Midsommar

****
recensie Midsommar

Onheilspellende verlossing

door Suzan Groothuis

Na ​Hereditary​ is regisseur Ari Aster terug met ​Midsommar. Een film die duidelijk de sfeer van zijn voorganger ademt, met terugkerende thematiek: hoe verwerk je trauma? Ditmaal speelt zijn film in een zonovergoten Zweden, in een gemeenschap die aan midzomerse tradities doet. Maar onder het kleurrijke palet dat ​Midsommar​ rijk is, gaat een duistere nachtmerrie schuil.

Er ging flink wat buzz vooraf aan Asters speelfilmdebuut ​Hereditary: ​“Engste film ooit!”, kopten de media. Of dat waar is, valt te betwisten, maar Asters horror maakte indruk. Een langzame, trefzekere stijl, met veel oog voor beeld en detail. Als je goed oplette, kon je in decors prospecties zien – duistere aanwijzingen van wat komen ging. En bovenal maakte een etterende naarheid zich meester van de kijker. Want hoeveel trauma kan een mens aan?

Nu is er ​Midsommar, een zogeheten breakup movie. Persoonlijke omstandigheden inspireerden Aster tot het maken van een relatiedrama. Maar​ Midsommar​ is meer dan dat; onderliggend trauma vormt, net als in ​Hereditary,​ het uitgangspunt. Met de opening zet Aster direct de toon. De jonge Dani (een uitstekende Florence Pugh, die eerder overtuigde in haar manipulerende rol in ​Lady Macbeth) leest verontrustende berichten van haar bipolaire zusje op Facebook. Haar alertheid is gewekt. Haar zusje wil er niet meer zijn. Haar vriend Christian doet het af als aandacht zoeken. En zijn vrienden vinden duidelijk iets van de claimende Dani. Maak het uit, is hun advies.

Midsommar

Groot trauma
Zover komt het niet. Want, en daar is het een Aster-film voor, er dient zich groot trauma aan. Een uiterst beklemmende en hartverscheurende scène toont hoe Dani’s wereld in een klap verandert. Ze zoekt houvast bij haar wankele relatie, met een vriend die er maar half voor haar is. Wanneer uitkomt dat hij plannen heeft om met zijn studievrienden naar Zweden te gaan, lijkt de breakup nabij. Maar Christian kan niet de relatie beëindigen. Niet onder de omstandigheden die zijn voorgevallen. Dus hij ziet maar één uitweg: Dani meevragen.

En zo geschiedde: het koppel gaat met Christians vrienden naar een afgelegen gemeenschap in Zweden die aan midzomerse tradities doet. Vriend Pelle is er opgegroeid en wil zijn Amerikaanse vrienden iets unieks laten zien. Precies tijdens hun komst viert de gemeenschap feest, een spektakel dat zich eens in de negentig jaar voordoet.

Wat begint als een idyllische zomertrip, mondt uit – uiterst beheerst in beeld gebracht – in een ware nachtmerrie. Het landschap is verleidelijk, met gras groener dan groen en de zon die immer schijnt. Bij aankomst krijgen de Amerikanen paddo’s voorgeschoteld. Het maakt de schoonheid van het landschap nog intenser, maar er is ook een onderliggende, onverklaarbare dreiging. Dani voelt die. En met die dreiging ontstaan er scheuren in een relatie die al gebroken is.

Midsommar

Indringende spanning
Aster is een meester in het opbouwen en vasthouden van spanning. Het gevoel dat er iets niet klopt, is constant aanwezig en wordt gevoed door vreemde gebeurtenissen, zoals verdwijningen, verlokkingen en rituelen. Maar het zijn vooral beeld en geluid die overtuigen: het camerawerk van Pawel Pogorzelski, die ook de cinematografie van ​Hereditary deed, is indringend en claustrofobisch, versterkt door een onheilspellende soundtrack (de twee gaan briljant samen in de openingsscène, kippenvel gegarandeerd!). Een knappe prestatie kijkend naar de sprookjesachtige setting waarin ​Midsommar​ speelt. Ondanks al het licht is onderliggende duisternis voelbaar. Neem de ongemakkelijke tafelmomenten, de gereserveerde gastvrijheid van de commune en een aantal onverwacht bloedige scènes, waarbij je je ogen toch echt even wegdraait.

De link naar een folk-horrorklassieker als ​The Wicker Man​ is snel gelegd. Toch is ​Midsommar complexer, want de emotioneel beladen hoofdpersoon is net als in ​Hereditary​ zoekende naar catharsis. Hoewel de gemeenschap haar angst aanwakkert, is ze er ook door gegrepen. Tijdens een paddotrip zien we hoe het gras zich in haar voeten hecht, als zijnde een teken van eenwording.

Aster wordt wel verweten dat​ Midsommar qua thematiek, sfeer, opbouw en duur (een lange zit van 2,5 uur) teveel lijkt op ​Hereditary. Eerlijkheid gebiedt te zeggen: je kan duidelijk zien dat Midsommar  van zijn hand is. Het heeft wat meer komische elementen (Aster omschrijft zijn film als een donkere komedie), maar is minstens zo indringend als zijn voorganger. Belangrijker is: het werkt. Zo intens, onderhuids en aangrijpend heeft de schrijver dezes de laatste jaren geen horrorfilms gezien. Aster sleept je van begin af aan mee in een woekerende naarheid, gevoed door trauma, op weg naar een donkere verlossing. Laat de zomerse festiviteiten maar komen.

 

23 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Weldi

***
recensie Weldi

Kleine tragiek leidt tot groter geheel

door Sjoerd van Wijk

Weldi bouwt geconcentreerd de vertwijfeling en rouw van de teleurgestelde vader uit. Buiten de schematische cinéma vérité om weet het drama met eenvoud op eigen wijze het verdriet onderhuids te maken. 

