Shutter Island

Shutter Island:
Duik in de vertroebelde psyche van de moderne man

door Ralph Evers

Martin Scorsese’s Shutter Island kijkt als een metafoor, met subtiele odes aan meesters die Scorsese voorgingen. Daarnaast is de film een belangrijke inspiratiebron voor latere films gebleken. Een duik in de vertroebelde psyche van de moderne man. Let op: dit stuk bevat spoilers!

Een centraal thema in Shutter Island is schizofrenie in de klassieke betekenis. Vanuit het Grieks betekent schizofrenie ‘gespleten geest’. Overigens is de term op dit moment aan veel kritiek onderhevig. Terecht. Schizofrenie is eerder een containerbegrip voor een aantal psychotische aandoeningen. In de volksmond wordt schizofrenie nogal eens verward met de multipele persoonlijkheidsstoornis, waarin mensen meerdere identiteiten hebben, vaak een gevolg van zeer ernstig (psycho)trauma.

Shutter Island

Schizofrenie kent twee fases: de positieve en de negatieve. De positieve fase spreekt het meest tot de verbeelding. Dat is de fase waarin men dingen ziet die er niet zijn, hallucinaties en / of wanen heeft. In de positieve fase is men niet in staat een betekenisvolle gestalt van de wereld te maken. Men vloeit voortdurend samen met alle indrukken die zich aandienen. Wie wel eens psychedelica heeft gebruikt heeft ervaren hoe het is wanneer alle stimuli ongefilterd binnen mogen komen. Wanneer dit fenomeen je overvalt, kom je op de buitenwereld verwarrend over en is het voor jezelf vooral angstig, omdat je geen idee meer hebt waar je aan toe bent. Ternauwernood ga je op zoek naar houvast.

Schokkende waarheid
U.S. Marshall Teddy (Edward) Daniels (Leonardo DiCaprio) heeft een bewogen, traumatische geschiedenis achter de rug. De (historisch getrouwe beelden van de) bevrijding van concentratiekamp Dachau en de schokkende waarheid die hij daar aantrof. Thuis wordt hij geconfronteerd met het verlies van vrouw en kinderen. Beiden heeft hij nooit goed kunnen verwerken. Te gruwelijk om onder ogen te komen schuift hij zijn eigen aandeel af op een ander, Andrew Leaddis.

Martin ScorseseHierin valt een link naar Stanley Kubricks The Shining te maken, met dat verschil dat hier niet de omgeving, maar de persoon zelf bezeten is. In het afwijzen van zijn eigen aandeel wordt de plot complexer. Er is niet ‘slechts’ sprake van een psychose, er treedt ook dissociatie op. Dit is subtiel verwerkt in de omkering in de film. Aanvankelijk lijkt Chuck Aule de collega van Teddy, waarbij hij later de vertrokken behandelaar van Teddy, Sheehan, blijkt te zijn.

De gelaagdheid van Teddy’s trauma’s kennen verschillende metaforen. Het eiland verwijst naar zijn onbereikbaarheid voor anderen. Zijn ergste daden komt hij tegen in Ward C, waar de zwaarste gevallen opgesloten zitten. In het mausoleum biecht hij op een moordenaar te zijn, de slachting van de SS’ers in Dachau was moord (“it wasn’t warfare, it was murder”). Daniels vervolgt: “I’ve had enough of killing”, hetgeen hij zegt tegen zijn collega Aule / Sheehan.

Shakespeare
Drie vrouwen spelen een richtinggevende of plotbepalende rol, vergelijkbaar met de drie heksen uit Macbeth. De eerste is de vrouw die we in het openingsshot haar vinger voor haar mond zien doen. Wees gewaarschuwd: doe er het zwijgen toe of kom je demonen tegen. De tweede is de flashback naar zijn vrouw, de engel die demonisch bleek en de derde is de ontmoeting met Rachel Solando in de grot, die hem zijn waarheid ontvouwt, hem overtuigt dat zij niet gestoord is, maar juist de psychiater.

Hier ontvouwt zich het thema van de omkering. Een dankbaar motief in de horror en thriller, verwijzend naar bijvoorbeeld het duivelse (vgl. diens omgekeerde kruis), het kwaad, of het zich roerende onbewuste. In de droomleer van de psychoanalytici wordt nogal eens opgemerkt dat droomtaal zich vaak bedient van het omgekeerde. De dood staat dan bijvoorbeeld voor een nieuw begin en heeft daarmee een heel andere lading dan in onze wakkere wereld.

De worsteling van Daniels is om in het reine te komen met zijn verleden. Daarvoor heeft hij zijn eigen aandeel, zijn eigen verschrikkingen onder ogen te zien. In de ontknoping van de film wordt dan ook de omkering teruggedraaid: Teddy Daniels is Andrew Leaddis.

Shutter Island

Omkering
Wederom een subtiele hint, ditmaal naar Hitchcock. In Psycho verwijst het huis naar de bekende theorie van Freud van het onbewuste. De kelder is het Id, waar onze driften leven. De begane grond, het ego, waar we ons masker van sociale wenselijkheid dragen. Op de bovenverdieping huist ons superego, ons geweten. We leren al gauw dat Norman Bates een gebrekkig geweten heeft.

Eenzelfde analogie valt te maken met de vuurtoren in Shutter Island. De zee eromheen is het onstuimige driftleven. In zijn klim omhoog, ontmoet de protagonist bovenin, waar het licht de schepen van onheil redt, zijn behandelaars. In een ‘helder licht’ ontwaakt het besef naar de eigenlijke Daniels. Hier wordt duidelijk dat zijn collega Chuck Aule zijn behandelaar Sheehan is.

Om dan bij mijn laatste omkering te komen: Shutter Island is een omkering: van Truths / Denial, of ‘Truth and Lies’. Daarbij valt voor shutters op te merken dat ze slechts een gefragmenteerde kijk op de wereld geeft. Bovenin de vuurtoren komt hij de afschuwelijke werkelijkheid rondom het verlies van vrouw en kinderen tegen. Eenmaal op begane grond, komt zijn sociaal wenselijke ego, die fantastische verhalen (‘lies’ en ‘denials’) bedenkt om zichzelf staande te houden weer opzetten. De naald, de vuurtoren, de psychiater en de onheilspellende soundtrack doen lobotomie vermoeden.

