Juste une illusion

**
recensie Juste une illusion
Vlotte, maar vlakke familiefilm

door Cor Oliemeulen

Er is niks mis met feelgood. Ook niet met nostalgie. Maar het is prettig om ook verrast te worden. In Juste une illusion keren Olivier Nakache en Éric Toledano terug naar hun jeugd in de jaren tachtig. Hun meest persoonlijke film, zeggen ze zelf.

Filmmakers lijken steeds vaker terug te keren naar hun jeugd. Alfonso Cuarón met Roma en Steven Spielberg met The Fabelmans zijn geslaagde voorbeelden. Bij films als Armageddon Time van James Gray vraag je je af waarom belangrijke herinneringen van de filmmaker automatisch interessant zijn voor de kijker. Die vraag keert terug bij Juste une illusion.

Juste une illusion

Nakache en Toledano (C’est la vie, Hors Normes) waren tieners in de jaren tachtig en wilden opnieuw ervaren hoe het voelde om dertien te zijn. Na bijna twee uur vol muzikale hits, eerste liefdes, familieperikelen en goede bedoelingen blijf je achter met het gevoel dat je alles al eerder hebt gezien.

Joodse Arabier
Het is 1985. De bijna dertienjarige Vincent woont met zijn ouders en oudere broer Arnaud in een Parijse buitenwijk als hij verliefd wordt op Anne-Karin. Ondertussen verbergt vader Yves (Louis Garrel) dat hij werkloos is, terwijl moeder Sandrine (Camille Cottin) juist probeert hogerop te komen.

Daarmee gebruiken Nakache en Toledano de economische crisis van de jaren tachtig niet alleen maar als decor. Achter alle nostalgische aankleding proberen zij wel degelijk iets van de maatschappelijke werkelijkheid van 1985 te laten zien. Zo komt de Franse beweging SOS Racisme aan bod met de optimistische gedachte dat verschillende bevolkingsgroepen samen iets konden veranderen.

Ook Vincents afkomst krijgt aandacht zonder dat de film een zwaar identiteitsdrama wordt. Zijn moeder heeft Algerijnse wortels en zijn vader Marokkaanse. Vincent blijkt een Joodse Arabier. We leren dat door het décret Crémieux uit 1870 Algerijnse Joden de Franse nationaliteit kregen. Ook Nakache en Toledano groeiden op met meerdere culturele identiteiten.

Mitterrand en zijn vriend
Gelukkig valt er soms te lachen. De beste grap begint als Arnaud voor straf zijn jongere broer moet helpen met de spreekbeurt die Vincent zogenaamd samen met Anne-Karin heeft gemaakt.

Op een foto ziet Vincent president François Mitterrand hand in hand met een hem onbekende man. Zijn broer Arnaud maakt hem wijs dat de foto historisch is omdat de twee mannen hiermee openlijk voor hun homoseksuele relatie uitkomen. In werkelijkheid is de man de Duitse bondskanselier Helmut Kohl en werd deze beroemde foto in 1984 gemaakt tijdens een herdenking in Verdun, waar hun handdruk symbool stond voor de Frans-Duitse verzoening. Vincent neemt Arnauds uitleg voor waar aan en verwerkt die in de spreekbeurt op school. Met alle gevolgen van dien.

Helaas is niet iedere grap zo geslaagd. Zo is er een zoekgeraakte seksvideo, en de zoektocht naar de nieuwe eigenaar. De rabbijn misschien? Dat het hier om een videoband gaat, maakt de grap jaren tachtig, maar allesbehalve nieuw.

Juste une illusion

Bekend recept
Met Juste une illusion grijpen Nakache en Toledano opnieuw terug naar hun beproefde formule, die begon met hun grote internationale doorbraak Intouchables (2011). De kracht zat daar vooral in de buitengewone chemie tussen François Cluzet en Omar Sy in een tamelijk conventioneel feelgoodverhaal. Een van de bekendste scènes is die waarin Omar Sy op een feestje losgaat op Boogie Wonderland van Earth, Wind & Fire. Het stijve gezelschap komt tot leven en ook de kijker kan niet stilzitten.

Juste une illusion kent opnieuw zo’n dansmoment. Ditmaal gaat Sandrine in de woonkamer los op I’m So Excited van The Pointer Sisters. De scène duurt en duurt, totdat Yves binnenkomt en ook zijn remmingen laat varen. Daar is-ie weer: de bekende pophit, het spontane dansen, het gevoel van bevrijding en het feelgoodmoment.

Ook de sfeervolle pianomuziek die af en toe opduikt, roept herinneringen op aan Intouchables, waarin de muziek van Ludovico Einaudi zo’n belangrijke rol speelde. Misschien geen bewuste verwijzing, maar toch.

De laatste akte bevestigt alle vermoedens over hoe deze familiefilm eindigt. Vincents bar mitswa nadert, de gezinsproblemen worden gladgestreken en het verhaal werkt toe naar hereniging en verbondenheid. En natuurlijk niet te vergeten de sentimentele toespraak: liefde voor alles en iedereen! Uiteindelijk nog wat homevideo’s om zeker te weten hoe bijzonder die tijd wel was.

Nakache en Toledano kunnen zich troosten met de wetenschap dat het Franse publiek hun terugkeer naar de jaren tachtig enthousiast heeft omarmd. Maar volle zalen maken een film nog niet origineel.

 

22 september 2026

 

ALLE RECENSIES

Sunrise: A Song of Two Humans (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de zevende film.

 

Sunrise: A Song of Two Humans (Verenigde Staten, september 1927)
Een wereld zonder vrouwelijke woede

door Małgorzata Zielińska

Sunrise: A Song of Two Humans is de eerste Amerikaanse film van de Duitse regisseur F.W. Murnau, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het expressionisme. Murnau kwam naar de Verenigde Staten op uitnodiging van producent William Fox, die hem ruime financiële middelen ter beschikking stelde. Daardoor kon hij indrukwekkende studiodecors bouwen en op locatie filmen. De film ging slechts twee weken vóór The Jazz Singer in première en wordt vanwege het gebruik van het Fox Movietone-systeem vaak beschouwd als een brug tussen de stomme film en de geluidsfilm.

Sunrise staat steevast hoog in ranglijsten van de beste films aller tijden. Hoewel de film nog steeds wordt geprezen om zijn artistieke kwaliteit en de vermeende universaliteit van zijn liefdesverhaal, verdient juist die universaliteit een kritische beschouwing. Dat de film bijna een eeuw na zijn première kijkers blijft fascineren, getuigt van zijn artistieke kracht. Tegelijkertijd roept de blijvende populariteit de vraag op wat dit verhaal zegt over onze samenleving en over de verwachtingen die nog altijd aan vrouwen worden gesteld.

Sunrise: A Song of Two Humans (1927)

De film won drie Oscars tijdens de eerste Academy Awards-uitreiking in 1929. Als enige film ontving hij de aparte prijs voor Unique and Artistic Picture, een categorie die daarna niet meer werd toegekend. Daarnaast won de film de prijs voor cinematografie voor het werk van Charles Rosher en Karl Struss. Janet Gaynor ontving de prijs voor Beste Actrice voor haar rollen in Sunrise, 7th Heaven en Street Angel. Bij de première in New York werd de film voorafgegaan door sprekende journaalbeelden met Benito Mussolini, bedoeld om een breder publiek aan te trekken.

Sunrise wordt vandaag nog steeds bewonderd om zijn visuele schoonheid, vernieuwende cinematografie en de acteerprestaties. De dynamische camerabewegingen, die personages en objecten door de ruimte volgen, waren voor die tijd vernieuwend.

Liefdesdriehoek
Sunrise vertelt het verhaal van een liefdesdriehoek dat de vrouwen presenteert als de heilige en de verleidster. Aan de ene kant staat de deugdzame, passieve Vrouw (Janet Gaynor), aan de andere kant de onafhankelijke, moderne en sensuele Stadsvrouw (Margaret Livingston). Toch lijken beide personages door hetzelfde verlangen te worden gedefinieerd: begeerd worden door dezelfde, grotendeels passieve Man (George O’Brien).

De Man heeft een verhouding met de Stadsvrouw. Op haar aandringen stemt hij in met een plan om zijn Vrouw te verdrinken tijdens een geënsceneerd ongeluk. Hij aarzelt wanneer hij op het beslissende moment de kerkklokken hoort. De Vrouw vlucht naar de stad, waar het echtpaar zich verzoent en hun liefde herleeft. Wanneer tijdens de terugreis vanuit de stad een storm losbarst, raakt de Man ervan overtuigd dat de Vrouw is verdronken. In wanhoop en woede probeert hij vervolgens zijn minnares te wurgen. Uiteindelijk wordt de Vrouw levend teruggevonden en eindigt de film met de hereniging van het echtpaar, terwijl de Stadsvrouw het dorp verlaat.

