Ik wil gelukkig zijn

***

recensie  Ik wil gelukkig zijn

Een leven voorbij laten gaan

door Suzan Groothuis

Fien de la Mar was een icoon in de Nederlandse toneelwereld. De documentaire Ik wil gelukkig zijn, een verwijzing naar het gelijknamige lijflied van Fien, laat haar succes en haar ondergang zien.

In Ik wil gelukkig zijn duiken we in het Nederland van de jaren 20 en 30. In de toneelwereld wel te verstaan, waar Fien (ook wel Fientje) de la Mar een opkomend toneeltalent was. Aangespoord door haar vader Nap de la Mar, bekend acteur en regisseur, betrad de jonge Fien het toneel om uit te groeien tot een beroemde vedette.

Ik wil gelukkig zijn

Regisseur Annette Apon (Droom en Daad, 2012) kiest voor een structuur waarin zij acteurs de tekst van mensen die Fien gekend hebben laat oplezen. Geen talking heads dus die vertellen over Fiens wispelturige leven, maar voice-overs die persoonlijke ervaringen over de toneeldiva etaleren aan de hand van foto- en archiefmateriaal. Ook zijn er beelden te zien van toneel en filmvoorstellingen, waarbij alleen de filmbeelden voorzien zijn van een geluidsband.

Juweel en onmogelijk mens
Daarnaast volgen we actrice Johanna ter Stege die in de huid kruipt van Fien de la Mar. Zij vertolkt Fiens hoogtepunt uit het Nederlandse cabaret, een monoloog over de verwoesting van Rotterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een tekst waar Ter Stege zichtbaar op oefent en zich op voorbereidt, maar die Fien heel eenvoudig zonder enige pathos bracht. Een scène die duidelijk maakt dat Ter Stege Fien de la Mar niet imiteert, maar zich laat leiden door de tekst en de emotie die daaruit blijkt.

Emotie en Fien staan dicht tot elkaar. Mensen uit de toneelwereld die Fien gekend hebben omschrijven haar als iemand die onfeilbaar van binnenuit wist te ontroeren. Maar Fien had twee kanten in zich: een juweel en een onmogelijk mens met wie niet te leven viel. Op het podium viel zij op door haar mateloze energie. Er gebeurde iets als Fien op de planken stond, ze bracht leven in de films. Tegelijkertijd was ze ongedisciplineerd en liet zich niet leiden. Ofwel zoals iemand het omschrijft: ze was een van de moeilijkste mensen om te begeleiden.

Ik wil gelukkig zijn

De persoon achter de actrice
Ondanks de vele talenten die Fien rijk was, verliep haar leven niet rooskleurig. Annette Apon loodst de kijker door haar roerige en grillige leven, waarin meer aandacht is voor de glamour van het toneel dan de keerzijde. Tragische gebeurtenissen zoals de dood van haar vader, het overlijden van haar man (een relatie die zich kenmerkte door elkaar vinden en verliezen) en de zakelijke mislukking van een eigen theater worden kort aangehaald. Wie Fien buiten de overrompelende persoon op de planken nou precies was, wat haar dreef en wat er in haar omging, blijft een mysterie.

Het gemis aan verdieping in haar persoonlijk leven maakt Ik wil gelukkig zijn tot een afstandelijk portret. Dat de teksten van mensen die haar gekend hebben door acteurs zijn ingesproken, zorgt ook voor een koele en gemaakte benadering – er ontbreekt een bepaalde oprechtheid en emotie. Wat blijft hangen na het zien van de documentaire, die in zijn speelduur van 72 minuten overigens vrij kort is, is het beeld van Fien op het toneel en in film. Je ziet een charismatische verschijning die het beeld volledig in beslag neemt en naar zich toe trekt.

De lovende woorden van mensen die met haar gewerkt hebben komen daarmee tot leven: overrompelend, tovenarij op het toneel. De slotscène, waarin we Fien zien in de laatste dagen van haar leven, spreekt het meest tot de verbeelding. Ze zingt: “Mij kan niets meer gebeuren, ik ben door alles heen, en intussen gaan de gebeurtenissen van mijn leven aan mijn ogen voorbij.” Hoe waar die woorden zijn spreekt uit haar ogen.

 

13 maart 2016

 

ALLE RECENSIES

Jheronimus Bosch, Touched by the Devil

***

recensie  Jheronimus Bosch – Touched by the Devil

Oog in oog met duivels mooi werk

door Suzan Groothuis

2016 is het jaar van Jheronimus Bosch. Het is 500 jaar geleden dat de beroemde Brabantse schilder overleed. Reden voor zijn geboortestad Den Bosch om feest te vieren: ‘Jheronimus Bosch. Visioenen van een Genie’ in het Noordbrabants Museum trapt af met de grootste overzichtstentoonstelling van Bosch ooit. Documentairemaker Pieter van Huystee volgde de voorbereidingen rondom die tentoonstelling en laat de werken van Bosch in zijn Touched by the Devil dicht tot de kijker komen.

In Jheronimus Bosch, Touched by the Devil volgen we een team van vijf Nederlandse kunsthistorische onderzoekers. In de aanloop naar de tentoonstelling in Den Bosch trekt het team eropuit om de geheimen van Bosch’ schilderijen te ontrafelen. Zoals een van hen opmerkt: “Ik weet wel zeker dat we nieuwe dingen zullen zien, omdat Bosch nou bij uitstek een schilder is van heel veel kleine details”. 

Jheronimus Bosch - Touched  by the Devil

Concurrentie
Hun onderzoek, zoals met speciale infraroodcamera’s zoeken naar de tekeningen onder de verf, moet meer vertellen over de intenties van Bosch. Maar ook of de schilderijen daadwerkelijk van Bosch afkomstig zijn of van zijn leerlingen en volgers. Op en neer pendelend tussen Den Bosch, Madrid en Venetië onderwerpt het team Bosch’ werken aan een uitvoerige inspectie.