 

24 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE
 
 
MEER ESSAYS

Sage Femme

****

recensie Sage Femme

Hobbelige weg naar verzoening

door Cor Oliemeulen

Béatrice heeft altijd groots en meeslepend geleefd. Elke druppel plezier probeerde ze uit het leven te persen, maar nu is ze ziek. Het Franse drama Sage Femme gaat over de moeizame relatie tussen vroedvrouw Claire en de voormalige geliefde van haar vader. Je ziet maar een paar keer per jaar twee voorbeeldig acterende hoofdrolspeelsters samen in een film.

Als fan van Catherine Deneuve kijk je altijd reikhalzend uit naar haar nieuwe film. De inmiddels 73-jarige grande dame van de Franse cinema heeft allang de magische grens van honderd speelfilms overschreden en wil nog lang niet van stoppen weten. Haar vorige productie, Le cancre, schopte het niet tot de Nederlandse bioscopen, echter in de drie films daarvoor – 3 Coeurs, La tête haute en Le tout nouveau testament – was ze nog te bewonderen als toonbeeld voor hordes actrices die ook de artistieke top willen bereiken.

Sage Femme

Immer beminnelijke diva
Niet alle films met Catherine Deneuve zijn even geslaagd, maar de immer beminnelijke diva blijft intrigeren. In het begin van haar carrière vaak gecast als frigide femme fatale – zoals in de klassiekers Repulsion (1965) en Belle de Jour (1967) – zie je haar de laatste decennia vaak als openhartige, door de wol geverfde, moeder(figuur). Het klassieke blonde kapsel en de sigaret zijn bijna al die jaren onafscheidelijk gebleven. Ook in Sage Femme, waarin Deneuve de rol van Béatrice op grootse wijze gestalte geeft en zich geenszins laat hinderen door enkele ongeloofwaardigheden in het plot.

En dan is er nog Catherine Frot. Internationaal bekend geworden door La tourneuse de pages (2006) en excellerend in haar vorige speelfilm Marguerite (2015), speelt zij als vroedvrouw de titelrol. Claire is de 49-jarige alleenstaande moeder van een zoon die medicijnen studeert en werkt met hart en ziel in de bevallingskliniek die wegens veroudering en te weinig winst dreigt te worden gesloten. Claire weigert een baan in de nieuwe ‘babyfabriek’ en noemt zich liever vroedvrouw (sage femme) dan verloskundige.

Sage Femme

Tegenpolen
We zien hoe Claire pasgeboren baby’s in de armen van hun moeders legt, hoe zij geboortecomplicaties oplost en een enkele keer het kind niet kan redden. Pas in haar volkstuin komt ze geheel tot rust. Haar routineuze leventje en de sereniteit maken plaats voor agitatie en onrust  vanaf de dag dat Claire een bericht van Béatrice ontvangt. Meer dan dertig jaar geleden hadden ze een goede band, echter Béatrice vertrok plotseling uit Claires leven. Terwijl nu bijna alle voorspoed uit het leven van Béatrice is verdwenen, is het aan Claire om over haar pijn heen te stappen. De weg naar verzoening is hobbelig, maar krijgt langzaam vorm door drama, humor, ontroering en empathie.

Martin Provost staat bekend als regisseur van drama’s over vrouwen, zoals Séraphine (over het leven van de gelijknamige Franse schilderes, 2008) en Violette (over de vriendschap tussen uitgeefster/schrijfster Violette Leduc en haar beroemde collega Simone de Beauvoir, 2013). Ditmaal geen biografisch drama maar een persoonlijke geschiedenis over spijt en vergeving, over het volgen van je hart en de cyclus van het leven. Een hartverwarmend verhaal over hoe het koesteren van een gemeenschappelijke liefde twee tegenpolen bij elkaar kan brengen.
 

19 juni 2017

 
MEER RECENSIES

Souvenir

***

recensie Souvenir

Herrezen uit de as

door Cor Oliemeulen

Isabelle Huppert is een eeuwig durende fascinatie. In Souvenir speelt ze een vijftigster die na een mislukte zangcarrière wegkwijnt in een vleesfabriek en door een ambitieuze bokser uit haar monotone bestaan wordt gesleurd.

Wat zou er toch zijn gebeurd met al die deelnemers aan het Eurovisie Songfestival? Slechts een enkeling weet zich na deze jaarlijkse hysterie te onttrekken aan de vergetelheid, maar de meeste deelnemers wacht een triest lot. Zo ook Lilian (Isabelle Huppert), die volgens de mythe van Souvenir zo’n dertig jaar geleden onder haar artiestennaam Laura op de tweede plaats eindigde achter Abba, maar die hadden volgens sommigen alleen maar gewonnen door een corrupte jury. Terwijl de leden van de Zweedse popgroep kunnen bogen op tientallen wereldhits en alleen nog maar voor hun plezier hoefden te werken, is Lilian veroordeeld tot het decoreren van bakken paté in een vleesfabriek.

Souvenir

Lillian/Laura
Lilian heeft haar redenen om het verleden te willen vergeten. Aan de lopende band in de fabriek heeft ze nauwelijks contact en ’s avonds thuis trekt ze de gordijnen dicht, verscholen achter de televisie en een fles drank. De komst van de nieuwe, veel jongere collega Jean (Kévin Azaïs) zet haar saaie leventje op zijn kop. Hij herkent onmiddellijk de songfestivalkandidaat van weleer, want zijn vader is altijd verliefd gebleven op de zangeres Laura en dat mag de hele familie weten. Jean haalt Lilian over om eenmalig op te treden tijdens een feest op zijn boksschool, en van het een komt het ander.

De Vlaamse regisseur Bavo Defurne (die eerder furore maakte op Gay & Lesbian Festivals) gooit het – hoewel het fenomeen songfestival onder homo’s erg populair is – ditmaal over een heel andere boeg. Souvenir is een feelgoodfilm over een vereenzaamde oudere vrouw met vervlogen dromen die zich weet op te trekken aan de oprechte aandacht van een twintiger. Een bijna kinderlijk eenvoudig verhaal over hoop en een onmogelijke liefde. Sfeervol gefilmd door de kleuren die de verschillende stemmingen symboliseren, subtiel gemonteerd en sterk geacteerd, met de nadruk op kleine gebaren en veelzeggende blikken. De beelden zijn belangrijker dan de woorden.

