Walk of Shame

**

recensie  Walk of Shame

Stiletto run

door Nanda Aris

Een dertien in een dozijn film met een flinterdun verhaal. We volgen een jonge vrouw in kort kanariegeel jurkje tijdens haar zoektocht naar haar auto door Los Angeles. 

De plot van de film lijkt een combinatie van Dude, Where’s My Car? (2000) en The Hangover (2009). In de eerstgenoemde film kunnen twee jongens na een avond feesten zich niet meer herinneren waar ze hun auto geparkeerd hebben; in The Hangover gaan twee vrienden na een vrijgezellenfeest op zoek naar hun vriend zodat hij op tijd bij zijn eigen bruiloft komt. In Walk of Shame gaat Meghan Miles op zoek naar haar auto zodat ze op tijd kan komen voor de baan als nieuwslezeres.

Recensie Walk of Shame

Meghan Rennt
Ergens doet de film ook denken aan Lola Rennt (1998); wanneer haar vriend belt dat hij dringend geld nodig heeft, krijgt de kijker drie verschillende uitkomsten te zien van de actie die Lola daarop onderneemt. Alle drie scenario’s zijn een hindernisbaan en een race tegen de klok voor de rennende Lola om haar vriend te redden. De hindernisbaan en race tegen de klok zijn overigens wel de enige gelijkenissen tussen de twee films, want waar Lola Rennt uitblinkt in originaliteit, is Walk of Shame dat verre van.

De film is van regisseur Steven Brill (Little Nicky, Mr. Deeds, Drillbit Taylor), dus de verwachtingen zijn bij voorbaat zeer laag. Flauwe humor en niet geslaagde grappen domineren zijn films, maar de mooie Elizabeth Banks (The Hunger Games, What to Expect When Your Expecting) als Meghan Miles tilt Walk of Shame naar een ietsje hoger niveau.

Achterstandswijken
Na een avond stappen gaat Meghan met de charmante Gordon (James Marsden: X-Men, 30 Rock) mee naar huis. Wanneer ze ’s ochtends met een kater het appartement verlaat, wordt haar auto voor haar neus weggesleept. Haast is geboden, want ze heeft net te horen gekregen dat ze uitgekozen is als nieuwslezeres.

Recensie Walk of Shame

We volgen haar door de achterstandswijken van Los Angeles wanneer ze op zoek gaat naar haar auto. Stereotypering is zeer aanwezig: tippelzone, crack house, dealers, afrekeningen, stripclub, een Aziatische massagesalon, et cetera. Meghan gaat gehuld in een strakke gele jurk, een onuitputtelijke bron voor slechte seksistische grappen. De meest onvoorstelbare situaties volgen zich in snel tempo op en ze ontmoet vreemde en tenenkrommende personages zoals haar domme vriendin Denise.

In een enkele scène werkt de grap en lacht de zaal, maar voor het overgrote deel van de tijd blijft het akelig stil. Helaas kan Elizabeth Banks in haar strakke jurk niet voorkomen dat de uitgekauwde formule van de film slecht werkt. Wanneer je met weinig verwachtingen deze romcom bekijkt, kan het zijn dat je toch soms eens moet gniffelen.

 

21 mei 2014

 
ALLE RECENSIES

Wind Rises, The

*****

recensie The Wind Rises

De mens en zijn machines

door Alfred Bos

Steven Spielberg roemde zijn debuutfilm en gebruikte het als inspiratie voor Raiders of the Lost Ark. Vijfendertig jaar en tien speelfilms later neemt de Japanse animator Hayao Miyazaki, 73 inmiddels, afscheid van het vak. Met een meesterwerk.  

Al heeft hij reeds vijf maal eerder zijn pensioen aangekondigd, ditmaal schijnt het Hayao Miyazaki menens te zijn. De Japanse tekenfilmlegende rondt een meesterlijk oeuvre af met een film die zijn reputatie recht doet. The Wind Rises heeft alle kwaliteiten die hem – en de Ghibli-studio – de afgelopen dertig jaar deden uitgroeien tot een reus in zijn vak, de tekenfilm voor een leeftijdsloos publiek. Wat deze keer anders is: Miyazaki heeft de sprookjesfantasieën van De reis van Chihiro (2001, Oscar) en Howl’s Moving Castle (2004) verruild voor realisme.

Recensie The Wind Rises

The Wind Rises is een geromantiseerde biografie van Jiro Horikoshi, de visionaire vliegtuigingenieur die in de puberjaren van het gemotoriseerde vliegen menige vindingrijke oplossing bedacht en de Zero, de Japanse jager berucht van Pearl Harbor, concipieerde.

