Grace Jones: Bloodlight and Bami

**

recensie Grace Jones: Bloodlight and Bami

De waarheid achter Grace Jones blijft uit beeld

door Alfred Bos

Documentairemaker Sophie Fiennes volgde popicoon Grace Jones een aantal jaren tijdens en buiten haar werk. Het resultaat is een lukrake registratie zonder context. Met fraaie concertbeelden, dat wel.

De donkere diva is inmiddels zeventig, maar staat nog immer springlevend op het toneel. Oma of niet, ze slingert al zingend de hoepel rond haar heupen alsof ze een stoute tiener is. Grace Jones is een geboren rebel, dochter van een strenge Jamaicaanse dominee, icoon van ongetemde expressie, voormalig fotomodel en discodiva, de eerste zwarte androgyne popster. Wie is geen fan van Grace Jones?

Grace Jones: Bloodlight and Bami

Onafhankelijke vrouwen waren in de popmuziek van eind jaren zeventig met een lantaarntje te zoeken. En onafhankelijke popsterren van niet-westerse afkomst, bovendien androgyn en extravagant, stoer en openlijk spelend met hun seksualiteit, kwamen van een andere planeet. Toen Grace Jones na drie weinig opmerkelijke discoplaten in 1980 met het new wave-album Warm Leatherette op aarde landde, doorbrak ze muren tussen sekses, genres en disciplines. Muziek, mode, theater, nachtclub, rockpodium, mainstream, avant-garde—voor Grace Jones bestonden die categorieën simpelweg niet. Het was allemáál haar terrein. Leve de zelfexpressie.

Lukraak opgeknipt
Grace Jones kwam als eerste met het popconcert als modeshow en dansrevue, een spektakelstuk waarin de choreografie en verkleedpartijen net zo belangrijk waren en net zoveel indruk maakten als de muziek. Alle vrouwelijke popsterren die na haar uitgroeiden tot stadionact, van Madonna en Britney Spears en Christina Aguilera tot Beyoncé, Lady Gaga en Taylor Swift, zijn schatplichtig aan Grace Jones.

Over haar persoonlijke geschiedenis en impact op de populaire cultuur leren we in de documentaire Grace Jones: Bloodlight and Bami hoegenaamd niets. Het zijn in feite twee op zichzelf staande films: Grace Jones de performer in een reeks concertopnames en Grace Jones achter de schermen – ogenschijnlijk lukraak opgeknipt en zonder context of uitleg door elkaar geplakt.

Grace Jones: Bloodlight and Bami

Boos, maar waarom?
Daarmee lijkt regisseur Sophie Fiennes (zus van acteurs Ralph en Joseph), die eerder eigenzinnige documentaires maakte rond de Sloveense anti-filosoof Slavoj Zizek, te focussen op de mens achter de mythe en een meer naturel portret te schetsen van de vrouw die de provocatie tot kunstvorm heeft verheven. Maar wat zien we eigenlijk? Jones is ook maar een mens – zoals ze zelf in een telefonisch twistgesprek onomwonden toegeeft – die steunt op creatieve partners als muzikanten, kledingontwerpers en producers. Een uur en 55 minuten is wel heel veel tijd om die open deur uit zijn hengels te trappen.

Fiennes volgt haar onderwerp en stelt nergens vragen, ze registreert en de kijker is de omstander die meekijkt. De beelden van Grace in kleed- of hotelkamer – of onder douche – worden afgewisseld met een bezoek aan haar familie in Jamaica. En daar slaat het gebrek aan context geeuwverwekkend toe, want dat de familieverhoudingen nog immer niet vrij zijn van wrijvingen is duidelijk, maar naar het hoe en waarom is het gissen. Waarom is Grace Jones na al die jaren nog steeds zo boos? Daar blijft Bloodlight and Bami (Jamaicaans patois voor ‘rood studiolicht’ en ‘brood’) net zo raadselachtig over als de titel van de documentaire. Werk en familie? De definitieve film over Grace Jones moet nog gemaakt worden.
 

7 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Whitney

****

recensie Whitney

Misbruikte schoonheid

door Alfred Bos

Was sterzangeres Whitney Houston heimelijk biseksueel? Sloeg echtgenoot Bobby Brown haar? Werd ze als kind misbruikt? En waarom haatte dochter Krissi haar? Dat alles en nog veel meer in de documentaire Whitney. Niks sensatiezucht, maar eerherstel.

Hoe zou de popmuziek van het sociale media-tijdperk hebben geklonken zonder Whitney Houston? Anders, minder gemaniëreerd, meer naturel. Elke zangeres die de afgelopen vijftien jaar heeft meegedaan aan een tv-talentenjacht probeert Whitney’s vocale strapatsen te imiteren, inclusief trillers, uithalen en melisma. Maar niemand komt ook maar in de buurt van haar aangeboren en – door haar moeder, zangeres Cissy Houston – behoedzaam getrainde talent. Haar mezzosopraan buigt staal.

Op 11 februari 2012 werd Whitney Houston dood aangetroffen in haar kamer in het Beverly Hills Hotel in Los Angeles. Verdronken in bad. Ze had haar tante Mary eropuit gestuurd om cupcakes te scoren, daar had ze opeens zin in. De autopsie trof in haar bloed cocaïne en een reeks (legale) medicijnen aan. Ze was in het water weggedommeld. Een banaal einde voor de zangeres die de link vormt tussen Aretha Franklin en Rihanna, tussen gospel en ‘arrenbie’, tussen de kerk en de straat. De straat won, uiteindelijk.

Meest onderscheiden vrouwelijke artiest ooit
Het ging al een aantal jaren niet goed met het natuurtalent dat op 21-jarige leeftijd de muziekwereld en het publiek verblufte. Whitney Houston uit 1985 werd het meest succesvolle debuutalbum van een zangeres ooit (wereldwijd meer dan dertig miljoen exemplaren verkocht). Ze had zeven Amerikaanse nummer 1-hits op rij, meer dan The Beatles, Elvis Presley, Bee Gees of Michael Jackson. Ze wist The Star Sprangled Banner, het Amerikaanse volkslied, tot tweemaal toe de Amerikaanse hitparade in te zingen en haar vertolking van Dolly Partons I Will Always Love You (uit de hitfilm The Bodyguard, 1991) is de best verkochte single van een vrouw uit de historie van de hitparade. Het werd na haar dood opnieuw een hit.

Whitney Houston is volgens Guinness World Records de meest onderscheiden vrouwelijke artiest ooit, maar stierf diep ongelukkig. Hoe heeft het zover kunnen komen? Het korte antwoord, bondig genoeg voor een t-shirt: beauty meets abuse. Moeder Cissy voedde haar beschermd op en stuurde Whitney naar een katholieke privéschool voor meisjes; daar ontmoette ze haar hartsvriendin (en liefdespartner, wordt gesuggereerd) Robyn Crawford. Platenbaas Clive Davis adoreerde Nippy, zoals familie en intimi haar noemden, en waakte over haar als een kostbare schat. Wat ze was, in muzikaal én zakelijk opzicht.

In 1989 kwam de straat in haar leven, in de persoon van Bobby Brown, op dat moment een grote (en vernieuwende) ster aan het soulfirmament. Na haar huwelijk met de hitmaker werd Houstons muziek minder mainstream en meer avontuurlijk, met het album My Love Is Your Love uit 1998 als beste bewijs: het is de blauwdruk van Beyoncé’s solorepertoire. Maar met Brown kwamen ook de drugs. En de handtastelijkheden. En de sabotage. Whitney was een grotere ster dan Bobby en daar kon Mr. Houston niet mee omgaan. Ze gaf haar productiemaatschappij zijn naam. De na-ijver bleef, de coke vrat haar stem aan. Whitney werd langzaam een zombie.

Whitney

Parallellen met Amy
Toen ze in 2001 een rampzalig tv-interview gaf gonsden de geruchten al volop: het gaat niet goed met Whitney. In een aantal fragmenten uit de documentaire is ze nauwelijks herkenbaar. Die harde cokekop is niet de levenslustige hartendief van I Wanna Dance With Somebody of de smachtende sirene van I Will Always Love You. ‘Ze probeerde zichzelf te vinden’, aldus tante Mary, de laatste die haar levend zag. ‘Ik was altijd op de vlucht’, volgens Whitney zelf. Heeft ze zich ooit veilig gevoeld?

Ze zou op 9 augustus 55 jaar oud zijn geworden. Het is de dag waarop Whitney verschijnt, de film die is geregisseerd door Kevin Macdonald, de man van de Bob Marley-docu Marley uit 2012, en geproduceerd door de mensen achter de documentaire over Amy Winehouse, Amy. Er zijn opvallende parallellen met het tragische verhaal van de Britse soul- en jazzzangeres: een opportunistische vader en een dubieus vriendje c.q. echtgenoot. En dan is er de sensationele beschuldiging van halfbroer Gary: Whitney en hij zouden als kind zijn misbruikt door tante Dee Dee Warwick, zus van Dionne en een van de eersten in de muziekindustrie die openlijk lesbisch was.