Het lijkt beter te gaan met de jonge Sami nadat hij wordt behandeld voor migraineaanvallen. Maar de zoon van de bijna gepensioneerde havenwerker Riadh en vrouw Nazli blijkt een geval van stille wateren hebben diepe gronden. Als een donderslag bij heldere hemel verlaat hij Tunesië om zich aan te sluiten bij strijders in Syrië. Waar de gebroeders Dardenne, die hun naam leenden aan Weldi, recent een geradicaliseerde jongen volgen in Le Jeune Ahmed, kiest deze film voor het perspectief van de gedesillusioneerde vader. Riadh geeft alles om de toekomst van zijn zoon, dus start een wanhopige zoektocht die leidt naar Turkije. Ondertussen rijst de vraag of Riadh zijn leven niet teveel om zijn zoon draait.

Weldi

Geslepen dwaalspoor
Het giswerk is wat er in zoon Sami omgaat, dankzij Zakaria Ben Ayeds ondoorgrondelijk stoïcisme. De stress van zijn naderende eindexamen lijkt in eerste instantie een oorzaak van depressie, wat door zijn afgematte spel plausibel overkomt. Maar het gewiekste scenario van schrijver-regisseur Mohamed Ben Attia brengt op een dwaalspoor. Daarmee is Riadhs shock na Sami’s vertrek direct invoelbaar. Mohamed Dhrif weet als de wanhopige vader de escalerende zoektocht aangrijpend te maken door zijn onzekere ingetogenheid. De spaarzame uitbarstingen zoals in een confronterende ruzie met zijn vrouw tonen daarbij hoe de emotionele spanning aldoor opkropte. 

Door deze kleinschalige aanpak treedt de problematiek rondom radicaliserende jongemannen die vallen voor religieus fundamentalisme of fascisme op de achtergrond. Weliswaar komen spanningen in de Tunesische samenleving subtiel voor, maar het personage Sami dient vooral de geslepen uitgevoerde twist. Riadhs reis naar Turkije brengt echter op kiene wijze op de voorgrond hoe individuele motivaties niet kunnen opboksen tegen een systemisch fenomeen, na een laatste conversatie voor de Syrische grens die uitblinkt in tragisch cynisme.

Weldi

Eigen stempel op documentaire weergave
De invloed van de gebroeders Dardenne is bij tijd en wijle overduidelijk. Hun stijl van camerawerk uit de losse pols die op intieme wijze de personages volgt, lijkt heden ten dage een standaardschema. Alsof ook de Belgische cameraman Frédéric Noirhomme bij deze gebroeders in de schoolbanken heeft gezeten. Deze stijl veinst neutraliteit met oppervlakkige signalen van observatie. Maar onbevangen de werkelijkheid weergeven, is een illusie. Film geeft een realiteit weer, niet dé realiteit. Weldi verwart dus zakelijkheid met objectiviteit. 

Toch weet de film een eigen stempel te drukken in plaats van gemakzuchtige clichés van cinéma vérité al het werk te laten doen. Ben Attia hanteert regelmatig een beheerste afstandelijkheid, die meer interesse toont in de reacties van een personage dan het zich afspelende plotelement. Vanuit de auto Sami zien toekijken hoe Riadh buiten beeld een agent afkoopt, laat onderhuids de normale gang van zaken in het land voelen. En daarmee later de onbeholpenheid van Riadh als Sami het hazenpad kiest.

Weldi raakt daarmee op momenten de gevoelige snaar van de tragiek van deze oudere man die zijn laatste zekerheid in een ongrijpbaar systeem verliest. Zijn chatberichten aan Sami op het computerscherm lijken voor de hand te liggen, maar zijn in de eenvoud een waarachtige uiting van vertwijfeling. Dit mede dankzij een hartverscheurende droomscène waar Riadh voor het laatst Sami kan omhelzen. In Weldi leidt kleine tragiek daarmee onmerkbaar tot een groter geheel.

 

22 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Tel Aviv on Fire

**
recensie Tel Aviv on Fire

Eindeloze grenssoap

door Michel Rensen

Tel Aviv on Fire toont het Israëlisch-Palestijnse conflict als een eeuwigdurende, ongeloofwaardige grenssoap. Met louter oppervlakkige observaties dooft de film uit als een nachtkaars. 

Salam werkt als productieassistent op de set van de populaire spionagesoap van zijn oom. Hij wordt aanvankelijk ingehuurd om de Hebreeuwse dialogen te controleren en waar nodig te verbeteren. Nadat de enige vrouwelijke schrijver ontslag neemt nadat haar script ongevraagd wordt aangepast, krijgt Salam zijn gewenste promotie plots in de schoot geworpen. Het enige probleem is dat hij helemaal niet kan schrijven.

Tel Aviv on Fire

Soap
Salam steekt dagelijks de Israëlisch-Palestijnse grens over. Als hij de Israëlische commandant Assi van de grenspost om hulp vraagt over het gebruik van een specifiek woord, wil de commandant direct alles over het verloop van de soap weten. Assi is aanvankelijk enkel geïnteresseerd omdat zijn vrouw verslaafd is aan de “antisemitische propaganda” zoals hij de soap omschrijft, maar begint al snel zijn eigen ideeën voor de show aan Salam te pitchen. Aangezien Salam dus niet kan schrijven, begint hij Assi’s ideeën als zijn eigen te gebruiken, maar hierdoor raakt hij verstrikt in een soap vol politieke spelletjes waar hij niet meer uitkomt.

Het concept van Tel Aviv on Fire intrigeert, maar de film vervalt helaas snel in nodeloze herhalingen. De realiteit blijkt nog minder geloofwaardig dan een soap, inclusief een voorspelbaar, romantisch subplot. Elk gesprek lijkt enkel te bestaan om het plot voort te duwen. De politieke spelletjes zijn niets meer dan spelletjes waarna iemand vol vreugde zijn overwinning kan vieren zonder dat er enige consequenties aan verbonden zijn. Tel Aviv on Fire legt in het eerste half uur al zijn kaarten op tafel en slaagt er daarna niet meer in nog iets aan complexiteit toe te voegen.