De kleine Jiro droomt ervan om piloot te worden, maar hij is bijziend. Zijn grote voorbeeld wordt de Italiaanse ingenieur Caproni, die tijdens de Eerste Wereldoorlog de gelijknamige bommenwerpers ontwierp. Door omstandigheden gaat Horikoshi ook revolutionair oorlogstuig maken.

Elementen prominent aanwezig
Het verhaal van Jiro speelt zich af tegen grote historische gebeurtenissen: de Kanto-aardbeving van 1923 die Tokio en Yokohama verwoestte, de militarisering van de Japanse samenleving in de jaren dertig en de tuberculose-epidemie van de depressiejaren. Jiro’s persoonlijke leven heeft Miyazaki gefictionaliseerd via zijn romance met Nahoho Satomi, die hij na een toevallige ontmoeting jaren later weer terugziet en de liefde van zijn leven blijkt. Het is het contrapunt in een verhaal over vliegtuigen en treinen.

Een flink deel van Jiro’s geschiedenis wordt verteld via droomscènes en daarin bereikt The Wind Rises spectaculaire hoogtes. Het geeft Miyazaki de ruimte veelvuldig te variëren met afwijkende perspectieven: menig shot is van boven gezien en geeft de kijker een gevoel van gewichtsloosheid. Daar tegenover staan de elementen; in The Wind Rises zijn wind en regen prominent aanwezig en wat Miyazaki met vallende sneeuw doet grenst aan magie. Zo hebt u nog nooit witte vlokken over het witte scherm zien dwarrelen.

The Wind Rises

Fraaie luchten
In zijn oeuvre heeft Miyazaki blijk gegeven van een grenzeloze fantasie en een groot inlevingsvermogen, in zijn laatste film lijkt hij de mensheid op het hart te willen drukken humaniteit niet op te offeren voor technologische vooruitgang.

Het vliegthema loopt als een rode draad door zijn werk (Porco Rosso, Kiki’s vliegende koeriersdienst, Nausicaä, Castle In The Sky), maar The Wind Rises is een stuk serieuzer van toon, zonder door te slaan naar drukkende ernst of klef sentiment. De boodschap is luchtig verpakt, niemand kan de sensatie van ruimte zo fraai verbeelden als Miyazaki.

In Nederland draait de ondertitelde versie met de oorspronkelijke Japanse dialogen en daar moeten we blij om zijn, want de Amerikaanse dub (met stemmen van onder meer Emma Blunt en William Macy) is naar verluidt nogal magertjes. Wie meende dat Disney’s recente kaskraker Frozen het summum van animatie is moet vooral deze film zien, want beter worden ze niet gemaakt. Deze kijker stapte zachtjes tollend uit de filmzaal. Betoverend.

 

29 april 2014

 
ALLE RECENSIES

Weekend in Paris, A

****

recensie  A Weekend in Paris

Gesmeerde oude liefde

door Karina Meerman

Charmant verhaal over oude liefde die misschien niet roest, maar wel gesmeerd moet blijven.  

Liefde is iets raars. Je kunt jarenlang getrouwd zijn en van elkaar houden en elkaar haten tegelijkertijd. Dit is wat er kennelijk aan de hand is met Nick (Jim Broadbent) en Meg Burrows (Lindsay Duncan). Dertig jaar zijn ze samen en dit vieren ze met een weekend in Parijs.

Recensie A Weekend in Paris

Alhoewel, vieren… Meg heeft er geen probleem mee om Nick ergens achter te laten als hij niet snel genoeg is. En Nick rolt erg vaak met zijn ogen, wanneer zijn vrouw iets doet of zegt. Dit is een getrouwd stel dat duidelijk iets uit te zoeken heeft. Tussen al het gemopper door merk je echter aan alles dat ze ook van elkaar houden. Struinend door de stad halen ze herinneringen op aan vroeger en lachen ze om krakende knieën en pijnlijke ruggen.

Impasse
Weekend in Paris is van regisseur Roger Michell, de maker van Notting Hill. De romantische komedie die ons wilde laten geloven dat een wereldberoemde actrice ook “gewoon een meisje” kon zijn. Weekend in Paris  heeft die glamour niet. Het is een (soms akelig) accuraat portret van een huwelijk van twee intellectuelen die in een impasse zijn beland. De kinderen zijn zo goed als het huis uit, het werk boeit niet meer en seks is iets van lang vervlogen tijden. En dan? Wat te doen met de jaren die nog resten? Kiezen we voor wat er van ons wordt verwacht of laten we dat betaalbare hotelletje achter ons en verkassen we roekeloos naar een vijfsterren-tent?

De film wordt gedragen door Duncan (Mansfield Park, After Life) en Broadbent (Moulin Rouge, Cloud Atlas): prachtige, ervaren acteurs die volkomen geloofwaardig zijn in hun rol. Dit zijn geen jonge, gladgestreken snuitjes met hopeloos romantische verwachtingen. Dit kunnen wij zijn, nu of over twintig jaar. Beide acteurs waren eerste keus voor Michell en beide hoefden niet lang na te denken over het accepteren van de rol.

