Prins

***

recensie  Prins

Liefde of criminaliteit in Amsterdam-Noord

door Nanda Aris

Een tiener moet kiezen tussen de liefde van familie en vrienden of het geld en de criminaliteit. 

Amsterdam Noord is een geliefde setting van regisseur Sam de Jong. Niet verwonderlijk ook dat zijn eerste speelfilm Prins tot stand kon komen met geld van de gemeente Amsterdam stadsdeel Noord, alhoewel de wijk niet heel best in beeld in komt. De film is geproduceerd door het Amsterdamse productiebedrijf 100% Halal in coproductie met VICE Media.

Recensie Prins

In 2012 studeerde De Jong af aan de Film­academie met Magnesium, welke werd be­­kroond met de Tuschinski Award en de Prijs van de KNF (Kring van Nederlandse Filmjournalisten). Internationale belangstelling was er ook, met vertoningen in onder andere Los Angeles, Beijing en Rome. Na Magnesium maakte hij de korte film Marc Jacobs, over een Marokkaanse jongen uit Amsterdam-Noord. Ook de korte film Malaguti Phantom uit 2014 werd opgenomen in Noord. Beide films gaan over een jongen die bij de rest van de groep wil horen.

Erbij horen
Veel van de (niet professionele) acteurs zien we terug in Prins. Sommigen kent De Jong nog uit de buurt waarin hij zelf ook opgroeide, zoals Peter Douma (Ronnie in de film), vroeger de pestkop van school, nu de louche gewelddadige broer van Franky (Jorik Scholten, alias rapper Lil’ kleine). Naast de herkenning van de cast, is er herkenning in thematiek. Het zijn allen opgroeidrama’s waarin de hoofdpersoon erbij wil horen, onzeker zoekt naar zijn identiteit, zich geaccepteerd wil voelen en waarin materialisme niet onbelangrijk is.

In Prins wil Ayoub (Ayoub Elasri) graag wat extra geld verdienen. De reden; hij wil nieuwe schoenen kopen, zodat hij met meer zelfvertrouwen het hart van de onbereikbare Laura (Sigrid ten Napel) kan veroveren. Zij heeft echter al een vriendje.

Duister
De helpende hand hierin komt van Kalpa (Freddy Tratlehner, ook wel Vjèze Fur van De Jeugd van Tegenwoordig), een onberekenbaar, schokkend en zwetend persoon die in de buurt rondrijdt in een paarse Lamborghini Diablo en hem criminele klusjes aanbiedt. Ayoub raakt meer en meer in de problemen, en zijn lieve, maar licht labiele moeder en zwaar verslaafde vader kunnen hem niet helpen. Hij raakt verwijderd van zijn vrienden en familie. Als het knaapje van Kalpa aan hem vraagt of hij gelukkig is, en zelf antwoord dat hij het niet is, lijkt het erop dat Ayoub beseft dat het gras niet altijd groener is aan de andere kant.

Recensie Prins

Neo noir-stijlen
Dat De Jong potentie heeft laat hij absoluut zien met Prins. Hij experimenteert met stijlen. De film begint in neo noir western: individueel komen de jongens in beeld, als voor een shoot out. Maar tegelijkertijd is de film ook psycho noir, wat doet denken aan Drive (2011). De soundtrack van Drive heeft overeenkomsten met het sciencefiction-achtige nummer van de Nederlandse artiest Palmbomen, waarmee Prins begint. Ook hint De Jong naar nouvelle violence Tarantino-stijl met de varkensslacht-scène; alhoewel niet zo gruwelijk en expliciet in beeld als bij Tarantino, geeft de scène toch een onbehaaglijk gevoel.

Tot slot is de link naar New Kids (ook van productiebedrijf 100% Halal) met de hangjongeren, het geweld, en het platte taalgebruik ook snel gelegd. De film maakt vooral nieuwsgierig naar volgende films van De Jong. Prins is een kleine film, een sluitstuk van zijn eerdere films. Hopelijk blijft hij experimenteren, niet alleen in stijlen, maar ook in andere aspecten, zoals thematiek.

 

19 juni 2015

 
ALLE RECENSIES

Ventoux

****

recensie  Ventoux

Bittere ernst en slap geouwehoer op roemruchte berg

door Cor Oliemeulen

Vriendschap en weemoed, bittere ernst en slap geouwehoer, in een film over mannen: toen ze nog jong waren, en nu dertig jaar later, tegen de achtergrond van een roemruchte berg.

Ventoux begint met een gevaarlijke afdaling op de flanken van de Reus van de Provence, zoals hij bij wielerliefhebbers te boek staat. Het is juli 1982 en we zien hoe een jongen als een razende naar beneden fietst onder de klanken van ‘A Forest’ van The Cure. Hier, op bijna twee kilometer hoogte, is echter geen boom te zien. Deze Kale Berg, met karakteristiek op de top het weerstation, heeft reeds in die tijd mythische proporties aangenomen.

Recensie Ventoux

Legendarisch
Zo legde Jan Jansen er in 1967 de basis voor het winnen van de Tour de France in een etappe waarin de Brit Tom Simpson anderhalve kilometer onder de top dood van zijn fiets viel. Sindsdien is de berg legendarisch. Later finishten andere wielergrootheden als Merckx, Pantani en Froome als eerste op de Ventoux, waar iedere zomer tal van toeristen tegenop fietsen, of een poging hiertoe doen (gemiddeld stijgingspercentage is 7,5 procent). Soms staat er een stormachtige wind en het kan er bovendien snikheet óf ijskoud zijn.

Hoe prachtig en bewonderenswaardig is het dat de veelzijdige regisseur Nicole van Kilsdonk (kampeerde als kind al graag in deze streek) zich een jaar of vijf geleden voornam om de Mont Ventoux als decor van een tragikomedie te nemen. Het idee ontstond op de set van haar tv-film Zadelpijn (2007), naar het gelijknamige, onder vrouwen populaire, boek van Liza van Sambeek. Van Kilsdonk zag een mooie kapstok voor 50-jarige acteurs: een verhaal over vriendschap, vervlogen dromen, schuldgevoelens, afzien op de fiets en over de manier waarop mannen met elkaar communiceren.

