The Apartment nog eigentijds

The Apartment is nog verrassend eigentijds

Laat de kaarten delen zoals ze komen

door Sjoerd van Wijk

In de makelaardij geldt de stelregel dat het allemaal draait om locatie, locatie en locatie. Dat geldt ook voor The Apartment, een van regisseur Billy Wilders meest bekroonde films.

Kantoorklerk C.C. Baxter (Jack Lemmon) verdient een extra zakcentje door zijn appartement uit te lenen aan collega’s, die er hun maîtresses mee naartoe nemen. Zijn carrière raakt hierdoor in de lift. Dat geldt echter niet voor zijn ambities aangaande Fran Kubelik (Shirley MacLaine), het liftmeisje op wie een oogje op heeft. Zij heeft een gecompliceerde relatie met directeur Sheldrake (Fred MacMurray), die ook gebruikt begint te maken van Baxters appartement tegen diens zin.

The Apartment

Ondanks dat de film uit 1960 stamt, is deze nog verrassend eigentijds. Binnen de muren van de ouderwetse Airbnb voltrekt zich een subversieve romantische komedie, die duistere thema’s als eenzaamheid en depressie tackelt op Wilders kenmerkende cynische wijze.

Numerieke efficiëntie
De wereld van The Apartment is naamloos. De corporatie functioneert als een geestdodend eerbetoon aan de efficiëntie, waar alleen nummers tellen. De opening van de film is in dat opzicht veelzeggend, als Baxter vol trots de ene statistiek na de andere opnoemt terwijl een druk kantoor in een onpersoonlijk New York opdoemt.

De verzekeringsmaatschappij, waar percentages en rapporten de dienst uitmaken, is de ultieme reflectie van wat filosoof Jean Baudrillard de ‘spiegel van productie’ noemt. Ingegeven door de techniek hebben wij de handel in goederen tot hoogste waarde verheven, waardoor de maximalisering van productie het doel van al onze activiteiten is geworden.

Het kantoor krioelt van de ijverig typende mensen vastgepind aan hun bureau. Het gebouw is spaarzaam gemeubileerd en iedereen is vergelijkbaar gekleed. Efficiënte productie wordt gespiegeld in deze eendimensionale samenleving. Baxter lijkt aan het begin een vergelijkbaar credo te harte te hebben genomen met zijn liefde voor statistiek. En de vraag rijst op, of zijn omgeving nog andere waarden aanhangt dan die van een procentpunt meer of minder.

Competitie en acquisitie
De niet aflatende roep om verhoogde productie heeft zijn weerslag op de karakters in The Apartment. Tegenover een technisch systeem, dat alles efficiënt regelt, voelt men zich machteloos. De handel is geïnternaliseerd en komt tot uiting in een competitieve dynamiek. Het enige wat telt in de vrije tijd is de acquisitie van seksuele escapades. Het is een spel met winnaars en verliezers. Baxters klanten en directeur Sheldrake beschouwen anderen als een middel om hun doel van seksuele acquisitie te bereiken, zoals brandstof nodig is voor een auto. Doeltreffend geven zij hun orders op afstand, terwijl Baxter als een malle door zijn agenda bladert om iedereen te accommoderen.

Baxter is dan ook een van de verliezers, die deze piramide draagt. Zonder acquisitie is hij gedoemd tot banaal escapisme achter de televisie, zoals een hedendaagse single de wereld van Skyrim bezoekt. Kubelik is niet beter af. Haar onafhankelijkheid blijkt fragiel als Sheldrake haar weer nodig heeft.

Beiden hebben dus een gespleten persoonlijkheid. Ze zijn als de spiegel van Kubelik, die als tragisch symbool in het midden gebroken is. “It makes me look the way I feel”, verzucht Kubelik. Met subtiele hints, zoals Kubeliks unieke kapsel, wordt duidelijk dat beiden iets missen wat hun omgeving hen niet kan geven. Ze zijn buitenbeentjes die eigenlijk niet thuis horen in deze efficiënte wereld van acquisitie.

De connectie
In de handelswereld van ‘voor wat, hoort wat’ heeft de efficiëntie elke vorm van onproductief samenzijn geëlimineerd. Een eenzaam mens zonder echte verbindingen is het residu. Uit de beproevingen van beide karakters blijkt deze diepe eenzaamheid. Als Kubelik realiseert dat Sheldrake haar slechts gebruikt als aangename verpozing, neemt The Apartment een duistere wending. Niemand lijkt om haar te geven en ze grijpt naar de slaappillen. Op morbide ironische wijze neemt Baxter juist dan voor het eerst iemand mee naar huis, de verkeerde impressie van zijn buren bevestigend.

The Apartment

Was Kubelik ook slechts een potentiële acquisitie voor hem? Het lijkt er niet op, als Baxter met laaiend enthousiasme de kaarten te voorschijn haalt voor een potje gin rummy. Dit is het startsein voor beiden om uit hun diepe dal omhoog te klimmen. Ze spelen in plaats van te produceren of zich iets toe te eigenen. In het sobere decor van The Apartment vallen de speelse elementen extra op. Geluk is niets meer en minder dan het afgieten van spaghetti met een tennisracket. Het samenzijn zonder slinks motief. Ze reiken zo elkaar de handvatten aan om hun deprimerende eenzaamheid de baas te zijn.

Shut up and deal
Als Baxter en Kubelik weer verenigd worden aan het eind, komt The Apartment met een laatste twist op de formule van de romantische komedie. Er is geen hartelijke omhelzing noch een gepassioneerde kus. Het potje gin rummy moet afgemaakt worden. Toch kan het ambigue einde worden opgevat als een triomf voor beiden. Kubelik heeft een echte vriend gevonden, die haar waardeert om wie ze is, niet om het vertier wat ze kan brengen. Baxter heeft geleerd niet meer op te komen voor mensen die hem gebruiken, maar voor zichzelf en zijn vrienden. Het gaat niet om de liefde, maar om de vriendschap die zegeviert. Daar zitten ze samen op de bank. “Shut up and deal.”

Kubeliks bruuske afwijzing van Baxter maakt korte metten met alle problemen in de wereld van The Apartment. Geen competitieve dynamiek. Geen seksuele acquisitie. Want dit zijn twee vrienden. Laat de kaarten delen zoals ze komen, samen een onzekere toekomst tegemoet.

 

15 juli 2018

 

MEER BILLY WILDER
 
 
MEER ESSAYS

Sunset Boulevard

*****

recensie Sunset Boulevard

In de ban van het verleden

door Yordan Coban

Ergens is de dood van Joe Gillis zelfmoord te noemen. Moedwillig valt hij ten prooi aan de betovering van Norma Desmond. Haar enorme villa aan Sunset Boulevard is als het web van een zwarte weduwe, geweven met vergane glorie.

Sunset Boulevard (1950) is een film over de filmindustrie, met in de hoofdrol de onsuccesvolle schrijver Joe Gillis (William Holden). Hij zit diep in de schulden en komt per toeval in aanraking met Norma Desmond (Gloria Swanson). Norma is een filmster van vroeger die met zijn hulp haar comeback wilt maken. Zij spreken een samenwerkingsrelatie af die langzaam uitdraait op de inbezitneming van Joe. Hij moet kiezen tussen zijn artistieke wens en de verleiding van het grote geld van Norma.