Recensie A Weekend in Paris

De derde speler
Maar een film over het huwelijk heeft een derde speler nodig om het echt interessant te maken. En daar komt Jeff Goldblum op de proppen, als de redelijk irritante en zeer succesvolle Amerikaanse schrijver Morgan. Nick en Morgan kennen elkaar van de universiteit, toen ze beide jong en veelbelovend waren. Hij is de katalysator, de koevoet die de verzwegen gedachtes openbreekt.

Weekend in Paris is een feelgoodmovie, maar niet volgens het geijkte patroon. Nick Burrows vat het heel mooi samen: “Sex is easy. Love is hard.”

 

14 april 2014

 
ALLE RECENSIES

We Are The Best!

***

recensie  We Are The Best!

Onstuitbare puberpunkers

door George Vermij

We Are The Best! toont dat zelfs de saaie buitenwijken van Stockholm niet veilig waren voor de energie van de punkexplosie. De pubermeisjes Bobo en Klara herontdekken zichzelf in de harde gitaarklanken en onconventionele gitaarstijl van de stroming, waarna ze besluiten om een band te beginnen. Regisseur Lukas Moodysson laat met de film zien dat hij weer terug in vorm is en de zware pretenties van zijn vorige films heeft laten varen. 

De carrière van Lukas Moodysson heeft wat pieken en dalen gekend. Hij viel op met charmante maar realistische films zoals Fucking Åmål en het lekker nostalgische Together. In die films vermengde hij drama met humor en maakte zo herkenbare portretten van buitenbeentjes. Dit veranderde met zijn keiharde en troosteloze film over kinderprostitutie Lilja Forever. Hierna leek Moodysson zich verloren te hebben in experimentele en pretentieuze films zoals Container  om vreemd genoeg terug te komen met de grotere Amerikaanse film Mammoth. In die film probeerde hij grotere maatschappelijke problemen aan te kaarten in de vorm van een mozaïekfilm zoals Babel en Crash. De film was echter commercieel noch kritisch een succes.

Recensie We Are The Best!

Gelukkig is Moodysson nu weer terug op vertrouwd terrein met We Are The Best!. Hij laat zien dat hij een ongekend talent heeft om met jonge acteurs te werken. De film speelt zich af in de vroege jaren tachtig en Moodysson filmt het met hetzelfde licht nostalgische en komische oog voor detail als de jaren zeventig in zijn film Together. We Are The Best! heeft ook meer links met zijn vroege films. Zo is het pubermeisje Bobo net zozeer een outsider als de kinderen die in de commune wonen van Together en de twee meisje die vastzitten in het saaie Åmål.

Nostalgische energie
Bobo en Klara vinden uiteindelijk troost bij elkaar en in de muziek van Zweedse punkbands die de burgerlijke wereld bekritiseren. Moodysson is hier wel zo eerlijk om te laten zien dat de meisjes nog deels onvolwassen zijn en niet altijd begrijpen wat het nou is waar ze tegen zijn. Ze zijn nog in ontwikkeling met alle komische misverstanden die dat met zich meebrengt. Ook zijn er de terecht puberale discussies over welke bands wel of niet punk zijn en welke groepjes op school truttig zijn.

Bobo en Klara worden perfect vertolkt door Mira Barkhammer en Mira Grosin en ze vormen een leuk contrast. Waar Bobo met haar sombere gezicht constant chagrijnig is en meer iets weg lijkt te hebben van een jongen, is Klara impulsiever en de knappere van de twee. Dit leidt ook tot spanningen als ze allebei verliefd worden op een punker. Waar de meisjes ook goed in zijn is het narren en provoceren van de buitenwereld. De dynamiek wordt nog eens versterkt als er een net christelijk meisje bij de groep komt omdat Bobo en Klara vinden dat ze goed gitaar kan spelen, waarna zij gaan oefenen voor hun eerste grote optreden.

Recensie We Are The Best!

Genieten
We Are The Best! is grappig en herkenbaar, maar wordt nergens te serieus. In zijn vorm is de film daarmee ook punk en soms iets te vrijblijvend en stuurloos. Together is in vergelijking een betere film. Moodysson heeft wel duidelijk genoten van de jeugdige energie en het oproepen van een verloren decennium. Als kijker ga je daarom makkelijk mee in de punkpassie van pubers die eindelijk iets gevonden hebben waar ze een deel van uitmaken. Het zal herkenbaar zijn voor iedereen die zelf jong is geweest en het strubbelende pad van de puberteit heeft bewandeld.