Politiek vehikel
Salams oom wil zijn geplande klapper van een seizoensfinale schrijven, ondanks de veranderende plotontwikkeling op weg ernaartoe. Salam zelf is vooral bezig te bedenken hoe hij kan zorgen dat er een tweede seizoen komt, terwijl iedereen hem probeert te beïnvloeden om de soap zo te schrijven dat het een bevestiging van hun eigen politieke visie vormt. De Palestijnse financiers van de soap willen de Israëlische generaal in de soap zien afgebeeld als brute tiran, terwijl Assi hem als goede soldaat én romantische held wil neerzetten. Alle mannen willen simpelweg de representant van hun groep als romantische held, terwijl de vrouwen zich enkel bekommeren om de mannelijkheid van de personages. “Niet alles is politiek”, stelt Assi’s vrouw. Het politieke speelveld is in Tel Aviv on Fire enkel aan mannen vergeven.

Tel Aviv on Fire

In een film die zo politiek geladen is, is het erg vreemd dat de film reflectie op zijn eigen positie mist. Tel Aviv on Fire komt niet verder dan een wijzend vingertje naar het gebrek aan nuance of oplossingsgerichtheid in het debat, maar biedt dit zelf ook niet. Op het eerste oog lijkt het een briljante zet om het politieke conflict vanuit een eenvoudige metafoor – de romantische held – uit te bouwen, maar de blauwdruk wordt nooit gerealiseerd. Elke discussie vervalt in een nuanceloze keuze tussen de Israëlische soldaat of de Palestijnse rebel. Er lijkt geen manier om de twee vreedzaam te laten samenleven. Salam doet nog een poging tot verzoening, maar de rest van de film biedt weinig hoop.

Tel Aviv on Fire kabbelt voort van plottwist naar plottwist, maar net als een echte soap levert de film nooit een bevredigende climax. Er zijn geen consequenties verbonden aan de verschuivingen en er komt geen einde aan. Zelfs met een lengte van honderd minuten voelt de film als een eindeloze exercitie met louter oppervlakkige observaties waarbij de lach al snel verdwijnt.

 

20 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Coup de Torchon

*****
recensie Coup de Torchon

Donkere schaduw over humaniteit

door Cor Oliemeulen

Een blanke politiecommissaris van een kleine West-Afrikaanse gemeenschap doet zich dommer en zwakker voor dan hij is. In het existentialistische, onheilspellende drama Coup de Torchon staat de filmtitel voor een grote schoonmaakbeurt.

Coup de Torchon (1981) begint met een zonsverduistering, een verschijnsel dat je kunt zien als een donkere schaduw over de menselijkheid die zich de komende twee uur zal ontvouwen. Politiecommissaris Lucien Cordier (een geniale Philippe Noiret) ziet dat vijf in het zand spelende Afrikaanse jongetjes het koud krijgen en maakt snel een vuurtje zodat ze zich kunnen opwarmen. Aan het eind van de film slaat de politiecommissaris half verscholen achter een boom dezelfde jongetjes in het zand gade en richt zijn pistool op een van hen.

Coup de Torchon

Wraakengel
De Franse regisseur Bertrand Tavernier maakte een vrije bewerking van de bejubelde roman Pop. 1280 van de Amerikaanse schrijver Jim Thompson over een sullige sheriff in een gehucht in North-Carolina. Door de manier waarop hij wordt behandeld en de dingen die hij om zich heen ziet, ontpopt hij zich tot een wraakengel die de door hem gechoreografeerde dans probeert te ontspringen. In zijn meesterwerk Coup de Torchon plaatst Tavernier een zelfde ogenschijnlijk ongeïnteresseerde gezagsdrager heel subtiel naar het Senegal van 1938.

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog heerst er in deze gemeenschap van krap 1.280 zielen (volgens sommigen zijn het er beduidend minder, want negers moet je niet meetellen als mensen) een sfeer van raciale spanning die is veroorzaakt door de Franse overheersing en van moreel verval van de kolonialisten. Politiecommissaris Lucien Cordier kreeg zijn huidige, relaxte baantje in de schoot geworpen en lijkt geenszins van plan iets te doen aan de wetteloosheid. De pesterijen en vernederingen van zijn omgeving neemt hij aanvankelijk op de koop toe. Zo ook die van twee lamlendige witte rijkaards die uit balorigheid schieten op zwarte slachtoffers van difterie die in de rivier drijven, want alleen witte mensen horen volgens de priester op het kerkhof.

Losbandige speelsheid
Ondanks zijn onnozele uitstraling heeft Cordier succes bij het vrouwelijke geslacht en moet hij zijn aandacht verdelen tussen drie vrouwen: eega Huguette (Stéphane Audran) die thuis seksueel aanrommelt met haar inwonende broer Nono (zanger Eddie Mitchell), de nieuwe onderwijzeres Anne (Irène Skobline) bij wie Cordier zijn gevoelige hart kan luchten, alsook zijn immer naar liefde hunkerende minnares Rose (Isabelle Huppert) wiens agressieve echtgenoot al vrij snel van de aardbodem verdwijnt. Net als in Taverniers Le juge et l’assassin (1976) is er een fantastische chemie tussen de frêle, maar vinnige Rose en de gelaten knuffelbeer Lucien.

Die speelsheid die onvermijdelijk leidt naar een fatale afloop maakt van Coup de Torchon een meer dan geslaagde, zeer natuurlijke film noir die zich ontwikkelt van een hilarisch drama tot een grimmige thriller vol zwarte humor. Wanneer Cordier de nieuwe onderwijzeres Anne voor het eerst ontmoet, zegt hij: “Lesgeven is een nobel vak. Dankzij u kunnen zwarte kinderen straks de namen van hun vaders op Franse oorlogskerkhoven lezen.” En als hij Rose leert met een pistool te schieten, oefenen ze op een poster op de muur van het politiebureau waarop staat ‘Meld je aan voor het koloniale leger’.