Tragedie
Columnist en wielerkenner Bert Wagendorp ging aan de slag met het script en vulde in zijn enthousiasme materiaal voor een heel boek, dat in 2013 uitkwam (het duurde even om de verfilming gefinancierd te krijgen) en direct een bestseller werd. Inmiddels zijn er meer dan 120 duizend exemplaren van verkocht, het bewijs dat het onderwerp populair is. Welnu, de film Ventoux verdient het ook om een dikke hit te gaan worden. Vriendschap en nostalgie van vier bijna-vijftigers die dertig jaar na hun fietsvakantie in de Provence elkaar weer ontmoeten en terugkeren naar de plek waar kameraadschap, liefde en het verkennen van hun fysieke grenzen cumuleerden in een tragedie.

De casting van Ventoux is ideaal. De huidige generatie vrienden bestaat uit de bescheiden gangmaker Bart (Kasper van Kooten), omstreden professor Joost (Leopold Witte), onzekere goedzak David (Wim Opbrouck) en no-nonsense wielerfanaat André (Wilfried de Jong). Met deze acteurs in het hoofd zijn de rollen geschreven, waarna de jonge spelers werden geselecteerd, vooral op basis van fysieke kenmerken van de oudere cast. Maar ook de jonge generatie heeft een goede onderlinge chemie.

Recensie Ventoux

Allure
En hoe leuk is het om actrice Maruschka Detmers als Laura – in haar jeugd verleidelijk gespeeld door Abbey Hoes (Gouden Kalf voor Nena) – eindelijk eens in een Nederlandse film te mogen aanschouwen? Detmers werd in 1983 befaamd in Prénom Carmen van Jean-Luc Godard. In Ventoux komt ze weliswaar een stuk minder prominent en een stuk meer gekleed in beeld, maar nog altijd mysterieus genoeg om dertig jaar na dato de mannen zich nog te laten herinneren hoe Laura hen destijds het hoofd op hol bracht en de loyaliteit tussen de vrienden danig op de proef stelde.

Art direction, kleding en zelfs de Raleigh-fietsen uit begin jaren tachtig kloppen. De soundtrack met talrijke oude hits brengt je direct in de stemming en versterkt het tijdsbeeld. De dialogen, gebeurtenissen en karakters zijn geloofwaardig, zo uit het leven gegrepen en nergens overdreven, karikaturaal of stereotiep. En het schakelen tussen vroeger en nu verloopt soepel.

Is er dan geen minpuntje? Jawel. Tot lang in het verhaal denk je te weten wat de aanleiding is van de toenmalige tragedie op de Ventoux. Echter omdat de makers er per se een feelgoodfilm van wilden maken, komt Laura met een wat gekunstelde bekentenis, die de smartelijke teneur, die zo treffend over het verhaal hing, onderuit haalt. Dat had anders gekund, maar neemt niet weg dat Ventoux een drama met internationale allure is.

 

10 mei 2015

 
ALLE RECENSIES

Michiel de Ruyter

****

recensie  Michiel de Ruyter

Houtsplinters als confetti

door Alfred Bos

Spannende verhalen heeft de Nederlandse geschiedenis genoeg te bieden en weinig verhalen zo spannend als dat van Michiel de Ruyter, de archetypische zeeheld uit de Gouden Eeuw die als ‘sterke man’ van Johan de Witt de Engelsen voortdurend dwars zat.

Wie in de schoolbanken, tijdens het lesuur Vaderlandsche Geschiedenis, hoofdstuk Gouden Eeuw, wegdroomde bij de verhalen over ‘onze zeehelden’ kan zijn of haar hart ophalen aan de biografische film van Roel Reiné over de grootste held van allemaal, Bestevâer alias Michiel de Ruyter (1607-1676). Waarbij aangetekend moet worden dat een aantal details zijn geromantiseerd en er wordt gespeculeerd over de rol – en seksuele voorkeur – van prins Willem III in de gruwelijke lynchdood van de gebroeders De Witt, maar dat mag de pret niet drukken. De kijker wordt aan zijn bioscoopstoel gespijkerd, om 150 minuten later als uit een roes te ontwaken.

Recensie Michiel de Ruyter

Zeeslagspektakel
In die zwijmel heb je tevens de neiging om de houtsplinters van je schouders te vegen, want Reiné’s rolprent biedt, uitgesmeerd over een half dozijn actiescènes, niet minder dan drie kwartier met veel tromgeroffel gelardeerd zeeslagspektakel waarbij het kanonvuur een regen van splinterend hout over het dek uitstrooit. Er zijn maar liefst vijf bloedstollende zeegevechten te zien: de slag bij Ter Heijde (1653, waarbij Maarten Tromp door een Engelse sluipschutter werd gedood), de Vierdaagse Zeeslag (1666), de Tweedaagse Zeeslag (1666), Kijkduin (1673) en Augusta (1676).

We zien De Ruyter uitgroeien tot een nuchtere – als de splinters zijn neergedaald gaat hij de kippen aan dek voeren – en loyale opvolger van de briljante admiraal Tromp, die voortborduurt op diens schepen-in-slaglinie tactiek, het belang van organisatie begrijpt en het Engelse systeem van vlagseinen verfijnt. Bijna terloops fluistert hij zijn baas, raadspensionaris De Witt, het idee in voor wat we nu kennen als de mariniers, in de zeventiende eeuw een wereldprimeur.

Wilders-kapsel
Met een internationale cast – de Britse acteur Charles Dance (bekend als Tywin Lannister in Game of Thrones) als de Engelse koning Charles II, de Française Aurélie Meriel als diens maîtresse Louise, de Belg Filip Peeters als de Franse admiraal Duquesne, naast een batterij bekende Nederlandse filmgezichten, waaronder Rutger Hauer als Maarten Tromp – en een voor Nederlandse begrippen ruimhartig budget oogt Michiel de Ruyter  als episch filmspektakel dat onder de titel Admiral  ook een niet-Nederlands publiek moet kunnen bekoren.

Tussen al het maritieme geweld en fraai gekostumeerde drama zal het die kijker wellicht niet opvallen dat de hoofdpersonen, Michiel de Ruyter (Frank Lammers), Johan de Witt (Barry Atsma), prins Willem III (Egbert-Jan Weeber) en de Orangistische intrigant in de Staten-Generaal, regent Kievit (Derek de Lint, compleet met Wilders-kapsel), in vijftien jaar filmverhaal geen dag ouder worden.

Zelfmoordmissie
Valt er op zee genoeg te beleven, aan wal is het ook niet rustig. De Republiek, onder leiding van Johan de Witt en diens minstens zo schrandere broer Cornelis (de beste bijrol, van Roeland Fernhout), is niet alleen in handelsoorlog met Engeland, de spanningen tussen de staatsgezinden en de prinsgezinden lopen op en er dreigt een burgeroorlog. De veenbrand slaat uit in het rampjaar 1672 en culmineert in de dramatische – en dramatisch in beeld gebrachte – moord op de gebroeders De Witt.