Sunset Boulevard

Vergane glorie
Norma Desmond, gespeeld door Gloria Swanson, is een gevallen ster uit een andere tijd; een tijd van zwijgende films. Norma Desmond heeft ook veel van Gloria Swanson’s eigen val van glorie. Een populaire aanname was dat, net zoals Lina Lamont uit Singin’ in the Rain (1959), het karakter Norma Desmond gebaseerd is op de oud-actrice Norma Talmadge.

Billy Wilder heeft daar echter over gezegd dat het een combinatie is van verschillende sterren uit het oude Hollywood. Toen Wilder net in Los Angeles woonde begin jaren 40, raakte hij naar eigen zeggen gefascineerd met de grote bijna leegstaande villa’s van oude filmsterren. Sterren voor wie de parade van Hollywood allang gepasseerd was. Dat gold ook voor Swanson, ooit spelend in films als Sadie Thompson (1928), Queen Kelly (1929) en Male and Female (1919), wiens carrière al jaren opgedroogd was. Gloria stond te boek als een verwende actrice met een ijdele aard. Dit maakte haar perfect voor deze rol.

Butler
Gloria Swanson is niet de enige grote naam uit de silent era die voorbij komt in Billy Wilders’ meesterwerk. In een ludieke scene waarin Norma een paar vrienden van vroeger over de vloer heeft om te kaarten, zien we Buster Keaton, Anna Q Nilsson en H.B. Warner voorbij komen. Ook Cecil B. DeMille passeert een aantal keren de revue. Norma verzoekt hem haar script te lezen en ‘net als vroeger’ films met haar te gaan maken. DeMille ziet echter geen brood meer in haar verteerde staat van dienst.

Billy WilderHet meest tragische is de rol van Erich von Stroheim. Hij speelt Max Von Mayerling, de butler van Norma. Zowel in de film als in het echte leven was hij ooit de regisseur van Gloria Swanson. Von Stroheim was een grootse regisseur in de silent era maar met de komst van geluid verviel zijn carrière in het spelen van kleine rolletjes. In Sunset Boulevard speelt hij een dergelijke kleine rol. Hij is de ex-man van Norma die nu slechts gereduceerd is tot haar bediende. Zijn berusting in nederigheid is pijnlijk en tegelijk aandoenlijk.

William Holden speelt zijn rol als Joe precies tussen wijsneuzerig en naïef in. De ernst in de ogen van Max als hij Joe vertelt dat hij ooit met Norma getrouwd was, had een waarschuwing voor Joe moeten zijn.

Liefde of lust
Ondanks dat Norma de jongste niet meer is, is er wel degelijk een element van lust tussen haar en Joe. Het is dezelfde spanning die te voelen is tussen Nurse Ratched (Louise Fletcher) en McMurphy (Jack Nicholson) in One Flew Over the Cuckoo’s Nest (1975). Een lust die meer te maken heeft met macht als Joe zich in bezit laat nemen door Norma, een femme fatale in optima forma.

Liefde links laten liggen en je overgeven aan lust is een thema wat ook terug komt in klassiekers als Vertigo (1957) en Blue Velvet (1986). In Vertigo (1957) volgt Scottie (James Stewart) zijn lust en fantasieën en eindigt het in een nachtmerrie. Ook Sunset Boulevard is een fascinerende kijk op de destructieve dualistische aard van de verlangens van mensen. Ten overstaand van Norma vindt namelijk ook Betty (Nancy Olson) een weg tot het leven van Joe. Zij is alles wat hij denkt te zoeken in een vrouw maar hij is volledig in de ban van Norma en de gewenning aan het leventje in haar grote mansion.

Sunset Boulevard

Huis als personage
Norma’s huis aan Sunset Boulevard is doemend en groots in elke zin. Het huis doet denken aan het karakteristieke paleis Xanadu uit Citizen Kane (1941). Ook het huis van Norma is als een eigen personage te noemen. Het is leeg, vervallen, verlaten en beladen met rijkdom uit een vergane tijd; net als Norma zelf. Het huis houdt haar bewoners vast in een waanwereld. Een wereld waarin zowel Norma als Joe niet geconfronteerd worden met de pijnlijke realiteit van hun teleurstellingen.

Joe belichaamt Norma’s drang naar jeugdigheid. Joe verlangt naar iemand die zijn zorgen uit handen neemt. Echter had hij niet voor rekening genomen dat dat een dergelijk fatale wending zou nemen. Achteraf terugkijkend ondergedompeld in haar zwembad had hij misschien toch voor de liefde moeten kiezen.

12 juli 2018

Sunset Boulevard draait o.a. in het Billy Wilder-programma in EYE Amsterdam. Klik hier voor de data.

MEER BILLY WILDER

De cynische Billy Wilder

Een journalist gaat over lijken

Ace in the Hole: de cynische Wilder

door Bob van der Sterre

Ace in the Hole is misschien een wat minder bekende film uit het oeuvre van Billy Wilder. Een tamelijk serieuze film, die cynisme en subtiele humor samenbalt in een verhaal over een journalist die over lijken gaat.

Chuck Tatum… Ervaren journalist met grote praatjes. Komt binnen bij een klein krantje in Albuquerque – in New York is hij al persona non grata – en praat zichzelf in dienst. Voor een paar maanden was het de bedoeling. Een jaar later zit hij er nog. Hij verveelt zich te pletter met het lokale nieuws (ratelslangen vangen). Hij ergert zich bovendien kapot aan zijn voorzichtige baas. Die draagt én een riem én bretels.

Ace in the Hole

Als hij op een dag als eerste ontdekt dat een man, ene Leo Minosa, in een heuvel vastzit, verandert zijn stemming. Een scoop pal voor zijn neus! De man probeerde een oud indianengraf te plunderen maar kwam vast te zitten onder een berg planken. Tatum slaat het op een akkoordje met de (corrupte) sheriff en krijgt alleenrecht op het verhaal.

Haast met de bevrijding hebben ze niet. Hoe meer leed, hoe meer kopij, en hoe meer kopij, hoe meer geld er binnenstroomt. Zijn oude werkgever in New York wil zelfs weer goed betalen. Hij moet er wel even voor zorgen dat Leo Minosa’s verveelde vrouw de trouwe echtgenote blijft spelen. Er is maar een ding dat hij niet kan controleren: Leo’s gezondheid.

Herkenbaar Wilder-cynisme
Wilder noemde zichzelf een cynisch man. Nergens in zijn werk blijkt dat duidelijker dan in deze film. Vermoedelijk het meest cynische werk uit zijn oeuvre. Films als Fortune Cookie of A Foreign Affair hebben ook een cynisch hart, maar zijn tenminste nog grappig. Bij Ace in the Hole moet je goed zoeken naar iets grappigs (het is er trouwens wel).

Een risicovolle zet in 1952. Slechte reviews en financieel verlies waren dan ook het gevolg van deze film. Dat ging zo ver dat de winst van zijn volgende film (Stalag 17) door de studio verrekend werd met het verlies van deze film.

Wilder zei dat hij prachtige reacties kreeg ‘van meer serieuze mensen’. Maar niet van de gewone filmkijker. ‘Om een of andere reden wilden andere mensen niet zo’n zwartgallige film gaan zien, ook al was ‘the guy in the hole’ Kirk Douglas. Het is een van mijn somberste films. En ze geloofden me niet dat als iemand een journalist is, hij in staat is tot dat gedrag.’

De film is inderdaad opmerkelijk bruut. Een voorbeeld is als hij Lorraine Minosa een paar petsen geeft om haar een les te leren en dan zegt: ‘Niet die tranen drogen, zo hoor je eruit te zien.’ Hij kan nog aardiger zijn: ‘Toen je je haren liet blonderen, moeten ze je ook je hersens geblondeerd hebben.’

