We Are Your Friends

***

recensie  We Are Your Friends

Deejayen voor dummies

door Alfred Bos

Voorspelbaar verhaal over een, voor Amerika althans, nieuw fenomeen: elektronische clubmuziek. Dankzij alle raak getroffen details blijft We Are Your Friends overeind.

Vroeger wilden jongens piloot worden, of brandweerman. Tegenwoordig willen ze beroemd worden, of minstens deejay, want dat is hetzelfde, denken ze. Zo ook Cole (Zac Efron), de protagonist van We Are Your Friends. De film verhaalt over een vriendengroep uit de San Fernando Valley nabij Los Angeles en hun avonturen in clubland. Of zoals Mason, de alfa-aap van het spul, zegt: ‘99% van de mensen wil feesten, 1% is het feest.’ Het kwartet Mason, Cole, Ollie en Squirrel behoort tot de laatste categorie.

Recensie We Are Your Friends

Net als eerdere films over de clubcultuur van house en techno – 24 Hour Party People, It’s All Gone Pete Tong en recentelijk nog Eden, alle van Europese makelij – claimt ook We Are Your Friends authenticiteit. De club als vleesmarkt, de drugs, de muziek – het is allemaal naar het leven geschetst. En omdat clubmuziek in Amerika een relatief nieuw fenomeen is, wordt er in deze Amerikaanse productie van alles uitgelegd. Het is een stoomcursus ‘deejayen for dummies’, wat niet helemaal verbaast want regisseur Max Joseph maakte eerder vooral documentaires en video’s. Dit is zijn eerste feature film.

Puberale personages
Voor Cole is clubben meer dan feesten. Zijn flair voor het deejayen en het produceren valt op bij James Reed (Wes Bentley), een internationale topjock met een luxeprobleem, drank, en een luxe-vriendin, Sophie (Emily Ratajkomski, bekend van Robin Thicke’s  Blurred Lines –videoclip, in haar derde filmrol, na Gone Girl en Entourage). Detail: aan de muur van Reeds studio hangt een poster van een Amsterdamse clubavond, met onder meer Nicky Romero en Dirty South op het affiche. James helpt Cole op weg en Sophie blijft niet achter. Er is ruzie, er is overspel, er valt een drugsdode, maar Cole bereikt zijn doel. Fanfare, vuurwerk, doek.

Dat We Are Your Friends ondanks zijn voorspelbare verhaallijn en puberale personages nimmer ontaardt in een treinwrak, is te danken aan de accurate schets van het milieu. Het saaie werk in de studio met het eindeloos uitproberen van geluiden, de namen die Reed in zijn conversatie laat vallen, de valkuilen van het vak die hij Cole voorhoudt, het verschil in sfeer tussen clubs en raves, de muziek op feestjes met sterren (Foxygen!) – het is allemaal precies raak.

We Are Your Friends

Progressive trance
Reed herkent in Cole een ‘acuut gevoel voor assemblage’. Hij bedoelt dat Cole kan arrangeren en als deejay zijn publiek van emotie naar emotie kan leiden. Cole op zijn beurt laat zich niet afleiden, behalve door Sophie dan. Voor Mason, Ollie en Squirrel staat het feesten centraal, voor hem de muziek. Een aanvankelijk raadselachtige scène valt op zijn plek wanneer Cole live voor een festivalpubliek een nieuwe track uit de machines klopt: hij benut gesampled omgevingsgeluid als basisingrediënt voor een compositie. Hij gebruikt het belangrijkste gereedschap van een deejay, zijn oren.

Opvallend genoeg draait de film niet om het in de States populaire EDM (electronic dance music), maar horen we de progressive trance van Sasha en John Digweed, een genre dat tot voor kort in het door rock en hiphop gedomineerde Amerika met geen mogelijkheid mainstream kon worden genoemd. Voor de Europese clubber is het wellicht gesneden koek, maar voor het Amerikaanse publiek kan We Are Your Friends als een oog (en oor) opener fungeren. De film biedt tevens een rake moraal, verwoord door Squirrel: ‘Het is op zijn best vlak voor het los gaat.’ Nu het EDM-genre in Amerika zijn beste tijd heeft gehad en ruimte maakt voor Europese clubmuziek, draait de film daar precies op dát moment.

 

25 augustus 2015

 
ALLE RECENSIES

American Ultra

***

recensie American Ultra
Jason Bourne meets Cheech & Chong

door Ashar Medina

American Ultra is een film die van twee walletjes probeert te eten. Een traag opgezette stoner-comedy met gewelddadige uitstapjes die je eerder zou verwachten in een van de Bourne-thrillers. Een gewaagde insteek die vaak verrast, maar niet altijd even goed uit de verf komt.

In American Ultra worden Jesse Eisenberg en Kristen Stewart herenigd na het geslaagde coming of age-drama Adventureland. Ook hier spelen ze een jong koppel dat worstelt met liefde en adolescentie. De door Eisenberg gespeelde Mike heeft door de jaren heen zoveel geblowd dat hij zijn leven voor hun relatie niet eens meer kan herinneren. Wat hij wel weet is dat hij van Phoebe (Stewart) houdt en dat hij met haar wil trouwen. Het probleem is echter dat Mike te kampen heeft met verscheidene fobieën waardoor hij niet eens in staat is zijn geliefde mee te nemen op vakantie; hij raakt al in paniek bij het vooruitzicht hun kleine, rurale voorstadje te verlaten. Phoebe is op haar beurt ook niet vies van een jointje, maar wil toch meer uit haar leven halen. Mike vreest dan ook dat ze hem en hun relatie aan het ontgroeien is.

Recensie American Ultra

De Stonede Spion
Tot zover de backstory. Opvallend is het tempo dat de film gedurende de eerste akte aanhoudt om de personages te introduceren. Waar in een vergelijkbare stoner-comedy/actiefilm als Pineapple Express de personages eendimensionale archetypes zijn, krijgen we hier twee echte mensen voorgeschoteld. Althans, dat denken we. De film begint dan ook pas echt wanneer Mike ontdekt dat hij eigenlijk een sleeper agent van de CIA is en dat hij getraind is om vijanden van het leven te beroven met zo weinig als een eetlepel.