Recensie Michiel de Ruyter

De Ruyter redt de Verenigde Provinciën door via een tactische trouvaille de gecombineerde Engels-Franse vloot bij Kijkduin te kijk te zetten, maar als sterke man van De Witt is hij een blok aan het been van Willem III en wordt er op uitgestuurd om in de Middellandse Zee de Fransen te kortwieken. De film suggereert dat het een zelfmoordmissie was (slechts 12 schepen tegenover een Franse overmacht), maar in werkelijkheid waren de verhoudingen gelijk: bij de slag van Augusta stonden zeventien Hollandse en tien Spaanse schepen tegenover een lijn van 29 Franse schepen. Wel historisch: de Franse admiraal Duquesne staakte de strijd na te hebben vernomen dat De Ruyter dodelijk was gewond.

Boordevol tableau
En dan is er ook nog het huzarenstukje der huzarenstukjes, de tocht naar Chatham en de vermaarde ketting die werd stukgevaren. Op instigatie van De Witt zoekt De Ruyter de gehavende Engelse vloot op in het dok waar ze wordt gerepareerd, om door Bestevâer, bijgestaan door zijn innovatie, de mariniers onder aanvoering van Van Ghent (Tygo Gernandt), te worden gedecimeerd. Het Engelse vlaggenschip Royal Charles gaat als trofee mee op sleeptouw naar Hellevoetsluis. De spiegel is nog steeds te bewonderen in het Rijksmuseum.

Tussen al dat drama en spektakel is er jammer genoeg nauwelijks tijd om op adem te komen. De aandacht voor het privéleven van de zeeheld – de derde verhaallijn in deze overvolle film – beperkt zich tot enkele huiselijke scènes met zijn vrouw Anna (Sanne Langelaar). Ook de relatie met Johan de Witt, toch de centrale dynamiek van dit heldenepos, komt slechts beknopt aan bod. Maar het is ook een boordevol tableau dat regisseur Reiné (Gouden Kalf in 1999 voor The Delivery) in zijn eerste Nederlandstalige film probeert te schetsen. Hij verwierf in Hollywood een reputatie als vakbekwaam regisseur van generieke actiefilms en met de actie zit het in Michiel de Ruyter wel snor. Sinds Soldaat van Oranje (1977) niet meer zo’n onderhoudende avonturenfilm van Nederlandse makelij gezien.

 

23 januari 2015

 
ALLE RECENSIES
 

INTERVIEW met Roel Reiné, regisseur Michiel de Ruyter!

Nederland is geen filmland. Wat nu?

Peter de Haan – Filmpublicist Dutch FilmWorks

Peter de Haan studeerde Communicatie in Rotterdam en rolde via de reclamewereld in de film. In 2005 begonnen als publiciteitsmanager film bij RCV, later overgegaan in Entertainment One Benelux. Na vijfenhalf jaar besloot hij een half jaar te gaan reizen waarna hij zijn loopbaan kon voorzetten als publicity manager bij Dutch FilmWorks. Hiernaast is hij erg begaan met dierenwelzijn en vrijwilliger van Sea Shepherd Nederland.

 

Nederland is geen filmland. Wat nu?

In Nederland keken afgelopen zomer meer dan 9 miljoen mensen naar de wedstrijd Nederland – Argentinië. Bijna 55% van de totale bevolking dus. Een evenement als het WK leeft; er kijken (zowel hier als in vrijwel alle deelnemende landen) flink wat mensen naar dergelijke belangrijke sportwedstrijden. In Nederland heb je daarmee de kijkcijfertop wel te pakken; zelfs de finales van The Voice of Holland’s Got Talent komen daar niet (meer) bij in de buurt. Om over tv-premières van blockbusters en het Gala van de Nederlandse Film op tv (een schamele 361.000 kijkers dit jaar) maar te zwijgen.

In Amerika ligt dat gelukkig nog anders. Begin 2014 keken er 43 miljoen Amerikanen naar de Oscaruitreiking: 13,5% van de bevolking. Lang niet zoveel als naar de Super Bowl (daar keek 35% naar) maar uitgedrukt in marktaandeel over de ‘kijkende bevolking’ is dat percentage veel hoger. Hoeveel mensen keken er in Nederland? Film1 zet al enige jaren haar kanaal open voor niet-abonnees, maar het kijkcijfer is bedroevend laag. Het helpt natuurlijk niet mee dat de Oscars nachtwerk zijn, maar ook als je de volgende dag de journaals erop nakijkt is de aandacht minimaal. Een Nederlands tintje zoals een beeldje voor de animator van Life of Pi of hooguit een vaderlandse nominatie zoals Paradise Now in 2005 (de laatste Nederlandse kanshebber) lijkt nog net aanleiding te zijn voor iets meer dan een vermelding van de grote winnaars.

Life of Pi

Kijkcijfers
Rene Mioch doet al sinds mensenheugenis zijn best om de Nederland warm te krijgen voor films en sterren – alweer jaren met zijn gelijknamige filmmagazine op RTL5 – zaterdagmiddag tussen Lifestyle Xperience en Wist je Dat ingepropt. Het zorgt regelmatig zelfs voor een dipje in het marktaandeel van de zender, wat op dat tijdstip onder de 1% ligt. Als er samen met de beter bekeken zondagse herhaling op RTL4 100.000 mensen kijken is het veel. Over de kijkcijfers van iets als de Cannes filmfestival-coverage van de VPRO, ergens rond middernacht ook al, wil ik het niet eens hebben.

Het kijkcijfer van Films & Sterren is misschien niet het beste voorbeeld, maar wel een meetbaar voorbeeld van de geringe animo bij het brede publiek voor filmnieuws. Van alle landelijke dagbladen en de RTV-gidsen die een bioscoopfilmkatern hebben, weten we nauwelijks hoe het gelezen wordt. Wie bladert er naar pagina 39 voor de filmrecensies van Veronica Magazine? Hoeveel van de 1,4 miljoen AD-lezers staat stil bij de filmpagina’s achterin? Filmblad FilmValley bestaat al 5 jaar niet meer en in de bioscoop zie ik de hele maand door een stapel Preview Magazine, het nota bene gratis en vlot geschreven filmblad.

