Sprekend Nederland

***

recensie Sprekend Nederland

Zoektocht naar verbondenheid

door Ries Jacobs

Regisseur John Appel laat aan de hand van toespraken op verschillende bijeenkomsten een cultureel verdeeld Nederland zien. Ons land moet nog steeds wennen aan het multiculturalisme, wat meer dan eens leidt tot ferme taal. “Gebeurt er iets ergs, dan oprotten met die gasten.”

Gemakkelijk maakt Appel het zich niet. In Sprekend Nederland toont hij een allegaartje van toespraken. De camera registreert een uitvaart, de verjaardag van de koning en demonstraties van allerlei pluimage. In een documentaire die bestaat uit meerdere toespraken in een setting die steeds wijzigt, is het moeilijk om een duidelijke verhaallijn aan te brengen. Het publiek haakt dan gemakkelijk af. Wellicht heeft Appel daarom gekozen voor een korte film, opgebouwd uit snel gemonteerde scènes. Razendsnel verplaatst de camera zich van Amsterdam naar Zuid-Limburg en van een doopceremonie naar een feest van een beleggingsclub.

Sprekend Nederland

André Hazes
Appel maakt al sinds 1987 films. In dat jaar studeerde hij af aan de Filmacademie met de film Radio Daniëlle, een portret van een lokale radiopiraat. De documentaire werd uitgeroepen tot beste eindexamenfilm van dat jaar. Ook zijn bekendste film, André Hazes – Zij gelooft in mij (1999), ontving meerdere onderscheidingen.

In 2003 maakte Appel een soortgelijke documentaire met dezelfde titel. Toen verwerkte hij dronken corpsballen, een jonge prinses Máxima en de overwinningsspeech van Balkenende in zijn film. Appel was niet helemaal tevreden met het resultaat. Het geheel miste een duidelijke structuur, het had geen begin en geen eind.

In 2018 is dit hem wel gelukt. Een toespraak tijdens een naturalisatieceremonie vormt het door Appel bewust gekozen begin van Sprekend Nederland. De ambtenaar vraagt de aanstaande Nederlanders om de wet en alle mensen in ons land te respecteren. Vervolgens toont de film toespraken die lang niet altijd getuigen van respect voor anderen, maar ook mensen die de kloof tussen de verschillende Nederlanders juist willen dichten.

Sprekend Nederland

Hoger doel
Appel zegt tijdens de voorbereiding van zijn films vooral aan “emotionele research” te doen. Hiermee bedoelt hij dat mensen en hun kwetsbaarheid belangrijker zijn dan feiten. Een prachtig resultaat hiervan is een toespraak van het enkele dagen eerder afgetuigde homostel Jasper en Ronnie.

De deelnemers aan een demonstratie van de PVV zijn op hun manier net zo kwetsbaar. Een man die een pet van Roda JC draagt, spreekt Geert Wilders lovend toe. Deze man zal in dezelfde periode ongetwijfeld, in het stadion of voor de televisie, Mohamed El Makrini en Adil Auassar toegejuicht hebben. Beiden speelden toen bij Roda JC en beiden zijn Nederlands met een Marokkaanse achtergrond. Is deze man een racist of is hij eerder een gelegenheidsracist die opgaat in dit samenzijn van de PVV om een gevoel van saamhorigheid te ervaren?

In bijna iedere scène zie je deze hang naar verbondenheid terug. Mensen zoeken naar iets dat verder gaat dan gezellig bijeen zijn, iets dat ze vinden bij een religieuze bijeenkomst, in maatschappelijk idealisme of tijdens het vormgeven van een ander gezamenlijk doel. Sprekend Nederland is geen film over culturele verdeeldheid, het is een film over mensen die proberen hun leven zin te geven door zich samen in de zetten voor een hoger doel. Dit maakt de film een mooi en hoopvol portret van onze samenleving. We zijn het niet altijd met elkaar eens, we zijn soms niet respectvol naar de ander toe, maar we doen wel ons best om van ons land iets moois te maken.

 

30 september 2018

 
MEER RECENSIES

Stalker

Stalker: Transcendente filmkunst

door Ralph Evers

Janus Films brengt dit najaar de gerestaureerde versie van Stalker uit. Eén van de meest essentiële films ooit gemaakt. Een mooi moment voor een persoonlijke beschouwing. 

De zomer is voorbij
alsof er nooit een zomer is geweest.
Het is aangenaam in de zon.
Maar dat is niet genoeg.

Al wat er kon zijn
werd als een vijfvingerig blad
direct in mijn hand gelegd.
Maar dat is niet genoeg.

Vergeefs ging goed
noch kwaad voorbij.
Alles had een heldere gloed.
Maar dat is niet genoeg.

Het leven nam me onder zijn vleugels,
beschermde me, redde me,
ik had werkelijk geluk.
Maar dat is niet genoeg.

De bladeren zijn niet verbrand,
de takken niet gebroken.
De dag is als schoongespoeld glas.
Maar dat is niet genoeg.

Bovenstaand gedicht is van de vader van Andrei Tarkovsky, Arseni Tarkovsky en komt uit diens bundel Vestnik. Het wordt in de film voorgelezen door de Stalker en verwoordt het religieuze kernthema dat in Stalker (1979) wordt aangeraakt. Met onze woorden en profane verlangens zullen we nooit gedijen in overvloed, maar altijd ervaren een tekort te hebben. Wij mensen zijn gestraft door die vervelende goden, zo lezen we al in de Griekse mythologie en de moderne mens komt er niet veel beter van af.

Stalker

Stalker vertelt het verhaal van een kamer in een verboden Zone, waar ooit buitenaardsen zijn geweest. In deze kamer worden je diepste verlangens vervuld. Een schrijver en een professor zijn bereid de gevaarlijke en mysterieuze tocht met de Stalker (iemand die de nukken en gevaren van het gebied kent) aan te gaan. De schrijver worstelt met een writer’s block, de professor wil de Zone onderzoeken. Stalker waarschuwt ze voor de lichtvoetigheid van de mens. De Zone reageert op de innerlijke staat van de mensen die haar bezoeken. De vroegere leermeester van de Stalker, ‘t Stekelvarken genaamd, kwam eens terug van een tocht onvoorstelbaar rijk. Een week later verhing hij zichzelf.