Vanaf het moment dat zijn geheugen langzaam terugkeert begint een wilde achtbaanrit waarbij Mike en Phoebe op de vlucht slaan voor corrupte CIA-agenten en psychopathische huurmoordenaars. Een rit die niet meer tot stilstand komt tot de eindcredits, waarin we worden getrakteerd op een toffe serie cartoons die helaas niet veel te maken hebben met het verhaal, behalve dat ze het gevolg zijn van Mike’s tekenhobby.

Vuurwapens en waterpijpen
Er is nog een reden dat American Ultra  niet helemaal overtuigt. De tweede helft van de film voelt als een serie goede ideeën die iets meer tijd en aandacht hadden verdiend in de uitwerking. Het script is van de hand van Max Landis, die met de found footage-superheldenfilm Chronicle wel succesvol twee genres wist te combineren. In die film wordt echter niet de draak gestoken met de genreconventies, wat hier wel gebeurt. Door het spionnengedeelte te parodiëren ondermijnen de filmmakers hier en daar de suspension of disbelieve die noodzakelijk is om mee te gaan in de actie.

American Ultra

Enerzijds zijn de (overigens sterk in beeld gebrachte) actiesequenties extreem bloederig en moeten ze bijdragen aan de ontrafeling van een jongen die leert dat hij een moordenaar is, anderzijds zijn ze zo over de top dat je soms niet weet wanneer te lachen en wanneer niet. Deze wisselende toon is wat de film onderscheidt, maar dus ook de reden dat de aandacht hier en daar verslapt.

Er gaat een gerucht dat Max Landis nooit meer dan een enkele versie van zijn scenario’s schrijft. Misschien dat iemand hem kan overtuigen om van dat principe af te stappen.

Het is zonde dat de geslaagde komische en dramatische elementen van American Ultra bij tijd en wijle worden ondergesneeuwd door de warrige uitwerking van de kinetische actiescènes die elkaar richting het einde in hoog tempo opvolgen. Eisenberg en Stewart zijn daarentegen ijzersterk en hebben zo’n fijne chemie dat de film toch vermakelijk blijft. En misschien helpt het ook wel om een bezoekje te brengen aan de lokale coffeeshop alvorens naar de bioscoop te trekken…

 

24 augustus 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Irrational Man

***

recensie  Irrational Man

Mens wikt, toeval beschikt

door Alfred Bos

In zijn vijfenveertigste film citeert Woody Allen existentiële filosofen als Kant, Kierkegaard en Sartre, maar slaagt er in om zware vragen rond leven en dood luchtig te houden. Ook vermomd als quasi-thriller à la Hitchcock blijft Allens signatuur herkenbaar.

In de openingsbeelden van Irrational Man zien we Abe Lucas, de met een reputatie van rokkenjager behepte professor filosofie, achter het stuur van zijn sportauto op weg naar zijn nieuwe baan aan het fictieve Braylin College in Newport, Rhode Island. We horen via een voice-over Abe (Joaquin Phoenix) nadenken over moraliteit en Kant, de Duitse verlichtingsfilosoof, terwijl op de geluidsband het aanstekelijke The In Crowd van het Ramsey Lewis Trio klinkt. Binnen tien seconden weet je: dit moet een Woody Allen-film zijn.

Recensie Irrational Man

Abe is leeg. Voor zijn omgeving is hij de mysterieuze held, maar hij neemt zijn loopbaan en het leven niet serieus meer; filosofie is zelfbevlekking houdt hij de collegezaal voor. Alle belangstelling van de vrouwelijke studenten en collega’s op de campus laat hem koud, de fles is zijn beste vriend. Maar Abe hervindt zijn levenslust wanneer hij besluit om een slecht mens te vermoorden. Op de geluidsband klinkt opnieuw het Ramsey Lewis Trio, nu met het gospel-getinte Wade In The Water. Abe is herboren.

Emma Stone
Regisseur en scenarist Woody Allen is in zijn films zelden weggelopen van stevige filosofische thema’s en met een filosofieprofessor als hoofdpersoon, type bohemien weliswaar, ligt het er wel heel dik op. Irrational Man draait om existentiële vragen: kun je goed doen door iets slechts te doen, zoals het om zeep helpen van een naar mens? Probleem voor Abe, maar ook voor zijn directe omgeving. Wanneer de bevriende studente Jill Pollard (Emma Stone in haar tweede Allen-film, na Magic in the Moonlight van vorig jaar) deduceert dat Abe de dader is, moet ze hem dan aangeven of niet? Morele dilemma’s zijn besmettelijk.

Het is geen toeval dat Dostojesvki’s roman De Idioot ligt opengeslagen op Abe’s werktafel. Het personage van Abe is zo weggelopen uit Misdaad en Straf – moord om een hoger doel te dienen –  en hij haalt Sartre aan om zijn hervonden levenslust te motiveren: het zijn de daden die tellen, niet de woorden. Woorden hebben hem uitgehold en met zijn daad maakt hij het universum een tikje rechtvaardiger. Sartre en Dostojevski als bakens in een komedie over moord, daar kan alleen Woody Allen mee wegkomen.

Recensie Irrational Man

Kluchtige zedenschets
En zoals eerder met het thematisch vergelijkbare Crimes and Misdemeanors (1989) en Match Point (2005) komt hij er mee weg, zij het ditmaal nipt. Abe niet. Die tart openlijk het toeval door op een feestje de gasten te choqueren met een spelletje Russisch roulette, maar het toeval slaat onverwacht terug. Het beslissende detail wordt terloops geïntroduceerd, de climax is een ironische verrassing. Voor wie het allemaal nog niet had begrepen, citeert Allen de woorden van Hannah Arendt over Nazi-moordenaar Eichmann: het kwaad is van een existentiële banaliteit. Knap dat je daar een kluchtige zedenschets in thrillervermomming over kunt maken.