Geen levendige filmcultuur
Begrijp me goed: er gaan massa’s mensen naar de bioscopen en filmhuizen, maar van een levendige filmcultuur lijkt hier geen sprake. Als we het over die massa’s hebben, noemen we in onze business vaak het gemiddelde bioscoopbezoek. Dat kroop de afgelopen tien jaar van een krappe 1,5 naar 1,8 verkochte bioscoopkaartjes per Nederlander in 2013. Ter vergelijking; de VS en Canada noteren hier een 4,0. Een niet al te rooskleurig cijfer dus, en lager ook dan vergelijkbare laden als Denemarken, Ierland, Engeland en Noorwegen.

The Wolf of Wall Street

Erger nog: slechts 7,3 miljoen Nederlanders van 16 jaar en ouder kwamen überhaupt ergens naar kijken. Dat is 53% van de (16+) bevolking, die 30,8 miljoen kaartjes kochten. Kortom, de helft van de 16+ bevolking kocht bioscoopkaartjes, zo’n 4,2 per bioscoopbezoeker. Maar nu komt het: bijna de helft van de bevolking gaat dus helemaal niet. Ze worden net als ieder ander (uitgezonderd groepen als blinden, baby’s gehandicapten en hardwerkende agrariërs) geconfronteerd met campagnes op billboards, radio, tv, banners, YouTube, apps, festivals, in-store acties, in dagbladen, gidsen, week- en maandbladen. Maar wat de helft van onze landgenoten ook voorgeschoteld krijgt, niets krijgt ze zover hun schoenen aan te trekken om naar de bioscoop te gaan. Onvoorstelbaar voor ons, filmliefhebbers. Hebben ze dan echt Titanic, Fight Club, Avatar en The Wolf of Wall Street alleen hooguit op tv gezien? Of ook dat niet? Of downloaden ze alles wat los en vast zit en zien ze hier af en toe wat van; volgens sommige onderzoeken kijken downloaders ongeveer 10% van wat er wordt binnengehaald. Of zelfs dat niet?

Desinteresse
Volgens de bioscoopmonitor 2013/2014 is 35% van deze niet-bioscoopbezoekers (2,3 miljoen zielen) sowieso niet geïnteresseerd in film. Dat kan natuurlijk. Sommige mensen kijken liever naar schilderijen, aandelenkoersen, de bodem van hun bierglas, game-controllers, internetporno, burlende herten op de Veluwe, dumpert.nl of iets anders in hun vrije tijd. Ook prima. Maar dat verklaart maar ten dele de desinteresse van ‘de Nederlander’ om iets te willen zien en lezen over films.

Waar in Frankrijk een filmtraditie leeft om één avond in de week met het gezin naar de cinema te gaan (met het op één na hoogste bezoekgemiddelde van Europa tot gevolg), speelt dat hier helemaal niet. Natuurlijk; als er een James Bond-film draait, of een The Hobbit of Harry Potter, dan is de keus voor de kerstfilm snel gemaakt. Die titels scoren gigantisch zo in de laatste weken van december. En Gooische Vrouwen doen het ook bijzonder goed, zelfs in Neerlands populairste genre – de romantische komedie.

Gooische Vrouwen

Entertainen, verrassen en verwonderen
Onderzoeken wijzen steeds op de bezwaren van film minnend publiek over comfort, geluid (niet in het minst dat van andere bezoekers), horeca en prijs. Dat laatste is niet onbelangrijk; maar ook de Nationale Filmdagen dit najaar stuitte vooral op laconieke reacties van publiek dat van niets wist aan de kassa. Een clubje diehard filmliefhebbers daargelaten is Nederland nauwelijks met cinema bezig; dat kunnen we wel vaststellen. Daar kunnen we als filmbedrijven heel misnoegd over doen en het moede hoofd nog eens schudden, maar dat helpt niet. Wat we kunnen doen, moeten we vooral heel goed doen. Films binnenhalen, uitbrengen en programmeren die de bezoekers blijven entertainen, verrassen en verwonderen. Dat eerste lijkt overigens het belangrijkste; al laten recensenten vaak andere factoren zwaar wegen. Maar het publiek betaalt vooral om vermaakt te worden, zo lijkt.

De sector moeten zorgen dat de hele ervaring vlekkeloos is. Van parkeerplaats tot horeca en van stoel tot projectie moet alles kloppen. Alleen als we films vertonen die beter zijn dan men verwacht tijdens een avond die beter georganiseerd is dan verwacht kunnen we verwachten dat men die ervaring deelt met iemand die zelden of misschien wel nooit gaat. De helft van ons land komt hier blijkbaar voor in aanmerking; kansen te over. Die helft verkleinen is de belangrijkste missie van de nationale filmbusiness. Daarvoor hebben we bioscoopbezoekers nodig die het enthousiasme verspreiden. Laten we het iedereen gunnen: dat onbetaalbare gevoel om totaal opgezogen en meegevoerd te worden in een mythisch verhaal naar een wereld die waarschijnlijk nooit de onze zal zijn. Maar waar we niet van zonder zouden willen. De bioscoopfilmerij, dat ben jij.

11 december 2014

 
 
MEER ESSAYS

Nieuwe Rijksmuseum: De film, Het

***

recensie  Het Nieuwe Rijksmuseum: De film

Grootse film richt zich op personages

door Nanda Aris

Prachtige beelden van de verbouwing van het Rijksmuseum. De vele werkzaamheden en gepassioneerde medewerkers worden lichtelijk overschaduwd door een strijd, zowel met de buitenwacht als onderling. 

Na de vierdelige tv-serie, waarvan de vertelling nog stopte voor het moment van de heropening van het Rijksmuseum in Amsterdam in 2013, kreeg Oeke Hoogendijk de kans om een half jaar langer door te kunnen filmen. En zo de vraag te kunnen stellen in de film of de verbouwing van het Rijksmuseum het lange wachten waard geweest is.

Recensie Het Nieuwe Rijksmuseum: De film

Strijd
Oeke Hoogendijk volgde tien jaar lang de hoogte- en dieptepunten van de verbouwing van het Rijksmuseum in Amsterdam. Haar zorgvuldige manier van filmen en monteren, geven de film een romantische en poëtische glans. Daar staat tegenover haar manier van de mensen portretteren. Het voelt bijna alsof de personages door de strijd op de hak genomen worden. Volgens Hoogendijk is de film character driven gemonteerd, waarbij de strijd de belangrijkste focus is. De Nachtwacht met de notabelen, met zijn schutters en strijders, staat volgens Hoogendijk symbool voor de strijd die van hoog tot laag door de personages gevoerd wordt. Dit komt inderdaad duidelijk naar voren in de film, en als Rijksmuseum zijnde, zou ik not amused  zijn.