Binaire tegenstellingen
De film is opgebouwd rond scherpe tegenstellingen: stad en platteland, dag en nacht, kuisheid en seksualiteit, dominantie en onderwerping.

De blonde Vrouw belichaamt een ideaal van deugd, moederschap en bijna aseksuele kuisheid. Zij is passief, afhankelijk en doet denken aan een sprookjesfiguur zoals Doornroosje. Maar de Vrouw is ook financieel zelfstandig en vindingrijk.

De Vrouw verschijnt vooral in het daglicht, thuis, en draagt meestal lichte kleding, terwijl de Stadsvrouw wordt geassocieerd met de nacht, de maan, het moerassige landschap en donkere kleding. Zo ontstaat een visuele tegenstelling tussen licht en duisternis, orde en verleiding, goed en kwaad.

De donkerharige Stadsvrouw vertegenwoordigt daarentegen levendigheid, moderniteit, onafhankelijkheid en doet denken aan een vampier. Vanuit een hedendaags perspectief lijkt de film te suggereren dat vrouwelijke autonomie en seksuele vrijheid tot ontwrichting, geweld en uiteindelijk zelfs moord kunnen leiden.

De illusie van keuzevrijheid: hoer of heilige
In de film lijken slechts twee vormen van vrouwelijkheid mogelijk. De ene wordt aangemoedigd, beloond en maatschappelijk gewaardeerd, de andere veroordeeld, uitgesloten en uiteindelijk verworpen.

Beide vrouwelijke personages zijn extreme stereotypen. Daardoor voelen zij minder aan als echte mensen. Paradoxaal genoeg is het juist de Man die het meest geloofwaardig overkomt. Verteerd door verlangen, twijfel, lafheid en woede voelt hij menselijker en herkenbaarder aan dan beide vrouwen. Soms lijkt de Man een sluipende dief of zelfs een monster, zoals in de eerste scène in de boot; op andere momenten is hij een onzekere en berouwvolle echtgenoot. Juist daardoor blijft hij het meest intrigerende en geloofwaardige personage van de film.

De kerkklokken en het bezoek aan de kerk kunnen worden geïnterpreteerd als een symbolische beteugeling van de maatschappelijk onaanvaardbare impulsen en verlangens van de Man. Toch blijkt uit de scène met het mes, waarin hij een man die zijn vrouw het hof maakt gewelddadig bedreigt, dat het vernis van beschaving dun is.

Veelzeggend is ook de rol van het (vergeten) kind. Het verschijnt vrijwel uitsluitend samen met de Vrouw en slechts twee keer kort met de Man. Wanneer hij plannen maakt om zijn echtgenote te verdrinken, de boerderij te verkopen en met zijn minnares naar de stad te vertrekken, komt het lot van het kind niet ter sprake. De film lijkt het kind voornamelijk met het moederschap te associëren, terwijl het vaderschap nauwelijks deel uitmaakt van de identiteit van de Man.

Sunrise: A Song of Two Humans (1927)

Stad en platteland
Vanaf de eerste minuten wordt de Stadsvrouw voorgesteld als een verstoring van de orde. In plaats van na de zomer naar de stad terug te keren, blijft zij op het platteland. De film lijkt te suggereren dat een dergelijke vermenging van werelden slechts tijdelijk mogelijk is en alleen binnen maatschappelijk aanvaarde grenzen.

De stad wordt geportretteerd als een vreemde wereld, een bijna droomachtig pretpark bevolkt door mensen met andere kleding, kapsels en gewoonten. Toch verandert het verblijf in de stad de identiteit van het echtpaar nauwelijks. Hun gedrag, uiterlijk en maatschappelijke rollen blijven grotendeels intact. De kerk, waar de verzoening van het echtpaar plaatsvindt, en het huwelijk spelen een centrale rol in het herstel van de maatschappelijke orde. De dansscène benadrukt dat het echtpaar, ondanks het verblijf in de stad, zijn landelijke identiteit behoudt.

Misdaad zonder straf
De film is geïnspireerd op het korte verhaal De reis naar Tilsit van Hermann Sudermann, bewerkt door Carl Mayer. Murnau veranderde het einde echter ingrijpend.

In Sudermanns verhaal overleeft de Vrouw, terwijl de Man tijdens de terugreis om het leven komt. Zijn dood vormt een duidelijk patroon van misdaad en straf. In Sunrise ontsnapt de Man daarentegen niet alleen aan de gevolgen van zijn moordplan, maar ook aan zijn poging de Stadsvrouw te wurgen.

Vanuit een hedendaags perspectief kun je de film lezen als een verhaal waarin vrouwelijke meegaandheid, vergevingsgezindheid en het ontbreken van vrouwelijke verontwaardiging worden beloond met het herstel van het huwelijk en maatschappelijke erkenning. De woede van de Man wordt daarentegen verklaard, getolereerd en vergeven.

Ook na bijna een eeuw blijft Sunrise opvallend actueel: de verantwoordelijkheid voor kinderen ligt vooral bij de moeder en geweld tegen vrouwen wordt in veel landen gebagatelliseerd. Anti-emancipatoire bewegingen winnen aan invloed en opvattingen die vrouwen vooral willen beperken tot de rollen van moeder en echtgenote keren terug.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

20 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

The Cave of the Silken Web (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de zesde film.

 

The Cave of the Silken Web (China, februari 1927)
Ontsnapt uit het web van de tijd

door Cor Oliemeulen

Een jonge boeddhistische monnik belandt in een grot bij zeven vrouwen die hem in hun web willen lokken. The Cave of the Silken Web van de Chinese filmpionier Dan Duyu is een simpele maar curieuze fantasiefilm met spinnengeesten, kannibalisme, verdwijntrucs en een merkwaardige bruiloft. Dat we de film bijna honderd jaar later überhaupt nog kunnen zien, is misschien wel het meest bijzondere aan dit avontuur uit 1927.

Van de films uit het stomme tijdperk is het grootste deel verdwenen. Eye Filmmuseum schat het verlies wereldwijd op tachtig procent. Van sommige films weten we alleen dankzij oude inventarislijsten, recensies en bioscoopadvertenties dat ze ooit hebben bestaan. “Een verrassend groot deel van die films is al in de eerste helft van de twintigste eeuw actief vernietigd, want film gold als een vermaaksartikel zonder cultuurhistorische waarde.”

The Cave of the Silken Web (1927)

Verdwenen of een tweede leven
Er is nog een andere belangrijke reden: het materiaal. Films werden geschoten op zeer brandbaar nitraat. Wie Inglourious Bastards (2009) van Quentin Tarantino heeft gezien, kan dat volmondig beamen. Ook aanraken, vocht en droogte waren niet bevorderlijk voor een lang leven van de film. Als je nu de geschiedenis van de stomme film bekijkt, zie je dus een geschiedenis vol gaten. En films met gaten.

De Library of Congress in de Verenigde Staten onderzocht 10.919 Amerikaanse stomme speelfilms die tussen 1912 en 1929 werden uitgebracht. Ongeveer zeventig procent daarvan is volledig verloren.

Japan werd nog harder getroffen. Het National Film Archive of Japan bezit slechts 4,1 procent van de Japanse speelfilmproductie uit de jaren twintig. Zelfs regisseurs die later behoorden tot de grootmeesters van de wereldcinema verloren een groot deel van hun vroege werk. Zo ging ongeveer tachtig procent van de vooroorlogse films van Kenji Mizoguchi verloren, van die van Yasujirō Ozu bijna de helft. Zijn debuut Sword of Penitence verscheen in 1927. Het zou een ideale kandidaat zijn geweest voor onze themamaand De Herfst van de Stomme Film – maar helaas kan niemand die film meer kijken.

Zelfs als een film overleeft, kan de kopie versleten of beschadigd zijn. Gelukkig zijn er methodes om oude films van de ondergang te redden. Een mooi voorbeeld zie je bij Auguste en Louis Lumière. Voor Lumière! L’Aventure Commence werden 144 van hun filmpjes in 4K gerestaureerd.

Hoe ingrijpend zo’n restauratie kan zijn, bleek ook bij Le Voyage dans la Lune (1902), waarvoor duizenden afzonderlijke beeldjes moesten worden gefotografeerd, gescand en hersteld. Een van de restaurateurs sprak dan ook van ‘een wederopstanding’ in plaats van een restauratie.

