Black Mass

*****
recensie Black Mass
Meesterlijke biopic over criminele psychopaat

door Alfred Bos

De werkelijkheid is gekker dan je hem kunt verzinnen, blijkt uit het waar gebeurde en krankzinnige verhaal over een crimineel die door de FBI werd gebruikt als informant. Of gebruikte de crimineel de FBI?

De Amerikaanse cinema heeft een lange traditie van misdaadfilms waarin outlaws worden geportretteerd als vrije jongens die het toch maar flikken, helden dus. Van Scarface tot Public Enemies, de gesjochte vrijbuiter die zich buiten de maatschappelijke orde plaatst is een dubieus voorbeeld, ook al legt de boef het uiteindelijk af tegen de machtige arm van de wet. Met die dubbelhartige houding maakt regisseur Scott Cooper in zijn derde film Black Mass korte metten. Zijn portret van James ‘Whitey’ Bulger, een beroepscrimineel die tussen 1975 en 1995 de onderwereld van Boston domineerde, tekent een monster.

Black Mass

Bulger kon uitgroeien tot de machtigste crimineel van Boston dankzij een unieke omstandigheid. FBI-agent John Connolly, een jeugdvriend, gebruikte Bulger als informant in zijn strijd tegen de maffia en hield hem jaren uit de greep van het gezag. Bovendien was Bulgers jongere broer, Billy, senator voor de staat Massachusetts en de machtigste politicus van Boston. Die persoonlijke verstrengeling van politiek, justitie en criminaliteit heeft al een paar documentaires opgeleverd en er is er nog een biopic in de maak. Martin Scorsese baseerde zijn fictieve The Departed uit 2006  op het spectaculaire verhaal. Black Mass blijft dicht bij de feiten. Het maakt de film des te indringender.

Psychopatische griezel
Cooper vertelt het verhaal geserreerd, via getuigenverklaringen van Bulgers handlangers die als voice-over overlopen naar de handeling zelf. Slimme enscenering benut het ontwikkelen van de verhaallijn om de karakters van de twee Bulgers en hun jeugdvriend te tekenen, wat de vaart ten goede komt zonder het tempo op te jutten. Het geeft Johnny Depp, bijna onherkenbaar met kalende schedel, blauwe lenzen en brak gebit, de ruimte om Jimmy Bulger als psychopatische griezel neer te zetten in een van de beste rollen uit zijn loopbaan. Hij overtuigt door zijn ingetogen kilheid, waar Jack Nicholson (die hetzelfde personage vertolkte in The Departed) met exuberante tics van Bulger een killer clown maakte.

Black Mass

We zien Bulger als pseudo-huisvader, als zoon op bezoek bij zijn moeder, als broer met Billy Bulger (Benedict Cumberbatch), als quasi-buurtbeschermer, maar vooral als gewetenloze crimineel die de ‘alliantie’ met FBI-agent en jeugdvriend Connolly (Joel Edgerton) benut als vrijbrief om een crimineel imperium op te zetten. ‘Fuck protocol’, zegt de FBI-agent als hij tegen alle regels en gezond verstand in Bulger benadert. Black Mass toont hetzelfde universum als Andrew Dominiks Killing Them Softly van enkele jaren terug: Amerika is geen land, het is een bedrijf waarin loyaliteit belangrijker is dan de wet.

Sterke rolbezetting
Black Mass heeft een perfect tempo dat gestaag crescendo gaat. De eerste akte geeft achtergrond en tekent gedetailleerd de psychologie van de belangrijkste personages. Na de dood van zijn zoontje ontspoort Bulger definitief, uitgewerkt via een subplot over een mislukte poging om de gokwereld van Miami over te nemen. Als Bulgers moeder komt te overlijden is er geen houden meer aan en toont de psychopaat zich steeds nadrukkelijker, met als ‘hoogtepunt’ de scène waarin Bulger de vrouw van Connolly in haar slaapkamer met sinistere charme intimideert. De scène is subtiel opgezet, als drietrapsraket, en van een angstaanjagende beklemming.

Black Mass

Naast knappe hoofdrollen heeft Black Mass een aantal fraaie bijrollen, van onder meer Julianne Nicholson, Kevin Bacon, Peter Sarsgaard, Rory Cochrane en Corey Stoll. De sterke ensemblerolbezetting wordt op de geluidsband gecomplementeerd door de treffende maar ingetogen filmmuziek van Tom Holkenborg (ook bekend als Junkie XL), die zich lijkt te spiegelen aan Depps karakterisering van Bulger. Voor de toonzetting van het jaren zeventig-milieu tekenen nummers van Allman Brothers, Joe Walsh en Rolling Stones.

Scott Cooper overtuigde eerder met Crazy Heart (over een gefnuikte countryzanger, Oscar-winnend vertolkt door Jeff Bridges) en het arbeidersmisdaaddrama Out of the Furnace (met Christian Bale als onwillige wreker). Black Mass is met meesterhand geregisseerd, meer ingetogen en daarom des te overtuigender in vergelijking met Scorcese’s indertijd bejubelde The Departed. En na Sicario is het wederom een film waarin realisme het wint van glitter. Er lijkt iets te kantelen in filmland.

 

12 oktober 2015

 

MEER RECENSIES

 

Sicario

****

recensie  Sicario

Hoe vals wordt het spel gespeeld?

door Alfred Bos

In Stephen Soderberghs Traffic (2000) is de Mexicaanse cokemaffia machtig, maar feilbaar. In Oliver Stones Savages (2012) wordt het drugsgeweld opgediend als gepimpt entertainment. In Sicario tapt regisseur Denis Villeneuve uit een ander vaatje: hij toont een existentiële oorlog.

