weintraub, zijn vrouw in die tijd, niet van het vooral religieus bedoelde script Season of the witch had gezegd: ‘Ik vind die stukjes die je me vertelt over de tijd in Little Italy veel leuker. Waarom maak je daar geen film over?’ En daar ging het mes in het religieuze gedeelte.

En wat als er niet een 26-jarige roadmanager van Bob Dylan was opgedoken die ‘iets met films wilde doen’? Toen zat Scorsese niet ruim in zijn producers. Een nadeel: alles moest worden gefilmd in Los Angeles. Een beetje smeken sorteerde effect want hij peurde er acht dagen filmen in New York uit.

Toevalligheid nummer zes: wat als Brian De Palma niet De Niro bij hem had geïntroduceerd? Ze hadden dezelfde achtergrond, hadden gemeenschappelijke kennissen, maar kenden elkaar niet. Het leek trouwens niets te worden want De Niro wilde juist de rol van Charlie. (Het scheelde trouwens niets of Jon Voight zou Charlie hebben gespeeld, maar Voight belde af vlak voor de film in productie ging.) Keitel werd er bijgehaald en nota bene hij wist De Niro te overtuigen om toch Johnny Boy te spelen. De Niro en Scorsese zouden uiteraard samen nog veel films maken.

En wat als er niet toevallig zoveel talent om hem heen rondliep? De crew die sinds Scorseses Boxcar Bertha (1972) samenwerkte, zou verder gaan met klassiekers als Taxi Driver en Raging Bull. Met De Niro maakte Scorsese acht films, met Keitel zes films, met Victor Argo vijf films. De hele filmcrew ging flexibel om met de beperkingen van een klein budget.

En wat als de distributie niet gelukt was? De afgevaardigde van Paramount verliet al na tien minuten de screening. Wat als Warner Brothers ook niet had toegehapt? Mean Streets zou misschien het einde van Scorseses carrière hebben betekend.

En wat als hij geen goede vrienden had gehad? Een beetje illegaal filmen tijdens het San Gennaro-festival zonder vergunning leverde een boete op van 5.000 dollar. Een flink bedrag voor de jonge regisseur. Frances Coppola leende hem het geld.

En om de tien toevalligheden vol te maken: het is mei 1973 en we reizen naar Cannes, en zien daar de nog onbekende Scorsese in gesprek met Fellini, te vertellen over zijn film. Fellini wordt dan net onderbroken door zijn distributeur. Hij heeft de film niet gezien maar overtuigt die man in een paar minuten om de film op te pakken.

Salonfähig
Scorsese kwam, zag en overwon met Mean Streets. Hij vervolgde hierna met het maken van interessante, uitdagende films. Het heeft hem geen windeieren gelegd. Hij is volgens mij zo salonfähig als maar kan. Wie noemt hem niet de allerbeste nog levende regisseur?

Mean Streets: de start van een fantastische loopbaan

Zijn films hebben dat typische Scorsese-achtige: sterke karakterportretten die met de nodige visuele flair zijn klaar gestoofd. Films die een onuitputtelijke inspiratiebron blijken voor filmers die ‘films als Scorsese’ willen maken. Misdaad, komedie, drama, karakters: Hollywood raakt niet uitgekeken op die dingen. Hoeveel imitaties er ook volgen, er is maar een Casino en een Goodfellas.

Hij liep ver, ver voor op de trend van het realistisch drama van nu. Veel misdaad tv-series van nu lijken schatplichtig aan zijn films. Geen wonder. Hij verenigde twee dingen: gevoel voor Hollywoodklassiekers en de artistieke vrijheid van de jaren zeventig. Een gouden combinatie. Daarom maakte hij zo’n geweldige tandem met Paul Schrader, die scriptschrijver was van zowel Raging Bull als Taxi Driver, en meesterlijk was in het beschrijven van eenzaamheid.

Experimenteel en perfectionist tegelijkertijd
Ik zou mezelf een gematigde bewonderaar willen noemen van het werk Scorsese. Ik ben altijd meer een fan geweest van de spot van regisseurs als Robert Altman of Orson Welles dan het drama van Scorsese. Goodfellas, Mean Streets en Casino zitten minder vast aan het genre drama en behoren om die reden tot mijn favoriete films van hem.

Wat ik wel bewonder is dat Scorsese tegelijk zo experimenteel en perfectionist kon zijn. Die twee voorkeuren zullen geregeld in hemzelf geknokt hebben voor aandacht. Geen wonder dat hij vanwege burn-outs en drugsgebruik regelmatig in een ziekenhuis moest worden opgenomen. Hij was een groot liefhebber van het werk van Powell en Pressburger en hij vroeg Michael Powell vaak om advies.

Wat me minder aanspreekt, is dat veel verhalen van Scorsese variaties zijn op hetzelfde liedje: de opkomst en ondergang van een temperamentvolle man in een of ander wereldje. Ook in Mean Streets zie je een film die veel meer interesse heeft in mannenpsychologie dan in vrouwenpsychologie. Teresa, de enige vrouw in Means Streets, krijgt ironisch genoeg aldoor te horen dat ze moet zwijgen.

Daar moet ik wel meteen aan toevoegen dat uitgerekend de volgende film van Scorsese Alice Doesn’t Live Here Anymore was – een gevoelig drama van een door Arizona reizende weduwe.

Sleutelwerk
Het woord ‘sleutelwerk’ wordt vaak misbruikt in essays maar Mean Streets is precies dat: een sleutelfilm voor Scorseses oeuvre. De film bracht in de eerste plaats voor het eerst echt aandacht en artistieke erkenning. Met eenendertig maakte hij eindelijk de film die hij wilde maken (en die hij zelf nooit meer helemaal zag want het was te persoonlijk).

Luisteren naar John Cassavetes heeft zich dubbel en dwars uitbetaald. Hij leerde dat zijn persoonlijke aanpak werkte. Zijn eerste short maakte hij al in 1959, Boxcar Bertha in 1972 was een film om het ambacht mee te leren en in 1973 was Scorseses geest eigenwijs genoeg om zijn meest persoonlijke film tot dan toe te maken.

Het lage budget noopte hem tot creatieve, improviserende oplossingen, iets wat hij later nog vaker zou herhalen. De vaak terugkerende samenwerking met De Niro begon hier. De voorkeur voor films over duistere wereldjes eveneens. De stad. De misdaad.

Kortom: de echte, eigenzinnige filmmaker Scorsese werd met deze film geboren.
 