Souvenir

Huppert
Met Isabelle Huppert in de hoofdrol kan weinig misgaan. Pas sinds Elle van Paul Verhoeven doorgebroken voor het grote publiek, zal de nieuwe schare fans vast ook kunnen genieten van haar weinig opdringerige, maar o zo solide spel in dit kleine komische drama. Zingen doet de rossige Française zelf in Souvenir. Geen probleem, want om hoog te scoren bij het Eurovisie Songfestival hoef je natuurlijk niet per definitie een dijk van een stem te hebben. Een bedeesde charmante verschijning in een mooie jurk kan ook de juiste snaar raken. De soundtrack van de Amerikaanse band Pink Martini sluit naadloos aan bij Laura’s ingehouden chansons.

Ook Kévin Azaïs met zijn open, sympathieke uitstraling is sterk gecast. Zijn talent werd twee jaar geleden al opgemerkt in Les combattants waarin ook zijn tegenspeelster Adèle Haenel (later te zien in Les ogres en La fille inconnu) zonder al teveel fratsen van het scherm spatte. Ook de bijrollen in Souvenir zijn prima verzorgd, zoals Jan Hammenecker als Joe’s vader, die trots is dat zijn zoon het hart van de zangeres heeft veroverd, en Johan Leysen als Lillian’s ex-man, die zijn eigen motieven voor een comeback heeft. Warme, authentieke prent zonder poespas.
 

28 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Sami Blood

****

recensie Sami Blood

Rendiermeisje gooit haar ketenen af

door Cor Oliemeulen

Als je langzaam volwassen wordt kan de cultuur waarin je opgroeit verstikkend werken. Zeker als jouw volk wordt geteisterd door vooroordelen en minachting van de maatschappij. Het Zweedse drama Sami Blood bewijst dat niet alleen thrillers uit Scandinavië goed kunnen zijn.

Ze mogen dan al ontelbare generaties in Lapland wonen, maar de naam Lap beschouwen ze als een belediging. Traditioneel leefden de Sami, zoals ze liever worden genoemd, als nomaden die de rendieren in hun jaarlijkse voedseltrek volgden. Maar de tijden veranderden en de laatste eeuwen vestigden steeds meer Sami zich op vaste plekken als visser, landbouwer of zelfs ondernemer. Werkelijk deel uitmaken van de Scandinavische samenleving bleef lange tijd een probleem. De behandeling van het Sami-volk vormt volgens regisseur Amanda Kernell (half Sami, half Zweeds) een zwarte bladzijde in de recente Zweedse geschiedenis.

Sami Blood

Internaat
Haar speelfilmdebuut Sami Blood is een stijlvol gefotografeerde, meeslepende coming af age over het veertienjarig meisje Elle Marja dat wil breken met haar volk. In de jaren dertig van de vorige eeuw woont zij met haar gezinnetje in de ongerepte natuur en de tijd breekt aan dat zij de zorg voor een eigen rendier op zich gaat nemen. Dat vooruitzicht en haar verplichte verblijf op een internaat veroorzaakt een gevoel van beklemming. Het lijkt een kwestie van tijd dat Elle Marja de ketenen van zich zal afgooien om haar geluk, vrijheid en idealen buiten de Sami-gemeenschap te gaan zoeken.

Maar zo gemakkelijk is dat niet, want voor beide werelden valt wat te zeggen, en je familie en je cultuur achterlaten doe je niet zomaar. Amanda Kernell weet dat uit eigen ervaring, omdat veel van haar familieleden uit vorige generaties voor diezelfde keuze stonden. Het mooie van Sami Blood is dat de filmmaakster geen partij kiest: er is begrip voor degene die het traditionele afzweert en respect voor de oude cultuur die nog is verstoken van modern verval. Maar de keuze is onverbiddelijk, het is de ene levenswijze of de andere.

Wijde wereld
Die botsing van culturen vormt dan ook de rode draad van het drama. Elle Marja zit samen met haar jonge zusje in een internaat waar ze door een strenge Zweedse juffrouw worden onderricht en gedrild. De meisjes mogen niet langer hun eigen taal spreken en de dokter meet hun schedels, fotografeert hen naakt, alsof de Sami een volstrekt achterlijk volk is. Als Elle Marja zegt dat ze wil gaan studeren, ondervindt ze tegenwerking van de juf die weigert het vereiste document te ondertekenen. Zij vindt dat Lappen te weinig hersencapaciteit hebben om te kunnen studeren.

Sami Blood

Ook buiten het internaat stuit het ambitieuze pubermeisje op weerstand. Nadat een groepje jongens in het bos zich discriminerend over haar uit heeft gelaten, barst de bom. Het voorval mondt uit in een tragische aanvaring waarin Elle Marja wordt bejegend als ware zij een rendier. Het leidt tot de dag waarop ze stiekem een andere jurk aantrekt en haar traditionele kleding verbrandt. Elle Marja vlucht, noemt zich voortaan Christina en ontmoet een jonge, welgestelde student.

Tijdens het onverbiddelijke afscheid van haar familie en de moeizame ontdekkingstocht in een nieuwe wereld zit de camera bijna voortdurend dicht op haar huid, regelmatig confronterend en aangrijpend – gesteund door de energieke verschijning van nieuweling Lene Cecilia Sparrok.
 

8 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Song to Song

***

recensie Song to Song

Draaien rond het niets

door Alfred Bos

Met Song to Song voltooit Terrence Malick zijn ‘relatie-trilogie’. Het is dezelfde film als zijn voorgaande, Knight of Cups, maar dan over een driehoeksverhouding in het muziekmilieu van Austin. En met een mislukte geluidsband.

Voelt Terrence Malick de adem van Magere Hein langs zijn wangen strijken of laait in de herfst van zijn filmloopbaan de inspiratie op tot een uitslaande brand? Sinds het lang verloren gewaande wonderkind van de Amerikaanse cinema in 2011 zijn ‘kosmische manifest’ The Tree of Life (van de oerknal tot het hier en nu in 139 beeldschone minuten) op de wereld losliet is de man niet te stuiten.

Song to Song

Zijn nieuwe, Song to Song, is zijn vierde speelfilm in zes jaar tijd. Bovendien voltooide hij een documentaire die aansluit op het filosofische The Tree of Life – Voyage of Time: Life’s Journey, met commentaarstem van Malick-getrouwe, Cate Blanchett – en is zijn komende film, zijn negende, bijna gereed voor roulatie. Dat wordt het in Europa gedraaide Radegund, met Matthias Schoenaerts als Oostenrijkse herder die weigert zich met de nazi’s te encaillaneren.

Aldus produceerde Malick in luttele jaren meer films dan in de dik dertig jaar tussen zijn verbluffende debuut Badlands (1973) en het bejubelde The New World (2005), dat geldt als een van de beste films van de afgelopen decennium en zijn terugkeer naar de cinema verzekerde. Maar is meer ook beter?

