Inconvenient Truth 2, An

****

recensie An Inconvenient Truth 2

Het klimaat verandert, en Al Gore vertelt ons wederom hoe

door Nanda Aris

Ruim tien jaar na het uitkomen van An Inconvenient Truth is Al Gore terug met het vervolg op zijn film over klimaatverandering. 

An Inconvenient Truth zorgde in 2006 voor veel opschudding. Vele mensen werden geraakt en geïnspireerd door de film, en in 2007 won hij een Oscar voor beste documentaire. Ook in 2007 won Al Gore de Nobelprijs voor de vrede, waarvan huidig president Trump vindt dat deze hem afgepakt zou moeten worden. De twee politici staan lijnrecht tegenover elkaar wat betreft klimaatbeleid. Een tegenslag noemt Al Gore het naar het einde van de film, de verkiezing van Trump als president. 

An Inconvenient Truth 2

Kritiek
De documentaire begint met de kritiek op An Inconvenient Truth: veel informatie zou overdreven zijn. Maar gaandeweg de film, en zeker ook na orkanen als Irma en Harvey die dit jaar veel verwoest hebben, weten we dat veel van wat er voorspeld werd niet overdreven is, maar werkelijkheid gebleken.

Na de kritiek zien we beelden van smeltend en instortend ijs, prachtig en immens, maar ook treurig omdat veel ervan in het water verdwijnt. Al Gore focust in het begin op de effecten van de opwarming van de aarde. Hij geeft presentaties, bezoekt ondergelopen Miami, we zien filmpjes van andere overstroomde gebieden, maar ook van extreme droogte in Syrië, die ervoor zorgde dat vele mensen op de vlucht sloegen, nog voor het grote geweld daar.

Druk
Na de focus op het effect zien we vooral veel wat er gedaan wordt om die klimaatverandering tegen te gaan. Bewustwording lijkt een belangrijke missie van Al Gore, vooral ook door zijn klimaatcursussen, om meer mensen de kennis mee te geven en uit te kunnen dragen om verandering mogelijk te maken.

We zien Al Gore veelal druk, van meeting naar presentatie naar bijeenkomst. Af en toe lijken de beelden van Al Gore en consorten aan de telefoon/met een telefoon ietwat overbodig, we begrijpen ook zonder deze beelden heel goed dat het een druk man is. Toch krijgen we het idee dat er geen betere man is om klimaatverandering onder de aandacht te brengen.

An Inconvenient Truth 2

Bevlogen
Tijdens de presidentsverkiezing in 2000 werd Al Gore ook wel saai, stijf en ongeïnspireerd genoemd, maar daar is weinig meer van over. We zien hem, inmiddels 69 jaar, strijdend, zijn stem verheffend, geïnspireerd en geëmotioneerd vertellend over de opwarming van de aarde, en hoe wij als mensen daar een rol op uitoefenen, zowel negatief als positief.

Tijdens de conferentie in 2015 in Parijs ondertekenden vele landen een overeenkomst om de opwarming van de aarde tegen te gaan. We zien Al Gore achter de schermen hard lobbyen om ervoor te zorgen dat India gaat inzetten op andere vormen van energie, zoals zonne-energie. We voelen het enthousiasme waarmee de ondertekening van het Parijs’ akkoord gesloten wordt.

Hoop
Tijdens een toespraak horen we Al Gore zeggen dat Martin Luther King de vraag kreeg ‘hoe lang nog?’ (wat betreft gelijke burgerrechten), en op de vraag hoe lang nog voordat er een verandering komt in het behandelen van het klimaat, antwoordt Gore: ‘Not long! It is wrong to polute this earth… And it is right to give hope to the future generation!’

De film eindigt met het adresseren aan de kijker, hem in beweging te krijgen, te kijken naar de invloed die hij zelf kan uitoefenen op het terugdringen van klimaatverandering.
 

22 november 2017

 
MEER RECENSIES

Ghost Story, A

recensie A Ghost Story

Een eenzaam hiernamaals

door Suzan Groothuis

A Ghost Story is een verhaal over een geest, maar anders dan je zou verwachten. Casey Affleck is een groot deel van de film gehuld onder een wit laken met twee gaten. Waarachter hij zijn geliefde, alleen achtergelaten, gadeslaat. Een subtiele, kosmische film over liefhebben, loslaten en weer opnieuw beginnen.

Voordat Casey Affleck (broer van en bekend van Manchester by the Sea en I’m Still Here) als spook te zien is, zien we hem in het echte leven als C, een wat verstrooide muzikant. Samen met zijn vrouw M (Rooney Mara, Carol) in hun huis op het platteland in Texas, waar zij graag weg wil maar hij niet. ’s Nachts worden ze opgeschrikt door de oude piano die plots geluid geeft. Een teken van andere, kosmische aanwezigheid?

Kort daarna komt C om bij een auto-ongeluk. Nadat M hem geïdentificeerd heeft, zien we hoe zijn in witte laken gehulde lichaam weer tot leven komt. Als spook keert hij terug naar zijn geliefde woning en zijn rouwende echtgenote. Rouw die niet is verbeeld als verscheurd verdriet, wat je zou verwachten als je als jonge vrouw je echtgenoot verliest. In plaats daarvan zien we minutenlang hoe M een taart, achtergelaten door een kennis, verorbert. Zittend op de grond, met een vork in de taartvorm hakkend, het leven toonbaar leeg. Ondertussen, subtiel in beeld gebracht, bekijkt het spook dat eens haar echtgenoot was M van een afstand.

A Ghost Story

Minimaal maar veelzeggend
Lowery, bekend van het broeierige Ain’t Them Body Saints (waarin Casey Affleck en Rooney Mara ook elkaars echtgenoten spelen) neemt de tijd voor zijn film. Traag van opzet, waarin de beelden leidend zijn. Gekozen is voor een beeldverhouding van 4:3 aspect ratio met ronde hoeken, wat de film een nostalgische sfeer geeft. Dialogen zijn er amper en toch zegt de regisseur veel met dit intieme drama.

De keuze voor de boeken die het jonge stel in huis heeft, bijvoorbeeld. De camera toont een kort, maar in het oog springend shot van titels als Virginia Woolfs A Haunted House And Other Stories en een boek van Nietzsche dat handelt over de eeuwige terugkeer. Terwijl de tijd geruisloos verstrijkt, ziet het spook toe op hoe M weer grip op haar leven krijgt. En wanneer er een nieuwe partner in haar leven is, laat het spook zijn aanwezigheid verraden door lampen te laten flikkeren en boeken uit de kast te laten springen. Eén valt open met de tekst “He left it, left her” vluchtig in beeld. Een zin die M een moment van bevreemding geeft.