Whitney is geen hagiografie en smeert de sensatie er niet dik op. Interviews met naaste familieleden en intimi worden afgewisseld met archiefbeelden en homevideo’s, op de wijze waarop Amy is samengesteld. Dat betekent dat er ook vlekkerige en schokkerige beelden langskomen die sommige kijkers schele hoofdpijn kunnen bezorgen. Whitney zet iets recht: de karikatuur uit de laatste fase van haar loopbaan maakt plaats voor een tragédienne. Eerherstel voor een uitzonderlijk talent.
 

6 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Some Like It Hot: rollenspel

Some Like It Hot is actueler dan ooit

De perfectie van het rollenspel

door Tim Bouwhuis

Niemand is perfect, maar Some Like It Hot is dat toch zeker wel? Het zou zomaar een uitspraak van Billy Wilder zelf geweest kunnen zijn. Na een desastreus verlopen preview in december 1958 gooide de gevierde cineast het over een andere boeg: hij vertoonde de film gewoonweg voor een jonger publiek. De rest is geschiedenis en heden ineen.

Wilder en zijn coscenarist I.A.L. Diamond hadden twee troeven in handen om de mateloze moderniteit van hun screwball comedy ietwat te verhullen. Some Like It Hot kon een period piece worden en de twee ‘mannelijke’ hoofdpersonages moesten een dynamisch rollenspel spelen. Uiteindelijk zette het duo beide troeven met plezier in.

Waarom zijn juist deze ogenschijnlijk eenvoudige kenmerken van de film zo essentieel voor het schetsen van zijn moderne karakter? Daarvoor moeten we iedere contemporaine lezing van Some Like It Hot even inruilen voor de omstandigheden waaronder Wilders filmische maskerade tot stand kwam.

Some Like It Hot

Liefde tussen man en vrouw
Aan het eind van de jaren vijftig was de invloed van de befaamde Production Code tanende. Het advent van de beeldbuis ging hand in hand met de achteruitgang van het studiosysteem, en de greep van taboes en (zelf)censuur verzwakte. Dit nam echter nog niet weg dat Wilder de censors én zijn publiek moest overtuigen met thema’s die in de voorbije decennia naar de krochten van de taboesfeer waren verbannen. De meeste Amerikanen waren het gewoon om in termen van huwelijk en huiselijkheid te denken.

De filmindustrie kon de normatieve liefde tussen man en vrouw op haar beurt niet zomaar op de tocht zetten, vooral omdat iedere poging zonder verborgen betekenissen of subtiel verhulde symboliek toch wel door de Code gepareerd zou worden. Als een regisseur dan eindelijk verder ging dan de klassieke filmkus, moest dat suggestief. Alfred Hitchcock eindigt North by Northwest (tevens 1959) met een toespeling op een penetratie: een trein rijdt met volle vaart een tunnel in op het moment dat de geliefden (Cary Grant en Eva Marie Saint) de liefde zullen gaan bedrijven. Uiteraard houdt de Master of suspense zich in deze film nog wel netjes aan de genderbalans: een open homoseksuele of lesbische relatie zul je in een film uit dit tijdperk niet zomaar aantreffen.

Billy WilderToespelingen
Hoe anders was dat in de roaring twenties, toen het studiosysteem kon uitdijen onder een stroom van kansen en gedurfde toespelingen op de relaties tussen mannen en vrouwen. In William A. Wellmanns oorlogsdrama Wings (1927) delen Charles Rogers en Richard Allen een intieme kus op de mond. Broederlijk of niet, de camera legde vast wat we daarna decennia lang niet meer zouden zien.

Regisseurs trapten daarnaast heilige huisjes omver door de suggestie van overspel uit te werken of een meer cynische visie op de mensheid uit de doeken te doen. Ernst Lubitsch, Billy Wilders grootste voorbeeld, perfectioneerde in Hollywood zijn zogeheten ‘Lubitsch touch’ (Google op ‘Wilder’ en ‘The Lubitsch Touch’ voor een even puntige als amusante uitleg van Wilder zelf), nadat hij in Duitsland het vroege hoogtij van de Weimar Cinema had meegemaakt.

De Duitse filmacademicus Thomas Elsaesser stelt dat Weimar Cinema garant stond voor ‘the creation of a highly sophisticated film language, both on the level of the image and the narrative, repeatedly using strategies of deception, camouflage, impersonation, and duplicity to make larger claims about the forming and deforming forces of modernity’.

Neem bijvoorbeeld Robert Wienes Das Kabinett des Doktor Caligari (1920), waarin de androgyne verschijning van slaapwandelaar Cesare (Conrad Veidt) onze perceptie van genderidentiteit op losse schroeven zet. De film als geheel is een ontwrichtende droom, waarin iedere verschijning deel kan zijn van een groter bedrog. De hysterische decors reflecteren het grenzeloze karakter van stijl en narratief.

Rollenspel
In de expressieve kunst van deze academisch afgebakende periode ontspringt ook Wilders fascinatie voor het rollenspel. In het rollenspel kunnen personages zijn en verbeelden wat in een meer directe context taboe is. Doorheen het oeuvre van Wilder komt het gegeven van het rollenspel telkens weer terug. Neem bijvoorbeeld The Major and the Minor (1942). Ginger Rogers (ongeveer dertig jaar oud in de productieperiode) doet zich voor als een twaalfjarig meisje om tegen een goedkoper tarief met de trein te kunnen reizen, en identificeert zich in een later stadium ook nog eens als haar bloedeigen moeder. Het laatste frame van de film laat zich lezen als een speelse visuele vooruitwijzing naar Some Like It Hot, waarin de stoomwolk van de trein Sugar Kane (Marilyn Monroe) deels even aan het oog onttrekt, net als Rogers in The Major and the Minor.

Wie eenmaal met de bril van het rollenspel naar het oeuvre van Wilder kijkt, moet zich eerder inspannen een film te vinden die het niét moet hebben van (variaties op) gedaanteverwisselingen. Gerd Gemünden betoogt in zijn boek A Foreign Affair: Billy Wilder’s American Films dat deze gedaanteverwisselingen zeker niet alleen als voortstuwende plot devices moeten worden beschouwd: ‘’impersonation and masquerade always entail a political dimension, serving as allegory for the price the exile has to pay in his or her quest for assimilation, for blending in, or for mere survival’’.

Some Like It Hot

Verkleedpartij
In Some Like It Hot is de personificatie van de banneling het komische duo Jack Lemmon-Tony Curtis. Aan het begin van de film leren we dat de twee beroepsmuzikanten alles doen om maar rond te kunnen komen: ze lenen geld, wedden op paarden óf verkleden zich als vrouwen. Eenieder kan nu perfect betogen dat de transformatie van Lemmon en Curtis verre van volmaakt is. Voor Curtis weifelachtig gepitchte falsetstem, de overdreven loopjes en het gemaakt hysterische gedrag van de gemaskeerde charmeurs is de uitdrukking ‘over de top’ uitgevonden, en als de charlatans onder elkaar zijn hullen ze zich gewoon weer in de mantel van hun eigen identiteit.

Uitspraken van die aard zijn perfect van toepassing op het eerste anderhalf uur van de film, maar de escapades van Josephine en Daphne hebben een staartje. Wie Some Like It Hot zag, kan de afsluitende oneliner ongetwijfeld dromen. Op ludieke wijze laat sugar daddy Osgood (een even boeiende als linke figuur in #metoo-tijden) weten dat hij ook met een homoseksuele relatie geen moeite heeft. In het originele script van Diamond en Wilder gaat de tekst onder het geliefde ‘Nobody’s perfect’ nog even verder: ‘’Jerry looks at Osgood, who is grinning from ear to ear, claps his hands to his forehead. How is her (sic!) going to get himself out of this? But that’s another story – and we’re not quite sure the public is ready for it”.

Transformatie
Billy Wilder heeft in een interview aangegeven dat het in deze situatie niet per se hoeft te gaan om een beslissing van seksuele aard: trouwen met een miljonair kan de sociale en financiële zekerheid verschaffen die Jerry en Joe in Some Like It Hot zeker niet hadden. ‘’It’s security’’, roept Lemmon demonstratief, voor het viertal het geluk tegemoet vaart. En toch kan er – afhankelijk van je precieze interpretatie van de film – meer aan de hand zijn. Jerry verandert zijn vrouwennaam eigenhandig van Geraldine in Daphne, een waarschijnlijk weinig toevallige verwijzing naar de Daphne uit de Griekse mythologie. Om de nimf te beschermen voor de avances van de god Apollo (lees: Osgood), verandert haar vader Daphne in een laurierboom.

Van zo’n opmerkelijke transformatie is in Wilders carrousel van strak getimede scriptgrappen gelukkig geen sprake, maar daardoor weegt de waarheid nog wat zwaarder: de tijdelijke vermomming van Jerry is verworden tot een levenslang vonnis. Met het einde van de film lijkt de kans dat we Jerry nog terug gaan zien voorgoed verkeken. En Wilder kent z’n publiek en z’n censors: de vraag is inderdaad of het publiek daar in die tijd klaar voor was.