Terwijl de ene film rond cokebaron Escobar net in Engeland draait, een tv-serie rond de man als thuisvermaak wordt aangeprezen in de Nederlandse bioscopen en de volgende rolprent over de Colombiaanse opperschurk (met Penélope Cruz en Javier Bardem) in productie is, toont de Canadese regisseur Denis Villeneuve een geheel andere kijk op de illegale drugshandel van Midden-Amerika. Er is niets glamoureus aan de boeven die Sicario bevolken. Er is niets glamoureus aan de Amerikaanse overheidsmedewerkers die hen bekampen. Er is niets glamoureus aan het geweld en de slachtingen, de list en het bedrog. Het is dodelijke ernst.

Recensie Sicario

Sicario is rauw-realistisch en compromisloos, een deprimerende schets van de mate waarin Mexicaanse drugskartels de (Amerikaanse) economie en samenleving zijn binnengedrongen en de onconventionele methodes die de overheid gebruikt om het probleem in te dammen. Dat Villeneuve niet schroomt om nare waarheden voor het voetlicht te brengen, weten we sinds Polytechnique (2009), waarin hij in het brein kruipt van een vrouwenhater die in 1989 een bloedbad aanrichtte op Montréals École Polytechnique. In Incendies (2010) kijkt hij niet weg van moord, verkrachting en genocide in het Midden Oosten. Zijn recente Engelstalige films met Jake Gyllenhaal in de hoofdrol (Prisoners en Enemy, beide uit 2013) benadrukken psychologie en, vooral, pathologie.

Huurmoordenaar
Aldus is Sicoria geen uitstapje naar de actiethriller-blockbuster in de popcorn-vriendelijke multiplex, maar een voortzetting van zijn thema – de mens als wolf – in een ander genre. Het is een eigentijdse western, met de Mexicaanse drugsmaffia als indianen. Of eigenlijk, als terroristen die worden bestreden door veteranen uit Afghanistan, want zo ontwrichtend is het drugsgerelateerde geweld inmiddels geworden. In de vuile oorlog tegen de kartels heeft de protagonist, de idealistische vrijwilligster Kate Macer (Emily Blunt), in feite niets te zoeken. Deze vijand bestrijd je niet met open vizier en schoon blazoen, die ontregel je met misinformatie en keihard contrageweld.

Tegenover het humanisme van Macer staat het macho-nihilisme van Matt Graver (Josh Brolin), die met een speciaal team van allerhande agenten op de schurken jaagt. De zwijgzame Alejandro (wederom een sterrol voor Benicio Del Toro) heeft intieme kennis van het milieu en jaagt om zijn eigen redenen met Graver mee. Sicario, het Spaanse woord voor huurmoordenaar, werd gemunt door de Romeinen die er sluipmoordenaars van Romeinse burgers in Judea mee aanduidden. In de film is de Mexicaanse drugsbaas Alarcon, de onvindbare schim die verantwoordelijk is voor een eindeloze reeks ontvoeringen, verdwijningen en moorden op Amerikaanse bodem, het doelwit van Graver.

Sicario

Inktzwart
De regisseur noemt Sicario een donker gedicht en over het poëtische gehalte kun je discussiëren, maar donker is de film zeker; zeg maar gerust, inktzwart. Hij toont een wereld waarover je niets leest in de kranten of ziet op het tv-scherm, een clandestiene oorlog buiten de maatschappelijke orde met als inzet diezelfde maatschappelijke orde. Zoals Matt Graver aan Kate Mecer duidelijk maakt: vroeger had je de Colombiaanse kartels en was er nog een schim van controle. Nu vecht hij tegen de Mexicanen om die glimp van orde terug te brengen. Hij werkt met kwaad om erger kwaad een halt toe te roepen. Stephen Soderberghs Traffic uit 2000 is een romantisch verleden, Oliver Stones Savages van drie jaar terug onnozele rimram.

Aan actie is er geen gebrek, aan situaties waarin alle zintuigen op scherp staan evenmin. Tussen de adrenaline-scènes zijn er de suspense momenten, en de met nachtkijker gedraaide beelden benadrukken de claustrofobische sfeer van de film. En elke oorlog wordt gewonnen met informatie, ook deze. Sicario ontleent zijn zinderende spanning voor een belangrijk deel aan de mist waarin de opzet van Graver is gehuld – en de bijna subliminale soundtrack van Johann Johannson. Het doelwit is duidelijk, maar hoe, wie en wat, inclusief haar rol, daar komt Macer pas achter als de rook is opgetrokken. De zege heeft niets triomfantelijks, wat rest is een reeks confronterende vragen.

 

6 oktober 2015

 
ALLE RECENSIES

Walk, The

***

recensie  The Walk

Up In The Air

door Suzan Groothuis

Natuurlijk moest het verhaal van Philippe Petit, een charismatische Franse koorddanser, verfilmd worden. Op zijn koord bewandelde hij de immense leegte tussen de Twin Towers. Door Robert Zemeckis vastgelegd in overweldigend 3D. Geschikt voor alle leeftijden, maar niet voor mensen met hoogtevrees.

Wie Man On Wire (James Marsh) gezien heeft, weet wat ‘m te wachten staat in The Walk. In Marsh’ bejubelde documentaire uit 2008 zien we het verhaal van Philippe Petit, een bevlogen, energieke man met een grote passie: koorddansen. Koorddansen met een missie, want hij heeft het gewaagd om in 1974, ten tijde van het aftreden van Nixon, de immense leegte tussen de Twin Towers van The World Trade Center te bewandelen.

Niet zonder poespas
Dat ging natuurlijk niet zonder poespas: Petit stelde een team samen om clandestien de nog in constructie zijnde torens binnen te dringen en vanaf 450 meter hoogte zijn koord te spannen. In Man on Wire zien we het uiteindelijke resultaat vanaf ground zero: een sereen beeld van een man die één is met zijn koord en de lucht rondom hem. Daarmee werd Petit de artiest die The World Trade Center een ziel gaf.