Netflixers hebben geluk: de film staat er in zijn geheel op.
Mean Streets is ook nog te zien in EYE Amsterdam: vrijdag 11 augustus en donderdag 17 augustus. 

 

8 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE
 
 
MEER ESSAYS

Taxi Driver

Taxi Driver: Een zelf opgelegde eenzaamheid

door Nanda Aris

De woensdagochtend tijdens mijn studie betekende film kijken in de bioscoop. Zo ook bekeken we Taxi Driver uit 1976 van Martin Scorsese. Meestal ging ik onvoorbereid de zaal in, een docent sprak voor de film altijd over het belang van de film. Ik had geen idee dat ik na het zien van deze film de zaal vrij verontrust zou verlaten.

Het idee voor het script kreeg Paul Schrader doordat hij net zelf gescheiden was, en zich eenzaam en depressief voelde. Het was nooit het idee om er een commercieel succes van te maken, Schrader schreef de film als therapie voor zichzelf. Daarnaast liet hij zich inspireren door de dagboeken van de 21-jarige Arthur Bremer, die in 1972 gouverneur George Wallace neerschoot.

Taxi Driver

Schrader dacht een film te maken over eenzaamheid, maar kwam er gaandeweg achter dat het niet zozeer alleen eenzaamheid was, als wel een zelf opgelegde eenzaamheid, met tegenstrijdige impulsen. En dat is juist wat ik uit de film haalde, en wat mij nogal beangstigde en verontrustte. 

Taxi
Travis Bickle, gespeeld door een voortreffelijke Robert de Niro, speelt een jonge oorlogsveteraan. Door slapeloosheid geteisterd besluit hij taxichauffeur te worden. “All the animals come out at night – whores, skunk pussies, buggers, queens, fairies, dopers, junkies, sick, venal. Someday a real rain will come and wash all this scum off the streets. I go all over. I take people to the Bronx, Brooklyn, I take ‘em to Harlem. I don’t care. Don’t make no difference to me. It does to some. Some won’t even take spooks. Don’t make no difference to me.”

Dit is tegenstrijdig: aan de ene kant vindt hij het gespuis, de junks en hoeren, aan de andere kant heeft hij geen moeite met het rijden door deze buurten en het bezoeken van pornografische films in de bioscoop.

Dates
Martin Scorsese-maand: Goodfellas - Goeie gasten
Wanneer hij de mooie blonde Betsy (Cybill Shepherd), die werkt voor senator Palentine, rondrijdt, besluit hij haar uit te vragen. De dates verlopen niet geheel soepel, vooral niet wanneer Bickle besluit haar mee te nemen naar een pornografische film.

Omdat Bickle boos is over de mislukte dates, besluit hij op een dag pistolen aan te schaffen, om de senator neer te kunnen schieten. Het boos zijn is niet de enige reden voor hem, het gaat hem er vooral om een ‘grote daad’ te verrichten. Hij voelt de behoefte om gezien en erkend te worden.

De beroemdste scène uit de film volgt: “Are you talking to me..?”, oefent Bickle in de spiegel het moment waarop hij zijn pistool tevoorschijn zal trekken om de senator te vermoorden. De grijns op zijn gezicht, over het feit dat hij iets zal doen wat indruk maakt, is verontrustend.

Verknipt
Uiteindelijk zal hij voor de piepjonge prostituee Iris (Jodie Foster) opkomen. Travis heeft haar ook eens rondgereden, en begrepen dat ze voor een pooier werkt. Hij besluit verhaal te gaan halen bij deze pooier, Sport (Harvey Keitel) genaamd.

Voor vele mensen eindigt de film gek, er wordt veel gespeculeerd over de bedoelingen van het einde van de film. Voor mij is het zo duidelijk als maar kan. Het is geen droom, het is realiteit. Mensen kunnen zo verknipt zijn…

De film was af, en het licht in de bioscoop ging aan. Ik stapte naar buiten met andere ogen. Zulke mensen bestáán, en opeens keek ik anders naar de man die me tegemoet kwam lopen, de man die me voorbij fietste, de man die in de supermarkt zijn boodschappen deed.

Taxi Driver

Goed en kwaad
De scheidslijn tussen goed en kwaad is zo dun voor Bickle, het gaat hem niet om goed of kwaad doen. Aandacht, daar draait het hem om. Bickle is een verknipte persoonlijkheid, heeft een kort lontje, en is sociaal gezien heel onhandig – hij krijgt het niet voor elkaar om een normale relatie met iemand op te bouwen. Een ongeleid projectiel, dat op elk moment uit kan barsten.

Zo is er het moment dat hij naast een man van de secret service gaat staan, en hem zegt dat hij interesse heeft om ook bij de secret service te komen. Dit doet hij echter zo onhandig (lang stilstaan naast de man zonder iets te zeggen, vragen welke wapens ze allemaal dragen, zijn grijns op het gezicht), dat de man van de secret service hem direct verdacht vindt. Bickle denkt zijn gegevens te geven zodat hij ook bij de secret service kan komen, maar in werkelijkheid schrijft de man Bickles gegevens neer omdat hij hem verdacht vindt.

Naast dat Bickle vreemd en raar is, is hij zielig. Hij wil dolgraag echt contact met mensen, maar krijgt dit niet voor elkaar. Hij zegt: “Loneliness has followed me my whole life. Everywhere. In bars, in cars, sidewalks, stores, everywhere. There’s no escape. I’m God’s lonely man…”
 

4 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE

Goodfellas

Goodfellas: Goeie gasten

door Suzan Groothuis

Wat me van Scorseses beste en populairste gangsterfilm is bijgebleven is dat kleine opgewonden standje, al vloekend en tierend, om niets zijn pistool heffend en schietend of het een lust is. Ik heb het natuurlijk over Joe Pesci in de rol van Tommy, “the funny guy”, maar zo kan je ‘m beter niet noemen.

“No no, I don’t know, you said it. How do I know? You said I’m funny. How the fuck am I funny, what the fuck is so funny about me? Tell me, tell me what’s funny!”
Overigens was Goodfellas niet Pesci’s eerste rol in een Scorsese-film, want tien jaar eerder, in 1980, sierde hij samen met Robert de Niro het witte doek in Raging Bull.