Some Like It Hot

Identiteit
De Rooms-Katholieke League of Decency gaf Some Like It Hot een B-rating: de film was daarmee ‘’Morally Objectionable in Part For All’’, met name door zijn speelse verwerking van travestie, homoseksualiteit en lesbische liefde (de kus van Monroe en Curtis). Toch kon Wilders komedie een commercieel succes worden, in de eerste plaats omdat de licht met misdaad doordesemde plotlijn langs de censors kon komen. Het is precies zoals filmcriticus Roger Ebert stelde in zijn Great Movies-recensie: Some Like It Hot is ‘a movie that’s about nothing but sex and yet pretends it’s about crime and greed’.

De keuze om de film in het verleden te laten spelen is niet alleen een slim voorwendsel om iederéén deel te laten nemen aan het rollenspel, het is ook een strakke allusie op de dunne grens tussen verbod en vrijheid. Tijdens het eerste kwartier van de film krijgen we maar al te duidelijk mee dat de actie plaatsvindt in het Chicago van de drooglegging en de St. Valentine’s Day Massacre (1929). De geschiedenis van de drooglegging leert dat een grootschalig verbod van die aard op termijn enkel averechts werkt. Precies hetzelfde gaat op voor de Production Code. De drooglegging eindigde in 1933, niet lang voordat de verantwoordelijke organisatie de code meer rigide begon te handhaven. De focus verschoof dus deels naar andere vormen van ‘immoraliteit’; maar die vormen houden geen stand als ze niet expliciet bevraagd kunnen worden. Wilder schrijft en regisseert met een even speelse als serieuze knipoog.

In Some Like It Hot vertelt hij het verhaal van twee mannen die hun gefixeerde seksuele identiteit moeten loslaten om te overleven. De transformatie van Lemmon en Curtis is absoluut geen schande of een publiek schandaal (let op de reacties van Sugar en Osgood bij de twee onthullingen), maar een reflectie op een open wereld waarin de gendergrenzen zich eindeloos laten oprekken. Identiteit, zo lijkt Wilder te stellen, is altijd in beweging.

De conclusie mag iedereen voor zichzelf omarmen of verwerpen: Some Like It Hot is vandaag de dag actueler dan ooit.

 

5 augustus 2018

 

MEER BILLY WILDER
 
 
MEER ESSAYS

Irma la Douce

Irma la Douce

Listige liefde

door Suzan Groothuis

In deze romantische komedie zien we hoe een prostituee en een agent de liefde vinden. Hoewel dat niet zonder slag of stoot gaat: hij strijdt tegen corruptie en wil dat ze stopt met haar werk. Maar de eigenzinnige Irma laat zich niet zomaar iets vertellen. Met Shirley MacLaine en Jack Lemmon, die opnieuw het witte doek delen na Billy Wilders The Apartment (1960).

Billy Wilder was verantwoordelijk voor zowel de regie als het script van Irma la Douce (1963), een romantische komedie waarin Jack Lemmon en Shirley MacLaine de hoofdrollen sieren. Zij speelt Irma, een eigenzinnige prostituee herkenbaar aan haar zwart-groene outfit, al rokend met haar hondje op de arm. Ze werkt in Rue Casanova, dat ook wel bekend staat als Parijs’ vulgaire hart. Zij is een poule, een prostituee die haar centjes afdraagt aan haar mec, zeg, in nette bewoordingen, haar manager.

Irma la Douce

In Irma’s woon- en werkgebied maakt corruptie de dienst uit. Genoeg werk dus voor een agent, zeker als dat de jonge Nestor Patou (Lemmon) betreft. Patou, strijdend voor de goede moraal, besluit het rigoureus aan te pakken. Alle prostituees worden uit hun werkplek gejaagd en in een politiebusje afgevoerd. Dat hij vlak daarvoor zijn oog heeft laten vallen op de kokette Irma, verraadt het verloop van de film: de twee worden verliefd, maar haar werk komt tussen hen in te staan.

Patou eist van Irma dat zij stopt met haar dubieuze day job. Maar Irma wil haar eigen boontjes doppen en laat zich niet overtuigen. Hardop vraagt ze zichzelf af waarom mannen haar steeds willen veranderen. Dat ze zich omgeeft met minder zuiver volk, neemt ze op de koop toe: “Who wants to be a stray dog? You got to belong to someone, even if he kicks you once in a while”.

Billy WilderBitterzoet en omstreden
Irma la Douce is Wilders bewerking van een Franse musical. Hij schrapte de songs en bewerkte het verhaal tot een bitterzoete mengeling van humor en romance. In Technicolor geschoten toont hij Parijs als een bont, ordinair spektakel. Hulde voor de art direction: er is veel aandacht voor de decors en kostuums. Sommige outfits van de prostituees matchen precies met de gevel waar ze voor staan. En dan is er Irma, immer in verleidelijk zwart-groen gehuld; zelfs haar hondje heeft een eigenwijs groen strikje op de kop. En de groene kousen die haar benen sieren, krijgen nog een functie later in het verhaal.

Voor zijn tijd kan je Irma la Douce een omstreden film noemen. Een over de verlokkingen des levens en het vraagstuk wat moreel wel en niet door de beugel kan. In de woorden van de voice over aan het begin: “A story of passion, bloodshed, desire, and death. Everything, in fact, that makes life worth living.” Het personage van Irma staat voor verleiding; niet voor niets is zij met haar nonchalante aantrekkingskracht de meest gewilde poule van haar straat. En wat zich allemaal in haar wijk afspeelt, wordt oogluikend toegestaan door de autoriteiten, die er zelf maar al te graag aan mee doen. Wanneer Patou alle prostituees en hun klanten oppakt, zit daar ook zijn eigen korpschef bij.

Ondanks dat Irma en Patou verschillend denken over haar beroep, en het ‘live and let live’-principe in Irma’s wijk, worden de twee verliefd. En bedenkt de twijfelende Patou een list om haar voor zich te winnen, zonder dat zij seks heeft met andere mannen.

Irma la Douce

Grote filmhit, maar niet Wilders beste
Irma la Douce was een grote hit toen hij uitkwam, films als The Great Escape en The Birds overtreffend. Inmiddels is het een van de minder bekende Wilder-films, overschaduwd door meesterwerken als Sunset Boulevard, Some Like It Hot en The Apartment. Toch is het een duidelijke Wilder, voorzien van cynisme en provocatie (neem de gedurfde onderwerpkeuze van betaalde seks!).

Hoewel vermakelijk, is het niet Wilders beste: de film kent behoorlijk wat slapstickmomenten. Neem de flauwe lampenscène in de bar waar Patou in gevecht raakt met een van de mecs. Of zijn ludieke, over the top personificatie van een Britse aristocraat.

Het verhaal is het sterkst in het begin, waar we kennismaken met de gewiekste Irma en hoe zij in het leven staat. Omstreden, eigenwijs, cynisch en tegelijkertijd teder en charmant. Het verhaal ontvouwt zich tot een lange (met een speelduur van bijna 2,5 uur) rollercoaster vol dwaze avonturen. Patou, de grenzen van zijn eigen moraal opzoekend, trekt onstuimig en onhandig alles uit de kast om Irma voor zich te winnen – en voor zichzelf te houden. En ook al gaat het credo ‘de aanhouder wint’ op, aan het einde word je als kijker eventjes verrast door een surreëel spelletje van Wilder. Maar dat is voor een ander verhaal, zoals een van de personages stijlvol afsluit.

 

3 augustus 2018

 

Deze film draait binnenkort o.a. in EYE Amsterdam. 

 

MEER BILLY WILDER

One, Two, Three

One, Two, Three

Kluchtige hectiek in verdeelde stad

door George Vermij

Spanningen tussen Oost- en West-Berlijn lopen hoog op in Billy Wilders mallotige One, Two, Three. En dat alles wegens een jonge Amerikaanse dame die gevallen is op een fanatieke communist. Hooggeplaatste Coca-Colaverkoper C.R. “Mac” MacNamara mag het allemaal oplossen. 

De invloedrijke filmcritica Pauline Kael was geen fan van One, Two, Three. In haar boek ‘I Lost it at the Movies’ is ze buitengewoon vilein en laat ze niets heel van de film:

As a member of the audience, I felt degraded and disgusted, as if the dirt were being hurled right at my face.  One Two Three is overwrought, tasteless, and offensive – a comedy that pulls out laughs the way a catheter draws urine.

Je merkt dat ze gekwetst is. Een emotie die vandaag de dag ook niet ontbreekt in veel filmkritiek. Maar heeft Kael gelijk?