 

2 maart 2014

 
ALLE RECENSIES

Winter’s Tale

**

recensie  Winter’s Tale

Mierzoet liefdesdebacle

door Joan Gebraad

Kleed een Amerikaanse fantasybestseller uit 1983 uit. Zet een Oscar-winnende scriptschrijver op de regisseursstoel en voeg daar een sterrencast aan toe. Overgiet het geheel met een saus van clichés en mierzoete romance en je hebt een recept voor een debacle.  

Winter’s Tale speelt zich af in drie tijdepisodes. In 1895 wordt baby Peter Lake (Colin Farrell), zoon van immigranten, de toegang tot Ellis Island ontzegd. Zijn ouders stoppen het kind in een miniatuurschip en zo drijft Peter à la Mozes Manhattan binnen. Satans maffiamaatje Pearly Soames (Russell Crowe) neemt het grut onder zijn hoede en maakt een meesterdief van hem.

Recensie Winter's Tale

Wanneer Peter twintig jaar later tijdens een rooftocht het huis van een rijke krantenmagnaat binnensluipt, stuit bij op Beverly Penn (Jessica Brown Findlay, Downton Abbey). Peter schuimbekt nog net niet. De jongeling ziet het licht, zweert zijn criminele bestaan af en begint aan een onstuimige romance. Peter gelooft oprecht dat het zijn levensmissie is Beverly te redden. Soames probeert met zijn criminele matties Peter ten val te brengen. Echter, de grote vraag is of Peter zijn lot wel goed heeft voorzien. Aldus begint een eeuwenlange apocalyptische strijd tussen goed en kwaad, die zijn hoogtepunt vindt in 2014. Met New York als decor.

Verwarrende aaneenschakeling van scènes
Regisseur Akiva Goldman (A Beautiful Mind, I,Robot, Batman and Robin) neemt geen tijd om dingen uit te leggen, wat funest is. Hij haast van scène naar scène. Het resultaat is een onbegrijpelijk en vaak ongeloofwaardig verhaal vol clichés. Waar komt die computergeanimeerde pegasus ineens vandaan? En is Peter nu echt zo’n oelewapper dat hij zelfs na honderd jaar niet verder komt dan dit hemelse wezen, dat toch echt Anthenor heet, aan te spreken met ‘Paard’? Nog zoiets. Tijdens Beverly’s begrafenis kijkt Peter tussen de graven toe. Een paar seconden later weet hij plotsklaps niet meer wie hij is. De film verspringt zonder uitleg naar 2014. Peter moet inmiddels over de honderd zijn, maar lijkt geen dag ouder. En wat te denken van Peter die binnen een paar minuten een meisje met een kaal hoofd ziet, beseft dat zij ongeneeslijke kanker heeft, begrijpt dat zij zijn lotsbestemming is, haar enkele seconden later flauw ziet vallen, vlucht, vecht met de slechteriken en haar redt?

Vriendjespolitiek
Wat de casting betreft lijkt Goldman een blik vriendjes te hebben opengetrokken. Dit pakt niet altijd goed uit. Zo werkte de oude rot eerder met Jessica Brown Findley, Colin Farrell en Russell Crowe. En Will Smith. Die opduikt in een nietszeggende scène als opper-demonen-homeboy Lucifer om Soames nog eens aan zijn missie te herinneren. Russell Crow had beter zijn gladiatorenoutfit aan kunnen trekken. Hoewel Crowe duidelijk plezier beleeft in zijn rol als slechterik, boezemt hij weinig angst in. Getooid met een lelijk litteken, een negentiende-eeuwse Britse outfit en een verschrikkelijk slecht geïmiteerd Iers accent, gromt en vecht hij als een slappe wannabe crimineel. Van een levensgevaarlijke demon verwacht je op zijn minst de slechtheid à la Al Pacino in The Devils Advocate.

Recensie Winter's Tale

Debacle vol liefdesclichés
Het meest storende aan deze film is Goldmans veelvuldige beroep op liefdesfilmclichés. Deze verpulveren de aandacht voor personageontwikkeling, magische verhaalelementen en diepere betekenissen van Mark Helprins roman.

De te bombastische en storend aanwezige muziek roept associaties op met allerlei romantische filmepen. Tel daarbij op Colin Farrell als de letterlijke prins op het witte (vliegende) paard, geleuter over lotsbestemmingen en ware liefde én het stereotiepe van de koene ridder die het meisje redt. Winter’s Tale is Batman and Robin onder de magisch-realistische, romantische films. We hebben het allemaal al eens gezien. En beter.

 

16 februari 2014

 
ALLE RECENSIES

Wolf of Wall Street, The

****

recensie  The Wolf of Wall Street

Scorsese in topvorm

door Alfred Bos

Leonardo DiCaprio en Martin Scorsese werken voor de vijfde maal samen in een drie uur durende zwarte komedie, die bijna uit zijn voegen barst van levenslust en hilariteit. 