Irrational Man zit vol filosofische terzijdes en verwijzingen, maar blijft altijd luchtig. Allen, dit jaar 80, heeft na meer dan veertig films het vak zo goed in de vingers dat het gemak waarmee hij scènes en situaties opzet ook als gemakzucht kan worden begrepen, zoals de voice-overs van de twee hoofdpersonen, Abe en Jill. De dijenkletsers heeft hij al lang achter zich gelaten en met het klimmen der jaren wordt de humor meer en meer aangelengd met diepzinnige ironie. Irrational Man zal, anders dan Blue Jasmine, wellicht weinig nieuwe fans maken, maar de bestaande kunnen tevreden zijn.

 

17 augustus 2015

 
ALLE RECENSIES

Pixels

*

recensie  Pixels

Opgeruimd staat netjes

door Cor Oliemeulen

Pixels is ouderwets popcornvermaak als je je hersens thuislaat, verslaafd aan videogames bent of heimwee naar de eighties niet kunt onderdrukken. Helaas kunnen alleen special effects een film niet maken, noch redden.

Het gaat misschien wat ver te veronderstellen dat regisseur Chris Columbus zijn commerciële successen niet direct aan zichzelf heeft te danken. De inmiddels klassieke kerstfilm Home Alone (1990) is gezegend met het uitstekend gecaste inventieve jochie Kevin en de twee ideale domme inbrekers; Mrs. Doubtfire (1993) was zonder Robin Williams vast al spoedig in de vergetelheid geraakt en zijn lucratieve regieklussen voor The Sorcerer’s Stone (2001) en The Chamber of Secrets (2002) waren mogelijk het gevolg van het feit dat Columbus voor deze twee Harry Potter-films optrad als executive producer.

Recensie Pixels

Familiefilms
Chris Columbus is vast een aardige man en we gunnen hem het behaalde succes natuurlijk van harte. Steven Spielberg ontdekte zijn landgenoot. Hij zag als enige wel wat in Columbus’ script van The Gremlins (1984) en verfilmde direct daarna ook diens The Goonies (1985). Alle hierboven genoemde films tonen de belevingswereld en avonturen van kinderen en zijn stuk voor stuk onderhoudende familiefilms. Hoewel Columbus sinds Harry Potter niets noemenswaardig meer heeft gemaakt, leek hernieuwd succes bij voorbaat verzekerd met zijn jongste film Pixels, omdat hij hierin nostalgisch teruggrijpt naar begin jaren ’80 – ook al speelt het grote kind Adam Sandler de hoofdrol.

De sfeer van de toenmalige spelletjeshallen waarin de jeugd zich stortte op 16 bits videogames als Pacman, Centipede, Donkey Kong en Space Invaders roept misschien heel even zowel heerlijk archaïsche herinneringen op bij degenen die toen opgroeiden als verwondering bij de huidige generatie gamers die met de overdaad aan gewelddadige spellen de onschuld allang voorbij is. Desalniettemin hebben intergalactische aliens destijds de klassieke games beschouwd als een oorlogsverklaring en achten zij nu, ruim dertig jaar later, de tijd rijp om de aarde aan te vallen. Dat doen ze met de populaire spellen uit die tijd, waarbij alles wat ze raken, verandert in pixels die oplossen in de ruimte.

Recensie Pixels

Non-conformist
Dat onze planeet wordt bestookt met klassieke videospellen is een prima uitgangspunt voor een originele, spannende hedendaagse film. Maar omdat Chris Columbus Pixels beschouwt als ‘Gremlins meets Goonies meets Harry Potter’ gaat het bij voorbaat mis. Met alleen wat nostalgie, een vriendengroepje en goede special effects maakt zelfs zijn ontdekker Steven Spielberg geen goede film. Het script is ronduit belabberd en de cast loopt er bijna continu verveeld bij.

Adam Sandler speelt de gebruikelijke loser die met zijn typische non-conformisme zijn tegenspelers aan de lopende band te kijk mag zetten. Hij speelt een technicus die zowaar bevriend is met de Amerikaanse president (Kevin James) en samen met de spelletjeskampioenen van weleer de strijd met de boosaardige aliens aangaat om de wereld voor de ondergang te behoeden. Wat Pixels echt uniek en aangenaam zou hebben gemaakt, is als de aarde voor de verandering eens een keer niet zou worden gered, maar wanneer ze in triljoenen spikkels zou verdwijnen in de kosmos waar een nieuwe wereld ontstaat. Een wereld waarin zelfs Adam Sandler een nieuwe kans krijgt.
Eén pixel voor de moeite.

 

15 augustus 2015

 
ALLE RECENSIES

Amy

****

recensie Amy
Liefde, leed en liedjes

door Ashar Medina

Drank, drugs en boulimia. Kort door de bocht waren dit de drie ingrediënten die aan de basis lagen van de ondergang van Amy Winehouse, een van de grootste muzikale talenten van het afgelopen decennium. Maar hoe heeft dit in hemelsnaam ooit kunnen gebeuren?

Antwoord op die vraag krijgen we nooit helemaal. Maar dat is ook niet het doel van Asif Kapadia’s relaas over een briljant talent dat niet weet om te gaan met roem, liefde en zichzelf. Na Senna, de veelgeprezen documentaire over Formule 1-coureur Ayrton Senna, stortte Kapadia zich op het tragische leven van de Britse kroonprinses van de neo-soul, en net als in eerstgenoemde film combineert hij archiefmateriaal met interviews met familie en bekenden. Zo krijgen we een inkijk in de rise to fame die Winehouse ten deel viel. Dat is de beste manier om het te omschrijven, aangezien ze zelf meerdere malen hintte naar het feit dat ze die fame eigenlijk helemaal niet wilde.