One, Two, Three

Houdbaarheid
Toen ik de film zag tijdens een Billy Wilder-retrospectief op tv moest ik lachen. Als vijftienjarige werd ik meegevoerd in het dolle tempo van de film. One, Two, Three moest ook snel zijn volgens Wilder en dat allemaal op het acteerritme van veteraan James Cagney die de film volledig draagt als Mac. In die stroom van woord- en beeldgrappen zitten af en toe wat losse flodders of schoten die het doel niet raken. Door de tijd zijn bepaalde moppen ook verouderd. Komedie is nu eenmaal een lastig genre qua houdbaarheid. Maar als een spiegel van de mores van een specifiek tijdsgewricht is het een veelzeggend document.

Mac is een hoge piet bij Coca Cola in West-Berlijn. De Muur is er nog niet, maar de ruïnes die te zien waren in Wilders A Foreign Affair zijn inmiddels verdwenen. Althans in het kapitalistische Westen waar het Wirtschaftswunder de stad een nieuw elan heeft gegeven. Het besmette verleden is voor het gemak onder het tapijt geveegd, maar af en toe borrelt er nog iets omhoog. Zo is Macs assistent een ijverige en onderdanige Duitser die het maar niet kan laten om met zijn hielen te klikken als hij zijn baas aanspreekt. Het was er in de SS goed ingestampt.

Billy WilderRomance
De spanningen van de Koude Oorlog worden geleidelijk ook voelbaar voor Mac. De aanleiding is echter onschuldig. De verwende dochter van zijn baas is in Berlijn neergestreken. Tot Macs grote schrik blijkt zij haar hart te hebben verloren aan een felle anti-kapitalist die overtuigd is van de communistische heilstaat. Alleen jammer dat deze romance niet kan bestaan in een periode waarin een atoomoorlog op elk moment kan uitbreken.

Toch zijn die obstakels voor Mac een uitdaging waar hij zijn onderhandeltalenten en zakeninstinct op los kan laten. En zo reist hij door de verdeelde stad om de jonge communist zwart te maken. Dat doet hij sluw door dealtjes te bekokstoven met de Russen waarbij de politieke verschillen ondergeschikt lijken te zijn aan de kracht van Amerikaanse overredingskracht en natuurlijk dollars. Het is curieus dat Macs ondernemende insteek raakvlakken heeft met de hoofdpersoon uit Steven Spielbergs Bridge of Spies. Een advocaat die opeens een tussenpersoon is in een groot conflict tussen de Russen en de Amerikanen. Als hommage aan Wilder laat Spielberg in een scène een bioscoop zien waar de film draait. Maar anders dan de grimmige realiteit van die film is dit natuurlijk een dwaze klucht.

Zoetsappigheid
Door Macs opportunistische inspanningen worden Oost en West op de hak genomen. Het is voor Wilder een soort jachtseizoen op alle heilige huisjes die de tegengestelde ideologieën hebben voorgebracht. Ondanks alles blijft het wel luchtig en dat is waarvoor hij zo vaak werd afgestraft in de filmpers. Zo vond de Britse filmcriticus David Thomson dat Wilder ondanks zijn cynisme vaak zwichtte voor de conventies van Hollywood. Een bittere film kreeg vaak een zoete kers op de taart in de vorm van een happy end.

One, Two, Three

Die kritiek proef je ook in Kael terug. Voor beide critici gaat Wilder niet ver genoeg of zwakt hij op het laatste moment dingen af met zoetsappigheid. One, Two, Three ontsnapt ook niet aan die neiging om het naar het einde toe op safe te spelen. Het is wel een dolle rit die grappig is als tijdscapsule. Zie daar de Mad Men-achtige kantoorwereld waar oude bazen het doen met hun jongere voluptueuze secretaresses. Vrouwen zijn ook een dealbreaker. Als Mac wat Russen moet overtuigen haalt hij zijn sexy assistente uit de kast. Het is plat, maar ook grappig. Vooral als zij in haar wilde dans ervoor zorgt dat een portret van Nikita Chroesjtsjov uit de lijst schiet en opeens een portret van Josef Stalin tevoorschijn komt.

Als film schippert One, Two, Three tussen de slechtste tendensen van Wilder en zijn beste: die cynische eerlijke en vooral ook komische visie op de zwaktes van de mens. Sommige grappen zijn verouderd maar ook het politieke landschap. Desondanks blijft het een vermakelijke en interessante film.

 

1 augustus 2018

 

Deze film draait binnenkort o.a. in EYE Amsterdam. 

 

MEER BILLY WILDER

Stalag 17

Stalag 17 mist volwassen en doordachte humor

Echo van de ‘grote’ Billy Wilder

door Ralph Evers

Hoe iets zinnigs te vertellen over deze film, terwijl het pas de tweede film is die ik van Wilder zie? De eerste die ik zag was Sunset Blvd. Hoewel voldoende vermakelijk, laat Stalag 17 een fletse indruk achter, een echo van de vermeende ‘grote’ Billy Wilder.

Jaren geleden zag ik La vita è bella van filmclown Roberto Benigni en dat is één van de vreselijkste filmervaringen die ik ooit had. Ik moest kort aan die film terugdenken toen ik Stalag 17 zag, vanwege het irritante personage Animal en de kekke stemmetjes van sommige acteurs. De irritatie sloeg toe en ergens ook een oordeel dat films over dit thema wel iets volwassenere, iets doordachtere humor kunnen gebruiken.

Stalag 17

In Stalag 17 lukt de komedie overigens wel een aantal keer. Men heeft tijdens het schrijven van het plot aan meerdere lagen gedacht, wat de film voldoende cachet geeft om te blijven kijken. Zo is met name het verraadplot leuk gedaan, al heeft de oplettende kijker al snel door hoe een en ander zit.

Personages inkleuren
Ik moest bij het kijken van Stalag 17 nog aan een andere film denken, zich afspelend in een gevangenenkamp met een ontsnapping. Eén van de spannendste films die ik ooit zag, omdat het zo realistisch lijkt te gebeuren: Un condamné à mort s’est échappé ou Le vent souffle où il veut van Robert Bresson. Het grote verschil tussen deze twee films is dat in de film van Bresson jij het personage kan zijn, terwijl Wilder zijn personages al inkleurt. Stalag 17 doet dan ook af en toe aan als een toneelvoorstelling, met z’n beperkte decor. Hetgeen overigens niet zo gek is, want de film is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Doald Bevan en Edmund Trzcinski.

Billy WilderStalag 17 was in zijn tijd erg succesvol. Wilder werd genomineerd voor een Oscar met deze film en William Holden won de Oscar voor beste mannelijke hoofdrol. De film draait om twee vrienden die proberen te ontsnappen, betrapt worden en doodgeschoten. De overgeblevenen vermoeden dat er een spion in hun midden is en met de cynische opstelling van sergeant Sefton is er snel een verdachte aangewezen.

Sefton stelde voor te gaan gokken of de vrienden hun ontsnapping zouden overleven en maakt veel winst met de uitkomst. Later is er een nieuwe gevangene, James Dunbar, die verdacht wordt van sabotage en daarvoor geëxecuteerd zal gaan worden. Men beraamt een nieuwe ontsnappingspoging voor om Dunbar uit handen van de SS te houden. Sefton is inmiddels bezig te onderzoeken wie wél de spion is.

Onbevredigend
Stalag 17, een afkorting van Stammlager, is een gevangenenkamp voor geallieerde piloten die boven Duits (bezet) grondgebied zijn neergeschoten. De condities waarin de gevangenen werden gehouden zijn vergeleken met veel andere kampen tijdens nazi-Duitsland, best wel oké. Al wordt over die situatie in deze film weinig bekend. Het kan overal zijn, zo gelijkmatig zijn de dagen en het gemoed van de personages. Dichtbij de barakken van de veelal Amerikaanse piloten is een barak vol Russische vrouwen, wat ruimte geeft voor wat vooroordelen over ‘die knappe Russinnen’ en de ‘foute communisten’ toch nog als lustobject enigszins positief in een Amerikaanse film kan passen.

Stalag 17

Dat de film uiteindelijk toch wel lekker wegkijkt, heeft ongetwijfeld te maken met enerzijds het vakmanschap van Wilder en anderzijds de goede plotuiteenzetting. Het zat blijkbaar al vroeg in het DNA van Hollywood dat films Amerikaanse helden en slimheid kennen en dat ze nauwelijks zwaar op de hand zijn. Zeker niet wanneer er prijzen gewonnen moeten worden of het commerciële succes de boventoon voert.

Het zwakt deze film voor mij af, doch past het in de lijn van ‘kampfilms’, van Amerikaanse makelij, die ik zag. Films vol historische onjuistheden en sprankjes hoop, hetgeen gedrochten als The Grey Zone en The Boy in the Striped Pyamas oplevert. Als Benigni zijn gedrocht niet gemaakt had, had ik kunnen zeggen dat Europeanen toch beter in dit genre zijn. Benigni is de uitzondering op die regel.
 

30 juli 2018

 

Deze film draait binnenkort o.a. in EYE Amsterdam. 