Eten of gegeten worden
Ook The Cave of the Silken Web (Pan si dong, 1927) kreeg een tweede leven. De enige bekende, onvolledige nitraatkopie werd in 2011 teruggevonden in Noorwegen en door de National Library of Norway gerestaureerd. Van de oorspronkelijke circa 1900 meter bleef ruim 1200 meter over, goed voor 59 minuten film. Het is deze restauratie die we nu kijken en bespreken.

De jonge boeddhistische monnik Tang Xuanzang is op weg naar het westen om heilige geschriften op te halen. Onderweg krijgt hij honger en gaat hij op zoek naar voedsel. Hij belandt bij zeven jonge vrouwen in een grot. Ze ontvangen hem vriendelijk en nodigen hem uit voor het eten. De monnik weigert echter de maaltijd omdat hij als boeddhist geen vlees eet. Met een brede grijns merkt een zwarte bediende op dat hij al een maand geen monnik heeft gegeten. De vrouwen blijken spinnengeesten die mannen hun web in lokken. “Als je eenmaal in het web zit, wil je nooit meer weg.”

De monnik voelt dat er iets niet klopt, maar ontsnappen is lastig. Van zijn drie reisgenoten speelt vooral Pigsy een grote rol. Met zijn grote varkenskop is hij een komische, maar vooral afstotelijke verschijning tussen de jonge vrouwen. Ook hij raakt verstrikt in hun web.

Mensen en geesten verdwijnen plotseling en duiken weer spontaan op, soms in een andere gedaante. Dat gebeurde zonder revolutionaire technieken. De camera werd simpelweg stilgezet, waarna een acteur of object werd verwisseld en de opname verderging. Georges Méliès gebruikte dat soort trucs al dertig jaar eerder.

Een veel opmerkelijker experiment kunnen we helaas niet meer beoordelen. In de oorspronkelijke film zat een zwemscène waarvoor onderwateropnamen werden gemaakt, volgens bronnen een primeur voor de Chinese cinema.

The Cave of the Silken Web (1927)

Een nadere blik op 1927
Wie bij een stomme film automatisch aan zwart-wit denkt, vergeet dat kleur al lang vóór de kleurenfilm werd gebruikt. Filmkopieën werden getint om een hele scène een bepaalde kleur en sfeer te geven. D.W. Griffith deed dat al in Intolerance (1916). The Cave of the Silken Web is grotendeels bruinachtig getint. Daardoor valt de paars-rode kleur van de vurige finale extra sterk op.

Hoe groot de culturele afstand tot 1927 inmiddels is, zie je in het karikaturale portret van de zwarte bedienden in de grot. Ze springen als vrolijke wilden uitbundig en voortdurend lachend door het decor.

De maker van de film, Dan Duyu, hielp in de jaren twintig de Chinese speelfilmindustrie op te bouwen in Shanghai, het toenmalige centrum van de cinema. Naast melodrama ontstond een commerciële cinema vol historische verhalen, martial arts, geesten, magie en monsters. The Cave of the Silken Web past goed bij die populaire cultuur. Het is geen zwaar kunstwerk, maar amusement met bekende sterren, kostuums, decors, kleuren, humor en technische experimenten.

Net zoals Amerikaanse stomme films soms alleen overleefden omdat ergens in Europa een kopie opdook, dankt deze Chinese film zijn voortbestaan aan een toevallige vondst. The Cave of the Silken Web gaat daarom niet alleen over een monnik die wordt gevangen in een web van aantrekkelijke spinnenvrouwen – de film zelf is ontsnapt uit een web van verval, vernietiging en vergetelheid.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

17 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

The Kidnapping of a President

***
recensie The Kidnapping of a President
Politieke klucht over rechts-extremisme

door Jochum de Graaf

Luitenant-kolonel Eero Kuussaari, wiens duelleer-litteken uit Duitsland hem in rechts-extreme kring in achting doet stijgen, is gefrustreerd dat hij opnieuw een promotie is misgelopen. Hij wil verhaal halen bij generaal Kurt Martti Wallenius, die met andere extreemrechtse officieren op inspectietocht is in het oosten van Finland. Een copieus diner, fascistische retoriek, krijgshaftige Duitse liederen en grote hoeveelheden alcohol doen de bijeenkomst ontaarden in een bacchanaal.

Extreemrechts is op het toppunt van zijn macht in het politiek roerige Finland eind jaren twintig. Uitgebreid wordt afgegeven op het linkse tuig. Ze zijn vol lof over de aanval en kidnapping van een aantal communisten in het Finse parlement een dag ervoor. Wallenius roept bij de nadronk vol bravoure uit dat ze een echt statement moeten gaan maken. Het linkse activistjes intimideren is maar kinderspel, het wordt tijd om niets minder dan een revolutie te ontketenen.

The Kidnapping of a President

De ontvoering
Tegen elkaar opsnijdend ontstaat het wilde plan om Kaarlo Juho Ståhlberg te ontvoeren en te deporteren. Ståhlberg is de eerste president van de republiek, uitgesproken tegenstander van rechts-extremisme, hoeder van de democratische rechtsstaat. Hij heeft zich net opnieuw kandidaat gesteld voor de presidentsverkiezingen van 1931. Erg goed uitgewerkt is het plan niet maar Eero belt alvast wat handlangers in Helsinki om het uit te voeren.

De volgende ochtend vroeg zien die vier wat bleue jonge fascisten Ståhlberg en zijn vrouw Ester aan de ochtendwandeling in een bos. Ze bevelen de oud-president in de auto plaats te nemen. Maar dan komt de eerste kink in de kabel: de kordate Ester weigert haar man in de steek te laten. Als de ontvoerders met pijn en moeite Ståhlberg in de auto wringen, zit zij al op de achterbank. Ze moeten snel weg anders worden ze ontdekt.

Ståhlberg houdt zich stoïcijns en kalm, maar Ester neemt de regie over en pakt de ontvoerders stevig aan. Weten ze wel waar ze mee bezig zijn, wat voor straf er op kidnapping staat? De knapen krijgen onderling mot, bakkeleien welke kant ze op moeten rijden, weten niet wat ze met hun gijzelaars aan moeten. Eero is onbereikbaar, ligt zijn roes uit te slapen.

Publieke verontwaardiging
Intussen wordt de ontvoering groot landelijk nieuws en is de publieke verontwaardiging enorm. De ontvoerders raken steeds verder in het nauw, de een na de ander wil er mee ophouden. Het mondt uit in een chaotische bij tijd en wijle hilarische roadtrip door Finland.

Als Eero eindelijk ontwaakt met een enorme kater dringt langzaam tot hem door wat voor enorme blunder ze hebben gemaakt. Ook bij de legerofficieren is de chaos en verwarring groot. Wie is er verantwoordelijk voor dit grotesk mislukkende plan en wat zijn de gevolgen?

The Kidnapping of a President

Iets te veel klucht
The Kidnapping of a President is gebaseerd op ware gebeurtenissen in maart 1930, die voor Finland grote politieke consequenties hadden. Het laat goed zien hoe kwetsbaar een democratie kan zijn wanneer extreemrechts te veel macht krijgt. Maar ook hoe zelfoverschatting en overmoed gemakkelijk ten val komen.

Regisseur Samuli Valkama benadert de gebeurtenissen vooral als een politieke klucht. Aku Sipola als Wallenius speelt een sterke rol als de extravagante en excentrieke militair die geobsedeerd is door macht en aandacht.

Jussi Vatanen zagen we In Fallen Leaves van Ari Kaurismäki ook al als droogkomische dronkenlap, in The Kidnapping of a President doet hij er nog een schepje bovenop. Riitta Havukainen als Ester Ståhlberg legt trefzeker het ongelooflijke amateurisme en de knulligheid van de ontvoerders bloot.

Als charmante zwarte komedie en politieke satire wordt het gevaar van rechts-extremisme wat licht aangezet, de balans valt net iets te veel uit naar een klucht.

 

16 september 2026

 

ALLE RECENSIES

Die Abenteuer des Prinzen Achmed (1926)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de vijfde film.

 

Die Abenteuer des Prinzen Achmed (Duitsland, september 1926)
Lotte knipt het knapst

door Ralph Evers

In 1926 ziet Die Abenteuer des Prinzen Achmed van Lotte Reiniger het licht, de oudste nog bestaande lange animatiefilm. Een film die bij herziening zowel onmiskenbaar oud is, als tijdloos. Universele thematiek met archetypische personages en met een tempo dat voor vandaag er nog net door kan – ingrediënten voor een ‘klassieker’.