Spirituele reis
Het is niet moeilijk om de religieuze thema’s in Stalker te ontdekken. Er gaan drie mannen – een schrijver, een professor, en een gids (een drie-eenheid) – op pad in een onvoorspelbare plek, die in staat is je diepste verlangens te vervullen. Dit raakt aan een van onze meest existentiële behoeftes: vervulling, overgave, verlossing. Een thema dat in alle wereldreligies, maar ook in levensbeschouwelijke, mystieke en wijsheidstradities voorkomt. Telkens weer ligt de rijkdom niet in het materiële en het is maar de vraag of het in het spirituele ligt. Voor de hand liggender dient de zoeker vanuit een eigen vrijheid op zoek te gaan, een leap of faith te ondernemen. Tegen de achtergrond van het Rusland van eind jaren zeventig is deze film daarvan een bewijs.

De reis van de drie-eenheid verloopt in cirkels. De waarheid kent geen rechte weg. Wanneer de schrijver zo vermetel is de gevaren te trotseren en rechtstreeks op de kamer afloopt, bevindt hij zich even later toch weer op zijn beginpunt. De weg naar verlossing is niet af te dwingen. Die circulariteit vinden we geculmineerd in het bovenstaande gedicht dat de Stalker tegen het einde van de film voordraagt. Een zoekende mens, die verlossing in de uiterlijkheden zoekt en nimmer voldoende heeft. In het gnostische christendom komen we de volgende spreuk van Jezus tegen in Logion 3 van het evangelie van Thomas:

Jezus zei:
Als jullie profeten zeggen:
Zie, het koninkrijk is in de hemel,
dan zullen vogels je voorgaan.
Wanneer zij zeggen, het is in de zee,
dan zullen vissen jullie voorgaan.
Maar het koninkrijk is in je hart én in je oog.
Als je jezelf kent, dan zul je ook gekend worden.

De professor merkt naar de schrijver op dat Stalker-zijn een roeping is. Hij bezit een andere wijsheid dan de schrijver en de professor.

Stalker

Nu kennen al Tarkovsky’s films een diep spirituele inslag. Elke film kent shots van de natuur, weilanden, water, wuivend riet, bossen, vaak gepaard gaand met littekens van menselijke aanwezigheid. Gefilmd op een contemplatieve, verstilde wijze, die twee bewegingen maakt. Die tussen het getoonde en de kijker en die tussen het geziene en ervarene, wat direct is. Het is alsof zijn films adempauzes inlassen om ons zijn films te laten bewonen (zoals Yasujiro Ozu de thee laat koken in Tokyo Story).

Picknick naast de weg
Hiermee staat de film tamelijk haaks op het boek, Roadside Picnic, waarop de film is gebaseerd. Dat boek beschrijft vooral de sociale relaties tussen de verschillende Stalkers en hun lastige positie. De sciencefiction, het feit dat er buitenaards bezoek is geweest, speelt tegen de achtergrond. Het boek is geschreven vanuit een perspectief dat buitenaards bezoek een voldongen feit is geweest. Ze zijn er niet meer, of althans, dat is de aanname van de personages in het boek. Het bezoek van het buitenaards leven wordt voorgesteld als een picknick naast de weg. Wat ze achterlieten qua rommel is in de Zone achtergelaten. Het is aan de mens om uit te vogelen wat hij exact inhoudt, om als zodanig een sprong in onze vooruitgang te kunnen maken. Die vooruitgang, zo spiegelt Tarkovsky ons voor, zullen we in onszelf moeten maken en niet zozeer in de technologie. Kunnen we vrede hebben met de gemankeerdheid van ons mens-zijn? Met onze tekorten?

Op die prangende vraag heeft de professor aan het eind van de film een vrij rigoureus antwoord. De reis eindigt bij het begin en de kijker is een diepe ervaring rijker. De vraag die nog kan blijven hangen, is of een van de personages nu wel of niet die ruimte is binnengegaan. De oplettende kijker zou het verrassende antwoord kunnen opvallen. Mij werd het duidelijk na een hint en nog een kijkbeurt, wat alles behalve een straf is. Zoals de biografie van Tarkovsky Sculpting in Time heet, zo speelt Tarkovsky als geen ander met tijd. Shots van vier minuten zijn geen uitzondering en worden als een tijdloosheid ervaren, mede door de briljante muzikale ondersteuning van Eduard Artemyev.

 

28 september 2018

 
 

MEER ESSAYS

Simple Favor, A

***

recensie A Simple Favor 

Erotiek en ironie in gelijke delen

door Alfred Bos

Paul Feig regisseert bij voorkeur vrouwen en zijn verfilming van de thriller A Simple Favor mengt eigentijdse noir met humor. Dankzij een fantastische soundtrack vol Franse pop blijft het genietbaar.

A Simple Favor is een thriller voor deze tijden van sociale media en #metoo. De jonge weduwe Stephanie Smothers (Anna Kendrick) probeert een online-ster te worden via haar webvlog over koken. Ze is hyperactief en een beetje nerdy, goedgelovig maar niet dom. De reallife-ster in haar leven is Emily Nelson (Blake Lively), een dandy met dorst die zich verveelt in haar huwelijk met een ooit veelbelovende Engelse auteur, Sean Townsend (Henry Golding). Wie is die vrouw die van ennui een kunstvorm heeft gemaakt? Een in gin gedrenkt genie of een bitch met borderline?

A Simple Favor

Wat is het stoutste wat je ooit gedaan hebt, wil Emily van Stephanie weten wanneer ze in Emily’s modernistische villa, met een David Hockney aan de muur, aan de martini’s zitten. Stephanie, een tikje tipsy, giechelt na uitdagend aandringen haar geheim. Ze zijn immer vriendinnen, nu Stephanie regelmatig op Emily’s zoontje Nicky past. Dan is Emily opeens verdwenen en Stephanie start via haar kookvlog een eigen onderzoek. Waar is Emily? Wat is er gebeurd?

Serge Gainsbourg
Het ligt voor de hand om Pink Floyds See Emily Play als titelmuziek te gebruiken – want Emily speelt, met Stephanie en de waarheid – maar regisseur Paul Feig (Spy, Nurse Jackie) heeft ervoor gekozen om zijn puzzelthriller, naar de gelijknamige debuutroman van Darcey Bell, te begeleiden met een geluidsband vol Franse pop uit de school van Serge Gainsbourg. Dat wil zeggen, erotiek en ironie in gelijke delen, goed geschud en afgemaakt met een toefje humor. Het is de knipoog die de film uit tilt boven het niveau van de eigentijdse paranoiathriller met verknipte vrouwen, op elkaar gestapeld verraad en surrealistische plotwendingen. Gone Girl dus, maar dan wél geslaagd.