Recensie The Walk

Een prachtig uitgangspunt voor een speelfilm, zeker in een tijd dat CGI en 3D hoogtij vieren. Robert Zemeckis, de man van Back To The Future, Who Framed Roger Rabbit en Forrest Gump, op IMDb ook wel omschreven als ‘whiz-kid met special effects’, waagde het om Petits ongelofelijke verhaal te verfilmen. Hij doet dat met een groots gebaar: in het openingsshot zien we Joseph Gordon-Levitt (Inception, The Dark Knight Rises) als Philippe Petit op de top van het Vrijheidsbeeld staan, terwijl hij zijn avontuur introduceert en de twee torens achter hem schitteren.

Hoger doel
Waar “le coup”, zoals Petit de dag van zijn gewaagde stunt omschrijft, in Man on Wire direct aanvangt, is er in The Walk eerst aandacht voor Petits tijd in Frankrijk. Als straatartiest zien we hem, in karikaturaal Parijs, zijn brood verdienen. Wanneer hij leest over de bouw van de Twin Towers is het voor Petit zo klaar als een klontje. Die twee torens gaat hij op zijn koord bewandelen. Ofwel in zijn eigen woorden: “I’ve got to put a wire between those towers; I’ve got to walk”. En vanaf dat moment zien we hoe zijn passie voor het koorddansen ontstaan is en gevoed wordt door zijn leermeester Papa Rudy (Ben Kingsley).

De sprookjesachtige avontuurlijke sfeer van de film krijgt een andere wending als Petit met zijn team en zijn grote liefde Annie (Charlotte Le Bon) de dag van “le coup” voorbereidt. Alles is tot in de puntjes gepland en doet denken aan een strak beraamde bankoverval. Die overigens niet zonder problemen verloopt, wat een paar spanningsvolle momenten oplevert.

The Walk

Al het voorgaande verbleekt bij de langverwachte scène waarin een trefzekere Petit de eerste stappen op zijn koord zet. In overweldigend IMAX 3D toont Zemeckis de duizelingwekkende hoogte, maar bovenal hoe de kijker één wordt met de Fransman en zijn koord. Uiterst geconcentreerd, stapje voor stapje, kijken we door Petits ogen naar de overkant en uiteindelijk ook naar wat geen koorddanser ooit doet – naar beneden. Een prachtige, emotionele (door Philippe Petit zelf voorzien van voice-over!) maar ook huiveringwekkende ervaring: klamme handjes waardig.

Magisch avontuur
Daarmee is niet gezegd dat The Walk een geweldige film is. Zeker de eerste helft heeft een zoet en geromantiseerd karakter met dunne dialogen. En het is even wennen om Gordon-Levitt met een knullige pruik op en een dik Frans accent te horen praten. Anderzijds overtuigt hij wel als gedreven en charmante showman en toont hij de kijker dat alles mogelijk is – ook het onmogelijke. De acteur leerde zelfs koorddansen – hij kreeg persoonlijk les van Petit. De andere acteurs – Kingsley in een veilige rol als leermeester en Charlotte Le Bon als liefje wat eendimensionaal – steken af tegen die tomeloos energieke, gedreven Petit. Maar het is dan ook zijn film, zijn queeste.

Hoe je het wendt of keert, op filmisch gebied laat Zemeckis een knap staaltje CGI (de twee torens zijn levensecht in beeld gebracht) en 3D zien. Zijn The Walk is een duizelingwekkende ode aan het magische avontuur van een gedreven avonturier en een ode aan de torens die ooit waren.

 

5 oktober 2015

 
ALLE RECENSIES

Life

***

recensie  Life

Orchidee tussen de brandnetels

door Alfred Bos

Net als in zijn debuutfilm Control verfilmt Anton Corbijn een waar gebeurd verhaal – opnieuw over een te vroeg overleden kunstenaar – dat dicht bij hemzelf staat. In het prachtig gefotografeerde Life duurt het echter lang eer de getroebleerde hoofdpersonen zichzelf tonen.

Life opent met de close-up van een rode lamp in een doka. In zijn eerste ‘Amerikaanse’ film belicht fotograaf en regisseur Anton Corbijn een onderwerp dat hij uit ervaring kent: fotograaf op stap met aanstormend talent. In maart 1955 publiceerde het tijdschrift Life een fotoreportage over een jonge spraakmakende acteur; Dennis Stocks portret van James Dean in de regen van het New Yorkse Times Square is iconisch geworden. De film Life toont het verhaal achter de fotoserie en de relatie tussen twee artistieke en gemankeerde zielen.

Recensie Life

De jonge acteur James Dean (Dane DeHaan, vorig jaar nog te zien als beatnik Lucien Carr in Kill Your Darlings) maakt golven in Hollywood, maar is te nukkig om zich te conformeren aan de mores van het studiosysteem. Opgevoed door zijn grootouders op het platteland van Indiana, zijn moeder overleed toen hij negen jour oud was, is hij een orchidee in een brandnetelperk. Ook freelance fotograaf Dennis Stock (Robert Pattinson) is emotioneel beschadigd: de ex-marinier trouwde jong en is inmiddels vervreemd van zijn ex en hun zoontje. Hij is ambitieus maar wordt verteerd door twijfel.

Historisch correct
De twee lijken tegenpolen, maar herkennen iets in elkaar: de kunstenaar. De stadsmens Stock ziet een fijnbesnaard natuurtalent aan de vooravond van zijn doorbraak, de boerenzoon Dean een gelijkgestemde ziel tegen wie hij zich kwetsbaar durft op te stellen. De acteur laat zijn divagedrag echter pas varen nadat hij door zijn vriendin, de actrice Pier Angeli (Alessandra Mastronardi), in de steek is gelaten. Buiten de wereld van film en media toont Dean zijn ware ik. In Fairmont, Indiana portretteert Stock hem zonder klatergoud in zijn natuurlijke omgeving en introduceert daarmee een nieuwe manier om filmsterren af te beelden.