Martin Scorsese-maand: Goodfellas - Goeie gasten

Terug naar Goodfellas. Scorsese heeft aardig wat gangsterfilms in zijn oeuvre, zoals Mean Streets uit 1973 en Casino uit 1995. Maar geen is zo goed als Goodfellas. Het was de zoveelste samenwerking met acteur en goede vriend Robert De Niro, maar ook die typische koppen in gangster- en misdaadfilms komen voorbij: Paul Sorvino, Mike Starr, Frank Sivero en Frank Vincent als de gedoemde “Go home and get your shine box…” Billy Batts. De film is gebaseerd op het boek ‘Wiseguy’ van Nicholas Pileggi, een journalist gespecialiseerd in misdaadverslaggeving. Diezelfde Pileggi was ook verantwoordelijk voor het script van Casino.

Goodfellas, uit 1990, viel goed in de prijzen. Drie Oscars, waarvan één, terecht, voor Joe Pesci. Heeft ‘ie niet voor niets zo’n indruk achtergelaten. En nu, ter ere van de Scorsese-expositie in Eye (en onze maandspecial op InDeBioscoop), nemen we de film opnieuw onder de loep.

Altijd al een gangster willen zijn
Martin Scorsese-maand: Goodfellas - Goeie gasten
De openingscredits schieten zoevend voorbij. Als auto’s op de snelweg. De Niro. Liotta. Pesci. En dan de eerste beelden: een auto op weg in het nachtelijk donker, drie mannen erin, en gebonk vanuit de achterbak. Prompt wordt de auto aan de kant van de weg gezet, de klep geopend en het nog levende slachtoffer (was niet helemaal de bedoeling) aanschouwd. Joe Pesci zet zonder pardon het mes erin, De Niro maakt het af met pistoolschoten. Liotta kijkt de camera in en zegt: “As far back as I can remember, I’ve always wanted to be a gangster.” Welkom in Goodfellas, de wereld van de wiseguys.

En dan gaan we terug in de tijd. De tijd dat Henri Hill (Ray Liotta) nog een puber was en bij de grote jongens wilde horen. Geleidelijk aan werkt hij zich op, beginnend bij een taxistandplaats en eindigend als, jawel, gangster onder leiding van buurtbaas Paulie (Paul Sorvino). Als tiener verdient hij al meer dan zijn ouders, die zich voor weinig centen uit de naad werken. Maar niet Henri: met zijn semi-Italiaanse afkomst krijgt hij een plek in het Italiaans-Amerikaanse misdaadsyndicaat. Zijn gangstermaatjes zijn de opvliegende, onvoorspelbare Tommy (Joe Pesci) en de gewiekste Jimmy Conway (Robert De Niro). Maar er zijn regels: “never rat on your friends and always keep your mouth shut”.

We kijken mee vanuit Henri’s perspectief. We zien hem ouder worden, trouwen, kinderen krijgen. En hoewel het Henri niet slecht afgaat (het geld stroomt binnen) zien we hem ook meer risico’s nemen. Leuk detail is dat zijn vrouw Karen (Lorraine Bracco) later te zien is in de rol van psychiater Jennifer Melfi in gangsterhitserie The Sopranos.

Rauw, verhit en markant
Goodfellas zit vol rauw geweld, gevatte en verhitte dialogen en een snel tempo. Af en toe bevriest het beeld en spreekt Henri de kijker toe. Een briljante scène is die waarin Henri, Tommy en Jimmy net een afrekening achter de rug hebben en bij Tommy’s moeder langs gaan. Het bebloede mes nog in Tommy’s hand, staat de moeder er op dat de drie aanschuiven aan tafel om te genieten van een heerlijke Siciliaanse maaltijd. Ondertussen babbelt ze er op los. Zij blijkt niemand minder dan Scorseses eigen moeder.

Martin Scorsese-maand: Goodfellas - Goeie gasten

De film is rijk aan markante personages, die in een eveneens memorabele scène geïntroduceerd worden. Jimmy Two Times bijvoorbeeld, de man die alles twee keer zegt (“I’m gonna go get the papers, get the papers”). Of het korte rolletje van Samuel L. Jackson als Stacks, die een grote deal verpest en daarom een onverwacht bezoekje krijgt van Tommy. En dan is er nog de altijd om geld zeurende Morrie.

Goodfellas toont de verleidelijke en minder rooskleurige kanten van het gangsterleven. Het grote geld, dure auto’s, mooie vrouwen en de beste wijnen en prosciutto tegenover corruptie, dagelijks geweld, drugs en leven in angst. Eten heeft een prominente plek in Scorseses film, zoals de royale maaltijd die Henri maakt voor zijn broer. Niet in de minste omstandigheden, want hij wordt geschaduwd door helikopters. En dan is er nog de scène die bewijst dat je ook in de gevangenis lekkere pastasaus kan eten, met zeer dun gesneden (lang leve het scheermesje!) plakjes knoflook.

Dankzij de Martin Scorsese-expositie is er nu opnieuw de kans om Henri’s wel en wee in Goodfellas in 4K in Eye te zien. Ofwel in de woorden van Jimmy Conway: ”It’s gonna be a good summer.”
 

1 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE

Baby Driver

****

recensie Baby Driver
In Edgar Wright’s nieuwste draait alles, maar dan ook alles om muziek

door Vincent Hoberg

Op papier lijkt het een standaard gangsterfilm vol uitgekauwde thema’s, maar schijn bedriegt. In het zeer vermakelijke Baby Driver wordt een dusdanig  perfect huwelijk tussen soundtrack en film gesmeed dat je de genreclichés met gemak vergeet.

Na het enorme succes van Pulp Fiction (1994) probeerden zoveel filmmakers mee te liften in de slipstream van de verrassingshit dat er zowaar sprake was van een ‘nieuwe’ stroming. De ingrediënten van deze Nouvelle Violence: coole gangsters, hippe dialogen boordevol referenties aan pop culture, over-the-top geweld en een soundtrack met klassieke hits.

Baby Driver

De resultaten pakten soms goed uit (met name Things to Do in Denver When You’re Dead en Boondock Saints), maar weinig regisseurs hadden de flair waarmee Quentin Tarantino zijn bekendste film zo memorabel had gemaakt, zodat het grootste deel van de films kon worden weggezet als ordinair jatwerk. De Nouvelle Violence stierf vooral daarom een betrekkelijk stille dood ergens begin deze eeuw, dus het getuigt van groot lef dat Edgar Wright met Baby Driver de stroming een dikke tien jaar later al weer nieuw leven inblaast. Maar godzijdank is Wright een van de meest originele geesten die momenteel rondloopt in filmland.