Terwijl het opgewonden standje Rose staat voor de losbandige vrijheid in een gemeenschap, die zich nog angstvallig vastklampt aan uitbuiting, racisme en corruptie, evolueert haar geliefde zich tot een Jezusfiguur die liever geen mensen redt, maar bevrijdt. In de avond als het West-Afrikaanse hemelschijnsel de karakters en de omgeving vervaagt, kleurt Tavernier de muren in een surrealistische blauwe gloed en geschieden daarbuiten zaken waarvan niemand weet hoeft te hebben. Bij daglicht kan Lucien Cordier dan de ultieme verlossing regisseren.

 

Kijk hier waar en wanneer Coup de Torchon draait.

 

19 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT
 

 

ALLE RECENSIES

Ruben Brandt, Collector

****
recensie Ruben Brandt, Collector

Schilderachtige nachtmerries

door Ralph Evers

Wat krijg je wanneer je de remmen van je fantasie, gekanaliseerd door topstukken uit de westerse kunstgeschiedenis, loslaat? Eén van de betere animatiefilms van de afgelopen jaren. Een feest voor de liefhebber qua verwijzingen en ach, voor hen die nauwelijks notie hebben van de veelal Europese culturele identiteit, je hebt in ieder geval een eigenzinnig misdaadverhaal. 

Eén van de toevoegingen van Dalí aan de kunst is de methode van kritische paranoia. Het verhaal gaat dat hij met een theelepeltje in de hand dat boven een kopje zweefde zich in een siësta dutte en bij het ontwaken van het klingelende geluid de beelden die hij op het scherm van zijn derde oog geprojecteerd zag naar het canvas vertaalde. Zoiets lijkt Milorad Krstić, de Sloveense regisseur van Ruben Brandt, Collector ook gedaan te hebben. Deze animatie is niet alleen intelligent, geestig, verrassend, maar bovenal visueel overdonderend, idiosyncratisch en om in herhaling te vervallen eigenzinnig.

Ruben Brandt, Collector

Het vervallen is herhaling is overigens niet voor niets, want deze Hongaarse film slechts één keer zien is een garantie voor een groot gemis. De film zit zo boordevol verwijzingen naar kunst, popcultuur en filmverwijzingen, waar tevens een deel van de lol in zit, dat een enkele keer te weinig is. Ruben Brandt is de geanimeerde variatie op György Pálfi’s Final Cut – Hölgyeim És Uraim. Een film verteld aan de hand van iconische momenten uit de wereldcinema.

Zinnenprikkelend tuig
Animatie moet eigenlijk maar een ding doen en dat is het scheppen van niet alledaagse werelden. Nu, daarin is Ruben Brandt uitermate goed geslaagd. De film kent weliswaar een vrij gestructureerd verhaal over, verrassing, Ruben Brandt. een psychotherapeut, wiens vader werkte met subliminale boodschappen in film en deze testte op de jonge Ruben. Als volwassene wordt hij achtervolgd in zijn nachtmerries door de personages uit topstukken als Jean Moulin, de postbode van Van Gogh of een van de prinsesjes van Velazquez. Zijn oplossing? Deze werken stelen, in eigen bezit hebben en daarmee hun demonische uitwerking op hem onschadelijk maken. Het lukt hem met een viertal illustere en ongeëvenaarde criminelen. Als gezochte topcrimineel krijgt Brandt een bonte verzameling premiejagers achter zich aan.

Een eerste associatie die de stijl oproept, is die van Jean-François Laguionie, maar met de gestyleerde Man from U.N.C.L.E.-opening gaat de lieflijkheid van Laguionie overboord. Overigens doet het tempo van Ruben Brandt meer denken aan een nieuwe Guy Ritchie. Een achtbaanrit zonder veiligheidsgordels, een hallucinante trip die ook wel doet denken aan Ari Folmans The Congress, waar talloze historische figuren hun opwachting maken. Maar waar Folman een meer filosofische insteek heeft, kiest Krstić prominenter voor een esthetische pastiche. Vorm boven inhoud zou je kunnen klagen, of eendimensionale personages, maar de stijl heeft hierin ook bewust iets karikaturaals, zoals Sylvain Chomets Les Triplettes de Belleville. De film is met al deze verwijzingen nog wel het best te omschrijven als een jazzcompositie, zoiets als The Bad Plus weet te doen met zijn covers van bijvoorbeeld Nirvana’s Smells like teen spirit. Jazz ook omdat er her en der een heerlijke noir-feel opsteekt.

Ruben Brandt, Collector

Ogen te kort
Een smet op dit feest van verbeeldingskracht is dat de plot wat te rechtlijnig is. Hoewel er voldoende bizarre wendingen in de omgevingen en nachtmerries van Ruben zitten. Oh, en niet te vergeten de bijzondere, spelen-met-Picasso gezichten (meerdere ogen, neuzen, oren) en andere menselijke kenmerken, blijft het van a tot z verteld verhaaltje wat mat. Zoals gezegd, de personages zijn eendimensionaal (en in één geval tweedimensionaal) en de vaart zit er, op de slak na, aardig in. Het narratieve aspect was sterker uit de verf gekomen mocht er een spanningsboog, een tegenslag, een verwarrend Lynchiaanse component aan toegevoegd zijn. Edoch, de focus ligt hoofdzakelijk op de liefde van Krstić voor film-, pop- en kunstgeschiedenis en daarin is reeds genoeg te genieten.

 

16 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

White Material

****
recensie White Material

Smeulende spanning en oprukkend zand

door Michel Rensen

Onder de dreiging van een burgeroorlog dwaalt Isabelle Huppert verdwaasd rond temidden van smeulende resten van een wereld die niet meer is. Heden en verleden versmelten onder de brandende Afrikaanse zon. 