Corbijn geeft het verhaal – en de iconische foto’s – tot in detail historisch correct weer en de film oogt schitterend. De schets van de Hollywoodfabriek (met Ben Kingsley als memorabele bullebak Jack Warner) is raak, zo ook het artistieke milieu van het winterse New York. En er is een hilarisch moment als de regisseur zelf voor de camera verschijnt – als fotograaf. Toch is het lastig voor de kijker om emotioneel contact te maken met de hoofdpersonen. Zeker in het eerste helft van de twee uur durende film blijven de karakters van Stock en Dean afstandelijk. Dat slaat om tijdens de treinreis naar Indiana: in de beste scène van Life laat Dean het masker zakken en zijn monoloog maakt duidelijk waarom Dane DeHaan een van de meest gevraagde acteurs van zijn generatie is.

Life

Hopeloze congaspeler
Life moet voor Corbijn een labour of love zijn, een verhaal waarin hij veel van zichzelf herkent. Als fotograaf van muzikanten en filmsterren kent hij het verschil tussen geprojecteerd imago en gebutste werkelijkheid; hij weet wat een sterke publiciteitsfoto kan doen; hij heeft een neus voor talent; en is altijd op zoek naar een andere, originele manier om zijn onderwerp af te beelden. Misschien dat die betrokkenheid en het respect voor zijn onderwerp hem (te) voorzichtig hebben gemaakt. Hoe dan ook, Life heeft moeite om, no pun intended, tot leven te komen.

Na Supersister, Cuby + Blizzards en Brainbox geen klassieke hit van Hollandse makelij op de geluidsband, ditmaal. Wel de verzengende boogie van Lightnin’ Hopkins, plus een bijrol voor Eartha Kitt (Kelly McCreary). En James Dean mag dan een film lang een conga met zich meezeulen, als percussionist is hij een hopeloos geval.

 

5 oktober 2015

 

ALLE RECENSIES

Martian, The

****

recensie  The Martian

Robinson Crusoe op Mars

door Alfred Bos

Alleen op de wereld, pardon, Mars, het zal je gebeuren. Maar de hele wereld leeft mee als NASA je komt redden. Matt Damon is als gestrande astronaut de ultieme overlever. Wat helpt zijn creativiteit, humor en disco.

Voor een gelikte publieksfilm ben je bij Ridley Scott aan het goede adres, al hangt er ook om zijn meer geslaagde werkstukken de odeur van de gelouterde expert die een opdracht plichtmatig uitvoert. Dat geldt evenzeer voor The Martian die, na het slechts half gelukte The Counselor en het ronduit saaie Exodus: Gods and Kings, weer eens de roos raakt. Met een solide rolbezetting, een intrigerend gegeven en een geslaagde mix van drama en humor biedt The Martian degelijk vakwerk dat de kijker dik twee uur in een draaikolk mee zuigt.

Recensie The Martian

Het zal je maar gebeuren, je collega’s laten je voor dood achter op een vreemde planeet. Astronaut Mark Watney (Matt Damon) is de eenzaamste mens in het zonnestelsel wanneer een missie naar Mars door een storm wordt afgebroken. Watney verongelukt in de chaos en het team moet noodgedwongen voor de missie kiezen. Wat volgt is een race tegen de kalender, de onmogelijke opdracht om Watney behouden naar aarde terug te halen.

Boer op Mars
Apollo 13 (Ron Howard, 1995) ontleende zijn spanning aan de moeite van mission control in Houston om via wetenschap de bemanning van de gemankeerde maanreis heelhuids thuis te brengen, terwijl de kijker zich voor de duur van de film moet vermaken met drie astronauten die zitten gevangen in een geëxplodeerd soepblik. Scott staat in The Martian, fictie dit keer, voor een vergelijkbaar probleem: hoe hou je de eenzame overlevingsstrijd spannend? Door Watney tegen het beeldscherm te laten praten terwijl hij zijn avonturen vastlegt in het logboek.

Wat ook helpt is dat Matt Damon de nodige humor aan zijn personage meegeeft. Watney zit niet bij de pakken neer en gebruikt zijn verstand – en zijn wetenschappelijke kennis – om met de op Mars achtergebleven hulpmiddelen het maximale uit de mogelijkheden te halen. Hij wordt de eerste boer op Mars, lost het communicatieprobleem ingenieus op, laat zich niet ontmoedigen door onvermijdelijke tegenslag, en doet in een ultieme poging om thuis te komen zelfs een ‘Iron Man’: hij gebruikt de uit zijn ruimtepak ontsnappende lucht als aandrijving om door het vacuüm te vliegen.

Recensie The Martian

Wetenschappelijk sausje
Scott doorsnijdt het wedervaren van Watney met scènes uit het moederschip, de Ares 3 onder gezagvoerder Melissa Lewis (Jessica Chastain) die een rol krijgt in de reddingsmissie. Als contrast met de schitterende beelden van Mars en de meer claustrofobische sfeer in het moederschip is er de hectiek van mission control en het mediacircus op aarde. Jeff Daniels zet fraai NASA-directeur Sanders neer, een karakter dat qua aplomb herinnert aan zijn rol van anchorman in de tv-serie The Newsroom. Er is echter meer dan alleen wetenschap nodig om het fiasco af te wenden: de nodige lef en vooral ook: originele oplossingen – creativiteit dus.

The Martian is in feite een compendium van sterke scènes uit eerdere ruimtefilms (Gravity, Sunshine, Apollo 13), en Scott brengt het met veel vaart en visuele flair. Dat er feitelijke gaten in het verhaal zitten – zo is de communicatie tussen aarde, Ares 3 ergens tussen beide planeten, en Mars zeker niet instant, zoals de film suggereert; en hoe kan het moederschip haar reis verlengen zonder extra voorraden in te slaan? – mag de pret niet drukken. Het is immers fictie, overgoten met een wetenschappelijk sausje, en opgeleukt met jaren ‘70 discohits op de geluidsband. En dat het slot wel heel sentimenteel en makkelijk is, ach, dat hoort bij publieksfilms.