Relatie-trilogie
Song to Song is de derde film op rij in de volkomen unieke filmtaal die Malick in rudimentaire vorm introduceerde met The Tree of Life: geen directe dialogen maar voice-overs met poëtische overpeinzingen en vragen over het leven; briljante cinematografie; geen duidelijke handeling of verhaal, maar een reeks impressionistisch gemonteerde scènes die improviserend tot stand zijn gekomen; stemmige orkestmuziek – doorgaans Duits romantisch dan wel Frans impressionistisch – op de geluidsband. Binnen dertig seconden weet je: ik zit naar een Terrence Malick te kijken.

Met To the Wonder (2012) en Knight of Cups (2015) vormt Song to Song ook qua thematiek een drieluik: je zou het de ‘relatie-trilogie’ kunnen noemen. In To the Wonder staat een jong getrouwd stel in Oklahoma centraal; in Knight of Cups de vader-zoonrelatie van een succesvolle maar spiritueel lege filmproducer in Los Angeles. En in Song to Song draait het om een driehoeksrelatie met het muziekmilieu van Austin als achtergrond.

Acteurs van reputatie staan in de rij om met Malick te kunnen werken en met de liefdesdriehoek van Song to Song komen ditmaal drie acteurs aan hun trekken. Rooney Mara vertolkt de beginnende muzikante Faye. Ze ontmoet op een riant maar loos artiestenfeest aan het zwembad van een postmodernistische villa BV (Ryan Gosling), een muzikant die op punt van doorbreken staat; ze beginnen een relatie. Maar dan is er ook de geslaagde platenproducer Cook (Michael Fassbender), toonbeeld van branie en bluf, die zich voor de carrière van Faye, onzeker over haar identiteit, wil inzetten in ruil voor seksuele gunsten.

Dezelfde film
Setting en personages wijken af, maar in de grond van de zaak is Song to Song dezelfde film als zijn voorganger Knight of Cups, alleen dan minder geslaagd. Hetzelfde om elkaar heen draaien van de personages, hetzelfde gefrunnik aan stoeipoezen, dezelfde bête feestjes, en dezelfde protserige interieurs, hetzelfde afwijkende camerawerk en dezelfde (quasi)diepzinnige overpeinzingen als voice-over. Omdat de film drie hoofdpersonen telt, heeft Song to Song meer dialoog. Maar ook die draaien rondjes rond—is het de hete brij of een gat, de leegte van het bestaan?

Mara is geknipt voor de rol van de muizige muzikante met faalangst. Fassbender daarentegen maakt van de charmante bruut Cook een karikatuur. De held van het trio hoofdrollen is Ryan Gosling, wiens intelligentie en charisma menige stuurloze scène van verveling redden. In de bijrollen zien we Val Kilmer (gemodelleerd op rockster Gregg Allman), Natalie Portman (die zo ongeregeld opduikt dat ze er eigenlijk niet is), de onvermijdelijke Cate Blanchett (als MILF die voor Goslings BV valt) en de Zweedse singer-songwriter Lykke Li als de muzikante Lykke, zichzelf dus.

Song to Song

Gekende rocksterren als Iggy Pop, Johnny Lydon en Red Hot Chili Peppers spelen eveneens zichzelf in cameo’s. Een glansrol vervult veterane Patti Smith, die zich als een moederkloek ontfermt over Faye en haar van advies voorziet door over haar leven te vertellen. Die scènes, eveneens geïmproviseerd, behoren tot de beste van de film. Daar komt hij even tot leven.

Verknipte geluidsband
Malicks afwijkende en idiosyncratische filmvorm is na To the Wonder en Knight of Cups bijna een formule geworden en het trekt Song to Song naar de geeuwzone. De mooifilmerij van Malicks vaste cameraman Emmanuel Lubezki begint, hoe is het mogelijk, te irriteren en met voice-overs als ‘Mercy was just a word. I never thought I needed it’ vul je poesiealbums, geen Malick-films.

Maar het grootste verschil met het geslaagde Knight of Cups – en hét manco van Song to Song – is de geluidsband. Daarop schuiven orkestmuziek (Debussy, Mahler, Ravel, Arvo Pärt) en pop (van de sixties-rock & roll van Del Shannon tot de rave-rap van Die Antwoord) volstrekt willekeurig in en uit het audiobeeld, alsof een baby aan de knop van een iPod draait. Van song to song inderdaad, zonder bedoeling. De filmposter zegt het allemaal in één beeld: in het midden van een vinylplaat zit—een gat.
 

2 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Skins

Bizarre Spaanse film Skins kan cultstatus tegemoet zien
Freaks zijn ook mensen met gevoelens en verlangens

door Cor Oliemeulen

De Spaanse film Skins is één van de opvallendste verschijningen tijdens het toch al zo fantasierijke Imagine Filmfestival in Amsterdam. Het is een tragikomische beproeving waarin bizarre, afstotelijke en smakeloze personages het hart van de toeschouwer proberen te winnen. Een mozaïek dat laveert tussen melodrama en kolder. Gedurfd en origineel voor de één, vulgair en weerzinwekkend voor de ander.

Het begrip freak is onderhevig aan de tijd. Volgens woordenboeken is een freak: een apart persoon, een enthousiast liefhebber of een rare knakker. Soms wordt de persoon in kwestie geassocieerd met ongewenst sociaal of seksueel gedrag, drugsgebruik en homofilie. Frank Zappa hanteerde bij het uitbrengen van zijn dubbelalbum ‘Freaking Out’ in 1966 misschien wel de mooiste definitie: ‘Iemand die afwijkt van de voorgeschreven standaard van denken, kleding en sociaal gedrag om zich creatief te kunnen uiten.’

Freaks als circusattractie
Er was een tijd dat misvormde en mismaakte mensen freaks werden genoemd en een circusattractie waren. Het bekendste voorbeeld is de film Freaks uit 1932 van Tod Browning, die een jaar eerder Dracula had gedraaid. Freaks op het witte doek bleken een andere uitwerking te hebben op het publiek dan freaks in een rondreizend circus. Het was volstrekt nieuw dat lichamelijk gehandicapten zélf de rollen speelden. Nadat filmmaatschappij MGM voor de première het testpubliek had gechoqueerd, werd de film drastisch ingekort en werd het bedrijf zelfs voor de rechter gesleept door een vrouw die beweerde dat ze door het kijken naar Freaks een miskraam had gekregen.