Cliché
De plot van Baby Driver is op het eerste gezicht een cliché van jewelste: ‘Crimineel wordt verliefd en wil uit het wereldje stappen, maar moet eerst nog Die Ene Laatste Klus Doen.’ Dat die klus niet zo soepel loopt als verwacht, is natuurlijk geen spoiler want we hebben het al duizend keer gezien. En Wright weet dat dondersgoed. Net als in zijn eerdere films Shaun of the Dead en Hot Fuzz rekent hij juist op onze kennis van een  bepaald filmgenre en gebruikt hij onze verwachtingen om de clichés uit te vergroten, om te keren en in te zetten voor een komisch effect, zodat we toch op het verkeerde been worden gezet.

Waar in de gebruikelijke heistfilm altijd slechts één specifiek bendelid door gestoord of agressief gedrag de zaken in het honderd stuurt (zoals Mr. Blonde in Reservoir Dogs of Waingro in Heat) hebben hier alle gangsters een lontje van een millimeter, zodat je geen idee hebt wie uiteindelijk gaat zorgen voor de onvermijdelijke gewelddadige climax. Vooral Jon Hamm (lichtjaren verwijderd van Mad Men’s Don Draper) is goed op dreef als de ogenschijnlijk vriendelijke Buddy met een enorme liefde voor het nummer Brighton Rock van Queen.

Baby Driver

Nederlands tintje
En daarmee komen we aan bij de muziek, het woord dat centraal zal gaan staan in elke recensie die over deze film geschreven gaat worden. Want wat Baby Driver zo goed maakt, is de manier waarop Wright dat allergrootste Nouvelle Violence-cliché omtovert tot een levend, ademend karakter. Waar de coole golden oldies op de soundtrack van soortgelijke films vooral dienstdeden als prettige ondersteuning van de beelden, verweeft Wright ze hier met alles wat we zien gebeuren.

Hoofdpersoon Baby (een ultrarelaxte Ansel Elgort) is in het bezit van meer iPods dan een gemiddelde Apple-winkel en hij verricht al zijn handelingen, van het besturen van vluchtauto’s tot het halen van koffie, op de klanken van een immense (en fantastische) playlist. Zelden was muziek zo integraal verbonden met de beelden van een film als hier, met als onvergetelijk hoogtepunt een achtervolging in de slotakte op de tonen van Hocus Pocus, de klassieke jodelrockstamper van Focus met vlak daarna Golden Earring’s Radar Love als extra Nederlandse muziekkers op de taart.

Het is een briljante vondst die in de handen van een mindere regisseur waarschijnlijk slecht had uitgepakt. Maar Wright krijgt het voor elkaar en weet daarnaast een volstrekt frisse en originele draai aan overbekend materiaal te geven. Baby Driver zit zo vol kinetische energie dat meerdere kijkbeurten nodig zijn om alle beeld/muziekgrapjes te kunnen ontdekken. En dat is absoluut geen straf.
 

26 juni 2017

 
MEER RECENSIES

Free Fire

****

recensie Free Fire

Pret met eeuwigdurende shoot-out

door Bob van der Sterre

Een deal op een afgelegen locatie. Mensen die elkaar niet kennen en die wantrouwig zijn van nature. Allemaal bewapend. En het is nog een wapendeal ook.

Boston 1978. Twee partijen komen bij elkaar in een oude fabriek. Aan de ene kant Ieren die wapens komen kopen (Stevo, Frank, Chris). Aan de andere kant Amerikanen en een Zuid-Afrikaan die de handel willen verkopen (Vernon, Ord, Martin). Justine kent beiden en brengt ze bij elkaar in een oude fabriek. Men draagt wapens en is wantrouwig.

Free Fire

Bij het weigeren van een uitgestoken hand: ‘You didn’t masturbate before you got here, did you?’ ‘What?’ ‘Told you I don’t work with anybody who’s carrying a loaded weapon.’ ‘Fuck the small talk. Let’s buy some guns, eh?’

De spanning loopt meteen op als blijkt dat de verkeerde wapens zijn geleverd. Maar Chris en Ord houden de twee partijen in het gareel. Totdat een van de Ieren een van de Amerikanen herkent en weet dat hij wraak op hem wil nemen.

Een lange shoot-out
Je verraadt niets van het plot door te vertellen dat de film één lange shoot-out is. De fabriek wordt compleet aan gort geschoten. Maar het is geen esthetische shoot-out à la John Woo. Explosies à la Michael Bay hoef je niet te verwachten. Over the top stoerheid à la Don Siegel ontbreekt. De kogels komen hier bij de kijker bijna net zo hard aan als bij de karakters die elkaar bestoken. Waar we wel naar kijken, is bijna een ouderwetse grappige shoot-out à la Tarantino in zijn oude tijd, toen hij nog onpretentieus amusement maakte.

Deze opzet was een risico. Niet veel films hebben echt maar een locatie waar de film zich afspeelt. En vaak blijft zo’n idee niet lang grappig.

Maar bij Free Fire staat er een groep acteurs die de hele film kan boeien – want humor en geweld heeft meer goed acteerwerk nodig dan je beseft. Ze lopen in de invulling van hun vak als acteur erg uiteen. Cilian Murphy (28 Days Later). Armie Hammer (The Man from UNCLE). Noah Taylor (ooit Hitler in Max). Babou Ceesay (Eye in the Sky). Brie Larson (Room). Sharlto Copley (District 9). Er is bijna geen grotere verscheidenheid te bedenken. Maar dat is juist een van de krachten van deze film. Ze passen bij hun rollen. Het is zoals je zo vaak voetbaltrainers hoort zeggen: ‘Ze speelden echt als een team…’

Free Fire

Teamgevoel
Is dat teamgevoel misschien de invloed van regisseur Ben Wheatley, die immers in Sightseers ook aanstekelijke chemie creëerde tussen de hoofdrolspelers? Hij revancheert zich hiermee voor het ambitieuze, maar ook het niet zo evenwichtige High-Rise uit 2015.

Je ziet hier ook het probleem bij beide films. Net als in Sightseers is Free Fire wel leuk kijkvoer, maar niet briljant. Dat ligt vooral aan hoe beide films worstelen met het verhaal zelf. De scripts worden in beide gevallen als het ware voortgedreven door de actie. Maar het zou in een echt goede film andersom moeten zijn – het verhaal bepaalt wanneer de actie opkomt.