 

29 september 2015

 
ALLE RECENSIES

Knight of Cups

*****

recensie  Knight of Cups

Leve de leegte

door Alfred Bos

In de zevende film van Terrence Malick trekt een imposante groep acteurs van naam en faam over het scherm. Dat is het enige houvast dat de regisseur de kijker biedt. Die wordt ondergedompeld in een visuele maalstroom die wagenziek kan maken.

De films van Terrence Malick zijn een verworven smaak. Het zijn eerder beeldgedichten dan visuele vertellingen, collages van niet zelden verbluffend fraaie beelden waar de kijker zelf lijn of betekenis in moet aanbrengen. Alles wat men associeert met film – personages, dialogen, een verhaal – is grotendeels afwezig. Wat rest is textuur, in feite maakt de Amerikaanse regisseur ambient films. Malick, afgestudeerd op Heidegger, presenteert filosofische traktaten in een medium dat daar volkomen ongeschikt voor lijkt. Het resultaat is, zacht gezegd, ongewoon. De ene kijker ondergaat een louterende ervaring, waar een ander zucht over een zenuwtergend zoekplaatje.

Recensie Knight of Cups

Met zijn zevende werkstuk is het niet anders. Rick (Christian Bale, hij werkte eerder met Malick in The New World  uit 2005) leeft als scriptschrijver een glamoureus leven in Hollywood. Hij bezoekt feestjes in luxe landhuizen, verkeert met beeldschone vrouwen, reist de wereld over. Maar Ricks ziel is leeg, want zijn wereld is leeg (verbeeld door een verlaten filmset). In de twee uur durende film zien we Rick op zoek naar verlossing. Wat de climax zou moeten zijn, lijkt een anticlimax. Of toch niet? De leegte is niet het probleem, maar de oplossing. Het leven is een canvas, door Rick te beschilderen.

Tarotkaarten
Ricks zoektocht wordt door Malick opgedeeld in zeven fases, elk vernoemd naar een tarotkaart. De schildknaap van bekers uit de titel staat voor romantische gevoelens, sensitiviteit en intimiteit – zaken waarmee Rick worstelt. ‘Je wilt geen liefde, je wilt de liefdeservaring’, zegt Della (Imogen Poots) tegen hem in de eerste fase, The Moon (reis naar de psyche). Rick beleeft niet, want in het leven is hij een toerist. Hij is niet geëngageerd, alles blijft bij hem buitenkant. Zijn innerlijk is onbewogen.

De kaarten markeren Ricks spirituele queeste.Via The Hanged Man (vastgelopen, ommekeer gewenst), The Hermit (innerlijke inkeer), Judgement (doordacht oordeel), The Tower (traumatische verandering), The High Priestess (intuïtie, begrip) en Death (afscheid) bereikt hij in het achtste en laatste deel de vrijheid. Onderweg komt hij zijn ex, Nancy (Cate Blanchett), tegen en realiseert zich dat zij zijn ware liefde is, maar het is te laat. Een nieuwe liefde, met Elizabeth (Natalie Portman), loopt op niets uit. In een nachtclub in Las Vegas ontmoet hij bij een paaldanseres begrip en een zenmeester maant hem te stoppen met zoeken, ‘want alles is er al’. Dat is de les die Rick moet leren: het leven is een proces, geen product.

Recensie Knight of Cups

Onder water-sfeer
De visuele trip – want dat is de film –  heeft een afwezige ‘onder water’ sfeer, alsof een onzichtbaar medium Rick van de wereld afsluit. Hij is er wel, maar ook weer niet. Malick grossiert met mooifotografie in de van hem bekende stijl: associatief, intuïtief, lyrisch. Soms adembenemend, soms verwarrend. Er is geen dialoog, de hoofdpersoon van elke fase levert via voice-over commentaar op de handeling. Voor de schitterende soundtrack heeft de regisseur gekozen voor Noord-Europese componisten als Grieg, Arvo Pärt en Vaughn Willams. Diens opera The Pilgrim’s Progress fungeert als raamwerk van de geluidsband. Ook zijn er soundscapes van de Noorse producer Geir Jenssen (Biospere) te horen.

Wat te maken van Knight of Cups? Je kunt er een bespiegeling over het belang van schoonheid à la Sorrentino’s La grande bellezza in zien. Of een half geslaagd werkstuk van een buitenbeetje dat in herhaling begint te vervallen. Je kunt weglopen uit de bioscoop (zoals enkele filmscribenten tijdens de persvoorstelling deden) of uren napraten over een grandioos visueel vertoog over zaken die zich nauwelijks in beelden laten uitdrukken. Feit is het zonder script gedraaide Knight of Cups, ondanks zijn associatieve vorm, strakker gecomponeerd en beter in balans is dan ’s mans monumentale The Tree of Life. Wie van film echter bevestiging of vermaak verwacht, kan zijn tijd beter besteden.

 

15 september 2015

 

ALLE RECENSIES

Visit, The

***

recensie  The Visit

Van je familie moet je het hebben

door Ashar Medina

Regisseur M. Night Shyamalan keert met The Visit terug naar zijn roots en creëert met minimale middelen een beklemmende atmosfeer die als een donkere wolk boven zijn jonge hoofdrolspelers hangt. Oh, en er is een verrassende twist op het einde. Maar dat hadden we niet anders verwacht. 

Puberende amateurregisseur Rebecca en haar broertje Tyler gaan een weekje op bezoek bij hun grootouders die ze nog nooit hebben ontmoet. Moeder Paula ontvluchtte als moeilijke tiener het ouderlijk huis om vervolgens nooit meer achterom te kijken en heeft al jaren geen contact meer met haar ouders. Tot opa en oma de kinderen uitnodigen om een weekje door te brengen op het platteland en elkaar beter te leren kennen.