Naast degenslikkers en vuurspuwers bestaat de cast van Freaks uit dwergen, pinheads, interseksuelen, een Siamese tweeling, mensen met handicaps of zonder ledematen, alsook figuranten met afwijkingen en ziektes die we tegenwoordig nog nauwelijks zien, of willen zien. Freaks is een combinatie van drama, documentaire, arthouse en horror. Het verhaal gaat over een ‘normale’ trapezeartieste die het heeft gemunt op het fortuin van een dwerg. Ze wil met hem trouwen, hem vermoorden en dan het geld delen met Hercules, de sterke man van het circus op wie ze echt verliefd is.

Freaks is door het aanzienlijke gedrochtengehalte jarenlang in veel landen verboden geweest, maar na de hernieuwde première op het filmfestival van Cannes in 1962 uitgegroeid tot een echte cultfilm. Misschien omdat de freaks in latere tijd minder als onvolwaardige mensen werden beschouwd en meer identificatie opleverden, omdat zij meedogenloos wraak nemen op de trapezeartieste, die daardoor in de film overigens zelf eindigt als….freak. Onvoorwaardelijke compassie voor een freak krijg je zeker in The Elephant Man (1980) van David Lynch met John Hurt als de misvormde Joseph Merrick.

Mededogen met mismaakte personen
Skins
(originele titel is Pieles) is verre van biografisch en uit heel ander hout gesneden, maar wil eveneens mededogen met mismaakte personages opwekken. De Spaanse cultregisseur Álex de la Iglesia, die de film produceerde, strikte Eduardo Casanova als regisseur. De producer zegt het volgende over de grilligheid van zijn pas 26-jarige landgenoot, in eigen land vooral bekend als tv-acteur: “Eduardo is een mix van een heleboel mensen in één persoon. Hij is een mengeling van haat, wraak, woede en zoetheid. Een porseleinen pop in een horrorfilm. Hij is Chucky en The Bride of Chucky tegelijkertijd. Hij is zélf een filmkarakter.”

Desalniettemin speelt Casanova zelf niet in zijn speelfilmdebuut. Wel het uiterst buitenissige personage Samantha, die eerder was te zien in zijn ruim drie minuten durende Eat My Shit (2015). Zij is geboren met een omgekeerd digestief systeem: op de plaats waar normaal je mond zit, zit bij haar de anus. En waar je anus behoort te zitten, zit bij Samantha haar mond. Het is een idee dat je misschien eerder bij de heerlijke nonsens van South Park zou aantreffen, maar in Casanova’s wereld staat Samantha voor de ultieme lichamelijke misvorming. Zo goor als Eat My Shit eindigt, wordt het gelukkig niet in Skins, maar zij is wel het personage dat de meeste walging oproept.

Tegelijkertijd fascineert Samantha enkele personen die flink opgewonden raken van haar verschijning. Maar dat ze door de maatschappij als afstotelijk wordt beschouwd, blijkt als ze een selfie op Instagram plaatst. Binnen no-time krijgt ze een berichtje met de mededeling dat haar post is verwijderd, omdat die ’tegen de richtlijnen’ is. Eduardo Casanova relativeert raak met de nodige humor. Zo leren we bijvoorbeeld hoe Samantha kippensoep moet eten. En hoe het bij haar werkt als ze op haar verjaardag kaarsjes mag uitblazen. Menig kijker zal na een tijdje ook compassie voor Samantha voelen. Want zij is immers, hoe afstotelijk dan ook, een mens. Een mens met een innerlijk, met gedachten en gevoelens, net als alle andere personages in Skins.

Hoer zonder ogen
Zo passeert Laura het rariteitenkabinet. Laura is mooi, kan mooi zingen, maar ze heeft geen ogen. Ze werkt als prostituee voor klanten die blij zijn dat zij hen niet kan zien. Het zijn de freaks die bij Laura seksueel aan hun trekken proberen te komen.

De zwangere dwerg Vanessa is pas populair vanaf het moment dat zij in een pak wordt gehesen en furore maakt als het roze beertje Pinkoo in een tv-show voor kinderen.

Christian snijdt met een mes in zijn benen, want die benen zijn niet van hem. Hij wil het liefst een zeemeermin worden, want ‘zeemeerminnen hebben geen benen, maar zijn toch gelukkig’.

En wat de denken van Ana, die een grote tumor op de helft van haar gezicht heeft. “Je valt alleen op mijn uiterlijk”, verwijt zij Ernesto, die slechts opgewonden kan raken van misvormde vrouwen. Het is een prachtig voorbeeld van de ironie in Skins.

Alle personages maken van Skins een ongemakkelijke film. Bizar, maar tegelijkertijd ontroerend en vertederend. Soms met onverwachte wendingen. Zo kan een melodramatische scène – vaak ondersteund door melige popdeuntjes uit de jaren 70 – zomaar uitmonden in tragikomische kolder. Het doet meer dan eens denken aan het werk van The Pope of Trash, John Waters, die opviel door een combinatie van kitsch, goorheid en excentrieke taferelen met meer dan eens corpulente, halfblote vrouwen.

Inspiratiebronnen
De kleuren en gestileerde kaders van Skins zouden zomaar kunnen zijn afgekeken van Wes Anderson’s The Grand Budapest Hotel. De vormgeving lijkt ook direct geïnspireerd op het Franse duo Pierre et Gilles, bekend van barokke fotografische creaties met levendige kleuren. Uiterst gestileerde combinaties van foto’s en schilderijen die zich bewegen tussen fantasie en werkelijkheid, kunst en kitsch, en omstreden vanwege de naakte, provocatieve poses.

Niet alleen het typisch Spaanse melodrama van Pedro Almodóvar zien we terug in Skins, maar vooral de veelal kitschachtige kleuren in diens vroegere werk. Eduardo Casanova gebruikt vooral pastelkleuren. We zien voornamelijk roze en paars, wat fungeert als een functioneel, zoet contrast met de schokkende verschijningen van de personages.

Qua narratieve structuur is Skins te vergelijken met de ensemblefilm Happiness (1998): veel personages in meerdere verhaallijnen die uiteindelijk allemaal met elkaar te maken hebben. Ook in deze inktzwarte satire van Todd Solondz zien we voornamelijk verdrietige mensen. Echter hier vind je geen spoor van fysiek gehandicapten, maar van losers, nerds en perverse lieden. Zoals de pedofiele vader die twee vriendjes van zijn zoontje verkracht en het personage van Philip Seymour Hoffman dat zo verlegen én gefrustreerd is, dat hij vrouwen in zijn omgeving belt om ze onder een lading seksuele grofheid te bedekken.