Denk aan een animatiefilm, beeld je die typerende stijl van de stop-motion in en combineer dit dan met knip- en silhouet-animatie. Waar menig animatiefilmliefhebber warm loopt voor stop-motion, zou Die Abenteuer des Prinzen Achmed dus zeker moeten bekoren. Onlosmakelijk verbonden met het eigene aan deze film en haar historie is de maakster, Lotte Reiniger. Zij was een pionier in de animatiefilm, niet te beroerd hard te werken, en dat in een cinema-canon waarin vrouwen nog altijd ondervertegenwoordigd zijn.

Die Abenteuer des Prinzen Achmed (1926)

Een kleine geschiedenis
Haar verhalen zijn grotendeels bewerkingen van sprookjes en beroemde opera’s. Zowel Europese als oriëntaalse sprookjes. Ze laten zich bedienen van een herkenbare, archetypische, zij het soms wat stereotiepe, beeldtaal.

Lotte Reiniger bewoog zich in de avant-garde kringen van Berlijn van na de Eerste Wereldoorlog. Haar toekomstige man Carl Koch hielp mee om Die Abenteuer te voltooien en Walther Ruttmann en Berthold Brecht ondersteunden haar in het schrijven van het script. Ze kreeg tamelijk wat vrijheid in het Institut für Kulturforschung, geleid door Hans Cürlis, waar commercie en kunst hand in hand gingen. Ze maakte daar ook reclamefilmpjes, zoals Das Geheimnis der Marquise (1922) voor Nivea-huidverzorging.

De kringen waarin ze zich begaf vielen niet binnen het kader van de filmpolitiek van de nazi’s. Vlak voordat de oorlog in 1939 uitbreekt, vertrekt ze naar Italië, waar haar man bezig is om samen met Jean Renoir de film Tosca te realiseren. Ze verblijven daar tot ook dat land in 1943 de oorlog verklaart aan Nazi-Duitsland. Rond Kerstmis gaan ze noodgedwongen terug naar Berlijn, mede om voor Reinigers zieke moeder te zorgen. In 1949 vertrekken ze naar Engeland, waar ze in 1962 staatsburgers zullen worden.

Hiermee verstrooit haar werk, de aandacht die ze wist te trekken van haar publiek. Ook worden enkele films opgekuist door de censuur in hun nieuwe thuisland. Haar avant-gardistische vrijheid om erotische scènes in kinderfilms te verwerken valt verkeerd in het post-Victoriaanse Engeland van na de Tweede Wereldoorlog.

Na Kochs overlijden in 1963 maakt Reiniger ongeveer tien jaar lang nauwelijks films. Ze richt zich vooral op schaduwtheater, boekillustraties, lezingen en een boek over haar befaamde techniek.

Vliegend paard
Terug naar Die Abenteuer des Prinzen Achmed, dat is gebaseerd op verschillende vertellingen uit 1001 Nachten.

Wanneer een Afrikaanse tovenaar op het feest van de kalief verschijnt met een vliegend paard, dat koning en gevolg betovert, eist hij in ruil voor dit paard de hand van prinses Dinarsade. Haar broer Achmed grijpt in, maar wordt door de tovenaar misleid. Wanneer Achmed plaatsneemt op het paard stijgt het verder en verder de lucht in. Zonder te weten hoe hij moet landen, zweeft Achmed naar het magische eiland Wak-Wak, waar hij valt voor de prachtige prinses Pari Banu.

Hun geluk is echter kortstondig: de wraakzuchtige tovenaar ontvoert Pari Banu en verkoopt haar aan de keizer van China. Om haar te redden krijgt Achmed te maken met de nodige portie ellende in de vorm van monsters, draken en ander gespuis. Met de hulp van de heks van de Vurige Berg, de magische lamp van Aladdin en een reeks epische worstelingen weet hij zijn geliefde te bevrijden en de tovenaar definitief te verslaan.

Antithese met nu
Met haar tijdrovende handwerk koos Lotte Reiniger niet voor de gemakkelijke weg. Ze startte in 1923 om in 1926 de film af te ronden. Haar stijl staat bekend als knipkunst. Iets wat al in de late zeventiende eeuw groot was door een Nederlandse kunstenares, Joanna Koerten. We zien die techniek ook terug in Japans schaduwspel en Javaans poppenspel. Reiniger zelf was sterk geïnspireerd door de Griekse poppenspeltraditie Karagiozis.

Die Abenteuer des Prinzen Achmed (1926)

Haar monnikenwerk, uhm silhouettenwerk, staat 100 jaar later diametraal tegenover onze tijd. Waar alles snel en vluchtig is, en weinig aandacht vergt, kent de productie van Die Abenteuer des Prinzen Achmed, de oudst overgebleven animatiefilm, vakmanschap, precisie, aandacht en vooral heel veel geduld. Dat is niet af te zien aan de film zelf, die met een aardig tempo aan ons voorbij trekt.

De film volgt een strak, plotgedreven script, een duidelijk narratief en is uiterst aantrekkelijk gemaakt. Ook voor ons moderne kijkers zal de film in de smaak vallen met haar aandacht voor details en een tempo dat naar de maatstaven van toen, hoog gelegen moet hebben.

Nu er een beweging merkbaar is die zich begint af te zetten tegen de ‘AI-ficering’ van media, de steeds groteskere special effects, en gedigitaliseerde eeuwige jeugd, kan er weleens weer interesse ontstaan voor films als deze. Het is bijna een tot rust komen in deze ambachtelijk gemaakte animatie. Bijna, want er gebeurt genoeg en er zit een flinke dosis energie in de jonge Achmed, om werkelijk tot rust te komen.

Verknipt door de techniek
Reinigers film is kenmerkend voor veel stomme films die in de periode na de Eerste Wereldoorlog zijn gemaakt. Ze verbeelden universele thema’s. Films als Faust, Der Golem, The Phantom of the Opera, Das Cabinet des Dr. Caligari en Metropolis helpen ons ontsnappen aan een in puin geschoten Europa.

Ofwel door terug te grijpen op oerthema’s, zoals verbeeld in sprookjes, ofwel door technologische vergezichten. De geborgenheid van het simpele goed of kwaad in een sprookjesvertelling of het verschaffen van vergezichten die een nieuwe tijd hoopt in te luiden. Een nieuwe tijd van voorspoed, met de waarschuwing nagalmend van de recente oorlog: dehumaniseert die techniek ons, of brengt ze ons naar grote hoogten?

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

14 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

De Gaulle: Liberté

****
recensie De Gaulle: Liberté
Vervolg maakt epische status waar

door Jochum de Graaf

De Gaulle: Liberté – het vervolg van De Gaulle: Résistance – begint op drie fronten. Het is januari 1943. In de hitte van de Fezzan-woestijn in Libië bereidt generaal Philippe Leclerc zich voor om zich met zijn colonne van Vrije Fransen aan te sluiten bij de geallieerden in de strijd tegen de Duitsers in Noord-Afrika. In Londen en Washington zijn er besprekingen voor de conferentie van Casablanca later die maand, de geheime top waar de Amerikanen en de Britten hun militaire strategie willen bepalen. En in het winterse Lyon probeert hoge ambtenaar Jean Moulin in opdracht van De Gaulle het Franse verzet van links tot rechts met elkaar te verenigen.

De eigenzinnige Philippe Leclerc gaat zich aansluiten bij het Britse Achtste Leger. De colonne is dan al twee jaar bezig met een opmars vanuit de Sahara. Als ze in maart 1941 de Italiaanse Kufra-oase innemen, leggen ze de legendarische Eed van Kufra af waarbij ze zweren de wapens pas neer te leggen wanneer de Franse driekleur op de kathedraal van Straatsburg wappert. Later in de oorlog landen de troepen in Normandië en hebben een groot aandeel in de bevrijding van Parijs, augustus 1944.

De Gaulle: Liberté (foto: Malgosia Abramowska)

Gedeeld leiderschap van het Franse verzet
Jean Moulin, de jongste prefect van Frankrijk, slaagt er met buitengewone moed en tact in het communistische, socialistische en rechts-nationalistische verzet met elkaar te verenigen. In juni 1943 wordt hij door verraad in eigen kring door de Gestapo opgepakt en dagenlang gemarteld, maar hij breekt niet en zal later op weg naar Duitsland overlijden aan zijn verwondingen. Het lot van Moulin is van doorslaggevende betekenis voor de positie van De Gaulle als onbetwiste leider van het Franse verzet.