Dat niet iedereen welwillend is om mee te werken blijkt uit een fragment in het Prado in Madrid, waar curator Pilar Silva eventjes haarfijn laat weten dat zij over de meeste schilderijen van Bosch (liefkozend “El Bosco” genoemd) beschikken en Nederland niet. Kortom, de keuze wat wel en niet uitgeleend wordt aan Den Bosch is aan hen. Een stukje eigenbelang, want ook het Prado organiseert dit jaar een expositie over Bosch.

Veel hel, maar een klein beetje hemel
Jheronimus Bosch, Touched by the Devil is een rijke documentaire waarin de filmmaker zoveel mogelijk wil laten zien van ‘Jeroen’ Bosch. In het kader van de tentoonstelling in Den Bosch, dat wel, maar tegelijkertijd staat de vraag centraal welke schilderijen daadwerkelijk aan Jheronimus Bosch kunnen worden toegeschreven. Zo leren we van een Duitse wetenschapper, die de jaarringen in het hout van de panelen onderzoekt, dat veel van zijn schilderijen later (pas na zijn dood) gemaakt zijn. En ook het Nederlandse team komt tot conclusies of de onderzochte schilderijen wel of geen echte Bosch zijn.

Van Huystee verspringt met zijn documentaire van technisch en zakelijk naar de daadwerkelijke schoonheid van de werken. Een rijk geïllustreerd drieluik als De Hooiwagen bijvoorbeeld (waarover de onderhandelingen met het Prado niet bepaald soepeltjes verlopen), waarvan de kleinste details nauwgezet zijn vastgelegd door de camera. Voor de kijker zijn de in beeld gebrachte meesterwerken van Bosch dan ook de grootste traktatie: nimmer hebben we zo met onze neus op zijn schilderijen gezeten en zijn we getuige van zijn rijke bizarre surreële wereld. Waarin, zo leren we ook, er vooral veel hel is en maar een klein beetje hemel.

Jheronimus Bosch - Touched  by the Devil

Maar wie was Bosch?
Toch voelt deze documentaire van Van Huystee (bekend als gerenommeerd producent van Nederlandse documentaires) wat vluchtig en gefragmenteerd aan. Er zijn teveel verhaallijntjes en echt spannend of onthullend wordt het niet. Daarbij blijft de grootste vraag “wie was Bosch en wat dreef hem tot het samenstellen van zijn gruwelijke, surreële en fantasierijke wereld?” onbeantwoord. Er is weinig over de middeleeuwse schilder bekend en dat blijft zo met Jheronimus Bosch, Touched by the Devil.

Wat vooral blijft hangen zijn die prachtige beelden van Bosch, waarvan je na afloop wel meer had willen zien. Op naar Den Bosch, met wie weet nog een uitstapje Boijmans en Prado. Zijn de concurrenten ook weer blij.

De overzichtstentoonstelling wordt gehouden van 13 februari tot en met 8 mei 2016 in het Noordbrabants Museum in Den Bosch.

 

5 januari 2016

 

ALLE RECENSIES

Hallo Bungalow

**

recensie  Hallo Bungalow

Chick flick met ballen

door Ashar Medina

Enigszins onevenwichtige komedie over drie vrouwen die hun baas besluiten te chanteren wanneer ze ontdekken dat hij zich bezighoudt met allerlei louche zaken. Dit blijkt echter makkelijker gezegd dan gedaan.

De film opent met drie ambitieuze tienermeisjes die een rookpauze nemen van hun werkzaamheden in een suf vakantiepark met de weinig inspirerende naam De Lusthove. Olivia, Bibi en Trijntje dromen alle drie van een mooie toekomst. Olivia wil gaan studeren, Bibi wil zangeres worden en Trijntje wil het liefst een gezin met vijf kinderen. De jonge dames vervloeken de gasten van het park en beloven na deze zomer nooit meer terug te keren. Twintig jaar later werken ze er nog steeds. Olivia woont nog steeds met haar aanhankelijke moeder en is nooit gaan studeren, Bibi zingt alleen nog het welkomstlied door de parkintercom en Trijntje is dan wel getrouwd, die vijf kinderen zijn nergens te bekennen. Dit alles verandert wanneer ze vermoeden dat hun baas een crimineel is en het briljante plan opvatten om hem af te persen.

Hallo Bungalow

Polder-noir
Technisch en productioneel valt er weinig aan te merken op Hallo Bungalow. Het sound design valt alleen op als het moet; bijvoorbeeld wanneer Bibi (Anne-Marie Jung in topvorm) haar valse welkomstlied ten gehore brengt. Het camerawerk is daarnaast degelijk en functioneel. Bovendien wordt er dankbaar gebruik gemaakt van de gemoedelijke setting, door het creëren van een camping-gevoel dat in contrast met de zwart-komische, soms expliciet gewelddadige uitspattingen, zorgt voor een interessante clash.

Maar dat uitgangspunt komt helaas niet vaak genoeg tot zijn recht. Daarvoor is Hallo Bungalow  te onevenwichtig. Pas na bijna veertig minuten lijkt de film echt op gang te komen en gaan de vrouwen over tot actie. Regisseuse Anne de Clercq neemt de tijd om alle personages in het park goed te leren kennen, maar dat zorgt wel voor een volle tweede akte waarin te veel verhaallijnen tegelijk om aandacht vragen. 

Daarnaast blijft Hallo Bungalow door de mix van genres op twee gedachten hinken. Wat in essentie een luchtige komedie is over vrouwen op verschillende kruispunten in hun leven – carrière, liefde, gezin – transformeert soms heel abrupt in een misdaadmysterie inclusief chantagebrieven en moordcomplotten. Polder-noir, zullen we maar zeggen. Het valt te prijzen dat de scherpe randjes worden gezocht, maar de film wisselt te vaak van toon om tot het eind te overtuigen. Daarvoor zijn de zoete delen te zoet, en de donkere te donker.