Ook in Skins zijn de mensen diep van binnen eenzaam en hunkeren zij naar aandacht. En tegelijkertijd kun je soms enorm lachen om die ongelooflijke triestheid van het bestaan, het relativeren en de zelfspot. Ondanks de controversiële aanpak vertelt deze krankzinnige film een coherent verhaal over verlangens, idealen en dromen. Boodschap: hoe we er van de buitenkant ook uit mogen zien, onder die huid zijn we misschien wel allemaal freaks. Vooral de mensen die er van de buitenkant ‘normaal’ uitzien.
 

16 april 2017

 

 

Skins

 
Lees ook: Boek over Spaanse cinema

Space Between Us, The

**

recensie The Space Between Us

Advies: bewaar voldoende afstand

door Wim Meijer

De young adult-film The Space Between Us is gek genoeg niet gebaseerd op een boek. Is het dan wellicht beter dan alle YA-zooi die dat wél is? Helaas, dames en heren. Helaas.

Het is het jaar 2018. De Magallan 61 vliegt naar Mars. Nathaniel Shepard (Gary Oldmans personage dat losjes gebaseerd is op Elon Tusk) kondigt het vertrek op typisch Amerikaanse wijze aan en zet de astronauten weg als helden nog voor ze vertrokken zijn. Hij is het brein achter de terraforming op Mars. Na een korte persconferentie waarin we kennis maken met de charismatische astronaut Sarah Elliot (Janet Montgomery) vertrekt de Magallan 61. Er is echter een complicatie. Na twee maanden ruimtevaart blijkt Sarah zwanger.

The Space Between Us

Aardige premisse
Gardner Elliot (Asa Butterfield, met z’n signature glazige blik die op oneindig staat) ziet het levenslicht op Mars. Zijn moeder overleeft de bevalling niet. Op zich een aardige premisse, want wat moet de NASA met Gardner doen? Iemand die vanaf zijn geboorte leeft op Mars – of op andere plekken met minder zwaartekracht dan hier – krijgt broze botten en andere afwijkingen. Gardner kan niet zomaar terug naar de Aarde. Hij zal dus op Mars moeten blijven. Gardner mist echter zijn biologische moeder, verlangt naar de Aarde en wil zijn vader zoeken. Zijn enige contact daar is Tulsa (de speels acterende Britt Robertson) met wie hij af en toe videochat.

Al snel denk je: ‘Was het maar gebaseerd op een boek.’ Dan hadden we in ieder geval in potentie kunnen kijken naar uitgediepte personages, een zorgvuldig uitgedacht plot of een meeslepend drama. Of je kunnen irriteren aan hoe goed het boek is. The Space Between Us is gebaseerd op een treatment. Zeg maar twee A4’tjes met een plot en wat wendingen. Iets dat je dient uit te werken. En dat is niet gebeurd, kunnen we wel vaststellen. Scenarist Allan Loeb (21, Collateral Beauty) rijgt het ene na het andere onrealistische voorval aan elkaar zonder ook maar enige verklaring ergens voor te geven. Hij doet dit alles in ongecontroleerd tempo, hetgeen de kijker onbedoeld verrast.

Twee voorbeeldjes. In het intro verkondigt de film simpelweg dat we naar Mars reizen. Over een jaar dus, in 2018. Hoe we uiteindelijk in staat zijn op Mars te leven? ‘Just add water!’, scandeert het publiek tijdens Shepards persconferentie. Oké, duidelijk. Ander voorbeeld. Iemand wordt het ziekenhuis binnengebracht in zo’n typische ER-ren-door-de-gangen-scène waarna de arts roept: ‘I need a scan!’ Ben jij even blij dat je net het enige ziekenhuis in Amerika bent binnengereden waar ze maar één scan doen op de eerste hulp.

The Space Between Us

In het luchtledige
Het gebrek aan realisme speelt de film parten. Zestienjarigen vliegen rond in vliegtuigen, stelen auto’s met iPhone-apps en programmeren een robot alsof ze Anakin Skywalker zijn. Chronologisch klopt de film van geen kanten, met enorme plotgaten die zich met name uiten in de achtervolgingsscènes met helikopters. En zo kan je nog wel even door gaan.

Maar de bottom line is: The Space Between Us komt maar niet van de grond. Zelfs nadat alle extra stuwraketten zijn opgebruikt in de vorm van bombastische rockmuziek van de Crystal Fighters blijft de film in het luchtledige hangen. En dat is jammer, want kijk bijvoorbeeld The Martian en je ziet hoe het ook kan. Realistisch? Nou, dat ‘I’m gonna have to science the shit out of this’ moet je niet te serieus nemen. Vermakelijk? Zeker weten. Iets dat niet geldt voor The Space Between Us.
 

21 februari 2017

 
MEER RECENSIES

Sieranevada

****

recensie Sieranevada

Een choreografie van kamers en deuren

door Bob van der Sterre

Een man is overleden. De nabestaanden komen ruim een maand later bijeen in het huisje van de weduwe om te herdenken en samen te eten. Het is er klein en krap en iedereen loopt elkaar flink in de weg.

De dag begint met Lary, arts, die met zijn vrouw naar de herdenking van zijn vader rijdt. In de auto kletsen ze over een vakantie. ‘Ik wil niet naar Griekenland, dat is net als werk.’

Ze komen aan bij het flatje. Het is er krap en chaotisch. Iedereen is hongerig. Maar de priester laat op zich wachten.

Sieranevada

Ondertussen leren wij de kleurrijke leden van de familie kennen, die aldoor van links naar rechts en van rechts naar links lopen, als een choreografie van kamers en deuren. Zoals oma, die in de keuken alle communistische stoplappen weer eens van stal haalt (‘Maar er was wel gratis medische zorg!’). Haar snel gestreste dochter die ervan gaat huilen. Haar man, die de Charlie Hebdo-moorden ter sprake brengt. Sabi, die graag filosofeert over ‘9/11 was an inside job’. De weduwe die nogal wat redenen heeft om ontevreden te zijn.

Een dronken vriendin van iemand komt binnen (‘Ze is toch geen junkie?’). Een vrouw die aldoor naar de Carrefoursupermarkt wil. De bel blijft gaan. Weer een familielid. De ene heeft pech met de metro, de ander had te maken met een vechtpartij. Dan komt eindelijk de priester binnen en kan het eten beginnen.