Recensie Amy

Lyrics als leidraad
Vanaf de eerste homevideobeelden is het duidelijk dat de 16-jarige Winehouse extreem getalenteerd is. Ze zingt Happy Birthday voor een jeugdvriendin met een stem die doet denken aan jazzgigant Ella Fitzgerald. Jazz is Amy’s eerste grote liefde, ze zou het liefst in kleine rokerige clubs spelen voor honderd man, in plaats van de volgeboekte arena’s voor tienduizenden gillende tienerfans. Het gebruik van concertbeelden verbeeldt deze tendens op een uiterst krachtige wijze. Dat is een compliment naar Kapadia en zijn editor Chris King, die de helse taak hadden een goede, cinematografische balans te vinden tussen gelikt promotioneel archiefmateriaal en honderden uren korrelige telefooncamera-beelden.

Kapadia maakt ook handig gebruik van Amy’s teksten voor een geraamte waaraan het narratief wordt opgehangen. Deze teksten zijn zeer persoonlijk en worden versterkt door het commentaar van de mensen om haar heen. Wanneer haar eerste manager vertelt dat ze een eerdere relatie afbrak omdat ze haar vriendje niet ‘mans’ genoeg vond, verschijnt de tekst van Stronger Than Me in beeld. Hierin zingt Winehouse op denigrerende wijze over haar voormalige liefde die zich in haar ogen als een “Ladyboy” gedroeg.

Haar relatie met mannen was altijd al moeilijk. Nadat haar vader het gezin in de steek liet veranderde Winehouse van een lief, verlegen meisje in een opstandige tiener, en naar eigen zeggen is ze altijd op zoek gebleven naar een vaderfiguur. Dat zij en haar vader het uiteindelijk goed maakten en dat hij zich meer en meer ging bemoeien met haar carrière wordt kritisch onder de loep genomen. Bijvoorbeeld op het moment dat haar beste vrienden Winehouse willen laten opnemen in een afkickkliniek, maar haar vader aangeeft dat hij denkt dat zijn meisje dat helemaal niet nodig heeft. Schrijnend, maar tegelijkertijd de inspiratie voor haar grootste hit Rehab.

Recensie Amy

Uit het leven gegrepen
Dit is de manier waarop Winehouse haar muziek maakte en hoe de film dat proces probeert te verbeelden. De interviews met Amy’s vertrouwelingen – waarbij we trouwens nooit hun gezichten te zien krijgen – stuwen het verhaal vooruit. Wanneer halverwege de film echtgenoot Blake Civil in beeld komt is Amy al neergezet als een onzekere jonge dame op zoek naar ‘echte, onvoorwaardelijke liefde’. Dit betekende voor haar alles met elkaar delen. Ook zijn verslavingen. En daar ging het mis.

Civil introduceerde haar aan cocaïne, heroïne en zelfs crack, en ze ging er maar wat graag in mee. Deze fase is door de tortelduifjes zelf vastgelegd en de indringende beelden van hun chaotische flat vol drugsparafernalia slaan in als een bom. De film bouwt gestaag toe naar het voor iedereen bekende einde. Winehouse verandert voor onze ogen van een gezonde, brutale jonge zangeres in een graatmagere, doodzieke junk. Dat klinkt hard, maar dat is de film ook. Een rauw, confronterend portret van een ruwe diamant die niet geslepen kon, of wilde worden. Zoals ze zelf al zong: “You Know I’m No Good”.

 

10 augustus 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Ted 2

*

recensie  Ted 2

Beer wil iemand zijn

door Cor Oliemeulen

Een pratende beer – grof en recht voor zijn raap – die alles kan zeggen wat een mens niet kan, zonder op zijn muil te worden geslagen, gaat in Ted 2 op zoek naar zijn identiteit. De melige bromance tussen de thunder buddies bestaat nog, maar daarmee is bijna alles gezegd.

Drie jaar geleden maakten we voor het eerst kennis met de blowende, seksistische Ted die wel degelijk over een aaibaarheidsfactor bleek te beschikken. Vooral de jeugd bleek erg gecharmeerd van het absurde gegeven, zijn subversieve gedrag en expliciete taalgebruik. Aangezien Ted de meest succesvolle comedy met een R-rating (16+ overzee) werd, volgde natuurlijk direct de gedachte: hoe kunnen we er nog meer aan verdienen?

Recensie Ted 2

Piece of shit?
Nu is dat voor sommige bioscoopbezoekers een principe om sequels te mijden, behalve als het verhaal zich in beginsel leent voor een flitsende komedie, met misschien wel een filosofische knipoog. We zijn een jaar verder waar we waren geëindigd. Ted is getrouwd met Tami-Lynn, de leuke, wat dommige kassière van de supermarkt, waar Ted inpakt en vakken vult. Thuis is de sleur toegeslagen. Het stel krijgt ruzie, gooit met servies naar elkaar en wil gaan scheiden. Totdat iemand oppert om een kind te nemen. Vanwege Teds (gebrek aan) fysiek begint een lange, onzinnige zoektocht naar een geschikte spermadonor. Adoptie is ook een optie, maar dan blijkt Ted volgens de wet opeens geen persoon maar een ding, of zoals John het formuleert: “a piece of shit”.

Niet alleen de gigantische douche van afgekeurde kwakjes in de spermakliniek maakt van Ted 2 een zwak aftreksel van de eerste film en een nieuw dieptepunt in comedyland. Regisseur/schrijver Seth MacFarlane zet zowel zijn eigen personage (Ted) als dat van thunder buddy John (Mark Wahlberg) nog banaler, maar vooral beduidend zwakker, neer dan in Ted. Van die flitsende komedie met misschien wel een filosofische knipoog komt niets terecht, of het moet zijn dat Teds leven heel even dreigt in te storten als zijn huwelijk niet geldig blijkt, hij wordt ontslagen, zijn creditcard moet inleveren en simpelweg niet bestaat.