Ten aanzien van met name de Amerikanen bevindt De Gaulle zich in een lastig parket. In vrij eenzame ballingschap in het Londense Hampstead wordt hij geconfronteerd met een diep wantrouwen van Roosevelt persoonlijk, die in hem niet de onbetwiste leider van het Franse verzet ziet. Hij heeft een voorkeur voor de meer meegaande generaal Giraud, de bevelhebber van de Franse troepen in Noord-Afrika. Bovendien ziet hij voorziet hij voor Frankrijk maar een zeer beperkte rol in het naoorlogse Europa. Er is een voorstel om het land onder Amerikaans gezag te brengen. De Gaulle wordt niet eens in de voorbereidingen op D-Day betrokken.

De Gaulle blijft straf bij zijn eis van een volledige erkenning van de Franse onafhankelijkheid. Roosevelt en in zijn kielzog Churchill weten de rivalen De Gaulle en Giraud tot een soort gedeeld leiderschap van het Franse verzet te dwingen. Het is een ijzig fotomoment als de mannen elkaar onder die zware druk de hand schudden.

Haat-liefdeverhouding tussen De Gaulle en Churchill
Hoewel de namen, data en gebeurtenissen over elkaar heen buitelen zijn de diverse verhaallijnen van de film dankzij een uitnemende montage goed te volgen. De krijgshandelingen in Afrika worden spectaculair in beeld gebracht, de spannende ontwikkelingen bij het verzet zijn goed van sfeer en de diplomatieke verwikkelingen zijn ondersteund door het goed gekozen archiefmateriaal uitermate geloofwaardig.

In deel 1, De Gaulle: Résistance, wordt De Gaulle als een soort Don Quichot neergezet. Ik stoorde me een beetje aan die koketterie die kolderieke scènes opleverde. De Gaulle die na een noodlanding in een besmeurd militair modderkostuum een rare competentiestrijd voert met een hogergeplaatste generaal. In Liberté wordt dit beeld scherp gecorrigeerd en ontpopt hij zich tot een machtspoliticus die de belangrijke ontwikkelingen naar zijn hand weet te zetten. Let eens op de soevereine manier waarop hij in vergadering met de hoogste leiders van het Franse verzet zijn tegenstrever Giraud buitenspel weet te zetten.

Heel sterk uitgewerkt is ook de haat-liefdeverhouding tussen De Gaulle en Churchill: de steile, ascetische militair van bijna twee meter De Gaulle versus de kleine flamboyante bolronde Churchill met bolknak en cognac. Het is ook een geweldig acteerduel tussen de twee Simons, Akbarian (De Gaulle) en Russell (Churchill).

Grote verdienste van het tweeluik is dat het een genuanceerd nieuw licht werpt op een belangrijke episode van onze geschiedenis. De onbekende strijd in Afrika, veldslagen als de Slag bij Birkheim, de Eed van Kufra en niet te vergeten de belangrijke rol van de van de Afrikaanse en Arabische militairen in het Franse leger, zijn lang onderbelicht gebleven.

De Gaulle: Liberté (foto: Malgosia Abramowska)

La Bataille de Gaulle – zoals het tweeluik van Antonin Baudry wordt genoemd – krijgt ook betekenis als goed inzicht in de recente geschiedenis van Frankrijk. Met in het huidige politieke speelveld met een opnieuw een wispelturig Amerika en de tekening van het sterk gepolariseerde politieke landschap in Frankrijk zou je kunnen zeggen dat de film ook te zien is als een interessante vooruitblik op de presidentsverkiezingen van volgend jaar.

Ten onrechte ondergewaardeerd
In Frankrijk kende De Gaulle: Résistance aan het begin van de zomer nog een stroeve start, met aanvankelijk nog geen half miljoen bezoekers (in Nederland trok de film tot nu toe ruim 40.000 bezoekers). Inmiddels zijn beide films echter uitgegroeid tot de absolute zomerhit in de Franse bioscopen. Nadat de release van De Gaulle: Liberté werd vervroegd om samen te vallen met ‘Fête du Cinéma’ – waarbij tickets vier dagen lang slechts 5 euro kostten – volgde de definitieve doorbraak. Het tweeluik is inmiddels op weg naar de zes miljoen bezoekers, waarmee De Gaulle deze zomer uitstekend kon wedijveren met blockbusters als The Odyssey en Spider-Man.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ook ik deel 1 ernstig ondergewaardeerd heb met een heel zuinige twee sterren. Met de komst van deel 2 is mijn oordeel omgeslagen en geef ik vier sterren, waarmee het eindoordeel van beide films op minstens drie sterren uitkomt.

 

13 september 2026

 

Lees hier De Gaulle: Résistance

 

ALLE RECENSIES

The Cat and the Canary (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de vierde film.

 

The Cat and the Canary (Verenigde Staten, augustus 1927)
Laat je niet gek maken door een spookhuis

door Bob van der Sterre

Verdelingen van erfenissen: altijd een dankbaar onderwerp voor films. In The Cat and the Canary is het de basis voor een heerlijk avondje exquis griezelen.

Superrijk zijn heeft ook nadelen als je hebzuchtige familieleden hebt. Dat maakt Cyrus West mee. We zien de miljonair in kwestie op een stoel tussen reusachtige lege flessen en katten om zich heen. “Zijn hebzuchtige familieleden, die waren als katten bij een kanarie en hadden hem op de rand van waanzin gebracht.”

Maar hij krijgt ze nog wel.

Zijn envelop met de erfenis mag pas twintig jaar na zijn dood worden geopend. Twintig jaar lang wachten – dan klopt de notaris aan. Die vraagt aan de voormalige verzorgster, genaamd Mummy Pleasant: “Het moet hier wel eenzaam zijn geweest, twintig jaar lang.” Haar antwoord: “Ik heb de levenden niet nodig.”

The Cat and the Canary (1927)

Een levende mot: vals spel
Een weird huis dus van een weirde miljonair. Toch melden alle hebzuchtige familieleden zich op de bijzondere dag bij het kasteel. Eenmaal bij elkaar valt het schilderij van Cyrus West op de grond. Mummy Pleasant kijkt hen vuil aan als ze het schilderij meeneemt en zegt: “Iets vreselijks gaat hier gebeuren.”

Als Annabelle West (rol Laura La Plante) vervolgens de erfenis krijgt, is de enige voorwaarde dat ze ‘gezond’ verklaard moet worden door een dokter. Dat valt wel mee, denk je. Hoewel… In de tweede envelop staat wie anders de erfenis krijgt. Probleem: de enveloppen waren al gezien door iemand want er zat een levende mot in de kluis! Die persoon hoeft haar dus alleen nog maar waanzinnig te laten verklaren om steenrijk te worden. Maar als de notaris wil onthullen wie hij is, grijpt een klauw hem van achteren en is hij weg.

Dan komt er ook nog een agent binnen: “Een gestoorde is ontsnapt en hij moet hier ergens op het terrein zitten. Een maniak die denkt dat hij een kat is en verscheurt zijn slachtoffers als kanaries!” Vanaf dat moment doolt hij rond in het kasteel van de overleden miljonair.

De chaos neemt alsmaar toe want de West-diamanten van Annabelle, nét gevonden dankzij een hint van de overleden miljonair, zijn opeens gestolen. Ze legt het uit aan de andere mogelijke erfgenamen: “Een hand, als een klauw of een spin, kwam opeens uit de muur en stal de ketting die ik droeg.” De anderen beginnen haar steeds meer gestoord te vinden. Maar bij hen begint de spanning ook op te lopen. Zal de dokter Annabelle gezond verklaren?

Ontbrekende stemmen laten je focussen op het beeld
Waarom is deze film een stuk entertainender dan de versies die later verschenen? Het antwoord ligt voor de hand: het ontbreken van stemmen. Doordat je je focust op beeld, werkt sfeer zoveel beter.

We worden ook wel erg verwend met veel speelsheid in The Cat and the Canary, zoals close-ups van pratende monden, wapperende gordijnen, gezichten met lichtval van onderen, letters die in beeld dansen, enorme schaduwen, vervormde gezichten (speciale lenzen), of de hamertjes van een klok die dwars door het beeld van kletsende familieleden is te zien. Leni had intussen een boel trucs geleerd en paste ze allemaal toe.

De visualisatie van de tekst draagt bij aan soms komische momenten waar de film ook wel bekend om is. Zo worden we als een tante haar mond opent getrakteerd op een explosie van tekens – een visualisatie van een serie vloeken zoals je die kent uit strips. Hilarisch moment! Ook aardig: knalgroot HELP!! als er gegild wordt, of SUSAN! als zij opeens wegrent.