Recensie The Visit

Rebecca grijpt de kans met beide handen aan om een documentaire te maken over de plek waar haar moeder opgroeide en erachter te komen waarom ze zo halsoverkop vertrok. Maar ze krijgt meer dan waar ze om vroeg. Nana en Pop Pop blijken namelijk nogal wereldvreemd en vertonen bizar gedrag waarmee ze de kinderen onbedoeld de stuipen op het lijf jagen. Rebecca en Tyler beginnen te vermoeden dat hun grootouders een donker geheim verbergen en gaan op onderzoek uit. Maar willen ze de waarheid wel echt weten..?

Less is more
Shyamalan gaf in interviews aan dat hij na grote, geflopte CG-blockbusters als The Last Airbender en After Earth bij zichzelf te rade ging. Hij besloot dat dergelijke gigantische studioproducties weinig ruimte overlaten voor spontaniteit en zag in dat hij zijn eigen stem aan het verliezen was. Die eigen stem vindt zijn oorsprong in geslaagde ingetogen thrillers als Unbreakable en natuurlijk The Sixth Sense, waarmee hij eind jaren negentig zowel publiek als critici voor zich wist te winnen. Dus schreef Shyamalan een kleine horrorkomedie over een broer en zus die op bezoek gaan bij de opa en oma from hell.

The Visit is gedraaid als een found footage documentaire en maakt dankbaar gebruik van de mogelijkheden die het genre biedt. De vaak statische camera blijft objectief toeschouwer van de angstaanjagende taferelen die de kinderen krijgen voorgeschoteld en creëert zo een gevoel van realisme. Anderzijds zorgen kinetische handheld  achtervolgingen ervoor dat de vaart er in blijft en dat de spanning wordt opgevoerd, het blijft tenslotte horror. Een echte vondst is het besluit Rebecca en Tyler allebei een eigen camera te geven, zo krijgen we niet alleen twee totaal verschillende perspectieven te zien, het biedt de filmmakers ook de mogelijkheid om in de montage te cross-cutten, wat vooral tijdens de actie-sequenties een grote plus is ten opzichte van andere mockumentaries.

The Visit

Horror of komedie?
De centrale vraag – of er nou wel of niet iets bovennatuurlijk aan de hand is –  houdt The Visit tot het einde spannend en de creepy grootouders zijn uitstekend nachtmerrievoer. Het komische gedeelte komt echter wat minder goed uit de verf. Zo ambieert Tyler een rapcarrière, maar werken zijn slechte vrouwonvriendelijke raps eerder op de zenuwen dan op de lachspieren. Rebecca’s flauwe grappen over het feit dat hij als dertienjarig blank jongetje zwart probeert te zijn slaan ook de plank mis en laten zien dat Shyamalan niet echt dicht bij de jeugd staat. De personages blijven daardoor een beetje vlak, ook al worden er verwoede pogingen gedaan om driedimensionale karakters neer te zetten.

Een van de plotlijnen richt zich bijvoorbeeld op het gemis van hun vader, die het gezin in de steek liet voor een andere vrouw. Via interviews leren we dat Rebecca en Tyler allebei op hun eigen destructieve manier omgaan met dit verlies. Hoewel een interessant gegeven, wordt dit vooral in vluchtige monologen duidelijk gemaakt, waardoor het jammer genoeg een beetje aanvoelt als psychologie van de koude grond.

Dit alles maakt The Visit een spannende, originele thriller die onvermijdelijk vergeleken zal worden met The Sixth Sense, maar die strijd helaas niet zal winnen. Het is echter wel Shyamalans beste film sinds jaren, en die leuke twist op het einde maakt het kijken meer dan waard.

 

8 september 2015

 
ALLE RECENSIES

Southpaw

**

recensie  Southpaw

Comeback Kid uit de goot

door Ashar Medina

In de nieuwste van regisseur Antoine Fuqua (Training Day) krijgt Jake Gyllenhaal als getroebleerde bokser tegenslag na tegenslag te verwerken. Helaas is een van die obstakels het soms wel erg voorspelbare script. 

Billy Hope (Gyllenhaal) heeft zichzelf omhoog gevochten van de armlastige pleeggezinnen uit zijn probleemjeugd naar de top van de bokswereld. Hij is de onbetwiste licht zwaargewicht-kampioen, maar heeft één groot probleem: zijn zelfbeheersing. Gelukkig is daar altijd zijn vrouw Maureen (Rachel McAdams) die onvoorwaardelijk van hem houdt en hem in toom weet te houden. Tot het noodlot toeslaat en Billy door zijn onbeheersbare woede alles verliest waarvoor hij zo hard heeft gewerkt. Hij moet helemaal opnieuw beginnen en bewijzen dat hij zich niet alleen kan aanpassen aan zijn nieuwe tegenstanders, maar ook dat hij een goede vader kan zijn voor zijn dochtertje. Wat volgt is de loodzware route naar een broodnodige comeback, een die we wel vaker hebben gezien.

Recensie Southpaw

Hopeloos
De titel Southpaw verwijst naar de onorthodoxe vechthouding van linkshandige boksers die Billy zichzelf moet aanleren om zijn aartsvijand te kunnen verslaan. Zo vertegenwoordigt Billy als underdog een bekend fenomeen in de bokswereld: The Great White Hope. De witte bokser die eindelijk weer eens de titel claimt, na een eindeloze reeks zwarte en Latino-kampioenen. De filmmakers gaan niet erg subtiel om met dit gegeven en het feit dat ze Billy ook nog de achternaam Hope meegeven ligt er nogal dik bovenop. Het resulteert in een eindeloze reeks woordgrappen van de bokscommentatoren die de spectaculair in beeld gebrachte gevechten van extra jus voorzien.