Hallo Bungalow

Vrouwen aan de macht
Hallo Bungalow is geen cinematografisch meesterwerk. Het is wel een chick flick in de beste zin van het woord. Een film voor vrouwen, geschreven door vrouwen, met drie sterke actrices in de hoofdrol. In een tijd waar er binnen de internationale filmwereld veel wordt gesproken over seksisme en een gebrek aan diversiteit voor en achter de camera, is dat alleen maar aan te moedigen. Wel moet gezegd worden dat die diversiteit niet heel erg consequent wordt doorgevoerd. Zo behoren de enige niet-blanke gezichten in de film toe aan een random gangster – die in een van de laatste scènes opeens opduikt – en een getraumatiseerd Afrikaans adoptiekind dat later blijkt te zijn opgepikt bij een asielzoekerscentrum. Dat kan en mag beter. 

 

1 december 2015

 

 

ALLE RECENSIES

 

Paradise Suite, The

***

recensie  The Paradise Suite

Hemel op aarde is een fabel

door Ashar Medina

Het leven van immigranten gaat niet over rozen. Dit is in een notendop de centrale boodschap van The Paradise Suite. Een rauwe, realistisch in beeld gebrachte mozaïekvertelling die hier en daar de focus mist om de overdonderende impact te maken waar het op inzet. 

Maar liefst zes verhaallijnen schotelt regisseur Joost van Ginkel ons voor. Allen over immigranten die naar Nederland zijn gekomen voor een beter leven. Zo is er de Bulgaarse Jenya, die een carrière als model wordt beloofd, maar eenmaal in Amsterdam achter een raam op de wallen belandt.

Recensie The Paradise Suite

De Afrikaanse Yaya werkt aanvankelijk illegaal als bloemenplukker, maar vindt op een gegeven moment werk in een seksclub waar hij Jenya ontmoet; de twee verloren zielen bieden elkaar troost. Tegelijkertijd leren we Lukas en zijn vader Stig kennen. Stig heeft genoeg aan zijn hoofd als dirigent, maar Lukas kan niet zo goed aarden. Wanneer hij wegloopt van huis ontmoet hij Seka, die op haar beurt weer achter Jenyas pooier aanzit vanwege diens foute verleden in de Joegoslavische oorlog. Zo kruisen de levens van de personages elkaar en komt het verhaal rond in een enerverende eindsequentie. De aanloop ernaar toe is alleen niet altijd even geslaagd.

Film als legpuzzel
De mozaïekfilm is een van de lastigste vertelvormen binnen de cinema. Pionier Robert Altman presenteerde in de jaren zeventig met MASH en Nashville twee pareltjes binnen het genre en liet zo een blauwprint achter voor makers die een bepaalde overkoepelende thematiek willen overbrengen door de levens van verschillende personages onder de loep te nemen en met elkaar te laten botsen. Van Ginkels thematiek is duidelijk: het leven is vaak oneerlijk, dus het minste wat we kunnen doen is elkaar steunen. Hij werpt zijn personages genoeg obstakels voor de voeten, het drama is goed voelbaar en de acteurs zijn stuk voor stuk geloofwaardig in hun vertolkingen.

The Paradise Suite

De valkuil van het genre is echter dat door de vele verhaallijnen sommigen wat vlak blijven, waardoor het een en ander willekeurig kan aanvoelen. Dat is in The Paradise Suite soms ook het geval. Zo kan je je bijvoorbeeld afvragen of de lijn van Lukas en zijn vader überhaupt nodig was om dit verhaal te vertellen. Van Ginkel gaf in een interview aan dat hij wilde laten zien dat zelfs immigranten met een goede baan en voldoende geld zich soms verloren kunnen voelen, wat uiteraard waar is. De vraag is alleen of dit de film beter maakt.

What you see is what you get
The Paradise Suite is rauw en realistisch verbeeld, met veel handheld cameravoering en donkere kleurenpaletten. Een hoop Nederlandse films gebruiken deze technieken om een gevoel van authenticiteit over te brengen. ‘Dit is het echte leven, jongens’, lijken de makers ons op deze manier te willen vertellen. Echt filmisch is het echter niet. Om de vergelijking met Altman door te trekken: zijn films waren realistisch maar alsnog zeer gestileerd.

The Paradise Suite

Muziek en diëgetisch geluid speelde altijd een belangrijke rol, iets waar Van Ginkel (naast het enigszins veilige camerawerk) meer aandacht aan had kunnen besteden. Beeld en geluid worden in The Paradise Suite op een strikt noodzakelijke wijze aangepakt, ‘what you see is what you get’. Hoe anders was dat in 170 Hz, Van Ginkels debuutfilm over twee jonge, dove geliefden die van huis vluchten. 170 Hz heeft een uitgesproken look, met impressionistische beelden die de belevingswereld van de hoofdpersonages uiterst effectief overbrengt, en een geweldig sound design dat speelt met de handicap van de getormenteerde dove geliefden.

Wat dat betreft is Van Ginkel met The Paradise Suite ‘volwassen’ geworden. De film schetst een ambigue wereld en onderzoekt een actueel, politiek thema dat op degelijke wijze aan een groot publiek wordt gepresenteerd. Het is zelfs de Nederlandse inzending voor de Oscars. Maar of dat het een meesterwerk maakt…?

 

25 oktober 2052

 
ALLE RECENSIES

Kunst… begin drrr niet an

***

recensie  Kunst… begin drrr niet an

Kunst of een kunstje?

door Cor Oliemeulen

Zijn de schilderijen van Herman Brood kunst of een kunstje? Regisseur Gwen Jansen laat je deze vraag beantwoorden in Kunst… begin drrr niet an, de eerste film die onze ‘nationale knuffeljunk’ neerzet als beeldend kunstenaar. De artiest zelf zag zich liever als ‘souvenirfabriek’.

Van 1992 tot 2000 verruilde Herman Brood regelmatig zijn hectische publieke leven in Amsterdam voor zijn geboorteplaats Zwolle waar hij actief was als schilder bij zijn kunstvriend Ivo de Lange. Die maakte vele uren film met nog nooit vertoonde beelden en gesprekken die als basis van de documentaire dienen. Recente interviews met intimi en bewonderaars vervolledigen het beeld van Brood als bevlogen schilder.