Een zaklamp schijnt over enkele artefacten: een Afrikaans masker, een foto van een jonge Isabelle Huppert en het lijk van een soldaat. Het licht dwaalt door een mysterieus, verlaten huis, een tombe vol herinneringen. White Material (2010) suggereert een blik naar een andere tijd, een vergaan verleden, maar al snel blijkt de situatie ingewikkelder in elkaar te zitten. Vaag gemarkeerde tijdsovergangen laten heden en verleden vloeiend in elkaar overgaan. Aan het begin van de film klampt Maria Vial (Huppert) zich wanhopig vast aan een bus op weg terug naar haar koffieplantage. De film volgt haar naar haar huis, maar maakt tegelijkertijd een sprong terug in de tijd. Ook op thematisch vlak spelen de anachronistische positie van Maria en de voortzetting van machtsstructuren uit het verleden een prominente rol. Het heden en het verleden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

White Material

Maria’s familie beheert een koffieplantage in een onbenoemde, voormalige Franse kolonie – de film is net als Denis’ debuutfilm Chocolat opgenomen in Kameroen – waar een oprukkende burgeroorlog, met aan het front een leger kindsoldaten, de lokale bevolking op de vlucht jaagt. Maria weigert haar land, haar bezit te verlaten. Halsstarrig houdt ze vast aan een gevoel van normaliteit. Ze wil niet toegeven dat de wereld om haar heen veranderd is. Temidden van opwaaiend zand blijft Maria Vial halsstarrig vasthouden aan een wereldbeeld dat al decennia verleden tijd is, als het al ooit bestaan heeft.

Lichamen in de ruimte
Claire Denis is ongetwijfeld één van de meest intrigerende hedendaagse auteurs. Haar zeer subjectieve, gevoelige en vaak sensuele stijl kenmerkt zich door een diepe interesse in haar personages die vrijwel altijd buitenstaanders zijn. Zij worden door hun omgeving getekend, juist omdat zij er net niet in passen. Hierbij heeft Denis een sterke interesse voor de fysieke relaties tussen lichamen en de ruimte waarin ze zich bevinden. Hoe de personages tegen elkaar praten zegt vaak meer dan de woorden die zij spreken. De scènes volgen elkaar vaak associatief, van een helder opgebouwd plotverloop is nauwelijks sprake.

De camera bevindt zich in White Material vaak dichtbij Maria. Met schokkerige handheld-bewegingen volgt de camera haar terwijl ze schijnbaar doelloos ronddwaalt over zanderige paden. Oprukkend zand belemmert het zicht. De film geeft nauwelijks overzichtsshots en plaatst je in eenzelfde staat van verwarring als Maria. Hupperts fenomenale acteerwerk versterkt dit gevoel. Bij vlagen is de wanhoop van haar gezicht te lezen, terwijl ze in de volgende scène overtuigd lijkt dat er niets vreemds aan de hand is. Hupperts acteerwerk is zeer subtiel en houdt zo een masker van mysterie voor. De kadrering maakt één ding duidelijk. Maria is verdwaald in een wereld waarin ze niet (meer) thuis hoort.

Wit privilege
Een helikopter van het terugtrekkende Franse leger keert speciaal voor Maria en haar familie een laatste keer terug om hen uit de verwachte geweldsuitbarsting te bevrijden. De soldaten bekommeren zich niet om het leven van de arbeiders, zo merkt één van hen op. Enkel de witte bewoners krijgen hulp aangeboden. Scheve koloniale klassenverhoudingen zijn nog sterk aanwezig in het heden en de mate waarin het dreigende geweld de levens van de personages verstoord is sterk afhankelijk van hun maatschappelijke positie. Maria draagt haar witte privilege als een schild dat haar beschermt voor gevaar. Zij waant zichzelf onsterfelijk, terwijl haar arbeiders massaal besluiten de oproep van het leger te beantwoorden en het gebied te ontvluchten. Ook de burgemeester kan zijn eigen knokploeg inhuren en zo in schijnbare veiligheid in het gebied blijven.

White Material

Maria’s aanwezigheid lijkt de katalysator die onvermijdelijk een smeulende spanning tot een hete strijd doet uitbarsten. Eén van de rebellen mompelt dat er pas verandering mogelijk is als al het ‘white material’ uit het land verdreven is. Hij doelt hiermee niet specifiek op Maria en haar familie, maar vooral om de structuren en voorwerpen die een uiting van hun ongelijke positie zijn. Een gouden aansteker komt herhaaldelijk als symbool voor deze ongelijkheid terug. Pas als alle tekenen hiervan weg zijn, kan de revolutie slagen.

Net als in al Denis’ films oordeelt White Material niet over zijn personages. De film bestudeert de complexiteit van de situatie en de gevolgen voor de personages in een door geweld ontregelde samenleving. De film stelt een complexiteit tentoon waarvan bij elke nieuwe bezichtiging andere details zullen opvallen. Met haar subjectieve manier van filmen laat Denis veel open, waardoor elke kijker er zijn eigen lezing uit zal halen. Isabelle Huppert is hierin een ideale steractrice die een breed en complex scala aan emotie weet te verbeelden op zo’n subtiele wijze dat je als kijker nooit helemaal zeker bent van wat je ziet of hoe het te interpreteren.

 

Kijk hier waar en wanneer White Material draait.

 

16 juli 2019

 
MEER ISABELLE HUPPERT
 
 

ALLE RECENSIES

Claire’s Camera

****
recensie Claire’s Camera

Keuvelen in Cannes

door Michel Rensen

Claire’s Camera kijkt weg als een licht briesje. De film brengt ontspanning, vermaak en reflectie en voor je het weet zit je korte (bioscoop)vakantie in Cannes er weer op.

Hong Sangsoo is een zeer productieve filmmaker. In het afgelopen decennium maakte hij elk jaar minstens één nieuwe film, regelmatig zelfs drie in één jaar. Na de release van On the Beach at Night Alone eind vorig jaar bereiken zijn twee andere films uit 2017 deze zomer de bioscoop. Claire’s Camera en The Day After gingen tegelijkertijd in première in Cannes. Hongs tweede Franse productie, tevens zijn tweede film met Isabelle Huppert, speelt zich zelfs af tijdens het gerenommeerde filmfestival, waar de volledige delegatie van een nieuwe Koreaanse film Claire (Huppert) tegen het lijf loopt.