Gelukkig zijn de beelden van het Rijksmuseum prachtig, en kunnen we wel degelijk zien hoe hard en gepassioneerd de medewerkers werken (alhoewel het voelt alsof ook hier soms de spot mee gedreven wordt). Maar de film vervalt door deze focus op onderlinge strijd en tegenwerking van buitenaf haast in een soap op hoog niveau.

Impact
De film begint met zwart beeld, boorgeluiden en toenmalig koningin Beatrix die ons vertelt dat het Rijksmuseum een grootschalige renovatie zal ondergaan. Langzaam worden er gaten in het dak van het Rijksmuseum gejakkerd en valt er licht en gruis naar binnen. De beelden die volgen, het bovenaanzicht van een in mist gehuld Rijksmuseum, zijn prachtig.  Langzaam zoomt de camera uit, en onder toeziend oog van de heren van De Nachtwacht die in plastic ingepakt worden, zien we het geraamte van het Rijksmuseum. Door de cameravoering en blik op het geraamte, gehuld in stilte, maakt de film de impact duidelijk van de verbouwing.

Recensie Het Nieuwe Rijksmuseum: De film

Personages
Na deze mooie beelden van het Rijksmuseum maken we onder andere kennis met de architecten van het nieuwe Rijksmuseum, die met hun ontwerp de competitie wonnen, en met de fietsersbond die fel tegen het ontwerp van de architecten is, en uiteindelijk zal winnen. Met Leo van Gerven, de man die tien jaar van zijn leven in het Rijksmuseum woonde en voor ‘zijn’ museum heeft gezorgd als hij voor zijn vrouw zou zorgen. Met Taco Dibbits, de curator die later een gooi naar het directeurschap zou doen. Natuurlijk met de directeuren van het Rijksmuseum, eerst Ronald de Leeuw, en later met zijn omstreden opvolger Wim Pijbes. En met de vele anderen.

In een twee uur durend epos zijn er ook humoristische momenten, zoals wanneer De Leeuw naar Japan afreist om twee reusachtige tempelwachters aan te kopen, en hij deze beschrijft terwijl hij – zelf een grote man – naast kleine Japanners over straat loopt. Het humoristische grenst nauw aan het bespottelijke, zoals wanneer de hoogte van het bedrag dat het budget overstijgt ‘jammer’ genoemd wordt, en we naar een instemmende De Leeuw kijken. Of wanneer Wim Pijbes triomfantelijk een aantal wanden in het Rijksmuseum over laat schilderen, omdat hij immers het laatste woord heeft. Of zoals wanneer Marleen Homan, interieurarchitect, lacht om het feit dat ze al zes jaar aan het tekenen zijn, en steeds opnieuw tekeningen maken. Tegelijkertijd zien we een in slaap dommelende architect van het Louvre, aan wie ze de tekeningen voorleggen. De zaal lacht, en we lachen de personages niet toe, maar uit.

De film eindigt met De Nachtwacht, het was het wachten waard; de strijd is gestreden en de klus is geklaard. Eindelijk.

 

5 december 2014

 
ALLE RECENSIES

Gooische Vrouwen 2

***

recensie  Gooische Vrouwen 2

Kakkineuze kolder

door Alfred Bos

Verdere avonturen uit de enclave van geld en gekte, waarin de vriendinnen Cheryl, Claire, Anouk en Roelien het aan de stok krijgen met – ja, wat al niet? Ze hebben het zwaar met hun luxe leven; de mannen nog zwaarder.

Het was een slimme zet om de succesvolle tv-serie Gooische Vrouwen na vijf seizoenen (2005-2009) te beëindigen. Het is lastig om de herkenbare, maar niet al te diepgravende verwikkelingen rond vier vriendinnen in het Gooi tientallen afleveringen lang fris en naturel te houden. Dan is het handiger om de tweedimensionale, maar rake karikaturen eens per zoveel jaar op te laten draven in een bioscoopfilm: minder werk voor dezelfde (of grotere) opbrengsten. Gooische Vrouwen (uit 2011) brak alle Nederlandse bezoekcijfers.

Recensie Gooische Vrouwen 2

De onvermijdelijke opvolger hanteert dezelfde formule als de eerste Gooische Vrouwen-film: geschutter rond keukentafel en slaapkamer, reisje naar verre oorden waar vervolgens het lokale warenhuis wordt leeg gekocht, optreden van Martin Morero (glansrol van Peter Paul Muller) aan het slot. Rond de vriendinnen en Martin cirkelen de paladijnen, waaronder Cheryls stylist, de huisnicht Yari (Alex Klaasen) en Martins moeder (Beppie Melissen). De clash tussen kakkineus Gooi en volks Amsterdam is de betrouwbare accu van de franchise.

Identiteitscrisis
Geslaagde satire blijft dicht bij de werkelijkheid en vergroot wat opvalt. Gooische Vrouwen (serie en films) hekelt via details en terzijdes. Kunstenares Anouk draagt een Eschertrui en de biologisch verantwoorde tomaatjes komen volgens Cheryl van “de Gooische groentenjuwelier”.  Claire plukt de tegeltjeswijsheden uit de lucht: “Hier hebben we de klok en in Afrika de tijd.” Zo worden de herkenbare karikaturen – volkse nouveau riche, neurotische juriste, loopse kunstenares, kordate draufgängster, overspelige charmezanger – aangekleed tot geloofwaardige (en meewarige) karakters.

De verwikkelingen van Gooische Vrouwen 2 draaien rond de eeuwige thema’s liefde en dood. Martin blijft zijn jongeheer achterna lopen, wat Cheryl (Linda de Mol) niet pikt. Anouk (Susan Visser) kan geen frikandel eten zonder over orgasmes te fantaseren. Roelien (Lies Visschedijk) ziet dieren als mensen (en soms andersom) en Claire (Tjitske Reidinga) keert terug uit Afrika met een volbloed identiteitscrisis – en een geplunderde bankrekening. Misschien is het een gelukkig toeval, maar wellicht een slimmigheidje van scenarist Frank Houtsappels en GV-bedenkster Linda de Mol: men scheert op slinkse wijze langs de recente Zwarte Piet-discussie. 

Recensie Gooische Vrouwen 2

Mollige botox-bitches
De liefde: Claire’s Afrikaanse vriend, Komo (de Franse acteur Djedje Apali), emigreert naar het Gooi, wat aanleiding is voor een reeks culturele misverstanden. De dood: daar verklappen we hier niets over. Voor een serie die de glitterwereld van imago en status op de hak neemt, is niets heilig, zeker uiterlijk vertoon niet, en aldus speelt de film deels in de toekomst. We zien de vriendinnen als mollige botox-bitches – pluim voor de grimeurafdeling – tussen futuristische computers en weelderig Goois groen. Het iconische sanatorium Zonnestraal, een Gooise locatie, past daar perfect bij.