Recensie Kunst… begin drrr niet an

Popart
Wie is opgegroeid met Herman Brood kent de muzikale kwaliteiten van Cuby and the Blizzards en The Wild Romance, de band waarmee hij in 1978 het monumentale album Shpritz opnam. Na een mislukt avontuur in Amerika verlegde Brood zijn artistieke aspiraties steeds verder naar de schilderkunst. Geenszins opmerkelijk, want we leren uit de documentaire dat de geboren Zwollenaar altijd en overal tekende. De Kunstacademie in Arnhem was niet aan hem besteed, omdat daar “iedereen hetzelfde schilderde als de leraar”.

Geïnspireerd door de kleurrijke avant-gardekunst van Cobra ging Brood als een bezeten popart-artiest in de weer met spuitbussen, sjablonen, verfrollers en stiften, maar hij kon ook uren op een terras op het Leidseplein pentekeningen op bierviltjes voor passanten maken. Herman Brood was kleurenblind, wat zijn keuze voor primaire kleuren verklaart. In de documentaire suggereert een oogarts dat Brood mogelijk de kleur rood als groen zag. Een ander leuk fragment is als kinderen hem het fotobewerkingsprogramma Paint op de computer laten zien en hij er direct enthousiast mee aan de slag gaat.

Recensie Kunst… begin drrr niet an

Icoon
Kunst… begin drrr niet an toont een gedreven, sympathieke Herman Brood, soms verward en deerniswekkend door zijn drank- en speedverslaving. Fan van Beatrix (“Zij is er zich onderhand wel van bewust dat ik achter haar reet aan zit”), omstreden door zijn ontmoeting met Bouterse in Suriname die hij wel wat ongemakkelijke momenten bezorgt (“Desi, huil jij ooit? Bijvoorbeeld als je ’s morgens de krant leest?”) en uitgekookt omdat hij niemand nodig had om hem in de markt te zetten. In Duitsland liet hij zich voor de grap ontvallen dat hij zo ziek was dat hij elk moment op het podium zou kunnen bezwijken en vervolgens zien we een fragment dat hij als beeldend kunstenaar met een infuus onder grote belangstelling een schilderdemonstratie geeft.

Herman Brood maakte er geen geheim van dat hij vaak graag in het middelpunt van de belangstelling stond. Hij adoreerde het concept van het icoon zijn en tegelijkertijd had hij er schijt aan. Misschien wel door zijn lopende bandproductie lukte het hem niet een plekje in het Stedelijk in Amsterdam te bemachtigen – de meeste museumdirecteuren beschouwden zijn schilderijen niet als kunst. Volgens collega-kunstenaar Rob Scholte was zijn werk juist zo bijzonder omdat hij voor en tussen de mensen schilderde. Kunst of een kunstje? Oordeel zelf in deze boeiende en vooral openhartige documentaire.

Kunst… begin drrr niet an is de komende maanden op een beperkt aantal locaties te zien. Kijk hier voor het overzicht.

 

24 oktober 2015

 
ALLE RECENSIES

Grote Zwaen, De

****

recensie  De grote Zwaen

Neo-noir op z’n Nederlands

door Ashar Medina

In zijn tweede speelfilm keert regisseur Max Porcelijn terug naar de schimmige Amsterdamse onderwereld die ook in zijn debuut Plan C de arena vormde voor een zwartkomisch relaas over eer, wraak, geld en hebzucht. Een wereld waarin goede bedoelingen ver te zoeken zijn, maar wie zit daar nou weer op te wachten?

Cabaretier en componist Peter van de Witte speelt in zijn eerste grote filmrol de geplaagde auteur Gerard F. Zwaen, een eerzuchtig mannetje met een onstilbare honger naar erkenning. En geld. Zwaens laatste boek is namelijk niet geweldig ontvangen en door zijn recente scheiding verkeert hij in geldnood. De groep gevestigde schrijvers waarmee hij van tijd tot tijd borrelt is voor hem tegelijkertijd een voorbeeld en een spiegel van zijn eigen falen.

Recensie De grote Zwaen

Zwaens uitgever (Rene van ’t Hof) houdt hem voor dat deze tegenslagen nieuwe mogelijkheden zullen voortbrengen, maar zelf is hij daar te cynisch voor. Zoals het een getormenteerde schrijver betaamt zwelgt hij in zelfmedelijden en voelt hij zich permanent onbegrepen. Wanneer Zwaen per toeval toegang krijgt tot een koffer vol drugsgeld lijken zijn zorgen te verdwijnen als sneeuw voor de zon. Maar het is natuurlijk alleen maar het startschot voor een reeks misdrijven en misverstanden die hem leiden naar de afgrond.

Coen-eske Cinema
Porcelijn is een begenadigd scenarioschrijver, getuige zijn Gouden Kalf uit 2012 voor het script van Plan C. Ook hier etaleert hij zijn talent voor gevatte dialogen en een scrupuleus in elkaar geweven plot dat nog maar eens aantoont dat misdaad (haast) nooit loont. Gebruikmakend van genre-elementen als een protagonist met een bedenkelijke moraal, een femme fatale, een koffer vol geld en een meedogenloze gangster (een geweldig schmierende Michiel Romeyn), creëert Porcelijn een sfeer die doet denken aan de gebroeders Coen. Met films als Fargo en Blood Simple combineerden zij deze klassieke film noir-elementen met modern nihilisme, waarbij cynische humor reflecteerde op personages die zichzelf tegen beter weten in voorhouden dat misdaad wél loont.

De grote Zwaen

Maar waar de Coens visueel ook altijd uitpakken om hun verhaal kracht bij te zetten, komt de cameravoering en montage in De grote Zwaen ietwat braafjes over. Het grootste deel van de scènes speelt zich binnenshuis af tussen twee of drie personen, waarbij de dialogen weliswaar een lust voor het oor zijn, maar de cinematografie te weinig prikkelt. Uitzondering hierop is een spannende sequentie in het bos, waarin Zwaen in de stortregen de dood in de ogen kijkt. Hier wordt optimaal gebruik gemaakt van de locatie door wijdere panorama’s te schetsen en de camera actief mee te laten zoeken tussen de bomen door. Hier wordt het Cinema.