De cirkel van het bestaan
De film zit vol met subtiele verwijzingen naar het hiernamaals en de cirkel van het leven. In één scène is een voorspeller (gespeeld door de singer-songwriter Will Oldham) aan het woord. Hij voert een monoloog over de eindigheid van het bestaan. Hoe zinvol zijn onze daden? Voor wie schrijf je een boek, of een lied? Wie herinnert zich jouw nalatenschap? Zijn uiteindelijke boodschap is dat de planeet eindig is en alles verdwijnt en verbrandt. “It’ll all go” zijn woorden die het spook echter niet wil horen. Met zoemende elektriciteit legt hij de voorziener het zwijgen op.

A Ghost Story

Poëtisch en kosmisch
Lowery durft met A Ghost Story risico te nemen. Het trage tempo, de lange shots en de minimale dialogen vragen geduld van de kijker. Wie een horror verwacht, komt bedrogen uit. Evenmin als dat Casey Affleck in spookkostuum grappig is. A Ghost Story is een film die je moet ondergaan. De beelden zijn prachtig en doen wel denken aan films van Terrence Malick (The Tree Of Life).  Verstild, poëtisch en kosmisch. De dissonante soundtrack, met als hoogtepunt het beklemmend mooie I Get Overwhelmed van Dark Rooms, vult de sfeer van de film goed aan.

Affleck verbeeldt als spook zowel dreiging, melancholie als eenzaamheid. Het is knap hoe slechts een laken met twee gaten de angst voor vergetelheid invoelbaar maakt. Prachtig is de onverstaanbare dialoog die hij met een spook aan de overkant van zijn huis voert. I’m waiting for someone. Who? I don’t remember.

Aan de hand van sprongen in tijd – verleden, heden en toekomst – zien we hoe het spook krampachtig probeert een herinnering te zijn. Niet vergeten, maar levend. Om, uiteindelijk, los te kunnen laten. Lowery’s film resoneert na het zien ervan nog lang, als flikkeringen van licht. Cinema zoals je die weinig tegenkomt en die de kijker in verwondering achterlaat.
 

15 november 2017

 
MEER RECENSIES

Sign ‘o’ the Times

*****

recensie Sign ‘o’ the Times

Reus van vijf turven piekt

door Alfred Bos

Op 20 november is het op de dag af dertig jaar geleden dat Sign ‘o’ the Times, de concertfilm van Prince, in Nederland in première ging. De beelden waren een jaar daarvoor geschoten in de Ahoy’ te Rotterdam. Alfred Bos was er bij.

Wat kon Prince níet? We herinneren hem vooral als muzikant van de buitencategorie, een talent waarop geen maat stond. We gedenken hem niet als regisseur. Natuurlijk, hij regisseerde een aantal van zijn videoclips en dat hij in 1984 doorbrak als superster was te danken aan Purple Rain (regie: Albert Magnoli), een speelfilm met spectaculaire concertbeelden. Maar de films onder zijn eigen regie waren na verschijning snel vergeten, als ze al werden opgemerkt.

Sign ‘o’ the Times

Under The Cherry Moon, nostalgische art deco-romantiek uit 1986? Afgefakkeld. Graffiti Bridge (1990), gepresenteerd als vervolg op Purple Rain? Huh??? Sign ‘o’ the Times, ’s mans concertfilm uit 1987? Lag als dvd te grabbel in de uitverkoopbakken. Tot vorig jaar de Boston Society of Film Critics de film herontdekte. Nu geldt Sign ‘o’ the Times als een van de beste concertfilms ooit gemaakt. In alle eerlijkheid, dat was het al toen de film in het najaar van 1988 in de Nederlandse bioscopen draaide.

Zwarte new wave
Toen het dubbelalbum Sign ‘o’ the Times in 1987 uitkwam was Prince, de gigant van vijf turven hoog, op zijn creatieve piek. De plaat was een monster, vier plaatkanten lang uitsluitend topnummers, geen vlekje te ontdekken. En die zestien tracks waren nog maar het topje van de ijsberg. De platenmaatschappij weigerde om ieder kwartaal een nieuw Prince-album uit te brengen en had de artiest uit het hoofd gepraat om zijn fans te belasten met een drie(!)dubbelalbum. De twee schijven waren een compromis. De rest verdween in de legendarisch geworden PrinceVault, een schatkamer met onuitgebracht materiaal.

Niet alleen de inspiratie stroomde uitbundig, Prince was vloeiend in zo ongeveer elk denkbare stijl. Op zijn platen uit de vroege jaren tachtig, die van vóór Purple Rain, was hij een erfgenaam van funkmeisters als James Brown, George Clinton en Sly Stone die het new wave-geluid uit Engeland had opgezogen. Een krankzinnige mix van invloeden, een rariteit in feite en de reden dat het grote publiek geen directe klik had met Prince. Zwarte new wave? Te buitenissig, te apart. Bij zijn eerste optreden in Nederland, op 21 mei 1981 in Paradiso, waren amper tweehonderd bezoekers.

Sign ‘o’ the Times

Zijn grote doorbraakhit, When Doves Cry, schalde in de zomer van 1984 uit talloze luidsprekers. Maar als hit lapt het een oerwet aan de laars: een dansnummer zonder baspartij! Typisch Prince. En scherp gehoord van de man. Niemand zou in de eindmix de fader van de baspartij naar beneden hebben getrokken. Maar de afwezigheid van de bas – de link tussen beat en melodie, en de bron van harmonie – geeft When Doves Cry niet alleen een uniek geluid, het creëert ook ruimte. En muziek draait om ruimte. Daar offerde Prince de harmonie graag aan op en hij had gelijk.

Zwart en perzik
Toen hij na het enorme succes van Purple Rain (twee nummer 1-hits, When Doves Cry en het titelnummer, in zijn thuisland Amerika; zeven weken op de bovenste plaats van de Nederlandse albumlijst) brede erkenning had gekregen, ging Prince in creatief opzicht helemaal los. Hij produceerde meer dan zijn platenmaatschappij kon uitbrengen en goochelde met stijlen. Pop, funk, psychedelica, wave—Prince kon het allemaal, moeiteloos en speels.