Recensie Ted 2

Armoedig
De gang naar de rechter is onvermijdelijk. Allereerst komen ze terecht bij de jonge pro deo advocaat Samantha L. Jackson (Amanda Seyfried) die waarschijnlijk alle liedjes van Frozen uit het hoofd kent, maar zich direct kwalificeert als ze aan een waterpijp begint te lurken. En na deze hopeloze zaak mag een topadvocaat (Morgan Freeman) trachten het bestaan van Ted bij de hoogste rechter aan te tonen.

De leukste rol in Ted 2 komt echter op naam van Giovanni Ribisi als de merkwaardige Donny, die net als in het eerste deel Ted obsessief graag wil hebben. Cameo’s (meestal een poging om een mislukte comedy van de totale ondergang te redden) van Jay Leno en Liam Neeson zijn de twee andere (ultrakorte) hoogtepunten van de film. De anticlimax van deze gemakzuchtige puberale komedie is het optreden van de coke snuivende spermadonor Flash Gordon tijdens de armoedige apotheose op de Comic-Con in New York.

Meisjesnamen
Wahlberg en MacFarlane waren onlangs te gast in de Graham Norton Show. De regisseur vertelde dat ze heel veel scènes uit de film hadden moeten knippen, anders werd hij te lang… Helaas sneuvelde Johns opsomming van filmtitels op de montagetafel. Tot hilariteit van het publiek deed het duo nog maar eens ‘The Thunder Song’ en bleek Mark Wahlberg drie jaar na dato nog steeds het spervuur van trashy meisjesnamen uit zijn hoofd te kennen: “Brandy, Heather, Channing, Brianna, Amber, Serena, Melody, Dakota, Sierra, Bambi, Crystal, Samantha, Autumn, Ruby, Taylor, Tara, Tammy, Lauren, Charlene, Chantelle, Courtney, Misty, Jenny, Krista, Mindy, Noel, Shelby, Trina, Reba, Cassandra, Nikki, Kelsey, Shawna, Jolene, Urleen, Claudia, Savannah, Casey, Dolly, Kendra, Kylie, Chloe, Devon, Emmalou, fuckin’ Becky?” Het zat in de grappigste dialoog van de eerste Ted – leuker zou het niet meer worden.

 

7 augustus 2015

 
ALLE RECENSIES

6 Amerikaanse klassiekers waarin een hittegolf voor heisa zorgt

Zes Amerikaanse klassiekers waarin een hittegolf voor opwinding zorgt

The-Hot-Spot

Als de mussen van het dak vallen, kun je beter rustig binnen blijven en een film kijken. In deze zes Amerikaanse klassiekers zorgt een hittegolf vervolgens voor een heleboel opwinding.

door Cor Oliemeulen

1. – The Seven Year Itch (Billy Wilder, 1955)

Als in Manhattan ‘s zomers de mussen van het dak vallen, gaan de vrouwen met de kinderen op vakantie en blijven de mannen achter om door te ‘werken’. Zo ook in deze onvervalste Billy Wilder-comedy, die vooral beroemd is geworden door Marilyn Monroe, die haar witte jurk laat opwaaien als ze op een luchtrooster van de metro staat. De film is veel meer dan dat iconische beeld: de sterke, grappige dialogen en leuke karakters vormen de opmaat voor nog meer onvergetelijke Wilder-klassiekers met als hoogtepunt The Apartment (1959).

In The Seven Year Itch speelt Tom Ewell de zakenman (een herhaling van zijn succesvolle rol op Broadway), die na zeven jaar huwelijk jeuk krijgt als hij ontdekt dat hij een nieuwe sexy buurvrouw heeft. Zijn amoureuze affaire speelt zich vooral af in zijn hoofd, terwijl Marilyn als zwoel dom blondje voor de nodige opwinding zorgt.

2. – Rear Window (Alfred Hitchcock, 1954)

Fotograaf Jeff (James Stewart) heeft zijn been gebroken en kijkt uit verveling naar buiten vanuit zijn appartement. Greenwich Village wordt geteisterd door een hittegolf en iedereen heeft de ramen en deuren wijd opengeslagen. Sommige mensen slapen op hun balkon, een pianist speelt een deuntje, een meisje doet balletpasjes tijdens het strijken en een man zorgt voor zijn bedlegerige vrouw. Vanuit zijn rolstoel volgt Jeff de activiteiten van zijn overburen, terwijl hij af en toe bezoek krijgt van zijn mooie vriendin Lisa (Grace Kelly).

Op een dag ontdekt Jeff dat de bedlegerige vrouw van tegenover is verdwenen en dat haar man rondloopt met een zaag, een stuk touw en een kist. We laten het graag aan ‘master of suspense’ Alfred Hitchcock over om van dit gegeven een bloedstollend avontuur te maken. Jeff lokt de overbuurman weg met een telefoontje, waarna Lisa in diens appartement poolshoogte gaat nemen. Dan ziet Jeff tot zijn grote schrik dat de man weer thuiskomt. Vanaf hier zit ook de kijker aan zijn stoel gekluisterd. Tijdloos spannend topamusement.

3. – In the Heat of the Night (Norman Jewison, 1967)

De gemoederen raken verhit in het duffe stadje Sparta, Mississippi waar de airco’s en ventilatoren overuren maken. Het met vijf Oscars bekroonde In the Heat of the Night was destijds vooral baanbrekend omdat men voor het eerst kon zien hoe een zwarte man direct een mep teruggeeft nadat een blanke hem heeft geslagen. Nog maar enkele jaren daarvoor had de blanke hem gewoon kunnen laten doodschieten.