Alleen Maar Nette Mensen?
De grote Zwaen zit vol markante personages met een al even kleurrijk vocabulaire. Het zijn figuren rechtstreeks uit een van de hard boiled pulpromans van Raymond Chandler, vandaar ook dat de film het etiket neo-noir dubbel en dwars verdient. Het is echter de vraag of hier in Nederland een publiek voor is.

Recensie De grote Zwaen

Wanneer Zwaen eenmaal besluit het geld te stelen krijgt hij bijvoorbeeld een corrupte FIOD-agent op zijn dak; die werkt voor de hasj dealende gangster aan wie het geld toebehoort. De FIOD-agent wordt op zijn beurt in de gaten gehouden door een koude, gevoelloze rechercheur die de hele operatie probeert op te rollen. Als we daar ook nog Zwaens ijskonijn van een ex-vrouw en zijn frauderende boekhouder bij optellen, blijft er weinig over om je mee te identificeren. Onsympathieke personages horen bij het genre, maar maken de film nou niet bepaald toegankelijk voor een groot publiek.

De grote Zwaen is daarom misschien niet voor iedereen, maar daar is niets mis mee. Plan C was ook alles behalve een kaskraker. Wel was de film origineel, grappig en spannend, wat het een van de beste Nederlandse producties van het afgelopen decennium maakte. De grote Zwaen past ook zeker in dat rijtje.

 

23 oktober 2015

 

 

ALLE RECENSIES

 

10 meest tenenkrommende scènes uit Nederlandse films

De 10 meest tenenkrommende scènes uit Nederlandse films vanaf 2000

De 10 meest tenenkrommende scènes uit Nederlandse films

Voor het verschijnen, en bliksemsnel verdwijnen, van het erotische drama De Overgave van regisseur Paul Ruven waren er ook al films waarin sommige fragmenten een opmerkelijk bedenkelijk niveau hebben.

door Cor Oliemeulen

1. – Oesters van Nam Kee (2002)

Bekend geworden vanwege haar stralende glimlach en strakke truitjes in Goede tijden, slechte tijden mocht Katja Schuurman (na eerder een klein rolletje in het afgrijselijke De Zeemeerman) haar kunsten en borsten op het grote witte doek vertonen in Costa! (2001). Ze speelde een van de hitsige tieners onder de Spaanse zon. Dat ging haar zo goed af – de recensies van Costa! waren vernietigend, echter de romkom werd een kassucces – dat ze mocht opdraven in Oesters van Nam Kee, de eerste en tevens laatste speelfilm van Pollo de Pimentel. Katja speelt hierin nachtclubdanseres Thera die valt voor de avances van wildebras Diablo (Egbert Jan Weeber). Ze eten elke dag oesters bij Nam Kee, worden verliefd en besluiten om samen op reis te gaan. Maar dan heb je natuurlijk wel geld nodig. Ze hebben de meest wilde ideeën, totdat Katja zegt dat ze een kunstje kan.

 

2. – Wit Licht (2008)

Het leven van een populaire zanger gaat niet altijd over rozen. Marco Borsato won in 1990 de Soundmixshow, stapte enkele jaren later over op Nederlandstalig repertoire en kon menig toehoorder laten zwijmelen. Concerten bij de vleet en jurylid bij The Voice of Holland – wat kan een mens zich nog meer wensen? Zijn fans schrokken toen de sympathieke vocalist onlangs een TIA kreeg, maar gelukkig schijnt het weer goed met Marco te gaan. Als ambassadeur van War Child maakte hij helaas een grove misstap: in zijn enthousiasme om nog meer aandacht te krijgen voor de situatie van kindsoldaten in Afrika wilde Marco gaan acteren. Hij kreeg in Wit Licht van Jean van de Velde de hoofdrol van een restauranteigenaar die op zoek gaat naar het ontvoerde zwarte vriendje van zijn zoontje. De plaatjes zijn mooi en sommige scènes drukken je met de neus op de trieste feiten, maar acteren vergt nu eenmaal andere kwaliteiten dan zingen.

 

3. – Het Bombardement (2012)

Jan Smit moet vast hebben gedacht dat hij het beter kon dan zijn collega. Niets is minder waar. Het Bombardement van Ate de Jong werd met de grond gelijk gemaakt in de media. Sommige rasechte Rotterdammers in de bioscoop riepen keihard ‘paling’ op het moment dat de Volendamse zanger zijn tekst oplepelde. Jan Smit kruipt in de huid van Vincent, een nuchtere arbeidersjongen met boksaspiraties die verliefd wordt op het welgestelde meisje Eva (Roos van Erkel) tussen de puinhopen na het bombardement op Rotterdam. De film bevat niet alleen een onwaarschijnlijke bokspartij, een overdreven sentimentele sterfscène en de dodelijkste gasexplosie sinds Die Ehe der Maria Braun (1979), Jan Smit zal zich in Het Bombardement niet aan een lied wagen. Hij gaat wel neuriën. En zwijmelen.

 

4. – Floris (2004)

Regisseur Paul Verhoeven en acteur Rutger Hauer legden in 1969 samen de basis voor hun (Amerikaanse) succes met Floris. Deze prachtige dertiendelige serie gaat over Floris van Rosemondt, de erfgenaam van een riddergoed dat grenst aan het Bourgondische rijk van Philips de Schone. Rond het jaar 1500 krijgt Floris het aan de stok met Karel van Gelre en Lange Pier. In zijn strijd wordt Floris geholpen door de fakir Sindala, die beschikt over magische krachten. De in zwart-wit geschoten serie, hoofdzakelijk gefilmd op Kasteel Doornenburg, werd ook in andere landen snel populair. In Duitsland heette de nagesynchroniseerde versie ‘uiteraard’ Floris – Der Mann mit dem Schwert. In 2004 besloot Jean van de Velde een speelfilm te maken. Om enige nostalgie op te wekken maakte hij schaamteloos gebruik van korte fragmenten uit de serie en vervaardigde een familiefilm waarbij de toeschouwer zich afvraagt of het nu drama of komedie is. Soms hoef je geen zanger te zijn om slecht te kunnen acteren.