Regisseur Will Koopman (Baantjer, Grijpstra & De Gier, Gooische Vrouwen) opent haar vierde speelfilm met een panoramisch drone-shot dat de drang naar een nieuw perspectief lijkt te symboliseren. Het is gelukt om na 42 tv-afleveringen én de meest succesvolle film uit de Nederlandse cinemahistorie (bij elkaar toch al snel 30 uur verhaal) toch met een variatie op de proppen te komen die herkenbaar is en niettemin verrast. Sterker, Gooische Vrouwen 2 eindigt met een knal.

 

28 november 2014

 

 

ALLE RECENSIES

 

Wiplala

***

recensie  Wiplala

Kinder-kersthit vol actie

door Nanda Aris

Wiplala is een fijne kinderfilm, die een groot beroep doet op de fantasie. Het kleine mannetje Wiplala brengt de familie Blom zowel problemen als avontuur. 

Wiplala is de vijfde bioscoopfilm van Tim Oliehoek sinds hij in 2005 debuteerde met Vet Hard. Spectaculaire films maakt Oliehoek, hij is niet van het zachtzinnige werk. Geschikt blijkt hij dus ook als maker van een fantasievolle kinderfilm, de boekverfilming van Annie M.G. Schmidts Wiplala. Het drukt ook gelijk een Oliehoek-stempel op de film, want bijvoorbeeld de achtervolging door de stad typeert hem als filmmaker.

Recensie Wiplala

Géza Weisz speelt de kleine Wiplala, zijn tweede hoofdrol sinds Alleen maar nette mensen  in 2012. Soms speelt hij net iets te dik aangezet, maar soms is hij ook erg grappig. Zoals wanneer hij in de pot pindakaas rolt en uitroept: ‘Wat is dit voor oppersmurrie!’ Weisz is zelf met zijn 1.65 meter een kleine verschijning, en lijkt daarmee geknipt voor de vertolking van de kleine Wiplala. Toch zijn alle hoofdpersonages grotendeels van de tijd zelfs maar tien centimeters groot. Door de ontwikkelingen op special effects gebied, was het mogelijk de film anno nu wel te maken, en was dat een tiental jaren geleden nog vrijwel (financieel) onmogelijk.

Tinkelen
De film vertelt het verhaal van de kleine Wiplala, een klein mannetje uit een land waarin iedereen kan toveren. ‘Tinkelen’ noemen ze het daar, maar Wiplala was er niet heel goed in. Door het tinkelen van Wiplala ontstaan er lastige situaties. Zo tinkelt hij de dromerige poëet Arthur Hollidee (Paul R. Kooij) naar een metershoog standbeeld, maar krijgt hij hem niet meer terug getinkeld.

Door een lange gang komt Wiplala bij de jonge Johannes (Sacha Mylanus) terecht. De nadruk in het begin ligt op de introductie van de personages, de actie speelt later in de film. De race door de stad in een speelgoedauto is spectaculair, niet altijd geloofwaardig, maar voor kinderen vast heel spannend.

Door de introductie van de personages valt het acteren meer op – soms ietwat houterig. De verklaring zou kunnen zijn dat de film chronologisch opgenomen is, doordat de jonge acteurs zich dan beter emotioneel in kunnen leven in de film. Peter Paul Muller als verstrooide vader Blom is goed gecast. Hij straalt de warmte en bezorgdheid van een vader uit, maar is als alleenstaande vader af en toe ook behoorlijk verstrooid.

Recensie Wiplala

Fantasie
De film is geïnspireerd op films als ET, Honey, I Shrunk the Kids en Jumanji. De vergelijking met Honey, I Shrunk the Kids behoeft geen verdere uitleg, en eigenlijk de andere twee films ook niet. Jumanji is een heerlijk fantasierijke kinderfilm (met Robin Williams in de hoofdrol), waarin de actie snel opvolgt. Niet heel geloofwaardig allemaal, maar voor kinderen hoeft dit ook niet. Dit geldt ook voor Wiplala. ET ertelt over de vriendschap tussen een klein jongetje en een buitenaards wezen. Wiplala is geen alien, maar wel van een ander denkbeeldig land. In beide films werkt de verboden vriendschap goed als spanningsboog.

Wiplala  peelt vanaf 19 november in de bioscoop en zou wel eens een kersthit kunnen worden. Een fijne film voor ouders met kinderen in de vakantie.

 

14 november 2014

 
ALLE RECENSIES

Vlucht regenwulpen, Een

**

recensie  Een vlucht regenwulpen 

Verfilming doet romanklassieker Maarten ’t Hart geen recht 

door Joan Gebraad

Tijdens de campagne Nederland Leest 2014 ontvangen leden van de openbare bibliotheek en scholieren gratis een exemplaar van Een vlucht regenwulpen. Maar kan de film uit 1981 zich meten met de befaamde roman? 

Een vlucht regenwulpen is een Nederlandse klassieker geschreven door de gevierde auteur Maarten ’t Hart. Hoewel verschenen in 1978, schreef ’t Hart de roman, in zijn tienerjaren, al omstreeks 1971. In 1981 zag de boekverfilming het levenslicht.

Geile droeftoeter zoekt vrouw
Droeftoeter Maarten (Jeroen Krabbé) is een celbioloog die nog nooit in zijn leven seks heeft gehad. Hoewel succesvol als professor die zich met het klonen van organismes bezighoudt, is hij een nerdy, contactgestoorde dertiger met een Oedipuscomplex die nog bij zijn moeder woont. Of beter gezegd: zijn zieke moeder verzorgt. Bijna de hele film ligt ze met een doek over haar hoofd, terwijl de kijker zijn harses mag kraken over de vraag wat haar nu in hemelsnaam scheelt.

Recensie Een Vlucht Regenwulpen

Wanneer Maarten bijna een auto-ongeluk krijgt, krijgt hij doodsangsten. Hij heeft nog maar zeven dagen te leven. Nog maar een week om met een vrouw te seksen, anders is het einde oefening en zal hij branden in het hete hellevuur. Aldus Maartens imaginaire alter ego. Hierna gaat hij op missie, waarbij hij onder meer een hoertje, labassistente Jannie en zijn moeders verpleegster overweegt. Echter, het liefst zou hij het bed delen met zijn saaie jeugdliefde Martha (Willeke van Ammelrooy).