Er zijn zo overdonderend veel krankzinnige scènes, zoveel geestige – veelal geïmproviseerde – dialogen, zoveel absurde situaties en zoveel briljante momenten dat de drie uur die Martin Scorsese’s The Wolf of Wall Street duurt, geen verloren minuut kent. In een ongenadig tempo vertelt deze zwarte komedie het waar gebeurde verhaal van de effectenmakelaar Jordan Belfort (Leonardo DiCaprio), die begin jaren negentig absurd veel geld verdiende met illegale praktijken in de wereld van Wall Street en uiteindelijk achter de tralies belandde.

Recensie The Wolf of Wall Street

Belfort is een schurk, maar een charmante schurk. Hij komt als broekje op Wall Street en wordt ingewijd in de mores van het geldwezen door een cynische veteraan (Matthew McConaughey). Het is niet eens de hebzucht die hem drijft, het is de uitdaging om vlees te verkopen aan vegetariërs. Bij dat spel is alles geoorloofd en Belfort kent geen scrupules. Die mentaliteit en (gebrek aan) moraal kennen we uit Scorsese-films als Goodfellas (1990) en het ondergewaardeerde Casino (1995).

Mannenvriendschappen
Ook The Wolf of Wall Street is een film over de vriendschap tussen mannen die in hun eigen fantasiewereld leven naar hun eigen regels. Zoals Goodfellas de doorbraak betekende voor acteur Joe Pesci, zo fungeert deze film als het podium waarop het talent van Jonah Hill kan schitteren. Hij speelt de rol van Donnie Azoff, de adjudant van Belfort die uitgroeit tot zijn beste vriend. Zowel Belfort als Azoff zijn uitzinnige personages en ze stuwen elkaar op tot hallucinante hoogtes. Scorsese heeft extra moeten snijden om de NC-17 (voorheen X) rating te ontwijken, wat niet wegneemt dat er meer drugs en vrouwelijk naakt voorbij komen dan in al zijn voorgaande films tezamen.

The Wolf is geproduceerd door DiCaprio, die de biedingsoorlog om de rechten van Belforts autobiografie won van Brad Pitt, en kende een moeizame ontstaansgeschiedenis. Tussendoor maakten DiCaprio en Scorsese Shutter Island (2010) en Ridley Scott liet de regie van het door Terence Winter (Boardwalk Empire, The Sopranos) geschreven script aan zich voorbij gaan. Dankzij onafhankelijke financiering ging Scorsese alsnog aan de slag, met als resultaat een van de beste films uit zijn toch al imposante oeuvre. Voor DiCaprio is het na The Great Gatsby en Django Unchained zijn derde glansrol binnen een jaar. Als slagroom op de taart is er een bijrol voor Joanna ‘Absolutely Fabulous’ Lumley.

Remmen-los soundtrack
Om het filmfeest compleet te maken tekende Robbie Robertson voor de soundtrack, waarop rhythm & blues-klassiekers van Howlin’ Wolf, John Lee Hooker, Willie Dixon en Cannonball Adderley figureren naast de alternatieve rock van The Dead Weather, Me First and The Gimme Gimmes en The Lemonheads. Het is remmen-los muziek die het filmverhaal ironisch becommentarieert en de grenzeloze energie van de personages verklankt. Zo horen we Mrs. Robinson – in een punk-cover van The Lemonheads – wanneer Belfort zijn Engelse schoontante Emma (Lumley) dreigt te kussen.

Recensie The Wolf of Wall Street

Anders dan Goodfellas en Casino gaat The Wolf of Wall Street over witte boorden-criminaliteit en dat betekent: geen brute moorden of psychopathisch geweld. Al is de geestesgesteldheid van de Wall Street-bluffers even gestoord als die van hun maffioso evenknieën uit vroegere Scorsese-films, ze halen maximaal plezier uit iedere situatie. Het is die ontembare levenslust die van het filmdoek spat en van The Wolf een hilarische rollercoaster maakt. Na drie uur stap je suf gebeukt, maar intens voldaan uit de bioscoop.

 

24 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

World’s End, The

****

recensie  The World’s End

Zuipen voor de mensheid

door Wouter Spillebeen

Edgar Wright sluit zijn Cornetto-trilogie af met The World’s End: een passend einde voor drie fantastisch absurde komedies met Simon Pegg en Nick Frost in de hoofdrollen.  