Het thema van de verborgen motieven spiegelt zich in de beide vrouwelijke hoofdpersonages, die gaandeweg het filmverhaal meer gelaagd worden. Stephanie ontwikkelt zich van overgeorganiseerde giebelmuis tot kordate wreker en de emotionele staat van Emily wordt met elke plotwending meer verklaarbaar. Het is een van de redenen dat de film, ondanks zijn weinig sympathieke personages en gezochte verrassingen, de aandacht weet vast te houden. De humor helpt ook. De film speelt een spelletje – met de kijker, met zichzelf – en de regisseur weet het. A Simple Favor draait om mensen die zich overbewust zijn van zichzelf, heel modern.

A Simple Favor

Rolverwisseling
Zonder al teveel te verklappen: A Simple Favor draait om geheime familierelaties. Wanneer in de slotakte de verrassingen als overrijp fruit uit de lucht vallen en de film van de rails dreigt te lopen, worden de eindjes via Stephanie’s vlog aan elkaar geknoopt en privacy-issues rond digitale media terloops in het verhaal verwerkt. Het thema van de rolverwisseling vindt zijn weerslag in de finale, iedereen maakt carrière over de rug van een ander.

A Simple Favor is een film over vrouwen, maar geen vrouwenfilm. De mannen zijn of afwezig of overspelige eikels. Richard Friend maakt van modeontwerper Rupert Nylon (what’s in a name?) een kluchtige relnicht, een man die zich kleedt als een vrouw; zoals Emily een vrouw is die zich in uitbundige herenkostuums (ont)hult. Omgedraaide rollen, misbruik, onsympathieke personages en gekunstelde verwikkelingen—A Simple Favor is helemaal een film van nu, een Double Indemnity voor deze tijd.

Tip: blijf tijdens de aftiteling vooral zitten, want die wordt begeleid door de grootste verrassing van de film: de briljante cover door No Small Children van Laisse Tomber Les Filles, de hit die Serge Gainsbourg in 1964 schreef voor France Gall.
 

26 september 2018

 
MEER RECENSIES

Stalag 17

Stalag 17 mist volwassen en doordachte humor

Echo van de ‘grote’ Billy Wilder

door Ralph Evers

Hoe iets zinnigs te vertellen over deze film, terwijl het pas de tweede film is die ik van Wilder zie? De eerste die ik zag was Sunset Blvd. Hoewel voldoende vermakelijk, laat Stalag 17 een fletse indruk achter, een echo van de vermeende ‘grote’ Billy Wilder.

Jaren geleden zag ik La vita è bella van filmclown Roberto Benigni en dat is één van de vreselijkste filmervaringen die ik ooit had. Ik moest kort aan die film terugdenken toen ik Stalag 17 zag, vanwege het irritante personage Animal en de kekke stemmetjes van sommige acteurs. De irritatie sloeg toe en ergens ook een oordeel dat films over dit thema wel iets volwassenere, iets doordachtere humor kunnen gebruiken.

Stalag 17

In Stalag 17 lukt de komedie overigens wel een aantal keer. Men heeft tijdens het schrijven van het plot aan meerdere lagen gedacht, wat de film voldoende cachet geeft om te blijven kijken. Zo is met name het verraadplot leuk gedaan, al heeft de oplettende kijker al snel door hoe een en ander zit.

Personages inkleuren
Ik moest bij het kijken van Stalag 17 nog aan een andere film denken, zich afspelend in een gevangenenkamp met een ontsnapping. Eén van de spannendste films die ik ooit zag, omdat het zo realistisch lijkt te gebeuren: Un condamné à mort s’est échappé ou Le vent souffle où il veut van Robert Bresson. Het grote verschil tussen deze twee films is dat in de film van Bresson jij het personage kan zijn, terwijl Wilder zijn personages al inkleurt. Stalag 17 doet dan ook af en toe aan als een toneelvoorstelling, met z’n beperkte decor. Hetgeen overigens niet zo gek is, want de film is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Doald Bevan en Edmund Trzcinski.

Billy WilderStalag 17 was in zijn tijd erg succesvol. Wilder werd genomineerd voor een Oscar met deze film en William Holden won de Oscar voor beste mannelijke hoofdrol. De film draait om twee vrienden die proberen te ontsnappen, betrapt worden en doodgeschoten. De overgeblevenen vermoeden dat er een spion in hun midden is en met de cynische opstelling van sergeant Sefton is er snel een verdachte aangewezen.

Sefton stelde voor te gaan gokken of de vrienden hun ontsnapping zouden overleven en maakt veel winst met de uitkomst. Later is er een nieuwe gevangene, James Dunbar, die verdacht wordt van sabotage en daarvoor geëxecuteerd zal gaan worden. Men beraamt een nieuwe ontsnappingspoging voor om Dunbar uit handen van de SS te houden. Sefton is inmiddels bezig te onderzoeken wie wél de spion is.

Onbevredigend
Stalag 17, een afkorting van Stammlager, is een gevangenenkamp voor geallieerde piloten die boven Duits (bezet) grondgebied zijn neergeschoten. De condities waarin de gevangenen werden gehouden zijn vergeleken met veel andere kampen tijdens nazi-Duitsland, best wel oké. Al wordt over die situatie in deze film weinig bekend. Het kan overal zijn, zo gelijkmatig zijn de dagen en het gemoed van de personages. Dichtbij de barakken van de veelal Amerikaanse piloten is een barak vol Russische vrouwen, wat ruimte geeft voor wat vooroordelen over ‘die knappe Russinnen’ en de ‘foute communisten’ toch nog als lustobject enigszins positief in een Amerikaanse film kan passen.

Stalag 17

Dat de film uiteindelijk toch wel lekker wegkijkt, heeft ongetwijfeld te maken met enerzijds het vakmanschap van Wilder en anderzijds de goede plotuiteenzetting. Het zat blijkbaar al vroeg in het DNA van Hollywood dat films Amerikaanse helden en slimheid kennen en dat ze nauwelijks zwaar op de hand zijn. Zeker niet wanneer er prijzen gewonnen moeten worden of het commerciële succes de boventoon voert.

Het zwakt deze film voor mij af, doch past het in de lijn van ‘kampfilms’, van Amerikaanse makelij, die ik zag. Films vol historische onjuistheden en sprankjes hoop, hetgeen gedrochten als The Grey Zone en The Boy in the Striped Pyamas oplevert. Als Benigni zijn gedrocht niet gemaakt had, had ik kunnen zeggen dat Europeanen toch beter in dit genre zijn. Benigni is de uitzondering op die regel.
 

30 juli 2018

 

Deze film draait binnenkort o.a. in EYE Amsterdam. 