Bij zijn optreden van mei 1987 in het stadion van FC Utrecht waren zo’n dertigduizend man aanwezig. Prince had zijn fans opgeroepen zich te kleden in de kleuren zwart en perzik – de kleuren van het Sign ‘o’ the Times-album – en ze zwaaiden massaal met aanstekers toen hij The Cross vertolkte. Vijf weken later speelde Prince opnieuw in Nederland; op 28 juni stond hij in de Rotterdamse Ahoy’ hal, een betonnen tombe die in vergelijking met het voetbalstadion voelde als een intieme club. Ik heb in mijn leven enkele duizenden optredens gezien en gehoord, maar die middag (het was een middagconcert) met Prince in Ahoy’ was het beste.

Creatieve piek
Dat optreden vormde de basis van de concertfilm Sign ‘o’ the Times die nu door de filmcritici van Boston is herontdekt als meesterwerk. Prince was achteraf niet helemaal senang met het materiaal dat in Rotterdam door een Nederlandse ploeg was gedraaid en deed het onder optimaal gecontroleerde omstandigheden allemaal nog eens over in zijn Paisley Park-studio in Minneapolis. Die twee shoots zijn door elkaar gesneden tot de concertfilm. Ruwweg: we zien Ahoy’ en horen Paisley Park.

Sign ‘o’ the Times

In de film speelt Prince in een decor dat herinnert aan het hoesontwerp van Sign ‘o’ the Times elf nummers van het gelijknamige dubbelalbum, aangevuld met Now’s The Time van jazzlegende Charlie ‘Bird’ Parker. De videoclip van U Got The Look, met Sheena Easton als gastzangeres, is tussen de concertbeelden gemonteerd. De nummers worden aan elkaar gelast door West Side Story-achtige sketches met danseres Cat als wulpse tegenhanger van Prince. Het energieniveau is hoog, de muzikaliteit verbluffend.

Prince is altijd een talent van de buitencategorie gebleven, maar in 1987 viel alles samen: zijn creatieve top en zijn populariteitspiek. Hij was 29 jaar, in de kracht van zijn leven en in het zenith van zijn carrière, en kon alles wat zijn fantasierijke brein hem ingaf. Dat moet hij zelf ook hebben beseft. Waarom zou hij anders de Sign ‘o’ the Times-concerten hebben vastgelegd op film?


De digitaal gerestaureerde versie van Sign ‘o’ the Times is van zondag 20 tot en met zaterdag 26 november te zien in ruim
tachtig bioscopen.

Alfred Bos publiceerde in 1988 het boek Prince – De ‘muzikale’ biografie.
 

14 november 2017

 
MEER RECENSIES

Leatherface

**

recensie Leatherface

Jong en verdorven

door Suzan Groothuis

In 1974 was daar Tobe Hoopers The Texas Chain Saw Massacre. Rauw, intens, hysterisch en vooral ziek. In de laatste scène, waarin de vrouwelijke held heeft weten te ontsnappen, zien we een uitzinnige Leatherface met zijn ronkende kettingzaag slingeren. En nu is er dan de film Leatherface, waarin we terugblikken op zijn tienerjaren. Een aanvulling is het niet.

The Texas Chain Saw Massacre dateert van 1974 en was toen, maar ook nu nog een schokkende kijkervaring. Zelden werd hysterische gekte zo treffend verbeeld. Moordende en kannibalistische hillbilly trash, hun huis een ware val voor mensen die zich er in wanen. Vleeshaken aan de muur en de eeuwig snorrende kettingzaag van reus Leatherface, zijn gezicht bedekt achter een masker van mensenhuid.

Leatherface

Sadistische familie
De horrorklassieker is nooit geëvenaard. En kent inmiddels een flinke rij sequels, een remake en een prequel. En nu is er Leatherface, een prequel van The Texas Chainsaw Massacre: The Beginning, waarin we teruggaan naar de jonge jaren van de man met de kettingzaag. De film opent met Jed’s verjaardag. Hij is de jongste van het gezin Sawyer, aangevoerd door matriarch Verna (Lili Taylor, The Conjuring). Als cadeau mag hij met een kettingzaag een man martelen, die een van hun varkens gestolen heeft. Maar Jed weigert. Is er toch nog sprake van goedheid binnen dit sadistische familieverbond?

In een volgende scène is Jed letterlijk lokaas. Een jong stel in een passerende auto meent in hem een verwond dier te zien, maar de jongen – een runderkop over zijn gezicht getrokken – leidt de vrouw naar zijn huis waar haar een gruwelijke dood wacht. Het blijkt de dochter van sheriff Hartman (Stephen Dorff, Blade), die niets kan bewijzen maar weet dat de Sawyers er achter zitten. Uit wraak zorgt hij dat Jed opgenomen wordt in een gesticht voor jongeren met een moeilijke jeugd.

En dan springt de film tien jaar vooruit. Het is 1965 en Jed zit nog steeds in het gesticht. Alleen heeft hij een andere naam gekregen, zoals alle jongeren die er zitten. We volgen Bud en Jackson, twee jongens die in niets op elkaar lijken. De lompe, stille Bud tegenover de charmante, respectvolle Jackson. Wanneer Verna het gesticht bezoekt en haar zoon terug eist, loopt het uit de klauwen.  Een ware opstand volgt, waarbij Bud en Jackson samen met twee andere jongeren en een zuster op de vlucht slaan.

De kloof tussen goed en kwaad
Tot zover het verhaal. Wat volgt is een zieke opsomming van gebeurtenissen, waarbij lustig gerefereerd wordt aan andere films. Het schuilen in een dierenkarkas bijvoorbeeld (Leonardo deed hetzelfde in The Revenant), lusten botvieren op een lijk (de aanstootgevende necrofiliescène uit The Neon Demon) en iemands kaak kapot trappen (a la American History X). Ondertussen pogen de filmmakers de vraag te stellen of er nog “goed” zit in iemand, die in een door en door verrotte omgeving is opgegroeid. Wie de Texas Chain Saw-films kent, weet het antwoord al.

Leatherface

Die vraag, van goed of kwaad, wordt overigens zijdelings gesteld. De makers lijken vooral te willen choqueren met beelden van hongerige varkens, een maaiende kettingzaag en ga zo maar door. En dan is er nog de slappe verhaallijn van de wraaklustige sheriff die een moordzuchtige familie op de hielen zit. Weinig acteeruitdaging voor Stephen Dorff en Lili Taylor, die vooral karikaturen neerzetten. Hoe anders was het duo als Candy Darling en Valerie Solanas in I Shot Andy Warhol.

Voorspelbaar pad van verdorvenheid
Leatherface biedt geen verrassende inzichten, maar volgt een voorspelbaar pad van verdorvenheid zonder de oprechte rauwheid en hysterie van het origineel. Zonde, want van regisseurs Alexandre Bustillo en Julien Maury zou je meer verwachten. Het duo maakte eerder het extreme Inside (2007), een film die verraste met zijn mix van psychologie en bodyhorror.