 

5. – Mannenharten (2013)

Seks. De populaire Nederlandse film denkt nauwelijks zonder te kunnen. In Mannenharten van Mark de Cloe zien we vijf bekende vaderlandse acteurs in een bewerkt script van een Duitse komedie. Dat is al vragen om moeilijkheden. Mannen als eeuwige jagers, of mannen met bindingsangst. De een werkt zich in het zweet in een sportschool, de ander belandt zonder moeite met twee dames tegelijk tussen de lakens. Maar bij de meeste mannen gaat het niet van een leien dakje. Als je dik bent en een bril draagt moet je het kennelijk hebben van een blind date. Of je stalkt een kassameisje van een supermarkt omdat zij toch niet kan weglopen. En als werkloze man ga je gewoon in een elandpak op een fiets dronken toeristen door Amsterdam vervoeren. Maar niets is erger dan als je vriendin zwanger blijkt.

 

6. – Verliefd op Ibiza (2013)

Zelfs fotomodellen mogen tegenwoordig debuteren, vanzelfsprekend in romantische komedies en het liefst in een combinatie van sexy en oerdom. In Verliefd op Ibiza wordt het bij Kim Feenstra niet helemaal duidelijk of ze zichzelf speelt. Johan Nijenhuis (Costa!) brengt de liefhebber terug naar de mediterrane zon. Hier op het feesteiland treffen we een gemêleerd gezelschap van Nederlandse vakantiegangers die hunkeren naar liefde, waarbij ze het gebruik van drank en een pilletje niet schuwen. Maar er zijn ook mensen die het leven wat serieuzer nemen, zoals Jan Kooijman, die als profvoetballer zonder balgevoel zojuist een miljoenencontract bij FC Barcelona heeft getekend. Het duurt even voordat ook hij moe wordt van het gezeur van Kim Feenstra. Gelukkig is daar Willeke van Ammelrooy als verstandige oma die haar bedenkingen uit.

 

7. – Volle Maan (2002)

De Nederlandse Brat Pack – zo zou je met een beetje goede wil de cast van Volle Maan kunnen noemen. We zien acteurs en actrices in het begin van hun loopbaan: Daan Schuurmans, Cas Jansen, Teun Kuilboer, Georgina Verbaan, Michiel Huisman, Ellen ten Damme, Chantal Janzen en zelfs Lieke van Lexmond komt voorbij. In de geest van klassieke tienerfilms van begin jaren tachtig, zoals The Breakfast Club en St. Elmo’s Fire, trekt Johan Nijenhuis (inderdaad ruim vertegenwoordigd in dit overzicht) moeiteloos de formule van Costa! door. Plaats van handeling is ditmaal een boot waarop twee broers en een aantal klasgenoten een feest plannen. Zowel de spelers als het verhaal hebben weinig om het lijf en de meesten doen tevergeefs hun best een Twents accent ten gehore te brengen.

 

8. – Smoorverliefd (2013)

Waarom de Belgische romantische komedie Smoorverliefd (2010) drie jaar na release zonodig een Nederlandse remake moest krijgen, blijft tot op de dag van vandaag een raadsel. Misschien was regisseur Hilde van Mieghem op het idee gebracht door het nagelbijtende Loft (2008) van landgenoot Erik Van Looy, een uitstekende misdaadthriller die dunnetjes en minder goed werd overgedaan in de Hollandse variant van Antoinette Beumer. Hilde van Mieghem verfilmde zelf opnieuw haar Smoorverliefd en verruilde Antwerpen voor Den Haag. We volgen een tienermeisje, haar grote zus, moeder en tante. Liefde, romantiek en seks liggen voortdurend op de loer. Zelfs de charmante Susan Visser, die normaliter met zowel komedie als drama prima uit de voeten kan, heeft geen schijn van kans in deze misère van platitudes en onbenulligheden.

 

9. – Gooische Vrouwen (2011)

Susan Visser mocht haar komische kwaliteiten ook al in Gooische Vrouwen etaleren. Ze werd begin jaren negentig bekend als het spontane hulpje Dirkje in de populaire serie In de vlaamsche pot en belandde ruim een decennium later in een andere tv-serie, Gooische vrouwen, het Nederlandse antwoord op Sex and the City. Een heuse speelfilm kon niet uitblijven. Naast Susan Visser zien we onder anderen Linda de Mol, Tjitske Reidinga en Lies Visschedijk als tegen karikaturen aan schurkende bordkartonnen personages in ’t Gooi. Voor de fan een aangenaam tijdverdrijf, voor de ander een aaneenschakeling van clichés en tenenkrommende scènes. En hoe komt het toch dat er altijd BN’ers in dit genre mogen komen opdraven?

 

10. – Moordwijven (2011)

Het maken van een goede zwarte komedie is niet iedereen gegeven. Met Moordwijven doet regisseur Dick Maas (Flodder) een halfslachtige poging, gesteund door drie door de wol geverfde Killer Babes, die besluiten om de vreemdgaande man van een van hen te laten vermoorden. Deze miljonairsvrouwen baden in weelde en strijden fanatiek tegen het ouder worden. Gezichtsmaskers, manicuren, bubbelbaden, liposuctie en botox – het lijkt allemaal zo achterhaald. Liever gaan de dames na het shoppen iets gezelligs doen, bijvoorbeeld anus bleken, en daarvan kun je best wel even last hebben! Er zijn geslaagde, maar vooral minder geslaagde en smakeloze grappen. Als een vliegtuigje (zogenaamd) tegen een flatgebouw vliegt en explodeert, waarschuwt iemand op straat: ‘Kijk uit, er komt er altijd nog één!’
En zo sluit Moordwijven deze reeks van meest tenenkrommende scènes en ziet de liefhebber reikhalzend uit naar meer.