Voor de meeste mensen is dat kommaneuken van het zuiverste soort. En een beetje gelijk hebben ze wel. Dit is gewoon een grappige film met veel vaart en energie (negeren die mensen die achteraf zeggen: ‘Deze film ging helemaal nergens over’). Het beste is vooraf om geen trailers te kijken, met weinig verwachtingen de film te gaan kijken en je vervolgens onder te dompelen in een energieke roes van humor en kogels.
 

22 april 2017

 
MEER RECENSIES

Handmaiden, The

*****

recensie The Handmaiden

Zinderende ménage à trois uit Korea

door Cor Oliemeulen

Een erotische misdaadthriller, historisch drama en zwarte komedie zijn op meesterlijke wijze in elkaar verweven. Veel beter en onderhoudender dan The Handmaiden worden films niet gemaakt.

Chan-wook Park maakt films zoals het leven is: vol goede en slechte dingen, geluk en pijn. Met meestal de nadruk op slechte dingen en pijn. Geïnspireerd door Hitchcock, Shakespeare en Kafka is de inmiddels 53-jarige Zuid-Koreaan vooral bekend van zijn zogenaamde Wraak-trilogie, bestaande uit Sympathy for Mr. Vengeance (2002), Oldboy (2003) en Lady Vengeance (2005). Bijna al zijn films blinken uit in een uitgesproken visuele stijl en een intelligent plot waarin de slechte eigenschappen van de mens de boventoon voeren. Park wil je niet alleen emotioneel maar ook fysiek raken en pakt dat aan met surrealistische, absurde en zwart-komische ingrediënten. Ook zonder het gestileerde geweld en de rauwe seks (zelden gratuit) herkent de kenner de eigenzinnige (Koreaanse) filmstijl.

The Handmaiden

Regelmatig op verkeerde been
Voor The Handmaiden nam de regisseur het boek Fingersmith van de Britse auteur Sarah Waters als bindend uitgangspunt. Een zakkenrolster wordt door een oplichter uitgekozen om een rijke dame geld afhandig te maken. De bedoeling is dat de zakkenrolster als dienstmeisje gaat werken bij de rijke dame en haar zodanig manipuleert dat zij met de oplichter zal trouwen. Vervolgens is het zaak om de rijke dame tot waanzin te drijven, zodat zij moet worden opgenomen in een inrichting en het criminele duo er met de buit vandoor kan gaan. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want er ontstaat al snel een innige band tussen beide vrouwen.

Chan-wook Park verplaatste het zeer gelaagde verhaal met de complexe driehoeksverhouding van het Victoriaanse Londen naar het door Japan bezette Korea van de jaren dertig zonder afbreuk te doen aan plot en emotionele lading. Hij benadrukt de patriarchale onderdrukking in de persoon van een perverse oom die verantwoordelijk is voor de huidige, labiele gemoedstoestand van de rijke dame in de film, Lady Hideko (Min-hee Kim). De zakkenrolster heet Sook-Hee (Tae-ri Kim) en de oplichter doet zich voor als ene graaf Fujiwara (Jung-woo Ha). Zet je schrap voor 140 minuten waarin de enerverende geschiedenis vanuit drie perspectieven wordt verteld en je – door Park’s curieuze narratieve technieken – langzaam ontdekt waartoe dubbelspel en onderdrukking kunnen leiden.

Het is niet vreemd dat The Handmaiden de atmosfeer van Chan-wook Park’s meest bejubelde Oldboy ademt, aangezien dezelfde personen verantwoordelijk zijn voor productie, montage, kostuums, muziek en cinematografie. Elk frame van Chung-hoon Chung is een overweldigend schilderij van het door Seong-hie Ruy ontworpen aristocratische speelveld van elegante kamers, fraaie tuinen met prominent een boom met een strop, en een verboden kelder waar Hideko’s oom Kouzuki een opmerkelijke verzameling literatuur en menselijke relikwieën herbergt.

Seks en geweld
Als er seks in een film wordt gebruikt, is dat over het algemeen van korte duur en suggestief. Een verplicht nummertje. Het tonen van het minnespel is functioneel wanneer de kijker beseft dat de relatie tussen mensen (ook) op lichamelijk vlak intiem is. En in het geval van daadwerkelijke copulatie is het natuurlijk handig te weten hoe het komt dat iemand later in de film zwanger blijkt, en vooral van wie.

Een meesterwerk met pittige seks. Kan dat? Na het verschijnen van het intense liefdesdrama La vie d’Adèle (2003) ontstond de nodige opschudding omdat de twee hoofdrolspeelsters elkaar minutenlang tot orgasmes beroeren, wat er verdraaid realistisch uitziet en in die mate nog nooit was vertoond in een mainstream film. De seks in The Handmaiden is niet minder oprecht en opwindend, maar minder expliciet in beeld gebracht. Eén liefdesscène is vooral schalks – een speels experiment, dat eerder ter sprake kwam toen Hideko van oom Kouzuki verhalen in de stijl van de Markies van Sade moest voordragen aan een klein gezelschap hijgerige mannen.

The Handmaiden

Vergelding gaat bij Chan-wook Park meestal samen met geweld. In zijn vorige (vooralsnog eerste Engelstalige) film Stoker (2013) leidt een driehoeksverhouding tot vooral heel veel suspense, maar in The Handmaiden keert Park voor even terug naar ouderwets gestileerd geweld. Meer dan ooit met een vette knipoog, want de afrekening tussen twee mannen heeft hij zelf bij het verhaal verzonnen. Zo kan er zomaar een handvol vingers in de prullenbak verdwijnen. Maar geen hamers ditmaal, wel Park’s traditionele schaar, waarvan het de vraag is of die ditmaal daadwerkelijk als martelwerktuig dienst zal doen. Ondertussen gloriëren en genieten de vrouwen met hun eigen schaar.

Waardering
Vorig jaar staken veel filmcritici de loftrompet over een andere visueel overdonderende Aziatische productie, The Assassin. Die verstilde wuxia-film is qua verhaal nauwelijks te volgen en bovendien bijna geheel verstoken van actie, maar desalniettemin werd de rolprent van de zeker niet onverdienstelijke Chinese filmmaker Hsiao-Hsien Hou bedolven onder de maximale score van vijf sterren. Hoewel het moeilijk is appels met peren te vergelijken, hoe moet je dan The Handmaiden in hemelsnaam waarderen? Net zo prachtig gefilmd en sfeervol, maar gesteund door een bijzonder sterk verhaal, fantastisch geacteerd, alsook perfect gemonteerd en geregisseerd. Chan-wook Park is met The Handmaiden definitief toegetreden tot een selecte groep van grote regisseurs uit de filmgeschiedenis.
 