Claire's Camera

Feest van herkenbaarheid
Wie bekend is met het werk van Hong zal ook in deze film veel elementen herkennen. Zijn films zijn ogenschijnlijk simpele karakterstudies, vaak met filmmakers, actrices of andere artistieke types in de hoofdrol. Vaak bekruipt het gevoel dat Hong zijn eigen problemen via film probeert te overdenken. Hij observeert zijn personages droog, in lange takes en met zijn herkenbare, schijnbaar ongemotiveerde zoombewegingen, terwijl de personages na toevallige ontmoetingen gesprekken voeren over koffie of een maaltijd. De luchtige, licht-filosofische dialogen over de alledaagse problemen van de personages doen sterk denken aan het werk van Éric Rohmer, voor wie Hong ook vaak zijn bewondering uitspreekt, en de titel van deze film is ongetwijfeld een eerbiedige verwijzing naar Claire’s Knee.

Claire’s Camera volgt Manhee (The Handmaiden’s Kim Minhee) die net te horen heeft gekregen dat ze is ontslagen om voor haar onduidelijke redenen. Omdat het omboeken van haar vlucht te duur is, besluit ze toch in Cannes te blijven. Tijdens haar dwaaltocht door de rustige straten van Cannes, weg van de commotie van het festival, ontmoet ze Claire (Huppert), een lerares die voor de première van de film van een vriendin naar Cannes is afgereisd bewapend met een polaroidcamera. Diezelfde dag ontmoet Claire ook regisseur So en zijn producer, tevens de ex-baas van Manhee. Door de gesprekken tussen de personages kan Manhee de onuitgesproken reden van haar ontslag achterhalen.

Kunst van het alledaagse
Claire’s Camera zit vol ironie. Als Isabelle Huppert met veel vreugde roept dat dit haar eerste keer in Cannes is, zal de complete tegenstelling met de realiteit ongetwijfeld voor een lach bij de kijker zorgen. Ook de karakterschets van So als regisseur die met alle vrouwen op zijn pad probeert te flirten is een knipoog naar Hongs eigen reputatie die ontstaan is door zijn affaire met actrice Kim Minhee.

Door het herhaaldelijk gebruik van ironie laat de film in het midden of we Claire’s ietwat simplistische uitspraak over de magische kracht van haar polaroidcamera serieus moeten nemen. Ze gelooft dat ze de levens van mensen kan veranderen door foto’s van ze te nemen. Deze uitspraak sluit natuurlijk perfect aan bij het idee dat een foto een momentopname is, terwijl de wereld er omheen al veranderd is voor de foto ontwikkeld is, zelfs bij de directe afdruk van een polaroid. Met een ironische lezing levert de film kritiek op de continue zoektocht naar de diepere betekenis van kunst, alsof het alledaagse geen waarde heeft.

Claire's Camera

Beide lezingen sluiten perfect aan bij Hong Sangsoo’s manier van film maken. In Claire’s Camera laat hij weer zijn liefde voor het triviale zien. Hij toont dat een ogenschijnlijk simpele film net zo waardevol kan zijn als een film die complexe, filosofische vraagstukken voorlegt, terwijl er onder het oppervlak toch altijd meer speelt dan in de dialogen door de personages naar buiten gebracht wordt. Wanneer we de tijd nemen om het alledaagse rustig te bestuderen, blijkt er vanzelf een complexe wereld aan ten grondslag te liggen. Misschien is het niet het maken van de foto dat de wereld verandert, maar leidt het bestuderen van de foto tot een ander beeld van de realiteit.

 

14 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT
 

 

Kijk hier waar Claire’s Camera draait.

 
MEER ISABELLE HUPPERT
 
 

ALLE RECENSIES

Ballon

***
recensie Ballon

Niet alleen vogels vliegen van oost naar west

door Cor Oliemeulen

Als het zou lukken, zou het DDR-systeem te kakken zijn gezet. Acht Oost-Duitsers proberen in 1979 met een zelfgemaakte heteluchtballon naar het westen te vluchten. Met de onstuitbare drang naar vrijheid en de Stasi op de hielen riskeren ze hun leven. Ballon voelt als een spannende familiefilm met voorspelbare afloop.

Met het neerhalen van de Berlijnse Muur op 9 november 1989 konden mensen plotseling vrij reizen tussen de DDR en de Bondsrepubliek Duitsland. Al direct vanaf de bouw van dit sluitstuk van de verdeling van Europa en Berlijn door de winnaars van de Tweede Wereldoorlog op 13 augustus 1961 probeerden inwoners van oost naar west te vluchten, vooral door het graven van tunnels. Volgens officiële bronnen vielen er in die 28 jaar ten minste 140 doden tijdens de vlucht naar de vrijheid: 101 DDR-inwoners, dertig personen die geen vluchtplannen hadden en toch werden doodgeschoten, alsook acht grenssoldaten (met name deserteurs).

Ballon

Vluchtpogingen
Minder prominent in de geschiedenis is de vlucht naar het westen buiten de stad Berlijn. Bij de talrijke pogingen werden maar liefst 75.000 Oost-Duitsers gearresteerd, terwijl zo’n 800 mensen hun leven aan de grens verloren, meer dan 250 bij grenscontroles door een hartinfarct als gevolg van stress. Na de oprichting van de DDR in 1949 verlieten zo’n 2,7 miljoen mensen het land, na de bouw van de Muur waren dat er nog maar enkele honderden per jaar. De manieren waarop varieerden van inventief tot wanhopig en dom, vaak niet ontbloot van levensgevaar.