3 oktober 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

NFF 2015 – Deel 2

NFF 2015: De balans

door Ralph Evers

Terwijl Gluckauf (terecht) het ene na het andere Gouden Kalf wint tijdens het schrijven van dit stukje en met slechts een beperkte selectie van het grote aanbod film, serie en randverschijnselen gezien, maken we de balans op van deze editie NFF. 

Wat opvalt in de lange speelfilms is de sociale betrokkenheid met hedendaagse thema’s en een diversiteit in narratief en beeldtaal. Daartegenover staat de universaliteit. Er zijn nauwelijks echt experimentele of vernieuwende films gezien. Gewoon een degelijke kwaliteit, waarmee Nederland zich prima in het buitenland kan presenteren en haar plekje in de internationale filmwereld behoudt.

NFF 2015: Gluckauf

Die degelijkheid kan een keuze zijn, van filmmaker of productiemaatschappij (of beiden). De meeste films houden een nationale focus, de meer ervaren rotten (Terstall bijvoorbeeld) zoeken her en der internationale allure. Toch blijft er een leegte achter, een leegte in iets werkelijk bijzonders, experimenteels. Dat was er wel, Greenaway weet altijd te shockeren, te vervreemden, te verbazen. Het andere experimentele kwam van onze zuiderburen. Laten we eens wat meer afkijken voor volgend jaar.

Jong talent
Want talent is er wel. Dat bleek wel uit het geslaagde programma One Night Stand. Jonge filmmakers presenteren een korte film van vijftig minuten. Er wordt doorgaans een thema gekozen en uitgewerkt. Waar de kortere films duidelijk voor een sfeertekening kiezen en vaak luchtiger zijn van toon, daar zijn deze films al een stuk meer uitgekristalliseerd.

De Leerling met Halina Reijn in de hoofdrol kiest voor een vervreemdende sfeer waarin een leerling de docent (Reijn) uitdaagt. Gaandeweg lijkt ze de grip op haar leven kwijt te raken. De film mist in de uitwerking de finesse van script en richting, waardoor dit potentiële verhaal wat ten onder gaat.

Van duidelijke scriptvoering en uitmuntend acteerwerk getuigt het rauwe Geen koningen in ons bloed van Mees Peijnenburg met een overtuigende Olivia Lonsdale en Jonas Smulders in de hoofdrollen. De film vertelt over deze broer en zus, die in een internaat opgroeien, vergeten door de buitenwereld. De emoties, zeker de non-verbale, worden pijnlijk zichtbaar gemaakt, en leiden tot een invoelbaar drama.

De lange nasleep van een korte mededeling  blinkt uit in timing. Deze gortdroge, surrealistische vertelling laat aan de hand van een uitgesproken idee van een van de werknemers een heel wellness-bedrijf naar de ondergang leiden. Hilarisch hoe de invullingen en ongezegde woorden en vermoedens tot een heuse hell’s kitchen leiden.

Fiftyfifty

In diezelfde trant gaat het satirische Fiftyfifty verder. Een ‘documentaire’ over een stel met open relatie, die ontaardt in een spel van jaloezie en wrok wanneer de waarheid van een van de buitenechtelijke partners, tegen de regels in, naar voren komt. Op een sardonische wijze ontkleedt de regisseur de façade van het stel, met name de vrouw.

De don’ts en do’s
En toen was het weer voorbij. De don’ts voor volgend jaar zijn: De skype-filmpjes voorafgaand aan de film; onduidelijkheid over de geldigheid van je Cinevillepas (maak het festival toch lekker toegankelijk voor Cinevillepashouders); de introductie van de Cinemec-bioscoop, een enorm eind uit de richting van het verder knusse centrum van Utrecht.

Maar ga door met al dat leuke, bijzondere, geslaagde en geflopte materiaal, dat al dan niet in première gaat op het festival.

 

3 oktober 2015

 

VERSLAG NFF 2015 DEEL 1

NFF 2015 – Deel 1

NFF 2015: veelzijdig filmfestival

door Ralph Evers

Afgelopen woensdag begon de vijfendertigste editie van het Nederlands Film Festival (NFF) in Utrecht. Een eerste balans. 

Aanvankelijk trad er verwarring op of je nu met je Cinevillepas naar de films op het NFF kon gaan. Er bleek een selectie van films waar je naartoe kon met je pas. Een vreemde keuze. Waarom niet de Nederlandse film toegankelijk maken voor het filmpubliek dat toch al graag naar dit soort films gaat? Er zullen vast redenen voor zijn, maar die blijven vooralsnog obscuur.

De voorstellingen kennen inleidingen over het feit dat de Nederlandse film internationaler is dan je denkt. Via skype worden een aantal mensen gevolgd die vertellen over wat ze doen. Voornamelijk zitten ze in Hollywood. Blijkbaar wordt dat onder “internationaler dan je denkt” verstaan. We zien dan bijvoorbeeld een patjepeeër met petje die dingen wil opblazen en ‘vette shit’ wil maken. Leuk… Next! De korte portretfilms zijn interessanter, vanwege de minder popi-jopi toonzetting en de meer persoonlijke kennismaking met mensen als kostuumdesigner Jany Temime.

De laatste nachten

Aanwezig
Wie door de binnenstad van Utrecht wandelt ontkomt niet aan de grootse presentatie en aanwezigheid van dit filmfestival. Straten worden afgezet voor rode lopers, het Neude is ingericht als kloppend hart en elke bioscoop (op het kleine Springhaver na) is besmet met Nederlandse films. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat is er veel te doen. Soms lopen er bekende acteurs rond, maar leuker nog is al het jonge talent, de vele Q&A’s en de presentaties van hun films. De nieuwe lichtingen zijn daarvoor de aangewezen programma’s.