 

MEER BILLY WILDER

Sunset Boulevard

*****

recensie Sunset Boulevard

In de ban van het verleden

door Yordan Coban

Ergens is de dood van Joe Gillis zelfmoord te noemen. Moedwillig valt hij ten prooi aan de betovering van Norma Desmond. Haar enorme villa aan Sunset Boulevard is als het web van een zwarte weduwe, geweven met vergane glorie.

Sunset Boulevard (1950) is een film over de filmindustrie, met in de hoofdrol de onsuccesvolle schrijver Joe Gillis (William Holden). Hij zit diep in de schulden en komt per toeval in aanraking met Norma Desmond (Gloria Swanson). Norma is een filmster van vroeger die met zijn hulp haar comeback wilt maken. Zij spreken een samenwerkingsrelatie af die langzaam uitdraait op de inbezitneming van Joe. Hij moet kiezen tussen zijn artistieke wens en de verleiding van het grote geld van Norma.

Sunset Boulevard

Vergane glorie
Norma Desmond, gespeeld door Gloria Swanson, is een gevallen ster uit een andere tijd; een tijd van zwijgende films. Norma Desmond heeft ook veel van Gloria Swanson’s eigen val van glorie. Een populaire aanname was dat, net zoals Lina Lamont uit Singin’ in the Rain (1959), het karakter Norma Desmond gebaseerd is op de oud-actrice Norma Talmadge.

Billy Wilder heeft daar echter over gezegd dat het een combinatie is van verschillende sterren uit het oude Hollywood. Toen Wilder net in Los Angeles woonde begin jaren 40, raakte hij naar eigen zeggen gefascineerd met de grote bijna leegstaande villa’s van oude filmsterren. Sterren voor wie de parade van Hollywood allang gepasseerd was. Dat gold ook voor Swanson, ooit spelend in films als Sadie Thompson (1928), Queen Kelly (1929) en Male and Female (1919), wiens carrière al jaren opgedroogd was. Gloria stond te boek als een verwende actrice met een ijdele aard. Dit maakte haar perfect voor deze rol.

Butler
Gloria Swanson is niet de enige grote naam uit de silent era die voorbij komt in Billy Wilders’ meesterwerk. In een ludieke scene waarin Norma een paar vrienden van vroeger over de vloer heeft om te kaarten, zien we Buster Keaton, Anna Q Nilsson en H.B. Warner voorbij komen. Ook Cecil B. DeMille passeert een aantal keren de revue. Norma verzoekt hem haar script te lezen en ‘net als vroeger’ films met haar te gaan maken. DeMille ziet echter geen brood meer in haar verteerde staat van dienst.

Billy WilderHet meest tragische is de rol van Erich von Stroheim. Hij speelt Max Von Mayerling, de butler van Norma. Zowel in de film als in het echte leven was hij ooit de regisseur van Gloria Swanson. Von Stroheim was een grootse regisseur in de silent era maar met de komst van geluid verviel zijn carrière in het spelen van kleine rolletjes. In Sunset Boulevard speelt hij een dergelijke kleine rol. Hij is de ex-man van Norma die nu slechts gereduceerd is tot haar bediende. Zijn berusting in nederigheid is pijnlijk en tegelijk aandoenlijk.

William Holden speelt zijn rol als Joe precies tussen wijsneuzerig en naïef in. De ernst in de ogen van Max als hij Joe vertelt dat hij ooit met Norma getrouwd was, had een waarschuwing voor Joe moeten zijn.

Liefde of lust
Ondanks dat Norma de jongste niet meer is, is er wel degelijk een element van lust tussen haar en Joe. Het is dezelfde spanning die te voelen is tussen Nurse Ratched (Louise Fletcher) en McMurphy (Jack Nicholson) in One Flew Over the Cuckoo’s Nest (1975). Een lust die meer te maken heeft met macht als Joe zich in bezit laat nemen door Norma, een femme fatale in optima forma.

Liefde links laten liggen en je overgeven aan lust is een thema wat ook terug komt in klassiekers als Vertigo (1957) en Blue Velvet (1986). In Vertigo (1957) volgt Scottie (James Stewart) zijn lust en fantasieën en eindigt het in een nachtmerrie. Ook Sunset Boulevard is een fascinerende kijk op de destructieve dualistische aard van de verlangens van mensen. Ten overstaand van Norma vindt namelijk ook Betty (Nancy Olson) een weg tot het leven van Joe. Zij is alles wat hij denkt te zoeken in een vrouw maar hij is volledig in de ban van Norma en de gewenning aan het leventje in haar grote mansion.

Sunset Boulevard

Huis als personage
Norma’s huis aan Sunset Boulevard is doemend en groots in elke zin. Het huis doet denken aan het karakteristieke paleis Xanadu uit Citizen Kane (1941). Ook het huis van Norma is als een eigen personage te noemen. Het is leeg, vervallen, verlaten en beladen met rijkdom uit een vergane tijd; net als Norma zelf. Het huis houdt haar bewoners vast in een waanwereld. Een wereld waarin zowel Norma als Joe niet geconfronteerd worden met de pijnlijke realiteit van hun teleurstellingen.

Joe belichaamt Norma’s drang naar jeugdigheid. Joe verlangt naar iemand die zijn zorgen uit handen neemt. Echter had hij niet voor rekening genomen dat dat een dergelijk fatale wending zou nemen. Achteraf terugkijkend ondergedompeld in haar zwembad had hij misschien toch voor de liefde moeten kiezen.

12 juli 2018

Sunset Boulevard draait o.a. in het Billy Wilder-programma in EYE Amsterdam. Klik hier voor de data.

MEER BILLY WILDER

Sweet Country

**

recensie Sweet Country

Het recht van de sterksten

door Sjoerd van Wijk

Een Aboriginal slaat op de vlucht nadat hij uit zelfverdediging een witte rancher doodschiet. Sweet Country komt over als een klassieke western, maar brengt uiteindelijk te weinig nieuws.

De ene bevolkingsgroep overheerst de andere en reduceert laatstgenoemde tot niets meer dan goedkope werkkracht. Zulke mensonterende omstandigheden kunnen goed aan de kaak worden gesteld in de western. In de loop der tijd is het genre geëvolueerd van een mythologisering van Amerikaanse onafhankelijkheid tot een revisionistische kritiek op sociale misstanden. Waar Rio Bravo een heldhaftige eenling volgt die de slechteriken van zich af moet houden, presenteert The Hateful Eight een nihilistisch Amerika gebouwd op racistische politiek. De revisionistische western hoeft echter niet beperkt te blijven tot Amerika. 

