Continuer

****
recensie Continuer

Verder zonder pc’s en wc’s

door Paul Rübsaam

Kirgizië in hartje Azië is een mooi, ruig en af en toe gevaarlijk land. In Continuer trekken een Franse moeder en haar jonge, volwassen zoon er te paard doorheen. Voor het avontuur, maar wat de moeder betreft vooral om te werken aan hun onderlinge betrekking, die evenals het landschap verre van rimpelloos is.

Toen de Brusselse regisseur Joachim Lafosse het boek van Laurent Mauvignier waar hij zijn film op baseerde maar nauwelijks uit had, kreeg hij naar eigen zeggen de neiging om zijn eigen moeder uit te nodigen voor een reis als die waarover het boek verhaalt. Een drang die hij nog nooit eerder gevoeld had.

Continuer

We geloven Lafosse (43) op zijn woord. Toch heeft hij zich als filmmaker al eerder over moeder-zoonrelaties gebogen. Zo komt in Nue Propriété (Private Property, 2006) een moeder (Isabelle Huppert) in conflict met haar volwassen, maar kinderlijke tweelingzoons (Jérémy Renier en Yannick Renier), met als inzet de verkoop van het huis dat aan de overleden vader toebehoorde.

In Continuer is er geen sprake van benauwende Franse of Belgische interieurs. Wel van binnenvetterij. Moeder Sybille (gesteund door haar dagboek) en zoon Samuel (met walkman) maken zich daaraan uitsluitend schuldig in de volle, ongerepte Kirgizische ruimte. Ondertussen leiden hun verschillende competenties regelmatig tot gekibbel, dat eigenlijk een strijd om de macht is. Samuel (Kacey Mottet Klein) kan beter met paarden overweg en als het echt moet met een pistool. Sybille (Virginie Efira) is vastberadener, minder teerhartig en minder bang voor hagedissen en Kirgiezen. Bovendien kan ze zich, Russisch sprekend, beter verstaanbaar maken.

iPod?
Er broeide natuurlijk al iets tussen moeder en zoon voor de reis begon. Wat dat is, ontvouwt zich even geleidelijk als het Kirgizische landschap. Samuel kan stevig drinken, zo blijkt. Bovendien heeft hij zich misdragen als student. Maar Sybille, lust die niet ook wel een slokje? En dan de vader van Samuel, van wie Sybille allang gescheiden is. Was hij wel degene van wie ze het liefst een kind had willen hebben?

Die hele door zijn moeder bedachte en op twijfelachtige wijze gefinancierde trektocht om nader tot elkaar te komen, vond Samuel ook al niet zo’n goed idee. Esoterisch gedweep met ongerepte natuur en verre volkeren is zijn ding niet. De overwegend beminnelijke en gastvrije Kirgiezen (het tweetal slaapt meestal in kleine tentjes, maar een enkele keer in een herberg in een dorp) noemt hij ‘klootzakken zonder pc’s en wc’s’. Als hij zijn iPod maar niet kwijtraakt. Al moet hij toegeven dat hij daar voortsjokkend op zijn paard tussen de bergen en de meren niet veel aan heeft. 

Continuer

Mooi meegenomen
Lafosse is als filmmaker wijs genoeg om de hoge bergen, weidse vlakten, grote meren en sterk wisselende seizoenen van de voormalige Sovjetrepubliek Kirgistan (Kirgizië) mooi mee te nemen (camerawerk van Jean-François Hensgens). Maar hij overdrijft dit niet en dat siert hem. Het landschap blijft voornamelijk decor voor een vertelling over twee verwante, getormenteerde individuen. Het doet zijn werk in sterke scènes zonder dialoog en met een minimum aan handeling. Als moeder en zoon ijsberend, naar muziek luisterend of schrijvend in een dagboek zich samen in de onmetelijke ruimte bevinden, maar ieder in hun eigen hoofd wonen.

Evenmin scheutig is Lafosse met het gebruik van cliffhangers, die (niet zelden in hun letterlijke betekenis) een traditioneel opgezette avonturenfilm op temperatuur moeten houden. Helemaal zonder tegenslag is de ruitertocht niet. Er zijn ongelukjes, kleinere en ook wat grotere. En niet iedereen die ze op hun weg tegenkomen is helemaal te vertrouwen. Maar voor de grootste aanslagen op het emotionele systeem van Sybille blijft Samuel verantwoordelijk en omgekeerd.

Toch nog schoonheidsfoutjes? Een enkel. Het leeftijdsverschil tussen de protagonisten oogt nogal klein (de acteurs schelen toch 21 jaar, dus je kunt erover twisten). En moeten moeder en zoon (wat ze zijn in de film) per se bij een mooi meer tweestemmig een slaapliedje voor kinderen zingen? Liever niet. Dit laatste is slechts een klein tenenkrommertje. Continuer is zeker geen feelgoodmovie. Eerder feel comme ci comme ça. De twee moeten door. Te paard en met elkaar. Of ze dat willen of niet.

 

10 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

Climax

***
recensie Climax

Hedonistische nachtmerrie

door Yordan Coban

De ultieme climax van Gaspar Noé. Waarmee kon hij nog choqueren? Met welk taboe kon hij zijn publiek nog confronteren? Natuurlijk gaat het over drugs, seks, geweld en de dood. Maar heeft Noé nog iets nieuws te vertellen in zijn nieuwe Climax?

Het plot en de personages van de film zijn uiterst minimalistisch. Die zijn in een zin uiteen te zetten: een repetitie van een dansgroep ontspoort nadat iemand in het gezelschap een behoorlijke hoeveelheid lsd aan de punch heeft toegevoegd. Wat volgt is een helse neerwaartse spiraal van de gemoedstoestand van de onder invloed zijnde personages die langzaam al hun menselijkheid verliezen.