Wie echt wil weten wat moordenaars drijft tot hun bizarre daden, doet er beter aan de serie Mindhunter te kijken. Toeval of niet, hoofdpersoon Sam Strike speelt in een aflevering een jonge seriemoordenaar. De duisternis en machteloosheid die hem omgeven, voel je in die serie wel, terwijl Leatherface niet meer is dan lege horrorprovocatie..
 

31 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

HHhH – The Man with the Iron Heart

**

recensie HHhH – The Man with the Iron Heart

Het blonde beest speelt viool

door Alfred Bos

De aanslag op nazileider Reinhard Heydrich, Hitlers hoogste man in Tsjechië, is gevonden vreten voor makers van spionage, actie en oorlogsfilms. Maar aan de Franse regisseur Cédric Jimenez lijkt het nauwelijks besteed.

Reinhard Heydrich is de archetypische nazi. De gedoodverfde opvolger van Hitler stond bekend als ‘de slager van Praag’ en ‘het blonde beest’; Hitler zelf noemde hem ‘de man met het hart van staal’. Hij was de hoogste leider van de SD (Sicherheitsdienst, de inlichtingendienst van de nazi’s) en de architect van de Endlösung, de systematische vernietiging van Joden en andere ‘ongewenste elementen’. Hij stierf op 4 juni 1942 in Praag aan de gevolgen van een aanslag die negen dagen eerder was gepleegd door twee Tsjechische spionnen.

HHhH - The Man with the Iron Heart

Heydrich was de hoogste nazi in het bezette Tsjechië en de geslaagde aanslag was een groot succes voor de geallieerden – de enige succesvolle poging om een nazi-kopstuk te elimineren – maar de Duitsers namen gruwelijk wraak op de lokale bevolking. De dorpen Lidici en Ležáky werden uitgemoord en in brand gestoken; Lidici letterlijk met de grond gelijk gemaakt. Over het strategische belang van Operatie Anthropoid, de codenaam van de operatie, en de impact op het verloop van de Tweede Wereldoorlog verschillen historici van mening. Eén ding is zeker: Hitler moest op zoek naar een nieuwe kroonprins.

Himmlers Hersens heten Heydrich
Al tijdens de oorlog werd er in films verwezen naar de aanslag, als eerste door Fritz Lang in Hangmen Also Die! (1943). Ook na de oorlog is het verhaal van de moord op Heydrich en de twee Tsjechische soldaten die door de Engelsen in de Bohemen werden gedropt, Jan Kubiš en Jozef Gabčík, diverse malen verfilmd. Atentát van de Tsjechische regisseur Jiří Sequens opende in 1964 de reeks.

Vorig jaar nog maakte de Engelsman Sean Ellis (Metro Manilla) het niet in Nederland uitgebrachte Anthropoid. HHhH – The Man with the Iron Heart van de Fransman Cédric Jimenez is gebaseerd op het gelijknamige succesboek van de Franse schrijver Laurent Binet. Dat was tevens de bron van de documentairereeks Himmlers Hersens heten Heydrich, eerder dit jaar uitgezonden door de VPRO.

Jimenez graast met HHhH op afgekloven weiden. Deze Belgisch-Franse coproductie compenseert dat met gekende acteurs in de hoofdrollen: Jason Clarke als Heydrich, Rosamund Pike als diens loyale en politiek bewuste echtgenote Lina, geboren Von Osten, en Stephen Graham als Himmler. In de internationale rolbezetting vinden we Barry Atsma terug in een minieme bijrol als SS-commandant. De film is dus voer voor het spelletje Spot The Barry (voorlaatste entry: The Hitman’s Bodyguard).

Overgestileerde videoclip
De voorgeschiedenis, omstandigheden en historische details zijn complex en HHhH vertelt het verhaal wel zo overzichtelijk, maar ook een beetje stijf, in drie delen: Heydrich, de daders en hun handlangers, en de aanslag plus nasleep. Heydrich zelf blijft een raadsel: zijn loopbaan wordt in vogelvlucht aangestipt, zijn motieven blijven onduidelijk, zijn karakter is geschetst in grove clichés. De man is een artistiek aangelegde estheet (hij speelt viool met zijn familie) én een calculerende fijnslijper. Clarke kan het personage ook nauwelijks reliëf geven, want de regisseur vertelt via beeld, niet via dialoog die exposé en psychologie uitdiept.

HHhH - The Man with the Iron Heart

De beelden zijn pseudo-artistiek op een nietszeggende manier, gefilmd met lens flare, vaak via spiegels en in veel onnodige close-ups die diepgang suggereren maar de kijker geen overzicht, laat staan inzicht bieden. Opmerkelijk genoeg is het portret van Heydrichs vrouw Lina nog het meest geslaagd: Pike zet haar neer als een ambitieuze Macher, de sterke vrouw achter de carrièreman. Wat ook niet helpt is dat Kubiš en Gabčík, de twee Tsjechische verzetshelden (gespeeld door respectievelijk Jack O’Connell en Jack Raynor), zoveel op elkaar lijken dat het broers hadden kunnen zijn. Misschien is dat het punt, maar niet bevorderlijk voor de inleving van de toeschouwer.

Aan een onderwerp zo rijk aan drama als leven en dood van het meest beruchte nazi-monster valt meer te beleven dan het fletse docu-drama dat Cédric Jimenez opdient. Deels gefilmd in de nerveuze stijl van de smartphone-filmpjes op YouTube probeert HHhH te behagen waar hij de kijker naar de strot had moeten grijpen. Dat een aantal details rond de aanslag zelf zijn verzonnen, is de regisseur vergeven. Dat hij uit dit brisante materiaal slechts een overgestileerde videoclip van twee uur weet te destilleren, mag je hem aanrekenen. Wie een meer beklijvende film over de aanslag op Heydrich wil zien: ga op zoek naar Anthropoid.
 

10 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Blade Runner 2049

***
recensie Blade Runner 2049
Schitterende namaak zonder ziel

door Alfred Bos

Iedere filmfan hield zijn hart vast bij de aankondiging van een vervolg op Blade Runner, een van de beste sciencefictionfilms ooit gemaakt. Regisseur Denis Villeneuve maakt er het beste van. Maar dat is niet genoeg.