Sweet Country

Sweet Country verhaalt over een vrije Aboriginal in de Australische Outback van de twintiger jaren van de vorige eeuw die uit zelfverdediging een witte rancher neerschiet. Bang voor de gevolgen zit er niets anders op dan met zijn vrouw te vluchten voor de sergeant die met een groep een klopjacht begint. De Outback blijkt in deze film een meedogenloos niemandsland waar de rechtvaardigheid in eigen hand wordt genomen. Sweet Country komt over als een klassieke western, maar niets is minder waar. Kritiek op het institutionele racisme voert de boventoon in een met spanning gebracht verhaal, maar de film toont geen nieuwe inzichten over wat dit met een mens kan doen.

Het niets van de Outback
Het landschap vormt een onmiskenbaar onderdeel van de film. Zoals de Grand Canyon verbonden is aan de Amerikaanse western, zo geeft de Outback een eigen karakter aan Sweet Country. De stoffige savanne vormt een fraai decor waarin de harde werkelijkheid inkomt als een mokerslag. De weidse beelden van het dorre land krijgen extra schoonheid doordat deze dikwijls gepaard gaan met bijzondere lichtbronnen, zoals de volle maan en een zonsopgang, zorgvuldig geschoten door regisseur Warwick Thornton, die ook het camerawerk voor zijn rekening neemt. Alle karakters komen hierin over als pionnen en gaan op in het niets. Net zoals zij allen in hun gedrag pionnen van de onrechtvaardige instituties zijn. In dit landschap loert de dood, maar laat hij wel op zich wachten.

Strakke suspense
Langzaam maar zeker wordt toegewerkt naar elk doorslaggevend moment wat leidt tot de klopjacht en de nasleep. We voelen al feilloos aan wat een persoon gaat overkomen, maar toch gebeurt het maar niet. Alles lijkt een duidelijke oorzaak en gevolg te hebben, alsof de genadeloze wereld van de Outback het laatste woord heeft. Het doet hierin denken aan The Proposition, een andere Australische western over de gruwelijkheden die kunnen gebeuren als iemand het recht in eigen hand neemt.

Sweet Country

De suspense is niet in de laatste plaats te danken aan de zorgvuldige geluidloze flashbacks en flashforwards die elk karakter een eigen tragiek lijken te geven. De spanning wordt nog meer opgevoerd door de meeslepende zooms op de stoïcijnse gezichten die de hardheid van dit leven verraden. Het onderliggende determinisme wordt verder onderstreept door een breed scala aan karakters, die als een mozaïekstuk het scenario in elkaar laten vallen.

Karikaturen, geen karakters
Helaas kan de geraffineerde regie niet volledig het basale verhaal verbloemen. Het basale zit niet zozeer in het basisgegeven van de man op de vlucht noch in de enigszins voorspelbare hoofdstukken, als wel in de typering van de karakters. Het merendeel van het ensemble dat tegen elkaar wordt uitgespeeld komt al snel karikaturaal over. Elk persoon lijkt ofwel aan de goede kant te staan, ofwel aan de slechte kant van het institutionele racisme.

Deze simplistische goed-kwaadverhouding doet echter afbreuk aan het kritische gehalte van de film. Het zou interessanter zijn geweest om te zien hoe een ieder omgaat met een onrechtvaardig systeem, in plaats van hen elk stellig partij te laten kiezen. De interne strubbelingen van de racistische rancher Kennedy, die worstelt met vaderlijke gevoelens voor zijn halfbloed slavenzoon Philomac en de jongen zelf, die een keuze moet maken tussen beide bevolkingsgroepen, lijken meer te bieden. Toch is dit een gemiste kans, omdat deze verhaallijnen summier worden aangestipt.

De prachtige setting, het karakteristieke fraaie landschap en de meeslepende suspense van Sweet Country vallen in het niet omdat het onderliggende verhaal te bekend aanvoelt en weinig nuance kent.
 

11 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Shape of Water, The

****

recensie The Shape of Water

De vondeling en de watergod

door Alfred Bos

Guillermo del Toro’s sprookje voor volwassenen staat bol van kritiek op een denkwijze die moreel failliet is. De film vangt de tijdgeest van nostalgie en identiteitspolitiek in een fraai vormgegeven romantisch drama met thrillerelementen.

Protocol versus fantasie, bureaucratie versus open geest. The Shape of Water, de nieuwe film van Guillermo del Toro, is een sprookje en laat zich, zoals ieder sprookje, op meerdere manieren verstaan. Aan de buitenkant is het een variant op het van oorsprong Franse volksverhaal Belle en het Beest, voor de goede verstaander ritselt de film van hints en verwijzingen. Naar de filmgeschiedenis, naar Hollywood, naar de Oscar-filmprijs, naar het Amerika van nu. Die extra laag zit het plezier in de vertelling en de visuele flair van de film geenszins in de weg.

The Shape of Water

The Shape of Water speelt in een denkbeeldig Amerika tijdens de Koude Oorlog. In een zwaar beveiligd onderzoeksinstituut bestuderen mannen in witte jassen een exotische levensvorm, een amfibieman (Doug Jones). Het hoofd van de beveiliging, Richard Strickland (Michael Shannon), is een dogmatische technocraat met sadistische trekjes. Hij zuigt op suikergoed en zwaait met zijn elektrische veestok.

De stomme Elisa Esposito (Sally Hawkins, Oscar-nominatie beste bijrol voor haar Ginger in Woody Allens Blue Jasmine) werkt als poetsvrouw op het instituut. Ze woont met haar buurman Giles (Richard Jenkins), een illustrator die door zijn geaardheid zijn baan heeft verloren, boven een bioscoop. Elisa communiceert met haar kletszieke collega-schoonmaakster Zelda (Octavia Spencer, onlangs nog te zien in Hidden Figures) via gebarentaal. Dan is er ook nog een Russische spion, de wetenschapper Hoffstetler (Michael Stuhlbarg, de vader uit Call Me by Your Name).

Gedoemde liefde
Eliza, een vondeling, leeft met buurman in een fantasiewereld. Giles’ appartement boven de bioscoop is een tijdcapsule waarin jaren dertig en veertig musicals en muziekfilms – alle uit de catalogus van Fox, de producent van The Shape of Water, dus gratis hergebruikt – een cocon van affectie rond de twee buitenstaanders spinnen. Die bioscoop heet Orpheum, een directe verwijzing naar Jean Cocteau, de regisseur van het surrealistische meesterwerk Orphée die in 1946 als eerste La belle et la bête verfilmde.