Climax

Beestachtig
Noé heeft in interviews aangegeven dat hij met Climax het tegenovergestelde effect van 2001: A Space Odyssey (1968) wilde bereiken. In 2001 zien we de evolutie van primaten naar mensen. Dit is geen nieuw concept. In Luis Buñuels El Ángel Exterminador (1963) zien we een betere uitvoering van Noé’s idee.

Het verval van de gegoede burger tot het dierlijke is ook een belangrijk element in de films van Michael Haneke. Gaspar Noé doet dit veel minder subtiel, al zijn films zijn verre van geraffineerd. Zijn stijl is juist het meest doeltreffend in extremis.

Provocateur
In de laatst verschenen Ondertussen, op de redactie van IDB staat een ongefilterde tirade tegen het werk van Lars von Trier. De Deense filmmaker wordt neergezet als een onsympathieke, zelfingenomen provocateur. Deze antipathie is wat overdreven, daar het eigenzinnige van Melancholia (2011), Dancer in the Dark (2000) en Dogville (2003) het pedante in zijn werk overschaduwt. Echter valt de antipathie wel te begrijpen. Provocatie komt vaak over als onnodig interessant doen.

Ook andere filmmakers genereren weerzin door de extreme wijze waarop zij hun werk presenteren. Regisseurs als Pier Paolo Pasolini, Takasi Miike, Michael Haneke en Gaspar Noé behoren ook tot deze groep vaak verguisde regisseurs.

Tot nu toe was het provocatieve in het werk van Gaspar Noé zinvol. De seks was erg in your face, maar net zoals in La Vie d’Adèle (2013) diende de intense intimiteit een artistiek doel. Het geweld in zijn film is choquerend en confronterend maar niet respectloos. Er is een duidelijke selectieve verontwaardiging bij het gebruik van geweld en seks. Het lijkt wel alsof seks en geweld niet teveel betekenis mogen hebben. Op het moment dat een verkrachting zoals in Irréversible (2002) of A Clockwork Orange (1973) te realistisch vertoond wordt, lopen mensen de zaal uit.

Climax

Het geweld van bijvoorbeeld Quentin Tarantino is opzettelijk overdreven en onrealistisch. Het werkt ontsnappend. Het neemt de beangstigende lading van de dood weg en maakt het betekenisloos. Het is te vergelijken met het spelen van een gewelddadige game waarin de dood slechts een ongemak is. Kunst is er nou juist om ons te confronteren met onze angsten en dierlijke uitspattingen. Dit is zo bewonderenswaardig aan Noé’s werk, voornamelijk in Love (2015) en Irréversible.

Anticlimax
Climax
mist die betekenis. Het is meer een stilistische hedonistische nachtmerrie zonder overtuigende context. Het is misschien wat goedkoop om Climax anti-climactisch te noemen. Daarmee zou je de film tekort doen. Dit alles klinkt misschien vrij negatief, maar dat komt omdat Gaspar Noé tot meer in staat is dan hij laat zien in Climax. De cinematografie is zoals altijd van een hoog niveau en de expressieve choreografie van de dansers is indrukwekkend.

Climax lijkt passend als titel voor een film die als sluitstuk van een spraakmakend oeuvre dient. Een film waarin je als filmmaker alles uit de kast trekt om nog éénmaal te zeggen wat je te zeggen hebt. Dat is niet de bestemming die Gaspar Noé gegeven heeft aan deze epileptische aanval. Het intrigeert, het verveelt nooit, het is spraakmakend, maar het mist een ziel en voelt in reflectie als liefdeloze seks. Climax is een hoop geluid zonder harmonie.

 

27 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Capharnaüm

*
recensie Capharnaüm

Ideologie van een betere wereld

door Tim Bouwhuis

Wat doe je als recensent wanneer een film je tegen wil en dank kotsmisselijk maakt? De fantasierijke kaders van je ‘neutrale’ blik worden met geweld aan stukken geslagen. De pijnlijke eer gaat naar Nadine Labaki’s Capharnaüm, een ronduit tendentieuze film die onze gevoeligheid voor sociale misère uitbuit om een politiek punt te kunnen maken.

In de Engelse taal is een ‘capharnaum’ een mengelmoes, een plaats waar wanorde heerst. De gelijknamige Israëlische nederzetting kennen we van Bijbelse wonderverhalen. Het mirakel vindt plaats als de normale orde van zaken wordt doorbroken voor een hoopvol moment van chaos. In Capharnaüm geldt het tegenovergestelde. Chaos en wanorde zijn de wetten van de wereld: het Libanon van de film is een land van verval en structureel ongeluk. Enkel in de rechtszaal heerst een vorm van hoop en orde. Het is de plaats waar de jonge protagonist het onrecht kan bevragen om zijn recht te laten zegevieren. Zijn recht – rond dat begrip zal de gehele film zich samenballen.

Capharnaüm

De macht van perspectief
In de openingsscène klaagt de twaalfjarige Zain (Zain Al Rafeaa) zijn ouders aan vanuit een dan nog surrealistisch motief: hij wil hen laten bestraffen voor het feit dat ze hem op de wereld hebben gezet. De bespreking van de zaak onthult de contouren van een onherstelbaar bezwaard verleden. Zain blijkt zelf al langdurig vast te zitten voor een steekpartij, maar die actie kwam voort uit het onvergeeflijke kwaad dat zijn ouders daarvoor begingen. Gedreven door de wanhoop van hun erbarmelijke leefomstandigheden huwelijkten ze hun elfjarige dochter Sahar (Cedra Izam) uit. De bruidsschat: een handvol kippen. De ontstellende sequentie is het begin van een lange flashback, die vertraagd toewerkt naar een typische climax – dezelfde rechtszaak die de film ook al inluidde. Het is niet toevallig dat Capharnäum in de rechtszaal begint en eindigt. Door de film te openen met de climax creëert Labaki een duidelijk kader waardoor we het leeuwendeel van het drama kunnen bekijken. Het schisma tussen goed en kwaad kweekt sympathie voor het narratief dat volgt.