De Afro-Amerikaan in kwestie is Virgil Tibbs (Sidney Poitier), die op het treinstation wordt opgepakt als verdachte van de moord op een zakenman uit Chicago die hier een fabriek wilde bouwen. Nadat blijkt dat Tibbs politieagent is, gespecialiseerd in moordzaken, wordt hij tegen de zin van de lokale politiechef Gillespie (een onvergetelijke Rod Steiger) belast met het onderzoek. Tibbs krijgt te maken met extreem racisme en ontsnapt een paar keer ternauwernood aan een lynchpartij van plaatselijke rednecks. Langzaam krijgt Gillespie wat respect voor zijn zwarte collega. In the Heat of the Night is een confronterende studie over vooroordelen (ook van Tibbs) en als misdaadmysterie geenszins gedateerd.

4. – Do the Right Thing (Spike Lee, 1989)

Op de warmste dag van het jaar lopen in een wijk van Brooklyn de raciale spanningen langzaam op tot een kookpunt. Sal (Danny Aiello) runt er al 25 jaar een goedlopende pizzatent en krijgt problemen met Radio Raheem die het niet kan uitstaan dat er binnen aan The Wall of Fame alleen maar Italiaans-Amerikaanse helden hangen, maar geen enkele zwarte grootheid. Het feit dat de jonge Afro-Amerikaan altijd rondloopt met een gettoblaster waaruit ‘Fight the Power’ van Public Enemy knalt, maakt de sfeer er niet beter op.

Spike Lee, die zelf ook een rol speelt, maakte met Do the Right Thing een van zijn beste en belangrijkste (cult)films. Aanvankelijk met de nodige knipogen schetst hij het straatleven – bijna choreografisch geënsceneerd, zonder belerend of drammerig te zijn – met mensen die verbaal met elkaar in de clinch liggen. Zo sneert Sals zoon Pino (John Turturro): “You gold-teeth-gold-chain-wearin’, fried-chicken-and-biscuit-eatin’, monkey, ape, baboon, big thigh, fast-runnin’, high-jumpin’, spear-chuckin’, three-hundred-sixty-degree-basketball-dunkin’ titsun spade Moulan Yan. Take your fuckin’ pizza-pizza and go the fuck back to Africa.” De vlam slaat in de pan als een zwarte jongen omkomt door politiegeweld.

5. – Barton Fink (Joel en Ethan Coen, 1991)

Een fantastische hoofdrol speelt John Turturro als de succesvolle maar bescheiden en verlegen toneelschrijver Barton Fink in de gelijknamige vierde speelfilm van Joel en Ethan Coen. Na de laaiende recensies van zijn Broadway-drama over visverkopers nodigt een Hollywood-producer hem uit om een filmscript te komen schrijven. Fink heeft zijn bedenkingen omdat hij alleen maar voor ‘de gewone man’ wil werken. Toch gaat hij de uitdaging aan en belandt in LA in een zelf gekozen eenvoudige hotelkamer waar de verstrengende hitte het behang van de muren krult. Het lukt hem maar niet een verhaal voor een tweederangs worstelfilm te schrijven.

Barton Fink is een typisch zwartkomisch Coen-drama, waarin satire en misdaad subtiel samenkomen. De sfeer wordt geleidelijk verontrustend vanaf het moment dat Fink de liefde ontdekt en kennismaakt met de huurder naast hem. Deze andere bekende Coen-acteur, John Goodman, speelt de rol die hem het best ligt: een luidruchtige, latent agressieve goedzak met een klein hartje. Hij wil Fink wel even helpen met zijn verhaal door samen wat worstelgrepen te oefenen en alcohol te nuttigen om hem uiteindelijk te inspireren tot een bloederig filmscript.

6. – The Hot Spot (Dennis Hopper, 1990)

In Texas kan het zo heet zijn dat er spontaan een gebouw in brand vliegt. Dat merkt Harry Maddox, die uit het niets in het dorp is opgedoken en een baan krijgt als autoverkoper bij George Harshaw. Als iedereen, ook de politie, naar de brand is vertrokken, wordt het ineens interessant om de plaatselijke bank te beroven. Maar voordat het zover is, stort Maddox zich in broeierige hartstocht met zowel de vrouw van Harshaw (Virginia Madsen) als diens medewerkster (Jennifer Connelly), en ontvouwt zich een romantisch misdaaddrama waarin iedereen elkaar probeert te belazeren. De lekkere soundtrack met John Lee Hooker en Miles Davis pas perfect bij het trage tempo.

Don Johnson was na zes seizoenen Miami Vice wereldberoemd geworden en gebruikte zijn zwierige zelfingenomenheid uitstekend in de rol van manipulerende mooie jongen Maddox. Het bleek zijn laatste grote wapenfeit. Dat geldt ook voor wijlen de regisseur Dennis Hopper die met The Hot Spot zijn tweede klassieker afleverde nadat hij in 1969 had gedebuteerd met het legendarische Easy Rider.

 

6 augustus 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

Mission: Impossible – Rogue Nation

****

recensie  Mission: Impossible – Rogue Nation

De foppers gefopt 

door Alfred Bos

Wie of wat is de rogue nation (schurkenstaat) in aflevering vijf van de Mission: Impossible-reeks rond Tom Cruise’s actieheld Ethan Hunt? Hoe fout kun je zijn om goed te doen? Of andersom?

Na het succes van Mission: Impossible – Ghost Protocol (2011) verschijnt aflevering vijf van de actiespionage-franchise in een ‘Bond-jaar’.  Het Impossible Missions Force (IMF) rond alfamannetje Ethan Hunt (Tom Cruise) heeft in de voorlaatste film serieuze brokken gemaakt – Kremlin in puin – en is officieel ontbonden. Het team, ditmaal exclusief mannelijk, vecht in Mission: Impossible – Rogue Nation niet alleen tegen een schimmige vijand maar ook voor eerherstel.