Complete mislukking & ahead of its time
Wilder noemde de film later een ‘complete mislukking’. Het veranderde zelfs zijn visie op het publiek. ‘Ik denk dat als je iets goeds doet, dat ze dan wel tot de kern van de film kunnen komen, waar het over gaat, waar het echt over gaat. Toen hebben ze het geen kans gegeven. In een review in Life Magazine schreef iemand: ‘Mr. Wilder zou gedeporteerd moeten worden’.

‘Ik dacht dat ik het niet meer had, dat ik tegen de wil van het publiek schreef, dat zich bestolen voelde van hun toen nog twee dollar. Ze wilden geëntertaind worden maar niet op een te serieuze manier. Toch gingen ze wel voor Double Indemnity. Je kunt de reactie van het publiek nooit voorspellen. Je weet van te voren nooit hoe het ze zal raken.’ Toch was hij er jaren later erg trots op. ‘Ik hoor tegenwoordig best vaak gesproken worden over Ace in the Hole.’

Je hoeft inderdaad maar te googelen op de filmtitel en ‘ahead of its time’ en je vindt de ene na de andere recensie. Deze stukken van Roger Ebert en Criterionconfessions spreken boekdelen. Ace in the Hole werd een typisch voorbeeld van een film die veel meer succes had bij latere generaties dan bij de generatie waar ie voor gemaakt werd.

Ace in the Hole

Baanbreker voor rotzakken
Waarom slaat de film in deze tijd dan juist wel aan? Een klootzak als hoofdpersoon was vroeger nog wel iets vreemds. Dat veranderde pas een beetje in de jaren zeventig. Uitgerekend dé comedyspecialist, Billy Wilder, was met deze film (en natuurlijk Double Indemnity) een van de wegbereiders. Want zijn schepping Chuck Tatum is een type nare opportunist dat later nog vaak is nagedaan (denk aan de serie House of Cards).

Wilder is altijd op zoek geweest naar de grenzen van de goede smaak en ook hier hield hij zich niet in. ‘Ik wilde de hoofdpersoon niet sympathiek maken, maar wel, hoop ik, interessant. Dat je in het laboratorium zit van een potentiële killer, die hij blijkt te zijn. Maar hij hoeft niet sympathiek te zijn. Dat was het plan voor de film. Het leek me interessant om hem een opportunist te maken. Omdat hij gezichtsverlies had geleden in New York. Zodoende wilde hij terugkomen met iets groots en hij deed dat ook.’

Voorbeeld vakmanschap
Hoe staat de film dan nu in zijn oeuvre? Dat is best een lastige vraag want Wilder maakte films in werkelijk alle stijlen. Coen-brothers-achtige komedies (Fortune Cookie), spannende films (Witness for the Prosecution), films noirs (Double Indemnity), romantische komedies (Some Like It Hot). Hij was zelfs medeschrijver van de klassieker Menschen am Sonntag.

Ace in the Hole is voor mij een mooi voorbeeld van Billy Wilder als uitstekend vakman, niet van Billy Wilder als eigenzinnig artiest. Hier herken je de handtekening van Wilder wel aan sommige cynische oneliners (‘So one crooked sheriff more… who cares?’) en in de sterke mediasatire (verbeeld aan de hand van een gezin voor, tijdens en na de hype). Toch domineert nog wel het serieuze kader van vakmanschap. De Billy Wilder die zijn plezier echt de vrije loop laat, komt pas in de jaren zestig naar de oppervlakte.

Daarom denk ik dat films als Fortune Cookie, The Apartment en Some Like It Hot méér Wilder zijn dan deze film. Jack Lemmon, Walter Matthau, Marilyn Monroe: dat zijn dé Wilderacteurs, die konden het beste zijn stijl overbrengen naar het grote scherm.

Ace in the Hole

Vermogen tot aanpassing
Dat neemt niet weg dat Wilders vakmanschap ook al iets bijzonders was. Deze film is ook een voorbeeld van Wilders vermogen tot aanpassing – een eigenschap die hij bijvoorbeeld gemeen had met regisseurs als Robert Altman, George Cukor en Howard Hawks. Een acteur als Kirk Douglas zou bijvoorbeeld een groot probleem zijn geweest voor komedieregisseurs als Woody Allen of Wes Anderson. Bij de flexibele Wilder geen enkel probleem. Neem Douglas’ moment als hij met gefixeerde ogen zegt: ‘Mijn verhaal.’ Formidabele scène die een ‘serieus’ regisseur niet beter had gedaan.

Ook zijn altijd even scherpe dialogen passen goed bij deze film. Zoals Tatum die de andere verslaggevers tegenkomt in hun perstent. Als zij zeggen: ‘We’re in the same boat’, zegt hij: ‘I am in the boat. You’re in the water.’ Of de aan de telefoon tierende krantenbaas in New York die onderhandelt met Tatum en dan zuchtend zegt: ‘Don’t you know there’s a war going on… Somewhere?!’ (De schitterende zin: ‘I don’t go to church. Kneeling bags my nylons’ was trouwens een zin die Wilders vrouw ooit echt had gezegd.)

Er zijn overeenkomsten met veel andere films. Je herkent bijvoorbeeld direct de oplichterij van Fortune Cookie als belangrijkste verhaallijn. Het is ook lastig om niet te denken aan Douglas’ rol een jaar later als cynische filmproducer in The Bad and the Beautiful, aan het rauw-realistische van misdaadklassieker Force of Evil (1948), aan Burt Lancasters even klootzakkerige journalist in Sweet Smell of Success (1956).

Cynisme en sarcasme zitten in alle films van Wilder verstopt maar in Ace in the Hole maakte hij het wel het bontst. Het is een afspiegeling van zijn manier van denken, een manier van omgaan met hoe de wereld werkt. Geen wonder misschien voor een man die vluchtte voor de nazi’s. Misschien was Ace in the Hole wel essentieel voor de ontwikkeling van Billy Wilder als mens: een kwaadaardig verhaal dat simpelweg uit zijn systeem móest.
 

10 juli 2018

 

MEER BILLY WILDER
 
 
MEER ESSAYS

Lost Weekend, The

****

recensie The Lost Weekend

Koorddansen over de Niagara-watervallen 

door Cor Oliemeulen

Een talentvolle schrijver in New York dompelt zich vier dagen lang bijna onafgebroken onder in de sterke drank. The Lost Weekend was de allereerste film die de alcoholist niet neerzet als een lollige karikatuur, maar is een serieus portret van iemand die worstelt met zijn verslaving. Dit drama over verloren dromen, verstopte flessen en gebroken beloftes is ruim zeventig jaar later nog uiterst relevant.

Billy Wilder was één van de meest veelzijdige filmmakers van Hollywood. Hij beheerste bijna alle genres en stijlen: film noir (Double Indemnity, 1944 en Sunset Blvd., 1950), drama (Ace in the Hole, 1951), oorlogsfilm (Stalag 17, 1953) en comedy (Some Like It Hot, 1959 en The Apartment, 1960). De ene film is nog klassieker en onvergetelijker dan de ander. The Lost Weekend (1945) verdient om meerdere redenen een bijzondere plaats in Wilders oeuvre. En niet alleen vanwege de Oscars voor beste film, acteur, scenario en regie.