In de lange flashback blijft het centrale perspectief van de jonge hoofdrolspeler leidend. We volgen hem na zijn vlucht weg van het incident, dwalend door een zee van chaos. Zain is alleen op de wereld. Hij beweegt zich tussen verwaarloosde baby’s en vervuild drinkwater. Onderweg ontfermt hij zich over het kind van een Ethiopische immigrante (Yordanos Shifera). Het zorgt voor nog meer schrijnende taferelen, die niets aan de verbeelding overlaten. Wie nu nog een tekort aan empathie heeft, moet wel heel laaghartig zijn. Op den duur blijkt dat alleen het stempel van een vluchteling Zain misschien kan helpen. Er zit één scène in de film die haast te ironisch is om waar te zijn: Al Rafeaa, zelf een Syrische vluchteling, doet zich voor als een Syrische vluchteling om de diepe put van zijn maatschappij te ontvluchten.

Sociaalrealisme en politiek
De persoonlijke achtergronden van de niet-professionele acteurs zijn krachtige spiegels voor hun rollen in de film. Zo werd de Ethiopische Shifera na haar arrestatie in Capharnaüm daadwerkelijk in hechtenis genomen; leden van het productieteam deden er twee weken over om haar weer vrij te krijgen. Het zijn dit soort omstandigheden die Labaki carte blanche geven. Iedere mogelijke politieke onderlaag kan eenvoudig van tafel geschoven worden met de lijvige claim van waarachtigheid.

Het zijn immers de personages die zich uitspreken, en die personages zijn eigenlijk geen personages: het zijn mensen van vlees en bloed. Binnen zo’n denkkader kan alleen Zain verantwoordelijk zijn voor zijn uitspraken. De façade van de werkelijkheid waart de ideologie van de regisseuse vrij.

Capharnaüm

Cinema als gevaar
De politieke boodschap van Capharnaüm is een verbijsterende schreeuw om orde uit chaos te creëren. Zain vraagt niet alleen of de zwangerschap van zijn moeder gestopt kan worden. Hij stelt ook dat ouders als die van hem (lees: ouders die onder de armoedegrens leven) geen kinderen meer zouden moeten krijgen. Dat gaat veel verder dan een algemeen argument voor abortus: de aanspraak op de mogelijkheid geboortebeperking rechtelijk, en, vooral, voor een specifieke maatschappelijke groep te organiseren riekt naar eugenetica, ofwel het idee dat de bevolkingssamenstelling van een land gericht geoptimaliseerd kan worden. Eugenetica draagt het loodzware gewicht van historische precedenten. Een directe analogie met nazi-ideologie gaat veel te ver, maar de suggestie van een vergelijkbaar gedachtegoed baart grote reden tot zorgen.

Voor ondergetekende werd zo’n suggestie van een dubbele agenda nog eens gesterkt door het feit dat de armoede in de film ontdaan is van enige context. Demografische variaties zijn zo veel mogelijk omzeild om het overkoepelende beeld van misère zo krachtig mogelijk te maken: wie de film ziet, kan haast niet meer om Zains finalepleidooi heen. ‘Poverty porn’ is een harde, maar geen onterechte term om de opgedrongen kadrering te karakteriseren. De politieke gedachte achter de chaos: stop de chaos, dan kunnen we naar een omgekeerde wereld toe. Capharnäum is geen ‘plaats waar wanorde heerst’, maar een heimelijke utopie over de ruggen van de veroordeelden.

De film verhoudt zich zo openlijk maar toch verhuld tot het soort politiek dat de grens tussen kunst en moraal op ingrijpende wijze doet vervagen. Wat een oprecht drama lijkt te zijn, is in feite een politiek pamflet, dat haar boodschap zo verpakt dat een publiek haar in potentie volledig onwetend kan omarmen. Dat soort cinema is niet langer onschadelijk – laat de zegetocht langs de festivals een alarmkreet zijn.

 

25 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Cold War

*****
recensie Cold War

Scènes uit een relatie

door Alfred Bos

Pawel Pawlikowski, de regisseur van het fenomenale Ida, heeft met Cold War een beeldschone film over een gedoemde liefde gemaakt. Het drama is tevens een metafoor voor zijn vaderland, Polen.

De Poolse regisseur Pawel Pawlikowski is een dichter met beelden. Zijn beeldtaal is van een poëtische schoonheid en hij gebruikt het beeld niet als symbool, maar als metafoor. Dat laatste onderscheidt hem van het gros der cineasten en maakt hem tot dichter. Die kwaliteiten kwamen het eerst tot volle bloei is zijn internationaal uitbundig gelauwerde (Oscar beste buitenlandse film, BAFTA beste niet-Engelstalige film, European Film Award), vijfde speelfilm, Ida (2013), over een jonge vrouw die op het punt staat in te treden als non.

Cold War

Dat was geen toevalstreffer, want alles wat Ida zo bijzonder maakt – de schitterende, in afwijkende kaders gevangen zwart-wit cinematografie; de elliptische vertelling; de levensvragen; de rol van trouw en verraad; de emotionele diepgang – kleeft ook aan Pawlikowski’s nieuwe film. Zimna wojna, die internationaal verschijnt onder de titel Cold War, is gesitueerd in het communistische Polen van na de Tweede Wereldoorlog en heeft als hoofdpersoon een jonge vrouw die twijfelt over haar roeping.