Recensie Mission: Impossible - Rogue State

De vijand, dat is The Syndicate, de sinistere club waarop in het slot van M:I – Ghost Protocol werd gehint. Het syndicaat blijkt een internationaal gezelschap van terroristen onder leiding van de kille griezel Solomon Lane (Sean Harris). Het is het spiegelbeeld van IMF, een elite binnen een elite die lak heeft aan regels en doet wat men goed dunkt. De paranoia stijgt tot nieuwe hoogten – of daalt naar ongekende dieptes – en wanneer alle (?) mist is opgetrokken blijken held en schurk verwisselbare rollen te zijn. Goed? Fout? Het verschil tussen speciaal agent en terrorist is niet altijd even duidelijk.

Ultieme zzp-er
Producent Cruise poneert de MI-franchise als een team-tegenhanger van de James Bond-reeks en terug van weggeweest, we zagen hem voor het laatst in Mission: Impossible III uit 2006, is hacker Luther Stickell (Ving Rhames). Gebleven zijn Benji Dunn (Simon Pegg, bij het team sinds M:I-III) en William Brandt (Jeremy Renner, toegevoegd in M:I-GP). Inderdaad, allemaal mannen. Waar is de vrouw dan? Dat is Ilsa Faust (Rebecca Ferguson), die geheel in de paranoïde tijdsgeest van M:I – Rogue Nation binnen, buiten en boven de strijdende partijen de zaak dient. Ze is een mission impossible in zichzelf, de ultieme zzp-er tegen wil en dank.

Actie en ernst zijn verankerd in een vleugje humor, waar de Britse komiek Simon Pegg meer in het bijzonder verantwoordelijk voor is. Aan actie geen gebrek: van de opera in Wenen, via een watertank in Marokko, en nu we daar toch zijn kan er ook nog wel een groepsachtervolging per motor af, tot de ontknoping in de mistige steegjes van het Londense Whitechapel, het vroegere speelveld van Jack the Ripper – het is bijna teveel van het goede. En dan het bedrog-in-bedrog: een sterke scène tijdens de voorstelling van Puccini’s opera Turandot  telt maar liefst drie sluipschutters. M:I – Rogue Nation kan alleen maar gemaakt zijn na de onthullingen over de afluisterpraktijken van de NSA, het Amerikaanse National Security Agency.

Recensie Mission: Impossible - Rogue State

Zwarte coltrui
De film opent heel hip in een Londense platenzaak, waar Hunt wordt geïnformeerd via een ouderwetse vinylschijf: het lijkt de legendarische jaren zestig tv-serie De Wrekers wel. Zou het toeval zijn dat opperschurk Lane à la Steve Jobs een voorkeur heeft voor zwarte coltruien? En hoe veilig is informatie als een stick ongemerkt kan worden gewist door een smartphone? Wie op die manier naar M:I – Rogue Nation kijkt, ziet een wereld waarin digitale technologie risicovol blijkt en het verraad zichzelf in de staart bijt. Het middel is doel geworden en maar goed dat er een IMF (Internationaal Monetair Fonds?) is om die gekte te bezweren.

Regisseur Christopher McQuarrie kreeg een Oscar voor zijn scenario van The Ususal Suspects en schreef de scripts voor de Cruise-vehikels Valkyrie, Edge of Tomorrow en Jack Reacher; de laatste regisseerde hij tevens. Ook voor deze film leverde hij het draaiboek en dat is wellicht de reden dat Mission: Impossible – Rogue Nation meer dan voorgaande afleveringen de nadruk legt op de labyrintische intrige, zonder evenwel de bloedstollende actie te veronachtzamen. McQuarrie’s mengvorm van spionagethriller en actiefilm zorgt ervoor dat de MI-fans tevreden naar huis gaan en, nog belangrijker, kunnen uitzien naar een vervolg. Want de met rook gevulde perspex kubus die de politie aan het slot van M:I-RS  komt ophalen, zit daar het Syndicate-brein echt in?

 

28 juli 2015

 
ALLE RECENSIES

While We’re Young

***

recensie  While We’re Young

Hoe echt is echt?

door Alfred Bos

De Newyorkse filmmaker Noah Baumbach schetst rond het problematische begrip authenticiteit een eigentijdse zedenschets over twee veertigers die via een vriendschap met twee twintigers hun jeugd opnieuw beleven. En tot een verwarrende ontdekking komen.

Er is geen goed Nederlands woord voor de term comedy of manners. Sociale satire komt wellicht nog het dichtst in de buurt, al is de satire in het genre mild. Oscar Wilde is de peetvader van de comedy of manners en Noël Coward werd de meester van de spitse dialoog, het karikaturale type en de satirische zedenschets. In de cinema is Woody Allen de meest prominente regisseur van grollige verwikkelingen rond twijfelaars op zoek naar een comfort zone.

Recensie While We’re Young

While We’re Young, de zevende speelfilm van de Newyorkse regisseur Noah Baumbach, draait rond een artistiekerig echtpaar uit New York dat op de rand van de middelbare leeftijd staat. Josh Schrebnick (Ben Stiller) maakt zwaarwichtige documentaires en zit al jaren aan zijn laatste werkstuk te schaven. Cornelia Schrebnick (Naomi Watts) probeert na twee miskramen te wennen aan het idee dat ze mogelijk kinderloos zal blijven. Zie ze zitten grijnzen wanneer ze bij bevriende leeftijdsgenoten op kraamvisite zijn.

Vinylcollectie
De manners in deze komedie zijn de contrasterende ideeën van Joshs generatie, de veertigers, en de levensstijl en attitude van de digitale twintigers. Die worden vertegenwoordigd door Jamie (Adam Driver, bekend van de HBO-serie Girls) en Darby Massey (Amanda Seyfriend), archetypische hipsters uit Brooklyn met een tweedehands interieur en een heuse vinylcollectie – we zien (maar horen niet) The Kinks’ Lola Versus The Powerman uit 1970, tegenwoordig al snel 150 euro waard. De stellen raken bevriend en de veertigers laten zich de 21ste eeuw in sleuren, wat voorspelbaar komische momenten oplevert.