27 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Nocturnal Animals

***

recensie Nocturnal Animals

Tussen wens en waan

door Alfred Bos

Na het melodrama van zijn debuut A Single Man (2009), komt voormalig modeontwerper Tom Ford met een gelaagde vertelling over wraak via fictie. Die komt nauwelijks tot leven.

Het is beklemmend leeg in Nocturnal Animals, de tweede film van Tom Ford. De vernissage waarmee de film aftrapt is uitzinnig gestileerd, maar wordt bevolkt door lege zielen. Ook het huis van de vrouwelijke hoofdpersoon, Susan Morrow (Amy Adams), galeriehouder te Los Angeles, is leeg, want haar jongere echtgenoot, nummer twee, gaat vreemd in New York. De schijn van luxe en materiële welstand contrasteert met de emotionele kaalslag. Ze leeft in een leugen.

Nocturnal Animals

Dan ontvangt Susan in de post de proefdruk van een boek getiteld Nocturnal Animals. Het is de debuutroman van haar voormalige echtgenoot, Edward Sheffield (Jake Gyllenhaal), die hij aan haar heeft opgedragen. Susan begint het in haar lege bed te lezen en zo belanden we in de tweede vertellaag van de film: die van de roman.

Die verhaalt over de onfortuinlijke belevenissen van een gezin op doorreis in de woeste leegte van West-Texas. (Wat is dat toch met West-Texas? Staat het desolate niets van het landschap in de verbeelding van eigentijdse Amerikaanse cineasten voor de morele woestenij waarin hun natie verzeild is geraakt?) De vader ziet verbijsterd hoe zijn vrouw en dochter uit zijn leven verdwijnen. Hoe heeft het zo kunnen lopen?

Hersenspinsels
Dan is er nog een derde vertellaag: flashbacks verbeelden een gelukkiger verleden van Susan en Edward, hoe ze samen kwamen en dromen deelden. Dromen doet Susan nog steeds, maar nu alleen in haar bed, bij de roman van haar ex die ze verliet omdat zijn schrijfaspiraties stuk liepen. In haar fantasie projecteert ze het beeld van Edward op de vader uit het boek, Tony Hastings. In Tony heeft haar echtgenoot van twintig jaar daarvoor haar visie op hem geportretteerd, zo meent ze. Beide rollen worden vertolkt door Gyllenhaal.

En dan is er eigenlijk nog een vierde vertellaag, want in het boek heeft de vader nachtmerries en ook die hersenspinsels zien we op het filmdoek. Ford heeft het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt voor zijn tweede film, gebaseerd op een eigen script naar de roman ‘Tony and Susan’ van Austin Wright. Al doet de compositie gekunsteld aan, de uitwerking is strak en helder. Anders dan bij een complexe film als Inception (vijf vertellagen) is er voor de kijker nauwelijks verwarring over de vraag naar welke werkelijkheid we kijken.

Briljant vormgegeven
Dat is niet aan de orde voor Susan. Haar fantasie slaat op hol en ze meent, via de roman, haar voormalige wederhelft opnieuw te hebben gevonden. Aan het slot van de film zien we hoe werkelijkheid en fictie zich aan haar openbaren, in een scène die zowel hartverscheurend als afstandelijk kil is. Het is film noir in oogverblindend kleur, formalistisch gestileerd.

Nocturnal Animals

En dat is tevens het probleem van Nocturnal Animals. De film ademt vakmanschap uit ieder shot, elke belichting, iedere enscenering. De openingsscène, die naadloos overloopt uit de openingstitels, is briljant vormgegeven en van verbluffende schoonheid. Maar het lukt nimmer om je als kijker emotioneel te engageren met Susan. “Hij is te cynisch om kunstenaar te worden,” zegt Susans moeder over Edward tegen haar in een flashback. Het is onbedoeld ook commentaar op de film die een wereld toont waaruit alle romantiek is verbannen.

Innerlijke leegte
Dat lukt beter met Tony Hastings, de vader uit de roman. Gyllenhaal speelt hem met zijn vertrouwde passieve agressie, maar je voelt eerder medelijden voor zijn lot dan medeleven. Daarvoor is zijn wedervaren te bruut, te cynisch; de vertelling te afstandelijk. Michael Shannon overtuigt minder in zijn rol van Bobby Andes, de wrekende rechercheur die zijn terminale ziekte aangrijpt om de laksheid van een falend rechtssysteem te corrigeren. Ook dat systeem blijkt hol.

Net als Susans ideeën over zichzelf. En zo is Nocturnal Animals een fraai gestileerde film over de wisselwerking tussen wens en waan, die verbeeldt hoe de keuze voor geld en zekerheid de ziel smoort, maar dat helaas doet op een wijze die het thema van de film spiegelt. Prachtig, maar leeg. Junkfood, gepresenteerd als haute cuisine. Ford is een man van zijn tijd.

 

29 november 2016

 
MEER RECENSIES

Hell or High Water

*****

recensie Hell or High Water

Amerika is geen land, het is een business

door Alfred Bos

Met ijzersterke psychologie, scherpe karaktertekening, verfijnde plot, achteloze humor, kleurrijke personages en veel couleur locale zet de eigentijdse western Hell or High Water vraagtekens bij het Amerika van nu.

De Schotse regisseur David Mackenzie heeft een respectabel aantal films gemaakt zonder noemenswaardig de aandacht te trekken. Dat zal met zijn tiende, een eigentijdse western voorzien van maatschappijkritische ondertoon, op slag veranderen. Hell or High Water is een meesterwerk, de perfecte film waarin werkelijk alles klopt en het persoonlijke drama uitgroeit tot symbool voor een kardinale weeffout in het hart van het economische systeem. Het toont een wereld op zijn kop.

Hell or High Water

Twee broers plegen in West-Texas een reeks overvallen. Ze beroven uitsluitend filialen van dezelfde lokale bank en willen alleen kleine coupures uit de kas. Telkens een magere opbrengst van ongemerkt geld, merkt Texas Ranger Hamilton (een sterke Jeff Bridges) op. Daar moet een plan achter zitten en het prikkelt, drie weken voor zijn pensionering, zijn nieuwsgierigheid.