Documentaires, kunstzinnige films en kortfilms passeren de revue. Variërend van aangrijpend – zoals De laatste nachten  waarin we getuige zijn van een terminaal zieke man wiens einde nadert. Hoe hij teder wordt begeleid door zijn vrouw en een vrijwilliger – tot gortdroog – zoals Lazarus, een vervreemdende roadtrip met livemuziek. En kunstzinnige projecten zoals I am under construction, over de vergankelijkheid van schoonheid en de rituelen van vrouwen om zich mooi te maken.

Natuurlijk zit er ook geflopt materiaal tussen, zoals de kleutertekeningetjes van A morning without coffee.

Vlaamse cinema en experimentele films
Er is niet alleen aandacht voor de Nederlandse cinema, ook de Vlaamse cinema wordt in het zonnetje gezet. Dit is met name interessant omdat hiermee de eventuele kwaliteitsverschillen zichtbaarder worden. Nu is dat laatste nogal aan smaak gebonden, maar wat wel een gedurfde zet is, is om Lucifer van Gust van den Berghe te vertonen. Dit is een zeer experimentele film met een duidelijk, uitgewerkt concept. Een film die niet gauw in Nederland gemaakt gaat worden, ondanks alle goede bedoelingen met wildcards of carte blanches die filmmakers van de geldschieters krijgen.

Those who feel the fire burning

Een wildcard is een bepaald bedrag voor meer experimentele films. Een voorbeeld van een film die met een wildcard gemaakt is: Those Who Feel the Fire Burning. Een interessante, experimentele film over bootvluchtelingen, maar nog altijd een stuk conventioneler dan Lucifer. Mede doordat eerstgenoemde film een geëngageerd karakter heeft en Lucifer  poëtisch, filmisch en narratiever is en daarmee gedurfder. Het is makkelijker een kunstfilm af te kraken dan een film met een duidelijke politieke en sociaal bewogen inslag.

Er is ook aandacht voor de animatiefilm. Een genre dat doorgaans duurder en tijdsintensiever is. Zowel korte films van net afgestudeerde studenten als van mensen die al langer in het veld bezig zijn, als langere animatiefilms, waarvan Cafard een opvallende presentatie is (hiervan binnenkort een reguliere recensie). Kortom een veelzijdig festival.

 

29 september 2015

 

VERSLAG NFF 2015 DEEL 2 

J. Kessels

****

recensie  J. Kessels

Une affaire de flamousse

door Ralph Evers

Soms heeft de filmrecensent van die momenten, dat er totaal niets uit z’n vingers komt. Wat nu weer in godsnaam te schrijven. In tegenstelling tot de film J. Kessels, waar de protagonist wordt gered door een allereigenaardigst telefoontje, moet de recensent zich beperken tot een overdosis billen, bier, peuken en frikandellen. Proost!

Kort samengevat is J. Kessels  een absurde roadtrip van pulpschrijver Frans en diens illustere personage J. Kessels. Wanneer een opdracht van een onbekende Vlaming hen van Tilburg naar de Hamburgse Reeperbahn doet rijden in een oude gammele roestbak, genaamd de Kamikaze, volgen we een allesbehalve alledaags reisje. Op zoek naar een vreemdgaande frikandellenhandelaar ligt er plots een lijk in de kofferbak.

Recensie J. Kessels

Peuken
Maar dit is een film die zich niet kort laat samenvatten. Al was het maar omwille van de gezochte diepgang, die Frans (een uitmuntende Fedja van Huêt) in allerlei poëtische omzwervingen aan het stiekem met diepgang begiftigde personage J. Kessels (gespeeld door de Messi van het Nederlandse acteursgilde, Frank Lammers) toedicht. Kessels die zijn wijsheden heeft geleerd van voetbal. Sterker nog, de hele vreemdgaande frikandellenhandelaar wordt door een speling uit de voetbalgeschiedenis in kaart gebracht. Tot verrassende, doch grappige, ontsteltenis van de inmiddels niet meer zo onbekende Vlaming. Het is een genot te zien hoe ze op elkaar ingespeeld zijn. De spelvreugde spat van het scherm. Gelijkend aan Raoul Duke en Dr. Gonzo uit Fear and Loathing in Las Vegas.

Bier en Frikandellen
Hier volgt het recept om een film als J.Kessels  te maken. Men neme een goede blender. Daarin stopt men de droogkloterige humor van Aki Kaurismäki met dito soundtrack. Schil wel even de Finse melancholie ervan af. Terwijl de blender dit tot een gladde massa maakt, vet men alvast een ovenschaal in met een stemmig kleurfilter en verkruimelt men een bodem van Brabants binnensmonds gemompel. De blender wordt verder gevuld met een vleugje Coen Brothers en een snufje Fear and Loathing in Las Vegas. Zorg er wel voor dat er geen andere drugs in je papje terechtkomt. Terwijl je de oven voorverwarmt, zet je uitsluitend op vinyl country & western op en schuif je de gevulde ovenschaal 107 minuten in de voorverwarmde oven. Eet smakelijk!

Recensie J. Kessels

Billen
Misschien wel een van de lekkerste maaltijden die de Nederlandse cinema in 2015 voorschotelt is J. Kessels. Naar een roman van P.F. Thomése, een veelzijdig schrijver. In het verlengde hiervan kent de vertelling, geïnspireerd op een stel goedgevormde vrouwenbillen, hieraan gelijkende sfeerwisselingen en plotwendingen. Daarnaast is het zo dat billen dienen te dansen; ook daarvoor is ruimschoots aandacht in de eigenwijze soundtrack van de film. Hoewel er aan de intelligentie van Kessels getwijfeld mag worden, weet hij dit echter te compenseren door steevast een treffende tekstlijn uit zijn geliefde muziek te citeren.

Die billen vormen nog op een andere manier een leitmotiv in de film. Het zijn de billen van Brigit, liefkozend B-Beetje genoemd, die de onschuldige, verwarde schrijver Thomése in dit hele avontuur laat storten. Met de Vlaming en de billen, de opdracht en de thuiskomst, wordt heden en verleden mooi rond gemaakt, gelijk die pronte, dansende damesbillen, waar het allemaal eens mee begon.

 

27 september 2015

 

ALLE RECENSIES