Simpele en platte insteek
De insteek van de film wijkt hierdoor voor een belangrijk deel af van de roman. Waar Maarten in de film aan een zevendaagse ontmaagdingsqueeste begint en vooral een verslag van zijn ‘avonturen’ is, legt de roman meer nadruk op Maartens eenzaamheid, hoe hij hiermee dealt, het verband met zijn opvoeding, de band met zijn moeder en de afvalligheid van zijn geloof.

De film legt ook weinig uit. Waarom is Maartens moeder van haar geloof gevallen? Waarom Maarten? Waarom groeit hij geïsoleerd op? Ook komen bijvoorbeeld Maartens voyeurisme (in de roman achtervolgt hij Martha) en de belangrijke rol van de natuur niet erg duidelijk naar voren in de film. Evenals het gegeven dat Maarten pleinvrees ontwikkelt, nadat zijn amandelen per verrassing getrokken worden. De film geeft aanwijzingen, maar de kijker mag lekker in het duister tasten.

Daarnaast is het einde een grote sof. Maarten ’t Hart koos voor een open einde. Hierdoor laat hij ruimte aan de lezer om Maartens lot zelf in te vullen. De verfilming eindigt echter op zijn Hollywoods. Dit doet verder afbreuk aan de verhaallijn. Gelukkig vergeet de film niet één van de sleutelscènes van de roman. Op het moment dat Maartens moeder sterft, vliegt een zwerm regenwulpen door de lucht. Zijn moeder ziet het. Zo’n aangezicht is zeer zeldzaam. Maarten beseft dat dit een speciaal moment is. Misschien is dit voor hem een teken dat God toch bestaat. Of juist de bevestiging dat de streng gereformeerde doemleer van zijn jeugd onzin is. Verder ervaart Maarten (in de roman tenminste) het gezang van regenwulpen altijd als vertroostend. Tot slot kan gesteld worden dat de zwerm regenwulpen symbool staat voor loslaten. Maarten laat zijn oude liefdes (zijn moeder en Martha) en problemen los.

Karikatuur
Maarten wordt neergezet als een negatief stereotiepe van een nerd. Contactgestoord, onsociaal, onhandig, saai, gekleed in een saai pak en natuurlijk een bril met dikke jampotglazen op het hoofd. Hij is intelligent, goed in zijn werk en kan eigenlijk alleen maar over zijn vakgebied praten, wat mensen soms als saai ervaren.

Recensie Een Vlucht Regenwulpen

Na de jaren tachtig kwam echter de ‘wraak van de nerds’. Silicone Valley-nerds, als Bill Gates, Steve Jobs en Mark Zuckerberg zijn excentriek, maar worden in films, reportages en documentaires niet meer neergezet als karikaturen van contactgestoorde losers. Ook de opkomst van populair wetenschappelijke zenders als Discovery Channel en National Geographic lijkt ertoe te hebben bijgedragen dat natuurwetenschappen minder als een onbegrijpelijke bezigheid voor wereldvreemde mensen wordt gezien. Kortom: de ‘wetenschapper’ en de ‘nerd’ worden positiever en menselijker geportretteerd.

Bekeken vanuit een eigentijds perspectief verveelt en irriteert het personage Maarten. Hij had een round character  kunnen zijn door te focussen op zijn psychologische ontwikkeling van zijn eenzaamheid, geloofsafval of relatie met zijn moeder.

Al met al doet deze verfilming Maarten t’ Harts roman geen recht. De film bevat een gedateerd perspectief en mist de nuance van de roman. Grijp in dit geval dus ouderwets lekker naar een boek.

 

24 oktober 2014

 
ALLE RECENSIES

2/11 Het Spel van de Wolf

****

recensie  2/11 Het Spel van de Wolf 

Collateral Damage

door Ralph Evers

Op 2 november 2014 is het tien jaar geleden dat Theo van Gogh werd vermoord. 2/11 – Het spel van de Wolf gaat terug naar 2004 en geeft een reconstructie van wat er aan de moord voorafging. Hierbij wordt met name de rol van de AIVD onder de loep genomen. 

En zo krijgen we een ontluisterend verhaal. Op die bewuste dag even na 9 uur ’s ochtends wordt regisseur / programmamaker/columnist Theo van Gogh in Amsterdam om het leven gebracht door Mohammed Bouyeri. Dit laatste feit leidt tot chaos op het hoofdkantoor van de AIVD (Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) in Leidschendam. Want die naam kennen ze maar al te goed. Ook blijkt dat menig lid van wat de ‘Hofstadgroep’ is gaan heten banden had met de dienst. Hoe kon het dat, ondanks de scherpe monitoring van Bouyeri, hij toch tot zijn daad kon komen? Wat was er aan de hand?

Recensie 2/11 Het Spel van de Wolf

Pakken karnemelk en broodjes
De film presenteert zich als een thriller met drama-elementen en draagt het masker van een documentaire. De AIVD die we schoorvoetend ’toestemming’ geven om ons dag en nacht te controleren voor onze veiligheid, bestaat uiteindelijk vooral uit mensen. En mensen maken fouten. Mensen hebben betrekkingen. Zo kan het dat men door onderbezetting (menselijke beslissing) achterloopt in het ontcijferen van telefoontaps. Door een gunfactor de ene collega wel in het bezit is van compromitterende informatie en een hogere hier niets vanaf hoeft te weten. De sfeer binnen de veiligheidsdienst wordt karakteristiek neergezet: beslissingen van landsbelang temidden van pakken karnemelk en broodjes.

De timing van de film is ongewild goed gekozen. Met de vermeende nieuwe dreiging van terroristische aanslagen en een verhoogde paraatheid van veiligheidsdiensten leert deze film ons een heel belangrijke les. Uit de mond van hoofdrolspeler Johan Leysen, die AIVD-baas Sybrand van Hulst speelt, horen we: “Het belang is altijd het belang van de Staat.” Deze zin vormt de kern van het verhaal. Waarin de moord op Van Gogh zelfs als collateral damage geïnterpreteerd kan worden. De manier waarop de ‘feiten’ worden gepresenteerd doet vermoeden dat de AIVD wist of had kunnen weten dat Van Gogh in direct levensgevaar was. Tegelijkertijd probeerde de veiligheidsdienst een Syriër in Al-Qaeda te plaatsen, zodat ze een betrouwbare infiltrant op een belangrijke positie hadden.