Vlucht naar de vrijheid
De eigenzinnige boerendochter Zula (Joanna Kulig, ze werkte eerder met Pawlikowski in La femme du Vème uit 2011) wordt ontdekt door Wiktor (Tomasz Kot). Hij reist het platteland af om geluidsopnamen te maken van ongeschoolde muzikanten; daaruit worden de talenten geselecteerd voor een cultuuracademie die onderwijst in volkskunst. Ze krijgen een relatie en wanneer het gezelschap op tournee wordt gestuurd om de communistische idealen te propageren besluiten ze in Berlijn te vluchten naar de overkant, het lonkende vrije Westen. Ze treffen elkaar pas jaren later weer in Parijs.

Daar blijkt hun relatie – of eigenlijk hun wederzijdse identiteit – niet opgewassen tegen de druk van de vrijheid, met al zijn verlokkingen, wedijver en gedelegeerde verantwoordelijkheden. Ondanks alle kansen en succes als respectievelijk zangeres en pianist in de jazzclubs van Parijs hunkert Zula naar de vertrouwde omgeving van haar adolescentie en keert terug naar het moederland. Wiktor volgt haar, wordt opgepakt en als spion veroordeeld tot vijftien jaar strafkamp. Ze ritselt hem vrij.

Cold War

Tijdloos filmuniversum
In Cold War staat de Koude Oorlog voor de strijd tussen plicht en verlangen, bindingsangst en trouw, authenticiteit en decadentie. De regisseur vertelt het verhaal in een reeks losse episodes die spelen tijdens de eerste jaren van de Koude Oorlog, jaren vijftig en begin zestig, en springt van Oost naar West. De stijlfiguur van de ellips – cruciale voorvallen wel benoemen maar niet laten zien, de Japanse regisseur Yasujirō Ozu was er een meester in – nodigt de kijker uit zich met de film en haar personages te engageren. Het middel past naadloos bij de afwijkende vorm en plaatst Cold War in een tijdloos filmuniversum waar Antonioni en Godard meer betekenis hebben dan Spielberg of Tarantino.

Cold War is ook een poëtische reflectie op de rol die historische omstandigheden, tijd en plaats, spelen in een mensenleven. “Tijd doet er niet toe als je van elkaar houdt”, zegt Wiktor tegen Zula. De film is te lezen als metafoor voor het huidige Polen, dat na de communistische jaren moeite heeft om zich aan de passen aan de nieuwe omstandigheden, de vrije markteconomie van de Europese Unie, en haakt naar de wereld van toen.

Cold War opent in de Poolse winter van 1949 en eindigt vijftien jaar later in de zomer met de fraaiste slotzin van dit filmjaar: “Neem me mee naar de overkant, daar is het uitzicht mooier.” Het is in meer dan één betekenis de ultieme metafoor van een film die zelf één grote metafoor is. Welke betekenis die zin nog meer heeft gaan we hier niet verklappen, maar zet u schrap voor een hoek waarin woord en beeld vervloeien.

 

5 december 2018

 

ALLE RECENSIES

Chavela

***

recensie Chavela

De bittere stem van de tederheid

door Alfred Bos

In deze tijden van identiteitspolitiek en emancipatie van de LHBT-gemeenschap is het levensverhaal van Chavela Vargas (1919-2012) niet langer exotisch, maar exemplarisch. De lesbische zangeres uit Mexico werd via Spanje uiteindelijk ook in haar thuisland een icoon.

De zangeres is 88 jaren oud en schuifelt het toneel op. Halverwege coulissen en microfoon staat ze stil en spreidt haar armen. De zaal explodeert in een orkaan van aanbidding, fans zijn in extase. Ze is de zegenende engel. Haar omgeving weet wel beter: als ze niet even was blijven staan, had ze die microfoon nooit gehaald. Haar lijf wil niet meer, maar niemand zal haar in een rolstoel zien.

Chavela

De Mexicaanse zangeres Chavela Vargas (in 1919 op Costa Rica geboren als Isabel Vargas Lizano) overleed in 2012 in haar tweede thuisland Mexico, kort nadat ze in Madrid afscheid had genomen van haar Spaanse fans. In Spanje begon begin jaren negentig haar zegetocht, die haar op bejaarde leeftijd alsnog de erkenning bracht die haar als lesbische entertainer in de machocultuur van Mexico lange tijd was onthouden.

De documentaire Chavela vertelt het levensverhaal van een hartstochtelijke, zuipschuitende, homoseksuele, intens levende en in sommige opzichten onmogelijke vrouw. Een geboren buitenstaander, en dat letterlijk. Haar ouders schaamden zich voor hun dochter en hielden haar weg van de visite. Isabel Vargas Lizano had ongewoon mannelijke trekken voor een meisje. Ze groeide eenzaam op en eenzaamheid was haar leven lang haar trouwste gezel, zei ze later.

Vrouw zoekt vrouw
Chavela vertrok als 14-jarige naar Mexico en maakte naam als zangeres in het genre dat bekend staat als ranchera, het Mexicaanse levenslied dat de zielenpijn verklankt; denk de Mexicaanse variant van fado, blues of Jordaanse smartlap. Aanvankelijk kleedde ze zich elegant, met lang haar en sieraden, maar ‘ik zag er uit als een travestiet’. Na een gedaantewisseling – rode poncho, broek, kort haar, sigaar tussen de vingers – groeide ze uit tot een lokale ster. Haar drinkgelagen met ranchero-componist en zanger José Alfredo Jiménez zijn legendarisch. Ze dronken letterlijk de kroeg droog.

Als twintiger had Chavela een relatie met de tien jaar oudere kunstenares Frida Kahlo, maar haar onrustige hart dreef haar voort. Iedereen in haar omgeving besefte dat ze lesbisch was, maar daar werd in Mexico nooit openlijk over gesproken en wat je in het geniep doet is ieders eigen zaak. Geen vrouw was veilig voor haar, ze bracht de titel van Stephen Stills’ hit uit 1970, Love The One You’re With, in de jaren vijftig al in praktijk. Na het huwelijksfeest van Hollywood-ster Elizabeth Taylor werd ze wakker met Ava Gardner.