De digitale jonkies pronken niet alleen met analoge geluidsdragers en meubels uit de kringloopwinkel, aspirant-filmer Jamie is wild van Joshs authenticiteit als documentairemaker. Dat is op zich al ironisch, maar regisseur Baumbach, die zoals voor al zijn films ook het scenario schreef, stopt een adder in het Brooklynse hipstergras. Jamie’s vriendschap is geënsceneerd, hij gebruikt de goedwillige Josh om binnen te dringen in de filmkliek van New York.

Recensie While We’re Young

Commentaar op mediamaatschappij
En zo ontpopt While We’re Young zich als een metafilm, een film over film; een commentaar op de vraag wat in hemelsnaam nog authentiek is een mediamaatschappij waarin ook documentaires zich volgens een draaiboek ontwikkelen en de ‘werkelijkheid’ de verbeelding is van wat iemand voor de werkelijkheid houdt. Die filosofische dimensie kringelt de film binnen en overwoekert uiteindelijk de satirische zedenschets. Cynische kijkers zouden dat een gebrek aan focus kunnen noemen, of nodeloze zwaarwichtigdoenerij. Hoe dan ook, het geeft de luchtigheid gewicht.

Noah Baumbach is na Greenberg (2010, met Ben Stiller) en Frances Ha (2012, met Adam Driver) druk doende zich te profileren als de natuurlijke opvolger van Woody Allen. Een scherpe maar begripvolle kijk op onhandig doen en onverstandig laten van de mens als wezen – en lang niet altijd even sociaal wezen – geven zijn films een humanistische ondertoon. En dat hij de comedy of manners gebruikt om een heel eigentijds thema aan te snijden illustreert dat het genre van alle tijden is. Want mensen veranderen nooit. Dat doet alleen hun speelgoed.

 

25 juli 2015

 
ALLE RECENSIES

Ant-Man

***

recensie Ant-Man
Brein uit en plaatjes kijken

door Karina Meerman

Na superman, spinnenman, vleermuisman en ijzerman, is het nu de beurt aan mierenman. Amusement alleen gegarandeerd na verwijdering van alle bèta-kennis en logica uit het brein. Gelukkig neemt Ant-Man zichzelf ook nooit echt serieus en dat is de films redding.

Paul Rudd speelt Scott Lang, een gescheiden vader die op het verkeerde pad is geraakt. Hij heeft niets afgemaakt in zijn leven, maar houdt erg veel van zijn dochtertje (een opmerkelijk onirritant Amerikaans kind gespeeld door Abby Ryder Fortson). Scotts pogingen om na zijn tijd in de bak te integreren in de samenleving worden gehinderd door zijn status als ex-crimineel. Hij zal daarom nog één criminele klus doen, omwille van zijn kind.

Recensie Ant-Man

Geen superheld
Gelukkig is Scott niet alleen een gymnast, maar ook een hoogbegaafde, goed uitgeruste inbreker. Zo komt hij – via een complexe truc – in aanraking met wetenschapper Hank Pym (Michael Douglas) en het Ant-Man-project. Dat had Pym diep weggestopt omdat het zo gevaarlijk is. Maar ja, nu moet het dan toch maar worden ingezet omdat voormalig Pym-protegé en potentieel psychopaat Darren Cross (Corey Stoll) met dezelfde wetenschap aan het rommelen is en ze wil verkopen aan de hoogste criminele bieder. Een soort Wij van WC-Eend adviseren WC-Eend om van WC-Eend af te komen.

Ant-Man lijdt meer onder onwaarschijnlijkheid dan enige andere Marvel-film. Scott Lang is namelijk geen superheld. Hij is een leuke gozer in een slim pak, dat functioneert dankzij dubieuze technologie. Ant-Man beweert wetenschap toe te passen in plaats van superkrachten en daar gaat het schuren.

Mierenmaat
De film kwam ongeveer gelijktijdig uit met tijdschrift de New Scientist van juli/augustus. In de maandelijkse fotostrip legt Ionica Smeets deze keer uit waarom grote spinnen niet bestaan. Titel: “De fantastische film”. En met groot bedoelt zij een insect van het formaat bijzettafeltje dat ook even voorbij komt in Ant-Man. Het onovertroffen wiskundemeisje verklaart in drie plaatjes de schalingswet. “Als je iets groter maakt, neemt het volume sneller toe dan de oppervlakte”. Oftewel, als je alle zijden van een kubus verdubbelt in oppervlak (m2), verviervoudigt het volume (m3). Ergo, de poten van een reuzenspin zouden bij opschaling al snel het enorme lijf niet meer kunnen dragen. Teken maar na. Fotostripvriendje Ype twijfelt vervolgens ernstig of hij Ionica wel zal trakteren op de dvd van Honey, I Shrunk the Kids. Want daar zal zij ook “weer iets over te zeuren” hebben…

Recensie Ant-Man

O ja. Want in Ant-Man wordt er gekrompen door de afstand tussen atomen te verkleinen, wat niets afdoet aan de massa van een object. Mierenman zou dus hetzelfde gewicht hebben als Scott Lang, maar in mierenmaat. Gelukkig is daar het fictieve Pym-deeltje, dat Ant-Man kennelijk aan en uit kan zetten om zijn massa te reguleren, zodat hij in ieder geval kan mierenrijden. Maar los hiervan, zou er ook wat te zeuren zijn over zijn zicht aangezien Scotts mini-mensenogen onvoldoende licht vangen om scherp te kunnen zien. Zijn stembanden zouden op mierengrootte geluid produceren op 3.500 Hertz en niet op de normale 200 Hertz. Dat piepstemmetje zou onhoorbaar zijn vanwege het gebrek aan bereik van Ant-Mans piepkleine longen. En dan zijn er nog de talloze mierenonjuistheden (zoals knuffelen en kirren), waar biologen ongetwijfeld de kriebels van krijgen.

Misschien dat daarom het script zo luchtig en geestig is. Zodat we aan het eind kunnen zeggen: Ach, we hebben ieder geval gelachen.

 

21 juli 2015

 
ALLE RECENSIES