Zo maakt Southpaw dankbaar gebruik van de clichés die lijken te horen bij het genre: de op geld beluste manager die onze held in de steek laat zodra het minder gaat, de norse trainer met een mysterieus verleden en de verplichte montagesequenties waarin de boksers ’tot het gaatje gaan’. Regisseur Fuqua gaat de clichés niet uit de weg en gebruikt deze momenten juist om visueel uit te pakken. Dat is alleen niet altijd een garantie voor succes.

Winnen op punten
De cast van Southpaw doet meer dan zijn best. Gyllenhaal heeft een De Niro-achtige transformatie ondergaan en is volledig geloofwaardig als ongecontroleerde klerenkast. McAdams is het hart van de film en Forest Whitaker is indrukwekkend als kreupele coach met vervlogen dromen, inclusief glazen oog en alcoholverslaving. Een speciale vermelding verdient de 13-jarige Oona Laurence, die als vroeg-volwassen dochter uitstekend tegenspel biedt wanneer Billy zijn dieptepunt bereikt. De acteurs krijgen alleen te weinig om mee te werken. Fuqua verliest zich richting het einde in melodramatische scènes waarin personages óf elkaar de huid vol schelden óf bedrukt voor zich uit staren.

Southpaw

Daarnaast ziet de film er té gelikt uit. De materie is zo rauw dat de manier waarop de gevechten in beeld zijn gebracht soms afleidt. Gyllenhaal schreeuwt net iets te vaak in schitterende slow motion naar zijn tegenstanders en spuugt net iets te vaak grote klodders bloed richting de camera. Waar David O. Russel in The Fighter slim gebruik maakte van gesimuleerde tv-beelden om een gevoel van authenticiteit te creëren zit Southpaw er eigenlijk juist te dicht op. Deze techniek werkte geweldig in Raging Bull, maar daar zaten we soms letterlijk in het hoofd van bokser Jake LaMotta en bovendien werd die film geregisseerd door maestro Martin Scorsese. Onvergelijkbaar.

Southpaw is alles behalve saai, er gebeurt een hoop. Jammer genoeg gebeurt alles bijna zonder uitzondering volgens het boekje, waardoor de film niet echt iets toevoegt aan het rijke genre van de boksfilm.

In memoriam
De bombastische, doch geslaagde score van Southpaw vormt helaas de zwanenzang van de zeer productieve filmcomponist James Horner, die een maand voor de première verongelukte in zijn privévliegtuig. Horner werkte aan meer dan honderd films, was onder andere verantwoordelijk voor de legendarische soundtrack van Titanic en drukte zo zijn onuitwisbare stempel op het moderne geluid van Hollywood. Hij zal worden gemist.

 

7 september 2015

 
ALLE RECENSIES

Vacation

*

recensie  Vacation

De filmrecensent: ‘the unbearable lightness of being’

door Cor Oliemeulen

De vader van een Amerikaans gezin neemt zijn vrouw en twee zoontjes mee op een trip naar een pretpark. Onderweg beleven ze tal van avonturen en is de lol voor de kijker ver te zoeken.

Als recensent kun je te maken krijgen met films die in drie letters zijn samen te vatten. Zo’n confrontatie kwijt je van een dankbare taak, want het kan heerlijk opluchten om een gedrocht inhoudelijk de grond in te stampen. Het biedt bovendien creatieve kansen om weinig gebruikte woorden te bezigen, zoals kwakkelig, horribel of honteus. Tegelijkertijd is het bespreken van flepse, hulpbehoevende wanproducties ondankbaar, want hoe kun je een sprankje hoop putten uit zoveel indolente, infantiele ellende?

Recensie Vacation

Vrieskast
Het is niet ondenkbaar dat de debuterende scenarioschrijvers van Vacation (we zullen hun namen niet noemen) tijdens hun eigen vakantie zich in laveloze en bedwelmde toestand bij het kampvuur suf lachten, zich niet realiserend dat ze zo genadeloos hun vingers zouden branden aan de kansloze reanimatie van een dertig jaar oude komedie. Vacation was destijds de beste aflevering van de Lampoon-serie: Harold Ramis regisseerde, John Hughes schreef het originele verhaal en Chevy Chase was op zijn best als het hoofd van het gezin Griswold.

Chase, gezegend met zijn typische meligheid en onbeholpen mimiek, wist zich met een niet te versmaden potje slap geouwehoer uit elke situatie te kletsen. De arme Ed Helms (The Hangover), die het hoofd van de nieuwe generatie Griswold in deze zogenoemde sequel speelt, bezit niets van de timing en charme waarmee Chase elke vrieskast kon ontdooien. En met zo’n verschrikkelijk script vol clichés, platvloersheid en genitaliën kan zelfs Al Pacino (ook ooit actief in een *-sterrenfilm, zie onderaan) niets aanvangen.

Onderbroek
De chemie tussen Ed Helms en Christine Applegate (Anchorman) is nul komma nul vergeleken met Chevy Chase en Beverly D’Angelo; de bijrollen van Leslie Mann (17 Again) en Chris Hemsworth (Thor) zijn bedroevend, en niet alleen omdat laatstgenoemde als watergegolfde macho in onderbroek ongemakkelijke poses in de slaapkamer moet uitvoeren. Het meest teleurstellend is dat Chase en D’Angelo zich voor de finale van de jongste Vacation hebben laten strikken.

Als opa en oma zijn ze wel zo aardig om de familieleden na alle onfortuinlijke reisavonturen richting Walley World hun originele Wagon Queen Family Truckster beschikbaar te stellen. De aanblik van de omgebouwde avocadogroene Ford-stationwagen met nephouten panelen en acht koplampen doet direct terug verlangen naar het oorspronkelijke gezin Griswold met hun veel leukere en beschaafdere belevenissen, zoals de hilarische ontmoetingen met Randy Quaid als de onbehouwen neef en John Candy als de zenuwachtige bewaker van Walley World. Die begrepen wat comedy is.