 

MEER BILLY WILDER

Private life of Sherlock Holmes, The

The Private Life of Sherlock Holmes

Speurneus onder de loep

door George Vermij

The Private Life of Sherlock Holmes lijkt op het eerste gezicht een buitenbeentje in Billy Wilders oeuvre. De film deed het ook niet goed in de bioscoop en werd lauwtjes onthaald door critici.

Die ontvangst kan misschien verklaard worden door veranderingen in de smaak van het filmpubliek. De film ging eind jaren 60 in productie als een episch portret van ‘s werelds beroemdste detective. In eerste instantie zou het een musical worden met Peter O’Toole in de hoofdrol, maar dat idee ontwikkelde zich geleidelijk tot iets heel anders. Zo nam theateracteur Robert Stevens het stokje over van O’Toole. De film zou zich richten op Holmes’ studententijd en daarna gaan over een zaak die hij als professionele speurneus op zich neemt.

The Private life of Sherlock Holmes

Wegvallen van illusies en oude waarden
Het eindresultaat is met zijn twee uur, maar een deel van een film die eigenlijk langer had moeten zijn. In 1970 was de aandacht van de bioscoopbezoeker al verschoven naar meer eigentijdse films. The Private Life of Sherlock Holmes was toen al verouderd in vergelijking met al die nieuwe hippe titels die inspeelden op een jonger publiek. Een lot dat David Leane’s epische Ryan’s Daughter ook was beschoren. Maar verouderd is maar een relatief begrip en het is nou net dat element dat de film vandaag de dag juist zijn charme en uiteindelijk zijn bittere kracht geeft. The Private Life of Sherlock Holmes gaat over het wegvallen van illusies en oude waarden en dat in een Engeland dat een nieuwe eeuw tegemoet gaat.

De openingsscène vindt plaats als Holmes en Watson al lang tot stof zijn wedergekeerd. In een statige bank wordt een kluis geopend. Vervolgens worden wat objecten afgestoft: een deerstalker hoed, een viool en een grote loep. Het zijn herkenbare rekwisieten die iedereen associeert met Arthur Conan Doyle’s held. Maar wat doet die mysterieuze injectiespuit bij al die spullen? En hoe zit het nou met dat grote manuscript? Het blijkt een tekst die Holmes’ trouwe metgezel John H. Watson met veel zorg heeft geschreven. Het is een verslag van een pijnlijke zaak die de smetteloze reputatie van de privédetective in een heel ander daglicht zet.

Billy WilderOntleding van de mythe
En zo gaan we naar een mistig Londen in het fin de siècle. Holmes en Watson komen net thuis na een van hun avonturen. De meesterdetective is echter niet blij met Watsons stukken over hem die geregeld verschijnen in The Strand Magazine. Moet hij nu steeds met die belachelijke hoed rondlopen omdat lezers dat verwachten? En hij kan wel vioolspelen, maar hij zit niet te wachten op uitnodigingen van orkesten. Zo goed is hij ook weer niet. Het is een mooie ontleding van de mythe die de man overschaduwt.

De scène speelt ook met de ontwikkelingen die de fictieve figuur in het echt heeft meegemaakt. Zo is er nog steeds discussie over de deerstalker hoed die wordt gezien als een handelsmerk, maar in de boeken alleen vluchtig voorbijkomt. En zo is het vaak aangehaalde citaat ‘Elementary, my dear Watson.’ niet in Doyle’s teksten terug te vinden. Iedereen die zich waagt aan een nieuwe bewerking van deze fictieve figuur lijkt er elementen aan toe te voegen. Die worden stapsgewijs een onmiskenbaar deel van de fictieve persoon.

Wrang staartje
Billy Wilders’ film gaat over deze discrepantie tussen verwachting en werkelijkheid aan de hand van een zaak die onschuldig begint, maar een wrang staartje krijgt. De eerste akte start nog komisch in de beste dubbelzinnige Wilder-traditie. Holmes wordt door een gerenommeerde Russische ballerina gevraagd om als zaaddonor te dienen. Hij is nu eenmaal een begeerde vrijgezel wegens zijn uitmuntende reputatie. Daar kunnen toch alleen maar briljante kinderen uit voortkomen? Toch moet hij de ietwat verlopen Russische dame teleurstellen.

The Private life of Sherlock Holmes

Robert Stevens is perfect als de gevatte Holmes die vliegensvlug op het idee komt om maar subtiel te hinten dat hij homoseksueel is. ‘Ach net als Tsjaikovski!’, zegt een teleurgestelde koppelaar. Helaas wordt Watson (een uitstekende Colin Blakely) ook betrokken bij deze leugen. En dat terwijl hij enthousiast aan het flirten is met kokette danseressen.

Van deze grappige misverstanden en decepties komen wij plotseling bij een mysterieuze vrouw die uit de Thames is gevist. Ze wordt voor Holmes’ huis gedropt omdat zij zijn adres bij zich heeft. Deze buitenlandse dame is door het ongeluk haar geheugen tijdelijk kwijt geraakt. Holmes is duidelijk gefascineerd door deze elegante verschijning die uit België blijkt te komen. Haar man is vermist en ze heeft Holmes’ hulp nodig om hem terug te vinden. Het begin van een grote speurtocht waar dwergen, Schotse kastelen, het monster van Loch Ness en geheimzinnige voertuigen de revue passeren.

Complexe relatie met vrouwen
Het knappe van de film is dat dit wilde avontuur gecombineerd wordt met een intiem portret van Holmes. Zo wordt zijn complexe relatie met vrouwen gaandeweg blootgelegd door subtiele openbaringen. Holmes klaagt over hoe Watson hem in zijn verhalen portretteert als een misogyne man. Hij is geen vrouwenhater, hij vertrouwt ze gewoon niet.

In een ongebruikelijke ontboezeming aan de Belgische Gabrielle vertelt Holmes waar zijn wantrouwen vandaan komt. Een verloofde stelde hem teleur op het moment dat ze in het huwelijksbootje zouden stappen. Typisch onderkoeld en met een vleugje ironie zegt Holmes dat ze stierf door een ziekte. Kortom, je kunt niet op ze rekenen die vrouwen.

Stevens heeft de juiste toon te pakken om deze schijnbaar emotieloze gentleman gevoelens mee te geven. Het zijn ook die onderdrukte emoties die zorgen voor de verrassende ontknoping van het verhaal. Ondanks zijn perfectionisme heeft de speurder ook zijn kwetsbare kanten. Zijn talenten om alles tot in de puntjes uit te zoeken kunnen ook gemanipuleerd worden. Gabrielle is daarbij de spil. Misschien niet zo gek dat Wilder die in zijn films noirs de femme fatale ruimte gaf, hier ook gebruik maakt van die figuur.

The Private life of Sherlock Holmes

Melancholiek
Anders dan die fatalistische films noirs is The Private Life of Sherlock Holmes  meer een melancholieke film. Het draait om een man die zijn talenten gebruikt zodat hij kan vluchten van de realisatie dat hij te bang is om iemand echt lief te hebben. Zijn bescheiden verslaving aan verdovende middelen vloeit daar ook uit voort. Stevens heeft aan wat kleine gebaren genoeg om dit geloofwaardig over te brengen. Zijn teksten zijn ook heerlijk vooral als hij iemand scherp van repliek voorziet zoals zijn sluwe broer Mycroft, een prima gecaste Christopher Lee.

Het is jammer dat de film in zijn tijd geen groot publiek kon vinden. Toch is de waardering voor de film door de jaren gegroeid. Criticus Kim Newman vindt het nog steeds de beste Sherlock Holmes-verfilming. Steven Moffat en Mark Gattis gaven ook toe dat zij zich door de film lieten inspireren toen ze het scenario van een eigentijdse versie van de detective schreven. Die BBC-serie met Benedict Cumberbatch als Holmes werd een groot succes. Naar mijn mening is deze film toch beter en verplichte kost voor iedereen die zijn hart heeft verloren aan deze knappe kop wonende op 221b Baker Street.
 

28 juli 2018

 

MEER BILLY WILDER
 
 
MEER ESSAYS

Love in the Afternoon

Love in the Afternoon heeft de ‘Lubitsch touch’

Het mysterieuze meisje en de rokkenjager

door Nanda Aris

Billy Wilder maakte met Love in the Afternoon in 1957 zijn tweede romantische comedy met Audrey Hepburn. Ze speelt de dochter van een detective. Ze besluit de rokkenjager die neergeschoten zal worden door een jaloerse echtgenoot, te helpen. 

Love in the Afternoon is niet verworden tot een van Wilders bekendste films, maar het is interessant werk om te bekijken, vanwege de invloed van regisseur Ernst Lubitsch.

Love in the Afternoon

Lubitsch
Dat Billy Wilder een fan was van Ernst Lubitsch, was duidelijk. In het kantoor van Wilder hing een bordje met: ‘How would Lubitsch do it?’ Wanneer Wilder – zowel schrijver als regisseur – er niet uitkwam, probeerde hij zich altijd voor te stellen hoe Lubitsch het gedaan zou hebben. De ‘Lubitsch touch’ inspireerde Wilder, waarover later meer.