The Lost Weekend

Worsteling
Dat de ervaringen van de alcoholist worden verhaald vanuit het perspectief van de eerste persoon was niet echt nieuw, maar wel bijzonder op momenten dat het lijkt alsof de drank de vertellersrol overneemt. Don Birnam (Ray Milland), de schrijver met een leeg wit vel in zijn typemachine, levert een voortdurende worsteling vol stress, pijn en waan naar de volgende slok in dit verloren weekend dat vier dagen zal duren. In verhelderende, soms hartverscheurende flashbacks zien we hoe het zover is gekomen en dat de toewijding van zijn broer (Phillip Terry) en zijn liefde (Jane Wyman) gedoemd lijkt te mislukken.

De in Wales geboren Ray Milland speelde voorheen vooral lichtvoetige karakters, zoals in Billy Wilders regiedebuut The Major and the Minor (1942). In The Lost Weekend vertolkt hij de rol van alcoholverslaafde grandioos. Don is een arme stumper, maar geen chagrijnige klootzak. Hij mag dan geen letter op papier krijgen, eenmaal in aangeschoten toestand lepelt hij de mooiste teksten op. Zoals tegen de barman van zijn favoriete buurtkroeg die hem graag wil redden van de ondergang, maar onder Don’s druk telkens maar weer bijschenkt.

Billy WilderCompetent
“Het krimpt mijn lever, nietwaar, Nat? Het pakt mijn nieren aan, ja. Maar wat doet het in mijn gedachten? Het gooit de zandzakken overboord zodat de ballon kan stijgen. Plots ben ik boven het gewone. Ik ben competent, uiterst competent. Ik dans koord over de Niagara-watervallen. Ik ben één van de groten. Ik ben Michelangelo, die de baard van Mozes vormt. Ik ben Van Gogh, puur zonlicht schilderend. Ik ben Horowitz, die de Emperor Concerto speelt. Ik ben John Barrymore voordat de films hem bij de keel grepen. Ik ben Jesse James en zijn twee broers – alle drie. Ik ben W. Shakespeare. En daarginds is het niet langer Third Avenue: het is de Nijl, Nat, de Nijl – en daar naartoe beweegt het schip van Cleopatra.”

Op momenten dat Don Birnam niet beeldend spreekt, maar zich in een naderend delirium bevindt, sleurt de filmmuziek van Miklós Rózsa de kijker verder mee in de malaise. De herhaaldelijk opklinkende elektronische klanken van de theremin laten niemand nog twijfelen aan de verwarde toestand van de alcoholist. De Hongaarse componist had al in hetzelfde jaar in de psychoanalytische setting van Spellbound de theremin in de cinema geïntroduceerd en won vanwege die originaliteit een Oscar – overigens tot ergernis van Alfred Hitchcock die klaagde dat het jankende gejengel zijn regie had dwarsgezeten. Thrillerregisseurs zouden de theremin nog vele jaren inzetten om extra spanning te creëren.

Inlevingsvermogen
The Lost Weekend is gebaseerd op het bekendste boek van de Amerikaanse schrijver Charles Jackson, die het verhaal baseerde op zijn eigen leven. Billy Wilder schreef met Charles Brackett het scenario. Dit duo vormde een van de meeste bejubelde samenwerkingen in de geschiedenis van de cinema; Life Magazine noemde het tandem ooit ‘the happiest couple in Hollywood’. Na veertien filmscenario’s samen – variërend van Ninotchka (1939) tot en met Sunset Blvd. (1950) waarvoor ze opnieuw een Oscar wonnen – gingen ze ieder hun eigen weg.

The Lost Weekend

Wilder en Bracket hadden het voordeel dat filmmaatschappij Paramount het duo relatief veel vrijheid gaf. The Lost Weekend verscheen in een periode dat patriottistische avonturenverhalen en romantische komedies de Amerikaanse bioscopen domineerden. De film kwam echter precies op het juiste moment en werd een onverwacht succes. Zeer waarschijnlijk had dit te maken met het toegenomen inlevingsvermogen, want veel teruggekeerde soldaten van de Tweede Wereldoorlog hadden door lichamelijk en geestelijk letsel een alcoholprobleem ontwikkeld.

Hoewel The Lost Weekend af en toe neigt naar melodrama, maakte Billy Wilder een geloofwaardig en compromisloos portret, hoewel hij de latente homoseksualiteit van schrijver Charles Jackson buiten beschouwing laat. Desalniettemin is het opvallend dat de film zijn weg vond door de censuur, want volgens de toen geldende Hays Code waren films over verslaving taboe. Dat verklaart in ieder geval het Hollywood-einde: een optimistische finale met een prekerige toon. Het neemt niet weg dat alle latere films over verslaving schatplichtig zijn aan deze krachttoer. Zelfs het geniale Le Feu Follet (1963) van de Franse cineast Louis Malle waarin de alcoholist in kwestie wél ten dode is opgeschreven.
 

7 juli 2018

 
Kijk hier waar deze film is te zien! 

 

MEER BILLY WILDER

Double Indemnity eerste film noir

Double Indemnity is Billy Wilders meest geslaagde film, volgens Billy Wilder

De eerste film noir: radicaal, maar censuurvriendelijk

door Alfred Bos

De filmstijl die bekend is geworden als film noir is schatplichtig aan Fritz Lang en Billy Wilder, Duitstalige regisseurs die het naziregime van Hitler ontvluchtten en hun expressionistische aanpak meenamen naar Hollywood. Double Indemnity zette in 1944 de toon.

Het zal de eenentwintigste-eeuwse kijker niet direct opvallen, maar toen Double Indemnity op 6 juli 1944 uitging in de Amerikaanse bioscoop was het een baanbrekende film. Billy Wilder omzeilde ingenieus de filmcensuur en toonde op het witte doek de immoraliteit van gewone mensen. Het kwaad had een gezicht: niet de gelittekende kop van de beroepscrimineel, maar het schijnbare conformisme van de buurman en buurvrouw. Een nieuwe boodschap die Wilder bracht op een nieuwe manier, met een nieuwe vorm. De hoofdpersoon, ironisch genoeg zowel dader als slachtoffer, vertelt zelf het verhaal. De film noir was geboren.

Double Indemnity

Die hoofdpersoon is Walter Neff (Fred MacMurray), verzekeringsagent te Californië, en hij verhaalt ’s nachts op kantoor via een dictafoon zijn relaas aan zijn vriend Barton Keyes (Edward G. Robinson), een oudere collega die claims onderzoekt op fraude. De claim in kwestie is de dood van Neffs cliënt Dietriechson, verongelukt tijdens een treinreis; daarvoor geldt de dubbele schadevergoeding uit de filmtitel. Neffs verhaal is een bekentenis: hij heult met Dietriechsons weduwe, Phyllis (Barbara Stanwyck), en het ongeval is moord. Double Indemnity werkt via flashbacks toe naar de ontknoping in het hier en nu van de film.

Geruchtmakende moordzaak
Zoals veel van Wilders films is Double Indemnity de bewerking van een toneelstuk of boek. De regisseur, van oorsprong sportjournalist, schreef zelf het scenario; dat deed hij voor al zijn films. Doorgaans in samenwerking met een sparringpartner, in dit geval Raymond Chandler, misdaadauteur en de schepper van de archetypische privédetective, Philip Marlowe.

Double Indemnity is gebaseerd op de gelijknamige novelle van een andere hard boiled-thrillerauteur, James M. Cain, de schrijver die faam had verkregen met zijn debuutroman over een ontrouwe echtgenote die haar minnaar aanzet tot moord op haar man, The Postman Always Rings Twice. (Dat boek werd maar liefst zeven maal verfilmd; de versie uit 1946 is het beroemdst en een van de bekendste films noirs.) Cain had zich gebaseerd op een geruchtmakende moordzaak uit 1927. Zijn verhaal, gepubliceerd in 1936, circuleerde jarenlang in Hollywood en werd onverfilmbaar geacht. Te nihilistisch, te openlijk seksueel, te ranzig; dat zou nooit door de censuur komen.