Niet voor de ongeduldigen
Christi Puiu’s films zijn niet voor ongeduldigen. Wie in staat is om niet af te haken tijdens het saaie eerste half uur, wordt langzaamaan in de film gezogen. Een typische mozaïekfilm die in zijn overgangen van de ene scène naar de andere doet denken aan de observaties van Robert Altman.

Terloopsheid is hier alles, net als in de vorige twee films van Puiu, The Death of Mr. Lazarescu en Aurora. Met bijna drie uur vestigt Sieranevada geen persoonlijk record (Aurora duurde iets langer dan drie uur) maar het scheelt weinig. De film zal heel wat mensen die geen idee hebben waar ze heengaan hoofdpijn geven.

Puiu’s films zijn eigenlijk geen films meer in de traditionele zin des woords. Meer antispeelfilms. Er is geen enkel ‘mooi’ bedoeld shot in te vinden. Lelijke shots ook niet. Dramatische spanningsbogen zijn over de schutting geslingerd. Acteren lijkt hier ook niet meer van toepassing. Het is zo sober als een documentaire.

Die link met documentaires is niet ontoevallig. De camera staat er maar in die gang van het claustrofobische huisje en registreert praktisch alles rondom deze herdenking. Die gebeurtenissen zijn net zo willekeurig als je in het echte leven zou zien. Het lijkt wel realtime. Heel af en toe zijn er cuts maar alleen wanneer het strikt noodzakelijk was. Daarmee doet de film denken aan de stijl van bijvoorbeeld Victoria (die was tenminste echt realtime).

Sieranevada

Subtiele rode draad
Ondanks zijn lengte is de film nergens vervelend om naar te kijken. Er zijn voortdurend pratende mensen in beeld. En die doen dat heel natuurlijk. De film is ook concreter dan je aanvankelijk denkt. De Roemeense samenleving, rol van familie, communisme, religie en psychologische schetsen passeren allemaal even terloops de revue.

Plots duikt de supersubtiele rode draad tussen dit alles op: leugens. Geen karakter dat gespaard blijft. Automatisch gaan je gedachten naar Festen, de klassieker in dit genre.

Het is ook allemaal niet zo dramatisch, chaotisch, clichématig of hoog van de toren blazend. Arthouse op zijn meest minimalistisch lees je wel eens over Puiu’s films. Maar je mist het gevoel van het emotionele effectbejag van de standaard filmhuisfilms. Er druipt ook iets meer sarcasme en spot door de film heen dan bij die filmhuisfilms. Wel erg verdund, dat wel.

Maar is het echt goed? Is dit een aanrader? Een worsteling om een oordeel te vellen omdat de film zo ver buiten de normale standaarden valt. Hoe hoog scoort de film op de schaal van entertainment?

Het lijkt eigenlijk alleen op andere films van Puiu. Zijn The death of Mr. Lazarescu valt bijna niet te overtreffen. Zwarte humor op zijn best. Een oude man gaat van ziekenhuis naar ziekenhuis om een plekje te vinden. Het lukt nergens. Met opmerkingen als: ‘Ik kan hem ook meteen naar het crematorium brengen. Hij zegt toch al dat hij het koud heeft.’ En: ‘Zag je die mensen? Dat zijn nou noodgevallen.’ Van Aurora kun je je de hele drie uur uitzitten, of je beperken tot de trailer, een formidabel stukje cinema van twee minuten. En Sieranevada zit daar ergens tussenin. Te neutraal om echt lief te hebben, te origineel om boos op te worden.
 

19 februari 2017

 
MEER RECENSIES

Silence

****

recensie Silence

Mens vraagt, God zwijgt

door Alfred Bos

Martin Scorseses langverwachte film over twee jonge Portugese missionarissen die in het Japan van de zeventiende eeuw op zoek gaan naar hun verdwenen mentor. Hun geloof wordt tot het uiterste beproefd.

Als tiener wilde Martin Scorsese priester worden, maar de liefde voor de cinema won het van de liefde voor God. Maar oude liefde roest niet en Silence is Scorseses derde speelfilm – na The Last Temptation of Christ (1988) en Kundun (1997) – waarin geloof, en de beproeving van geloof, expliciet de hoofdrol speelt. De film is gesitueerd in het feodale Japan van de eerste helft van de zeventiende eeuw. Daar worden christenen, na decennia lang te zijn getolereerd, door de zittende shogun met harde hand vervolgd.

De openingsscène zet de toon. In een desolaat oord met hete bronnen kunnen christelijke westerlingen kiezen: hun geloof afzweren of aan het kruis gruwelijk worden doodgemarteld. De hete bronnen worden daartoe vernuftig aangewend, zoals later in de film zal blijken dat men in het Japan van toen geraffineerde methoden had ontwikkeld om mensen zo traag mogelijk naar een andere wereld te helpen. Als ze daar het geduld voor hadden, ten minste.

Silence

De achtergrond die Scorsese gebruikt voor het verhaal van twee Portugese priesters – Sebastiao Rodrigues en Francisco Garupe, gespeeld door Andrew Garfield en Adam Driver – en hun zoektocht naar de verdwenen vader Ferreira, is authentiek, evenals de Japanse marteltechnieken. Ook de filosofische twistgesprekken tussen christenen uit het westen en Japanners, aanhangers van het Shinto-geloof (een soort voorouderverering), worden gestaafd door historische bronnen. De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van de Japanse auteur Shûsaku Endô.

Hoogmoed
De onzekerheid over het lot van Ferreira heeft de verdwenen missionaris een mythische status gegeven en Scorsese gebruikt de zoektocht van Rodrigues en Garupe als suspense-element in een film die nadrukkelijk over geloof gaat, of eigenlijk: de kwaliteit van het geloof. De discussies tussen ‘west’ (Portugese christenen) en ‘oost’ (Japanners die shinto of de Japanse variant van het boeddhisme aanhangen) vormen het hart van de film. De Japanners fileren de naastenliefde van de christenen als hoogmoed; het is hypocriet, een vorm van eigendunk.

De Japanse sloeber Mokichi (Yôsuke Kubozuka), die Rodrigues en Garupe als gids helpt Japan binnen te smokkelen, fungeert als las tussen ‘west’ en ‘oost’. Ook in spirituele zin, want hij kan niet kiezen tussen christendom en boeddhisme. Hij wil christen zijn, maar verloochent onder druk niet alleen zijn geloof, maar ook zijn familie. En zijn vrienden: hij is de Judas van het verhaal, zoals Rodrigues met zijn baard en allengs langer wordende manen meer en meer een Christusfiguur wordt. Het wachten is op de haan die drie keer kraait.