In Orpheum draaien hervertoningen van The Story of Ruth en Mardi Gras, films uit respectievelijk 1960 en 1958, dus The Shape of Water moet ergens begin jaren zestig zijn gesitueerd; op de radio horen we nieuws over de beruchte Cubaanse raketcrisis van oktober 1962. Het zijn films over niet bij elkaar passende koppels en gedoemde liefdes. Dat voorspelt weinig goeds voor de verstoten dochter en het exotische waterwezen, die in elkaar zichzelf herkennen.

Die meerman, het water-equivalent van een alien, is zowel qua aard en achtergrondverhaal geënt op het monster uit de jaren vijftig scifi-B-film-klassieker Creature from the Black Lagoon van regisseur Jack Arnold, de man die ook The Incredible Shrinking Man maakte. Een eigentijdse remake daarvan draait op dit moment in de bioscoop onder de titel Downsizing. Ook de soundtrack van The Shape of Water is een en al nostalgie: Glenn Miller, Carmen Miranda met Chica Chica Boom Chic, Serge Gainsbourgs La Javanaise.

The Shape of Water

Dubbele moraal
Del Toro geeft het ‘monster’ helende gaven, het is in feite een god. Dat heeft deze amfibieman gemeen met Swamp Thing van stripauteur Alan Moore: hij staat voor natuur. Diens opponent Strickland verpersoonlijkt het militair-industrieel complex, de paranoia van de in protocollen denkende machtsstructuren. Alles wat niet blank, man en macho is, dus minderheden als vrouwen (en zeker stomme vrouwen), homo’s, joden, negers (in 1962 geen besmet woord) en creatieve bohemiens, kan rekenen op zijn minachting. Fraaie scène: Hoffstetler kan niet zo maar Stricklands kantoor binnenlopen. Eerst kloppen, wachten op toestemming en dan de deur openen. Zo doen we dat: protocol.

Er is niet zo heel veel fantasie voor nodig om in dat dogma van het protocol en die minachting voor alles wat niet mannelijk-WASP is commentaar op de samenstelling en werkwijze van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences te zien, de organisatie die jaarlijks de Oscar filmprijzen toekent. Maar het is ook kritiek van de in Mexico geboren regisseur op een mentaliteit en een dubbele moraal. “Fatsoen is een exportproduct, Amerikanen gebruiken het zelf niet,” zegt een van de filmpersonages.

The Shape of Water is een schitterend vormgegeven sprookje voor volwassenen dat kan wedijveren met de kinderfilms van Steven Spielberg. De rolbezetting is tot in de bijrollen precies raak en Sally Hawkins speelt de sterren van het doek. Het is een pastiche van allerhande uiteenlopende genres: romantiek gepeperd met elementen uit thriller, horror en musical. De film zit vol verwijzingen waar film-nerds van likkebaarden. Het is, zonder dat niveau te evenaren, Del Toro’s beste film sinds Pan’s Labyrinth, zijn vorige film over een vrouw en een goedaardige demon. Cocteau zou tevreden zijn geweest.
 

13 februari 2018

 
MEER RECENSIES

Sign ‘o’ the Times

*****

recensie Sign ‘o’ the Times

Reus van vijf turven piekt

door Alfred Bos

Op 20 november is het op de dag af dertig jaar geleden dat Sign ‘o’ the Times, de concertfilm van Prince, in Nederland in première ging. De beelden waren een jaar daarvoor geschoten in de Ahoy’ te Rotterdam. Alfred Bos was er bij.

Wat kon Prince níet? We herinneren hem vooral als muzikant van de buitencategorie, een talent waarop geen maat stond. We gedenken hem niet als regisseur. Natuurlijk, hij regisseerde een aantal van zijn videoclips en dat hij in 1984 doorbrak als superster was te danken aan Purple Rain (regie: Albert Magnoli), een speelfilm met spectaculaire concertbeelden. Maar de films onder zijn eigen regie waren na verschijning snel vergeten, als ze al werden opgemerkt.

Sign ‘o’ the Times

Under The Cherry Moon, nostalgische art deco-romantiek uit 1986? Afgefakkeld. Graffiti Bridge (1990), gepresenteerd als vervolg op Purple Rain? Huh??? Sign ‘o’ the Times, ’s mans concertfilm uit 1987? Lag als dvd te grabbel in de uitverkoopbakken. Tot vorig jaar de Boston Society of Film Critics de film herontdekte. Nu geldt Sign ‘o’ the Times als een van de beste concertfilms ooit gemaakt. In alle eerlijkheid, dat was het al toen de film in het najaar van 1988 in de Nederlandse bioscopen draaide.

Zwarte new wave
Toen het dubbelalbum Sign ‘o’ the Times in 1987 uitkwam was Prince, de gigant van vijf turven hoog, op zijn creatieve piek. De plaat was een monster, vier plaatkanten lang uitsluitend topnummers, geen vlekje te ontdekken. En die zestien tracks waren nog maar het topje van de ijsberg. De platenmaatschappij weigerde om ieder kwartaal een nieuw Prince-album uit te brengen en had de artiest uit het hoofd gepraat om zijn fans te belasten met een drie(!)dubbelalbum. De twee schijven waren een compromis. De rest verdween in de legendarisch geworden PrinceVault, een schatkamer met onuitgebracht materiaal.

Niet alleen de inspiratie stroomde uitbundig, Prince was vloeiend in zo ongeveer elk denkbare stijl. Op zijn platen uit de vroege jaren tachtig, die van vóór Purple Rain, was hij een erfgenaam van funkmeisters als James Brown, George Clinton en Sly Stone die het new wave-geluid uit Engeland had opgezogen. Een krankzinnige mix van invloeden, een rariteit in feite en de reden dat het grote publiek geen directe klik had met Prince. Zwarte new wave? Te buitenissig, te apart. Bij zijn eerste optreden in Nederland, op 21 mei 1981 in Paradiso, waren amper tweehonderd bezoekers.

Sign ‘o’ the Times

Zijn grote doorbraakhit, When Doves Cry, schalde in de zomer van 1984 uit talloze luidsprekers. Maar als hit lapt het een oerwet aan de laars: een dansnummer zonder baspartij! Typisch Prince. En scherp gehoord van de man. Niemand zou in de eindmix de fader van de baspartij naar beneden hebben getrokken. Maar de afwezigheid van de bas – de link tussen beat en melodie, en de bron van harmonie – geeft When Doves Cry niet alleen een uniek geluid, het creëert ook ruimte. En muziek draait om ruimte. Daar offerde Prince de harmonie graag aan op en hij had gelijk.