Billy WilderMaar dan kende Hollywood Billy Wilder nog niet. En dat kon kloppen, want Wilder was in 1944 nog een relatief onbekende regisseur; Hollywood kende hem vooral als scenarist. De man die in 1933 nazi-Duitsland had verruild voor Californië was de auteur van ruim een dozijn filmscripts, veelal komedies met gevatte dialogen, waaronder klassiekers als Ninotchka (Ernst Lubitsch, 1939) en Ball of Fire (Howard Hawks, 1941). Wilder ging zelf regisseren omdat hij schamperde over wat productielijn-regisseurs met zijn scripts deden.

Onverfilmbaar boek: moreel giftig
Zijn debuut konden de studiobazen niet kennen, want Mauvaise Graine (Bad Seed), een film over verdorven rijkeluisjongeren, in 1934 gedraaid in Parijs, was buiten Frankrijk alleen in Spanje en Italië te zien geweest. Wilders Hollywooddebuut, The Major and the Minor (1942) is een luchtige romcom met verkleedpartij (dat idee zou Wilder nader uitwerken in het befaamde Some Like It Hot uit 1959). De spionagefilm in oorlogssetting, Five Graves to Cairo (1943), kent spitse dialogen en een intelligent script; geen kopzorgen voor de Hays Code, de zelfcensuur van Hollywood. Double Indemnity is andere koek, moreel giftig.

Dat Wilder het onverfilmbaar geachte boek niettemin wist te bewerken tot een succesfilm komt door enkele slimme creatieve keuzes. Het oorspronkelijke einde, de executie van de moordenaar in de gaskamer, werd door de censuur afgewezen. Wilders oplossing is in zowel dramatisch als psychologisch opzicht veel bevredigender. Daarnaast is de handeling verplaatst naar 1938; veilig, want verleden tijd. Maar veruit de meest geslaagde truc is om de beide hoofdrollen, in feite afstotelijke personages, te laten vertolken door op dat moment gevierde acteurs met een zonnig imago. Ze spelen lege karakters die een fantasierol spelen; alles wat ze doen is dubbel, ook dubbel leeg.

Louche kneus valt voor sloerie
Zowel Fred MacMurray als Barbara Stanwyck, het gedoemde koppel uit Double Indemnity, zijn tegendraads gecast. MacMurray was begin jaren veertig een van Amerika’s populairste acteurs, bekend van vederlichte komedies waarin hij de rol van flierefluitende sul vervulde. In Wilders film speelt hij een brave burgerman met louche trekjes; hij is speelgoed voor de blond bepruikte intrigante. Zijn atypische rol toonde onvermoede kanten van de acteur en gaf zijn carrière een nieuw perspectief. MacMurray was Wilder eeuwig dankbaar en meende dat zijn Walter Neff in Double Indemnity de beste rol van zijn loopbaan was.

Barbara Stanwyck was op dat moment de best betaalde actrice van Hollywood en het stralende middelpunt van menige feelgood-film, waaronder Howard Hawks’ Ball of Fire. Hoewel geen klassieke schoonheid heeft Stanwyck een bovenmodaal charisma, ze knalt van het filmdoek. In Double Indemnity is ze de sloerie, een golddigger die seks inzet als wapen en letterlijk over lijken gaat. De actrice twijfelde over die rol, Wilder praatte haar om. Gelukkig maar, er is nadien geen betere femme fatale te zien geweest.

Double Indemnity

Hun nemesis, Neffs collega Barton Keyes, een vaderfiguur, is een fraaie rol van Edward G. Robinson. Hij was begin jaren veertig een steracteur, in 1931 op slag beroemd geworden door Little Caesar, een van de eerste geluidsfilms die uitgroeide tot klassieke status; daarin speelt hij als de criminele psychopaat Rico de titelrol. In Double Indemnity steelt Robinson iedere scène waarin zijn personage, een door de wol geverfde onderzoeker die alle trucs kent om de verzekering op te lichten, langer dan tien seconden voor de camera verschijnt. Hij staat wél met zijn voeten op de grond en heeft wél een emotionele kern. Zijn monoloog over alle varianten van zelfmoord is fenomenaal.

Archetypische film noir
Double Indemnity is een noodlotsdrama, Walter Neff en Phyllis Dietriechson vangen elkaar in een fatale dynamiek. Wat drijft hen? Is het lust, hebzucht, liefde? Kunnen ze überhaupt liefhebben? Hun misdadige plan ontstaat bijna spelenderwijs, uit opportunisme. Ze zijn loze hulzen, mensen zonder identiteit die hun gedrag spiegelen aan de codes die ze kennen uit de massamedia van die tijd; kranten, radio, pulpfictie, film. (In dat opzicht is Double Indemnity nog steeds actueel: vervang massamedia door sociale media.) Billy Wilder houdt Hollywood een spiegel voor. Zes jaar later zou hij dat nogmaals, en explicieter, doen met Sunset Blvd.

Double Indemnity is de archetypische film noir, hij definieert de stijl. (Film noir is een stijl; geen genre, zoals misdaadfilm, western of sciencefiction. Er is crime noir: The Maltese Falcon, met het archetypische noir personage, de outsider. Er is western noir: Blood on the Moon, met de archetypische noir acteur, Robert Mitchum. En er is sciencefiction noir: Blade Runner, met de archetypische noir setting, Los Angeles. Er is geen noir noir.) Wilders film biedt een checklist van wat film noir typeert: de voice over, de alineaire vertelling via flashbacks, de expressionistische belichting met verhoogd contrast, de sterke vrouw als femme fatale en – het meest typerende van film noir – de zwakke protagonist, de man die valt voor de verleiding.

Dat laatste onderscheidt Double Indemnity van The Maltese Falcon (1941), John Hustons verfilming van de gelijknamige misdaadroman van Dashiell Hammett die vaak wordt genoemd als de eerste film noir. Die status is twijfelachtig, want de hoofdpersoon, de privédetective Sam Spade (gespeeld door Humphrey Bogart), laat zich niet omkopen; hij gaat niet in op de verleiding, hij is en blijft een buitenstaander. Verzekeringsman Neff laat zich wél corrumperen, met fataal gevolg. Film noir verbeeldt de zondeval, niet uit het paradijs maar uit een existentiële poel van verderf. Dubbel zwart dus.

Double Indemnity

Hoog in de lijstjes
Double Indemnity was, de reserves vooraf ten spijt, een regelrecht succes en Hollywood zag zijn kans schoon. Opeens waren films over immorele personages – kleine criminelen of gewone burgers die de zaak belazeren – niet langer taboe. Corruptie, van politie, justitie en politiek, en misdaad, van sloebers en bonzen, vormden in de jaren na de Tweede Wereldoorlog een hoofdbestanddeel van het filmmenu in de bioscoop, waar in de vooroorlogse jaren komedie, romantiek en fantasie de toon hadden gezet.

Double Indemnity was de eerste film noir, tevens de belangrijkste en wellicht ook de beste. Hij wordt vaak genoemd in lijstjes van beste films ooit gemaakt – naast andere Wilder-klassiekers als het eveneens noire Sunset Blvd., het komediemonument Some Like It Hot en het met Oscars overladen The Apartment – en voor het nageslacht geconserveerd door Amerikaanse culturele instituten als Library of Congress en National Film Registry. Billy Wilder zelf was ingenomen met Double Indemnity, hij vond het in vakmatig opzicht zijn beste film. Wie zal de meester dat betwisten?
 