Het plan is van de jongste broer, Toby Howard (Chris Pine, veel beter dan zijn Captain Kirk in Star Trek doet vermoeden), een gescheiden dertiger. Zijn oudere broer Tanner (Ben Foster, ook ijzersterk) is een impulsieve sociopaat die in de bak heeft gezeten voor vadermoord. Ma is net aan een slepende ziekte overleden en de bank aast op de familieboerderij. Het geld is opgegaan aan medische kosten en de huur al die tijd voorgeschoten door de bank. Die wil nu geld zien.

Cowboy en indiaan versus brein en branie
Toby is het brein en Tanner de branie van het duo met een missie. Ze zijn de muis voor het andere duo dat de kat van het verhaal vormt, Texas Ranger Hamilton en zijn half-Indiaanse sidekick Parker (Gil Birmingham). De cowboy en de indiaan sarren elkaar met racistische opmerkingen, maar ze vormen een ingespeeld team. Hamilton is de hoog-intelligente veteraan met mensenkennis en een feilloze intuïtie, Parker zijn trouwe Sancho Panchez.

Het draaiboek is van de hand van Taylor Sheridan, een acteur die vorig jaar als scenarist debuteerde met het ook al niet verkeerde Sicario. Hell or High Water zit vol psychologische finesse en achteloze humor. West-Texas is een semi-woestijn van desolate prairies en roestige silo’s, een foeilelijke omgeving in verval. Tussen de rotsen kruipen ratelslangen en in de verarmde stadjes zwoegen de verliezers van de globalisering.

Exotisch reservaat
Mackenzie schets de achtergrond van het verhaal via reclameborden langs de weg en graffitiboodschappen op muren, zoals Andrew Dominik dat in diens meesterlijke Killing Them Softly uit 2012 deed met tv- en radio-interviews die commentaar op de handeling leveren. De boodschap van die film raakt aan de moraal van Hell or High Water: Amerika is geen land, het is een business.

Hell or High Water

Met verfijnde psychologie, een nog verfijnder plot en sterke acteerprestaties heeft Hell or High Water al (veel) meer te bieden dan de doorsnee film, maar wat Mackenzie’s tiende tot sublieme hoogte tilt is de achteloze zwier waarmee hij de couleur locale schetst. Gezien door zijn lens is West-Texas een exotisch reservaat van weerbarstige overlevers, de een nog excentrieker dan de ander, maar allen volstrekt naturel en geloofwaardig. En allemaal met een gun op zak en een hoed op het hoofd. Het levert een reeks briljante scènes op, waarin locals in bijrollen de sterren van het doek spelen.

Vlijmscherpe epiloog
Ook in visueel opzicht is Hell or High Water een rijke film. De sfeer van vermoeidheid en verval wordt direct neergezet in het schitterende openingsshot, wanneer de camera over de verlaten parkeerplaats van een bank schuift en in het voorbijgaan een veelzeggende graffititekst op een muur toont. In de landerigheid lijkt elke handeling een teken van overmoed.

Hoewel de film via dialoog, personages en setting de nodige humor bevat, wordt de stemming allengs donkerder. Bij een verhaal waarin de boeven ook het slachtoffer zijn en het slachtoffer in wezen de schurk, past een epiloog op het scherp van het scheermes die, zoals alles aan deze film, ambigu is. Mackenzie heeft geen absurdisme nodig om het absurde van het huidige Amerika te tonen. Zijn film laat zien wat tv-serie Breaking Bad enkele jaren terug betoogde: in het land van het überkapitalisme kun je alleen als gangster overleven.

En wie niet sterk is, moet slim zijn. Hell or High Water is de beste eigentijdse western sinds John Sayles’ briljante Lone Star (1996) – ook zo’n gelaagde, rijke film – en minstens zo goed als de met Oscars overladen No Country For Old Men van de Coen Brothers. Film van het jaar.
 

18 oktober 2016

 
MEER RECENSIES

Infiltrator, The

***

recensie The Infiltrator

Het riool van de beschaving

door Alfred Bos

Bryan Cranston (Breaking Bad) schittert wederom als de man met het masker. In The Infiltrator is hij een boekhouder die poseert als zakenman met maffia-connecties om geld wit te wassen voor coke-criminelen uit Colombia.

Operatie C-Chase is een van de grootste undercoveroperaties in de geschiedenis van Amerika’s geheime diensten. Spil van de operatie was Robert Mazur, die als de malafide zakenman Bob Musella voor de Colombiaanse cokemaffia tientallen miljoenen dollars aan drugsgeld witwaste via een louche bank in Panama. Het resulteerde in de arrestatie van tientallen criminelen en bankiers, de ondergang van de betrokken bank en uiteindelijk de val van Panama’s dictator Noriega, bijgenaamd de Ananas.

The Infiltrator

Twintig jaar lang hield Mazur – die na C-Chase gewoon doorging met zijn undercover werk, in een andere identiteit uiteraard – dat sterke verhaal voor zichzelf, tot hij in 2006 werd ingehuurd als consultant voor de misdaadthriller Miami Vice. Regisseur Michael Mann zag een film in zijn verhaal, Mazur schreef het op in het boek The Infiltrator, een hit op de Amerikaanse bestsellerlijsten die werd verfilmd met acteur Bryan Cranston in de hoofdrol. Waarin The Infiltrator afwijkt van andere misdaadthrillers: de overheid jaagt op het geld, niet op de drugs.

Gevaarlijk dubbelspel
Cranston brak door als de scheikundeleraar annex drugscrimineel Walter White in de tv-serie Breaking Bad en ook in The Infiltrator speelt hij met verve een personage dat leeft op de scherpe kant van een scheermes en voortdurend moet schakelen tussen twee rollen. Zijn Mazur is een doorgewinterde professional wiens vertolking van de weinig scrupuleuze zakenman Musella uit Miami overtuigend genoeg is om door te dringen tot de top van het drugskartel. Zelfs Pablo Escobar komt hem anoniem uitchecken.

Regisseur Brad Furman overtuigde vijf jaar terug met The Lincoln Lawyer, de beste boekverfilming van succesauteur Michael Connelly tot nu toe, met een sterke Matthew McConaughey in de hoofdrol. Ook The Infiltrator dankt zijn succes aan de kwaliteiten van karakteracteur Cranston. Hij is vrijwel de volle twee uur van de film in beeld, maakt het levensgevaarlijke dubbelspel invoelbaar voor de kijker en weet, geholpen door een debuterende dubbelagente die zijn aanstaande speelt (Diane Kruger), de mens in de criminelen aan te spreken.