Chavela

Historisch beeldmateriaal
Chavela heeft veel betekend voor de emancipatie van lesbiennes in Mexico. Voor dat deel van haar publiek fungeerde ze als een sjamaan. Helemaal nadat de zangeres, na een periode van armoede en eenzaamheid, weer de weg omhoog vond en via een uitnodiging voor optredens in Madrid werd gewaardeerd om wie ze was, niet om wat ze projecteerde te zijn. De Spaanse cineast Pedro Almodóvar herkende in Chavela een muze en gebruikte haar muziek voor een aantal van zijn films. Haar ‘bittere stem van de tederheid’ is ook te horen in Frida en A Bigger Splash.

De documentaire vertelt Chavela’s verhaal aan de hand van haar muziek – met Engelse vertaling van de Spaanstalige teksten, verbeeld à la Amy – en getuigenissen van intimi; op de geluidsband horen we de zangeres praten over haar leven en liefdes. Het historische beeldmateriaal van Mexico in de jaren veertig en vijftig geeft context, zonder veel te verhelderen. De film oogt als een degelijke tv-documentaire, maar verschijnt, ook al is het onderwerp minder bekend bij het grote publiek, niettemin in de bioscoop. Dat alleen al voelt als een overwinning.
 

20 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Charlie & Hannah gaan uit

**

recensie Charlie & Hannah gaan uit

De willekeur regeert

door Sjoerd van Wijk

Charlie & Hannah gaan uit wil zich op alle fronten bewijzen met een overdadige mix van stijlen. Deze aanpak werkt averechts, want de bewijsdrang gaat ten koste van een onderhoudend verhaal. 

Op een avond gaan hartsvriendinnen Charlie en Hannah op stap in de stad met een stel vrienden. Uit voorzorg hebben ze een mysterieus snoepje met hallucinerende werking genomen. De beide dames splitsen op, als Charlie vroeg naar huis gaat. Ze wordt vergezeld door Hannah’s eenmalige scharrel Fons, die een onderhoudende nachtelijke conversatie beginnen. Hannah legt wat aan met nieuwe scharrel Vincent. Al snel volgen de knotsgekke belevenissen elkaar in rap tempo op. Of het nu door de snoepjes komt of niet, de gebeurtenissen zijn bij vlagen bizar. Van rondwandelen in een zwart gat tot het volgen van een ananas naar een spookhuis. De rode draad van het verhaal is de liefdeslevens van beide dames. 

Charlie & Hannah gaan uit

Kleurrijke pastiche
De film is het debuut van schrijver-regisseur Bert Scholiers en dit blijkt wel uit de speelsheid waarmee de fantasierijke taferelen elkaar in rap tempo opvolgen. Zo ongeveer elke stijl passeert de revue met een geestdrift die doet denken aan de Franse Nouvelle Vague (bijvoorbeeld Pierrot le Fou, 1965). Van een bedrieglijke slice of life-opening tot geanimeerde totaalbeelden van de stad.

Ook het zwart-wit van de beelden is niet heilig, zoals voor een spookhuis sequentie in kitscherige neonkleuren zoals bij een Italiaanse giallo. De enige consequente factor is de camera, die op naturalistische wijze de karakters rond laat lopen in de maffe situaties. Dit draagt bij aan de surrealistische atmosfeer, alsof alle gebeurtenissen droomscènes zijn die voor de dromers zelf echt aanvoelen. Het geheel doet denken aan een frivole versie van Holy Motors, niet in de laatste plaats omdat er nu pratende gebouwen in plaats van pratende auto’s zijn. 

Pronken met plaatjes
Ook de karakters weten te voorkomen dat de carrousel niet volledig op hol slaat. Nuchter als ze zijn, laten ze zich niet uit het veld slaan door weer een rare wending. Met natuurlijk spel en dialoog geven de hoofdspelers een inkijkje in de psyche van met name Charlie en Hannah. De mindset van deze karakters lijkt de intentie achter de hele beeldparade te verraden.

De invloed van Woody Allen is duidelijk te zien in het algehele verhaal over liefdesperikelen en de dagelijkse praktijken van de gegoede middenklasse. De twee dames hadden met hun neurotische ideeën over het leven zo uit een van zijn scenario’s kunnen zijn gekopieerd. In plaats van welgestelde mensen in een midlifecrisis gaat het nu over jonge mensen met een quarterlife-crisis. De kleurrijke pastiche komt daardoor voornamelijk over als een manier om te pronken, net zoals jonge mensen spitsvondige plaatjes op sociale media posten. Dit wordt verder versterkt doordat de karakters meerdere malen het publiek toespreken, om de nonchalante ironie extra vet te onderstrepen. 

Charlie & Hannah gaan uit

Op veilig spelen
Op deze manier heeft de film dezelfde zwakte die Woody Allen ook vaak heeft. De bizarre droomscènes lijken een poging om lol te trappen met de gezapige levens van de karakters. Maar het weet niet te ontsnappen aan hetgeen het de draak mee steekt. Charlie & Hannah gaan uit komt daarom gewaagder over dan de film werkelijk is. Het spervuur aan ideeën heeft geen onderliggende visie. De scènes gaan alle kanten op en de willekeur ligt op de loer.

Omdat alles kan in de film, is er geen reden aan te wijzen waarom voor deze specifieke uitvoeringen gekozen is. Het geheel komt daarom gekunsteld over, met onhandige overgangen van de ene naar de andere situatie. Aangezien de karakters weinig diepgang hebben naast het neuroticisme, zijn hun perikelen nogal triviaal. Paradoxaal genoeg speelt de film ondanks de ogenschijnlijke risico’s die het neemt met de stijlenblender daardoor op veilig. Het is niets meer en minder dan een verzameling maffe clips, waar weinig subversieve geluiden uit voortkomen.
 