5 juli 2018

 

MEER BILLY WILDER
 
 
MEER ESSAYS

Betty: They Say I’m Different

****

recensie Betty: They Say I’m Different

De vrouw met het hete telefoonboekje

door Alfred Bos

In de jaren zeventig was er meer vrijheid dan ooit. Maar een zwarte vrouw die openlijk zong over seks was twee stappen te ver: vrouw en zwart. Deze documentaire is een ode aan en eerherstel voor vergeten funkicoon Betty Davis.

Betty: They Say I’m Different

Veel popmuziek gaat over seks en het genre dat funk genoemd wordt al helemaal; het scheelt maar één letter. Beyoncé en Rihanna maken er geen geheim van, Macy Gray en Erykah Badu doen er ook niet moeilijk over, maar de eerste zwarte vrouw die openlijk over seks zong was Betty Davis. In de jaren zeventig, ruim voor Prince zijn hitsigheid omzette in hits, zong Davis in bloemrijk straatjargon over jeukende geslachtsdelen en marathonparingen. Luister naar Shoo-B-Doop And Cop Him, het openingsnummer van haar tweede album They Say I’m Different uit 1974, en het is klaar: deze vrouw doet wat haar lust.

Tussen 1973 en 1975 maakte Betty Davis drie platen die de heilige graal zijn onder liefhebbers van lowdown dirty ass funk. Ze verkochten nauwelijks en de artieste verdween geruisloos van het toneel. De wereld was nog niet klaar voor een vrouw die niet bleu was over haar driften, en al helemaal geen zwarte vrouw. Ze pionierde de weg voor Grace Jones en Madonna, popsterren die in de jaren tachtig de braafheid afwierpen. Met #metoo als ruggesteun is de tijd rijp voor eerherstel van vrouwelijke kunstenaars die (te) lang onder het tapijt zijn geschoven. Deze korte documentaire (55 minuten) is perfect getimed.

Miles Davis
Betty Davis, geboren Mabry, van bouwjaar 1945, was een vlinder. Kleurrijk, fragiel, gevoelig, creatief; een gangmaker in het bohemienmilieu van New York midden jaren zestig. Twee mannen hebben haar leven getekend. Ze adoreerde haar vader, die haar onvoorwaardelijk steunde. En ze was, van 1968 tot 1969, een jaar lang getrouwd met Miles Davis. Het huwelijk van de jazztrompettist, toen 42 jaar oud, en zijn 23-jarige muze heeft beide partners wederzijds en blijvend beïnvloed. Zij stelde hem voor aan Jimi Hendrix en liet hem de muziek van Sly & The Family Stone horen. Hij stimuleerde haar om haar teksten en muziek zelf op te nemen.

Betty Davis siert de hoes van Filles de Kilimanjaro, het album uit 1968 waarop Miles Davis de eerste stappen zet op weg naar de fusie van jazz en rock die uitmondde in het legendarische dubbelalbum Bitches Brew (1970); de titel was een suggestie van Betty. Miles Davis geeft in zijn autobiografie grif toe dat het Betty was die hem de ogen opende en op nieuwe ideeën bracht. Het moet een speciale relatie zijn geweest, want zelfs jaren na de scheiding was er een band. Op haar derde album, Nasty Girl (1975), staat het nummer You And I, geschreven in samenwerking met Miles (en gearrangeerd door Gil Evans). Het gaat over Miles.

Kraai
Betty Davis was überhip, had een excellente smaak en een heet telefoonboekje met de nummers van gevierde en bevriende muzikanten. In 1973 nam ze met onder meer de ritmesectie van Sly & The Family Stone haar titelloze debuutalbum op. De openingstrack, If I’m In Luck I Might Get Picked Up, windt er geen doekjes om. En geen enkele vrouw had op dat moment zulke moddervette, van geiligheid schuimende funk op plaat gezet. Dat was schrikken, ook voor media en muziekindustrie.

Een vierde album kwam nooit uit (het verscheen pas in 2009 als Is It Love Or Desire?) en Betty Davis verdween, ook voor haar directe omgeving en vrienden. Ze werd een kluizenaar en groeide onder ingewijden – vergelijkbaar met voormalig tieneridool annex avant-garde muzikant Scott Walker – uit tot een mythe. De documentaire maakt duidelijk dat Davis de dood van haar vader emotioneel nooit te boven is gekomen. “Er heeft altijd een vogel in me gewoond”, zegt ze. Een kraai. Maar na de dood van haar vader “kon ik de kraai niet meer horen”.

Betty: They Say I’m Different is een met veel liefde gemaakt portret dat op esthetische wijze haar privacy respecteert. De film, die tijdens IDFA 2017 in première ging en deels met crowdfunding is gefinancierd, is betrokken van toon en afwijkend van vorm; animaties en beeldbewerking illustreren interviews. Aan het woord komen muzikanten, intimi en Davis zelf, 72 inmiddels. Maar niet zoals je verwacht. Ze is nog steeds net een tikje anders.
 

16 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Hereditary

***

recensie Hereditary

Pionnen in een transcendent schaakspel

door Tim Bouwhuis

In het openingsshot van Hereditary zien we een verfijnde miniatuur van een groot landhuis. Het interieur beheerst de bewoners; levenloze vormpjes die verdwijnen in een groter geheel. Tot de camera langzaam inzoomt. We onze blik verleggen naar één van die vele kamers. En het levenloze tot leven komt.

Miniaturen als replica’s van de werkelijkheid, angstbeelden waarin je verdwalen kunt. Voorafschaduwingen van (of terugblikken op?) een nare familiegeschiedenis. Al snel schijnt één waarheid door: de bewoners zijn pionnen in een transcendent schaakspel. Veel keuze hebben ze ook niet. Zoals de filmtitel al insinueert liggen de wortels van het kwaad in het verleden. Zoveel wordt al zichtbaar op de katalyserende begrafenis van de mater familias. In de hoek van de rouwkamer kijkt een ongenode gast breed grijnzend toe. Het einde is slechts het begin.

Hereditary

Een valse tong
Hereditary is een ijzingwekkend effectieve genreflick, maar de echte spanningen van de film zitten niet in geestverschijningen of schrikeffecten (of hooguit die klikkende tong?). Full feature-debutant Ari Aster (zie voor zijn meest spraakmakende short The Strange Thing About the Johnsons) gebruikt de aanzienlijke speelduur om de conflicten binnen de familie Graham langzaam uit de hand te laten lopen. Hoogtepunt is een emotionele uitbarsting van Annie (Toni Collette), die zelfs haar rebellerende zoon Peter (Alex Wolff) verbijsterd achterlaat.

De vraag is wie hier wie imponeert – even lijkt Wolff vooral onder de indruk van de vurige Collette. En zo kruipen de acteurs wel vaker uit hun keurslijf. De hysterische reacties van Wolff, hoe ernstig de situatie ook is, laten zich nauwelijks meten met de angstaanjagende kalmte van Gabriel Byrne. Als bron van rust blijft zijn vaderpersonage vanzelfsprekend wat op de achtergrond.

Aster laat de kans liggen om meer met die dynamiek te doen: naarmate de film vordert, wordt de focus redelijk plichtmatig verlegd naar de toenemende bezetenheid van Peter.