Zwart en perzik
Toen hij na het enorme succes van Purple Rain (twee nummer 1-hits, When Doves Cry en het titelnummer, in zijn thuisland Amerika; zeven weken op de bovenste plaats van de Nederlandse albumlijst) brede erkenning had gekregen, ging Prince in creatief opzicht helemaal los. Hij produceerde meer dan zijn platenmaatschappij kon uitbrengen en goochelde met stijlen. Pop, funk, psychedelica, wave—Prince kon het allemaal, moeiteloos en speels.

Bij zijn optreden van mei 1987 in het stadion van FC Utrecht waren zo’n dertigduizend man aanwezig. Prince had zijn fans opgeroepen zich te kleden in de kleuren zwart en perzik – de kleuren van het Sign ‘o’ the Times-album – en ze zwaaiden massaal met aanstekers toen hij The Cross vertolkte. Vijf weken later speelde Prince opnieuw in Nederland; op 28 juni stond hij in de Rotterdamse Ahoy’ hal, een betonnen tombe die in vergelijking met het voetbalstadion voelde als een intieme club. Ik heb in mijn leven enkele duizenden optredens gezien en gehoord, maar die middag (het was een middagconcert) met Prince in Ahoy’ was het beste.

Creatieve piek
Dat optreden vormde de basis van de concertfilm Sign ‘o’ the Times die nu door de filmcritici van Boston is herontdekt als meesterwerk. Prince was achteraf niet helemaal senang met het materiaal dat in Rotterdam door een Nederlandse ploeg was gedraaid en deed het onder optimaal gecontroleerde omstandigheden allemaal nog eens over in zijn Paisley Park-studio in Minneapolis. Die twee shoots zijn door elkaar gesneden tot de concertfilm. Ruwweg: we zien Ahoy’ en horen Paisley Park.

Sign ‘o’ the Times

In de film speelt Prince in een decor dat herinnert aan het hoesontwerp van Sign ‘o’ the Times elf nummers van het gelijknamige dubbelalbum, aangevuld met Now’s The Time van jazzlegende Charlie ‘Bird’ Parker. De videoclip van U Got The Look, met Sheena Easton als gastzangeres, is tussen de concertbeelden gemonteerd. De nummers worden aan elkaar gelast door West Side Story-achtige sketches met danseres Cat als wulpse tegenhanger van Prince. Het energieniveau is hoog, de muzikaliteit verbluffend.

Prince is altijd een talent van de buitencategorie gebleven, maar in 1987 viel alles samen: zijn creatieve top en zijn populariteitspiek. Hij was 29 jaar, in de kracht van zijn leven en in het zenith van zijn carrière, en kon alles wat zijn fantasierijke brein hem ingaf. Dat moet hij zelf ook hebben beseft. Waarom zou hij anders de Sign ‘o’ the Times-concerten hebben vastgelegd op film?


De digitaal gerestaureerde versie van Sign ‘o’ the Times is van zondag 20 tot en met zaterdag 26 november te zien in ruim
tachtig bioscopen.

Alfred Bos publiceerde in 1988 het boek Prince – De ‘muzikale’ biografie.
 

14 november 2017

 
MEER RECENSIES

Square, The

****

recensie The Square

Vertrouwen is een kunstwerk

door Alfred Bos

Met twee en een half uur is de nieuwe film van de Zweedse regisseur Ruben Östlund tjokvol. Wellicht te vol, want zijn verhaal over de museumdirecteur die zijn telefoon kwijtraakt biedt voldoende gelegenheid om zijn punt te scoren.

Ruben Östlund is een provocateur, een beetje als Paul Verhoeven. De Zweedse regisseur doet niet aan politiek correct en laat zijn publiek ongemakkelijk in hun stoelen schuiven. In zijn vorige film, Turist, was een huisvader het middelpunt van morele vragen over zorgzaamheid en persoonlijke moed. Ook in zijn nieuwe, het met de Gouden Palm van het filmfestival in Cannes onderscheiden The Square, wordt het egoïsme van een vader getest. Het is een zwarte komedie met surrealistische trekjes.

The Square

Christian (Claes Bang) is directeur van het museum X-Royali dat het kunstwerk Mirrors & Piles of Gravel van de kunstenaar Gijoni exposeert. Hij en zijn team zijn druk met de voorbereiding van de komende tentoonstelling, The Square, van de kunstenares Lole Ariane. Dat betreft een vierkant, gemarkeerd in kasseien, waar iedereen dezelfde rechten en plichten heeft. We begrijpen: dat geldt in de moderne samenleving niet meer.

Dat gegeven grijpt Östlund aan om een reeks spottende grappen over het snobisme en de luchtfietserij van de kunstwereld te maken – zie de prietpraat over de tentoonstelling die wordt gepresenteerd als non-tentoonstelling – maar het werkelijke object van zijn venijn is de moraal van het individu in het welvarende westen. Christian denkt hoog over zichzelf, maar een mondig immigrantenjongetje zet hem op zijn plek.

Telefoon is identiteit
Voor het zover is moet de kijker door 150 minuten sociale satire laveren en tussen de geslaagde scènes – waarvan er één ronduit briljant is – zitten genoeg té lang gerekte conversaties en minder relevante zijpaden om de film met een half uur te trimmen zonder aan zeggingskracht in te boeten. Die zou in meer compacte vorm wellicht nog groter zijn.

The Square toont ons het leven van Christian. De museumdirecteur is gescheiden en deeltijdpapa voor zijn twee jonge dochters. Hij is zelfingenomen en ijdel, maar ook maatschappelijk bewogen. De belangrijkste verhaallijn draait rond zijn pogingen om zijn smartphone en portefeuille terug te krijgen, nadat die hem op ingenieuze wijze, door teamwork (!), zijn ontfutseld. Die telefoon, meer nog dan zijn portemonnee, is zijn identiteit, zijn zekerheid.

Daar doorheen weeft Östlund, die tevens tekende voor het script, de voorbereidingen van de expositie over het vierkant dat vertrouwen symboliseert. De regisseur neemt alle ruimte – en op sommige momenten helaas ook iets teveel tijd – om de blaaskakerij van de eigentijdse kunstwereld te persifleren. Als een journaliste, Anne (Elisabeth Moss), Christian vraagt zijn abstracte woorddiarree om te zetten in normale taal, valt hij stil.

Anne jaagt op Christian als seksobject en de verhaallijn over hun relatie is, hoewel goed voor een stuntelige bedscène en een geestige dialoog in het museum, in feite overbodig. Dat het Christian ontbreekt aan ruggengraat hadden we al begrepen uit de scènes waarin hij zich druk maakt om zijn verdwenen telefoon. Dat hij ook in de liefde passief-agressief is, voegt niets toe. Of heeft Östland die zijlijn nodig vanwege Anne’s huisdier, een chimpansee?