Twintig jaar geleden slaagden vijf vrienden er niet in een epische kroegentocht door alle cafés van hun dorp Newton Haven te voltooien. Gary King (Simon Pegg) kan de mislukking niet uit zijn hoofd zetten en verzamelt anno 2013 de oude bende om de tocht opnieuw te proberen. De desastreuze gevolgen van hun eerste poging liggen de vier andere drinkebroers (gespeeld door Nick Frost, Martin Freeman, Paddy Considine en Eddie Marsan) nog vers in het geheugen.

Recensie The World's End

King heeft vooral moeite om Frosts Andy Knightly ervan te overtuigen dat het deze keer beter zal gaan. Dat blijkt niet het geval te zijn, aangezien een gevecht in de vierde kroeg de vijf vrienden doet realiseren dat de brave burgers van Newton Haven een voor een worden vervangen door autoritaire robots. Ze moeten vechten om te overleven, om de mensheid te redden en vooral om het laatste café – The World’s End – te bereiken.

Trilogie
Voor wie de cultklassiekers Shaun of the Dead (2004) en Hot Fuzz (2007) gezien heeft, gebruikt The World’s End een beproefde formule. De drie films vormen dan ook de door de fans benoemde Cornetto-trilogie. Elk van de films vertelt een absurd verhaal met een over-the-top plottwist en een terugkerend attribuut, je raadt het al, een Cornettohoorntje. Terwijl Shaun of the Dead en Hot Fuzz respectievelijk een zombiefilm en een politiefilm parodiëren, stort The World’s End zich op het sciencefictiongenre. Wright noemt het sociale sciencefiction in de traditie van de boeken van John Wyndham en Samuel Youd.

Vuistgemeen
Net zoals zijn voorgangers is The World’s End constant hilarisch en op het hoogtepunt ongemeen spannend en gewelddadig. Het vuistgemeen maakt een groot deel uit van de tweede helft van de film. Dat is niet gefilmd als een Bourne-film – met korte jumpshots en close-ups die een snelle en flitsende gevechtsstijl tonen – maar met langere en tragere bewegingen. De vijf drinkebroers zijn dan ook geen afgetrainde agenten, maar half zatte veertigers. Voeg aan dat uitstekende montagewerk toe dat de acteurs hun groeiende dronkenschap subtiel en correct spelen en de gevechten lijken meer op die in een kroeg rond vier uur ‘s nachts dan op een geregisseerde scène.

Recensie The World's End

Onmisbaar
The World’s End sluit de fantastische trilogie af op een magistrale en passende manier, met een vuurwerk van blauw robotbloed dat alle kanten uit spat. Hoewel de drie films niet hetzelfde verhaal vertellen, kennen ze eenheid in cast, gevoel voor humor en personages. Simon Pegg omschrijft zijn personages als volgt: ‘Shaun (Shaun of the Dead) is een weinig gemotiveerde nietsnut en Nicholas (Hot Fuzz) is een veel te gemotiveerde werker. Kruis die twee en als synthese krijg je Gary (The World’s End), een veel te gemotiveerde nietsnut.’

De drie films zijn elk apart de moeite waard, maar de subtiele gelijkenissen, de terugkerende grappen en de evolutie maken van de Cornetto-trilogie een onmisbaar geheel. Te denken dat Nederland deze parel bijna niet te zien kreeg.

 

13 november 2013

 
ALLE RECENSIES

Workers

***

recensie  Workers

Arbeider neemt wraak

door Cor Oliemeulen

Je ganse leven trouw werken voor een baas om vervolgens te worden afgedankt. In de bedaarde Mexicaanse tragikomedie Workers proberen twee werknemers op hun eigen manier het tij te keren.  

In zijn regiedebuut schetst Jose Luis Valle een parallel plot over een gescheiden man en vrouw op de vooravond van hun pensioen. Sinds een tragische gebeurtenis lang geleden zijn ze verstoken van enig contact, zoals het opening- en eindshot van Workers symbolisch tonen. Op een strand proberen een man en een vrouw lijfelijk contact te maken door een spleetje in een lange muur die Mexico van Amerika scheidt en doorloopt tot in de oceaan. Het tafereel wordt eerst van de ene kant, later van de andere kant gadegeslagen.

Het lot van Rafael en Lidia
Rafael (Jesus Padilla) werkt al bijna dertig jaar als schoonmaker bij Philips. Hij zuivert de wc-potten, krabt kauwgom van de vloer en eet moederziel alleen aan een tafel in de grote kantine van de gloeilampenfabriek zijn boterhammen. Hij bereidt zich voor op zijn laatste werkdag, koopt nieuwe schoenen, gaat naar de kapper en doet wat boodschappen. Maar zijn chef zegt dat hij geen officiële datum van Rafaels indiensttreding heeft omdat hij destijds illegaal is overgekomen uit El Salvador. De analfabete werknemer heeft geen keus: hij zal nog jaren moeten doorschrobben.