Paul Leni: een vindingrijke expressionist
Niet zo raar, al deze vindingrijkheid, want regisseur Paul Leni had een achtergrond als schilder, ontwierp filmsets (en kostuums) en begon in 1913 met films maken. Hij werd een belangrijk persoon in de Duitse expressionistische cinema, met films als Hintertreppe (1921) en Waxworks (1924). Dat is waarom je in deze film misschien soms denkt aan de horrorklassieker des horrorklassiekers: Nosferatu (waar hij trouwens niet aan meewerkte).

The Cat and the Canary (1927)

Na successen in Duitsland kwam Leni in 1927 op uitnodiging naar Hollywood en maakte de film zonder zelfs Engels te kunnen spreken (de schrijver van het script, Robert F. Hill, sprak gelukkig Duits). Het is een film die nu wordt gezien als een van de klassiekers in het haunted-house-genre en die de voorbode was van de hausse van films hierover in de jaren vijftig, zestig.

Leni maakte in 1928 ook het voortreffelijke The Man Who Laughs (met Conrad Veidt) en overleed helaas al heel jong in 1929, 44 jaar oud. Dat was nog in de tijd dat mensen veel vaker stierven aan sepsis door een tandinfectie, wat hem dus ook overkwam.

Toneelstuk als voorloper
Hij had ook wel veel baat bij het feit dat het een toneelstuk was geweest (van John Willars). Het helpt het tempo en zorgt dat er een goed evenwicht is tussen beeld en verhaal. Dit script gaf Leni de kans om de art design een grote rol te geven. Met acteurs die de sfeer van het art design als het ware voortrekken in de karakters die ze speelden, zoals de streng ogende Martha Mattox als ‘Mummy Pleasant’, of Lucien Littlefield als de creepy dokter Ira Lazar.

Hierna zou het verhaal nog vijf keer verfilmd worden, maar ze zijn (logisch) veel prateriger en missen het toch wel het af en toe briljante visuele talent in Leni’s versie.

Er valt wel wat voor te zeggen dat de film iets te veel ‘style over substance’ is – zeker als je vergelijkt met een aantal van zijn Duitse tijdgenoten (Metropolis, Der Letzte Mann, Dr. Mabuse). Er zijn ook wel wat moderne critici die de film om deze reden wat minder interessant vinden. Toch is dat ook een kwestie van smaak: wat is een film als er visueel niets te genieten valt?

Het blijft zonde dat zoveel zwijgende films nog steeds ondergewaardeerd zijn – zeker bij de moderne generatie die alles van voor 2000 ‘oud’ vindt. Er valt zoveel aan deze vroege cinema te ontdekken. Meer weten? Lees dan ook mijn stuk over de misvattingen van zwijgende films!

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

12 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

Metropolis (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de derde film.

 

Metropolis (Duitsland, januari 1927)
De mens als machine

door Jochum de Graaf

Metropolis, het klassieke meesterwerk van Fritz Lang, kun je als hoogtepunt én als eindpunt van de stomme film zien. Hoogtepunt alleen al vanwege het feit dat de film met 310 draaidagen, 36.000 figuranten en een budget dat explodeerde naar 5,1 miljoen reichsmark de tot dan toe duurste productie ooit was. Eindpunt omdat in hetzelfde jaar The Jazz Singer werd uitgebracht, wat de doorbraak van de geluidsfilm betekende.

De Duitse filmmaatschappij UFA stak met deze superproductie Hollywood naar de kroon. Fritz Lang greep de gelegenheid aan om gebruik te maken van de meest geavanceerde technieken en special effects van die tijd. Hij zette de revolutionaire techniek van het Schüfftan-proces in, voorloper van het tegenwoordig onmisbare green-screen. Acteurs werden via een spiegel onder een hoek van 45 graden tegen de achtergrond van maquettes gefilmd, waardoor het leek alsof ze live tussen de wolkenkrabbers liepen.

Ook het camerawerk was voor die tijd bijzonder dynamisch. Met de ‘entfesselte’, ofwel ‘ontketende’, camera bewoog het beeld vrij door de imposante decors. Het verkeer in de straten werd met behulp van stop-motion frame voor frame handmatig verplaatst.

Metropolis (1927)

‘Ongeëvenaard stompzinnige plot’
Kenmerkend voor stomme films is ook de expressie van het individu. In Metropolis lag de nadruk op mensenmassa’s die zich ritmisch, mechanisch in een expressionistische choreografie bewegen. Lang maakte fraai gebruik van clair-obscur, sterke afwisseling tussen licht en donker, om de emoties van de acteurs uit te drukken. In de bovenklasse, onder de elite, is het haast paradijselijk, ruim en licht; bij de onderklasse, de arbeiders, is het beklemmend, mechanisch, meestal diep donker.

Maar de enorme productiekosten hadden UFA bijna naar de afgrond gebracht en toen werd de film commercieel een flop. Kort na de première in januari 1927 sabelde de legendarische sf-schrijver H.G. Wells de film volledig neer. Metropolis had een ‘ongeëvenaard stompzinnige plot’ en Wells beschuldigde Lang er zelfs van ideeën te hebben ontleend aan zijn eigen toekomstroman When the Sleeper Wakes.

Langzaam werd de film compleet
Paramount, de Amerikaanse distributeur, vond de film veel te lang en te ingewikkeld en bracht deze al kort na de première terug van ruim tweeënhalf tot bijna twee uur, wat aanleiding was voor UFA om ook in Duitsland een nieuwe versie gebaseerd op de Amerikaanse montage uit te brengen. Vervolgens raakten in de jaren daarna de originele negatieven en ongebruikte scènes verspreid en verloren of werden zelfs vernietigd.

Lange tijd werd de film als een soort entertainment gezien, een aardig voorbeeld van hoe er eind jaren twintig over de toekomst gedacht werd.

Na de Tweede Wereldoorlog vatte de opvatting post dat Metropolis een wat naïef of misschien wel gevaarlijk politiek pamflet was. De bekende criticus Siegfried Kracauer schreef in zijn veel geroemde boek From Caligari to Hitler dat Metropolis met zijn totalitaire esthetiek en de mystieke boodschap dat de tegenstelling tussen geest (het brein) en lichaam (de handen) door gevoel (het hart) moet worden overbrugd, onbewust vooruitwees naar de autoritaire mentaliteit die het nationaalsocialisme mogelijk maakte.

Maar de originele ongecensureerde versie van Fritz Lang was al decennialang niet meer te zien. Vanaf de jaren zestig, met de opkomst van filmwetenschap als academische studie, gingen filmhistorici op zoek naar kopieën en nog bewaard gebleven materiaal. Het duurde nog veertig jaar voordat de Friedrich-Wilhelm-Murnau-Stiftung in 2001 een digitale restauratie realiseerde, maar nog altijd bleef een kwart van de film onvindbaar. Tot in 2008 de vondst van een vrijwel complete versie in het Museo del Cine van Buenos Aires wereldnieuws werd. In 2010 ging na drieëntachtig jaar The Complete Metropolis op Filmfestival Berlijn met begeleiding van een live-orkest in première.

Begin van een nieuwe eeuw
In de loop der tijd is een enorme hoeveelheid literatuur, essays en documentaires over Metropolis verschenen. Een groot deel gaat in op de roemruchte geschiedenis van de film. Maar het belangrijkste boek is natuurlijk de gelijknamige roman Metropolis uit 1926 van Thea von Harbou, Fritz Langs echtgenote en coscenarist, waarop de film werd gebaseerd.

Kort samengevat speelt Metropolis zich af in een grote metropool, gesitueerd in de toekomst, het toen magische jaar 2000, begin van een nieuwe eeuw. De megastad, waar een rijke bovenlaag van industriëlen de dienst uitmaakt en een armoedige onderlaag van uitgebuite arbeiders in een machinestad de boel draaiende moet houden.

We volgen Freder Fredersen, zoon van de grootste industrieel en heerser over de stad Joh Fredersen, die na een ontmoeting met spiritueel leidster Maria afdaalt naar de benedenwereld en zich opwerpt om het arme volk te redden. De kwaadaardige uitvinder Rotwang ontwerpt een sterk op Maria lijkende robot met de bedoeling om chaos te veroorzaken. Er komt een overstroming en een opstand maar uiteindelijk volgt door bemiddeling van Freder een verzoening tussen zijn vader en de leider van de arbeiders.
Centrale boodschap: ‘Mittler zwischen Hirn und Hände muss das Herz sein!’ Het brein heeft betrekking op de elite, de denkers, heersers; de handen zijn de arbeiders, de doeners; en het hart moet bemiddelen. Freder is in die opzet een soort Messias-figuur die de twee werelden verbindt en de klassenstrijd doorbreekt.