9 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Centaur

****

recensie Centaur

In het dierlijke vind je het ware

door Ralph Evers

Centaur vertelt op universele wijze een clash tussen twee broers, folkloristische tradities en de opportuniteit van het snelle geld. Een strijd tussen trouw zijn aan je cultuur of omgaan met nieuwe kansen tegen een achtergrond van een eenvoudig ruraal leven in Centraal-Azië. 

Regisseur Aktan Arym Kubat heeft reeds een interessante filmografie, waarin het leven in Kirgizië (hoewel hij zelf geboren is in Kazachstan) op haast antropologische wijze tot ons komt. Een andere wereld, die inmiddels slechts enkele uren vliegen hiervandaan ligt. Zo anders, en tegelijkertijd zo herkenbaar. 

Hij wisselt per film qua toon. The Light Thief (Svet-Ake) kent vooral een humoristische inslag. Beshkempir vooral een contemplatieve toon. Centaur weet voldoende humor erin te houden, maar daaronder gaat een andere boodschap schuil.

Centaur

We volgen een man die we leren kennen als Centaur (gespeeld door Aktan Arym Kubat zelf). Een meester-paardendief. De slachtoffers zijn rijke mannen die de racepaarden gekocht hebben om mee te kunnen gokken of pronken. Centaur praat zijn gedrag goed aan de hand van oude Kirgizische tradities en een droom die hij had. Volgens de legende gaf het paard de mens vleugels. Dit wordt treffend in beeld gebracht, tegen de immer indrukwekkende achtergrond van de Centraal-Aziatische steppe.

Centaur is een simpel levende man met een dove vrouw en een liefdevolle relatie met zijn zoon. Hij slijt zijn dagen wat in de bouw en met het drinken van maksim, bij een verkoopster met wie hij een vriendschappelijke band heeft. Dit tot ongenoegen en jaloezie van andere dorpsbewoners. Wanneer Centaur gepakt wordt om zijn paardendiefstal blijkt het slachtoffer zijn broer te zijn. Een man die het financieel en sociaal gemaakt heeft.

Verdieping
Oog in oog met elkaar krijgt de film zijn eigen smoel. In plaats van een simpel dader-slachtoffer-wraakverhaal, ondergaan ze elkaars lot. Dit geeft een fijne verdieping aan de film en maakt de karakters nog meer vlees en bloed dan ze al zijn. Vragen als hoe om te gaan met wat de modernisering te bieden heeft, terwijl je tegelijkertijd je kernwaarden en bindende rituelen ziet veranderen, komen aan de orde. Zo representeren de beide broers een standpunt hierin, hetgeen in de overige minuten op mooie wijze wordt uitgewerkt.

Centaur

De raad van dorpsoudsten en een publiek beraad draagt bij aan het antropologische gevoel dat de film meegeeft. Ook de rol van religie (in Kirgizië vooral de islam, net als dat hun taal enigszins als het Turks klinkt) krijgt zijn plek, waarbij Kubat ervoor kiest om vooral de menselijke invulling aandacht te geven. Zoals een moslim-evangelist, die tegen de regels in gelooft in magie of een bekeerde Centaur, die die vroomheid niet past en kiest zich uit een gebed terug te trekken. Zijn broer daarentegen die de Hadj wil doen om van zijn zonden te worden verlost is maar al te gretig en opzichtig bezig met zijn geloof. Een subtiel soort maatschappijkritiek, die schuurt, doet glimlachen en nimmer stellig wordt.

Menselijke toon
In krap negentig minuten weet Kubat een diep menselijke snaar te raken en ondanks de exotische locatie een herkenbaar scenario te schetsen. Een ontmoeting tussen twee broers, die door een aantal beslissingen vervreemd zijn geraakt van elkaar en door een drastische beslissing weer tot elkaar zijn veroordeeld. Kubat kiest vrijwel nergens voor de makkelijke weg. Onder de verstilde beelden zit een kritische blik op het geloof, hoe we met onze leefomgeving omgaan en hoe meedogenloos het leven kan zijn, pijnlijk in beeld gebracht in de slotminuten. Hoewel niet een bepaald productief filmland, toch verrassend volwassen.
 

20 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Call Me by Your Name

*****

recensie Call Me by Your Name

Ode aan de overgave

door Alfred Bos

Slotstuk, aldus de Italiaanse regisseur Luca Guadagnino, van zijn drieluik over de liefde. Jongen en man, beiden hetero, vallen voor elkaar. Zinnelijker cinema dan Call Me by Your Name is er zelden gemaakt.

Liefde is grillig en genadeloos. Zit je als 17-jarige zoon van een professor klassieke kunsten te lummelen in de vakantievilla van je ouders en foezel je onwennig met een meisje dat graag je vriendin zou willen zijn, komt er een exotische Amerikaan je leven binnen wandelen. Hij gaat je vader een zomer lang lang helpen bij diens onderzoek van antieke beelden en krijgt de kamer naast jouw kamer aangeboden als logeerverblijf. Jij bent hetero, hij is hetero, maar voor je het weet broeit er erotiek. Liefde is blind.

Call Me by Your Name

Call Me by Your Name is de vijfde speelfilm van Luca Guadagnino, de Italiaanse regisseur van broeierige, sensuele films over mensen op zoek naar liefde. Of liefde op zoek naar mensen. Elio, de jongen op de rand van volwassenheid, en Oliver, de zelfverzekerde vroegdertiger, zijn door toeval voor een zomer samengebracht en overkomt een mysterie. De regisseur toont het zoals het is: onwennig, verwarrend, maar bovenal—zuiver. Er is geen politiek, geen verklaring of excuus, geen intrige. Alleen aantrekking en passie. Dit is liefde als universele oerkracht.