Recensie Workers

Zijn ex-vrouw Lidia (Susan Salazar) is sinds ze zich kan heugen huishoudster van een bekakte, rijke dame. Na haar overlijden komt haar drugs dealende zoon niet in aanmerking voor de erfenis, maar ook de teleurgestelde Lidia en haar collega’s kunnen fluiten naar het geld. De enige erfgenaam is namelijk Princesa. Deze strontverwende greyhound, die kennelijk te verwaand is om te blaffen, drinkt en eet (precies 250 gram van het beste vlees) uit doublé gouden kommen en neemt een bad bij exact de juiste watertemperatuur. Pas als de viervoeter een natuurlijke dood is gestorven, mag het personeel de erfenis verdelen. Dat lijkt een kwestie van tijd.

Webcam
Workers heeft dezelfde beschouwende traagheid als van veel Zuid-Amerikaanse drama’s. Regisseur Valle neemt in lange, statische shots ruim baan voor observaties: de dagelijkse sleur, gelardeerd met komische en absurde details, maar ook van de omgeving. Alsof hij aan de overkant van de straat een webcam heeft geplaatst en afwacht wat er staat te gebeuren: Rafael die komt aanlopen, met één van de uitdagend geklede vrouwen naar binnen gaat, terwijl enkele mannen buiten de boel in de gaten houden. In het kleurrijke beeldkader komt een snelle auto aanrijden, een scharenslijper passeert met zijn karretje, een politieauto rijdt langzaam voorbij, en terwijl de schemer langzaam intreedt komen twee jongens aangereden op een fiets, waarna eentje met een spuitbus iets grappigs op een muur kalkt.

De film is een eerbetoon aan de harde werker die na een leven lang noeste arbeid aan de kant wordt geschoven. Het lot van de arbeider die, al dan niet postuum, revanche neemt op de werkgever die deels verantwoordelijk is voor zijn eenzijdige bestaan. Workers is verdienstelijk, maar uiteindelijk iets te lang van stof, te monotoon en biedt weinig verrassingen. Een treffende vergelijking met het bestaan van de doorsnee ongeschoolde arbeider.

 

21 oktober 2013

 
ALLE RECENSIES

What Maisie Knew

****

recensie  What Maisie Knew

Modernisering van tijdloos verhaal

door Wouter Spillebeen

Henry James schreef in 1897 What Maisie Knew, een roman over een disfunctioneel gezin dat instort. Nu is het verhaal door Scott McGehee en David Siegel gemoderniseerd voor het witte doek.  

Susanna (Julianne Moore) en Beale (Steve Coogan) gaan uit elkaar nadat ze elkaar constant de huid vol schelden. Zij is een verouderende rockster, hij een gerenommeerde kunsthandelaar. Hun zevenjarige dochter Maisie (Onata Aprile) zit gevangen tussen twee vuren. Beide ouders krijgen hoederecht, dus Maisie verhuist om de tien dagen. Susanna is egoïstisch, onverantwoordelijk en kinderachtig en weet niet hoe ze tegen Maisie moet praten. Ze verdraagt niet dat iemand anders dan zij een band met het meisje heeft. Beale lijkt een goede vader te zijn, maar is nooit aanwezig en verliest gauw de voeling met zijn dochter. Hij hertrouwt met de Schotse nanny Margo (Joanna Vanderham) terwijl Susanna haar heil zoekt in toyboy Lincoln (Alexander Skarsgård). Wanneer Susanna en Beale hun dochter in de steek laten, worden hun nieuwe partners verantwoordelijk voor Maisie.

Recensie What Maisie Knew

Creatieve vrijheden
De film neemt heel wat creatieve vrijheden ten opzichte van het boek uit 1897. Naast het overduidelijke feit dat What Maisie Knew zich meer dan honderd jaar later en niet in London maar New York afspeelt, zijn ook de personages aangepast. De twee stiefouders zijn in de film zeer liefdevol en ze geven oprecht om Maisie, terwijl dat in het boek veel minder het geval is. Mrs. Wix, die in het boek uiteindelijk de meest geschikte vervangingsouder voor Maisie blijkt, is in de film zo goed als geschrapt: haar rol wordt overgenomen door Margo en Lincoln. De modernisering van het tijdloze verhaal maakt What Maisie Knew voor een hedendaags publiek beter verteerbaar, de sfeer van de late negentiende eeuw zou te ver van het bed zijn voor een verhaal dat zo herkenbaar is. Wat eerder onrealistisch lijkt, is dat de ouders van Maisie in de film wel heel snel moeten hertrouwen, aangezien het verhaal zich niet over enkele jaren afspeelt zoals in het boek, maar eerder over enkele maanden.