Hereditary

Over de grens
Die bezetenheid komt uit de vroeg geopende doos van Pandora. Als de spiritueel gevorderde Joan (Ann Dowd) Annie een bloedlink voorstel doet, moet de modelscepticus daar in eerste instantie niets van weten. De moderne mens gelooft niet meer in contact met de doden. Tot er contact gemaakt wordt natuurlijk. De rigide distincties tussen geloof en ongeloof vervagen als de wereld van Hereditary steeds echter wordt. Angstaanjagender. En er geen priesters (The Exorcist) of markante demon hunters (de Warrens in de Conjuring-films) meer zijn om het kwaad te verdrijven.

Af en toe vergeet componist Colin Stetson in dat kader ook dat Hereditary vooral ook een heel subtiele slowburner mocht zijn. De drammerige geluidsband (denk Insidious) bij groteske taferelen zorgt ervoor dat Aster qua toon en opbouw soms iets te veel in de valkuilen van een James Wan trapt: sfeer wint altijd van bombast.

Zo bewijst ook de slotsequentie, waarin de beelden een bedriegende kalmte ademen, de wereld van Hereditary niet langer de wereld lijkt. Het is het werk van een regisseur die zijn filmgeschiedenis kent. Subversieve psychologie onder de mantel van het (on)bekende; ook voor Aster is het einde waarschijnlijk alleen maar het begin.
 

10 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Only the Brave

**

recensie Only the Brave

Soms werkt een documentaire beter dan een speelfilm

door Cor Oliemeulen

Zoals koppen in kranten prikkelen om het verhaal te lezen, verzint Hollywood pakkende filmtitels die soms weinig aan de verbeelding overlaten. Only the Brave gaat inderdaad over op het oog onverwoestbare helden. ‘Gelukkig’ is er een pluspuntje: de film loopt niet goed af.

Deze biografie van brandweermannen die omkomen tijdens hun werk levert een dubbel gevoel op. Deze gepassioneerde vuurvreters verdienen zonder twijfel een eerbetoon, maar hun noeste arbeid in Only the Brave wordt te vaak gehinderd door romantisering en dramatisering. Zo redt de misfit in het vuurbestrijdingsteam het leven van een collega door hem nog net onder een vallende boom uit te trekken, waardoor hij direct geaccepteerd wordt. En als de teamleider op een dag tegen zijn vrouw zegt dat deze brand wel meevalt en dat hij rond de middag weer thuis zal zijn, weet iedereen dat dit het moment is waarop we al de hele tijd zaten te wachten.

Only the Brave

Hotshots
In het Arizona van 2007 houdt een groep rouwdouwers zich bezig met het bestrijden van bosbranden. Aangevuurd door de wens, kennis en ervaring van hun teamleider probeert de ploeg de status van hotshots te bemachtigen. Zonder dit certificaat moeten zij bij grote branden wachten totdat een elitegroep is gearriveerd. We leren al snel dat deze hotshots geen water, maar vuur, gebruiken om vuur te bestrijden. Door gecontroleerde branden achter een gegraven geul kan de aanstormende brand worden gestopt. Meestal dan.

Het is slechts een kwestie van tijd dat onze groep helden zich de Granite Mountain Hotshots mag noemen. In de film volgen we de privélevens van twee van hen: teamleider Eric (Josh Brolin) en misfit Brendan (Miles Teller). Eric verwaarloost zijn vrouw Amanda (Jennifer Connelly) die gewonde paarden verzorgt en er schoon genoeg van heeft dat Eric zo weinig thuis is. Maar niet getreurd: als Eric op een avond een gezellig kampvuur (!) maakt, slaan de romantische gevoelens toe en begrijpt ook hij dat zij een kind wil.

Tijdens onze eerste kennismaking met Brendan zien we een notoire drugsgebruiker die bij toeval ontdekt dat zijn ex-vriendin zwanger van hem is, maar zij zegt dat zij niets meer met hem te maken wil hebben en dat zij het kind straks alleen zal opvoeden. Nadat ook Brendans moeder hem de deur heeft gewezen, besluit de junk zich aan te melden bij het brandweerkorps van Eric, die hem na veel vallen en opstaan aanneemt. Als hij na de geboorte van zijn kind boodschappen bij de voordeur van zijn ex neerzet, weten we dat het wel goed komt met Brendan.

Only the Brave

Oudgedienden
Only the Brave is een typische Hollywoodfilm: een simpel verhaal en geen plaats voor karakterontwikkeling; mooie omgevingsplaatjes en een sentimentele finale. Het is geen verrassing dat regisseur Joseph Kosinski (die eerder nog maar twee speelfilms maakte: Tron en Oblivion) waarschijnlijk het ‘langverwachte’ vervolg van Top Gun (1986) zal maken. De soundtrack – met weliswaar voordehandliggende vuurvreetnummers als ‘Tush’ (ZZ Top), ‘Jump in the Fire’ (Metallica) en ‘It’s A Long Way To The Top’ (AC/DC) – houdt de vaart er aardig in.

Naast Josh Brolin, Jennifer Connelly en Miles Teller zien we twee oudgedienden wiens rollen redelijk onduidelijk blijven. Het optreden van Andie MacDowell is een niets toevoegende cameo, terwijl haar echtgenoot (?) in de film, Jeff Bridges, fungeert als een soort mentorfiguur die ook nog een countrynummertje mag zingen. Hoewel voor menig kijker op het eind een zakdoekje geen overbodige luxe zal zijn, is het Bridges die met slechts één korte snikkende kreet de meest pure emotie van heel Only the Brave produceert. Sommige gebeurtenissen lenen zich nu eenmaal beter voor een documentaire dan voor een speelfilm.
 

28 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Marjorie Prime

****

recensie Marjorie Prime

Je bent wat je je herinnert

door Alfred Bos

Marjorie Prime is een sciencefictionfilm van de meest ingetogen soort. Actrice Lois Smith debuteerde in East of Eden naast James Dean. Als 87-jarige speelt ze de titelrol in de verfilming van een toneelstuk over de rol van het geheugen.

Marjorie Prime is de verfilming van het gelijknamige toneelstuk van Jordan Hammond. Het handelt over ouder worden, geheugen en identiteit. Wat is een mens anders dan zijn of haar herinneringen? Je bent wat je hebt meegemaakt.

Marjorie is oud, zo oud dat er gaten in haar geheugen vallen. Ze begint te dementeren, heeft goede en minder goede dagen. Op de bank van haar villa aan de zee zit Walter, haar man. Walter vraagt naar triviale feitjes over hun huwelijk. Hij is een hologram, een kunstmatige intelligentie met het uiterlijk van Marjorie’s echtgenoot zoals ze hem zich herinnert. Walter heeft de vorm van de Walter die haar ooit het hof maakte.

Marjorie Prime

De hologram Walter is een simulatie, een zogenaamde prime. Hij heeft het voorkomen van Marjorie’s man, ook diens persoonlijkheid. Maar niet diens geheugen. Toneelstuk en film snijden filosofische vragen aan. Wat betekent geheugen voor identiteit? Kan technologie een mens simuleren? Hardware en software kunnen een imitatie van Walter creëren, zijn vorm en zijn aard. Maar niet diens content, wat hij met Marjorie heeft meegemaakt. De dementerende Marjorie moet hem bijpraten.