Perzik als surrogaatvagina
Net als in zijn beide voorgaande films, Io Sono l’amore (Ik ben liefde, 2009) en A Bigger Splash (2015), is Call Me by Your Name gesitueerd in een besloten wereld buiten de dagelijkse maatschappelijke orde. De materiële zaken zijn geregeld, de personages hebben alle tijd om in luxe te lummelen. De vakantievilla van professor Perlman (Michael Stuhlbarg) ademt cultuur en mondaine elegantie. Pa leest ter ontspanning Dante’s Goddelijke Komedie en door het hele huis slingeren stapels boeken. Onderling wordt er Frans, Italiaans en Engels gesproken en mevrouw Perlman (Amira Casar) voegt daar accentloos Duits aan toe. Subtekst: identiteit is meervoudig, vloeibaar.

Ook de geografie heeft een meervoudige identiteit. Het buitenhuis is gesitueerd nabij Bergamo, een van de oudste steden van Lombardije, met een Romeinse, Etruskische en Keltische historie. Bovendien is het zomer en het buitenleven één lange reeks van zinnelijke prikkels. Aan de bomen groeien abrikozen en perziken, met hun fluwelen huidje, sappig vlees en harde pit zinnebeelden van sensualiteit. Call Me by Your Name is een ode aan zuivere zinnelijkheid. Aan de overgave.

Professor Perlman test assistent Oliver (de lange, atletische Arnie Hammer) met een vraag over de ethymologie van het woord abrikoos. Die abrikoos, de vroegrijpe steenvrucht, is zijn zoon Elio (Timothée Chalamet), die op zolder, beneveld door zijn gevoelens voor Oliver en zijn vakantievriendin, de Française Marzia (Esther Garrel), een perzik als surrogaatvagina hanteert. Hij stommelt onbevangen de erotiek binnen, gedreven door onbekende sensaties.

Call Me by Your Name

Tederheid die verbluft
Luca Guadagnino vangt de roman van André Aciman (die zelf in een bijrol te zien is) in quasi-documentair naturel, waarin de zinnelijkheid van de mediterrane zomer werkt als katalysator van de chemie tussen Elio en Oliver. Veel shots zijn gefilmd vanuit de ogen van Elio, de close-ups benadrukken intimiteit. De boeken, beelden en kunst die de film stofferen verwijzen zonder uitzondering naar de komende, heimelijke relatie tussen de minnaars.

Nadat Oliver weer is teruggevlogen naar Amerika, wordt de zomer die van Elio een man maakte ragfijn en diep doorvoeld van betekenis voorzien in een gesprek tussen vader en zoon. Daar raakt de film een zeldzaam niveau van sensibiliteit, een tederheid die verbluft. Liefde kwetst en liefde heelt. Liefde maakt de mens.

Luca Guadagnino wordt met elke film beter en na het geslaagde A Bigger Splash is Call Me by Your Name een voltreffer van tijdloze allure, een film die de door hem bewonderde Bertolucci naar de kroon steekt. Hollywood lonkt en wat wordt de volgende stap van de regisseur? Een genrefilm? Een blockbuster-bolognese? Een beetje van beide, maar dan op zijn Guadagninoos: een remake van de giallo-klassieker Suspiria met een internationale rolbezetting. Het maakt allemaal niet uit, want met Call Me by Your Name heeft hij zijn meesterwerk gemaakt. Zulke zuivere cinema zie je zelden.
 

9 januari 2018

 
MEER RECENSIES

Colore Nascosto delle Cose, Il

**

recensie Il Colore Nascosto delle Cose

Blinde vrouw laat man zien

door Cor Oliemeulen

Een blinde vrouw opent het hart van een man die zijn gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel niet onder ogen kan zien. Net als de lastige filmtitel hoef je het verhaal van Il Colore Nascosto delle Cose niet te onthouden. De plaatjes van bloemen zijn prachtig, maar die alleen geven de film te weinig kleur. 

De mooie Emma werd op haar zeventiende blind, maar dat heeft haar er niet van weerhouden om een praktijk als osteopaat te beginnen. Acht maanden na haar scheiding ontmoet ze de knappe reclamemaker Teo tijdens een bedrijfsuitje in een donkere ruimte waar Emma rondleidingen geeft. Ze vinden elkaars stemmen intrigerend. Het duurt niet lang voordat Teo met een gesimuleerde schouderklacht in zijn onderbroek bij Emma op de behandeltafel ligt. Emma kan natuurlijk heel goed voelen en ontdekt wat spanningen in Teo’s lijf. Hij komt graag bij haar terug en langzaam ontstaat er een vriendschap.

Il Colore Nascosto delle Cose

Uit vorm
Il Colore Nascosto delle Cose zou zomaar een verfilmde stuiverroman kunnen zijn. Het verhaal is deels geschreven door de Italiaanse regisseur Silvio Soldini, die maar niet kan beslissen waar hij naartoe wil en na bijna twee uur kennelijk voor een romantisch drama heeft gekozen. Ondertussen ervaren we de belevingswereld van een blinde vrouw (overtuigend gespeeld door Valeria Golino: Caos Calmo, Il Capitale Umano) die een blind meisje helpt met het overwinnen van haar frustraties en die Teo leert verder te kijken dan alleen reclamebeelden. Emma en Teo praten over kleuren, ruiken aan planten, knuffelen bomen en uiteindelijk elkaar. Teo geeft nu zelfs een plant op zijn kantoor water.