Zo zijn er verhalen van vluchtelingen die miniduikboten voor de Oostzee construeerden, gepantserde Trabantjes om door grensovergangen te breken, met pijl-en-boog en een kabelbaan, per luchtbed over de Elbe, een tiener met een bulldozer en zelfs pogingen om een vliegtuig te kapen. Maar het kan nog origineler en gewaagder. Zoals de filmtitel al verklapt, reconstrueert de historische thriller Ballon een spraakmakende vlucht door de lucht in 1979. Acht personen van twee bevriende Oost-Duitse families proberen op 16 september van dat jaar, nadat de helft tijdens de eerste poging was neergestort, met een in elkaar geknutselde heteluchtballon West-Duitsland te bereiken.

Ballon

Bloedhond
Aan de ontsnappingspoging zijn uiteraard de nodige publicaties gewijd. Hollywood verfilmde het avontuur – waarin de vluchters bijvoorbeeld geen tijd meer hadden om de ballon te testen – in Night Crossing (1982) met John Hurt als Peter Strelzyk (Friedrich Mücke), het brein achter de actie. Ook de Duitse regisseur Michael Bully Herbig (in eigen land bekend van hitkomedies) waagde zich aan deze historische thriller. Met medewerking van beide families in kwestie, Strelzyk en Wetzel, verfilmde hij de lotgevallen van de vier volwassenen en vier kinderen zo gedetailleerd mogelijk: van het in het geheim repen aan elkaar naaien op zolder tot het experimenteren met branders. De ballonnen van respectievelijk 28 en 32 meter hoog werden exact nagebouwd, hoewel de 1.250 vierkante meter taft van destijds vanwege schaarste moest worden vervangen door zijde.

En hoe reageert een tienerjongen, die verliefd is op een meisje van een Stasi-gezin, op het verbod om zijn mond te houden en afscheid van haar te nemen? Het is aan haar vader, luitenant-kolonel Seidel (Thomas Kretschmann), om zich geen blamage van zowel de heilstaat als zichzelf te permitteren. Als een bloedhond ruikt hij zijn kansen en stort hij zich met hart en ziel op het opsporen van de landverraders en het onderscheppen van de ballon, als het moet met grof geweld.

 

12 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Dentellière, La

****
recensie La Dentellière

Stille anonimiteit

door Suzan Groothuis

Het is de zomer van Isabelle Huppert. Filminstituut Eye in Amsterdam zet de Franse actrice in de spotlights middels een retrospectief, waaronder landelijke vertoningen van ​Les Valseuses, La Cérémonie, La Pianiste en ​La Dentellière​ van de Zwitserse regisseur Claude Goretta, met een nog jonge Huppert, onbevangen en kwetsbaar. De titel verwijst naar het schilderij De Kantwerkster van Vermeer.  

Huppert is gewend om niet de gemakkelijkste rollen op zich te nemen. Ze speelt vaak dualistische personages. Afstandelijk, kil en hard tegenover emotioneel en kwetsbaar. In Goretta’s ​La Dentellière, naar de bewerking van de gelijknamige roman van ​Pascal Lainé​, is zij de jonge en zwijgzame Beatrice. ​Het was Hupperts eerste hoofdrol en betekende haar doorbraak op het grote doek. Voor haar subtiele vertolking ontving ze de BAFTA Award voor beste nieuwkomer. Anno nu maakt de film nog steeds indruk door Hupperts naturelle spel, waarbij ze Beatrices kwetsbaarheid pijnlijk invoelbaar maakt.

La Dentellière

Teruggetrokken bestaan
La Dentellière speelt in Parijs, waar Beatrice bij haar moeder woont en we van haar vader weten dat hij al vroeg uit haar leven is verdwenen. Haar enige vriendin is de oudere en levenslustige Marylène, met wie ze samen in een kapsalon werkt. Het wereldje van Beatrice, door Marylène liefkozend Pomme genoemd, is klein: haar dagen bestaan uit naar werk gaan en naar huis gaan. Wanneer Marylène’s relatie strandt, besluit ze samen met Beatrice voor een paar dagen naar de badplaats Cabourg in Normandië te gaan.

Terwijl de extraverte Marylène zich stort op het uitgaansleven, zet Beatrice haar teruggetrokken bestaan voort. Stilletjes op een verlaten terras een ijsje eten. Of als een muurbloempje in de discotheek toekijken hoe haar vriendin losgaat op de dansvloer. Wanneer een jonge man haar benadert om te dansen, wijst ze hem beleefd af. Echt interesse in mannen lijkt ze niet te hebben. Dat verandert echter wanneer Beatrice de eveneens verlegen Letteren-student François (Yves Beneyton) ontmoet. Hij is onder de indruk van haar teruggetrokken karakter en zij van zijn kennis. Ze worden verliefd en François confronteert Beatrice met nieuwe uitdagingen.

Pijnlijke verwijdering
Zo leidt hij haar, haar ogen gesloten, naar de rand van een klif. Wanneer Beatrice haar ogen opent, schrikt ze van de diepte. François stelt haar gerust: hij zou haar nooit laten vallen. De scène heeft iets romantisch, maar toont ook hoe gemakkelijk Beatrice zich laat dirigeren. Weer terug in Parijs trekt zij bij François in en vermengen hun levens zich met elkaar. Maar hoe meer ze samenzijn, des te meer de verschillen opvallen: hij intellectueel en diepzinnig, zij eenvoudig en onwetend. Tot die onvermijdelijke breuk, pijnlijk vastgelegd tijdens een bezoek aan zijn ouders: een scène die laat zien dat hun liefde niet tegen de sociale kloof is opgewassen.

Goretta brengt de groeiende verwijdering bijzonder subtiel en natuurlijk in beeld, waarbij de camera veel aandacht voor lichaamstaal heeft. Er is een samenzijn met vrienden van François, met Beatrice als zwijgzame toeschouwer. Terwijl er diepgaand gesproken wordt, neemt ze geen deel aan het gesprek – ze weet gewoonweg niet waarover het gaat. We zien hoe ze er is, en niet is, als zijnde een stille anonimiteit. Of een scène waarbij François uit het raam staart en Beatrice naakt naast hem komt te staan. Ze vraagt niets, maar lijkt te verlangen naar intimiteit, naar liefde. Hij negeert haar, en hoewel Beatrice onwetend is in het leven, moet ze het voelen: ze is niet meer gewild.