Zou het toeval zijn dat de protagonist van Blade Runner 2049, de replicajager KD6-3.7, door zijn collega’s K wordt genoemd? En wanneer zijn virtuele vriendin hem omdoopt tot Joe weten we het zeker. Hij is Josef K, de centrale figuur van Kafka’s roman Het Proces: symbool van de mens die wordt vermalen door een systeem zonder menselijke maat. Alleen, die verwijzing slaat in de context van de film helemaal nergens op.

Blade Runner 2049

En dat schetst in het kort het probleem van dit tot in detail gestileerde, intelligent in elkaar gezette en ambitieuze – ook in 3D Dolby-Atmos uitgebrachte – bijna drie uur durende vervolg op een film die nooit bedoeld was om te worden vervolgd: veel vorm, minder inhoud. Een marketingexercitie waaraan is gesleuteld door de knapste en artistiekste koppen die Hollywood kon vinden.

Toen Ridley Scott in 1982 de roman Do Androids Dream of Electric Sheep? van sciencefictionauteur Philip K. Dick verfilmde als Blade Runner, was de respons lauw tot onverschillig. Sindsdien is de cultschrijver Dick (die overleed voor de première) opgenomen in de literaire canon en de reputatie van Blade Runner gestaag gegroeid tot legendarisch. Maar een vervolg? Dat is zoiets als Kubricks 2001: A Space Odessey nog eens over willen doen.

Frank Sinatra als hologram
Zo bont als Peter Hyams, de regisseur van 2010, maakt Denis Villeneuve (Arrival, Sicario, Incendies) het niet. Zijn dertig jaar na de originele Blade Runner gesitueerde vervolg biedt eye candy tot de ogen ervan tranen. Het verhaal (mede geschreven door de originele scenarist, Hampton Fancher) haakt handig aan op de ontknoping van het origineel. De technologie van het jaar 2049 is een vreemde mix van retro – de vliegende auto heeft nu één achterwiel en het pistool van de replicajager is nog steeds standard issue – en nieuw: neonreclames zijn vervangen door hologramprojecties. In 2049 zijn de Nexus 6-robotten versleuteld tot de meer dociele Nexus 8. Ze worden vervaardigd door de Wallace Corporation van Niander Wallace (Jared Leto), die lijdt aan grootheidswaanzin.

Blade Runner 2049

KD6-3.7 (Ryan Gosling) ruimt de laatste exemplaren van de Nexus 6-generatie op in een wereld waar de industriële vervuiling heeft plaatsgemaakt voor industriële landbouw. De Japanse invloed is verruild voor Russische alomwezigheid. De totaal irrelevante vraag die sommige fanboys naar aanleiding van Blade Runner stelden – is de replicajager zelf een replica? – wordt in dit vervolg direct beantwoord. K is een synthetische mens. Zijn vriendin Joi (Ana de Armas) een hologram. Voor fysiek contact met K stapt een prostituee in haar projectie. Het levert beelden op die nog niet eerder op het filmdoek te zien waren.

Projectie is een terugkerend motief. Er is een jukebox die Frank Sinatra als hologram One For The Road laat zingen. En in het door de woestijn verzwolgen Las Vegas zingt de projectie van Elvis nog immer dat hij het niet kan helpen dat hij verliefd is geworden. Het contrast tussen echt en namaak vormt de kern van Philip K. Dicks roman waarop de eerste Blade Runner-film is gebaseerd. Echt is zeldzaam. Echt is bijzonder. Replica’s willen ook echt zijn, als mensen. De roman en Scotts film stellen fundamentele filosofische vragen, zoals: hoe verhoudt een simulacrum (nabootsing) zich tot de real thing? Wat betekent het om mens te zijn?

Kunstmatige intelligentie
Aan die vragen gaat Blade Runner 2049 voorbij. Sterker, het gooit modder in het water door nep en echt moeiteloos te vermengen, zie de liefdesscène tussen K en Joi. Er klinkt een echo van Dick door in de rol die verbeelding speelt in een kunstmatige wereld: implants, kunstmatige herinneringen, worden gemaakt door kunstenaars als Ana Stelline (de Zwitserse actrice Carla Juri). Ze leeft fysiek geïsoleerd van de ontzielde werkelijkheid.

De premisse – die we op nadrukkelijk verzoek van de regisseur niet zullen verklappen – is echter zo kolderiek dat zelfs de meest fanatieke aanhangers van kunstmatige intelligentie er niet in kunnen geloven. Tussen technologie en biologie staat een muur.

Blade Runner 2049

Blade Runner 2049 opent met een shot dat identiek is aan Alien: Covenant, een close-up van een oog, en werkt soepel de plot points van Scotts boekverfilming af. Eliminatie van een replica in de introductie. De replicaprostituee als verleidster. De vervallen woonkazerne (nu een stad, Vegas). De wens tot mens-zijn van de replica’s. De originele replicajager Deckard (Harrison Ford) duikt op in de slotakte, diens chef Gaff (Edward James Olmos) vouwt in het verzorgingstehuis nog steeds origami-dieren en Deckards geliefde, de replica Rachael (Sean Young), verschijnt als projectie.

Politiek correct
Moet je de originele Blade Runner hebben gezien om Blade Runner 2049 op waarde te kunnen schatten? Nee, dat hoeft niet, maar dan ontgaat je het spel der verwijzingen. En dat geeft leven aan deze lange zit. Goslings K is emotioneel onthecht, eerder afwezig dan cool. Villeneuve heeft het verhaal ontdaan van zijn noir-atmosfeer en vertelt in een tempo dat aanmerkelijk lager ligt dan gangbaar voor blockbusters. Het suggereert diepgang die er niet is, achter de projectie van het simulacrum gaapt de leegte.

In de wereld van 2049 is K’s meerdere een vrouw, luitenant Joshi (Robin Wright), evenals de kwade genius, Luv, de fixer van Wallace (de Nederlandse actrice Sylvia Hoeks), terwijl haar rechterhand weer een homo is, Coco (David Dastmalchian). Wat zou Philip K. Dick er van hebben gevonden? Te netjes, wellicht. Te veel PC, te weinig rommel: keppel in Dick-lingo. Diens existentiële vragen zijn weg geëtst. “Wie geboren is, heeft een ziel”, stelt een van de personages. Blade Runner 2049 is niet geboren, maar gemaakt; een marketingexercitie. Zo is Denis Villeneuve een beetje Josef K geworden.
 

3 oktober 2017

 

MEER RECENSIES

Detroit

****

recensie Detroit

De zomer van de haat

door Alfred Bos

De Amsterdamse burgemeester Van der Laan koos Alabama Burning als slotfilm van zijn optreden in Zomergasten. Ook Detroit van Kathryn Bigelow reconstrueert een waar gebeurd rassenincident uit de jaren zestig, nog een paar tandjes gruwelijker.