Hoewel hij oprecht lijkt in zijn gevoelens van genegenheid en vriendschap, is Teo vanaf het begin uit op seks met Emma (hij sluit zelfs een weddenschap met een collega), die niet weet dat hij al twee jaar een relatie heeft met een andere vrouw (die hij weer met een andere vrouw bedriegt). Teo laat zich niet graag hinderen door een groot verantwoordelijkheidsgevoel, want ook met zijn familie heeft hij geen contact. Hij kan zich moeilijk binden en woont op zichzelf, samen met zijn pratende stofzuigerrobot.

Il Colore Nascosto delle Cose

De kijker bepaalt
De filmtitel suggereert iets dat niet onmiddellijk zichtbaar is voor de ogen, maar dat later onthuld zal worden. Wat dat is, mag de kijker zelf bepalen. Is Teo zo’n typische klootzak die zijn lid achterna loopt, of ontdekt hij voor het eerst in zijn leven wat het is om van iemand te houden, trouw te zijn en verantwoordelijkheidsgevoel aan de dag te leggen? Voor een regisseur, die in 2000 doorbrak met het gedenkwaardige komische drama Pane e Tulipani, mag je meer richting, duiding en spanning verwachten. Zijn jongste film kabbelt maar voort, en de korte familiereünie op het einde lijkt er terloops en plichtmatig aan vastgeplakt.

Wat overblijft is een fascinerend kijkje in de wereld van visueel gehandicapte mensen. Soldini maakte eerder een documentaire over blinde mensen, die door anderen vaak op afstand worden gehouden of met medelijden bejegend, maar toch vaak blijken te beschikken over een grote mate van zelfstandigheid en een gezonde dosis ironie. Zijn bedoelingen zijn vast oprecht, echter Soldini weet met Il Colore Nascosto delle Cose bar weinig te verrassen en te ontroeren. Hij had er beter een melodrama van kunnen maken.
 

25 november 2017

 
MEER RECENSIES

C’est la vie

***

recensie C’est la vie

Het leven is een feest

door Cor Oliemeulen

Kun je een grandioos succes als Intouchables evenaren? Het antwoord is nee. Toch is C’est la vie een zeer onderhoudende ensemblekomedie die opnieuw een groot publiek zal behagen.

De Franse komedie Intouchables (2012) trok in eigen land twintig miljoen bezoekers. De film –  gebaseerd op de autobiografie van een aristocraat, die grotendeels verlamd raakte bij een ongeluk en wordt verzorgd door een kansloze zwarte jongen uit de banlieu – werd ook in ons land een groot succes. Charme van het verhaal zijn de grote cultuurverschillen tussen de twee, maar juist door hun onorthodoxe omgang met elkaar ontstaat een heuse vriendschap, die op het witte doek aanstekelijk werkt. Het kleine beetje maatschappijkritiek tussen alle lol is in C’est la vie, de jongste film van het regisseurs- en schrijversduo Olivier Nakache en Éric Tolédano, nergens te bespeuren. Dat is ook niet de bedoeling, want een heerlijk avondje lachen staat voorop.

C'est la vie

Tempo
Nakache en Tolédano konden met hun vorige film Samba (opnieuw met de goedlachse Frans-Senegalese Omar Sy in de hoofdrol) hun grote triomf lang niet evenaren. Dus kozen de heren ditmaal voor een onvervalste ensemblekomedie, die qua tempo en elementen soms doet denken aan de screwball comedy uit de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw. Je zet een aantal grappige typetjes (gespeeld door in eigen land bekende komische acteurs) in een ruimte, verzint een aardige premisse met een conflict, en de applausmachine begint vanzelf te lopen. Het decor van alle verwikkelingen is een zeventiende-eeuws kasteel waar het cateringbedrijf van de ervaren rot in het vak, Max (Jean-Pierre Bacri), een grote bruiloft organiseert. We volgen hem en zijn medewerkers tijdens alle voorbereidingen en de festiviteiten.

De casting en interactie zijn prima, de Franse humor is universeel, maar aan de nodige voorspelbaarheid valt in een dergelijke formule niet te ontkomen. In het eerste deel van de film maken we kennis met de bedienden, de koks en de afwassers, met de fotograaf en zijn hulpje, de zanger van de band die het liefst zijn zelfgekozen repertoire zingt en een regelnicht die aanvankelijk met de helft van het personeel in de clinch ligt, terwijl Max zelf zowel de regie als zijn vriendin probeert te behouden.

In het tweede deel, nadat Pierre en Helena elkaar hun jawoord hebben gegeven en met hun gasten het bruiloftsfeest gaan vieren, gaan alle registers open. De misverstanden, persoonsverwisselingen, woordspelingen, technische problemen en amoureuze situaties zijn niet van de lucht. En dan is er nog de dreiging van een boete voor de illegale werknemers die Max in dienst heeft.

C'est la vie

Inspiratie
Het idee voor C’est la vie ontstond volgens de makers tijdens de opnames van Samba, waarin de openingsscène zich afspeelt tussen keuken en dinerzaal. Met hun eigen vroegere ervaringen en anekdotes in de horeca wisten Nakache en Tolédano al direct dat je van dit gegeven alleen een hele film zou kunnen maken. Al schrijvende lieten zij zich graag inspireren door Garçon! (1983) van landgenoot Claude Sautet en de waanzinnige taferelen in de Argentijnse zwarte komedie Wild Tales (2014), waaraan C’est la vie niet kan tippen.

Dat neemt niet weg dat deze Franse komedie opnieuw de potentie heeft om een groot succes te worden. Al is het alleen maar door de rol van bruidegom Pierre, die zijn kersverse echtgenote wel eventjes op een moderne dans zal trakteren. Blijft van Intouchables vooral de als boom verklede operazanger in het theater op je netvlies gebrand, in C’est la vie wordt de kijker verrast met een origineel staaltje luchtacrobatiek dat onherroepelijk en meedogenloos op de lachspieren werkt. De filmmakers beheersen de timing van hun grappen uitstekend.
 

10 november 2017

 
MEER RECENSIES