Ambtelijk steekspel
De film, die gemodelleerd is naar Van Gogh’s 06/05 over de moord op Pim Fortuyn, is voor een belangrijk deel gebaseerd op echte feiten. Het verhaal legt al dan niet fictieve verbanden tussen deze gegevens. Topambtenaar Joris Demmink, gespeeld door Pierre Bokma, verwoordt dit als volgt: “De wetten in een andere volgorde leggen, dat is wat wij doen.” 2/11 – Het spel van de Wolf focust op het ambtelijke steekspel en niet zozeer op de uitdieping van de personages. Dat zou onnodig vertragend werken.

Recensie 2/11 Het Spel van de Wolf

De research van producent Columnfilm is grondig geweest. Enkele medewerkers, zoals de scenaristen Gijs van de Westelaken en Theodor Holman, hebben een journalistieke achtergrond van ruim 25 jaar bij onder andere Het Parool, de Volkskrant en de Groene Amsterdammer. Ook is er geput uit bronnen als Wikileaks en het vasthoudende werk van Peter Wierenga, oud-verslaggever van De Pers.

Door de handel en wandel van de AIVD bloot te leggen, gesteund door feiten, roept zich de vraag op tot hoever onze vrijheid reikt. Wanneer dissidente, soms zelfs irritante geluiden uit de samenleving het zwijgen wordt opgelegd, dan blijft er van de vrije meningsuiting niet veel over. Na alle affaires van binnenlandse en buitenlandse veiligheidsdiensten en de macht die ze hiermee uitoefenen roept de film ook de vraag op om kritisch te blijven. En de waarschuwing dat té kritische geesten voor het landsbelang geofferd kunnen worden.

 

30 september 2014

 
ALLE RECENSIES

Patria

***

recensie  Patria

‘Het is oorlog!’

door Cor Oliemeulen

Een Nederlands-Indische jongen gaat tijdens de Eerste Wereldoorlog vechten in het Franse Vreemdelingenlegioen. Een Brabantse filmer dook in zijn geschiedenis en maakte een verdienstelijk lowbudgetdrama. 

Nederland heeft geen geweldig klimaat voor filmmakers. Tenminste als je iets anders wilt maken dan een jeugd- of familiefilm, of de zoveelste romcom met BN’ers. Meer smaken zijn er nauwelijks en ook arthouse uit de polder heeft nauwelijks bestaansrecht. Maar een ambitieuze creatieveling laat zich niet gemakkelijk kisten. Neem nu Klaas van Eijkeren. Deze Brabander, die de kost verdient met het maken van bedrijfsfilms, sprokkelde met hulp van klanten en crowdfunding een budget van vijftien mille bij elkaar. Vol elan stortte hij zich op zijn eerste speelfilm Patria, een drama over de lotgevallen van de Nederlands-Indische jongen Arthur Knaap die zich tijdens de Eerste Wereldoorlog aansluit bij het Franse Vreemdelingenlegioen.

Recensie Patria

Budget
Een gemiddelde Hollywood-productie kost al snel enkele tientallen miljoenen dollars. Desondanks zijn er voorbeelden van bekende filmmakers die het eveneens met aanzienlijk minder moesten doen. Robert Rodriguez schoot in 1992 El Mariachi voor het schamele bedrag van zevenduizend dollar. Zijn debuut was voorbestemd om op de Mexicaanse thuisvideomarkt te verschijnen, echter Columbia Pictures zag meer perspectief, kocht de rechten en liet Rodriguez met Desperado (1995) en Once Upon a Time in Mexico (2003) zijn trilogie voltooien. Ondertussen was het maatje van Quentin Tarantino al doorgebroken met From Dusk Till Dawn (1996) om in 2005 zijn naam te vestigen met Sin City.

Terug naar de polder. Waar Rodriguez voor zijn eerste speelfilm het grootste deel van zijn budget moest aanwenden voor imitatiewapens gaf Klaas van Eijkeren het meest uit aan de huur van authentieke wapens. Voor de rest was hij aangewezen op veel goodwill en de vrijwillige medewerking van meer dan tweehonderd amateurs en professionals, bijna allemaal afkomstig uit Den Bosch en omgeving. Hoewel een groot deel van Patria zich afspeelt in de loopgraven is bijna de hele film in de eigen contreien opgenomen. Van Eijkeren blijkt veelzijdig: hij regisseerde, produceerde, schreef, castte, monteerde, acteerde en musiceerde. Allemaal low budget. Je kunt dat goed zien en horen, maar storen doet het nergens. Dit eerste Nederlandse filmdrama over de Eerste Wereldoorlog is met liefde en toewijding gemaakt.

Brieven
Het scenario van Patria is gebaseerd op de brieven die Arthur Knaap vanaf het oorlogsfront stuurde naar zijn ouders. Voor nog meer authenticiteit raadpleegde Van Eijkeren het regimentsdagboek. Het verhaal begint als Arthur (gespeeld door Timothy Flohr) in Parijs woont. Zijn vader werkt er als cultuurrecensent van De Telegraaf. Het is een tijd waarin weinig gebeurt. Dus als Arthurs vrienden op een dag uitgelaten roepen: ‘Het is oorlog!’, ontstaat bij hem avontuurlijke opwinding. In het kielzog van enkele honderden andere jongens uit het neutrale Nederland meldt hij zich bij het Vreemdelingenlegioen. Arthur is jong en heeft een romantisch beeld van de oorlog. Echter als hij in de Noord-Franse loopgraven zit en zijn collega’s bij bosjes sneuvelen, verandert Arthur van een zachtaardig groentje tot een ontgoochelde, maar voorbeeldige soldaat die aanvallen met mosterdgas probeert te trotseren en uit lijfsbehoud vijanden aan het mes rijgt.

Recensie Patria

Niet alle gespeelde dialogen in de film zijn even geslaagd (ook in menig populaire Nederlandse romcom worden teksten houterig opgezegd), de actie daarentegen oogt vrij realistisch. Gesteund door aardige fotografie, degelijk camerawerk en zijn eigen eenvoudige synthesizerklanken lukt het Klaas van Eijkeren de spanning langzaam op te voeren en de kijker mee te nemen in de tijdsgeest en de waanzin van de Groote Oorlog waar mensen zich voor een paar meter terreinwinst moesten laten afslachten. De waardigheid in het afsluitende panoramashot onderstreept de ambitie en het talent van de filmmaker. Misschien dat het Nederlands Filmfonds bereid is voor zijn volgende project een paar ton vrij te maken.

 

20 september 2014

 
ALLE RECENSIES