De wolkenkrabbers van Manhattan
Fritz Lang was geïnspireerd en geïntrigeerd door Manhattan waar hij in de zomer van 1924 met de SS Deutschland aanlandde, op weg naar Hollywood om de Amerikaanse filmindustrie te bestuderen. “Wolkenkrabbers rezen op uit water als een verticaal zeil, fonkelend en ongelooflijk licht, hangend aan zwarte hemel om te verblinden en te hypnotiseren”, schreef hij in zijn dagboek. Hij was gefascineerd door de vraag wie die torens gebouwd hadden en wie erin woonden.

Lang maakte in 1931 M, zijn eerste geluidsfilm met een magistrale hoofdrol voor Peter Lorre dat als zijn beste film wordt beschouwd. Twee jaar later volgde Das Testament des Dr. Mabuse dat door de nazi’s verboden werd. Lang vertelde dat ondanks dit verbod Goebbels hem aangeboden had de leiding over de Duitse filmindustrie op zich te nemen, waarop hij in 1933 Duitsland ontvluchtte. Er volgde een succesvolle carrière in de VS. Hij maakte eind jaren vijftig nog een aantal films in West-Duitsland en overleed in 1976 in Beverly Hills.

Het huwelijk met Thea von Harbou was in 1933 al stukgelopen. Zij bleef in Duitsland, werd lid van de NSDAP en was succesvol als scenarioschrijfster onder het nazi-regime. Na de oorlog werd ze enige tijd geïnterneerd en kreeg ze een beroepsverbod.

Metropolis (1927)

Monumentaal ijkpunt in de filmgeschiedenis
Het is verleidelijk om met de ogen van nu te kijken wat uitgekomen is van de voorspellingen in Metropolis. Er is veel gefilosofeerd over de centrale boodschap van het brein, de handen en het hart en de onderliggende aanname dat klassenverzoening mogelijk is door mensen zoals Freder, die, met ellende geconfronteerd, een sterke drang hebben haar te willen beëindigen. Het is een eendimensionale boodschap die wat naïef is gebleken.

Maar Metropolis is afgezien daarvan met de imposante decors, de fraaie enscenering en de overtuigende manier waarop het verhaal in beeld wordt gebracht een monumentaal ijkpunt in de filmgeschiedenis. Kijk nog eens goed naar de scène waarin Freder afdaalt in de ondergrondse wereld en de massa arbeiders ziet die in moordend tempo de gigantische machine M bedienen. M raakt oververhit en ontploft, Freder gaat hallucineren en ziet de poorten van de machine transformeren tot een enorme, opengesperde muil. Bewakers drijven de arbeiders nu in eenzelfde letterlijk moordend tempo de machine Moloch binnen, naar de oudtestamentische god die kinderslachtoffers eiste. De ultieme verbeelding van de mens tot slaaf gemaakt van de machine.

De beroemdste scène is de transformatie van de Maschinenmensch door de perfide uitvinder Rotwang. De mechanische robot met het uiterlijk van Maria, Freders inspirator, moet de arbeiders in opstand laten komen. Maria ligt buiten bewustzijn opgebaard in een glazen capsule in een onderaards laboratorium omringd door allerlei installaties, reageerbuizen, uit het plafond komen bliksemschichten. Rotwang paradeert om haar heen, maakt woeste gebaren, prevelt formules. De robot is ingesnoerd op een stoel, ringen van neonlicht cirkelen op en neer in steeds straffer tempo en langzaam verandert het metaal van de robot in een Maria van vlees en bloed.

Dé blauwdruk voor sciencefiction
Naast het hoogtepunt van de stomme film geldt Metropolis vooral ook als dé blauwdruk voor sciencefiction, robot C-3PO in Star Wars is duidelijk gemodelleerd naar de Maschinenmensch, en ook het laboratorium in Frankenstein (1931) vertoont behoorlijke gelijkenis met Rotwangs lab. In The Matrix is hoofdpersoon Neo als The One net als Freder een soort Messias die de mensheid moet ontwaken en in zijn geval de breuk tussen de mensheid en de kunstmatige intelligentie moet herstellen. En Blade Runner: Rutger Hauer die doolt door een stad met gigantische wolkenkrabbers, is natuurlijk schatplichtig aan de door Fritz Lang gecreëerde megastad van een eeuw geleden.

Metropolis is de meesterlijkste van alle klassieke meesterwerken.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

9 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

Downhill (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de tweede film.

 

Downhill (Groot-Brittannië, mei 1927)
Alfred Hitchcock en het ultieme offer

door Tim Bouwhuis

Enkele maanden voordat The Jazz Singer in de Verenigde Staten het huwelijk tussen beeld en geluid inluidde, verscheen aan de overzijde van de Atlantische Oceaan Alfred Hitchcocks Downhill. De zogenoemde ‘Master of Suspense’ behoeft ongetwijfeld geen nadere introductie, maar deze film waarschijnlijk wél.

Downhill is een stuk minder bekend dan The Lodger: A Story of the London Fog, de thriller die Hitchcock direct daarvoor opnam. Wie beslag weet te leggen op de Criterion-uitgave van de “eerste échte Hitchcock”, zoals de regisseur hem zelf beschouwde, krijgt als extraatje ook (het nota bene langere) Downhill te bekijken. Sinds 2012 zijn de twee titels dankzij het Britse Filminstituut in een gerestaureerde versie beschikbaar. Ivor Novello, de acteur die in beide films de hoofdrol opeist, schreef mee aan het toneelstuk dat aan de basis lag van het scenario.

Downhill (Groot-Brittannië, mei 1927)

Ditmaal geen moord
Dat de status en gemiddelde waardering van Downhill duidelijk onderdoet voor die van zijn ‘companion piece’, heeft er in elk geval mee te maken dat de film een stuk minder herkenbaar is als een typische Hitchcock-thriller (waarvan de Brit er nog tientallen zou maken). Het verhaal begint niet met een moord, maar met een vermeende vrijpartij. Een schijnbaar onschuldige flirt tussen een winkelbediende en een welgestelde scholier loopt uit de hand als de scholier niet op haar avances ingaat, en zij naar de directeur van zijn prestigieuze kostschool toestapt.

Hitchcock kennende zou je denken dat het verhaal draait om wat er écht tussen het meisje en de scholier is voorgevallen, maar in Downhill slaat de regisseur eerder de weg van het psychologische drama in. Hoofdpersoon Roddy (Novello) krijgt de schrik van zijn leven als niet zijn boezemvriend Tim, maar hijzelf door de bediende als aanrander wordt aangewezen. Ieder ander zou de schuld meteen doorschuiven, zo niet Roddy: de twee hebben namelijk afgesproken om voor elkaar door het vuur te gaan, en Tim maakt aanspraak op een grote studiebeurs. Een schorsing zou een streep zetten door zijn toekomstplannen, en dus besluit Roddy om de schuld op zich te nemen en zo een ultiem offer te brengen.

#MeToo avant la lettre
Over Hitchcocks diepgewortelde fascinatie en angst voor vrouwen zijn volwaardige studies verschenen, en wat dat betreft raakt Downhill dus wel degelijk aan thematiek die in het latere oeuvre van de regisseur veelvuldig zou opduiken. De vrouw die het leven van Roddy op zijn kop zet is geen gelaagd personage, maar puur en alleen degene die zijn noodlot activeert. Bijna honderd jaar voordat #MeToo zou leiden tot complexe discussies over de dynamiek tussen beschuldigen en daadwerkelijk schuldig zijn (lees: hoe kan een man die door een anonieme bron van grensoverschrijdend gedrag wordt beschuldigd zichzelf verdedigen?), liet Hitchcock alvast een (zijn?) nachtmerrie van een onterechte beschuldiging uitkomen.

De beeldtaal die de regisseur hanteert om de afdaling naar de krochten van Roddy’s ziel uit te drukken is niet al te origineel, maar wel doeltreffend. We zien de hoofdpersoon via de roltrap afdalen richting een perron van de Londense metro, met zijn leven gaat het vanaf dat moment verder ‘downhill’ en het schaduwspel dat de regisseur op zijn kader loslaat maakt de invloed van het Duitse expressionisme tastbaar. Niet mis te verstane tussenteksten als “de wereld van doen alsof” en “de wereld van verdwenen illusies” dienen op gezette momenten als Hitchcocks cynische commentaar op de wereld waarin Roddy er nu zielsalleen voorstaat.