The Square

Universele moraal
Östlund neemt veel op de korrel. Mediahysterie, aangejaagd door zielloze (en feitelijk a-creatieve) marketing, veroorzaakt een schandaal dat de museumdirecteur in grotere problemen brengt dan zijn verloren telefoon. Slim weeft de regisseur de thematiek rond immigranten en zwervers als running gag door het verhaal; een zwerfvrouw bedelt met de tekst “Ik heb drie kinderen en diabetes.” Tolerantie strekt tot Tourette-patiënten die met schunnige praat openbare interviews verstoren, dat heet vrijheid van meningsuiting. Bejaarden staan te dansen op de beukende techno van Justice. Ook de muziekselectie zal geen toeval zijn.

Net als in Turist blijken Zweedse kinderen tirannieke monsters. Ook Christians tegenstrever, een jongetje met een niet-Scandinavische achtergrond, lijkt zich onuitstaanbaar te gedragen en staat haaks op de beschaving die Christian personifieert, maar hij heeft geen vierkant nodig om temidden van alle surrealistische gekte een universele moraal uit te dragen.

Dat alles is zeer vermakelijk en raakt enkele open zenuwen van het westerse consumptieparadijs. Östlunds bijtende humor staat haaks op de bloedige ernst waarmee de Fransman Bertrand Bonello in Nocturama de ontzielende werking van het kapitalisme schetst. Maar het absolute hoogtepunt van de film – en wellicht het filmjaar – is het galadiner waarop de zelfgenoegzame winnaars van de maatschappelijke rat race op onnavolgbare wijze een spiegel krijgen voorgehouden. De mens is een aap met smartphone, maar nog steeds een aap.
 

7 november 2017

 
MEER RECENSIES

Snowman, The

*

recensie The Snowman

Nordic noir op zijn bleekst

door Alfred Bos

Een spannend boek laat zich niet zo maar vertalen naar een spannende film. The Snowman bulkt van de sterren, heeft een capabele regisseur en is even ergerlijk als natte sneeuw.

Jo Nesbø is een manusje van alles: econoom, muzikant, verslaggever en bedenker van tv-series, aldus Wikipedia. Maar we kennen hem vooral als auteur van een reeks luchthaven-thrillers rond de gewelddadige alcoholist Harry Hole, die vanwege zijn uitmuntende oplossingspercentage (Harry gaat door roeien en ruiten) door de politie van Oslo wordt getolereerd als moordrechercheur van dienst. Ook in Nederland worden de boeken stuk gelezen.

The Snowman

Harry Hole heeft een donkere ziel. Harteloos opgevoed, weerbarstig in de liefde, behept met een drang naar zelfdestructie. Harry heeft iets te bewijzen, Harry is complex. Vergeleken bij hem is de fictieve Zweedse politiecommissaris Kurt Wallander van Henning Mankell een zachtgekookt ei met een bloeddooier. Daar zien we allemaal weinig van terug in The Snowman, de verfilming van de zevende roman uit de Harry Hole-reeks.

De film is behangen met A-acteurs uit velerlei windstreken en in de regisseursstoel zit Tomas Alfredson, de Zweed die in 2008 de originele vampierfilm Låt den rätte komma in (internationaal bekend geworden als Let The Right One In) afleverde en drie jaar later John le Carré’s ingetogen spionagethriller Tinker Tailor Soldier Spy verdienstelijk verfilmde. Ziet er op papier goed uit. Op het filmdoek helaas niet.

Onduidelijke flashbacks
Probleem is het script. Nesbø is niet vies van knaleffecten en zijn plots zijn, hoe ongeloofwaardig ook, tot vier decimalen achter de komma kloppend in elkaar gestoken. Daar kan de auteur doorgaans zo’n vijfhonderd boekpagina’s de tijd voor nemen en die heeft de regisseur simpelweg niet, want na twee uur moet de film bekeken zijn. Daar gaat de complexe plot, foetsie al het vernuft en de zorgvuldig geplante hints en rode haringen, weg de psychopathologie van de gestoorde moordenaar.

In het boek staat de sneeuwman op de besneeuwde aarde, in de film zweeft hij in de lucht. Dat wil zeggen, de beweegredenen van de seriemoordenaar om echtgenotes met een losse moraal letterlijk een kopje kleiner te maken – iets met een zeldzame erfelijke ziekte, te danken aan een overspelige moeder – zijn platgeslagen tot het jeugdtrauma waarover de proloog bericht. Waarom hij sneeuwpoppen inzet als signatuur blijft volstrekt onduidelijk.

Zoals alles in deze film onduidelijk is en uit de lucht komt vallen. De verhaallijn wordt enkele malen onderbroken door flashbacks die niet direct als flashback zijn te herkennen en de intrige nog onoverzichtelijker maken dan hij al is. The Snowman is een puzzelfilm: het blijft voor de kijker gissen wie wat doet en waarom.

The Snowman

Schroeikoord
Voor de batterij gekende acteurs valt er weinig eer te behalen, ze moeten personages van karton spelen. De Harry Hole van Michael Fassbender is een karikatuur van een binnenvetter. Wat zijn tijdelijke assistente Katrine Bratt (Rebecca Ferguson) en haar afwezige vader, de speurneus Rafto (Val Kilmer) die dertig jaar eerder vergelijkbare moorden onderzocht, in de film doen is volstrekt onduidelijk. Charlotte Gainsbourg heeft als Harry’s ex Rakel de ondankbare taak als emotioneel contrapunt én prooi te fungeren. De geslaagde zakenman  Arve Stop (J.K. Simmons), in het boek een spilfiguur, is gereduceerd tot decor. In een bijrol zien we een onderbenutte Toby Jones. Dito Chloë Sevigny.

Deze Scandinavische thriller is een staaltje kleuren-met-vakjes waarin alleen het moordwapen – een schroeikoord waarmee professionele slachters dieren onthoofden – getuigt van een originele geest. De panoramabeelden van een winters Noorwegen zijn kil bleekblauw en wanneer het spannend moet worden roffelen de trommels. The Snowman is geen noir, eerder asgrauw. Geen idee wat Martin Scorsese heeft gewogen om zich als producer aan deze zeperd te verbinden. Wie een film over verweesde kinderen wil zien, vervoege zich bij Loveless.
 

31 oktober 2017

 
MEER RECENSIES