The Infiltrator

Solide genrefilm
De film speelt in de jaren tachtig – geen smartphones of internet – en oogt als een film uit de jaren zeventig: kalm tempo, degelijke karaktertekening, gedoseerd (en bruut) geweld, spanning boven actie. Een eigentijds foefje zijn de korte scènes en de vlotte montage, ze geven The Infiltrator de air van een tv-serie gemaakt met een filmbudget. Tussen de dialogen zitten een paar rake observaties over het neoconservatieve Amerika van Ronald Reagan verstopt: ‘Zorg dat je geen loser bent’, ‘de US is het riool van de beschaving’ en ‘zonder drugsgeld stort de Amerikaanse economie in’. We zien hoe de financiële infrastructuur van de wereld van nu wordt aangelegd.

Deze solide en net iets beter dan gemiddelde genrefilm weet zich in de rug gesterkt door een rake soundtrack, met bijdragen van Rush (Tom Sawyer), Curtis Mayfield (Pusherman), Leonard Cohen (Everybody Knows), en heeft als treffende uitsmijter Eminence Front, de laatste klassieker van The Who, die niet beter geplaatst had kunnen worden dan hier. The Infiltrator mist de romantiserende bravoure van een Miami Vice of een Scarface; het waargebeurde verhaal is uit zichzelf al spectaculair genoeg.
 

13 september 2016

 
MEER RECENSIES

Chinatown

*****

recensie Chinatown

Zonde in zonlicht

door George Vermij

‘Forget it, Jake. It’s Chinatown.’ Een onvergetelijke quote uit een onvergetelijke film ontsproten in het woelige Hollywood van de jaren 70. Chinatown is nu weer in volle glorie te zien dankzij een schitterende gerestaureerde versie van EYE.

The Whole Equation van David Thomson is verplicht leesvoer voor cinefielen en iedereen die vat wil krijgen op de onwaarschijnlijke samenkomst van magie en industrie in Hollywood. Thomson begint zijn boek verrassend genoeg met scenarist Robert Towne. Een succesvolle schrijver, maar met een knagend gevoel van onbehagen over de behandeling van zijn bekendste script: Chinatown.

Chinatown

Towne had in de jaren 60 naam gemaakt via de invloed van zijn vriend Warren Beatty. Hij dokterde aan de scripts van Bonnie and Clyde, The Parallax View en The Godfather. Maar er was ook nog dat script dat hij zelf had geschreven. Zo zou hij zijn verhaal volgens Thomson hebben gepitcht aan de gladde en gokverslaafde producer Robert Evans:

“It’s about how LA became a boomtown (…) incest and water (…) A second-rate shamus gets eighty-sixed by a mysterious broad.”

Droomfabriek in de Californische woestijn
De shamus is private detective Jake Gittes en de broad die hem om het tuintje leidt Evelyn Mulwray. Towne was geïnspireerd door het boek Southern California County: an Island on the land van de journalist Carey McWilliams. Een schrijnend relaas over de meedogenloze strijd om water en de onstuitbare groei van de zonnige metropool in de jaren 20 en 30. Centraal daarin staat de keiharde William Mulholland, hoofd van de waterwerken van Los Angeles en nog altijd vereeuwigd in de gelijknamige drive.

Mulholland was als een eminence grise. De onscrupuleuze en machiavellistische kracht achter de vooruitgang en weelde van de droomfabriek in de Californische woestijn. En zonder water zou LA nooit iets zijn geworden. Mulholland was de inspiratiebron voor het personage Noah Cross. De rijke magnaat met alle touwtjes in handen waar Jake Gittes langzaam in verstrengeld raakt.

Evans was perplex van het script ook al was zijn studio, Paramount, niet gelijk enthousiast. Evans instincten zorgden ervoor dat hij voet bij stuk hield:

“… even though I didn’t understand the script, I knew Towne was a great writer. I felt like a blind gambler wanting to throw back-to-back sevens.”

Wazig creatief proces
En zo groeide het project. Jack Nicholson als Gittes. John Huston als Noah Cross en Faye Dunaway als Evelyn. Roman Polanski werd erbij gehaald als regisseur. En hier wordt het creatieve proces wazig. Polanski paste het script aan. Towne protesteerde, maar Evans stond het toe. Het ging over het einde van de film. Polanski vond het niet duister genoeg. Zonder iets te verklappen staat vast dat de film die je nu weer kunt zien en die geprezen wordt als een moderne klassieker niet eindigt zoals Towne had gewild.

Voor Thomson vormt dat de crux van de vaagheid en vrijblijvendheid van het creatieve proces in Hollywood:

“In the same way, we as an audience – or a culture – should take such compromises into account when judging the impact or value of movies. They drive from corporations and producers, not individuals or artists.”

Chinatown

Al die op papier onsamenhangende delen merk je niet terug in de film ook al speelde er meer. De sfeervolle muziek werd volgens Thomson in een periode van 10 dagen geschreven door Jerry Goldsmith die op het laatste moment een andere componist moest vervangen. En Polanski bekende in een interview met filmschrijver Mark Cousins dat hij een hekel had aan Dunaway. Hij intimideerde haar met close ups die te dicht op haar huid zaten. Uit een roddel die opduikt in Peter Biskinds vermakelijke Easy Riders, Raging Bulls blijkt dat Dunaway Polanski terugpakte door een kopje urine over hem heen te gooien.

Sunshine Noir
Ondanks de ego’s, het geld en de business achter de filmkunst werkte het. Chinatown is enerzijds verleidelijk. Het stralende camerawerk van John A. Alonzo staat in contrast met de duistere elementen. Dit is Sunshine Noir. En het verhaal van Gittes die in de corruptie en machtsspelletjes van Los Angeles wordt gezogen is beklemmend. Deels ook omdat Townes wereld echt voelt en is gebaseerd op een historische blauwdruk.

Het was dus mogelijk in het Hollywood van de jaren 70 om pulp en diepgang samen te brengen. Als contrast is er het minder roemruchte verhaal van Towne, Evans en Nicholson die een vervolg wilden maken in de jaren 80. Het was Townes oorspronkelijke idee om Jake Gittes drie decennia lang te volgen. The Two Jakes kwam uit in 1990 maar was een zooitje. Een project waar Towne zich uiteindelijk van distantieerde en dat door Nicholson werd geregisseerd. De laatste keer dat Jack op de regiestoel zou gaan zitten.

Het kan verkeren.
 

10 september 2016

 
MEER RECENSIES