Detroit, zondag 23 juli 1967, de vroege uurtjes. Het is de Summer of Love en All You Need Is Love van The Beatles domineert de hitparades van West-Europa en Noord-Amerika. In een illegale bar in de binnenstad van Detroit klinkt The Temptations-hit uit 1966, (I Know) I’m Losing You. Er wordt gedronken, geflirt en gegokt. Buiten is het een zoele zomernacht, er zijn veel mensen op straat.

Voor de achterdeur staat politie, klaar voor een inval. Maar de deur zit op slot, wrikken helpt niet. Dan maar, in vol zicht van het volk op straat, door de voordeur. Binnen ontsteltenis, geschreeuw, klappen. De arrestanten, ook de vrouwen, worden hardhandig afgevoerd. De arrestantenbusjes zijn laat. Het straatvolk mort. Eerst scheldwoorden. Vervolgens stenen. Dan molotovcocktails. Het loopt uit de hand. Totaal.

Detroit

Weinig Summer of Love in het Amerika van juli 1967. Wat naderhand bekend is komen te staan als de 12th Street Riot – die vijf dagen duurde, meer dan tweeduizend gebouwen in de as legde en 43 mensen het leven kostte, plus 1189 gewonden en 7200 arrestanten opleverde – was slechts een van de 159 rassenrellen die de Verenigde Staten tijdens die ‘zomer van de liefde’ teisterden.

Alarmpistool
De speelfilm Detroit van Oscar-winnares Kathryn Bigelow (The Hurt Locker, nominatie voor Zero Dark Thirty) is gebaseerd op feiten en persoonlijke getuigenissen. Hij vertelt het verhaal van het Algiers Motel-incident, waar enkele blanke agenten, niet gehinderd door de staatspolitie noch de troepen van de Nationale Garde, een aantal Afro-Amerikaanse mannen en twee jonge blanke vrouwen urenlang terroriseerden. Drie mannen werden in koelen bloede doodgeschoten. De agenten kwamen twee jaar later voor de rechter en werden vrijgesproken.

Centraal in het zenuw vretende verhaal staan Larry Reed (Algee Smith), zanger van de soulgroep The Dramatics, en Philip Krauss (de Engelse acteur Will Poulter), een blanke agent; in de proloog leren we hem kennen als overijverig wanneer hij – tegen de orders in – een plunderaar in de rug schiet. Tussen die twee polen navigeert Melvin Dismukes (Star Wars-ster John Boyega), een Afro-Amerikaan in uniform; hij is privébewaker.

Op de derde dag van de rellen wordt een optreden van The Dramatics op het laatste moment door de politie afgebroken en wanneer onderweg naar huis hun bus door relschoppers wordt aangevallen, besluiten Reed en zijn vriend Fred Temple (Jacob Latimore) de onrust uit te zitten in het Algiers Motel. Daar ontmoeten ze twee jonge blanke vrouwen, Julie (Hannah Murray, Game of Thrones) en Karen (Kaitlyn Dever, Justified), en hun Afro-Amerikaanse vrienden. Een van hen schiet als geintje met een alarmpistool uit het raam en bij de ordehandhavers (lokale politie, staatspolitie, leger) slaan de stoppen door.

Omstandige expositie
Bigelow neemt de tijd om de context van het historische voorval, de sociaaleconomische omstandigheden en psychologie van de voornaamste personages inzichtelijk neer te zetten. In de proloog geeft ze via animaties een sociale mini-geschiedenis van Amerika: voor de Tweede Wereldoorlog trekken Afro-Amerikanen vanuit het verarmde zuiden naar de industriesteden in het noorden, waar na de oorlog de blanke bevolking verkast naar de nieuwe buitenwijken en het centrum langzaam verpaupert. Er tikt een bom en die klapt in de zomer van 1967.

Detroit

De tweede akte, het Algiers Motel-incident, vormt het hart van de film en is, ook voor de filmkijker, een claustrofobische en zenuwslopende ervaring. Het is nagenoeg in real-time en quasi-documentair gefilmd. Bigelow heeft er doelbewust voor gekozen om de camera geen seconde rust te gunnen – de acteurs konden niet tegen de camera spelen en het hield hen scherp, ze wisten niet wat ze konden verwachten – waardoor de stress en angst van de personages onverdund overslaat op de toeschouwer. Veel dramatischer wordt drama niet.

Vijftigste verjaardag
De derde akte, de afwikkeling en de rechtszaak, voelt daardoor een beetje als mosterd zonder pit, al is de bijna onvermijdelijke uitkomst, vrijspraak voor de moordende agenten, zuur genoeg. Detroit kwam in Amerika uit op de vijftigste verjaardag van het incident. Dat actuele haakje heeft de film niet nodig, want de krant leert wekelijks dat er een halve eeuw later qua racisme en geweld bij de Amerikaanse politie, en het rechtssysteem, geen bloedspat is veranderd.

Detroit is de rellen nooit te boven gekomen, Larry Reed ook niet. De auto-industrie stortte in, Motown Records verhuisde naar Los Angeles en de stad verpauperde. Detroit werd een spookstad, symbool van industrieel verval. (I Know) I’m Losing You van The Temptations is uitgegroeid tot klassieker. En The Dramatics werden een hit-act, maar zonder Reed. Die dirigeert nog altijd het lokale kerkkoor.
 

26 september 2017

 
MEER RECENSIES

Beguiled, The

****

recensie The Beguiled
De eigen kring als gevangenis

door Alfred Bos

Sofia Coppola’s zesde speelfilm is ogenschijnlijk een onderkoeld drama over onderdrukte seksualiteit, maar fungeert als waarschuwing voor het onnatuurlijke van eenzijdig samengestelde gemeenschappen.

Sofia Coppola maakt films over mensen in isolement. Niet hoe ze daar terecht zijn gekomen, maar hoe ze er op reageren vormt het onderwerp van de zes speelfilms die ze tot nu toe maakte. Het ergst is Johnny Marco, de werkloze Hollywood-acteur uit Somewhere (2010), eraan toe. Hij wordt van zichzelf gered door zijn van hem vervreemde 11-jarige dochter. Zoals de twee verdwaalde zielen uit Lost in Translation (2003) voor elkaar als reddingsboei fungeren. In isolement is de ander je leven.