Downhill (Groot-Brittannië, mei 1927)

Denken in mogelijkheden
Twee jaar na Downhill zou Hitchcock met Blackmail komen, de stille film die vanwege zijn integratie van geluidseffecten zijn overgang naar de geluidsfilm markeert. Downhill is een mooi bewijs dat de regisseur in de nadagen van de ‘stille’ periode absoluut niet in beperkingen dacht. De tussenteksten zijn beperkt tot een minimum (en bieden regelmatig dus eerder een commentaar óp de plot dan een uitleg ván de plot) en de pianoscore legt toepasselijke accenten, bijvoorbeeld als een van de personages voor de grap een ander laat schrikken. Hitchcock weet precies hoe hij visueel kan uitdrukken welke prijs Roddy voor zijn eed van loyaliteit moet betalen.

Het is jammer dat Downhill ruwe afslagen neemt in de afwikkeling van de plot; zo krijgt de hoofdpersoon op het dieptepunt van zijn neerslachtigheid plotsklaps een erfenis in de schoot geworpen en past de ‘eind goed al goed’-benadering van de slotakte maar matig bij de cynische bespiegelingen die daaraan vooraf gaan. Toch is het niet per definitie terecht dat de film in geen enkele academische of cinefiele canon van Hitchcocks beste of belangrijkste films een voorkeursbehandeling krijgt. Ondergetekende kan het weten, want initieel zou dit stuk over The Lodger gaan. Uiteindelijk kwam ik via een omweg bij Downhill uit, een Hitchcock die ik zelf ook nog niet kende en anders misschien zelfs nooit zou hebben gezien.

Nieuw tijdperk
En Ivor Novello? Toen Hitchcock zijn eerste geluidsfilms begon te produceren en zijn status als thrillerregisseur een verdere vlucht nam, groeiden de maker en zijn hoofdrolspeler (die in de eerste plaats een bekende naam op West End was) creatief uit elkaar. In de meer spektakelgerichte films (denk aan Sabotage) die de Brit al vanaf halverwege de jaren dertig afleverde, zou Novello wellicht sneller hebben misstaan, al zullen we dat door de loop van de geschiedenis nooit met honderd procent zekerheid kunnen zeggen.

Met de loopbaan van de acteur en schrijver ging het overigens ook niet ‘downhill’: in de jaren dertig en veertig bracht Novello de ene na de andere romantische musical op de plank. Regisseur én acteur vonden zo elk hun eigen weg in het nieuwe tijdperk dat door The Jazz Singer zou worden aangekondigd.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

6 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

It (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de eerste film.

 

It (Verenigde Staten, februari 1927)
Geboorte van de ‘It Girl’

door Cor Oliemeulen

Het zijn eerst die ogen. Groot, levendig, een tikje brutaal. Clara Bow hoeft in It nauwelijks iets te doen om je blik naar zich toe te trekken. En dat is nou precies waar deze film over gaat: een eigenschap die zich nauwelijks laat omschrijven, maar die je meteen voelt als je haar ziet.

Schrijfster Elinor Glyn noemde in haar novelle die eigenschap simpelweg It. Een soort X-factor avant la lettre, die volgens haar niets met schoonheid alleen te maken had. Een natuurlijke aantrekkingskracht en magnetische ‘sex appeal’, zonder dat je je daar zelf van bewust bent.

Clara Bow als de eerste It Girl.

De vrouw neemt het initiatief
De wat sullige Monty (William Austin) leest Glyns verhaal in de Cosmopolitan en begrijpt dat It dé eigenschap is waarmee iemand het andere geslacht aantrekt. Aha, dat geldt dus ook voor mannen, concludeert hij als hij zichzelf tevreden in de spiegel bekijkt.

Met het magazine in de hand loopt hij naar zijn vriend Cyrus (Antonio Moreno), de nieuwe baas van het immense warenhuis. Die heeft geen tijd om zich te laten beoordelen. Dan maar eens zoeken op de damesafdeling naar iemand met It. Monty blijft staan voor enkele verkoopsters, leest nog even een paar regels uit het verhaal en weet het zeker: verkoopster Betty Lou (Clara Bow) heeft ‘het’. Maar zij staat inmiddels in katzwijm te kijken naar Cyrus, die nu ook op haar afdeling is verschenen.

Terwijl Monty voorzichtig contact met haar zoekt, vangt Betty Lou op dat Cyrus die avond in de Ritz dineert. Ze laat zich snel door Monty uitnodigen om zo met haar baas in contact te kunnen komen. Of het eenvoudige meisje en de rijke directeur uiteindelijk bij elkaar komen, verklappen we natuurlijk niet.

Wat we wel kunnen verklappen, is dat de film – behalve het begrip It – nauwelijks iets van Glyns novelle overneemt. In dat verhaal is geen vrouw maar een succesvolle zakenman gezegend met It. De film draait dus de rollen om en maakt van het arme winkelmeisje Betty Lou de belichaming ervan: bruisend, energiek en brutaal. Iemand die niet afwacht tot ze wordt versierd, maar zelf het initiatief neemt. Ze gebruikt haar It-factor juist heel bewust om Cyrus te verleiden.

De wilde jaren 20
We zitten midden in de Roaring Twenties als ene Clarence G. Badger It regisseert. Een periode van economische groei, consumptie, auto’s, radio, jazz, stadsleven, film en een veranderende jeugdcultuur. Flappers, zo noemen ze jonge vrouwen die breken met normen over hoe zij zich horen te gedragen. Ze dragen kort haar en nog kortere jurken, dansen, roken, drinken, flirten en zijn zelfstandig.

Een actrice als Clara Bow had al in films met veelzeggende titels als Dancing Mothers en Mantrap een reputatie opgebouwd als een vrouw met een heel directe en levendige aanwezigheid. Heel anders dan de afstandelijke elegantie van Greta Garbo en het onschuldige imago van Mary Pickford oogde Bow spontaan, fysiek aanwezig, ondeugend en modern.

Met haar grote, donkere en sprekende ogen keek zij nieuwsgierig en vol zelfvertrouwen de wereld in. Haar sterk aangezette, hartvormige bovenlip werd een kenmerk van die wilde jaren. Bijna elke flapper had er een. Maar ook kapsels, kleding en gedrag werden massaal gekopieerd.

It (Verenigde Staten, februari 1927)

It werd een groot kassucces en Clara Bow was een sensatie. In datzelfde jaar speelde ze ook in Wings (augustus 1927). Dit spectaculaire oorlogsdrama, met het beroemde tracking shot waarbij de camera zich soepel over zes tafels in een afgeladen Folies Bergère beweegt, ging de geschiedenis in als de eerste winnaar van de Oscar voor beste film. Haar rol is daar kleiner – de film draait vooral om twee bevriende gevechtspiloten – maar ook als het verliefde buurmeisje Mary Preston spat Bow van het doek.

Filmstudio Paramount verkocht vooral die sprankelende persoonlijkheid. Bladen schreven voortdurend over haar privéleven. Haar kracht lag in het gevoel dat ze niet acteerde, maar dat ze gewoon was.

Meer dan je naam op een parfumflesje
Met die zwijgende romantische komedie uit 1927 werd Clara Bow wereldberoemd als de “It Girl”. Honderd jaar later is het begrip nog springlevend, maar flink gedevalueerd. Denk aan al die influencende modepoppen, zoals weet ik hoeveel Kardashians, waarbij het vooral draait om het verkopen van allerlei rotzooi aan jonge meiden van wie de eigen smaak zich nog moet ontwikkelen. Ooit betekende It dat iemand een ondefinieerbare aantrekkingskracht had. Tegenwoordig is het al genoeg als je maar vaak op een scherm verschijnt en er iemand staat te popelen om je naam op een parfumflesje of op een potje wondercrème te zetten.

Het leven van Clara Bow zou uiteindelijk een stuk minder zorgeloos verlopen dan haar verschijning op het witte doek deed vermoeden. De roem, schandalen en voortdurende belangstelling voor haar privéleven eisten hun tol. Al even populair was Bow in de vroege geluidsfilms, maar door het gebruik van microfoons kon ze minder vrij bewegen. Juist toen bleek pas goed dat haar lichamelijke manier van acteren, haar spontaniteit en die directe relatie met de camera waren gevormd door de stomme film.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

3 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’