In 1939 werkten Lubitsch en Wilder samen aan de film Ninotchka; Wilder schreef het scenario, en Lubitsch regisseerde. Een jaar daarvoor maakte Lubitsch de film Bluebeard’s Eighth Wife, die de inspiratie voor Wilder’s Love in the Afternoon vormde. Beide regisseurs waren joods en kwamen oorspronkelijk niet uit Hollywood. Lubitsch was van Duitse komaf, en Wilder van Oostenrijkse, maar woonde een tijd in Berlijn en Parijs, totdat Hitler in 1933 aan de macht kwam, waarna hij vluchtte naar Amerika. In de films van Lubitsch en Wilder zijn vaak Europese invloeden aanwezig.

Parisienne
Zo is Love in the Afternoon gesitueerd in Parijs, en geen betere actrice dan Audrey Hepburn toentertijd om een Parisienne te spelen. Een aantal jaren ervoor speelde Hepburn in de film Sabrina (1954) van Wilder een jonge vrouw die naar Parijs vertrekt, en bij terugkomst een ontwikkelde vrouw is geworden.

Billy WilderHepburn werd geboren in België, haar vader was een Brit en haar moeder Nederlandse. Haar gracieuze verschijning en de kleding die ze droeg, zorgden ervoor dat ze niet alleen een bekend actrice zou worden, maar ook een stijlicoon. Amerika genoot van de stijlvolle, moderne en kosmopolitische Europese sfeer die zowel Lubitsch als later Wilder neer wisten te zetten. Het zijn ook kenmerken die de ‘Lubitsch touch’ typeren: elegantie en stijl. “I’ve been to Paris, France, and I’ve been to Paris, Paramount”, zo zei Lubitsch ooit. “Paris, Paramount, is better.” Paris, Paramount had hij zelf zo’n beetje uitgevonden; het bevestigt de erkenning van zijn rol als culturele vertaler.

Deuren
Love in the Afternoon vertelt het verhaal van detective Claude Chavasse (Maurice Chevalier, ook een bekende in films van Lubitsch), die zijn cliënt vertelt dat hij diens vrouw inderdaad gezien heeft met rokkenjager Frank Flannagan (Gary Cooper, o.a. Bluebeard’s Eighth Wife). Eigenlijk zou Cooper te oud zijn om Hepburns tegenspeler te zijn – hij was 56 – maar Wilder loste dat op door een film noir-schaduw op zijn gezicht te laten vallen.

De bedrogen echtgenoot kookt van woede, besluit zijn vrouw op heterdaad te betrappen en Flannagan neer te schieten. Dat zou moeten gebeuren in de Ritz. Een prachtige locatie, omdat er zowel ín de hotelkamer als op de gang gefilmd kon worden. Die suspense – iets suggereren, iets niet direct vertellen of laten zien; door het tonen of niet tonen van het één het andere suggereren – is nog zo’n kenmerk van de ‘Lubitsch touch’. De hoteldeur is gesloten, de musici die speelden in de kamer, verlaten de kamer, en we zien het beeld van een gesloten deur. We weten dat er achter die deur een stel samen is.

De deur functioneert op meerdere momenten de scheiding van wat zich binnen en buiten afspeelt. Zo ook bij de detective thuis, als scheiding tussen de woonkamer en de slaapkamer. Op die manier hoort Ariane Chavasse (Audrey Hepburn), de dochter van de detective, van de plannen van de bedrogen echtgenoot, en besluit ze mr. Flannagan te helpen. Flannagan is gecharmeerd van de mysterieuze Ariane, en valt voor haar.

Love in the Afternoon

Muziek
De ‘Lubitsch touch’ spitst zich ook toe op het gebruik van muziek. In dit geval spelen de musici die Flannagan laat optreden in zijn kamer oneindig vaak Fascination van Fermo Dante Marchetti (1905) – en als zij het niet spelen, neuriet Ariane het deuntje wel.

In de volgende scène combineert Wilder het element muziek met de laatste te benoemen ‘Lubitsch touch’: humor. We zien Flannagan in zijn hotelkamer waar hij luistert naar de opname die Ariane voor hem heeft gemaakt. Ze bespreekt welke ‘items’ ze allemaal heeft gehad: de bankier uit Brussel, de chauffeur van de bankier, enz. Flannagan drinkt flink door, hij geeft niet graag toe dat de opname hem iets doet. De orkestleden spelen in hetzelfde tempo door en krijgen van Flannagan een tafel met drankglazen toegeschoven. En na het drankgelag sommeert hij de gipsy’s zelfs om mee gaan naar de sauna waar ze vrolijk, maar zwetend, verder musiceren.

Ondanks dat Love in the Afternoon niet Wilders belangrijkste werk is, is het een interessante film. Om de vergelijking met Ernst Lubitsch te kunnen maken, maar zeker ook omdat Audrey Hepburn de show steelt als de jonge charmante, elegante en soms aandoenlijke Ariane.
 

24 juli 2018

 

Kijk hier wanneer deze film nog draait in EYE Amsterdam.

 

MEER BILLY WILDER

Vossenstreken in de woestijn

Oorlogsfilm Five Graves to Cairo vaak over het hoofd gezien

Vossenstreken in de woestijn

door Rob Comans

1941 – veldmaarschalk Rommel en zijn Afrika Korps richten hun pijlen op het Afrikaanse continent. De geallieerden lijden zware verliezen. In een vergeten uithoek van de Sahara wordt de strijd beslist. Aldus de ingrediënten voor het spannende, nagenoeg onbekende, WOII-spionagedrama van regisseur Billy Wilder: Five Graves to Cairo. 

In 1941, als de Blitzkrieg van de nazi’s een groot deel van Europa onder de voet heeft gelopen, begint veldmaarschalk Erwin Rommel aan de invasie van Noord-Afrika, een militaire onderneming waarin sterk wordt ingezet op de grote mobiliteit en slagkracht van het Duitse leger. De pantserdivisies van het Afrika Korps waarover hij de leiding voert zijn aanvankelijk veruit superieur aan de geallieerde troepen, resulterend in overwinningen in Libië, Egypte en Tunesië. Maar bevoorrading blijkt een probleem voor de Duitse veldmaarschalk, die vanwege zijn gedurfde strategieën ‘de Woestijnvos’ werd genoemd.

Five Graves to Cairo

Een gestage aanvoer van met name brandstof was essentieel voor de snelle opmars van Rommel’s tanks. De uitgestrekte, door honderden kilometers open woestijn lopende Duitse aanvoerlijnen waren kwetsbaar voor sabotage en aanvallen vanuit de achterhoede. Zonder brandstof veranderden de pantserdivisies van het Afrika Korps al snel in gemakkelijke doelwitten voor vijandelijke tanks. Dit zou bijdragen aan de uiteindelijke nederlaag van Rommel’s Afrika Korps, dat in 1942 tijdens de tweede slag om El Alamein definitief verslagen werd door veldmaarschalk Montgomery’s Achtste Leger.

WOII als achtergrond
Deze historische feiten nemen regisseur Billy Wilder en scenarioschrijver Charles Brackett als achtergrond voor hun spannende oorlogsfilm Five Graves to Cairo (1943), dat daarnaast gebaseerd is op het reeds in 1927 en 1939 als Hotel Imperial verfilmde toneelstuk van toneelschrijver Lajos Biró. Waar deze de gebeurtenissen in een klein hotel in het door de Russen bezette Oostenrijk tijdens WOI als uitgangspunt nam, verplaatsen Wilder en Brackett de handeling in het door hen geschreven scenario naar een hotel in de Sahara aan de rand van het fictieve Egyptische plaatsje Sidi Halfaya tijdens WOII.

Billy WilderHier raakt de Britse korporaal John J. Bramble (Franchot Tone) verzeild nadat de tankdivisie waarover hij het commando voert vernietigend wordt verslagen door Rommel’s pantsers. Nadat hij als laatste overlevende uit een doelloos door de Sahara koersende tank is gekropen en vele kilometers door het brandende zand heeft afgelegd, strompelt de militair het door een luchtaanval beschadigde Empress of Britain hotel binnen. De fysiek en mentaal uitgeputte Bramble waant zich in het Britse divisiehoofdkwartier en ‘meldt’ zijn nederlaag bij de Egyptische hoteleigenaar Farid (Akim Tamiroff) en het Franse kamermeisje Mouche (Anne Baxter), waarna hij instort.

Farid en Mouche weten de Britse officier ternauwernood te verbergen, voordat Duitse militairen het stadje bezetten en het hotel als hoofdkwartier in gebruik nemen. Niemand minder dan veldmaarschalk Rommel (Erich von Stroheim) en zijn rechterhand, de sadistische luitenant Schwegler (Peter van Eyck) nemen er hun intrek.