The Beguiled

The Beguiled, dat is gesitueerd in de zuidelijke staat Virginia tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog,  draait – net als The Virgin Suicides (1999), Marie Antoinette (2006) en The Bling Ring (2013) – om een besloten gemeenschap van (voornamelijk) vrouwen. De indringer is een man: de gewonde soldaat van de Noordelijke Yankees, korporaal McBurney (Colin Farrell), die wordt opgevangen in een meisjesinternaat. De vrouwengemeenschap telt zeven zielen: vijf leerlingen, de matrone Miss Martha (Nicole Kidman) en haar rechterhand Edwina (Kirsten Dunst, die de titelrol vertolkte in Marie Antoinette en een van de zussen in The Virgin Suicides).

Gedwongen celibaat
Seksuele spanning zaait onrust op het eiland van orde dat de meisjesschool tot de komst van McBurney was te midden van het nimmer getoonde maar wel hoorbare oorlogsgeweld. Met zijn aanwezigheid laaien de lusten op binnen de muren van het internaat en de korporaal, die als soldaat te velde in mannengezelschap heeft verkeerd, reageert als een kind in een snoepwinkel. Naijver en afgunst verstoren de harmonie wanneer drie vrouwen steels maar vurig dingen naar zijn mannelijkheid: Martha, Edwina en de oudste van de vijf leerlingen, Alicia (Elle Fanning, die de dochter in Somewhere speelde).

De roman van Thomas Cullinan werd in 1971 verfilmd door Don Siegel, met Clint Eastwood als McBurney. Siegel gaf de soldaat een achtergrondverhaal mee, in Coppola’s verfilming is het contact tussen het internaat en de buitenwereld nagenoeg afwezig. De exclusief blanke vrouwengemeenschap is een wereld in zichzelf. Letterlijk een internaat, zoals McBurney zal ontdekken. Ook de haan zit achter het gaas van het kippenhok, zoals hij tot zijn schade moet ervaren.

Coppola verfilmt het verhaal als southern gothic, niet als drama rond gedwongen celibaat. De meisjesschool vertegenwoordigt de oude orde, de traditie die onder druk staat. De camera verlaat zelden de kamers en gangen van de geïsoleerde mansion. De claustrofobische sfeer wordt benadrukt door interieurscènes opgenomen bij kaarslicht. Het afwijkende beeldkader (1:1,66, halverwege het standaard tv-kader en breedbeeld) versterkt de sfeer van beklemming. Het symboliseert een vernauwde blik, oogkleppen.

The Beguiled

Ogen vertellen het verhaal
In die wereld van vernauwde blikken vertellen de ogen het verhaal: die van Kidmans Martha zijn berekenend, Dunsts Edwina hunkerend en Fannings Alicia jaloers. De gewonde hertenblik van Farrells McBurney hengelt naar compassie. De dialogen daarentegen verhullen, ze zitten vol dubbelzinnige – en komische – toespelingen. De atmosferische soundtrack van de Franse band Phoenix, de groep van Coppola’s echtgenoot Thomas Mars, verklankt eerder onheil dan verlangen. In het internaat betekent verlangen onheil.

De openingstitels in de stijl van Gone with the Wind plaatsen de film doelbewust in een traditie die vrouwelijke seksualiteit als onfatsoenlijk, zelfs immoreel afschilderde. In de anderhalf uur die volgen haalt Coppola dat idee vervolgens vilein onderuit. McBurney heeft zijn lot over zichzelf afgeroepen. Hij is geen southern gentlemen, maar een alcoholistische opportunist. Het geeft Colin Farrell de gelegenheid de rol van charmante maar karakterloze dromer neer te zetten die hem al vaker moeiteloos afging; denk aan zijn vaderrol in Saving Mr. Banks.

Zoals McBurney in het begin van de film de vrouwenwereld wordt binnen gesjouwd, zo wordt hij aan het slot weer naar buiten gedragen. De seksloze orde van de gemeenschap gaat boven de bedreigende chaos die de buitenstaander meebrengt. Het zou een vergissing zijn om te menen dat Sofia Coppola een film over verleiding of – nog erger – een vrouwenfilm heeft gemaakt. Net als in haar vorige, het satirische The Bling Ring, richt ze haar pijlen op de homogene, eenzijdig samengestelde gemeenschap. Zonder die ander leef je niet.
 

5 september 2017

 

MEER RECENSIES

Tulip Fever

***

recensie Tulip Fever

Manie rond tulpen en bedrogen echtgenoot

door Alfred Bos

Er waren twee eerdere pogingen om de roman Tulip Fever te verfilmen. De romantische komedie tegen de achtergrond van de gekte rond tulpenbollen in het Amsterdam van de Gouden Eeuw pleziert, maar beklijft niet.

Amsterdam was in de zeventiende eeuw de rijkste en meest vooruitstrevende stad ter wereld, de wieg van veel moderns, zoals de coöperatie, de handel in aandelen en de liberale burger. En van de beursbubbel, de uit de hand gelopen speculatie die steevast eindigt in financiële rampspoed. De kredietcrisis van 2008 is een eigentijdse echo van de windhandel rond tulpenbollen die in de jaren dertig van de zeventiende eeuw veel kleine middenstanders in Noord-Holland het hoofd op hol – en aan de bedelstaf – bracht.

Tulip Fever

De tulpenmanie is de achtergrond van Tulip Fever, de verfilming van de gelijknamige roman van Deborah Moggach uit 2000. Het verhaal draait om twee heimelijke liefdesrelaties en een bedrogen echtgenoot. De steenrijke handelaar in specerijen, Cornelis Sandvoort (Christoph Waltz), trouwt de veel jongere wees Sophia (Alicia Vikander) die hem een erfgenaam moet baren. Ze wordt verliefd op de jonge schilder Jan van Loos (Dane DeHaan), door Cornelis ingehuurd voor het statusportret. Sandvoorts huismeid Maria (Holliday Grainger) vrijt met visboer Willem (Jack O’Connell) en raakt zwanger.

Schelmenroman
Burgermoraal spiegelt in arbeidersmores: drie mannen, twee vrouwen en drie relaties, elk met zijn problemen—Tulip Fever is romantische klucht in kostuum. De mannen zijn afwezig of niet-functioneel: Cornelis’ soldaatje, wanneer het in gelid staat, wil wel schieten, maar de schoot van Sophia blijft braak. Hij wordt bedrogen met schilder Jan, die als bohemien zijn romantische fantasieën uitleeft. Willem wil via de tulpenspeculatie snel rijk worden om Maria te kunnen huwen, maar wordt gerold door het hoertje Annetje (Cara Delevingne) en vervolgens geronseld als scheepsmaat. Terwijl Maria’s buik begint te bollen is hij opeens verdwenen.