Er is nog een andere tussenpositie mogelijk, Silence snijdt ook de tegenstelling geloof-wetenschap aan. Vader Ferreira (Liam Neeson) duikt op in de slotakte, maar hij is niet meer de persoon die de jonge jezuïeten zochten. Ferreira is hun vaderfiguur, God in feite, maar hij blijkt getransformeerd tot mens. Hij vertegenwoordigt het moderne standpunt, dat van de rede. Hij heeft gekozen voor kennis en wetenschap, en stelt dat je je niet moet bemoeien met de geest van een ander. ‘Er is zoveel te delen.’ Horen we daar Scorsese?

Silence

Feest voor het oog
Silence
is geen film voor de fans van Scorseses holdedebolder-portretten van vrijgevochten individuen, denk aan The Wolf of Wall Street, Casino of Goodfellas. Het is wel, maar op een andere manier, een film over het thema dat als een rode draad door het oeuvre van de Amerikaanse regisseur loopt: individualiteit versus morele keuzes. Als een typisch Scorsese-werkstuk is Silence niet ijdel over de irrationele kanten van de menselijke natuur. Maar voor naastenliefde en begrip heeft hij geen God nodig. Die zwijgt met oorverdovende stilte in deze film over geloofsbeproeving.

Met zijn authentieke vormgeving en panoramashots van het spectaculaire Japanse landschap is dit in de geschiedenis wortelende verhaal een feest voor het oog, mits de kijker over een sterke maag beschikt en niet wars is van filosofische terzijdes. De rolbezetting met een aantal Japanse karakteracteurs – waaronder Issei Ogata als inquisiteur Inoue – is raak en de film realiseert met een traditionele aanpak, inclusief verschillende voice-overs, wat Terrence Malick via avant-garde methodes doet: hij maakt film van filosofie.

Silence duurt met twee uur en 41 minuten net even te lang en dat is jammer, want je voelt de urgentie van de regisseur die zijn punt evenwel al ruim voor de aftiteling overtuigend heeft gemaakt. Hij laat The Temptation of Christ en Kundun ver achter zich.
 

7 februari 2017

 
MEER RECENSIES

Sweet Dreams

***

recensie Sweet Dreams

Worstelen en langzaam bovenkomen

door Cor Oliemeulen

Tussen het filmgeweld van tijdgenoten als Antonioni, Fellini, Pasolini en Bertolucci is de rol van Marco Bellocchio onderbelicht gebleven. Een halve eeuw na zijn debuut verschijnt Sweet Dreams, een wat ingetogen portret van een man die op jonge leeftijd onder mysterieuze omstandigheden zijn moeder heeft verloren.

Turijn, kerstmis 1969. De negenjarige Massimo heeft het gezellig met zijn moeder: samen zingen, dansen en een spannende film kijken. “Fai bei sogni (droom lekker)”, zegt moeder als ze haar zoontje heeft ingestopt. Een dag later is er grote consternatie in huis, want er is iets met moeder gebeurd. “Een acute hartaanval”, hoort het jochie. Een priester vertelt hem dat zijn moeder nu zijn beschermengel is. Massimo kan niet accepteren dat zijn moeder er niet meer is en wordt opstandig. Zijn vader neemt hem mee naar een voetbalwedstrijd van Napoli en op moeilijke momenten vraagt Massimo raad aan zijn denkbeeldige vriend Belfagor, het duivelse karakter in de film die hij met zijn moeder keek. Het plotselinge overlijden van zijn moeder zorgt ook nog bij een volwassen Massimo tot psychische problemen.

Sweet Dreams

Onderbelicht
Marco Bellocchio is een Italiaanse regisseur die al begin jaren 60 begon met films maken maar altijd onderbelicht is gebleven door de cinematografische impact van vakbroeders als Antonioni, Fellini, Pasolini en Bertolucci. Veel meer dan genoemde grootheden, volgde de inmiddels 77-jarige Bellocchio in zijn films en documentaires de roerige Italiaanse geschiedenis van de twintigste eeuw. Van de opstand van antifascisten in Sbatti il mostro in prima pagina (1972), de geruchtmakende ontvoering van Aldo Moro in Biongiorno, Notte (2003) tot en met de opkomst en het huiselijke geweld van Mussolini in Vincere (2009) – politieke schermutselingen lopen als een rode draad door zijn oeuvre.

Hoe anders is dat in Sweet Dreams, een bewerking van de gelijknamige Italiaanse bestseller van Massimo Gramellini. Het pakkende verhaal over Massimo die pas tientallen jaren later de ware oorzaak van zijn moeders dood ontdekt, staat bijna loodrecht tegenover de grillige atmosfeer van een disfunctionele familie in Bellocchio’s ijzersterke debuut I pugni in tasca (1965). Terwijl in die film de hoofdpersoon iedereen in zijn misère meesleurt en kansloos ten onder gaat, is er in Sweet Dreams hoop voor de protagonist om in het reine te komen met het verleden. Impulsiviteit versus teruggetrokkenheid; terreur versus rouw.

Sweet Dreams

Twijfel
Met zijn natuurlijke ingetogenheid is Valerio Mastandrea (La prima cosa bella, Perfetti Sconosciuti) een ideale acteur om de volwassen Massimo te verbeelden. Hij is werkzaam als journalist bij het dagblad La Stampa en begint last van paniekaanvallen te krijgen nadat hij in de jaren negentig de burgeroorlog in Sarajevo heeft verslagen. Hij vraagt de arts Elisa (Bérénice Bejo: The Artist, Le Passé) of hij misschien een hartaanval heeft gehad. Door haar steun, vriendschap en liefde begint Massimo steeds meer te twijfelen aan de werkelijke oorzaak van het overlijden van zijn moeder in zijn kindertijd.

Nadat hij op initiatief van zijn chef bij de krant een lezersbrief heeft beantwoord aan iemand die zijn moeder haat en de redactie wordt overstelpt met post van lezers die diep zijn ontroerd door Massimo’s spontane reactie, vindt hij zelf de kracht om het verleden te kunnen accepteren. Marco Bellocchio maakt met Sweet Dreams een voor zijn begrippen erg toegankelijke film. Mild, weinig verrassend en een tikkeltje zoet. Maar boeiend genoeg om je te kunnen identificeren met een man die worstelt met het verleden en langzaam bovenkomt.
 

27 december 2016

 
MEER RECENSIES