Strateeg
De aanwezigheid van de hoge Duitse officieren is allesbehalve toevallig. Rommel, als de meesterlijke strateeg die hij is, heeft ver vooruit gepland en daarom in de jaren voorafgaand aan de oorlog zijn spionnen, zich voordoend als Duitse archeologen werkend aan opgravingen, geheime brandstofdepots in de woestijn laten verbergen. Deze moeten Rommel’s pantserdivisies verzekeren van een snelle opmars naar Caïro en een totale overrompeling van de daar gelegerde Britse strijdkrachten.

Sidi Halfaya is gekozen als uitvalsbasis vanwege de gunstige ligging ten opzichte van deze depots. De sleutel tot de locaties van deze verborgen opslagplaatsen is even eenvoudig als geniaal: ze corresponderen met de vijf letters van het woord ‘EGYPT’ op Rommel’s stafkaart.

Wanneer Bramble weer op krachten gekomen is doet hij zich voor als één van de hotelkelners, een man met een klompvoet die tijdens een bombardement op het hotel omgekomen is. Deze man blijkt een Duitse spion te zijn geweest en het duurt niet lang voordat Bramble door Rommel, die zich niet bewust is van de deceptie, wordt gesommeerd om hem op de hoogte te brengen van de stand van zaken. Bramble is zich al snel bewust van de situatie en van de unieke mogelijkheid om Rommel’s plannen te dwarsbomen. Vanaf dat moment ontvouwt zich een spannend kat-en-muisspel tussen de vindingrijke Britse korporaal en de geslepen ‘Woestijnvos’ met als inzet het winnen of verliezen van de oorlog in Noord-Afrika.

Five Graves to Cairo

Troefkaarten
Five Graves to Cairo neemt binnen Wilder’s oeuvre een ondergewaardeerde plaats in. Toch heeft dit vaak over het hoofd geziene pareltje een aantal sterke troefkaarten in handen. Naast het intelligente, spannende en zeer op de toenmalige actualiteit toegesneden script (op het moment dat de film uitkwam was Rommel’s nederlaag in Noord-Afrika slechts een paar maanden oud), is dat het uitmuntende chiaroscuro-camerawerk (grote contrasten tussen licht en donker) van John F. Seitz.

Met name in de openingsbeelden van de eenzaam door de woestijn ploegende tank met haar dode bemanning, en het stuk gebombardeerde Empress of Britain hotel aan de rand van het stadje, maakt Seitz van de woestijnlocaties desolate, dreigende en vervreemdende plekken die desondanks toch exotisch aandoen. Geen geringe prestatie voor een geheel in de VS opgenomen film. Hoogtepunt vormt de confrontatie tussen korporaal Bramble en luitenant Schwegler, wanneer deze Bramble’s ware identiteit ontdekt. Deze krachtmeting, die zich tijdens een luchtaanval afspeelt, wordt door Seitz in diepe schaduwen gehuld wat de scène bijna ondraaglijk spannend maakt.

Narcistische ijzervreter
Hoogtepunt van de film is echter Erich von Stroheim, die als de arrogante, briljante veldmaarschalk Erwin Rommel de show steelt. Von Stroheim was bekend als de regisseur van meesterlijke films als Greed (1924), The Wedding March (1928) en Queen Kelly (1929), en had een reputatie als een veeleisende, sadistische, maar tevens geniale en visionaire vormgever. Als kampcommandant Von Rauffenstein speelde Von Stroheim al eerder een Duitse officier, in Jean Renoir’s La Grande Illusion (1937). Maar waar deze nog wel te porren was voor vreedzame co-existentie, hecht Von Stroheim’s Rommel geen waarde aan deze menselijke zwakheden.

De narcistische ijzervreter waant zichzelf superieur aan alles en iedereen, en probeert slechts geamuseerd vast te stellen of zijn tegenstanders zijn genialiteit kunnen begrijpen. Von Stroheim zal als de zichzelf vernederende butler Max von Mayerling opnieuw een rol vertolken in een film van Billy Wilder, ditmaal in het meesterlijke Sunset Boulevard (1950). Maar daar is zijn rol die van een discrete, op de achtergrond blijvende getuige. Gebruikmakend van Von Stroheim‘s  legendarische arrogantie, geeft Wilder hem in Five Graves to Cairo alle ruimte om te schitteren. Met als resultaat een onvergetelijke vertolking van een even verachtelijke als geniale man.

Afbreuk
Zo vakkundig geschreven, geacteerd en geregisseerd als Five Graves to Cairo is, telt de film toch een aantal kleine minpunten. Ten eerste is dat het onwaarschijnlijke gegeven dat de ‘Woestijnvos’ Rommel een Engelse kaart gebruikt om de locaties van de geheime depots op aan te geven, in plaats van een Duitse. Aangezien het Duitse woord ‘ÄGYPTEN’ zeven letters telt, zou dit de titel van de film in ‘Seven Graves to Cairo’ hebben veranderd. Misschien vond de studio ‘Five Graves’ beter klinken, of was men van mening dat het Amerikaanse publiek moeite zou kunnen hebben met het Duitse woord ‘Ägypten’. Of men vreesde dat de strijd om zeven begraven depots de handeling van de film teveel zou oprekken. Naar de ware reden voor de keuze voor het Engelse woord kan men slechts gissen, maar onwaarschijnlijk blijft het.

Five Graves to Cairo

Daarnaast is de typering van de personages soms wat stereotiep: Rommel en Schwegler zijn kille, arrogante technocraten; korporaal Bramble is een vindingrijke Britse underdog; de Française Mouche is fel anti-Duits en vaderlandslievend; de Egyptische hoteleigenaar Farid is een passieve onnozelaar. Zeker in vergelijking met latere films van Wilder zoals Double Indemnity (1944), The Lost Weekend (1945), Sunset Blvd. (1950) en Ace in the Hole (1951) is de karaktertekening in Five Graves… nogal aan de vlakke, eendimensionale kant.

Tot slot doet het feit dat de uiteindelijke nederlaag van Rommel al bekend is ook enigszins afbreuk aan de spannende plot.

Blijk van veelzijdigheid
Maar het zijn uiteindelijk slechts kleine gebreken in een film die binnen Wilder’s oeuvre vaak vergeten wordt. Ten onrechte, want Five Graves to Cairo blijft nog steeds prima overeind in vergelijking met andere exotische, al dan niet in een woestijn gesitueerde, klassiekers zoals Casablanca (1942), Ice Cold in Alex / Desert Attack (1958), They Came to Cordura (1959), Lawrence of Arabia (1962) en The Flight of the Phoenix (1965).

Als blijk van zijn veelzijdigheid als regisseur en zijn beheersing van diverse genres is het daarom zeer passend dat Five Graves to Cairo deel uitmaakt van het Billy Wilder-retrospectief dat deze zomer in filmmuseum EYE gehouden wordt.
 

18 juli 2018

 
MEER BILLY WILDER
 
 
MEER ESSAYS

Op hol geslagen mannenfantasie

The Seven Year Itch maakte van Marilyn de beroemdste filmster

Op hol geslagen mannenfantasie

door Cor Oliemeulen

De beroemdste pose uit de filmgeschiedenis is de opwaaiende witte jurk van Marilyn Monroe die bovenop een metrorooster staat. In de film zelf is dit iconische beeld een stuk minder pikant dan bijna iedereen denkt.

In de roman ‘Opwaaiende zomerjurken’ (1979) van Oek de Jong denkt hoofdpersoon Edo terug hoe hij bij zijn moeder achterop de fiets zit en hoe haar jurk omhoog wappert. In een uitgelaten stemming laten Edo’s moeder en de buurvrouw de wind heerlijk spelen met hun jurken. Sinds die dag zijn opwaaiende zomerjurken voor Edo het toppunt van vrijheid en geluk.

De broeierige septembernacht van 1954
De opwaaiende zomerjurk van Marilyn Monroe in The Seven Year Itch (1955) staat voor veel meer dan vrijheid en geluk. De meest beeldbepalende pose uit de filmgeschiedenis maakte van de in 1926 in Los Angeles geboren Norma Jean Baker in één klap de meest besproken actrice uit de filmgeschiedenis. Als je de bewuste scène bekijkt, vraag je je af waarom ze ook in figuurlijke zin zoveel stof deed opwaaien.

The Seven Year Itch Poster

Staande op een ventilatierooster van de metro waait de witte jurk van Marilyn’s personage, The Girl, in de film op tot halfweg haar bovenbenen. Je zou zeggen niet al te schokkend voor het preutse Amerika van de jaren vijftig. Het waren echter vooral de opnames in de broeierige nacht van 15 september 1954 op de hoek van 52nd Street en Lexington Avenue in New York die een eigen leven gingen leiden en het einde van haar huwelijk met honkballegende Joe DiMaggio inluidden.

Marilyn Monroe was zojuist doorgebroken als archetypisch dom blondje in Gentlemen Prefer Blondes (1953) en sierde in hetzelfde jaar vrolijk lachend in een weinig verhullend zwart jurkje de cover van het allereerste nummer van Playboy. Oprichter Hugh Hefner gebruikte stijlvolle naaktfoto’s van de blondine die vier jaar eerder waren gemaakt voor een kalender, maar die destijds te sexy waren bevonden (desondanks weigerde een postbedrijf de kalender te versturen). De 50.000 exemplaren van Playboy waren in no-time verkocht.