De historische details rond de tulpenmanie zijn correct (pijp rokende vrouwen, windhandel in kroegen en herbergen, kooplui uit exotische streken), de verwikkelingen kluchtig als een toneelstuk van Goldoni (de verkeerde uitleg van een clandestiene vrijpartij) of een schelmenroman van Thackery (list en bedrog om te overleven) en toch blijft Tulip Fever, hoewel onderhoudend, niet beklijven. Het script is niet van het niveau waar de vermaarde scenarist Tom Stoppard (Shakespeare in Love, Empire of the Sun) om bekend staat.

De film, geproduceerd in Engeland zonder Nederlandse acteurs, kende een problematische voorgeschiedenis. De eerste boekverfilming, uit 2004, liep stuk op een nieuwe belastingwet. Zeven jaar later werd een tweede poging opnieuw afgebroken. In 2014 lukte het uiteindelijk wél, maar de verschijning is tot drie keer toe uitgesteld. Tulip Fever heeft de makke van Kenau, de Nederlandse productie over de Tachtigjarige Oorlog: matige computer graphics en dezelfde set met zeventiende-eeuws straattafereel die in beeld blijft terugkeren.

Tulip Fever

Verheffende moraal
Wat voor de Nederlandse kijker ook niet helpt is dat er in het Amsterdam van 1634 geen gebouw van zandsteen was te vinden, zoals het gotische klooster waar de abdes (Judi Dench) haar weesmeisjes en haar tulpenbollen koestert. In het veenmoeras rond de Amstel werd geen mergel gedolven, net zomin als er bossen aan de Zuiderzeekust van Waterland zijn te vinden. Het zal de bioscoopganger van elders worst wezen.

Het is verwarrend dat huismeid Maria – ze is als voice-over de verstelster – het centrale personage blijkt te zijn, niet de uitgehuwelijkte Sophia waar de film zich aanvankelijk op concentreert. De vrouwen, verbonden door hun eenvoudige komaf maar gescheiden door status, spannen samen tegen de niets vermoedende Cornelis, daarbij geholpen door dokter Sorgh, een komische rol van Tom Hollander.

Uiteindelijk komt het allemaal goed, ieder vindt zijn plek in het leven. Tulip Fever biedt een verheffende moraal: wie als dubbeltje is geboren, kan in Mokum uitgroeien tot florijn. Dat voor de zeventiende eeuw revolutionaire idee is geboren in Amsterdam. Ook dat is historisch correct, dus die mergel en niet-bestaande bossen vergeven we regisseur Justin Chadwick (bekend van befaamde BBC-series als Bleak House en Spooks) graag. Hij had een geraffineerder script verdiend.
 

29 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

Kidnap

*

recensie Kidnap

Mama is boos!

door Cor Oliemeulen

Meestal zijn het vaders die hun ontvoerde kind proberen te bevrijden, maar in Kidnap opent een moeder een klopjacht op de ontvoerders. Onbegrijpelijk. De zesjarige Frankie kijkt tv in de auto en zeurt steeds om een ijsje, dus zo’n kind ben je toch liever kwijt dan rijk?

Mama is een gescheiden moeder en een chagrijnige serveerster. Ze weet niet wie wat heeft besteld en laat haar klanten wachten om haar zoontje aandacht te geven. In het park hoort ze via de telefoon dat ze haar voogdijschap gaat verliezen aan haar ex-man die gaat hertrouwen. Wie geeft hem ongelijk? Tijdens het gesprek kijkt mama weliswaar regelmatig naar het bankje waarop Frankie moest blijven zitten, maar dan is hij natuurlijk plotseling weg. Dombo’s! Mama ziet nog net dat het jochie door een dik tokkievrouwtje in een auto wordt gesleurd.

Kidnap

Het bloed stolt niet
Gelukkig heeft hij zijn speelgoed op het bankje laten liggen, want hierin zit stomtoevallig een opnameapparaatje dat later natuurlijk zeer van pas komt, omdat hierop de stem van het dikke tokkievrouwtje staat. Na haar carrière als serveerster kan mama nog altijd detective worden, maar niet heus. Tijdens haar achtervolging verliest mama haar telefoon en is er in geen velden of wegen een telefooncel te bekennen, dus is mama geheel op zichzelf aangewezen. Met haar moederlijke instinct zal ze vervolgens ontzettend veel ondernemen om haar kind te bevrijden. Nou, ontzettend.

Dat betekent dat je de helft van de tijd twee auto’s met de duizelingwekkende snelheid van een invalidenwagentje achter elkaar ziet tuffen. Er zijn maar liefst twee verschillende cameraperspectieven: áchter de auto’s en bóven de auto’s. Meestal is er niemand op de weg en hebben de kidnappers (er is ook een mannetjestokkie met een geweer die soms dreigt maar weinig durft) kennelijk niet in de gaten dat mama hen nog steeds achtervolgt. En als ze dan een keer op een drukke weg belanden, dan rijden alle andere auto’s nog geen dertig kilometer per uur zodat de kidnappers en hun achtervolger er soepel doorheen kunnen slingeren – zoals je dat vaak in belabberde actiefilms ziet.

Kidnap

Prutsende politie
Van de politie moet mama het niet hebben. Ze maakt kort kennis met een sukkel van een motoragent die niet kan sturen en later in een klein politiebureau naast de highway treft mama een vrouwelijk hulpje dat tergend langzaam praat en vooral rust wil uitstralen. Ondertussen ziet mama dat het politieprikbord volhangt met posters van vermiste kinderen, zodat we direct mogen concluderen dat ook de wouten in deze contreien prutsers zijn en mama er helemaal alleen voorstaat. Net als de bioscoopbezoeker.

Pas na een uur dreigt de film zowaar heel even spannend, dreigend en grimmig te worden, maar dan is het al te laat om de prijs van het kaartje bij de kassa terug te vragen. Door een heftige aanrijding en een directe confrontatie met de mannetjestokkie is mama’s uitstraling veranderd van ongerust en paniekerig in meedogenloos en angstaanjagend. Door het vele bloed zien we gelukkig nog de parelwitte tanden van actrice Halle Berry schitteren. De hele auto zit in de prak, maar de tomtom doet het gelukkig nog en brengt mama weer op het spoor. De tocht leidt naar het hol van de leeuw met een gevaarlijke hond die op onverklaarbare wijze verdwijnt en een laatste twist die je van verre ziet aankomen.

Kidnap zou al in 2015 worden uitgebracht, dus er was genoeg tijd om de film de ontvoeren.
 

26 augustus 2017

 
MEER RECENSIES