La Dentellière

La Dentellière doet qua thematiek wat denken aan ​Pygmalion​ van George Bernard Shaw: meisje van eenvoudig komaf ontwikkelt zich. Althans, dat is wat François van haar vraagt. Maar Beatrice is tevreden met het rustige leven dat ze leidt en heeft geen ambities. En dat is misschien wel het grootste pijnpunt van de film: Beatrice, puur en gevoelig, is zichzelf, maar niet goed genoeg in de ogen van haar partner. Met zijn afwijzing valt ze terug op al wat ze in zich heeft: haar ​geïsoleerde​ zwijgzaamheid. Met een laatste indringend shot zien we Beatrice lang de camera inkijken – niet meer van en niet meer in de wereld, maar teruggetrokken in haar eigen verstilde universum.

 

Kijk hier het landelijke draaischema van La Dentellière.

 

9 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT

 

ALLE RECENSIES

Professor and the Madman, The

*
recensie The Professor and the Madman

Scherts van gekkenwerk

door Sjoerd van Wijk

In plaats van ambities waarmaken is The Professor and the Madman een onbedoelde schertsvertoning. Het onvoorstelbare in de film is eerder hoezeer Sean Penn door het ijs zakt dan de geschiedenis rond het eerste Oxford Engels woordenboek.

Het cliché dat een beeld meer zegt dan duizend woorden gaat voor de hoofdpersonages van The Professor and the Madman niet op. Zij zien het poëtische terug in elk woord, waarin altijd een rijke voorgeschiedenis zit gesloten. De voortdurende voortvloeiende evolutie van betekenis als een snapshot vastleggen is de opdracht waaraan een van hen, professor James Murray (Mel Gibson), sinds 1857 zijn leven wijdt. Rechtlijnige figuren hijgen hem namens de Universiteit van Oxford in de nek om het door hen zo gewenste eerste Oxford-woordenboek der Engelse taal af te raffelen.

The Professor and the Madman

Het is een strijd tussen de perfectionist die alle woorden wil vangen versus een intellectuele elite voor wie alledaagse woorden niet hoeven als deze lelijk zijn. Gelukkig voor Murray is er hulp in de vorm van dr. W.C. Minor (Sean Penn), die de oproep om vrijwilligerswerk met beide handen aangrijpt en duizenden contributies maakt. Het enige probleem is dat Minor zich na een onfortuinlijke moord bevindt in het gesticht, waar hij tussen zijn waanbeelden door probeert het goed te maken met de gedupeerde weduwe (Natalie Dormer).

Ontbrekende offers
De complete Engelse taal documenteren lijkt een futiliteit, zoals een van de personages tersluiks opmerkt. Het leven slaat altijd nieuwe wegen in terwijl de wetenschapper slechts tijdelijke opnamen kan maken. Gibsons gemoedelijke Murray doet het dan ook uit liefde voor de taal en vindt in Minor een onverwachte boezemvriend. Dat zo’n megalomaan project meer obsessie dan liefde is, weet regisseur Farhad Safinia met zijn co-scenarist Todd Komarnicki echter niet uit te drukken.

Murrays gezin zou er onder lijden, maar zijn voor de Bechdel Test zakkende vrouw spreekt dit met haar handelingen tegen. Voor Minor is de obsessie meer afleiding van zijn innerlijke demonen. Zo ontbreekt het offer voor beide heren, wat doet afvragen wat er nu werkelijk op het spel staat in het jarenlange werken aan het eerste Engelse woordenboek.

Karikatuur van manie
Gibson laat Murray immer galant zijn, hoezeer de andere professoren met hun karikaturale hang naar Engelse prestige hem ook tegenwerken. Eerder dit jaar imponeerde Gibson als stoïcijnse agent in Dragged Across Concrete, hier schuurt hij tegen het beschamende aan met een ongemakkelijk Schots accent. Penn gaat over deze grens heen. Minor is een karikatuur van manie die op de intense momenten doet denken aan een stuntelende Nicholas Cage.

The Professor and the Madman

Waar Penn in de door John Cassavetes geschreven She’s So Lovely met onberekenbaarheid complexiteit wist aan te brengen aan een psychiatrische patiënt, ontbreekt hier de nuance. In de afwisseling tussen excentrieke gedragingen, klungelige droombeelden en overdreven uitbarstingen, ontbreekt het aan inzicht over Minors uit de lucht gevallen taalknobbel. En daarmee is de vriendschap tussen Murray en Minor eerder ongemakkelijk dan innemend.

Incongruent en flets
De onbeholpenheid in acteren en scenario versterkt Mel Gibsons protegé Safinia (die meeschreef aan diens Apocalypto) met stuntelige regie. Incongruentie is het toverwoord van deze in elkaar geknutselde vertaalslag van het boek The Surgeon of Crowthorne (Simon Winchester) naar het grote scherm. Het houterige tempo waarmee beelden van plompverloren neergezette personages elkaar afwisselen, doet de al weinig aanwezige belangen verder teniet. En de potsierlijkheid zit niet alleen in Penns zakken door de ondergrens.

Safinia brengt de kalmte van Engelse beleefdheid dikwijls in beeld met een afleidende nervositeit. Gepaard met de alomtegenwoordige melodramatische strijkmuziek lijkt het qua vervreemdende tegenstellingen op scènes uit The Room, maar dan zonder Tommy Wiseau’s oprechtheid. Het zorgt ervoor dat gewichtige zaken als obsessie en psychiatrie flets overkomen, alsof er niks op het spel staat. The Professor and the Madman maakt daarmee onbedoeld scherts van gekkenwerk.

 

9 juli 2019

 

ALLE RECENSIES