Vacation: slechte comedy's

Dogma
Er is niets tegen grove en politiek incorrecte humor. Echter de slomp hersenloze pulpkomedies die de laatste jaren de bioscopen overspoelt, rechtvaardigt de spoedige oprichting van een comité in de geest van Joseph McCarthy. Studio’s, producenten, scenaristen, regisseurs, acteurs en distributeurs onderwerpen zich aan een nieuw Dogma-manifest waarin het begrip gereproduceerde wansmaak puntsgewijs zal worden gedefinieerd om vervolgens aan de toegangsdeuren van alle Pathé-theaters te worden gespijkerd. Anders blijft het lichtvoetige lot van de recensent om soms de alarmbel te luiden voortbestaan.

Voor lezers die graag hun woordenschat willen uitbreiden, volgen hier wat misbaksels die het beoogde comité vast niet zouden hebben overleefd: Blended * A Good Old Fashioned Orgy * A Haunted House 2 * The Heat * Identity Thief * Jack and Jill * Our Idiot Brother * Pixels * Sex Tape * Ted 2 * This is 40 * We’re the Millers *. Kandidaten voor de ballotagecommissie kunnen zich melden bij de redactie.

 

24 september 2015

 
ALLE RECENSIES

Straight Outta Compton

***

recensie  Straight Outta Compton

Verbaal geweld als kunstvorm

door Cor Oliemeulen

Bitches, dope, guns… De gangsta rap zorgde medio jaren tachtig voor veel onrust en creatief talent. Straight Outta Compton is de boeiende biografie van een hiphop-generatie die door iets teveel romantisering geleidelijk wat aan kracht verliest.

De muzikale beschouwing lijkt vooral een eerbetoon aan voormalig drugsdealer Eric “Eazy-E” Wright die in Compton, een voorstad van Los Angeles, met Ice Cube en Dr. Dre de rapgroep N.W.A. vormde en samen met zijn blanke compagnon Jerry Heller het label Ruthless Records oprichtte. Als antwoord op de East Coast-hiphop zetten deze ‘Niggaz Wit Attitudes’ met muzikale steun van MC Ren en DJ Yella aan de westkust de gangsta rap definitief op de kaart.

Recensie Straight Outta Compton

De grote doorbraak kwam na het uitbrengen van het album Straight Outta Compton: niet eerder verscheen het rauwe straatleven van gewelddadige buurten zo realistisch en voorzien van een vette beat op het vinyl. Niet zozeer het expliciete taalgebruik als wel het over de top neerzetten van vrouwen (‘alleen goed voor seks, schiet ze anders maar dood’), maar de openlijke afkeer van de politie werd het onderwerp van nationale controverse.

Fuck de politie
Als Eazy-E (Jason Mitchell), Jerry Heller (Paul Giamatti), Ice Cube (O’Shea Jackson Jr., zoon van de echte rapper!) en Dr. Dre (Corey Hawkins) in een brief van de FBI hebben gelezen dat zij het nummer Fuck tha Police alleen nog maar geheel op eigen risico kunnen spelen, raakt de groep vastbesloten niet te zwichten voor ‘intimidatie en discriminatie’. Vrijheid van meningsuiting staat hoog in het vaandel en bovendien zal de extra publiciteit geen windeieren leggen, denkt Dr. Dre. (Het gevolg was wel dat grote muziekstations, inclusief MTV, de rapband gingen boycotten)

Tijdens het eerstvolgende concert van N.W.A. in Detroit loopt het dan ook danig uit de hand: nadat rappers en publiek uit volle borst en met opgestoken middelvinger de gewraakte titeltekst zingen, klinken schoten, veegt de halve plaatselijke politiemacht de zaal leeg en verdwijnen de artiesten tijdelijk achter de tralies. “Hoezo verheerlijken wij geweld?”, aldus de rappers tijdens een persconferentie. “Our art is a reflection of our reality.”

Het thema van politiegeweld tegen minderheden ligt er in Straight Outta Compton soms dik bovenop. Bijvoorbeeld als de leden van N.W.A. tijdens studio-opnames even op het trottoir een luchtje gaan scheppen en ze binnen een paar minuten door de politie hard tegen de grond worden gewerkt. En als later in het verhaal de overbekende beelden van de dood gemepte Rodney King opduiken en na de onthutsende vrijspraak van de verantwoordelijke agenten in veel steden brandstichtende en plunderende menigten door de straten trekken.

Straight Outta Compton

Wannabe gangsters
F. Gary Gray begon in 1995 als regisseur met de videoclip Natural Born Killaz van Snoop Doggy Dog, wiens schrandere personage in Straight Outta Compton in een grappige flits voorbijkomt. Ook leuk is de scène waarin Dr. Dre, inmiddels actief als producent van het beruchte Death Row Records, ene Tupac voor het eerst de muziek van de latere klassieker California Love laat horen. Voor een film over legendarische rappers gebruikt Gray (die zijn vorige speelfilm Law Abiding Citizen in 2009 maakte) opvallend weinig langere muziekfragmenten, maar de liefhebber kan zich laven aan een grote hoeveelheid bekende samples.

Naast een leerzame muziekgeschiedenis is Straight Outta Compton vooral een biografie over vriendschap en conflicten (met Ice Cube als spil) tussen rebellerende talentvolle jongens die maar al te graag stoer gevonden willen worden. Hoewel ze zich omringen met gangsterachtige types en zelf een enkele keer het geweld niet schuwen, worden de rapartiesten in de film soms bijna als ideale schoonzonen afgeschilderd. Zo komt pas na bijna twee uur de eerste joint voorbij en van wit poeder is helemaal geen sprake. In de gecensureerde versie die bij ons in de bioscoop draait, fungeren de vermaarde pool party’s met schaars geklede bikinidames eerder als gelegenheidsbehang dan als uitzinnige orgies. De weggeknipte seksscènes zouden wel beter hebben verklaard waarom Eazy-E geen lang leven was beschoren.

 

31 augustus 2015

 
ALLE RECENSIES