Slipje, twee slipjes of helemaal geen slipje?
Aangezien The Seven Year Itch voor een groot deel op locatie in New York werd geschoten en Marilyn Monroe hot was, hadden naar schatting vijfduizend, voornamelijk mannelijke, fans en fotografen zich op dit nachtelijk uur toegang tot de filmset weten te verschaffen. Nadat The Girl en haar buurman Richard Sherman (Tom Ewell) na een voorstelling van Creature from the Black Lagoon de bioscoop verlaten, zoekt zij verkoeling op een ventilatierooster van de metro. Regisseur Billy Wilder draaide de scène tientallen keren (volgens hem vergat zij steeds haar tekst) en het opgewonden publiek riep dat het nog meer wilde zien.

Hoewel Marilyn Monroe met volle teugen genoot van alle aandacht vroeg zij zich ter plekke af of Wilder al die opnames misschien later met zijn vrienden in een achterafkamertje zou gaan bekijken, want de camera kwam steeds dichterbij haar kruis. De actrice constateerde dat je door al het licht bijna door haar broekje heen kon kijken. Ze was ook bang dat men haar schaamhaar zou kunnen zien en trok voor de zekerheid een extra slipje aan.

Billy WilderTegenspeler Tom Ewell hing echter in 1984 in een televisie-interview een heel ander verhaal op. Billy Wilder zou het duo niet hebben verteld dat er plotseling lucht uit het rooster zou blazen en Marilyn zou juist helemaal niets onder haar opwaaiende zomerjurk hebben gedragen. Misschien was voor Ewell de wens de vader van de gedachte; kennelijk was de herinnering aan die zwoele tijd met de ouder wordende acteur aan de haal gegaan.

Joe DiMaggio voelde zich publiekelijk vernederd tijdens de eindeloze buitenopnames van de opwaaiende jurk en wist nu zeker dat de vrouw met wie hij acht maanden geleden was getrouwd geen ambities als huisvrouw en moeder had, maar niets anders wilde dan de spotlights. Na een handgemeen later in hun hotel vloog de honkballer terug naar Los Angeles en beklonk de scheiding van de twee Amerikaanse supersterren nog voordat de opnames van The Seven Year Itch waren afgerond. Ze bleven wel contact houden. DiMaggio escorteerde Monroe zelfs nog tijdens de filmpremière en regelde zeven jaar later haar uitvaart.

Het gezicht van God
Het idee van een opwaaiend kledingstuk boven een luchtrooster was niet nieuw. In de korte Amerikaanse stomme film Putting Pants on Philip (1927) van Laurel & Hardy waait de Schotse kilt van Stan Laurel steeds omhoog als hij over een rooster heen loopt – op het eind heeft hij door een niesbui zijn onderbroek verloren en vallen enkele vrouwen flauw bij het aanschouwen van het tafereel. Van die Schotse kilt hebben we nooit iets meer vernomen, maar de witte jurk van Marilyn Monroe werd in 2011 voor 4,6 miljoen dollar verkocht op een veiling.

En wat te denken van deze opname uit 1901 van de filmstudio van Thomas Edison. De cameraman lijkt te wachten totdat hij beet heeft.

Hoe beeldbepalend en geruchtmakend de opnames van Marilyn Monroe boven het ventilatierooster van de ondergrondse ook waren, ze werden opmerkelijk genoeg niet gebruikt in de film. Door de toegestroomde menigte en het rumoer bleek de geluidsband onbruikbaar. Bovendien bleken de door de filmcrew aangebrachte ventilatoren onder het rooster te hard te blazen, zodat de jurk volgens de censuurcommissie veel te ver was opgewaaid. Filmmaker Nicolas Roeg toont in Insignificance (1985) hoe een technicus in de ruimte onder het rooster de ventilator onder de jurk van de actrice richt en prevelt dat hij zojuist ‘het gezicht van God’ heeft mogen aanschouwen.

Ook moest de roosterscène worden ingekort, omdat een deel van de dialoog te suggestief werd geacht. Zo zegt The Girl in de ongecensureerde buitenversie dat de frisse lucht haar enkels verkoelt en dat ze blij is dat ze een jurk draagt in plaats van de hot pants van buurman Richard. De scène werd later in de studio opnieuw opgenomen (er zouden nog veertig takes nodig zijn geweest); de jurk waait daar beduidend minder hoog en er is geen enkel broekje zichtbaar. Maar het ‘kwaad’ was al geschied: posters, foto’s, merchandise en een vijftien meter hoge kartonnen Marilyn Monroe op de gevel van een bioscoop op Times Square tonen de volle lengte van Marilyn’s benen en een deel van haar onderbroekje(s).

Toneelstuk is veel minder braaf
Je zou bijna vergeten dat er om die wereldberoemde scène ook een film is geconstrueerd. The Seven Year Itch is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van George Axelrod. In het bloedhete New York heeft zakenman Richard (Golden Globe voor Tom Ewell, die tijdens de filmpremière al drie jaar dezelfde rol in het stuk op Broadway speelde) zijn vrouw en zoontje naar het veel koelere Maine gestuurd. Hij heeft net een boek gelezen over de theorie dat mannen in het zevende jaar van hun huwelijk vreemdgaan. Vanaf de eerste ontmoeting met zijn nieuwe bovenbuurvrouw, een reclamemodel, slaan zowel zijn hormonen als zijn fantasie op hol.

Billy Wilder – die in eerdere films al controversiële thema’s als verleiding, overspel en alcoholisme had behandeld – moest al zijn creativiteit aanwenden om de sfeer van het toneelstuk naar de film te vertalen. Alles wat ontrouw suggereerde, moest uit het script, vooral veel dialogen. Volgens de Hays Code mocht je over het thema overspel immers geen grapjes maken. Dat is de reden dat seks tussen de personages van Monroe en Ewell alleen voorkomt in de fantasie van laatstgenoemde. In het toneelstuk hebben de twee buren wel degelijk seks.

The Seven Year Itch werd de best bezochte filmkomedie van het jaar en Marilyn Monroe de grootste seksbom van de eeuw. Vanaf haar doorbraakfilm Gentlemen Prefer Blondes (1953) voer al een legertje van acteerdocenten, dressers en kappers in haar kielzog, na het recente succes stelde ze haar ambities verder bij. Ze wilde voortaan serieuzere rollen en zeggenschap over scripts. Maar haar ambigue persoonlijkheid zou haar parten blijven spelen. Enerzijds die genadeloze combinatie van sexy en onschuldig, anderzijds de neiging tot zelfdestructie vanwege haar traumatische kindertijd.

The Seven Year Itch

Niemand is perfect
Bijna alle twintig regisseurs met wie Monroe in zeven jaar tijd had gewerkt, waren radeloos van haar geworden: ze kwam niet of te laat op de set, was verward en vergat heel vaak haar tekst. Zo ook Otto Preminger, regisseur van River of No Return (1954): “Directing Marilyn was like directing Lassie – you needed fourteen takes even to get the bloody bark right.”

Ook Billy Wilder had gezworen nooit meer met Marilyn Monroe te werken, maar besloot toch om met haar Some Like It Hot (1959) te maken. Het werd één van de beste filmkomedies allertijden. Tony Curtis zei na de opnames dat het kussen van Marilyn hetzelfde was als het kussen van Hitler en ook bij Billy Wilder waren soms de stoppen doorgeslagen. “De vraag is of Marilyn wel een persoon is – ze heeft borsten van graniet, ze trotseert de zwaartekracht, en haar hersenen zijn, net als Zwitserse kaas, vol gaten. Ze heeft nog niet het vaagste idee hoe laat het is; ze komt te laat en zegt dat ze de studio niet kon vinden, ondanks het feit dat ze hier al vijftien jaar werkt.”

Wilder vond het heel moeilijk om serieus over Monroe te praten, omdat de actrice zo ongrijpbaar was. “Ze leek op de vlucht te gaan voor alles wat serieus was. Plus dat ze heel moeilijk was om mee te werken. Maar het uiteindelijke resultaat was altijd weergaloos. Ze had nu eenmaal die enorme uitstraling. En geloof het of niet, ze had een perfect gevoel voor timing in de dialogen. Ze wist precies waar de lach zat. Maar ze kostte je heel wat extra draaidagen.”

Billy Wilder en Marilyn Monroe zijn samen verantwoordelijk voor de beroemdste pose uit de filmgeschiedenis. Hoewel ze samen slechts twee films maakten, blijven hun namen voor altijd met elkaar verbonden. De bewondering was wederzijds en ze voelden zich allebei allesbehalve volmaakt. Precies zoals het personage van Joe E. Brown Some Like It Hot zo treffend afsluit met de woorden: “Nobody’s perfect.”
 

17 juli 2018

 

MEER BILLY WILDER
 
 
MEER ESSAYS