Ontroerende interacties
De acteerprestaties dragen het verhaal op een sublieme manier. Julianne Moore is zeer geloofwaardig als een moeder op de rand van het psychotische die meer aan zichzelf denkt dan aan de impact die haar keuzes hebben op Maisie. Alexander Skarsgård en Joanna Vanderham spelen net de omgekeerde rol en doen dat met verve. Hun interacties met Onata Aprile bespelen de gevoelige snaar. Hun uitstekende performance wordt ondersteund door een passend aangrijpende soundtrack en een duidelijke artistieke visie in het camerawerk. Dat zie je vooral in de meest kleurrijke scènes, waarin de emoties van het scherm spatten.

Films over scheidingen en de zoektocht naar een nieuwe ouderfiguur zijn niet bepaald dun gezaaid, denk maar aan Jeff Nichols’ geweldige Mud, dat deze zomer uitkwam. What Maisie Knew scheidt zich af van de massa door gebruik van interessante personages in een bekende setting. De film is subtiel in haar uitvoering, zijn boodschap is overduidelijk.

 

20 oktober 2013

 
ALLE RECENSIES

White House Down

***

recensie  White House Down

Wonderbaarlijke overlevingen

door Cor Oliemeulen

Met het verstand op nul, watjes in de oren en het op de koop toe nemen van alle wonderbaarlijke overlevingen heb je soms best een onderhoudend filmavondje met een Amerikaanse actiefilm die bol staat van politieke en militaire propaganda.  

De gewelddadige inname van het best beveiligde gebouw ter wereld blijkt dit jaar een bron van inspiratie voor twee filmmakers. Olympus Has Fallen van Antoine Fuqua verscheen in mei in de bioscoop en nu mag Roland Emmerich met White House Down  er een schepje bovenop doen. Qua kapitaalvernietiging is dat gelukt. Want de man die al in Independence Day (1996) het Witte Huis liet opblazen – toen door aliens, nu door paramilitairen – had maar liefst 150 miljoen dollar tot zijn beschikking. Net als in Olympus Has Fallen modelleert Emmerich in White House Down een nieuwe John McClane, de held van Die Hard (1988) die in zijn eentje tegen wil en dank zijn medeburgers moet zien te verlossen van het kwaad. De vraag die nu rijst: Wie is de nieuwe Bruce Willis?

De nieuwe Bruce Willis?
Gerard Butler doet het in Olympus Has Fallen lang niet onverdienstelijk, aanvankelijk als hoofd van de presidentiële veiligheidsdienst. Hij valt in ongenade nadat de First Lady omkomt bij een auto-ongeluk. Als enkele jaren later het Witte Huis wordt bezet door een groep meedogenloze Noord-Koreanen is hij er als de kippen bij om zich binnen te wurmen met als doel de president (en natuurlijk diens zoontje) te redden en op het allerlaatste nippertje te voorkomen dat Zuid-Korea en de VS van de wereldkaart zullen worden geveegd. Regisseur Antoine Fuqua begint veelbelovend met een zeer spectaculaire aanval. Echter zijn jammerlijke vervolg bestaat uit een orgie van ongeloofwaardigheid met veel bloederige agressie, veel te veel lijken en scènes waarin mensen door het hoofd worden geschoten. Tegen zo’n achtergrond kan zelfs de echte John McClane niet floreren.

Recensie White House Down

De andere kandidaat om Bruce Willis op te volgen, heeft meer geluk. Was Olympus Has Fallen met Gerard Butler, Morgan Freeman, Aaron Eckhart en Melissa Leo al gezegend met een topcast, in White House Down mag Channing Tatum zich omringen met Jamie Foxx, Maggie Gyllenhaal en James Woods. In tegenstelling tot Eckhart is Foxx een veel relaxtere Amerikaanse president. Hij heeft een boek over Nelson Mandela op zijn nachtkastje liggen, neemt kauwgom tegen de stress, zet eerst rustig zijn bril op voordat hij een terrorist doodschiet, trekt zijn gympies aan om sneller te kunnen vluchten én veroorlooft zich met permissie één keer het f-woord. De chemie tussen president en held in White House Down is beter, het verhaal en de actie minder onzinnig en een knipoog wordt niet geschuwd.

Roodwit hemdje
Natuurlijk is er maar één Bruce Willis, met alle bravoure en meligheid van dien. Channing Tatum komt het meest in de buurt. Hij éindigt in ieder geval als John McClane: gehavend en bebloed door de strijd, nat gesproeid door een sprinklerinstallatie en het gespierde lijf slechts gehuld in een wit hemdje, onder tromgeroffel en blazoengeschal opdoemend uit de rookpluimen, vol trots gadegeslagen door een ex-vrouw die niets liever wil dan onze nationale held in de armen sluiten om ’s avonds direct voor nageslacht te zorgen.

 

6 september 2013

 
ALLE RECENSIES