Onvervangbare content
Vergelijk Walter met een laptop. Wanneer je die verliest, moet je een nieuwe kopen. Ook de software van de laptop moet je opnieuw installeren. Dat is allemaal vervangbaar. Maar wat er op de laptop stond – foto’s, teksten, bookmarks – ben je kwijt, tenzij je zo slim was om dagelijks een backup te maken op een externe schijf of in de cloud. Die content is het meest waardevolle van je laptop. Die is onvervangbaar. Die is persoonlijk. Dat ben jij.

Zo is het ook met het geheugen. Wanneer je je laptop verliest, ben je een stuk van jezelf kwijt: de content. Wanneer je je geheugen verliest, verdwijnt een deel van jezelf. Je identiteit verdampt, zoals Alzheimer keihard duidelijk maakt.

Marjorie Prime is een ingetogen, toneelmatige film die grotendeels speelt in en om Marjorie’s luxe villa aan zee, afgewisseld met flashbacks die herinneringen van Marjorie visualiseren. Daarin is ze bejaard, haar omgeving heeft de leeftijd van ‘toen’. Zo worden herinneringen gekleurd, een mengvorm van verbeelding en wat er zich feitelijk heeft voorgedaan.

Toneelverfilming
Marjorie wordt gespeeld door actrice Lois Smith, inmiddels 87 jaar oud. Ze debuteerde naast James Dean in East of Eden en kreeg een onderscheiding voor haar rol in de al even klassieke film Five Easy Pieces met Jack Nicholson. Haar tegenspeler in Marjorie Prime is John Hamm als Walter. Hamm is tevens coproducer van deze toneelverfilming, nadat Smith de rol van Marjorie had gespeeld in de succesvolle theaterproductie.

Marjorie Prime

Wie een film als Her verwacht, komt bedrogen uit; hij is meer Eternal Sunshine of the Spotless Mind dan Blade Runner. De film past naadloos in het oeuvre van regisseur Michael Almereyda, die eerder eigentijdse bewerkingen van Shakespeare-stukken als Hamlet en Cymbeline naar het filmdoek vertaalde. Zijn verfilming concentreert zich op dialoog en personages. Het is een film van en voor liefhebbers van toneel, met gewaardeerde acteurs als Geena Davis in de rol van Marjorie’s dochter Tess en Tim Robbins als diens echtgenoot Jon.

Je kunt klagen over de vorm: Marjorie Prime is geen filmische film, het is verfilmd toneel. Je kunt ook zeggen: dat past bij de thematiek, de film is de mediapresentatie van een toneelstuk. Het is, om in het jargon van toneelstuk en film te blijven, een prime.

Homeopathisch verdund
Uiteraard speelt de dynamiek tussen familieleden, levend en dood, een rol, maar het punt van Marjorie Prime is de functie van het geheugen voor identiteit en de loze belofte van kunstmatige intelligentie als menselijk gezelschap. De herinneringen van Walter, een simulatie, komen van beelden die hij heeft gezien op de televisie, een mediarepresentatie van de werkelijkheid: dubbelnamaak dus. En uiteindelijk leeft ook Marjorie voor haar schoonzoon voort als prime, een simulatie die moet worden gevuld met herinneringen van herinneringen.

En wie op die manier het eeuwige leven denkt te bewerkstelligen ziet zijn herinneringen steeds verder verdund, tot er een homeopathische schim van de oorspronkelijke identiteit is overgebleven. Ben jij dat? Echt? In een tijd waarin muzieklegendes als Elvis Presley en ABBA optreden als hologram is Marjorie Prime een kleine film over grote vragen. Fijnproevers zullen hem weten te vinden.
 

8 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Tully

****

recensie Tully

Oerdegelijk frisse verrassing

door Sjoerd van Wijk

Tully geeft een gevoelige inkijk in depressie en komt daarbij net zo fris verrassend voor de dag als het titulaire kindermeisje. 

Marlo (Charlize Theron) is een moeder van twee kinderen, van wie zoontje Jonah (Asher Miles Fallica) een speciale aanpak vereist. Ondanks dat zij en haar man Drew (Ron Livingston) langs elkaar heen leven, is er een derde kind op komst. Maar deze gebeurtenis lijkt Marlo niet al te veel te doen. Zonder energie en motivatie strompelt ze door het leven en lijkt voor de kinderen zorgen meer een plicht dan een deugd. Als ze op aandringen van haar gefortuneerde broer Craig (Mark Duplass) zijn gift van een night nanny accepteert zodra de derde is geboren, verandert haar leven zoals beloofd door hem. De vrolijke guitige oppas Tully (Mackenzie Davis) neemt het kind over in de nacht en bouwt een speciale band op met Marlo. 

Tully

Ingetogen spitsvondigheden
De film brengt regisseur Jason Reitman, scenariste Diablo Cody en Charlize Theron weer samen na hun vorige collaboratie. Waar Young Adult een disfunctionele jongvolwassen vrouw volgde, is het nu de beurt aan een vrouw in midlifecrisis waar eerder sprake is van een prenatale depressie dan postnatale.

Zoals gebruikelijk bij Diablo Cody zijn de karakters rondwandelende vocabulaires vol spitsvondigheden. Waar de scherpe oneliners in haar eerste scenario Juno vooral het doel leken te dienen om Cody’s slimme vondsten ten toon te stellen, zijn de gevatte opmerkingen dit keer subtiel met de karakters verweven tot komisch effect. Het geeft tevens de ruimte aan de lethargisch voortbewegende Theron, wiens dysthymie extra invoelbaar wordt doordat alle andere karakters de juiste hoeveelheid tegengas geven. Ron Livingston als onwetende man en Mark Duplass als flamboyante broer accentueren Therons spel door ingetogen te blijven. Het maakt de entree van de excentrieke Tully inslaan als een bom. 

Delicaat onecht
Vanaf het moment dat Marlo overstag gaat en de nanny neemt, ontpopt Tully zich meer en meer tot een onvervalste feelgoodfilm. De komst van Tully brengt warme beelden met zich mee. Haar ontwapenende openheid geeft kleur aan Marlo’s leven en dat wordt dankzij Reitmans efficiënte regie, die zonder al te veel opsmuk de nadruk legt op het acteerwerk, goed invoelbaar.

Net als in Up in the Air weet Reitman ook hier delicaat het sentiment aan de goede zijde van de tranentrekker te houden en Tully vervalt dan ook nergens in kitsch. Elk shot heeft een duidelijke functie, geen enkel beeld is uit op opportunistisch inspelen op de emotie. De gevoelens die loskomen bij Marlo door haar interactie met Tully komen bevrijdend over. Het is de verdienste van Reitman door Tully zo uit te laten steken tegenover de andere karakters met haar atypische gedragingen dat elk zoetsappig element welhaast onecht aan gaat voelen. 

Tully

Oprechte verrassing
Ondanks dat het verhaal welbekende plotpunten doorloopt die je wel vaker in een feelgoodfilm uit Hollywood voorbij ziet komen, weet de film in de latere delen te verrassen. Alles wat op subtiele wijze wrong, wordt rechtgemaakt in een emotioneel geladen wending, die juist door de achteloosheid waarmee deze wordt gebracht extra inwerkt.

Paradoxaal genoeg is het de manier waarop de kijker op het verkeerde been wordt gezet wat de film laat transformeren van innemende feelgoodfilm naar oprechte karakterstudie. De lichtvoetige kwinkslagen en de bitse sarcastische manier waarop karakters met tegenslagen omgaan, geven het gezapige lusteloze leven van Marlo een bitterzoet randje, wat wordt afgemaakt door de ontknoping die alles op de juiste plaats laat vallen.
 

5 mei 2018

 
MEER RECENSIES